Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1.2 Ontwikkeling budgettair beeld

EMU-saldo

De overheidsfinanciën hebben in 2007 een positieve ontwikkeling doorgemaakt. In de Miljoenennota 2007 werd nog uitgegaan van een EMU-saldo van + 0,2 procent BBP, inmiddels is deze uitgekomen op een overschot van 0,4 procent BBP. Deze verbetering is vooral veroorzaakt door meevallers bij de belasting- en premieontvangsten en door een lager tekort bij de lokale overheden.


Ook het structurele EMU-saldo laat een overschot zien, en wel van 0,6 procent BBP. Dit is een verbetering van 0,6 procent BBP ten opzichte van de Miljoenennota 2007, waarin een structureel saldo van 0,0 procent BBP werd verwacht (volgens de definitie van de Europese Unie). De EMU-schuld komt uit op 45,4 procent BBP.

Uitgavenkaders

Het nieuwe kabinet heeft – zoals gebruikelijk – nieuwe kaders opgesteld voor de gehele kabinetsperiode. Dit is gebeurd in de Miljoenennota 2008 op basis van de afspraken in het Coalitieakkoord. De uitgaven in 2007 zijn binnen de kaders gebleven. De onderschrijding ten opzichte van het totale kader is in 2007 uitgekomen op 1,5 miljard euro. De onderschrijding is vooral ontstaan door onderuitputting op diverse begrotingen, voornamelijk bij het infrastructuurfonds.

Tabel 1.2.1. Kadertoetsing (x miljard euro, min betekent onderschrijding)
 MN 2008FJR 2007Verschil
RBG-eng0,0– 1,1– 1,1
SZA0,0– 0,1– 0,1
Zorg0,0– 0,4– 0,4
Totaal0,0– 1,5– 1,5

* Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.


De uitgavenkaders in de Miljoenennota 2008 verschillen van die van het vorige kabinet. Zo heeft het huidige kabinet de rentelasten op de staatschuld bijvoorbeeld buiten de kaders geplaatst, maar is de heffings- en invorderingsrente weer binnen het kader opgenomen. Daarnaast zijn verantwoordelijkheden tussen ministers herverdeeld, wat van invloed is geweest op de vaststelling van de kaders. De uitgavenkaders van de twee kabinetten zijn daarom niet één op één met elkaar te vergelijken.


Bij de Algemene Financiële Beschouwingen heeft het kabinet aan de Tweede Kamer meegedeeld dat de kaderrelevante uitgaven ten opzichte van de Miljoenennota 2007 (dus volgens de kaderdefinitie van het vorige kabinet) met 3,4 miljard euro waren toegenomen. In het Financieel Jaarverslag van het Rijk is deze toename ten opzichte van de Miljoenennota 2007 gehalveerd tot 1,7 miljard euro. De toename is vooral veroorzaakt door hogere zorguitgaven, voornamelijk door afrekeningen uit voorgaande jaren. Ook het vorige kabinet zou te maken hebben gehad met deze tegenvallers uit de zorg. Overigens bleken de zorguitgaven in 2007 hoger te zijn uitgevallen dan het vorige kabinet in de boedelbrief had aangegeven.

Macro-economische variabelen

Bij het opstellen van de budgettaire ramingen wordt uitgegaan van een aantal macro-economische kernvariabelen. De ontwikkeling van deze variabelen is mede bepalend voor de realisatie van de begroting. Tabel 1.2.2 geeft een overzicht van de ontwikkeling van deze variabelen.

Tabel 1.2.2 Macro-economische kernvariabelen
 MN 2007FJR 2007Verschil
Volume BBP (in %)33,5½
Prijs BBP (in %)1,3–½
BBP (x € miljard)5545605
Contractloon markt (in %)21,9– 0,1
Consumentenprijsindex (in %)1,60,1
Werkloosheid (in duizenden personen)345344– 1
Lange rente(in %)4,2– 0,1
Eurokoers (dollar per euro)1,251,370,12
Olieprijs (in $)7072,52,5

Tabel 1.2.3 geeft een samenvattend overzicht van de ontwikkeling van de verschillende onderdelen waaruit het EMU-saldo is opgebouwd. In de paragrafen hierna komen de verschillende onderdelen nader aan de orde.

Tabel 1.2.3 Budgettaire kerngegevens (x € miljard, min betekent uitgaven)
 MN 2007FJR 2007Verschil
1. Netto-uitgaven onder het kader RBG-eng– 101,5– 92,09,5
2. Netto begrotingsgefinancierde uitgaven SZA– 15,9– 13,92,0
3. Netto begrotingsgefinancierde uitgaven BKZ0,0– 2,0– 2,0
4. Netto uitgaven niet relevant voor enig kader*– 11,3– 25,9– 14,6
5. Netto begrotingsgefinancierde uitgaven (5=1+2+3+4)– 128,7– 133,8– 5,1
    
6. Belastingen130,9135,04,1
7. Overig**1,81,90,0
8. EMU-saldoCentrale Overheid4,13,0– 1,0
    
9. EMU-saldoLokale Overheid– 1,6– 0,51,1
    
10. EMU-saldoSociale Fondsen– 1,6– 0,31,3
    
11. EMU-saldo(- = tekort)0,92,21,3
EMU-saldo in %BBP0,2%0,4%0,2%
    
EMU-schuld265,3253,8– 11,5
EMU-schuldin %BBP47,9%45,4%– 2,5%
    
BBP(in miljarden euro’s)5545605

* Exclusief aflossing en uitgifte vaste schuld.

** O.a. kas-transverschillen en financiële transacties.

1.2.1 Uitgavenontwikkeling

De ontwikkelingen aan de uitgavenkant worden hieronder per uitgavenkader afzonderlijk behandeld. De uitgaven die niet relevant zijn voor het uitgavenkader staan in de internetbijlage.

Rijksbegroting in enge zin

Rijksbegroting in enge zin

De uitgaven voor de rijksbegroting in enge zin (RBG-eng) vertonen een onderschrijding van 1,1 miljard euro ten opzichte van het kader, zoals opgesteld in de Miljoenennota 2008. Tabel 1.2.4 geeft een overzicht van de mutaties sinds de ontwerpbegroting.

Tabel 1.2.4: Uitgavenontwikkeling Rijksbegroting (x miljard euro)
Stand ontwerp begroting101,5
Macrobijstellingen 
EU-afdrachten– 0,2
ODA Schuldkwijtschelding0,2
GF/PF0,2
Overige mee- en tegenvallers 
Winstafdracht DNB, dividend en heffings- en invorderingsrente– 0,4
Exportverzekeringen provenu’s– 0,2
Huursubsidie/huurtoeslag0,4
Heffingswet0,5
Kinderopvanguitvoeringstegenvaller0,5
Infrastructuurfonds– 0,8
Vrijval diverse begrotingen– 0,4
Beleid 
Afkoop veren0,2
Schuldsanering Antillen0,1
Kinderopvang (overboeking van SZA naar RBG-eng)1,6
Rente (uit het kader)– 11,2
Uitgavenniveau Financieel Jaarverslag Rijk 200792,0

Macrobijstellingen

De afdrachten aan de Europese Unie (EU) vallen lager uit. De lagere afdrachten worden enerzijds veroorzaakt doordat de Europese Commissie de cijfers van het Europese Bruto Nationaal Inkomen (BNI) en de BTW heeft aangepast op basis van realisaties. Anderzijds is op de EU-begroting onderuitputting opgetreden bij de landbouwuitgaven, bij de structuurfondsen en bij onderzoeksprogramma’s, waardoor lidstaten minder hoefden af te dragen. Verder zijn aan ontwikkelingslanden minder schulden kwijtgescholden dan geraamd. In plaats daarvan zijn aan de begroting extra middelen voor ontwikkelingssamenwerking toegevoegd, zodat de doelstelling om jaarlijks 0,8% van het Bruto Nationaal Product aan ontwikkelingssamenwerking te besteden wordt gerealiseerd. Ten slotte vallen de afdrachten aan het gemeente- en provinciefonds hoger uit.

Overige mee- en tegenvallers

Rente-effecten op zowel de kapitaalmarkt alsook de geldmarkt hebben ervoor gezorgd dat de winstafdracht DNB hoger is dan geraamd. Daarnaast zijn er meevallers bij de dividendontvangsten en de heffings- en invorderingsrente. In de Club van Parijs zijn afspraken gemaakt over de vervroegde aflossing van Peru en Angola. Hierdoor zijn de provenuontvangsten hoger uitgevallen. De uitgaven huurtoeslag laten een tegenvaller zien ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Verder heeft de vertraging van het interim-wetsvoorstel «betaalbaarheidheffing huurwoningen» geleid tot een tegenvaller. De uiteindelijke uitgaven voor de kinderopvang zijn hoger uitgekomen dan eerder geraamd. Daarbij is er sprake van onderuitputting bij het Infrastructuurfonds, vooral door vertragingen bij enkele grote infrastructuurprojecten. Zo is bijvoorbeeld de aanleg van wegen (zoals de A4 Burgerveen-Leiden en de A2 Holendrecht-Oudenrijn-Everdingen) vertraagd als gevolg van uitspraken van de Raad van State. De middelen blijven beschikbaar voor het Infrastructuurfonds en kunnen in de komende jaren worden uitgegeven. Ook bij overige begrotingen is sprake van onderuitputting.

Beleid

Het kabinet heeft de exploitatie van drie veerverbindingen over het Noordzeekanaal afgekocht en overgedragen aan de gemeente Amsterdam. Hiervoor is een afkoopsom overeengekomen van 0,2 miljard euro. Voor de Antillen wordt een gedeelte van de schuld gesaneerd. Deze staat op dit moment op een geblokkeerde bestemmingsrekening bij de Bank Nederlandse Antillen.

Daarnaast heeft het kabinet besloten de uitgaven van de kinderopvang over te hevelen van het kader SZA naar het kader RBG-eng (valt nu onder de verantwoordelijkheid van OCW). De rente is bij de opstelling van de nieuwe kaders uit het kader RBG-eng gehaald; de rente op de staatsschuld is nu niet relevant voor enig uitgavenkader. De rente-uitgaven blijven uiteraard wel van invloed voor het EMU-saldo.

Sociale zekerheid en arbeidsmarkt

Sociale zekerheid en arbeidsmarkt

De uitgaven onder het kader sociale zekerheid en arbeidsmarkt (SZA) vertonen een onderschrijding van 0,1 miljard euro ten opzichte van het kader, zoals opgesteld in de Miljoenennota 2008. Tabel 1.2.5 geeft een overzicht van de mutaties sinds de ontwerpbegroting.

Tabel 1.2.5 Uitgavenontwikkeling SZA(x miljard euro, min betekent lagere uitgaven)2007
Uitgavenniveau Miljoenennota 200758,4
Macrobijstellingen 
Wwb/Ioaw volume– 0,2
AOW: hogere levensverwachting CBS0,1
Overige mee- en tegenvallers 
Uitvoering ZW/WW– 0,2
Uitvoering ao-regelingen– 0,3
Beleid 
Verhoging uitkering wajong/ wao/waz 75%0,3
Uitvoering amendement Mosterd0,1
Overheveling Kinderopvang naar RBG-eng– 1,6
Uitgavenniveau Financieel Jaarverslag van het Rijk 200756,6

Macrobijstellingen

De Wwb (Wet werk en bijstand) en Ioaw-volumes (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) zijn lager dan geraamd als gevolg van nieuwe macro-economische ontwikkelingen. Doordat de levensverwachting is toegenomen, is de AOW-raming opwaarts bijgesteld.

Overige mee- en tegenvallers

De meevaller bij de uitvoering ZW/WW is het saldo van een meevaller bij de Werkloosheidwet (WW) en een tegenvaller bij de Ziektewet (ZW). De meevaller bij de WW wordt veroorzaakt doordat de gemiddelde WW-uitkering in 2007 lager uitgekomen is dan verwacht. Door de gunstige conjunctuur is het WW-volume afgenomen. De hogere uitgaven bij de ZW (inkomensbescherming bij ziekte voor o.a. werklozen en uitzendkrachten) komen voornamelijk door een tegenvallende volumeontwikkeling.

Beleid

Met de verhoging van de Wajong/WAO/WAZ-uitkering voor volledig arbeidsongeschikten van 70 naar 75 procent WML, is invulling gegeven aan het Coalitieakkoord. Conform amendement Mosterd/Verbeet komen personen die voor 1981 zijn gescheiden – en vallen binnen een bepaald inkomensniveau – in aanmerking voor een tegemoetkoming. Het gaat hierbij om mensen die geen beroep kunnen doen op de overgangsregeling«wet verevening pensioenrechten». Bij de uitvoering van deze regeling is gebleken dat het aantal personen dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming fors hoger is dan ten tijde van de indiening van het amendement werd verondersteld. Ten slotte is het budget voor kinderopvang, conform de afspraken uit het Coalitieakkoord, overgeheveld naar de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Budgettair kader zorg

Budgettair kader zorg

De uitgaven in de Zorgsector vertonen een onderschrijding van 0,4 miljard euro ten opzichte van het kader, zoals opgesteld in de Miljoenennota 2008. Tabel 1.2.6 geeft een overzicht van de mutaties sinds de ontwerpbegroting.

Tabel 1.2.6 Uitgavenontwikkeling BKZ(x miljard euro, min betekent lagere uitgaven)2007
Uitgavenniveau Miljoenennota 200746,4
Macrobijstellingen 
Nominale bijstellingen– 0,1
  
Beleid 
Awbz-convenantsectoren0,3
Huisartsen0,3
Ziekenhuizen0,3
Niet volledig realiseren macrokorting ziekenhuizen0,1
Medisch specialisten0,3
Pgb-groei0,2
Diversen– 0,2
Uitgavenniveau Financieel Jaarverslag van het Rijk 200747,6

* Door afrondingsverschillen wijkt de som van de delen af van het totaal.

Macrobijstellingen

Op basis van de meest recente macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau is de raming van de nominale ontwikkeling neerwaarts bijgesteld met 0,1 miljard euro.

Overige mee- en tegenvallers

Er hebben zich in 2007 tegenvallers voorgedaan bij de AWBZ-convenantsectoren (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Deze tegenvaller van 0,3 miljard euro is te wijten aan hoger dan geraamde uitgaven bij de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), de Gehandicaptenzorg en de Verpleging & Verzorging. Ten opzichte van de begroting is bij de huisartsen sprake van een tegenvaller van 0,3 miljard euro. Deze overschrijding is voor het grootste deel toe te schrijven aan overschrijdingen van het aantal consulten, de module Praktijk Ondersteuning Huisartsen (POH) en de avond-, nacht- en weekenddiensten. Een hogere volumeontwikkeling bij de ziekenhuizen (hogere uitgaven dan vastgelegd in de prestatiecontracten tussen ziekenhuizen, verzekeraars en VWS) heeft een overschrijding veroorzaakt van 0,3 miljard euro. Een eerder gemelde overschrijding van 0,3 miljard kon als gevolg van een rechterlijke uitspraak niet volledig worden teruggehaald. Na overleg met de Nederlandse vereniging van ziekenhuizen (NVZ) is besloten dat de ziekenhuizen 50 procent van deze overschrijding voor hun rekening nemen. Dit heeft geresulteerd in een aanvullend besparingsverlies van 0,1 miljard euro. Daarnaast heeft de medisch specialistische zorg van ziekenhuizen meer zorg verleend dan eerder was voorzien. Dit leidt tot ook tot hogere uitgaven met een waarde van 0,3 miljard euro. Als gevolg van een onvoorzien hoge groei van het aantal pgb-budgethouders is het beschikbare budget voor pgb’s overschreden met 0,2 miljard euro.

1.2.2 Inkomstenbeeld

Belastingen en premies

Belastingen en premies

De belasting- en premie-inkomsten zijn 3,9 miljard euro hoger uitgekomen dan in de Miljoenennota 2007 was geraamd. Deels is dit nog het gevolg van een gunstige doorwerking van de realisaties van 2006, maar het grootste deel is veroorzaakt door de economische ontwikkeling in 2007 waardoor de ontvangsten hoger zijn uitgevallen.

Tabel 1.2.7 Ontwikkeling van de opbrengst belastingen en premies op EMU-basis (x € miljard)
 MN 2007FJR 2007Verschil
Belastingen en premies volksverzekeringen163,7167,84,1
wv belastingen131,6135,94,4
wv premies volksverzekeringen32,131,9– 0,2
Premies werknemersverzekeringen41,441,1– 0,3
Totaal205,0208,93,9

De oorzaak van de hogere ontvangsten is uitgesplitst in onderstaande tabel 1.2.8, waarin de ontwikkeling tussen de Miljoenennota 2007 en de uiteindelijke realisaties wordt weergegeven. De doorwerking vanuit 2006 leverde een meevaller op van 1,4 miljard euro. Dit is het gevolg van het feit dat de realisaties van 2006 hoger uitvielen dan ten tijde van de Miljoenennota 2007 werd verwacht. Nadere uitleg hierover is reeds gegeven in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2006.


Vervolgens zijn er enkele beleidsmatige wijzigingen geweest, die per saldo voor 0,1 miljard euro lagere ontvangsten hebben gezorgd. Het niet doorgaan van de rentebox in 2007 heeft geleid tot 0,3 miljard euro hogere ontvangsten bij de vennootschapsbelasting. Daar staat tegenover dat de lager dan geraamde nominale zorgpremie voor een tegenvaller van 0,4 miljard euro heeft gezorgd.


Daarnaast is er een tweetal technische aanpassingen geweest in de boeking van kasstromen. Het premiedeel van de UFO (Uitvoeringsfonds voor de Overheid) is verschoven naar de inkomsten, terwijl de werkgeversbijdrage kinderopvang naar de niet-belastingontvangsten is verschoven. Deze mutaties hebben geen verdere effecten, alleen de boekingswijze is veranderd.

Tabel 1.2.8 Ontwikkeling ontvangsten vanaf MN 2007 gesplitst naar oorzaak (x € miljard) op EMU-basis
Miljoenennota 2007205,0
  
Totale mutatie3,9
  
Doorwerking 20061,4
wv belastingen en premies volksverzekeringen1,7
wv premies werknemersverzekeringen– 0,3
  
Autonoom– 0,1
wv vennootschapsbelasting0,3
wv nominale premie zorgverzekeringswet (ZVW)– 0,4
  
Technische aanpassingen– 0,2
wv verschuiving UFO premie naar inkomsten0,3
wv verschuiving wgbijdrage kinderopvang naar niet belastingontvangsten– 0,5
  
Endogeen2,6
wv omzetbelasting0,6
wv overdrachtsbelasting0,4
wv Loon/inkomensheffing1,1
wv Vpb0,2
wv energiebelasting– 0,8
wv dividendbelasting0,6
wv overige belastingen en premies vvz– 0,2
wv Premies werknemersverzekeringen0,6
  
Aansluiting naar EMU-basis0,2
Financieel Jaarverslag van het Rijk 2007208,9

Endogene ontwikkeling ten opzichte van de raming bij Miljoenennota 2007

De hogere endogene ontwikkeling van de ontvangsten ten opzichte van de oorspronkelijke raming heeft 2,6 miljard euro bijgedragen aan de hogere realisaties. Deze meevaller is met name terug te vinden bij de loon- en inkomensheffing en de omzetbelasting. De hogere loon- en inkomensheffing is met name toe te schrijven aan een hoger dan verwachte groei van de werkgelegenheid. De ontwikkeling van de contractlonen is nagenoeg op de oorspronkelijke raming uitgekomen.


De omzetbelasting is 0,6 miljard euro hoger uitgevallen onder invloed van hogere particuliere consumptie van duurzame goederen en hogere investeringen in woningen. De dividendbelasting heeft in 2007 0,6 miljard euro meer opgebracht dan verwacht onder invloed van de conjunctuur. Overige meevallers deden zich voor bij de premies werknemersverzekeringen, ook onder invloed van de stijgende werkgelegenheid en bij de overdrachtsbelasting doordat de huizenprijzen in de eerste helft van 2007 harder stegen dan verwacht.


Een tegenvaller was er met name bij de energiebelasting. Als gevolg van de warme winter begin 2007 is het energiegebruik lager geweest dan geraamd, wat heeft geleid tot een tegenvaller van 0,8 miljard euro. Ten slotte is de aansluiting van de kasontvangsten naar de ontvangsten op EMU-basis 0,2 miljard euro hoger uitgekomen dan oorspronkelijk geraamd. Deze aansluiting betreft de inkomsten in januari 2008 die nog relevant zijn voor het EMU-saldo 2007.

Endogene ontwikkeling van de totale ontvangsten

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten over 2007 is licht hoger uitgekomen dan de (nominale) groei van het BBP. Met name de omzetbelasting en de loon- en inkomstenheffing dragen daaraan bij, als gevolg van een sterkere toename van de duurzame particuliere consumptie en de werkgelegenheid. Bij de loonheffing is in 2007 sprake geweest van een vertraging in de aanslagoplegging die de inkomsten met circa 0,3 miljard euro heeft gedrukt. Doordat zich van 2006 naar 2007 eenzelfde soort effect voordeed (met een omvang 0,2 miljard euro) is de invloed hiervan echter beperkt. Bij de belastingen van rechtsverkeer draagt met name de overdrachtsbelasting bij aan de hogere groei. De invloed daarvan op de totale ontvangsten is echter kleiner omdat deze belastingsoort aanzienlijk kleiner is dan de omzetbelasting en de loon- en inkomensheffing.


De ontwikkeling bij de vennootschapsbelasting wordt vertekend door incidenteel hogere ontvangsten in 2006, zoals uitgelegd in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2006. Hierdoor valt de endogene ontwikkeling in 2007 lager uit. De belastingen op milieugrondslag laten een sterke endogene daling zien. Dit is geconcentreerd bij de energiebelasting, en is het gevolg van de zachte winter begin 2007 waardoor het energieverbruik in die periode sterk afnam. De dividendbelasting is daarentegen in 2007 sterk toegenomen. De ontwikkeling van deze belastingsoort hangt samen met de winstontwikkeling van bedrijven, waardoor de ontvangsten sterk op de conjuncturele ontwikkeling reageren.

Tabel 1.2.9. Endogene ontwikkeling van belastingen en premies volksverzekeringen in 2007 (in %)
 2007
Kostprijsverhogende belastingen4,4%
Omzetbelasting5,7%
Accijnzen3,7%
Belasting op Personenauto’s en Motorrijwielen5,0%
Belastingen van rechtsverkeer8,9%
Belastingen op een milieugrondslag– 14,9%
  
Belastingen op winst, inkomen en vermogen en premies vvz5,6%
Loon- en inkomstenheffing6,2%
Dividendbelasting14,3%
Vennootschapsbelasting1,0%
Successierechten4,9%
  
Belastingen en premies VVZ in totaal5,2%
Nominale groei BBP4,8%

De macro-progressiefactor voor de belastingen en premies volksverzekeringen is in 2007 met een nominale BBP groei van 4,8% en een endogene groei van de ontvangsten van 5,2% uitgekomen op 1,1. Dit wil zeggen dat de ontvangsten iets sterker zijn toegenomen dan het BBP.

Endogene doorwerking naar 2008

De realisaties voor 2007 zijn 1,5 miljard euro hoger uitgekomen dan bij de Miljoenennota 2008 werd verwacht. Voor een deel heeft dit een doorwerking naar de inkomstenraming voor 2008. Een vertraging in de aanslagoplegging bij de loonheffing heeft de ontvangsten in 2007 0,3 miljard euro lager doen uitkomen dan anders het geval zou zijn geweest. Deze vertraging zal in 2008 worden ingelopen en leidt tot 0,6 miljard euro hogere ontvangsten, waarvan 0,3 miljard euro incidenteel is. Daar staat tegenover dat er bij Miljoenennota nog van uit werd gegaan dat de rentebox in 2007 doorgang zou vinden. Het niet doorgaan zorgt ervoor dat de ontvangsten 2007 0,3 miljard euro hoger zijn uitgevallen. Omdat de rentebox in 2008 alsnog zal worden ingevoerd, zal deze meevaller zich niet nogmaals voordoen.


De lagere ontvangsten bij de energiebelasting zijn veroorzaakt door een uitzonderlijk warme winter begin 2007 en de omvang van deze tegenvaller werd pas bij Najaarsnota zichtbaar. Vanwege de uitzonderlijkheid van de weersomstandigheden wordt een deel van deze tegenvaller (0,2 miljard) incidenteel geacht waardoor de doorwerking naar 2008 met 0,2 miljard euro toeneemt.


Tot slot is de technische wijziging waarin de werkgeversbijdrage kinderopvang is verschoven van de belasting- en premie inkomsten naar de niet-belastingontvangsten pas bij Najaarsnota doorgevoerd, waarvoor gecorrigeerd moet worden. Per saldo is de doorwerking naar 2008 2,5 miljard euro positief, waarvan 0,3 miljard incidenteel in de loonheffing.

Tabel 1.2.10 Doorwerking van 2007 naar 2008 (x € miljard euro)
1. Totale mutatie 2007 t.o.v. Vermoedelijke Uitkomsten1,5
  
2. Totaaleffect van incidenten op ontvangsten 2007 (=2a+2b+2c+2d)– 0,7
2a. Effect op inkomsten van niet doorgaan rentebox in 20070,3
2b. Effect op inkomsten van achterstand bij de loonheffing– 0,3
2c. Effect op inkomsten 2007 overheveling wg-bijdrage kinderopvang– 0,5
2d. Effect op inkomsten 2007 incidentele tegenvaller energiebelasting– 0,2
  
3. Structurele doorwerking (=1–2)2,2
  
4. Incidentele effecten 2008 als gevolg van 2007 (=4a)0,3
4a. Effect op inkomsten van inlopen achterstand bij de loonheffing0,3
  
5. Totaal doorwerking van 2007 naar 2008 (=3+4)2,5

1.2.3 EMU-saldo en EMU-schuld

EMU-saldo

EMU-saldo

Het EMU-saldo 2007 is ten opzichte van de raming in de Miljoenennota 2007 hoger uitgekomen. In de Miljoenennota 2007 werd nog uitgegaan van een overschot van 0,2 procent BBP; de realisatie over het jaar 2007 is uitgekomen op een overschot van 0,4 procent BBP. Tabel 1.2.11 geeft de verschillen tussen raming en realisatie voor de onderliggende sectoren Rijk, sociale fondsen en lokale overheden. Bij het Rijk laat het EMU-saldo een kleine neerwaartse mutatie zien van 0,2 procent BBP. Dit is een saldo van hoger uitgekomen belastingontvangsten dan geraamd (circa 0,8 procent), lager uitgekomen gasbaten (circa 0,2 procent BBP) en hoger uitgekomen uitgaven (circa 0,8 proecnt BBP). Bij de lokale overheden en de sociale fondsen laten de saldi een kleine opwaartse mutatie zien.


Ook het structurele EMU-saldo is beter uitgekomen dan van tevoren werd verwacht. Dit saldo laat een overschot van 0,6 procent BBP zien terwijl bij de Miljoenennota 2007 nog van een saldo van 0,0 procent BBP werd uitgegaan (volgens de definitie van de Europese Unie). Deze mutatie komt voor 0,2 procentpunt BBP op conto van feitelijk EMU-saldo en voor 0,4 procentpunt BBP op conto van de output gap.

Tabel 1.2.11 EMU-saldo per sector (in % BBP)
 MN 2007FJR 2007Verschil
Rijk0,70,5– 0,2
Sociale fondsen– 0,3– 0,10,2
Lokale overheden– 0,3– 0,10,2
EMU-saldo0,20,40,2

* Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal

Schuldquote

EMU-schuld

Ook de schuldquote is aanzienlijk beter uitgekomen dan geraamd in de Miljoenennota 2007. Werd in de Miljoenennota 2007 nog uitgegaan van een schuld van 47,9 procent BBP, in de realisatie is de omvang van de schuld vastgesteld op 45,4 procent BBP. Onderstaande tabel geeft de aansluiting tussen de raming aan het begin van 2007 en de realisatie per ultimo 2007. Hieruit blijkt dat de verbetering van de schuldquote per saldo veroorzaakt wordt door kleine mutaties in het noemereffect, de financiële transacties en het EMU-saldo.

Tabel 1.2.12 Ontwikkeling EMU-schuld 2007 (in % BBP; min betekent schuldverbeterend)
 MN 2007FJR 2007Verschil
EMU-schuld 1 januari 200750,247,9– 2,3
Noemereffect– 2,3– 2,10,2
Effect EMU-saldo– 0,2– 0,4– 0,2
Financiële transacties, kas-transcorrecties e.a.0,20,0– 0,2
EMU-schuld ultimo 200747,945,4– 2,5

Bovenstaande analyse zoemt in op de verticale ontwikkeling van de EMU-schuldquote. De horizontale ontwikkeling van de schuld (zeg maar de jaar op jaar ontwikkeling) laat van 2006 op 2007 een daling van de EMU-schuldquote zien met 2½ procent BBP van 47,9 procent BBP1 naar 45,4 procent BBP. Ook in nominale bedragen neemt de schuld af van 2006 op 2007. De schuld daalt met 2 miljard euro van 255,8 miljard euro naar 253,8 miljard euro.

EMU-saldo en EMU-schuld in internationaal perspectief

Onderstaande grafiek geeft het EMU-saldo en de EMU-schuld 2007 weer voor de landen van de eurozone.

Figuur 1.2.1 EMU-schuld en tekort in 2007 (eurozone, % BBP)



kst115829_07.gif

1  Om verwarring te vermijden wordt opgemerkt dat deze 47,9 procent BBP louter bij toeval dezelfde waarde heeft als de EMU-schuldquote 2007 ten tijde van de Miljoenennota 2007 uit tabel 1.2.12.