Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Beleidsartikel 2: Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur

Procentuele verdeling uitgaven 2011 per operationele doelstelling

A. Algemene toelichting beleidsartikel

Omschrijving

De veiligheid om ons heen is kwetsbaarder dan we soms denken. We zien de opmars van niet-statelijke actoren: terroristische bewegingen, piraten, drugskartels, illegale wapenhandelaren. Groepen die destabiliseren, zoals Al Qaida en de Somalische piraten hebben laten zien. Van risico’s die we eerder ook al kenden, gaat nu een ander gevaar uit. Denk aan de verspreiding van nucleaire technologie en nucleair materiaal. Ook de gevolgen van klimaatverandering, zoals verwoestijning, de toenemende schaarste van energie, voedsel en water kunnen leiden tot massale migratie en gemakkelijk conflicten veroorzaken. Nederland is zeker niet onkwetsbaar voor deze ontwikkelingen, vanwege onze open samenleving en onze open economie.

Deze meerdimensionale uitdagingen van de 21e eeuw moeten we eerst en vooral gezamenlijk aanpakken. Internationale samenwerking dus. Er zullen situaties zijn waarin een beroep wordt gedaan op onze Nederlandse militaire capaciteit om onze collectieve veiligheid te waarborgen en de internationale rechtsorde te bevorderen. Daarnaast zullen defensie, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking ook steeds meer geïntegreerd worden ingezet. Veiligheid is immers niet alleen een militaire aangelegenheid. Het betekent ook dat we voorwaarden willen creëren waarin burgers in veiligheid kunnen leven en een bestaan kunnen opbouwen, doordat de regering burgers beschermt en de principes van goed bestuur volgt; of dat burgers na een ramp zo spoedig mogelijk hulp ontvangen, zodat ze aan hun primaire levensbehoeften kunnen voldoen en ze zo snel mogelijk kunnen beginnen met wederopbouw. In veel landen zullen alleen op deze manier de Milleniumdoelstellingen worden bereikt. Nederland is een belangrijke internationale speler op al deze terreinen en zal deze rol ook in 2011 blijven vervullen.

Ministeriële verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

  • •  Coherentie en consistentie van de Nederlandse inzet in de relevante internationale fora, als de EU, VN, NAVO en OVSE;
  • •  Eerst verantwoordelijke, in nauwe afstemming met de minister van Defensie, in de artikel 100-procedure voor de wereldwijde inzet van de krijgsmacht in crisisbeheersingsoperaties;
  • •  Inzet van fondsen en middelen ter bevordering van grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur;
  • •  Samen met de minister van Economische Zaken: een restrictief en transparant wapenexportbeleid;
  • •  Energievoorzieningszekerheid; op dit dossier trekken de Ministeries van Economische Zaken en van Buitenlandse Zaken gezamenlijk op. De verantwoordelijkheid voor het energiebeleid inclusief de internationale component berust bij het Ministerie van Economische Zaken, terwijl het Ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken is op grond van zijn verantwoordelijkheid voor geopolitieke, veiligheidspolitieke en ontwikkelingspolitieke vraagstukken. Daarnaast is het Ministerie van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor de algehele samenhang in het Nederlands buitenlands beleid.

Externe factoren

  • •  Het ontstaan en/of escaleren van crisissituaties is vaak onvoorspelbaar; inzet van mensen en middelen gedurende het jaar kan daardoor deels anders worden dan voorzien in deze begroting.
  • •  De inzet van multilaterale organisaties is een samenspel van alle lidstaten gezamenlijk; Nederland bepaalt daar niet alleen het beleid.

B. Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de nationale en bondgenootschappelijke veiligheid

Beoogde beleidseffecten

  • •  Een toename van veiligheid en stabiliteit in alle dimensies: niet alleen in politiek-militaire zin, maar ook met betrekking tot democratie, rechtstaat en mensenrechten.
  • •  Nederland is zo goed mogelijk voorbereid op bestaande dreigingen enerzijds en op onvoorspelbare ontwikkelingen en nieuwe dreigingen anderzijds.
  • •  Een NAVO, EU en OVSE die capaciteiten hebben voor de veiligheidsuitdagingen van nu.
  • •  Een NAVO en EU die hun relatie met strategisch belangrijke partners verder ontwikkelen.
  • •  Een NAVO en EU die bijzondere aandacht besteden aan civiel-militaire samenwerking en bijdragen aan een geïntegreerde aanpak van crisisbeheersing2.

Te realiseren prestaties

  • •  Uitvoering geven aan het nieuwe Strategisch Concept van de NAVO met nadruk in 2011 op:
    • –  verdere hervorming en transformatie van de NAVO, waarbij Nederland inzet op een geïntegreerde aanpak van crisisbeheersing en een versterkte samenwerking met de EU en andere strategische partners;
    • –  verdere afspraken ten aanzien van solidariteit;
    • –  een voortgezet open deur-beleid dat gebaseerd blijft op individuele prestaties van kandidaat-toetreders en hun bijdrage aan veiligheid en stabiliteit, wat zijn weerslag vindt in de besluiten van de Noord Atlantische Raad (NAR) ter zake;
    • –  bevorderen van een goede relatie van de NAVO met Rusland, onder andere door het organiseren van bijeenkomsten van de NAVO-Ruslandraad;
    • –  bevordering van verdere stappen op het gebied van conventionele wapenbeheersing en mondiale nucleaire ontwapening, mede door Nederlandse initiatieven;
    • –  uitwerken van een mogelijk besluit betreffende raketverdediging ter bescherming van de bevolking en het NAVO-grondgebied;
    • –  bijdragen aan het inhoud geven aan een nieuw NAVO-kernwapenbeleid, door actieve Nederlandse participatie in de relevante fora.
  • •  Versterking van de Europese capaciteit voor crisisbeheersingsoperaties, waarbij Nederland vooral inzet op:
    • –  verdere ontwikkeling van militaire en civiele capaciteiten, en besluitvorming daarover;
    • –  versterking van civiel-militaire samenwerking, te zien in operaties in het veld;
    • –  samenwerking met derde landen in het Europese gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid (GVDB).
  • •  Een effectievere OVSE, waarbij Nederland zal blijven investeren in:
    • –  de geïntegreerde benadering van veiligheid met aandacht voor mensenrechten en democratie;
    • –  de veldpresentie van de OVSE, en daar waar nodig ook mankracht voor vrijmaakt;
    • –  het bijdragen aan een constructieve dialoog over Europese veiligheid in OVSE-kader met daarbij aandacht voor de integrale benadering van veiligheid.
  • •  Bijdragen aan toenemende synergie tussen de inspanningen van internationale organisaties op het terrein van crisisbeheersing, vooral tussen EU, NAVO en VN, onder andere door dit onderwerp in de relevante fora consequent ter sprake te brengen.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

De Nederlandse inzet in multilaterale onderhandelingen is gericht op bovengenoemde beoogde prestaties en beleidseffecten. Het uiteindelijke resultaat wordt bepaald door de inzet van alle 28 (NAVO), 29 (NAVO Rusland Raad), 27(EU) of 56 leden (OVSE). Nederland neemt actief deel aan multilaterale onderhandelingen en neemt initiatieven zoals de indiening van discussiestukken, organisatie van seminars, gerichte bilaterale consultaties met relevante landen en ondersteuning van beleid via projectactiviteiten en subsidies.

Nederland richt zich daarbij vooral op de samenwerking met gelijkgezinde partners. Ter versterking van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) zal Nederland ook zelf werken aan een verbeterde uitzending van civiele experts. Wat betreft betere samenwerking tussen de EU en de NAVO zal Nederland zich vooral blijven inzetten voor intensievere samenwerking op het terrein van capaciteitsontwikkeling en in operaties.

Nederlandse aandacht voor mensenrechten en democratie binnen de OVSE zal tot uiting komen in onder meer politieke en financiële ondersteuning van het Office for Democratic Institutions and Human Rights (ODIHR). Daarnaast zullen wij blijven investeren in de detachering van Nederlanders bij de OVSE om zo de veldpresentie van de OVSE te behouden. Ten behoeve van de constructieve dialoog over de Russische voorstellen over Europese veiligheid zal Nederland zich ten slotte sterk maken voor goede coördinatie tussen de standpunten van NAVO-bondgenoten en EU-lidstaten.

De financiële inzet bij deze operationele doelstelling bestaat uit de reguliere Nederlandse bijdrage aan de NAVO (EUR 6,2 miljoen in 2011) en de bijdrage aan de nieuwbouw van het NAVO hoofdkwartier (EUR 6,8 miljoen in 2011). Daarnaast valt hieronder onder meer de subsidie aan de Atlantische Commissie (EUR 0,5 miljoen). Ten slotte wordt hier het budget verantwoord voor het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (het gedeelte voor veiligheidsbeleid) en het Veiligheidsfonds (totaal EUR 3 miljoen in 2011).

Operationele doelstelling 2.2

Bestrijding en terugdringing van het internationale terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit

Beoogde beleidseffecten

  • •  Versterking van de terrorismebestrijdingcapaciteit (o.a. politie en justitie) in voor Nederland prioritaire regio’s (de Westelijke Sahel en andere regio’s in Afrika en Oost-Azië) en derde landen (met name Jemen en Pakistan), waarbij internationaal recht en mensenrechten een centrale plaats innemen.
  • •  Financiering van terrorisme wordt tegengegaan via verdere verbetering van de procedures (in het bijzonder wat betreft de rechtsbescherming) en de plaatsing op (en verwijdering van) organisaties en personen op terrorismelijsten.
  • •  Het in 2010 opgerichte antiterrorisme instituut (International Centre for Counter-Terrorism ICCT) draagt bij aan de verdieping van het internationale beleid ter bestrijding van terrorisme.
  • •  Verhoogde internationale samenwerking, bilateraal en multilateraal, inclusief de EU en VN, om internationaal terrorisme, drugshandel en mensenhandel tegen te gaan, in het bijzonder met betrekking tot voor Nederland prioritaire regio’s en derde landen.
  • •  Groter draagvlak binnen de VN en de EU voor de uitgangspunten van het Nederlandse drugsbeleid, in het bijzonder het concept harm reduction.

Te realiseren prestaties

  • •  Realisering van projecten en programma’s gericht op de versterking van de capaciteit in voor Nederland prioritaire landen in Afrika en Azië, om terrorisme te voorkomen en te bestrijden en radicalisering tegen te gaan, in overeenstemming met internationaal recht en mensenrechten.
  • •  Bijdragen aan de verdere verbetering van de transparantie en rechtsbescherming met betrekking tot de terrorismelijsten van de EU en de VN, waarin de in 2010 benoemde Ombudspersoon conform VNVR-resolutie 1904 (2009) een belangrijke rol zal spelen.
  • •  Conform het nationaal protocol totstandkoming en beëindiging van bevriezingsmaatregelen terrorisme, worden de door Nederland aangedragen listings op geregelde basis (tenminste eens per half jaar) getoetst.
  • •  Nederland draagt bij aan de uitvoering van het EU-actieplan ter bestrijding van terrorisme en het EU-actieplan om radicalisering en rekrutering tegen te gaan door bij te dragen aan de inspanningen van de EU op genoemde terreinen.
  • •  Nederland draagt bij aan de uitvoering van de Global UN Strategy for Counter-Terrorism – in september 2010 tijdens de tweede review herbevestigd, in het bijzonder door ondersteuning van de VN Counter Terrorism Implementation Task Force (CTITF).
  • •  Mede door Nederlandse inbreng een eensgezind en constructief EU-optreden in de voortgaande onderhandelingen over het Alomvattend VN Terrorismeverdrag.
  • •  Nederland pleit in multilaterale en bilaterale dialoog voor bredere ratificatie van het VN-verdrag betreffende grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en de bijbehorende protocollen, in het bijzonder het VN-Mensenhandelprotocol.
  • •  In de relevante internationale fora (o.a. EU en VN) en door middel van publieksdiplomatie wordt het Nederlands drugsbeleid uitgedragen, onder meer om meer draagvlak te creëren voor harm reduction.
  • •  Realisering van projecten en programma’s gericht op de versterking van de capaciteit voor de bestrijding van internationale drugshandel in voor Nederland prioritaire regio’s (West-Afrika, Latijns-Amerika en de Cariben), en van samenwerkingsprojecten met de belangrijke herkomstlanden van slachtoffers van mensenhandel in Nederland, waaronder Roemenië, Bulgarije en Nigeria.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

Ter realisering van bovenstaande prestaties wordt gebruik gemaakt van een veelvoud aan instrumenten:

  • –  bilaterale diplomatie, in het bijzonder om in de dialoog met derde landen, o.a. door middel van contraterrorisme-clausules, aan te dringen op ratificatie en uitvoering van de VN-terrorismeverdragen met eerbiediging van de mensenrechten;
  • –  multilaterale diplomatie, zowel in EU- als VN-verband om partners te winnen voor onze standpunten;
  • –  inzet van ons postennetwerk, in het bijzonder in de landen waar de onderwerpen tegengaan van terrorisme en drugs- en mensenhandel van specifiek belang zijn;
  • –  coalitievorming en versterking van de onderlinge coördinatie onder gelijkgezinde landen, in het bijzonder landen die dezelfde visie hebben op capaciteitsopbouw van terrorismebestrijding in derde landen, inclusief de impact van OS-inspanningen op het tegengaan van radicalisering;
  • –  financiering van de VN en NGO’s ter bevordering van capaciteitsopbouw, regionale en internationale samenwerking;
  • –  vertrouwelijke en geduide (in context geplaatste) informatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten AIVD en MIVD.3

De financiële inzet die op dit subartikel wordt verantwoord is de jaarlijkse subsidie van EUR 0,5 miljoen aan het ICCT. De projecten en programma’s die hierboven worden genoemd worden grotendeels gefinancierd uit het stabiliteitsfonds en het POBB. De budgetten voor deze fondsen worden op respectievelijk artikel 2.5 en 2.1 verantwoord.

Operationele doelstelling 2.3

Bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens en bevordering van ontwapening

Beoogde beleidseffecten

  • •  Het wereldwijde regime voor nucleaire, chemische en biologische non-proliferatie is versterkt, zowel doordat meer landen zich aansluiten bij de relevante verdragen, als door de goede naleving van deze verdragen.
  • •  Er worden nieuwe stappen gezet op het terrein van nucleaire ontwapening, vooral ook op het gebied van de niet-strategische kernwapens (zie ook OD 2.1), met een kernwapenvrije wereld als uiteindelijk doel.
  • •  Verdere vooruitgang op het gebied van nucleaire, maar ook biologische en chemische, beveiliging, om te voorkomen dat chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair (CBRN-)materiaal in handen van terroristen valt.

Te realiseren prestaties

  • •  Bijdragen aan de versterking van het nucleaire non-proliferatiestelsel, waarbij Nederland zal inzetten op betere naleving door Iran en Noord-Korea van het Non-proliferatieverdrag (indien nodig door verdere sanctiemaatregelen te ondersteunen), bevordering van inbedding van India, Pakistan en Israël in het mondiale non-proliferatiestelsel, versterking van de rol van het IAEA, bespoediging van inwerkingtreding van een Comprehensive Test Ban Treaty (CTBT) en de totstandkoming van een Fissile Material Cut-Off Treaty (FMCT).
  • •  Nederland neemt actief deel aan verschillende internationale discussies en onderhandelingen over de totstandkoming van nucleaire ontwapening, vooral op het gebied van de niet-strategische kernwapens.
  • •  Bijdragen aan versterkte beveiliging van nucleair materiaal wereldwijd door de afspraken gemaakt tijdens de Nuclear Security Summit (NSS, in 2010) in de relevante fora verder uit te bouwen.
  • •  Bijdragen aan het slagen van het Biologische en Toxische Wapens Verdrag (BTWC) in 2011, door een actieve rol in de onderhandelingen te spelen (indien mogelijk als voorzitter).
  • •  Uitdragen van de doelstellingen van de Chemische Wapens Conventie (CWC) en het leveren van een Nederlandse financiële bijdrage aan de vernietiging van chemische wapens in Rusland en voormalige Sovjetrepublieken.
  • •  Tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Nucleair Suppliers Group zijn verdere stappen gezet in het aanscherpen van exportrichtlijnen voor proliferatiegevoelige goederen en technologieën.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

Instrumenten voor bovenstaande prestaties zijn contacten en samenwerking met andere landen via verschillende diplomatieke kanalen, zowel in bilateraal als multilateraal verband. Deze samenwerking vindt onder andere plaats door assistentie aan verdragspartijen om nationale wet- en regelgeving tot stand te brengen teneinde verdragsverplichtingen adequaat na te kunnen leven. In aanvulling hierop werkt Nederland nauw samen met actieve en niet noodzakelijk gelijkgezinde landen in het Non-proliferatieverdrag (NPV) proces. Verder wordt via het opzetten van een netwerk met academici en via internet een bredere interesse voor het NPV gefaciliteerd. Waar nodig zal Nederland pleiten voor sanctiemaatregelen en gebruik maken van sanctie-instrumenten om landen te bewegen zich te conformeren aan verdragsverplichtingen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij het nucleaire programma van Iran.

De regering wil de naleving van het NPV, de CWC, het BTWC en andere non-proliferatie instrumenten bevorderen en daarmee de leemtes van het non-proliferatiestelsel verdragsmatig dichten. Nederland stelde zich in het voorjaar van 2010 kandidaat voor het voorzitterschap van de BTWC Toetsingsconferentie om de discussies hierover verder vorm te kunnen geven. Met landen die kritischer staan ten opzichte van bovengenoemde regimes en verdragen zal zowel in bilateraal als in multilateraal verband een intensieve dialoog worden gevoerd. Nederland zal zich met het lidmaatschap in de Ontwapeningsconferentie in Genève actief blijven inzetten voor de totstandkoming van een FMCT.

Nederland is lid van de Bestuursraad van het IAEA en kan daarmee invloed uitoefenen op de versterking van het agentschap van het IAEA. Nederland is verder lid van de CTBT Group of Friends en draagt bij aan bevordering van het ratificatieproces door het belang van het CTBT voor non-proliferatie en ontwapening te benadrukken in alle daarvoor in aanmerking komende fora.

Nederland ijvert in de exportcontroleregimes voor aanscherping van de richtlijnen voor export van goederen en technologieën die gebruikt worden in de ontwikkeling van nucleaire, chemische en biologische wapens en de bijbehorende overbrengingsmiddelen. Nederland zal dit onder andere doen tijdens het voorzitterschap van de Nuclear Suppliers Group (NSG) in 2011.

Naast bovengenoemde instrumenten levert Nederland een bijdrage aan de uitvoering van activiteiten met betrekking tot VN-veiligheidsraad resolutie 1540. Om de wereldwijde capaciteit te versterken om terroristische aanslagen met nucleaire wapens te voorkomen, zet Nederland zich in bij het Global Initiative to Combat Nuclear Terrorism en de Nuclear Security Summit.

De financiële inzet bij deze operationele doelstelling bestaat uit de jaarlijkse Nederlandse betalingen aan de IAEA (EUR 6,5 miljoen in 2011), de OPCW (EUR 1,5 miljoen) en de CTBTO (EUR 1,6 miljoen).

Operationele doelstelling 2.4

Goede internationale afspraken op het gebied van conventionele wapenbeheersing en een restrictief en transparant wapenexportbeleid

Beoogde beleidseffecten

  • •  Uniforme toepassing van het EU-wapenexportbeleid, door alle EU-lidstaten.
  • •  Totstandkoming van een internationaal wapenhandelsverdrag.

Te realiseren prestaties

  • •  Een restrictief en transparant nationaal wapenexportbeleid dat in lijn is met het EU-wapenexportbeleid,wat leidt tot zorgvuldige toetsing aan de overeengekomen criteria en – waar nodig – tot consultaties over de afwegingen die andere lidstaten maken.
  • •  Nederland draagt bij aan het opbouwen van internationale steun voor een sterk en effectief internationaal wapenhandelsverdrag (ATT) en de onderhandelingen daarover zijn gevorderd.
  • •  Implementatie van het Verdrag betreffende Clustermunitie, door vernietiging van voorraden en het leveren van assistentie aan landen bij het opruimen van onontplofte oorlogsresten (via NGO’s).

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

De regering zal verdere harmonisatie van het wapenexportbeleid van EU-lidstaten en voortgang bij regionale en internationale afspraken over wapenexport steunen. Tevens zal Nederland regionale initiatieven gericht op het verkrijgen en behoud van draagvlak voor een toekomstig Internationaal wapenhandelsverdrag (ATT) blijven ondersteunen. Ten slotte zal Nederland, in de aanloop naar de herziening van het VN-Wapenregister en door deelname aan de Group of Governmental Experts, in alle relevante fora steun blijven vragen voor universele deelname aan uitbreiding en versterking van het wapenregister.

Bij deze operationele doelstelling is er vooral sprake van diplomatieke inspanningen. Er worden geen financiële middelen ingezet.

Indicator

Basiswaarde

(met jaartal)

Bereikt in 2009

Streefwaarde

1. Aantal undercuts1

1 (2005)

0

0 (2011 en verder)

Noot 1: Een undercut is het besluit van een EU-lidstaat om een wapenexportvergunning af te geven voor een transactie die in essentie identiek is aan een eerder door een andere lidstaat geweigerde vergunning.

Bron: 1. Formele informatie-uitwisseling op basis van de Europese Gedragscode voor Wapenexport.

Operationele doelstelling 2.5

Regionale stabiliteit door effectieve inzet op conflictpreventie, crisisbeheersing, conflictoplossing en post-conflict wederopbouw

Beoogde beleidseffecten

  • •  Een afname van de mate van conflict en fragiliteit door positieve ontwikkelingen op het gebied van duurzame veiligheid en ontwikkeling in voor Nederland prioritaire fragiele staten en regio’s (inclusief Afghanistan, Pakistan, de Hoorn van Afrika, het Grote Merengebied, het Midden-Oosten, Colombia, Guatemala en de Westelijke Balkan), waarbij zowel de kwetsbare positie in conflictsituaties van vrouwen als hun rol in de politieke besluitvorming rond vredes -en wederopbouwprocessen meer in het bijzonder aandacht krijgt.
  • •  Inperking van de negatieve effecten van instabiliteit zoals piraterij, grensoverschrijdende criminaliteit, proliferatie van wapens, vluchtelingenstromen en terrorisme.
  • •  Een samenhangende aanpak van regionale instabiliteit waar de diverse actoren (zoals de regionale landen, de VN, de EU) op gecoördineerde wijze hun rol spelen.
  • •  Beschikbaarheid van voldoende civiele en militaire capaciteiten voor vredesmissies, enerzijds door professionalisering van internationale organisaties en anderzijds door betere samenwerking tussen die organisaties onderling.
  • •  Een VN die effectief het gehele spectrum van conflictbeheersing en vredeshandhaving tot vredesopbouw op een coherente wijze beslaat.
  • •  Een NAVO die in staat is flexibel te reageren op onvoorspelbare situaties door in te zetten op preventie, crisismanagement en versterking van expeditionaire capaciteiten.
  • •  Een EU die GVDB-missies in lijn met de Europese buitenlandse prioriteiten inzet, in het bijzonder in de aan de EU grenzende regio's.

Te realiseren prestaties

  • •  Ondersteuning van activiteiten op het gebied van vredesopbouw en staatsopbouw in prioritaire conflictgebieden en fragiele staten ter bevordering van vrede, veiligheid en ontwikkeling.
  • •  Betrokkenheid bij de verdere stabilisering van Afghanistan via onder meer een goede overdracht van de Nederlandse inspanningen in Uruzgan; inzet op Afghanisering van de veiligheidsstructuren, een mogelijke bijdrage aan de Europese politie missie (EUPOL) en NATO Training Mission-Afghanistan (NTM-A) ter ondersteuning van politietraining; ondersteuning van de ISAF-missie, een vergrote rol voor de UN Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA) en civiele organisaties en bijdragen aan de sociaal-economische wederopbouw van Afghanistan.
  • •  Nederland zet zich in om de VN-Veiligheidsraadresolutie 1 325 over vrouwen, vrede en veiligheid te waarborgen. Wereldwijd, met nadruk op de voor Nederland prioritaire gebieden, wordt hier navolging aan gegeven door samenwerking met multilaterale donoren en Nederlandse NGO's die lokale vrouwenorganisaties ondersteunen om uitvoering geven aan de resolutie.
  • •  Nederlandse deelname aan de anti-piraterij operaties van de NAVO en de EU voor de kust van Somalië,
  • •  Nederland zet in op capaciteitsopbouw in de regio om piraterij te bestrijden en ondersteunt initiatieven om de destabiliserende effecten van piraterij tegen te gaan en regionale berechting van piraterijverdachten te bevorderen.
  • •  Nederland bevordert een samenhangende inzet van politieke, ontwikkelings- en veiligheidsinstrumenten in Soedan om de implementatie van de Comprehensive Peace Agreement, een goed verloop van het referendum in 2011 en de implementatie van de uitkomst daarvan zeker te stellen. Deelname aan de UN Mission in Sudan (UNMIS) en het bijdragen aan de ontwikkeling van de veiligheidssector zijn voor Nederland belangrijke onderdelen van deze inzet.
  • •  Het bevorderen van een samenhangende inzet van politieke, ontwikkelings- en veiligheidsinstrumenten in de Grote merenregio. Voor de VN-missie in DR Congo (MONUSCO) zet Nederland in op verbeterde burgerbescherming. In Burundi let Nederland erop dat het achtjarig hervormingsprogramma van leger, politie en goed bestuur op veiligheidsgebied volgens plan verloopt; hierbij zijn de voornaamste aandachtspunten een brede defence review, professionalisering van de politie, dialoog met het maatschappelijk middenveld en het voorrang geven aan gender (voor zowel leger als politie).
  • •  Het bijdragen aan het scheppen van de voorwaarden voor de totstandkoming van een vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen, onder andere door de Nederlandse Security Sector Reform (SSR-)activiteiten en Nederlandse inzet in EU Police Co-ordinating Office for Palestinian Police Support (EUPOL COPPS), dat de opbouw van de civiele veiligheidssector van de Palestijnse autoriteit ondersteunt.
  • •  Een bijdrage leveren aan verdere stabilisering op de Balkan, onder andere door in EU- en NAVO-kader politieke druk uit te oefenen. Daarnaast wordt bijgedragen aan OS en SSR programma’s en op militair en civiel terrein aan de GVDB-missies European Force (EUFOR) Althea en European Union Police Mission (EUPM) in Bosnië-Herzegovina en European Union Rule of Law Mission (EULEX) en Kosovo Force (KFOR) in Kosovo.
  • •  In prioritaire OS-partnerlanden die te maken hebben met conflict en instabiliteit zal Nederland een bijdrage leveren aan conflictpreventie en conflictsensitiviteit van de internationale inzet en een bijdrage leveren aan meer veiligheid en beter bestuur als basis voor ontwikkeling.
  • •  Nederland zet zich in om de VN -Veiligheidsraadresolutie 1325 over vrouwen, vrede en veiligheid te waarborgen. Wereldwijd wordt hier navolging aan gegeven door samenwerking met multilaterale donoren en Nederlandse NGO's die lokale vrouwenorganisaties ondersteunen.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

Ter realisering van bovenstaande prestaties wordt gebruik gemaakt van een veelvoud aan instrumenten:

  • –  inzet van de krijgsmacht, politie en justitiële macht en andere civiele deskundigen;
  • –  inzet van vredesopbouwfondsen en het stabiliteitsfonds, waaruit programma’s op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling worden gefinancierd;
  • –  context- en conflictanalyses in prioritaire landen als basis voor een goede informatievoorziening en een coherente inzet;
  • –  bilaterale en multilaterale diplomatie om partners te overtuigen van onze posities;
  • –  coalitievorming onder gelijkgezinden, ook voor effectieve inzet van EU, VN en Wereldbank;
  • –  inzet van ons postennetwerk.

Om slagvaardiger te kunnen opereren op het gebied van uitzendingen van civiele experts is een nationale strategie voor civiele crisisbeheersing in voorbereiding evenals de opzet van een expertpool, in aanvulling op de bestaande korte missiepool.

In multilateraal kader zal vooral ingezet worden op:

  • –  het ten uitvoer brengen van VNVR Resoluties over vrouwen, vrede en veiligheid in vredeshandhaving en vredesopbouw, met daarin een actieve rol van de EU (GVDB), de VN (Department of Peacekeeping Operations (DPKO), UNDP en de NAVO;
  • –  implementatie van het door de VN ingezette veranderingsproces met Charting a New Horizon for UN Peacekeeping. Verbeteringen moeten liggen in heldere, robuuste mandaten, afdoende capaciteit op civiel en militair gebied en verhoogde kwaliteit van de bijdragen van troepenleverende landen;
  • –  implementatie van de aanbevelingen van het SG rapport over Peacebuilding in the aftermath of Conflict, inclusief early recovery en SSR. Nederland zet in op beter leiderschap van missies, coördinatie tussen aandeelhouders, flexibeler inzet van capaciteiten en van financiering;
  • –  verbetering van NAVO’s eigen crisisinstrumentarium, met duidelijke richtlijnen voor NAVO’s rol bij stabilisatie en wederopbouw en goede samenwerking met andere (civiele) actoren;
  • –  integratie van missies in het bredere EU-buitenlands beleid op grond van het Verdrag van Lissabon. Een effectiever GVDB door goede strategische sturing en verbeteringen op het terrein van capaciteiten, structuren en financiering die GVDB effectiever maken.
  • –  verbeterde inzet van de Wereldbank in conflictgebieden en fragiele staten;
  • –  versterking van de samenwerking tussen de VN en de WB in het veld op basis van de UN-WB Partnership Framework Agreement;
  • –  internationale kennisontwikkeling en richtlijnen voor internationale actoren in het kader van de OECD/DAC.

De financiële inzet bij deze operationele doelstelling bestaat uit een aantal grote budgetten. In de eerste plaats het budget voor het stabiliteitsfonds dat EUR 85,6 miljoen bedraagt in 2011. Daarnaast worden de middelen voor wederopbouw (ongeveer EUR 160 miljoen) en vredesopbouw (EUR 7,9 miljoen) hier verantwoord. Daarnaast ook de Nederlandse afdracht voor VN-contributies voor crisisbeheersingsoperaties van EUR 102 miljoen in 2011. Ten slotte de middelen (EUR 12,3 miljoen in 2011) die op het terrein van vrede en veiligheid gaan naar het Medefinancieringsstelsel (MFS).

Operationele doelstelling 2.6

Effectieve humanitaire hulp

Beoogde beleidseffecten

  • •  Snelle, effectieve en efficiënte respons op acute rampen en chronische crisissituaties.
  • •  Snelle, flexibele en voorspelbare financiering van humanitaire hulp.
  • •  Verbeterde coördinatie van de internationale respons, met een centrale rol voor de VN.
  • •  Kwaliteitsvergroting humanitaire hulp, inclusief goede accountability.
  • •  Toegenomen aandacht voor rampenrisicovermindering, zowel in humanitair beleid als in ontwikkelingssamenwerkingsbeleid en klimaatbeleid, teneinde de kwetsbaarheid voor rampen terug te dringen en de capaciteit om met rampen om te gaan te vergroten.
  • •  Een effectieve en efficiënte EU rampenrespons, waarbij de EU-coördinatie in dienst staat van de algehele coördinatie door de VN.

Te realiseren prestaties

  • •  75 % van het beschikbare noodhulpbudget wordt in eerste vier maanden van het jaar toegekend.
  • •  Minstens 80 % van de bijdragen aan de VN en Rode Kruis-familie zal geheel of gedeeltelijk ongeoormerkt worden ingezet.
  • •  Versterking van de clusterbenadering, waarbij de hulp per sector wordt gecoördineerd, evenals versterking van de positie van de Humanitaire Coördinator van de VN en van gemeenschappelijke VN noodhulpfondsen op landenniveau en van het wereldwijde VN noodhulpfonds CERF (Central Emergency Response Fund). De evaluatie van het CERF die in 2011 gereed komt, zal hier een belangrijke bijdrage aan leveren.
  • •  Thema’s zoals accountability, samenwerking VN met NGOs en rampenrisicovermindering worden systematisch opgebracht in overleg en jaarvergaderingen met relevante VN organisaties.
  • •  Maatregelen worden genomen om rampenrisicovermindering meer aandacht te geven in OS- en klimaatbeleid en in Nederlandse OS-programma’s.
  • •  Nederland zal er in Europees verband voor pleiten dat initiatieven voor de versterking van de EU rampenrespons moeten bijdragen aan de snelheid, effectiviteit en efficiëntie van de internationale hulpverlening en dat voorkomen wordt dat deze leiden tot een extra coördinatielaag.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

Nederlandse humanitaire hulp wordt wereldwijd ingezet. Op basis van de omvang van de ramp, de schade en de hulpbehoefte wordt gekeken naar de opportuniteit en kosteneffectiviteit van inzet van fondsen, mensen of middelen. Daarbij richt Nederland zich zowel op de respons op acute noodsituaties zoals natuurrampen als op complexe humanitaire crises van langdurige aard, zoals in DRC, Soedan, Afghanistan, Somalië en de Palestijnse Gebieden. Nederland kanaliseert de humanitaire hulp via gespecialiseerde hulporganisaties, zoals VN, Rode Kruis en NGOs. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van instrumenten zoals de gemeenschappelijke VN noodhulpfondsen op landenniveau (de Common Humanitarian Funds) en wereldwijd het CERF. Het totale Nederlandse noodhulpbudget in 2011 bedraagt ruim EUR 170 miljoen.

Ten behoeve van de flexibiliteit van de humanitaire hulp, worden bijdragen zoveel mogelijk ongeoormerkt verstrekt. Humanitaire organisaties worden hierdoor in staat gesteld zelf prioriteiten te stellen op basis van de noden in een humanitaire crisissituatie. Dit komt de effectiviteit en neutraliteit van de hulp ten goede. Op basis van een internationaal hulpverzoek en bij specifieke meerwaarde ten opzichte van financiële steunverlening kan Buitenlandse Zaken ook besluiten Nederlandse deskundigen of materieel in te zetten. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met betrokken vakdepartementen. Inzet van militaire en civiele beschermingsmiddelen dient altijd in overeenstemming te zijn met de internationale richtlijnen ter zake.

De financiële inzet bij deze operationele doelstelling bestaat, naast het hierboven genoemde budget voor noodhulp, uit de jaarlijkse bijdragen aan de UNHCR (EUR 42 miljoen), de UNRWA (EUR 13 miljoen) en het Wereldvoedselprogramma (EUR 40 miljoen).

Operationele doelstelling 2.7

Goed bestuur in prioritaire landen

Beoogde beleidseffecten

  • •  Verbeterde kwaliteit van het bestuur in partnerlanden op de terreinen democratisering, anticorruptie, de rechtsstaat, het beheer van openbare financiën en publieke dienstverlening.
  • •  Vergroting van zeggenschap van burgers in ontwikkelingslanden en het afleggen van verantwoording door overheden aan deze burgers (Voice and Accountability).
  • •  Grotere transparantie wat betreft de inkomsten uit winningindustrieën (Extractive Industries) in partnerlanden.
  • •  Versterkte democratie en rechtsstaat in landen met een EU-toetredingsperspectief en in oostelijke buurlanden van de EU, met ruimte voor dialoog tussen overheid en maatschappelijk middenveld.

Te realiseren prestaties

  • •  Intensivering van de bi- en multilaterale samenwerking op het gebied van democratisering, anticorruptie, rechtsstaat, het beheer van openbare financiën en publieke dienstverlening
  • •  De United Nations Convention on Anti Corruption is, door voorlichting en opleiding, geïntroduceerd bij posten in partnerlanden als kader voor anticorruptie-interventies.
  • •  Activiteiten gericht op het vergroten van zeggenschap van burgers in ontwikkelingslanden zijn verder geïntensiveerd dankzij de actieve betrokkenheid van ambassades in een toenemend aantal partnerlanden.
  • •  Het geven van ondersteuning vanuit het MATRA-programma aan capaciteitsopbouw en institutionele versterking van maatschappelijke organisaties en overheidsinstellingen in landen met een EU-toetredingsperspectief en in oostelijke buurlanden van de EU.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

Lokale processen ter verbetering van de kwaliteit van het bestuur zijn uiteindelijk bepalend voor duurzame verandering en verdienen daarom Nederlandse steun. Deze steun kan zijn in de vorm van capaciteitsontwikkeling en het bevorderen van binnenlandse politieke en maatschappelijke dialoog. Ondersteuning loopt uiteen van steun aan onderdelen van de overheid, het maatschappelijk middenveld, het lokale bedrijfsleven, parlementen en politieke partijen.

Indirecte steun wordt verleend via strategische partnerschappen die in 2011 verder zullen worden versterkt. Het gaat dan onder meer om organisaties actief op het terrein van democratisering, zoals het International Institute for Democracy and Electoral Assistance (IDEA) en rechtsstaatontwikkeling, in het bijzonder de International Development Law Association (IDLO) en het Hague Institute for the Internationalisation of Law (HiiL). Internationaal wordt samengewerkt met onder meer de Wereldbank (via de Governance Partnership Facility), de EU, het Governance Network (GOVNET) van de OESO/DAC en UNDP. In het kader van corruptiebestrijding staat uitvoering en monitoren van het VN-Verdrag tegen corruptie centraal.

In november 2009 werd de notitie «MATRA gemoderniseerd» aan de Tweede Kamer aangeboden (2009–2010, 32 123 V nr. 20). In de notitie wordt het beleid voor het MATRA-programma, waaruit versterking van democratie en rechtsstaat in landen met een EU-toetredingsperspectief en in oostelijke buurlanden van de uitgebreide EU wordt ondersteund, voor de komende jaren uiteengezet. Door de herziening zijn de relevantie en doelmatigheid van het programma vergroot, waardoor het beter aansluit bij de huidige uitdagingen. Wijzigingen betreffen vooral beperking van het aantal landen, meer thematische focus, vereenvoudiging van het instrumentarium en delegatie van een groter deel van het budget naar Nederlandse ambassades in MATRA-landen. Voorzien wordt dat de implementatie van het gemoderniseerde programma, die vanaf 2010 door budgettaire beperkingen slechts ten dele kon plaatsvinden, vanaf 2011 verder zijn beslag zal krijgen. Het totale budget voor goed bestuur activiteiten onder MATRA in 2011 bedraagt ruim EUR 31 miljoen.

De financiële inzet op goed bestuur bestaat, naast het budget voor MATRA, voornamelijk uit middelen gedelegeerd aan de posten ter bevordering van democratisering en de organisatie van de overheid, de rechtsstaat, corruptiebestrijding en een categorie overige. Het totale budget in 2011 daarvoor is zo’n EUR 110 miljoen. Verder valt onder dit subartikel de bijdrage van Buitenlandse Zaken aan het Nationaal Instituut voor Meerpartijen Democratie (NIMD) van ruim EUR 10 miljoen.

Operationele doelstelling 2.8

Het bevorderen van energievoorzieningszekerheid

Beoogde beleidseffecten

  • •  Continuïteit van de Nederlandse en Europese energievoorziening.
  • •  Verduurzaming van de energiehuishouding.

Te realiseren prestaties

  • •  Heroverweging van het gevoerde beleid op het gebied van energievoorzieningszekerheid. Uitgangspunt blijft daarbij het verstevigen van de relaties met landen en regio’s die van belang zijn voor de energievoorzieningszekerheid van Nederland en de EU op middellange termijn.
  • •  Overeenstemming in EU-verband over een gemeenschappelijk optreden voor het bevorderen van de Europese energievoorzieningszekerheid, door mee te werken aan de totstandkoming en uitvoering van de EU-energiestrategie 2011–2020.
  • •  Geïntensiveerde besprekingen in de EU, maar ook in andere internationale fora zoals IEA (International Energy Agency), IRENA (The International Renewable Energy Agency) en de Wereld Bank over de transitie naar een duurzame energiehuishouding, waarbij Nederland deze organisaties zal stimuleren om beleid in deze richting te ontwikkelen.
  • •  Verdere positionering van Nederland als gasrotonde van Noordwest-Europa door energie diplomatie.
  • •  Actieve deelname aan Europese en internationale fora over de voordelen en risico’s van kernenergie, teneinde te garanderen dat Nederland aangesloten blijft bij de laatste ontwikkelingen op dit gebied.
  • •  Deelname aan de internationale discussie over transparante internationale regelgeving voor handel in energiedragers om te komen tot een internationaal level playing field voor handel en investering in energie.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

Belangrijke instrumenten voor het bevorderen van energievoorzieningszekerheid zijn wederzijdse bezoeken op ministerieel niveau, topbijeenkomsten en ambtelijke contacten. Consistentie in de Nederlandse inzet op de bilaterale, Europese en multilaterale niveaus is van groot belang, vooral om in de richting van de energierelevante landen tot een effectieve en samenhangende benutting van deze instrumenten te komen. Dit geldt in het bijzonder t.a.v. Nigeria waar Nederland door middel van consultaties en in overleg met de belangrijkste buitenlandse partners een bijdrage wil leveren aan het verbeteren van de veiligheidssituatie in de Niger Delta in Nigeria. Daarnaast wordt door middel van energiediplomatie en via het postennetwerk ook ondersteuning geboden aan de Nederlandse energiesector (bedrijfsleven).

Op bilateraal niveau richt Nederland zich op het verbreden en verdiepen van relaties met prioritaire energielanden en -regio’s door intensivering van diplomatieke contacten op ministerieel en ambtelijk niveau, in nauwe samenwerking met het ministerie van Economische Zaken.

In multilateraal verband wordt bijgedragen aan de uitwerking en implementatie van het EU Energie Actieplan 2011–2020 en het bevorderen van een gemeenschappelijk extern optreden van de EU. Binnen dat kader stimuleren van de dialoog en samenwerking van de EU met energierelevante landen en regio’s, ook in de context van multilaterale instellingen zoals de IEA (International Energy Agency), IEF (International Energy Forum), EBRD (European Bank for Reconstruction and Development) en de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa). Daar komen relevante thema’s als investeringsklimaat, regelgeving, diversificatie van bronnen en transportroutes, verduurzaming van de energiehuishouding, energietechnologie en -efficiëntie, en de relatie met klimaatverandering aan de orde.

De inzet van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op het terrein van energievoorzieningszekerheid is vooral diplomatiek van aard.

Operationele Doelstelling 2.9

Grotere veiligheid en stabiliteit door strijd tegen aantasting van het milieu en vernietiging van ecosystemen

Deze OD wordt met ingang van 2011 geschrapt. De middelen uit deze OD worden verantwoord onder OD 6.1.

C. Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 2 Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur

Bedragen in EUR 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

835 015

786 548

672 525

784 728

619 432

783 432

619 432

                 

Uitgaven:

             
                 

Programma-uitgaven totaal

901 474

838 037

785 666

860 394

862 411

864 411

863 911

                 

2.1

Nationale en bondgenootschappelijke veiligheid

16 355

16 974

17 543

17 779

20 106

20 106

20 106

 

Juridisch verplicht

   

80%

78%

80%

75%

71%

 

Overig verplicht

   

13%

15%

13%

18%

22%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

   

7%

7%

7%

7%

7%

2.2

Bestrijding internationaal terrorisme

0

500

500

500

500

500

0

 

Juridisch verplicht

   

100%

100%

100%

100%

0%

 

Overig verplicht

   

0%

0%

0%

0%

0%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

   

0%

0%

0%

0%

0%

2.3

Non-proliferatie en ontwapening

9 350

9 553

9 553

9 553

9 553

9 553

9 553

 

Juridisch verplicht

   

99%

99%

98%

98%

98%

 

Overig verplicht

   

0%

0%

0%

0%

0%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

   

1%

1%

2%

2%

2%

2.4

Conventionele wapenbeheersing

0

0

0

0

0

0

0

2.5

Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

363 042

365 250

345 168

374 398

374 398

374 398

374 398

 

Juridisch verplicht

   

58%

47%

39%

37%

35%

 

Overig verplicht

   

35%

44%

48%

50%

52%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

   

7%

9%

13%

13%

13%

2.6

Humanitaire hulpverlening

293 936

263 267

257 267

299 267

299 267

299 267

299 267

 

Juridisch verplicht

   

33%

23%

8%

8%

8%

 

Overig verplicht

   

62%

70%

79%

79%

79%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

   

5%

7%

13%

13%

13%

2.7

Goed bestuur

201 182

165 893

155 635

158 897

158 587

160 587

160 587

 

Juridisch verplicht

   

92%

37%

18%

17%

17%

 

Overig verplicht

   

5%

54%

69%

70%

70%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

   

3%

9%

13%

13%

13%

2.8

Het bevorderen van energievoorzieningszekerheid

0

0

0

0

0

0

0

2.9

Grotere veiligheid door strijd tegen milieudegradatie

17 609

16 600

0

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

1 211

1 149

1 149

1 149

1 149

1 149

1 149

               

2.10

Nationale en bondgenootschappelijke veiligheid

149

149

149

149

149

149

149

2.70

Humanitaire hulpverlening

1 062

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

D. Onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid

Titel van het evaluatieonderzoek

Jaar van afronding

Operationele doelstelling

08

09

10

11

12

13

14

15

Beleidsdoorlichtingen

 
De Nederlandse inzet t.b.v. een effectiever en meer politiek functioneren van de NAVO1
     

X

       

2.1

Exportcontrolebeleid

 

X

           

2.3, 2.4

Bevordering regionale stabiliteit

       

X

     

2.5

Beleid Latijns Amerika

     

X

       

2.7

Goed bestuur

           

X

 

2.7

Energievoorzieningszekerheid

     

X

       

2.8

Effectenonderzoek

 

Conventionele wapenbeheersing

 

X

           

2.4

Het Nederlandse Afrikabeleid 1998–2006, deel over conflictbestrijding

X

             

2.5

Evaluatie van het Nederlandse beleid ten aanzien van de Westelijke Balkan 2004 t/m 2008

   

X

         

2.5 , 2.7

Conflictpreventie en vredesopbouw Zuid-Soedan (multi-donor)

   

X

         

2.5

Conflictpreventie en vredesopbouw in DRC (multi-donor)

     

X

       

2.5

Eindevaluatie ISAF/Uruzgan (met Defensie)

     

X

       

2.5

Tsunami-hulp/Linking Relief , Rehabilitation and Development, fase II (LRRD-II) (multi-donor)

 

X

           

2.6

Haiti – noodhulp

     

X

       

2.6

Het Nederlands Latijns Amerika beleid – landenstudie Nicaragua (»10) en Bolivia (»11)

   

X

X

       

2.7

Het Nederlandse Afrika beleid 1998–2006: deel versterking van de rechtstaat

X

             

2.7

Netherlands Institute for Multiparty Democracy

   

X

         

2.7

Beleidsprogramma Biodiversiteit Internationaal (BBI)/MATRA

 

X

           

2.7

   

Overig evaluatieonderzoek

 

Atlantische Commissie

 

X

           

2.1

Subsidie Clingendael

X

             

2.1

Evaluatie Central Emergency Response Fund (CERF)

X

   

X

       

2.6

Common Humanitarian Funds

     

X

       

2.6

Clusterbenadering

   

X

         

2.6

Democratic Governance Thematic Trust Fund UNDP

X

             

2.7

Noot 1: IOB evaluatieonderzoek.

  • •  Beleidsdoorlichting NAVO: eind 2010 of begin 2011 zal een nieuw strategisch concept voor de NAVO worden vastgesteld. De centrale vraag in de beleidsdoorlichting is of de NAVO erin is geslaagd een veiligheidsbeleid te formuleren voor de sterk veranderde uitdagingen van de 21e eeuw.
  • •  Beleidsdoorlichting Latijns Amerika: het betreft hier een zogenaamde «ontschotte» evaluatie die alle facetten van de relatie met het continent doorlicht.
  • •  Beleidsdoorlichting Energievoorzieningszekerheid: samen met het Ministerie van Economische Zaken zullen de internationale aspecten van energievoorzieningszekerheid zoals beschreven in de notitie «Energievoorzieningszekerheid en buitenlands beleid» van mei 2006 en het «Energierapport 2008» worden doorgelicht.
  • •  Operationele doelstelling 2.2: een beleidsdoorlichting stond aanvankelijk gepland voor 2009. Nadat de nu lopende evaluatie door de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (zie begroting van het Ministerie van Justitie) is voltooid zal worden bekeken of en hoe de buitenlandse component van terrorismebestrijding dient te worden geëvalueerd.
  • •  Operationele doelstelling 2.7: onder voorbehoud wordt er in 2014 een beleidsdoorlichting gepland.

Noot 2: Nederland streeft ook naar een VN die effectief het gehele spectrum van conflictbeheersing en vredeshandhaving tot vredesopbouw op een coherente wijze beslaat. Dit wordt nader uitgewerkt onder operationele doelstelling 2.5

Noot 3: Dit geldt ook bij de realisering van de prestaties genoemd onder operationele doelstelling 2.3, 2.4 en 2.5.