Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

15 Een sterke internationale concurrentiepositie

Algemene doelstelling

Een sterke concurrentiepositie, open wereldeconomie en duurzame globalisering.

Nederland heeft momenteel een sterke internationale concurrentiepositie en een aantrekkelijk vestigings- en investeringsklimaat voor buitenlandse bedrijven. Daarnaast levert de uitvoer van goederen en diensten een belangrijke bijdrage aan de economische groei. Aan de andere kant heeft Nederland als belangrijke internationale (economische) speler ook een verantwoordelijkheid om zorg te dragen dat ook de allerarmsten in de wereld toegang houden tot publieke goederen. Het ministerie van EL&I zet daarom in op versterking van de Nederlandse internationale concurrentiepositie met aandacht voor mondiale economische welvaart en duurzame globalisering.

Hierbij hoort het openen van markten, zodat er vrij handels- en investeringsverkeer kan plaatsvinden waarbij internationaal maatschappelijk ondernemen van belang is. Om internationale markten te ordenen en tot akkoorden te komen acteert EL&I in diverse bilaterale en multilaterale gremia (onder andere EU, OESO en WTO). Op EU-niveau zal Nederland moeten blijven zorgen voor een sterke economie die de concurrentie wereldwijd aankan. Ongeveer 85 procent van de EU-begroting raakt beleidsterreinen van het Ministerie van EL&I. EL&I zet daarbij in op een doelmatige en toekomstgerichte inzet van EU-middelen.

EL&I is verantwoordelijk voor ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven én het aantrekken van hoogwaardige buitenlandse investeringen. Voor Nederlandse bedrijven heeft EL&I een toegankelijk instrumentarium om internationaal actief te zijn en om hun internationale positie verder te versterken. In het bijzonder levert het Ministerie van EL&I internationale ondersteuning aan bedrijven en/of kennisinstellingen in de negen topsectoren en bedrijven die actief zijn op voor Nederland kansrijke markten die sterk door overheden bepaald of beïnvloed worden. Naast financiële ondersteuning, publieke kennisoverdracht en advisering wordt in landen met een grote overheidsrol en veel economisch potentieel in toenemende mate gebruik gemaakt van economische diplomatie.

Tegelijkertijd is de toegang tot open markten en tot goederen (zoals water, voedsel en grondstoffen) van groot belang voor de allerarmsten in de wereld. EL&I draagt bij aan oplossingen voor mondiale maatschappelijke uitdagingen als voedselzekerheid, water voor voedsel en ecosystemen, duurzame energie, schaarser wordende grondstoffen en klimaatverandering.

Rol en Verantwoordelijkheid

Nederland heeft als relatief kleine, open handelsnatie de Europese markt hard nodig. De invloed van de EU op onze economie reikt veel verder dan de interne markt. De EU stelt ook kaders voor het nationale beleid van de 27 lidstaten. Het is essentieel dat deze beleidskaders coherent zijn en goed aansluiten op de structuur van de Nederlandse economie en samenleving. Naast het coördineren van nationaal economisch beleid, moet Nederland gebruik maken van de toegevoegde waarde van instrumenten op EU-niveau.

EL&I ondersteunt het Nederlandse bedrijfsleven in kansrijke sectoren en markten. Nederlandse ondernemers lopen vaak tegen problemen aan wanneer zij internationale activiteiten ondernemen. Deze problemen komen voort uit markt- en systeemimperfecties die leiden tot hogere transactiekosten. EL&I gaat deze markt- en systeemimperfecties tegen, door zowel op bilateraal niveau te onderhandelen met individuele landen als op multilateraal niveau in de EU, de WTO, de OESO en in het kader van de G20 om op deze manier handelsbarrières weg te nemen, de internationale economische rechtsorde te versterken en hiaten in internationale regels aan te pakken.

In ontwikkelingslanden worden tekorten aan voedsel, water, energie en grondstoffen onder andere veroorzaakt door onvoldoende toegang tot internationale markten. Daarom is verruiming van toegang tot de wereldmarkt in het bijzonder erg belangrijk voor deze landen.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is verantwoordelijk voor:

  • •  het bevorderen van het functioneren van de Europese interne markt en het toezicht daarop en het verzorgen van het beleid en advies op het gebied van staatssteun;
  • •  het zorg dragen voor coherente EU beleidskaders voor (nationaal) economisch beleid;
  • •  het ontwikkelen van coherent en voor Nederland optimaal beleid in de Raad van Concurrentievermogen;
  • •  de Nederlandse inbreng in de EU op het terrein van concurrentievermogen, energie, telecom en landbouw- en visserij;
  • •  het stimuleren van verdere vrijmaking van het internationale handels- en investeringsverkeer en versterking van de internationale economische rechtsorde;
  • •  het bevorderen van kaders voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  • •  de exportcontrole van strategische goederen en sancties;
  • •  het Nationale Contact Punt (NCP) voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.
  • •  het vorm en inhoud geven aan economische diplomatie, economische missies en inkomende en uitgaande bezoeken op hoogambtelijk en politiek niveau, met bijzondere aandacht voor de economische topsectoren;
  • •  het faciliteren van ambities om synergie te bereiken tussen ontwikkelingsdoelstellingen en de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven, mede in het kader van de topsectorenagenda’s (onder andere Agrofood, Tuinbouw, Water);
  • •  het behandelen van klachten over oneerlijke concurrentie waar Nederlandse bedrijven in het buitenland mee te maken hebben;
  • •  het voeren van het (financieel) instrumentarium op de beleidsterreinen export- en investeringsbevordering, marktfacilitatie (onder andere Transitiefaciliteit) en markttoegang;
  • •  het aantrekken van buitenlandse bedrijven.

Kengetal

 

2010

Ambitie 2012

Grootste ontvangers Buitenlandse Directe investeringen

   

– Positie van Nederland

8

Top 10

Grootste exporteurs goederen

   

– Positie Nederland

5

Top 5

Bron: UN COMTRADE, UNCTAD

Toelichting

Nederland behoort tot de top 10 grootste ontvangers Buitenlandse Directe investeringen, wat een indicator is van het aantrekkelijke vestigingsklimaat van Nederland. Gezien de huidige ontwikkeling in de wereldeconomie is de ambitie om bij de top 10 te blijven horen. Nederland behoort tot de top 5 grootste exporteurs in de wereld, gezien de snelle groei van opkomende economieën is het vasthouden van deze positie een stevige ambitie.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

VERPLICHTINGEN

105

136

109

82

87

84

86

UITGAVEN

133

140

133

112

99

80

80

               

Programma-uitgaven

86

94

83

69

60

43

43

15.1 Bevorderen van vrij internationaal handelsverkeer en versterken van de mondiale economische rechtsorde, met aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid

18

13

9

7

8

8

8

15.2 Bevorderen van goede beleidskaders gericht op het versterken van het concurrentievermogen en de interne markt van de EU

 

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

15.4 Gericht ondersteunen van de internationalisering van het Nederlandse bedrijfsleven, aantrekken van hoogwaardige buitenlandse investeringen, versterken van het draagvlak voor globalisering en bijdragen aan duurzame ontwikkeling, onder andere voedselzekerheid en water

68

81

74

62

52

35

35

               

Bijdragen baten-lastendiensten

47

46

50

43

39

37

36

Bijdrage Agentschap NL

47

46

50

43

39

37

36

               

ONTVANGSTEN

5

12

12

14

10

2

2

Gemengde kredieten

2

1

1

1

1

1

1

Package4growth

 

10

10

12

8

   

Diverse ontvangsten

3

1

1

1

1

1

1

Budgetflexibiliteit

  • • 

    Operationele doelstelling 15.1:

    Ongeveer 70 % is juridisch verplicht. Over de contributies aan internationale organisaties (WTO en OESO) zijn meerjarige afspraken gemaakt. Daarnaast is de uitfinanciering van reeds aangegane verplichtingen juridisch verplicht.

  • • 

    Operationele doelstelling 15.2:

    Niet juridisch verplicht.

  • • 

    Operationele doelstelling 15.3:

    Niet van toepassing. Operationele doelstelling 15.3 betreft niet-financieel instrumentarium dat ook ondersteunend is aan operationele doelstelling 15.4.

  • • 

    Operationele doelstelling 15.4:

    Ongeveer 73 % is juridisch verplicht. In 2012 volgen committeringen uit 2g@there programma's 2011. Deze zijn al toegezegd. Over de contributies aan internationale organisaties (waaronder UNEP en FAO) zijn meerjarige afspraken gemaakt. Daarnaast is de uitfinanciering van reeds aangegane verplichtingen juridisch verplicht.

Operationele doelstelling 15.1

Bevorderen van vrij internationaal handelsverkeer en versterken van de mondiale economische rechtsorde, met aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid

Motivering

Het wegnemen van onnodige handelsbelemmeringen zorgt ervoor dat ondernemers en consumenten zowel in Nederland als wereldwijd kunnen profiteren van de voordelen van vrije handel. EL&I is primair verantwoordelijk voor het buitenlands economisch beleid en als zodanig voor de Nederlandse inbreng in het handelsbeleid van de EU en het vertegenwoordigen van het Nederlandse economisch belang in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Door het afsluiten van bilaterale en multilaterale akkoorden wordt vrij handels- en investeringsverkeer vergroot. Op deze manier worden systeem- en marktimperfecties tegengegaan. Bovenstaande acties worden ondersteund door beleidsonderbouwing die kijkt naar de kosten en baten van internationale handel en investeringen. Bij het multilateraal oplossen van handelsrestricties wordt er ook rekening gehouden met de markttoegang voor ontwikkelingslanden. Tekorten aan voedsel, water en grondstoffen worden onder andere veroorzaakt door onvoldoende toegang tot de wereldmarkt.

In het kader van de mondiale economische rechtsorde is er aandacht voor internationaal verantwoord ondernemen. Hierbij ligt de verantwoordelijkheid bij de bedrijven, maar EL&I ondersteunt en stimuleert de bedrijven onder andere door het creëren van richtlijnen.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

15.1 Bevorderen van vrij internationaal handelsverkeer en versterken van de mondiale economische rechtsorde, met aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid

17,7

12,9

9,2

7,0

7,5

7,5

7,7

               

Bijdragen organisaties

4,3

4,2

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

Beleidsondersteuning

2,2

1,9

1,6

1,4

1,3

1,3

1,4

Overig

10,7

6,5

2,7

0,7

1,4

1,4

1,4

Programma Internationalisering Beroepsonderwijs (PIB)1

0,5

0,3

         

Noot 1: Betreft uitfinanciering van reeds aangegane verplichtingen

Instrumenten en activiteiten

Handelsakkoorden en internationale economische rechtsorde

Doel en beschrijving:

Heldere internationale en Europese afspraken die de internationale economische rechtsorde versterken en de toegang van Nederlandse ondernemers tot de wereldmarkt vergroten. Hiervoor invloed aanwenden in het kader van onderhandelingen in EU, OESO en WTO en contributies aan internationale organisaties (onder andere WTO).

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Actieve behartiging van de Nederlandse belangen in het kader van de bilaterale onderhandelingen van de EU over vrijhandelsakkoorden alsmede voor de afronding van een ambitieus, evenwichtig en ontwikkelingsvriendelijk akkoord in het kader van de WTODoha ronde.
  • •  Inspelen op de consequenties van het nieuwe EU-verdrag op het gebied van handelspolitiek en investeringsbeleid, inclusief een grotere rol voor het Europees Parlement.
  • •  Met het Verdrag van Lissabon heeft de EU exclusieve bevoegdheid voor Investeringsbeschermingsovereenkomsten (IBO’s) verkregen. De inzet van EL&I is om een hoog beschermingsniveau van Europese IBO’s na te streven en een transitieperiode bij het ontwikkelen van Europese IBO’s goed te begeleiden.
  • •  EL&I zet zich in om draagvlak voor globalisering in de Nederlandse maatschappij te versterken.
  • •  Op het thema «global economic governance» draagt EL&I eraan bij dat er een constructief debat wordt gevoerd over het signaleren en oplossen van «gaps» in deze governance.

Controle op de uitvoer van strategische goederen

Doel en beschrijving:

Handhaving van de voorwaarden waaronder militair materieel en goederen voor tweeërlei gebruik, ook wel «dual use goederen» genoemd, kunnen worden uitgevoerd. Deze uitvoer is mede vanwege veiligheidsredenen in de meeste gevallen verboden tenzij daarvoor tevoren een vergunning is verkregen.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Inwerkingtreding van de Wet strategische diensten, waarmee zowel reeds bestaande als enkele nieuwe controles op diensten in relatie tot strategische goederen worden geregeld. Het gaat daarbij om diensten zoals elektronische overdracht van programmatuur of technologie, technische bijstand en het verlenen van tussenhandeldiensten. Ten behoeve van het bedrijfsleven zal een informatiecampagne worden georganiseerd.
  • •  Invoering, gezamenlijk met het Ministerie van Financiën, van een volledig geautomatiseerd systeem voor de administratie en behandeling van vergunningaanvragen voor strategische goederen.
  • •  Nationale implementatie van de EU Richtlijn 2009/43/EG, waarmee de administratieve handelingen voor de overdracht van defensiegerelateerde goederen binnen de Europese Unie worden vereenvoudigd.

Maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen

Doel en beschrijving:

Versterken van de effectiviteit van het normatief kader waarbinnen Nederlandse ondernemingen in het buitenland zakendoen. EL&I heeft duidelijke beleidslijnen uitgezet op de terreinen van MVO, ketenverantwoordelijkheid en Non-Trade Concerns (NTC’s). In eerste instantie ligt de verantwoordelijkheid voor MVO bij het bedrijfsleven. EL&I speelt een actieve rol door bij het beleid op internationaal ondernemen, handel en investeringen, en in zijn contacten met het bedrijfsleven maatschappelijk verantwoord ondernemen onder de aandacht te brengen.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Voorlichting over en bemiddeling tussen bedrijven en belanghebbenden op basis van de geactualiseerde OESO richtlijnen voor multinationale ondernemingen via het Nationaal Contactpunt voor de OESO richtlijnen (NCP). In de voorlichting zal extra nadruk worden gelegd op de nieuwe of uitgebreide elementen in de richtlijnen: mensenrechten, due diligence en ketenverantwoordelijkheid.
  • •  Naar de Nederlandse situatie vertalen van de Guiding Principles van de speciale vertegenwoordiger van de Verenigde Naties voor Bedrijfsleven en Mensenrechten, prof. John Ruggie.
  • •  In nauwe samenwerking met Ministerie van Veiligheid en Justitie: derde fase examinatie van Nederland in het licht van het OECD anti-corruptie instrumentarium.
  • •  Uitwerking en inpassing in het beleid van voor de Nederlandse situatie toepasselijke aanbevelingen die de Europese Commissie doet in haar Mededeling over Corporate Social Responsibility (verwacht eind 2011).
  • •  In dialoog met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties duiden van de uitkomst van de evaluatie van het SER Internationaal MVO Initiatief.

Operationele doelstelling 15.2

Bevorderen van goede beleidskaders gericht op het versterken van het concurrentievermogen en de interne markt van de EU

Motivering

Het Ministerie van EL&I bevordert het goed functioneren van Europese markten en heldere Europese wet- en regelgeving met als doel het Nederlandse en Europeseconcurrentievermogen te versterken. Van belang daarvoor is om het «gelijke speelveld» in de EU dat ons in de afgelopen jaren veel heeft gebracht te behouden en te versterken. Een «gelijk speelveld» zorgt ervoor dat productiemiddelen optimaal kunnen worden ingezet en draagt daarmee bij aan de vergroting van het concurrentievermogen van de EU. Prioriteiten zijn versterking van de interne markt door het wegnemen van onnodige belemmeringen, het vasthouden aan de geldende Europese interne markt- en staatssteunregels, het verbeteren van toegang tot kapitaal voor bedrijven, het verbeteren van randvoorwaarden voor innovatie, het beter inzetten van Europese gelden op nationaal en Europees niveau en het werk maken van slimme regelgeving.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

15.2 Bevorderen van goede beleidskaders gericht op het versterken van het concurrentievermogen en de interne markt van de EU

 

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

               

Onderzoeksbudget Bureau Europa

 

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Instrumenten en activiteiten

Europa 2020

Doel en beschrijving:

De Europese Raad heeft in juni 2010 de Europa 2020-strategie vastgesteld; de nieuwe langetermijnstrategie van de Europese Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei en werkgelegenheid. De Europa 2020-strategie is de agenda voor structurele hervormingen, zowel Europees als nationaal. De strategie bevat concrete doelstellingen op het gebied van arbeidsmarkt, onderzoek en innovatie, energie en klimaat, onderwijs en armoedebestrijding. Iedere lidstaat, waaronder Nederland, heeft deze doelstellingen vertaald naar nationale doelstellingen voor 2020.

In het kader hiervan is in januari 2011 het nieuwe «Europese semester» van start gegaan. Daaronder wordt het tijdvak verstaan – ruwweg de eerste helft van elk kalenderjaar – waarin op EU-niveau een intensieve coördinatie plaatsvindt van het economische en budgettaire beleid van de lidstaten. Ook heeft Nederland in april 2011 zijn Nationale Hervormingsprogramma onder de Europa 2020-strategie opgesteld en aan de Europese Commissie verstuurd. In het Nationaal Hervormingsprogramma rapporteert het kabinet aan de Europese Commissie over de macro-economische situatie, het beleid gericht op de belangrijkste knelpunten voor groei en de Nederlandse inzet op de hoofddoelen van de Europa 2020-strategie.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  In april 2012 zal het kabinet wederom een Nationaal Hervormingsprogramma opstellen.

Europese vakraden

Doel en beschrijving:

De Raad voor Concurrentievermogen, de Energie- en Telecomraad en de Landbouw- en Visserijraad werken aan het versterken van concurrentiekracht en voor groene groei van de economie van de EU. De Raad voor Concurrentievermogen draagt bij aan het vergroten van het concurrentievermogen van de EU via coördinatie van het economische beleid en een versterking van de interne markt, het voorkomen van onverenigbare staatssteun, een reductie van administratieve lasten van EU-wetgeving en samenwerking op het terrein van onderzoek en innovatie. De Energie- en Telecomraad draagt zorg voor de onderhandelingen en uitwerking van energie- en klimaatdoelstellingen en een goede werking van de energie- en telecommunicatiemarkt. De Landbouw- en Visserijraad werkt aan een op wereldniveau toonaangevende landbouw- en visserijsector, die drijft op concurrentiekracht, innovatievermogen en duurzame productie

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Opstellen en coördineren van de Nederlandse inzet in de verschillende Europese Raden.
  • •  Pro-actieve Nederlandse inzet ten aanzien van voor Nederland belangrijke dossiers.

Klachtenloket SOLVIT

Doel en beschrijving:

Klachtenloket SOLVIT draagt bij aan de versterking van de Interne Markt door het oplossen van problemen van burgers en bedrijven die zijn ontstaan doordat overheidsdiensten het EU-recht verkeerd toepassen. De klachten die binnenkomen worden gebruikt als input voor de Nederlandse inzet in de Europese beleidsvorming over onder andere de interne markt.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Klachten binnen de gestelde termijn adequaat afhandelen en bijdragen aan de Nederlandse inzet op het gebied van de interne markt.

Interne EU-markt

Doel en beschrijving:

Bevordering en versterking van het functioneren van de Europese interne markt en het verbeteren van het vrije verkeer van goederen en diensten. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de verdere integratie van de dienstensector, na afronding van de implementatie van de dienstenrichtlijn, als grootste sector van de Nederlandse economie en het grote belang van de dienstensector voor de economische topgebieden. Versterking van de interne markt is een essentieel thema om het groeivermogen van de Europese en Nederlandse economie te versterken en de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te verwezenlijken.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  De Nederlandse inzet op het gebied van interne markt opstellen en coördineren.
  • •  De Nederlandse inzet voor verdere versterking van de dienstensector in EU-gremia opstellen, coördineren en inbrengen.

Coördinatiecentrum staatssteun

Doel en beschrijving:

Het coördinatiecentrum staatssteun draagt door middel van intradepartementale en interdepartementale coördinatie bij aan het voorkomen van onverenigbare staatssteun. Behalve voor de beleidscoördinatie en advisering over staatssteunzaken is het coördinatiecentrum ook verantwoordelijk voor de melding van EL&I-steunmaatregelen aan de Europese Commissie.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  De Nederlandse inzet in staatssteuncomités opstellen en coördineren.
  • •  Intra- en interdepartementale coördinatie en advisering over vraagstukken met betrekking tot staatssteun.
  • •  Staatssteunmeldingen aan de Europese Commissie begeleiden.

Operationele doelstelling 15.3

Bevorderen van internationaal ondernemen en ondersteunen van het Nederlandse bedrijfsleven in kansrijke markten en sectoren

Motivering

Internationaal ondernemende bedrijven zijn de uitblinkers van de Nederlandse economie. Nederland is bijvoorbeeld de 2e agro-exporteur in de wereld. Exporteurs zijn verantwoordelijk voor 44% van de werkgelegenheid en 87% van de onderzoeksuitgaven. Dit terwijl zij slechts 7% van de bedrijven in Nederland uitmaken12. EL&I richt zich daarom op internationaal excelleren: het bewerkstelligen van een gunstige uitgangspositie voor Nederlandse (top-)bedrijven op (opkomende) kansrijke buitenlandse markten. EL&I richt zich in het bevorderen van internationaal ondernemen ook op het agrarisch (MKB) bedrijfsleven. Deze sector is een pijler van de Nederlandse economie. Bovendien zijn primaire producten in eigen land, import van buitenlandse grondstoffen, verwerking, afzet in Nederland en (her)export naar het buitenland nauw met elkaar verweven.

Voor onze toekomstige welvaart is het van belang dat Nederland voldoende marktaandeel op de opkomende markten haalt aangezien groei in de Westerse markten naar verwachting achterblijft ten aanzien van niet-Westerse landen. De focus van het bilaterale economische beleid komt te liggen op landen met het grootste economische potentieel waar de buitenlandse overheid een belangrijke rol speelt in economische transacties. Het gaat dan met name om positionering op opkomende markten en kansrijke sectoren in ontwikkelde markten waar het Nederlandse bedrijfsleven tot de top behoort. Economische diplomatie zal een centrale rol spelen.

Instrumenten en activiteiten

Informatie- en adviesvoorziening

Doel en beschrijving:

Het voorzien van informatie en het verstrekken van advies over internationaal ondernemen aan bedrijven en organisaties die zich oriënteren of de eerste stappen zetten op buitenlandse markten is van groot belang. Het betreft zowel basisinformatie over internationaal zakendoen, als uitgebreide informatie over de aanwezige marktkansen.

Voornaamste acties in 2012:

Het opzetten en starten van een modulaire inzet van informatie en adviesproducten. Basisinformatie over buitenlandse markten is wereldwijd gratis (digitaal) beschikbaar. De Ondernemerspleinen sluiten hierbij aan door zorg te dragen dat ondernemers bij één digitaal loket terecht kunnen, het startpunt voor internationaal ondernemen. Essentieel is dat informatie en adviesproducten vanuit de overheid in samenhang worden aangeboden, bijvoorbeeld door middel van het «Starterspakket». Voor de uitgebreide en individuele informatievoorziening doet de overheid waar mogelijk een stap terug en wordt de ondernemer doorverwezen naar de juiste netwerkpartners of marktpartijen.

Economische diplomatie

Doel en beschrijving:

Economische diplomatie wordt steeds belangrijker voor Nederlandse bedrijven in het buitenland en voor het aantrekken van buitenlandse investeringen naar Nederland. Onder economische diplomatie wordt verstaan het bemiddelen of onderhandelen door de Nederlandse overheid met een buitenlandse publiek/private partij in het kader van handelsbevordering, R&D-samenwerking, of het aantrekken van investeringen. Economische diplomatie is met name inzetbaar in landen met veel overheidsbemoeienis en waar sprake is van een groot marktpotentieel. Het onderscheidend criterium van economische diplomatie is het publieke aspect. Aspecten als OS-relaties, publieksdiplomatie, grote sport- en cultuurevenementen, inzet voor de topsectoren, MVO en migratiekwesties zoals terugkeer, kunnen deel uitmaken van economische diplomatie. Het postennet – in het bijzonder de landbouwattachés, economische afdelingen van ambassades en consulaten, Technisch Wetenschappelijk Attachés (TWA), Netherlands Business Support Offices (NBSO’s) en Netherlands Agriculture Business Support Offices (NABSO’s) – speelt een sleutelrol in het uitoefenen van economische diplomatie.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Voor 13 landen met hoge overheidsbemoeienis en veel economisch potentieel zijn kansen, concrete projecten en problemen geïdentificeerd, en zal aansluitend de strategische reisagenda (inkomend/uitgaand) van het Kabinet bepaald worden.
  • •  Via accountmanagement, via de posten en het Meldpunt Handelsbelemmeringen (voorheen Crashteam) vangt EL&I signalen uit het bedrijfsleven op en worden deze in actie omgezet.

Operationele doelstelling 15.4

Gericht ondersteunen van de internationalisering van het Nederlandse bedrijfsleven, aantrekken van hoogwaardige buitenlandse investeringen, versterken van het draagvlak voor globalisering en bijdragen aan duurzame ontwikkeling, onder andere voedselzekerheid en water

Motivering

EL&I voert een gericht ondersteuningsinstrumentarium voor de internationalisering van het bedrijfsleven. Het instrumentarium wordt meer vraaggestuurd ingericht en er wordt een sterkere samenhang met instrumenten van andere departementen en meer flexibiliteit (modulaire aanpak) gerealiseerd. De beperkte overheidsmiddelen worden ingezet op topsectoren of sectoren waarin wij de potentie hebben de top te bereiken. Ontwikkelingssamenwerking en (voormalige) ontwikkelingslanden worden belangrijke thema’s in het internationaal economische beleid.

Buitenlandse bedrijven in Nederland zijn goed voor ruim 780 000 banen13 en dragen in belangrijke mate bij aan de economische dynamiek en innovatie. Zo nemen ze maar liefst 33% van de R&D-uitgaven in ons land voor hun rekening. EL&I zet daarom in op het aantrekken van meer buitenlandse investeerders en op het verankeren van deze bedrijven in de Nederlandse economie. Om investeerders aan te trekken zijn een aantrekkelijk vestigingsklimaat en de hierbij behorende randvoorwaarden van primair belang. Daarnaast blijft een proactieve en krachtige inzet door het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), onderdeel van EL&I, nodig om buitenlandse bedrijven te overtuigen zich in Nederland te vestigen. Naast acquisitiebeleid krijgen ook bestaande investeerders de nodige aandacht, bijvoorbeeld via periodieke bedrijfsbezoeken. Met het in kaart brengen van eventuele knelpunten waar buitenlandse investeerders tegen aan lopen en door gerichte acties, zet EL&I in op het behoud van reeds hier gevestigde buitenlandse bedrijven. Er zal meer dan voorheen worden ingezet op economische diplomatie bij het aantrekken van nieuwe buitenlandse bedrijven naar Nederland.

Het Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwerking (OS) zal zich meer gaan richten op bevordering van het ondernemingsklimaat. Ook wordt in het nieuwe OS-beleid een sterke betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven nagestreefd. Het Nederlandse bedrijfsleven kan met haar kennis, capaciteit en netwerken bijdragen aan verbetering van het ondernemingsklimaat, economische ontwikkeling en armoedevermindering in ontwikkelingslanden. In een aantal partnerlanden zal geleidelijk aan worden overgegaan van een OS-relatie naar een reguliere economische relatie. EL&I is bij deze overgang betrokken, met name via een in te richten Transitiefaciliteit.

Op het gebied van voedsel en water heeft Nederland veel te bieden. In deze context zet EL&I in op de versterkte rol van sterke bedrijfssectoren in Nederland, zoals landbouw en water, in ontwikkelingssamenwerking, initiatieven om klimaatverandering en verlies van biodiversiteit tegen te gaan en de agendering en besluitvorming op dit terrein bij internationale organisaties.

Bovenstaande acties worden uitgevoerd op een breed draagvlak voor globalisering.

Prestatie-indicator bij operationele doelstelling

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Aantal bedrijven dat succesvol internationaliseert met behulp van een van de producten gericht op (individuele) begeleiding van bedrijven

Niet van toepassing

Niet van toepassing

1 750

1 750

2012

AgNL

Toelichting

Dit is een nieuwe indicator. Voorheen werd enkel het aantal bedrijven dat op basis van Prepare2Start internationaal is gaan ondernemen gemeten, maar vanwege ombouw van het instrumentarium is deze indicator daarvoor in de plaats gekomen.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

15.4 Gericht ondersteunen van de internationalisering van het Nederlandse bedrijfsleven, aantrekken van hoogwaardige buitenlandse investeringen, versterken van het draagvlak voor globalisering en bijdragen aan duurzame ontwikkeling, onder andere voedselzekerheid en water

68,1

81,3

73,4

61,6

52,0

35,4

35,4

               
Programma Samenwerking en Opkomende Markten1

9,6

5,3

1,8

       

Overige programmatische aanpak

10,2

15,5

5,1

6,6

2,2

0,6

 

Internationaal excelleren Package4Growth

5,0

23,2

25,5

14,6

7,5

   

Internationaal excelleren 2g@there

8,9

10,4

11,2

6,5

0,7

0,3

 

Publiek Private Samenwerking

   

0,1

4,9

10,1

4,0

4,4

Transitiefaciliteit

   

5,0

10,0

15,0

15,0

15,0

2 Explore

5,8

1,2

0,7

0,1

     

Prepare2start

9,2

8,8

7,5

6,1

5,5

4,9

5,9

Acquisitie van buitenlandse bedrijven

1,7

1,8

2,5

1,7

1,4

1,4

0,9

Trustfunds

0,5

           

Programma Uitzending Managers

2,3

0,6

0,7

       

Bijdragen aan organisaties

8,6

8,6

8,4

8,4

8,4

8,4

8,4

Instrumentele uitgaven

5,9

5,5

5,0

2,7

1,2

0,9

0,9

Noot 1: Betreft alleen uitfinanciering van reeds aangegane verplichtingen

Instrumenten en activiteiten

2012 wordt een jaar van veranderingen; veel instrumenten worden aangepast. Op basis van de resultaten van de evaluatie die in 2011 wordt uitgevoerd en op basis van gesprekken met bedrijven en met topsectoren zal in 2012 onder andere een begin worden gemaakt met de nieuwe publiek-private aanpak. De subsidiemogelijkheid voor CPA (Collectieve Promotionele Activiteiten) volgens de open tendersystematiek wordt stopgezet in 2013 en omgezet in een modulaire vorm onder de publiek-private aanpak. Voor beginnende internationaliserende bedrijven wordt eveneens een nieuw instrument opgezet, waar onder andere Prepare2Start in opgaat. Package4Growth wordt omgevormd tot een investeringsfaciliteit. Daarnaast wordt samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken een Transitiefaciliteit vormgegeven voor de (bijna-)middeninkomenlanden.

Starterspakket

Doel en beschrijving:

De bestaande subsidieregeling Internationaal Ondernemen (Prepare2Start) heeft tot doel het MKB, bedrijven van onder de 100 werknemers en geen of weinig exportervaring, te ondersteunen bij het betreden van een (praktisch) nieuwe buitenlandse markt. De ondersteuning bestaat uit gratis advies en begeleiding bij het opstellen en uitvoeren van een internationaliseringsplan en een bijdrage in de kosten van een aantal in het plan genoemde activiteiten. Voor de uitvoering van de subsidieregeling wordt samengewerkt met de Kamer van Koophandel, Syntens en een aantal branche- en ondernemersorganisaties.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Het huidige Prepare2Start wordt omgebouwd naar een nieuwe aanpak voor starters, het «Starterspakket». De succesvolle elementen uit het huidige programma blijven behouden, alsmede de doelstelling om het aantal nieuwe ondernemers te vergroten door starters op verschillende manieren bij te staan. Voor starters, die hun eerste stappen veelal op de nabije, ontwikkelde markten zetten, kunnen de modules informatie, advies, (MKB-) financiering en collectieve promotie worden ingezet. De belangrijkste wijziging ten opzichte van het huidige instrument Prepare2Start is de focus die komt te liggen op het advies- en begeleidingstraject onder de module Advies (bijvoorbeeld door advisering bij het ontwikkelen van een internationale strategie), en beperking van de financiële component. Starters kunnen zo met een beperkte overheidsbijdrage toch effectief worden geholpen met het voorbereidingsproces om internationaal te ondernemen.
  • •  De dienstverlening aan internationaal ondernemende bedrijven gaat er anders uitzien door een andere rolverdeling tussen overheid en marktpartijen. De basis voor dit dienstverleningsconcept wordt gevormd door een onderling afgestemd productaanbod van Kamers van Koophandel, Syntens en Agentschap NL. De ontwikkeling van zogeheten Ondernemerspleinen speelt hierbij een grote rol.

2g@there/Publiek-Private Samenwerking

Doel en beschrijving:

Het huidige 2g@there programma wordt in de loop van 2012 beëindigd. Dit wordt opgevolgd door een instrument voor publiek-private samenwerking. Het belangrijkste instrument om bedrijven internationaal bij te staan, met name in opkomende, moeilijk toegankelijke markten, is economische diplomatie. Dit is een vraaggestuurde werkwijze die voortbouwt op ervaringen met het programma 2g@there. Economische diplomatie kan worden aangevuld met modules zoals Government2Government (G2G), informatie en advies, Holland Branding, economische missies, gerichte financiering, garantieregelingen en verzekeringsvormen. Een dergelijke flexibele aanpak kan ingezet worden ten behoeve van het Topsectorenbeleid en de samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken (OS-beleid) en andere departementen. Leidend in de aanpak is de vraag vanuit en (financiële) toewijding van het bedrijfsleven. Als voorbeeld geldt de ervaring met de gouden driehoek van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen in het agrofood-complex.

Voornaamste acties in 2012:

Het opzetten en starten van de publiek-private benadering.

Indicator

Het 2g@there programma biedt clusters van bedrijven en kennisinstellingen in sterke sectoren van Nederland de mogelijkheid van meerjarige ondersteuning om hun marktaandeel te vergroten op kansrijke, maar complexe buitenlandse markten. Daarbij kan naast subsidies op activiteiten ook economische diplomatie, Holland Branding of technische samenwerking tussen overheden (Government2Government) worden ingezet.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Aantal startende clusters op kansrijke markt-sector combinaties

Niet van toepassing

Niet van toepassing

4

4

2012

AgNL

Toelichting

Het aantal clusters in 2012 zal ten opzichte van 2011 lager zijn, aangezien minder beleidsgelden beschikbaar zijn en de regeling in haar huidige vorm ophoudt te bestaan.

Met de verdere uitwerking van het instrument voor publiek-private samenwerking wordt ook de mogelijkheid van een nieuwe indicator onderzocht. Tot die tijd wordt de huidige indicator gehandhaafd.

Package4Growth (P4G)

Doel en beschrijving:

P4G beoogt Nederlandse (MKB) bedrijven op snelgroeiende, zeer competitieve markten (China en India) te positioneren. Vergroting van de Nederlandse slagkracht op deze markten is nodig om ons internationale concurrentievermogen te behouden. Een van de belangrijkste knelpunten in het zaken doen op deze opkomende markten is gelegen in de financiering van de investeringsprojecten van Nederlandse bedrijven. Om de beschikbaarheid van financiering voor het MKB te vergroten zal P4G worden omgevormd tot een investeringsfaciliteit. EL&I mede-financiert als derde partij, zonder de marktfuncties over te nemen.

Voornaamste acties in 2012:

Start van de investeringsfaciliteit.

Acquisitie

Doel en beschrijving:

Bij de acquisitie van buitenlandse investeringen door NFIA zal de nadruk liggen op het aantrekken van hoogwaardige investeringen in de topsectoren, met daarbij speciale aandacht voor hoofdkantoren. Om de toppers uit de opkomende markten zoals China, India en Brazilië binnen te halen, krijgen deze landen meer prioriteit. Bedrijven uit opkomende markten klimmen door de toename van hun technologische capaciteiten verder omhoog in de waardeketen: Nederland moet hiervan profiteren. Deze grotere aandacht voor opkomende markten neemt echter niet weg dat NFIA ook in de komende jaren focus zal blijven houden op de «traditionele» herkomstlanden van investeringen in Nederland, zoals de VS en Japan.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Nadruk op hoogwaardige investeringen uit topsectoren;
  • •  Bijzondere aandacht voor het aantrekken van buitenlandse hoofdkantoren
  • •  Focus op opkomende markten;
  • •  Inzet van economische diplomatie ten behoeve van acquisitie;
  • •  Vasthouden reeds in Nederland gevestigde buitenlandse bedrijven.

Indicator

De bijdrage van buitenlandse investeringen in Nederland aan de Nederlandse economie komt tot uiting in de onderstaande drie indicatoren.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Aantal aangetrokken projecten

100

2006

150

150

2012

AgNL

Investeringsbedrag aangetrokken projecten (mln. euro)

250

2006

625

625

2012

AgNL

Aantal arbeidsplaatsen aangetrokken projecten (nieuw + behoud)

2 300

2006

3 000

3 000

2012

AgNL

n.v.t. = niet van toepassing

Transitiefaciliteit

Doel en beschrijving:

De Transitiefaciliteit brengt instrumenten van EL&I en BZ/OS samen met als doel de bilaterale ontwikkelingsrelatie met (bijna-)middeninkomenlanden om te vormen naar economische samenwerking, middels de inzet van Nederlandse kennis. De faciliteit is gericht op landen die de potentie hebben om een economische relatie met Nederland aan te gaan, maar waar het ondernemingsklimaat nog onvoldoende ontwikkeld is (en financiering nog onvoldoende voorhanden) waardoor het voor Nederlandse bedrijven moeilijk is zelfstandig op deze markten te opereren. Vooralsnog zal de Transitiefaciliteit zich richten op Zuid-Afrika, Colombia en Vietnam. De Transitiefaciliteit wordt momenteel vorm gegeven en kent een gezamenlijke beleidsverantwoordelijkheid van BuZa en EL&I. Inzet is om door een juiste mix van non-ODA en ODA middelen een goede overgang van OS naar een economische relatie te bewerkstelligen.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  De inzet van EL&I instrumentarium ten behoeve van handel- en investeringen met transitielanden Zuid-Afrika, Colombia en Vietnam. Inzet van de EL&I-instrumenten is opportuun omdat in deze landen sprake is van overheidsinmenging in de economie, beperkte krediet mogelijkheden, onduidelijke wet- en regelgeving en slechts een beperkt gelijk speelveld. Daarom is ondersteuning nodig om het bedrijfsleven te helpen kansen te pakken op deze markten.
  • •  Tevens wordt verkend voor welke andere ontwikkelingslanden de Transitiefaciliteit kan worden ingezet.

Duurzame internationale economische ontwikkeling

Doel en beschrijving:

In het kader van duurzame ontwikkeling levert EL&I een bijdrage aan mondiale maatschappelijke uitdagingen als voedselzekerheid, water voor voedsel- en ecosystemen, duurzame energie, schaarser wordende grondstoffen en klimaatverandering. Halverwege 2012 staat duurzaamheid centraal op de VN-conferentie Rio+20, waarin de Groene Economie centraal staat. EL&I werkt in de aanloop nauw samen met het Ministerie van I&M en het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Nederlandse inzet.

Groene groei biedt economische kansen. Het ministerie zet in op groene groei en een positie van Nederland als voorloper bij het ontwikkelen van duurzame sectoren en een biobased economy. Op het gebied van voedsel en water heeft Nederland veel te bieden. EL&I zet daarom in op nauwere samenwerking tussen de Nederlandse bedrijfssectoren en ontwikkelingssamenwerking. Ook wordt ingezet op het bedrijfsleven om initiatieven om klimaatverandering en verlies van biodiversiteit tegen te gaan. Deze aanpak zal EL&I ook vertalen naar de Nederlandse inzet in een aantal multilaterale fora zoals de EU, WTO, FAO, VNCSD en OESO.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Agendering op dit terrein bij internationale organisaties en fora, zoals de EU, VNCSD en de OESO.
  • •  Verder coördineert EL&I waar interdepartementale afstemming nodig is de Nederlandse inbreng.
  • •  EL&I levert in nauwe samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken een bijdrage aan uitvoeringsprogramma's voor voedselzekerheid en water in een aantal speerpuntlanden, onder andere in relatie tot de internationale aspecten van de operationele samenwerkingsprogramma’s van de topsectoren tuinbouw&uitgangsmateriaal en agro&food.

Noot 12: CBS 2010, Internationaliseren en productiviteit

Noot 13: CBS 2010, Internationaliseringsmonitor