Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2010
  • Download PDF

3.1 Een historische recessie

Wereldeconomie in crisis...

De wereldeconomie is in crisis. Landen hebben in verschillende mate en in verschillende snelheden last van de crisis, maar alles bij elkaar genomen is de situatie uniek. Zo krimpt voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog het gezamenlijk bbp van de groep ontwikkelde landen.6

Figuur 3.1 Economische groei van ontwikkelde landen 1970–2009

Bron: Data tot 1980 uit IMF WEO January, 1980–2006 uit WEO April Database, 2007–2009 WEO update juli 2009.

...gevolgen groter dan verwacht

Ook Nederland kan zich hier niet aan onttrekken. De gevolgen van de wereldwijde financiële crisis zijn veel groter gebleken dan een jaar geleden nog werd verwacht (zie hoofdstuk 2). De economische krimp zal in 2009 naar verwachting sterker zijn dan op het dieptepunt van de Grote Depressie.7 Het begrotingsoverschot slaat om in een tekort dat verslechtert in een tempo dat hoger ligt dan in de Grote Depressie of enige crisis daarna en bereikt hiermee een historisch hoog niveau. Omdat bedrijven vaak zo lang mogelijk wachten met het ontslaan (en na de recessie opnieuw aannemen) van werknemers wordt de werkloosheid pas de komende jaren goed merkbaar.8 De werkloosheid zal bijna de records uit de jaren tachtig evenaren. Wel blijft de massawerkloosheid uit de Grote Depressie ons waarschijnlijk bespaard.

Figuur 3.2 Bbp-groei in Nederland historisch laag

Figuur 3.3 Saldoverslechtering Nederland groter dan in Grote Depressie en jaren tachtig

Figuur 3.4 Werkloosheid richting naoorlogs hoogtepunt

Figuur 3.2, 3.3 en 3.4. Bron: CBS Statline en CPB. Voor werkloosheid jaren dertig: G. P. den Bakker en J. de Gijt, 1994, Labour Force data in a national accounting framework.

Wat komt er op ons af?

De cijfers maken op een onbarmhartige wijze duidelijk dat we de komende jaren voor grote uitdagingen staan. Het kan helpen de geschiedenis te bestuderen met het oog op geleerde lessen. Wat is de aard van deze crisis? Waarin is zij vergelijkbaar met eerdere crises? Welk beleid werkte toen wel en welk beleid niet? Met welke lange termijn effecten moeten we rekening houden? Deze vragen komen achtereenvolgens aan de orde in de paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4. Daarbij zullen we ten eerste zien dat de reactie van de overheid van invloed is op de duur en diepte van de recessie. Hierbij zijn twee zaken essentieel: het op orde brengen van de financiële sector en het ondersteunen van de economische vraag. Ten tweede zal duidelijk worden dat de problemen niet voorbij zijn wanneer de recessie is afgelopen; we zullen nog jaren na het einde van de recessie geconfronteerd worden met de negatieve gevolgen ervan. Na deze lessen wordt dieper ingegaan op de gevolgen van deze crisis voor Nederland. In paragraaf 3.5 worden de gevolgen voor de arbeidsmarkt in kaart gebracht, in paragraaf 3.6 de gevolgen voor het bedrijfsleven en in paragraaf 3.7 de gevolgen voor inkomens- en vermogensverlies. In paragraaf 3.8 worden conclusies getrokken.

6  IMF, 2009, World Economic Outlook, January 2009.

7  Wel moet bedacht worden dat in die jaren de bevolkingsgroei ongeveer 1 procent hoger lag. De economische krimp per hoofd van de bevolking zal daarom ongeveer gelijk zijn aan die in het jaar 1931.

8  Deze labor hoarding vindt onder andere plaats omdat bedrijven kosten maken voor het selecteren en opleiden van personeel. Door deze vaste kosten wachten ze zo lang mogelijk met het ontslaan van mensen (want dan zijn ze deze investering kwijt).