Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2006
  • Download PDF

5. BELEIDSARTIKELEN

1. Algemene beleidsdoelstelling

De provinciefondsbegroting maakt onderdeel uit van de Rijksbegroting, maar heeft daarbinnen, evenals de gemeentefondsbegroting, een eigen karakter. Zo kent de provinciefondsbegroting in tegenstelling tot een departementale begroting slechts één beleidsartikel: het provinciefonds. Dit beleidsartikel kent als algemene doelstelling: te bewerkstelligen dat de provincies via het provinciefonds de juiste middelen krijgen toebedeeld om hun taken naar behoren uit te voeren. Deze doelstelling valt uiteen in twee onderdelen:

1. De omvang van de middelen moet adequaat zijn.

2. De verdeling van de middelen moet adequaat zijn.

Verantwoordelijkheid minister

De fondsbeheerders, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Financiën, zijn systeemverantwoordelijk voor het provinciefonds. De fondsbeheerders zijn niet verantwoordelijk voor de resultaten die provincies met hun bijdrage uit dit fonds realiseren: provincies zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit het provinciefonds.

Succesfactoren van beleid

Het feit dat de fondsbeheerders systeemverantwoordelijk zijn, neemt dit niet weg dat van tijd tot tijd vragen opkomen of de provincies als collectiviteit geen andere prioriteiten zouden moeten opstellen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van gezamenlijk onderschreven prioriteiten van het Rijk. In een dergelijk geval kunnen het Rijk en de provincies bestuurlijke afspraken maken over de accenten in de bestedingsrichting van de provincies. De desbetreffende vakministers spelen hier naast de fondsbeheerders een belangrijke rol. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor resultaten blijft bij de provincies.

2. De budgettaire gevolgen van beleid

In onderstaande tabel worden de budgettaire gevolgen van beleid weergegeven.

Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1000)
provinciefondsRealisatieVastgestelde ow begrotingVerschil
 2002200320042005200620062006
Verplichtingen1 082 2891 118 402997 331997 5561 083 5261 070 64312 883
        
Uitgaven:       
Programmauitgaven1 084 2441 145 231982 4551 004 0141 089 8291 052 49237 337
1. Algemene uitkering976 5141 037 501874 725920 470970 062968 9481 114
2. Integratie-uitkeringen107 730107 730107 73083 544119 76783 54436 223
        
Ontvangsten:1 084 2441 145 231982 4551 004 0141 089 8291 052 49237 337

Toelichting

Onderdeel verplichtingen

Ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting zijn de verplichtingen met € 12 883 000 bijgesteld. Dit bedrag is het saldo van de mutaties die bij eerste (€ 18 696 000) en tweede suppletore (€ 6 747 000) en in de slotwet (– € 12 560 000) zijn aangebracht. Bij de eerste en tweede suppletore mutaties betreft het elf mutaties. Voor de eerste suppletore gaat het om de mutaties: bijstelling accres 2005/2006, natuurbeschermingswet en flora- en faunawet, apparaatskosten bodemsanering, kenniscentrum verkeer en vervoer, loon- en prijscompensatie regionale omroepen, overdracht specifieke uitkering Friese Taal en Cultuur, een technische mutatie en een mutatie integratie-uitkering t.b.v. afschaffing provinciale omroepbijdrage. Voor de tweede suppletore om de mutaties: integratie-uitkering Anti Discriminatie Voorzieningen, Incidentele kosten Valletta en de mutatie Overdracht specifieke uitkering Friese Taal en Cultuur. Een toelichting op deze mutaties is te vinden in de memories van toelichting van beide suppletore begrotingen (Kamerstukken II 2005/2006, 30 560 C, nr. 2 en Kamerstukken II 2006/2007, 30 885 C, nr. 2).

Bij slotwet worden de verplichtingen met € 12 560 000 neerwaarts bijgesteld. Dit bedrag bestaat uit de verwerking nacalculatie accressen 2006 (– € 15 262000 ), een compensatie extra belastingheffing gebruik dienstauto’s CDK’s (€ 600 000), een wijziging betalings-verloop (€ 2 101 000) en een technische mutatie i.v.m. afrondingsverschillen (€ 1 000)

Onderdeel uitgaven

De uitgaven van de algemene uitkering van het provinciefonds worden ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting verhoogd met € 1 114 000 en komen daarmee in totaal op € 970 062000. Het verschil van € 1 114 000 betreft hier het saldo in de mutaties in de verplichtingen (zie hierboven) en de verrekening nacalculatie behoedzaamheidreserve 2006. Een toelichting op deze mutaties is te vinden in de memories van toelichting van beide suppletore begrotingen (Kamerstukken II 2005/2006, 30 560 C, nr. 2 en Kamerstukken II 2006/2007, 30 885 C, nr. 2).


De gerealiseerde uitgaven voor integratie-uitkeringen komen uit op € 119 767 000, dit is € 36 223 000 boven het bedrag dat in de ontwerpbegroting werd geraamd. Integratie-uitkeringen worden toegepast indien een toevoeging ineens aan de algemene uitkering aan het provinciefonds bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten. De post integratie-uitkeringen bestaat in 2006 uit een drietal uitkeringen, namelijk de integratie-uitkering rivierdijkversterking/hoofdwaterkeringen, de integratie-uitkering compensatie provinciale opslagen omroepbijdrage en de integratie-uitkering Anti Discriminatie Voorzieningen. Bij 1e suppletore begroting heeft er een mutatie plaatsgevonden van € 33 890 000 (positief) t.b.v. de afschaffing provinciale opslagen omroepbijdragen en bij 2e suppletore begroting een mutatie van € 2 200 000 (positief) t.b.v. de integratie-uitkering Anti Discriminatie Voorzieningen. Een toelichting op deze mutaties is te vinden in de memories van toelichting van beide suppletore begrotingen (Kamerstukken II 2005/2006, 30 560 C, nr. 2 en Kamerstukken II 2006/2007, 30 885 C, nr. 2).

Onderdeel ontvangsten

Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting van het provinciefonds voor 2006 worden de ontvangsten ex artikel 4 van de Financiële-verhoudingswet, analoog aan de uitgaven, met€ 37 337 000 verhoogt tot € 1 089 829 000.

3. De operationele doelstellingen

De bijdrage van de fondsbeheerders om te komen tot het bewerkstelligen dat de provincies via het provinciefonds de juiste middelen krijgen toebedeeld om hun taken naar behoren uit te voeren wordt geoperationaliseerd door twee doelstellingen:

• De provincies via het provinciefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor het uitvoeren van hun taken;

• Een verdeling van de beschikbare financiële middelen over provincies die elk van de provincies in staat stelt om hun inwoners een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lastendruk te kunnen leveren.

Operationele doelstelling 1: De provincies via het provinciefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor het uitvoeren van hun taken.

Prestatie-indicator

De vraag of de omvang van het provinciefonds als adequaat kan worden beschouwd, wordt beantwoord in het BOFV. Volgens een in 1995 gemaakte afspraak vindt dit overleg tweemaal per jaar plaats. Wanneer één van beide partijen (Rijk of VNG/IPO) de uitkomsten van de normeringsystematiek op enig moment onredelijk vindt, kan dit in het Bestuurlijk Overleg aan de orde worden gesteld.

Doelbereiking:

1. De werking van de normeringsystematiek

Voor de beoordeling van de werking van de normeringsystematiek kan gekeken worden naar twee indicatoren: de uitkomsten van het halfjaarlijks bestuurlijk overleg en de evaluatie van de normeringsystematiek. Die evaluatie vindt eens in de vier jaar plaats; de meest recente is in het najaar van 2006 afgerond en in het najaars Bofv tussen rijk en VNG besproken en geaccordeerd.

Het bestuurlijk overleg Financiële verhouding heeft in 2006, zoals gebruikelijk, twee maal plaats gevonden. Het bestuurlijk overleg heeft als functie om een oordeel te geven over de financiën van gemeenten en provincies naar aanleiding van de rekenkundige uitkomst van de normering.

In het voorjaarsoverleg (4 april 2006) is een financieel akkoord gesloten met de VNG en het IPO waarin op meerdere onderwerpen, zoals het BTW-compensatiefonds en de middelen voor OOV, overeenstemming is bereikt. Ook zijn afspraken gemaakt over de onderwerpen van de lijst van de VNG waarvan de VNG vond dat de gemeenten onvoldoende financieel waren gecompenseerd. .

De conclusie daarbij is dat de omvang van het gemeente- en provinciefonds in relatie tot de taken van gemeenten en provincies adequaat is te noemen. De huidige normeringsystematiek wordt dan ook nog steeds door alle partijen onderschreven.

Operationele doelstelling 2: Een verdeling van de beschikbare financiële middelen over provincies die elk van de provincies in staat stelt om hun inwoners een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lastendruk te kunnen leveren.

Doelbereiking:

1. Periodiek Onderhoudsrapport (POR)

Er bleek onvoldoende aanleiding om het periodiek onderhoudsrapport provinciefonds als instrument te hanteren bij het oordeel over de verdeling van het provinciefonds. De financiële positie van provincies is gunstig en de provincies hebben relatief veel vrijheid bij de aanwending van middelen. Dat maakt een scherp oordeel over de kwaliteit van de verdeling overbodig. In de prioriteitsstelling bij het Rijk is er daarom voor gekozen om het rapport niet uit te brengen.