Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN

2.1 De beleidsagenda

Voor het Ministerie van Algemene Zaken en de minister-president staan, overeenkomstig artikel 45 van de Grondwet, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan, centraal.

Gezien het demissionaire karakter van het kabinet dat deze begroting opstelt, is de beleidsagenda 2011 technisch ingevuld. Er zal vooral ingegaan worden op relevante beleidsarme ontwikkelingen die de begroting in financiële zin raken.

In de beleidsartikelen wordt, zoals in andere jaren, de relevante financiële en beleidsinformatie die samenhangt met de voorgenomen uitgaven vermeld.

Het Ministerie van Algemene Zaken bestaat voor het grootste deel uit de interdepartementale «shared service» Dienst Publiek en Communicatie (ca. 40%). Voorts uit het bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Rijksvoorlichtingsdienst en het secretariaat Ministerraad (tevens kabinet minister-president). De directe ondersteuning van de Ministerraad en van de minister-president omvat ca. 20% van het geheel. Het Kabinet der Koningin en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten behoren formatief en budgettair eveneens tot de begroting III van het Ministerie van Algemene Zaken. Dit alles wordt ondersteund door bedrijfsvoeringsfuncties.

In de periode 2007–2015 vult het ministerie een personele taakstelling (bezuiniging) in). Gecumuleerd daalt de omvang van ca. 500 fte, bij ongewijzigd beleid, naar ca. 400 fte.

2.2 Beleidsartikel

2.2.1 Algemene beleidsdoelstelling: Het bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid

Omschrijving van de samenhang in het beleid

De verantwoordelijkheid van de minister-president, zoals neergelegd in de Grondwet en diverse regelgeving.

Verantwoordelijkheid

Het in stand houden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad, onderraden, ministeriële commissies enz.

Externe factoren

De coördinerende verantwoordelijkheid van de minister-president heeft een ander karakter dan die van andere ministers met een coördinerende taak. «Eenheid» en «algemeen regeringsbeleid» zijn hier staatsrechtelijke begrippen. Er is geen sprake van een beleidsveld.

2.2.2 Budgettaire gevolgen van beleid

In onderstaande tabel zijn de programma- en de apparaatsuitgaven voor de komende jaren opgenomen.

(x € 1 000)

Het Algemeen regeringsbeleid

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

68 674

75 237

65 167

58 363

57 938

57 715

57 709

Uitgaven

67 903

75 237

65 167

58 363

57 938

57 715

57 709

Programma-uitgaven

             

w.v. juridisch verplicht

 

7 305

7 047

– Coördinatie van het algemeen regeringsbeleid

 

1 154

490

490

508

508

508

– Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid

 

34 679

21 731

21 628

21 628

21 628

21 628

– Bijdragen aan de langeretermijn beleidsontwikkeling

 

790

764

744

624

624

624

               

Apparaatsuitgaven

 

38 614

42 182

35 501

35 178

34 955

34 949

               

Bovenstaande communicatie-uitgaven incl. opdrachten AZ aan de baten-lastendienst Dienst Publiek en Communicatie

 

7 900

23 311

23 308

23 308

23 308

23 308

Ontvangsten

2 879

3 527

3 832

3 767

3 767

3 767

3 767

Een toelichting op de budgettaire gevolgen van het beleid is terug te vinden in de verdiepingsparagraaf 2.4 van deze begroting.

2.2.3 Operationele doelstellingen

2.2.3.1 Operationele doelstelling: Het Algemeen regeringsbeleid

Motivatie

De coördinatie van het algemeen regeringsbeleid kan worden gesplitst in een inhoudelijk aspect en een woordvoeringsaspect. Beoogd worden een adequate ambtelijke ondersteuning van de minister-president (in zijn coördinerende rol) en van de ministerraad, alsmede van de woordvoering daartoe.

Instrumenten

De ambtelijke ondersteuning van de minister-president bestaat uit de inhoudelijke advisering ter voorbereiding van de ministerraad en de onderraden. Deze advisering ligt voor het grootste gedeelte bij het secretariaat Ministerraad, tevens Kabinet van de Minister-President.

De woordvoering is een taak van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). De RVD verzorgt de woordvoering voor de minister-president en de ministerraad.

Ook is de RVD verantwoordelijk voor de communicatie over en de begeleiding van publieke optredens van de Koningin, de Prins van Oranje en zijn echtgenote. Bij de communicatie over deze leden en eventueel andere leden van het koninklijk huis wordt zorg gedragen voor een goed evenwicht tussen tijdige en feitelijke voorlichting enerzijds en bescherming van de persoonlijke levenssfeer anderzijds.

2.2.3.2 Operationele doelstelling: Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid

Motivatie

Er wordt rijksbreed gestreefd naar het versterken van interdepartementale samenwerking op het gebied van communicatie. Kernbegrippen hierbij zijn eenheid in presentatie naar inhoud en vorm, betere beschikbaarheid en toegankelijkheid van informatie, meer samenhang in de publiekscommunicatie en het duiden en gebruiken van signalen uit de samenleving.

Instrumenten

De Voorlichtingsraad, het overleg van directeuren communicatie van alle departementen, formuleert jaarlijks gemeenschappelijke ambities op het gebied van communicatie in zijn Jaarprogramma Gemeenschappelijke Communicatie. Beoogd wordt te investeren in vernieuwing en beheer van de communicatiediscipline om ook in de toekomst goed in te kunnen spelen op ontwikkelingen in samenleving en overheid. Rijks- en kabinetsbrede communicatie en gezamenlijke publiekscommunicatie ondersteunen dat streven.

• Rijks- en kabinetsbrede communicatie

Voor burgers is het van belang dat het kabinet zo eenduidig mogelijk communiceert en dat de Rijksoverheid toegankelijk, herkenbaar en eenduidig is. Hieraan wordt gewerkt door implementatie van de missie en het motto van de Rijksoverheid, de verdere invoering en het beheer van de rijksbrede huisstijl, en door de verdere ontwikkeling en het beheer van de rijksbrede website en het rijksbrede intranet. Missie en motto geven voor een langere periode richting aan de communicatie van de Rijksoverheid. Analyse en onderzoek bevorderen het streven naar samenhang en herkenbaarheid.

• Gezamenlijke publiekscommunicatie

Het snel en goed beantwoorden van de vele vragen die burgers en bedrijven per telefoon, e-mail of brief stellen over het overheidsbeleid, is belangrijk. Vanouds zijn er de informatievoorziening en campagnes van Postbus 51. Met het project Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl (ONS) zijn daar gemeenschappelijke diensten bijgekomen. Deze worden per 1 januari 2011 door de Dienst Publiek en Communicatie uitgevoerd (zie 2.3). De website van Postbus 51 is opgegaan in . Het aantal massamediale campagnes van de Rijksoverheid is de afgelopen jaren bewust verminderd. De mogelijkheden van online communicatie ontwikkelen zich in rap tempo en bovendien maken steeds meer doelgroepen vooral gebruik van online media om zich te informeren. Het is daarom van belang dat de communicatie van de Rijksoverheid zich blijft ontwikkelen en gebruikt maakt van deze online mogelijkheden, ook om te voorkomen dat doelgroepen niet meer worden bereikt. Het gebruik van nieuwe mogelijkheden wordt gestimuleerd en zo nodig wordt er gezamenlijk beleid ontwikkeld. Daarnaast worden de eigen online kanalen (zoals ) verder verbeterd en ontwikkeld.

2.2.3.3 Operationele doelstelling: Het leveren van bijdragen aan de langere termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid

Motivatie

De ontwikkeling van het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in zaken die op langere termijn de samenleving kunnen beïnvloeden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) tracht op een wetenschappelijk gefundeerde manier aan dergelijke inzichten bij te dragen. De WRR heeft tot taak hierbij tijdig te wijzen op tegenstrijdigheden in en te verwachten knelpunten voor het regeringsbeleid, dilemma’s te formuleren over de grote beleidsvraagstukken en beleidsalternatieven aan te dragen. De WRR kan zich bezighouden met alle gebieden van (potentieel) regeringsbeleid.

Instrumenten

• Werkprogramma

In het najaar van 2010 wordt een werkprogramma gepresenteerd voor de jaren 2010 t/m 2012. Mede naar aanleiding van de evaluatie van de vorige raad door de commissie Van Rooy eind 2007, neemt internationalisering een belangrijke plaats in, met name in de onderwerpkeuze en de voorbereiding van de afzonderlijke adviezen, maar ook in de vorm van het onderhouden van het algemene internationale netwerk. Onderwerpen die in dit nieuwe werkprogramma zullen worden opgenomen, zijn o.a. «Markt, staat en samenleving» en «Vertrouwen in de burger.» Het werkprogramma wordt door de raad vastgesteld, na overleg met de Minister-President, die hierover voorafgaand de meningen hoort in de ministerraad.

• Publicaties

Op grond van door de WRR geïnitieerd onderzoek worden rapporten aan de regering uitgebracht waarop een regeringsreactie wordt gegeven. Dit proces kan leiden tot beleidsontwikkeling en wetgeving. Het zal altijd van een politieke afweging afhangen of, en zo ja in hoeverre, inzichten van de WRR doorwerken in beleid en regelgeving. Door hun sectoroverstijgend karakter dragen sommige rapporten bij aan de eenheid van het regeringsbeleid. Achtergrondstudies die in het kader van WRR-rapporten tot stand zijn gekomen, worden als Verkenningen of als Webpublicaties gepubliceerd.

• Bijdrage beleidsdialoog en publiek debat

De WRR brengt naast regeringsadviezen en verkennende studies ook internetpublicaties, essays en wetenschappelijke of opiniërende artikelen in Nederlandse dagbladen uit. Via grote conferenties, expertmeetings en de jaarlijkse WRR-lezing draagt hij ook actief bij aan het verbinden van de werelden van wetenschap en beleid en het creëren van «netwerksynergie» met de adviesorganen en de planbureaus. Naast de regering, ambtelijke en bestuurlijke kaders, de volksvertegenwoordiging, denktanks, adviesorganen en regionale en lokale overheden profiteren ook andere partijen en groepen in de samenleving van WRR-inzichten, zoals non-profit organisaties, het bedrijfsleven, de media en online netwerken. De WRR organiseert bovendien ook thematische of sectorgerelateerde debatten in samenwerking met universiteiten, onderzoeksinstellingen of andere adviesraden. Verder levert de raad een actieve bijdrage aan het maatschappelijke debat door deel te nemen aan en/of te publiceren over door derden georganiseerde bijeenkomsten of online debatten. Aldus agendeert de WRR belangrijke thema’s en stimuleert hij het publieke debat.

Meetbare gegevens

Het functioneren van de WRR kan in beperkte mate kwantitatief worden weergegeven. De beperking van een dergelijk overzicht is dat het meten van zowel wetenschappelijke prestaties als de doorwerking van adviezen in beleid door middel van kwantitatieve outputindicatoren een discutabele zaak blijft. De effecten van het werk van denktanks c.q. brede advies-organen als de WRR zijn immers veelal indirect en pas zichtbaar op de lange termijn.

Jaar1

2007

2008

2009

2010

2011

Rapporten aan de regering

3

3

4

3

2

Verkenningen

4

3

3

4

1

Webpublicaties

23

0

2

8

1

Overige publicaties

5

3

2

2

5

(Grote) Conferenties

9

8

8

6

2

WRR-lezing

1

1

1

1

1

(Verslagen van) Expertmeetings

en debatten (nieuw m.i.v. 2011)

       

8

Noot 1: 2007 t/m 2009 realisatiecijfers, 2010 en 2011 streefcijfers. «Conferenties» worden m.i.v. 2011 uitgesplitst in grote conferenties, de WRR-lezing en Expertmeetings en debatten.

2.3 Baten-Lastendienst Dienst Publiek en Communicatie

2.3.1 Begroting van baten en lasten

De kwaliteit van het rijksbeleid staat of valt bij de uitvoering ervan. Voor de communicatiediscipline is die uitvoering door het Rijk belegd bij de baten-lastendienst Dienst Publiek en Communicatie (DPC). DPC is verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van campagnemanagement, publieksvoorlichting, communicatieadvies en -onderzoek, media-inkoop, centrale distributie en professionalisering.

Met ingang van 1 januari 2011 komt bij DPC het onderdeel «Online» erbij. Dit betreft het beheer van de website , rijksportaal (rijksbreed intranet) en rijksoverheidvideo.

(x € 1 000)
 
20091

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Baten

             

opbrengst moederdepartement

7 391

7 900

23 311

23 308

23 308

23 308

23 308

opbrengst overige departementen

49 318

36 266

26 618

26 618

26 618

26 618

26 618

opbrengst derden

499

550

550

550

550

550

550

rentebaten

10

10

10

10

10

bijzondere baten

Totaal baten

57 335

44 716

50 489

50 486

50 486

50 486

50 486

               

Lasten

             

apparaatskosten

             

– personele kosten

10 402

14 208

15 542

15 539

15 539

15 539

15 539

– materiële kosten

46 953

30 308

34 737

34 737

34 737

34 737

34 737

rentelasten

69

200

210

210

210

210

210

afschrijvingskosten

             

– materieel

7

– immaterieel

overige kosten

             

– dotaties voorzieningen

844

– bijzondere lasten

Totaal lasten

58 275

44 716

50 489

50 486

50 486

50 486

50 486

               

Saldo van baten en lasten

–940

0

0

0

0

0

0

Noot 1: bedragen 2009 zijn realisatiecijfers (slotwet 2009)

Toelichting:

Baten

De opdrachten aan DPC komen in toenemende mate voort uit opdrachten die in shared service voor meerdere of alle opdrachtgevers worden uitgevoerd. Daarnaast voert DPC opdrachten uit voor één opdrachtgever. Geraamd wordt dat in 2011 circa 90% van de omzet uit shared service opdrachten voortkomt. De ingezette bezuinigingen leiden uiteindelijk tot het worden van een 100% shared service organisatie.

Opbrengst moederdepartement

Dit betreft de vergoeding c.q. bijdrage van het moederdepartement voor eigen opdrachten, alsmede opdrachten voortkomend uit de uitvoering van collectieve taken voor de (in de VoRa) samenwerkende departementen, zoals de Postbus 51 publieksvoorlichting, de monitoring van Postbus 51-campagnes en de beschikbaarheid als rijksbreed kennis- en expertisecentrum voor overheidscommunicatie. Verder zijn hierin ook de uitgaven opgenomen voor , rijksintranet en het project digitale nieuwsvoorziening. Tenslotte zijn de structurele opdrachten aan DPC vanuit het jaarprogramma Gemeenschappelijke Communicatie thans onder deze noemer verantwoord; in voorgaande jaren werd dit verantwoord onder «opbrengst overige departementen».

Opbrengst overige departementen

De opbrengst komt naar verwachting hoofdzakelijk uit het in shared service uitvoeren van campagne-management, maatwerk communicatieadvies en -onderzoek en de media-inkoop. Voor een belangrijk deel wordt de opbrengst gebruikt ter dekking van externe kosten die aan de opdrachtgevers worden doorberekend.

Lasten

Personele kosten

De post personeelskosten omvat de kosten van ambtelijk personeel en uitzendkrachten. De toegestane formatie van DPC bedraagt in 2011 max. 205 fte. De toename t.o.v. 2010 met 48,5 fte is het gevolg van de vorming van «Online», de nieuwe rijksbrede shared service bij DPC voor rijksoverheid.nl, rijksportaal en rijksoverheidvideo. Deze 48,5 fte zijn overgeboekt door alle 13 departementen.

Materiële kosten

De materiële kosten hebben voor circa 85% rechtstreeks betrekking op aan projecten en aan media-inkoop verbonden externe kosten die aan de opdrachtgevers worden doorberekend.

De dienst is gehuisvest in panden van het ministerie van Algemene Zaken. De uitgaven voor de gebruikerszaken lopen via de begroting van dit ministerie en worden voor een deel aan het moederdepartement betaald via de vergoeding voor ontvangen diensten. De huisvesting van Algemene Zaken maakt geen deel uit van het rijkshuisvestingsstelsel.

Saldo van baten en lasten

Verwacht resultaat is dat de kosten volledig gedekt worden door de opbrengsten.

2.3.2 Kasstroominformatie

(x € 1 000)
   

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

1.

Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)

– 257

158

158

158

158

158

158

                 

2.

Totale operationele kasstroom

415

                 

–/–

totaal investeringen

+/+

totaal boekwaarde desinvesteringen

3.

Totaal investeringskasstroom

                 

–/–

eenmalige uitkering aan moederdepartement

+/+

eenmalige storting door moederdepartement

–/–

aflossing op leningen

+/+

beroep op leenfaciliteit

4.

Totaal financieringskasstroom

5.

Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4)

158

158

158

158

158

158

158

Toelichting:

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de kapitaaluitgaven en -ontvangsten en geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar komen c.q. zijn gekomen (de herkomst van middelen) en op welke wijze gebruik wordt of is gemaakt van deze kasmiddelen (de besteding van middelen).

2.3.3 Doelmatigheidsinformatie

In onderstaande tabel is informatie weergegeven over de doelmatigheidsindicatoren van DPC.

Doelmatigheidsinformatie DPC

Indicator

Norm 2009

Realisatie 2009

Norm 2010

Norm 2011

Saldo baten en lasten

0%

–1,6%

0%

0%

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

Max. 169

159,5

Max. 158,4

Max. 205

Verhouding direct : indirect personeel

Richting 80 : 20

85 : 15

Richting 80 : 20

Richting 80 : 20

Ziekteverzuimpercentage

Max. 5,5%

4,1%

5,5%

5,5%

Declarabele uren Advies

67% (1 050 uur per jaar per fte)

64%

67% (1 050 uur per jaar per fte)

67% (1 050 uur per jaar per fte)

Declarabele uren Overige diensten

76% (1 200 uur per jaar per fte)

71%

76% (1 200 uur per jaar per fte)

76% (1 200 uur per jaar per fte)

Voldoende klanttevredenheid over de dienstverlening van DPC (1x per 2 jaar)

Opdrachtgevers geven minimaal een waarderingscijfer 7

n.v.t.

Opdrachtgevers geven minimaal een waarderingscijfer 7

n.v.t.

Service niveau telefonie

80% beantwoord binnen 40 sec.

83% beantwoord binnen 40 sec. (gemiddelde beantwoordingstijd is 26 sec.)

80% binnen 40 sec.

80% binnen 40 sec.

Service niveau e-mail

80% binnen 48 uur (zijnde 2 werkdagen)

82% beantwoord binnen 48 uur (gemiddelde beantwoordingstijd is 23 uur)

80% binnen 48 uur

80% binnen 48 uur

Kwaliteitsindicator burgertevredenheid telefonie

7,5

7,6

7,5

7,5

Kwaliteitsindicator burgertevredenheid e-mail

6,5

7,0

6,5

6,5

Kwaliteitsindicator burgertevredenheid internet

7,0

7,6

7,0

7,0

Gebruik van het contactcentrum

Aantallen telefoon: 200 000

412 125

196 000

196 000

 

Aantallen e-mail:

125 000

115 275

101 000

101 000

 

Aantallen internet sessies: 2 000 000

6 315 571

1 500 000 (tot 1 april; daarna via rijksoverheid.nl)

n.v.t.

Klanttevredenheid dienstverlening door Academie voor Overheidscommunicatie

Cursisten geven een 7 of hoger als waarderingscijfer

7,6

7,5

7,5

Financieel voordeel collectieve inkoop van mediaruimte (versus afzonderlijke inkoop door ministeries)

Kostenbesparing van 25% bij inkoopvolume van € 90 mln.

32% bij inkoopvolume van

€ 104 mln.

25% bij inkoopvolume van € 90 mln.

25% bij inkoopvolume van € 90 mln.

De indicator «gebruik van het contactcentrum» betreft een prognose van de aantallen verwachte telefoongesprekken, e-mails (zonder protestmail) en internetsessies.

2.4 De verdiepingsparagraaf

2.4.1 Bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid

Opbouw verplichtingen/uitgaven (x € 1 000)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

78 262

71 992

60 550

54 969

54 534

54 341

 
               

Mutaties eerste suppletore begroting 2010

 

3 118

–49

–258

–240

–240

–240

               

Nieuwe mutaties:

             

1. Extrapolatie 2015

           

54 341

2. Prijsbijstellingsronde 2010

   

304

255

253

252

252

3. Doorberekening prijsbijstelling aan KdK en CTIVD

   

–9

–9

–9

–9

–9

4. Bijdrage BZK ter versterking CIO-functie

 

150

150

       

5. Vermindering formatie AZ

   

–90

–155

–155

–155

–155

6. Bundeling online-communicatietaken Rijk bij DPC

   

3 786

3 786

3 786

3 786

3 786

7. Meldpunt burgercontact van BZK naar DPC

   

60

60

60

60

60

8. Investering in rijksbrede energiebesparing

       

–6

–35

–41

9. Aandeel KdK in eindejaarsmarge AZ 2009

 

–23

         

10. Overige mutaties 2011 e.v.

   

465

465

465

465

465

11. Taakstelling rijksdienst

     

–750

–750

–750

–750

Stand ontwerpbegroting 2011

 

75 237

65 167

58 363

57 938

57 715

57 709

Toelichting:

  • 2.  Dit betreft de ontvangen jaarlijkse prijsbijstelling, waarbij het bedrag voor 2010 niet aan de departementen is uitgekeerd.
  • 3.  Dit betreft de doorberekening van de ontvangen prijsbijstelling aan het Kabinet der Koningin (KdK) en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTIVD).
  • 4.  Dit betreft de tweede en laatste tranche van de bijdrage die BZK aan de departementen beschikbaar heeft gesteld voor de versterking van de functie van «chief information officer» (CIO).
  • 5.  In de personele uitgaven van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) voor de voorlichting aan de media op het gebied van het Koninklijk Huis wordt in de komende jaren een ombuiging gerealiseerd.
  • 6.  Met ingang van 2011 komt bij de Dienst Publiek en Communicatie (DPC) het onderdeel «Online» erbij. Dit betreft het beheer van de website rijksoverheid.nl, rijksportaal (rijksbreed intranet) en rijksoverheidvideo. Nagenoeg alle departementen hebben hun personele uitgavenbudget dat verbonden is aan deze communicatieactiviteiten, inmiddels overgeboekt naar het Ministerie van Algemene Zaken.
  • 7.  Het Ministerie van BZK laat de taak 1e lijns meldpunt burgercontacten voortaan uitvoeren door DPC.
  • 8.  Dit betreft de investeringsbijdrage van AZ in het rijksbrede energiebesparingprogramma Groene Technologie. In de periode 2016 t/m 2020 (einde project) bedraagt de bijdrage van AZ € 50 per jaar.
  • 9.  Dit betreft de doorboeking van het deel van de bij eerste suppletore begroting 2010 ontvangen eindejaarsmarge 2009 dat voor het Kabinet der Koningin bestemd is.
  • 10.  Een noodzakelijke bijstelling van het uitgavenbudget wordt gedekt uit hogere ontvangsten uit de jaarvergoeding door DPC voor de dienstverlening door AZ (425) en uit verhoging van de personeelsbijdrage voor het parkeren bij AZ (40).
  • 11.  Het kabinet heeft in het aanvullend beleidsakkoord een besparing van 3,2 miljard verondersteld uit hoofde van loonmatiging. Omdat loonmatiging niet in de veronderstelde mate is opgetreden, neemt het Kabinet zijn verantwoordelijkheid en kiest het voor een alternatieve invulling. Deze invulling wordt verder toegelicht in de Miljoenennota.
Opbouw ontvangsten (x € 1 000)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

3 007

3 527

3 457

3 457

3 457

3 457

 
               

Mutaties eerste suppletorebegroting 2010

 

               

Nieuwe mutaties:

             

1. Extrapolatie 2015

           

3 457

2. Vermindering formatie AZ

   

–90

–155

–155

–155

–155

3. Overige mutaties

   

465

465

465

465

465

Stand ontwerpbegroting 2011

 

3 527

3 832

3 767

3 767

3 767

3 767

Toelichting:

  • 2.  In de personele uitgaven van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) voor de voorlichting aan de media op het gebied van het koninklijk huis wordt in de komende jaren een ombuiging gerealiseerd. Omdat deze uitgaven worden doorbelast aan hoofdstuk I Begroting de Koning, worden de ontvangsten op h.III navenant verlaagd.
  • 3.  De raming wordt verhoogd vanwege extra ontvangsten uit de jaarvergoeding door DPC voor de dienstverlening door AZ (425) en uit de hogere personeelsbijdrage voor het parkeren (40).