Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

48 Sociale werkvoorziening

Algemene doelstelling

Het faciliteren van de arbeidsparticipatie van personen met lichamelijke, verstandelijke en/of psychische beperkingen, die uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zijn

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om arbeidsparticipatie voor personen uit de doelgroep mogelijk te maken, wordt aangepaste arbeid aangeboden. Dit betreft arbeid die past bij hun capaciteiten en mogelijkheden en die tevens een bijdrage levert aan het behouden en bevorderen van hun arbeidsbekwaamheid.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

  • •  het ter beschikking stellen en toekennen van de middelen ten behoeve van het realiseren van aangepaste arbeid voor personen uit de doelgroep die past bij hun capaciteiten en mogelijkheden;
  • •  de wet- en regelgeving met betrekking tot de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), in zijn hoedanigheid van medewetgever;
  • •  het toezicht op de uitvoering en handhaving van de naleving van de Wsw door gemeenten.

Externe factoren

Het behalen van de algemene doelstelling hangt af van:

  • •  de mate waarin personen een beroep doen op de Wsw;
  • •  medewerking van reguliere werkgevers om arbeidsplekken beschikbaar te stellen;
  • •  de mate waarin aangepaste arbeid bijdraagt aan het behouden en bevorderen van de arbeidsbekwaamheid van personen uit de doelgroep.

Indicatoren

Voor de algemene doelstelling zijn geen aparte indicatoren geformuleerd. Verwezen wordt naar de indicatoren bij de operationele doelstelling die grotendeels overeenkomt met de algemene doelstelling.

Kengetallen

Het kengetal in tabel 48.1 geeft aan in welke mate de algemene doelstelling wordt gerealiseerd.

Omdat mensen zich vrijwillig aanmelden voor de Wsw is de totale doelgroep van Wsw-geïndiceerden niet te beïnvloeden. Hierdoor kan voor dit kengetal geen betrouwbare raming worden gegeven. Om inzicht te geven in de ontwikkelingen ten opzichte van voorgaande jaren zijn ook de realisaties van 2007 en 2008 opgenomen.

Als het aantal personen dat een beroep doet op de Wsw toeneemt, in vergelijking tot de uitstroom uit het Wsw-werknemersbestand, zal dit resulteren in groeiende wachtlijsten en een daling van het aantal personen in het Wsw-werknemersbestand in verhouding tot de totale doelgroep.

Tabel 48.1 Kengetal algemene doelstelling
 

Realisatie

2007

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Aantal personen in Wsw werknemersbestand tegenover de totale doelgroep (%)

83

85

85

Bron: RvB, Wsw-monitor

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 48.2 Begrotingsuitgaven Artikel 48 (x € 1 000)

artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

2 578 336

2 499 919

2 371 533

2 387 906

2 388 970

2 389 311

2 390 622

Uitgaven

2 503 787

2 499 919

2 371 533

2 387 906

2 388 970

2 389 311

2 390 622

               

Programma uitgaven

2 502 838

2 498 844

2 370 428

2 387 906

2 388 970

2 389 311

2 390 622

waarvan juridisch verplicht

   

100%

0%

0%

0%

0%

               

Operationele Doelstelling 1

             

Wet sociale werkvoorziening

2 478 238

2 480 442

2 345 829

2 361 329

2 363 829

2 363 829

2 363 829

Uitvoeringskosten Wsw indicatiestelling

24 600

18 402

24 599

26 577

25 141

25 482

26 793

               

Apparaatsuitgaven

949

1 075

1 105

0

0

0

0

Personeel en materieel

949

1 075

1 105

0

0

0

0

               

Ontvangsten

509 690

530 392

528 126

537 493

546 168

556 218

556 218

Toelichting

Programma-uitgaven operationele doelstelling 1

De programma-uitgaven 2011 zijn onderverdeeld in de uitvoering van de Wsw en de uitvoering van de indicatiestelling Wsw.

  • •  De uitgaven ten behoeve van de uitvoering van de Wsw zijn onderverdeeld in:
    • –  Een budget van circa € 2 339 mln voor het realiseren van aangepaste arbeid voor personen uit de doelgroep welke past bij hun capaciteiten en mogelijkheden. Dit is de zogenaamde landelijke taakstelling, die wordt uitgedrukt in arbeidsjaren (voltijd Wsw-werkplekken). De landelijke taakstelling voor het jaar 2011 bedraagt circa 90 804 arbeidsjaren en is ongewijzigd. Als het gaat om de omvang van het budget zien we dat de oude doelgroep Wsw’ers (voor 1998, met een hoger salaris dan de personen die nu instromen) steeds kleiner wordt, waardoor de gemiddelde loonkosten afnemen. Daarnaast heeft de sw-sector de afgelopen jaren een hoger percentage loonbijstelling ontvangen dan de stijging van de gemiddelde loonkosten van Wsw-werknemers. Het budget voor het realiseren van aangepaste arbeid is – mede gelet op deze ontwikkelingen – met € 120 mln verlaagd ten opzichte van 2010. Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).
    • –  Middelen bestemd voor de Stichting Beheer Collectieve Middelen, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor de sociale werkvoorziening (circa € 3 mln).
    • –  Het budget voor de Stimuleringsuitkering van € 18 mln, de bonus voor het aantal gerealiseerde begeleid werkenplekken, wordt in 2011 niet uitgekeerd wegens de invoering van sisa tussen medeoverheden. De bonus voor de in 2010 gerealiseerde begeleid werkenplekken wordt in beginsel in 2012 uitgekeerd.
    • –  Middelen bestemd voor de uitvoering van de pilots Werken naar vermogen (circa € 4 mln).
  • •  Voor de uitvoering van de indicatiestelling Wsw door UWV Werkbedrijf is in 2011 een bedrag van circa € 25 mln beschikbaar.

Ontvangsten

  • •  De ontvangsten bestaan grotendeels uit de anticumulatiebaten. Dit zijn uitkeringen WAZ, WAO of Wajong van personen met een Wsw-dienstbetrekking die worden verrekend met de Wsw-salarissen en daarom als ontvangsten worden verantwoord op de SZW-begroting. In 2011 gaat het naar verwachting om een bedrag van circa € 528 mln.
  • •  Daarnaast worden bij de vaststelling van het aan gemeenten toegekende Wsw-budget middelen teruggevorderd als zij de toegekende taakstelling, zijnde het jaarlijks aantal te realiseren arbeidsplaatsen per gemeente, niet hebben gerealiseerd.
Grafiek budgetflexibiliteit per operationele doelstelling 2011

Operationele doelstelling

1 Het realiseren van aangepaste arbeid voor personen met een Wsw-indicatie, waar mogelijk in een zo regulier mogelijke werkomgeving

Motivering

Om arbeidsgehandicapten die willen deelnemen aan het arbeidsproces de mogelijkheid van arbeidsparticipatie te bieden, wordt voor Wsw-geïndiceerden aangepaste arbeid gerealiseerd waar mogelijk in een zo regulier mogelijke arbeidsomgeving.

In 2008 heeft het kabinet Balkenende IV de commissie Fundamentele herbezinning Wsw in het leven geroepen. Deze commissie heeft in oktober 2008 geadviseerd tot een fundamentele wijziging van het stelsel van werk en inkomen. Het kabinet Balkenende IV ondersteunt de hoofdlijnen van het advies, maar vindt de uitwerking zo ingrijpend dat het conform het advies van de commissie eerst de mogelijke effecten ervan gaat testen in de pilots Werken naar vermogen. De pilots zijn gestart in 2009 en lopen naar verwachting tot 2013.

Instrumenten

  • •  Subsidie aan gemeenten voor het realiseren van Wsw-plaatsen;
  • •  Overdracht taakstelling Wsw (mogelijkheid voor gemeenten om de te realiseren arbeidsplaatsen in een jaar onderling over te dragen, welk verzoek wordt voorgelegd aan de minister);
  • •  Stimuleringsuitkering, de bonus voor het aantal gerealiseerde begeleid werkenplekken.

Activiteiten

Uitvoering pilots Werken naar vermogen:

  • •  Het realiseren van meer werkplekken bij werkgevers;
  • •  Het stimuleren van de omslag van sw-bedrijven naar arbeidsontwikkelbedrijven;
  • •  Het vormgeven van een integrale dienstverlening op de Werkpleinen;
  • •  Het toetsen van een nieuwe systematiek, waarbij de inzet van het instrument loondispensatie centraal staat.

De pilot voor het realiseren van meer werkplekken bij werkgevers loopt sinds 2009, de andere pilots zijn in 2010 gestart. Mocht in de toekomst worden besloten tot het invoeren van de nieuwe systematiek dan is het voor de implementatie daarvan belangrijk dat innovaties in de uitvoeringspraktijk (grotendeels) zijn ingevoerd. Tegelijkertijd is verdere verbetering van de dienstverlening ook in het huidige stelsel van belang.

Werkgevers, sw-bedrijven, gemeenten en UWV krijgen tot eind 2012 de mogelijkheid om aan de slag te gaan met vernieuwende aanpakken en methoden. In de praktijk zal worden onderzocht wat werkt, zodat antwoord wordt verkregen op de vraag hoe de kansen van mensen met een arbeidsbeperking op een duurzame, reguliere baan kunnen worden verbeterd.

Doelgroepen

Personen met een Wsw-indicatie (personen met lichamelijke, verstandelijke en/of psychische beperkingen, die uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zijn).

Indicatoren

Gemeenten zijn verantwoordelijk om op zijn minst het minimumaantal arbeidsplaatsen te realiseren (taakstelling) met het budget dat zij daarvoor hebben ontvangen, waar mogelijk in een zo reguliere mogelijke arbeidsomgeving. Drie werkvormen worden onderscheiden: in dienst van een reguliere werkgever (het zogenaamde begeleid werken), detachering bij een reguliere werkgever vanuit het sw-bedrijf en beschut werk in het sw-bedrijf.

Het bereiken van de operationele doelstelling wordt in tabel 48.3 aan de hand van twee indicatoren weergegeven:

  • •  De eerste indicator toont de realisatie van Wsw-plaatsen in relatie tot het aantal waarvoor subsidie is toegekend. Het percentage van 104% geeft aan dat op landelijk niveau meer arbeidsjaren worden gerealiseerd dan waarvoor subsidie wordt verstrekt.
  • •  De tweede indicator drukt de doelstelling van de Wsw uit, namelijk zoveel mogelijk werken in een zo regulier mogelijke arbeidsomgeving. De vorm begeleid werken is de meest reguliere vorm van werken voor de doelgroep. De Stimuleringsuitkering, de bonus voor het aantal gerealiseerde begeleid werkenplekken, beoogt gemeenten te stimuleren om deze doelstelling te realiseren. Naar aanleiding van de stijgende realisaties in de afgelopen jaren is de verwachting dat deze trend ook de komende jaren zal aanhouden.
Tabel 48.3 Indicatoren operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2009

Streven 2010

Streven 2011

Streven 2015

Realisatie van arbeidsplaatsen in relatie tot het aantal waarvoor subsidie is toegekend (%)

104

100

100

100

Aantal gerealiseerde plaatsen in begeleid werken als percentage van het totaal aantal arbeidsplaatsen (%)

5

7

8

10

Bron: RvB, Wsw-monitor

Kengetallen

Omdat mensen zich vrijwillig aanmelden voor de Wsw is de totale doelgroep van Wsw-geïndiceerden niet te beïnvloeden. Hierdoor kunnen voor de in tabel 48.4 weergegeven kengetallen geen betrouwbare ramingen worden gegeven. Om inzicht te geven in de ontwikkelingen ten opzichte van voorgaande jaren zijn ook de realisaties van 2007 en 2008 opgenomen. De kengetallen met betrekking tot de wachtlijst maken inzichtelijk dat de fundamentele (wachtlijst) problematiek onverminderd blijft voortduren. De uitkomsten van de pilots «Werken naar vermogen» beogen bij te dragen aan de oplossing van deze problematiek.

Tabel 48.4 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Werknemersbestand (personen, ultimo)

100 493

102 168

102 173

Wachtlijst (personen, ultimo)

19 676

17 753

18 710

Gemiddelde verblijfsduur op de wachtlijst (maanden)

14,4

15,2

14,7

Aantal detacheringen als percentage van het totaal aantal arbeidsplaatsen (%)

22

23

25

Bron: RvB, Wsw-monitor

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Tabel 48.5 Onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp onderzoek

AD/OD

A. Start

B. Afgerond

Vindplaats

Evaluatieonderzoek ex ante

Geen

     

Beleidsdoorlichting

Artikel 48

AD

A. 2013

B. 2013

 

Effecten onderzoek ex post

Evaluatie Wsw

AD

A. 2011

B. 2011

 

Overig evaluatieonderzoek

Pilots Werken naar vermogen

AD

A: 2010

B: 2013

 

Toelichting

In 2011 is de wetsevaluatie van de Wsw gepland. De wetswijziging Wsw is op 1 januari 2008 ingegaan, waarbij in artikel 46 van de Wsw is opgenomen dat de wet na drie jaar geëvalueerd zal worden. In 2013 zal op basis van de wetsevaluatie en de resultaten van de pilots Werken naar vermogen een beleidsdoorlichting worden uitgevoerd.

Cluster overige sociale zekerheid

Onder «overige sociale zekerheid» valt de sociale zekerheid zonder activerend element en enkele overige regelingen.

In artikel 49 worden onder meer de uitgaven aan de Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Toeslagenwet verantwoord. In dit artikel staat ook het in omvang meest omvangrijke onderdeel van de sociale zekerheid, de AOW.

De AOW wordt voor een deel gefinancierd uit begrotingsmiddelen, deze worden samen met de andere rijksbijdragen verantwoord op artikel 51.

Onder artikel 50 vallen de tegemoetkomingen aan ouders met gehandicapte kinderen (TOG), aan asbestslachtoffers (TAS) en aan oudere belastingplichtigen (MKOB).

Artikel