Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

47 Aan het Werk: Bemiddeling en Re-integratie

Algemene doelstelling

Arbeidsinpassing in regulier werk voor uitkeringsgerechtigden en werklozen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

SZW schept de voorwaarden waarbinnen UWV en gemeenten personen met een sociale zekerheidsuitkering en niet-uitkeringsgerechtigden kunnen ondersteunen op hun weg naar reguliere arbeid. Het is belangrijk om mensen met of zonder uitkering te laten deelnemen aan betaald werk en, waar dat nog niet mogelijk is, mensen tot andere vormen van maatschappelijke participatie te brengen.

Bij de intake op het werkplein bepalen UWV en gemeenten wie ondersteuning nodig heeft en welk instrument effectief is. De werkpleinen bieden basisdienstverlening voor iedereen. Voor personen met een afstand tot regulier werk kan re-integratieondersteuning worden ingezet.

De inzet van re-integratieondersteuning richt zich op het verkleinen van de afstand tot regulier werk, opdat de kans op het verkrijgen van regulier werk wordt vergroot. Het doel van re-integratie is (uiteindelijk) arbeidsinpassing in regulier werk, waarmee wordt bijgedragen aan de vergroting van de netto arbeidsparticipatie en de vermindering van uitkeringsafhankelijkheid.

De inzet van re-integratiemiddelen dient selectief en vraaggericht te gebeuren. Selectiviteit vraagt van gemeenten en UWV om beter zichtbaar te maken welke inzet van re-integratiemiddelen en -instrumenten zij plegen, mede opdat zij ook van elkaar kunnen leren. Het gaat dan over wat, voor wie, wanneer wordt ingezet, hoe het werkt en welke resultaten worden bereikt. In het vergroten van de vraaggerichtheid spelen de werkpleinen een belangrijke rol. Werkpleinen verlenen diensten op maat die door één aanspreekpunt worden geregisseerd (geïntegreerde dienstverlening); voor werkzoekenden om arbeidsinschakeling te bevorderen en voor werkgevers om vacatures te vervullen.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

  • •  regelgeving (Wet SUWI) uitvoering werk en inkomen;
  • •  de uitvoering door het WERKbedrijf van UWV van de basisdienstverlening voor werkzoekenden en werkgevers en het toezicht daarop;
  • •  de uitvoering van re-integratie-inspanningen door UWV en het toezicht daarop. Naar aanleiding van de overschrijdingen van het re-integratiebudget in 2010 heeft het UWV aanvullende sturingsmaatregelen getroffen in 2010. Deze maatregelen worden eind 2010 geëvalueerd met het oog op structurele keuzes voor 2011;
  • •  het toezicht op een rechtmatige uitvoering van de WWB door gemeenten;
  • •  de beleidsvorming en uitvoering van ESF-programma’s.

Externe factoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

  • •  de economische omstandigheden, die van doorslaggevende invloed zijn op de situatie op de arbeidsmarkt en daarmee op de vraag naar arbeid;
  • •  effectieve uitvoering van de wetten door gemeenten en UWV op het gebied van re-integratie en handhaving;
  • •  goede samenwerking tussen de uitvoerende instanties (ketensamenwerking);
  • •  goed inspelen op conjuncturele ontwikkelingen door de uitvoerende instanties;
  • •  goede werking van de re-integratiemarkt;
  • •  bereidheid van werkgevers om uitkeringsgerechtigden en werklozen in dienst te nemen;
  • •  samenwerking binnen het regionale arbeidsmarktbeleid;
  • •  goede werking van de arbeidsmarkt.

Indicatoren

Er zijn geen overkoepelende indicatoren benoemd, omdat de uitstroom naar werk sterk afhankelijk is van de conjunctuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 47.1 Begrotingsuitgaven Artikel 47 (x € 1 000)

artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

4 063 919

2 437 719

2 177 497

1 787 238

1 711 089

1 588 612

1 594 934

Uitgaven

2 227 829

2 440 024

2 178 514

1 787 238

1 711 089

1 588 612

1 594 934

               

Programma uitgaven

2 212 547

2 424 930

2 160 481

1 775 348

1 699 199

1 576 722

1 583 044

waarvan juridisch verplicht

   

100%

0%

0%

0%

0%

               

Operationele Doelstelling 1

             

Basisdienstverlening UWV

331 866

378 498

271 229

213 877

200 414

199 369

198 340

BKWI

11 000

9 990

9 641

8 612

8 612

8 612

8 612

Ketensamenwerking

2 623

0

0

0

0

0

0

               

Operationele Doelstelling 2 en 3

             
Participatiebudget1

1 758 438

1 888 730

1 697 827

1 397 520

1 323 215

1 198 515

1 198 515

Risicovoorziening ESF 3

3 673

0

0

0

0

0

0

RWI

5 952

5 782

5 310

5 310

5 310

5 310

5 310

Re-integratie Wajong

71 093

113 913

165 153

141 805

153 424

156 692

164 043

Re-integratie Wajong

             

uitvoeringskosten

19 830

19 425

6 582

3 988

3 988

3 988

3 988

Subsidies

2 916

2 151

994

662

662

662

662

Beleidsondersteunende uitgaven

5 156

6 441

3 485

3 314

3 314

3 314

3 314

Re-integratie BES

0

0

260

260

260

260

260

               

Apparaatsuitgaven

15 282

15 094

18 033

11 890

11 890

11 890

11 890

Personeel en materieel

3 993

4 741

6 143

0

0

0

0

Agentschap SZW

11 289

10 353

11 890

11 890

11 890

11 890

11 890

               

Ontvangsten

290 344

493 541

482 667

275 860

189 555

115 855

115 855

Noot 1: In tabel 47.2 wordt een extracomptabel overzicht van het participatiebudget gegeven.

Toelichting

Basisdienstverlening UWV

Met de fusie per 1 januari 2009 van CWI en UWV zijn de activiteiten van beide organisaties gericht op werk samengebracht in één organisatieonderdeel van UWV, het WERKbedrijf. Het WERKbedrijf verzorgt de dienstverlening aan werkzoekenden (door onder meer ondersteuning, bemiddeling, activering, re-integratie) en werkgevers (door een actieve bijdrage aan snelle vacaturevervulling; ontslag- en tewerkstellingsvergunningen). Verder voert het WERKbedrijf de Wsw-indicatiestelling uit. Deze wordt verantwoord op artikel 48.

De aflopende meerjarenreeks hangt primair samen met de eerder ingeboekte fusiebesparingen als gevolg van het opgaan van het voormalig CWI in het WERKbedrijf van UWV en de in 2009 opgenomen aflopende reeks extra «crisis»-middelen uit de enveloppe arbeidsmarkt.

BKWI

Het Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen (BKWI) vormt een verbindende schakel in de SUWI-keten door zorg te dragen voor voorzieningen en standaarden waarmee de SUWI-organisaties gegevens op een efficiënte en betrouwbare manier kunnen uitwisselen.

Participatiebudget

In het Participatiebudget zijn het flexibel re-integratiebudget, de inburgeringsbudgetten – voor zover deze betrekking hebben op de door gemeenten aan te bieden inburgeringsvoorzieningen – en de middelen voor volwasseneneducatie gebundeld. Gemeenten kunnen uit dit budget participatievoorzieningen financieren, dat wil zeggen re-integratievoorzieningen, inburgeringsvoorzieningen, taalkennisvoorzieningen, educatieopleidingen en combinaties ervan. Deze participatievoorzieningen kunnen worden aangeboden (uiteraard na beoordeling en op basis van selectiviteit) aan één breed geformuleerde doelgroep, namelijk aan iedere in Nederland (legaal) woonachtige persoon van 18 jaar en ouder of aan een in Nederland woonachtige persoon van 16 of 17 jaar, die al aan de startkwalificatieplicht heeft voldaan of aan wie een vrijstelling daarvan is verleend. De financiering van de uitvoeringskosten loopt in het algemeen via het gemeentefonds. Vanaf 2012 is in verband met uitvoeringstegenvallers binnen de begroting van SZW een bedrag van € 142,5 miljoen gekort op het flexibel re-integratiebudget. Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

Een budgettaire uitsplitsing van de verschillende componenten van het participatiebudget staat in tabel 47.2.

Tabel 47.2 Extra comptabel overzicht Participatiebudget1De verplichtingen van de inburgering- en educatie-onderdelen van het participatiebudget zijn eveneens opgenomen in de begrotingen van de ministeries van OCW en WWI. (x € 1 000)
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Uitgaven aan gemeenten

1 888 730

1 697 827

1 397 520

1 323 215

1 198 515

1 198 515

Flexibel re-integratiebudget

1 435 689

1 335 660

1 122 160

1 134 160

1 083 160

1 083 160

Inburgering WWI

302 608

246 813

160 005

73 700

0

0

Educatie OCW

150 433

115 354

115 355

115 355

115 355

115 355

             

Ontvangsten

471 533

362 167

275 360

189 055

155 355

115 355

Ministerie WWI

302 608

246 813

160 005

73 700

0

0

Ministerie OCW

150 433

115 354

115 355

115 355

115 355

115 355

De minister van SZW is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van geld voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling van personen uit de gemeentelijke doelgroepen. De minister van SZW stelt de individuele gemeentelijke budgetten vast en is verantwoordelijk voor de eventuele terugvordering van niet of niet rechtmatig bestede gelden. De bijdragen van de minister van WWI en van de minister van OCW aan het Participatiebudget staan als ontvangsten op de begroting SZW.

RWI

Het hier opgenomen bedrag betreft de rijksbijdrage voor de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). Het RWI is een overlegorgaan en expertisecentrum dat gevraagd en ongevraagd adviezen verstrekt aan de spelers op de arbeidsmarkt en richt zich daarbij met name op praktijkoplossingen die op korte termijn kunnen worden ingevoerd.

Re-integratie Wajong

Dit betreft de totale rijksbijdrage aan het arbeidsongeschiktheidsfonds voor de re-integratie van jonggehandicapten. Re-integratie Wajong en re-integratie WAZ/WAO/WIA vormen samen de beschikbare re-integratiemiddelen voor arbeidsgehandicapten bij UWV. Er zijn middelen beschikbaar voor de inkoop van trajecten en diensten, voorzieningen, loonkostensubsidies en overige Wajong activiteiten. Vanaf 2012 wordt het re-integratiebudget gekort in verband met uitvoeringstegenvallers binnen de begroting van SZW. De evenwel stijgende meerjarige uitgaven zijn te verklaren door de meer activerende aanpak in de Wajong, waardoor een groter beroep op de Wajong-trajecten wordt verwacht. Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

Re-integratie Wajong uitvoeringskosten

De uitvoering van de Wajong maakt onderdeel uit van het takenpakket van het UWV.

Subsidies

Het budget subsidies wordt ingezet voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen op dit artikel, zoals een bijdrage aan de Cliëntenraden.

Beleidsondersteunende uitgaven

Uit dit budget worden de kosten voor onderzoek, voorlichting en uitvoeringskosten van het monitorcomité ESF betaald.

Re-integratie BES

Deze uitgaven hebben betrekking op «brede» activiteiten op de BES-eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba).

Apparaatsuitgaven Agentschap SZW

Voor de programmaperiode 2007–2013 wordt de Europese Subsidieregeling ESF 2 door het Agentschap SZW uitgevoerd. Hier wordt het deel van de uitvoeringskosten dat de opdrachtgever hiervoor inzet verantwoord. De Europese subsidie voor de uitvoering is niet in de rijksbegroting opgenomen.

Ontvangsten

De ontvangsten in 2011 bestaan voor een deel uit de bijdragen aan het Participatiebudget van de ministeries van WWI en OCW (zie tabel 47.2). Daarnaast is sprake van € 120 mln aan ontvangsten vanwege overschrijding door gemeenten van het reserveringspercentage van het Participatiebudget.

Tabel 47.3 Premiegefinancierde uitgaven Artikel 47 (x € 1 000)

Artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Uitgaven

579 514

596 475

523 138

452 196

440 388

434 672

446 593

               

Programmauitgaven

579 514

596 475

511 944

431 298

411 077

395 583

395 583

Operationele doelstelling 2 en 3

             

Re-integratie WAZ/WAO/WIA

183 514

143 891

134 756

82 643

78 731

80 587

80 587

Re-integratie WW

151 000

220 000

131 104

100 571

84 262

66 912

66 912

Uitvoeringskosten re-integratie

             

WAZ/WAO/WIA

71 000

89 840

89 890

89 890

89 890

89 890

89 890

Uitvoeringskosten re-integratie WW

174 000

142 744

156 194

158 194

158 194

158 194

158 194

               

Nominaal

0

0

11 194

20 898

29 311

39 089

51 010

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Re-integratie WAZ/WAO/WIA

Dit betreft de totale uitgaven voor re-integratie van uitkeringsgerechtigden in de premiegefinancierde arbeidsongeschiktheidsregelingen WAZ, WAO en WIA. De middelen worden ingezet voor de inkoop van trajecten en diensten, voorzieningen en loonkostensubsidies. Na 2011 dalen de meerjarige uitgaven vanwege onder meer het aflopen van loonkostensubsidies en wegens een korting op het re-integratiebudget van UWV (met ingang van 2012). Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

Behalve door de uitgaven in dit artikel wordt de re-integratie van gedeeltelijk arbeidsgeschikten bevorderd door een korting voor werkgevers op de af te dragen premies werknemersverzekeringen (zie ook artikel 42). Daarnaast zijn er re-integratieinstrumenten waarbij uitkeringen worden ingezet om mensen te laten werken. Dit zijn bijvoorbeeld loondispensatie, loon- en inkomenssuppletie en de no-riskpolis. De kosten van deze instrumenten zijn onderdeel van de totale uitgaven aan uitkeringen in artikel 46.

Re-integratie WW

Een belangrijk deel van de WW-gerechtigden heeft niet of nauwelijks ondersteuning nodig om weer aan de slag te komen. Voor WW-gerechtigden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt zet UWV passende ondersteuning bij re-integratie in. Ondersteuning door werkcoaches is opgenomen onder de uitvoeringskosten. Ingekochte trajecten en diensten worden uit dit budget betaald. Er zijn middelen beschikbaar voor de inkoop van trajecten en diensten en voor loonkostensubsidies. De daling in de uitgaven na 2011 hangt samen met het aflopen van crisismiddelen en loonkostensubsidies en een korting op het re-integratiebudget van UWV vanaf 2012. Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

Behalve de uitgaven op dit artikel worden nog andere instrumenten ingezet, bijvoorbeeld de premiekortingen oudere werknemers, tijdelijke «no-risk polis», proefplaatsingen en met (tijdelijk) behoud van uitkering starten als zelfstandige.

Uitvoeringskosten Re-integratie WAZ/WAO/WIA en uitvoeringskosten re-integratie WW

In deze budgetten zijn, naast de reguliere uitgaven voor het uitvoeren van op genoemde regelingen betrekking hebbende re-integratieactiviteiten, ook de kosten van werkcoaches opgenomen voor ca. € 150 mln.

Grafiek budgetflexibiliteit per operationele doelstelling 2011

Toelichting

De toekenning van re-integratiebudgetten 2011 aan UWV (basisdienstverlening), gemeenten en andere instellingen vindt plaats in het najaar van 2010, zodat de middelen voor alle operationele doelstellingen 100% (afgerond) juridisch verplicht zijn.

Operationele doelstelling

1 Ondersteuning bij het vinden van regulier werk voor die uitkeringsgerechtigden en werklozen die op eigen kracht werk kunnen vinden

Motivering

Niet iedereen heeft re-integratieondersteuning nodig. Een groot deel van de uitkeringsgerechtigden en werklozen komt op eigen kracht weer aan de slag. De basisdienstverlening van UWV-WERKbedrijf is daarbij ondersteunend.

Instrumenten

  • •  Basisdienstverlening UWV WERKbedrijf: informatie en advies over werk, bemiddeling en begeleiding bij het zoeken naar werk (cv plaatsen op www.werk.nl, hulp werkcoach), inschrijven voor werk en een uitkering aanvragen;
  • •  Leerwerkloketten.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Bevorderen van de ontwikkeling van geïntegreerde dienstverlening door UWV en gemeenten samen op de Werkpleinen aan zowel werkzoekenden als werkgevers;
  • •  Aansturen van en toezicht houden op UWV en daarmee samenhangend beleid en regelgeving tot stand brengen.

Activiteiten ketenpartners:

Met ingang van 2009 zijn verspreid over het land circa 100 Werkpleinen gevormd, die zich met hun activiteiten richten op het voorkomen van uitkeringsafhankelijkheid (preventie), het uitvoeren van de werkintake, het bemiddelen van vraag (werkgevers) en aanbod (werkzoekenden) en het handhaven van de verplichtingen. Ook brengen zij de (kansen op de) regionale arbeidsmarkt in kaart. Van groot belang in het kader van een selectieve inzet van mensen en middelen is de onafhankelijke diagnose en indicatiestelling en het beoordelen van competenties van werkzoekenden. Daarnaast richten de Werkpleinen zich tot werkgevers, door het aanbieden van een vast aanspreekpunt voor de totale dienstverlening. De plusvestigingen van de Werkpleinen kennen een bredere, regionale functie. Op elk van deze vestigingen bevindt zich ook een Leerwerkloket voor informatie over scholing- en beroepskeuze.

Partijen in de uitvoering kennen hun eigen planning- en controlcyclus, waarover aan de Tweede Kamer wordt gerapporteerd. Jaarlijks in december ontvangt de Tweede Kamer het jaarplan van UWV, waarna twee maal via tertaalrapportages wordt gerapporteerd over de uitvoering hiervan. In het voorjaar van het volgende jaar volgt het jaarverslag. Deze rapportages bevatten gegevens over de voortgang van de uitvoering door UWV.

Voortgang werkpleinen

De Tweede Kamer is op 18 mei 2010 (Tweede Kamer, 29 544, nr. 249) geïnformeerd over de voortgang op de locaties voor werk en inkomen, de werkpleinen. Daarbij is aangegeven dat het belangrijk is om de dienstverlening op de werkpleinen verder te brengen. Naast de maatregelen door de ketenpartners is ook nadere regelgeving op basis van de Wet SUWI van belang. In dat kader is in overleg met de ketenpartners een besluit tot wijziging van het Besluit SUWI opgesteld. In de wijziging van het Besluit SUWI zijn de afspraken die de ketenpartners onderling hebben gemaakt over de aspecten die volgens hen essentieel zijn voor de dienstverlening op de werkpleinen als uitgangspunt genomen. Met het besluit wordt voor de ketenpartners en burgers inzichtelijk gemaakt welke taken op de werkpleinen worden uitgevoerd. Daarnaast wordt nadere richting gegeven aan de inhoud van de dienstverlening en de cliëntenparticipatie op de werkpleinen. Ook worden regels gesteld omtrent de regionale samenwerking ten behoeve van het arbeidsmarktbeleid en regels over de gezamenlijk verslaggeving en de gegevensverwerking over de geïntegreerde dienstverlening. Met de wijziging van het Besluit SUWI wordt beoogd de afspraken van de ketenpartners te ondersteunen en te versterken. Met de landelijke ketenpartners is afgesproken dat het besluit eerst geheel of gedeeltelijk in werking treedt, indien het proces van de totstandkoming van de geïntegreerde dienstverlening op de werkpleinen niet voldoende vooruitgaat. De geïntegreerde dienstverlening is immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen. Die inwerkingtreding vindt pas plaats na overleg met de landelijke ketenpartners.

Doelgroepen

  • •  Bij UWV (WERKbedrijf) ingeschreven werkzoekenden die op eigen kracht weer aan de slag kunnen komen;
  • •  Werkgevers.

Indicatoren

Het WERKbedrijf biedt via het internet en fysiek op de Werkpleinen basisdienstverlening aan. Werkzoekenden worden geholpen bij het op eigen kracht weer aan het werk komen. Werkgevers worden geholpen bij het vervullen van vacatures.

De indicatoren in tabel 47.4 geven aan in welke mate werkgevers en werkzoekenden tevreden zijn over de aangeboden dienstverlening. Over de exacte normering van de prestatie-indicatoren 2011 vindt op dit moment nog overleg plaats. Bij de aanbieding van de jaarplannen 2011 van de SUWI-organisaties zal het parlement hier nader over geïnformeerd worden.

Tabel 47.4 Indicatoren operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2009

Streven 2010

Streven 2011

Streven 2015

Klanttevredenheid werkgevers

7

voldoende

voldoende

Voldoende

Klanttevredenheid werkzoekenden

6,8

voldoende

voldoende

voldoende

Bron: UWV, Algemeen Keten Overleg (AKO), rapportage 3de tertaal 2009

Kengtetallen

De kengetallen in tabel 47.5 beschrijven de omvang van de basisdienstverlening. In tabel 47.6 is aangegeven hoeveel werkzoekenden aan het werk zijn gekomen; hetzij volledig op eigen kracht, hetzij met een beroep op de basisdienstverlening.

Tabel 47.5 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2009

Realisatie 20101

Aantal niet-werkende werkzoekenden primo verslagperiode (x 1 000)

417

508

Instroom niet-werkende werkzoekenden (x 1 000)

567

208

Aantal geregistreerde vacatures primo verslagperiode (x 1 000)

44

40

Bij UWV Werkbedrijf ingediende vacatures (x 1 000)

239

97

Door UWV Werkbedrijf vervulde vacatures (x1 000)

92

38

Door UWV Werkbedrijf vervulde vacatures in % van het aantal ingediende vacatures

38%

39%

Noot 1: Realisatie 2010 heeft betrekking op eerste tertaal 2010

Bron: UWV, tertaalrapportage

Tabel 47.6 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Totaal

AO

WW

Bijstand

Nug

In 2009 in een baan gestarte voormalig werklozen (zonder voorliggende re-integratie-ondersteuning) (aantal x 1 000)

299

53

109

118

19

Bron: CBS, Aan het werk met of zonder re-integratieondersteuning

Operationele doelstelling

2 Ondersteuning bij het vinden van regulier werk voor die uitkeringsgerechtigden en werklozen die dat niet op eigen kracht kunnen

Motivering

Het re-integratiebeleid is gericht op uitstroom uit werkloosheid naar regulier werk van werkzoekenden met een grote afstand tot regulier werk. Het re-integratiebeleid zet niet in op personen die op eigen kracht regulier werk kunnen verkrijgen. Gemeenten en UWV hebben de verantwoordelijkheid en de middelen om via maatwerk een passende re-integratieondersteuning aan te bieden. Met re-integratieondersteuning wordt bedoeld trajecten, waaronder ook inburgeringstrajecten, extra ondersteuning van de casemanager bij gemeenten en de werkcoach bij UWV. Deze trajecten dienen vraaggericht en selectief te worden ingezet, zoals geformuleerd in het Plan van Aanpak re-integratie (Kamerstukken II, 28 719, nr. 60.

Instrumenten

  • •  Het re-integratiebudget (gemeenten) als onderdeel van het Participatiebudget;
  • •  Bijdrage aan re-integratiebudgetten van UWV;
  • •  Prestatieafspraken met ketenpartners.

Activiteiten

  • •  Beschikbaar stellen van instrumenten aan UWV en gemeenten ten behoeve van werkgevers, uitkeringsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden, zoals re-integratietrajecten, premiekorting, no-riskpolis, loonkostensubsidie, werkgevers- en werknemersvoorzieningen;
  • •  Bevorderen van de ontwikkeling van integrale dienstverlening op de Werkpleinen;
  • •  Kaders stellen voor de re-integratiemarkt;
  • •  Verrichten van onderzoek en het verspreiden van de resultaten hiervan;
  • •  Ontsluiten van goede praktijkvoorbeelden via onder andere www.interventiesnaarwerk.nl;
  • •  Aansturen en toezicht houden op UWV.

UWV heeft een eigen planning- en controlcyclus, waarover aan de Tweede Kamer wordt gerapporteerd. Deze rapportages bevatten gegevens over de voortgang van de uitvoering van re-integratieactiviteiten waar UWV verantwoordelijk voor is.

Doelgroepen

  • •  Bijstandsgerechtigden met een afstand tot de arbeidsmarkt;
  • •  Niet-uitkeringsgerechtigden met een afstand tot de arbeidsmarkt;
  • •  Anw-gerechtigden met een afstand tot de arbeidsmarkt;
  • •  WW-gerechtigden met een afstand tot de arbeidsmarkt;
  • •  Gedeeltelijk arbeids(on)geschikten (WAZ, Wajong, WAO, WIA) met een afstand tot de arbeidsmarkt;
  • •  Jongeren uit de doelgroep van de WIJ.

Indicatoren

Uitstroom naar regulier werk binnen 24 maanden na start re-integratieondersteuning gericht op regulier werk

Het doel van deze indicator is om inzicht te geven in de resultaten van re-integratieondersteuning gericht op regulier werk. Het kabinet heeft alleen voor 2011 (het einde van de kabinetsperiode) de streefwaarde van 60% geformuleerd. De re-integratieondersteuning die niet rechtstreeks gericht is op uitstroom naar werk («stapjes op de ladder») wordt in operationele doelstelling 3 beschreven. Op dit moment is het nog niet mogelijk om dit onderscheid cijfermatig te maken. Totdat het onderscheid kan worden gekwantificeerd, wordt daarom nog alle re-integratieondersteuning (zowel gericht op regulier werk als op afstandverkleining) hier weergegeven.

Uitstroom naar regulier werk na einde loonkostensubsidie

Sinds eind 2008 gebruikt UWV loonkostensubsidies ook voor herbeoordeelden (brugbanen). Begin 2009 trad de Wet stimulering arbeidsparticipatie in werking waarmee ook de mogelijkheid ontstond om loonkostensubsidie te verstrekken voor langdurig werklozen en andere (gedeeltelijk) arbeidsgeschikten (inclusief brugbanen). Gemeenten beschikken al langer over het instrument loonkostensubsidie. De indicator in tabel 47.7 over loonkostensubsidies heeft in verband met de beschikbaarheid van gegevens alleen betrekking op de activiteiten van gemeenten.

Tabel 47.7 Indicatoren operationele doelstelling 2
 

Realisatie 2009

Streven 2010

Streven 2011

Streven 2014

Uitstroom naar regulier werk binnen 24 maanden na start re-integratieondersteuning gericht op regulier werk1

55%

60%

60%

Uitstroom naar regulier werk na einde loonkostensubsidie2

49%

50%

50%

50%

Noot 1: Bron: CBS, Uitstroomdoelstelling re-integratieondersteuning

Noot 2: Bron: CBS, Aan het werk met of zonder re-integratieondersteuning

Kengetallen

De kengetallen in tabel 47.8 geven per uitkeringssituatie inzicht in de mate waarin personen met re-integratieondersteuning aan het werk gaan. Tevens wordt inzicht gegeven in welke mate de arbeidsinpassing duurzaam is. Ook van loonkostensubsidies wordt inzichtelijk gemaakt in welke mate na beëindiging sprake is van een regulier dienstverband.

Tabel 47.8 Kengetallen operationele doelstelling 2 (aantallen x 1 000)
 

Totaal

AO

WW

Bijstand

Nug/Anw

In 2009 in een baan gestarte voormalig werklozen (na voorliggende re-integratieondersteuning)1

206

24

128

45

9

Aandeel met minimale duur van 6 maanden van in 2008 in een baan gestarte voormalig werklozen (na voorliggende re-integratieondersteuning)

76%

78%

80%

72%

72%

Aantal gestarte loonkostensubsidies in 20092

13

   

12

1

Beëindigde loonkostensubsidie in 2009

12

   

11

1

Noot 1: Bron: CBS, aan het werk met of zonder re-integratieondersteuning

Noot 2: Bron: CBS, statistiek re-integratie gemeenten

Operationele doelstelling

3 Ondersteuning bij het verkleinen van de afstand tot regulier werk aan die uitkeringsgerechtigden en werklozen die dat niet op eigen kracht kunnen

Motivering

Uitstroom naar regulier werk is niet altijd direct haalbaar. Soms is de afstand tot regulier werk zo groot dat er eerst re-integratieondersteuning moet worden ingezet om deze afstand tot regulier werk te verkleinen. Het directe doel is dan het zetten van een stap op de re-integratieladder, die veel gemeenten als hulpmiddel bij de uitvoering van het re-integratiebeleid gebruiken. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid en de middelen om via maatwerk een passende voorziening aan te bieden om deze afstand te verkleinen. Hiertoe zetten zij onder andere participatieplaatsen en sociale activering in.

Instrumenten

  • •  Wet- en regelgeving: Wet SUWI, WWB, Wet stimulering arbeidsparticipatie (STAP);
  • •  Het «brede» re-integratiebudget BES;
  • •  Re-integratiebudget gemeenten.

Activiteiten

  • •  Beschikbaar stellen van instrumenten aan gemeenten ten behoeve van uitkeringsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden: participatieplaatsen, loonkostensubsidies etc.;
  • •  Verrichten van onderzoek en verspreiden van de resultaten hiervan;
  • •  Monitoren inspanningen gemeenten.

Doelgroepen

Werkzoekenden die eerst een stap op de re-integratieladder moeten maken, voordat zij naar regulier werk kunnen worden gere-integreerd.

Indicatoren

Voor deze operationele doelstelling is geen indicator benoemd. Een reden daarvoor is de weerbarstigheid van de problematiek bij de doelgroep die vaak meerjarige ondersteuning nodig maakt, waarvan de resultaten soms niet of nauwelijks zichtbaar worden in het maken van een stap op de re-integratieladder. Ook kampt deze groep vaak met problemen in meerdere leefdomeinen die een brede inzet van instrumenten en ondersteuning vergen (bijvoorbeeld zorg), die zich niet beperkt tot het re-integratieterrein.

Kengetallen

De kengetallen zullen in de toekomst inzicht geven in de mate waarin instrumenten gericht op het maken van een stap op de re-integratieladder worden ingezet en in welke mate deze leiden tot het daadwerkelijk zetten van een stap in de richting van regulier werk. Met het kengetal «Doorstroom naar re-integratieondersteuning gericht op arbeidsinpassing in regulier werk in een kalenderjaar» wordt inzicht gegeven in welke mate personen in de WWB met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt bemiddelbaar worden richting regulier werk. Ook het aantal participatieplaatsen zal hier worden gemeld.

Op dit moment is het nog niet mogelijk om dit onderscheid cijfermatig te maken (Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 28 719, nr. 71 en Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 28 719, nr. 72. Totdat het onderscheid kan worden gemaakt, wordt daarom nog alle re-integratieondersteuning (zowel gericht op regulier werk als arbeidsinpassing) weergegeven bij operationele doelstelling 2.

Samenvattende tabel

Tabel 47.9 Uitgaven, trajecten en resultaten re-integratie
   

UWV

Gemeenten

 

Totaal

AO

WW

WWB

Nug/Anw

Budget 2011 (x € 1 mln)1

1 767

300

131

1 336

Budget 2010 (x € 1 mln)

1 914

258

220

1 436

           

Uitgaven 2009 ( x € 1 mln)

406

255

151

1 8502

Uitvoeringskosten 2009 (x € 1 mln)

265

91

174

uit Gemeentenfonds

Totaal uitgaven 2009 (x € 1 mln)

671

346

325

   
           
Re-integratietrajecten (x 1 000):3
         

– gestart in 2009

240

48

82

105

5

– beëindigd in 2009

164

35

51

72

6

           
In 2009 in een baan gestarte voormalig werklozen (na voorliggende re-integratieondersteuning4)

206

24

128

45

9

– waarvan volledig uit uitkering/inschrijving

98

4

68

19

6

Noot 1: Bron: SZW financiële administratie

Noot 2: Bron: sisa-opgaven gemeenten

Noot 3: Bron: UWV jaarverslag, CBS statistiek re-integratie gemeenten

Noot 4: Bron: CBS, Aan het werk met of zonder re-integratieondersteuning

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Tabel 47.10 Onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp onderzoek

AD/OD

A. Start

B. Afgerond

Vindplaats

Evaluatieonderzoek ex ante

       

Beleidsdoorlichting

Re-integratie

OD 2 en 3

A 2013

B 2013

 

Effecten onderzoek ex post

       

Overig evaluatieonderzoek

       

Toelichting

Bij de voorgenomen beleidsdoorlichting van Operationele Doelstelling 3 van artikel 42 (arbeidsparticipatie specifieke groepen) zullen de re-integratieinspanningen ook onderwerp van onderzoek zijn.

Artikel