Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3. BELEIDSPRIORITEITEN

3.1 Algemeen

Staatsschuld

In 2007 bedroegen de rentekosten over de staatsschuld € 9,1 mld. Dit is ca. 1,6 % BBP. De staatsschuld conform EMU-definitie bedraagt ultimo 2007 € 211,8 mld. Dit is 37,8% van het BBP.

Interne schuldverhouding

De interne schuldverhouding is de schuld van de Staat aan de deelnemers aan het geïntegreerd middelenbeheer. De interne schuldverhouding is € 2,4 mld hoger dan eerder geraamd. De belangrijkste oorzaak hiervoor vormt de realisatie in 2006 van € 5,6 mld terwijl de begroting is uitgegaan van € 3,9 mld. Deze realisatie werkt door in 2007. Met andere woorden de raming voor 2007 zou hoger zijn geweest als de realisatie 2006 bekend was geweest.

Tabel 1: Kerncijfers ontwerpbegroting en realisaties 2007 (in mld. euro’s)
 RealisatieOntwerpbegrotingVerschil
EMU-schuld254265– 11
Staatsschuld conform EMU-definitie211,8218,6– 6,8
Interne schuldverhouding14,82,42,4
Rentekosten staatsschuld (artikel 1)9,19,3– 0,2
Rentekosten interne schuldverhoudingen (artikel 2)10,20,00,2
Rentekosten FES (artikel 2)0,60,60
Rentekosten AOW-spaarfonds (artikel 2)1,21,20
Totaal11,111,10

1 Exclusief FES en AOW-spaarfonds.

Rentekosten

De totale rentekosten die zijn verantwoord op IXA bedroegen in 2007 € 11,1 mld. De rentekosten zijn de rentelasten minus de rentebaten.


De rentekosten voor de staatsschuld zijn € 0,2 mld lager dan begroot. Daar tegenover staat dat de rentekosten van de interne schuldverhoudingen (exclusief FES en AOW-spaarfonds) € 0,2 mld hoger zijn dan begroot. De lagere realisatie op de rentekosten voor de staatsschuld is hoofdzakelijk het gevolg van lagere rentelasten op de vaste schuld. Dit wordt veroorzaakt doordat in 2007 iets minder op de kapitaalmarkt is gefinancierd dan was geraamd. Daarnaast was er sprake van iets hogere rentebaten over tijdelijk op de geldmarkt uitgezette liquiditeiten als gevolg van positieve schatkistsaldi. De rentekosten voor de interne schuldverhouding zijn € 0,2 mld hoger dan begroot. Dit is het gevolg van een toename van de rekening courant saldi van de sociale fondsen en de hogere korte rente.

Opbouw en dekking financieringsbehoefte

In 2007 is in totaal een bedrag van € 27,0 mld aan kapitaalmarktleningen afgelost en geherfinancierd. Daarnaast is een deel van de schuld gefinancierd op de geldmarkt. De geldmarktstand per ultimo 2006 (€ 14,0 mld) moest in 2007 opnieuw worden gefinancierd. Het feitelijk tekort op kasbasis, waarin ook de mutatie van de interne schuldverhouding is meegenomen, draagt eveneens bij aan de financieringsbehoefte. In 2007 was vanuit het geïntegreerd middelenbeheer sprake van een daling van de interne schuldverhouding van € 0,8 mld (van € 5,6 mld in 2006 naar € 4,8 mld in 2007).


In de dekking is als volgt voorzien. In 2007 is als gevolg van uitgifte van kapitaalmarktleningen € 21,4 mld werkelijk op kasbasis ontvangen (de uitgifte bedroeg nominaal € 21,6 mld). De netto uitstaande schuld op de geldmarkt was ultimo 2007 € 19,4 mld.

Tabel 2: Opbouw en dekking van de financieringsbehoefte van het Rijk in 2007, inclusief de geldmarkt (in mld. euro’s) op kasbasis1
 Realisatie
Opbouw: 
Aflossingen kapitaalmarkt27,0
Geldmarkt ultimo 200614,0
Feitelijk tekort– 0,6
Totaal40,3
  
Dekking door: 
Kapitaalmarktuitgifte21,4
Geldmarkt ultimo 200719,4
Mutatie overige banksaldi– 0,5
Totaal40,3

1 In tegenstelling tot de overige tabellen worden in deze tabel cijfers op kasbasis weergegeven. Voor een vergelijking van de realisatiecijfers op transactiebasis en de ramingen in de ontwerpbegroting wordt verwezen naar tabel 3: Budgettaire gevolgen van beleid. Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

3.2 Financieringsbeleid en beleidsprioriteiten 2007

Het financieringsbeleid heeft betrekking op de regels en gebruiken die de Staat in acht neemt bij het beheren van de bestaande schuld en de uitgifte van nieuwe schuld. In de ontwerpbegroting zijn op dit terrein een aantal beleidsprioriteiten geformuleerd. In onderstaande tabel zijn deze beleidsprioriteiten opgenomen en wordt gerapporteerd over de resultaten van het beleid en de verder te ondernemen activiteiten.

BeleidsprioriteitBeleidsmatige conclusie/Resultaat in 2007Te nemen maatregelen en te ondernemen activiteiten
Afronden van de herijking van het risicomanagement, teneinde het beleidskader voor 2008 tot en met 2011 vast te stellen.In 2007 is de herijking van het risicomanagement afgerond. Op basis van de herijking is gekozen voor de invoering van een benchmark voor financiering van de staatsschuld. Hiermee is het beleidskader voor de periode 2008–2011 vastgesteld. De benchmark die is vastgesteld is een 7-jaars gecentreerde portefeuille.Implementatie van de benchmark voor de staatsschuld (beleidsprioriteit 2008).
Het sturen, met de uitgifte van staatsleningen in 2007, op een risicobedrag in 2008 van circa 9% BBP. Hierbij geldt als randvoorwaarde dat het bereiken van 9% in latere jaren niet mag worden bemoeilijkt.Door introductie van het nieuwe risicokader is in 2007 het basisrisicobedrag van 9% BBP voor 2008 niet klaargezet. Voor 2008 geldt namelijk het nieuwe risicokader.Geen.

3.3 Kasbeheer en beleidsprioriteiten 2007

De rijksoverheid en de aan haar gelieerde instellingen streven ernaar de hen toegewezen middelen zo efficiënt mogelijk te beheren. Een belangrijk instrument daartoe is geïntegreerd middelenbeheer. Kenmerk hiervan is het bundelen van geldstromen van rijksoverheid en instellingen, waarmee zowel een doelmatig als risicoarm kasbeheer mogelijk wordt. Geïntegreerd middelenbeheer wordt thans toegepast op ministeries, baten-lastendiensten, begrotingsfondsen (onder andere AOW Spaarfonds), sociale fondsen, een aantal rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s) en een aantal subsidie-regelingen. Naast een doelmatig beheer van de middelen streeft de rijksoverheid naar een efficiënte en betrouwbare afwikkeling van haar betalingsverkeer. De basis hiervoor vormen contracten met het commerciële bankwezen.


In de ontwerpbegroting zijn op dit terrein een aantal beleidsprioriteiten geformuleerd. Onderstaand zijn deze beleidsprioriteiten opgenomen en wordt aangegeven welke conclusie is getrokken over de resultaten van het beleid en de verder te ondernemen activiteiten.

BeleidsprioriteitResultaat in 2007Te nemen maatregelen en te ondernemen activiteiten
Verdere uitbreiding van geïntegreerd middelenbeheer met RWT’s.Het aantal vrijwillige deelnemers (onderwijsinstellingen) is toegenomen. De toename is lager dan eerder geraamd. Hier staat tegenover dat de gemeenten die in 2007 subsidie hebben ontvangen vanwege het project spoorse doorsnijdingen de subsidiebedragen hebben ingebracht in de schatkist.Er zal meer aandacht komen voor andere groepen dan de onderwijsinstellingen, namelijk verzelfstandigde rijksmusea en particuliere justitiële inrichtingen. Voorts zal het aantal contacten met onderwijsinstellingen worden opgevoerd.
Betrouwbaar en efficiënt betalingsverkeer van de Rijksoverheid.Het stukstarief van de binnenlandse betalingen is gelijk aan de streefwaarde. Ook de verhouding met het markttarief is uitgekomen op de streefwaarde.In 2007 is een nieuw contract afgesloten voor het buitenlands betalingsverkeer van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.In 2008 zal een Europese aanbesteding worden gedaan voor het betalingsverkeer van alle departementen (met uitzondering van het buitenlands betalingsverkeer van buitenlandse zaken en de belastingdienst). Het nieuwe contract zal ingaan per 1 mei 2009.