Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Internetbijlage 3. De belasting- en premieontvangsten

De belasting- en premieontvangsten op EMU-basis zijn in 2007 uitgekomen op 208,9 miljard euro. Dit is 3,9 miljard meer dan de raming bij de Ontwerpbegroting in de Miljoenennota 2007. In deze bijlage volgt een nadere toelichting op de ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten.

Tabel 3.1 Ontwikkeling van de opbrengst belastingen en premies op EMU-basis (x € miljard)
 MN 2007FJR 2007Verschil
Belastingen en premies volksverzekeringen163,7167,84,1
wv belastingen131,6135,94,4
wv premies volksverzekeringen32,131,9– 0,2
Premies werknemersverzekeringen41,441,1– 0,3
Totaal205,0208,93,9

Ontwikkeling ontvangsten ten opzichte van de Miljoenennota 2007

In de onderstaande tabel wordt het verschil tussen de Ontwerpbegroting en de uiteindelijke realisatie uitgesplitst naar oorzaak. Daarbij worden verschillende elementen onderscheiden. Ten eerste is er een effect van de doorwerking vanuit het voorgaande jaar. Daarnaast hebben beleidswijzigingen sinds de Ontwerpbegroting en technische wijzigingen een effect op de ontvangsten. En tot slot leidt de afwijking van de economische ontwikkeling ten opzichte van de eerdere ramingen tot verschillen in de endogene ontwikkeling en de aansluiting naar EMU-basis.

Tabel 3.2 Ontwikkeling ontvangsten vanaf MN 2007 gesplitst naar oorzaak (x € miljard) op EMU-basis
 2007
Miljoennennota 2007205,0
Totale mutatie3,9
  
Doorwerking 20061,4
wv belastingen en premies vvz1,7
wv premies wnvz– 0,3
  
Autonoom– 0,1
wv vennootschapsbelasting0,3
wv. nominale premie zorgverzekeringswet (ZVW)– 0,4
  
Technische aanpassingen– 0,2
wv verschuiving UFO premie naar inkomsten0,3
wv verschuiving wgbijdrage kinderopvang naar niet belastingontvangsten– 0,5
  
Endogeen2,6
wv. omzetbelasting0,6
wv. overdrachtsbelasting0,4
wv. Loon/inkomensheffing1,1
wv. vpb0,2
wv. energiebelasting– 0,8
wv. dividendbelasting0,6
overige belastingen en premies vvz– 0,2
wv. Premies werknemersverzekeringen0,6
  
Aansluiting naar EMU-basis0,2
FJR 2007208,9

De doorwerking vanuit 2006 heeft gezorgd voor een toename van 1,4 miljard euro ten opzichte van de Ontwerpbegroting. Door beleidsmaatregelen (autonomen) zijn de ontvangsten 0,1 miljard euro lager uitgekomen. Daarnaast waren er in 2007 enkele technische wijzigingen in de boekingswijze van bepaalde kasstromen waardoor de ontvangsten per saldo 0,2 miljard euro lager zijn uitgekomen. De endogene ontwikkeling en de aansluiting naar EMU-basis zijn in 2007 respectievelijk 2,6 miljard en 0,2 miljard euro hoger uitgekomen dan verwacht.

Doorwerking van 2006

De raming voor 2007 in de Ontwerpbegroting (Miljoenennota 2007) is gebaseerd op de raming van de ontvangsten in het dan nog lopende jaar 2006. Deze raming van het dan nog lopende jaar wordt aangeduid als de Vermoedelijke Uitkomsten. Indien de realisatie van een jaar anders uitkomt dan bij de Vermoedelijke Uitkomsten werd aangenomen heeft dit, behoudens incidentele factoren, een doorwerking naar het daaropvolgende jaar. De doorwerking van 2006 is reeds nader toegelicht in het Financieel Jaarverslag over 2006 en bedroeg 1,4 miljard euro.

Autonome bijstellingen in 2007

Autonome bijstellingen zijn het gevolg van wijzigingen in het beleid waartoe pas na de Ontwerpbegroting is besloten. Als gevolg daarvan zijn voor 2007 de inkomsten 0,1 miljard euro lager uitgekomen. De ontvangsten in de vennootschapsbelasting zijn hoger uitgevallen (+ 0,3 miljard euro) vanwege een vertraging in de invoering van de rentebox. Daar staat tegenover dat de nominale zorgpremie lager is uitgevallen dan verwacht (-0,4 miljard euro). De nominale zorgpremie wordt door de particuliere zorgverzekeraars vastgesteld en geïnd, maar valt desondanks wel onder de collectieve ontvangsten.

Technische aanpassingen in 2007

In 2007 zijn er een tweetal technische aanpassingen in de boeking van kasstromen geweest die invloed hebben op de inkomsten. Deze aanpassingen hebben verder geen beleidsmatige consequenties, noch hebben ze invloed op het EMU-saldo. Ten eerste is het premiedeel van de UFO1 -ontvangsten overgeheveld naar de inkomsten. Dit zorgt voor een toename van 0,3 miljard euro. Daarnaast is de werkgeversbijdrage voor de kinderopvang overgeheveld van de inkomsten naar de niet belastingontvangsten. Deze wijziging zorgt voor een afname van de belasting- en premieontvangsten met 0,5 miljard euro. Per saldo zorgen deze technische aanpassingen voor 0,2 miljard euro lagere ontvangsten.

Endogene ontwikkeling in 2007 ten opzichte van Miljoenennota 2007

De endogene ontwikkeling in 2007 is 2,6 miljard euro hoger uitgekomen dan oorspronkelijk verwacht. Deze verschillen ontstaan omdat de daadwerkelijke ontwikkeling van economische indicatoren meestal afwijkt van de geraamde ontwikkeling. Maar ook wanneer de economische indicatoren niet of nauwelijks afwijken van de raming kunnen er verschillen optreden met de raming doordat niet alle belastingsoorten zich even goed laten voorspellen, zelfs indien de economie als geheel zich volgens de verwachting ontwikkelt.

Tabel 3.3 Macro-economische kernvariabelen Ontwerpbegroting 2007 ten opzichte van realisatie
 Ontwerpbegroting 2007RealisatieVerschil
Nominale groeiBBP4,8%4,8%0,0%
Waardemutatie investeringen in woningen6,0%6,8%0,9%
Waardemutatie particuliere consumptie3,9%3,9%0,0%
Bruto loonontwikkeling marktsector2,3%2,4%0,1%
Werkgelegenheidmarkt1,7%2,4%0,7%
Arbeidsinkomensquote79,3%79,6%0,3%

De nominale BBP-groei is in 2007 uitgekomen op de oorspronkelijke raming. Onderliggend is er echter wel sprake van afwijkingen ten opzichte van het oorspronkelijke beeld. De investeringen in woningen en de duurzame particuliere consumptie zijn hoger uitgekomen dan oorspronkelijk geraamd, waardoor de ontvangsten bij de omzetbelasting per saldo zijn meegevallen, ook al is de particuliere consumptie als geheel niet hoger uitgekomen.


Bij de loonheffing is de ontwikkeling van de werkgelegenheid de belangrijkste oorzaak van de meevallende opbrengsten. De iets hoger dan geraamde ontwikkeling van de lonen (0,1% boven de raming) heeft slechts een beperkte invloed gehad op de meevallende ontvangsten.

Aansluiting naar EMU-basis

Bij de ontvangsten (belastingen en premies volksverzekeringen) wordt in eerste instantie de cijfers op kasbasis weergegeven, zijnde de ontvangsten van januari tot en met december. Echter, voor de cijfers op EMU-basis zijn de zogeheten 1-maands verschoven kasontvangsten relevant, de ontvangsten van februari 2007 tot en met januari 20082,3. De premies werknemers-

verzekeringen worden op transactiebasis weergegeven, waardoor er voor deze post geen aparte aansluiting naar EMU-basis is. De aansluiting naar EMU-basis is 0,2 miljard hoger uitgekomen dan bij de ontwerpbegroting 2007 werd verwacht.

Ontwikkeling van de totale ontvangsten

In onderstaande tabel 3.5 staan de belastingsoorten weergegeven waarvan de ontwikkeling aanzienlijk afwijkt van de economische ontwikkeling.

Tabel 3.4 Ontwikkeling ontvangsten in 2007 op kasbasis (x € miljoen)
 AutonoomEndogeenEnd in %Realisatie 2007
Omzetbelasting362 2635,7%42 216
Accijnzen– 443593,7%10 032
Belastingen van rechtsverkeer– 224748,9%5 793
Belastingen op een milieugrondslag79– 663– 14,9%3 855
     
Inkomensheffing– 96– 6039,9%– 6 772
Loonheffing– 6664 8506,5%78 401
Dividendbelasting– 1 08060414,3%3 750
Vennootschapsbelasting4671781,0%18 552

De omzetbelasting is sterker toegenomen dan de groei van de economie, en ook sterker dan de groei van de particuliere consumptie als geheel. Dit wordt veroorzaakt door een samenstellingseffect. Er bestaan verschillende tarieven in de omzetbelasting (6% en 19%); bij een toename van de consumptie van goederen die onder het hoge tarief vallen neemt de opbrengst toe, ook wanneer de particuliere consumptie als geheel gelijk blijft. In 2007 zijn de investeringen in woningen en de duurzame particuliere consumptie sterker toegenomen. Deze beide categorieën vallen onder het hoge BTW-tarief.


Bij de accijnzen is de ontwikkeling achtergebleven bij de economische groei. Hiervoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Met name de accijnzen op lichte olie, en alcoholaccijnzen zijn achtergebleven, terwijl de accijns op overige minerale oliën wel mee is gegroeid met de economische ontwikkeling. De achterblijvende alcoholaccijnzen worden veroorzaakt door een reeds langer bestaande trend, mensen drinken de laatste jaren steeds minder alcoholische dranken waardoor de ontvangsten achterblijven. Bij de accijnzen op lichte olie laat het effect van de hoge olieprijs zich gelden. Dit effect speelt minder bij de accijns op minerale oliën (diesel) omdat dit meer door zakelijke rijders wordt gebruikt. Dit zakelijke gebruik is minder gevoelig voor een toename van de olieprijs en hangt meer samen met de economische groei.


De hoge ontvangsten bij de belastingen van rechtsverkeer betreft de overdrachtsbelasting. Onder invloed van de stijgende huizenprijzen, met name in de eerste helft van 2007 is de opbrengst toegenomen. De belastingen op milieugrondslag laten daarentegen een grote tegenvaller zien. Dit hangt samen met de warme temperaturen in het begin van 2007 waardoor het verbruik van energie aanzienlijk lager was in die periode. Dit effect werd pas laat in het jaar zichtbaar en leidde daardoor pas bij de Najaarsnota tot een neerwaartse bijstelling van de raming. De vertraging waarmee de warme winter doorwerkte in de belastingontvangsten wordt veroorzaakt door de wijze waarop voor energie wordt betaald. Huishoudens betalen elke maand een voorschot, en eens per jaar volgt een afrekening op basis van het gerealiseerde gebruik, waarbij ook eventueel teveel betaalde energiebelasting wordt teruggegeven. Dit verklaart de vertraging tussen het lagere energieverbruik in het begin van 2007 en de tegenvallende belastingontvangsten bij de energiebelasting later in het jaar.


De ontwikkeling bij de inkomensheffing is minder sterk gerelateerd aan de economische ontwikkeling in het lopende jaar. Dit wordt veroorzaakt doordat burgers pas in het begin van 2008 aangifte hoeven te doen over 2007, waardoor eventuele effecten van de economische groei pas met vertraging zichtbaar worden. De ontwikkeling van de loonheffing (+ 6,5% endogene toename) is positief onder invloed van een redelijk hoge loonontwikkeling (+ 2,4%) en een sterke stijging van de arbeidsdeelname (+ 2,4%). De doorwerking vanuit 2006 vertekent het cijfer in lichte mate, maar daar staat tegenover dat de achterblijvende aanslagoplegging bij de loonheffing die in 2007 heeft plaatsgevonden de cijfers ook vertekent in de andere richting.


De ontwikkeling van de dividendbelasting is in 2007 ver uitgekomen boven de economische groei. Directe oorzaak hiervoor is de sterk toegenomen winstontwikkeling van Nederlandse bedrijven die zich heeft vertaald in hogere dividenduitkeringen. De ontwikkeling van deze belasting is sterk afhankelijk van de conjunctuur en daarmee lastig te voorspellen. In recente jaren (met name 2005) is al eerder sprake geweest van een buitengewone stijging van de opbrengsten van de dividendbelasting.


De endogene ontwikkeling van de vennootschapsbelasting is achtergebleven als gevolg van de doorwerking vanuit 2006. Zoals gerapporteerd in het Financieel Jaarverslag van vorig jaar waren de ontvangsten in 2006 0,9 miljard hoger door incidentele factoren. Dat effect leidt er nu toe dat de endogene ontwikkeling in 2007 achterblijft. Wanneer hiervoor zou worden gecorrigeerd komt de groei van de vennootschapsbelasting hoger uit dan de economische groei.

Endogene doorwerking naar 2008.

De ontvangsten in 2007 zijn in totaal 1,5 miljard euro hoger uitgekomen dan bij de Miljoenennota 2008 werd verwacht. Deze cijfers worden vertekend door een aantal incidenten.


Ten eerste is er bij het nieuwe systeem van aanslagoplegging bij de loonheffing dat in 2007 is ingevoerd enige vertraging opgelopen. Dat heeft ertoe geleid dat er in 2007 circa 0,3 miljard euro minder loonheffing is binnengekomen dan anders het geval zou zijn geweest. Naar verwachting zal deze vertraging zich vanaf 2008 niet meer voordoen, waardoor de opbrengsten vanaf 2008 0,3 miljard euro structureel hoger zijn. Daarnaast zal naar verwachting de achterstand die in 2007 is opgelopen weer worden ingehaald. Als gevolg daarvan zal in 2008 tevens sprake zijn van een incidenteel hogere opbrengst van 0,3 miljard euro.


Daarnaast is in 2007 uiteindelijk de invoering van de rentebox in de vennootschapsbelasting niet doorgegaan doordat er nog geen goedkeuring was van de Europese Commissie. Dat heeft geleid tot 0,3 miljard hogere ontvangsten (op kasbasis) in 2007. Omdat de verwachting is dat de rentebox in 2008 alsnog wordt ingevoerd, zal deze 0,3 miljard hogere opbrengst zich in 2008 niet meer voordoen.


De lagere ontvangsten bij de energiebelasting zijn te wijten aan een uitzonderlijk warme winter begin 2007, en de omvang van deze tegenvaller in 2007 werd pas bij Najaarsnota duidelijk. Deze tegenvaller achten wij deels (voor 0,2 miljard euro) incidenteel.


Tot slot is de technische wijziging waarbij de werkgeverbijdrage kinderopvang is verschoven van de inkomsten naar de niet-belastingontvangsten pas bij Najaarsnota doorgevoerd, waardoor de ontvangsten in 2007 0,5 miljard lager zijn uitgekomen. Per saldo is de endogene doorwerking naar 2008 2,5 miljard euro positief, waarvan 0,3 miljard incidenteel.

Tabel 3.5 Doorwerking 2007 naar 2008 (x € miljard euro)
1. Totale mutatie 2007 t.o.v. Vermoedelijke Uitkomsten1,5
  
2. Totaaleffect van incidenten op ontvangsten 2007 (=2a+2b+2c+2d)– 0,7
2a. Effect op inkomsten van niet doorgaan rentebox in 20070,3
2b. Effect op inkomsten van achterstand bij de loonheffing– 0,3
2c. Effect op inkomsten 2007 overheveling wgbijdrage kinderopvang– 0,5
2d. Effect op inkomsten 2007 incidentele tegenvaller energiebelasting– 0,2
  
3. Structurele doorwerking (=1–2)2,2
  
4. Incidentele effecten 2008 als gevolg van 2007 (=4a)0,3
4a. Effect op inkomsten van inlopen achterstand bij de loonheffing0,3
  
5. Totaal doorwerking van 2007 naar 2008(=3+4)2,5

1  Uitvoeringsfonds voor de Overheid.

2  Reden hiervoor is dat de 1-maands verschoven kasontvangsten een betere benadering zijn van de ontvangsten op transactiebasis.

3  Uitzondering op de 1-maands verschoven kasontvangsten zijn de inkomensheffing, dividendbelasting, vennootschapsbelasting en successierechten. Hiervoor geldt dat de 1-maands verschoven kasontvangsten geen betere benadering van de ontvangsten op transactiebasis zijn. Daarom worden voor deze belastingsoorten de ontvangsten op kasbasis gebruikt voor het EMU-saldo.