Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

14 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

Algemene doelstelling

«Een internationaal concurrerende energievoorziening die betrouwbaar, veilig en duurzaam is».

In het beleid ten aanzien van onze nationale energievoorziening staan in de verantwoordelijkheid van de Minister van EL&I vier aspecten centraal: betrouwbaarheid, veiligheid, duurzaamheid en het belang dat de energiesector heeft voor onze economie.

Rol en Verantwoordelijkheid

  • •  het zodanig ordenen van de energiemarkten dat maximaal wordt bijgedragen aan een betaalbare, betrouwbare en efficiënte energievoorziening;
  • •  het creëren van de randvoorwaarden waardoor leverings- en voorzieningszekerheid van energie gewaarborgd kan worden;
  • •  het bevorderen van de totstandkoming van een evenwichtige brandstofmix gericht op transitie naar een duurzame energievoorziening en voorzieningszekerheid;
  • •  het creëren van randvoorwaarden voor een doelmatige winning van onze bodemschatten;
  • •  het bevorderen van de veiligheid van het transport van energie en van de energieproductie;
  • •  het bevorderen van de ontwikkeling en het gebruik van innovatieve energietechnologieën ten behoeve van de verduurzaming van de energievoorziening;
  • •  het stimuleren van duurzame energieproductie;
  • •  het vergroten van de energie-efficiëntie in de sectoren industrie en energie;
  • •  het stimuleren van de verdergaande reductie van CO2 uitstoot van energiebedrijven en industrie;
  • •  het creëren van randvoorwaarden waardoor onze energievoorziening internationaal kan concurreren en het verdienpotentieel van de energievoorziening ten volle wordt benut;
  • •  De Minister van EL&I is verantwoordelijk voor de internationale dimensie van het energiebeleid. EL&I en het Ministerie van Buitenlandse Zaken trekken bij het bevorderen van de internationale energievoorzieningszekerheid samen op. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is betrokken op grond van zijn verantwoordelijkheid voor geopolitieke, veiligheidspolitieke en ontwikkelingspolitieke vraagstukken.

Kengetallen

Kengetallen

2006

2007

2008

2009

2010

1. Gewonnen volume aardgas kleine velden

Bron: TNO

36 mld Sm3

38 mld Sm3

36 mld Sm3

34 mld Sm3

32 mld Sm3

2. Aantal boringen exploratie en evaluatie onshore en offshore

Bron: TNO

17

10

13

15

12

3. Aantal boringen productie onshore en offshore

Bron: TNO

23

21

14

28

35

4. Elektriciteitsstoring in minuten per jaar

Bron: EnergieNed/Netbeheer Nederland

36 min.

33 min.

22 min.

26,5 min.

34 min.

5. Productie aardgas totaal

Bron: TNO

71 mld Sm3

68 mld Sm3

79 mld Sm3

74 mld Sm3

86 mld Sm3

6. Euro/dollarkoers

Bron: CPB

1,26

1,37

1,47

1,39

1,33

7. Olieprijs (dollar/vat)

Bron: CPB

65,10

72,52

97,0

61,5

79,5

8. Beursprijs van TTF-gas (euro/MWh)

Bron: APX Endex

 

15,2

26,6

13,3

16,1

Toelichting

5, 6, 7 en 8: Bepalende factoren voor de aardgasbaten (behorende bij de beleidsdoelstelling van een doelmatige winning van delfstoffen) zijn de aardgasprijs en het volume van de verkopen. De aardgasprijs is gerelateerd aan enerzijds de prijs van olie in dollars in combinatie met de euro/dollar-koers en anderzijds aan de prijs van gas die onafhankelijk van de olieprijs op de markt tot stand komt op onder andere gasbeurzen. Vanwege de omvang van de aardgasbaten is een duidelijke onderbouwing met kengetallen nodig. Deze vier kengetallen zijn voorts te relateren aan de algemene beleidsdoelstelling het verdienpotentieel van de energiesector te maximaliseren. De ontwikkeling van de Title Transfer Facility (TTF) als gashandelsplaats met een eigen liquide beursprijs illustreert de operationele doelstelling 2: optimale ordening en werking van de gasmarkt. De bron voor de euro/dollarkoers en de olieprijs is gewijzigd ten opzichte van begroting 2010. De nieuwe bron betreft de jaarlijks door het CPB gepubliceerde Kerngegevenstabel voor Nederland, die onderdeel uitmaakt van het Centraal Economisch Plan.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

VERPLICHTINGEN

8 195

3 420

361

253

233

208

220

Waarvan garantieverplichtingen

324

           

UITGAVEN

1 066

1 230

1 338

1 305

1 429

1 614

1 612

               

Programma-uitgaven

1 028

1 216

1 310

1 297

1 425

1 613

1 612

14.1 Optimale ordening en werking van de energiemarkten in de Noord-west Europese context

9

10

         

14.2 Bevorderen van de voorzieningszekerheid

91

97

97

97

97

97

97

14.3 Bevorderen van een duurzame en veilige energievoorziening

928

1 109

1 214

1 200

1 329

1 516

1 515

               

Bijdragen baten-lastendiensten

38

14

27

8

3

1

 

Bijdrage Agentschap Nederland

38

14

27

8

3

1

 
               

ONTVANGSTEN

5 791

11 750

12 250

10 995

9 545

9 245

9 159

COVA

89

93

93

93

93

93

93

SDE+

     

100

200

300

414

Ontvangsten uit het FES

238

           

Diverse ontvangsten

117

55

55

       

Aardgasbaten

7 658

11 600

12 100

10 800

9 250

8 850

8 650

Bijdrage aan het FES

– 2 314

           

Ontvangsten zoutwinning

2

2

2

2

2

2

2

Terugontvangsten Agentschap NL

1

           

Budgettair belang fiscale maatregelen

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Energie-investeringsaftrek (EIA)

115

151

151

151

161

161

161

Met de energie-investeringsaftrek (EIA) stimuleert EL&I investeringen in energiezuinige bedrijfsmiddelen en bedrijfsmiddelen voor een efficiënte opwekking van hernieuwbare energie. Investeringen in bedrijfsmiddelen die voldoen aan de generieke besparingsnormen van de EIA kunnen deels van de fiscale winst worden afgetrokken. Alleen de nieuwste typen bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor EIA en op deze manier stimuleert de EIA de marktintroductie van een nieuwe generatie efficiënte bedrijfsmiddelen.

Budgetflexibiliteit

  • •  Van de uitgaven op artikel 14 heeft circa 70% (ruim € 900 mln) betrekking op langlopende uitbetalingen op reeds afgegeven beschikkingen in het kader van de MEP en SDE. Voor dit deel is er dus geen budgetflexibiliteit.
  • •  De uitgaven COVA (€ 93 mln, ofwel 7%) betreffen de doorgifte aan COVA van de heffing op aardolieproducten, bedoeld voor het dekken van de kosten van het aanhouden van voorraden, gebaseerd op nationale en internationale wetgeving. Ook voor dit onderdeel is geen sprake van budgetflexibiliteit.
  • •  De bijdrage aan ECN (ruim € 38 mln, 3%) betreft een al langlopende gevestigde subsidierelatie ten behoeve van energieonderzoek. Dit betekent dat er op dit onderdeel sprake is van enige budgetflexibiliteit, zij het nauwelijks op de korte termijn.
  • •  De overige beleidsuitgaven (bij elkaar circa 20% van artikel 14, rond de € 290 mln) betreffen in de eerste jaren vooral betalingen op reeds aangegane verplichtingen. Dit betekent dat de budgetflexibiliteit toeneemt in de tijd.

Operationele doelstelling 14.1

Optimale ordening en werking van de energiemarkten in de Noord-west Europese context

Motivering

Binnen de Noord-west Europese context creëert de overheid (met name EL&I) de randvoorwaarden voor een concurrerende energiemarkt om ervoor te zorgen dat energiebedrijven efficiënt produceren, afnemers een efficiënte prijs betalen en vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd. Daarnaast zorgt EL&I voor een doeltreffend reguleringskader voor het netbeheer om te bereiken dat de netten de markt tegen redelijke tarieven en voorwaarden faciliteren. Door verdergaande Europese integratie ontstaan grotere marktgebieden met meer ruimte en mogelijkheden voor concurrentie. Dit draagt bij aan efficiente en stabielere prijzen voor huishoudens. Europese wet- en regelgeving, zoals het derde pakket energierichtlijnen, en het werk van de gezamenlijke toezichthouder Agency for the Cooperation of Energy Regulators (ACER) versterken deze ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat de Nederlandse belangen daarbij goed worden meegewogen is een pro-actieve inzet van EL&I in Europees verband vereist waarin behoud van de kracht van Nederland voorop staat: een goed werkende energiemarkt, met goede infrastructuur en een stevige bescherming van consumenten. EL&I zet daarom in op één open markt, waarin de EU zich richt op zaken die het beste op Europees niveau kunnen worden opgepakt, zonder onnodig in nationale bevoegdheden te treden en met oog voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

14.1 Optimale ordening en werking van de energiemarkten in de Noord-west Europese context

8,8

10,0

         
               

Stadsverwarming

8,8

10,0

         

Instrumenten en activiteiten

Elektriciteits- en Gaswet

Doel en beschrijving:

De Elektriciteitswet en de Gaswet dienen voor het realiseren van een goed functionerende elektriciteits- en gasmarkt. Toezicht op en het monitoren van de energiemarkten gebeurt door de NMa met als doel de ontwikkeling van een concurrerende energiemarkt te bewaken en eventuele tekortkomingen te signaleren en aan te pakken.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  In het Energierapport is aangekondigd dat het kabinet de werking van de energiemarkt wil verbeteren door de regeldruk te verminderen en efficiënter toezicht mogelijk te maken. De steeds nauwere verbindingen met het Europese energiebeleid vragen bovendien om een wetgevend kader dat op inzichtelijke wijze is geënt op Europese richtlijnen. Hiertoe wordt een wetgevingstraject gestart onder de naam STROOM. In 2012 zal een eerste tranche van wetgeving aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Daarbij zal de nadruk liggen op de voornemens die in het kader van het Energierapport 2011 zijn gedaan.
  • •  In Europees verband is regelgeving aangekondigd rond investeringen in infrastructuur en intelligente netten. Afhankelijk van het tempo waarin hierover besluitvorming tot stand komt, zal in de loop van 2012 de benodigde implementatieregelgeving worden voorbereid.
  • •  Na de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel ter implementatie van het derde pakket energierichtlijnen zal in 2012 worden gewerkt aan de implementatie van onderliggende regelgeving.
  • •  Tenslotte start in 2012 de kleinschalige uitrol van de slimme meter. Om de uitrol en de effecten van de slimme meter in kaart te brengen wordt een monitor gestart.

Indicator

De C3 is het gezamenlijk marktaandeel van de drie grootste leveranciers. De mate van concentratie op de kleinverbruikersmarkt voor elektriciteit en gas vormt een indicatie voor de concurrentie op die markten. Een indicator hiervoor is de Herfindahl-Hirschman index (HHI). Een markt met een HHI onder de 1 800 punten wordt gezien als een competitieve markt en een markt met een index tussen de 1 800 en 8 000 punten wordt gezien als een geconcentreerde markt.

Prestatie-indicatoren

2006

2007

2008

2009

2010

Streefwaarde

2012

Bron

1. Concentratiegraad in de retailsector elektriciteit:

             

– HHI

2 295

2 319

2 279

2 285

2 263

stabiliseren tussen 1800–2500

Energiekamer

– C3

82%

82%

81%

81%

81%

daling/lager

 

2. Concentratiegraad in de retailsector gas:

             

– HHI

2 149

2 109

2 104

2 187

2 158

stabiliseren tussen 1800–2500

 

– C3

79%

78%

79%

79%

79%

daling/lager

 

Warmtewet

Doel en beschrijving:

De Warmtewet draagt bij aan de leveringszekerheid en (prijs)bescherming voor zowel afnemers als leveranciers van warmte. De Warmtewet is een initiatiefwetsvoorstel dat in 2009 is aangenomen. Op basis hiervan zijn nadere regels uitgewerkt in de conceptregelgeving waaronder een tariefstelsel op basis van het wettelijke vastgestelde «niet meer dan anders» principe.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  In 2011 heeft EL&I een herziening van de Warmtewet aan de Kamer aangeboden. Hierin zijn onder andere aangepaste voorstellen gedaan ten aanzien van de met de warmtewet beoogde prijsregulering. De parlementaire behandeling van deze novelle wordt naar verwachting in 2012 afgerond. Met de inwerkingtreding van de wet zal ook de lagere regeling in werking treden.

Europese en Noordwest Europese fora

Doel en beschrijving:

Participatie van EL&I in Europese en Noordwest-Europese fora, waaronder het Pentalaterale energieforum. Dit forum bestaat uit de overheden uit Duitsland, Frankrijk, België, Nederland, Luxemburg en Oostenrijk en heeft de verdere ontwikkeling van de Noordwest-Europese elektriciteits- en gasmarkt als doel.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Binnen het Pentalaterale Energie Forum richt de aandacht zich in 2012 op de toekomstvastheid van de infrastructuur gelet op de uitdagingen als de inpassing van duurzame energie en de afstemming van reguleringsvraagstukken met betrekking tot de transporttarieven.
  • •  In 2012 wordt gewerkt aan de vervolgstap voor marktkoppeling. Het is de verwachting dat de zogenaamde flow based marktkoppelingssyteem beter rekening zal houden met de onderlinge afhankelijkheden tussen landen en met dit systeem zal meer capaciteit aan de markt beschikbaar kunnen worden gesteld. Invoering van dit systeem is voorzien in 2013.
  • •  Hiernaast zullen Noordwest-Europese landen verdergaande afspraken maken over samenwerking op het gebied van gas ter uitwerking en invulling van Europese netcode en richtsnoeren. Dit sluit aan bij de Nederlandse gasrotonde ambities, omdat daarmee de grensoverschrijdende handel in en het transport van gas wordt vereenvoudigd.
  • •  Voor wat betreft gas zal de aandacht uitgaan naar de ten uitvoerlegging van Verordening (EG) 994/2010 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering. De in het kader van deze verordening uit te voeren risico-evaluaties en op te stellen preventieve actie- en noodplannen, zullen in pentalateraal verband op elkaar worden afgestemd.

Operationele doelstelling 14.2

Bevorderen van de voorzieningszekerheid

Motivering

De voorzieningszekerheid betreft de lange termijn beschikbaarheid van energiebronnen. Daarbij spelen de omvang van de mondiale energiereserves in relatie tot de productiecapaciteit, het verbruik en de geografische spreiding een rol. Leveringszekerheid maakt deel uit van de voorzieningszekerheid en betreft de mate waarin afnemers onder voorzienbare omstandigheden feitelijk kunnen rekenen op de levering van energie. Energievoorzieningszekerheid is een publiek belang dat niet automatisch door de markt wordt gewaarborgd.

Van belang is dat het beleid van de overheid randvoorwaarden creëert om in elk geval de eigen bodemschatten optimaal te benutten.

Naast de bevordering van voorzieningszekerheid is de rol van de overheid (met name EL&I) het creëren en optimaal gebruik maken van economische kansen op het gebied van energie. Voor de totstandbrenging van zakelijke transacties met de energieproducerende landen die hiervoor essentieel zijn, is de betrokkenheid en steun van de overheid onontbeerlijk. EL&I en BuZa ondersteunen daarom actief de internationale activiteiten van het Nederlandse bedrijfsleven. Bovendien neemt EL&I actief deel aan discussies over een beter investeringsklimaat, liberalisering van markten en handel in Europese en multilaterale kaders.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

14.2 Bevorderen van de voorzieningszekerheid

91,1

96,8

96,9

96,8

96,8

96,8

96,8

               

Doorsluis COVA-heffing

88,7

93,0

93,0

93,0

93,0

93,0

93,0

Onderzoek en ontwikkeling bodembeheer

2,4

2,7

2,8

2,8

2,8

2,8

2,9

Bijdragen aan diverse instituten

0,1

1,1

1,1

1,1

1,0

1,0

1,0

Instrumenten en activiteiten

Mijnbouwwet

Doel en beschrijving:

De Mijnbouwwet vormt het kader voor een verantwoorde en doelmatige opsporing en winning van delfstoffen en aardwarmte en het opslaan van stoffen beneden de oppervlakte van de aardbodem.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  De focus in het mijnbouwbeleid ligt op verdere mogelijke maatregelen op het gebied van stimulering van de opsporing en winning van delfstoffen en andere benutting van de diepe ondergrond, zoals opslag. Daarnaast wordt bezien of aanpassing van regelgeving en procedures ten aanzien van geothermie nodig is.
  • •  Naast stimulering van het activiteitenniveau en verbetering en ontwikkeling van technieken in de traditionele vormen van gaswinning worden door EL&I niet alleen de technische, maar ook de maatschappelijke mogelijkheden bezien voor de winning van onconventionele gasreserves.
  • •  Gelet op de verschillende gebruiksmogelijkheden van de ondergrond wordt in 2012 gewerkt aan de verdere ontwikkeling van een kader voor de ruimtelijke ordening van de ondergrond.
  • •  Afronding van de implementatie van de onderliggende regelgeving van de Europese CCS Richtlijn.

Rijkscoördinatieregeling

Doel en beschrijving:

EL&I wil de Rijkscoördinatieregeling voor energieprojecten van nationaal belang inzetten met als doel tijdig voldoende energie-infrastructuur (inclusief interconnectoren) te realiseren in Nederland. Dit betekent dat EL&I samen met I&M verantwoordelijk is voor (de regie heeft over) de ruimtelijke inpassing van de projecten en dat EL&I verantwoordelijk is voor de coördinatie van alle andere benodigde besluiten. De Rijkscoördinatieregeling is onder meer van toepassing op infrastructuur als hoogspanningsverbindingen, gasleidingen, elektriciteitscentrales, windparken en opslag van gas.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Op grond van de Rijkscoördinatieregeling voert EL&I in 2012 de regie over een groot aantal energie-infrastructuurprojecten van nationaal belang, waaronder:
    • –  afronding besluitvorming Noordring Randstad 380 kV, Zuid-West 380 kV, Noord-West 380 kV en de interconnector Doetinchem-Wesel;
    • –  besluitvorming gasleiding Gasunie van Beverwijk naar Wijngaarden;
    • –  besluitvorming COBRA-kabel (interconnector met Denemarken);
    • –  aantal windparken;
    • –  gaswinning onder de Waddenzee (exploratiefase);
    • –  voorbereiden besluitvorming ten aanzien van nieuwe kerncentrale Borssele.

Regels t.a.v. veiligheid van transportinfrastructuur

Doel en beschrijving:

De Nederlandse en de voor Nederland belangrijke Europese energie transportinfrastructuur moet veilig zijn, zodat de voorzieningszekerheid wordt bevorderd en nadelige gevolgen voor mens en milieu worden voorkomen. De aandacht van EL&I gaat uit naar bescherming van deze infrastructuur tegen organisatorisch, technisch, onbewust menselijk falen of ernstige externe oorzaken zoals natuurrampen maar ook de security-aspecten (moedwillige verstoringen) worden daarbij meegenomen.

Het toezicht op de kwaliteit en toegankelijkheid van elektriciteitsnetwerken wordt door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa/Energiekamer) geregeld, met onder andere aandacht voor calamiteitenplannen. Staatstoezicht op de Mijnen houdt toezicht op de gasinfrastructuur.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  De afgelopen twee jaar zijn onderzoeken naar met name het security-aspect in de energie sector afgerond. Aanbevelingen uit deze onderzoeken zullen in regelgeving (herziening reguleringskader) worden opgenomen. Dit geeft de sector meer houvast bij de door hen te nemen maatregelen om de security van hun netwerken te vergroten.

Strategische aardolievoorraden

Doel en beschrijving:

Het crisisbeleid op het gebied van energie dient verstoringen in de olieaanvoer op te vangen. In dit kader worden door het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA) en het oliebedrijfsleven in opdracht van EL&I strategische olievoorraden aangehouden. Daarnaast zijn er vraagbeperkende maatregelen die kunnen worden genomen om de vraag naar olie te reduceren als een crisis langer aanhoudt.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  De nieuwe wet Voorraadvorming Aardolieproducten zal in 2012 formeel afgerond worden om per 1 januari 2013 in werking te treden. In deze wet is onder andere de EU Richtlijn 2009/119/EU over strategische aardolievoorraden geïmplementeerd.

Internationale Energie Voorzieningszekerheid

Doel en beschrijving:

Bij voorzieningszekerheid gaat om de korte en langere termijn beschikbaarheid van energie. Daarbij gaat het niet alleen om olie en gas, maar steeds meer ook om duurzame energie. Voorzieningszekerheid vereist internationale samenwerking: binnen de EU, op regionaal niveau, maar ook in een bredere context. In de allereerste plaats draagt EL&I met Buitenlandse Zaken aan de oplossing van deze vraagstukken bij door samen te werken met onze directe buurlanden en breder binnen de Europese Unie. Europese samenwerking op energiegebied draagt immers bij aan voorzieningszekerheid. Datzelfde doet EL&I via internationale energie organisaties zoals het Internationale Energie Agentschap, het Internationale Energie Forum, het Energie Handvest en het Internationale Hernieuwbare Energie Agentschap. Daarnaast voert EL&I met Buitenlandse Zaken een actief bilateraal beleid om de specifieke Nederlandse energiebelangen in het buitenland te behartigen. Behalve het vergroten van onze energievoorzieningszekerheid spelen daarbij ook de versterking van de internationale positie van Nederlandse bedrijven, de ontwikkeling van een Nederlandse gasrotonde voor Noordwest-Europa en de behoefte aan technologische uitwisseling met de grote spelers op het gebied van innovatie als de VS, China en Brazilië een belangrijke rol.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  2012 is een overgangsjaar. EL&I heeft recent samen met Buitenlandse Zaken een nieuw beleidskader voor internationale energierelaties ontwikkeld (zie hiervoor het Energierapport 2011) en is gestart met de uitvoering.
  • •  In 2012 zullen expertbijeenkomsten en hoogambtelijke bezoeken naar en vanuit Duitsland, Frankrijk, het VK, Noorwegen en België plaatsvinden met het oog op versterking van samenwerking en oplossing van actuele vraagstukken. Een voorbeeld van zo’n vraagstuk is de discussie over de energievoorziening en de ontwikkeling van de energiemarkten in Europa na de ramp met de kerncentrale in Fukushima.
  • •  Nederland is co-voorzitter van het Internationale Energie Forum, dat in 2012 weer een ministeriële bijeenkomst organiseert en neemt Nederland actief deel aan multilaterale energie fora zoals het International Energy Agency, het Energy Charter Treaty en (als waarnemer) aan het Gas Exporting Countries Forum.
  • •  De regionale aanpak in Golfregio en Kaspische zeeregio zal worden ingevuld en het beleidsplan voor de landen als VS, China, Brazilië en Rusland worden uitgevoerd. De implementatie van het in mei 2011 afgesloten Memorandum of Understanding met Rusland is ook voorzien.

Programma Gasrotonde

Doel en beschrijving:

EL&I bevordert het verder ontwikkelen en positioneren van Nederland als knooppunt voor de internationale gasstromen in Noord-west Europa. Doelstelling is om de gasvoorziening veilig te stellen en een bijdrage te leveren aan de continuïteit van de Europese gasvoorziening.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Met Energie Beheer Nederland zullen de mogelijkheden worden bezien om gaswinning uit kleine velden verder te stimuleren.
  • •  In 2012 zal opvolging worden gegeven aan de brief met de kabinetsreactie op de studie naar de handelsfunctie en de Title Transfer Facility (TTF) zal verder worden versterkt om Nederland nog aantrekkelijker te maken als aanlandplaats/handelsplaats van gas in Europa.

Gaskwaliteit

Doel en beschrijving:

Het veiligstellen van de continuïteit van de Groningerveld gas (G gas) samenstelling voor de komende ca. twintig jaar. Het veiligstellen van de transitie naar een gewijzigde hoogcalorisch gas (H gas) samenstelling in de periode tot ultimo 2014 in overeenstemming met betrokken, belanghebbende partijen.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  EL&I heeft de regiefunctie rond de problematiek van de veranderende gassamenstelling op zich genomen. Er is een Projectbureau door EL&I opgezet voor een goede informatie uitwisseling met bedrijven. In overleg met de belangrijkste betrokkenen wordt nu de G-gas problematiek vanaf 2020–2030 in kaart gebracht. Mogelijkerwijs leidt dit in 2012 tot verdere stappen. Het Projectbureau zal de transitie van aangeslotenen op het H-gasnet monitoren.

Operationele doelstelling 14.3

Bevorderen van een duurzame en veilige energievoorziening

Motivering

Uitgangspunt zijn de doelstellingen 20% CO2 reductie en 14% duurzame energie productie in 2020. Om dat te bereiken volgt EL&I meerdere sporen:

  • •  bevorderen van energiebesparing,
  • •  bevorderen van CO2 emissie reductie,
  • •  reguleren van een veilige toepassing van kernenergie,
  • •  bevorderen van voor duurzame energie relevante innovatie,
  • •  stimuleren van duurzame energieproductie,

De sporen energiebesparing en CO2 reductie dienen vooral de doelstelling 20% CO2 reductie in 2020. Kernenergie is een overbruggingstechniek naar een duurzame energievoorziening, waarbij geen CO2 wordt uitgestoten. Het innovatiespoor dient zowel de CO2 doelstelling als de doelstelling van 14% duurzame energie in 2020. Het spoor duurzame energieproductie dient de duurzaamheidsdoelstelling.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

14.3 Bevorderen van een duurzame en veilige energievoorziening

927,7

1 109,0

1 213,8

1 199,8

1 328,8

1 516,3

1 515,0

               

CO2 reductie

             
Joint Implementation1/CO2 reductie

12,4

38,8

36,4

29,1

5,1

5,7

10,0

Carbon Capture and Storage

21,1

18,1

81,2

49,4

49,1

22,4

8,7

               

Kernenergie en stralingsbescherming

             

Straling

 

12,3

20,2

21,1

2,2

2,4

2,4

Diverse programma’s (HFR)

8,2

8,1

8,1

8,1

8,1

8,1

8,1

               

Energie innovatie

             

Bijdrage aan ECN/NRG

56,0

40,5

38,6

34,8

30,9

25,3

25,1

Energie-innovatie

68,4

75,1

82,3

94,6

85,9

64,4

54,0

Transitiemanagement

31,4

25,4

13,2

11,4

1,1

1,0

 
               

Duurzame energieproductie

             

MEP

668,1

718,0

634,0

555,0

469,0

378,0

291,0

SDE

29,5

151,3

279,8

282,6

464,2

700,0

736,0

SDE+

     

100,0

200,0

300,0

372,0

Duurzame warmte

24,2

13,0

5,2

3,5

4,8

4,8

5,8

Overige uitgaven duurzame warmte

0,1

5,0

8,1

8,1

6,2

1,8

 
               

Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur

4,0

0,9

4,9

0,9

0,9

0.9

 

Onderzoek en opdrachten

4,1

2,6

1,7

1,2

1,2

1,4

1,9

Bijdrage Algemene Energie Raad

0,3

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Noot 1: Betreft uitfinanciering van reeds aangegane verplichtingen

Instrumenten en activiteiten.

Energiebesparing

Doel en beschrijving:

De Meerjarenakkoorden (MJA’s) zijn voor de industrie het instrument om op een efficiënte wijze energiebesparing te stimuleren. Energiebesparing leidt niet alleen tot minder CO2-uitstoot, maar ook tot een financiële besparing voor de gebruiker, waarmee de concurrentiepositie van Nederland kan worden verbeterd. Vanwege de voordelen voor zowel overheid als bedrijfsleven wordt energiebesparing gestimuleerd in samenwerking met het bedrijfsleven en met het accent op informatievoorziening en communicatie.

Door middel van de convenanten MJA3 en MJA-ETS zijn hierover met het middelgrote bedrijfsleven en de ETS-bedrijven afspraken gemaakt.

Daarnaast zal het kabinet energiebesparing en verduurzaming extra stimuleren met de Green Deal. In een modern energie- en duurzaamheidsbeleid staat een zakelijke en realistische benadering voorop. Daarin past dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties met overheden gezamenlijk aan de slag gaan met als doel dat zoveel mogelijk nieuwe en vooruitstrevende initiatieven en projecten van de grond komen. Het kabinet gaat deze initiatieven ondersteunen door partijen aan elkaar te koppelen, informatie te verstrekken, onduidelijke regels te schrappen of onduidelijkheden in vergunningverlening daar waar mogelijk weg te nemen.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Vanaf 2012 zal duurzame warmte een integraal onderdeel van de convenanten zijn.
  • •  De komende jaren worden de MJÁs uitgevoerd en geactualiseerd.
  • •  Afsluiten en uitvoeren green deals waarmee nieuwe vooruitstrevende initiatieven op het gebied van verduurzaming, onder andere energiebesparing, worden ondersteund.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  In het kader van het subsidieprogramma Europese New Entrants Reserve (NER300) overleg met Europese Commissie over toekenning van eventuele projecten.
  • •  Nadere discussies over de CO2-doelen 2020 en daarna in EU-verband.
  • •  In 2012 worden 4 Mton emissierechten aangekocht ten behoeve van de realisatie in 2011 (Joint Implementation en gegroende Assigned Amount Units (AAU’s).

Indicator

Referentie-waarde

Peildatum

Raming 2012

Streef-waarde

Planning

Bron

1. CO2-uitstoot sectoren industrie/energie

94 Mton

1990

109,2 Mton

109,2 Mton

2012

Agentschap NL, Nederlands nationaal toewijzingsplan broeikasemissierechten 2008–2012

– waarvan: absoluut plafond sector industrie/energie voor bedrijven die vallen onder het emissiehandelssysteem

   

86,8 Mton

86,8 Mton

2012

Agentschap NL, Nederlands nationaal toewijzingsplan broeikasemissiereachte 2008–2012

2. Vermeden CO2-uitstoot voor 2012 via Joint-Implementation (JI) en gegroende Assigned Amount Units (AAU’s)

nvt

nvt

3,6

19,2 Mton

2012

Agentschap NL, de contracten

  • 1.  Maximale hoeveelheid broeigasemissies in de totale industrie en energiesector in Mton. Een deel van de sector neemt deel in het emissiehandelssysteem (ETS). Het emissieplafond is het maximum aan broeikasgassen en absolute hoeveelheden dat deelnemende inrichtingen gedurende de periode 2008–2012 mogen uitstoten of moeten compenseren in het emissiehandelssysteem. Met de grote energiegebruikers die niet aan het ETS deelnemen worden convenanten afgesloten. De reikwijdte is vergroot doordat de definities zijn verruimd en er dus meer installaties onder het ETS vallen dan eerst.
  • 2.  De doelstelling voor de vermeden CO2-uitstoot is 20 Mton, te realiseren over de periode 2008–2012. Het eerste oogstjaar was dus 2008. Over dat jaar zijn 5,2 Mton gerealiseerd en geleverd in 2009. Zij zijn op de Nederlandse rekening van JI, die beheerd wordt door de Nederlandse Emissieautoriteit, bijgeschreven. In 2010 en 2011 is 4 Mton geleverd, die gerealiseerd zijn in 2009/2010. Hetzelfde geldt ook voor de aankomende jaren.

Kernenergie en stralingsbescherming

Doel en beschrijving:

Kernenergie is een belangrijk onderdeel van de energiemix en is – doordat er vrijwel geen CO2 wordt uitgestoten – een logische overbrugging naar een duurzame energievoorziening. Kernenergie draagt bij aan de energievoorzieningszekerheid door een grotere spreiding in technologie, grondstof en aanvoerroutes.

Nieuwe Kerncentrale(s)

Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode een vergunning te verlenen voor tenminste één nieuwe kerncentrale indien de aanvraag aan de te stellen voorwaarden voldoet.

De ramp in Fukushima bevestigt de visie van het kabinet dat veiligheid een essentiële randvoorwaarde is voor de toepassing van kernenergie. Daarom heeft Nederland actief ingezet op de ontwikkeling van een Europese stresstest en op een goede evaluatie van de kernramp in Japan in andere internationale fora (zoals IAEA, OESO). In Nederland geldt de stresstest voor kerncentrales en onderzoeksreactoren. De resultaten van de Europese stresstest komen in 2012 beschikbaar. Het kabinet zal voor zowel nieuwe als bestaande nucleaire installaties nagaan of er consequenties volgen uit de stresstests en de evaluatie van de kernramp in Japan.

Bestaande nucleaire inrichtingen

De vergunningaanvraag voor het langer open blijven van de huidige kerncentrale Borssele tot eind 2033 vergt in 2012 veel inzet. Regelgeving voor nucleaire veiligheid en beveiliging wordt in 2012 geactualiseerd en geïmplementeerd. Nederland doet de komende jaren, in het Nationaal Onderzoeksprogramma OPERA, grootschalig onderzoek naar diverse aspecten van een eindberging voor het Nederlandse radioactief afval. Kernongevallenbestrijding. Mede in het licht van de ramp in Japan en de in 2011 gehouden Nationale Stafoefening wordt in 2012 bezien of en hoe dit plan geactualiseerd en/of aangevuld moet worden.

Stralingsbescherming

Mens en milieu moeten beschermd worden tegen de risico’s van ioniserende straling, die ontstaat door het gebruik van radioactieve stoffen en toestellen in bijvoorbeeld ziekenhuizen en laboratoria (jaarlijks 450 vergunningen en 800 meldingen), of tegen dreigingen door moedwillige verstoring met straling. Voor Nederland vormen de internationaal vormgegeven en vastgelegde grens- en advieswaarden het maximum voor toegestane straling.

De Europese Commissie komt op advies van de International Commission on Radiological Protection (ICRP) waarschijnlijk in 2012 met een voorstel tot wijziging van de bestaande EU richtlijn teneinde de stralingsbescherming van mens en milieu op een aantal punten te verbeteren Deze implementatie zal worden voorbereid door het ministerie van EL&I.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Voortvarend ter hand nemen van de vergunningprocedure en de rijkscoördinatieregeling voor een nieuwe kerncentrale.
  • •  Opstellen van veiligheidsregelgeving op grond van de Kernenergiewet voor de nieuwe kerncentrale. Zorgen dat met voldoen aan alle veiligheidsregels de bestaande centrale in Borssele langer open kan blijven.
  • •  Het Bijdragenbesluit Kernenergiewet zal worden herzien.
  • •  Ontwerp wijziging Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen ter vervanging van de Tijdelijke ministeriële regeling ter implementatie van de Richtlijn nucleaire veiligheid (2009/71/Euratom) die zal gelden tot 1 juli 2013 .
  • •  Actualiseren van de vergunning van de bestaande nucleaire inrichtingen.
  • •  Implementatie van de in 2011 vastgestelde Euratom-Richtlijn voor radio-actief afval.
  • •  Het plan van aanpak «borging van stralingsdeskundigheid» wordt in uitvoering genomen.
  • •  Het Besluit Stralenbescherming zal onder meer met het oog op de beperking van de administratieve lasten worden aangepast. Focus van de aanpassing is de lastenverlichting voor het bedrijfsleven, vermindering van regelzucht en het zodanig regelen dat zoveel mogelijk één ministerie verantwoordelijk is.
  • •  Voorbereiden van een vergunningsaanvraag door COVRA voor de noodzakelijke uitbreiding van de opslagcapaciteit voor hoogradioactief afval.
  • •  Actualisatie en aanvulling van het Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding en betere afstemming en samenwerking met België, Duitsland en het VK.

Tabel Emissies rad. actieve stoffen < 0,5 mSv/j

De emissies van radioactieve stoffen vertonen een vrij constant, licht afnemend beeld. De luchtemissies worden veroorzaakt door de grote ertsverwerkende industrieën en geven een belasting kleiner dan 0,5 mSv per jaar per persoon. De emissies naar water zijn al jaren naar nul gereduceerd.

Energie innovatie

Doel en beschrijving:

De komende jaren zal er in de duurzame energievoorziening veel veranderen. Om te zorgen dat dit tegen aanvaardbare kosten technisch mogelijk is, stimuleert EL&I energie-innovatie. De topsectorenaanpak staat hierbij centraal, met daaruit volgend een belangrijke rol voor het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Het energie-innovatiebeleid richt zich op het stimuleren van energiebesparing en productie van duurzame energie door prijsverlaging en vergroting van het aanbod. Tegelijkertijd richt het kabinet zich op die sectoren waar Nederland sterk in is om zo de verdiencapaciteit van de Nederlandse energiesector te vergroten. De Energie-investeringsaftrek (EIA) zal voortgezet worden.

Kentallen energie-innovatie
 

2010

Aantal betrokken partijen

190

Uitgelokte investeringen (totaal, in € mln)

675

Bron: Agentschap NL

Toelichting

De (afgeronde) cijfers betreffen de totale voorziene investeringen in de projecten in EOS en IAE tenders van EL&I bij Agentschap NL en vooralsnog alleen de betrokken hoofdaanvragers in de projecten. Het werkelijke aantal betrokken partijen ligt beduidend hoger omdat in veel projecten sprake is van samenwerkingsverbanden van ondernemers onderling en met andere partijen.

Verder worden ook door andere overheidsacties investeringen in energie-innovatie gestimuleerd. In de EIA is bijvoorbeeld over 2010 een investeringsbedrag gemeld van ruim € 1 mld aan innovatieve technieken [Bron: Agentschap NL, Jaarverslag EIA 2010].

Het voornemen is om in 2012 de kentallen aan te vullen met de andere actoren en instrumenten en zo een meer volledig beeld te geven van de groei van het innovatienetwerk en de betekenis van energie-innovatie voor de Nederlandse economie.

Topsector Energie

Met de komst van topsector energie zal het onderzoeksgeld gerichter ingezet worden om bij te dragen aan een gedragen onderzoeksagenda voor de Nederlandse energiesector en om de aansluiting op de markt te versterken. De budgetten op de begroting van EL&I voor energie-innovatie, Energie Onderzoek Strategie (EOS) en de nog beschikbare middelen van de Innovatie Agenda Energie worden ingezet in thematische programma's. Naast duurzame energie zal er ook aandacht zijn voor gas en fossiele energie.

ECN/NRG(HFR)

Energie Onderzoecentrum Nederland ontwikkelt als kennisinstelling hoogwaardige kennis en technologie voor een duurzame energievoorziening en brengt deze naar de markt. In het Topsectoradvies blijven de kennisinstellingen een belangrijke rol spelen, waarbij de onderzoeksprogrammering meer zal worden afgestemd op de onderzoeksagenda voor de Nederlandse energiesector.

Voor de Nucleair Research Group (NRG) betreft het onderzoeksactiviteiten op het gebied van de nucleaire technologie, radioactief afval en stralingsbescherming. Centraal daarbij staat de ontwikkeling van kennis, producten en processen voor veilige toepassing van nucleaire technologie voor energie, milieu en gezondheid.

Elektrische rijden

Vanaf medio 2011 loopt de tweede fase van het project elektrisch rijden. In de periode tot en met 2015 wordt de introductie van elektrisch rijden door EL&I bevorderd, zodat op den duur een zelfdragende markt kan ontstaan. Er worden de komende jaren 5 à 10 focusgebieden ontwikkeld en 5 marktsegmenten gestimuleerd. Ook worden de economische kansen op het terrein van elektrisch rijden bevorderd. Daarbij zorgt de EL&I in samenwerking met andere departementen voor de randvoorwaarden: onder andere fiscaal beleid, ontwikkelen van een marktmodel voor oplaaddienstverlening en ontwikkelt zich tot lead customer.

Specifieke innovatieprogramma’s

In de periode 2008–2010 is een groot aantal specifieke innovatieprogramma’s die deel uitmaken van de Innovatie Agenda Energie uitgewerkt en opgestart. Van het met deze innovatieagenda gemoeide budget van € 450 mln is inmiddels ruim 90% belegd met programma’s/projecten. Het betreft hier interdepartementaal opgezette programma’s op het gebied van Duurzame elektriciteitsvoorziening, groene grondstoffen (biobased economie), groen gas, energiebesparing gebouwde omgeving, duurzame mobiliteit, energie-efficiency in de industrie, kas als energiebron. Een belangrijk deel van deze programma’s wordt onder regie van EL&I uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn het opzetten van proeftuinen voor intelligente netten (Smart Grids) en het FLOW-programma in de sector offshore wind.

Duurzame energieproductie

Doel en beschrijving:

EL&I wil de productie van duurzame energie bevorderen door onder meer de inzet van de instrumenten SDE+ en de garantieregeling geothermie. Dit is noodzakelijk in het licht van de 14% doelstelling en maakt Nederland minder afhankelijk van derde landen.

Indicator

De indicator «duurzame energieproductie» geeft aan voor welk aandeel van het nationale energieverbruik hernieuwbare technieken zijn omgezet in secundaire oftewel bruikbare energiedragers. Voor 2012 is geen aparte raming weergegeven. Er was een tussendoel 2010 en een doel 2020, maar geen doel voor tussenliggende jaren

Indicator

Referentie

waarde

Peildatum

Raming 2012

Streef

waarde

Planning

Bron

Duurzame energieproductie

2,4%

2005

n.v.t.

14%

2020

CBS

SDE+

De stimuleringsregeling duurzame energie (SDE+) is nieuw beleid voortvloeiend uit het Regeerakkoord en beoogt het aandeel duurzame energie in Nederland op een kosteneffectieve wijze te vergroten. Dat aandeel bedraagt op dit moment zo’n 4% en in 2020 moet dit 14% bedragen. De SDE+ richt zich op de opties hernieuwbare elektriciteit, groen gas en hernieuwbare warmte en subsidieert het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en fossiele energie; de zogenaamde onrendabele top. De kosteneffectiviteit wordt bereikt door goedkopere projecten voorrang te verlenen bij het verkrijgen van subsidies. De SDE+ wordt gefinancierd uit een nieuwe heffing op het gebruik van elektriciteit en aardgas.

Met de nu geraamde budgetten voor de SDE+ zal het aandeel duurzame energie in de komende jaren met circa 0,5 procentpunt per jaar kunnen groeien, afhankelijk van de beschikbare projecten en de energieprijsontwikkelingen.

Windenergie op land zal, als relatief goedkope duurzame energieoptie, een van de grootste bijdragen leveren aan het aandeel duurzame energie. De Rijkscoördinatieregeling wordt ingezet om wind op land te faciliteren.

Garantieregeling geothermie

In 2020 is het mogelijk 11 petajoule (PJ) door middel van aardwarmte te realiseren en ook daarna 2020 is het potentieel voor warmte en elektriciteit uit aardwarmte groot. Het financieel risico dat wordt gelopen bij misboren vormt echter een belemmering. Om dit te ondervangen bestaat de garantieregeling die de financiële risico’s afdekt.

Voornaamste acties in 2012 op innovatiegebied:

Naast het uitvoeren van specifieke innovatieprogramma’s zal EL&I zich in 2012 vooral richten op verdere beleidsontwikkeling.

  • •  In 2012 zal EL&I de topsectorenaanpak verder vormgeven en uitwerken waarna deze aanpak geïmplementeerd wordt.
  • •  Ontwikkelen van focusgebieden en actieprogramma’s kansrijke marktsegmenten voor elektrische rijden.
  • •  Voortzetten Subsidieregeling Energie Innovatie (SEI) die de financiële risico’s afdekt bij boren naar aardwarmte. De derde openstelling geothermie vindt plaats begin 2012

Marktontwikkelingen duurzame energieproductie

Biomassa bij- en meestook, groen en ruw gas en mestvergisters zijn relatief goedkope bronnen met een groot potentieel die een belangrijke rol kunnen spelen in het realiseren van de duurzame energiedoelstelling in 2020. In Nederland geldt een geleidelijke toename van de bijmengverplichting tot 10% in 2020. EL&I start in 2012 een innovatietraject voor de ontwikkeling van geavanceerde biobrandstoffen.

In aanvulling op de SDE+ wordt onderzocht of een verplichting voor bij- en meestook van biomassa in kolencentrales mogelijk en wenselijk is. Over de vormgeving vindt overleg plaats met de energiesector. Daarbij wordt tevens eventuele invoering en vormgeving van een leveranciersverplichting voor hernieuwbare energie meegenomen.

Groen gas en energie uit mestvergisting worden gesubsidieerd vanuit de SDE+. Ook worden knelpunten op gebied van mestregelgeving opgelost.

Om te komen tot een kostenefficiënte toepassing van duurzame energie is de integratie van de Europese interne energie markt essentieel. Het kabinet onderzoekt hoe de import van hernieuwbare energie kan bijdragen aan het behalen van de doelstelling voor hernieuwbare energie in 2020.

Voornaamste acties in 2012 op het gebied van duurzame energieproductie:

  • •  De SDE + wordt in 2012 in vier fasen opengesteld. Nieuw is dat ook projecten met hernieuwbare warmte productie een aanvraag kunnen indienen. Een andere belangrijke wijziging is dat voortaan ook aan eigen gebruik van zelfopgewekte energie subsidie wordt verstrekt.
  • •  Het uitvoeren van Rijkscoördinatieregelingen voor wind op landprojecten groter dan 100 MW.