Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

13. RECHTSHANDHAVING EN CRIMINALITEITSBESTRIJDING

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 11 438,5 miljoenart. 13 Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding 27,5%

Algemene doelstelling

Het bestrijden van criminaliteit en terrorisme door een doelmatige en effectieve preventie, rechtshandhaving en sanctietoepassing.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De trend dat de criminaliteit in Nederland daalt, heeft zich ook in 2011 doorgezet (bron: Integrale Veiligheidsmonitor 2010, politiestatistiek 2010). De aanpak van georganiseerde criminaliteit is verder verstevigd. Dat geldt evenzeer voor de bestrijding van cybercrime en financieel-economische criminaliteit. Voor elk van deze onderwerpen is een versterkingsprogramma uitgevoerd door het Openbaar Ministerie (OM) en de politie. Ook het openbaar bestuur speelt een steeds belangrijkere rol bij het tegengaan van dit soort criminaliteit.

Externe factoren

Het goed functioneren van de strafrechtketen wordt mede bepaald door externe factoren. Opvallend is dat, anders dan menigeen verwachtte, de economische crisis en stijging van de werkloosheid geen, althans nog geen, aantoonbaar effect hebben gehad op de criminaliteit. De uitbouw van de ketensamenwerking gaat gestaag voort en uiteraard hebben ook op het internationale vlak in 2011 ontwikkelingen plaatsgevonden. De val van het kabinet Balkenende IV heeft wel op een aantal beleidsterreinen tot een zekere vertraging geleid, omdat bepaalde beleidsdossiers, zoals het drugsbeleid, «controversieel» zijn verklaard tot het moment van aantreden van het nieuwe kabinet.

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

Indicatoren

 

Nulwaarde

 

Doel

 

 Realisatie

   

2012

2014

2015

2011

Gewelddadige vermogenscriminaliteit

         
aantal overvallen1

 2 572

2 100

< 1 900

 

2 275

percentage overvallers dat binnen twee jaar recidiveert2

54% 

nnb

40%

 

PM

percentage bedrijven dat preventieve maatregelen neemt3

73% 

nnb

>85%

 

PM

           

ondermijnende en financieel-economische criminaliteit

         
aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s)4

20% 

27%

40%

40%

30%

           

Afnemen crimineel vermogen

         

crimineel vermogen dat langs strafrechtelijke weg wordt afgepakt

€ 30,8 mln.

€ 35,8 mln.

€ 55,8 mln.

€ 75,8 mln.

€ 28,9 mln.

           

Aanpak cybercrime

         
aantal grote internationale zaken dat wordt opgepakt door het Team High Tech Crime 5

5

8–10

 

20

8

           

Aanpak kinderporno

         
percentage aan OM aan te leveren zaken6.

480 

516

600

 

385

Noot 1: Bron: LORS. Het jaar 2010 wordt als nulwaarde gehanteerd.

Noot 2: Bron: Fijnaut c.s., 2010. In 2012 wordt (cf methodiek Fijnaut) onderzoek gedaan naar recidive van overvallers (binnen 2 jaar) op basis van de gegevens van 2011.

Noot 3: Bron: Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven 2010 (de monitor met cijfers over 2011 verschijnt in de zomer van 2012).

Noot 4: Eind 2009 wordt als nulsituatie gehanteerd. De genoemde percentages gelden nadrukkelijk als globale streefwaarden. Criminele samenwerkingsverbanden zijn namelijk vaak fluïde werkverbanden die in een bepaalde periode actief zijn en geen vaste groepen die kunnen worden uitgedrukt in mathematische rekeneenheden. Voor 2011 was het streefcijfer 24%, de realisatie ligt daar met 30% ruim boven. De cijfers hebben betrekking op het aantal opgestarte en nog lopende opsporingsonderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden, nog niet op het verdere vervolg in de strafrechtelijke keten (veroordelingen).

Noot 5: De gepresenteerde cijfers hebben betrekking op de bedragen die strafrechtelijk zijn ontnomen via de zgn. Plukzewetgeving. Daarnaast worden ook bezittingen en financiële middelen afgenomen via verbeurdverklaring, maar die cijfers zijn in deze tabel niet meegenomen.Bron: KLPD (2011). In 2011 zijn 8 volwaardige high tech crime onderzoeken afgerond en zijn 5 nieuwe onderzoeken opgestart. Vier onderzoeken lopen door naar 2012.

Noot 6: Bron: Jaarbericht OM 2010. De daling ten opzichte van 2011 is vooral te verklaren doordat veel opsporingscapaciteit uit verschillend korpsen is ingezet in de zaak tegen Robert M..

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

Omschrijving

Doelstelling

Start

Afgerond

Vindplaats

Effectenonderzoek ex ante

       

Proces- en effectevaluatie van een in het buitenland effectief gebleken preventieve aanpak van geweld

13.1

2007

2011

www.wodc.nl

         

Overig evaluatieonderzoek

       

Proces- en effectevaluatie Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan

13.1

2010

2011

www.wodc.nl

Evaluatie aanpak huiselijk geweld periode 2002–2011

13.1

2010

2011

www.wodc.nl

Beleidsmonitor bestrijding witwassen

13.3

2010

2011

www.wodc.nl

Handhavingsstelsels

13.3

2011

2011

www.wodc.nl

Monitor experiment inschakeling particuliere forensische onderzoeken

13.3

2010

2012

 

Effectiviteit van opsporingsmiddelen: DNA-V

13.3

2010

2012

1

Effectiviteit van opsporingsmiddelen: ANPR

13.3

2010

2012

Proces- en effectevaluaties gedragsinterventies:

       

– Arva

13.4

   

– CoVa

13.4

2008

2012

 

– Leefstijltraining

13.4

   
2

– Korte leefstijltraining

13.4

2010

2011

www.wodc.nl

– Agressie Regulatie Training in een niet-justitiële setting (scholen)

13.4

2009

2011

www.wodc.nl

Literatuursynthese effectiviteit interventies voor risicogroepen voor geweldpleging

13.4

2009

2011

www.wodc.nl

Evaluatie verplichting tot aangifte door Tbs-kliniek van eenvoudige mishandeling

13.4

2010

2011

www.wodc.nl

Evaluatie verzelfstandiging Van Mesdagkliniek

13.4

2010

2011

www.wodc.nl

Procesevaluaties Justitiële Voorwaarden

13.4

   
3

Procesevaluatie observatieafdelingen Teylingereind

13.4

2009

2011

www.wodc.nl

Evaluatie nieuw slachtofferloket

13.5

2008

2011

www.wodc.nl

Ontwikkelingstraject Monitor slachtofferzorg

13.5

2010

2011

www.wodc.nl

Oorzaken van tegenvallende opbrengsten uit boetes en transacties a.g.v. verkeersovertredingen

13.3

2010

2011

www.wodc.nl

Evaluatie vervroegde invrijheidstelling

13.4

2010

2011

www.wodc.nl

Vraag en aanbod gedragsinterventies

13.4

2010

2011

www.wodc.nl

Monitor nazorg 2009–2010

13.4

2010

2011

www.wodc.nl

Procesevaluatie van de gedragsinterventie Cova+

13.4

2010

2011

www.wodc.nl

Noot 1: Het project is uitgesteld.

Noot 2: Het project is niet doorgegaan.

Noot 3: Noottekst niet aanwezig.

In oktober 2011 is de evaluatie van het landelijk beleid met betrekking tot huiselijk geweld van 2002–2011 gereedgekomen. Uit dit onderzoek blijkt dat er dankzij de in die jaren geleverde inspanningen veel is bereikt om geweld in huiselijke kring in Nederland tegen te gaan. Evengoed blijft een krachtige aanpak nodig; het onderzoek doet daarvoor waardevolle aanbevelingen.

In maart 2011 is de tweede monitor Nazorg ex-gedetineerden gepubliceerd door het WODC. In de monitor wordt de situatie van (ex-) gedetineerden onderzocht op de volgende vijf leefgebieden: ID-bewijs, onderdak, inkomen, schulden en zorg. De tweede monitor Nazorg ex-gedetineerden is grotendeels op dezelfde manier uitgevoerd als de eerste meting, waardoor ook is gekeken naar de verschillende resultaten tussen de twee metingen. In de zomer van 2012 wordt de derde monitor Nazorg ex-gedetineerden opgeleverd.

Voorts heeft het WODC onderzoek verricht naar de volgende onderwerpen:

  • –  evaluatie verzelfstandiging FPC Dr. S. van Mesdag te Groningen (TK 24 587 nr. 453 );
  • –  Tbs-behandeling geprofileerd: een gestructureerde casussenanalyse (TK 29 452 nr. 144);
  • –  evaluatie verplichte aangifte strafbare feiten in de Tbs;

De eerste twee rapporten zijn, voorzien van een beleidsreactie, aan de Tweede Kamer gezonden.

Beleidsmonitor bestrijding witwassenverzameling statistische gegevens tbv FATF-evaluatie

De afgelopen jaren zijn diverse maatregelen genomen ter verbetering van de bestrijding van witwassen. In 2008 verscheen een rapport van de Algemene Rekenkamer (AR) over het bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering. In dat rapport concludeert de AR dat de verantwoordelijke departementen onvoldoende inzicht hebben in de prestaties van de handhaving en dat de Ministeries (Veiligheid en Justitie, Financiën en BZK) onvoldoende regie voeren en sturen op handhavingsprestaties. De nu te ontwikkelen beleidsmonitor heeft als doel deze departementen inzicht te verschaffen zodat de departementen beter in staat zijn om regie te voeren en doelmatiger te sturen op prestaties.

De monitor moet uitvoering geven aan een aanbeveling uit het rapport en beoogt inzicht te bieden in prestaties en middelen. Daarnaast worden binnen de FATF landen onderworpen aan wederzijdse evaluaties. De monitor besteedt aandacht aan de vraag of witwassen door het ingezette beleid meer en beter wordt bestreden en gaat tevens na of middelen effectief worden ingezet. Met het oog op de evaluatie wordt de monitor nader uitgebreid.

Handhavingsstelsels

Aan de hand van wetten (Wetboek van Strafrecht; wetten met een bestuurlijke boete), het beleid (Polaris-richtlijnen, rechterlijke oriëntatiepunten straftoemeting, beleidsregels) en toelichtende documenten heeft in het onderzoek een reconstructie plaatsgevonden van de factoren die de hoogte van boetes en de vormgeving van het boetestelsel bepalen. Daarbij is tevens een vergelijking tussen straf- en bestuursrecht gemaakt.

Monitor experiment inschakeling particuliere forensische instituten

Bij politie, OM, rechtspraak en verdediging is sprake van een groeiende behoefte aan snelle, specialistische en kwalitatief goede forensische dienstverlening. Particuliere instituten kunnen hier een rol van betekenis spelen, ook uit het oogpunt van contra-expertise. Onderzocht wordt het aanbod en gebruik van deze diensten, expertise, doorlooptijden en de kwaliteit van de dienstverlening.

Het experiment heeft een looptijd van twee jaar en is gestart op 1 februari 2010. De evaluatie van het experiment is toegezegd in een brief van de Minister van Justitie aan de Tweede Kamer (TK 31 700-VI, nr. 150). In deze brief is daarnaast een onderzoek toegezegd waarin wordt nagegaan welke instituten de afgelopen jaren al zijn ingezet bij de uitvoering van forensisch onderzoek en welke forensische expertise in dat onderzoek is ingezet. In dat onderzoek wordt ook in kaart gebracht welke voorwaarden er in Nederland gelden op het terrein van kwaliteit, veiligheid en snelheid bij de uitvoering van forensisch onderzoek en hoe experts de effecten en neveneffecten beoordelen van het inschakelen van particuliere en universitaire instituten bij het forensische onderzoek in Nederland. Dit onderzoek is inmiddels in uitvoering. De twee onderzoeken samen moeten een fundament opleveren voor de ontwikkeling van een visie op de vormgeving van forensisch onderzoek op de lange termijn.

Effectiviteit van opsporingsmiddelen

Binnen het Ministerie van Veiligheid en Justitie wordt momenteel een visie ontwikkeld op het thema technologie en opsporing. De bedoeling is om technologie (waaronder cameratoezicht, biometrie, netwerkanalyses en DNA-onderzoek) meer en beter in te zetten in de opsporing. Om na te gaan welke technologieën kansrijk zijn in de opsporing is effectiviteitsonderzoek wenselijk.

Een onderdeel hiervan is het ontwikkelen van methodologie om vast te stellen hoe relatief nieuwe technieken doorwerken in de keten. Door dit steeds op dezelfde manier vast te stellen kunnen technologieën met elkaar worden vergeleken en kunnen gefundeerde (investerings)keuzes worden gemaakt.

Automatic NumberPlate Recognition (ANPR) is een technologie waarbij «intelligente» camera’s worden gebruikt om kentekens van voertuigen vast te leggen. Op dit moment is er weinig zicht op wat ANPR oplevert. Hoewel er tal van aanwijzingen zijn dat ANPR een substantiële bijdrage kan leveren aan de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten, is onduidelijk om welke aantallen het gaat, of hierin nog andere factoren dan ANPR een rol spelen en of de mogelijkheden bij de uitvoering en implementatie optimaal benut worden. Uit dit onderzoek moet blijken welke resultaten er met ANPR behaald kunnen worden. Ook moet duidelijk worden hoe de bijdrage van ANPR aan het ophelderingspercentage verder vergroot kan worden.

Op 1 februari 2005 is de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V) in werking getreden. Op dit moment is er weinig inzicht in wat de wet DNA-V oplevert. Hoewel er tal van aanwijzingen zijn dat de wet DNA-V een substantiële bijdrage levert aan de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten, is onduidelijk om welke aantallen het gaat, of hierin nog andere factoren dan de wet DNA-V een rol spelen en of de mogelijkheden bij de uitvoering van de wet DNA-V optimaal benut worden. Uit dit onderzoek moet blijken welke resultaten er met DNA-onderzoek behaald zijn sinds de wet is ingevoerd. Ook moet duidelijk worden hoe de bijdrage die de wet DNA-V levert aan het opsporingspercentage verder vergroot kan worden. Hierbij wordt ook de ontwikkeling van de groei van de DNA-databank meegenomen.

Daarnaast loopt er nog een evaluatieonderzoek naar opsporingsmiddelen, te weten aftappen.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
           

Realisatie

Begroting

Verschil

   

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 

Verplichtingen

2 349 592

2 722 045

2 938 544

3 075 007

3 160 590

3 015 024

145 566

waarvan garanties

3 631

134

293

286

773 

   
                 

Programma-uitgaven

2 504 516

2 694 104

2 939 067

2 913 129

3 146 012

3 015 024

130 988

               

13.1

Preventieve maatregelen

11 865

15 322

19 315

27 793

33 959

24 499

9 460

13.1.1

Dienst Justis

596

4 313

4 537

9 501

14 944

9 739

5 205

13.1.2

Overig

11 269

11 009

14 778

18 292

19 015

14 760

4 255

                 

13.2

Opsporing en forensisch onderzoek1

72 929

0

0

0

0

0

0

13.2.1

NFI

57 911

0

0

0

0

0

0

13.2.2

Overig

15 018

0

0

0

0

0

0

                 

13.3

Handhaving en vervolging

564 701

716 149

794 078

811 137

836 973

805 007

31 966

13.3.1

Rechtshandhaving

19 774

82 941

115 972

129 084

120 580

139 369

– 18 789

13.3.2

Openbaar Ministerie

544 927

570 903

611 165

615 642

641 026

594 017

47 009

13.3.3

NFI

0

62 305

66 941

66 411

75 367

71 621

3 746

                 

13.4

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

1 793 652

1 886 853

2 055 808

2 000 713

2 072 595

1 989 876

82 719

13.4.1

DJI-gevangeniswezen regulier

1 103 134

1 043 547

1 164 888

1 035 610

1 089 129

996 535

92 594

13.4.2

DJI-Forensische zorg

403 169

532 803

577 162

672 255

675 146

691 467

– 16 321

13.4.3

Reclasseringsorganisaties

148 227

211 715

236 982

241 569

241 589

266 433

– 24 844

13.4.4

SRN – taakstraffen

41 403

0

0

0

0

0

0

13.4.5

CJIB

92 221

93 503

70 050

43 978

60 022

28 340

31 682

13.4.6

Overig

5 498

5 285

6 726

7 301

6 709

7 101

– 392

                 

13.5

Slachtofferzorg

31 001

32 331

33 996

33 072

48 147

48 183

– 36

13.5.1

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

13 334

14 706

15 407

17 384

32 222

26 725

5 497

13.5.2

Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

17 667

17 625

18 589

15 688

15 925

21 458

– 5 533

                 

13.6

Terrorismebestrijding

30 368

43 449

35 870

40 414

0

0

0

13.6.12

NCTb

27 241

40 352

32 697

37 374

0

0

0

13.6.23

IND

3 127

3 097

3 173

3 040

0

0

0

                 
13.74

Vreemdelingenbewaring en uitzetten

255 514

203 288

185 782

167 128

154 338

147 459

6 879

13.7.1

Vreemdelingenbewaring

205 606

160 693

142 443

127 648

119 586

112 227

7 359

13.7.2

Uitzetcentra

49 908

42 595

43 339

39 480

34 752

35 232

– 480

                 

Ontvangsten

841 973

818 542

846 774

842 826

839 386

914 428

– 75 042

Waarvan Boeten en Transacties

718 012

731 143

763 625

746 106

732 241

859 705

– 127 464

Waarvan Pluk-ze

23 572

23 401

39 116

33 885

30 820

30 820

0

Noot 1: In 2007 heeft er een wijziging plaatsgevonden in de budgettenstructuur. Hierdoor is een aantal budgetten verplaatst.

Noot 2: Naar 21.4.1

Noot 3: Overgeheveld naar Begrotingshoofdstuk VI, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Noot 4: Voorheen 15.3.1 en 15.3.2

Financiële toelichting

Verplichtingen

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie op de verplichtingen wordt voornamelijk verklaard door reallocatie van budgetten vanuit andere begrotingsartikelen naar artikel 13. Zie voor een verdere toelichting onderstaande toelichting bij Uitgaven.

Uitgaven

Operationele doelstelling 13.1 «Preventieve maatregelen»

Op dit artikelonderdeel is meer uitgegeven dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere bijdrage aan Justis, extra ontvangen middelen voor de Taskforce overvallen en de bijdrage aan het Centrum Criminaliteitspreventie Veiligheid (CCV).

Operationele doelstelling 13.3 «Handhaving en vervolging»

Op dit artikelonderdeel is meer uitgegeven dan oorspronkelijk begroot. Dit is voor een deel te wijten aan de extra middelen voor het aanpakken van meer misdaadgroepen. Dit moet leiden tot een verdubbeling van gepakte criminele organisaties. De uitbreiding vraagt om extra personele inzet en investeringen en technische voorzieningen zoals het Vastgoed Intelligence Centre (VIC). Ook zijn er aanvullend middelen ter beschikking gesteld voor het bestrijden en vervolgen van misdaden met een groot maatschappelijk effect (High Impact Crime). Dit betreft het aanpakken van kinderporno en roofovervallen maar ook het oplossen van zogenaamde «Cold Cases». Ook zijn extra kosten gemaakt om te zorgen dat slachtoffers beschikken over goede en actuele informatie over de voortgang van dossiers. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar gesteld voor de versterking van de positie van de slachtoffers.

Operationele doelstelling 13.4 «Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties»

Op dit artikelonderdeel is meer uitgegeven dan oorspronkelijk begroot. Dit is met name veroorzaakt door hogere kosten bij de Dienst Justitiële Inrichtingen voor Functioneel Leeftijdsontslag en Tweede Carrière. Daarnaast is aan het CJIB een vordering afbetaald. In het verleden is niet alle productie van het CJIB gefinancierd waardoor een vordering op het moederdepartement is ontstaan van circa € 1,7 miljoen. Deze vordering is in 2011 afgelost zodat het CJIB over voldoende kasmiddelen kan beschikken. Vanwege minder instroom van (verkeers)boetes valt ook de doorbelasting van de administratiekosten lager uit. Hierdoor is een tekort ontstaan op de financiering van het CJIB, waardoor aanvullende bijdrage vanuit het moederdepartement noodzakelijk was.

Ontvangsten

  • •  Het verschil tussen de vastgestelde begroting en gerealiseerde ontvangsten wordt met name verklaard door lagere ontvangsten op Boeten en Transacties. Daar is een tekort ontstaan van circa € 127 miljoen. Het aantal opgelegde (verkeers)boetes is teruggelopen. Verder heeft een aantal technische mutaties plaatsgevonden waardoor meer ontvangsten zijn ontvangen. Zo heeft de DJI de definitieve productiecijfers over het jaar 2010 afgerekend, zodat wordt bekostigd op de geleverde output. Ook zijn er bij de eindafrekening van de subsidies van de drie reclasseringsorganisaties over de jaren 2008 tot en met 2010 middelen teruggevloeid naar het departement.

Operationele doelstelling 13.1

Het voorkomen en verder terugdringen van criminaliteit en het effectief bestrijden van huiselijk geweld.

Doelbereiking

Een effectieve en efficiënte rechtshandhaving is gebaat bij een combinatie van preventie en repressie. Bij preventie van criminaliteit heeft niet alleen de rijksoverheid verantwoordelijkheden, maar ook de samenleving als geheel. Elke burger, elke ondernemer, maar ook elke organisatie en overheid kan bijdragen aan de preventie van criminaliteit.

Instrumenten

De aanpak van geweld

In 2011 is het programma «Expressief geweld in het (semi-)publieke domein» afgerond. In het programma is gewerkt aan de aanpak van geweld in buurten en op scholen door:

  • –  het ontwikkelen van een dadergerichte aanpak voor geweldplegers.
  • –  het stimuleren van buurtbemiddeling, leerlingbemiddeling, gedragscodes, de ontwikkeling van preventieprojecten op scholen en het opzetten van preventienetwerken tegen geweld.
  • –  het treffen van maatregelen tegen risicofactoren voor geweldpleging: alcohol, wapenbezit en schadelijk beeldmateriaal. Zo zijn de consequenties van de invoering van alcoholregistratie door de politie bij geweld inzichtelijk gemaakt, is het NFI gevraagd te onderzoeken wat de drempelwaarden voor alcohol en drugs als strafverzwaringsgrond bij geweld kunnen zijn, is het wettelijk verbod op vlindermessen, valmessen en stiletto's geregeld, zijn checklisten voor preventieve controle op wapens in de horeca en op scholen verspreid en is de naleving van de leeftijdsgrenzen van Kijkwijzer voor films en PEGI voor games aanzienlijk verbeterd.
  • –  de inzet van Agressie Regulatie Training op scholen en het in kaart brengen van effectieve interventies bij de aanpak van risicogroepen voor geweld.

Tegengaan van huiselijk geweld

In 2011 is nadruk gelegd op kinderen in een huiselijk geweldsituatie. Dit betreft zowel kinderen die zelf mishandeld worden, als kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld tussen hun ouders.

Voor de aanpak van kindermishandeling is een nieuw Actieplan aanpak kindermishandeling «Kinderen Veilig» 2012–2016 gereed gekomen (TK 31 015, nr. 69). Uit in 2011 afgerond onderzoek naar de omvang van kindermishandeling blijkt dat er in 2010 naar schatting 119 000 kinderen slachtoffer waren van kindermishandeling. In 2011 ondernomen acties uit het Actieplan zijn:

  • 1.  het meer bekendmaken van ketenpartners met de mogelijkheid en wenselijkheid van het inzetten van huisverbod in geval van kindermishandeling. Daartoe is er onder andere een bijeenkomst georganiseerd in december 2011, in samenwerking met het Ministerie van VWS en de VNG. Grotere bekendheid met het huisverbod maakt dat het middel wellicht vaker wordt ingezet.
  • 2.  het ondersteunen en evalueren van regionale initiatieven voor een nieuwe multidisciplinaire aanpak van kindermishandeling. Op 28 november 2011 zijn de eerste multidisciplinaire centra voor kindermishandeling in Leeuwarden en Haarlem door de Staatssecretarissen van VenJ en van VWS geopend.

Om de steunpunten huiselijk geweld en de advies- en meldpunten kindermishandeling beter op elkaar aan te sluiten is -als eerste stap- de samenwerking tussen beide instanties verplicht gesteld in het wetsvoorstel verplichte meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Het wetsvoorstel voor een verplichte meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling is op 27 oktober 2011 naar de Tweede Kamer gestuurd (TK 33 062, nr. 2).

In 2011 is een nieuwe gedragsinterventie voor daders van partnergeweld ontwikkeld die helaas niet is goedgekeurd door de Erkenningscommissie Gedragsinterventie Justitie. Besloten is daarom de Terugvalpreventietraining Huiselijk geweld die Reclassering Nederland heeft ontwikkeld kwalitatief te laten verbeteren.

In 2011 is een databank met effectieve interventies voor geweld in huiselijke kring gelanceerd. In deze databank zijn methoden uit de praktijk verzameld, inclusief beschrijvingen. Aan de hand hiervan kunnen professionals vaststellen of de methode geschikt is voor hun eigen praktijksituatie. De databank bevat inmiddels 15 interventies.

In het najaar van 2011 is de effectevaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) gestart, in samenwerking met het Ministerie van VWS. Deze effectevaluatie volgt op de procesevaluatie naar de Wth, die eind 2010 gereed is gekomen en die in februari 2011 naar de Tweede Kamer is verstuurd (TK, 28 345, nr. 112).

Aanpak van criminaliteit tegen het bedrijfsleven

Bij de aanpak van criminaliteit tegen het bedrijfsleven lag de nadruk sterk op het terugdringen van winkelcriminaliteit. De eerder opgestarte proeftuinen onder meer gericht op de aanpak van rondtrekkende dadergroepen en interne criminaliteit zijn in 2011 voortgezet. Naast de proeftuinen is er een landelijke vertrouwenslijn voor slachtoffers van afpersing ingericht. Bij de aanpak van transportcriminaliteit is het daarop gerichte convenant in uitvoering. Voor de aanpak van koperdiefstal is een convenant gesloten om het anoniem aanbieden van koper te verminderen en gestolen koper beter op te sporen.

Herziening Toezicht Rechtspersonen

Om de controle op rechtspersonen te verbeteren, is onder het vorige kabinet gestart met het project Herziening Toezicht Rechtspersonen. Dit project heeft onder andere geleid tot de inwerkingtreding van de Wet controle op rechtspersonen op 1 juli 2011. De verklaring van geen bezwaar, die vereist was bij de oprichting en bij een statutenwijziging van een besloten vennootschap of naamloze vennootschap, is komen te vervallen. In plaats daarvan vindt op basis van de nieuwe wet doorlopende screening van rechtspersonen plaats. Deze doorlopende screening maakt het mogelijk om rechtspersonen vaker te controleren op mogelijk misbruik. De controle op rechtspersonen is in 2011 beperkt en beheerst gestart en zal zich de komende jaren verder ontwikkelen en verfijnen.

Verklaring Omtrent het Gedrag

Bij de beoordeling van een aanvraag voor de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) beoordeelt de Dienst Justis of een persoon een relevant antecedent op zijn naam heeft staan, dat een risico oplevert voor een goede uitoefening van de functie of taak.

In 2011 is gestart met de continue screening van taxichauffeurs (in plaats van eens in de vijf jaar) om daarmee te voorkomen dat chauffeurs na het plegen van bepaalde delicten langer dan wenselijk op de taxi blijven rijden.

Mede op basis van de aanbevelingen van de Commissie Gunning naar aanleiding van de Amsterdamse zedenzaak heeft het kabinet besloten een vorm van continue screening tot stand te brengen van personen die werkzaam zijn in de kinderopvang (TK 32 500 VI, nr. 95). In dit verband is ook gestart met het betrekken van justitiële gegevens uit het buitenland bij de beoordeling van de VOG van personen uit EU-lidstaten die in Nederland met kinderen willen gaan werken. Het Europees Parlement heeft op 27 oktober 2011 ingestemd met de richtlijn tot bestrijding van seksueel misbruik en uitbuiting van kinderen, die dient als juridische basis voor de uitwisseling van justitiële gegevens met het buitenland. Vooruitlopend op de definitieve invoering van de richtlijn in 2013 worden justitiële gegevens uit andere EU-lidstaten opgevraagd voor de beoordeling van VOG-aanvragen in enkele gemeenten, waaronder Amsterdam.

Het doel van de Wet bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (Wet Bibob) is te voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert.

Als gevolg van de gewijzigde begrotingspresentatie wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 25 «Veiligheid en bestuur».

Vrijwilligers

Vrijwilligersorganisaties die met kinderen werken, kunnen bij het voorkomen en signaleren van integriteitsschendingen gebruikmaken van het stappenplan en de toolkit «In Veilige Handen». Om te voorkomen dat een begeleider met ongepast gedrag opnieuw bij een (andere) organisatie aan de slag gaat, heeft de vrijwilligerssector zich uitgesproken voor een registratielijst. Op deze lijst worden alleen mensen opgenomen die volgens een vastgestelde tuchtprocedure zijn veroordeeld. In 2011 heeft het College Bescherming Persoonsgegevens toestemming verleend voor het beheren van een dergelijke registratielijst. Aan de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) is een driejarige projectsubsidie verleend voor het opstarten van een registratielijst en het inrichten van een tuchtcommissie. Met ingang van januari 2012 is gestart met het verstrekken van de gratis VOG aan de vrijwilligers die met kinderen werken bij de scouting, sportclubs en werken als begeleiders van jeugdkampen.

Kansspelbeleid

Het kansspelbeleid voorziet in een gereguleerd aanbod van kansspelen en is gericht op het bestrijden van excessen, zoals verslaving, witwassen en andere vormen van criminaliteit. In 2011 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de visie van Veiligheid en Justitie op modernisering van het kansspelbeleid (TK 24 557, nr. 124). Het parlement heeft ingestemd met de hiertoe benodigde wijziging van de Wet op de kansspelen. In april 2012 is de Kansspelautoriteit ingesteld.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Indicator

1. Wapengerelateerd geweld

Wapengerelateerd geweld
         

In %

     

Realisatie

Streefwaarde

Verschil

 

2007*

2010**

2011

2011

 

Incidenten in percentages op scholen

24,0

20

n.n.b.

20,4

 

Rond scholen

18,0

15

n.n.b.

15,3

 

In de horeca

7,0

5

n.n.b.

6,0

 

Rond horeca

23,0

21

n.n.b.

19,6

 

* Bron: SGBO «Wapens weren – onderzoek naar de aanpak van wapenbezit op het voortgezet onderwijs en in de horeca (nulmeting)»

** Bron: BMC «Wapens weren – Onderzoek naar de aanpak van wapenbezit op het voortgezet onderwijs en in de horeca (éénmeting)»

2. Naleving van de leeftijdsgrenzen Kijkwijzer en PEGI

De naleving verschilt per branche, maar is gestegen van gemiddeld 14% in 2008 naar gemiddeld 46,4% bij de laatste meting in september 2011. De doelstelling van gemiddeld 70% is niet gerealiseerd door het achterblijven van onder andere de videotheek- en de warenhuisbranche.

3. Daling criminaliteit tegen ondernemingen.

Daling criminaliteit tegen ondernemingen
         

Doelstelling

 

2007

2008

2009

2010

2011

Diefstal bij detailhandel

1 500 000

1 727 000

1 527 000

1 674 000

1 125 000

Geweld tegen bedrijfsleven (% slachtoffer)

         

– bouw

2,2%

1,8%

1,7%

1,7%

1,5%

– detailhandel

6,7%

5,6%

5,4%

5,9%

5,25%

– transport

7,3%

4,2%

4,6%

5,3%

5,25%

– zakelijke dienstverlening

3,6%

2,8%

2,6%

2,4%

3,0%

– horeca

10%

9,1%

8,0%

8,5%

7,5%

Bron: Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven 2010.

Sinds 2010 wordt de monitor Criminaliteit en Bedrijfsleven om het jaar uitgevoerd. Over het jaar 2011 zijn er geen actuele cijfers beschikbaar.

Kengetallen

4. Integriteit

Integriteit (aantal Bibob-adviezen en Bibob-adviezen ernstig gevaar)
   

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 2011

Aantal adviezen

197

265

237

212

240

400

– 160

Waarvan ernstige mate van gevaar

118

113

100

92

107

n.v.t

n.v.t.

Bron: Justis

Het Bureau Bibob heeft het afgelopen jaar 240 adviezen afgegeven. Dit betekent dat sprake is van een stijging ten opzichte van de afgegeven adviezen in 2010. Tegelijkertijd zijn er minder adviezen aangevraagd dan was begroot voor 2011 mede doordat de voorziene wetswijziging Bibob vertraging heeft opgelopen.

Aantal aangevraagde en geweigerde VOG’s 
         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

2011

Aantal aangevraagde VOG’s

373 072

471 300

460 073

504 033

538 771

500 000

38 771

Waarvan geweigerd in de beschikkingsfase op basis van antecedenten

     

4 064

3 332

3 000

332

Bron: Justis

Operationele doelstelling 13.3

Het bestrijden van criminaliteit door een effectief en doelmatig instrumentarium van opsporing en vervolging

Doelbereiking

In 2011 is een krachtige en noodzakelijke impuls gegeven aan de aanpak van gewelddadige vermogenscriminaliteit (met name overvallen) en criminele jeugdgroepen. Hetzelfde geldt voor de geïntegreerde aanpak van minder zichtbare, maar voor de samenleving en voor de rechtsstaat zeer ondermijnende vormen van criminaliteit zoals georganiseerde misdaad en financieel-economische criminaliteit. Belangrijk thema daarbinnen was de geïntensiveerde aanpak van georganiseerde hennepteelt, die in 2011 en forse impuls heeft gekregen. De geïntegreerde aanpak van georganiseerde en financieel-economische criminaliteit is in 2011 verder uitgebouwd, goede voorbeelden daarvan zijn het succesvol afgeronde project Emergo (aanpak verwevenheid onderwereld en bovenwereld in de binnenstand van Amsterdam) en de eerste resultaten van het in 2011 gestarte aanpak van georganiseerde misdaad in Brabant (B5) waarover de Tweede Kamer is geïnformeerd (TK 29 911, nr. 49). Ook de aanpak van vastgoedfraude en daaraan gerelateerde witwaspraktijken heeft in 2011 veel aandacht gekregen. In de omvangrijke vastgoedfraudezaak «Klimop» heeft de rechter in eerste aanleg inmiddels uitspraak gedaan: op 27 januari 2012 heeft de rechtbank Haarlem tot vier jaar celstraffen opgelegd in de strafzaken tegen 11 verdachten en 4 aan hen gelieerde BV's. De uitvoering van het beleidsprogramma «aanpak misbruik en criminaliteit in de vastgoedsector 2008–2011» ligt op koers. Internationale samenwerking is een steeds vanzelfsprekender onderdeel van de criminaliteitsbestrijding, al is het alleen al omdat veel vormen van criminaliteit grensoverschrijdend van aard zijn. Er is sprake van goede operationele samenwerking met buurlanden maar ook met herkomst- en transitlanden van grensoverschrijdende criminaliteit, daarbij maken Openbaar Ministerie en politie waar nodig goed gebruik van EU-organisaties als Europol en Eurojust en de inzet van gemeenschappelijke onderzoeksteams.

Instrumenten

Versterkingsprogramma’s voor aanpak georganiseerde misdaad, financieel-economische criminaliteit en cybercrime;

Georganiseerde misdaad en financieel economische criminaliteit zijn sluipende bedreigingen voor de integriteit van ons financieel-economische stelsel en ondermijnen het functioneren van de rechtsstaat. Fraude en corruptie tasten het vertrouwen in onze samenleving aan. Witwassen van criminele opbrengsten vormt een bedreiging voor de integriteit van de financiële markten. Veel lokale, zichtbare overlast en criminaliteit zijn een rechtstreeks gevolg van niet zichtbare, criminele organisaties.

  • – 

    Bij de aanpak van georganiseerde misdaad is het accent gelegd op mensenhandel en -smokkel, drugscriminaliteit, (ernstige) milieucriminaliteit, witwassen en cybercrime. Deze prioriteiten zijn opgenomen in de «landelijke prioriteiten» van de politie en het OM voor de periode 2011–2014. Ook in de beleidsbrief voor de bijzondere opsporingsdiensten (2011–2014) zijn doelstellingen geformuleerd voor de aanpak van fraude en ondermijnende criminaliteit.

    Concrete doelstelling is verdubbeling van het aantal aangepakte criminele organisaties, waardoor het percentage aangepakte groepen moet stijgen van 20% (= nulsituatie in 2009) naar 40% (= eindsituatie in 2014), met als tussendoelen: 21,4 % (2010), 24% (2011), 27% (2012), 33% (2013). Deze kwantitatieve doelstellingen zijn opgenomen in de landelijke prioriteiten voor de politie.

  • –  Misdaad mag niet lonen! Om dit motto kracht bij te zetten zijn de afgelopen periode verschillende maatregelen genomen om het afnemen van crimineel vermogen verder te intensiveren. In 2011 is het programma «afpakken» van het OM, de politie en de bijzondere opsporingsdiensten gestart. Er zijn door de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) en de Nationale Recherche (NR) gezamenlijk twee landelijke specialistische teams ingesteld die zich specifiek bezig houden met de aanpak van criminele financiële dienstverleners die faciliteren bij het buiten het zicht van Veiligheid en Justitie brengen van criminele vermogens. In overleg met onder meer de Belastingdienst is de integrale aanpak van afnemen van crimineel vermogen verder ontwikkeld.
  • –  Op 1 juli 2011 is de wetgeving ter verruiming van de mogelijkheden om wederrechtelijk verkregen voordeel af te nemen in werking getreden. Deze wetgeving biedt meer mogelijkheden om in een vroeg stadium beslag te leggen op crimineel vermogen en geeft in executiefase meer opsporingsbevoegdheden om criminele vermogens op te sporen.
  • –  De laatste jaren is veel ervaring opgedaan met de geïntegreerde aanpak van ondermijnende criminaliteit waarbij het gaat om de samenwerking tussen overheidspartijen gericht op de meest effectieve inzet van preventieve, strafrechtelijke, bestuursrechtelijke, civielrechtelijke en/of fiscale instrumenten. De ervaringen met deze aanpak zijn omgezet in structurele voorzieningen. De geïntegreerde aanpak is landelijk geborgd en bestendig gemaakt. Deze samenwerking vindt op vergelijkbare wijze in alle regio’s plaats door middel van de infrastructuur van de RIEC’s (zie ook bij operationele doelstelling 25.1).
  • –  Belangrijk onderdeel van de aanpak van georganiseerde misdaad is het tegengaan van witwassen (het witwassen van misdaadgeld via vastgoedtransacties en de focus op de rol van juridische en financiële dienstverleners). In 2011 is voortvarend uitvoering gegeven aan de maatregelen uit het beleidsprogramma «aanpak misbruik en criminaliteit in de vastgoedsector». Onder andere door het opwerpen van drempels door middel van wet- en regelgeving (de behandeling van het wetsvoorstel informatieplicht derdengeldenrekening notarissen, TK 32 700, nr. 2) en in diverse gezamenlijke projecten van operationele diensten. Ook de eerdergenoemde landelijke opsporings- en vervolgingsteams die zich exclusief richten op de belangrijkste «financiële dienstverleners» dragen bij aan de aanpak van witwasconstructies.
  • –  In februari 2011 is de Nationale Cyber Security Strategie aan de Tweede Kamer gezonden (TK 26 643, nr. 174). Deze strategie richt zich op een integrale aanpak voor cyber security, waarbij ieder z`n eigen verantwoordelijkheid neemt. Dit vormt de uitwerking van de maatregelen uit het Regeerakkoord: het kabinet komt met een integrale aanpak van cybercrime. In het kader hiervan is op 30 juni jl. de Cyber Security Raad geïnstalleerd, waarin wetenschap, publieke en private partijen zitting hebben. Deze Raad zorgt voor samenhang en afstemming in de activiteiten op het terrein van Cyber Security op strategisch niveau. Per augustus 2011 maakt Govcert deel uit van het Nationale Cyber Security Centrum dat per 1 januari 2012 operationeel is.
  • –  Zowel bij de inrichting van het Nationale Cyber Security Centrum als bij het Cyber Security Beeld Nederland en de visie op het brede juridische kader worden de recente ontwikkelingen met betrekking tot cybercrime in het algemeen en de recente digitale inbraak bij DigiNotar specifiek, meegenomen. Waar het gaat om de aanpak van cybercrime is een aantal resultaten geboekt: het organisatie en inrichtingsplan is gereed aan de hand waarvan het team high tech crime bij het Korps landelijke politiediensten (KLPD) uitgebreid wordt. Er is een bedrijvenmeldpunt skimming geopend door de minister, het programma aanpak cybercrime voor de politie wordt gecontinueerd tot 2015 zodat ook tijdens de reorganisatie van de politie een blijvende impuls wordt gegeven aan de versterking van de aanpak van cybercrime en het Openbaar Ministerie sluit in haar planvorming met betrekking tot de aanpak van cybercrime aan bij de ontwikkelingen bij de politie.
  • –  Ten slotte werd eind december, in navolging van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, het Dreigingsbeeld Cybersecurity naar de Tweede Kamer gezonden (TK 26 643, nr. 220).

Programma versterking strafrechtelijke milieuhandhaving (in ontwikkeling)

Binnen het programma «Versterking strafrechtelijke milieuhandhaving» is verder gewerkt aan de uitvoering van acties ter verbetering van de aanpak van zware milieucriminaliteit: verbetering van de sturing op (zware) milieuzaken (instelling Strategische milieukamer en verbetering van het selectieproces binnen politie en Bijzondere Opsporingsdiensten), oplevering van onderdelen van de kwaliteitsmonitor voor de strafrechtelijke milieuhandhaving en een criminaliteitsbeeld, uitvoering van een samenwerkingsproject (proeftuin) in Rotterdam voor de aanpak van zware criminaliteit (thema: EVOA). Verder is gewerkt aan een adequate inrichting van de politiemilieutaak binnen de nationale politie en zijn binnen de politieonderwijsorganisatie de opleidingen t.a.v. milieuhandhaving en -opsporing verbeterd. De Algemene Maatregel van Bestuur Bestuurlijke strafbeschikking milieu  is in werking getreden. In de nieuwe Gerechtelijke kaart is de gespecialiseerde milieurechter opgenomen, omdat versterking van de strafrechtelijke milieuhandhaving alleen zin heeft als ook aan de kant van de bestuurlijke milieuhandhaving de noodzakelijke verbeteringen worden uitgevoerd. Daarom heeft het Ministerie van VenJ samen met het Ministerie van I&M en bestuurlijke partners gewerkt aan de totstandbrenging van Regionale uitvoeringsdiensten, waarin gemeenten, provincies en Rijk een deel van hun milieuhandhavingstaken onderbrengen, en waar sprake is van verbetering van de noodzakelijke afstemming en informatieuitwisseling tussen de bestuurlijke en strafrechtelijk handhaving.

Ontraceerbare veroordeelden

Het TES heeft tot september 2011 enkele duizenden vonnissen onderzocht. 1700 hiervan zijn in behandeling door bijvoorbeeld een EAB-signalering, paspoortsignalering en lopende rechtshulpverzoeken om uitlevering van de getraceerde veroordeelden.

De ervaringen en de resultaten van het TES en van de overeenkomstige teams bij de korpsen, zoals het Team Regionale Opsporing Gesignaleerden (ROG) van het korps Amsterdam-Amstelland, worden uitgewisseld als good practices.

Openbaar Ministerie

Wat betreft de bijdrage van het OM aan de versterking van de aanpak van georganiseerde misdaad, van financieel-economische criminaliteit en van cybercrime wordt verwezen naar de tekst hierover over de versterkingsprogramma’s op genoemde thema’s.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Kengetallen

Productie en prestaties Openbaar Ministerie
         

Realisatie

Begroting

Verschil

Arrondissementsparketten

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 

Rechtbankzaken

             

Afdoeningen

261 500

264 900

260 000

210 100

229 400

250 100

– 20 700

Overdracht aan buitenland

200

200

100

100

100

300

– 200

Onvoorwaardelijk sepot

27 100

31 400

31 200

23 800

30 400

25 100

– 5 300

Transactie, strafbeschikking en voorwaardelijk sepot

73 500

72 800

77 100

60 700

67 100

75 000

– 7 900

Voegen (ter berechting of ad info)

11 600

12 000

8 600

5 100

4 600

12 200

– 7 600

Dagvaarding

149 200

148 500

143 000

120 500

127 200

137 600

– 10 400

w.v. Meervoudige kamer (inclusief economisch en militair)

13 800

14 500

14 800

13 900

15 300

13 100

2 200

Politierechter (inclusief economisch en militair)

121 100

119 600

115 500

96 300

102 000

112 100

– 10 100

Kinderrechter

14 300

14 500

12 700

10 300

9 800

12 400

– 2 600

Interventiepercentage (%)

88

86

87

88

85

90

– 5

Gemiddelde doorlooptijd (vanaf instroom OM in dagen)

137

158

174

171

167

130

37

               

Doorloopsnelheid jeugd binnen 3 maanden afgedaan (%)

77

79

79

81

76

80

– 4

               

Kantonzaken

             

Afdoeningen

268 700

241 000

243 000

209 400

181 100

235 800

– 54 700

waarvan sepot, transactie, strafbeschikking, voegen en overdracht buitenland

104 500

91 400

84 500

45 800

93 800

94 300

– 500

waarvan dagvaarding

164 200

149 600

158 500

163 500

87 300

141 500

– 54 200

               

Mulderzaken

             

Uitstroom beroepen Openbaar Ministerie

376 500

329 500

360 200

313 400

281 400

346 300

– 64 900

               

Hoger beroep (ressortsparketten) (uitstroom)

             

Rechtbankappellen (incl. intrekkingen)

16 100

12 800

13 600

15 700

16 900

14 000

2 900

Kantongerechtsappellen (incl. intrekkingen)

7 900

5 700

4 800

4 900

4 500

5 000

– 500

Mulderberoepen

1 700

1 600

2 300

2 300

1 800

2 300

– 500

Klachten artikel 12 Sv

2 300

2 500

2 400

2 500

2 400

2 600

– 200

Toelichting kengetallen

De productie van het aantal rechtbank- en kantonzaken is lager dan volgens de prognoses werd verwacht. Positieve ontwikkeling is dat de in- en uitstroom van rechtbankzaken in 2011 weer is gestegen, met respectievelijk 8% en 7% ten opzichte van 2010. Hierbij is de toepassing van de strafbeschikking meer dan verdubbeld naar 26 000 zaken.

De dalende trend in de instroom van kantonzaken is voornamelijk het gevolg van de implementatie van de OM-afdoening en het onder vigeur brengen van de WAHV (Wet Mulder) van art. 30 WAM (onverzekerd rijden). Daardoor daalt het aantal zaken dat aan de rechter wordt voorgelegd fors. Het OM zet de strafbeschikking ook in om de voorraden te verminderen. In 2011 zijn onder andere ongeveer 32 000 zittingsgerede zaken omgezet naar een strafbeschikking.

De doorlooptijd van afgeronde rechtbankzaken is per saldo nagenoeg onveranderd. 51% is binnen 180 dagen na het eerste verhoor afgedaan. Achter dit cijfer zitten twee grote bewegingen. Oude voorraden worden weggewerkt. Dit trekt de gemiddelde doorlooptijd van deze zaken omhoog. De invoering van ZSM leidt tot een versnelling van doorlooptijden.

ZSM leidt er ook toe dat zaken die voorheen door de politie werden geseponeerd nu aan de selectietafel door het OM worden beoordeeld en relatief vaak geseponeerd worden.

Daarnaast leidt het wegwerken van oude voorraden tot relatief veel sepots. Deze stijging van het sepotpercentage, alsmede een stijging van het percentage vrijspraken, verklaren de daling in het interventiepercentage.

Prestatiegegevens Financial Intelligence Unit Nederland (FIU NL)
         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 

Aantal ongebruikelijke transacties

214 042

388 800

163 900

183 400

167 200

403 000

– 235 800

Aantal verdachte transacties

45 656

54 600

32 100

29 800

23 200

58 000

– 34 800

Bron: FIU Net

Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie (CIOT)
         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 

Aantal aanbieders

64

101

114

153

172 

160

12 

Aantal v ragen

1 901 024

2 800 000

2 930 941

2 592 320

2 328 595 

3 200 000

– 871 405 

Hit-rate (%)1

84–94

88–94

90–94

93

 91

96

– 5 

Noot 1: Hit-rate is het aantal hits gedeeld door het aantal vragen maal 100%. De hit-rate wordt bepaald door het aantal aangesloten aanbieders, de kwaliteit van de vragen en de kwaliteit van de aangeleverde gegevens. Een hit op een vraag kan een of meerdere antwoorden bevatten.

Bron: Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie

Toelichting kengetallen

De autonome realisatie van de bevragingsmodule van het CIOT is afhankelijk van de behoefte van de (bijzondere) opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten ((B)OID-en).

Volume en prestatiegegevens

Unit Landelijke Interceptie (ULI)
         

Realisatie

 
20071

2008

2009

2010

2011

Aantal telefoonnummers waarvoor een bevel tot aftappen is gegeven

12 491

26 425

24 724

22 006

24 718

Gemiddeld aantal taps per dag

1 681

1 946

2 121

1 635

1 638

Percentage taps op mobiele lijnen

84%

90%

86%

   

Percentage taps op vaste lijnen

16%

10%

14%

   
IP-taps2
     

1 704

3 331

Gemiddeld aantal IP- taps per dag

     

131

339

Aantal aanvragen op historische gegevens3
     
24 0124

49 695

Noot 1: Cijfers over de tweede helft 2007.

Noot 2: Dit betreft zowel Internettaps als emailtaps.

Noot 3: Zoals verkeersgegevens en identificerende gegevens.

Noot 4: Cijfers over de tweede helft van 2010. De cijfers over de eerste helft van 2010 zijn niet betrouwbaar, omdat nog niet alle regiokorpsen al hun historische aanvragen indiende via de ULI

Bron: Korps landelijke politiediensten

Toelichting kengetallen

De jaarlijkse tapstatistieken maken deel uit van het departementaal jaarverslag.

Dit is toegezegd bij brief van 13 november 2007 (TK 30 517, nr. 5) en daaropvolgend bij brief van 27 mei 2008 (TK 30 517, nr. 6)

Ten opzichte van 2010 is het aantal telefoontaps met 12,3% gestegen. Het aantal telefoontaps in 2011 ligt iets onder het aantal van 2009. Het onderscheid tussen vaste telefoonaansluitingen en mobiele telefoons is sinds 2010 komen te vervallen. Door ontwikkelingen in de markt zijn deze gegevens onbetrouwbaar geworden, omdat vaste aansluitingen steeds vaker zijn gekoppeld aan mobiele nummers.

Bij IP-taps gaat het zowel om internettaps als e-mailtaps. In vergelijking met 2010 is het het aantal IP-taps in 2011 bijna verdubbeld. Deze toename is toe te schrijven aan de enorme vlucht van het gebruik van smartphones. Een deel van de IP-taps op smartphones wordt dubbel geteld. De techniek laat het nu nog niet toe om deze cijfers afzonderlijk te meten.

Het WODC heeft het gebruik van de telefoon- en internettap onderzocht. De uitkomsten van dit onderzoek worden aangeboden aan de Tweede Kamer.

FIU-NL is medio 2011 overgegaan op een nieuw ICT-systeem. Voor 2011 zijn de realisatiecijfers conform het nieuwe syssteem opgenomen. Dit zorgt voor een trendbreuk in de cijfers.

Doorontwikkeling Veiligheidshuizen

Om de samenwerking in Veiligheidshuizen daadkrachtig voort te zetten en verder te optimaliseren, geeft het kabinet een impuls aan de doorontwikkeling van Veiligheidshuizen. Via de samenwerking in Veiligheidshuizen wordt ernstige overlast en criminaliteit effectief en slagvaardig aangepakt. Het programma richt zich erop de Veiligheidshuizen en deelnemende organisaties te stimuleren en ondersteunen in het vormgeven en optimaliseren van de integrale probleemgerichte aanpak rond risicogroepen met complexe problematiek. Knelpunten in beleid en regelgeving die belemmerend werken voor de samenwerking, worden opgelost.

Doelstellingen programma Doorontwikkeling Veiligheidshuizen

De inspanningen binnen het Programma richten zich erop dat in 2014 een situatie is ontstaan waarin de Veiligheidshuizen:

  • –  een regionale functie hebben;
  • –  zich primair richten op ernstige overlast;
  • –  multidisciplinair zijn;
  • –  beschikken over heldere afspraken tussen de partners;
  • –  een helder besturingssysteem hebben en hanteren;
  • –  op casusniveau een volledig en integraal beeld hebben;
  • –  (meer) zicht hebben op de effectiviteit van de interventies en maatschappelijk rendement; en
  • –  structureel blijven werken aan innovatieve integrale werkwijzen.

Resultaten in 2011

  • –  Als onderdeel van de bekostiging van de Veiligheidshuizen is de nieuwe verdeelwijze van de structurele VenJ-bijdrage in de laatste fase van ontwikkeling. Deze verdeelwijze, via de 25 regiogemeenten van de veiligheidsregio’s, stimuleert regionalisering en benadrukt de regierol van gemeenten in het Veiligheidshuis.
  • –  Bij 25% van de Veiligheidshuizen is GCOS (Generiek Casusoverleg Ondersteunend Systeem), een informatiesysteem ter ondersteuning van casusoverleggen, inmiddels geïmplementeerd. Bij 35% van de veiligheidshuizen wordt de implementatie voorbereid.
  • –  Er zijn referentieprocessen ontwikkeld voor de vier meest voorkomende casusoverleggen in Veiligheidshuizen. Deze overleggen geven inzicht in de werkzame bestanddelen en betrokkenheid van individuele ketenpartners.

Operationele doelstelling 13.4

Het bestrijden van criminaliteit met een effectieve en doelmatige tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties en maatregelen.

Doelbereiking

Een groot deel van de maatschappelijke overlast als gevolg van criminaliteit wordt veroorzaakt door recidivisten. De aanpak om recidive terug te dringen is persoonsgericht: zowel bij de strafoplegging, de straftoepassing, als bij de nazorg wordt gekeken naar de specifieke problematiek van het individu en wordt bij voorkeur gekozen voor een traject waarbij repressie en preventie hand in hand gaan. Daarbij is het essentieel dat detentie wordt gevolgd door een goed nazorgtraject. Goede nazorg draagt bij aan het verminderen van de lokale overlast en het vergroten van de veiligheid.

Om de recidive te verminderen is verder een nauwe samenwerking tussen verschillende justitiepartners nodig, maar ook met niet-justitiële partners, zoals gemeenten, zorginstellingen en woningcorporaties. Zo worden justitiële en maatschappelijke interventies goed op elkaar afgestemd.

Instrumenten

Ruimere toepassing justitiële voorwaarden

In 2011 is verder ingezet op het beleid ten aanzien van meer voorwaardelijke sancties met bijzondere voorwaarden. De ketensamenwerking is in ieder arrondissement verbeterd, doordat de nadruk meer is komen te liggen op het nakomen van landelijk vastgestelde ketenafspraken en termijnen. De ketenpartners geven zelf aan dat een van de grote winsten van Justitiële Voorwaarden is dat de ketenpartners elkaar beter hebben gevonden. Daarnaast is het meer vanzelfsprekend dat er feedback wordt gegeven. Ook ervaren de ketenpartners dat de kwaliteit in de keten is verbeterd en dat structurele contactrollen zijn ingevuld.

De belangrijkste mijlpalen voor 2011 zijn:

  • –  De wetswijziging van de regeling van de voorwaardelijke veroordeling en de wijziging van de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling treden op 1 april 2012 in werking (TK, 30 300 VI, nr. 164).
  • –  In 2011 heeft voor het eerst een peiling van de kwaliteit van reclasseringsadviezen onder Officieren van Justitie en rechters plaatsgevonden. Deze gaven aan dat de kwaliteit van adviezen sinds de introductie van de nieuwe adviesformats is verbeterd. Ook hebben zij rapportcijfers toegekend aan reclasseringsadvies en aan reclasseringsadvies beknopt, respectievelijk een 7.7 en een 7.1.
  • –  De toezichten duren gemiddeld langer en het mislukkingspercentage daalt.
  • –  Ten opzichte van 2010 is in 2011 het aantal schorsingen van de preventieve hechtenis met bijzondere voorwaarden met 3% gestegen. Het aantal gedetineerden dat naast de algemene voorwaarden ook met bijzondere voorwaarden voorwaardelijk in vrijheid is gesteld is in 2011 met 4% gestegen.
  • –  De groei van het aantal (deels) voorwaardelijke veroordelingen blijft uit. Er zijn twee maatregelen die zien op vergroting van het rendement van het adviesproces:
    • •  doelmatig laten groeien van het aantal adviesaanvragen met 6%;
    • •  stijgen van het aantal geleverde adviesrapporten met concrete bijzondere voorwaarden met 2 procentpunten.
  • –  In het kader van forensische zorg zijn in totaal 4 224 toeleidingen van verslaafden geweest in 2011. Hiermee zijn de groeidoelstellingen behaald.

Tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen

Een eerste vereiste is de beschikbaarheid van voldoende sanctiecapaciteit. In dat kader is in 2009 het Masterplan Gevangeniswezen 2009–2014 opgesteld. Belangrijk elementen van dit masterplan zijn enerzijds de doelmatige benutting van de totale celcapaciteit en anderzijds de regionale plaatsing van gedetineerden, zodat strafproces en reïntegratie beter op elkaar aansluiten. Over 2011 verbleef 63% van de gedetineerden volgens het regionaliteitsbeginsel in een penitentiaire inrichting.

Modernisering Gevangeniswezen (MGW)

De persoonsgerichte aanpak van gedetineerden is de kern van het programma «Modernisering Gevangeniswezen (MGW)», dat in 2011 verder geïmplementeerd is. Die aanpak bestaat onder meer uit regionale plaatsing van gedetineerden, het aanbieden van gedragsinterventies, evenals het aanbieden van een dagprogramma dat maximaal is ingericht op het bevorderen van een succesvolle terugkeer in de maatschappij. In 2011 is binnen MGW meer de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerde bij de resocialisatie komen te liggen.

Het detentie- en re-integratieplan vormt de basis voor de resocialisatie van alle gedetineerden. Bij de invulling van het plan wordt gekeken naar: de criminogene factoren, het gedrag van de gedetineerde, recidive, de motivatie en de zorgbehoefte. Ten behoeve van dit plan is in alle penitentiaire inrichtingen in 2011 een gestandaardiseerde screening ingevoerd met als doel dat uiterlijk tien werkdagen na binnenkomst een conceptplan is opgesteld. Tijdens de detentieperiode wordt dit plan aangevuld.

Daarnaast is een nieuw beleidskader detentiefasering opgesteld (TK 27 270, nr. 61). In de nieuwe opzet worden keuzes voor detentiefasering integraal onderdeel van het detentie- en re-integratieplan en wordt verlof alleen toegekend als daarmee een re-integratiedoel wordt gediend. Maatschappelijke aspecten, zoals de belangen van slachtoffers en nabestaanden, inschatting van het recidiverisico, vluchtgevaar, en (de ernst van) het gepleegde delict dienen expliciet bij deze afweging te worden betrokken.

ISD-Maatregel

Het beleid ten aanzien van (zeer actieve) veelplegers is voortgezet, met name in het kader van de ISD-maatregel (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders).

Nazorg

Het programma «Sluitende aanpak nazorg» is per 1 april 2011 afgerond. Nazorg is nu een integraal onderdeel van de staande organisatie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het Samenwerkingsmodel Nazorg is in 2011 geactualiseerd en herbevestigd. Hierin zijn ook de resultaten van de pilots schuldhulpverlening en arbeidstoeleiding opgenomen. Met het UWV zijn in november 2011 afspraken gemaakt om de (digitale) dienstverlening binnen de PI’s voort te zetten.

Eind 2011 waren er 406 gemeentelijke coördinatoren nazorg werkzaam bij verschillende gemeenten en Veiligheidshuizen. Deze coördinatoren vervullen, samen met de Medewerkers Maatschappelijk Dienstverlening (MMD’ers) binnen het Gevangeniswezen, een spilfunctie in het regelen van nazorg. Om de informatie-uitwisseling tussen het gevangeniswezen en de PI te verbeteren zijn er in het najaar van 2011 «gebruikersbijeenkomsten DPAN» georganiseerd. De uitkomsten hiervan moeten leiden tot een meer gebruiksvriendelijk Digitaal Platform Aansluiting Nazorg (DPAN).

Tot slot zijn er in november van 2011 vier regionale bijeenkomsten Nazorg georganiseerd. Er is een werkwijze «Schuldhulpverlening vanuit detentie» ontwikkeld en een werkwijze «Arbeidstoeleiding vanuit detentie».

Tbs/forensische zorg

Het kabinet zet in op verhoging van kwaliteit en effectiviteit van de Tbs-maatregel (TK 29 452, nr. 138). Gedurende 2011 is dan ook verder gewerkt aan verbetering en veilige tenuitvoerlegging van de Tbs-maatregel. De ministeriële regeling «verlof terbeschikkinggestelden» is gewijzigd vanwege de maatregel «Eén jaar geen verlof». Op grond van deze maatregel is in 2011 18 maal het verlof voor de duur van een jaar ingetrokken, omdat de Tbs-gestelden in kwestie ongeoorloofd afwezig zijn geweest of als verdachte van een strafbaar feit zijn aangemerkt. Verder is samen met vertegenwoordigers van de FPC's een aantal prestatie-indicatoren vastgesteld. De prestaties van de afzonderlijke FPC's worden in 2012 aan ieder van de FPC's teruggekoppeld. Het aantal concludente rapportages van het Pieter Baan Centrum (PBC) nam toe in 2011, ook bij die verdachten die niet meewerkten aan het onderzoek of anderszins moeilijk observeerbaar waren. Met het PBC zijn afspraken gemaakt om de resultaten in 2012 verder te verbeteren.

Vernieuwing Forensische Zorg

Bij de uitvoering van het programma «Vernieuwing Forensische Zorg» in 2011 zijn de volgende doelstellingen behaald:

  • –  het Gevangeniswezen, de Reclasseringsorganisaties en het NIFP zijn voor alle justitiabelen die forensische zorg nodig hebben, gaan werken met een integraal informatiesysteem, dat zorgt voor een betere matching tussen zorgaanbod en zorgvraag;
  • –  vanaf eind 2011 worden alle justitiabelen in zorg geplaatst op basis van een plaatsingsbesluit namens de Minister van Veiligheid & Justitie;
  • –  de facturatie forensische zorgprestaties in Diagnose Behandel- en BeveiligingsCombinaties (DBBC’s) is op gang gekomen;
  • –  de Nota van wijziging bij het wetsvoorstel Forensische Zorg is bij de Tweede Kamer ingediend (TK 32 398, nr. 10);
  • –  het interim-besluit forensische zorg, dat vooruitlopend op inwerkingtreding van het wetsvoorstel forensische zorg een wettelijk kader voor het forensisch zorgstelsel creëert, is per 1 januari 2011 in werking getreden.

Indicatoren

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Ontwikkeling recidive

In de periode van 2002–2010 dient de 7-jaarsrecidive onder ex-gedetineerden te dalen met 10%-punt en de 2-jaars recidive met 7,7%-punt. De WODC-Recidivemonitor is de belangrijkste informatiebron voor de uiteindelijke toets of deze doelstelling is behaald. In de brief aan de Tweede Kamer over sanctietoepassing en recidivebestrijding van 26 oktober 2011 (TK 29 270, nr. 60) is aangegeven dat we op de goede weg zijn. In 2002 bedroeg het 2-jarig recidivepercentage 55,1% en in 2007 49,4%. Er is inmiddels dus al sprake van een daling van 5,7%-punt. In 2013 wordt bekend of de recidivedoelstelling daadwerkelijk is gerealiseerd.

Vernieuwing forensische zorg

Het Programma Vernieuwing Forensische Zorg (VFZ) draagt bij aan vermindering van recidive. Een kwantitatieve indicator om te bepalen of de goede stappen worden gezet, is het aantal beschikbare zorgplaatsen in en ten behoeve van het gevangeniswezen. Evenals in 2010 bedroeg in 2011 het aantal plaatsen 700 in het gevangeniswezen en 320 in de geestelijke gezondheidszorg. De daadwerkelijke bezetting bedroeg in 2011 700, respectievelijk 197.

Justitiële voorwaarden

Kengetallen

     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2008

2009

2010

2011

2011

 
Aantal kandidaten voorwaardelijke invrijheidstelling1

30

430

1 076

1 0082

1 300

– 292

Aantal verslaafden dat onder justitiële voorwaarden naar zorg wordt geleid

3 736

4 000

4 096

4 224

6 0003

– 1 776

             

Instroom toezicht opdrachten reclassering

           

Toezicht schorsing preventieve hechtenis

2 934

3 186

3 608

4 501

   

Toezicht voorwaardelijke veroordeling

10 217

10 558

9 766

9 454

   
Totale instroom reclassering4

13 151

13 744

13 374

13 955

   

Noot 1: De instroom van de v.i. wordt bepaald door het aantal gedetineerden dat de aanvraagprocedure ingaan (kandidaten). Het aantal gedetineerden dat daadwerkelijk met v.i. gaat ligt lager.

Noot 2: Dit betreft een voorlopig aantal, cijfers t/m november 2011

Noot 3: Het begrotingscijfer voor het jaar 2011 is nog gebaseerd op initiële ramingen van extra in te kopen trajecten JVZ op basis van het in 2009 geraamde budget. In 2010 zijn deze ramingen echter bijgesteld omdat bleek dat met het aanbod van circa 4 000 extra trajecten in voldoende mate aan de vraag kon worden beantwoord.

Noot 4: De instroom van toezichtsopdrachten bij de reclassering is verschoven van de voorwaardelijke veroordeling naar de preventieve hechtenis. Dit was op voorhand niet voorzien, de verschuiving komt mede doordat bij de implementatie van de ketenafspraken in eerste instantie is ingezet op het meer toepassen van schorsingen van de preventieve hechtenis met bijzondere voorwaarden. Het algemene beeld van de keten is dat voor de voorwaardelijke veroordeling wordt gewacht op de invoering van de wet voorwaardelijke sancties Stb. 2011, nr. 545. Voor 2012 wordt een groei verwacht van 6 procent op de totale instroom.

Bron: Impactanalyse voorwaardelijke invrijheidstelling 2007 en 2009 en Recidivebrief 2008 (TK 24 587, nr. 299)

Toelichting Kengetal

Het begrotingscijfer voor het jaar 2011 is nog gebaseerd op initiële ramingen van extra in te kopen trajecten JVZ. In 2010 zijn deze ramingen bijgesteld, omdat bleek dat met het aanbod van circa 4 000 extra trajecten in voldoende mate aan de vraag kon worden beantwoord.

Kengetallen

Nazorg

Kengetal

     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2008

2009

2010

2011

2011

 
Percentage screeningen en informatieoverdracht aan gemeenten1

60

80

90

90

100

– 10

Percentage dekking gemeentelijke contactpersonen

75

90

90

90

100

– 10

Noot 1: Bij gedetineerden die korter dan twee weken verblijven, worden alleen naam, adres, woonplaats, datum van binnenkomst en verwachte ontslagdatum doorgegeven.

Bron: voortgangsrapportage VbbV

Toelichting kengetallen

In 90% van de gevallen is tijdig informatie overgedragen aan gemeenten via DPAN. In geval van zeer kortgestraften is screening op de leefgebieden niet haalbaar. In die gevallen wordt alleen melding van detentie gemaakt. Eind 2011 was in 98% van de gemeenten (406) een gemeentelijke nazorgcoördinator werkzaam.

Operationele doelstelling 13.5

Het bijdragen aan de beperking van schade van slachtoffers door een effectieve slachtofferzorg.

Doelbereiking

Op 1 januari 2011 is de Wet Versterking positie slachtoffers in het strafproces (Wet VPS) in werking getreden. Hiermee zijn de rechten van slachtoffers uitgebreid en is de positie van slachtoffers in het strafproces wettelijk verankerd. De dienstverlening aan slachtoffers is verder verbeterd door de komst van het Informatiepunt Detentieverloop (IDV) bij het openbaar ministerie, de uitbreiding van de dienstverlening van Slachtofferhulp Nederland met de voorziening casemanagement voor nabestaanden, die vanaf 2011 als reguliere voorziening beschikbaar is en de landelijke dekking van slachtofferloketten.

Instrumenten

Versterking positie slachtoffers

Met de inwerkingtreding van de Wet VPS is de positie van slachtoffers aanzienlijk versterkt. Volgens de Wet VPS hebben slachtoffers onder andere recht op informatie en correcte bejegening en is het voegingscriterium verruimd. Ook het onderdeel dat ziet op de verplichte verschijning van ouders ter terechtzitting is op 1 januari 2011 in werking getreden.

Meer doelmatigheid in de keten

Ketensamenwerking is essentieel voor een goede dienstverlening aan slachtoffers. Sinds 1 januari 2011 is het IDV operationeel, dat informatie verstrekt over het detentieverloop van veroordeelden aan slachtoffers en nabestaanden van spreekrechtwaardige delicten. Om de juiste informatie te verkrijgen wordt nauw samengewerkt met betrokken organisaties in de strafrechtsketen. Een kwalitatieve monitor (interviews met slachtoffers over de ervaren kwaliteit van de dienstverlening) is ontwikkeld om de uitvoering van de Wet VPS door de strafrechtsketen in kaart te brengen. De eerste resultaten worden in 2012 bekend.

Betere dienstverlening aan slachtoffers

In 2011 is de landelijke dekking van slachtofferloketten gerealiseerd. Hier werken Openbaar Ministerie, Slachtofferhulp Nederland en politie samen en kunnen slachtoffers terecht voor ondersteuning en informatie. Het protocol Maatwerk is van kracht geworden, waarmee een uniforme werkwijze is vastgesteld voor de omgang van Openbaar Ministerie, Slachtofferhulp Nederland en politie met nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Kengetallen

Aantal uitkeringen uit Schadefonds geweldsmisdrijven (SGM)
             

Aantal

         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 

Aantal positieve beslissingen SGM

4 689

4 459

5 459

5 266

4 481

6 4001

– 1919

Noot 1: Kaderbrief SGM 2011

Bron: Jaarverslagen SGM

Toelichting kengetallen

Ten opzichte van 2010 is het aantal positieve beslissingen met circa 15% afgenomen. Het grote verschil ten opzichte van het voor 2011 geraamde aantal laat zich verklaren uit enerzijds de te hoog gebleken raming (gebaseerd op de periode januari tot en met mei 2010) en anderzijds uit méér afwijzingen (in verband met termijnoverschrijding, medeschuld en niet-voldoen aan het criterium «ernstig letsel»).

Aantal slachtoffer-dadergesprekken
             

Aantal

         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 

Aantal slachtoffer-dadergesprekken

366

904

1 050

1 075

1 211

1 250

– 39

Bron: Jaarverslagen Slachtoffer in Beeld

Toelichting kengetallen

De omvang van de dienstverlening door Slachtoffer in Beeld nam in 2011, zoals was voorzien in de ontwerpbegroting, substantieel toe.

Aantal slachtoffers dat juridische ondersteuning ontvangt van Slachtofferhulp Nederland (SHN)
             

Aantal

         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 

Juridische ondersteuning

             
 
1

49 241

42 599

43 311

46 398

43 2002

3 198

Noot 1: Vanwege een gewijzigde registratiewijze zijn cijfers over 2007 niet beschikbaar.

Noot 2: Kaderbrief SHN 2011.

In toenemende mate verschuift de dienstverlening van SHN van vormen van emotionele ondersteuning naar de meer juridische vormen van dienstverlening, als «verhalen schade», «begeleiding in strafproces», «schriftelijke slachtofferverklaring», «spreekrecht» en «voegingscontroles». Ook in 2011 zette deze ontwikkeling zich door.

Aantal slachtoffers dat emotionele ondersteuning ontvangt van Slachtofferhulp Nederland (SHN)
             

Aantal

         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 

Emotionele ondersteuning

1

43 544

39 678

34 471

31 977

34 0002

– 2 023

Noot 1: Vanwege een gewijzigde registratiewijze zijn cijfers over 2007 niet beschikbaar.

Noot 2: Kaderbrief SHN 2011.

Bron: Jaarverslag Slachtoffer in Beeld (2008–2010)

De verschuiving in vormen van dienstverlening heeft zich in 2011 ten aanzien van vormen van emotionele ondersteuning, meer dan was voorzien, voorgedaan.

Aantal slachtoffers dat praktische ondersteuning ontvangt van Slachtofferhulp Nederland (SHN)
             

Aantal

         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

 

Praktische ondersteuning

1

28 910

23 867

35 524

33 557

29 2002

4 357

Noot 1: Vanwege een gewijzigde registratiewijze zijn cijfers over 2007 niet beschikbaar.

Noot 2: Kaderbrief SHN 2011.

Bron: Jaarverslagen Slachtofferhulp Nederland

Toelichting kengetallen

De op basis van de realisatiecijfers over de eerste maanden van 2010 verwachte daling van de omvang van de praktische dienstverlening in 2011 heeft zich in veel geringere mate voorgedaan.

Operationele doelstelling 13.7

Vreemdelingenbewaring: het in detentie houden van personen die niet of niet meer rechtmatig in Nederland verblijven met het oog op het al dan niet gedwongen verlaten van Nederland.

Doelbereiking

De capaciteit voor vreemdelingenbewaring was voldoende om vreemdelingen in bewaring te stellen en te houden indien dit aangewezen was.

Voor een volledig overzicht van de gebleken capaciteitsbehoefte en beschikbaar gestelde capaciteit voor vreemdelingenbewaring wordt verwezen naar de baten-lastenparagraaf van DJI.