Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2010
  • Download PDF

4.4 Uitgaven- en inkomstenontwikkeling

4.4.1 Uitgavenontwikkeling 2009–2010

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de reële ontwikkeling van de netto uitgaven (uitgaven minus niet-belastingontvangsten) in de jaren 2009 en 2010. Tabel 4.8 geeft een overzicht van de reële netto uitgaven, inclusief het stimuleringspakket. Voor de jaren 2009 en 2010 zijn de standen van verschillende uitgavencategorieën weergegeven. In de laatste kolom is aangegeven wat de totale groei is van de uitgaven van 2009 naar 2010. Uit de tabel blijkt dat deze groei van 2010 ten opzichte van 2009 8,1 miljard euro bedraagt. Onder de hier genoemde posten staan voorbeelden van uitgavenreeksen die in de standen 2009 en 2010 zijn verwerkt. Deze uitgaven verklaren niet één op één de groei in de totale uitgaven. De groei kan namelijk ook al (deels) in de basisraming van de uitgaven zitten waarop gemuteerd wordt.

Tabel 4.8 Ontwikkeling netto uitgaven in miljarden euro’s
  2009 2010* groei
Zorg 55,0 56,1 1,1
 
W.v. autonome groei     1,5
W.v. intensiveringsenveloppe CA1 0,5 0,5  
W.v. actualisatie zorguitgaven 2007 en 2008 0,7 0,8  
W.v. persoonsgebonden budgetten 0,4 0,6  
W.v. genomen maatregelen – 0,3 – 1,7  
W.v. invoering forfaits Wtcg   0,5  
W.v. stimuleringspakket onderhoud en bouw zorg- en AWBZ-instellingen   0,3  
 
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid 58,7 61,5 2,7
 
W.v. groei WW/WWB     3,0
W.v. stimuleringspakket aanpak jeugdwerkloosheid 0,1 0,1  
W.v. stimuleringspakket arbeidsmarktenveloppe (plus werktijdverkorting) 0,5 0,3  
W.v. stimuleringspakketschuldhulpverlening   0,1  
W.v. maatregelen ter dekking van problematiek – 0,4 – 0,4  
 
OnderwijsCultuur en Wetenschappen 33,3 33,7 0,5
 
W.v. intensiveringsenveloppe onderwijsCA1 0,9 1,1  
W.v. intensiveringsenveloppe kinderopvangCA1 0,3 0,4  
W.v. stimuleringspakket versterking MBO 0,1 0,2  
W.v. stimuleringspakket onderhoud scholen   0,1  
W.v. stimuleringspakket versterking kennisinfrastructuur   0,1  
 
Binnenlands Bestuur en Veiligheid 11,5 11,0 – 0,5
 
W.v. intensiveringsenveloppe veiligheidsketenCA1 0,2 0,3  
W.v. cao politie en Vernieuwing Rijksdienst 0,1 0,0  
W.v. Antillen 0,5 0,3  
W.v. vreemdelingenketen 0,8 0,7  
 
Infrastructuur, mobiliteit en openbaar vervoer 10,5 11,6 1,1
 
W.v. autonome groei Infrastructuurfonds     0,2
W.v. intensiveringsenveloppe CA1 0,2 0,3  
W.v. stimuleringspakket 0,3 0,3  
 
Internationaal 16,8 19,1 2,3
W.v. EU afdrachten 3,6 6,4  
 
Jeugd en Gezin 6,5 6,5 0,0
 
Milieu, wonen en wijken 5,1 4,2 – 0,9
 
W.v. stimuleringspakket 0,2 0,0  
W.v. afkoop specifieke uitkering 0,7 0,0  
 
Gemeente- en Provinciefonds 17,3 17,7 0,4
 
Overige 9,5 10,9 1,4
 
W.v. reservering intensiveringsenveloppen CA1 0,0 0,2  
W.v. reservering stimuleringspakket 0,1 0,4  
 
Totaal 224,2 232,3 8,1
 
W.v. intensiveringenCA1 4,0 5,1  
W.v. stimuleringspakket (excl. lastenverlichting)** 1,8 2,5  

* De bedragen in 2010 zijn exclusief nominale bijstelling van ca. 3,2 miljard euro.

** Het stimuleringspakket aan de lastenkant is op kasbasis 0,7 miljard in 2009 en 0,6 miljard in 2010.

1 Coalitieakkoord


In de tabel worden ter illustratie enkele opvallende posten toegelicht. Voor een uitgebreide toelichting per begroting op de aanpassingen van de meerjarencijfers die hebben plaatsgevonden tussen de Miljoenennota 2009 en de Miljoenennota 2010 wordt verwezen naar internetbijlage 2: Verticale Toelichting. Een uitgebreide toelichting op de groei of krimp over de jaren per begrotingsartikel is te vinden in internetbijlage 1: Horizontale Toelichting.

Zorg

De netto-zorguitgaven, dat zijn de BKZ uitgaven, stijgen van 2009 naar 2010 met 1,1 miljard euro. Aan het begin van de kabinetsperiode is op basis van ramingen van het CPB voor de zorg een autonome volumegroei verondersteld van 2,8 procent per jaar. Dit zou voor 2010 neerkomen op een groei van 1,5 miljard euro.

In het Coalitieakkoord is 0,5 miljard euro vrijgemaakt voor investeringen in de zorg. Deze middelen zijn onder andere ingezet voor uitbreiding van het verzekerd pakket (met de anticonceptiepil en mondzorg voor jongeren tot 21 jaar) en extra middelen voor verpleeghuiszorg.

Als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven over 2007 en 2008 worden de zorguitgaven nu voor 2009 en 2010 0,7 respectievelijk 0,8 miljard euro hoger geraamd. Omdat deze onverwachte groei zich waarschijnlijk voortzet, zijn ook de ramingen voor 2009 en 2010 naar boven aangepast. Daarnaast heeft het kabinet besloten om het subsidieplafond voor de persoonsgebonden budgetten (PGB’s) in de AWBZ naar boven bij te stellen.


Tegenover deze uitgavengroei staan ook maatregelen. Omdat de in 2008 en 2009 genomen maatregelen veelal pas per 2010 ingaan vlakken deze maatregelen de groei van de zorguitgaven in 2010 af met 1,4 miljard euro. Dit bedrag is overigens een saldo van enerzijds in 2008 en 2009 genomen maatregelen en anderzijds een aantal intensiveringen. De maatregelen bestaan onder andere uit het terugdringen van de overschrijding bij de medisch specialisten en de geneeskundige GGZ en het beperken van de aanspraak op begeleiding in de AWBZ. Extra geïnvesteerd is er onder andere in het verminderen van de werkdruk van verloskundigen, de vaccinatie tegen HPV (baarmoederhalskanker), het behandelen van dyslexie bij kinderen en in de kwaliteit van de gehandicaptenzorg.


Naast de hierboven genoemde maatregelen heeft ook het afschaffen van de belastingaftrek voor buitengewone uitgaven (BU) gevolgen voor de zorguitgaven. Als vervanging van de BU geldt de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg). Op basis van die wet krijgen chronisch zieken en gehandicapten vanaf 2010 een forfaitaire tegemoetkoming (daarnaast blijft er ook een belastingaftrek voor specifieke zorgkosten). Omdat deze uitgaven meetellen als zorguitgaven zorgt dit voor een verdere groei van de zorguitgaven in 2010.

Sociale zekerheid

De uitgaven aan de Werkloosheidswet (WW) en bijstand zijn opgelopen als gevolg van de verslechtering van de conjunctuur. In het stimuleringspakket heeft het kabinet middelen beschikbaar gesteld voor de arbeidsmarkt, schuldhulpverlening en ter bestrijding van jeugdwerkloosheid. Uit de arbeidsmarktenveloppe zijn onder andere de deeltijd-WW, mobiliteitscentra en de scholingsbonus gefinancierd. Op het gebied van schuldhulpverlening zijn middelen beschikbaar gesteld voor preventie en begeleiding van nieuwe groepen die als gevolg van werkloosheid te maken krijgen met inkomensachteruitgang. Met de middelen voor jeugdwerkloosheid worden jongeren intensiever begeleid naar vacatures, worden meer leerwerkplaatsen en stages aangeboden en blijven naar verwachting ca. 10 000 jongeren vanwege de crisis langer op school. Verder zijn er binnen de Sociale Zekerheid diverse maatregelen genomen om de tegenvallende uitvoeringsmutaties te dekken (o.a. AOW en Zwangerschaps- en Bevallingsverlofuitkeringen). Dit betreft onder meer de inzet van reserveringen en de eindejaarsmarge, een korting op het re-integratiebudget (UWV en gemeenten) en een verlaging van de AOW-tegemoetkoming.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

De oploop in de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt onder meer veroorzaakt door de toevoeging van enveloppenmiddelen aan de begroting en de extra uitgaven in het kader van het stimuleringspakket.

De enveloppenmiddelen voor onderwijs en innovatie zijn voor een groot deel ingezet voor de betere beloning van leraren volgens het actieplan LeerKracht. Daarnaast is onder meer extra budget beschikbaar gekomen voor achterstandsleerlingen in het primair onderwijs; voor het invoeren van de gratis schoolboeken en de maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs; voor de invoering van competentiegericht onderwijs en de bestrijding van voortijdig schoolverlaten in het middelbaar beroepsonderwijs; en voor toegepast onderzoek en kwaliteitsverbetering in het hoger onderwijs. De enveloppenmiddelen voor kinderopvang zijn voornamelijk ingezet om het toenemend gebruik van de kinderopvangtoeslag op te vangen. Daarnaast zijn extra middelen ingezet voor voor- en vroegschoolse educatie en voor de harmonisatie van de kwaliteitseisen tussen kinderopvang en peuterspeelzalen.

Met de middelen uit het stimuleringspakket wordt het mbo in staat gesteld de hogere studentenaantallen en de verwachte verschuiving van het aantal deelnemers aan de praktijkgerichte beroepsopleidende leerweg (bol) naar de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) op te vangen. Verder wordt met deze middelen in 2009 en 2010 extra geïnvesteerd in de «plusvoorzieningen» voor overbelaste jongeren, en wordt een impuls gegeven aan de regionale aansluiting tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt. De middelen gereserveerd voor schoolonderhoud worden ingezet voor energiebesparend onderhoud en verbetering van het binnenmilieu op scholen in het primair en voortgezet onderwijs. De middelen versterking kennisinfrastructuur ten slotte zijn bedoeld voor het behoud van onderzoekers/kenniswerkers voor Nederland door het tijdelijk detacheren van R&D-medewerkers uit het bedrijfsleven bij publieke kennisinstellingen. De activiteiten waarop de onderzoekers worden ingezet zijn allemaal gekoppeld aan maatschappelijke en wetenschappelijke prioriteiten.

Binnenlands Bestuur en Veiligheid

De per saldo lagere uitgaven in 2010 ten opzichte van 2009 kent een aantal verschillende oorzaken. Op het terrein van de vreemdelingenketen zijn de lagere uitgaven enerzijds een gevolg van de besparingen bij de tijdelijke noodvoorziening vreemdelingen (TNV) en anderzijds van de aanzuivering (kasschuif) van het eigen vermogen van de Immigratie- en naturalisatie dienst (IND) in 2009.

De hogere uitgaven in 2009 ten opzichte van 2010 bij Koninkrijksrelaties hangen zo goed als volledig samen met de uitgaven in 2009 voor de schuldsanering van het land Nederlandse Antillen alsmede het land Curaçao. Op de begroting van BZK hangt de hogere raming in 2009 ten opzichte van 2010 voor een groot deel samen met de financiering van de politie-CAO en incidentele middelen in het kader van het project vernieuwing Rijksdienst. In het Coalitieakkoord is een investering opgenomen in de capaciteit van de veiligheidsketen. Deze bedraagt 0,2 miljard euro in 2009 en 0,3 miljard euro in 2010.

Infrastructuur, mobiliteit en openbaar vervoer

Het infrastructuurfonds kent een reële groeiafspraak van 2,8 procent per jaar. Ten opzichte van 2009 levert dit in 2010 een bedrag van 0,2 miljard euro extra op. Van de totale toename van het budget van 0,9 miljard euro van het Infrastructuurfonds is 0,5 miljard euro het gevolg van de toename van uitgaven aan hoofdwegen (waaronder Ring Eindhoven en wegverbredingen A2, A12 en A28). De 0,5 miljard euro bestaat voor een deel uit middelen uit het stimuleringspakket en voor een deel uit de toevoeging van het voordelig saldo 2008. Ook is er een sterke stijging in 2010 van de uitgaven aan spoorwegen met 0,3 miljard euro, het Tweede Fase Herstelplan Spoor zorgt hier voor een forse impuls. Ook hier is een deel van het voordelig saldo 2008 toegevoegd. De uitgaven aan vaarwegen stijgen met 0,2 miljard euro, als gevolg van extra investeringen uit het stimuleringspakket. De middelen uit het stimuleringspakket komen bovenop de intensiveringen uit het Coalitieakkoord voor infrastructuur, kustbescherming (waaronder Ruimte voor de Rivier) en openbaar vervoer.

Internationaal

De stijging onder de post Internationaal is grotendeels het gevolg van de kortingen die Nederland heeft bedongen op de EU-afdrachten. Deze korting levert een besparing op van ongeveer 1 miljard euro per jaar. Door de inwerkingtreding van het nieuwe Eigen Middelenbesluit in 2009 zijn de kortingen van 2007 en 2008 geboekt op het jaar 2009. In deze opstelling levert dit dus een groei op van 2,3 miljard euro van 2009 op 2010.

Milieu, Wonen en Wijken

De uitgaven dalen van 2009 op 2010 met 0,9 miljard euro. Dit is het gevolg van het een incidentele afkoop van een specifieke uitkering in 2009 (0,7 miljard euro) en van het afnemende budget voor leefbaarheid, sociale samenhang en integratie in steden en wijken in 2010 ten opzichte van 2009.


Box 4.5: Uitvoering intensiveringen Coalitieakkoord


Figuur 4.7 Stand van zaken intensiveringen Coalitieakkoord in 2010


In het Coalitieakkoord zijn zes «pijlers» opgenomen waarbinnen de beleidsprioriteiten van het kabinet voor deze kabinetsperiode zijn geformuleerd. Het kabinet ligt op schema met de uitvoering van de investeringen in publieke voorzieningen zoals deze in het Coalitieakkoord zijn benoemd. In figuur 4.7 wordt per pijler schematisch weergegeven welk deel van de totale intensiveringen tot en met 2010 beschikbaar is gesteld. In totaal is al ruim 70% van de beschikbare middelen aan de verschillende begrotingen toegedeeld. Een deel van de enveloppenmiddelen tranche 2011 wordt in 2011 ingezet voor tekortreductie, zie tabel 4.5.


Box 4.6: Sterke stijging pensioenkosten overheid

Overheidssectoren krijgen een vergoeding voor de arbeidsvoorwaarden, gebaseerd op de gemiddelde ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden in de markt. Dit stelt overheidssectoren in staat om marktconforme arbeidsvoorwaarden af te spreken. De pensioenregeling is een belangrijke maar kostbare arbeidsvoorwaarde, en het geld dat aan de pensioenregeling wordt uitgegeven, kan niet aan andere arbeidsvoorwaarden worden besteed.

Net als bij veel andere pensioenfondsen heeft de financiële crisis de vermogenspositie en de dekkingsgraad van het ABP, het pensioenfonds voor overheid en onderwijs, fors onder druk gezet. Het ABP-bestuur heeft in het voorjaar van 2009 de nodige maatregelen genomen om het tij te keren. Zo blijft de indexatie van opgebouwde pensioenaanspraken achterwege. Aanvullend wordt er een herstelopslag op de pensioenpremie voorzien van per saldo 3 procent, in twee etappes. Per 1 juli 2009 is de premie met 1 procentpunt verhoogd. Per 1 januari 2010 wordt, afhankelijk van de te verwachten financiële positie tijdens de resterende hersteltermijn, een verdere verhoging van 2 procentpunt voorzien. De stijging van de pensioenpremie stelt de overheidswerkgevers voor forse aanvullende budgettaire problemen.

De pensioenpremie moet betaald worden uit de bestaande loonruimte en gaat daarmee ten koste van de overige arbeidsvoorwaarden. De herstelopslag legt ook een hypotheek op de nieuw af te sluiten cao’s. Geld kan immers maar één keer uitgegeven worden en het kabinet heeft geen geld beschikbaar om dit te financieren.

4.4.2 Inkomstenontwikkeling

Neerwaartse bijstelling inkomsten 2009

De raming van de belasting-en premieontvangsten 2009 komt uit op 209,6 miljard euro. Dit is 24,4 miljard euro (10,4 procent) lager dan in de Miljoenennota 2009 was voorzien. De belangrijkste oorzaak van deze verslechtering is de krimp van de economie. Nominaal komt de economische ontwikkeling 8,2 procentpunten lager uit dan vorig jaar nog werd geraamd. De inkomsten lopen dus nog wat sneller terug dan de economie.


De tegenvallende inkomsten betreffen alle belastingsoorten. De vennootschapsbelasting is daarbij een van de koplopers. Deze loopt met bijna -22 procent (dat is -4,0 miljard euro) veel harder terug dan de totale inkomsten. Allereerst geldt dat de winstverwachting voor 2009 fors neerwaarts is bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2009 met als gevolg lagere kasontvangsten in 2009. Daarbovenop komt het effect van bijgestelde (fiscale) winstverwachtingen over 2008 en 2007. Voorlopige aanslagen waarop bedrijven in 2008 en eerdere jaren belasting hebben afgedragen, leiden door verminderingen die in 2009 op betreffende aanslagen worden opgelegd weer tot teruggaven in 2009.


Belangrijke belastingsoorten zoals de loon- en inkomensheffing en de omzetbelasting kennen absoluut gezien de grootste bijstellingen (respectievelijk -5,5 miljard euro en -5,0 miljard euro). Relatief gezien is de bijstelling bij de loon- en inkomensheffing met -6,3 procent echter beperkter dan de bijstelling van de totale inkomsten. De relatief grootste dalers zijn de overdrachtsbelasting (OVB), de dividendbelasting en de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM). De raming van de OVB is, vooral door de sterke daling van het aantal verkochte woningen, vrijwel gehalveerd ten opzichte van de stand Miljoenennota 2009. De ontvangsten voor dividendbelasting en BPM zijn met 34 procent respectievelijk 32 procent naar beneden bijgesteld. Ten slotte leiden extra fiscale maatregelen voor 2009 waartoe het kabinet na de Miljoenennota 2009 heeft besloten, waaronder die ter bestrijding van de gevolgen crisis, eveneens tot lagere ontvangsten (1,6 miljard euro). Deze maatregelen worden in paragraaf 4.2 toegelicht.

Ontwikkeling inkomsten 2008–2010

Tabel 4.9 toont de jaar-op-jaarontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten over de periode 2008–2010. In 2009 nemen de belasting- en premieontvangsten ten opzichte van 2008 met 12,3 miljard euro af. Dit betreft het saldo van beleidsmaatregelen en endogene groei. Beleids-maatregelen hebben tot gevolg dat de ontvangsten in 2009 met 2,6 miljard euro afnemen, waarvan 1,6 miljard euro door de maatregelen die na de Miljoenennota 2009 zijn genomen waaronder het stimuleringspakket van 0,7 miljard euro. De ontvangsten in 2009 dalen endogeen met 9,7 miljard euro, dat is een ontwikkeling van -4,4 procent ten opzichte van 2008. Deze ontwikkeling kan worden gerelateerd aan de nominale economische ontwikkeling. Het nominale bbp neemt met 3,4 procent af ten opzichte van 2008. De belasting- en premieontvangsten lopen daarmee harder terug dan het bbp.

Tabel 4.9. Belasting- en premieontvangsten 2008–2010 op EMU-basis (x € miljard)
  2008 2009 2010
Belastingenen premies volksverzekeringen op EMU-basis 175,3 165,6 166,9
wv. belastingen op EMU-basis 138,1 134,4 131,5
wv. premies volksverzekeringen op EMU-basis 37,2 31,3 35,4
Premies Werknemersverzekeringen 46,6 44,0 45,0
Totaal 221,9 209,6 211,8
Mutatie   – 12,3 2,2
wv endogene groei   – 9,7 0,3
wv beleidsmaatregelen   – 2,6 1,9
 
Endogene mutatie (in %)   – 4,4% 0,2%
Nominale groei BBP (in %)   – 3,4% 0,9%

De belasting en premieontvangsten groeien in 2010 met 2,2 miljard euro ten opzichte van 2009. Beleidsmaatregelen zorgen voor 1,9 miljard euro hogere inkomsten in 2010. Dit betreft voor 2,4 miljard euro maatregelen waarover in Miljoenennota 2009 en eerder al is besloten, waaronder maatregelen rond de afschaffing van de Buitengewone Uitgaven (BU). Daar staan per saldo 0,5 miljard euro lagere ontvangsten tegenover als gevolg van aanvullende maatregelen gericht op innovatie en liquiditeitsverruiming.


De verwachte endogene groei van de belasting- en premieontvangsten bedraagt 0,3 procent in 2010. De nominale groei van het bbp komt naar verwachting uit op 0,9 procent. De ontwikkeling van de inkomsten blijft dus ook in 2010 achter bij de nominale economische groei. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de sterk oplopende werkloosheid in 2010. Hierdoor kent de loonheffing een negatieve ontwikkeling van -2,1 procent in 2010.


Hier past wel een kanttekening. De economische groei is de belangrijkste determinant voor de ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten op langere termijn. Zoals gezegd valt de economische groei voor de komende kabinetsperiode zeer lastig te voorspellen en daarmee ook de ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten.