Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

46 Inkomensbescherming met activering

Algemene doelstelling

Zorgdragen voor adequate bescherming met activerende voorwaarden tegen financiële risico’s bij inkomensverlies

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om personen te beschermen tegen de financiële risico’s als gevolg van ziekte, werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Daarbij wordt hen een inspanningsverplichting opgelegd om betaalde arbeid te verkrijgen, danwel maatschappelijk te participeren of een opleiding te volgen. Aan werkgevers, andere private partijen of gemeenten worden prikkels gegeven die aan preventie en activering bijdragen.

SZW creëert de voorwaarden voor het verlenen van de uitkeringen. Dit gebeurt door de uitkeringsvoorwaarden vast te leggen in wet- en regelgeving en zorg te dragen voor de uitvoering door het laten verstrekken van uitkeringen door UWV, gemeenten of private partijen. SZW verstrekt hiertoe de financiële middelen of richt het juridische en financiële regelgevend kader in, zodat private arrangementen mogelijk en rechtszeker zijn.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

  • •  een adequate bescherming van personen tegen inkomensverlies;
  • •  de coördinatie van het rijksbeleid op het terrein van armoede en sociale uitsluiting;
  • •  de bepaling van de hoogte van het sociale minimum en de algemene bijstandsniveaus;
  • •  de bepaling van de op te leggen verplichtingen aan de uitkeringsgerechtigden;
  • •  de vormgeving en werking van het wettelijke stelsel;
  • •  sturing en toezicht op een rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door het UWV;
  • •  monitoring van uitvoering door private partijen;
  • •  het toezicht op een rechtmatige uitvoering van de bijstandswetten door gemeenten.

Externe factoren

De conjunctuur is een belangrijke factor in de volume-ontwikkeling en daarmee het budgettaire beslag van een aantal wetten binnen deze algemene doelstelling. Daar waar dat van toepassing is, wordt daar bij de operationele doelstelling op ingegaan.

Het behalen van deze doelstelling hangt af van:

  • •  een effectieve uitvoering van de wetten door UWV, gemeenten en private partijen;
  • •  het naleven van de verplichtingen van de wet- en regelgeving door de uitkeringsgerechtigden, werkgevers en betrokken private partijen;
  • •  de inspanning gericht op het verkrijgen van betaald werk, maatschappelijke participatie of het volgen van een opleiding van de uitkeringsgerechtigden.

Indicatoren

Voor de algemene doelstelling zijn geen aparte prestatie-indicatoren geformuleerd, omdat op dit aggregatieniveau onvoldoende concrete doelstellingen gedefinieerd kunnen worden. Verwezen wordt naar de indicatoren (streefwaarden) en kengetallen voor de operationele doelstellingen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 46.1: Begrotingsuitgaven Artikel 46 (x € 1 000)

artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

7 502 798

7 091 259

7 164 877

7 366 632

7 425 719

7 546 135

7 660 438

Uitgaven

6 759 627

7 088 537

7 168 137

7 367 159

7 426 351

7 546 087

7 660 438

               

Programma uitgaven

6 751 315

7 079 780

7 161 351

7 367 159

7 426 351

7 546 087

7 660 438

waarvan juridisch verplicht

   

100%

0%

0%

0%

0%

               

Operationele Doelstelling 1

             

IOW Uitkeringslasten

0

3 582

5 970

5 965

4 778

2 988

1 492

IOW Uitvoeringskosten

0

1 566

250

250

250

250

250

               

Operationele Doelstelling 3

             

Wajong Uitkeringslasten

2 425 710

2 687 531

2 729 695

2 897 126

3 022 779

3 152 394

3 278 287

Wajong Uitvoeringskosten

102 527

96 833

98 954

107 746

114 451

119 742

121 269

               

Operationele Doelstelling 4

             

BIA Uitkeringslasten

3 887

3 680

3 283

2 863

2 426

1 981

1 594

BIA Uitvoeringskosten

220

287

84

38

38

38

38

               

Operationele Doelstelling 5

             

Bundeling Uitkeringen

             

Inkomensvoorzieningen

             
Gemeenten (BUIG)1

4 083 246

4 071 169

4 119 068

4 215 783

4 157 351

4 144 506

4 133 260

Bijstand Buitenland

2 787

2 595

2 600

2 600

2 600

2 600

2 600

Bijstand Zelfstandigen2

120 905

111 052

76 743

76 533

76 238

76 048

76 048

WWIK Uitvoeringskosten

4 964

1 604

1 594

5 031

5 031

5 031

5 031

Vazalo

142

50

4 000

13 000

16 000

16 000

16 000

Handhaving

7 892

7 901

6 077

6 077

6 077

6 077

6 077

Overig

34 950

91 930

109 998

31 077

15 177

15 177

15 177

               

Operationele Doelstelling 6

             

BES-uitkeringen

0

0

3 035

3 070

3 155

3 255

3 315

               

Apparaatsuitgaven

8 312

8 757

6 786

0

0

0

0

Personeel en materieel

8 312

8 757

6 786

0

0

0

0

               

Ontvangsten

57 268

150

0

0

0

0

0

Noot 1: Omwille van de vergelijkbaarheid betreft 2009 een fictief gebundeld budget

Noot 2: Betreft alleen de middelen ten behoeve van gevestigde zelfstandigen

Toelichting

IOW (Inkomensvoorziening oudere werklozen)

Werknemers van zestig jaar of ouder die tussen 1 oktober 2006 en 1 juli 2011 werkloos worden en die langer dan 3 maanden recht hebben op een WW-uitkering (dat wil zeggen dat zij voldoen aan de wekeneis en de jareneis in de WW), komen na afloop van de WW-uitkering in aanmerking voor een IOW-uitkering. Als het recht op een IOW-uitkering bestaat, behouden oudere werklozen dat tot dat ze 65 jaar worden. Daarnaast hebben gedeeltelijk arbeidsongeschikte ouderen na hun loongerelateerde WGA-uitkering recht op IOW als tussen 31 december 2007 en 1 juli 2011 het recht op de loongerelateerde WGA-uitkering is ontstaan en de loongerelateerde WGA is toegekend na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar.

De eerste werklozen zijn per 1 december 2009 ingestroomd in de IOW. De laatste IOW-uitkeringen eindigen in 2016. Omdat instroom in de IOW in 2010 pas voor het eerst het gehele jaar mogelijk is wordt verondersteld dat het volume, en daarmee ook de uitkeringslasten, in 2011 toeneemt door de opbouw van het bestand.

Wet Wajong (Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten)

De Wet Wajong vormt de inkomensvoorziening voor jonggehandicapten. Het belangrijkste doel van de nieuwe Wet Wajong die op 1 januari 2010 in werking is getreden, is om jongeren met een beperking (jonggehandicapten) te ondersteunen bij het vinden en behouden van een baan bij een reguliere werkgever. Dit bevordert de emancipatie en integratie in de samenleving van jongeren met een beperking. Het aantal uitkeringsgerechtigden en de daarmee corresponderende uitkeringslasten zullen blijven stijgen. Dit komt doordat de Wajong sinds 1976 bestaat en er tot 2023 sprake is van een natuurlijke oploop van het bestand, die bovendien versterkt wordt door de toename van de instroom van de afgelopen jaren.

De uitvoeringskosten Wajong stijgen mee met het toenemend aantal uitkeringsgerechtigden. De piek in de uitvoeringskosten 2009 is het gevolg van eenmalige implementatiekosten voor de nieuwe Wajong.

In het kader van de ombuigingsmaatregelen – ter dekking van uitvoeringstegenvallers op de begroting van SZW – wordt de tegemoetkoming voor Wajong’ers met ingang van 2011 met € 14 (netto) op jaarbasis gekort. Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

BIA (Beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria)

Deze tijdelijke wet voorziet sinds 1996 in een uitkering om inkomensgevolgen als gevolg van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen te beperken. Omdat er in principe geen nieuwe gevallen meer bijkomen, zullen het volume, de uitkeringslasten en de toegerekende uitvoeringskosten aan de BIA blijven dalen. De BIA zal met ingang van 1 december 2016 komen te vervallen.

Tri (Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten)

De Tri vervalt met ingang van 1 januari 2011. Met ingang van 2011 is de financiële afwikkeling van de Tri overgeheveld naar artikel 97 (Aflopende regelingen).

Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG)

Met de Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten zijn de gemeentelijke middelen voor de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor zover dat betrekking heeft op algemene bijstand aan startende ondernemers, en de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) gebundeld met het WWB-inkomensdeel. Met de invoering van deze gebundelde uitkering krijgen gemeenten één budget voor de bekostiging van uitkeringen op grond van de WWB, de IOAW, de IOAZ, het Bbz 2004 en de WWIK. Hieronder worden de onderdelen kort toegelicht.

Tabel 46.2: Extra comptabel overzicht Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG; x € 1 000)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

BUIG

4 083 246

4 071 169

4 119 068

4 215 783

4 157 351

4 144 506

4 133 260

WWB-i

3 863 053

3 704 080

3 681 977

3 771 578

3 713 917

3 700 059

3 690 141

IOAW

133 013

173 522

192 877

209 626

209 619

210 153

210 153

IOAZ

30 683

26 434

24 228

24 123

24 123

24 123

24 123

Bbz-BUIG1

35 915

42 658

42 526

42 526

42 526

42 526

42 526

WWIK

20 582

32 254

26 104

26 130

26 159

26 469

26 469

WIJ2

0

92 221

151 357

141 800

141 007

141 177

139 849

Noot 1: Betreft alleen de middelen voor levensonderhoud ten behoeve van startende ondernemers

Noot 2: In 2009 zijn de middelen voor de WIJ toegerekend aan de middelen voor WWB

WWB (Wet werk en bijstand)

Ingezetenen die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, kunnen totdat zij werk hebben gevonden onder bepaalde voorwaarden een bijstandsuitkering van de gemeente krijgen. De uitgaven hiervoor hebben betrekking op het inkomensdeel van de WWB. Het inkomensdeel wordt sinds 2010 als onderdeel van de gebundelde uitkering inkomensvoorziening op basis van het verdeelmodel WWB verdeeld over gemeenten.

De financiële en economische crisis leidt tot een toename van het aantal WWB-uitkeringen in 2011. De raming van het macrobudget voor 2011 is in deze begroting echter verlaagd ten opzichte van de begroting 2010. Dit komt doordat de huidige inzichten in de ontwikkeling van de werkloze beroepsbevolking minder ongunstig zijn dan bij het opstellen van de Begroting 2010 werd verwacht.

Bij de raming van de macrobudgetten voor 2010 en 2011 is rekening gehouden met de afspraken over de budgetvaststelling die in het Bestuursakkoord tussen Rijk en gemeenten (juni 2007) zijn vastgelegd. Op grond daarvan wordt het macrobudget slechts gecorrigeerd voor conjuncturele veranderingen boven een bandbreedte van 12 500 uitkeringen/huishoudens.

De gemeenten ontvangen middelen voor de uitvoeringskosten via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds.

Het werkdeel van de WWB (de middelen voor re-integratie) is begroot op beleidsartikel 47 (Re-integratie) en maakt onderdeel uit van het participatiebudget, waarin de budgetten voor re-integratie, inburgering en scholing zijn gebundeld.

IOAW (Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) en IOAZ (Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen)

De IOAW en IOAZ zijn inkomensvoorzieningen die respectievelijk oudere langdurige werklozen en oudere zelfstandigen die wegens omstandigheden hun beroep of bedrijf moeten beëindigen, een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum bieden.

Als gevolg van de minder ongunstige verwachtingen omtrent de ontwikkeling van de werkloosheid is ook de IOAW-raming lager dan in de begroting 2010. Er wordt nog wel een stijging van de uitkeringslasten verwacht. Door de toename van de werkloosheid als gevolg van de economische crisis zullen meer WW-gerechtigden het einde van hun uitkeringsrecht bereiken. Dientengevolge zullen meer mensen doorstromen van de WW naar de IOAW, die daarom in 2011 en 2012 verder stijgt.

Bij de IOAZ zijn geen noemenswaardige ontwikkelingen ten aanzien van volume en lasten te verwachten.

Bijstand zelfstandigen

Startende ondernemers en gevestigde zelfstandigen kunnen onder voorwaarden voor financiële bijstand een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Sinds 2010 zijn de kosten van levensonderhoud voor startende ondernemers onderdeel van de gebundelde uitkering. Voor de kosten van levensonderhoud voor gevestigde zelfstandigen en de verstrekking van bedrijfskapitaal Bbz ontvangen gemeenten een aparte specifieke uitkering.

Door nabetalingen op de Bbz aan gemeenten in 2010 voor zowel startende als gevestigde werknemers vertonen de Bbz-uitgaven die niet zijn gebundeld met het inkomensdeel van de WWB in 2010 een piek. Daarnaast worden er geen noemenswaardige ontwikkelingen ten aanzien van volume en lasten verwacht.

WWIK (Wet werk en inkomen kunstenaars)

De WWIK geeft kunstenaars recht op een aanvulling van hun inkomen als zij met hun werk te weinig verdienen om in hun (totale) levensonderhoud te voorzien. Sinds 2010 zijn de middelen voor uitkeringslasten in het kader van de WWIK onderdeel van de gebundelde uitkering.

Het macrobudget voor 2010 is hoger ten opzichte van de latere jaren, omdat gemeenten in 2010 over 2009 nog nabetalingen ontvangen.

De middelen voor uitvoeringskosten van de WWIK die door 20 uitvoerende centrumgemeenten en de stichting Cultuur & Ondernemen wordt uitgevoerd, zijn niet gebundeld met het inkomensdeel van de WWB. Voor de centrumgemeenten WWIK zijn deze middelen toegevoegd aan het Gemeentefonds. Deze middelen worden verdeeld over de centrumgemeenten door middel van een decentralisatieuitkering.

Wat de uitvoeringskosten betreft worden bij de WWIK geen noemenswaardige ontwikkelingen ten aanzien van volume en lasten verwacht. Voor 2010 en 2011 zijn de gemeentelijke uitvoeringskosten WWIK al overgeboekt naar het Gemeentefonds. Daarom staan op de SZW-begroting voor 2010 en 2011 alleen nog de uitvoeringskosten van de stichting Cultuur & Ondernemen.

Werkleerrecht/WIJ (Wet investeren in jongeren)

Op grond van de WIJ kunnen jongeren van 16 tot 27 jaar die niet werken of leren de gemeente om een werkleeraanbod vragen. De gemeente is verplicht de jongere die hierom vraagt een werkleeraanbod te doen. Het werkleeraanbod kan een baan zijn, een vorm van scholing of een combinatie van beide, afgestemd op de situatie van de jongere.

Gemeenten hebben met de WIJ een belangrijk instrument in handen om jongeren te ondersteunen op weg naar arbeidsparticipatie. Als een jongere van 18 tot 27 jaar een werkleeraanbod uitvoert maar dit aanbod genereert te weinig inkomen, of een jongere is niet in staat een werkleeraanbod uit te voeren (bijvoorbeeld vanwege een lichamelijke of psychische beperking) dan komt een jongere in aanmerking voor een inkomensvoorziening die sterk lijkt op de bijstand.

De WIJ is op 1 oktober 2009 in werking getreden en bereikt vanaf 2011 zijn structurele effect.

Bijzondere bijstand

Personen die over onvoldoende middelen beschikken om uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten te voldoen, kunnen bijzondere bijstand aanvragen. Omdat voor de bijzondere bijstand geen geoormerkt budget beschikbaar is, maar deze betaald wordt uit de algemene uitkering van het Gemeentefonds, is er geen budgettaire reeks opgenomen in tabel 46.1.

Bijstand Buitenland

Verlening van bijstand aan een in het buitenland gevestigde Nederlander wordt alleen nog voortgezet ingeval het recht op uitkering vóór 1 januari 1996 is vastgesteld. Sinds 1996 zijn geen nieuwe gevallen meer toegelaten. Er zijn weinig ontwikkelingen ten aanzien van volume en lasten te verwachten.

Vazalo (experiment bevordering arbeidsinschakeling alleenstaande ouders/Wet voorziening arbeid en zorg alleenstaande ouders)

De Wet voorzieningen arbeid en zorg alleenstaande ouders (Vazalo) is op 28 augustus 2007 gepubliceerd in het Staatsblad. De Wet Vazalo zal niet eerder dan per 1 januari 2012 in werking treden.

Per 1 januari 2009 is het aan Vazalo gerelateerde experiment bevordering arbeidsinschakeling alleenstaande ouders gestart, gefinancierd uit de middelen Vazalo. Dit experiment is gericht op het onderzoeken van de mogelijkheden om de WWB te benutten voor de arbeidsinschakeling van alleenstaande ouders die de volledige zorg hebben voor kinderen in de leeftijd tot 12 jaar. Hiertoe wordt een aantal instrumenten ingezet, te weten een inkomstenvrijlating, scholing in combinatie met werk plus een bonus voor die scholing, een uitstroompremie en in een deel van de gemeenten een arbeidspool. De looptijd van het experiment is drie jaar tot eind 2011.

Handhaving

Bij het stellen van voorwaarden behoort tevens de controle op de handhaving daarvan, alsook de inzet van middelen hiervoor. De WWB biedt aan gemeenten een financiële prikkel die bevordert dat zij zich inspannen voor handhaving. Daarnaast stimuleert en ondersteunt SZW de handhaving door gemeenten. Uit dit begrotingsartikel worden onder meer de uitvoeringskosten van het Inlichtingenbureau voor gemeenten bekostigd. Vanaf 2011 staan de middelen voor het Handhavingsprogramma 2011–2014 op artikel 98.

Overig (waaronder armoede en «sociale insluiting»)

De overige bijstandsuitgaven hebben betrekking op de uitgaven van de Toetsingscommissie WWB, het onderhoud en de doorontwikkeling van de WWB, en enkele kleine voorzieningen:

  • •  De Toetsingscommissie WWB beoordeelt of gemeenten recht hebben op een incidentele (IAU) of een meerjarige (MAU) aanvullende uitkering als zij tekort komen op hun budget WWB- inkomensdeel.
  • •  Verder valt onder «overig» het budget voor het onderhoud en de doorontwikkeling van de WWB. Speerpunt daarin is het Innovatie Programma Werk en bijstand (IPW). Doelstelling daarvan is het realiseren van een meer integrale samenhangende dienstverlening door gemeenten aan de burger. Gemeenten en andere organisaties stimuleren tot een meer effectieve uitvoering en beleidsinnovatie zodat gemeenten meer mensen aan het werk krijgen/laten participeren.
  • •  Onder «overig» vallen ook de tijdelijke extra middelen behorende bij het Actieplan Schuldhulpverlening. Over de jaren 2009 tot en 2011 gaat het in totaal om € 130 mln. Het overgrote deel hiervan (€ 110 mln) is bestemd voor het opvangen van een tijdelijk groter beroep op de gemeentelijke schuldhulpverlening als gevolg van de verslechterde economische situatie, waarvan € 41,75 mln in 2011. Van de resterende € 20 mln extra middelen is € 5 mln beschikbaar in 2011 om de effectiviteit van schuldhulpverlening te verbeteren en € 2,5 mln voor de uitvoering van de motie Ortega-Martijn (Kamerstukken II 2009/10, nr 24 515, nr. 166). Het UWV ontvangt in 2011 maximaal € 0,7 mln voor preventiemaatregelen op de Werkpleinen. Deze middelen staan op artikel 47.

BES-uitkeringen

De regelingen van SZW voor de BES-eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba) op het terrein van inkomensbescherming met activering betreffen een drietal werknemersverzekeringen (de Cessantiawet, de Ongevallenverzekering en de Ziekteverzekering) en de Onderstand. Hiermee is in 2011 in totaal € 3,0 miljoen gemoeid. De uitgaven in 2010 zijn lager dan in 2011 omdat de uitgaven in 2010 betrekking hebben op de periode na de transitiedatum van 10 oktober 2010.

Tabel 46.3 Premiegefinancierde uitgaven Artikel 46 (x € 1 000)

Artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Uitgaven

16 269 030

16 936 965

16 695 109

16 354 449

16 137 082

16 260 742

16 464 581

               

Programmauitgaven

16 269 030

16 936 965

16 403 335

15 716 103

15 101 767

14 744 939

14 452 278

Operationele doelstelling 1

             

WW uitkeringslasten

4 374 000

5 047 827

4 795 601

4 430 204

4 136 197

3 993 210

3 870 077

WW uitvoeringskosten

515 790

508 668

502 229

429 628

395 231

383 664

375 898

Operationele doelstelling 2

             

WAO uitkeringslasten

7 883 187

7 427 374

6 766 675

6 112 991

5 502 533

4 972 848

4 503 280

WAO uitvoeringskosten

272 450

239 018

197 108

175 958

154 737

141 970

133 174

IVA uitkeringslasten

330 000

450 275

568 862

710 938

883 369

1 060 268

1 244 653

IVA uitvoeringskosten

41 392

58 065

53 745

54 849

55 538

56 480

57 402

WGA uitkeringslasten

807 444

1 189 340

1 480 609

1 790 719

1 999 123

2 180 001

2 333 069

WGA uitvoeringskosten

147 177

97 484

129 139

144 157

146 062

154 964

163 031

ZW uitkeringslasten

1 222 000

1 326 516

1 352 601

1 349 106

1 354 174

1 357 478

1 354 520

ZW uitvoeringskosten

302 590

240 722

249 235

254 825

249 166

247 199

246 295

WAZ uitkeringslasten

358 000

326 332

283 452

241 044

205 948

178 733

154 129

WAZ uitvoeringskosten

15 000

25 344

24 079

21 684

19 689

18 124

16 750

               

Nominaal

0

0

291 774

638 346

1 035 315

1 515 803

2 012 303

               

Ontvangsten

170 253

191 061

217 502

223 368

230 498

239 074

247 672

Toelichting

WW (Werkloosheidswet)

Werknemers die geheel of gedeeltelijk werkloos worden, kunnen het verlies aan inkomen voor een bepaalde periode opvangen met een WW-uitkering. Na een oploop van het aantal WW-uitkeringen in 2009 en 2010 als gevolg van de economische crisis zal het aantal WW-uitkeringen in 2011 weer afnemen. Hierdoor is er in 2011 sprake van een daling van de uitkeringslasten met naar verwachting € 0,3 miljard ten opzichte van 2010. Daardoor dalen ook de uitvoeringskosten van het UWV weer. Deze trend wordt naar verwachting in de daaropvolgende jaren voortgezet.

In maart 2010 heeft het kabinet Balkenende IV besloten de mogelijkheid tot instroom in de deeltijd-WW beperkt te verlengen voor bedrijven die niet eerder gebruik hebben gemaakt van bijzondere werktijdverkorting of deeltijd-WW. De regeling eindigt – ongeacht het moment van instroom – uiterlijk op 1 juli 2011 (Kamerstukken II 2009/2010, 26 544, nr. 238). Tegelijkertijd is het plafond in de regeling aangepast naar € 660 mln. Dit betekent dat de regeling wordt ingetrokken op het moment dat de instroom het niveau dreigt te bereiken dat correspondeert met een uiteindelijke uitkeringslast van € 660 mln. De verwachte netto-uitgaven aan deeltijd WW in 2011 bedragen € 170 mln. Het onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werktijdverkortingsregelingen bijzondere wtv en deeltijd-WW zal naar verwachting in het najaar van 2011 afgerond worden.

WAO (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering)

WAO-gerechtigden zijn personen die vóór 1 januari 2006 arbeidsongeschikt zijn geworden. Door de invoering van de Wet WIA dalen de uitkeringslasten WAO, omdat geen nieuwe WAO-uitkeringen meer worden verstrekt, uitgezonderd herlevingen op basis van oud recht. De WAO kent zodoende geen nieuwe instroom meer en alleen nog uitstroom. De uitkeringslasten WAO en de uitvoeringskosten WAO laten daarom een daling zien.

In het kader van de ombuigingsmaatregelen – ter dekking van uitvoeringstegenvallers op de begroting van SZW – wordt de tegemoetkoming WAO met ingang van 2011 met € 14 (netto) op jaarbasis gekort. Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)

In de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) staat werk voorop. Het accent in de wet ligt op wat mensen wel kunnen. Door middel van financiële prikkels worden werkgevers en werknemers gestimuleerd er alles aan te doen om gedeeltelijk arbeidsgeschikten aan het werk te helpen of te houden. Tegelijkertijd is er inkomensbescherming voor mensen die echt niet meer aan de slag kunnen komen. De WIA bestaat uit twee uitkeringsregimes: de Regeling inkomensvoorziening volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA) en de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

In het kader van de ombuigingsmaatregelen – ter dekking van uitvoeringstegenvallers op de begroting van SZW – wordt de tegemoetkoming IVA en WGA met ingang van 2011 met € 14 (netto) op jaarbasis gekort. Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

IVA (Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten)

De IVA verzorgt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. De uitkeringslasten IVA stijgen omdat deze uitkeringsregeling zich in de opbouwfase bevindt. Ook de uitvoeringskosten IVA vertonen hierdoor vanaf 2011 een stijgende lijn.

WGA (Werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten)

De WGA verzorgt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten, of een minimumuitkering als zij niet werken of minder werken dan 50% van hun resterende verdiencapaciteit. De uitkeringslasten WGA stijgen omdat deze uitkeringsregeling zich in de opbouwfase bevindt. Ook de uitvoeringskosten WGA vertonen hierdoor een stijgende lijn.

ZW (Ziektewet)

De Ziektewet (ZW) verzekert het ziekterisico voor bepaalde groepen werknemers. Het ZW-vangnet verzekert diegenen die geen werkgever met een loondoorbetalingsplicht meer hebben, zoals WW’ers, uitzendkrachten en tijdelijke werknemers na het einde van het dienstverband. Daarnaast geldt de ZW voor een beperkte groep werknemers die wel in dienst is van een werkgever. Als werknemers namelijk ongeschikt zijn tot het verrichten van hun arbeid als gevolg van zwangerschap of bevalling, orgaandonatie of indien werknemers aanspraak hebben op de zogenaamde no riskpolis, dan ontvangen deze werknemers een uitkering op grond van de ZW. Het ZW-volume neemt in 2011 naar verwachting toe als gevolg van een lichte stijging van de groep zieke werklozen. De uitvoeringskosten ZW fluctueren met het volume en vertonen daardoor vanaf 2011 een licht stijgende lijn.

Het wetsvoorstel «Wet anticumulatie Ziektewet en Werkloosheidswet» is bij de Tweede Kamer ingediend. In dit wetsvoorstel wordt geregeld dat de einddatum van de uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) niet verschuift na een periode waarover een uitkering op grond van de ZW is genoten. Naar verwachting treedt dit onderdeel van het wetsvoorstel per 1 juli 2011 in werking. Daarnaast bevat dit wetsvoorstel nog drie andere vangnetmaatregelen (loonsanctie, verhaalsanctie en inkomstenverrekening). Deze maatregelen zullen naar verwachting per 1 januari 2011 worden ingevoerd. Naast de besparing door de anticumulatie (deze besparing slaat neer in de WW-lasten) zullen alle besparingen in de ZW terechtkomen. Deze besparingen zijn in de bovenstaande tabel verwerkt.

WAZ (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen)

De toegang voor zelfstandige ondernemers tot de WAZ is per 1 augustus 2004 beëindigd. De uitkeringslasten en de uitvoeringskosten van de WAZ laten zodoende een dalende trend zien.

In het kader van de ombuigingsmaatregelen – ter dekking van uitvoeringstegenvallers op de begroting van SZW – wordt de tegemoetkoming WAZ met ingang van 2011 met € 14 (netto) op jaarbasis gekort. Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

Grafiek budgetflexibiliteit per operationele doelstelling 2011

Toelichting

De budgetten voor OD1 (IOW), OD3, OD4 en OD6 zijn volledig juridisch verplicht op grond van wettelijke bepalingen. De budgetten voor OD5 voor de WWB Inkomensdeel, BB, IOAW, IOAZ, Bbz, WWIK en de WIJ zijn juridisch verplicht op grond van wettelijke bepalingen. De overige budgetten OD 5 zijn bestuurlijk gebonden op grond van het Bestuurlijk Akkoord SZW-VNG.

Operationele doelstelling

1 Zorgdragen dat werknemers bij werkloosheid een tijdelijk loonvervangend inkomen ontvangen én tot werkhervatting worden gestimuleerd

Motivering

Om de tijdelijke inkomensbescherming van werknemers bij werkloosheid te waarborgen en hen te activeren tot werkhervatting.

Instrumenten

  • •  Werkloosheidswet (WW);
  • •  Inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW);
  • •  Bijdrage uitvoeringskosten aan het UWV.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Instandhouden en onderhouden van een toekomstbestendige en activerende wettelijke verzekering tegen werkloosheid;
  • •  Toezien op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende wetsuitvoering door UWV;
  • •  Voorlichting.

Activiteiten van UWV:

  • •  Uitvoering van de wettelijke verzekering;
  • •  Handhaving

Doelgroepen

  • •  Verzekerden (werknemers);
  • •  WW-gerechtigden;
  • •  IOW-gerechtigden;
  • •  Premiebetalers (werkgevers).

Indicatoren

Instroomkans WW 55+

Het streven is de arbeidsparticipatie van ouderen te verhogen, onder meer door het beroep van oudere werknemers op de WW terug te dringen. De indicator geeft de verhouding weer van de instroomkans in de WW van mensen van 55 jaar en ouder ten opzichte van de gemiddelde instroomkans voor de totale populatie.

Het streven is de instroomkans van mensen van 55 jaar en ouder niet hoger te laten oplopen dan de gemiddelde instroomkans in de WW.

Werkhervatting binnen 12 maanden

Deze indicator geeft weer hoeveel WW-gerechtigden binnen een jaar na aanvang van hun uitkering vanwege werkhervatting zijn uitgestroomd.

Werkhervatting binnen 12 maanden 55+

De indicator vermeldt het percentage werkhervattingen binnen 12 maanden voor de WW-gerechtigden die bij instroom in de WW 55 jaar of ouder waren.

Deze indicatoren bieden een aanwijzing voor de activerende werking van de WW. De streefwaarde ten aanzien van werkhervatting is een meerjarige doelstelling. Aanpassingen zoals de aanscherping van de richtlijn passende arbeid per medio 2008 en de invoering per medio 2009 van inkomstenverrekening in de WW zijn gericht op het versnellen van de werkhervatting. Het percentage werkhervatters binnen 12 maanden is tussen 2007 en 2009 echter afgenomen als gevolg van de economische crisis. Inmiddels lijkt hier een omslag te hebben plaatsgevonden en neemt het aandeel weer toe. Vanaf 2010 bedraagt de groei van de streefwaarden voor zowel 55+ers als de totale WW-instroom 1-procentpunt per jaar.

Tabel 46.4 Indicatoren operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2009

Streven 2010

Streven 2011

Streven 2015

Instroomkans in de WW van de leeftijdscategorie 55 en ouder t.o.v. de gemiddelde instroomkans1

0,85

≤1

≤1

≤1

Werkhervatting binnen 12 maanden na instroom van WW-gerechtigden (%)2

42

46

47

51

Werkhervatting binnen 12 maanden na instroom van WW-gerechtigden die bij instroom 55 jaar of ouder waren (%)

29

30

31

35

Noot 1: Bron: UWV, jaarverslag

Noot 2: Bron: UWV, administratie

Kengetallen

Volume ontslagwerkloosheid

Vanaf november 2008 is het aantal WW-gerechtigden toegenomen als gevolg van de economische crisis. De crisis heeft in 2009 en 2010 de volumeontwikkeling gedomineerd. Het volume van de ontslagwerkloosheid is gestegen van 148 duizend in 2008 en 197 duizend in 2009 tot naar verwachting 238 duizend uitkeringsjaren in 2010. In 2011 daalt het aantal uitkeringsjaren naar 236 duizend.

De snel opgelopen instroom in de WW leidt met enige vertraging tot een toename van de uitstroom. In 2011 zal zowel de WW-instroom als de WW-uitstroom lager liggen dan in 2010 als gevolg van het verwachte economisch herstel.

Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling zien van de leeftijdssamenstelling van het aantal WW-gerechtigden.

Grafiek volume WW naar leeftijd

Bron: CBS, Statline

Gemiddelde WW-duur

De gemiddelde WW-duur bij uitstroom was in de jaren tot en met 2008 tamelijk constant, te weten iets minder dan een jaar. In 2009 is de gemiddelde WW-duur als gevolg van de instroom van mensen met relatief goede arbeidsmarktkansen en relatief veel jongeren gedaald naar 37 weken. Naar verwachting ligt de gemiddelde WW-duur bij uitstroom hierdoor ook in 2010 op een lager niveau, namelijk 41 weken. In 2011 loopt de gemiddelde WW-duur bij uitstroom verder op, tot een niveau vergelijkbaar met voor de crisis.

IOW

De eerste oudere werklozen zijn op 1 december 2009 ingestroomd in de IOW. Het aantal lopende uitkeringen blijft naar verwachting in zowel 2010 als 2011 onder de 500. Per 1 juli 2016 vervalt de IOW. De IOW wordt in 2010 geëvalueerd.

Handhaving

Het totaal geconstateerde fraudebedrag en de afdoening worden als kengetal in beeld gebracht. De toename in 2009 bij het aantal fraudeconstateringen en het daarmee gemoeide totale fraudebedrag houdt verband met de groei van het aantal WW-ers in dat jaar.

Tabel 46.5 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2009

Raming 2010

Raming 2011

Volume ontslagwerkloosheid (x 1 000 uitkeringsjaren)1

197

238

235

Aantal nieuwe WW-uitkeringen (x 1 000)

428

432

400

Aantal beëindigde WW-uitkeringen (x 1 000)

328

432

405

Gemiddelde WW duur bij uitstroom (weken)

37

41

45

Aantal lopende uitkeringen (volume) IOW (x 1 000)2

0

< 0,5

< 0,5

Noot 1: Bron: UWV, jaarverslag

Noot 2: Bron: SZW-berekeningen op basis van UWV- en CBS informatie

Tabel 46.6 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2008

Realisatie 2009

 

Handhaving

     
Nalevingsniveau van opgave van inkomsten uit arbeid (%)1

91

90

 
Kennis van verplichtingen (%)2

86

92

 

Aantal geconstateerde overtredingen (x 1 000)

14

18

 

Totaal fraudebedrag (x € 1 mln)

18,4

26,1

 

Percentage afdoening

96

99

 

Noot 1: Bron: SZW-berekeningen op basis van UWV- en CBS informatie

Noot 2: Bron: UWV, jaarverslag

Operationele doelstelling

2 Zorgdragen voor een inkomensvoorziening voor arbeidsongeschikte en zieke werknemers

Motivering

Om werknemers te beschermen tegen het risico van gebrek aan inkomen als gevolg van ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Instrumenten

  • •  Loondoorbetaling bij ziekte;
  • •  Ziektewet (ZW);
  • •  Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), bestaande uit de IVA- en WGA-regeling;
  • •  Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO): deze wet kent behoudens herlevingen geen nieuwe instroom meer;
  • •  Wet arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandigen (WAZ): deze wet kent, met uitzondering van herleving van oude rechten van voor 1 augustus 2004, geen nieuwe instroom meer;
  • •  De tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (> 35% arbeidsongeschikt) volgend uit de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg).

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Instandhouden en onderhouden van een toekomstbestendige en activerende inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid;
  • •  Toezien op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende wetsuitvoering door UWV;
  • •  Voorlichting;
  • •  Financiële prikkels voor zieke en arbeidsongeschikte werknemers om aan het werk te blijven dan wel het werk te hervatten;
  • •  Financiële prikkels voor werkgevers om zieke of arbeidsongeschikte werknemers in dienst te houden of nemen;
  • •  Vereenvoudiging van regelgeving.

Activiteiten van UWV:

  • •  Uitvoering van de wettelijke verzekering;
  • •  Handhaving

Doelgroepen

  • •  Werknemers;
  • •  Zelfstandigen die voor 1 augustus 2005 arbeidsongeschikt zijn geworden;
  • •  Werkgevers.

Indicatoren

Aandeel werkende WGA’ers met resterende verdiencapaciteit

Van de WGA-gerechtigden die een resterende verdiencapaciteit hebben, is het streven dat ten minste 50% betaalde arbeid verricht.

Tabel 46.7 Indicator operationele doelstelling 2
 

Realisatie 2009

Streven 2010

Streven 2011

Streven 2015

Aandeel werkende WGA-ers met resterende verdiencapaciteit

51%

≥ 50%

≥ 50%

≥ 50%

Bron: UWV, jaarverslag

Kengetallen

Bestand WAO, IVA, WGA

Sinds 2006 komen nieuwe uitkeringsgerechtigden in de IVA en WGA. In de WAO is er niettemin nog instroom door zogenaamde herlevingen van rechten op een WAO-uitkering (van personen die eerder al WAO-uitkeringen gehad hebben). Om een goed beeld van de ontwikkeling van het aantal arbeidsongeschikte werknemers te krijgen, moet gekeken worden naar het totaal van WAO en WIA. De totale instroom zal in 2011 naar verwachting uitkomen op circa 36 200 personen.

De raming van de uitstroom uit de WAO in 2011 is ongeveer 46 300 personen en bestaat met name uit personen die de leeftijd van 65 jaar bereiken. De uitstroom uit de IVA en WGA zal in de loop van de tijd toenemen naarmate het aantal uitkeringsgerechtigden groter wordt. De doorstroom van de WGA naar de IVA bestaat uit WGA-uitkeringsgerechtigden waarvan de arbeidsongeschiktheid alsnog als duurzaam wordt aangemerkt. Mensen die doorstromen van WGA naar IVA worden niet meegeteld als uitstroom uit de WGA.

De hogere uitstroomkans naar werk onder eigenrisicodragers dan bij UWV heeft te maken met samenstellingseffecten. Uit de evaluatie WGA die op 16 april 2010 (Kamerstuk 26 448, nr. 433) aan de Kamer is gezonden zijn geen significante verschillen in re-integratieprestaties gebleken tussen UWV en eigenrisicodragers.

Het totale aantal arbeidsongeschikte werknemers zal naar verwachting in 2011 afnemen. Dat komt doordat de afname van het aantal WAO-gerechtigden groter is dan de toename van het aantal WIA-gerechtigden. Het totaal aantal uitkeringen in 2011 van WIA en WAO is geraamd op ongeveer 134 000 respectievelijk 444 000 personen. In 2011 zal met name de uitstroom uit de WAO op een hoger niveau liggen dan in voorgaande jaren. Dit is omdat de talrijke WAO’ers die geboren zijn in 1946 (babyboomers) dan 65 worden.

Grafiek saldo in- en uitstroom arbeidsongeschiktheidsregelingen

Bron: UWV, jaarverslag

De bovenstaande grafiek toont de in- en uitstroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Per saldo is in de verschillende regelingen sprake van een uitstroom sinds 2003.

WAZ

Bij de WAZ blijft er enige instroom bestaan, doordat er sprake is van herleving van uitkeringen, bijvoorbeeld wanneer een persoon na een periode van herstel wederom met dezelfde klachten uitvalt. Het bereiken van de 65-jarige leeftijd is de voornaamste reden waarom de WAZ uitkeringen aflopen.

ZW

Het ZW-volume neemt in 2011 naar verwachting licht toe als gevolg van een stijging van de populatie zieke werklozen. De uitvoeringskosten ZW fluctueren met het volume en vertonen daardoor vanaf 2011 een licht stijgende lijn.

Handhaving

  • •  Bij de berekening van het nalevingsniveau van opgave van inkomen uit arbeid is rekening gehouden met zowel het verzwijgen van witte inkomens als van zwarte.
  • •  In 2009 zijn minder overtredingen bij de ZW geconstateerd samenhangend met een daling van het aantal geconstateerde overtredingen bij te late herstelmelding.
Tabel 46.8 Kengetallen operationele doelstelling 2
 

Realisatie 2009

Raming 2010

Raming 2011

WAO + IVA + WGA

Bestand in uitkeringen (ultimo, x 1000)

604,5

596,2

578,1

– waarvan WAO

521,7

487,1

444,0

– waarvan IVA

20,0

25,9

32,2

– waarvan WGA

62,8

83,2

101,9

Bestand als percentage van de verzekerde populatie (%)

8,4

8,1

7,7

Instroom in uitkeringen (x 1 000)

35,7

36,7

36,2

– waarvan WAO

6,3

4,2

3,2

– waarvan IVA

5,6

6,3

6,3

– waarvan WGA

23,8

26,2

26,7

Instroomkans (%)

0,52

0,53

0,52

Uitstroom in uitkeringen (x 1 000)

48,8

45,0

54,2

– waarvan WAO

42,7

38,8

46,3

– waarvan IVA

1,7

2,0

2,5

– waarvan WGA

4,4

4,2

5,4

Doorstroom van WGA naar IVA

2,2

1,6

2,6

Uitstroomkans WAO + WIA (%)

7,9

7,6

9,5

Uitstroomkans WGA naar werk UWV (%)

47

49

51

Uitstroomkans WGA naar werk eigenrisicodragers (%)

57

57

57

Aandeel werkende WAO/IVA/WGA’ers (%)

21

20

20

Aandeel instroom WIA uit ZW (%)

46

48

50

 

WAZ

Bestand in uitkeringen (ultimo, x 1 000)

34,2

30,5

26,8

Instroom in uitkeringen (x 1 000)

0,3

0,2

0,1

Uitstroom in uitkeringen (x 1 000)

4,7

3,9

3,8

       

ZW

Bestand in uitkeringen (gemiddeld, x 1 000)

85,7

92,9

94,4

Instroom in uitkeringen (x 1 000)

293

   

Uitstroom in uitkeringen (x 1 000)

378

   

Bron: UWV, jaarverslag

Tabel 46.9 Kengetallen operationele doelstelling 2
 

Realisatie 2008

Realisatie 2009

 

Handhaving WAO + IVA + WGA

     
Nalevingsniveau van opgave van inkomen uit arbeid1

96

97

 
Kennis van verplichtingen WAO (%)2

85

87

 

Kennis van verplichtingen WGA (%)

85

81

 

Aantal overtredingen WAO/WIA (x 1 000)

5

5

 

Totaal schadebedrag (x € 1 mln)

7,7

9,2

 

Afdoeningspercentage inlichtingenplicht (%)

93,4

99

 
       

Handhaving ZW

     

Aantal overtredingen (x 1 000)

8

4

 

Totaal schadebedrag (x € 1 mln)

2,1

1,9

 

Afdoeningspercentage inlichtingenplicht

95,7

99

 

Noot 1: Bron: SZW-berekeningen op basis van UWV- en CBS informatie

Noot 2: Bron: UWV, jaarverslag

Operationele doelstelling

3 Zorgdragen voor arbeidsondersteuning en inkomensvoorziening voor jonggehandicapten

Motivering

Om de arbeidsparticipatie van jonggehandicapten te bevorderen alsmede jonggehandicapten te beschermen tegen het risico van gebrek aan inkomen als gevolg van arbeidsongeschiktheid.

Instrumenten

  • •  De nieuwe Wet Werk en Arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong), die op 1 januari 2010 in werking is getreden. In de Wajong staat participatie voorop. Met de jonggehandicapte (en eventueel diens ouders) wordt een individueel participatieplan opgesteld, waarin onder andere staat wat de beste manier is om een baan te vinden, welke ondersteuning daarbij beschikbaar is en welke rechten en plichten de jongere heeft. Als onderdeel van de arbeidsondersteuning kunnen zij zonodig inkomensondersteuning aanvragen. Voor de jonggehandicapte die als gevolg van zijn ziekte volledig en duurzaam niet in staat is om te werken, staat inkomensbescherming voorop;
  • •  De Wajong geldend voor jonggehandicapten die voor 1 januari 2010 een aanvraag indienden;
  • •  De tegemoetkoming voor Wajonggerechtigden volgend uit de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (WTCG);
  • •  Bijdrage uitvoeringskosten UWV.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Instandhouden en onderhouden van toekomstbestendige en activerende wettelijke instrumenten en voorzieningen voor jonggehandicapten;
  • •  Toezien op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende wetsuitvoering door UWV;
  • •  Voorlichting;
  • •  Bijdrage aan de uitvoeringskosten van het UWV;
  • •  Uitwerking aanpak «Werk voor Wajongers» inclusief vraaggerichte werkgeversbenadering;
  • •  Stimuleren van een soepele overgang van school naar werk;
  • •  Programma cultuuromslag Wajong.

Activiteiten UWV:

  • •  Claimbeoordeling;
  • •  Opstellen en bewaken van een participatieplan voor jonggehandicapten die perspectief hebben op de arbeidsmarkt;
  • •  Integrale dienstverlening op Werkpleinen;
  • •  Vraaggerichte werkgeversbenadering/ arbeidsmarktoffensief;
  • •  Verstrekken van Wajong-uitkeringen.

Doelgroepen

  • •  Jonggehandicapten die voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn geworden, geen arbeidsverleden hebben en daardoor niet volledig zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien;
  • •  Jongeren die tijdens hun studie arbeidsongeschikt worden.

Indicatoren

Het percentage nieuwe Wajong-instromers-met-arbeidsmarktperspectief in de Wet Wajong (met ingang van 2010) voor wie tijdig (binnen 16 weken) een participatieplan is opgesteld. Het streefcijfer hierbij is 100%.

Tabel 46.10 Indicatoren operationele doelstelling 3
 

Realisatie 2009

Streven 2010

Streven 2011

Het percentage nieuwe Wajong-instromers1- met-arbeidsmarktperspectief voor wie tijdig een participatieplan is opgesteld

100%

100%

Noot 1: Voor een groot deel van de instromers in de laatste 16 weken van 2010 zal het participatieplan in 2011 worden vastgesteld. Voor het bepalen van de tijdigheid in 2010 zal hiermee rekening worden gehouden.

Bron: UWV, jaarverslag

Kengetallen

Vanaf 1 januari 2010 stromen jonggehandicapten in in de nieuwe Wet Wajong. De Wajonggerechtigden die voor 1 januari 2010 een aanvraag hebben ingediend vallen nog onder de Wajong tot 2010. Aangezien de termijn waarbinnen die aanvragen moeten zijn beoordeeld, uiteraard de jaargrens van 1 januari 2010 overschrijdt, stromen in het begin van 2010 ook in de oude Wajong nog jonggehandicapten in. Ook kan er sprake zijn van personen die na een periode van herstel wederom met dezelfde klachten in de uitkering terugvallen. Hierdoor is ook in 2011 nog instroom in de Wajong zoals die gold voor 2010.

In de Wajong tot 2010 was bijna iedereen (98%) volledig arbeidsongeschikt als gevolg van de keuringssystematiek. De Wajonggerechtigde werd volledig arbeidsongeschikt bevonden als hij of zij niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kon verdienen. In de Wet Wajong (met ingang van 2010) staat participatie voorop en is aan de keuring het element duurzaam toegevoegd. Jongehandicapten die nog participatiemogelijkheden hebben komen in de werkregeling, en na hun 27ste in de voortgezette werkregeling. In de werkregeling zijn de volgende participatieoordelen mogelijk: reguliere arbeid, afgeschermde arbeid of tijdelijk geen benutbare mogelijkheden. Studerende jonggehandicapten komen in de studieregeling. Jonggehandicapten die volledig en duurzaam niet in staat zijn om te werken komen in de regeling voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.

Een deel van de werkende Wajonggerechtigden kan werkzaam zijn bij een reguliere werkgever, of werkzaam zijn op een afgeschermde werkplek. Naar verwachting zal een deel van de Wajonggerechtigden dat werkzaam is bij een reguliere werkgever geen inkomensondersteuning meer nodig hebben. Ook zal naar verwachting een deel geheel uitstromen uit de Wajong.

Grafiek onderverdeling Wajonggerechtigden

Bron: UWV, jaarverslag

De uitstroom uit de Wet Wajong (met ingang van 2010) zal in 2010 zeer laag zijn omdat vanaf 2010 een nieuw bestand wordt opgebouwd. Door de beoordelingstermijn van nieuwe aanvragen, komt de instroom ook niet meteen volledig op gang. Doordat het nieuwe bestand relatief jong is spelen de factoren pensionering en overlijden een veel kleinere rol dan in de uitstroom van de Wajong tot 2010. Uitstroom vanwege werk is in 2010 nog niet aan de orde omdat het participatieplan en het vinden van werk tijd kosten en uitstroom vervolgens pas mogelijk is na een jaar gewerkt te hebben tegen minimaal het wettelijk minimumloon. Deze factoren spelen ook nog een rol in 2011 waardoor de uitstroom in 2011 iets hoger, maar nog steeds laag is. Het aandeel werkende Wajongers op grond van de Wet sociale werkvoorziening zal in 2010 ook nog nihil zijn door de gemiddelde wachtlijst van meer dan een jaar. In 2011 zullen de eerste Wajongers (met ingang van 2010) gaan werken op grond van de Wet sociale werkvoorziening. De bovenstaande grafiek toont de samenstelling van het Wajongbestand naar regeling.

Tabel 46.11 Kengetallen operationele doelstelling 3
 

Realisatie 2009

Raming 2010

Raming 2011

Wajong tot 2010

     

Bestand in uitkeringen (ultimo, x 1 000)

192

194,4

190,3

– waarvan volledig arbeidsongeschikt (%)

98

98

98

Bestand als percentage van de verzekerde populatie (%)

1,8

1,9

1,9

Instroom in uitkeringen (x 1 000)

17,6

6,9

1,2

Uitstroom in uitkeringen (x 1 000)

4,3

4,5

5,3

Aandeel werkende Wajong’ers (%)

25

26

26

       

Wet Wajong (met ingang van 2010)

     

Bestand in uitkeringen (ultimo, x 1 000)

 

10,0

23,4

– waarvan Werkregeling (%)

 

60

60

– waarvan participatieoordeel reguliere arbeid (%)

 

55

55

– waarvan participatieoordeel beschutte arbeid (%)

 

15

15

– waarvan participatieoordeel tijdelijk geen mogelijkheden (%)

 

30

30

– waarvan Studieregeling (%)

 

10

10

– waarvan volledig en duurzaam arbeidsongeschikt (%)

 

30

30

Instroom in uitkeringen ( x 1 000)

 

10,0

13,5

– waarvan Werkregeling (%)

 

60

60

– waarvan participatieoordeel reguliere arbeid (%)

 

55

55

– waarvan participatieoordeel beschutte arbeid (%)

 

15

15

– waarvan participatieoordeel tijdelijk geen mogelijkheden (%)

 

30

30

– waarvan Studieregeling (%)

 

10

10

– waarvan volledig en duurzaam arbeidsongeschikt (%)

 

30

30

Uitstroom in uitkeringen (x 1 000)

 

0

0,1

– waarvan uitstroom wegens werk (%)

 

0

20

Aandeel werkende Wajong’ers binnen werkregeling(%)

 

30

35

– waarvan werkzaam bij reguliere werkgever (%)

 

100

85

– waarvan met inkomensondersteuning (%)

 

99

99

– waarvan zonder inkomensondersteuning (%)

 

1

1

– waarvan werkzaam op grond van de Wet sociale werkvoorziening (%)

 

0

15

Bron: UWV, jaarverslag

Operationele doelstelling

4 Zorgdragen voor een inkomensvoorziening voor bepaalde herkeurde arbeidsongeschikten

Motivering

Om oudere herkeurde arbeidsongeschikten die op grond van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (TBA) hun arbeidsongeschiktheidsuitkering geheel of gedeeltelijk hebben verloren, een inkomen op minimumniveau te bieden en hen te motiveren te gaan werken.

Instrumenten

  • •  De tijdelijke Wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (BIA);
  • •  Bijdrage uitvoeringskosten UWV.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Toezien op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende wetsuitvoering door UWV;
  • •  Onderhouden van de wet- en regelgeving.

Activiteiten UWV:

  • •  Beoordelen van recht op een uitkering;
  • •  Verstrekken van uitkeringen.

Doelgroepen

  • •  Personen die op 1 augustus 1993 reeds recht hadden op een arbeidsongeschiktheids-uitkering en op die dag 45 jaar of ouder waren (na afloop van WW-periode);
  • •  Personen die op 31 december 1986 in de leeftijd van 35 jaar of ouder waren en zowel op die datum als ook op 31 juli 1993 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvingen (na afloop van WW-periode).

Indicatoren

De BIA is een overgangsregeling voor een steeds kleiner wordende groep uitkeringsgerechtigden. Daarom zijn er geen indicatoren geformuleerd.

Kengetallen

Ultimo 2016 zal het uitkeringsrecht op grond van de wet BIA vervallen. De doelgroep BIA loopt terug tot 0 in 2016.

Tabel 46.12 Kengetallen operationele doelstelling 4
 

Realisatie

2009

Raming

2010

Raming

2011

Aantal uitkeringsjaren BIA (x 1 000)

0,4

0,4

0,4

Bron: UWV, jaarverslag

Operationele doelstelling

5 Zorgdragen dat toereikende middelen worden verstrekt aan gemeenten voor inkomensaanvulling tot minimumniveau aan mensen die niet zelf (volledig) kunnen voorzien in hun levensonderhoud

Motivering

  • •  Om inkomensverlies tot onder het niveau van het sociaal minimum te voorkomen en om personen zo spoedig mogelijk zelfstandig in het eigen levensonderhoud te laten voorzien;
  • •  Om het gemeenten mogelijk te maken burgers financiële ondersteuning te bieden vanwege uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten.

Instrumenten

  • •  De Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten (BUIG), waaronder vallen:
    • –  De wet investeren in jongeren (WIJ);
    • –  Het inkomensdeel van de Wet werk en bijstand (WWB) (het re-integratiebudget wordt toegelicht bij artikel 47);
    • –  Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
    • –  Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
    • –  Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) 2004 (voor zover dat betrekking heeft op algemene bijstand aan startende ondernemers);
    • –  Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK);
  • •  Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004): Voor de kosten van levensonderhoud en de verstrekking van bedrijfskapitaal Bbz ten behoeve van gevestigde zelfstandigen ontvangen gemeenten een aparte specifieke uitkering;
  • •  Inlichtingenbureau gemeenten;
  • •  Financiële middelen, onder meer ter voorkoming en bestrijding van problematische schulden;
  • •  Financiële middelen voor extra maatregelen schuldhulpverlening in verband met de economische crisis;
  • •  Wet participatiebudget (het re-integratiebudget wordt toegelicht bij artikel 47);
  • •  Bestuurskkoord SZW-VNG;
  • •  Middelen voor bijzondere bijstand via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Onderhouden van de wet- en regelgeving;
  • •  Ramen macrobudget gebundelde gemeentelijke uitkeringen inkomensvoorzieningen en onderhouden verdelingsystematiek;
  • •  Experiment werken in deeltijd voor alleenstaande ouders in de bijstand met kinderen jonger dan 12 jaar (Vazalo);
  • •  Het bepalen van het wettelijk kader voor bijzondere bijstandsverlening;
  • •  Monitoren ambities en afspraken Bestuursakkoord met gemeenten.

Verder optimaliseren van het systeem en de werking van de WWB en voor zover relevant van de WIJ door:

  • •  Beslissen op aanvragen voor een meerjarige of incidentele aanvullende uitkering WWB inkomensdeel;
  • •  Stimuleren aanpak harde kern;
  • •  Ondersteunen van de gemeenteraad/griffie bij het waarmaken van hun kaderstellende en controlerende rol;
  • •  Resultaten tonen van de WWB en monitoren met het oog op beleidsdoorlichting in 2011;
  • •  Gevolgen van EU-beleid en ervaringen voor nationaal beleid en uitvoering verwerken;
  • •  Inventariseren ervaringen van gemeenten met de WIJ ten behoeve van de evaluatie die in 2011 moet zijn afgerond.

Activiteiten SZW op het terrein van armoede en schuldhulpverlening;

  • •  Bestrijden van armoede en sociale uitsluiting;
  • •  Het bevorderen dat kinderen die opgroeien in gezinnen op of rond het sociaal minimum kunnen (blijven) meedoen;
  • •  Tegengaan van niet-gebruik van inkomensvoorzieningen;
  • •  Aanpak van problematische schulden door het terugdringen van het aantal personen met een problematische schuld met de helft in 2011. Deze ambitie is geformuleerd voordat sprake was van de recente economische crisis. Het is duidelijk dat de economische crisis effect zal hebben op de mate waarin deze ambitie ook echt gerealiseerd kan worden. Het belang van de beperking en het zo mogelijk terugdringen van het aantal personen met problematische schulden is de reden geweest om in het aanvullend beleidsakkoord extra middelen uit te trekken voor schuldhulpverlening;
  • •  Het vergroten van het bereik en het versterken van de minnelijke schuldhulpverlening;
  • •  Het minimaliseren van de wachtlijsten schuldhulpverlening;
  • •  Voorbereiding van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel op basis waarvan de minnelijke schuldhulpverlening een wettelijke taak van gemeenten wordt;
  • •  Extra maatregelen schuldhulpverlening in verband met de economische crisis:
    • –  Extra aandacht voor preventie door goede voorlichting en actieve verwijzing naar schuldhulpverlening op de Werkpleinen;
    • –  Het opvangen van het extra beroep op de schuldhulpverlening;
    • –  Extra aandacht voor het verbeteren van de effectiviteit van de schuldhulpverlening.

Activiteiten gemeenten:

  • •  Desgevraagd doen van een werkleeraanbod;
  • •  Beoordelen van recht op een uitkering;
  • •  Verstrekken van uitkeringen;
  • •  Uitvoeren van de bijzondere bijstand;
  • •  In het Bestuursakkoord met VNG is afgesproken dat de gemeenten terughoudend zijn met de verstrekking van leenbijstand en dat zij deze zoveel mogelijk zullen terugdringen.

Doelgroepen

  • •  Jongeren tot 27 jaar die geen werk hebben of opleiding volgen;
  • •  Mensen van 27 tot 65 jaar die niet zelf (volledig) kunnen voorzien in hun levensonderhoud (bijstand als aanvulling op een onvolledige AOW-uitkering komt aan de orde in artikel 49);
  • •  Mensen met een langdurig minimuminkomen en/ of grote afstand tot de arbeidsmarkt;
  • •  Mensen in armoede of met een risico op armoede;
  • •  Mensen met risico op problematische schulden;
  • •  Alleenstaande ouders;
  • •  Oudere werkloze werknemers die na het 50ste jaar werkloos zijn geworden en die na het bereiken van de maximale uitkeringsduur op grond van de werkloosheidswet over onvoldoende middelen kunnen beschikken om te voorzien in hun levensonderhoud;
  • •  Oudere gewezen zelfstandigen die na het 55ste jaar het bedrijf of beroep hebben beëindigd en niet over voldoende middelen kunnen beschikken om te voorzien in hun levensonderhoud;
  • •  Beroepsmatig actieve kunstenaars die niet over voldoende middelen kunnen beschikken om te voorzien in hun levensonderhoud en academieverlaters kunstvakopleidingen;
  • •  Burgers met uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten, zonder toereikende eigen middelen.

Indicatoren

Ten aanzien van het macrobudget gebundelde uitkering BUIG is het uitgangspunt dat dit budget, met inachtneming van de afspraken uit het Bestuursakkoord, toereikend is.

In het Bestuursakkoord hebben SZW en VNG afgesproken zich sterk te maken voor het realiseren van een vermindering van het aantal mensen dat een beroep doet op de WWB door het WWB-volume met 30 000 uitkeringen/huishoudens of meer te verminderen dan op basis van de destijds verwachte conjuncturele ontwikkeling verwacht mocht worden. In februari 2010 is de eerste evaluatie van het Bestuursakkoord gepubliceerd waarin de realisatie voor 2008 is opgenomen. Deze is in tabel 46.13 overgenomen. Eind 2010 is een tweede evaluatieronde voorzien waarin de realisatie voor 2009 wordt geëvalueerd.

Voor de huidige WWB-volumeraming wordt verwezen naar tabel 46.14.

In het Bestuursakkoord is in het Deelakkoord Participatie afgesproken het aantal huishoudens met problematische schulden terug te dringen. In aansluiting daarop is de ambitie bepaald op de helft van het aantal gezinnen. Het rapport «Huishoudens in de rode cijfers» (Kamerstukken II 2009/10, 24 515, nr. 161) laat zien dat 693 000 Nederlandse huishoudens problematische schulden hebben en 148 000 een risico daarop lopen.

In het verlengde van het Bestuursakkoord is als doel gesteld om, gedurende de afgelopen kabinetsperiode, het aantal kinderen dat om financiële redenen niet mee kan doen in de maatschappij fors terug te dringen. Ten aanzien van deze doelstelling heeft het SCP reeds één meting verricht. Bij deze nulmeting is in kaart gebracht hoeveel kinderen in 2008 om financiële reden niet maatschappelijk participeerden. Hieruit is gebleken dat uit huishoudens onder 120% van het sociaal minimum ongeveer 66 000 kinderen om financiële redenen niet participeren. De vervolgmeting heeft plaats in 2010 en de rapportage volgt in 2011.

De bevoegdheden op het terrein van de bijzondere bijstand zijn integraal bij gemeenten belegd en worden gefinancierd uit de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Er zijn daarom geen indicatoren over bijzondere bijstand opgenomen.

Tabel 46.13 Indicatoren operationele doelstelling 5
 

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Streven 2010

Streven 2011

Streven 2012

Toereikendheid macrobudget gebundelde uitkering BUIG1

toereikend

toereikend

toereikend

toereikend

toereikend

Volumereductie WWB2

9 000

30 000

Aantal huishoudens met problematische schulden3

693 000

346 000

Aantal kinderen dat om financiële redenen niet participeert4

66 000

33 000

Noot 1: Bron: SZW

Noot 2: Bron: SZW en VNG, Samen aan de slag; Eerste evaluatieronde Bestuurlijk Akkoord Participatie (publicatie februari 2010)

Noot 3: Bron: EIM, onderzoek huishoudens in de rode cijfers

Noot 4: Bron: SCP, onderzoek kinderen, armoede en sociale uitsluiting

Kengetallen

VNG en SZW hebben in het Bestuursakkoord afspraken gemaakt over diverse kengetallen voor armoede en schuldhulpverlening. In de begroting zijn de volgende kengetallen opgenomen:

  • •  Uitgaven van gemeenten aan bijzondere bijstand, exclusief bijzondere bijstand voor bedrijfsdoeleinden (periodiek via CBS);
  • •  Bedrag leenbijstand t.o.v. totale bijzondere bijstand (periodiek via CBS, afgesproken in Bestuursakkoord);
  • •  Aantal huishoudens met bijzondere bijstand t.o.v. aantal huishoudens met een laag inkomen (periodiek via CBS, afgesproken in Bestuursakkoord);
  • •  Beperken wachtlijsten schuldhulpverlening (Hiemstra de Vries, juli 2008).

De WIJ is per 1 oktober 2009 in werking getreden. Als kengetallen hiervoor zijn opgenomen: het aantal inkomensvoorzieningen en het aantal jongeren met een inkomensvoorziening dat geen werkleertraject volgt. Met ingang van het jaarverslag 2010 zal over het laatstgenoemde kengetal gerapporteerd kunnen worden.

De middelen voor bijzondere bijstand worden bekostigd uit de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. SZW raamt deze uitgaven dan ook niet, en kan alleen inzicht geven in de gerealiseerde uitgaven.

Uit de monitor Bestuursakkoord blijkt dat de uitgaven leenbijstand in 2007 12% uitmaakten van het totale bedrag aan bijzondere bijstand. Deze meting geldt als nulmeting.

Het onderzoek «Wachttijden voor schuldhulpverlening bij gemeenten» (Kamerstukken II 2009/10, 24 515, nr. 185) heeft inzicht verschaft in de (gemiddelde) wachttijden voor schuldhulpverlening per 1 januari 2010. Dit betreft 32 kalenderdagen (dit is een ongewogen gemiddelde; er is daarbij geen onderscheid gemaakt naar de omvang van de gemeente). In het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening is de wachttijd gemaximeerd op 4 weken. Ingeval van bedreigende schulden (urgente schuldsituaties) is de wachttijd gemaximeerd op 3 werkdagen.

Tabel 46.14 Kengetallen operationele doelstelling 5
 

Realisatie 2009

Raming 2010

Raming 2011

Volume ontwikkelingen

     
Volume WWB thuiswonenden, periodiek < 65 jaar (x 1 000)1

269

286

275

Inkomensvoorzieningen WIJ (x 1 000)

< 0,5

7

10

Aantal jongeren met inkomensvoorziening dat geen werkleertraject volgt (x 1 000)

nb

   

Volume IOAW (x 1 000)

7

11

13

Volume IOAZ (x 1 000)

1

2

2

Volume bijstand buitenland (x 1 000)2

< 0,5

< 0,5

< 0,5

Volume Bbz (x 1 000)

3

3

3

Volume WWIK (x 1 000)

2

2

2

Uitgaven gemeenten aan bijzondere bijstand (x 1 mln)3

300

   
       

Armoede en schuldhulpverlening

     

Bedrag leenbijstand t.o.v. totale bijzondere bijstand (%)

13

   

Aantal huishoudens met bijzondere bijstand t.o.v. aantal huishoudens met een laag inkomen (%)

40

   

Beperken wachtlijsten schuldhulpverlening

 

Gemiddelde wachttijd 4 weken of minder. Voor bedreigende schulden gemiddeld 3 werkdagen

Noot 1: Bron: CBS, bijstandsuitkeringenstatistiek (jaargemiddelden uitgezonderd Uitgaven gemeenten bijzondere bijstand)

Noot 2: Bron: SVB, jaarverslag

Noot 3: Bron: CBS, bijstandsuitkeringenstatistiek (jaartotalen). Omdat bijzondere bijstandverstrekking wordt bekostigd vanuit het gemeentefonds en individuele gemeenten zelf beleid ontwikkelen, maakt SZW geen raming van de uitgaven en alleen inzicht in gerealiseerde uitgaven.

Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling zien van de leeftijdssamenstelling van het aantal WWB-gerechtigden < 65 jaar.

Grafiek volume WWB naar leeftijd

Bron: CBS, Statline

Het nalevingsniveau melden samenwoning is gebaseerd op de door de gemeenten geconstateerde samenwoonfraudes.

Tabel 46.15 Kengetallen operationele doelstelling 5
 

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Handhaving

   
Nalevingsniveau opgave van inkomsten (%)1

93

94

Nalevingsniveau melden samenwoning (%)

99,8

99,9

Aantal geconstateerde fraudegevallen2

23 720

21 280

Totaal fraudebedrag (x 1 mln)

70

69

Incassoratio %

12

11

Noot 1: Bron: SZW-berekeningen op basis van CBS informatie

Noot 2: Bron: CBS, bijstanddebiteurenstatistiek. Bij vergelijking met eerder gepubliceerde cijfers dient rekening te worden gehouden met een wijziging in de berekeningswijze.

Operationele doelstelling

6 Zorgdragen voor adequate werknemersverzekeringen en onderstand aan inwoners van de BES-eilanden

Motivering

Om inwoners van de BES-eilanden in geval van werkloosheid, ongevallen of ziekte of inwoners die niet zelf (volledig) kunnen voorzien in hun levensonderhoud een inkomensvoorziening op maat te bieden, waarbij de ontwikkeling van de uitkeringen op de eilanden wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van het minimumloon op de eilanden.

Instrumenten

De regelingen van SZW voor de BES-eilanden op het terrein van inkomensbescherming met activering betreffen een drietal werknemersverzekeringen en de Onderstand.

  • •  De werknemersverzekeringen voor de BES-eilanden zijn:
    • –  De Cessantiawet BES. Dit betreft een verplichte ontslagvergoeding aan werknemers bij ontslag buiten zijn of haar toedoen, te betalen door de werkgever. In geval van faillissement of surseánce van betaling neemt de overheid deze verplichting over;
    • –  De Ongevallenverzekering BES. Dit betreft een uitkering (ongevallengeld) aan werknemers die door een bedrijfsongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn geraakt;
    • –  De Ziekteverzekering BES. Dit betreft een uitkering (ziekengeld) aan werknemers die door ziekte arbeidsongeschikt zijn;
  • •  De Onderstand BES betreft een uitkering aan bewoners die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken.

De Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regelingen op de BES-eilanden. De hoogte van de onderstandsbedragen is overeengekomen in het Bestuurlijk Overleg gehouden op 18 april 2010.

Activiteiten

  • •  Onderhouden van de wet- en regelgeving;
  • •  Uitkeringsverzorging;
  • •  Toezicht en handhaving.

Doelgroepen

Uitkeringsgerechtigden op Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES-eilanden).

Indicatoren

Gegeven het geringe aantal gerechtigden zijn vooralsnog geen indicatoren geformuleerd. Bezien wordt of dit in de toekomst wel opportuun is.

Kengetallen

Volume uitkeringen BES

Voor het aanloopjaar 2011 wordt afgezien van het opnemen van een kengetal voor deze operationele doelstelling, omdat deze gegevens over dit jaar niet beschikbaar zijn. Het voornemen is om vanaf 2012 te gaan rapporteren over kengetallen met betrekking tot het volume

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Tabel 46.16 Onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp onderzoek

AD/OD

A. Start

B. Afgerond

Vindplaats

Evaluatieonderzoek ex ante

       

Beleidsdoorlichting

Zie «Effecten onderzoek ex post»

     

Effecten onderzoek ex post

Effecten Bestuurlijk Akkoord met gemeenten

OD 5

A. 2010

B. 2010

 
 

Experiment bevordering arbeidsinschakeling alleenstaande ouders

OD 5

A. 2008

B. 2011

 
 

Evaluatie IOW

OD 1

A. 2009

B. 2010

 
 

Beleidsdoorlichting WW

OD 1

A. 2014

B. 2015

 
 

Evaluatie deeltijd WW/WTV

OD1

A. 2010

B. 2011

 
 

Evaluatie WIA (tevens beleidsdoorlichting)

OD 2

A. 2009

B. 2010

 
 

Onderzoek premiegroepen WW

OD 2

A. 2010

B. 2010

 
 

Evaluatie Wajong (tevens beleidsdoorlichting)

OD 3

A. 2013

B. 2014

 
 

Evaluatie WIJ

OD 5

A. 2010

B. 2011

 
 

Kinderen, armoede en sociale uitsluiting

OD 5

   
 

– Achtergronden langetermijneffect

 

A. 2008

B. 2010

 
 

– Nameting aantal kinderen

 

A. 2009

B. 2010

 
 

– Duur wachttijden schuldhulpverlening

 

A. 2010

B. 2011

 
 

– Brede toegankelijkheid schuldhulpverlening

 

A. 2010

B. 2010

 

Overig evaluatieonderzoek

       

Toelichting

  • •  De premiegefinancierde uitgaven lopen mee in de beleidsdoorlichtingen.
  • •  De evaluatie WIA wordt uitgevoerd in 2010. De planning is om de evaluatie met kabinetsstandpunt eind 2010 aan de Tweede Kamer aan te bieden.
  • •  De Evaluatie IOW vervangt de beleidsdoorlichting IOW die gepland stond. In het kader van de Heroverwegingsrapporten is een diepgaande analyse van de werking van de WW uitgevoerd. Daarmee vervalt de noodzaak om aanvullend een beleidsdoorlichting in 2010 uit te voeren.
  • •  De Evaluatie WIJ wordt niet uitgebreid om ook als beleidsdoorlichting te kunnen gelden, zoals in de Begroting 2010 werd aangekondigd. De reden daarvoor is dat de termijn sinds de invoering van de WIJ nog kort is, waardoor een doorlichting niet zinvol en een evaluatie afdoende is. De beleidsdoorlichting zal plaatsvinden in 2014.
  • •  De Evaluatie deeltijd-WW/WTV is opgevoerd als onderzoek in de lijst.
  • •  De beleidsdoorlichting WW, die gepland staat voor 2014, is onder voorbehoud van de uitkomsten van de kabinetsformatie.

Artikel