Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1 Internetbijlage Horizontale toelichting 2009–2014

In deze bijlage wordt per begroting (of begrotingsfonds dan wel aanvullende post) een toelichting gegeven op het verloop van de uitgaven en niet-belastingontvangsten vanaf 2009 tot en met 2014.


De totalen per begroting zijn exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen; deze uitgaven worden separaat gepresenteerd.


De cijfers van de afzonderlijke begrotingen luiden in miljoenen euro’s in constante prijzen van het jaar 2009. Via aanvullende posten voor loon- en prijsbijstelling wordt een reservering opgenomen voor toekomstige loon- en prijsstijgingen.

De Koning

I De Koning bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 7,0 39,6 39,6 39,4 39,4 39,4
totaal niet-belastingontvangsten            
             
1 Grondwettelijke uitkering leden Koninklijk Huis            
Uitgaven 7,0 7,1 7,1 7,1 7,1 7,1
             
2 Functionele uitgaven van de Koning            
Uitgaven   26,8 26,8 26,6 26,6 26,6
             
3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen            
Uitgaven   5,7 5,7 5,7 5,7 5,7

Met ingang van 2010 is begroting I veranderd. Ten eerste is de naam van de begroting gewijzigd van «Huis der Koningin» in «De Koning». Daarnaast bevat de begroting naast de uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis, ook de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap. Op artikel 2 staan de functionele uitgaven van de Koning, die tot en met 2009 op declaratiebasis door diverse ministeries (WWI, V&W, BZK en Defensie) ten laste van hun begroting aan de Dienst van het Koninklijk Huis worden vergoed. Op artikel 3 staan de doorbelaste uitgaven van andere begrotingen, zoals de uitgaven in het kader van voorlichting, het Militaire Huis als onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis en de uitgaven van het Kabinet der Koningin. Het verschil tussen de uitgaven op artikel 2 en de uitgaven op artikel 3, is dat de uitgaven op artikel 2 via de Dienst van het Koninklijk Huis lopen.

Staten-Generaal

IIA Staten-Generaal bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 141,5 136,7 132,4 133,9 132,8 132,8
totaal niet-belastingontvangsten 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5
             
1 Wetgeving en controle Eerste Kamer            
Uitgaven 10,9 10,4 10,4 10,4 10,4 10,4
Ontvangsten 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
             
2 Uitgaven t.b.v. (oud) leden Tweede Kamer en leden EP            
Uitgaven 33,5 32,9 34,0 34,0 33,5 33,5
Ontvangsten 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3
             
3 Wetgeving en controle Tweede Kamer            
Uitgaven 95,5 91,9 86,5 88,0 87,4 87,4
Ontvangsten 2,1 2,1 2,1 2,1 2,1 2,1
             
4 Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer            
Uitgaven 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
Ontvangsten 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
             
10 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

De hogere uitgaven voor de Tweede Kamer in 2009 en 2010 hangen samen met een hoger budget voor ICT. Verder is er in 2009 een bijdrage aan het Huis voor de Democratie. In 2010 worden de hogere uitgaven ook deels verklaard door bouwkundige aanpassingen aan de toegang van de Tweede Kamer en het parlementair onderzoek financieel stelsel.

Overige Hoge Colleges van Staat

IIB Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 107,0 108,0 105,7 100,4 99,2 99,3
totaal niet-belastingontvangsten 3,4 3,2 3,2 3,2 3,4 3,4
             
1 Raad van State            
Uitgaven 53,8 56,3 55,7 51,0 49,9 49,9
Ontvangsten 2,0 1,9 1,9 1,9 2,1 2,1
             
2 Algemene Rekenkamer            
Uitgaven 30,4 30,1 28,8 28,8 28,8 28,8
Ontvangsten 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2
             
3 De Nationale Ombudsman            
Uitgaven 13,9 13,8 13,6 13,0 13,0 13,0
Ontvangsten 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
             
4 Kanselarij der Nederlandse Orden            
Uitgaven 3,8 3,5 3,4 3,4 3,4 3,4
Ontvangsten 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
             
5 Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen            
Uitgaven 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8
Ontvangsten 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
             
6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba            
Uitgaven 1,8 1,5 1,4 1,4 1,4 1,4
             
10 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

De hogere uitgaven in 2010 en 2011 voor de Raad van State hangen voornamelijk samen met het aantal HBV-zaken (Hoger Beroep Vreemdelingen). Deze zijn voor 2012 en verder lager geraamd. Verder verklaren de nieuwbouw van de Raad van State en het verschuiven van een deel van het budget voor het informatieplan van 2008 naar 2010 grotendeels de hogere uitgaven in 2010. De hogere uitgaven van de Algemene Rekenkamer komen in 2009 door ICT-uitgaven en in 2010 door investeringen in de huisvesting.

Algemene Zaken

III Algemene Zaken bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 81,7 75,5 64,0 58,4 57,9 57,7
totaal niet-belastingontvangsten 3,0 5,9 5,8 5,8 5,8 5,8
             
1 Bevorderen eenheid regeringsbeleid            
Uitgaven 78,3 72,0 60,6 55,0 54,5 54,3
Ontvangsten 3,0 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5
             
4 Kabinet der Koningin            
Uitgaven 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4
Ontvangsten 0,0 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4
             
5 Commissie van Toezicht Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten            
Uitgaven 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1

De dalende trend van de uitgaven op het artikel Bevorderen eenheid regeringsbeleid wordt veroorzaakt door de verwerking van de bij het Coalitieakkoord vastgestelde efficiencytaakstelling. Daarnaast is de uitgavenraming voor 2009–2011 hoger, vanwege tijdelijke rijksbrede communicatieprojecten, zoals 1-LOGO en Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl (ONS). De ontvangstenramingen op artikel Bevorderen eenheid regeringsbeleiden het artikel Kabinet der Koningin zijn vanaf 2010 hoger. Dit komt omdat deze uitgaven vanaf 2010 worden doorbelast aan begroting «De Koning».

Koninkrijksrelaties

IV Koninkrijksrelaties bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 664,7 323,4 150,5 154,5 154,4 154,4
totaal niet-belastingontvangsten 85,3 16,1 15,5 15,5 15,5 15,5
             
1 Waarborgfunctie            
Uitgaven 58,5 60,1 59,9 59,9 59,9 59,9
Ontvangsten 4,5 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9
             
2 Bevordering autonomie Koninkrijkspartners            
Uitgaven 604,8 261,9 89,3 93,3 93,2 93,2
Ontvangsten 80,8 11,2 10,6 10,6 10,6 10,6
             
3 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven 1,4 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3

In 2009 en 2010 zijn de uitgaven in het kader van de Bevordering autonomie Koninkrijkspartners hoger dan in de jaren daarna. Vanaf 2009 is begonnen met de schuldsanering van het land Nederlandse Antillen alsmede van Curaçao. Daarnaast vloeien de hogere uitgaven met name voort uit de voorbereidingen die worden getroffen ten behoeve van de nieuwe staatkundige verhoudingen tussen Nederland en de Nederlandse Antillen, zoals het Sociaal Economisch Initiatief (SEI), de oprichting van het College Financieel Toezicht (CFT) en de langere instandhouding van de projectorganisatie.


De hogere ontvangsten in 2009 op dit artikel zijn grotendeels het gevolg van de overheveling van middelen ten behoeve van de schuldsanering en betalingsachterstanden van de interne begrotingsreserve naar de begroting Koninkrijksrelaties, welke als ontvangst worden geboekt.

Buitenlandse Zaken

V Buitenlandse Zaken bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 4 224,3 7 003,1 6 975,9 7 271,6 7 366,9 7 366,9
totaal niet-belastingontvangsten 580,0 599,2 609,7 620,3 631,2 631,2
             
23 Versterkte Europese samenwerking            
Uitgaven 4 224,3 7 003,1 6 975,9 7 271,6 7 366,9 7 366,9
Ontvangsten 580,0 599,2 609,7 620,3 631,2 631,2

Relatie begroting Buitenlandse Zaken en de Homogene groep internationale samenwerking (HGIS)

Er zijn twee soorten uitgaven op de begroting van Buitenlandse Zaken: HGIS en niet-HGIS. Niet-HGIS uitgaven zijn de afdrachten aan de Europese Unie. HGIS-uitgaven zijn alle andere buitenlanduitgaven. De HGIS-uitgaven worden elders toegelicht; hier wordt alleen de ontwikkeling van de EU-afdrachten weergegeven.


Meest opvallend in de meerjarige ontwikkeling van het artikel Versterkte Europese samenwerking zijn de kortingen die Nederland heeft bedongen op de EU-afdrachten aan de Europese Unie. Het totale effect daarvan bedraagt ca. 1 mld. per jaar. Als gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe Eigen Middelenbesluit in 2009, zijn de kortingen in 2007 en 2008 met terugwerkende kracht verwerkt in de afdrachten van 2009.

Justitie

VI Justitie bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 6 113,2 5 939,2 5 693,3 5 687,5 5 659,1 5 633,8
totaal niet-belastingontvangsten 1 251,4 1 335,2 1 285,0 1 318,5 1 322,4 1 322,4
             
11 Nederlandse rechtsorde            
Uitgaven 16,2 16,6 11,4 11,6 11,5 11,5
             
12 Rechtspleging en rechtsbijstand            
Uitgaven 1 431,3 1 444,4 1 414,7 1 408,3 1 402,6 1 387,0
Ontvangsten 185,7 198,7 202,7 204,7 204,7 204,7
             
13 Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding            
Uitgaven 2 904,5 2 868,4 2 882,3 2 895,6 2 885,9 2 897,8
Ontvangsten 822,7 879,1 963,4 992,0 995,4 995,4
             
14 Jeugd            
Uitgaven 544,5 490,3 503,5 514,2 526,3 531,2
Ontvangsten 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
             
15 Vreemdelingen            
Uitgaven 1 086,1 939,8 711,9 691,1 684,4 683,3
Ontvangsten 239,5 253,9 115,4 118,3 118,9 118,9
             
17 Internationale rechtsorde            
Uitgaven 1,9 1,9 1,8 1,8 1,8 1,8
             
91 Algemeen            
Uitgaven 210,1 192,8 180,1 181,7 182,4 179,7
Ontvangsten 2,1 2,1 2,1 2,1 2,1 2,1
             
92 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven – 84,4 – 18,0 – 15,3 – 19,9 – 38,9 – 61,4
             
93 Geheim            
Uitgaven 3,1 3,0 3,0 3,1 3,1 3,1

De totale uitgaven van Justitie vertonen een daling voor de jaren 2009 tot en met 2011 en daarna blijven de uitgaven relatief constant. Bij de ontvangsten is vooral een piek te zien in 2010. Deze ontwikkelingen worden in belangrijke mate verklaard door het artikel Vreemdelingen (zie hieronder).


Op het artikel Rechtspleging en rechtsbijstand is vooral een piek te zien in 2010. Deze piek wordt o.a. verklaard door een hoger beroep op de rechtsbijstand als gevolg van een hogere asielinstroom in 2010 dan oorspronkelijk geraamd. Daarnaast zijn er vanaf 2010 hogere verwachte kosten bij de Rechtspraak als gevolg van de recessie. Daarbij worden de besparingsverliezen op de taakstelling bij de Rechtsbijstand in 2009 en 2010 gecompenseerd met hogere besparingen in 2011 tot en met 2014. Hierdoor is per saldo een daling te zien vanaf 2011. De ontvangsten stijgen op dit artikel als gevolg van hogere griffieontvangsten.


Op het artikel Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding is bij de uitgaven vooral een daling te zien in 2010 en in de jaren daarna weer een lichte stijging. Deze lagere uitgaven zijn een gevolg van minder behoefte aan celcapaciteit in 2010. In de jaren daarop neemt de behoefte weer toe. Tegelijkertijd is er vanaf 2012 een stijging in de uitgaven voor de brandveiligheid waardoor deze ontwikkelingen gedeeltelijk tegen elkaar wegvallen. De ontvangsten op dit artikel lopen op door de indexatie bij de Boetes en Transacties.


Op het artikel Jeugd valt de daling in 2010 ten opzichte van 2009 het meest op. Dit is enerzijds een gevolg van de overheveling van de derde tranche Justitiële Jeugdinrichtingen naar Jeugd en Gezin en anderzijds de daling in de behoefte aan jeugdcellen. Daarentegen zijn er extra uitgaven bij de Raad voor de Kinderbescherming door de groei in het aantal basisonderzoeken waardoor het vanaf 2012 weer oploopt.


Artikel Vreemdelingen laat een daling zien. Dit komt door de lagere verwachte asielinstroom voor de komende jaren, waardoor de uitgaven bij de gehele vreemdelingenketen ook lager zullen zijn. De ontvangsten betreffen de toerekening van de kosten van de eerstejaars opvang van asielzoekers aan ODA volgens de OESO criteria. Ondanks de dalende trend ten aanzien van de uitgaven van de gehele vreemdelingenketen, laat de ODA-toerekening in 2010 een stijging zien. De reden hiervan is gelegen in het feit dat het aantal asielzoekers uit zogenaamde DAC-landen naar verwachting in 2010 hoger zal zijn dan in 2009. Het aantal asielzoekers uit DAC-landen is bepalend voor de hoogte van de toerekening aan ODA.


Artikel Algemeen laat een daling zien. Op dit artikel staan de apparaatsuitgaven die als gevolg van diverse efficiencytaakstellingen en arbeidsproductiviteitskortingen lager worden.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 6 054,5 5 882,7 6 222,7 6 169,2 5 825,9 5 684,0
totaal niet-belastingontvangsten 763,6 530,1 247,7 80,9 120,1 103,2
             
21 Nationaal crisis- en veiligheidsbeleid            
Uitgaven   37,0 36,0 35,9 35,9 35,9
Ontvangsten            
             
23 Veiligheidsregio’s en Politie            
Uitgaven   5 178,5 5 171,9 5 138,6 5 124,6 5 081,1
Ontvangsten   0,8 40,8 40,8 40,5 40,5
             
25 Veiligheid en Bestuur            
Uitgaven   58,4 63,4 90,2 80,3 80,3
Ontvangsten   0,4 0,0 0,0 0,0 0,0
             
27 Algemene Inlichtingen en Veiligheid            
Uitgaven   176,4 172,1 171,8 171,8 171,8
Ontvangsten   1,0 0,6 0,6 0,6 0,6
             
29 Inspectie Openbare Orde en Veiligheid            
Uitgaven   5,2 4,5 4,2 4,2 4,2
             
31 Bestuur en Democratie            
Uitgaven   91,0 73,7 63,4 65,6 70,4
Ontvangsten   202,9 194,6 23,3 50,8 26,2
             
33 Dienstverlenende en innovatieve overheid            
Uitgaven   90,3 78,9 76,0 75,9 75,9
             
35 Arbeidszaken overheid            
Uitgaven   60,8 59,1 56,0 56,0 56,0
Ontvangsten   0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
             
37 Kwaliteit Rijksdienst            
Uitgaven   109,9 93,7 61,0 59,2 59,2
Ontvangsten   0,3 0,6 0,6 0,0 0,0
             
39 Algemeen            
Uitgaven   97,9 103,5 106,8 89,8 89,8
             
41 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven   – 22,7 – 34,1 – 34,8 – 37,5 – 40,6
             
43 Vutfonds            
Uitgaven   0,0 400,0 400,0 100,0 0,0
Ontvangsten   324,0 10,4 14,9 27,4 35,1

De structuur en artikelindeling van de begroting worden met ingang van 2010 veranderd. Dit heeft tot gevolg dat de uitgaven van 2009 in deze horizontale toelichting niet vergelijkbaar zijn met de volgende jaren. Om deze reden is ervoor gekozen om 2009 niet op te nemen in deze horizontale toelichting.


De lagere uitgaven bij veiligheid en bestuur in 2010 en 2011 houden verband met afspraken met de gemeenten. Afgesproken is dat de Van Montfransgelden voor veiligheid en leefbaarheid voor 32 mln. worden overgeboekt naar het Gemeentefonds in 2010 en 2011. De lagere uitgaven vanaf 2013 worden voor 3 mln. verklaard door het aflopen van het Maatschappelijk Innovatie Programma Veiligheid.


De hogere ontvangsten in 2010 en 2011 voor Bestuur en Democratie houden verband met de afgesloten bestuursakkoorden met de provincies. Afgesproken is dat de niet-Randstandprovincies een bijdrage aan de kabinetsdoelstellingen leveren van 390 mln. via de begroting van BZK. De Randstadprovincies dragen 210 mln. bij aan projecten van Randstad Urgent. Voor zover budgettaire besluitvorming over deze projecten nog niet is afgerond worden deze bijdragen voorlopig aan het ministerie van BZK overgemaakt.

In 2010, 2013 en 2014 worden de hogere uitgaven veroorzaakt door de modernisering GBA en ORRA (Online Raadpleegbare Reisdocumenten Administratie). Dit leidt tot zowel hogere uitgaven als ontvangsten op het artikel Bestuur en Democratie in deze jaren.


Besloten is om het programma administratieve lastenverlichting te versnellen. Activiteiten die hiervoor in 2011 op de agenda staan, worden versneld (in 2009 en 2010) uitgevoerd. De hiervoor in 2011 gereserveerde middelen worden daarom gedeeltelijk over 2009 en 2010 herschikt. Dit leidt tot hogere uitgaven voor 2009 en 2010 bij Dienstverlenende en innovatieve overheid.


De hogere uitgaven in 2010 en 2011 voor Arbeidszaken overheidworden veroorzaakt door de toevoeging van 2,4 mln. aan de begroting voor zowel 2010 als 2011 voor het stimuleren van de diversiteit van het overheidspersoneel.


De hogere uitgaven voor de Kwaliteit rijksdienst tot en met 2011 worden voornamelijk verklaard door extra middelen die aan de begroting zijn toegevoegd voor projecten in het kader van de Vernieuwing Rijksdienst.

Daarnaast worden de hogere uitgaven tot 2011 verklaard door de incidentele middelen voor het Sociaal Flankerend Beleid. Het betreft hier rijksbrede uitgaven voor onder meer de Mobiliteitsorganisatie.


Vanaf 2010 staan de declarabele uitgaven van het Koninklijk Huis (11,3 mln. structureel) op de begroting van De Koning in plaats van op artikel algemeen.


In de aangepaste leenovereenkomst tussen de Staat en hetVutfonds staat opgenomen dat het Vutfonds nu op ieder gewenst moment een beroep kan doen op uitbetaling van een tranche van deze lening. Daarnaast is deze bevoegd een tranche geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen. Deze werkwijze stelt het fonds beter in staat in te spelen op actuele liquiditeitsbehoeften. Als gevolg van de liquiditeitsbehoefte van het Vutfonds in 2011 t/m 2013 zal een beroep worden gedaan op de leenfaciliteit.

De ontvangsten op het artikel Vutfonds betreffen de rente die over deze lening wordt geheven.

Onderwijs

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 36 258,3 36 470,9 36 380,6 36 685,0 36 867,9 37 060,0
totaal niet-belastingontvangsten 2 126,4 2 047,9 1 981,7 2 067,5 2 133,5 2 208,2
             
1 Primair onderwijs            
Uitgaven 9 626,5 9 460,4 9 434,0 9 385,9 9 322,3 9 262,3
Ontvangsten 66,5 5,9 1,7 1,7 1,7 1,7
             
3 Voortgezet onderwijs            
Uitgaven 6 812,4 6 869,7 6 802,2 6 839,7 6 908,9 6 978,1
Ontvangsten 78,6 62,1 1,5 1,4 1,4 1,4
             
4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie            
Uitgaven 3 542,7 3 598,1 3 406,1 3 371,3 3 336,1 3 315,7
Ontvangsten 12,2 7,4 2,4 2,4 2,4 2,4
             
5 Technocentra            
Uitgaven 10,2 10,0        
Ontvangsten 9,8 9,6        
             
6 Hoger beroepsonderwijs            
Uitgaven 2 318,9 2 394,1 2 400,2 2 412,2 2 427,6 2 437,9
Ontvangsten 9,4 4,5 0,0 0,0 0,0 0,0
             
7 Wetenschappelijk onderwijs            
Uitgaven 3 720,5 3 747,3 3 828,3 3 864,0 3 898,6 3 925,2
Ontvangsten 13,1 16,4 17,6 16,8 12,7 3,0
             
8 Internationaal onderwijsbeleid            
Uitgaven 26,2 25,3 18,6 18,4 18,4 18,4
Ontvangsten 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
             
9 Arbeidsmarkt en personeelsbeleid            
Uitgaven 214,1 291,4 304,9 308,2 328,4 341,4
Ontvangsten 3,5          
             
11 Studiefinanciering            
Uitgaven 3 626,7 3 934,2 4 116,4 4 346,7 4 455,2 4 553,7
Ontvangsten 501,0 540,2 595,5 654,4 715,1 776,8
             
12 Tegemoetkoming studiekosten            
Uitgaven 198,9 126,3 122,1 122,2 122,0 123,4
Ontvangsten 14,0 9,4 8,4 8,4 8,4 8,4
             
13 Lesgelden            
Uitgaven 6,0 6,0 5,3 5,6 5,6 6,0
Ontvangsten 178,3 192,6 216,3 229,4 234,3 237,7
             
14 Cultuur            
Uitgaven 931,9 947,2 945,4 953,5 959,3 956,9
Ontvangsten 28,7 24,3 22,6 21,0 19,9 17,9
             
15 Media            
Uitgaven 899,1 905,3 897,3 901,3 905,9 910,7
Ontvangsten 257,4 246,3 202,0 202,0 202,0 202,0
             
16 Onderzoek en wetenschappen            
Uitgaven 1 182,0 1 238,8 1 067,7 1 059,3 1 041,2 1 039,5
Ontvangsten 215,5 179,8 143,3 137,6 121,3 119,6
             
17 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven 10,4 – 4,3 – 1,2 – 1,0 – 6,0 – 5,4
Ontvangsten 5,4 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0
             
18 Ministerie Algemeen            
Uitgaven 143,6 124,1 105,6 94,7 94,0 88,9
Ontvangsten 6,2 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6
19 Inspecties            
Uitgaven 66,9 61,9 57,2 57,0 57,0 57,0
             
20 Adviesraden            
Uitgaven 7,6 7,3 5,8 5,8 5,8 5,8
             
24 Kinderopvang            
Uitgaven 2 896,6 2 707,9 2 844,6 2 919,0 2 966,4 3 023,4
Ontvangsten 726,7 747,7 768,7 790,7 812,7 835,7
             
25 Emancipatie            
Uitgaven 17,3 20,0 20,3 21,2 21,2 21,2

Op de begroting van het ministerie van OCW nemen de uitgaven over de periode 2009–2014 toe met bijna 0,8 mld. De ontvangsten vertonen aanvankelijk een daling, om vanaf 2012 opnieuw toe te nemen. De groei van de uitgaven op de begroting wordt deels veroorzaakt door de oploop van de (enveloppe)middelen voor het actieplan LeerKracht. Daarnaast neemt het beroep op studieleningen en beurzen de komende jaren sterk toe. Dit komt door een groeiend aantal studenten en een toenemend gemiddeld leenbedrag. Het verloop van de ontvangsten is te verklaren door een toename van de ontvangsten op de studiefinanciering, in combinatie met dalende ontvangsten op het onderzoeks- en wetenschapsterrein. Onderstaand wordt de budgettaire ontwikkeling per artikel besproken.


De uitgaven in het primair onderwijs laten een dalende trend zien, voornamelijk als gevolg van dalende leerlingenaantallen. Zo liggen de nu voorziene leerlingenaantallen voor schooljaar 2014–2015 circa 5% onder die van schooljaar 2009–2010. De daling van 2009 op 2010 wordt deels veroorzaakt door de overheveling van de middelen voor voorschoolse educatie naar het Gemeentefonds als gevolg van het wetsvoorstel Ontwikkelingskansen voor Kwaliteit en Educatie (OKE). Daarnaast wordt vanaf schooljaar 2010 bezuinigd op o.a. bestuur en management en de groeiregeling in het basisonderwijs. Tegenover deze daling staat een toename in de middelen voor het actieplan LeerKracht oplopend tot 69 mln. in 2011.


Bij het Voortgezet onderwijs nemen de leerlingenaantallen na een dip in 2011 weer toe, wat vanaf 2011 een lichte toename in de uitgaven te zien geeft. Bovendien zijn in het kader van het actieplan LeerKracht ook extra middelen toegekend o.a. voor het inkorten van de carrièrelijn en het invoeren van de functiemix in het voortgezet onderwijs. Dit bedrag loopt op tot 82 mln. in 2011.


Voor de Beroepsonderwijs volwasseneducatie (BVE)-sector geldt dat de leerlingenaantallen vanaf het schooljaar 2011/2012 enigszins dalen, wat zich vertaalt in een lichte daling in de uitgaven. Daarnaast is de daling tussen 2010 en 2011 ook het gevolg van de bezuinigingen op het educatiebudget en het innovatiearrangement. Net zoals in het primair en voortgezet onderwijs komen in de BVE sector extra middelen beschikbaar voor het actieplan LeerKracht. De hogere uitgaven in 2009 en 2010 zijn het gevolg van het stimuleringspakket waarvoor incidenteel geld beschikbaar is gesteld om de jeugdwerkloosheid te bestrijden en jongeren langer op school te houden om de kans op een baan (verder) te vergroten.


Bij het Hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs is sprake van toenemende studentenaantallen. Voor schooljaar 2014–2015 worden thans bijna 10% meer studenten geraamd dan voor schooljaar 2009–2010. Vandaar dat de uitgaven van beide onderwijssectoren over de periode 2009–2014 een stijgende ontwikkeling doormaken.


Op het artikel Arbeidsmarkt en personeelsbeleid nemen de uitgaven eveneens toe, waarbij de sterkste stijging zich voordoet van 2009 op 2010. De toename op dit artikel is volledig toe te schrijven aan de oploop in de middelen die beschikbaar zijn voor het actieplan «Leerkracht van Nederland».


De uitgaven voor de Studiefinanciering nemen over de gehele periode fors toe. De verklaring hiervoor is tweeledig. Enerzijds werkt het toenemend aantal studenten in het hoger en wetenschappelijk onderwijs door in de uitgaven voor de studiefinanciering. Daarnaast doen studenten steeds meer een beroep op studieleningen. Als gevolg van de toename in het leenvolume, nemen ook de rente-ontvangsten toe.

De daling bij de Tegemoetkoming studiekosten per 2010 wordt verklaard uit de overheveling van een deel van dit budget naar Jeugd en Gezin in verband met de invoering van de gratis schoolboeken.


De toename in de ontvangsten bij de Lesgelden is het gevolg van de toename in leerlingaantallen.


Voor Cultuur blijven de uitgaven nagenoeg constant. De lichte stijging in 2010 ten opzichte van 2009 wordt verklaard door de structurele compensatie voor de afschaffing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij monumenten. De zeer lichte stijging binnen Media is toe te schrijven aan de toename van het aantal huishoudens, waaraan het budget is gekoppeld.


De verklaring voor de daling in uitgaven en ontvangsten bij Onderzoek en wetenschappen is met name gelegen in de FES-projecten, waarvan de financiering in verschillende jaren afloopt. De piek in 2010 wordt veroorzaakt door de stimuleringsmaatregel «Kenniswerkers». Hierdoor kunnen onderzoekers werkzaam in de R&D-sector van het bedrijfsleven gedurende de crisis tijdelijk worden ingezet voor maatschappelijke kwesties en zo behouden blijven voor de Nederlandse economie.


De afname op de uitgaven aan de apparaatsuitgaven, Ministerie Algemeen, wordt vrijwel geheel verklaard door efficiencytaakstellingen waarbij voor latere jaren grotere besparingen zijn voorzien. Ook de afname in het budget voor de Inspecties wordt veroorzaakt door efficiencytaakstellingen.


De uitgaven voor de Kinderopvang stijgen over de periode 2009–2014 als gevolg van de volumegroei in de kinderopvangregeling. De tijdelijke daling in 2010 en 2011 wordt verklaard door de maatregelen die zijn genomen om de groei te beheersen en oneigenlijk gebruik van de regeling tegen te gaan. Zo is per 2009 de eigen bijdrage van ouders verhoogd en worden per 2010 wijzigingen in het systeem van gastouderopvang doorgevoerd.

Nationale Schuld

IXA Nationale Schuld (Transactiebasis) bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 22 074,7 22 118,1 21 105,0 23 288,6 28 118,6 34 514,1
totaal niet-belastingontvangsten 2 238,4 1 871,1 2 078,4 2 617,8 2 447,8 3 231,3
             
1 Financiering staatsschuld            
Uitgaven 10 942,6 11 133,0 12 097,0 13 249,0 14 622,3 16 087,2
Ontvangsten 678,7 216,0 92,5 158,1 566,5 1 156,7
             
2 Kasbeheer            
Uitgaven 11 132,1 10 985,1 9 008,0 10 039,6 13 456,3 18 426,9
Ontvangsten 1 555,9 1 655,1 1 985,8 2 459,7 1 881,2 2 074,6
             
3 Nominaal            
Uitgaven     0,0 0,0    

Financiering staatsschuld

Het artikel Financiering Staatsschuld heeft betrekking op de extern gefinancierde staatsschuld. De uitgaven bestaan uit de rentelasten van zowel de vaste als de vlottende schuld. Voor de komende jaren wordt een stijging van de uitgaven voorzien. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de oploop van het tekort, waardoor ook de rentelasten over het tekort hoger zijn. De ontvangsten bestaan uit de renteopbrengsten over het positieve schatkistsaldo en uit het saldo van opbrengsten en kosten van renteswaps. De ontvangsten fluctueren onder meer als gevolg van afgesloten swaps en aanpassingen in de rekenrente.

Kasbeheer

Op het artikel Kasbeheer staan de geldstromen, die betrekking hebben op het betalingsverkeer van de rijksoverheid en van de aan de schatkist gelieerde instellingen. De uitgaven bestaan enerzijds uit de rentevergoeding over de saldi die in de schatkist worden aangehouden door baten-lastendiensten, RWT’s (Rechtspersoon met een Wettelijke Taak) en sociale fondsen. Anderzijds bestaan de uitgaven uit verstrekte leningen aan baten-lastendiensten en RWT’s en, in sommige jaren, uit een afname van het rekening-couranttegoed van deze instellingen of van de sociale fondsen. Dit artikel fluctueert met name als gevolg van wisselend leengedrag. De sterke stijging van de uitgaven in 2013 wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door voorziene ontwikkelingen op het AOW-spaarfonds en de rekening-courant. De ontvangsten bestaan uit rentebaten en aflossingen op leningen aan baten-lastendiensten en RWT’s alsmede toenemende rekening-courant saldi. De schommelingen van de ontvangsten op dit artikel worden veroorzaakt door fluctuerende aflossingen van uitgezette leningen in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer en rekening-courant saldi van de sociale fondsen.

Financiën

IXB Financiën bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 10 343,5 7 179,9 6 596,6 6 017,4 5 654,5 5 420,3
totaal niet-belastingontvangsten 9 372,2 6 695,4 5 223,3 4 667,3 4 317,9 4 048,2
             
1 Belastingen            
Uitgaven 3 770,3 3 700,7 3 629,3 3 527,4 3 491,5 3 491,5
Ontvangsten 1 275,9 1 163,1 1 142,7 1 091,7 1 089,7 1 089,7
             
2 Financiële Markten            
Uitgaven 266,1 75,7 70,1 68,7 64,7 64,7
Ontvangsten 126,0 359,1 6,4 6,4 6,4 6,4
             
3 Financieringsactiviteiten Publiek-Private sector            
Uitgaven 5 680,8 3 011,6 2 533,7 2 071,2 1 758,2 1 535,2
Ontvangsten 7 573,4 4 875,6 3 738,0 3 290,4 2 955,8 2 711,3
             
4 Internationale Financiële Betrekkingen            
Uitgaven 2,6 2,6 2,6 2,6 2,5 2,5
Ontvangsten 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7
             
5 Exportkredietverzekeringen en Investeringsgaranties            
Uitgaven 309,9 134,9 134,9 134,9 134,9 134,9
Ontvangsten 162,6 111,1 104,1 104,1 93,6 69,3
             
7 Beheer materiële activa            
Uitgaven 117,7 92,8 91,5 89,8 89,6 89,6
Ontvangsten 216,1 168,6 214,1 156,6 154,2 153,3
             
8 Financieel- economisch beleid van de overheid            
Uitgaven 39,7 32,8 28,2 24,1 23,8 23,8
Ontvangsten 5,8 5,8 5,9 6,0 6,1 6,1
             
9 Algemeen            
Uitgaven 144,6 127,0 119,2 116,8 117,7 125,4
Ontvangsten 11,7 11,5 11,5 11,5 11,5 11,5
             
10 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven 11,8 1,7 – 12,8 – 18,1 – 28,5 – 47,3

De efficiencytaakstelling op het apparaat van het ministerie van Financiën, de subsidietaakstelling en de taakstelling op de huisvesting leiden, genomen over de gehele begroting, tot structureel lagere uitgaven.


De Belastingdienst (artikel Belastingen) investeert de komende jaren in een aantal grote projecten om de dienstverlening te (kunnen) verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn het nieuwe toeslagensysteem, intensivering toezicht en vooringevulde aangifte (VIA). Deze investeringen leiden tot hogere uitgaven tussen 2009 en 2011. De terugloop in de ontvangsten op artikel 1 kan voornamelijk verklaard worden door een verwachte daling van de ontvangsten m.b.t. de heffings- en invorderingsrente.


De kredietcrisis en de daaruit voortgekomen maatregelen hebben tot forse veranderingen op artikelen Financiële markten en Financieringsactiviteiten publiek-private sector geleid. Zo worden voor de komende jaren (t/m 2012) op beide artikelen extra personeelsuitgaven voorzien i.v.m. de kredietcrisis.


Op het artikel Financiële markten staan extra uitgaven voor 2009 als gevolg van het faillissement van Icesave. Dit betreft de uitkeringen aan de gedupeerde Icesave-spaarders uit hoofde van de depositogarantieregeling. Een groot deel van deze betalingen zal bij IJsland teruggevorderd worden. Daarnaast worden er voor de jaren 2009 en 2010 ook hogere ontvangsten op dit artikel voorzien, als gevolg van de premieontvangsten van de verstrekte en geëffectueerde garanties uit hoofde van de garantieregeling bancaire leningen.


Op het artikel Financieringsactiviteiten publiek-private sector is voor de komende jaren (t/m 2013) zowel een stijging van de uitgaven als van de ontvangsten te zien t.o.v. stand begroting 2009. Beiden worden (gedeeltelijk) veroorzaakt door de illiquid assets back-up faciliteit die de Staat aan ING verleend, waarmee de Staat gedeeltelijk de risico’s afdekt van de Alt-A hypothekenportefeuille van ING. De Staat betaalt aan ING een management fee en een funding fee en ontvangt van ING voor 80% van de kasstromen die uit de onderliggende portefeuille voortvloeien een garantiefee ter compensatie van het door de staat afgedekt risico. Daarnaast zijn de ontvangsten voor 2009 hoger, vanwege couponbetalingen als gevolg van de kapitaalinjecties in ING, Aegon en SNS Reaal en vanwege de verkoop van Fortis Corporate Insurance. De herkapitalisatie ABN Amro leidt tot zowel een stijging van de uitgaven (lening) voor 2009, als een stijging van de ontvangsten (verwachte premieontvangsten en renteontvangsten) voor 2009 en 2010. Voor meer informatie kunt u hoofdstuk 4 van de Miljoenennota en de begroting van Financiën (IXB) raadplegen.


Als gevolg van de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb-uitspraak) mogen bepaalde kosten voor toezicht niet meer door DNB en AFM worden doorberekend aan de sector. Als gevolg hiervan wordt de raming van de uitgaven op artikel Financiële markten naar boven bijgesteld. Verder investeert de overheid de komende jaren in consumenteneducatie via het platform Centiq, waardoor t/m 2012 extra uitgaven worden geraamd.


Naast de uitgaven en ontvangsten als gevolg van de maatregelen i.v.m. de kredietcrisis op artikel Financiële activiteiten publiek-private sector, zien we in algemene zin tegenvallende dividendverwachtingen bij de staatsdeelnemingen. Tevens wordt de winstraming voor DNB naar beneden bijgesteld. Daarentegen wordt voor 2009 een dividendmeevaller verwacht voor de Gasunie en de NS. De verkoop van de N.V. Westerscheldetunnel aan de provincie Zeeland, leidt tot extra ontvangsten in 2009 en een neerwaartse bijstelling van de dividendraming. Daarnaast vervalt de agio-terugstorting als gevolg van de verkoop.


Een schade-uitkering m.b.t. de exportkredietverzekering leidt tot extra uitgaven in 2009 op het artikel Exportkredietverzekering en investeringsgaranties. Voor deze schade-uitkering is een terugbetalingsregeling getroffen voor de jaren 2009 t/m 2013, waardoor de ontvangsten voor die jaren hoger zijn. Daarnaast worden er extra ontvangsten voor 2009 verwacht als gevolg van enkele onverwachte terugbetalingen.


De uitgaven op het artikel beheer Materiële activavertonen een dalende trend die wordt veroorzaakt door de verkoop van een deel van de gronden van het Rijk waardoor steeds minder uitgegeven hoeft te worden voor onderhoud en beheer. De ontvangsten uit de verkoop van agrarische gronden kennen een wisselend kaspatroon, hetgeen tot uiting komt in een fluctuerende raming aan de ontvangstenzijde van dit artikel.


Het ministerie van Financiën voert programma’s uit voor het verminderen van administratieve lasten. Volgens huidige planning zullen deze in 2011 beëindigd worden. Mede hierom wordt tot 2011 meer uitgegeven op dit beleidsartikel Financieel-economisch beleid van de overheid.

Defensie

X Defensie bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 8 335,1 8 116,9 8 121,6 7 992,6 7 945,4 7 972,1
totaal niet-belastingontvangsten 534,0 418,6 450,9 326,8 261,6 237,6
             
21 Commando Zeestrijdkrachten            
Uitgaven 637,3 609,2 613,5 612,3 622,3 625,4
Ontvangsten 15,3 13,6 13,6 13,6 13,6 13,6
             
22 Commando Landstrijdkrachten            
Uitgaven 1 389,6 1 361,6 1 358,6 1 348,3 1 341,4 1 354,5
Ontvangsten 16,2 15,8 15,8 15,8 15,8 15,8
             
23 Commando Luchtstrijdkrachten            
Uitgaven 730,3 717,9 715,2 711,3 712,5 713,1
Ontvangsten 9,3 9,2 9,2 9,2 9,2 9,2
             
24 Koninklijke marechaussee            
Uitgaven 401,4 395,4 386,6 383,1 381,4 378,7
Ontvangsten 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7
             
25 Defensie Materieelorganisatie            
Uitgaven 2 365,5 2 336,9 2 330,1 2 254,5 2 071,1 2 157,8
Ontvangsten 413,0 269,1 259,0 221,6 163,6 139,6
             
26 Commando Dienstencentra            
Uitgaven 1 121,2 1 120,8 1 067,0 1 054,2 1 033,7 977,6
Ontvangsten 64,5 96,7 139,7 55,7 46,6 46,6
             
70 Geheime uitgaven            
Uitgaven 2,2 2,2 2,2 2,3 2,3 2,3
             
80 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven – 2,0 – 85,0 – 41,6 – 21,1 159,6 147,3
             
90 Algemeen            
Uitgaven 1 689,4 1 657,8 1 689,9 1 647,6 1 621,2 1 615,5
Ontvangsten 11,1 9,6 9,0 6,2 8,1 8,1

De mutaties in het meerjarige verloop van de totaal uitgaven en totaal niet-belastingontvangsten worden o.a. verklaard door het verloop van het niveau van de verkoopopbrengsten (de opbrengsten die voortvloeien uit verkoop van materieel en terreinen). De bij het coalitieakkoord aan de Defensiebegroting extra toegevoegde verkoopopbrengsten nemen in de tijd af. Aangezien ontvangsten worden toegevoegd aan de uitgaven van de Defensiebegroting, leidt voorts een wijziging van niet-belasting ontvangsten (de verkoopopbrengsten) tot een gelijkmatige wijziging van het uitgavenniveau. Het aandeel van Defensie in de rijksbrede taakstellingen naar aanleiding van de besluitvorming door het kabinet in het voorjaar leidt tot een dalend uitgavenniveau. De budgettaire verwerking van deze taakstellingen loopt initieel van 33 mln. in 2010 op tot 100 mln. in 2013.


Voor het totaal aan Defensie uitgaven dienen ook de middelen uit de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) voorziening crisisbeheersingsoperaties (non-ODA) in beschouwing genomen te worden. Deze bedragen 377 mln. in 2009 en lopen terug naar 199 mln. in 2012 als gevolg van de afspraken rond de lopende missies.


Op de diverse begrotingsartikelen (artikel 21, 22, 23 en 24) verloopt het niveau van de uitgaven en ontvangsten conform de trend van het totaalniveau van de begroting. De meerjarige daling van het uitgavenniveau ten opzichte van 2010 wordt mede veroorzaakt door een doelmatiger interne bedrijfsvoering, het vergroten van de operationele doelmatigheid en de inzet van personele ondervulling.


Op het artikel Defensie Materieelorganisatie (artikel 25, DMO) is de daling van de uitgaven mede te verklaren doordat bij de investeringsplannen budgettaire ruimte is gezocht voor intensivering van beleid op andere artikelen en om invulling te geven aan maatregelen voortvloeiend uit de voorjaarsbesluitvorming van het kabinet. De investeringsquote van 20% wordt daarbij gerealiseerd.


Op het artikel Nominaal en onvoorzien zijn ondermeer de loon- en prijsbijstelling en (deels) de herfasering van verkoopopbrengsten geparkeerd die uiteindelijk hun beslag krijgen bij de andere artikelen. De negatieve stand in 2010–2012 betreft het saldo van investerings- en exploitatiereeksen en de herfasering van de verkoopopbrengsten die op dit artikel zijn verwerkt. Op basis van het verloop van de realisatie van de begroting wordt het saldo toegedeeld aan de (niet-)beleidsartikelen.


De relatieve grootte van de artikelen 25, 26 en 90 ten opzichte van de andere artikelen wordt als volgt verklaard: op artikel 25 zijn de budgetten voor investeringen en logistieke ondersteuning ten bate van alle krijgsmachtonderdelen opgenomen. Het Commando Dienstencentra (artikel 26) voorziet in de ondersteuning van de krijgsmacht; onder andere zijn de budgetten voor investeringen en exploitatie informatievoorziening, investeringen in infrastructuur en facilitair beheer hier opgenomen. Op artikel 90 (nominaal) zijn ondermeer de budgetten voor militaire pensioenen en uitkeringen begroot.

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

XI Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 1 583,9 1 338,5 1 054,7 941,2 913,0 900,7
totaal niet-belastingontvangsten 504,4 412,5 166,5 72,5 42,2 38,2
             
41 Optimalisering van de ruimtelijke afweging            
Uitgaven 26,3 7,2 2,8 3,4 3,8 3,7
Ontvangsten 15,1          
             
42 Realisatie nationaal ruimtelijk beleid            
Uitgaven 326,1 293,2 92,9 60,6 55,5 51,8
Ontvangsten 255,9 213,5 33,9 13,2 4,0  
             
43 Klimaat- en luchtkwaliteit            
Uitgaven 25,9 191,3 127,9 35,8 31,9 31,8
Ontvangsten 2,5 124,8 76,0 6,0 6,0 6,0
             
44 Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem            
Uitgaven 192,1 149,5 146,7 152,0 151,5 151,4
Ontvangsten 30,3 2,7        
             
45 Verbeteren milieukwaliteit in de bebouwde omgeving            
Uitgaven 189,1          
Ontvangsten 130,5          
             
46 Risicobeleid            
Uitgaven 188,1 42,9 59,1 73,5 79,8 79,8
Ontvangsten 3,0 2,3 1,0 0,3    
             
47 Versterken van het (inter)nationale milieubeleid            
Uitgaven 119,5 4,5 4,9 6,6 3,1 3,1
Ontvangsten 6,9 4,9 4,9 4,3    
             
48 Vergroten van de externe veiligheid            
Uitgaven 102,2          
Ontvangsten 16,4          
             
49 Handhaving en toezicht            
Uitgaven 58,7 57,7 55,3 55,1 55,2 55,2
Ontvangsten 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9
             
50 Leefomgevingskwaliteit            
Uitgaven   239,5 239,4 244,3 228,7 228,7
Ontvangsten   30,6 18,0 16,0    
             
91 Algemeen            
Uitgaven 358,6 356,0 327,5 307,7 304,6 304,7
Ontvangsten 42,8 32,8 31,8 31,8 31,3 31,3
             
92 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven – 2,5 – 3,2 – 1,7 2,1 – 1,1 – 9,5

De structuur en artikelindeling van de begroting worden met ingang van 2010 veranderd. De artikelen 45 en 48 vervallen per ontwerpbegroting 2010. Deze budgetten worden herschikt over diverse artikelen.


Na 2010 is op het artikel Optimalisering van de ruimtelijke afweging een daling in de uitgaven te zien. De verklaring hiervoor is dat 2010 het laatste jaar is dat de FES-middelen ten behoeve van Habiforum (op basis van het Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur) beschikbaar zijn. Habiforum is een door de overheid gefinancierd netwerk voor meervoudig ruimtegebruik.


De ontwikkeling in de tijd bij het artikel Realisatie Nationaal Ruimtelijk Beleid wordt verklaard doordat (incidentele) FES-middelen aan de VROM-begroting zijn toegevoegd. Deze projecten (Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit, Nieuwe Sleutel Projecten en Nota Ruimte) leiden vooral tot uitgaven in 2009 en 2010. In de jaren 2012–14 wordt ook nog budget toegevoegd voor de Nota Ruimteprojecten.


In 2009, 2010 en 2011 zijn op het artikel Klimaat en Luchtkwaliteit meer middelen beschikbaar dan in latere jaren. Voorbeelden van prioritaire projecten zijn het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, Schoon en Zuinig en Duurzame Mobiliteit. Tevens maken de maatregelen uit het stimuleringspakket, zoals de sloopregeling oude personen- en bestelauto’s en het Programma Milieu en Technologie onderdeel uit van dit artikel.


Het artikel Duurzaam produceren heeft een piek in 2009. Deze piek is het gevolg van een vertraagde oprichting van het Afvalfonds. Het Afvalfonds zou in 2008 opgericht worden, maar liep vertraging op. Vooruitlopend op de oprichting van het fonds zijn er al kosten gemaakt, die na goedkeuring door betrokken bedrijfsleven en gemeenten door VROM zijn vergoed. Afgesproken is dat het resterende begrote bedrag beschikbaar blijft voor het Afvalfonds gezien de beoogde fondsstructuur waarin bedragen over de jaargrenzen meegenomen kunnen worden. Het resterende bedrag 2008 zal na oprichting in 2009 alsnog aan het Afvalfonds worden toegekend.


Op het artikel Risicobeleid is een toename te zien. VROM heeft structurele middelen beschikbaar voor het oplossen van risicovolle situaties, vooral op het gebied van externe veiligheid en asbest. De oploop wordt veroorzaakt doordat saneringen de nodige doorlooptijd kennen. Naast inventarisatie van de specifieke gevallen moeten specifieke projectplannen worden gemaakt. Dit gaat gepaard met veel afstemming met betrokken partijen, waarna de daadwerkelijke sanering plaatsvindt. De piek in 2009 wordt veroorzaakt door de schadevergoeding aan DSM Agro in verband met het intrekken van de milieuvergunning voor de salpeterzuurfabriek in IJmuiden. Dit gaat ten koste van middelen in 2010, 2011 en 2012.


Op het artikel Versterken van het internationaal milieubeleidstaan vooral middelen voor Clean Development Mechanism (CDM). De piek in 2011 en 2012 is het gevolg van een verschuiving van CDM-middelen uit eerdere jaren op grond van de inschatting dat het merendeel van de contracten tegen het eind van de looptijd van het Kyoto-protocol (2012) tot een betaling leidt. Ook in 2013 kunnen er nog betalingen plaatsvinden in het kader van het Kyoto-protocol.


Op het artikel Leefomgevingskwaliteit is een lichte afname te zien. Dit wordt verklaard door incidentele FES-middelen (2010–2012) voor de programma’s Kennis voor Klimaat, Klimaat voor Ruimte, Klimaatbuffers en Geluidskaarten.


Op het artikel Algemeen worden alle uitgaven opgenomen die niet specifiek aan een van de beleidsdoelstellingen uit de beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het betreft hier apparaatsuitgaven van de VROM- én WWI-begroting. De afloop in dit artikel is te verklaren door lagere uitgaven voor gemeenschappelijke voorzieningen (taakstellend) en de ingeplande rijksbrede taakstelling op het apparaat van VROM en WWI.

Wonen, Wijken en Integratie

XVIII Wonen, Wijken en Integratie bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 4 867,4 3 717,3 3 515,6 3 294,1 3 282,0 3 299,6
totaal niet-belastingontvangsten 896,0 485,8 421,0 365,8 374,7 374,3
             
1 Stimuleren krachtige steden, vitale wijken en voldoende woningen            
Uitgaven 1 121,5 443,7 290,3 179,2 184,5 183,1
Ontvangsten 519,6 3,6 4,1      
             
2 Stimuleren van een duurzame kwaliteit van woningen, gebouwen            
Uitgaven 77,7 79,1 61,8 25,2 25,3 24,3
Ontvangsten 14,1 15,1 9,1 1,1 1,1 0,1
             
3 Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt            
Uitgaven 2 395,7 2 484,1 2 564,0 2 566,4 2 591,1 2 603,7
Ontvangsten 353,2 363,2 353,5 359,9 368,8 369,4
             
4 Integratie niet-westerse migranten            
Uitgaven 473,1 582,8 511,9 470,9 437,6 437,6
Ontvangsten 6,0 103,2 53,9 4,4 4,4 4,4
             
5 Kennis en ordening wonen, wijken en integratie            
Uitgaven 10,1 8,6 11,1 8,8 7,4 9,4
             
6 Rijkshuisvesting            
Uitgaven 93,3 102,8 64,7 44,1 25,3 27,3
Ontvangsten 2,6 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4
             
95 Algemeen            
Uitgaven 696,6 17,7 12,3 7,5 7,2 7,2
Ontvangsten 0,4 0,2        
             
96 Onverdeeld            
Uitgaven – 0,6 – 1,6 – 0,5 – 8,0 3,7 7,1

Het artikel Stimuleren krachtige steden, vitale wijken en voldoende woningen vormt een groot deel van de WWI-begroting. Vergeleken met 2010 zijn in 2009 meer middelen beschikbaar voor het verbeteren van leefbaarheid, sociale samenhang en integratie in steden en wijken. Grosso modo verklaren twee factoren het verloop van 2009–2010. De eerste factor is de eerste tranche van het budget dat voor de woningbouw beschikbaar is gesteld in het kader van het stimuleringspakket. Ten tweede is een belangrijke verklarende factor dat vanaf 2010 de middelen voor de Brede doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid (BDU-SIV) via decentralisatie-uitkeringen van het Gemeentefonds en via specifieke uitkeringen van de verschillende begrotingshoofdstukken en niet meer via de begroting van WWI worden uitgekeerd. Vanaf 2010 ontvangt WWI dan ook geen middelen meer van de verschillende begrotingshoofdstukken voor de BDU-SIV.


Het artikel Stimuleren van een duurzame kwaliteit van woningen, gebouwen bevat uitgaven ter bevordering van duurzame bouw en energiebesparing in de gebouwde omgeving. Het bevat in de jaren 2009 tot en met 2013 uitgaven van ongeveer 12 mln. per jaar voor het programma energie budgetten. Daarnaast is er structureel 10 mln. beschikbaar in het kader van Schoon en Zuinig. In de periode 2008 tot en met 2011 komen daar extra middelen bij ten behoeve van de uitvoering van «Meer met minder». De middelen zijn voor incidentele subsidies als: maatwerkadvies, de reservering t.b.v. risicoafdekking voor energiebesparingskredieten en de tijdelijke subsidie voor dubbelglas.


Het artikel Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt omvat voor het overgrote deel de uitgaven voor de huurtoeslag en daarnaast uitgaven voor bevordering van eigenwoningbezit en bekostiging van de Huurcommissie voor het garanderen van een laagdrempelige geschillenbeslechting. De uitgaven voor de huurtoeslag komen in 2009 en 2010 hoger uit dan geraamd vanwege de economische crisis.


Op het artikel Integratie niet-westerse migranten is het grootste deel van de beschikbare middelen bestemd voor de integratie van niet-westerse migranten. De uitgavenstijging in 2010 en 2011 wordt veroorzaakt door de kwaliteitsimpuls inburgering in 2010 en de toename van het aantal duale inburgeringstrajecten in die jaren. De gestegen ontvangsten in 2010 en 2011 zijn het gevolg van het feit dat WWI in totaal 150 mln. inburgeringsmiddelen zal terugvorderen bij gemeenten, omdat het aantal uitgevoerde inburgeringstrajecten 2007–2008 lager is dan het aantal trajecten waarvoor de gemeenten voorschotten hebben ontvangen.


Het artikel Kennis en ordening wonen, wijken en integratieis gericht op het versterken van heldere verhoudingen tussen partijen op de woningmarkt om daarmee de maatschappelijke prestaties van de partijen op de woningmarkt te verbeteren. Hiervoor wordt voor de komende jaren ongeveer 10 mln. per jaar uitgetrokken. Deze uitgaven worden verantwoord op het subartikel Randvoorwaarden voor integratie en een goed werkende woningmarkt.


De uitgaven op het artikel Rijkshuisvesting betreffen voor een groot deel het onderhoud en investeringen voor de huisvesting van díe partijen binnen het Rijk die niet onder het reguliere huur-verhuurstelsel vallen. Op dit moment zijn enkele grotere projecten in uitvoering, zoals de renovatie van het Paleis op de Dam. De lagere uitgaven in de latere jaren worden vooral verklaard door het aflopen van deze investeringsprojecten.


De sterke daling in de uitgaven op artikel Algemeen hangt voornamelijk samen met de afkoop van de specifieke uitkering Besluit Woninggebonden Subsidies (BWS).

Verkeer en Waterstaat

XII Verkeer en Waterstaat bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 9 084,6 9 714,9 8 681,5 9 262,0 8 592,4 8 663,5
totaal niet-belastingontvangsten 123,3 71,9 64,3 63,9 62,1 60,1
             
31 Integraal waterbeleid            
Uitgaven 68,1 59,3 59,0 58,9 58,7 59,0
Ontvangsten 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6
             
32 Het bereiken van optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit            
Uitgaven 56,4 49,7 48,5 48,4 48,4 48,4
Ontvangsten 3,7 4,1 4,4 4,4 4,4 4,4
             
33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico’s            
Uitgaven 58,3 60,3 50,9 46,3 45,0 44,6
             
34 Betrouwbare netwerken en acceptabele reistijd realiseren            
Uitgaven 83,9 69,6 60,8 57,2 44,3 44,3
Ontvangsten 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
             
35 Mainport en logistiek            
Uitgaven 85,0 60,4 57,2 52,8 52,2 52,5
Ontvangsten 11,6 5,7 5,7 5,7 5,7 5,7
             
36 Bewerken,waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving            
Uitgaven 105,2 115,4 66,0 62,9 26,4 23,9
Ontvangsten 60,3 39,4 41,4 43,5 45,7 45,7
             
37 Weer, klimaat, seismologie ruimtevaart            
Uitgaven 43,3 42,9 49,3 45,0 46,5 46,5
Ontvangsten            
             
39 Bijdragen aan het Infrafonds en BDU            
Uitgaven 8 330,9 9 044,8 8 077,2 8 682,3 8 069,3 8 144,7
             
40 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven – 2,1 – 14,5 – 2,3 – 11,5 – 16,8 – 17,7
             
41 Ondersteuning functioneren Verkeer en Waterstaat            
Uitgaven 255,6 226,7 215,0 219,6 218,4 217,3
Ontvangsten 47,0 22,1 12,1 9,6 5,6 3,6

De kosten die Verkeer en Waterstaat maakt bij het ontwikkelen van beleid worden gefinancierd vanuit begrotingshoofdstuk XII. De aan de uitvoering gerelateerde beleidsdoelstellingen van Verkeer en Waterstaat zijn in de Infrastructuurfonds-begroting opgenomen. De uitgaven die daar worden geraamd, worden in de horizontale toelichting van dit fonds toegelicht. Het Infrastructuurfonds (IF) wordt behalve uit de begroting van Verkeer en Waterstaat ook uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) gevoed, waarop eveneens een aparte horizontale toelichting wordt gegeven.


Het fluctuerende verloop van de totale uitgaven wordt voornamelijk beïnvloed door het artikel 39 Bijdrage aan het Infrastructuurfonds en de BDU (Brede Doel Uitkering) (respectievelijk 6,9 en 2,2 mld. voor het IF en de BDU in 2010). Dit artikel bevat de voeding van het Infrastructuurfonds. Zowel de bijdrage van de begroting van Verkeer en Waterstaat als die uit het Fonds Economische Structuurversterking kent een onregelmatig verloop over de jaren.


De begrote uitgaven voor het artikel 32 Het bereiken van optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit nemen af vanaf 2010. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door het aflopen van de projectmatige kosten die samenhangen met het nieuwe puntenrijbewijs.


Bij artikel 33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico’s worden in 2009–2012 uitgaven gedaan voor de luchthaveninfrastructuur en rampenbestrijding van de eilanden Bonaire, St. Eustasius en Saba (BES). Onderzoek heeft uitgewezen dat de luchtvaartveiligheid op de BES-eilanden op een aantal punten verbeterd moet worden om te voldoen aan de internationale eisen. De uitgaven vinden plaats in het kader van de toekomstige verantwoordelijkheid van het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor de luchtvaartveiligheid op de BES-eilanden.


Het budget op artikel 34 Betrouwbare netwerken en acceptabele reistijd realiseren neemt geleidelijk af, doordat de uitgaven aan het netwerk spoor en het regionaal vervoer netwerk afnemen. Dit is voornamelijk een gevolg van de voorziene afronding van fases van de OV-Chipkaart. Daarnaast worden tot 2015 de laatste contractsectordiensten gedecentraliseerd, wat tot lagere uitgaven leidt voor Verkeer en Waterstaat.


De ontvangsten en uitgaven op het artikel 35 Mainport en logistiek zijn in het jaar 2009 fors hoger dan in latere jaren. De uitgaven nemen na 2009 af door stopzetting van de subsidie voor Haveninterne Projecten (HIP-II) en door het aflopen van activiteiten op het gebied van stimulering van de binnenvaart. De ontvangsten op dit artikel nemen af omdat de EU-subsidie voor de inbouw van het European Train Control System (ETCS) in 2010 wordt beëindigd.


De sterke afloop van het budget op het artikel 36 Bewerken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving vanaf 2010 heeft te maken met het programma Geluidsisolatie Schiphol. Voor dit project is een nieuwe kasreeks bepaald, waarvan het grootste gedeelte van de uitgaven begroot is tot 2012.


Op het artikel 41 Ondersteuning Verkeer en Waterstaat worden onder andere de ontvangsten uit het FES voor de beleidsbegroting van Verkeer en Waterstaat (hoofdstuk XII) verantwoord. In 2009 zijn de geraamde uitgaven voor dit artikel hoger dan in latere jaren. Dit komt door verschillende overboekingen van andere departementen aan Verkeer en Waterstaat, onder andere van VROM, VWS en de Rijksgebouwendienst. De ontvangsten dalen als gevolg van het aflopen van projecten die met FES-middelen worden gefinancierd.

Economische Zaken

XIII Economische Zaken bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 2 725,5 2 778,5 2 597,3 2 628,9 2 572,3 2 780,9
totaal niet-belastingontvangsten 9 026,7 5 786,9 6 176,6 6 318,2 6 126,8 5 093,6
             
1 Goed functionerende economie en markten Nederland en Europa            
Uitgaven 84,6 88,4 83,4 79,3 80,7 80,2
Ontvangsten 41,2 45,8 38,6 36,4 35,8 35,8
             
2 Een sterk innovatievermogen            
Uitgaven 738,9 757,3 615,1 637,5 582,5 582,9
Ontvangsten 190,3 193,2 126,9 117,0 89,8 88,1
             
3 Een concurrerend ondernemingsklimaat            
Uitgaven 428,6 391,1 333,4 340,5 344,2 305,6
Ontvangsten 118,3 136,9 110,8 112,7 110,8 74,0
             
4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding            
Uitgaven 1 043,2 1 138,4 1 194,4 1 199,2 1 199,2 1 459,1
Ontvangsten 8 664,0 5 379,2 5 869,4 6 023,8 5 886,1 4 891,6
             
5 Internationale economische betrekkingen            
Uitgaven 7,8 7,5 6,1 6,2 6,3 6,3
Ontvangsten 0,9 0,9        
             
8 Economische analyses en prognoses            
Uitgaven 13,8 13,5 13,0 12,9 12,8 12,8
Ontvangsten 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6
             
9 Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken            
Uitgaven 192,0 189,1 184,4 183,0 180,2 179,2
             
10 Elektronische communicatie en post            
Uitgaven 88,0 79,1 75,0 63,8 67,2 66,9
Ontvangsten 0,4 26,4 26,4 24,1 0,2 0,2
             
21 Algemeen            
Uitgaven 119,3 101,7 98,0 98,4 95,9 98,2
Ontvangsten 9,1 2,3 2,3 2,3 2,3 2,3
             
22 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven 7,9 11,1 – 6,6 7,6 3,2 – 10,5
Ontvangsten            
             
23 Afwikkeling oude verplichtingen            
Uitgaven 1,5 1,0 1,0 0,5 0,3 0,3
Ontvangsten 0,9 0,6 0,4 0,3 0,2  

De ontvangsten op het artikel Goed functionerende economie en markten vloeien voornamelijk voort uit boetes die door de NMa als sanctie voor overtredingen van bijvoorbeeld de Mededingingswet zijn opgelegd. De raming van ontvangsten daalt na 2010 als gevolg van het aflopen van de boeteontvangsten uit hoofde van de bouwfraudezaken. Deze daling wordt echter enigszins gecorrigeerd door een stijging van de boete-inkomsten van het Rijk voorzien als gevolg van het high trust-boetebeleid.


De hogere uitgaven op het artikel Een sterk innovatievermogenin 2009 en 2010 ten opzichte van de daarop volgende jaren worden voornamelijk verklaard doordat er in 2009 en 2010 middelen uit het stimuleringspakket aan de EZ-begroting zijn toegevoegd. Zo zijn als onderdeel van het stimuleringspakket FES-middelen voor onder andere Innovatieprestatiecontracten (IPC’s), TechnoPartner, BSIK (Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur) en Holst volgens een verdeling van circa 50 procent in 2009 en 50 procent in 2010 middelen aan de EZ-begroting toegevoegd. Daarnaast zijn er vanuit het stimuleringspakket middelen beschikbaar gesteld voor het behoud van kenniswerkers voor Nederlandse bedrijven en voor het stimuleren van omvangrijke strategische R&D-projecten op het gebied van High Tech Systemen.

De middelen nemen vanaf 2011/2012 af door het beëindigen van enkele projecten. Het betreft voornamelijk projecten die met FES-gelden zijn gefinancierd. Daarmee samenhangend lopen de ontvangsten (vanuit het FES) op artikel 2 ook sterk terug vanaf 2011/2012.


Op het artikel Een concurrerend ondernemingsklimaat worden er voor de Besluit Borgstelling MKB meer verliesdeclaraties door banken ingediend in verband met de financiële crisis, hetgeen in 2009 en 2010 tot hogere uitgaven leidt. Daarnaast zijn er als onderdeel van het stimuleringspakket FES-middelen voor Beroepsonderwijs in Bedrijf en Onderwijs en Ondernemerschap volgens een verdeling van circa 50 procent in 2009 en 50 procent in 2010 aan de EZ-begroting toegevoegd. Bovendien zijn er naar aanleiding van de motie Van Geel in 2009 extra middelen aan de EZ-begroting toegevoegd voor projecten in het kader van herstructurering van bedrijventerreinen.

In 2010 zijn de ontvangsten op dit artikel hoger dan in andere jaren vanwege de tijdelijke Garantie Ondernemingsfinanciering, omdat in dat jaar veel ontvangsten uit kostendekkende premies worden verwacht.


Stijgende uitgaven aan de Milieukwaliteit elektriciteitsProductie (MEP) en Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) verklaren de oploop op het artikel Doelmatige en duurzame energiehuishouding tot 2013. De geplande MEP-uitgaven laten vanaf 2011 echter een daling zien doordat bestaande MEP-beschikkingen aflopen. De hierdoor ontstane vrijval uit de MEP zal aan de reeds beschikbare middelen voor de regeling SDE worden toegevoegd en ook via de SDE-regeling worden ingezet. De oploop in 2014 wordt verklaard doordat er 160 mln. extra aan het SDE-budget zal worden toegevoegd. Bovendien verschuiven er als gevolg van vertraging in de vergunningverlening bij «Wind op land» middelen van de jaren 2009–2013 naar de periode 2014–2017.

De ontvangsten op dit artikel bestaan voornamelijk uit aardgasbaten. De bepalende factoren voor de geraamde aardgasbaten zijn de aardgasprijs, die gerelateerd is aan de prijs van olie in dollars, de euro/dollar koers en het volume van de verkopen. De variatie in de ontvangsten wordt veroorzaakt door variaties in deze factoren. Daarnaast worden op dit artikel ook de veilingopbrengsten van CO2-rechten (ca 55 mln. per jaar) tot en met 2012 geraamd.


De uitgaven op het artikel Elektronische communicatie en post dalen, omdat het project Kenniswijk/Cybercrime is afgerond.

De hoge ontvangsten in de jaren 2010 t/m 2012 op het artikel Elektronische communicatie en post worden verklaard doordat de periode waarin KPN en Vodafone gebruik mogen maken van hun GSM-frequenties verlengd wordt tot 2013. De ontvangsten voor de Staat vallen hierdoor hoger uit.

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 2 538,1 2 459,5 2 531,0 2 284,1 2 265,6 2 153,7
totaal niet-belastingontvangsten 528,6 536,1 516,0 481,4 464,1 411,3
             
21 Duurzaam ondernemen            
Uitgaven 326,3 323,0 256,7 235,8 224,1 207,2
Ontvangsten 26,1 30,2 23,2 16,6 11,4 9,4
             
22 Agrarische ruimte            
Uitgaven 85,6 63,5 49,9 35,7 35,4 32,9
Ontvangsten 68,8 55,6 51,3 44,2 44,2 42,2
             
23 Natuur            
Uitgaven 542,6 502,3 565,4 504,1 516,5 493,1
Ontvangsten 26,8 33,8 42,4 29,1 25,1 3,7
             
24 Landschap en Recreatie            
Uitgaven 124,7 138,2 292,0 157,4 153,1 111,0
Ontvangsten 35,9 40,6 15,8 10,9 5,8 0,9
             
25 Voedselkwaliteit en Diergezondheid            
Uitgaven 105,6 72,3 66,5 66,4 63,7 62,9
Ontvangsten 12,3 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2
             
26 Kennis en Innovatie            
Uitgaven 1 008,7 992,4 976,8 969,1 978,9 979,9
Ontvangsten 30,1 25,7 20,8 10,2 10,2 10,2
             
27 Reconstructie            
Uitgaven 79,5 118,5 110,2 115,4 111,9 88,5
Ontvangsten 13,4 34,7 46,6 54,5 51,5 29,1
             
28 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven   – 1,0 – 2,9 – 2,9 – 2,9 – 2,9
             
29 Algemeen            
Uitgaven 265,0 250,3 216,4 203,1 184,8 181,2
Ontvangsten 315,1 314,3 314,7 314,7 314,7 314,7

Op het artikel Duurzaam ondernemen stijgen de uitgaven per saldo in 2009 en 2010 door de eenmalig extra toegevoegde middelen uit het stimuleringspakket voor de agrarische sector. Omdat de zgn. Koopmans-gelden ten behoeve van ICES II tot 2010 lopen, dalen de uitgaven vanaf 2010.

De ontvangsten zijn eenmalig hoger in 2010 door een verschuiving van de FES-middelen Programma Luchtkwaliteit uit 2009.


De uitgaven op het artikel Agrarische ruimte zijn voornamelijk in 2009 hoger als gevolg van de toegevoegde FES-middelen Greenports (uit het stimuleringspakket), Greenport Primaviera en project Klavertje 4.


Op het artikel Natuur is een verschuiving van de middelen op het verwervingsbudget voor de Ecologische Hoofdstructuur verwerkt waardoor de uitgaven in 2009 en 2010 dalen en in 2011 stijgen. Omdat het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) tot 2013 loopt en de bijdragen van de andere departementen hierdoor aflopen dalen de uitgaven en ontvangsten in 2014. De ontvangsten zijn in 2011 eenmalig hoger door toegevoegde FES middelen voor de natuurpilot IJmeer.

Ook op het artikel Landschap en recreatie is een verschuiving van middelen verwerkt op het budget voor Recreatie om de Stad (RodS). Dit leidt tot hogere uitgaven in 2011, maar lagere uitgaven in 2009 en 2010. In 2014 kent dit artikel een daling als gevolg van het aflopen van het programma RodS.


Op het artikel Voedselkwaliteit en Diergezondheid zijn de uitgaven in 2009 hoger vanwege extra middelen voor de Voedsel- en Warenautoriteit in verband met maatregelen naar aanleiding van het rapport-Hoekstra en Vanthemsche. De ontvangsten in 2009 zijn hoger door bij de EU declareerbare uitgaven voor blauwtongvaccins.


In 2010 zijn de uitgaven op het artikel Reconstructie hoger door de toegevoegde middelen ten behoeve van het project Veenweidegebieden. Omdat het Investeringsbudget Landelijk Gebied tot 2013 loopt en de bijdragen van de andere departementen hierdoor aflopen dalen de uitgaven en ontvangsten in 2014.


De daling van de uitgaven op het artikel Algemeen is met name het gevolg van de herprioritering van LNV, waarbij vooral op ICT een taakstelling rust. Ook van invloed op de dalende apparaatsuitgaven is de efficiencytaakstelling Rijksdienst. De landbouwheffingen worden ook op dit artikel ontvangen.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 27 060,0 27 282,9 27 826,4 28 958,1 29 767,3 30 366,4
totaal niet-belastingontvangsten 819,0 1 119,8 1 113,9 978,9 962,0 971,9
             
41 Inkomensbeleid            
Uitgaven 1,8 1,9 0,9 0,8 0,8 0,8
             
42 Arbeidsparticipatie            
Uitgaven 124,0 177,4 41,7 17,4 17,4 17,4
Ontvangsten 18,9 19,0 19,0 19,0 19,0 19,0
             
43 Arbeidsverhoudingen            
Uitgaven 25,3 22,7 5,4 5,7 5,7 5,7
Ontvangsten 1,3 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2
             
44 Arbeisomstandigheden en verzuim            
Uitgaven 69,7 66,1 23,3 23,3 23,3 23,3
Ontvangsten 10,1 5,1 5,1 5,1 5,1 5,1
             
45 Pensioenbeleid            
Uitgaven 3,7 2,6 0,9 0,9 0,9 0,9
             
46 Inkomensbescherming met activering            
Uitgaven 6 805,2 7 291,6 7 866,1 8 325,6 8 434,5 8 596,0
Ontvangsten 0,2 0,2        
             
47 Re-integratie            
Uitgaven 2 228,9 2 443,4 2 232,2 2 086,5 2 070,8 2 023,2
Ontvangsten 268,1 565,7 563,1 418,8 393,4 393,4
             
48 Sociale werkvoorziening            
Uitgaven 2 510,5 2 515,4 2 507,1 2 508,4 2 508,4 2 508,4
Ontvangsten 506,9 510,1 520,0 529,2 537,7 547,6
             
49 Overige inkomensbescherming            
Uitgaven 371,4 635,7 646,8 649,3 659,0 668,4
             
50 Tegemoetkoming specifieke kosten            
Uitgaven 142,1 142,8 118,5 116,5 113,1 109,5
Ontvangsten   13,0        
             
51 Rijksbijdragen sociale fondsen            
Uitgaven 14 565,4 13 787,9 14 102,3 14 921,0 15 632,4 16 105,2
             
97 Aflopende regelingen            
Uitgaven 2,1 0,2 0,1      
Ontvangsten 8,0          
             
98 Algemeen            
Uitgaven 207,1 193,7 269,3 268,8 267,0 268,2
Ontvangsten 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5
             
99 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven 2,8 1,4 11,8 33,7 33,8 39,2

Het artikel Arbeidsparticipatie laat in met name de jaren 2009 en 2010 een hoger budget zien dan in de periode vanaf 2012. Dit wordt veroorzaakt doordat middelen uit het stimuleringspakket neerslaan op dit artikel. Hierbij gaat het om middelen uit de arbeidsmarkt- en uit de jeugdwerkloosheidsenveloppe.


De oplopende uitgaven op het artikel Inkomensbescherming met activering worden veroorzaakt door stijgende uitgaven aan de bijstand, veroorzaakt door een doorwerking van een verslechterende conjunctuur.


Met ingang van 2010 is besloten de verantwoordelijkheid voor en de uitvoering van de bijstand 65+ over te hevelen van gemeenten naar de SVB. Dit werkt door in de uitgaven op het artikel Overige inkomensbescherming.


Door het wijzigen van de indicatiestelling om in aanmerking te komen voor een Tegemoetkoming in de Onderhoudskosten Gehandicapte kinderen (TOG) zijn er vanaf 2010 lagere uitgaven op het artikel Tegemoetkoming specifieke kosten.


Op het artikel Algemeen worden de apparaatuitgaven en subsidie-, voorlichtings-, onderzoeksen handhavingsbudgetten verantwoord die niet direct kunnen worden toegerekend aan een van de beleidsartikelen. Voor de jaren 2009 en 2010 wijken de bedragen af van de latere jaren. Dit komt doordat voor deze jaren de apparaatskosten zoveel mogelijk zijn toegerekend aan de beleidsartikelen.

Volksgezondheid Welzijn en Sport

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 15 133,8 15 206,0 15 464,6 15 739,9 16 230,3 16 613,6
totaal niet-belastingontvangsten 95,2 108,0 92,1 46,5 48,7 41,5
             
41 Volksgezondheid            
Uitgaven 875,7 679,7 668,1 641,0 625,7 623,5
Ontvangsten 22,7 21,7 15,6 15,6 15,6 15,6
             
42 Gezondheidszorg            
Uitgaven 7 226,6 7 472,0 7 916,2 8 285,5 8 748,3 9 128,9
Ontvangsten 64,9 77,2 66,6 21,1 23,2 16,0
             
43 Langdurige Zorg            
Uitgaven 5 620,0 5 990,9 5 861,0 5 805,8 5 845,2 5 873,1
             
44 Maatschappelijke Ondersteuning            
Uitgaven 611,4 304,1 302,0 299,8 299,7 300,7
             
46 Sport            
Uitgaven 115,2 142,7 135,4 126,8 127,0 127,0
Ontvangsten 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9
             
47 Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II            
Uitgaven 397,8 369,2 349,4 333,1 316,9 301,5
             
98 Algemeen            
Uitgaven 329,2 294,3 283,7 277,6 277,7 278,2
Ontvangsten 6,7 4,1 4,1 4,1 4,1 4,1
             
99 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven – 42,1 – 46,9 – 51,1 – 29,5 – 10,3 – 19,3
Ontvangsten   4,2 4,9 4,9 4,9 4,9

De totale uitgaven op de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vertonen een stijgende lijn, voornamelijk veroorzaakt door stijgingen op het artikel Gezondheidszorg en het artikel Langdurige zorg.


De oploop op het artikel Gezondheidszorg wordt grotendeels veroorzaakt door de stijging van de zorgtoeslag en de rijksbijdrage 18- ten behoeve van de ZVW. De hoogte van de zorgtoeslag is gekoppeld aan de hoogte van de zorgpremie. Door de stijgende zorgpremies neemt de zorgtoeslag toe. De stijging van de zorgpremies zorgt er ook voor dat de rijksbijdrage 18- een stijgende lijn vertoont.


Op het artikel Langdurige Zorg is eveneens een stijging te zien. Deze stijging is grotendeels toe te schrijven aan de invoering van een forfaitaire tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) in 2010 met een budgettair beslag van circa 470 mln. Daarnaast is er sprake van een stijging van de rijksbijdrage BIKK (bijdrage in de kosten van kortingen). Deze bijdrage compenseert de premiederving bij onder andere de AWBZ, die ontstaan is door de grondslagverkleining voor de premieheffing. Deze grondslagverkleining trad op na de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001.


Op het artikel Maatschappelijke Ondersteuning worden de specifieke uitkeringen voor maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid en openbare geestelijke gezondheidszorg toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering binnen het Gemeentefonds. Hierdoor wordt de beleids- en bestedingsvrijheid van gemeenten vergroot en worden de verantwoordinglasten van gemeenten verminderd. Dit resulteert in een benedenwaartse bijstelling van circa 289 mln. op het artikel Maatschappelijke Ondersteuning vanaf 2010 en verder.


Het artikel Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II vertoont een structurele daling ten gevolge van een afname van het aantal uitkeringsgerechtigden.

Jeugd en Gezin

XVII Jeugd en Gezin bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 6 504,3 6 509,9 6 618,5 6 597,2 6 589,1 6 558,4
totaal niet-belastingontvangsten 19,4 14,9 14,7 15,0 15,0 15,0
             
1 Gezin en inkomen            
Uitgaven 4 433,8 4 292,8 4 365,3 4 330,5 4 303,9 4 281,4
Ontvangsten 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3
             
2 Gezond opgroeien            
Uitgaven 379,1 399,6 405,1 397,5 397,7 397,7
Ontvangsten 6,7 2,0 1,5 1,5 1,5 1,5
             
3 Zorg en bescherming            
Uitgaven 1 683,8 1 808,1 1 838,7 1 859,7 1 878,0 1 869,8
Ontvangsten 12,4 12,7 12,9 13,2 13,2 13,2
             
98 Algemeen            
Uitgaven 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3
             
99 Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven 7,3 9,1 9,2 9,2 9,2 9,2

De totale uitgaven op de begroting van Jeugd en Gezin vertonen een stijgende lijn tot 2012, voornamelijk veroorzaakt door de stijging op artikel Zorg en Bescherming. Vanaf 2012 is er sprake van een licht dalende lijn die voornamelijk wordt veroorzaakt door een daling op artikel Gezin en inkomen.


De ontwikkeling op artikel Gezin en inkomen laat meerjarig een lichte afloop zien. Voor het kindgebonden budget geldt dat er sprake is van een oploop omdat er hogere bedragen per kind beschikbaar zullen worden gesteld. Daarentegen veroorzaakt een daling van het aantal kinderen het dalende verloop van het gehele artikel.


De groei op artikel Gezond opgroeien loopt op tot 2012. De kleine groei tot 2012 wordt onder meer verklaard door een tijdelijke impuls voor vrijwilligerswerk. Daarnaast zijn er structureel middelen bijgeboekt voor de BES-eilanden om te investeren in Centra voor Jeugd en Gezin, nieuwbouw voor buiten-, voor-, en naschoolse opvang en de jeugdbescherming.


De oploop op artikel Zorg en bescherming wordt met name veroorzaakt door de overheveling van de justitiële jeugdinrichtingen van het ministerie van Justitie naar het ministerie van Jeugd en Gezin. Daarnaast is de geprognosticeerde volumeontwikkeling in de jeugdbescherming en Raad voor de Kinderbescherming aangepast in verband met de invoering van de nieuwe kinderbeschermingswet.

Gemeentefonds

B Gemeentefonds bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 17 518,3 18 046,6 17 701,5 17 610,1 17 624,0 17 601,8
totaal niet-belastingontvangsten            
             
1 Gemeentefonds            
Uitgaven 17 518,3 18 046,6 17 701,5 17 610,1 17 624,0 17 601,8

Het Gemeentefonds is een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten. De beschikbare financiële middelen worden zodanig over de gemeenten verdeeld, dat deze een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren.


In het aanvullend beleidsakkoord is de accressystematiek tijdelijk niet van toepassing verklaard. In een aanvullend akkoord gesloten met de medeoverheden zijn de accressen voor de jaren 2009–2011 nominaal vastgesteld. De schommelingen zijn daardoor beperkt.


De stijging in 2010 wordt verklaard door toevoegingen die samenhangen met taakmutaties en door het overhevelen van specifieke uitkeringen naar decentralisatie-uitkeringen of de algemene uitkering. Hieronder vallen onder meer middelen voor maatschappelijke opvang en onderwijsachterstandenbeleid. De middelen voor onderwijsachterstandenbeleid zijn nu alleen voor 2010 toegevoegd aan het gemeentefonds, voor 2011 en verder staan deze op de OCW-begroting. Dit verklaart een groot gedeelte van de piek in 2010.

Provinciefonds

C Provinciefonds bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 1 328,9 1 302,5 997,5 996,2 988,1 988,1
totaal niet-belastingontvangsten            
             
1 Provinciefonds            
Uitgaven 1 328,9 1 302,5 997,5 996,2 988,1 988,1

Het Provinciefonds is een belangrijke inkomstenbron voor provincies. De beschikbare financiële middelen worden zodanig over de provincies verdeeld, dat deze een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren.


In het aanvullend beleidsakkoord is verklaard dat de accressystematiek in de jaren 2009–2011 niet van toepassing is. In een aanvullend akkoord gesloten met de medeoverheden zijn de accressen voor de jaren 2009–2011 nominaal vastgesteld. De schommelingen zijn daardoor beperkt.

Vanaf 2011 wordt er 300 mln. aan het Provinciefonds onttrokken. Dit gebeurt mede op basis van het advies van de Raad voor de financiële verhoudingen over de financiële verhouding tussen het Rijk en de provincies. Zij constateerde dat provincies in staat blijken te zijn om van hun takenpakket uit eigen middelen 597 mln. méér te bekostigen dan tot nu toe bij de bepaling van de algemene uitkering uit het Provinciefonds werd verondersteld. Het kabinet acht het daarom verantwoord om het Provinciefonds met ingang van 2011 structureel met 300 mln. te verlagen.

Infrastructuurfonds

A Infrastructuurfonds bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 7 723,8 8 629,6 8 519,6 8 238,0 7 590,2 8 261,0
totaal niet-belastingontvangsten 7 475,1 8 629,6 8 519,6 8 238,0 7 590,2 8 261,0
             
11 Hoofdwatersystemen            
Uitgaven 921,8 1 045,5 814,3 708,1 524,7 715,9
Ontvangsten 40,3 52,3 33,3 4,8 2,5  
             
12 Hoofdwegennet            
Uitgaven 2 443,4 2 909,3 2 757,1 2 898,1 3 018,5 3 693,5
Ontvangsten 80,0 153,1 191,7 155,5 319,8 308,2
             
13 Railwegen            
Uitgaven 2 680,2 2 975,6 2 385,9 2 263,9 2 258,2 2 200,3
Ontvangsten 139,0 125,0 159,0 219,1 312,3 334,5
             
14 Regionaal, lokale infra            
Uitgaven 379,0 275,2 241,5 383,6 436,9 257,1
             
15 Hoofdvaarwegennet            
Uitgaven 714,3 908,6 775,0 794,2 661,9 733,8
Ontvangsten 28,1 41,9 40,0 45,6 4,6  
             
16 Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer            
Uitgaven 294,9 364,6 811,7 793,9 409,7 369,6
Ontvangsten 0,8 0,2 20,2 20,0 23,0 20,0
             
17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer            
Uitgaven 241,3 97,8 198,1 153,2 274,5 284,7
Ontvangsten 0,8          
             
18 Overige uitgaven en ontvangsten            
Uitgaven 49,2 53,0 535,9 243,0 6,0 6,1
Ontvangsten 34,9 35,0 518,0 237,1    
             
19 Bijdrage andere begrotingen Rijk            
Ontvangsten 7 151,1 8 222,0 7 557,3 7 555,8 6 928,1 7 598,3

De aan de uitvoering gerelateerde beleidsdoelstellingen van Verkeer en Waterstaat (VenW) zijn in de begroting van het Infrastructuurfonds opgenomen. Het Infrastructuurfonds wordt gevoed vanuit de begroting van VenW (6,9 mld in 2010) en vanuit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) (1,3 mld in 2010).


De hogere budgetten in 2009 en 2010 op het artikel Hoofdwatersystemen hangen samen met investeringen in het Hoogwater Beschermingsprogramma (HWBP), waaronder zwakke schakels in de kustverdediging. Hier wordt nog extra in geïnvesteerd in het kader van zandsuppleties binnen het stimuleringspakket. Het HWBP loopt af in latere jaren. In 2014 loopt het budget weer op doordat er middelen zijn toegevoegd in het kader van de rampenbeheersingsstrategie bij overstromingen van Rijn en Maas.


Het bedrag aan uitgaven voor artikel Hoofdwegennet is in 2010 hoger dan de andere jaren vanwege investeringen gerelateerd aan het stimuleringspakket. In 2013 en 2014 zijn er bijdragen uit het FES aan het project Noordvleugel (ontvangst op art. 19), waardoor de uitgaven in die jaren hoger uitvallen.


Op het artikel Railwegen zijn zowel aanleg-, als onderhouds- en vervangingsbudgetten opgenomen. Voor de tweede fase Herstelplan Spoor zijn middelen beschikbaar gesteld tot en met 2012. De hiervoor aan de begroting toegevoegde reeks heeft een piek in de jaren 2009 en 2010. Ná 2010 (t/m 2012) dalen de beschikbaar gestelde middelen voor het herstelplan, om na 2012 geheel te stoppen.


Het budget voor artikel Regionale en lokale infrastructuur fluctueert, omdat het uitgaven (subsidies) betreft voor grote infrastructuurprojecten die door andere overheden worden aangelegd. In 2012 en 2013 stijgen de uitgaven. Een oorzaak hiervan is het Regio Specifiek Pakket voor het Noorden (RSP), dat is ingesteld als gevolg van het niet aanleggen van de Zuiderzeelijn.


Ten aanzien van het artikel Hoofdvaarwegennet wordt de piek in 2010 veroorzaakt door investeringen uit het stimuleringspakket.


Bij het artikel Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer bepaalt het project Ruimte voor de Rivier voornamelijk het verloop door de jaren heen. De piek in 2011 en 2012 wordt bepaald door FES-middelen ten behoeve van het Project Mainport Rotterdam.


Bij artikel Megaprojecten Verkeer en Vervoer lopen de uitgaven op in 2013 en 2014 als gevolg van de geraamde uitgaven voor Anders Betalen voor Mobiliteit.


Bij het artikel Overige uitgaven en ontvangsten wordt het patroon van zowel de uitgaven als ontvangsten in 2011 en 2012 bepaald door de afloop van schatkistleningen aan ProRail.


Het artikel Bijdrage andere begrotingen Rijk betreft de voeding van het Infrastructuurfonds vanuit zowel de begroting van Verkeer en Waterstaat als vanuit het FES. In 2010 komen extra middelen het Infrastructuurfonds binnen als gevolg van het stimuleringspakket (313 mln.). In 2013 zijn de ontvangsten lager, omdat o.a. middelen uit dat jaar voor het stimuleringspakket naar 2010 zijn geschoven.

Fonds Economische Structuurversterking

D Fonds Economische Structuurversterking bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 2 532,5 3 138,6 2 800,5 2 183,8 1 958,8 2 344,3
totaal niet-belastingontvangsten 2 532,5 3 138,6 2 800,5 2 183,8 1 958,8 2 344,3
             
11 Verkeer en Vervoer            
Uitgaven 780,3 1 286,6 1 369,7 758,3 716,6 1 314,1
             
12 Milieu en Duurzaamheid            
Uitgaven 430,3 472,8 379,9 274,1 239,0 21,8
             
13 Kennis en Innovatie            
Uitgaven 633,1 494,4 243,0 183,0 122,0 85,4
             
14 Ruimtelijke Ordening            
Uitgaven 306,3 260,8 118,3 65,0 39,2 39,3
             
15 Projecten in Voorbereiding            
Uitgaven 382,5 624,1 689,7 903,4 842,0 883,7
             
21 Ontvangsten uit Aardgasbaten            
Ontvangsten 2 532,5 3 138,6 2 800,5 2 183,8 1 958,8 2 344,3

Het Fonds Economische Structuurversterking (FES) is een verdeelfonds en heeft als doel het financieren van investeringsprojecten van nationaal belang waarmee beoogd wordt de economische structuur te versterken.


Binnen de artikelen Verkeer en Vervoer, Milieu en Duurzaamheid, Kennis en Innovatie en Ruimtelijke ordening worden bijdragen geleverd aan verschillende departementale begrotingen vanuit het FES. De feitelijke projectuitgaven worden onderbouwd, geraamd en verantwoord op de andere begrotingshoofdstukken. Artikel 11 tot en met 14 geven aan hoeveel FES-middelen reeds op de departementale begrotingen staan.


De bijdragen van het FES aan de begrotingen van VenW en het Infrafonds (artikel 11: Verkeer en Vervoer) zijn hoger in de jaren 2010, 2011 en 2014. De uitgaven in 2010 en 2011 zijn relatief hoog als gevolg van het Bereikbaarheid/voorfinanciering f 12 mld pakket dat na 2011 stopt. De geraamde uitgaven voor 2014 bestaan vrijwel geheel (1,2 mld.) uit uitgaven voor de wegontsluiting van de Noordvleugel.

De bijdragen aan de verschillende departementale begrotingen in het kader van Milieu en Duurzaamheid (art. 12), Kennis en Innovatie (art. 13) en Ruimtelijke Ordening (art. 14) lopen af vanaf 2010. Dit komt deels omdat over bijdragen op deze gebieden nog besluitvorming plaats moet vinden.


Artikel 15 bevat de reservering van middelen voor projecten en programma’s in voorbereiding. Zodra de projecten voldoende zijn uitgewerkt en besluitvorming hierover heeft plaatsgevonden, worden de middelen overgeheveld naar het desbetreffende uitgavenartikel (artikel 11 t/m 14) van de FES-begroting. Tegelijkertijd worden de middelen overgeheveld naar de verschillende departementale begrotingen. De enveloppen uit het Coalitieakkoord maken hier onderdeel van uit. De omvang van het begrotingsartikel heeft een oploop in de jaren. Besluitvorming door volgende kabinetten leidt ertoe dat meer middelen worden overgeboekt naar departementale begrotingen voor de periode 2013 en verder.


De voedingssystematiek van het FES is gewijzigd ten opzichte van de vorige kabinetsperiode. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat het FES een vaste voeding krijgt die niet meer fluctueert als gevolg van mutaties in de gasbaten. Juni 2009 is een voorstel (TK 31 993, nr. 3 en 4) naar de kamer gestuurd voor de wijziging van de FES-wet. De voeding (art. 21) wordt voor deze kabinetsperiode vastgezet door deze gelijk te stellen aan de begrote uitgaven uit het FES.

AOW-spaarfonds

E AOW-spaarfonds bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven            
totaal niet-belastingontvangsten 4 794,5 5 087,8 5 404,8 5 734,4 6 077,2 6 433,7
             
1 Rijksbijdrage AOW-spaarfonds            
Ontvangsten 3 199,2 3 312,6 3 426,0 3 539,5 3 652,9 3 766,4
             
2 Rentebijdrage over AOW-spaarfonds            
Ontvangsten 1 595,4 1 775,2 1 978,7 2 194,9 2 424,3 2 667,4

Het AOW-spaarfonds wordt gevoed door bijdragen vanuit de begroting van SZW. De Rijksbijdragen dienen conform de wet Premiemaximering AOW en introductie spaarfonds AOW jaarlijks met minimaal 113,4 mln. te stijgen. Daarnaast wordt Rente over het totaal opgebouwde vermogen aan het fondsvermogen toegevoegd.

Diergezondheidsfonds

F Diergezondheidsfonds bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 29,8 8,7 8,7 8,7 8,7 8,7
totaal niet-belastingontvangsten 11,0 8,7 8,7 8,7 8,7 8,7
             
1 Bewaking en bestrijding van dierziekten            
Uitgaven 29,8 8,7 8,7 8,7 8,7 8,7
Ontvangsten 11,0 8,7 8,7 8,7 8,7 8,7

Op de begroting van het Diergezondheidsfonds (DGF) worden meerjarig de reguliere uitgaven voor Bewaking en bestrijding van dierziekten opgenomen. Dekking vindt plaats door bijdragen van de sector, de EU en het Rijk. De hogere uitgaven in 2009 zijn het gevolg van een convenant DGF tussen Rijk en de sector dat tot 2010 loopt.


De ontvangsten lopen in 2009 éénmalig op als gevolg van de overheveling van het positieve eindsaldo uit 2008.

BTW-compensatiefonds

G BTW-compensatiefonds bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 2 580,1 2 670,4 2 737,2 2 787,7 2 789,4 2 789,4
totaal niet-belastingontvangsten            
             
1 BTW-compensatiefonds            
Uitgaven 2 580,1 2 670,4 2 737,2 2 787,7 2 789,4 2 789,4

Gemeenten, provincies en Wgr-plusregio’s kunnen de betaalde BTW voor hun niet-ondernemersactiviteiten in beginsel gecompenseerd krijgen uit het BTW-compensatiefonds.

Waddenfonds

H Waddenfonds bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 37,2 40,5 80,5 40,5 33,9 33,9
totaal niet-belastingontvangsten 33,9 33,9 33,9 33,9 33,9 33,9
             
1 Waddenfonds            
Uitgaven 37,2 40,5 80,5 40,5 33,9 33,9
Ontvangsten 33,9 33,9 33,9 33,9 33,9 33,9

Het Waddenfonds is ingesteld per 2007 en vanaf dat jaar worden middelen aan dit fonds toegevoegd vanuit de VROM begroting. Deze middelen worden ingezet voor de verbetering van de economische structuur en het milieu in het Waddengebied. De piek in 2011 wordt veroorzaakt doordat het Kabinet ter financiering van de versnelde uitvoering van FES projecten en a.g.v. moties Slob/Van Geel in het stimuleringspakket heeft besloten om 40 mln. uit 2009 door te schuiven naar 2011.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 6 069,1 5 728,1 6 196,0 5 943,3 5 969,1 6 062,8
totaal niet-belastingontvangsten 173,1 133,3 132,7 131,7 121,2 117,1
             
2B Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten            
Uitgaven 0,3 0,1        
             
5 Buitenlandse Zaken            
Uitgaven 5 170,1 4 870,3 5 173,1 5 108,4 5 160,6 5 374,7
Ontvangsten 148,9 110,1 110,5 110,2 110,2 110,2
             
Artikel 21: Versterkte intern rechtsorde en eerbiediging mensenrechten            
Uitgaven 118,1 111,9 115,3 113,1 105,3 105,3
             
Artikel 22: Grotere veiligheid en stabilliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur            
Uitgaven 982,1 829,6 838,4 873,9 876,3 876,3
Ontvangsten 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1
             
Artikel 23: Versterkte Europese samenwerking            
Uitgaven 204,2 214,2 236,7 214,2 219,2 214,2
             
Artikel 24: Meer welvaart en minder armoede            
Uitgaven 709,3 671,7 780,7 788,3 806,7 923,6
Ontvangsten 40,6 20,1 20,6 20,2 20,2 20,2
             
Artikel 25: Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling            
Uitgaven 1 651,2 1 575,6 1 553,9 1 730,3 1 730,3 1 730,3
             
Artikel 26: Beter beschermd en verbeterd milieu            
Uitgaven 389,6 335,0 629,3 394,0 394,0 394,0
             
Artikel 27: Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van persoonsverkeer            
Uitgaven 276,9 276,3 134,0 136,8 136,8 136,8
Ontvangsten 37,7 37,7 37,7 37,7 37,7 37,7
             
Artikel 28: Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland            
Uitgaven 83,8 77,3 76,9 76,5 76,5 76,5
Ontvangsten 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
             
Artikel 30: Nominaal en onvoorzien            
Uitgaven 8,1 33,0 77,2 97,5 124,9 233,6
             
Artikel 31: Algemeen            
Uitgaven 746,8 745,6 730,8 683,7 690,7 684,1
Ontvangsten 68,7 50,3 50,3 50,3 50,3 50,3
             
6 Justitie            
Uitgaven 25,6 29,1 33,7 31,5 30,1 25,8
             
7 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties            
Uitgaven 0,7 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5
             
8 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap            
Uitgaven 73,6 71,3 71,3 71,3 71,3 71,3
             
9B Financiën            
Uitgaven 97,1 101,8 300,6 216,1 232,7 199,6
Ontvangsten 11,0 10,1 8,9 8,3 7,8 3,7
             
10 Defensie            
Uitgaven 397,8 344,2 299,7 219,7 219,7 219,7
Ontvangsten 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4
             
11 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer            
Uitgaven 43,5 70,6 93,1 84,8 60,1 5,4
             
12 Verkeer en Waterstaat            
Uitgaven 19,3 17,5 14,3 14,3 14,3 14,3
             
13 Economische Zaken            
Uitgaven 195,7 181,7 171,4 160,8 144,1 115,6
Ontvangsten 11,8 11,8 11,8 11,8 1,8 1,8
             
14 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit            
Uitgaven 29,3 29,2 29,1 28,1 28,1 28,1
             
15 Sociale Zaken en Werkgelegenheid            
Uitgaven 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7
             
16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport            
Uitgaven 15,6 10,9 8,4 6,9 6,9 6,9

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een aparte budgettaire constructie, waarin de uitgaven aan Internationale Samenwerking van de verschillende departementen worden gebundeld. Het uitgavenniveau van de HGIS wordt deels aangepast voor macro-economische ontwikkelingen. Het ODA-deel van het HGIS budget is gekoppeld aan het bruto nationaal product, en bedraagt 0,8 procent BNP. Het non-ODA deel van de HGIS kent een vaste omvang, dat wordt gecorrigeerd voor prijsveranderingen.


Het merendeel van de HGIS-uitgaven wordt via de begroting van Buitenlandse Zaken verantwoord. Daarom wordt het verloop van de HGIS-uitgaven van die begroting per artikel toegelicht. Voor de overige begrotingen wordt de toelichting per departement gepresenteerd.


De structurele verhoging van het noodhulpbudget kan in 2010 en 2011 niet gerealiseerd worden als gevolg van de verlaging van het ODA-budget. Dit is zichtbaar op het artikel Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur.


Op het artikel Versterkte Europese samenwerking is het budget in 2011 verhoogd. Dit betreft een overheveling van 22,5 mln. van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) van 2008 naar 2011.


Het grillige patroon op Meer welvaart en minder armoede komt onder andere doordat op dit artikel de verandering van het ODA-budget als gevolg van wijzigingen in het BNP en de verschuiving van ODA-middelen in de tijd uit het stimuleringspakket wordt verwerkt. Vervolgens worden deze middelen uitgedeeld naar andere artikelen. Bovendien worden de uitgaven beïnvloed door de fondsen van de regionale ontwikkelingsbanken. Daarnaast zijn er op dit artikel meerjarig vanaf 2011 structureel extra middelen beschikbaar gesteld voor verbetering van het ondernemingsklimaat.


Om invulling te geven aan de kortingen op het ODA-budget zijn in de jaren 2010 en 2011 onder meer lagere uitgaven gepland voor de beleidsthema’s onderwijs, HIV/AIDS en participatie civil society. Dit wordt zichtbaar op het artikel Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling.


In het Coalitieakkoord is een intensivering voor duurzame energie in ontwikkelingslanden voorzien. Die intensivering loopt tot en met 2011 op. Dit is te zien op het artikel Beter beschermd en verbeterd milieu. Verder zijn, samenhangend met de het doorschuiven van ODA-middelen, uitgaven op dit artikel, onder meer voor hernieuwbare energie, gefaseerd van 2009 en 2010 naar latere jaren (met name 2011).


De toerekening van de geraamde kosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers uit de zogenoemde DAC-landen (Development Assistance Committee van de OESO) aan ODA is verhoogd voor de jaren 2009 en 2010. Dit wordt veroorzaakt door een verwachte hogere instroom van asielzoekers uit DAC-landen. Dit is terug te zien op het artikel Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van persoonsverkeer.


De HGIS kent een eigen systematiek voor loon- en prijsbijstellingen, de HGIS-indexering. De post Nominaal en onvoorzien wordt gebruikt als reservering om toekomstige stijgingen van lonen en prijzen op te vangen. Aangezien lonen en prijzen jaar op jaar stijgen, kent de reeks een oploop. In 2009 zijn grotendeels alle middelen toebedeeld aan HGIS-artikelen op de diverse begrotingen.


Op de Financiën-begroting staan de betalingen aan onder meer het internationaal ontwikkelingsfonds (IDA) van de Wereldbank. Deze betalingen zijn niet elk jaar gelijk, maar afhankelijk van jaarlijks te maken afspraken over de hoogte en het kaspatroon van de afdracht. Daardoor laten de HGIS-uitgaven van Financiën een ongelijkmatig beeld zien.


Tot en met 2010 is het budget op de begroting van Defensie opgehoogd voor de inzet in Afghanistan in het kader van de misse ISAF III. Daarnaast zijn over de jaren 2009 t/m 2011 intensiveringsmiddelen uit het Coalitieakkoord toegevoegd aan de voorziening crisisbeheersingsoperaties (cumulatief 250 mln.); deze middelen veroorzaken een deel van de oploop over de jaren.


De budgetten voor het Clean Development Mechanism (begroting VROM) en voor Joint Implementation (begroting EZ) fluctueren enigszins, omdat de uitvoering van projecten niet op elk moment gegarandeerd is. In 2012 lopen het Kyoto-akkoord en de huidige afspraken voor de klimaatprogramma’s CDM en JI af. In afwachting van een nieuw klimaatakkoord zullen in 2013 vooralsnog de laatste betalingen worden gedaan, voor 2014 staan geen uitgaven meer begroot.

Accressen Gemeente en Provinciefonds

Accres Gemeentefonds/Provinciefonds bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 0,0 0,0 0,0 503,1 892,1 892,1
60 Accres Gemeentefonds 0,0 0,0 0,0 464,9 824,4 824,4
             
61 Accres Provinciefonds 0,0 0,0 0,0 38,2 67,8 67,8

Met de medeoverheden zijn afspraken gemaakt over het accres tot en met 2011. Dit betekent dat het accres tot en met 2011 is vastgelegd en reeds is overgeboekt naar het Gemeentefonds en het Provinciefonds. In aanloop naar de volgende kabinetsperiode zullen afspraken gemaakt worden over de voeding van het Gemeentefonds en Provinciefonds in 2012 en verder.

Prijsbijstelling/Indexering WSF

Prijsbijstelling/Indexering WSF bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven – 0,0 522,1 934,0 1 418,9 1 946,2 2 487,3
80 Prijsbijstelling 0,0 490,3 899,8 1 382,0 1 869,1 2 369,7
             
84 Indexering WSF – 0,0 31,8 34,2 36,9 77,0 117,6

Op de aanvullende posten Prijsbijstelling en Indexering studiefinanciering is de meest actuele raming van de prijsstijgingen opgenomen die zich voordoen op de rijksbegroting en bij de normbedragen in de studiefinanciering. Als gevolg van de tranchegewijze opbouw ontstaat in de tijd een oplopend uitgavenniveau.

Arbeidsvoorwaarden

Arbeidsvoorwaarden bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven 0,0 822,6 1 769,8 2 770,4 3 792,5 4 826,9
totaal niet-belastingontvangsten            
             
1 Arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn RBG-eng            
Uitgaven 0,0 718,6 1 559,7 2 450,3 3 360,3 4 279,5
             
2 Arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn SZA            
Uitgaven   83,0 165,9 252,4 340,9 432,7
             
3 Arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn Zorg            
Uitgaven   20,0 40,9 61,8 83,3 104,9
             
4 Indexering rijksbijdragen            
Uitgaven   1,0 3,3 5,9 7,9 9,8

Op de aanvullende post arbeidsvoorwaarden worden de middelen gereserveerd die nodig zijn om de loongevoelige uitgaven op de Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg op het uitgavenpeil van het desbetreffende jaar te brengen. De oploop in de cijfers ontstaat doordat jaarlijks een structurele reservering wordt opgenomen teneinde de begrotingsuitgaven (zoals deze op de afzonderlijke begrotingen zijn opgenomen) van constante naar lopende prijzen te brengen.

Koppeling Uitkering

Koppeling Uitkeringen bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven   128,1 248,6 395,7 537,3 681,7
totaal niet-belastingontvangsten   8,4 15,7 23,4 31,4 39,8
             
46 Inkomensbescherming met activering            
Uitgaven   109,8 217,7 348,5 472,0 598,9
             
47 Re-integratie            
Uitgaven   2,0 4,2 6,6 9,4 12,0
             
48 Sociale werkvoorziening            
Ontvangsten   8,4 15,7 23,4 31,4 39,8
             
49 Overige inkomensbescherming            
Uitgaven   16,3 26,8 40,3 55,6 70,4
             
50 Tegemoetkoming specifieke kosten            
Uitgaven       0,3 0,4 0,5

Op de aanvullende post Koppeling Uitkeringen worden de uitgaven voor de indexering van de begrotingsgefinancierde sociale-zekerheidsuitgaven geraamd. De mutaties in uitgaven op dit artikel komen tot stand door aanpassingen van de WKA (Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheden)-index en door grondslageffecten bij de uitkeringen. Aanpassing van de WKA-index vindt plaats op basis van CPB-cijfers over de contractloonontwikkeling.

Nominale bijstelling AKW

Nominale Bijstelling AKW bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven       11,2 47,8 84,6
totaal niet-belastingontvangsten            
             
1 Gezin en inkomen            
Uitgaven       11,2 47,8 84,6

De totale uitgaven op het hoofdstuk, de nominale bijstelling Algemene Kinderbijslagwet (AKW), vertonen een stijgende lijn vanaf 2012, omdat de AKW jaarlijks wordt geïndexeerd. Vanwege de economische situatie en de overschrijdingen op de kinderregelingen is er door het kabinet besloten om niet te indexeren in 2010 en 2011. Vanaf 2012 wordt er weer geïndexeerd.

Aanvullende Post Algemeen

Algemeen bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven – 863,6 810,4 750,2 929,8 976,8 970,0
totaal niet-belastingontvangsten 4,0 4,0 4,0      
             
2 Uitvoeringskosten fiscale wetsvoorstellen            
Uitgaven 3,0 3,0 4,6 4,6 4,6 4,6
             
4 Eindejaarsmarge            
Uitgaven – 1 309,9 – 599,0 – 20,5      
             
11 Overig            
Ontvangsten 4,0 4,0 4,0      
             
17 Behoedzaamheidsreserve GF/PF            
Uitgaven            
             
55 Diversen            
Uitgaven 292,0 849,3 104,9 164,3 137,8 131,1
             
62 CA 2: Innovatieve, ondernemende economie            
Uitgaven 3,4 35,0 138,5 149,8 238,0 238,0
             
63 CA 3: Duurzame leefomgeving            
Uitgaven 0,1 4,1 125,7 240,7 241,8 241,6
             
64 CA 4: Sociale samenhang            
Uitgaven 1,5 77,7 237,5 267,0 256,6 256,6
             
65 CA 5: Veiligheid, stabiliteit en respect            
Uitgaven 0,1 15,5 64,1 65,1 65,1 65,1
             
66 CA 6: Overheid en dienstbare publieke sector            
Uitgaven – 0,2 – 0,3 33,7 33,7 28,7 28,7
             
67 CA: Diversen            
Uitgaven 1,4 68,1 55,7 4,6 4,3 4,5
             
70 Stimuleringspakket            
Uitgaven 145,0 357,0 6,0      

Op de aanvullende post Algemeen staan middelen waarvan op het moment van reservering de definitieve aanwending nog niet expliciet kan worden aangegeven. Daarnaast staan op de aanvullende post taakstellingen geparkeerd die uiteindelijk door de diverse begrotingen ingevuld worden (bijvoorbeeld de ramingstechnische veronderstelling in=uit bij de eindejaarsmarge).


De negatieve omvang van de raming op het artikel Eindejaarsmarge wordt bepaald door de ramingstechnische veronderstelling in=uit. Er wordt verondersteld dat er aan het einde van het jaar voldoende onderuitputting is, om de uitdeling van de eindejaarsmarge in een jaar te compenseren.


De uitgaven op de post Diversen betreffen voor het grootste deel een reservering voor de schuldsanering Antillen. Door het vorige kabinet is een start gemaakt met een traject dat moet leiden tot herziening van de staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk, verbetering van het financiële beheer en oplossing van de schuldenproblematiek. Daarbij zal een groot deel van de schulden van de Antillen worden gesaneerd.


Op de artikelen 62 tot en met 67 staan enveloppemiddelen uit het Coalitieakkoord geparkeerd, die nog niet zijn overgeboekt naar de verschillende begrotingen. De tranches 2008 tot en met 2010 zijn reeds uitgekeerd, over de tranche 2011 zal volgend jaar nog besluitvorming plaatsvinden. Op basis van die besluitvorming zullen dan ook de resterende middelen worden overgeheveld naar de verschillende begrotingen.


Op artikel 70 staan de middelen uit het stimuleringspakket voor 2009 en 2010. Deze middelen zijn nog niet overgeheveld naar de verschillende begrotingen. Zodra concrete invulling bekend is, zullen deze middelen overgeboekt worden naar de departementale begrotingen.

Consolidatie

Consolidatie bedragen in miljoenen euro’s

  2009 2010 2011 2012 2013 2014
totaal uitgaven – 8 842,2 – 9 894,1 – 8 592,4 – 8 392,0 – 7 658,6 – 8 070,4
totaal niet-belastingontvangsten – 8 842,2 – 9 894,1 – 8 592,4 – 8 392,0 – 7 658,6 – 8 070,4

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen die ontstaan door het «bruto-boeken» van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt daarnaast de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Door de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen via de begrotingen van Verkeer en Waterstaat en het FES aan het Infrastructuurfonds.