Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

43 Arbeidsverhoudingen

Algemene doelstelling

Zorgdragen voor een flexibel instrumentarium voor moderne arbeidsverhoudingen en voorwaarden

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om bij te dragen aan evenwichtige arbeidsverhoudingen, waarbij werknemers een minimumniveau van arbeidsrechtelijke bescherming wordt geboden dat in overeenstemming is met de maatschappelijke ontwikkelingen en dat sociale partners voldoende ruimte biedt voor eigen verantwoordelijkheid.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

  • •  de vormgeving en het onderhoud van het wettelijke instrumentarium ten behoeve van de zelfregulering door sociale partners en van de structuur van het overleg met de sociale partners;
  • •  de vormgeving en het onderhoud van een basisniveau van wettelijke arbeidsrechtelijke bescherming en de bevordering van de naleving daarvan;
  • •  de vormgeving en werking van het wettelijke stelsel van verlofregelingen, met inbegrip van de levensloopregeling;
  • •  de vormgeving en het onderhoud van de wetgeving gericht op gelijke behandeling bij arbeid en de bevordering van de naleving daarvan.

Externe factoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

  • •  de toepassing van het wettelijke instrumentarium door werkgevers en werknemers;
  • •  maatschappelijk draagvlak voor de in de wetgeving neergelegde normen;
  • •  de beschikbaarheid van een voldoende effectief handhavingsinstrumentarium voor hetzij werkgevers en werknemers, hetzij de overheid.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

  • •  sociale partners stabiele en evenwichtige arbeidsverhoudingen tot stand brengen en ondernemingen goed functioneren door betrokkenheid van werknemers;
  • •  een verantwoorde ontwikkeling van collectief tussen sociale partners afgesproken arbeidsvoorwaarden plaatsvindt;
  • •  een goede balans ontstaat tussen de rechten en plichten voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst met inbegrip van een adequaat stelsel van ontslagbescherming;
  • •  werkenden in staat zijn arbeid te combineren met zorgtaken;
  • •  op de arbeidsmarkt minder ongerechtvaardigde verschillen in de behandeling van werkzoekenden en van werknemers bestaan.

Indicatoren

Artikel 43 kent geen indicatoren op het niveau van de algemene doelstelling, deels omdat het beoogde effect van het beleid niet kan worden gekwantificeerd, deels omdat het beleidseffect niet kan worden geïsoleerd van andere factoren.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 43.1: Begrotingsuitgaven Artikel 43 (x € 1 000)

artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

21 326

22 463

17 950

5 627

5 730

5 730

5 730

Uitgaven

21 675

23 153

17 798

5 515

5 668

5 708

5 730

               

Programma uitgaven

4 907

6 709

4 469

5 515

5 668

5 708

5 730

waarvan juridisch verplicht

   

8%

0%

0%

0%

0%

               

Algemene Doelstelling

             

Handhaving

487

424

644

644

644

644

644

Overig

751

3 683

1 587

2 674

2 777

2 777

2 777

Operationele Doelstelling 1

             

Subsidies

291

334

515

515

515

515

515

Overig

26

478

209

209

209

209

209

Operationele Doelstelling 2

             

Subsidies

0

0

80

0

0

0

0

Voorlichting

0

0

0

0

0

0

0

Operationele Doelstelling 3

             

Overig

2 876

1 325

552

592

642

642

642

Operationele Doelstelling 4

             

Subsidies

251

262

679

678

678

718

740

Overig

225

203

203

203

203

203

203

               

Apparaatsuitgaven

16 768

16 444

13 329

0

0

0

0

Personeel en materieel

16 768

16 444

13 329

0

0

0

0

               

Ontvangsten

760

1 711

1 711

1 711

1 711

1 711

1 711

Toelichting

Programma uitgaven

  • •  Het budget overig onder de algemene doelstelling was in 2010 eenmalig hoger als gevolg van een herschikking van middelen ten behoeve van onderzoek naar artikel 42. Als gevolg van deze eenmalige herschikking neemt het budget in 2011 ten opzichte van 2010 met ruim € 2 miljoen af;
  • •  Het budget in 2011 onder de operationele doelstelling 2 betreft een eenmalig subsidiebudget voor een initiatief ten behoeve van bescherming van werknemersbelangen;
  • •  De middelen onder operationele doelstelling 3 nemen af vanwege de afronding van de werkzaamheden van de Taskforce DeeltijdPlus;
  • •  De andere budgetten betreffen merendeels beleidsondersteunende budgetten die aan de hand van de jaarplannen aan de directies worden toebedeeld.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen bestuurlijke boetes die volgen uit de handhaving van de Wet minimumloon (WML).

Tabel 43.2 Premiegefinancierde uitgaven Artikel 43 (x € 1 000)

Artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Uitgaven

1 122 000

1 160 550

1 199 065

1 253 084

1 317 101

1 391 753

1 470 879

               

Programmauitgaven

1 122 000

1 160 550

1 171 661

1 193 162

1 215 383

1 238 050

1 261 169

Operationele doelstelling 3

             

Zwangerschaps/bev. verlof uitkeringslasten

1 093 000

1 148 777

1 161 193

1 182 979

1 205 200

1 227 867

1 250 991

Zwangerschaps/bev. verlof uitvoeringskosten

29 000

11 773

10 468

10 183

10 183

10 183

10 183

               

Nominaal

0

0

27 404

59 922

101 718

153 703

209 705

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Uitkeringslasten zwangerschaps- en bevallingsverlof

De laatste jaren zijn de uitgaven aan uitkeringen voor zwangerschaps- en bevallingsverlof gestegen. Ook voor de komende jaren wordt een stijging verwacht. De stijging van de uitgaven wordt veroorzaakt door een verdere toename van de arbeidsparticipatie van vrouwen, zowel in aantal als in uren. Daarnaast zal naar verwachting het brutosalaris van vrouwen die een uitkering vanwege zwangerschaps- en bevallingsverlof ontvangen sneller stijgen dan de loonvoet in Nederland.

Uitvoeringskosten zwangerschaps- en bevallingsverlof

Intern UWV heeft een herijking van uitvoeringskosten plaatsgevonden. De uitvoeringskosten voor de uitkeringen voor zwangerschaps- en bevallingverlof komen hierdoor in 2011 en latere jaren hoger uit. Bij najaarsnota wordt deze budgettair neutrale herijking ook doorgevoerd in de SZW-begroting.

Tabel 43.3 Fiscale uitgaven Artikel 43 (x € 1 mln)

artikelonderdeel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Operationele doelstelling 3

             

Levensloopregeling

353

341

329

317

305

290

274

Ouderschapsverlofkorting

62

67

67

67

67

67

67

Bron: Ministerie van Financiën, Belastingdienst

Toelichting

De fiscale uitgave aan de levensloopregeling die hier wordt gepresenteerd bestaat hoofdzakelijk uit een saldo van twee effecten: de inkomensderving door inleg in de levensloopregeling en de extra inkomsten vanwege opname van het levenslooptegoed. Naar verwachting blijft de komende jaren de inkomensderving door inleg in de levensloopregeling stabiel, terwijl de extra inkomsten vanwege opname van het levenslooptegoed zullen toenemen.

Grafiek budgetflexibiliteit per operationele doelstelling 2011

Toelichting

De juridische verplichting bij OD 4 betreft onder andere de bekostiging van de commissie gelijke behandeling. Het bestuurlijk gebonden deel van het budget van OD1 betreft de Subsidieregeling Kwaliteit Arbeidsverhoudingen.

Operationele doelstelling

1 Het bevorderen van stabiele en evenwichtige arbeidsverhoudingen

Motivering

  • •  Stabiele en evenwichtige arbeidsverhoudingen bevorderen door het recht op onderhandeling door sociale partners te waarborgen en collectieve arbeidsvoorwaardenvorming te regelen;
  • •  Het grondwettelijke recht op medezeggenschap door werknemers regelen, waarborgen en bevorderen;
  • •  Het in stand houden van een adequate overlegstructuur tussen het kabinet en sociale partners ten behoeve van onderlinge beleidsafstemming, coördinatie op sociaal en sociaaleconomisch terrein en om zoveel mogelijk draagvlak te verkrijgen voor het kabinetsbeleid.

Instrumenten

  • •  Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO), Wet op het Algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (AVV) en Wet op de loonvorming;
  • •  Wet op de bedrijfsorganisatie (WBO);
  • •  Wet op de ondernemingsraden (WOR), Wet op de Europese ondernemingsraden (WEOR) en Wet rol werknemers Europese vennootschap;
  • •  Overleg tussen werkgevers- en werknemersorganisaties en de overheid, waaronder het voor- en najaarsoverleg tussen het kabinet en de Stichting van de Arbeid;
  • •  Subsidieregeling kwaliteit arbeidsverhoudingen.

Activiteiten

  • •  Uitvoeren van de ministeriële taken op grond van de wet CAO en de wet AVV, waaronder:
    • –  het registreren van cao’s en bevestigen van de ontvangst van de melding van het sluiten, wijzigen of opzeggen van cao’s;
    • –  het verrichten van cao-onderzoek en rapporteren van belangrijke cao-ontwikkelingen, onder andere aan het parlement en sociale partners;
    • –  het voorbereiden van besluiten van algemeenverbindendverklaring van (bepalingen van) cao’s en het behandelen van tegen verzoeken tot algemeenverbindendverklaring ingediende bedenkingen en dispensatieverzoeken aan de hand van het Toetsingskader AVV;
  • •  Het onderhouden van een adequate overlegstructuur tussen kabinet en sociale partners en het voeren van overleg met sociale partners in het bijzonder op centraal niveau, maar ook op decentraal niveau;
  • •  Stimuleren van de kwaliteit van de medezeggenschap;
  • •  Uitvoering subsidieregeling kwaliteit arbeidsverhoudingen, waarbij jaarlijks op basis van 50-procentsmedefinanciering circa 10 subsidies worden verleend aan innovatieve en concrete projecten die bijdragen aan daadwerkelijke veranderingen op het terrein van de arbeidsverhoudingen;
  • •  Naar aanleiding van het kabinetsstandpunt medezeggenschap 2009 zal in december 2010 een conceptwetsvoorstel ter wijziging van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) voor consultatie gereed zijn. In het voorjaar van 2011 zal het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer voor behandeling worden aangeboden.

Doelgroepen

  • •  Sociale partners (werkgevers en werknemers) en hun organisaties;
  • •  Ondernemingsraden en Europese ondernemingsraden;
  • •  (Hoofd)product- en (hoofd)bedrijfschappen en de SER.

Indicatoren

Output en outcome zijn, zoals geconcludeerd in de Beleidsdoorlichting Arbeidsverhoudingen (Kamerstukken II, 2008–2009, 30 982, nr. 5), moeilijk objectief meetbaar. De verantwoordelijkheid voor het toepassen van het voor zelfregulering aangeboden instrumentarium ligt bij de sociale partners. Het overleg met sociale partners kent telkens wisselende onderwerpen. Er zijn daarom geen indicatoren geformuleerd. De gehanteerde kengetallen geven inzicht in het gebruik van de instrumenten, maar zijn geen eenduidige indicatoren voor de doelmatigheid en doeltreffendheid.

Kengetallen

De gehanteerde kengetallen geven inzicht in de mate waarin de sociale partners gebruik maken van het instrumentarium voor vormgeving van de arbeidsverhoudingen:

  • •  Het gebruik van de instrumenten van cao en avv varieert door de jaren heen, mede afhankelijk van factoren als het sociaal-economisch klimaat.
  • •  Het aandeel Ondernemingsraadplichtige ondernemingen met OR is afgenomen naar 70%. Deze daling doet zich vooral voor onder bedrijven met een omvang van 50 tot 75 werknemers. Deze afname wordt mogelijk deels veroorzaakt wordt door een wijziging van de steekproef die in het onderzoek wordt gehanteerd.
Tabel 43.4 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

cao/avv

       

Aantal bedrijfstak-cao’s

198

192

190

188

Aantal direct gebonden werknemers

4 449 500

4 644 500

4 699 500

4 954 200

Aantal door avv gebonden werknemers

770 500

676 000

855 500

843 800

Aantal ondernemingen-cao’s

517

524

558

521

Aantal gebonden werknemers

588 000

543 000

594 500

574 100

Totaal aantal cao’s

715

716

748

709

Totaal aantal werknemers onder cao’s

5 808 000

5 863 500

6 149 500

6 372 100

Bron: SZW, voorjaarsrapportage cao-afspraken

Tabel 43.5 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie 2002

Realisatie 2005

Realisatie 2008

 

Medezeggenschap

       

Percentage OR-plichtige ondernemingen met OR

71

76

70

 

Bron: RvB (2002 en 2005) en Regioplan (2008), Onderzoek naleving WOR

Operationele doelstelling

2 Zorgdragen voor een goede balans tussen rechten en plichten van werkgevers en werknemers voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst

Motivering

Om de bescherming van werknemers te waarborgen, in evenwicht met de belangen van de onderneming en met inachtneming van de eigen rol en verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers, en om op een verantwoorde wijze een flexibele werking van de arbeidsmarkt te bevorderen.

Instrumenten

  • •  Het arbeidsovereenkomstenrecht, inclusief het ontslagrecht;
  • •  Het Buitengewoon Besluit arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) en de daarop gebaseerde regels betreffende ontslag en werktijdverkorting;
  • •  De Wet melding collectief ontslag (WMCO);
  • •  De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) en daarop gebaseerde regels betreffende bestuurlijke handhaving van de WML;
  • •  Het Besluit minimumjeugdloonregeling;
  • •  Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi);
  • •  Voorlichting.

Activiteiten

  • •  Het verlenen van ontslagvergunningen door het UWV (ex artikel 6 BBA);
  • •  Het verlenen van tijdelijke ontheffingen van het verbod om de arbeidstijd te verminderen (ex artikel 8 BBA);
  • •  Het verlenen van goedkeuring als bedoeld in artikel 6 lid 4 van de Wet melding collectief ontslag;
  • •  Het handhaven van de Wet minimum loon en minimum vakantiebijslag (WML) door de Arbeidsinspectie door het opleggen van bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom bij onderbetaling;
  • •  Het beleid met betrekking tot de flexibiliteit op de arbeidsmarkt;
  • •  Het beleid gericht op het tegengaan van arbeidsgerelateerde uitbuiting;
  • •  Wijziging van het Burgerlijk Wetboek houdende afschaffing van de beperkte opbouw van minimumvakantierechten tijdens ziekte in verband met jurisprudentie van het Hof van Justitie;
  • •  Wijziging van de Wet melding collectief ontslag in verband met het van toepassing verklaren van die wet op de beëindiging van een dienstbetrekking door middel van een beëindigingsovereenkomst.
  • •  Het beleid met betrekking tot de handhaving van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi);
  • •  Wijziging van de Waadi en de WML met het oog op effectievere controles door private instanties, en verbetering van de effectiviteit van het door de uitzendbranche ontwikkelde keurmerk;
  • •  Het stimuleren en ondersteunen van initiatieven op het terrein van sociale innovatie;
  • •  Het bijdragen aan de totstandkoming, aanpassing en implementatie van internationale regelgeving en het rapporteren daarover.

Doelgroepen

  • •  Werknemers;
  • •  Werkgevers.

Indicatoren

Operationele doelstelling 2 kent geen kwantitatieve streefwaarden.De doelstelling van het beleid is te komen tot een transparante regelgeving waarbij op evenwichtige wijze rekening wordt gehouden met de bescherming van de werknemers en de vereisten van de onderneming. Voor dit evenwicht is geen objectieve indicator te geven.

Kengetallen

Op basis van voorlopige realisaties van het aantal ontslagaanvragen over de eerste helft van 2010 en de instroom verwachting in de WW is het aantal ontslagaanvragen en ontbindingsverzoeken voor 2010 geraamd. Gezien de verwachte lichte daling van de instroom in de WW in 2011 wordt in dat jaar ook een enigszins lager niveau van ontslagaanvragen en ontbindingsverzoeken geraamd.

Tabel 43.6 Kengetallen operationele doelstelling 2
 

Realisatie 2009

Raming 2010

Raming 2011

Ontslagen1
     

Aantal ontslagaanvragen UWV

60 064

42 000

41 000

Waarvan via collectieve aanvraag (%)

18

18

18

Aantal ontbindingsverzoeken rechtbanken

29 854

28 000

27 000

Totaal aantal aanvragen en verzoeken

89 918

70 000

68 000

Aanvragen WTV (reguliere regeling werktijdverkorting)2
     

Aantal aanvragen

142

150

150

Aantal toegewezen

82

100

100

Handhaving WML3
     

Aantal inspecties WAV/WML

9 723

10 000

10 000

Aantal opgelegde boetes

58

60

80

Noot 1: Bron: UWV, jaarverslag

Noot 2: Bron: SZW, onderzoeksrapport werktijdverkorting

Noot 3: Bron: SZW/AI, jaarverslag

Operationele doelstelling

3 Bevorderen van het combineren van arbeid en zorg

Motivering

Om werknemers in staat te stellen de arbeidsduur (tijdelijk) aan te passen in verband met zorgtaken.

Instrumenten

  • •  Wet arbeid en zorg;
  • •  Wet aanpassing arbeidsduur;
  • •  Levensloopregeling.

Activiteiten

  • •  Uitwerking van de Beleidsverkenning modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden (Kamerstukken II 2008–2009, 26 447, nr. 42) in wetgeving;
  • •  Implementatie van de Richtlijn 2010/18/EU inzake ouderschapsverlof en Richtlijn 2010/41/EU betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen.

Doelgroepen

  • •  (Potentiële) werknemers;
  • •  Zelfstandigen (in verband met zwangerschaps- en bevallingsuitkering);
  • •  Werkgevers.

Indicatoren

De discrepantie tussen feitelijke en gewenste opname van verlof wordt gemeten als het aandeel werknemers (m/v) dat behoefte heeft aan verlof, maar dit (nog) niet gebruikt, op het totaal aantal werknemers (m/v) met behoefte aan verlof. De volgende vormen van verlof zijn meegenomen in de meting van de indicator: ouderschapsverlof, kortdurend zorgverlof en langdurend zorgverlof.

Bij de huidige prestatie-indicator wordt de behoefte aan verlof als gegeven genomen, ongeacht andere instrumenten die werknemers kunnen benutten voor de combinatie van arbeid en zorg, zoals flexibele arbeidspatronen. In het Jaarverslag 2009 is daarom vermeld dat zal worden bezien of een indicator kan worden geformuleerd die hierop aansluit. Momenteel worden de mogelijkheden van een dergelijke indicator onderzocht. Om die reden is voor de huidige indicator geen streefwaarde voor 2011 geformuleerd.

Tabel 43.7 Indicatoren operationele doelstelling 3
 

Realisatie 2007

Realisatie 2009

Streven 2011

Discrepantie tussen feitelijke en gewenste opname van verlof (%)

45

44

Bron: CBS, EBB module arbeid en zorg

Kengetallen

De kengetallen over zwangerschaps- en bevallingsverlof, adoptieverlof, ouderschapsverlof en de levensloopregeling betreffen het gebruik (aantal toekenningen respectievelijk deelnemers).

Over ouderschapsverlof is het aantal personen vermeld dat in een jaar ouderschapsverlof heeft opgenomen. In eerdere jaren werd het aantal personen dat in het betreffende jaar met ouderschapsverlof startte gepresenteerd. Met de uitbreiding van het ouderschapsverlof van 13 naar 26 weken in 2009 zal naar verwachting het aantal ouders dat het verlof over meerdere jaren spreidt toenemen.

Tabel 43.8 Kengetallen operationele doelstelling 3
 

Realisatie 2009

Raming 2010

Raming 2012

Zwangerschaps- en bevallingsverlofuitkering (x 1 000)

     
– aantal toekenningen werknemers1

139

143

144

– aantal toekenningen zelfstandigen

7,5

7,5

7,5

Adoptieverlof (x 1 000)

     

– aantal toekenningen werknemers

1,2

1,2

1,2

Ouderschapsverlof (x 1 000)

     
– Aantal werknemers met ouderschapsverlof (betaald en onbetaald)2

124

124

124

– Aantal ontvangers ouderschapsverlofkorting3

78

85

85

Levensloopregeling (x 1 000)

     
– aantal actieve deelnemers4

249

249

249

Noot 1: Bron: UWV, jaarverslag

Noot 2: Bron: CBS, EBB module Arbeid en zorg

Noot 3: Bron: CBS, EBB module Levensloop

Noot 4: Bron: SZW-berekening

Operationele doelstelling

4 Bevorderen van gelijke kansen op de arbeidsmarkt en toegang tot de arbeidsmarkt door bescherming te bieden tegen ongelijke behandeling bij arbeid en beroep

Motivering

Om werknemers en werkzoekenden bescherming te bieden tegen ongelijke behandeling en te waarborgen dat eenieder gelijke kansen heeft op het terrein van arbeid.

Instrumenten

  • •  Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid;
  • •  Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
  • •  Wet verbod van onderscheid op grond van arbeidsduur;
  • •  Wet gelijke behandeling van tijdelijke en vaste werknemers;
  • •  Commissie gelijke behandeling;
  • •  Commissie klachtenbehandeling aanstellingskeuringen.

Activiteiten

  • •  Integratie van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte in de Algemene wet gelijke behandeling;
  • •  Het tegengaan van ongerechtvaardigd leeftijdsonderscheid door voorlichting en overleg met sociale partners;
  • •  Het bevorderen van behoud en verbetering van de inzetbaarheid van werknemers met het bevorderen van leeftijdsbewust beleid, stimuleren van het omvormen van categorale ontziemaatregelen voor ouderen en wegnemen van belemmeringen om na het 65e jaar door te werken;
  • •  Het terugdringen van ongelijke beloning in strijd met de wet door voorlichting, onderzoek, ontwikkeling van instrumenten en overleg met sociale partners;
  • •  Het tegengaan van negatieve beeldvorming en discriminatie van etnische minderheden op de arbeidsmarkt.

Doelgroepen

  • •  Werkgevers, werknemers en hun vertegenwoordigers;
  • •  Relevante belangenorganisaties en organisaties van professionals.

Indicatoren

Tot en met de begroting 2010 waren de gegevens voor de indicator in de tabel 43.8 ontleend aan een analyse door de Arbeidsinspectie (AI); met ingang van de begroting 2011 vormen gegevens van het CBS daarvoor de grondslag. Het voor 2006 door de AI berekende gecorrigeerde beloningsverschil bedroeg 6,5% (bedrijfsleven) en 2,6% (overheid). Voor 2008 berekent het CBS een gecorrigeerd verschil van 9% (bedrijfsleven) en 7% (overheid).

Het door het CBS berekende gecorrigeerde beloningsverschil over 2007 en 2008 levert een duidelijk verschil op met het gecorrigeerde beloningsverschil over 2006 zoals berekend door de AI. Uit de onderzoeken naar beloningsverschillen blijkt dat het niet mogelijk is om alle verklarende variabelen volledig te specificeren en te onderzoeken. Dit gegeven in combinatie met het geconstateerde verschil vormen aanleiding om te bezien in hoeverre het gecorrigeerde beloningsverschil een bruikbare indicator is voor de aanwezigheid van beloningsdiscriminatie. De mogelijkheid om een andere methodiek te hanteren om zodoende een meer concrete indicator voor de aanwezigheid van beloningsdiscriminatie te hanteren wordt hierbij overwogen.

Dit laat onverlet dat het beleid erop gericht blijft de beloningsverschillen te doen afnemen. De voor 2012 gehanteerde streefwaarden zijn aangepast aan de cijfers zoals deze voortvloeien uit de door het CBS gehanteerde methodiek.

Tabel 43.9 Indicatoren operationele doelstelling 4
 
Realisatie 20061
Realisatie 20072

Realisatie 2008

Streven 2012

Gecorrigeerde beloningsverschillen (%)

       

Verschil man–vrouw bedrijfsleven

– 6,5

– 9

– 9

< – 9

Verschil man–vrouw overheid

– 2,6

– 8

– 7

< – 7

         

Ongecorrigeerde beloningsverschillen (%)

       

Verschil man–vrouw bedrijfsleven

– 23

– 22

– 22

< – 22

Verschil man–vrouw overheid

– 12

– 14

– 15

< – 15

Noot 1: Bron: SZW/AI, de arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006

Noot 2: Bron: CBS, Beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen, 2010

Kengetallen

De gegevens van de Commissie gelijke behandeling en van de Commissie klachtenbehandeling aanstellingskeuringen betreffen het aantal ingediende klachten en/of oordelen ingediend bij respectievelijk uitgesproken door deze commissies. Deze getallen geven slechts zeer beperkt inzicht in de mate waarin ongelijke behandeling voorkomt.

Tabel 43.10 Kengetallen operationele doelstelling 4
 

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Commissie gelijke behandeling: oordelen op het terrein van arbeid1

Totaal aantal

159

117

96

waarvan op grond van (%):

     

– geslacht

12

15

15

– leeftijd

45

38

41

– handicap

13

9

9

– overig

30

38

35

Commissie klachtenbehandeling: aanstellingskeuringen2

Totaal Aantal

73

38

47

– Klachten

5

5

9

– Vragen

68

33

38

Noot 1: Bron: Commissie Gelijke Behandeling, jaarverslag

Noot 2: Bron: Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen, jaarverslag

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Tabel 43.11 Onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp onderzoek

AD/OD

A. Start

B. Afgerond

Vindplaats

Evaluatieonderzoek ex ante

       

Beleidsdoorlichting

Artikel 43

AD

A. 2013

B. 2013

 

Effecten onderzoek ex post

       

Overig evaluatieonderzoek

Evaluatie verruiming onmisbaarheidscriterium

OD 2

A. 2011

B. 2011

 
 

Monitor effecten tijdelijke verruiming om arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aan te gaan in verband met het bevorderen van de arbeidsparticipatie van jongeren

 

A. 2011

B. 2011

 

Toelichting

Artikel 43 is in 2008 doorgelicht. Deze doorlichting had betrekking op OD 1, 2 en 4. OD 3 (Bevorderen van het combineren van arbeid en zorg) is in 2006 doorgelicht, toen dit nog een afzonderlijk begrotingsartikel was. De komende doorlichting betreft een integrale doorlichting van het gehele beleidsartikel.

Artikel