Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2010
  • Download PDF

2.4 Begrotingsjaar 2010

De mondiale economische crisis stelt de Nederlandse samenleving voor een grote opgave. De gevolgen zijn groot en acuut. Veel Nederlanders zullen dit helaas aan den lijve ondervinden. Banen en inkomenszekerheid staan op het spel, bedrijven hebben het moeilijk en de overheidsschuld loopt in hoog tempo op. Voor het kabinet heeft in deze omstandigheden herstel van werk en bedrijvigheid absolute prioriteit. Soliditeit en solidariteit dienen hierbij hand in hand te gaan.

Het kabinet beseft dat Nederland zich niet alleen uit de crisis kan werken. Internationale samenwerking en coördinatie zijn essentieel, bijvoorbeeld om gezamenlijk het vertrouwen te herstellen in het financiële systeem. Maar ook om te zorgen dat landen niet in de verleiding komen de eigen industrie en werkgelegenheid te bevoordelen. Inspanningen van regeringen om werkgelegenheid te bevorderen mogen niet uitmonden in een verstoring van de Europese interne markt en eerlijke wereldhandelsbetrekkingen.

Kabinetsaanpak crisis

De kabinetsaanpak is er steeds op gericht geweest de acute en grote gevolgen van de economische crisis zo goed mogelijk op te vangen, de lasten eerlijk te verdelen en het herstelvermogen van de economie te versterken. De allereerste ingrepen in de richting van met name banken waren bedoeld om ervoor te zorgen dat bedrijven en burgers bij banken kunnen blijven lenen, dat spaargeld veilig is, dat het betalingsverkeer werkt en dat het vertrouwen in het financiële stelsel behouden blijft. In het voorjaar van 2009 werd besloten tot een aanvullend beleidsakkoord (ABK). Dit akkoord bevat een integrale visie waarvan de onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.


Box 2.1 Kabinetsaanpak crisis

De kabinetsaanpak is gericht op het dempen van de directe, schadelijke gevolgen van de crisis. Tegelijk wordt gewerkt aan het noodzakelijke herstel van economie en overheidsfinanciën op de langere termijn.

• Spaargeld veilig stellen en kredietverlening op gang houden. Het kabinet heeft meerdere malen flink ingegrepen in de Nederlandse financiële sector, onder andere door garanties, leningen, kapitaalinjecties en aandelenovernames, waaronder de aankoop van ABN-AMRO/Fortis. Een gezond bankwezen is op diverse manieren essentieel voor elke Nederlandse burger. Het bankwezen zorgt ervoor dat we onderlinge betalingen kunnen doen. Zonder banken geen internetbetalingen, girale overschrijvingen of pinautomaten. Verder heeft vrijwel iedere Nederlander een directe- of indirecte aanspraak op banken. Als banken failliet gaan verliezen spaarders hun geld. Daarnaast zullen pensioenfondsen grote verliezen lijden wat een lager pensioen of hogere premies betekent. Tot slot zijn veel Nederlanders afhankelijk van het bankwezen voor krediet. Zonder bankwezen kunnen alleen mensen die al veel geld hebben een huis kopen of een bedrijf beginnen. De werkgelegenheid van mensen ver buiten de financiële sector is ook sterk afhankelijk van de gezondheid van de financiële sector; als spaargeld verdwijnt en lenen niet meer mogelijk is zullen burgers minder consumeren en bedrijven minder investeren. Zonder een goed werkend financieel stelsel hapert de kredietverlening en komt het herstel niet goed van de grond.

• Op peil houden van voorzieningenniveau. De Nederlandse economie krijgt in totaal in de jaren 2009–2010 een impuls van ruim 60 miljard euro door de zogenoemde automatische stabilisatie. Tegenvallers, bijvoorbeeld door lagere inkomsten, zijn geen reden voor bezuinigingen of voor verhogen van belastingen en premies. De overheidsuitgaven worden op peil gehouden. Hierdoor wordt voorkomen dat begrotingsbeleid de economische neergang verder versterkt.

• Gerichte stimuleringsmaatregelen in 2009 en 2010. Het kabinet trekt in totaal ruim 6 miljard euro uit voor het stimuleren van de economie. Medeoverheden voegen hier voor 1,5 miljard euro aan toe door eigen stimuleringsplannen. De maatregelen richten zich op het herstel en behoud van werkgelegenheid, op een versterkt en veerkrachtig bedrijfsleven en op het beperken van verdere vraaguitval. Tegelijkertijd zorgen de maatregelen ervoor dat Nederland sterker, slimmer en duurzamer uit de crisis kan komen.

• Vanaf 2011 naar herstel van overheidsfinanciën. Het kabinet streeft naar een zo spoedig mogelijk herstel van de overheidsfinanciën, maar dit mag het fragiele herstel van de economie niet schaden. Zowel het moment als de omvang van het terugdringen van het begrotingstekort is daarom afhankelijk gesteld van het tempo van het economische herstel. Nederland is bereid de daarvoor benodigde minimum inspanningen wettelijk vast te leggen. In economisch goede tijden wordt een grotere inspanning geleverd, conform de Europese afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact. De minimale jaarlijkse structurele saldoverbetering wordt vastgelegd in de Wet «tekortreductie rijk en medeoverheden». Het kabinet heeft verder bij Voorjaarsnota besloten tot 1,8 miljard euro aan bezuinigen vanaf 2011. Afhankelijk van de hoogte van de economische groei in 2011 wordt dit bedrag ingezet voor schuld- en tekortreductie of ingezet om in 2011 (enkele) maatregelen uit het stimuleringspakket voort te zetten.

In het ABK is ook een verwachte besparing opgenomen van 3,2 miljard euro als gevolg van de doorwerking van een akkoord van sociale partners op lonen en uitkeringen in de collectieve sector. Dit vanuit de gedachte van solidariteit van de collectieve sector met de marktsector, met mensen die hun baan hebben verloren of dreigen te verliezen en met gepensioneerden. De veronderstelde besparing van 3,2 miljard euro is gebaseerd op een «nominale nullijn» voor nieuwe cao’s en het ongemoeid laten van lopende cao’s. Met het oog op deze solidariteit heeft het kabinet er voldoende vertrouwen in dat sociale partners zullen komen tot een loonvraag die zal leiden tot een contractloonstijging naderend tot nul. Als de lonen in de markt niet of minder worden gematigd dan verondersteld, komt de besparing lager uit. In het aanvullend beleidsakkoord is afgesproken dat het kabinet in dat geval, mede in zijn rol als overheidswerkgever, op enigerlei wijze vanuit de collectieve sector zal bijdragen aan solidariteit met de marktsector, met mensen die hun baan hebben verloren (of dreigen te verliezen) en met gepensioneerden. Als de huidige loonontwikkeling doorzet dan zal de besparing van 3,2 miljard euro niet (volledig) gerealiseerd worden. Het kabinet houdt op dit moment de loonontwikkeling nauwlettend in de gaten. In het najaar wordt de loonvraag vanuit de vakbonden definitief vastgesteld. Als de huidige loonontwikkeling zich voortzet, zal het kabinet bezien welke maatregelen noodzakelijk zijn.

• Lange termijn: zekerheid over betaalbaarheid en beschikbaarheid collectieve voorzieningen. De burger moet kunnen vertrouwen op de toekomstige betaalbaarheid en toegankelijkheid van onze collectieve voorzieningen, zoals zorg, sociale zekerheid en pensioen. Daarom kiest het kabinet voor een krachtig pakket van maatregelen die de financiële houdbaarheid versterken. Het gaat daarbij om het structureel beheersen van de zorguitgaven, het geleidelijk op laten lopen van het eigenwoningforfait voor dure woningen en het voornemen om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar, rekeninghoudend met zware beroepen. Dit houdbaarheidspakket kan een structurele besparing opleveren van 1,3 procent bbp. De SER is de mogelijkheid gegeven om alternatieven aan te dragen voor de voorgestelde AOW-verhoging.

Uitgaven

Stimulering 2010: arbeidsmarkt, duurzame economie, infrastructuur en bouw

Voor het begrotingsjaar 2010 is 4,2 miljard euro beschikbaar voor stimuleringsmaatregelen, hiervan is 900 miljoen euro bestemd voor maatregelen die betrekking hebben op de arbeidsmarkt. Onder meer door gerichte bestrijding van (jeugd)werkloosheid, extra geld voor onderwijs en stageplaatsen en door de deeltijd-WW worden de maatschappelijke effecten van de crisis verkleind. Voor versterking van de duurzame economie is bijna 500 miljoen euro uitgetrokken. Ongeveer de helft hiervan wordt besteed aan een versnelling van projecten op het gebied van duurzame ruimtelijke ontwikkeling gefinancierd uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Daarnaast wordt de duurzaamheid van de economie bevorderd door extra geld voor de Energie Investeringsaftrek en de VAMIL/MIA. Dit zijn fiscale regelingen voor ondernemers die investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Ook is meer dan 1 miljard euro beschikbaar voor infrastructurele projecten en de bouwsector. Hieruit worden de bouw en onderhoud van (jeugd)zorginstellingen, woningen en scholen gefinancierd, wordt de restauratie van monumenten versneld ter hand genomen en worden de aanleg en het onderhoud van vaarwegen, sluizen, wegen en bruggen betaald. Hoofdstuk 4 geeft een totaaloverzicht van deze maatregelen.

Lastenkant

De besluitvorming over de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven kan niet los worden bezien van de huidige economische situatie. Het kabinet houdt vast aan de ontwikkeling van de lasten zoals aangekondigd in de Miljoenennota 2009. Een grotere lastenverzwaring dan aangekondigd zou het economisch herstel kunnen vertragen, meer lastenverlichting zou de overheidsfinanciën verder belasten. De werking van de begrotingsdisciplinering aan de lastenkant garandeert dit. Bedrijven krijgen wel te maken met stijgende WW-premies, omdat zij de kosten betalen voor de eerste zes maanden werkloosheid. Deze lastenstijging wordt gecompenseerd door een pakket aan maatregelen gericht op innovatie (de octrooibox wordt uitgebreid en omgebouwd tot innovatiebox, incidentele uitbreiding van de WBSO en afdrachtmindering onderwijs) en een liquiditeitsimpuls (verlenging van de willekeurige afschrijving en aanpassing van de verliesverrekening in de VPB). Ook voor burgers houdt het kabinet vast aan het lastenkader, wat resulteert in een evenwichtig koopkrachtbeeld 2010.

Koopkracht

Evenwichtig koopkrachtbeeld

De statische koopkracht laat zien hoe het inkomen van mensen verandert als hun positie ongewijzigd blijft. Ondanks de crisis is de koopkracht in 2009 nog flink gestegen. In 2010 is er sprake van een lichte daling. Als we naar 2009 en 2010 samen kijken blijkt dat mensen het in 2010 gemiddeld bezien beter hebben dan voor de crisis, ondanks de scherpe economische krimp in 2009. In dit cijfer wordt echter niet meegeteld dat veel mensen er in 2009 en 2010 op achteruitgaan door verandering in hun situatie, vooral door ontslag en werkloosheid. Daarom is het belangrijker om te kijken naar de zogenoemde dynamische koopkrachteffecten. Mensen die hun baan verliezen en aangewezen zijn op een uitkering worden geconfronteerd met een duidelijke achteruitgang van hun inkomen. Koopkrachtmaatregelen in de belasting- en toeslagensfeer zijn niet voldoende om deze effecten te ondervangen. Daarom zijn veel maatregelen van het kabinet gericht op het behoud van werk en het voorkomen van langdurige werkloosheid. Dit is – zeker in tijden van crisis – het beste koopkrachtbeleid.

Brede heroverwegingen: naar opties voor gezonde overheidsfinanciën

Fundamentele beleidskeuzes noodzakelijk

De komende jaren zijn lastige keuzes onvermijdelijk om de balans tussen uitgaven en inkomsten te herstellen en tegelijk de ambities met Nederland te kunnen realiseren. Om zulke meer fundamentele beleidskeuzes mogelijk te maken, is meer inzicht nodig in mogelijke opties en de budgettaire en andere gevolgen daarvan. Om dat inzicht te krijgen, start het kabinet in het kader van Nederland 2020 een serie van brede heroverwegingen.


Doel van de brede heroverwegingen is om onderbouwde keuzes mogelijk te maken door inzicht te verschaffen in besparingsopties en mogelijke gevolgen, zonder oordeel over de wenselijkheid. Daarbij komt een breed palet van beleidsthema’s aan de orde. De brede heroverwegingen moeten leiden tot een ruim aanbod van besparingsmogelijkheden zodat de politiek later kan kiezen. De operatie heeft een fundamenteel karakter. Om creatieve en kritische benaderingen te bevorderen dient voor elk beleidsveld ten minste één verplichte variant te worden ontwikkeld met een structurele omvang van 20 procent van de netto uitgaven (inclusief fiscale subsidies) in 2010.


De operatie start in oktober 2009 en wordt in het tweede kwartaal van 2010 afgerond. Dit schept ruimte de resultaten waar mogelijk te betrekken bij de voorbereiding van de Miljoenennota 2011.

Afgesproken is dat bij voldoende economische groei, in 2011 wordt gestart met herstel van gezonde overheidsfinanciën. Het totale keuzepalet voor het in balans brengen van inkomsten en uitgaven voor dit kabinet en voor volgende kabinetten zal, naast de uitkomsten van de brede heroverwegingen, bestaan uit generieke taakstellingen en lastenmaatregelen.


Met betrekking tot de collectieve lasten zal er tegelijkertijd een separaat onderzoek naar de inrichting van het belastingstelsel starten met als uitgangspunt dat ook naar de toekomst toe een stabiele belastingopbrengst met een zo klein mogelijke verstoring van de economie, en een zo rechtvaardig mogelijke lastenverdeling gerealiseerd kan worden.