Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1.2 Economische situatie in Nederland: van crisis naar pril herstel

Groei in 2010 en 2011

Na de historische krimp van de economie (met bijna 4 procent) in 2009 groeit de economie in 2010 waarschijnlijk met 1¾ procent (zie figuur 1.1). Zonder de stimuleringsmaatregelen van het kabinet was de economie echter ook in 2010 nog gekrompen. In 2011 groeit de Nederlandse economie naar verwachting met 1½ procent. Hoewel er voor 2010 en 2011 een betrekkelijk normale groei voorspeld wordt, is het goed om stil te staan bij de onzekerheden rond het herstel.

Figuur 1.1 Pril hersteleconomische groei

De economische groei verklaard

Aantrekkende uitvoer

De verwachte groei van de economie in 2011 is vooral te danken aan de fors stijgende export. De export groeit, doordat de wereldeconomie zich herstelt en de wereldhandel toeneemt. De lagere koers van de euro maakt Europese producten bovendien goedkoop voor het buitenland. Nederland profiteert hier als open handelseconomie sterk van. In dit kader is ook een gematigde loonontwikkeling van cruciaal belang voor een verder economisch herstel: hoge lonen maken Nederlandse producten duurder en dat schaadt het concurrentievermogen van de Nederlandse economie.

Haperende consumptie

De export trekt weliswaar aan, maar de binnenlandse gezinsconsumptie groeit nauwelijks. Dit hangt samen met een laag consumentenvertrouwen, een matige inkomensontwikkeling en met vermogensverlies. Het lage consumentenvertrouwen leidt ertoe dat Nederlanders meer sparen en minder uitgeven. Doordat de werkloosheid hoger is en de cao-lonen beperkt stijgen, hebben mensen in 2010 en 2011 minder te besteden. Bovendien zijn de pensioenaanspraken en beleggingen van veel burgers minder waard geworden. De behoefte om geld opzij te zetten om deze verliezen te compenseren kan ertoe leiden dat mensen tijdelijk minder uitgeven.

Arbeidsmarkt en werkloosheid

Werkloosheid blijft beperkt

Het aantal werklozen loopt naar verwachting op van 4¾ procent in 2009 tot 5½ procent (circa 435 duizend personen) in zowel 2010 als 2011. Gezien de sterke krimp van de economie in 2009 valt deze toename nog mee. Uit figuur 1.2 blijkt dat de pieken in de werkloosheid in de afgelopen twintig jaar steeds lager zijn geworden. De werkloosheid blijft naar verwachting in 2010 en 2011 onder het niveau van de piek in 2004 en 2005, ondanks dat de economie in 2009 door een dieper dal is gegaan. Ook in vergelijking met andere landen doet de arbeidsmarkt het goed. Sinds het begin van de crisis in het tweede kwartaal van 2008 is de werkloosheid in Europa met 2,6 procentpunt gestegen. In Nederland liep het werkloosheidspercentage in dezelfde periode slechts met 1,4 procentpunt op, terwijl het productieverlies in Nederland vergelijkbaar was.

Figuur 1.2 Vergelijking van de ontwikkeling van de bbp-groei en de werkloosheid

Bron: CPB

Zachte landing arbeidsmarkt

Deze zachte landing van de arbeidsmarkt kan worden verklaard uit de manier waarop werkgevers met de situatie om zijn gegaan. Het was voor de crisis moeilijk om het juiste personeel te vinden. De verwachting is dat dit na de crisis niet anders zal zijn. Hierdoor zijn werkgevers erg terughoudend met het ontslaan van personeel. Verder is, in vergelijking met eerdere perioden van economische malaise, een groter deel van de klap opgevangen door zelfstandigen. Zij worden weliswaar officieel niet werkloos, maar hebben wel veel minder werk en lagere inkomsten. Opvallend is dat de arbeidsmarkt sneller lijkt te reageren op het economische herstel dan in het verleden. In de komende maanden moet blijken of de arbeidsmarkt zich krachtig genoeg heeft hersteld om van een omslagpunt te kunnen spreken.

Kanttekeningen bij het herstel

Na-ijlende effecten crisis

Het jaar 2011 staat in het teken van inzettend herstel, maar daar passen wel enkele waarschuwende kanttekeningen bij. De crisis begon in 2008 op de financiële markten, raakte toen de economie en werd in 2010 goed merkbaar doordat mensen hun baan verloren en in koopkracht achteruitgingen. De crisis bereikt burgers dus met een vertraging, en dat geldt ook voor het herstel. Als de economie zich herstelt neemt de werkloosheid pas na enige tijd af en ook de lonen stijgen pas later; in 2011 stabiliseert de werkloosheid en gaat de gemiddelde burger erop achteruit in koopkracht.

Bezuinigingen in Europa

Vanaf 2011 worden in Europa en Nederland de overheidstekorten teruggedrongen. Deze noodzakelijke versoberingen treffen burgers in de portemonnee en kunnen daardoor leiden tot lagere bestedingen. Tegelijkertijd is het aanpakken van de tekorten juist nodig om het vertrouwen in de economie te herstellen. Hoofdstuk 2 van deze Miljoenennota gaat uitgebreid in op de effecten van tekortsanering op de economie, en laat zien dat budgettair en economisch herstel hand in hand kunnen gaan.

Onzeker herstel

Tot slot is bij economische voorspellingen en ramingen onzekerheid troef. Nederland is verweven met Europa, en Europa is nog niet uit de crisis. Het herstel kan worden bedreigd door hernieuwde onrust op de financiële markten. Het is de vraag hoe het lichte herstel zich verder zal ontwikkelen. Landen met kwetsbare overheidsfinanciën (zoals Griekenland, Spanje en Portugal) laten nog weinig economische groei zien en soms is er zelfs sprake van krimp. Een tegenvallende groei in Europa en de wereld heeft grote gevolgen voor Nederland, omdat onze economische groei en werkgelegenheid voor een groot deel afhangen van de export.