Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2010
  • Download PDF

1.2 De crisis

De crisis wordt gevoeld door bedrijven, mensen die hun baan verliezen, pensioenvermogens en de schatkist...

Economie fors geraakt, toekomst onzeker

De mondiale crisis heeft de Nederlandse economie fors geraakt. De economie dreigt in 2009 met bijna 5 procent te krimpen. Volgens de meest recente voorspellingen zal de werkloosheid van 2008 op 2010 verdubbelen tot ruim 600 duizend mensen en zal het EMU-saldo met ruim 40 miljard euro verslechteren van een overschot van 0,7 procent naar een tekort van – 6,3 procent. Ook is het aantal faillissementen in het bedrijfsleven vooral in de eerste helft van 2009 fors toegenomen en dit aantal zal naar verwachting ook in 2010 nog hoog zijn.


Wat de komende tijd ons zal brengen is onvoorspelbaar. Bevinden we ons in het oog van de crisis, een periode van relatieve rust tussen de eerste golf van economische neergang en een tweede hevige fase met de vertraagde effecten van die eerste golf? Of is er perspectief op daadwerkelijk herstel van vertrouwen, kredietverlening en wereldhandel? Mogelijk zullen we daar pas over geruime tijd zicht op krijgen. Maar de contouren van de omvang en gevolgen van deze crisis beginnen wel duidelijk te worden. Het is de ernstigste economische crisis sinds de Grote Depressie van de jaren dertig.


De crisis werkt met enige vertraging door op de arbeidsmarkt en de financiële positie van mensen. Voor de meeste Nederlanders zal gelden dat hun koopkracht aan het eind van 2010 hoger is dan aan het eind van 2008. Zij zullen de klap van de crisis in ieder geval in hun portemonnee nog niet voelen, maar de prijs wordt nu en in de toekomst wel degelijk ergens betaald. Door de overheid die haar schuld van jaar tot jaar ziet oplopen, door bedrijven die hun winstgevendheid aangetast zien, door gepensioneerden en pensioenfondsen die hun vermogens hebben zien krimpen, door huizenbezitters die de waarde van hun huis hebben zien dalen en door werknemers en zelfstandigen die hun werk en inkomen verliezen.

.....het crisispakket wordt uitgevoerd.......

Opvangen crisis in 2010

Het overheidsbeleid is er ook in 2010 op gericht om de gevolgen van de crisis voor Nederland zo goed mogelijk op te vangen en zo eerlijk mogelijk te verdelen. Het crisispakket dat in het voorjaar van 2009 werd opgesteld wordt onverkort uitgevoerd, wat ook in 2010 weer leidt tot miljarden extra uitgaven en investeringen van rijk en lagere overheden ter stimulering van zowel de consumptieve vraag als van investeringen door bedrijven, liefst zo duurzaam mogelijk. Ook niet-financiële instrumenten worden daarbij ingezet, zoals een versnelling van ingrepen gericht op vermindering van regeldruk, en de introductie van de Crisis- en herstelwet.

Inspanningen na 2010

Het kabinet heeft zich in het voorjaar van 2009 ook al gebogen over de periode na de crisis. Zo werd besloten al in 2011 – in een maatvoering die afhankelijk is van het tempo van economisch herstel – op de uitgaven te bezuinigen om zo een begin te maken met het weer op orde brengen van de overheidsfinanciën. Ook werd een sociaal akkoord met sociale partners gesloten gericht op het realiseren van een verantwoorde loonontwikkeling in de marktsector die door zou werken in de lonen en uitkeringen in de collectieve sector. Besloten werd een wetsvoorstel in te dienen, dat de regering verplicht het financieringstekort met tenminste 0,5 procent per jaar omlaag te brengen. Een eventueel nog te formuleren hogere ambitie is afhankelijk van de ontwikkeling van de economie, de stand van de overheidsfinanciën op de middellange termijn en afspraken met de Europese Commissie. Ten slotte heeft het kabinet tot een pakket maatregelen besloten rond de AOW leeftijd (met de mogelijkheid voor de SER om met een gelijkwaardig alternatief te komen), de zorgkosten en de fiscale behandeling van het eigen huis, die ten doel hebben ook op termijn de overheidsfinanciën te verbeteren.

......maar met de arbeidsmarkt en de schatkist komt het na de crisis niet vanzelf goed....

Overheidsfinanciën op orde brengen

Inmiddels weten we dat dit niet genoeg zal zijn. Zelfs als de economie terugkeert naar een groei zoals we gewend waren voor de crisis (ongeveer 2 procent per jaar), verbetert het tekort nauwelijks en groeit de schuld per jaar met ongeveer 30 miljard euro. De rente-uitgaven bedragen dan al meer dan de uitgaven aan het basisonderwijs en de kinderopvang tezamen. Dit geeft de urgentie overduidelijk aan. Niets doen is geen optie. In het licht van de vergrijzing en andere langetermijnuitdagingen voor onze samenleving – van de nieuwe Deltawet (strijd tegen het water) tot de leefbaarheid in de volkswijken en integratie – is het onverantwoord de nationale schuld en de daarmee samenhangende rentebetalingen ongecontroleerd verder te laten stijgen. De verplichtingen van Nederland in het Europese Groei- en Stabiliteitspact verzetten zich hier ook tegen. Ten slotte is het in het licht van een eerlijke verdeling van lusten en lasten tussen huidige en toekomstige generaties niet acceptabel deze last volledig op de toekomst af te wentelen. Als elke baby die dit jaar geboren wordt de onbalans van dit jaar (30 miljard euro) zou moeten dragen, bedraagt de rekening 160 duizend euro per baby.

Langdurig hoge werkloosheid

Ook op de arbeidsmarkt zullen de problemen niet zo snel verdwijnen als ze opgekomen zijn. Als er ruim 600 duizend werklozen zijn, dan is er in 1 op de 12 huishoudens iemand onvrijwillig werkloos. Hierdoor kunnen gezinnen vroeg of laat in de problemen komen met het betalen van hun hypotheek. Het leidt tot achterstanden op de arbeidsmarkt die later maar moeizaam weer goed zijn te maken. Helaas leert zowel de geschiedenis als de economische theorie ons dat de werkloosheid hardnekkig kan blijven steken op niveaus die veel hoger liggen dan voor de crisis. Het komend decennium zal het ook hier onvermijdelijk zijn aanvullende maatregelen te nemen. Enerzijds vanwege het persoonlijke drama dat onvrijwillige werkloosheid, voor ouderen en voor jongeren, met zich meebrengt. En daarnaast beïnvloeden de kosten van een langdurig hoge werkloosheid de snelheid waarmee de Nederlandse economie zich weer uit de crisis omhoog weet te werken.

.....ook de energiecrisis en de klimaatcrisis zullen ons voor grote uitdagingen stellen...

Het is duidelijk dat de arbeidsmarkt en de schatkist Nederland voor fundamentele en urgente opgaven stellen. Het gaat hier echter om meer dan de tering naar de nering zetten. De huidige economische crisis schuift over andere fundamentele problemen waar onze maatschappij tegenop loopt: een wereldwijd tekort aan energie en grondstoffen, de voortgaande aantasting van milieu en klimaat, de snelle opkomst van nieuwe economieën en de verschuiving van het economische zwaartepunt als gevolg daarvan. Weliswaar worden economie en samenleving daar minder rechtstreeks en acuut door geraakt, maar op de lange termijn zijn deze ontwikkelingen minstens zo ontwrichtend. Om de aarde op een verantwoorde manier aan volgende generaties door te kunnen geven, moeten de doelen die wij ons hebben gesteld op het gebied van energiebesparing en energieverduurzaming onverminderd gehaald worden. De verminderde CO2-uitstoot tijdens de crisis doet niets af aan de noodzaak onze economie fundamenteel en competitief te verduurzamen, op nationale en op internationale schaal. Het op orde brengen van arbeidsmarkt en schatkist is daarmee niet alleen belangrijk omdat het zelfstandig op te lossen problemen zijn. Het bepaalt evenzeer ons vermogen andere globale problemen tijdig, adequaat en met voldoende middelen van een passend antwoord te voorzien.

...dat vraagt vertrouwen, draagvlak en wederkerigheid...

Morele dimensie

Deze crisis begon als een financiële crisis. De (her)ordening van financiële markten, de verbetering van het bestuur van banken en de verscherping van het toezicht zijn echter nog nauwelijks het stadium van praten en papier voorbij. De nodige aanpassingen zullen met grote urgentie moeten worden doorgevoerd voordat oude gewoonten in de financiële sector weer de kop op steken; en daar is helaas her en der al sprake van. De dynamiek hierachter toont dat de financiële crisis ook te zien valt als een morele crisis. Hebzucht wordt inmiddels zelfs door bankiers als een van de belangrijkste oorzaken van de crisis gezien. Maar het gaat om meer dan alleen onverantwoord gedrag van bankiers. De manier waarop we collectief – soms als investeerder, soms als aandeelhouder, soms als consument – streefden naar meer, meer, meer, bleek niet vol te houden en oversteeg de spankracht van de middelen die ons ter beschikking staan.

Het antwoord op de crisis moet dan ook niet alleen rekening houden met de verhouding tussen markt en overheid, maar ook oog hebben voor morele kwesties als matiging, dienstbaarheid, solidariteit, duurzaamheid en gemeenschapszin.

Normbesef, verantwoordelijkheid, verbouwen

Een aanpak die zich louter richt op regulering en toezicht schiet dan tekort. Het gaat minstens zozeer over normbesef en de verantwoordelijkheid die mensen zelf willen nemen voor hun handelen en de gevolgen daarvan. De rol van de overheid is dan per definitie beperkt maar niettemin belangrijk, bijvoorbeeld bij het bevorderen van herstel van vertrouwen; in het bankwezen, tussen burgers onderling en tussen burgers en bestuurders. Zowel in de private als in de (semi-) publieke sector verklaart dit de kabinetsinzet op maatschappelijk verantwoord ondernemen, beter toezicht, meer transparantie en een einde aan beloningsexcessen.


Dat is temeer belangrijk omdat voor veel burgers de crisis buiten hen om is ontstaan terwijl hen nu gevraagd wordt zelf een (soms pijnlijke) bijdrage te leveren om weer uit het dal te klimmen. Juist dan zijn eerlijkheid, vertrouwen en draagvlak cruciaal. En vooral ook wederkerigheid. Omdat burgers alleen maar bereid zijn hun bijdrage te leveren als ze daartegenover een overheid kunnen verwachten die de lusten en lasten eerlijk verdeelt, talent de ruimte biedt en beschermt en beveiligt wat kwetsbaar is. In dat licht is het belangrijk dat het kabinet in het voorjaar van 2009 ook besloot om zich met haar inspanningen op het gebied van onderwijs en onderzoek te binden aan de langetermijndoelstelling van het OESO-gemiddelde.

.......niet alleen nationaal maar ook internationaal

Hoewel de crisis begon op de Amerikaanse huizenmarkt en financiële markten, ligt een diepere oorzaak in fundamentele onevenwichtigheden in de wereldeconomie. De gevolgen zijn ook op wereldschaal te zien. Markten zijn geglobaliseerd en bijna alle economieën ter wereld lijden onder de huidige crisis. Dat is altijd een context geweest waarbinnen protectionisme een kans krijgt en geopolitieke spanningen kunnen ontstaan. Voor ontwikkelingslanden komt daar nog bovenop dat zij al te maken hadden met de gevolgen van de energie- en voedselcrisis. Zij betalen dan ook een heel hoge prijs.


De uitdagingen waarvoor we ons gesteld zien – deze crisis, maar ook klimaatverandering, internationaal terrorisme en pandemieën – kunnen we alleen samen met anderen het hoofd bieden. Het belang van een actief buitenlands beleid kan in tijden van krimp en onzekerheid niet worden overschat. Alleen door de handen ineen te slaan en gezamenlijk oplossingen te vinden voor grensoverschrijdende problemen kunnen we Nederlandse banen zeker stellen, onze veiligheid, ons milieu en onze gezondheid waarborgen en tegelijk iets doen aan de schrijnende armoede en ongelijkheid in de wereld.

Globale crisis, globaal antwoord

Een globale crisis vraagt om een globaal antwoord. In veel opzichten gebeurt dat gelukkig ook beter dan ooit tevoren, bijvoorbeeld in het werk van de Verenigde Naties, het IMF, de Europese Unie en de G20. Handhaving van de internationale rechtsorde, het bevorderen van vrede en veiligheid en het halen van de Millenniumdoelstellingen zijn daarbij onverminderd de ambities. Maar juist voor de positie van de kwetsbaarste landen is het nu ook essentieel om deze globale benadering te completeren met eerlijke wereldhandelsverhoudingen. Dit kan bereikt worden door het snel afronden van de Doha-ronde en een evenwichtige verdeling van de lusten en lasten van het streven naar een meer duurzame energievoorziening door een succesvolle afronding van de klimaatconferentie in Kopenhagen in december 2009.