Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Najaarsnota 2011

33090 1 Brief van de minister van financiën

Vergaderjaar 2011-2012

Nr. 1

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 november 2011

1. Inleiding

Deze Najaarsnota actualiseert de ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven in het begrotingsjaar 2011. De stand Miljoenennota 2012 (Vermoedelijke Uitkomsten) is daarbij het uitgangspunt en mutaties worden ten opzichte hiervan gepresenteerd. Gelijktijdig met de Najaarsnota worden de hiermee samenhangende suppletoire begrotingswetten aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden.

Het uitgavenkader wordt gehandhaafd. Het EMU-saldo 2011 komt naar huidige inzichten uit op een tekort van 4,5 procent bbp. Het EMU-saldo is 0,3 procent bbp verslechterd ten opzichte van de raming tijdens Miljoenennota. De EMU-schuld bedraagt naar verwachting 65 procent bbp voor 2011.

Deze nota gaat achtereenvolgens in op de ontwikkeling van de uitgaven (paragraaf 2), de ontwikkeling van de inkomsten (paragraaf 3) en de gevolgen voor het EMU-saldo en de EMU-schuld (paragraaf 4). Daarnaast wordt in de laatste paragraaf ingegaan op de ontwikkeling van de overheidsfinanciën op Europees niveau.

Bijlage 1 geeft een overzicht van de budgettaire kerngegevens. Bijlage 2 geeft het budgettair overzicht interventies ten behoeve van de financiële sector. In bijlage 3 wordt een reactie gegeven op het onlangs verschenen DNB-rapport Overzicht Financiële Stabiliteit (OFS najaar 2011). Bijlage 4 bevat de Verticale Toelichting.

2. Het uitgavenbeeld

Het uitgavenkader sluit; zie tabel 2.1.

Tabel 2.1 Kadertoetsing (in miljarden euro; «–» is onderschrijding)
 
20111

Totaalkader Miljoenennota 2012

0,0

Totaalkader Najaarsnota 2011

0,0

   

Rijksbegroting in enge zin Miljoenennota 2012

– 1,8

Rijksbegroting in enge zin mutatie Najaarsnota 2011

0,2

Rijksbegroting in enge zin Najaarsnota 2011

– 1,6

   

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt Miljoenennota 2012

0,4

Sociale Zekerheid mutatie Najaarsnota 2011

0,0

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt Najaarsnota 2011

0,4

   

Budgettair Kader Zorg Miljoenennota 2012

1,4

Budgettair Kader Zorg mutatie Najaarsnota 2011

– 0,1

Budgettair Kader Zorg Najaarsnota 2011

1,2

Noot 1: Vanwege afronding wijkt de som der delen af van het totaal.

Het kader Rijksbegroting in enge zin (RBG-eng) heeft op dit moment een onderschrijding van 1,6 miljard euro, terwijl het kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA) en het Budgettair Kader Zorg (BKZ) een overschrijding laten zien van respectievelijk 0,4 en 1,2 miljard euro. Onderstaand wordt per budgetdisciplinesector een overzicht gegeven van de mutaties sinds Miljoenennota 2012.

Rijksbegroting in enge zin

Tabel 2.2 geeft de uitgavenontwikkeling onder het kader RBG-eng weer sinds Miljoenennota 2012. Onder het kader RBG-eng is de onderschrijding met 0,2 miljard euro teruggelopen. Op dit moment bedraagt de onderschrijding 1,6 miljard euro.

Tabel 2.2 Kadertoetsing RBG-eng (in miljarden euro; «–» is onderschrijding)
 
20111

Miljoenennota 2012

– 1,8

Onderuitputting diverse begrotingen

– 0,7

In=uittaakstelling

0,7

ODA-aanpassing

0,1

Kasschuif militaire ouderdomspensioenen

0,1

TBU

0,1

Najaarsnota 2011

– 1,6

(Rentelasten

– 0,4)

Noot 1: Vanwege afronding wijkt de som der delen af van het totaal.

Op diverse begrotingen vindt onderuitputting plaats. De Verticale Toelichting (VT) in bijlage 4 geeft een overzicht van en een toelichting op deze onderuitputting. De onderuitputting wordt ingezet voor het invullen van de in=uittaakstelling.

Departementen mogen onderuitputting tot maximaal 1 procent van hun gecorrigeerde begrotingstotaal meenemen naar volgend jaar (via de zogenoemde eindejaarsmarge). Om het EMU-saldo in dat jaar niet te belasten, wordt een even grote taakstelling geboekt op de Aanvullende Post (dit heet de in=uittaakstelling). De eindejaarsmarge over 2010 en de in=uittaakstelling zijn bij Voorjaarnota 2011 geboekt. Die taakstelling wordt nu gedeeltelijk ingevuld met de onderuitputting in 2011.

Defensie wil afspraken maken met de bonden over de schadeloosstelling voor «oude» veteranen. Het gaat om een bedrag van 110 miljoen euro totaal in de jaren 2012 en 2013. Van dit bedrag wordt 107 miljoen euro gefinancierd uit de onderuitputting 2011 op het HGIS-artikel crisisbeheersingsoperaties. Deze 107 miljoen euro wordt bij Najaarsnota overgeheveld naar de reguliere defensiebegroting. Het restant, inclusief eventueel opwaarts risico, wordt gefinancierd uit de reguliere defensiebegroting. Dit bedrag wordt gefinancierd uit de eindejaarsmarge die conform de reguliere eindejaarssystematiek beschikbaar komt.

Mede als gevolg van de onrust na de presidentsverkiezingen in Ivoorkust is het bereiken van het HIPC-eindpunt (Heavily Indebted Poor Countries) vertraagd. Deze vertraging (90 miljoen euro) loopt mee in de post «Onderuitputting diverse begrotingen». De verwachting is dat de uiteindelijke kwijtschelding nu eind 2012 zal plaatsvinden. Omdat schuldkwijtschelding meetelt voor de ODA-prestatie van 0,7 procent bnp, wordt het budget voor ontwikkelingssamenwerking opwaarts aangepast.

De raming voor militaire ouderdomspensioenen is met 50 miljoen euro bijgesteld door herfasering van een in 2012 geplande betaling naar 2011.

De met ingang van 1 januari 2009 afgeschafte regeling tegemoetkoming buitengewone uitgaven (TBU) laat in 2011 0,1 miljard euro additionele uitgaven zien. De reden hiervoor is dat aanspraak op de regeling wordt gemaakt via de aangifte (en systematiek van de) inkomstenbelasting over het jaar 2008.

De rentelasten staatsschuld laten een meevaller zien. De belangrijkste oorzaak hiervoor is dat de gerealiseerde effectieve rente op de dit jaar uitgegeven leningen lager is dan de rekenrente (bron CPB) die eerder bij de ramingen is gebruikt. Met ingang van de huidige kabinetsperiode is in de begrotingsregels opgenomen dat het uitgavenkader wordt gecorrigeerd (verlaagd) voor zover de rentelasten lager zijn dan in de Startnota geraamd.

Sociale zekerheid en arbeidsmarkt

Tabel 2.3 geeft de uitgavenontwikkeling onder het SZA-kader weer sinds Miljoenennota 2012. De overschrijding blijft ongewijzigd op 0,4 miljard euro.

Tabel 2.3 Kadertoetsing SZA (in miljarden euro; «–» is onderschrijding)
 

2011

Miljoenennota 2012

0,4

Wet Arbeidsongeschiktheid (WAO)

0,1

Overige mutaties

– 0,1

Najaarsnota 2011

0,4

Naar aanleiding van uitvoeringsinformatie zijn de geraamde uitgaven aan de Wet Arbeidsongeschiktheid (WAO) verhoogd met circa 50 miljoen euro. Dit wordt gecompenseerd door middel van diverse kleinere uitvoeringsmutaties, met name bij andere arbeidsongeschiktheidsregelingen (WIA en Wajong).

Budgettair Kader Zorg

Tabel 2.4 laat de uitgavenontwikkeling onder het kader Zorg zien sinds Miljoenennota 2012. De overschrijding van het kader Zorg bedraagt 1,2 miljard euro.

Tabel 2.4 Kadertoetsing Zorg (in miljarden euro; «–» is onderschrijding)
 

2011

Miljoenennota 2012

1,4

PGB’s

– 0,2

Overige mutaties

0,0

Najaarsnota 2011

1,2

De bijstelling onder het Budgettair Kader Zorg wordt met name veroorzaakt door mutaties bij de PGB’s, overige AWBZ-uitgaven, huisartsen en de Wtcg. Op basis van nieuwe CVZ-cijfers blijkt een meevaller bij de PGB’s van 230 miljoen euro. Daarnaast wordt de raming voor de overige AWBZ-uitgaven met 80 miljoen euro naar boven bijgesteld. Verder is de doorwerking van de overschrijding bij de huisartsenop basis van nieuwe cijfers over 2009 en 2010 met 20miljoen euro naar beneden bijgesteld. Bij de Wtcg wordt dit jaar een extra overschrijding van 40 miljoen euro verwacht. Daarnaast is sprake van een aantal overige mutaties. Deze mutaties worden toegelicht in de tweede suppletoire wet bij de begroting van VWS.

Uitgaven niet relevant voor het kader

Tabel 2.5 geeft een overzicht van de mutaties die niet relevant zijn voor het uitgavenkader.

Tabel 2.5 Uitgaven niet relevant voor het uitgavenkader (in miljarden euro)
 

2011

VUT-fonds

0,1

Prorail schuldreductie

0,2

Steeds meer mensen doen later een beroep op de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU). Als gevolg hiervan wijzigt de leenbehoefte van het VUT-fonds (50 miljoen euro). Het VUT-fonds is niet relevant voor het EMU-saldo.

De verkoop van Strukton heeft in 2010 plaatsgevonden en is verwerkt in de Voorlopige Rekening 2010. Ontvangsten uit de verkoop van Strukton worden dit jaar ingezet voor schuldreductie (150 miljoen euro). Dit gebeurt door Prorail in staat te stellen leningen af te lossen. Per saldo is geen effect op het EMU-saldo van de collectieve sector.

3. Inkomsten

De raming van de belasting- en premieontvangsten 2011 is ten opzichte van de Miljoenennota 2012 met 1,5 miljard euro neerwaarts bijgesteld. Deze bijstelling is voornamelijk gebaseerd op de gerealiseerde ontvangsten over 2011 tot en met de maand oktober.

Tabel 3.1 Mutatie van de belasting- en premieontvangsten 2011 op EMU-basis (in miljarden euro)
 

Stand MN 2012

Stand NJN 2011

Mutatie

Totaal belastingen en premies op EMU-basis

221,2

219,7

– 1,5

w.v. belastingen en premies volksverzekeringen

171,5

170,0

– 1,5

w.v. premies werknemersverzekeringen

49,7

49,7

0,0

De neerwaartse bijstelling van de inkomsten is beperkt tot twee belastingsoorten: de vennootschapsbelasting en de overdrachtsbelasting. Voor de overige belastingen en premies geldt dat de ontvangsten redelijk in spoor lopen met de raming uit de Miljoenennota. Zo is de verwachting over de – qua omvang – belangrijkste posten als de loon- en inkomensheffing, de premies werknemersverzekeringen en de omzetbelasting (btw) ongewijzigd.

Grote uitzonderingen hierop zijn de ontvangsten uit de vennootschapsbelasting (vpb) respectievelijk de overdrachtsbelasting (ovb). Deze komen naar verwachting 1,0 miljard euro respectievelijk 0,5 miljard euro lager uit dan geraamd bij Miljoenennota 2012. De Najaarsnotaraming is voor het belangrijkste deel gebaseerd op de gerealiseerde ontvangsten tot en met oktober 2011 en – wat de vpb betreft – de aanslagoplegging tot en met de maand oktober. De vpb-aanslagoplegging is in de periode augustus tot en met oktober achtergebleven bij de verwachtingen daarover afgelopen zomer. Op basis hiervan worden voor de laatste maanden van 2011 dan ook lagere ontvangsten verwacht dan eerder werd verondersteld.

De ontvangsten uit de overdrachtsbelasting (ovb) worden ten opzichte van de Miljoenennota 2012 met 0,5 miljard euro omlaag bijgesteld. In de Miljoenennotaraming is het effect van de verlaging van het ovb-tarief voor particuliere woningen per 15 juni 2011 verwerkt. Dit betekende een neerwaartse aanpassing van de ovb-ontvangsten van 0,6 miljard euro. De onderhavige bijstelling van – 0,5 miljard euro is gebaseerd op de gerealiseerde ontvangsten tot en met oktober 2011 en de ontwikkeling op de woningmarkt van de afgelopen paar maanden en de verwachting voor de laatste maanden van 2011.

Tabel 3.2 Mutatie belasting- en premieontvangsten 2011 EMU-basis uitgesplitst (in miljarden euro)
 

Mutatie

Kostprijsverhogende belastingen

– 0,5

Omzetbelasting

0,0

Accijnzen

0,0

Belastingen van rechtsverkeer

– 0,5

Belastingen op milieugrondslag

0,0

BPM/MRB

0,0

Overige kostprijsverhogende belastingen

0,0

   

Belastingen en premies volksverzekeringen op inkomen, winst en vermogen

– 1,0

Inkomstenheffing

0,0

Loonheffing

0,0

Dividendbelasting

0,0

Vennootschapsbelasting

– 1,0

Successierechten

0,0

Overige belastingen op inkomen, winst, vermogen en niet nader toe te rekenen belastingontvangsten

0,0

Totaal belastingen en premies volkverzekeringen

– 1,5

   

Premies werknemersverzekeringen

0,0

   

Totaal belastingen en premies

– 1,5

4. EMU-saldo en EMU-schuld

Naar huidige inzichten komt het EMU-saldo uit op een tekort van 4,5 procent bbp voor 2011.

Tabel 4.1 Ontwikkeling EMU-saldo sinds Miljoenennota 2012 (in procenten bbp)
 
20111

EMU-saldo Miljoenennota 2012

– 4,2

Inkomsten

– 0,2

Rentelasten

0,1

EMU-saldo lokale overheden

– 0,1

Najaarsnota 2011

– 4,5

Noot 1: Vanwege afronding wijkt de som der delen af van het totaal.

De verslechtering van het EMU-saldo wordt gedeeltelijk veroorzaakt door lagere belasting- en premie-inkomsten. Een meevaller bij de rentelasten heeft een positief effect op het EMU-saldo. Daarnaast is het EMU-saldo lokale overheden neerwaarts bijgesteld omdat met name de inkomsten uit grondverkopen af zijn genomen in de laatste kwartaalcijfers van het CBS.

De EMU-schuld komt uit op 65 procent bbp voor 2011. De verslechtering van het EMU-saldo 2011 leidt tot een beperkte aanpassing van de raming voor de EMU-schuld.

4.1 EMU-saldo en EMU-schuld op Europees niveau

Onderstaande grafiek geeft het EMU-saldo en de EMU-schuld 2011 weer voor de landen van de eurozone op basis van de Najaarsvoorspellingen van de Europese Commissie.

Grafiek 4.1: EMU-saldo en EMU-schuld in de eurozone

Bron: European Economic Forecast – autumn 2011 (Europese Commissie), met uitzondering van Nederland, waarvoor de ramingen uit de Najaarsnota zijn gebruikt.

Het EMU-tekort van de eurozone is naar verwachting gemiddeld 4,1 procent bbp in 2011. Dit is een lichte verbetering ten opzichte van de voorjaarsramingen (– 4,3 procent bbp) als gevolg van additionele consolidatiemaatregelen in diverse lidstaten. De overheidstekorten in de eurozone dalen ongeveer 2 procentpunt ten opzichte van 2010. Bijna alle EU-lidstaten bevinden zich momenteel in de buitensporigtekortprocedure (behalve Estland, Luxemburg, Zweden en Finland).

De EMU-schuld in de eurozone stijgt en is gemiddeld 88 procent bbp in 2011. Dit is een lichte verslechtering ten opzichte van de voorjaarsramingen (87,7 procent bbp). Wat betreft schuld presteert Nederland aanzienlijk beter dan gemiddeld in de eurozone. De Nederlandse schuld is ruim 20 procentpunt lager dan het eurozone gemiddelde. Dit neemt niet weg dat de Nederlandse schuld momenteel hoger is dan de Europese grenswaarde van 60 procent bbp.

De minister van Financiën,
J. C. de Jager

BIJLAGE 1: BUDGETTAIRE KERNGEGEVENS

Tabel 1: Budgettaire kerngegevens (in miljarden euro)
 

2011

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

219,7

   

Netto uitgaven onder de kaders

245,3

Rijksbegroting in enge zin

114,7

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt

69,6

Budgettair Kader Zorg

61,0

Overige netto uitgaven

– 3,4

Zorgtoeslag

4,6

Gasbaten

– 11,6

Overig

3,6

Totale netto uitgaven

241,9

   

EMU-saldo centrale overheid

– 22,2

   

EMU-saldo lokale overheden

– 4,9

   

Feitelijk EMU-saldo

– 27,2

Feitelijk EMU-saldo (in % bbp)

– 4,5%

   

EMU-schuld

393

EMU-schuld (in % bbp)

65%

   

Bbp

605

BIJLAGE 2: BUDGETTAIR OVERZICHT INTERVENTIES FINANCIËLE SECTOR

Tabel 1. Budgettair overzicht crisismaatregelen (in miljoenen euro)

Sinds het najaar van 2008 heeft het kabinet interventies gepleegd om het financiële stelsel gezond te houden en de rust te helpen herstellen in de financiële wereld. Onderstaande tabel geeft een actueel overzicht van de budgettaire gevolgen van deze interventies.

Najaarsnota 2011

2008

2010

20111

2012

Artikel

A. Verwerving Fortis/RFS/AA

       

1. ABN AMRO Group N.V. – ASR Verzekeringen  N.V. – RFS Holdings B.V. – incl. Z-share en residual N share

27 971

27 971

27 971

Saldibalans

2. Overbruggingskrediet Fortis

4 575

3 750

3 750

Saldibalans

3. Aflossingen overbruggingskredieten Fortis

 

– 825

0

IX-A, artikel 1

4. Renteontvangsten overbruggingskredieten       Fortis

– 1 374

– 166

– 122

IX-A, artikel 1

5. Dividend RFS Holdings B.V.

– 6

– 0,24

 

IX-B, artikel 3

6. Premieontvangsten Capital Relief  Instrument

– 193

   

IX-B, artikel 3

7. Premieontvangsten counter indemnity

– 26

– 26

– 26

IX-B, artikel 3

8. Dividend ABN Amro Group N.V.

 

– 200

– 419

IX-B, artikel 3

∆ Staatsschuld (excl. rente MCN)

30 844

– 1 217

– 567

 

B. Kapitaalverstrekkingsfaciliteit (€ 20 mld.) 

       

9. Verstrekt kapitaal ING

10 000

   

IX-B, artikel 3

10. Verstrekt kapitaal Aegon

3 000

   

IX-B, artikel 3

11. Verstrekt kapitaal SNS Reaal

750

   

IX-B, artikel 3

12. Aflossing ING

– 5000

– 2 000

– 3 000

IX-B, artikel 3

13. Aflossing Aegon

– 1500

– 1 500

 

IX-B, artikel 3

14. Aflossing SNS Reaal

– 185

   

IX-B, artikel 3

15. Couponrente ING

– 684

   

IX-B, artikel 3

16. Couponrente Aegon

– 177

   

IX-B, artikel 3

17. Couponrente SNS Reaal

– 39

   

IX-B, artikel 3

18. Repurchase fee ING

– 347

– 1 000

– 1 500

IX-B, artikel 3

19. Repurchase fee Aegon

– 160

– 750

 

IX-B, artikel 3

20. Repurchase fee SNS Reaal

0

   

IX-B, artikel 3

∆ Staatsschuld

5 659

– 5 250

– 4 500

 

C. Back-up faciliteit ING: EUR/USD koers

1,34

1,42

1,44

 

21. Funding fee (rente + aflossing)

8 248

3 018

2 030

IX-B, artikel 3

22. Management fee

106

39

32

IX-B, artikel 3

23. Portefeuille ontvangsten (rente + aflossing)

– 7 877

– 2 788

– 1 839

IX-B, artikel 3

24. Garantiefee

– 232

– 85

– 71

IX-B, artikel 3

25. Additionele garantiefee

– 154

– 128

– 106

IX-B, artikel 3

26. Additionele fee

– 91

– 56

– 46

IX-B, artikel 3

27. Saldo Back-up faciliteit ( 21 t/m 26)

0

0

0

IX-B, artikel 3

28. Meerjarenverplichting aan ING

13 084

9 579

7 692

Saldibalans

29. Alt-A portefeuille

16 376

12 787

10 388

Saldibalans

∆ Staatsschuld=27. Saldo Back-up faciliteit

0

0

0

 

D. Garantiefaciliteit bancaire leningen (€ 200 mld.) 

       

30. Garantieverlening (geëffectueerd)

50 275

 

 

IX-B, artikel 2

31. Afname voorwaardelijke verplichting

– 11 277

– 3 194

– 14 111

IX-B, artikel 2

32. Stand openstaande garanties (30+31)

38 998

35 804

21 693

IX-B, artikel 2

33. Premieontvangsten garanties  bancaire       leningen

– 523

– 361

– 231

IX-B, artikel 2

34. Schade-uitkeringen

0

   

IX-B, artikel 2

∆ Staatsschuld (excl. nr. 30, 31 & 32)

– 523

– 361

– 231

 

E1. IJsland

       

35. Uitkeringen depositogarantiestelsel Icesave

1 428

   

IX-B, artikel 2

36. Uitvoeringskosten IJslandse DGS door DNB

7

   

IX-B, artikel 2

37. Vordering op IJsland

1 329

   

Saldibalans

38. Opgebouwde rente op vordering

51

42

 

Saldibalans

39. Ontvangsten lening IJsland

0

   

IX-B, artikel 2

       

IX-B, artikel 2

E2. Griekenland

       

40. Lening Griekenland

1 248

2 191

1 091

IX-B, artikel 4

41. Vordering op Griekenland

1 248

3 439

4 530

Saldibalans

42. Ontvangsten lening Griekenland  aflossing

0

0

0

IX-B, artikel 4

43. Ontvangsten lening Griekenland premie

– 30

– 101

– 174

IX-B, artikel 4

∆ Staatsschuld (excl. nr. 37, 38 & 41)

2 653

2 090

917

 

F. Europese instrumenten

       

44. Garantieverlening NL-aandeel EU-begroting

2 946

   

IX-B, artikel 4

45. Garantieverlening NL-aandeel EFSF

25 872

71 910

 

IX-B, artikel 4

46. Stand openstaande garanties  (44 + 45)

28 818

100 728

 

IX-B, artikel 4

47. Deelneming EFSF

1

1

 

IX-B, artikel 4

∆ Staatsschuld (excl. nr. 44, 45 & 46)

1

1

0

 

G. Overige gevolgen

       

48. Uitvoeringskosten en inhuur externen

62

10

2

IX-B, artikel 3

49. Terug te vorderen uitvoeringskosten  inhuur       externen

0

0

0

Saldibalans

50. Ontvangen uitvoeringskosten externen

– 19

– 2

0

IX-B, artikel 3

∆ Staatsschuld (excl. rentelasten)

38 634

– 4 737

– 4 381

 

Staatsschuld    (excl. rentelasten)

38 634

33 897

29 545

 

Toerekenbare rentelasten

3 979

1 332

1 255

 

Uitstaande hoofdsom

42 192

40 059

38 150

 

Noot 1: De kolom ∆ nota is dit keer niet opgenomen aangezien er voor uitvoeringsjaar 2011 weinig budgettaire mutaties zijn ten opzichte van de stand Miljoenennota 2012.

Toelichting op mutaties:

F. Europese instrumenten: garantieverlening NL-aandeel EFSF (44, 45)

Tijdens de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone van 21 juli 2011 is onder andere afgesproken dat de looptijden van de leningen die het EFSF uitgeeft verlengd worden. Deze afspraken zijn ook opgenomen in de gewijzigde raamwerkovereenkomst voor het EFSF. Een langere looptijd leidt tot een hogere garantie op de rentelasten van het EFSF. Het Nederlandse aandeel in de garanties en overgaranties voor het EFSF bedraagt circa 6,1 procent. Uitgaande van een maximale looptijdverlenging tot 30 jaar, voor de gehele leencapaciteit van het EFSF en een rente van 4 procent over de totale Nederlandse garantie voor het EFSF, is het Nederlandse totaalplafond per incidentele suppletoire begroting opgehoogd naar 97,8 miljard euro. Van de 97,8 miljard is ruim 44 miljard euro aan garantie en overgarantie voor de hoofdsom. Om te allen tijde de leencapaciteit van 440 miljard euro zeker te stellen, worden ook de rentelasten gegarandeerd. Deze rentelasten van het EFSF liggen ook in de toekomst. Aangezien rentestanden kunnen fluctueren, zullen de garanties voor de rentelasten mee bewegen met deze ontwikkelingen. Zoals ook gebruikelijk bij andere begrotingsposten, zullen daarom bij reguliere begrotingsmomenten de garanties voor de rentelasten van het EFSF geactualiseerd worden conform CPB-ramingen.

Tabel 2: Balans (standen en mutaties – in miljoenen euro)

Op de balans staan de vorderingen en verplichtingen welke vanwege de crisis zijn aangegaan. Balansonderdelen zijn hierbij opgenomen tegen historische aankoopprijs conform de bepalingen van de Rijksbegrotingsvoorschriften met betrekking tot departementale jaarverslagen.

Omschrijving:

2010

2011

Omschrijving:

2010

2011

A. Verwerving Fortis/RFS/AA

             

1. ABN AMRO Group N.V. – ASR Verzekeringen N.V. – RFS Holdings B.V. (incl. Z-share en residual N-share)

27 971

 

27 971

I: Financiering staatsschuld

(excl. rentelasten)

38 634

– 4 737

33 897

 

II: Financiering uit resultaat (tabel 3)

– 519

1 306

7871

 2. Overbruggingskrediet Fortis

4 575

– 825

3 750

III: Financiering uitgavenkader

43

8

51

               

 B. Kapitaalverstrekkingsfaciliteit (€ 20 mld.) 

         

9. Verstrekt kapitaal ING (+ 12)

5 000

– 2 000

3 000

Toerekenbare rentelasten cumulatief

3 979

1 332

5 312

10. Verstrekt kapitaal Aegon (+ 13)

1 500

– 1 500

0

       

11. Verstrekt kapitaal SNS Reaal (+ 14)

565

 

565

       
               

 C. Back-up faciliteit ING

     

C. Back-up faciliteit ING

     

29. Alt-A portefeuille

16 376

– 3 589

12 787

28. Meerjarenverplichting

13 084

– 3 505

9 579

Te ontvangen rente

54

– 54

0

Te betalen funding fee

22

– 22

0

       

Voorziening

3 324

– 193

3 131

F. Europa

     

Verwacht resultaat IABF (voor voorziening)

 

77

77

47. Deelneming EFSF

1

1

2

       
               

E1. IJsland

             

37. Vordering op IJsland

1 329

 

1 329

       

38. Opgebouwde rente op vordering

51

42

93

       

Totale vordering op IJsland

1 380

 

1 422

       

Totale vordering op IJsland

             

 

             

E2. Griekenland

             

41. Vordering op Griekenland

1 248

2 191

3 439

       
               

G. Overige gevolgen

     

Technische correctie

     

Saldo terug te vorderen uitvoeringskosten

0

0

0

Aansluiting (incl. afronding)

103

 

103

               

Totale activa:

58 670

– 5 734

52 936

Totale passiva:

58 670

– 5 734

52 936

Noot 1: Het kan geconcludeerd worden dat het cumulatief saldo van baten en lasten op dit moment 787 miljoen euro positief bedraagt. Voorzichtigheidshalve moet wel worden opgemerkt dat dit een tussentijds resultaat betreft. Pas na het beëindigen van alle steunmaatregelen kan het eindresultaat definitief worden vastgesteld.

Tabel 3: Overzicht toerekenbare kosten en opbrengsten (in miljoenen euro)

In deze tabel vindt een toerekening plaats van kosten en opbrengsten van interventies. Op basis van een grove toerekening is een resultaat op interventies opgenomen.

(toerekenbare) Kosten

(toerekenbare) Opbrengsten

Omschrijving:

2008

2010

2011

Omschrijving:

2008

2010

2011

     

A. Verwerving Fortis/RFS/AA 

Toerekenbare rentelasten

3 979

1 332

4. Renteontvangsten overbruggingskredieten Fortis

1 374

166

     

5. Dividend RFS Holdings B.V.

6

0,24

E1. IJsland

   

6. Premieontvangsten Capital Relief Instrument

193

– 

Kosten i.v.m. topping up

106

 

7. Premieontvangsten counter indemnity

26

26

     

8. Dividend ABN Amro Group N.V.

0

200

G. Overige gevolgen 

       

48. Uitvoeringskosten en inhuur externen

62

10

B. Kapitaalverstrekkingsfaciliteit (€ 20 mld.) 

50. Ontvangen uitvoeringskosten externen

– 19

– 2

15. t/m 17. Ontvangen couponrente

900

0

     

18. t/m 20. Ontvangen repurchase fees

507

1 750

           
     

C. Back-up faciliteit ING

   
     

Resultaat IABF (na vorming voorziening)

0

0

           
     

D. Garantiefaciliteit bancaire leningen (€ 200 mld.)

   
     

33. Premieontvangsten garanties bancaire leningen (saldo)

523

361

           
     

E1. IJsland

   
     

38. Opgebouwde rente op vordering

51

42

           
           
     

E2. Griekenland

   
     

43. Ontvangsten lening Griekenland (i.) premie incl. servicefee

30

101

           
           

Totale kosten:

4 128

1 340

Totale opbrengsten:

3 610

2 646

           

Resultaat:

– 519

1 306

 

 

 

Tabel 4: Garanties (in miljoenen euro)

 

2008

2010

2011

A. Verwerving Fortis/RFS/AA

     

Counter indemnity

950

 

950

       

D. Garantiefaciliteit bancaire leningen (€ 200 mld.)

     

Stand openstaande garanties

38 998

– 3 194

35 804

       

F. Europa

     

Garantieverlening NL-aandeel EU-begroting

2 946

 

2 946

Garantieverlening NL-aandeel EFSF

25 872

71 910

97 782

       

Saldo openstaande garanties:

68 766

68 716

137 482

BIJLAGE 3: REACTIE OP OVERZICHT FINANCIËLE STABILITEIT (OFS NAJAAR 2011)

De commissie voor Financiën heeft gevraagd om in (een bijlage bij) de Najaarsnota te reageren op het recent gepubliceerde Overzicht Financiële Stabiliteit (OFS) van De Nederlandse Bank. In deze bijlage voldoe ik aan het verzoek.

Algemeen

In het algemeen geldt dat het OFS een uitstekend en actueel overzicht biedt van de financieel-economische ontwikkelingen op dit moment. Rode draad hierbij is hoe de Europese schuldencrisis leidt tot onzekerheid en volatiele financiële markten, en hoe deze instabiliteit doorwerkt op de reële economie, met weer negatieve effecten voor schuldopbouw en schuldhoudbaarheid. Deze analyse onderstreept het belang van de financieel-economische agenda van dit kabinet om de Europese schuldencrisis effectief te bestrijden, structurele maatregelen nemen te om de beleidsdiscipline in het Eurogebied te verbeteren, in eigen land de overheidsfinanciën op orde te brengen en te werken aan een schokbestendig financieel stelsel. In het navolgende ga ik kort in op de belangrijkste door DNB benoemde aandachtspunten.

Effectief ingrijpen in Europa

Terecht stelt het OFS op pagina 5 bij de samenvatting en aandachtspunten dat daadkrachtig ingrijpen van beleidsmakers geboden is. Ik onderschrijf het belang van een snelle en degelijke uitwerking van het akkoord van 26 oktober en de oproep om versterkte Europese governance om de beleidsdiscipline te bestendigen. De inzet van het kabinet, zoals uiteengezet in de Kamerbrief over de toekomst van de Economische en Monetaire Unie (kamerstukken 21 501-07 nr. 839), sluit hierbij aan. Op basis van de meest recente informatie heb ik de Tweede Kamer op 3 november jl. (BFB2011–2498M) een tijdsschema gestuurd over de planning rondom de besluitvorming Europese schuldencrisis en specifiek de uitwerking van de besluiten welke genomen zijn tijdens de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone van 26 oktober. De komende tijd moeten veel verschillende elementen worden uitgewerkt. Het spreekt voor zich dat tijd een kostbaar goed is: werken aan zekerheid en herstel van vertrouwen is immers van belang. Over deze ontwikkelingen zal ik, zoals eerder aangegeven, de Tweede Kamer op de hoogte houden, onder andere door middel van Algemene Overleggen, de Geannoteerde Agenda’s en de verslagen Eurogroep/Ecofin.

Financiële positie huishoudens

DNB vraagt aandacht voor de schuldpositie van huishoudens en adviseert bij de aandachtspunten om de fiscale bevordering van de hypotheekschuld geleidelijk te doen afnemen. Hierover zijn ook door de leden Monasch, Plasterk, en Groot schriftelijke Kamervragen gesteld. Gemakshalve verwijs ik op deze plek naar de beantwoording van deze vragen.

Versterken financieel stelsel

Kort na de publicatie van het Overzicht Financiële Stabiliteit heeft de G20 op 4 november ingestemd met het door de Financial Stability Board (FSB) ontwikkelde raamwerk voor systeemrelevante banken. Dit raamwerk stelt strengere eisen aan de weerbaarheid en afwikkelbaarheid van de grootste banken ter wereld. Het ministerie van Financiën en DNB gaan in lijn met dit FSB-raamwerk invulling geven aan het nationale beleid voor de Nederlandse systeemrelevante banken in de komende jaren. Nederland heeft een grote bancaire sector die past bij de open economie, maar de omvang brengt ook risico’s met zich mee voor de financiële stabiliteit en de reële economie. Het nieuwe beleid omvat de volgende twee hoofdpijlers:

• Vergroten van de weerbaarheid van systeemrelevante banken

DNB en het ministerie van Financiën willen de kapitaaleis voor de Nederlandse systeemrelevante banken geleidelijk verhogen met 1 tot 3 procent van de risicogewogen activa, afhankelijk van de mate van systeemrelevantie. Deze extra buffer dient te bestaan uit kapitaal met het grootste verliesabsorberende vermogen (core tier 1-kapitaal). Banken krijgen tot 2019 de tijd om aan de hogere eisen te voldoen, met ingroei vanaf 2016. Dit stelt hen in staat de bufferversterking zoveel mogelijk te realiseren door winst in te houden of nieuw kapitaal uit te geven.

Daarnaast vraagt DNB banken een herstelplan op te stellen. Hierin beschrijven banken maatregelen die ze zelf kunnen nemen om eventueel onheil af te wenden. Herstelplannen dragen zo bij aan de weerbaarheid van de bank. Medio volgend jaar dienen de systeemrelevante banken over een herstelplan te beschikken.

• Verbeteren van de afwikkelbaarheid van systeemrelevante banken

Mocht een systeemrelevante bank onverhoopt in de problemen komen, dan moet het mogelijk zijn deze bank ordelijk te ontmantelen, waarbij vitale functies overeind blijven en de risico’s voor de belastingbetaler en besmettingseffecten voor het financieel systeem worden beperkt. Hiertoe zal DNB in samenwerking met de betrokken banken vanaf volgend jaar resolutieplannen opstellen. Een resolutieplan beschrijft de maatregelen die het ministerie van Financiën en DNB kunnen nemen om een instelling ordelijk af te wikkelen. De recent bij de Tweede Kamer ingediende Interventiewet speelt daarbij een belangrijke rol en biedt nieuwe instrumenten om bij probleembanken in te kunnen grijpen.

Het ministerie van Financiën en DNB werken de beleidsvoorstellen de komende maanden verder uit. Dit voornemen past binnen het kader van de versterking van de macroprudentiële component in het toezicht op financiële instellingen, zoals ook toegelicht in de recente beleids- en wetgevingsbrief op het terrein van de financiële markten van 20 oktober jl.5 Waar nodig zullen de voorstellen in wetgeving worden verankerd. Op dit moment worden ABN Amro, ING Bank, Rabobank en SNS Bank als systeemrelevant aangemerkt. Dit oordeel wordt ieder jaar bijgesteld en zal dus ook de komende jaren nog kunnen veranderen. De voorgenomen vormgeving van het nationale beleid voor Nederlandse systeemrelevante banken sluit aan bij reeds aangekondigd beleid ten aanzien van systeemrelevante instellingen in een aantal andere Europese landen.

Het nu aangekondigde beleid maakt overigens géén onderdeel uit van het op 26 oktober 2011 door Europese regeringsleiders aangekondigde plan rondom bankenherkapitalisatie in verband met de Europese schuldencrisis, waarbij tijdelijk een hogere kapitaalseis aan Europese banken wordt gesteld.

BIJLAGE 4: VERTICALE TOELICHTING NAJAARSNOTA 2011

De Verticale Toelichting geeft voor alle begrotingen een overzicht van- en een toelichting op de belangrijkste mutaties. Voor een meer gedetailleerde toelichting op wordt verwezen naar de suppletoire begrotingswetten.

Leeswijzer

De mutaties zijn gesplitst in drie categorieën:

  • 1)  Mee- en tegenvallers;
  • 2)  Beleidsmatige mutaties;
  • 3)  Technische mutaties.

De laatste categorie omvat alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet onder een ijklijn vallen. Mutaties worden toegelicht indien ze een bepaalde ondergrens overschrijden. De ondergrens is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in principe alleen toegelicht indien zich bijzonderheden voordoen.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder de HGIS valt zichtbaar gemaakt. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS aan. De mutaties die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de Verticale Toelichting van alle HGIS uitgaven.

De bedragen in de tabellen zijn in miljoenen euro’s.

Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som der onderdelen.

De Koning

I DE KONING: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

40,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

40,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

40,0

I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

0,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

0,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

0,8

Staten-Generaal

IIA STATEN-GENERAAL: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

144,1

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 1,3

 

– 1,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 1,3

   

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

142,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

142,8

IIA STATEN-GENERAAL: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

3,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

3,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

3,0

Overige Hoge Colleges van Staat

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTEN: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

123,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

0,6

 

0,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

0,3

 

0,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

1,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

124,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

124,0

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

5,8

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

0,3

 

0,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,3

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

6,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

6,1

Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKEN: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

69,1

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Budgetactualisatie bevorderen eenheid regeringsbeleid

– 6,9

Diversen

– 0,7

 

– 7,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

0,0

 

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 7,5

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

61,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

61,6

III ALGEMENE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

6,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

6,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

6,2

Budgetactualisatie bevorderen eenheid regeringsbeleid

De onderuitputting wordt grotendeels veroorzaakt door dat er een budget gereserveerd is bij het vorige regeerakkoord voor activiteiten ter versterking van het algemeen regeringsbeleid. Het jaar 2011 is het laatste jaar dat dit budget (5 mln.) nog beschikbaar is. Dit budget is mede door het terugtreden van dat kabinet nagenoeg geheel vrijgevallen.

Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

446,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 0,3

 

– 0,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 0,3

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

445,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

445,9

IV KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

64,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

64,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

64,1

Buitenlandse Zaken

V BUITENLANDSE ZAKEN: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

6 479,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

EU-afdrachten

43,2

 

43,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

43,2

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

6 523,1

Totaal Internationale samenwerking

4 463,9

Stand Najaarsnota 2011

10 987,0

V BUITENLANDSE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

609,7

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Perceptiekostenvergoedingen

28,9

 

28,9

Technische mutaties

 

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

5,2

 

5,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

34,1

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

643,7

Totaal Internationale samenwerking

187,1

Stand Najaarsnota 2011

830,8

Relatie begroting Buitenlandse Zaken en de Homogene groep internationale samenwerking (HGIS)

Er zijn twee soorten uitgaven op de begroting van Buitenlandse Zaken: HGIS en niet-HGIS. Niet-HGIS uitgaven zijn de afdrachten aan de Europese Unie. HGIS-uitgaven zijn alle andere buitenlanduitgaven. De HGIS-uitgaven staan op diverse begrotingen en worden elders in deze Verticale Toelichting toegelicht; hier wordt alleen de ontwikkeling van de EU-afdrachten belicht.

EU-afdrachten

De EU-afdrachten stijgen met 43,2 mln. in verband met nieuwe ramingen voor BNI- en BTW-groei en landbouwheffingen.

Perceptiekostenvergoedingen

Nederland ontvangt meer terug van de Europese Unie vanwege een hogere vergoeding van de inningskosten van eu-heffingen. Deze zijn gekoppeld aan de ramingen voor landbouwheffingen. Er treedt een stijging van de perceptiekostenvergoedingen op van 28,9 mln.

Veiligheid en Justitie

VI VEILIGHEID EN JUSTITIE: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

11 507,5

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Jeugdbescherming

– 21,8

Diversen

2,5

 

– 19,3

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Departementsbrede taakstelling

– 30,0

Inzet prijsbijstelling

– 64,0

Diversen

8,9

 

– 85,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 4,1

 

– 4,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 108,4

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

11 399,1

Totaal Internationale samenwerking

40,8

Stand Najaarsnota 2011

11 439,9

VI VEILIGHEID EN JUSTITIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

1 599,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Tegenvaller b&t

– 118,0

Diversen

13,6

 

– 104,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Correctie vermogensconversie

– 400,0

Diversen

1,7

Niet tot een ijklijn behorend

 

Correctie vermogensconversie

400,0

 

1,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 102,7

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

1 496,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

1 496,9

Jeugdbescherming

Vanwege een lager dan geraamde instroom en een snellere doorstroming als gevolg van een nieuwe werkwijze (de Delta-methodiek), is het budget neerwaarts bijgesteld. De Delta-methodiek zorgt ervoor dat de begeleidingsduur door gezinsvoogdij bij ondertoezichtstelling wordt verkort.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Binnen het saldo van de post diversen vallen een aantal mee- en tegenvallers. De grootste meevaller (8 mln.) wordt veroorzaakt door minder aanvragen dan geraamd en een lager gebruik dan verwacht van de regeling «overvallen» binnen het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De grootste tegenvaller (8 mln.) komt door gestegen loonkosten van onderdelen van DJI vanwege de OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling). De wijze van bepaling van de hoogte van de jaarlijkse OVA is vastgelegd in het zogenaamde OVA-convenant.

Departementsbrede taakstelling

V&J voert een departementsbrede taakstelling door.

Inzet prijsbijstelling

De prijsbijstelling voor 2011 is door V&J intern niet doorverdeeld naar de diverse onderdelen van de begroting.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Onder de post diversen valt een mutatie bij het slachtofferhulpbeleid. Op 15 december 2009 heeft de Eerste Kamer de Wet «Versterking positie slachtoffers in het strafproces» aangenomen. Volgens deze wet verstrekt het Ministerie van Veiligheid en Justitie voorschotten op schadevergoedingen aan slachtoffers van geweldsmisdrijven, en verhaalt het ministerie de kosten per 1 januari 2011 zelf bij de daders. Op deze manier hoeft het slachtoffer geen moeite meer te doen om de toegekende schadevergoeding te ontvangen. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft besloten ook voorschotten uit te betalen aan slachtoffers van misdrijven van voor 1 januari 2011. Dat kost dit jaar 8,9 mln. De komende periode int het ministerie deze kosten bij daders.

Tegenvaller b&t

De ontvangsten uit boeten en transacties vallen naar verwachting 118 mln. lager uit dan geraamd. Ten opzichte van 2010 is er sprake van een fors dalende instroom van zaken, vooral op het gebied van snelheidsovertredingen en staandehoudingen. Een andere oorzaak is een vertraging van de maatregel om onverzekerd rijden onder de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) te brengen. De invoering daarvan is verschoven van januari 2011 naar juli 2011, zodat deze wet samen met de 30 WAM (Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen) kon worden geïmplementeerd.

Diversen – niet-belastingontvangsten

Onderdeel van de post diversen is een meevaller ter grootte van 9,4 mln. bij de reclassering. De extra ontvangsten zijn het gevolg van afrekeningen van oude jaren op het terrein van sancties en reclassering, met name van de 3RO (verslavingsreclassering, het Leger des Heils en Reclassering Nederland).

Correctie vermogensconversie

Bij de departementale herindeling die via een incidentele suppletoire begroting aan de TK is gepresenteerd, is een bedrag van BZK naar V&J als kaderrelevante ontvangst overgeboekt terwijl het hier om een niet-kaderrelevante ontvangst gaat. Deze technische mutatie corrigeert hiervoor. Dit leidt niet tot een wijziging in de begrotings- en kaderstanden. Zie hiervoor ook de mutaties bij BZK («correctie vermogensconversie»).

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

5 293,1

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Aanvullende beschikking 2011 (COA)

15,0

Correctie ODA toerekening

– 16,8

Energie besparingskrediet (EBK)

– 17,0

Nederlandse identiteitskaart

39,5

Diversen

7,5

 

28,2

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Jeugd-NIK

24,9

Loon- en prijsbijstelling

– 35,0

Diversen

– 7,5

 

– 17,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 5,1

Niet tot een ijklijn behorend

 

Financieringsbehoefte VUT-fonds

50,0

Diversen

– 0,1

 

44,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

55,4

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

5 348,5

Totaal Internationale samenwerking

0,5

Stand Najaarsnota 2011

5 349,0

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

973,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Stimulering woningbouw

40,0

Diversen

– 9,6

 

30,4

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

1,0

 

1,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Correctie vermogensconversie

400,0

Diversen

6,3

Niet tot een ijklijn behorend

 

Correctie vermogensconversie

– 400,0

 

6,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

37,6

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

1 011,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

1 011,2

Aanvullende beschikking 2011 (COA)

Voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wordt een aanvullende beschikking voorzien voor 2011. Dit is onder meer het gevolg van een hogere bezetting in de kleinschalige opvang, de tegemoetkoming voor gemeenten waar AZC’s zijn gevestigd, voor de huisvestingskosten van scholen (faciliteitenbesluit) en krimpkosten als gevolg van het afstoten van locaties door het COA als gevolg van een lagere instroom van asielzoekers.

Correctie ODA-toerekening

In verband met de lager dan geraamde instroom van asielzoekers worden minder kosten gemaakt in de asielopvang. Zodoende valt ook de ODA-toerekening van deze kosten lager uit.

Energiebesparingskrediet (EBK)

Het Energiebesparingskrediet is een garantstelling aan de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor laagrentende leningen voor energiebesparende maatregelen. Van de regeling is in 2011 minder gebruik gemaakt dan verwacht. De hierdoor vrijvallende middelen worden ingezet voor de uitvoeringsproblematiek 2011.

Nederlandse Identiteitskaart

Na uitspraak van de Hoge Raad konden tijdelijk geen leges geheven worden op de Nederlandse Identiteitskaart (NIK). Gemeenten zullen voor de gemaakte kosten in deze periode gecompenseerd worden. Ook worden zij gecompenseerd voor de bezwaarschriften die zijn ingediend tegen het heffen van leges op de NIK in de periode voor de uitspraak van de Hoge Raad, welke door de uitspraak van de Hoge Raad gehonoreerd moeten worden.

Jeugd-NIK

Er wordt een groter aantal aanvragen voor de jeugd-NIK verwacht dan is geraamd. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de reeds aangekondigde prijsstijging per 1 januari 2012.

Loon- en prijsbijstelling

De nog op de begroting gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling worden ingezet voor de uitvoeringsproblematiek 2011.

Diversen – beleidsmatige mutaties

Deze post betreft met name de inzet van de eindejaarsmarge 2010–2011 (8,1 mln.) ter dekking van de uitvoeringsproblematiek 2011.

Financieringsbehoefte VUT-fonds

Gezien de financiële aantrekkelijkheid, maken steeds meer mensen gebruik van de zogeheten «Vendrik-regeling», door uit te treden met 64 jaar en 11 maanden, en doen hiermee later een beroep op de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU). Zodoende wordt de totale FPU-uitkering voor een dan uittredend persoon in een keer gestort, in plaats van dat deze over 2 á 3 jaar gespreid wordt uitgekeerd. Als gevolg van het hogere aantal uitkeringen dat ineens gestort moet worden, wijzigt de huidige leenbehoefte van het VUT-fonds (50 mln.): het totaal uit te keren bedrag verandert niet, maar de spreiding waarmee dit bedrag uitgekeerd moet worden leidt tot een extra liquiditeitsbehoefte. Het VUT-fonds is niet relevant voor het EMU-saldo.

Stimulering woningbouw

Het rijk heeft tot 1 januari 2011 de woningbouw (via gemeenten) ondersteund met de Tijdelijke Stimuleringsregeling Woningbouwprojecten. Voor zover gemeenten budget hebben ontvangen voor projecten, die niet voor 1 januari van start zijn gegaan, moeten zij dat terugbetalen aan het rijk. Naar verwachting bedragen de ontvangsten dit jaar 40 mln.  Hiervan wordt 24 mln. ingezet ter dekking van problematiek op de begroting van BZK en komt 16 mln. ten gunste van de generale middelen.

Correctie vermogensconversie

Bij de departementale herindeling die via een incidentele suppletoire begroting aan de TK is gepresenteerd, is een bedrag van BZK naar V&J als kaderrelevante ontvangst overgeboekt terwijl het hier om een niet-kaderrelevante ontvangst gaat. Deze technische mutatie corrigeert hiervoor. Dit leidt niet tot een wijziging in de begrotings- en kaderstanden. Zie hiervoor ook de mutaties bij V&J («correctie vermogensconversie»).

Onderwijs, Cultuur en wetenschap

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

34 058,0

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 22,3

 

– 22,3

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 90,4

 

– 90,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

21,0

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

8,0

 

29,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 83,7

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

33 974,3

Totaal Internationale samenwerking

73,5

Stand Najaarsnota 2011

34 047,9

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

1 210,9

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

3,1

 

3,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

1,0

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

– 8,0

 

– 7,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 3,9

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

1 207,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

1 207,0

Diversen – Mee- en tegenvallers

De post bestaat hoofdzakelijk uit meevallers bij de studiefinanciering. Er is minder basisbeurs omgezet in een gift dan eerder geraamd. Daarnaast zijn er minder mbo’ers ingestroomd in het giftregime dan geraamd. En er zijn minder uitgaven aan de reisvoorziening (prestatiebeurs) dan eerder geraamd.

Diversen – Beleidsmatige mutaties

Deze post bestaat voornamelijk uit budgetten die dit jaar niet meer uitgegeven worden en naar verwachting volgend jaar worden besteed. De middelen worden besteed aan hetzelfde doel.

Diversen – Technische mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Deze post bestaat hoofdzakelijk uit een overboeking van VWS naar OCW. In 2010 en 2011 heeft OCW uitgaven gedaan ter financiering van de loonkostenindexering (OVA) ten behoeve van het rijksbijdrage deel van de UMC’s. Deze posten worden nu tussen VWS en OCW verrekend.

Nationale Schuld

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

18 649,1

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Wijziging geldmarktberoep en rente

– 67,0

Wijziging kapitaalmarktberoep en rente

– 263,9

Diversen

15,5

 

– 315,4

Technische mutaties

 

Niet tot een ijklijn behorend

 

Leningen kasbeheer

– 50,0

Mutaties rekening courant

– 170,0

Diversen

27,1

 

– 192,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 508,4

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

18 140,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

18 140,8

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

2 089,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Wijziging geldmarktberoep en rente

51,8

Diversen

11,9

 

63,7

Technische mutaties

 

Niet tot een ijklijn behorend

 

Leningen kasbeheer

105,8

Diversen

33,0

 

138,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

202,5

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

2 291,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

2 291,8

Wijziging geldmarktberoep en rente – uitgaven

De geraamde rentelasten over de vlottende schuld worden bijgesteld als gevolg van aanpassing van de korte rekenrente, wijzigingen van het verwachte beroep op de geldmarkt en realisaties.

Wijziging kapitaalmarktberoep en rente

Wijzigingen van het beroep op de kapitaalmarkt (bijvoorbeeld vanwege gewijzigde inzichten in de ontwikkeling van het tekort), de veronderstelde lange rente en realisaties leiden tot aanpassingen in de rentebaten en rentelasten op de vaste schuld.

Leningen kasbeheer

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) leiden tot een aanpassing van de voorziene uitgaven leningen kasbeheer.

Mutaties rekening-courant

De inleg van de sociale fondsen is gewijzigd als gevolg van (onder meer) mutaties in de premieontvangsten en de premiegefinancierde uitgaven. Hierdoor verandert ook de rentevergoeding over de inleg.

Wijziging geldmarktberoep en rente – niet-belastingontvangsten

De geraamde rentebaten over de vlottende schuld worden bijgesteld als gevolg van aanpassing van de korte rekenrente en wijzigingen van het verwachte beroep op de geldmarkt welke zijn gewijzigd naar aanleiding van nieuwe inzichten in het tekort.

Leningen kasbeheer – niet-belastingontvangsten

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) leiden tot een aanpassing van de voorziene ontvangsten leningen kasbeheer.

Financiën

IXB FINANCIEN: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

9 647,6

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Heffings-en invorderingsrente

– 260,0

Kasschuif apparaat

20,0

Schades EKV

– 70,0

Diversen

– 18,5

 

– 328,5

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

11,2

 

11,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 317,3

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

9 330,3

Totaal Internationale samenwerking

339,8

Stand Najaarsnota 2011

9 670,0

IXB FINANCIEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

12 285,1

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Boeteontvangsten

50,0

Heffings- en invorderingsrente

– 370,0

Incidentele boedelontvangsten Bank Nederlandse Antillen

– 25,0

Recuperaties EKV

15,0

Diversen

23,6

 

– 306,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

8,1

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

10,6

 

18,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 287,8

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

11 997,4

Totaal Internationale samenwerking

12,5

Stand Najaarsnota 2011

12 009,9

Heffings- en invorderingsrente – uitgaven

De uitgavenraming is als gevolg van de lage rentestand met 400 mln. neerwaarts bijgesteld. Daarnaast is als gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad een incidentele tegenvaller ontstaan. Voor 2011 is deze tegenvaller naar verwachting 140 mln. De mogelijke effecten voor 2012 zullen bij een volgend begrotingsmoment worden bezien. Per saldo wordt de uitgavenraming met 260 mln. neerwaarts bijgesteld.

Kasschuif apparaat

Een gedeelte van de uitgaven aan vervoerskosten (17 mln.) en administratieve personeelszaken-diensten (3 mln.) vindt plaats in 2011 ipv in 2012.

Schades EKV

De uitkeringen voor schade onder de EKV vallen lager uit dan verwacht.

Diversen – uitgaven – beleidsmatige mutaties

Onder deze post valt onder andere een onderuitputting op de post Anticiperende Aankopen (10 mln.).

Boeteontvangsten

Door een incidentele meevaller bij de boeteontvangsten is de raming van de programma- ontvangsten met 50 mln. verhoogd.

Heffings- en invorderingsrente – niet-belastingontvangsten

De ontvangstenraming is als gevolg van de lage rentestand met 370 mln. neerwaarts bijgesteld.

Incidentele boedelontvangsten Bank Nederlandse Antillen

Bij de staatkundige hervormingen is afgesproken dat Nederland uit de boedel van de BNA het Caribisch Nederland-deel (25 mln.) zou ontvangen. De CBCS (Centrale Bank Curaçao en Sint Maarten) had lange tijd geen Raad van Commissarissen, waardoor de boedelafwikkeling niet geëffectueerd kon worden. Inmiddels is de RvC geïnstalleerd. De verwachte ontvangst wordt dit jaar niet meer ontvangen, maar schuift door naar volgend jaar..

Recuperaties EKV

De provenu’s vallen mee, omdat de provenu’s waarvoor betalingsregelingen zijn getroffen op schema lopen en de reguliere provenu’s hoger zijn dan verwacht.

Diversen – niet-belastingontvangsten – beleidsmatige mutaties

Deze post bevat onder andere een meevaller op de afdrachten van de Staatsloterij en een meevaller bij de dividenden op staatsdeelnemingen. De eerste meevaller wordt veroorzaakt door een hoger dan verwachte restafdracht (10 mln.). De tweede wordt veroorzaakt door meevallende dividenden van UCN en Tennet (12,5 mln.).

Diversen – niet-belastingontvangsten – technische mutaties – niet tot een ijklijn behorend

Door de verkoop van een aantal participaties beschikt Twinning, een staatdeelneming in afbeheer, over overtollige financiële middelen. Het is de verwachting dat Twinning deze middelen nog dit jaar in de vorm van een superdividend aan de staat uitkeert.

Defensie

X DEFENSIE: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

8 039,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Doorschuif schadeloosstelling veteranen

– 107,2

Doorwerkingen ontvangsten (domeinen)

– 52,6

Herschikking exploitatie

– 109,4

Herschikking pensioenen

25,3

Infra aflossing en meeruitgaven

62,0

Schadeloosstelling veteranen

107,2

Vrijval budget

– 30,0

Diversen

25,4

 

– 79,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

1,3

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

– 15,7

 

– 14,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 93,8

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

7 945,2

Totaal Internationale samenwerking

203,0

Stand Najaarsnota 2011

8 148,1

X DEFENSIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

498,2

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Bijstelling ontvangsten domeinen

– 20,7

Bijstelling verkoopopbrengsten

– 31,9

Diversen

3,2

 

– 49,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 49,4

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

448,8

Totaal Internationale samenwerking

1,4

Stand Najaarsnota 2011

450,2

Doorschuif schadeloosstelling veteranen

Het budget dat voor de schadeloosstelling van veteranen is overgeheveld van de HGIS naar de begroting van Defensie. De schadeloosstelling wordt gefinancierd uit de eindejaarsmarge die conform de reguliere eindejaarssystematiek beschikbaar komt.

Doorwerking ontvangsten (domeinen)

Lagere ontvangsten uit verkopen van gronden en materieel leiden tot lagere uitgaven bij de Defensie Materieel Organisatie.

Herschikking exploitatie

Als gevolg van de gedeeltelijke verplichtingenpauze in de aanloop naar de beleidsvisie en de doorlooptijden van verwerving en levering vallen de uitgaven lager uit dan geraamd (– 123,3 mln.). Daarnaast is er sprake van lagere bijdragen aan de NAVO, wachtgelden en wetenschappelijk onderzoek (– 25 mln.). Hiertegenover staan de hogere uitgaven voor het aanvullen van de brandstofvoorraden in 2011 om de beschikbaarheid van brandstof in 2012 te garanderen (38,9 mln.).

Herschikking pensioenen

Op basis van het realisatiebeeld is de raming van pensioenbijdrage aan het ABP opwaarts bijgesteld. De relatief beperkte bijstelling valt binnen de marge van 1% van het budget.

Infra aflossing en meeruitgaven

Dit betreft voor 30 mln. een niet begrote aflossing van een lening. De overige ca 30 mln. is het gevolg van het sneller realiseren bij het CDC van diverse kleinere infra-projecten.

Schadeloosstelling veteranen

Ter eenmalige compensatie van veteranen die voor 1 juli 2007 gewond zijn geraakt als gevolg van inzet in voormalig missiegebieden, wordt 107 mln. uit de onderuitputting van de HGIS-voorziening crisisbeheersingsoperaties op de begroting van Defensie overgemaakt naar de reguliere begroting van Defensie.

Vrijval budget

Per saldo komt in 2011 een bedrag van 30 mln. minder tot besteding dan begroot. Dit betreft een neerwaartse bijstelling van de uitgaven met 80 mln., waar een herfasering van 50 mln. aan pensioenuitgaven van 2012 naar 2011 tegenover staat.

Bijstelling ontvangsten domeinen

De verkoopopbrengsten zijn bijgesteld als gevolg van vertraging in de geraamde ontvangsten van materieel en diverse kleinere strategische goederen.

Bijstelling verkoopopbrengsten

De ontvangsten uit de verkoop van vastgoed zijn vertraagd. Het betreft hier o.a. de geraamde ontvangsten van de Tapijnkazerne in Maastricht.

Infrastructuur en Milieu

XII INFRASTRUCTUUR EN MILIEU: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

11 119,6

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 2,5

 

– 2,5

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

DBFM omzetting A15 maasvlakte vaanplein

– 33,3

Diversen

– 29,5

Niet tot een ijklijn behorend

 

Betaling aan Prorail

154,6

 

91,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

89,3

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

11 209,0

Totaal Internationale samenwerking

114,1

Stand Najaarsnota 2011

11 323,0

XII INFRASTRUCTUUR EN MILIEU: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

67,3

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 0,3

 

– 0,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

5,7

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

– 10,0

 

– 4,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 4,6

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

62,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

62,7

DBFM-omzetting A15 Maasvlakte Vaanplein

Het project wordt als DBFM aanbesteed. Hierdoor worden de budgetten voor 2011 omgezet in een meerjarige reeks waarmee te zijner tijd aan de contractuele betalingsverplichtingen kan worden voldaan.

Diversen technische mutaties

De diversenpost bestaat voornamelijk uit een onderuitputting op het programma Beter Benutten, onderbesteding binnen de budgetten BIRK en de decentralisatie van bodemsanering naar provincies. Het programma Beter Benutten is trager op gang gekomen dan verwacht. Weliswaar zijn er veel verplichtingen aangegaan, maar die leiden pas tot betaling in latere jaren.

Betaling aan Prorail

Ontvangsten uit de verkoop van Strukton zijn ingezet om leningen van Prorail af te lossen.

Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

XIII ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

5 873,7

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Brainport eindhoven

– 45,0

Innovatieprogramma's

15,8

Ondernemerschap

– 46,9

Verduurzaming energiehuishouding

– 18,3

Diversen

44,9

 

– 49,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Afronding ilg afspraken

83,3

Apparaat

17,0

Apurement – overheveling reservering apurement uit de aanvullende post

60,0

Apurement – storting in reserve apurement

50,1

Apurement – uitgaven apurement

– 50,1

Dotatie voorziening nvwa herplaatsingskandidaten

23,1

Mep

– 25,0

Sde

– 88,0

Diversen

– 10,1

 

60,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Garantie ondernemingsfinanciering

– 35,6

Diversen

– 50,9

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

– 3,7

 

– 90,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 79,3

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

5 794,4

Totaal Internationale samenwerking

199,3

Stand Najaarsnota 2011

5 993,7

XIII ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

12 513,5

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Minder boeteontvangsten nma

– 17,7

Diversen

– 6,8

 

– 24,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 8,1

 

– 8,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Garantie ondernemingsfinanciering

– 35,6

Diversen

– 30,1

 

– 65,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 98,2

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

12 415,3

Totaal Internationale samenwerking

8,8

Stand Najaarsnota 2011

12 424,1

Brainport Eindhoven

De onderuitputting wordt veroorzaakt door vertraging bij het Nota Ruimteproject Brainport Avenue. De gemeente Eindhoven heeft aangegeven dit project hoge prioriteit te geven. De uitgaven zullen naar verwachting in latere jaren (2012 en verder) plaatsvinden.

Innovatieprogramma’s

Bij diverse innovatieprogramma’s is per saldo een tekort. Een oorzaak hiervan is dat oude verplichtingen tot hogere uitgaven leiden dan geraamd (met name Holst). Daarnaast is er een tegenvaller samenhangend met NIVR-verplichtingen (9,2 mln.): verwacht was dat er – ter dekking van deze uitgaven – dit jaar middelen zouden terug worden ontvangen uit de vereffening van het NIVR (Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart). De vereffening vindt begin 2012 plaats.

Ondernemerschap

Bij ondernemerschap is onderuitputting ontstaan op verschillende regelingen. Zo is er minder gebruik gemaakt van de groeifaciliteit. Een oorzaak hiervan is dat er minder wordt geïnvesteerd. Ook worden de prognoses voor de Seed en Valorisatie neerwaarts bijgesteld. Voor beide regelingen geldt dat het aantal aanvragen lager is dan verwacht.

Verduurzaming energiehuishouding

De voorbereiding van de vergunningaanvraag voor een nieuwe kerncentrale heeft vertraging opgelopen waardoor onderuitputting ontstaat in 2011. Daarnaast is sprake van enige vertraging bij een aantal reeds lopende onderzoeken. Tevens is er in de uitvoering van diverse Energie-innovatie programma’s vertraging bij de realisatie, waardoor betalingen achterblijven bij de ramingen.

Diversen

Deze post bestaat hoofdzakelijk uit de aanpassing van het voorschotregime van de Innovatie Prestatie Contracten (IPC’s), een tegenvaller door een hogere schade bij de BMKB garantie, hogere schade op het Faunafonds en doordat er meer voorschotten zijn opgevraagd dan verwacht voor de ruimtevaartprogramma’s.

Afronding ILG afspraken

Er is een onderhandelaarsakkoord natuur met IPO. Voor 2011 betekent dit akkoord een verhoging met 83,3 mln. Bij Voorjaarsnota wordt de begroting met 83,3 mln. verlaagd in de periode 2014–2017. In 2012 en 2013 zijn geen aanpassingen noodzakelijk.

Apparaat

Bij apparaat is er een ophoging van het budget in 2011 aangezien betalingen voor de renovatie van het hoofdgebouw van EL&I in 2011 plaatsvinden in plaats van 2012. Daarnaast is er sprake van hogere werkelijke loonkosten ten opzichte van de genormeerde middensom en wordt de krimpdoelstelling van het vorige kabinet nog niet volledig gerealiseerd. Tenslotte zijn er extra kosten voor de ICT verbetering, de interdepartementale bijdragen aan gezamenlijke programma’s voor Digitale werkplek Rijk, Digi-inkoop en extra inzet bij de omvorming van de personele- en de financiële administratie in 2011.

Apurement – uitgaven apurement en Apurement – storting in reserve apurement

De Europese Commissie heeft correctiebesluiten met betrekking tot verstrekte subsidies van voor 2008 opgelegd aan Nederland. Bij Voorjaarsnota werd uitgegaan van een totale correctie van ca. 102 mln. die in 2011 betaald moest worden. Hiervan blijkt uiteindelijk 52 mln. in 2011 betaald te moeten worden voor correctiebesluiten over regelingen op het terrein van Aardappelzetmeel en Groente en Fruit. Het overige deel van de correctievoorstellen is echter nog niet definitief gemaakt (50,1 mln.). Naar verwachting komt het correctievoorstel in 2012. Het correctievoorstel betreft onder andere een correctievoorstel (35 mln.) in verband met tekortkomingen bij het perceelsregistratiesysteem dat gebruikt is bij de vaststelling van de Bedrijfstoeslagregeling (BTR) 2008 Daarnaast zij er tekortkomingen inzake de uitvoering van cross-compliance maatregelen bij Gemeenschappelijk Landbouw-subsidies (15 mln.). Voorgesteld wordt 50,1 mln. toe te voegen aan de «interne begrotingsreserve apurement» omdat wordt verwacht dat de correctievoorstellen volgend jaar tot betaling zullen komen.

Apurement – overheveling reservering apurement uit de aanvullende post

Er worden aanvullende correctiebesluiten verwacht van de Europese commissie bovenop de bovengenoemde correcties. Om het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie in de gelegenheid te stellen toekomstige financiële correcties vanuit de EU op te kunnen vangen is een eerder voor dit doel gereserveerd bedrag nu vrijgemaakt op de aanvullende post. Het betreft correcties op Nederlandse declaraties bij Europese fondsen voor die gevallen, waarbij de uitvoering naar de mening van de Commissie niet conform Europese regelgeving heeft plaatsgevonden en waarbij Nederland geen verdere mogelijkheden meer heeft om het correctiebesluit ongedaan te maken. Onduidelijk is wanneer de correctiebesluiten definitief worden opgelegd door de Europese Commissie. Vanwege deze onduidelijkheid wordt 60 mln. in de reservering gestort.

Dotatie voorziening nVWA herplaatsingskandidaten

EL&I vormt een voorziening voor kosten die voortvloeien uit de reorganisatie als gevolg van de P&M taakstelling bij de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA). EL&I vult de voorziening, naast een eigen bijdragen, met een bijdrage van 10 mln. van VWS.

MEP

De betalingen in 2011 op lopende beschikkingen zullen naar verwachting lager uitvallen dan bij voorjaarsnota 2011 geraamd. Dit wordt ondermeer veroorzaakt door biomassa projecten, waar de energieproductie lager uitvalt als gevolg van hoge biomassaprijzen.

SDE

Bij de SDE is er een vertraging die veroorzaakt wordt doordat de Brusselse goedkeuring van de subsidieverleningen aan de windparken in de Noordoostpolder langer op zich laten wachten dan verwacht. Om die reden zal een eerder voorziene uitbetaling van 37 mln. in 2011 pas in 2012 plaatsvinden. Het resterende bedrag van 45 mln. wordt onder meer veroorzaakt door verschuiving van de startdatum van de productie van verschillende projecten.

Garantie ondernemingsfinanciering

In 2011 zijn de aanvragen voor de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) lager dan geraamd waardoor er minder premies zijn ontvangen.

Minder boeteontvangsten NMa

Aangezien beroepsprocedures en overeengekomen betalingsregelingen trager verlopen wordt een aantal boetes later ontvangen dan oorspronkelijk geraamd. Daarnaast worden naar verwachting minder boetes ontvangen uit hoofde van High Trust en heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in vier gevallen de in het verleden opgelegde (en reeds ontvangen) boetes verlaagd, waardoor in 2011 gedeeltelijke terugbetaling heeft plaatsgevonden.

Garantie ondernemingsfinanciering

In 2011 zijn de aanvragen voor de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) lager dan geraamd waardoor er minder premies zijn ontvangen.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

30 804,8

Mee- en tegenvallers

 

Sociale zekerheid

 

Re-integratie Wajong

– 24,0

Toeslagenwet

15,0

Wajong

– 44,0

Diversen

– 2,1

 

– 55,1

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 3,1

Sociale zekerheid

 

Herschikking UWV

48,0

Diversen

– 6,2

 

38,7

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

4,2

Sociale zekerheid

 

Diversen

– 7,0

 

– 2,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 19,3

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

30 785,4

Totaal Internationale samenwerking

0,7

Stand Najaarsnota 2011

30 786,2

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

2 275,9

Mee- en tegenvallers

 

Sociale zekerheid

 

Diversen

9,0

 

9,0

Beleidsmatige mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Diversen

3,3

 

3,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

1,2

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

0,1

 

1,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

13,5

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

2 289,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

2 289,4

Re-integratie Wajong

De mutatie betreft voor 15 mln. een herschikking van de middelen met de premiegefinancierde re-integratie. Daarnaast laten realisaties tot en met juni 2011 lagere uitgaven zien waardoor de uitgaven aan voorzieningen voor arbeidsgehandicapten per saldo 9 mln. lager uitvallen.

Toeslagenwet

Op basis van gerealiseerde uitgaven blijken hogere uitgaven aan de Toeslagenwet dan waar eerder mee gerekend werd.

Wajong

Realisaties tot de zomer laten lagere uitgaven aan de Wajong zien. De raming van de uitgaven voor 2011 is naar aanleiding hiervan naar beneden aangepast.

Herschikking UWV

Dit betreft een budgettair neutrale herschikking in de uitvoeringskosten van het UWV. Tegenover deze stijging staat een daling van 48 mln. in de premiegefinancierde uitvoeringskosten bij het UWV.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

18 375,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Afwikkeling NVI

42,5

Diverse onderuitputting

– 22,9

Invulling taakstellende onderuitputting 2011

72,2

Knelpunt tegemoetkoming buitengewone uitgaven (TBU)

76,0

Mantelzorgcompliment

15,3

Onderuitputting kwaliteit en innovatie

– 35,9

Onderuitputting kwaliteit langdurige zorg

– 16,8

Onderuitputting preventie

– 38,6

Onderuitputting tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ)

– 16,0

Onderuitputting wanbetalers en onverzekerden

– 16,5

Verrekening OVA 2010 en 2011 met OCW

18,6

Diversen

– 10,2

Zorg

 

Onderuitputting zorgopleidingen/opleidingfonds

– 16,5

Tegenvaller forfaits Wtcg

40,0

Diversen

2,7

 

93,9

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 30,2

Zorg

 

Diversen

0,2

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

0,8

 

– 29,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

64,8

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

18 439,8

Totaal Internationale samenwerking

8,3

Stand Najaarsnota 2011

18 448,0

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

131,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Opbrengsten wanbetalers en onverzekerden

24,9

Diversen

12,4

Zorg

 

Diversen

– 10,0

 

27,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

13,5

 

13,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

40,8

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

172,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

172,3

Afwikkeling NVI

Deze post betreft kosten die gemoeid zijn met de afwikkeling van de transitie van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI). Het gaat hier enerzijds om de verkoop van de productiediensten en -faciliteiten en anderzijds om de overheveling van de publieke delen naar het RIVM. De belangrijkste kostenposten zijn: exploitatieresultaat NVI (€ 22 miljoen), invlechting RIVM (€ 6,6 miljoen) en de investeringen die a fonds perdu gefinancierd zijn (€ 5 miljoen).

Diverse onderuitputting

Dit betreft diverse posten, waaronder onderuitputting op het gebied van sport. Mede ten gevolge van de totstandkoming van de beleidsbrief «Sport en bewegen in Olympisch perspectief» (Kamerstuk 30 234, nr. 37) in het voorjaar kon een aantal activiteiten pas nadat deze brief was afgerond worden gestart. Hierdoor is vertraging in de uitvoering ontstaan. Daarnaast is sprake van onderuitputting op de prijsbijstelling kader Rijksbegroting in enge zin.

Invulling taakstellende onderuitputting 2011

In de ontwerpbegroting was voor 2011 nog sprake van een oningevulde taakstelling op de begroting van VWS. Deze wordt nu ingevuld met de bij de 2e sup gepresenteerde onderuitputting.

Knelpunt tegemoetkoming buitengewone uitgaven (TBU)

De regeling Tegemoetkoming Buitengewone Uitgaven (TBU) is per 1 januari 2009 afgeschaft. Omdat de definitieve tegemoetkoming pas kan worden vastgesteld nadat de belastingaangifte is afgerond, lopen de uitgaven nog enkele jaren door. Met de huidige inzichten resulteert dit in 2011 in een additionele tegenvaller van € 67 miljoen.

Mantelzorgcompliment

Deze post betreft extra middelen voor het mantelzorgcompliment. Het beroep op deze regeling is in 2011 groter dan verwacht.

Onderuitputting kwaliteit en innovatie

Dit betreft diverse posten, waaronder uitgaven voor experimenten bij geboortezorg, de start van het kwaliteitsinstituut en lagere uitgaven in het kader van de voorbereiding van de wet verplichte GGZ. Tevens betreft het vrijval van incidentele innovatiemiddelen uit de maatschappelijke investerings-agenda. De middelen zouden oorspronkelijk worden ingezet voor het Zorginnovatieplatform, maar zijn daarvoor niet meer nodig.

Onderuitputting kwaliteit langdurige zorg

Deze post bestaat uit de optelsom van onderuitputting bij «In voor Zorg», het programma Kwaliteitsverbetering palliatieve zorg en uitvoeringskosten van maatregelen regeerakkoord.

Onderuitputting preventie

Dit betreft diverse posten. Op de eerste plaats is onlangs gebleken dat het niet nodig is om nog dit jaar vaccins aan te schaffen voor de HPV-campagne (€ 6 miljoen). Er zijn nog voldoende vaccins beschikbaar. Daarnaast is gebleken dat de voorraad antivirale middelen langer houdbaar is dan verwacht en dus is vervanging niet noodzakelijk (€ 9,3 miljoen). Ook voor het Respiratoir Syncytiaal Virus (RSV) project zijn de uitgaven lager uitgevallen (€ 2 miljoen). Het restant is toe te schrijven aan diverse kleine mutaties.

Onderuitputting tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ)

Op basis van de meest recente gegevens treedt onderuitputting op bij de regeling tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ), de opvolger van de TBU.

Onderuitputting wanbetalers en onverzekerden

Dit betreft onderuitputting die in het kader van de aanpak van wanbetalers en onverzekerden Zvw optreedt.

Verrekening OVA 2010 en 2011 met OCW

In 2010 en 2011 heeft OCW uitgaven gedaan ter financiering van de loonkostenindexering (OVA) ten behoeve van het rijksbijdrage deel van de UMC’s. Deze posten worden nu met OCW verrekend.

Diversen – beleidsmatige mutaties – rijksbegroting in enge zin

Deze post bestaat uit diverse kleinere mee- en tegenvallers en desalderingen op kader Rijksbegroting in enge zin.

Onderuitputting zorgopleidingen/opleidingsfonds

In 2011 is voor het Opleidingsfonds minder budget nodig dan geraamd, omdat de aanvragen zijn achtergebleven bij de capaciteit waarvoor budget beschikbaar was.

Tegenvaller forfaits Wtcg

Bij de uitgaven van de Wet Tegemoetkoming Chronisch zieken en Gehandicapten (Wtcg) is sprake van een tegenvaller. In de eerste plaats is het aantal rechthebbenden op een Wtcg-tegemoetkoming over 2009 hoger dan eerder geraamd. Daarnaast is bij het CAK op basis van het zorggebruik in 2010 een raming opgesteld van het aantal rechthebbenden op een Wtcg-tegemoetkoming 2010 en de daarmee samenhangende uitgaven. Daarbij is rekening gehouden met een deel dat pas in 2012 tot uitbetaling zal komen.

Diversen – beleidsmatige mutaties – Zorg

Dit betreft mee- en tegenvallers op het Budgettair Kader Zorg, waaronder onderuitputting prijsbijstelling budgettair kader zorg en daarnaast een overschrijding op de middelen Caribisch Nederland. Vanaf 1 januari 2011 is de Zvw BES in werking getreden en is ook het Zorgverzekeringskantoor operationeel. Op basis van declaraties van het Zorgverzekeringskantoor moet worden geconcludeerd dat de raming van de zorguitgaven naar boven moet worden bijgesteld.

Diversen – technische mutaties – rijksbegroting in enge zin

Deze post bestaat uit diverse technische mutaties waaronder een overboeking naar het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I) in het kader van de reorganisatie van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) en een aantal overboekingen naar en van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Veiligheid en Justitie (V&J) enBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Opbrengsten wanbetalers en onverzekerden

Dit betreft hogere opbrengsten in het kader van de aanpak van wanbetalers en onverzekerden.

Gemeentefonds

B GEMEENTEFONDS: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

18 573,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

53,5

 

53,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

53,5

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

18 626,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

18 626,5

B GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

0,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

0,1

 

0,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,1

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

0,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

0,1

Diversen – uitgaven

Dit betreft een groot aantal overhevelingen van middelen van departementale begrotingen naar het gemeentefonds. Het gaat bijvoorbeeld om middelen voor Bedrijventerreinenbeleid (7,2 mln.), Impuls brede scholen, sport & cultuur (8,7 mln.) en Sterke regio’s (12 mln.).

Provinciefonds

C PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

1 218,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Bodemsanering

14,8

Sterke regio's

12,1

Diversen

15,0

 

41,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

41,9

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

1 260,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

1 260,1

C PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

0,0

Bodemsanering

Voor de bodemsanering bij Gasfabriek Hellevoetsluis (Zuid-Holland), EMK-terrein (Zuid-Holland), Olasfa-terrein (Overijssel), informatiemanager (Noord-Brabant) en Asbest in de bodem (Overijssel en Gelderland) wordt 14,8 mln. toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering bodemsanering.

Sterke regio’s

De projecten Groen Gas Hub Wijster (Drenthe), Cool Port (Zuid-Holland), OLV-Greenport (Noord-Holland) en Verduurzaming Waddenglas (Friesland) ontvangen in 2011 12,1 mln. voor het verstevigen van hun (internationale) concurrentiekracht.

Diversen

Dit betreft een aantal overhevelingen van middelen van departementale begrotingen naar het provinciefonds. Het gaat bijvoorbeeld om middelen voor Bedrijventerreinenbeleid (7,7 mln.) en de opbouw van de RUD’s (4 mln.).

Infrastructuurfonds

A INFRASTRUCTUURFONDS: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

8 249,8

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Aanleg spoor: planstudie

– 44,2

Aanleg spoor: realisatie

57,7

B&i spoor: actieplan groei spoor en afrekening van b&i

– 33,4

B&o hoofdwegen en watersystemen vervanging en renovatie (vlaketunnel)

133,5

Harinxmakanaal en winschotendiep

186,0

Hoge snelheidslijn

– 33,1

Hoofdwatersystemen o.a. waterkwaliteit rws/hwbp en krw

– 218,2

Hoofdwatersystemen: stuwen lek

– 49,9

Hsl/br: risicoreservering hsl, br

– 38,6

Mega's niet venv: ruimte voor de rivier

27,0

Mega's niet venv:projecten grens- en zandmaas

– 23,6

Pps contract a59

107,6

Reg.lok: rgw oost, a12 gouwe

– 128,2

Regio specifiek pakket zuiderzeelijn mobiliteitsfondsen

150,0

Stalen kunstwerken

– 30,2

Wegen: o.a. a15 maasvlakte vaanplein

– 114,2

Diversen

– 156,7

 

– 208,5

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Dbfm-omzetting a15 maasvlakte vaanplein

– 33,3

Diversen

6,8

Niet tot een ijklijn behorend

 

Betaling aan prorail

154,6

 

128,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 80,6

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

8 169,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

8 169,2

A INFRASTRUCTUURFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

8 249,8

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Btw, gebaggerd zand, walradar noordzee kanaal

– 16,5

Diversen

– 17,8

 

– 34,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 26,5

Niet tot een ijklijn behorend

 

Betaling aan prorail

154,6

 

128,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

93,8

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

8 343,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

8 343,6

Aanleg spoor: planstudie

De onderuitputting is ontstaan door de recente opgaaf van ProRail. Dit is met name zichtbaar bij Programma Hoog frequent spoor (PHS) – 19,0 mln., Openbaar vervoer Schiphol, Amsterdam, Almere, Lelystad (OV-SAAL) – 7,0 mln., Traject Oost – 4,0 mln. en Amsterdam Zuidas – 4,0 mln. De start van de planuitwerkingsfase PHS heeft meer tijd in beslag genomen dan verwacht. Vooralsnog is er geen sprake van een vertraagde oplevering van de projecten.

Binnen het OV SAAL project lopen diverse planstudies. Twee planstudies zijn afgerond en goedkoper uitgevallen dan oorspronkelijk geraamd. Bij 3 andere planstudies is sprake van vertraging onder andere vanwege de koppeling aan de besluitvorming OV SAAL lange termijn en herdefiniëring vanwege «Kort Volgen».

Aanleg spoor: realisatie

Het aanlegprogramma spoor laat een overschrijding zien. Het gaat met name om de projecten Hanzelijn (15,0 mln.), Rotterdam Centraal (21,0 mln.) en Schiedam-Rijswijk tunnel Delft (20,0 mln.).

B&I spoor: actieplan groei spoor en afrekening van B&I

De onderuitputting op dit project kent een tweetal oorzaken. Ten eerste is er 13 mln. van het budget niet aangewend. Verder leidt de afrekening van B&I tot een vordering van 20 mln.

B&O hoofdwegen en watersystemen vervanging en renovatie (Vlaketunnel)

De hogere uitgaven in 2011 voor het beheer en onderhoud van de wegen ontstaan door de versnelde renovatie van de Vlaketunnel (37 mln.), onderhoudswerkzaamheden als gevolg van vorstschade (5 mln.), Daarnaast is aan het onderhoudsbudget wegen en watersystemen (respectievelijk 47 mln. en 44 mln.) toegevoegd ingevolgde de in de brief «Prioritering investeringen mobiliteit en water» van 14 juni 2011 (Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500 A, nr 83) aangekondigde maatregelen om het beheer en onderhoud van het Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en de Hoofdwatersystemen onder controle en in balans te brengen met de investeringsambities. Anderzijds is het budget onderhoud hoofdwegennet technisch verlaagd met 13,5 mln. als gevolg van de omzetting van de DFBM A15-Maasvlakte Vaanplein.

Harinxmakanaal en Winschotendiep

In het Bestuurlijk Overleg MIRT Voorjaar 2011 is tussen de provincies Friesland, Groningen en het ministerie van I&M afgesproken om een eensluidend voorstel voor het beheer en onderhoud van de noordelijke vaarwegen uit te werken ter besluitvorming in het Bestuurlijk Overleg MIRT najaar 2011.

Tussen I&M en de provincies is in principe overeenstemming bereikt over de overdracht van het Harinxmakanaal en Winschoterdiep naar de provincies en het opnemen van de hoofdvaarweg Lemmer–Delfzijl binnen het hoofdvaarwegennet.

De intentie is om het hiermee gemoeide bedrag geheel in 2011 te betalen aan de Noordelijke provincies, maar is onder voorbehoud van goedkeuring Provinciale Staten.

Hoge Snelheidslijn

Op basis van actuele kasinzichten blijkt dat het budget ten behoeve van de HSL-Zuid met ruim 33 mln. door zal schuiven naar 2012. Dit project kent een aparte voortgangsrapportage aan de TK.

Hoofdwatersystemen o.a. waterkwaliteit RWS/HWBP en KRW

De hoofdoorzaken voor de onderuitputting op waterkwaliteit zijn:

  • –  Voor het verbeterprogramma waterkwaliteit rijkswateren is gebleken dat de provincie de aanleg van zoetwaterkanalen niet zal uitvoeren. Hierdoor zullen de uitgaven niet meer in 2011 worden gemaakt, maar hoogstwaarschijnlijk in 2012 (– 75 mln.);
  • –  Om meer inzicht te hebben in het productieproces bij de waterschappen is het contact tussen HWBP-programmabureau en de subsidienemer geïntensiveerd. Hierdoor is informatie gekomen van de uitvoerders van de subsidieprojecten HWBP waarop de prognose 2011 naar beneden is bijgesteld. (– 24 mln.);
  • –  De budgetreeks van de projecten NURG (Nadere uitwerking Rivierengebied) en Keent wordt door middel van een kasschuif (naar latere jaren) aangepast op basis van een door de aannemer, op basis van contract/uitvoeringsplanning, ander gewenst kasritme. (– 19 mln.);
  • –  De taakstelling Kaderrichtlijn water heeft een vertragend effect gehad op de aanbestedingen (– 15 mln.);
  • –  Lagere overheden hebben minder dan voorzien beroep gedaan op bijdrage regeling bestrijding regionale wateroverlast (– 17 mln.);
  • –  Door vertraging bij het publiceren van de 2e tender van de regeling Innovatie KRW/WB21 zijn de subsidiemiddelen later gecommitteerd dan verwacht. Hierdoor verschuiven de voorschotbetalingen;
  • –  De lagere uitgaven 2011 hebben met name betrekking op het project HHS Delfland inzake Delflandse Kust. Deze zijn een gevolg van een planningsaanpassing van de aannemer. Het project zal in 2013 volgens planning worden opgeleverd (– 21 mln.).

Hoofdwatersystemen: Stuwen Lek

Het overschot ontstaat met name bij Stuwen Lek. Begin 2007 is het project Renovatie van de Sluis- en Stuwcomplexen in de Nederrijn en Lek op basis van een D&C contract op de markt gebracht. Vanwege te hoge inschrijvingen is begin 2008 besloten om de aanbesteding te beëindigen. In plaats daarvan is gekozen voor Levensduurverlengend Variabel onderhoud. Voorafgaand aan de renovatie wordt nu een aantal noodzakelijke maatregelen opgepakt om uitval te voorkomen en veiligheid te waarborgen. Deze nieuwe situatie heeft geleid tot een nieuwe kasreeks en tot een onderbesteding in 2011.

HSL/BR: risicoreservering HSL, BR

De risicoreservering voor de projecten is dit jaar niet aangewend. Het budget schuift door naar 2012.

Mega’s niet VenV: Ruimte voor de Rivier

Deze mutatie betreft grondaankopen in het kader van Ruimte voor de Rivier. De grond is nodig voor de waterveiligheid en voor realisatie van de veiligheidsdoelstelling in 2015.

Mega's niet VenV: projecten Grens- en Zandmaas

Deze mutaties is noodzakelijk om aansluiting te krijgen met de reële kasplanning van beide projecten.

PPS contract A59

Met de provincie Noord-Brabant is overeengekomen om de jaarlijkse betaling voor het PPS contract A59 versneld en in één bedrag te betalen.

Reg.lok: RGW Oost, A12 Gouwe

Bij het project Rijn Gouwelijn Oost is 72 mln. onderuitputting, vanwege het opnieuw uitwerken van de plannen door een nieuw college. Het subsidieproject N201 is vertraagt doordat de Provinciale Staten de planning van de mijlpalen hebben aangepast (– 23 mln.). Voor het overige gaat het met name om A12 Parallelstructuur Gouweknoop (– 16 mln.), N201 (– 23 mln.) en Eindhoven-Helmond (– 13 mln.).

Regio specifiek pakket Zuiderzeelijn mobiliteitsfondsen

De bestuursovereenkomst RSP-ZZL met Het Noorden omvat onder andere een mobiliteitsfonds.

De regio heeft aangegeven nog in december een extra storting te doen. Dit ondermeer om met de extra middelen in het fonds financieringsmanagement op het totale pakket aan maatregelen van de RSP-ZZL deal toe te kunnen passen.

Stalen kunstwerken

Het budget 2011 voor stalen kunstwerken is gebaseerd op globale ramingen van het totale project. Inmiddels is er meer inzicht in de daadwerkelijke planning en de bijbehorende meerjarige kostenramingen. Met name op basis van deze inzichten wordt het budget voor 2011 bijgesteld.

Wegen: o.a. A15 Maasvlakte Vaanplein

De onderuitputting is met name veroorzaakt door vertragingen bij de aanleg van het project (86 mln.). Het gaat hier om vertraging op het niet-DBFM deel van de A15 Maasvlakte Vaanplein, dus op zaken als grondaankopen, post onvoorzien en risicoreservering.

Voor het overige gaat het om de som (vertragingen en versnellingen) van diverse projecten. De budgettair belangrijkste zijn A1/6/9 (– 55 mln.), A2/76 Maatregelenpakket Limburg (– 54 mln.), DVM (– 15 mln.), A2 Holendrecht–Oudenrijn (26 mln.), A2 passage Maastricht (23 mln.), ZSM (37 mln.).

Diversen – uitgaven

Deze post bestaat uit meerdere mutaties, met name een onderuitputting bij de Betuweroute, onderuitputting bij de RSP budgetten en onderuitputting bij het ecologisch herstel van het Eem en Gooimeer. Verder heeft er bij Voorjaarsnota een technische kasschuif plaatsgevonden bij het Infrastructuurfonds ten behoeve van optimalisatie van het kasritme van de Staat. Deze mutatie bevat een bijstelling daarvan.

DBFM-omzetting A15 Maasvlakte Vaanplein

Het project wordt als DBFM aanbesteed. Hierdoor worden de budgetten voor 2011 omgezet in een meerjarige reeks waarmee te zijner tijd aan de contractuele betalingsverplichtingen kan worden voldaan.

Betaling aan Prorail – uitgaven

Ontvangsten uit de verkoop van Strukton zijn ingezet om leningen van Prorail af te lossen.

BTW, gebaggerd zand, Walradar Noordzeekanaal

Deze per saldo lagere ontvangsten zijn het gevolg van een lagere terugontvangst van teveel betaalde BTW op de brugverhoging Roosteren/Echt, tegenvallende resultaten bij het vermarkten van gebaggerd zand en anderzijds een niet in de begroting geraamde ontvangst op het project Baggeren Boven- en Beneden Merwede.

Verder wordt 14,2 mln. overgeboekt naar 2012 in verband met lagere ontvangsten op Walradar Noordzeekanaal (als gevolg van vertragingen in de start van dit project) en de overige aanleg ontvangsten (te hoge raming die volgend jaar na analyse zal worden aangepast).

Diversen – niet-belastingontvangsten – beleidsmatige mutaties

De diverse verminderde ontvangsten zijn HHS Delfland, A12 en N57.

Betaling aan Prorail – niet-belastingontvangsten

Ontvangsten uit de verkoop van Strukton zijn ingezet om leningen van Prorail af te lossen.

Diversen – niet-belastingontvangsten – technische mutaties

Dit zijn overboekingen met hoofdstuk 12.

Diergezondheidsfonds

F DIERGEZONDHEIDSFONDS: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

22,0

Technische mutaties

 

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

2,1

 

2,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

2,1

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

24,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

24,1

F DIERGEZONDHEIDSFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

9,1

Technische mutaties

 

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

2,1

 

2,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

2,1

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

11,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

11,2

BTW-compensatiefonds

G BTW-COMPENSATIEFONDS: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

3 025,8

Technische mutaties

 

Niet tot een ijklijn behorend

 

Diversen

0,3

 

0,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,3

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

3 026,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

3 026,0

G BTW-COMPENSATIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

0,0

Waddenfonds

H WADDENFONDS: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

81,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

81,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

81,9

H WADDENFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

0,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

0,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

0,9

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012

5 487,4

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

– 0,5

 

– 0,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Apparaatsuitgaven

– 25,2

Armoedevermindering

– 32,6

Asieltoerekening

16,8

Hiv/aids

21,8

Humanitaire hulpverlening

17,0

Nominaal en onvoorzien

– 34,4

Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

– 49,5

Onderwijs

– 18,7

Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

43,0

Schadeloosstelling veteranen

– 107,2

Schuldkwijtschelding

90,0

Vrijval budget voorziening crisisbeheersingsoperaties

– 33,0

Diversen

12,4

 

– 99,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Koersverschillen

42,5

Diversen

14,0

 

56,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

– 43,5

Stand Najaarsnota 2011

5 443,9

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012

149,7

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Diversen

3,6

 

3,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Koersverschillen

42,5

Diversen

14,0

 

56,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

60,2

Stand Najaarsnota 2011

209,9

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een aparte budgettaire constructie waarin de uitgaven aan Internationale Samenwerking van de verschillende departementen worden gebundeld. Het uitgavenniveau van de HGIS wordt aangepast voor macro-economische ontwikkelingen. Het ODA-deel van het HGIS budget is gekoppeld aan het bruto nationaal product (bnp) en wordt gecorrigeerd voor veranderingen van het bnp. Het non-ODA deel van de HGIS wordt gecorrigeerd voor prijsveranderingen. Het merendeel van de HGIS-uitgaven wordt via de begroting van Buitenlandse Zaken verantwoord.

Apparaatsuitgaven

Het betreft hier een saldo van diverse mutaties. De grootste neerwaartse mutatie wordt veroorzaakt door vertraging in de uitgaven aan ambassadegebouwen en residenties als gevolg van politieke ontwikkelingen in een aantal landen (met name in de Arabische regio) en als gevolg van andere factoren, zoals vertraging met vergunningen. Daarnaast neemt het aantal medewerkers af (zowel op het departement als op de posten) zodat de loonkosten dalen. De loonkosten voor lokaal personeel stijgen als gevolg van de jaarlijkse loon- en prijsbijstelling. Ten slotte is er sprake van voorspoedig verloop van investeringen in de infrastructuur voor informatie en communicatie.

Armoedevermindering

De mutatie in 2011 betreft een saldo en wordt veroorzaakt door de betalingen aan het African Development Fund voor het Multilateral Debt Relief Initiative en Heavily Indebted Poor Countries Initiative eerder te doen dan gepland, en door de overheveling van budgetten van het Bank Netherlands Partnership Programma bij de Wereldbank naar het artikel Beter beschermd en verbeterd milieu. Ten slotte wordt de mutatie beïnvloed door het gebruikelijke parkeerkarakter van het subartikel.

Asieltoerekening

In verband met de lager dan geraamde instroom van asielzoekers worden minder kosten gemaakt in de asielopvang (dit is zichtbaar op de BZK begroting). Zodoende valt ook de ODA-toerekening van deze kosten lager uit en wordt het ODA-budget aangepast.

HIV/Aids

De mutatie betreft een saldo. De stijging van het budget op dit artikel is het gevolg van eerdere betalingen dan gepland aan de WHO/PAHO (6,8 mln.), UNFPA (3 mln.) en het Global Fund to fight Aids, Tuberculoses and Malaria (18 mln.). Daarnaast wordt het budget verlaagd door aanpassing van de liquiditeitsplanning van het Health Insurance Fund (6,2 mln.).

Humanitaire hulpverlening

De verhoging van het budget komt met name door hogere noodhulpuitgaven ten behoeve van Somalië, Soedan en Jemen.

Nominaal en onvoorzien

De middelen op het artikel Nominaal en onvoorzien zijn niet volledig uitgeput en er doet zich vrijval voor.

Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

Door vertragingen in lopende programma’s doet zich in 2011 een onderschrijding voor op de thema’s Kennis en Economische Structuur en Marktontwikkeling. Door de verkoop van aandelen in deelnemingen is er minder budget nodig voor het fonds Minst Ontwikkelde Landen (MOL) bij het FMO.

Onderwijs

De verlaging op dit artikel is voornamelijk het gevolg van verlagingen van de onderwijsbudgetten in diverse landenprogramma’s (21,6 mln.) waaronder Oeganda (4,5 mln.), Zambia (6,1 mln., door vertragingen), Pakistan (9,4 mln.) en Jemen (4,4 mln., in verband met de tijdelijke sluiting van de post). Daarnaast heeft een aantal landen een verhoging aangevraagd op het landenprogramma, waaronder Bangladesh (3 mln.) en Indonesië (0,5 mln.) om betalingen op de doorlopende verplichtingen te kunnen honoreren. Voorts is het budget voor het partnerschapprogramma ILO in 2011 verhoogd (2,8 mln.) omdat een betaling die op basis van de liquiditeitsplannning van het ILO naar 2012 verschoven was toch in 2011 tot uitgaven leidt omdat de lopende projecten spoediger lopen dan eerder gepland.

Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

De verhoging van het budget houdt verband met intensiveringen op het gebied van wederopbouw, onder andere in Afghanistan, Burundi, Congo en Guatemala. Daarnaast is de bijdrage aan de VN voor VN-vredesmissies verhoogd. De oorzaak hiervoor is dat de werkelijke uitgaven voor VN vredesmissies door toename van het aantal internationale conflicten is gestegen. Hiermee wordt ook de Nederlandse bijdrage groter.

Schadeloosstelling veteranen

Ter eenmalige compensatie van veteranen die voor 1 juli 2007 gewond zijn geraakt als gevolg van inzet in voormalig missiegebieden, wordt 107 mln. uit de onderuitputting van de HGIS-voorziening crisisbeheersingsoperaties op de begroting van Defensie overgemaakt naar de reguliere begroting van Defensie.

Schuldkwijtschelding

Mede als gevolg van de onrust na de presidentsverkiezingen in Ivoorkust is het bereiken van het HIPC-eindpunt (Heavily Indebted Poor Countries) vertraagd. Deze vertraging (90 miljoen euro) loopt mee in de post «Onderuitputting diverse begrotingen». De verwachting is dat de uiteindelijke kwijtschelding nu eind 2012 zal plaatsvinden. Omdat schuldkwijtschelding meetelt voor de ODA-prestatie van 0,7 procent BNP, wordt het budget voor ontwikkelingssamenwerking opwaarts aangepast.

Vrijval budget voorziening crisisbeheersingsoperaties

De vrijval doet zich voor vanwege een tragere opbouw van de geïntegreerde politietrainingsmissie in Kunduz, onderuitputting als gevolg van de beëindiging van de Libië-missie en meevallers in de redeployment van materieel uit Uruzgan.

Koersverschillen (uitgaven en ontvangsten)

De mutatie wordt veroorzaakt door een positief resultaat op transacties in buitenlandse valuta met name als gevolg van de EUR-USD schommelingen. De mutatie is zowel aan de uitgaven- als aan de ontvangstenkant verwerkt.

Aanvullende Post Algemeen

ALGEMEEN: UITGAVEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

– 919,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting in enge zin

 

Invulling in=uit-taakstelling

667,0

Uitkering reservering el&i apurement

– 60,0

Diversen

– 14,6

Sociale zekerheid

 

Diversen

7,1

Zorg

 

Diversen

0,0

 

599,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

599,5

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

– 320,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

– 320,0

ALGEMEEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2011

Stand Miljoenennota 2012 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2012

0,0

Stand Najaarsnota 2011 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2011

0,0

Invulling in=uit-taakstelling

Departementen mogen onderuitputting tot maximaal 1 procent van hun gecorrigeerde begrotingstotaal meenemen naar volgend jaar (via de zogenoemde eindejaarsmarge). Om het EMU-saldo in dat jaar niet te belasten, wordt een even grote taakstelling geboekt op de Aanvullende Post (dit heet de in=uittaakstelling). De eindejaarsmarge over 2010 en de in=uittaakstelling zijn bij Voorjaarnota 2011 geboekt. Bij Najaarsnota wordt de in=uit-taakstelling (deels) ingevuld.

Uitkering reservering EL&I apurement

Om het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie in de gelegenheid te stellen toekomstige financiële correcties vanuit de EU op te kunnen vangen is een eerder voor dit doel gereserveerd bedrag nu vrijgemaakt op de aanvullende post. Het betreft correcties op Nederlandse declaraties bij Europese fondsen voor die gevallen, waarbij de uitvoering naar de mening van de Commissie niet conform Europese regelgeving heeft plaatsgevonden en waarbij Nederland geen verdere mogelijkheden meer heeft om het correctiebesluit ongedaan te maken.

Noot 5: Zie de brief aan de Tweede Kamer van 20 oktober jl. met kenmerk FM 2011/9075M, pagina 6 en verder. Zie ook de nota «Financiële stabiliteit, bescherming van spaargeld in het depositogarantiestelsel en het combineren van verschillende bancaire activiteiten binnen een bank» van 7 juli jl. (Kamerstukken II 31 980 nr. 51).