Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Trendnota Arbeidszaken Overheid 2011

32501 22 Brief van de minister van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties

Vergaderjaar 2012-2013

Nr. 22

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 februari 2013

Inleiding

Tijdens het Verantwoordingsdebat op 20 mei 2010 is een motie ingediend door het lid Roemer van de SP die met algemene stemmen door uw Kamer is aangenomen.1 De motie «verzoekt de regering de ministeries een afdwingbare norm op te leggen van 10% voor de inhuur van externen».
Per brief d.d. 18 mei 20112 heb ik u geïnformeerd dat strak vasthouden aan deze norm bij de agentschappen van BZK niet kan zonder gevolgen voor hun taakuitoefening en/of de dienstverlening aan de burger. Over 2011 is heel BZK, het kerndepartement en de agentschappen, uitgekomen op een percentage inhuur van 14%. Conform het principe van «comply-or-explain» is dit percentage opgenomen en toegelicht in het departementale Jaarverslag van BZK over 2011. Nu de geraamde inhuur voor 2013 bekend is, hecht ik er aan u daarover nader te informeren. Het departement zelf haalt de 10%-norm, maar voor sommige agentschappen zou dit slechts kunnen door grote (tijdelijke) projecten te stoppen.

Consequenties van de norm van 10% in 2013

De rijksbrede ontwikkeling van de externe inhuur vertoont de afgelopen jaren een dalende tendens. Ook bij BZK is de inhuur voor het kerndepartement de afgelopen jaren gedaald. Bij een aantal onderdelen van BZK is de inhuur direct te beïnvloeden door BZK zelf. Dit geldt voor het kerndepartement, BPR en DHC. Dit is echter niet het geval bij de agentschappen van BZK die veelal rijksbreed opereren.

Dit geldt met name voor (RGD, SSC-ICT, FM Haaglanden, P-Direkt en Logius). Rekening houdend met dit onderscheid kom ik op basis van de geraamde inhuur 2013 uit op de volgende percentages inhuur:

  • –  Het kerndepartement en de agentschappen BPR en DHC: 10,0%
  • –  De agentschappen die rijksbreed opereren (RGD, RVOB, SSC-ICT DH, FM Haaglanden, P-Direkt, Logius en Werkmaatschappij): 24,4%

Rijksbreed opererende agentschappen van BZK

Bij deze agentschappen vindt inhuur veelal plaats ten behoeve van en in opdracht van andere departementen. Hierdoor is de mate van externe inhuur minder beïnvloedbaar door BZK zelf. Voor dergelijke externe opdrachten geldt dat de agentschappen uit doelmatigheidsoverwegingen gebruik maken van inhuur vanwege het tijdelijke karakter van deze opdrachten en/of de gevraagde specifieke kennis en expertise.

Bij de volgende agentschappen van BZK zouden problemen in de taakuitoefening ontstaan, als strikt wordt vast gehouden aan een norm van 10%. De consequenties daarvan zijn naar mijn mening niet verantwoord.

RGD

De Rijksgebouwendienst is een vraaggestuurde dienst, waarbij veelal specifieke en specialistische kennis nodig is. Politieke ontwikkelingen en beleidsmatige keuzes hebben ertoe geleid dat de Rijksgebouwendienst zich richt op een kernformatie met daaromheen een flexibele schil van inhuur. Deze constructie is geschikt voor een situatie waarin de vraag naar huisvesting en huisvestingsadviezen, zowel in aard van de kennis als de omvang, fluctueert. Het betreft inhuur op het terrein van vastgoed, bouw- en installatietechniek en verschillende vormen van veiligheid voor met name kantoren, musea, paleizen en gevangenissen.

P-Direkt

P-Direkt is het Shared Service Center voor de salaris- en personeelsadministratie voor de gehele rijksdienst. De laatste ministeries zijn aangesloten en de opbouw van de organisatie is afgerond. Voor het beheer en onderhoud van het systeem worden, naast ambtelijk personeel, externen ingezet.

Er worden jaarlijks aanpassingen op het systeem gerealiseerd die specialistische kennis vereisen die niet (volledig) in de P-Direkt bezetting is opgenomen, omdat er sprake is van dan wel wisselende kennisgebieden, dan wel beperkte inzet benodigd is. Een 10%-norm voor externe inhuur heeft nadelige gevolgen voor de kwaliteit van de dienstverlening van P-Direkt. Hierdoor kunnen directe risico’s ontstaan bij onder andere de salarisbetalingen en de beschikbaarheid van de systemen.

SSC-ICT Den Haag

SSC-ICT Den Haag is de Haagse dienstverlener voor de ICT-werkplekdiensten voor verschillende ministeries. De vaste formatie van SSC-ICT Den Haag voorziet in de reguliere dienstverlening. Alle aanvullende klantvragen, in het bijzonder het uitvoeren van de Compacte Rijksdienst projecten 4 (ICT infrastructuur) en 7 (één ICT aanbieder beleidskern), worden ingevuld met tijdelijke capaciteit. Waar het mogelijk is, wordt inhuur vervangen door vast personeel (verambtelijking).

FMHaaglanden

FMHaaglanden is de facilitaire dienstverlener voor de Haagse kern. FMHaaglanden werkt met een flexibele schil om in te kunnen spelen op de groei en krimp die optreedt als gevolg van de uitvoering Masterplan Den Haag. Tevens zijn er de komende periode veel grote projecten zoals verhuizingen, aansluitingen van nieuwe klanten etc. Dit kan niet opgevangen worden door de staande organisatie.

Logius

Logius is de gemeenschappelijke beheerorganisatie voor overheidsbrede ICT-oplossingen. De dienst biedt een samenhangende ICT-infrastructuur en generiek toepasbare ICT-producten. Implementatie en toepassing van deze producten zorgen voor een efficiëntere overheid, een betere dienstverlening van de overheid aan burgers en het verminderen van onnodige administratieve lasten. Logius heeft met ingang van 1 januari 2013 de definitieve status van een agentschap gekregen. Het is vanaf oprichting van Logius het bedrijfsbeleid (mede ingegeven vanuit oogpunt van efficiency) dat alleen de primaire beheer- en exploitatietaken bij vast personeel worden belegd. Voor tijdelijk benodigde (project)capaciteit en expertise op ICT-gebied, zoals voor implementaties en projecten, wordt een beroep gedaan op de markt.

Een strikte toepassing van de 10%-norm leidt feitelijk tot stopzetting van grote geinitieerde implementaties zoals de projecten MijnOverheid, DigiInkoop, eHerkenningen en het SBR (Standard Business Reporting).

Samenvattend

Voor het kerndepartement van BZK en de agentschappen DHC en BPR is het mogelijk om de externe inhuur te beperken tot maximaal 10%. Voor de overige agentschappen van BZK die rijksbreed opereren lukt dat niet om bovengenoemde redenen. BZK als geheel komt daarmee uit op een geraamd percentage externe inhuur van 20,7% voor 2013. Het uiteindelijke percentage wordt mede bepaald door de totale ambtelijke kosten. Het definitieve percentage over 2013 kan daarom nog afwijken van de thans geraamde 20,7%. Over 2012 komt BZK naar verwachting uit op een percentage van circa 17%. In het Jaarverslag 2012 van BZK zal het definitieve percentage opgenomen en toegelicht worden.

Vervolg

Voor mij staat voorop dat externe inhuur, in het kader van een efficiënte bedrijfsvoering, tot het absoluut noodzakelijke moet worden beperkt. Mijn ministerie zal daar op blijven sturen. Op langere termijn verwacht ik dat reductie van de externe inhuur bij agentschappen mogelijk is vanwege het tijdelijke karakter van bepaalde taken en door verambtelijking van bepaalde functies.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk

Noot 1: Tweede Kamer, 2009–2010, 32 360, nr. 5

Noot 2: Tweede Kamer, 2010–2011, 32 501, nr. 16