Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2010
  • Download PDF

2. BELEIDSAGENDA

2.1 Waarmaken van onze ambities

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties staat voor een goed functionerend openbaar bestuur, een veilige samenleving en een overheid waarop burgers kunnen vertrouwen. Daarmee borgen wij de kernwaarden van onze democratie. Vanuit deze missie werken wij aan onze doelstellingen.


De afgelopen twee jaar lag onze focus op het maken van nieuw beleid en het ter hand nemen van de uitvoering daarvan. Nu komt het aan op merkbare resultaten. Of het nu gaat om de dienstverlening aan burgers of om de veiligheid op straat: mensen moeten merken dat er iets verandert. Het jaar 2010 staat daarom in het teken van het waarmaken van onze ambities.


Dat doen we deels met eigen instrumenten en middelen. Daarnaast zorgen wij dat anderen over voldoende middelen en over de goede instrumenten beschikken om de problemen in de lokale situatie aan te pakken. Veel wetgevingsprocessen zijn of worden binnenkort afgerond. Daarmee kunnen wij in 2010 bijvoorbeeld overlastgevende jongeren beter aanpakken en de rampenbestrijding beter organiseren.


Gemeenten, provincies en veiligheidsregio’s kunnen daarbij op onze steun rekenen en wij zullen hen op hun verantwoordelijkheid aanspreken. Waar de voortgang stagneert, zorgen wij door extra maatregelen voor een versnelling. Dat geldt zeker ook voor die terreinen, waarop we zélf als eerste aan zet zijn: een kleinere en betere overheid, de diversiteit van het rijkspersoneel, de inrichting van het verkiezingsproces. Wij houden vast aan de doelstellingen, zorgen waar nodig voor extra impulsen en maken resultaten zichtbaar.


De gewijzigde omstandigheden maken dat niet altijd gemakkelijk. De financieel-economische crisis stelt onze samenleving voor nieuwe uitdagingen. Er zijn directe en concreet zichtbare gevolgen, zoals stijgende werkloosheid. Eveneens hebben sluimerende gevoelens van onzekerheid, onbehagen en onvrede onze aandacht. Waar dergelijke gevoelens leiden tot een scherpere polarisatie langs sociaal-culturele breuklijnen, is er alle reden tot zorg.


Om de beleidsdoelstellingen te realiseren, is een nog grotere inzet en creativiteit van alle betrokkenen vereist. Juist deze tijd van onzekerheid vraagt om een overheid die als eenheid optreedt en zichtbare oplossingen biedt voor maatschappelijke problemen. Het pakket maatregelen van de rijksoverheid om de economie te stimuleren wordt door gemeenten en provincies aangevuld met hun investeringsprogramma’s. Alleen met een gezamenlijke inzet slagen we er in het vertrouwen van mensen in de overheid verder te vergroten.

2.2 Een veilige samenleving

Het kabinet streeft naar een samenleving met minder criminaliteit, minder sociale overlast en minder verloedering van de woonomgeving. Een samenleving waarin respect de norm is en waarin mensen zich veilig voelen.


Het zijn de gezamenlijke inspanningen van overheid, maatschappelijke organisaties en burgers die Nederland veiliger maken. BZK voert daarbij landelijke regie door stimulering van het presterende vermogen van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR). BZK stelt gemeenten in staat lokaal de regie te voeren en krachtig op te treden.


Het kabinet kiest in haar aanpak voor een combinatie van preventie en bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving. Criminaliteit voorkomt en bestrijdt zij met een op de persoon gerichte aanpak, waarbij continuïteit in de aanpak en aansluiting van (na-)zorg moeten leiden tot een vermindering van recidive.

Veiligheid begint bij voorkomen (project 10)

Deze aanpak komt onder meer tot uitdrukking in het project Veiligheid begint bij Voorkomen waarin naast de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie ook de ministers voor Wonen, Wijken en Integratie, voor Jeugd en Gezin en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betrokken zijn. Immers; opvoeding, scholing, werk, een gezonde economie en leefbare wijken dragen bij aan een veiligere samenleving.

2.3 Een kwart minder criminaliteit, overlast en verloedering

Verschillende cijfers laten zien dat Nederland veiliger wordt. Niet iedereen beleeft dit als zodanig. Het blijft hard nodig om – ook waar beleidsdoelstellingen al zijn gehaald – te werken aan een merkbaar veiligere samenleving en het voorkomen van maatschappelijke instabiliteit.

Reductie criminaliteit, overlast en verloedering

Soort delict Overall doel 2010 t.o.v. 2002 Doelstelling vanaf 2006 Resultaat eind 2008 Nog te realiseren t/m 2010
Geweld 25% 20% 14,5% 5,5%
Vermogen 25% 6% 20% behaald
Overlast 25% 17,5% 0% 17,5%
Verloedering 25% 18,5% 3% 15,5%
Fietsendiefstal 100 000 100 000 110 000 behaald
  t.o.v. 2006      

Bron: Veiligheidsmonitor 2008, TK 28 684, nr. 209

Criminaliteit met 25% reduceren in 2010 ten opzichte van 2002 (doel 50)

De tabel laat zien dat het doel van het kabinet om de criminaliteit met 25% te verminderen op koers ligt. Het aantal geweldsdelicten is ten opzichte van 2006 met 14,5% afgenomen en moet in 2010 nog verder worden gereduceerd met 5,5%. Het aantal vermogensdelicten daalde in die periode met maar liefst 20%. Steeds minder mensen werden slachtoffer van een misdrijf. Eind 2008 gaf één op de vier burgers aan de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van een misdrijf. In 2005 was dit nog bijna één op de drie. Ook het percentage bedrijfsvestigingen dat het slachtoffer werd van criminaliteit nam af. Vooral winkelcriminaliteit en het aantal overvallen moeten omlaag. Overheid en bedrijven werken samen aan de bestrijding van diefstal in vooral de detailhandel, en van overvalcriminaliteit.


Om het oplossingspercentage verder te verhogen, worden voor eind 2010 bij de regionale korpsen en het KLPD 375 extra forensisch assistenten aangesteld. In 2011 moet dit aantal zijn opgelopen tot 500, waarvoor vanaf dan een budget van € 32,5 miljoen beschikbaar is.

  2008 (realisatie) 2009 (streef) 2010 (streef) 2011 (streef)
Aantal extra forensisch assistenten (in fte) 140 250 375 500

100 000 minder gestolen fietsen in 2010 ten opzichte van 2006 (doel 51)

Fietsendiefstal is een hinderlijke vorm van criminaliteit. Het doel om het aantal fietsendiefstallen met 100 000 terug te dringen, is eind 2008 gehaald. In 2010 gaan wij onverminderd door met de aanpak van fietsendiefstal. Om de handel in gestolen fietsen te bemoeilijken en gestolen fietsen beter te kunnen opsporen, wordt een uniek framenummer voor alle fietsen ingevoerd.

25% minder fysieke verloedering en ernstige sociale overlast in 2010 ten opzichte van 2002 (doel 52)

Ergernissen dicht bij huis, zoals overlast op straat, zwerfvuil, hondenpoep en graffiti, beïnvloeden het veiligheidsgevoel van mensen. Halverwege de regeerperiode van het kabinet kan worden geconstateerd, dat er nog veel werk verzet moet worden om de beoogde reductie van overlast en verloedering te realiseren. De fysieke verloedering van de woonomgeving is in 2008 licht verminderd. De door burgers ervaren sociale overlast is niet verder teruggedrongen. Op een aantal weerbarstige onderdelen zijn extra inspanningen nodig.


Om de ambitieuze doelstellingen op beide terreinen te realiseren, pakt het kabinet overlast en verloedering samen met de gemeenten verder met kracht aan. Dit richt zich vooral op de aanpak van overlast door dronken mensen op straat, drugsoverlast en overlast door groepen jongeren. Extra aandacht gaat uit naar de bestrijding van overlast door Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren.


Voor een stevige lokale aanpak worden in 2010 en 2011 de Van Montfransmiddelen en de middelen voor leefbaarheid ingezet. De ministers van BZK en voor WWI hebben op 7 september met 40 gemeenten en de Vereniging Nederlandse Gemeenten een manifest ondertekend om in 2010 en 2011 de overlast en verloedering terug te dringen. De gemeenten krijgen hiervoor achtereenvolgens € 89 miljoen en € 64 miljoen extra.

In het manifest is afgesproken dat elke gemeente zich maximaal inspant om de doelstelling te realiseren. Elke gemeente treft minimaal 5 maatregelen, zoals: een maataanpak van groepen en personen met de partners uit het veiligheidshuis, extra toezicht en de inzet van straatcoaches en gezinsmanagers. In het voorjaar van 2010 en 2011 doen de bij het manifest betrokken gemeenten mee aan een landelijke schoonmaakdag. Het kabinet en de gemeenten roepen alle andere gemeenten op om hier ook aan mee te doen.


Naar verwachting treedt de wet «Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast» in 2010 in werking. Die biedt de gemeenten concrete mogelijkheden problemen aan te pakken, zoals groeps- en straatverboden voor overlastgevende jongeren.

500 extra wijkagenten (doel 53)

Met extra wijkagenten pakt het kabinet overlast en verloedering aan. Het streven is dat er in 2011 500 extra wijkagenten zijn, waarvan 375 eind 2010.

  2008 (realisatie) 2009 (streef) 2010 (streef) 2011 (streef)
Aantal extra wijkagenten (in fte) 118 250 375 500

De sterkte bij de politie zal zich in 2010 positief ontwikkelen als gevolg van de instroom van het huidige aantal aspiranten. Oudere politiemedewerkers stromen momenteel later uit dan voorzien.



kst132823B_01.gif

Aanpak overmatig alcoholgebruik door jongeren (doel 55)

Te vaak is er bij overlast een relatie met alcoholgebruik. In 2010 gaat het kabinet door met de aanpak van alcohol als risicofactor bij overlast en geweld. Door middel van een wetswijziging van de Drank- en Horecawet krijgen gemeenten de mogelijkheid om toezicht te houden op de naleving van de Drank- en Horecawet, omdat zij het toezicht efficiënter kunnen inzetten en vaker kunnen uitoefenen. Het wetsvoorstel wordt in het najaar 2009 in de Tweede Kamer behandeld.


De wetswijziging maakt het moeilijker voor jongeren onder de 16 om aan alcoholische dranken te komen. De burgemeester krijgt de mogelijkheid om supermarkten te verbieden alcohol te verkopen, indien de supermarkt meer dan drie keer binnen een jaar alcoholhoudende dranken aan jongeren heeft verkocht. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om als experiment de leeftijdsgrens voor het verstrekken van alcohol van 16 naar 18 jaar te verhogen. Na evaluatie van dit experiment wordt een besluit genomen over een landelijke verhoging van de leeftijdsgrens. Naar aanleiding van het rapport «Geen deuren maar daden; nieuwe accenten in het Nederlandse drugsbeleid» (rapport commissie Van de Donk) worden in de evaluatie ook de gevolgen voor overlast en criminaliteit meegenomen.


Een specifiek onderdeel van het lokaal alcoholbeleid is het hokken- en ketenbeleid. Onder andere met een door ons departement opgestelde handreiking (verschijnt najaar 2009) kunnen gemeenten specifiek beleid ontwikkelen voor de aanpak van hokken en keten.

Tegengaan polarisatie en radicalisering (doel 59)

In 2010 wordt het derde operationeel actieplan Polarisatie en Radicalisering uitgevoerd. Het plan wordt nog in 2009 aan de Tweede Kamer aangeboden. De lokale aanpak staat centraal. In 2010 zullen concrete lokale projecten worden gesubsidieerd die polarisatie en radicalisering tegengaan. Dierenrechtenextremisme bestrijden wij in 2010 met verschillende bestuurlijke en strafrechtelijke instrumenten.

2.4 Een veilige publieke taak

Stevige aanpak van geweld tegen werknemers met een publieke taak; 15% minder incidenten (doel 49)

Teveel werknemers met een publieke taak kunnen hun werk niet altijd veilig uitvoeren. Dat blijkt uit verscheidene incidenten bij bijvoorbeeld ambulancepersoneel. In 2007 kreeg 66 procent van de werknemers te maken met agressie en geweld. Geweld tegen mensen met een publieke taak accepteert het kabinet niet; het gezag verdient ons ontzag en dienstverleners ons respect. In 2011 moet het geweld tegen mensen met een publieke taak aanzienlijk zijn teruggebracht (van 66% naar 51%2 ). In 2009 meten wij of wij op koers liggen. Voorlopige cijfers wijzen op te weinig resultaat. Nog voor de behandeling van de begroting (medio oktober) ontvangt de Tweede Kamer hierover meer informatie.


Bestrijding van dit geweld doet het kabinet met een sterke dadergerichte aanpak. Hierbij ligt het accent op een snel vervolg op de aangifte, een lik-op-stuk-beleid en een hogere strafeis. Verder stimuleren wij de werkgevers om zelf veiligheidsmaatregelen te nemen. Het signaal moet helder zijn: niemand staat er in de publieke dienst alleen voor.


Agressie en geweld mogen nooit lonen. Daarom moet de pakkans groot zijn en moeten daders verantwoordelijk worden gesteld voor hun gedrag en de door hen veroorzaakte schade. Dat kan zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk. In 2010 sporen wij werkgevers en verzekeringsmaatschappijen extra aan om vaker de schade op de dader te verhalen. Wij maken de procedure voor de strafrechtelijke behandeling van voorvallen van agressie en geweld tegen werknemers eenduidiger en effectiever. Er komen in 2010 landelijke afspraken voor de politie en het Openbaar Ministerie. Nu al geldt de regel dat de politie sneller reageert op meldingen, aangifte doen stimuleert en zich extra inzet om de verdachte op te sporen.


In 2009 evalueren wij het effect van het gebruik van camera’s op ambulances op de pakkans van daders. Mede op basis daarvan besluit het kabinet over de uitbreiding van het gebruik van camera’s in 2010. Om werkgevers beter in staat te stellen om agressie en geweld te voorkomen, komt er in 2010 een diagnose-instrument. Hiermee krijgen werkgevers zelf beter zicht op de effectiviteit van hun aanpak.

2.5 Efficiënte en effectieve veiligheidsorganisaties

Veiligheidsregio’s zijn georganiseerd en de rampenbestrijding voldoet eind 2009 aan de basisvereisten (doel 63)

Burgers verwachten dat de overheid slagvaardig optreedt in geval van crises en rampen. Het kabinet wil dat de rampenbestrijding en crisisbeheersing eind 2009 aan de vastgestelde normen voldoen. Daarmee worden belangrijke knelpunten opgelost in de basisprocessen, die liggen op het gebied van melding en alarmering, op- en afschaling, leiding en coördinatie en informatievoorziening. De Wet veiligheidsregio’s en de daarop gebaseerde regelingen moeten in 2010 in werking treden. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid toetst of de regio’s voldoen aan de nieuwe wettelijke basisvereisten.

Meer eenheid en doelmatigheid Nederlandse politie (doel 61)

Grotere eenheid, betere samenwerking tussen de regionale politiekorpsen en daadkrachtiger aansturen van de politie verbeteren de prestaties van de politie. De doorontwikkeling van de politieorganisatie maakt dit mogelijk. Het regionaal bestel blijft behouden, maar veel ondersteunende bedrijfsvoeringstaken van de politie worden op landelijk niveau gebundeld in de dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering.


Door betere samenwerking tussen politiekorpsen en grotere efficiëntie zal het aantal politiemedewerkers in de ondersteuning minder kunnen worden ten gunste van het aantal executieve medewerkers. «Meer blauw op straat, minder achter het bureau» is het motto. De voorgestelde maatregelen ten aanzien van de politie leiden niet tot minder agenten op straat of minder rechercheurs. De komende jaren neemt het aantal agenten zelfs nog toe. Het streefaantal voor 2010 (52 200 Fte) werd eind 2008 al gerealiseerd (52 321 Fte).

Samenwerkingverbanden binnen de organisatie van de veiligheid worden versterkt met betrokkenheid van de burger (doel 61)

Overheid en burgers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor veiligheid. De slagvaardigheid wordt vergroot doordat politie en gemeenten burgers daarbij actiever betrekken. Bijvoorbeeld met Burgernet, waarin na een melding direct contact wordt gelegd tussen politie en burgers. Burgernet vergroot de kans op aanhoudingen, evenals de kans om vermiste kinderen of gestolen auto’s terug te vinden. In 2010 en 2011 wordt in minimaal 50 gemeenten Burgernet ingevoerd.

2.6 De nationale veiligheid

Borging van de nationale veiligheid

Ontwikkelingen als de economische crisis, grieppandemie, klimaatverandering, grondstoffentekorten en internationale spanningen, zetten de nationale veiligheid onder druk. Ook in 2010 worden mogelijke dreigingen op de nationale veiligheid geïdentificeerd en beoordeeld. De Nationale Risicobeoordeling maakt het mogelijk om prioriteiten te stellen in het beleid, ons voor te bereiden op crises, capaciteiten te ontwikkelen om dreigingen tegen te gaan en waar nodig voorzorgsmaatregelen te treffen, bijvoorbeeld ter voorkoming van uitval van de Nederlandse vitale infrastructuur. In navolging van de voorbereiding op de grieppandemie zal BZK samen met het ministerie van Economische Zaken een voortrekkersrol nemen om de weerbaarheid van de vitale infrastructuur tegen ICT verstoring en elektriciteitsuitval te helpen vergroten en de respons op mogelijke uitval van ICT en elektriciteit te versterken.


De recent versterkte nationale crisisstructuur maakt een slagvaardige respons mogelijk. Zo zal het kabinet het komende jaar de Landelijke Operationele Staf een formele plaats geven in het systeem van crisisbeheersing. Om meer slagkracht en eenduidigheid te creëren bij crisisbesluitvorming op nationaal niveau zal het Ministerieel Beleidsteam de status van een ministeriële commissie krijgen. Op deze manier kan op adequate wijze worden gereageerd op dreigingen en actuele crises. Eind 2010 zullen tijdens een oefening de resultaten van de inzet op het terrein van ICT-verstoring en respons beproefd worden.

Effectieve AIVD

De effectiviteit van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) willen wij in 2010 verder versterken. Extra aandacht krijgt in 2010 hoe afnemers met door de AIVD verstrekte informatie omgaan en hoe deze door hen wordt opgevolgd. De onderzoeken van de AIVD richten zich in 2010 vooral op het onderkennen van spionage op economisch en technologisch terrein, dierenrechtenextremisme en het tijdig onderkennen van nieuwe dreigingen en risico’s door middel van verkennend onderzoek. Ook in 2010 handelt de AIVD de A-veiligheidsonderzoeken binnen de daarvoor gestelde norm af en wordt de versterking van de informatiehuishouding afgerond3. De internationale positionering van de AIVD wordt versterkt door te investeren in de intensiteit en kwaliteit van de relatie met toonaangevende buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.


Ook in 2010 is het handelen van de AIVD zo transparant en controleerbaar als mogelijk. Verantwoording aan de Tweede Kamer wordt in het openbaar afgelegd en – waar dat niet kan wegens de noodzaak tot geheimhouding – via de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer. Daarnaast toetst de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) de rechtmatigheid van het handelen van de AIVD.

2.7 Een goed functionerend openbaar bestuur

De overheid is nooit af. Door complexe maatschappelijke problemen is de organisatie van het openbaar bestuur vaak gecompliceerd en voor burgers niet altijd even toegankelijk. Het is daarom noodzakelijk dat de wijze waarop de overheid zichzelf organiseert steeds kritisch wordt getoetst en wordt aangepast aan veranderende omstandigheden.


Een sleutelbegrip hierbij is dat burgers vertrouwen stellen in de overheid. Daarbij gaat het niet alleen om de overheid als dienstverlener, maar ook om de overheid als institutie waar publieke belangen worden behartigd en deelbelangen worden afgewogen. Teveel burgers herkennen zich niet in het openbaar bestuur als behartiger van het publiek belang. Deze vervreemding tussen burger en bestuur hangt nauw samen met de eerder gesignaleerde gevoelens van onzekerheid, onvrede en onbehagen bij een aanzienlijk deel van de bevolking. Het kabinet ervaart deze ontwikkeling als zorgelijk, omdat zij gemakkelijk kan leiden tot verstoring van de politieke stabiliteit.


Dit alles vraagt om een open en kritische blik op het functioneren van de overheid, haar instituties, politieke ambtsdragers en ambtenaren. De publieke besluitvorming en de effectiviteit en de kwaliteit van de dienstverlening moeten daarom verder worden verbeterd. Op dat vlak lopen de nodige acties. De integriteit van het openbaar bestuur is eveneens van groot belang. De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur, die recent tot stand is gekomen, onderstreept dit belang en draagt bij aan het scheppen van heldere regels op dit punt.

2.8 De burger en de overheid

Een goed functionerend openbaar bestuur draagt op een doelmatige en doeltreffende wijze bij aan het oplossen van problemen van mensen, is toegankelijk voor mensen, levert adequate dienstverlening en vormt een goede afspiegeling van de samenleving. Kortom: een goed functionerend bestuur is democratisch, representatief en dienstverlenend.

Een democratische overheid

Versterken van burgerschapsvorming en van de grondwet (doel 67)

Een democratische overheid is er niet alleen voor de burgers, zij is vooral van de burgers. Dat vraagt ook van burgers betrokkenheid. Actief en democratisch burgerschap is echter niet vanzelfsprekend. Met het Handvest verantwoordelijk burgerschap, het Huis voor democratie en rechtsstaat en de staatscommissie Grondwet willen wij democratisch burgerschap stimuleren.


Het Handvest omvat de belangrijkste democratische normen, waarden en beginselen en de bijbehorende verantwoordelijkheden voor individuele burgers. Het Handvest wordt gebaseerd op de uitkomsten van een brede discussie in de tweede helft van 2009 en krijgt in 2010 definitief gestalte.


Het Huis voor democratie en rechtsstaat levert een bijdrage aan bevordering van politieke betrokkenheid en kennis over het politieke stelsel. Begin 2010 gaat de stichting, die verantwoordelijk wordt voor de exploitatie van het Huis, van start.


De Grondwet is in 1983 geheel herzien. Sindsdien is er veel veranderd op het terrein van de grondrechten en in het internationale recht. Daarom is de staatscommissie Grondwet ingesteld. Deze adviseert in de zomer van 2010 over mogelijke en relevante wijzigingen in de Grondwet.

Nieuwe inrichting van het verkiezingsproces

Geen democratie zonder verkiezingen en geen verkiezingen zonder kiezers. Om de drempel om te stemmen verder te verlagen, geldt bij de Gemeenteraadsverkiezingen in 2010 voor het eerst overal het principe van «stemmen in een willekeurig stemlokaal». Ook verbeteren wij de transparantie, de controleerbaarheid en de integriteit van het verkiezingsproces. Daartoe komen wij in 2010 met het wetsvoorstel tot wijziging van de inrichting van het verkiezingsproces.

Een representatieve overheid

De overheid is van en voor iedereen. Om die reden is het van belang dat het overheidspersoneel divers is samengesteld. De overheid kan beter voeling houden met wat er in de samenleving speelt als zij door een diverse personele samenstelling daarin goed is geworteld.

De rijksoverheid heeft in 2011 een divers samengesteld personeelsbestand. Het aandeel vrouwen in de Algemene Bestuursdienst is ten minste 25% (doel 65)

Het kabinet streeft naar een evenwichtige personeelssamenstelling naar leeftijd, etniciteit en geslacht. Ook moet de overheid voldoende plaats bieden voor arbeidsgehandicapten. Het kabinet stuurt direct op een (beperkt) aantal sectoren: rijksoverheid, politie, Defensie, primair onderwijs en rechterlijke macht. Hier is het Rijk werkgever of heeft directe invloed. BZK stimuleert en maakt waar mogelijk afspraken met de rest van de overheidswerkgevers. Dit geldt voor de sectoren gemeenten, provincies, waterschappen en de onderwijssectoren.


Omdat mensen met een biculturele achtergrond in veel overheidssectoren nog steeds zijn ondervertegenwoordigd, treffen wij in 2010 aanvullende maatregelen. Bij het Rijk wordt diversiteit onderdeel van de rijksbrede ontwikkel- en loopbaantrajecten voor nieuwe medewerkers, trainees en managers. Voor managementposities binnen het Rijk zien ministers er persoonlijk op toe dat de departementale diversiteitsdoelstellingen worden gehaald. De Algemene Bestuursdienst zorgt dat managers die van buiten het Rijk komen, gebruik kunnen maken van het ontwikkelingsprogramma «Leiderschap externe instromers». Voor diversiteit bij de politie zijn resultaatsafspraken met de korpsbeheerders gemaakt.


Samen met het Nederlands Genootschap van Burgemeesters proberen wij ook onder burgemeesters de diversiteit te vergroten. Wij gaan nog actiever samenwerken met de partijen die een rol spelen in de benoemingsprocedures, zoals de commissarissen van de Koningin en de politieke partijen. De burgemeesterscouts, die zoeken naar getalenteerde vrouwen en biculturele kandidaten, blijven ook in 2010 actief. De Vereniging van Gemeentesecretarissen gaat met onze steun actief de diversiteit onder gemeentesecretarissen bevorderen.

Een dienstverlenende overheid

Betere publieke dienstverlening

Een goede dienstverlening draagt bij aan een groter vertrouwen van burgers in de overheid. In 2008 gaven burgers een kleine 7 voor publieke dienstverlening. Dat cijfer moet omhoog.


De gerichte inzet van de elektronische overheid is daarbij onmisbaar. Het doel is simpel: mensen moeten meer gemak en minder last hebben van de overheid. Verschillende overheden moeten meer samenwerken en hun bedrijfsvoering en gegevenshuishouding meer op elkaar af te stemmen. In het Nationaal Uitvoeringsprogramma Betere Dienstverlening en e-overheid hebben rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen afspraken gemaakt om de infrastructuur van de e-overheid gerichter te benutten voor betere dienstverlening.


In 2010 kunnen burgers steeds meer diensten via het digitale kanaal afnemen. Ook hoeven burgers niet steeds opnieuw hun persoonlijke gegevens aan de overheid op te geven. Meer overheden krijgen toegang tot het handelsregister, waardoor digitaal beschikbare gegevens van bedrijven kunnen worden geraadpleegd en hergebruikt. Dat bespaart de gang naar de Kamer van Koophandel, is snel en voorkomt dat dezelfde gegevens steeds weer aan bedrijven worden gevraagd. Bij de realisatie hiervan voeren wij de regie, maar staan er samen met andere overheden voor om het te realiseren.

Oplossen van de 10 meest gevoelde knelpunten bij administratieve lasten (doel 69)

De 10 meest in het oog springende knelpunten inzake administratieve lasten worden versneld aangepakt. Niet in 2011 maar in 2010 moeten alle knelpunten zijn opgelost. De vermindering van administratieve lasten voor burgers verloopt volgens schema, maar in deze periode van economische tegenspoed investeren wij extra in het versneld wegnemen van administratieve belemmeringen en kosten. Overigens doet ook Financiën dat bij de aanpak van AL voor bedrijven.


Ook brengen wij in 2010 verdere verbeteringen aan ter vermindering van de administratieve lasten van gemeenten, professionals en overheden onderling. Bij elkaar moet dit leiden tot het voltooien van de reductie van de administratieve lasten met 25% in tijd en kosten.

1 persoon - 1 paspoort

Medio juni 2012 is het niet meer mogelijk om kinderen in het paspoort van de ouders bij te schrijven en vervalt de geldigheid van alle bijschrijvingen. Om de financiële gevolgen hiervan voor gezinnen te beperken, verlagen wij vanaf 1 januari 2010 de prijs van de Nederlandse identiteitskaart voor kinderen tot 14 jaar tot een prijs vergelijkbaar met de prijs van de bijschrijving.

Modernisering GBA

In 2010 wordt in samenwerking met de VNG en gemeenten de betrouwbaarheid van de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) op een hoger niveau gebracht. Eén van de maatregelen is het programma modernisering GBA: het 24 uur per dag online beschikbaar maken van actuele en betrouwbare persoonsgegevens voor geautoriseerde gebruikers, een gestandaardiseerde en moderne uitwisseling van die gegevens en een betere controle op de kwaliteit.

2.9 Overheden onderling: bestuurlijke en financiële verhoudingen

Bestuurlijke verhoudingen

Een goed functionerende overheid is gebaat bij goede (inter)bestuurlijke verhoudingen. Dat betekent een goede en herkenbare taakverdeling tussen de drie bestuurslagen en goede en effectieve samenwerkingsrelaties tussen de rijksoverheid en de medeoverheden. Op het vlak van de taakverdeling tussen overheidslagen zijn goede afspraken gemaakt in de bestuursakkoorden met VNG en IPO. Het is nu zaak hieraan nader invulling te geven.


Een goede taakverdeling veronderstelt dat alle overheidslagen feitelijk in staat zijn hun taken adequaat uit te voeren. Daarbij is de gemeentelijke bestuurslaag van groot belang. Gemeenten staan dicht bij de burger en hebben goed zicht op de maatschappelijke opgaven waarvoor zij staan. Op het gemeentelijk bestuursniveau kan goed ingeschat worden welke beleidsinstrumenten daarbij het meest effectief zijn.


In 2010 werken wij op verschillende niveaus aan de versterking van de gemeentelijke bestuurskracht. Aan concrete knelpunten op dit terrein wordt door middel van interbestuurlijke teams gewerkt. Dit gebeurt op het terrein van de arbeidsmarkt, het interbestuurlijke toezicht en het vraagstuk van bevolkingsdaling. In 2010 wordt samen met WWI het «Interbestuurlijk actieplan bevolkingsdaling biedt nieuwe kansen» uitgevoerd. Door interbestuurlijke samenwerking en partnerschap met maatschappelijke organisaties wordt dit complexe probleem vernieuwend aangepakt. Het proces van gemeentelijke herindeling wordt van onderop voortgezet. Er wordt gewerkt aan het versterken van de huidige intergemeentelijke en interbestuurlijke samenwerking.


De provinciale overheid vervult een belangrijke rol op het fysieke domein en zal in het kader van het effectueren van een nieuw stelsel van bestuurlijk toezicht een grotere verantwoordelijkheid gaan dragen. De Commissaris van de Koningin zal als rijksorgaan een grotere rol gaan spelen bij het waarborgen van de integriteit van gemeentelijke bestuurders. Dergelijke aspecten komen aan de orde in het verantwoordingsgesprek dat de minister jaarlijks met de Commissarissen van de Koningin voert.

Meer beleidsvrijheid voor medeoverheden (doel 68)

De rijksoverheid streeft voortdurend naar goede en effectieve samenwerkingsrelaties met de medeoverheden. Nadrukkelijk zal in 2010 gewerkt worden aan de uitvoering van de bestuursakkoorden die in 2007 met de gemeenten en in 2008 met de provincies zijn gesloten. Uit de eerste voortgangsrapportage blijkt dat gemeenten, provincies en de rijksoverheid goed op weg zijn om uitvoering te geven aan de beide bestuursakkoorden. De Raad van State heeft, op verzoek van rijksoverheid, provincies en gemeenten, een tweede beschouwing naar de staat van de interbestuurlijke verhoudingen uitgebracht. De Raad constateert dat het beter gaat met de interbestuurlijke verhoudingen, maar geeft ook suggesties ter verbetering. In 2010 worden de suggesties van de Raad zoveel mogelijk ter hand genomen. Wij zetten in op betere toepassing van de omgangsregels en gaan in gesprek met de Raad van State over de wijze van geschilbeslechting tussen overheden.

Financiële verhoudingen

In tijden van economische tegenslag wordt het nog belangrijker dat de verschillende overheden elkaar weten te vinden om de publieke middelen verantwoord en effectief in te zetten. In het voorjaar van 2009 zijn hierover afspraken gemaakt met de medeoverheden. Met de provincies zal op basis van nader overleg in 2010 gewerkt worden aan duurzame afspraken over de financiële verhoudingen tussen de rijksoverheid en provincies. Dit naar aanleiding van het advies van de «Raad voor de financiële verhoudingen» van maart 2009. Daarin constateert de Raad dat provincies in staat zijn meer te bekostigen uit eigen middelen dan bij de bepaling van de algemene uitkering uit het provinciefonds werd verondersteld. Mede op basis van dit advies heeft het kabinet besloten om het provinciefonds met ingang van 2011 structureel te verlagen met € 300 miljoen.

Terugdringen interbestuurlijke lasten

Ook het terugdringen van interbestuurlijke lasten blijft in 2010 onverminderd onderwerp van aandacht. Om het oplossend vermogen van de overheid te vergroten ontdoen wij deze zoveel mogelijk van verantwoordingsbureaucratie. Naast een lastenvermindering zijn er kwalitatieve doelstellingen. Zo worden taken en verantwoordelijkheden zo veel mogelijk op het decentrale niveau gelegd. Informatiestromen tussen overheden worden zo veel mogelijk beperkt en gestroomlijnd. De nieuwe instrumenten verzameluitkering en decentralisatie-uitkering hebben hun wettelijk beslag gekregen. De omzetting van kleine specifieke uitkeringen in een verzameluitkering per departement is vanaf begrotingsjaar 2010 verplicht. De decentralisatie-uitkeringen hebben al een hoge vlucht genomen. Aandachtspunt voor de komende jaren is het voorkomen van extra procedures en regels.


In de afgelopen jaren is door de invoering van single information en single audit (verantwoordingsinformatie) een aanzienlijke interbestuurlijke lastenvermindering geboekt. Bovendien blijft de informatie-uitvraag beperkt tot het noodzakelijke voor de verantwoordelijkheid van iedere bestuurslaag. Sinds 2009 geldt single information en single audit ook voor de relatie tussen provincies en gemeenten, zodat ook tussen deze bestuurslagen een lastenvermindering wordt gerealiseerd. In 2010 wordt ingezet op het verminderen van informatie voor rijksverantwoordelijkheden in het kader van doelmatigheid en doeltreffendheid (beleidsinformatie) en in het kader van (het stelsel van) toezicht (toezichtinformatie).

2.10 Organisatie van de Rijksdienst

Overheid levert beter werk met minder mensen (doel 64)

Het kabinet wil een betere en kleinere rijksoverheid: effectiever en efficiënter. De gedachte van het Rijk als één concern met een duidelijk herkenbare uitstraling staat daarbij centraal. De Nota Vernieuwing Rijksdienst uit 2007 bevat de bouwstenen voor deze verbeterslag. Een breed scala aan interdepartementale plannen en projecten leidt tot een beter functionerende overheid enerzijds en de afslanking van de rijksdienst anderzijds. Verbetering vinden we in beter beleid, betere bedrijfsvoering, minder administratieve lasten en in de overheid voor de toekomst.


De vernieuwing gaat gepaard met een taakstelling in geld en in personele aantallen. Deze taakstelling op het apparaat van de rijksdienst dwingt tot het maken van keuzes en het zoeken naar nieuwe, meer efficiënte werkwijzen. Met de door het kabinet vastgestelde begrenzing van de externe inhuur voorkomen wij dat het verminderen van het aantal ambtenaren wordt gecompenseerd met meer externe inhuur. Eind 2011 moet het aantal ambtenaren bij de rijksoverheid ten opzichte van 2006 met 12 800 fte zijn verminderd. Eind 2010 is de helft van de taakstelling gerealiseerd. Vanuit de optiek van verantwoord werkgeverschap willen wij gedwongen uitstroom voorkomen met een actieve uitvoering van het Sociaal Flankerend Beleid. Van werk naar werk is hier het uitgangspunt.

Versteviging van de bedrijfsvoering van het Rijk

Bij de bedrijfsvoering van het Rijk heeft BZK een rijksbrede, sturende en initiërende rol: het bevorderen van de kwaliteit van het personeel, het management en de organisatie van het Rijk, het inkoopmanagement, de informatievoorziening en automatisering, de facilitaire dienstverlening en het huisvestingsbeleid. Duurzaamheid en efficiëntie van de bedrijfsvoering zijn daarbij centrale thema’s. Door invoering van onder andere categoriemanagement, elektronisch bestellen en factureren, en een centrale huisvestingstrategie willen wij vanaf 2014 een structurele besparing van ongeveer € 250 miljoen realiseren.


Categoriemanagement is een werkwijze waarbij een departement de rijksbrede taak op zich neemt om voor een groep producten die elk departement nodig heeft de inkoop en alles wat daarmee te maken heeft slimmer aan te pakken. Alle departementen dragen bij aan de concrete invulling van dit nieuwe inkoopbeleid en profiteren hier ook van mee. Schaalvergroting gecombineerd met expertise zal leiden tot de besparingen die naar verwachting met ingang van 2010 zullen gaan optreden.


Een andere uitwerking van de concerngedachte betreft de vorming van 4FM. De ministeries van SZW, VenW, VROM en BuZa hebben in 2008 besloten een gezamenlijk bedrijf voor facilitair management te vormen. Bundeling en standaardisatie van dienstverlening met ruimte voor maatwerk leiden tot een meer efficiënte, effectieve en flexibele facilitaire dienstverlening. Ook leidt het tot een forse reductie van de personeelskosten bij de betrokken departementen ter invulling van de aan hen opgelegde taakstelling. 4FM wordt in 2010 bij BZK ondergebracht.


Wij beginnen in 2010 met de inrichting van één archieforganisatie voor het Rijk om de aanwas van papier in te dammen en om de toegankelijkheid van de overheidsinformatie te verbeteren. Daarbij gaan wij versneld de papieren archiefachterstanden aanpakken en documentenstromen digitaliseren.


Verantwoorde bedrijfsvoering vraagt ook om een zorgvuldig ICT-beleid. Belangrijk aandachtspunt is de vergroting van de beheersbaarheid van ICT-projecten binnen het Rijk. Om de departementen meer greep te laten krijgen op hun eigen projecten, ontwikkelen we instrumenten op het terrein van architectuur, business case en reviewmethodieken, zoals Gateway. De departementen hebben de functie van chief information officer (CIO) ingericht, die zich richt op kwaliteitsverbetering. Met de digitale werkomgeving voor de rijksoverheid gaan we ervoor zorgen dat rijksambtenaren tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen werken.

2.11 Schakeltabel

De beleidsdoelstellingen van het kabinet en van BZK zijn nader uitgewerkt in de begrotingsartikelen van deze begroting. Onderstaande tabel geeft aan onder welk artikel de beleidsdoelstellingen zijn uitgewerkt.

Nr.* Doelstelling Begrotingsart. Status
  Een veilige samenleving    
  Een kwart minder criminaliteit, overlast en verloedering    
50 Criminaliteit met 25% reduceren in 2010 ten opzichte van 2002 23, 25 in uitvoering
51 100 000 minder gestolen fietsen in 2010 ten opzichte van 2006 25 in uitvoering
52 25% minder fysieke verloedering en ernstige sociale overlast in 2010 ten opzichte van 2002 25 in uitvoering
53 500 extra wijkagenten 23 in uitvoering
55 Aanpak overmatig alcoholgebruik door jongeren 25 in uitvoering
  Een veilige publieke taak    
49 Stevige aanpak van geweldtegen werknemers met een publieke taak; 15% minder incidenten 35 in uitvoering
  Efficiënte en effectieve veiligheidsorganisaties    
63 Veiligheidsregio’s zijn georganiseerd en de rampenbestrijding voldoet eind 2009 aan de basisvereisten 23 in uitvoering
  Meer eenheid en doelmatigheid Nederlandse politie 23 in uitvoering
61 Samenwerkingsverbanden binnen de organisatie van de veiligheid worden versterkt met betrokkenheid van de burger 25, 23 in uitvoering
  De nationale veiligheid    
  Borging van de nationale veiligheid 21 in uitvoering
  Effectieve AIVD 27 in uitvoering
  Een goed functionerend openbaar bestuur    
  De burger en de overheid *  
67 Versterken van burgerschapsvorming en van de grondwet 31 in uitvoering
  Nieuwe inrichting van het verkiezingsproces 31 in uitvoering
65 De rijksoverheid heeft in 2011 een divers samengesteld personeelsbestand. Het aandeel vrouwen in de Algemene Bestuursdienst is ten minste 25% 37, 35 in uitvoering
  Betere publieke dienstverlening 33, 31 in uitvoering
69 Oplossen van de 10 meest gevoelde knelpunten bij administratieve lasten 33 in uitvoering
  1 persoon – 1 paspoort 33 in uitvoering
  Modernisering GBA 33 in uitvoering
  Overheden onderling: bestuurlijke en financiële verhoudingen    
68 Meer beleidsvrijheid voor medeoverheden 31 in uitvoering
  Terugdringen interbestuurlijke lasten 31 in uitvoering
  Organisatie van de Rijksdienst    
64 Overheid levert beter werk met minder mensen 37 in uitvoering
  Versteviging van de bedrijfsvoering van het Rijk 37  

* Is nummer kabinetsdoelstelling

2.12 Belangrijkste uitgaven- en ontvangsten mutaties

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste beleidsmatige uitgaven- en ontvangstenmutaties. (x € mln.)

Omschrijving Artikel 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Coalitieakkoord/Beleidsprogramma«Samen Werken, Samen Leven»
Pijler 5: Veiligheid, stabiliteit en respect
Georganiseerde criminaliteit              
Cybercrime 23.3   2,5 2,5 2,5 2,5 2,5
Georganiseerde criminaliteit 23.3   2,8 2,8 2,8 2,8 2,8
               
Terrorismeen radicalisering              
Bewaken en beveiligen 23.1   1,6 1,6 1,6 1,6 1,6
Versterken informatiepositie AIVD 27.1   1,6 1,6 1,6 1,6 1,6
               
Effectieve veiligheidsorganisatie              
Kwantiteit politie 23.1   7,0 7,0 7,0 7,0 7,0
               
Crisisbeheersingen rampenbestrijding              
Veiligheidsregio’s 23.4   1,6 1,6 1,6 1,6 1,6
               
Aanvullend beleidsakkoord              
Bijdrage macroproblematiek 23.1   – 21,9 – 34,9 – 34,9 – 34,9 – 34,9
Vermogensnormering politie 23.1     40,0 40,0 40,0 40,0
Maatregelen politie (intertemporele compensatie) 23.1   68,4 41,3 1,3 – 8,8 – 38,8
Arbeidsproductiviteitskorting div.       – 5,5 – 11,0 – 11,0
Taakstelling terrorisme div.     – 16,0 – 16,0 – 16,0 – 16,0
Versobering bedrijfsvoering Rijksdienst 41.3 + div.     – 1,8 – 2,4 – 5,2 – 8,2
               
Overig              
Meerjarenraming asiel 23.1   2,5 0,5 0,5 0,5 0,5
Versnelling programma Administratieve Lasten 72/33.1 1,4 2,8 – 4,1      
Wegwerken archiefachterstanden 11.9/37.3 0,2 4,8 5,9      
Modernisering gemeentelijke basisadministratie/ online raadpleegbare reisdocumentenadministratie 31.3   8,0 28,0 3,0    
VUT-fonds lening 17.1/43.1 – 900   400 400 100  

2  Kamerstukken 2007–2008, 28 684, nr. 117.

3  TK 30 977, nr. 10.