Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

3.3 De belasting- en premieontvangsten in 2010

In tabel 3.3.1 wordt een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de geraamde belasting- en premieopbrengsten in 2010. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het effect van beleidsmaatregelen op de ontvangsten en het effect van de economische groei.

Tabel 3.3.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2010 op EMU-basis (x € miljoen)
 Vermoedelijke uitkomsten 2009MaatregelenEndogeenEndogeen in %2010
Indirecte belastingen(kasbasis)68 297– 2793650,5%68 383
Omzetbelasting141 117– 76580,1%41 100
Belasting op personenauto’s en motorrijwielen2 361– 250– 106– 4,5%2 005
Accijnzen10 56926710,7%10 666
Belastingenvan rechtsverkeer3 601131012,8%3 714
Motorrijtuigenbelasting3 3161801765,3%3 672
Belastingenop een milieugrondslag4 56526491,1%4 640
Verpakkingenbelasting3172– 2– 0,7%317
Vliegbelasting199– 19900,0%0
Overig2 2520170,8%2 270
      
Directe belastingen en premies volksverzekeringen (kasbasis)97 2191 1711810,2%98 573
Loonheffing86 046932– 1 818– 2,1%85 160
Inkomensheffing– 7 0311 112521– 7,4%– 5 348
Dividendbelasting2 516037514,9%2 891
Vennootschapsbelasting13 434– 8871 0908,1%13 638
Overig (inclusief niet nader toe te rekenen belastingontvangsten)2 25614130,6%2 283
      
Totaal belastingen en premies volksverzekeringen (kasbasis)165 5168925460,3%166 869
      
Aansluiting op EMU-basis102 – 165 – 63
      
Totaal belastingen en premies volksverzekeringen (EMU-basis)165 6188923810,2%166 893
      
Premies werknemersverzekeringen43 9931 000– 35– 0,1%44 958
      
Totaal belasting- en premieontvangsten (EMU-basis)209 6111 8923460,2%211 849

1 De omzetbelasting wordt op EMU-basis gepresenteerd om een goed beeld van de ontwikkeling van 2009 op 2010 te geven. Als gevolg van de in 2009 genomen maatregel mogen bedrijven die anders de BTW per maand afdragen ervoor kiezen deze per kwartaal af te dragen. Dit heeft geen gevolgen voor de BTW-ontvangsten op EMU-basis maar wel voor De BTW-ontvangsten op kasbasis. Een ontwikkeling op kasbasis geeft dan een vertekend beeld.


In 2010 bedragen de totale ontvangsten op EMU-basis naar verwachting 211,8 miljard. Ten opzichte van de vermoedelijke uitkomsten 2009 is dit een toename met 2,2 miljard euro. Deze ontwikkeling is grotendeels (1,9 miljard) het gevolg van beleidsmaatregelen. Dit betreft voor 2,4 miljard maatregelen waarover in Miljoenennota 2009 en eerder al is besloten, waaronder maatregelen rond de afschaffing van de Buitengewone Uitgaven (BU). Daar staan echter per saldo 0,5 miljard lagere ontvangsten tegenover als gevolg van onder andere het stimuleringspakket. De verwachte endogene groei van de belasting- en premieontvangsten bedraagt 0,3 miljard euro in 2010. In de volgende paragrafen wordt hier nader op ingegaan. In de internetbijlage van deze Miljoenennota staat een uitgebreidere toelichting voor de grootste belastingsoorten ( www.rijksbegroting.nl).

3.3.1 Endogene ontwikkeling belasting- en premieontvangsten 2010

De endogene toename van de ontvangsten is het gevolg van de economische ontwikkelingen zoals deze geraamd zijn in de Macro Economische Verkenning 2010. Voor 2010 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een groei van het nominale economische groei van 0,9 procent. De endogene groei van de totale ontvangsten ligt lager dan de BBP-groei: 0,2 procent. De oorzaak daarvoor ligt in de samenstelling van de economische groei, waardoor er een verschil ontstaat tussen de BBP-groei en de toename van de endogene ontvangsten. Zo zorgt een sterk oplopende werkloosheid in 2010 ervoor dat de loon- en inkomensheffing zich in 2010 minder gunstig ontwikkelt dan in 2009 (–2,1 procent) en daarmee sterk achterblijft bij de nominale BBP-ontwikkeling. De endogene groei in de BTW-ontvangsten in 2010 is beperkt. Dit als gevolg van een negatieve ontwikkeling van de investeringen in woningen, gecombineerd met een bescheiden waardeontwikkeling van de particuliere consumptie.


De endogene groei bij de indirecte belastingen is 0,4 procent. Verreweg de belangrijkste belastingsoort die hieronder valt is de hierboven besproken omzetbelasting (BTW). Een andere grote post, de accijnzen, laat een bescheiden groei zien (0,7 procent). De ontvangsten belasting op personenauto’s en motoren (BPM) nemen in 2010 met –4,5 procent af ten opzichte van 2009. In 2009 nemen de ontvangsten BPM met nog bijna 23 procent af ten opzichte van het voorgaande jaar. De ontvangsten motorrijtuigenbelasting ontwikkelen zich in 2010 net als in 2009 licht positief.


De endogene groei van de directe belastingen en premies volksverzekeringen bedraagt 0,2 procent. Verreweg de grootste post bij de directe belastingen is de loonheffing. Deze drukt zwaar op de totale ontwikkeling van de directe belastingen en blijft zoals hierboven al toegelicht met –2,1 procent achter. Alle andere directe belastingen kennen echter een positieve ontwikkeling in 2010. Zo laat de vennootschapsbelasting (Vpb) in 2010 naar verwachting een positieve ontwikkeling zien van 7,7 procent. Hiermee zit het absolute niveau van de totale Vpb-ontvangsten in 2010 nog wel ver onder dat van 2008. In 2009 dalen de Vpb-ontvangsten immers zeer fors enerzijds als gevolg van beleidsmaatregelen anderzijds als gevolg van de winstverwachting over 2009, die lager ligt dan over het jaar 2008. Daarbovenop komt in 2009 het effect van bijgestelde (fiscale) winstverwachtingen over 2008 en 2007. Voorlopige aanslagen waarop bedrijven in 2008 en eerdere jaren belasting hebben afgedragen, leiden door verminderingen die in 2009 op betreffende aanslagen worden opgelegd weer tot teruggaven in 2009. Ook de verwachte ontwikkeling in de ontvangsten dividendbelasting is positief (14,9 procent). Dit moet worden afgezet tegen een forse daling in de dividendbelasting in 2009 van meer dan 36 procent. Voor de dividendbelasting geldt evenals voor de Vpb dat het absolute niveau in 2010 met 2,9 miljard nog wel ver onder dat van 2008 zal liggen.

3.3.2 Het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten

In 2010 bedraagt het effect van beleidsmaatregelen op de belastingen en premieontvangsten 1,9 miljard euro. Dit betreft een saldo van diverse maatregelen. Allereerst gaat het om 2,4 miljard aan maatregelen waarover in Miljoenennota 2009 en eerder al is besloten waaronder maatregelen rond de afschaffing van de Buitengewone Uitgaven. Daar staan per saldo afgerond 0,5 miljard lagere ontvangsten tegenover als gevolg van maatregelen waartoe het kabinet afgelopen jaar heeft besloten, zoals aanvullende maatregelen gericht op innovatie en liquiditeitsverruiming die voor 1,0 miljard lagere kasontvangsten in 2010 zorgen, de afschaffing van de vliegbelasting (-0,2 miljard) en hogere sectorfondspremies die afgerond voor 0,7 miljard hogere kasontvangsten zorgen.


In tabel 3.3.1 worden per belastingsoort het effect van beleidsmaatregelen (autonome mutaties) in de kasontvangsten over 2010 getoond. Dit betreft een saldo van zowel maatregelen waartoe in Miljoenennota 2009 en eerdere jaren is besloten en die nog een opwaart of neerwaarts effect hebben in 2010 ten opzichte van 2009, als om maatregelen waartoe het kabinet sinds de Miljoenennota heeft besloten. Zo is de autonome mutatie bij de BPM (-0,3 miljard) het saldo van de onder andere gefaseerde afbouw van de BPM met oog op de invoering van de kilometerheffing waartoe in 2008 reeds is besloten en nieuwe maatregelen die in het Belastingplan 2010 zijn opgenomen. Met oog op die zelfde invoering van de kilometerheffing wordt de motorrijtuigenbelasting gefaseerd verhoogd. Deze maatregel uit 2008 zorgt in 2010 voor +0,2 miljard hogere ontvangsten ten opzichte van 2009.

De autonome toename van de loonheffing bedraagt per saldo 0,9 miljard. Dit betreft onder meer het koopkrachtpakket 2010 en grondslageffecten als gevolg van mutaties in de inkomensafhankelijke zorgpremie. De inkomensheffing zorgt voor een autonome mutatie van 1,1 miljard euro. Deze mutatie wordt gedomineerd door het afschaffen van de Buitengewone Uitgaven (BU). Deze zorgt voor een forse toename van de kasontvangsten in 2010 ten opzichte van 2009. De autonome mutatie van –0,9 miljard bij de vennootschapsbelasting betreft vooral de liquiditeits- en innovatiemaatregelen zoals hierboven als is toegelicht. Ten slotte de autonome mutatie van de premies werknemersverzekeringen: deze bedraagt 1,0 miljard euro. Dit betreft het effect van zowel een hogere wgf-premie als een hogere ZVW-premie in 2010 ten opzichte van 2009.


Tabel 3.3.2 geeft een overzicht van het budgettaire beslag van beleidsmaatregelen op zowel kas- als transactiebasis en tevens het effect daarvan op de lastenontwikkeling in 2010. Het verschil tussen het totale effect van het beleid op de ontvangsten en de lastenontwikkeling wordt veroorzaakt doordat sommige maatregelen wel gevolgen hebben voor de inkomsten maar niet relevant zijn voor de lastenontwikkeling. Zo is de eerder genoemde afschaffing van de Buitengewone uitgavenaftrek (BU) wel relevant voor de kasontvangsten, maar niet relevant voor de lastenontwikkeling. Het omgekeerde geldt ook: zo is een verandering bij de zorgtoeslag wel relevant voor de lastontwikkeling maar heeft dit gevolgen voor de belasting- en premieontvangsten.

Tabel 3.3.2 Budgettair effect van belasting- en premiemaatregelen 2010 (x € miljoen)
 Belastingenen premies kasBelastingen en premies op transactiebasisTotaal lasten
Zorgpremies435472472
Zorgtoeslag00– 175
Liquiditeitsverruiming– 600– 1 125– 128
R&D en ondernemersschap– 357– 445– 445
Koopkrachten arbeidsparticipatie698930930
Sectorfondspremies688688688
Overig (waaronder afschaffing BU)1 026– 461– 76
Totaal Beleidsmaatregelen 20091 890581 266