Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2010
  • Download PDF

3.6 Gevolgen voor het bedrijfsleven

Ook het bedrijfsleven wordt hard geraakt door de crisis. In de eerste helft van 2009 werden 3 500 bedrijven failliet verklaard. Sinds het begin van de jaren tachtig, toen het CBS begon met de faillissementenstatistiek, zijn er in een half jaar nog nooit zo veel faillissementen geweest.42 De persoonlijke gevolgen van faillissementen kunnen groot zijn, juist in een tijd waarin het moeilijk is om nieuw werk te vinden. Maatregelen om de gevolgen van inkomensverlies en werkloosheid te beperken worden besproken in paragraaf 3.5 en 3.7. Deze paragraaf gaat in op de vraag op welke wijze de recessie de gezondheid van het bedrijfsleven na de recessie beïnvloedt. Komt het bedrijfsleven als geheel sterker uit de crisis?

Recessie versterkt vernietiging...

Creatieve vernietiging leidt tot een hogere productiviteit...

Economische vooruitgang is in een markteconomie sterk verbonden met wat Schumpeter «creatieve vernietiging» heeft genoemd. In de meeste markteconomieën wordt bijvoorbeeld circa 10 procent van de banen in een jaar vernietigd. Doordat werknemers hierdoor in andere bedrijven productiever worden ingezet, stijgt hun loon en neemt de economische groei toe. Als bedrijven met een hoge productiviteit bedrijven met een lage productiviteit wegconcurreren is dit ook goed voor de economie als geheel. Een recessie versterkt dit vernietigingsproces; het aantal faillissementen neemt toe. Dit is op korte termijn een bittere pil voor direct betrokkenen. Maar als dit op de lange termijn leidt tot een bedrijfspopulatie met een hogere productiviteit en daarmee hogere salarissen voor werknemers is de uiteindelijke uitkomst positief.

...maar een bankencrisis kan leiden tot vernietiging van productieve bedrijven

Een bankencrisis kan er echter toe leiden dat zelfs bedrijven met een hoge productiviteit bedreigd worden. Als banken terughoudender worden in de kredietverlening kan het voorkomen dat in principe productieve bedrijven die afhankelijk zijn van bancaire financiering, het hoofd niet boven water kunnen houden. Dit probleem speelt vooral bij jonge, kleinere bedrijven. Zij zijn vaker afhankelijk van bankkrediet omdat zij geen toegang hebben tot de obligatiemarkt. Daarnaast hebben zij vaak minder financiële reserves. Bovendien hebben zij vaak geen of een kortere kredietgeschiedenis en minder onderpand dat kan worden gebruikt om kredieten te verkrijgen bij liquiditeitsproblemen. Ook het innovatieve vermogen kan in een bankencrisis extra onder druk kan komen te staan. Een studie van het Innovatieplatform laat zien dat bijna 40 procent van de private R&D bij bedrijven zit met een voor de kredietcrisis kwetsbare financiële basis.43Internationaal toonaangevende clusters van kennis en bedrijvigheid op gebieden als hightechsystemen, water, voeding en chemie kunnen daardoor verloren gaan.

...en verzwakt creatie

Jonge en innovatieve bedrijven vaak slachtoffer

Daarnaast wordt nog wel eens vergeten dat Schumpeter het niet alleen had over vernietiging maar ook over creatie. De gemiddelde productiviteit stijgt niet alleen doordat minder productieve bedrijven verdwijnen. De stijging komt ook doordat nieuwe bedrijven ontstaan die potentieel nog productiever zijn dan alle bestaande bedrijven en doordat bestaande bedrijven door innovaties steeds productiever worden. Helaas blijkt ook de creërende kracht te kunnen lijden onder recessies. In de laatste recessie in Nederland zien we dat met name het aantal oprichtingen van bedrijven daalt (zie figuur 3.17). Dit komt ook tot uiting in de conjunctuurgevoeligheid van de TEA-index; een maatstaf voor startende en jonge (jonger dan 3,5 jaar) bedrijven. Voor startende bedrijven geldt bovendien dezelfde problematiek als voor de kleine, jonge bedrijven die we hierboven beschreven hebben. Wanneer de kredietverlening stilvalt, zijn zij vaak het eerste slachtoffer. In recessies wordt ook weinig geïnnoveerd.44 Bedrijven weten dat hun innovaties maar een beperkte tijd tot een concurrentievoordeel leiden. Dit komt onder andere omdat andere bedrijven de innovaties op den duur kopiëren. Om die reden zijn ze terughoudend met innoveren in slechte economische tijden; het is beter te wachten op een periode waarin meer winst met de innovatie kan worden gemaakt. Het percentage bedrijven dat innoveert blijkt in Nederland dan ook sterk samen te hangen met de economische groei (zie figuur 3.18). In de huidige financiële crisis kan dit effect versterkt worden door de kwetsbare financiële basis van innoverende bedrijven.

Figuur 3.17 Opheffingen van bedrijven en TEA-index

Figuur 3.18 Innoverende bedrijven en bbp-groei

Bron: CBS-statline. De TEA-index staat voor het aantal mensen dat bezig is een bedrijf op te richten of dat een bedrijf jonger dan 3,5 jaar bezit als percentage van de beroepsbevolking.

Uitkomst is onzeker

Of we de recessie uitkomen met een productievere bedrijvenpopulatie dan waarmee we de recessie ingingen is zeer de vraag. De ervaring in andere landen wijst erop dat dit helemaal niet zeker is. In de VS werden in voorgaande recessies inderdaad veel banen vernietigd, maar werden ook weinig nieuwe (productievere) banen gecreëerd. Ook in de eerste jaren na de recessies werden er weinig nieuwe banen geschapen. Dat de werkloosheid toch terugliep, kwam vooral doordat na de recessie minder bestaande banen verdwenen dan normaal (er was dus ook minder baancreatie nodig om de werkloosheid te doen dalen).45 De arbeidsproductiviteit nam in de VS door recessies dan ook af.46 In Japan bleek in de jaren negentig dat juist bedrijven met een hogere productiviteit de recessie niet overleefden.47 Volgens sommigen is de aanhoudend lage groei in Japan dan ook met name het gevolg van het disfunctioneren van het proces van creatieve vernietiging. Hierbij wordt gewezen op het verschil in herstructurering met Finland; de sectorale verschuivingen gedurende de crisis waren daar veel groter.48 Dit kan een verklaring zijn voor het feit dat Finland op termijn weer een robuuste groei heeft weten te realiseren, terwijl de economische groei in Japan nog steeds op een laag niveau ligt.

De beleidsreactie

Steun aan individuele bedrijven onverstandig...

De overheid kan het proces van creatieve vernietiging beïnvloeden zowel via de vernietigingskant als via de scheppingskant. Over de vernietigingskant hebben we in paragraaf 3.3 gezien dat het laten bestaan van «zombiebanken» ertoe kan leiden dat de vernietiging te weinig ruimte krijgt; verliesgevende bedrijven die normaliter zouden verdwijnen blijven bestaan en bemoeilijken de opkomst van nieuwe bedrijven. Daarnaast kan de overheid helpen voorkomen dat in de kern gezonde bedrijven failliet gaan. In het verleden zijn hiervoor vaak individuele steunmaatregelen gehanteerd. Dit kan echter onbedoeld negatief uitwerken. Deze maatregelen blijken vaak met name grote bestaande bedrijven te ondersteunen (zij hebben vaak de beste contacten en kunnen meer pressie uitoefenen doordat er veel arbeidsplaatsen in het geding zijn). Dit terwijl het de vraag is of deze bedrijven een hogere productiviteit kennen dan kleinere ondernemingen. In Nederland werd er in de jaren zeventig op grote schaal financiële steun aan individuele bedrijven gegeven om de werkgelegenheid te behouden. Tussen 1973 en 1979 werd er voor 7 miljard gulden gesteund, ongeveer 10 miljard euro tegen huidige prijzen. Van dit bedrag ging 60 procent naar zeven grote bedrijven, in 1979 ging zelfs 90 procent van het steunbedrag naar vijf grote ondernemingen. Hoewel de steun officieel enkel bedoeld was voor levensvatbare bedrijven die in tijdelijke problemen verkeerden, was er slechts in de helft van de gevallen na de steun sprake van een redelijke situatie of herstel. Ook het feit dat de repeteersteun opliep naar 97 procent in 1979 geeft aan dat de tijdelijkheid van de steun met een korreltje zout moest worden genomen.49

...wel generieke maatregelen gericht op kredietverlening en groene innovatie

Omdat het steun verlenen aan individuele bedrijven dus snel contraproductief kan uitwerken, wordt het bedrijfsleven op een generieke manier ondersteund. Het kabinet houdt nauwlettend in het oog dat de kredietverlening aan gezonde bedrijven adequaat blijft en heeft in dit kader voor het mkb het EZ-instrumentarium voor borgstelling en exportkredietverzekering al in een vroeg stadium verruimd. Daarnaast worden fiscale maatregelen genomen zoals de mogelijkheid van kwartaalaangifte van de btw en ruimere mogelijkheden om verliezen fiscaal te compenseren en versneld fiscaal af te schrijven. Om te voorkomen dat bedrijven door tijdelijke problemen belangrijke vakkrachten verliezen is de deeltijd-WW ingevoerd. Deze steun is tijdelijk en er zijn bovendien financiële consequenties voor bedrijven die alsnog mensen ontslaan. Hierdoor is de maatregel gericht op in de kern gezonde bedrijven. Ten slotte is het weer gezond maken van de financiële sector natuurlijk een zeer belangrijke maatregel, zeker gezien de afhankelijkheid van bankkrediet bij sommige ondernemers. Met het oog op de innovatie wordt een belangrijk deel van het stimuleringspakket bestemd voor maatregelen die ook de innovatie ten goede komen, zoals het verhogen van de WBSO, de kenniswerkersregeling, het stimuleren van energie besparen en duurzaam ondernemen, en wordt naast deze middelen in totaal bijna 900 miljoen (waarvan de financiering al rond was) ingezet voor projecten die de innovatiekracht van Nederland versterken. Door de nadruk op duurzaamheid stellen deze maatregelen bedrijven in staat om slimmer, met minder grondstoffen te produceren, zodat er minder impact is op het milieu.

42  CBS, 2009, Faillissementen in handel en zakelijke diensverlening meer dan verdubbeld, Webmagazine, 12 augustus. Dit cijfer is exclusief eenmanszaken. Deze worden meegenomen onder faillissementen van natuurlijke personen. Ook het aantal faillissementen van natuurlijke personen, 1 800, is nog nooit zo hoog geweest.

43  Innovatieplatform, 2009, Sterker uit de storm. Investeren in mensen en kennis om beter uit de crisis te komen.

44  G. Barlevy, 2004, On the Timing of innovation in stochastic schumpeterian growth models, NBER Working Paper 10741.

45  R.J. Caballero, en M.L. Hammour, 2000, Creative Destruction in Development: institutions, crises and restructuring, NBER Working Paper 7849.

46  M. Ouyang, 2009, The scarring effect of recessions, Journal of Monetary Economics.

47  K.G. Nishimura, T. Nakanjima en K. Kiyota, 2005, Does the natural selection mechanism still work in severe recessions?: Examination of the Japanese economy in the 1990s, Journal of Economic Behavior & Organization.

48  Europese Commissie, 2009, European Economy, Occasional Papers 49.

49  R.J. Spierenburg, 1980, De steunverleningen aan noodlijdende bedrijven in de jaren zeventig, Economische beleid uit de klem.