Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

49 Overige inkomensbescherming

Algemene doelstelling

Zorgdragen voor adequate bescherming zonder activerende voorwaarden tegen de financiële risico’s bij inkomensverlies

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om inkomensbescherming op minimumniveau te bieden. SZW creëert de voorwaarden voor de toekenning van een uitkering of toeslag. SVB en UWV zijn verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan in Nederland. De Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) is verantwoordelijk voor de uitvoering op de BES-eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba).

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

  • •  de vaststelling van het niveau van de uitkering of toeslag op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw), Algemene ouderdomswet (AOW), Toeslagenwet (TW) en de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO);
  • •  de vaststelling van het niveau van de uitkering op grond van de Algemene Ouderdoms Verzekering (AOV BES) en de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW BES) voor de BES-eilanden;
  • •  de vormgeving van het stelsel van wet- en regelgeving;
  • •  sturing en toezicht op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering door de SVB en UWV.

Externe factoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

  • •  de effectieve uitvoering van de wetten door de uitvoeringsorganen SVB, UWV en RCN;
  • •  de hoogte van het nalevingsniveau van wet- en regelgeving door gerechtigden.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

  • •  in Nederland inkomensbescherming op ten minste sociaal minimum niveau wordt geboden;
  • •  op de BES-eilanden inkomensbescherming wordt geboden gekoppeld aan de ontwikkeling van het minimumloon op de eilanden;
  • •  weduwen, weduwnaars, wezen en verzorgers van halfwezen worden beschermd tegen het risico van gebrek aan inkomen als gevolg van overlijden.

Indicatoren

Voor de algemene doelstelling zijn geen aparte indicatoren geformuleerd, omdat op dit aggregatieniveau onvoldoende concrete doelstellingen geformuleerd kunnen worden.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 49.1 Begrotingsuitgaven Artikel 49 (x € 1 000)

artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

386 214

655 053

690 763

684 113

678 899

675 260

666 200

Uitgaven

386 214

655 053

690 763

684 113

678 899

675 260

666 200

               

Programma uitgaven

385 403

658 416

688 995

684 113

678 899

675 260

666 200

waarvan juridisch verplicht

   

100%

0%

0%

0%

0%

               

Operationele Doelstelling 2

             

Uitkeringslasten AIO (WWB 65+)

0

217 221

239 595

253 486

266 437

277 052

280 023

Uitvoeringskosten AIO (WWB 65+)

2 500

12 120

11 299

11 954

12 613

13 399

14 104

               

Operationele Doelstelling 3

             

Toeslagenwet Uitkeringslasten

382 903

424 000

420 016

399 823

381 014

366 029

352 588

               

Operationele Doelstelling 4

             

BES-uitkeringen

0

0

18 085

18 850

18 835

18 780

19 485

               

Apparaatsuitgaven

811

1 712

1 768

0

0

0

0

Personeel en materieel

811

1 712

1 768

0

0

0

0

               

Ontvangsten

2 410

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)/(Wet werk en bijstand (WWB) 65+)

De uitvoering van de algemene bijstand voor personen met een onvolledig AOW-pensioen is met ingang van 1 januari 2010 overgeheveld van gemeenten naar de SVB. Met de overheveling van de uitvoering is beoogd met één loket het niet-gebruik van de aanvullende bijstand door ouderen terug te dringen. Voorts is voor personen van 65 jaar en ouder een vrijlating van inkomen uit arbeid gecreëerd in de Wet werk en bijstand.

Zowel de uitkeringslasten als de uitvoeringskosten laten, door het toenemende gebruik van de regeling door ouderen, een licht stijgende lijn zien. De uitvoeringskosten 2009 hebben betrekking op de overdracht aan de SVB.

Toeslagenwet

De Toeslagenwet (TW) verleent aan bepaalde uitkeringsgerechtigden toeslagen tot het relevante sociaal minimum. Daar waar nodig komen toeslagen op uitkeringen, waarvan de belangrijkste zijn de zogeheten moederwetten WAO, WAZ, Wajong, WIA, WW, ZW en IOW. De uitvoeringskosten voor de Toeslagenwet worden gedragen door de fondsen van de betreffende moederwetten.

De TW-uitgaven worden vooral bepaald door volume-ontwikkelingen in de eerdergenoemde moederwetten. De ontwikkelingen in deze uitkeringsvolumes variëren.

BES-uitkeringen

De regelingen van SZW voor de BES-eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba) op het terrein van inkomensbescherming zonder activerende voorwaarden betreffen de Algemene ouderdomsverzekering (AOV BES) en de Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW BES).

Als gevolg van de vergrijzing, neemt het volume AOV-gerechtigden (exclusief leeftijdsverhoging) jaarlijks met circa 4% toe. Bij de raming van AOV en AWW is rekening gehouden met de leeftijdsverhoging van de AOV en de verhoging van de uitkeringsbedragen zoals afgesproken in het bestuurlijk akkoord van april 2010. De uitgaven in 2010 zijn lager dan in 2011 omdat de uitgaven in 2010 betrekking hebben op de periode na de transitiedatum van 10 oktober 2010.

Tabel 49.2 Premiegefinancierde uitgaven Artikel 49 (x € 1 000)

Artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Uitgaven

30 094 970

31 026 472

31 052 033

33 745 905

34 408 590

36 171 822

37 709 028

               

Programmauitgaven

30 094 970

31 026 472

30 545 720

31 590 896

32 484 446

33 235 056

33 685 823

Operationele doelstelling 1

             

Anw uitkeringslasten

1 147 398

1 057 714

965 199

859 150

753 581

649 168

563 769

Anw tegemoetkoming

22 671

20 685

17 744

16 103

14 412

12 705

11 300

Anw uitvoeringskosten

19 973

23 899

21 852

19 421

17 197

15 317

14 322

Operationele doelstelling 2

             

AOW uitkeringslasten

27 580 144

28 619 430

29 408 150

30 566 286

31 574 045

32 433 118

32 969 905

AOW tegemoetkoming

1 217 152

1 170 879

0

0

0

0

0

AOW uitvoeringskosten

107 632

133 865

132 775

129 936

125 211

124 748

126 527

               

Nominaal

0

0

506 313

1 155 009

1 924 144

2 936 766

4 023 205

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Algemene nabestaandenwet (Anw)

De Anw is een financiële ondersteuning na het overlijden van de partner of ouder(s). Voor mensen die na 1950 zijn geboren gelden andere toelatingseisen tot de Anw dan voor mensen die vóór 1950 zijn geboren. Deze laatste groep neemt aanzienlijk af. Immers, als deze nabestaanden 65 jaar worden vervalt hun recht op een Anw-uitkering. Op 1 januari 2015 hebben alle nabestaanden geboren voor 1 januari 1950 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, waardoor het aantal Anw-gerechtigden en de bijbehorende lasten dalen. Ook de groep mensen die bij de inwerkingtreding van de Anw in 1996 al recht had op de voorganger ervan, de AWW-uitkering, stroomt de komende tien jaar grotendeels uit omdat velen de 65-jarige leeftijd bereiken. Vanaf 2020 is ook de groep oud-AWW-gerechtigden aanzienlijk gereduceerd.

De uitvoeringskosten Anw dalen naar rato van de afname van het aantal Anw-gerechtigden. Ten opzichte van 2009 is daarnaast sprake van een structureel lager bedrag aan uitvoeringskosten, omdat de SVB de toerekening van kosten aan de verschillende wetten die de SVB uitvoert, heeft herzien.

In het kader van de ombuigingsmaatregelen wordt – ter dekking van uitvoeringstegenvallers op de begroting van SZW – de Anw-tegemoetkoming met ingang van 2011 met € 14 (bruto) op jaarbasis gekort (€ 1,17 per maand). Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

Algemene ouderdomswet (AOW)

De AOW is een basispensioen voor mensen die 65 jaar of ouder zijn. Met het oog op de vergrijzing en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën is een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer om de AOW-leeftijd te verhogen. Dit wetsvoorstel is controversieel verklaard, evenals het wetsvoorstel waarmee het mogelijk zou worden gemaakt om de ingangsdatum van de AOW (gedeeltelijk) uit te stellen. De financiële gevolgen van deze wetsvoorstellen zijn niet verwerkt in tabel 49.2.

Een wetsvoorstel om de AOW-partnertoeslag voor lopende en nieuwe gevallen met 8% te korten is aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II, 2009/10, 29 389, nr. 25). Lage inkomens worden hierbij ontzien. Deze maatregel loopt vooruit op de afschaffing van de toeslag voor nieuwe gevallen per 2015 en is getroffen in het kader van het oplossen van de huidige budgettaire problematiek op het terrein van sociale zekerheid en arbeidsmarkt. Het is de bedoeling de verlaging van de AOW-partnertoeslag in te voeren per 1 januari 2011. De financiële gevolgen van dit wetsvooorstel zijn verwerkt in tabel 49.2 (AOW uitkeringslasten).

In datzelfde kader is een wetsvoorstel in voorbereiding om de tegemoetkoming AOW af te schaffen en tegelijkertijd een nieuwe regeling te introduceren: de mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming voor oudere belastingplichtigen (MKOB: zie OD3 in artikel 50). De financiële gevolgen van dit wetsvoorstel zijn verwerkt in tabel 49.2 (reeks AOW-tegemoetkoming). Een totaaloverzicht van alle ombuigingsmaatregelen staat in de beleidsagenda (hoofdstuk 2.1).

De uitkeringslasten AOW zullen de komende jaren toenemen als gevolg van de vergrijzing. Vanaf 2011 stromen de eerste babyboomers in in de AOW. De beperktere stijging van de uitkeringslasten AOW in 2015 hangt samen met het afschaffen van de partnertoeslag (voor nieuwe AOW-gerechtigden) per 1 januari van dat jaar.

De uitvoeringskosten AOW stijgen ten opzichte van 2009, omdat de SVB de toerekening van kosten aan de verschillende wetten die de SVB uitvoert, heeft herzien. Verder bewegen de uitvoeringskosten mee met de toename van het bestand. Per saldo is sprake van een daling in de periode tot en met 2014 vanwege de efficiencymaatregelen die SVB realiseert en de afname van het investeringsbudget van de SVB.

Grafiek budgetflexibiliteit per operationele doelstelling 2011

Toelichting

De budgetten OD2, OD3 en OD 4 zijn volledig juridisch verplicht op grond van wettelijke bepalingen.

Operationele doelstelling

1 Zorgdragen dat inkomen op ten minste minimumniveau wordt verstrekt aan alleenstaande nabestaanden; tevens het verstrekken van een uitkering ten behoeve van wezen en halfwezen.

Motivering

Om personen die geconfronteerd zijn met het overlijden van een partner of ouders en die vanwege leeftijd, de zorg voor een jong kind, of arbeidsongeschiktheid niet (volledig) een eigen inkomen kunnen verwerven, te voorzien van een minimuminkomen en/of een compensatie.

Instrumenten

  • •  Uitkeringen op grond van de Anw;
  • •  Bijdrage uitvoeringskosten aan de SVB.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Opstellen en onderhouden van beleid, wet en regelgeving;
  • •  Twee maal per jaar aanpassen van het niveau van de Anw in verband met wijziging van het minimumloon;
  • •  Aansturen van en toezicht houden op de SVB.

Activiteiten SVB:

  • •  Beoordelen nieuwe aanvragen;
  • •  Verstrekken van uitkeringen;
  • •  Handhaving wet- en regelgeving.

Doelgroepen

  • •  Nabestaanden geboren voor 1950, nabestaanden met een kind onder de 18 jaar, nabestaanden die ten minste 45% arbeidsongeschikt zijn;
  • •  Verzorgers van halfwezen;
  • •  Wezen.

Indicatoren

Het gebruik van prestatie-indicatoren heeft, naast het gebruik van kengetallen, geen toegevoegde waarde, omdat de Anw geen activerend karakter heeft. Er wordt dus niet gestuurd op in- en uitstroom.

Kengetallen

  • •  Het aantal Anw-gerechtigden neemt af vanwege de aanpassing die in 1996 in de toetredingsvoorwaarden is aangebracht.
  • •  Voor de Anw zijn kengetallen ontwikkeld gericht op handhaving. De kengetallen geven ondermeer het niveau weer waarin gerechtigden de in de wet opgenomen informatieplicht ten aanzien van de leefsituatie en het inkomen naleven. Zie ook de toelichting in de leeswijzer.
  • •  Het nalveingsniveau melden samenwonen is gebaseerd op de door de SVB geconstateerde samenwoonfraudes. De stijging van het aantal fraudesignalen houdt verband met een gewijzigde aanpak bij huisbezoeken.
Tabel 49.3 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2009

Raming 2010

Raming 2011

Nabestaanden uitkeringsjaren (x 1 000):

     

Volume: Ingang recht voor 1 juli 1996

27

27

23

– waarvan nabestaanden- en halfwezenuitkering

1

1

0

– waarvan nabestaandenuitkering

26

26

22

Volume: Ingang recht na 1 juli 1996

63

62

58

– waarvan nabestaanden- en halfwezenuitkering

9

9

9

– waarvan alleen nabestaandenuitkering

40

37

34

– waarvan alleen halfwezenuitkering

14

14

15

Wezenuitkering:

1

1

1

Totaal volume uitkeringsjaren (x 1 000 uitkeringsjaren)

92

89

82

Totaal aantal uitkeringsgerechtigden (x 1 000 personen)

111

103

95

Bron: SVB, jaarverslag

Tabel 49.4 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Handhaving:

   
Nalevingsniveau melden samenwonen (%)1

98

98

Nalevingsniveau opgave inkomen uit arbeid (%)

97

95

Bekendheid met regels samenwonen (%)2

85

92

Bekendheid met regels inkomen (%)

93

95

Aantal onderzochte fraudesignalen

961

1 117

Totaal schadebedrag fraude (x € 1 mln)

2,8

2,9

Incassoratio (%)

92

91

Noot 1: Bron: SZW-berekeningen op basis van SVB-informatie.

Noot 2: Bron: SVB, jaarverslag

Operationele doelstelling

2 Zorgdragen dat een minimuminkomen wordt verstrekt aan personen van 65 jaar en ouder

Motivering

Om personen die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt inkomensbescherming te bieden.

Instrumenten

  • •  Ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW);
  • •  AOW-toeslag ten behoeve van de partner jonger dan 65 jaar aan personen die een ouderdomspensioen op grond van de AOW ontvangen;
  • •  Uitkering aanvullende inkomensvoorziening ouderen op grond van de Wet Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) indien een onvolledig AOW-pensioen wordt verstrekt in verband met niet-verzekerde jaren en indien geen toereikende eigen middelen aanwezig zijn;
  • •  Bijdrage uitvoeringskosten aan SVB.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Opstellen en onderhouden beleid, wet- en regelgeving;
  • •  Tweemaal per jaar aanpassen van het niveau van de uitkeringen AOW en AIO aan minimumloonontwikkeling;
  • •  Aansturen van en toezicht houden op SVB.

Activiteiten SVB:

  • •  Beoordelen recht op AOW en op aanvullende uitkering AIO;
  • •  Verstrekken van uitkeringen;
  • •  Handhaven van wet- en regelgeving.

Doelgroepen

Personen van 65 jaar en ouder.

Indicatoren

Het gebruik van prestatie-indicatoren heeft, naast het gebruik van kengetallen, geen toegevoegde waarde, omdat de AOW en de AIO geen activerend karakter hebben. Er wordt dus niet gestuurd op in- en uitstroom.

Kengetallen

  • •  Het aantal AOW-gerechtigden neemt de komende jaren toe als gevolg van de vergrijzing. Vanaf 2011 stromen de eerste babyboomers in in de AOW.
  • •  Volgens het rapport «Herhaalmeting Kennis over de AOW-partnertoeslag» (Intomart GfK bv, juni 2010) is de bekendheid met de afschaffing in 2015 van de partnertoeslag AOW in 2010 33%. Hiermee blijkt de bekendheid gestegen te zijn in vergelijking met 2009, toen deze nog 19% bedroeg. Specifiek onder ouderen met partner blijkt de bekendheid nog een stuk hoger te zijn: 48% onder allochtonen vanaf 50 jaar en 58% onder autochtonen vanaf 55 jaar.
  • •  Voor de AOW zijn kengetallen ontwikkeld gericht op handhaving. Onder meer wordt daarbij het niveau weergegeven waarin gerechtigden hun in de wet opgenomen informatieplicht ten aanzien van de samenlevingsvorm naleven. Zie ook de toelichting in de leeswijzer.
  • •  Het volume AIO is voor 2010 en 2011 geraamd op respectievelijk 37 000 en 39 000.
  • •  Het kengetal incassoratio heeft betrekking op die vorderingen waarbij ook sprake was van het opleggen van een boete.
  • •  De daling van het schadebedrag fraude houdt verband met de stijging van de aangiftegrens.
Tabel 49.5 Kengetallen operationele doelstelling 2
 

Realisatie 2009

Raming 2010

Raming 2011

AOW uitkeringsjaren (x 1 000)1:
     

70% uitkering (totaal)

999

1 010

1 031

– waarvan partner < 65 jaar

2

1

1

50% uitkering (totaal)

1 543

1 591

1 656

– waarvan partner < 65 jaar

246

254

267

Volume in aantal personen

     

Volume (x 1 000 personen)

2 774

2 846

2 946

Volume AIO (x 1 000 personen)2

35

37

39

Korting op de AOW-uitkering i.v.m. niet-verzekerde jaren:

Personen met een onvolledige AOW (% van totaal)

17

18

18

Gemiddeld kortingspercentage (%)

49

48

48

Bekendheid met afschaffen partnertoeslag (%)3

19

33

 

Noot 1: Bron: SVB, jaarverslag

Noot 2: Bron: CBS, bijstandsuitkeringenstatistiek

Noot 3: Bron: Intomart Gfk, Herhaalmeting Kennis over de AOW-partnertoeslag

Tabel 49.6 Kengetallen operationele doelstelling 2
 

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Handhaving:

   
– Nalevingsniveau melden samenwonen (%)1

99

99

– Bekendheid met regels samenwonen (%)

80

82

– Bekendheid met regels inkomen (%)2

81

74

– Aantal onderzochte fraudesignalen

3 338

3 794

– Totaal schadebedrag fraude (x € 1 mln)

2,4

0,7

– Incassoratio (%)

96

95

Noot 1: Bron: SZW-berekeningen op basis van SVB-informatie

Noot 2: Bron: SVB, jaarverslag

Operationele doelstelling

3 Zorgdragen dat een aanvulling tot inkomen op minimumniveau wordt verstrekt aan zieke, arbeidsongeschikte en werkloze werknemers

Motivering

Om personen die een uitkering op grond van de WW, ZW, WAO, Wet Wajong, IOW, Wet arbeid en zorg, Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Militairen (WAMIL) of loondoorbetaling in het tweede ziektejaar ontvangen, te voorzien van een minimuminkomen.

Zieke, arbeidsongeschikte en werkloze werknemers ontvangen een toeslag op hun loondervingsuitkering of loondoorbetaling tot het minimumniveau als de betrokkene daar met zijn gezinsinkomen onder blijft. Er is een maximum gesteld aan de toeslag. In het algemeen mogen de toeslag en de uitkering samen niet meer bedragen dan het dagloon of de grondslag. De TW kent een partnertoets, maar geen vermogenstoets.

Instrumenten

  • •  Toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW);
  • •  Bijdrage uitvoeringskosten aan UWV.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Opstellen en onderhouden beleid, wet- en regelgeving;
  • •  Aanpassen tweemaal per jaar van het niveau van uitkeringen aan minimumloonontwikkeling;
  • •  Aansturen van en toezicht houden op UWV.

Activiteiten UWV:

  • •  Beoordelen van recht, hoogte en duur toeslag;
  • •  Verstrekken van uitkeringen.

Doelgroepen

Personen die een loondervingsuitkering of loondoorbetaling ontvangen (volgens de definitie van de TW) en per dag een inkomen hebben dat lager is dan het relevante sociaal minimum.

Indicatoren

Er zijn geen indicatoren opgenomen. Recht op een toeslag op grond van de Toeslagenwet bestaat naast het recht op een loondervingsuitkering, waarvoor wel indicatoren bestaan.

Kengetallen

  • •  In 2010 en 2011 neemt het TW-volume toe. In 2010 is deze stijging vooral toe te schrijven aan een stijging van het WW-volume. In 2011 komt de toename onder andere door een toename van het Wajong- en ZW-volume.
  • •  De gemiddelde toeslag neemt in 2011 af, wat vooral veroorzaakt wordt door een afname van de sociale werkgeverslasten.
  • •  Voor de TW zijn kengetallen ontwikkeld gericht op handhaving. De kengetallen geven onder meer het niveau weer van onrechtmatig gebruik van de regeling.
Tabel 49.7 Kengetallen operationele doelstelling 3
 

Realisatie 2009

Raming 2010

Raming 2011

Toeslagenwet:

     

– Gemiddeld jaarvolume TW (x 1 000 uitkeringsjaren)

175

190

193

– Gemiddelde toeslag (x € 1)

2 188

2 230

2 181

Bron: UWV, jaarverslag

Tabel 49.8 Kengetallen operationele doelstelling 3
 

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Handhaving:

   

– Aantal geconstateerde overtredingen

2 931

3 214

– Totaal schadebedrag (x € 1 mln)

6,8

8,4

– Afdoeningspercentage

93,8

93,2

Bron: UWV, jaarverslag

Operationele doelstelling

4 Zorgdragen voor adequate overige inkomensbescherming aan inwoners van de BES-eilanden

Motivering

Om inwoners van de BES-eilanden, die de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt, of om personen die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouders, inkomensbescherming te bieden, waarbij de ontwikkeling van uitkeringen op de eilanden wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van het minimumloon op de eilanden.

Instrumenten

De uitkeringslasten BES op het terrein van overige inkomensbescherming hebben betrekking op de Algemene ouderdomsverzekering (AOV BES) en de Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW BES).

De Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regelingen op de BES-eilanden. De bijdrage in de uitvoeringskosten aan de RCN wordt verantwoord op artikel 98.

Algemene ouderdomsverzekering (AOV BES)

Ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdoms Verzekering op de BES-eilanden.

De AOV-leeftijd op de BES-eilanden is momenteel 60 jaar. Met de eilanden is afgesproken deze leeftijd gefaseerd te verhogen naar 65 jaar. De eerste stap tot verhoging van de AOV-leeftijd zal met ingang van 2015 zijn gerealiseerd. De AOV-leeftijd is dan 62 jaar. Daarna schuift de AOV-leeftijd ieder jaar één jaar op. Voor mensen die geboren zijn in 1952 of eerder blijft 60 jaar de leeftijd waarop men recht krijgt op een ouderdomspensioen. Vanaf 2021 is voor iedereen de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar.

De hoogte van de uitkering AOV met ingang van 1 januari 2011 is overeengekomen in het Bestuurlijk Overleg van 18 april 2010.

Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW BES)

Uitkering aan personen die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouders op grond van de Algemene weduwen- en wezenverzekering op de BES-eilanden.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • •  Onderhouden van de wet- en regelgeving;
  • •  Uitkeringsverzorging;
  • •  Toezicht en handhaving;
  • •  Eenmaal per jaar aanpassen van het niveau van de AOV en AWW in verband met de ontwikkeling van de prijsindexcijfers;
  • •  Aansturen van en toezicht houden op RCN.

Doelgroepen

Uitkeringsgerechtigden op Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES-eilanden):

  • •  Voor de AOV (BES-eilanden): personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt;
  • •  Voor de AWW (BES-eilanden): nabestaanden van partners, weduwen/weduwnaars, nabestaanden van ouders en (half)wezen.

Indicatoren

Gegeven het geringe aantal gerechtigden zijn vooralsnog geen indicatoren geformuleerd. Bezien zal worden of dit in de toekomst wel opportuun is.

Kengetallen

Volume uitkeringen BES

Voor het aanloopjaar 2011 wordt afgezien van het opnemen van een kengetal voor deze operationele doelstelling, omdat deze gegevens over dit jaar niet beschikbaar zijn. Het voornemen is om vanaf 2012 te gaan rapporteren over kengetallen met betrekking tot het volume.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Tabel 49.9 Onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp onderzoek

AD/OD

A. Start

B. Afgerond

Vindplaats

Evaluatieonderzoek ex ante

Geen

     

Beleidsdoorlichting

Artikel 49

AD

A: 2008

B: 2010

Kamerstukken II 2009/10, 30 982, nr. 6

Beleidsdoorlichting

Artikel 49

AD

A: 2014

B: 2014

 

Effecten onderzoek ex post

Geen

     

Overig evaluatieonderzoek

Geen

     

Artikel