Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

16 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Algemene doelstelling

Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Rol en Verantwoordelijkheid

EL&I streeft naar internationaal toonaangevende, concurrerende, sociaal verantwoorde, veilige en dier- en milieuvriendelijke agro-, visserij- en voedselketens. Nederland is de tweede agro-exporteur in de wereld en de agrofoodsector is goed voor 10% van het Bruto Nationaal Product.

De producenten zijn primair verantwoordelijk voor hun producten en productiewijze. Zij opereren op basis van normen en kaders die de overheid stelt en die goeddeels hun grondslag vinden in internationale, met name Europese regelgeving. EL&I heeft als doel:

  • •  het versterken van de positie van de Nederlandse agrarische en visserijketen;
  • •  het zorg dragen voor hoogwaardig groen onderzoek;
  • •  het voeren van adequaat fytosanitair beleid en het zeker stellen van goede gewasbescherming;
  • •  het stimuleren van een duurzame veehouderij en visserij;
  • •  het borgen van diergezondheid en dierenwelzijn;
  • •  het zeker stellen van een adequate en duurzame voedselvoorziening/voedselzekerheid op nationaal, Europees en mondiaal niveau.

De Minister van EL&I is vanuit een bewakende en faciliterende rol verantwoordelijk voor:

  • •  het stimuleren en faciliteren van ondernemerschap en het scheppen van een goed ondernemersklimaat in de agrofoodsector en het wegnemen van belemmeringen;
  • •  het corrigeren van de negatieve externe effecten van de landbouw en de visserij (het zogenaamde marktfalen);
  • •  de zorg voor een gelijk speelveld op het gebied van handelsafspraken met betrekking tot agroproducten;
  • •  het voorkomen dat onveilig voedsel de volksgezondheid bedreigt en kan leiden tot verstoring van de (inter)nationale handel.

Op het terrein van gewasbescherming, mestbeleid en waterbeleid werkt EL&I samen met het Ministerie van Infrastuctuur en Milieu. Op het gebied van voedselveiligheid werkt EL&I nauw samen met het Ministerie van VWS.

Kengetal

Kengetal

2002

2004

2006

2008

2009

Ambitie 2012

Positie Nederland op ranglijst van landen met het hoogste netto handelsoverschot1

Brazilië

Nederland

Argentinië

Thailand

14,5

15,6

11,6

7,8

25,8

22,3

16,0

9,7

33,5

24,9

20,1

14,6

50,8

29,4

34,6

20,8

48,0

29,0

26,5

19,2

Positie handhaven

Noot 1: In miljarden euro’s

Bron: Lei/Comtrade

In bovenstaand kengetal wordt de positie van Nederland op de ranglijst van landen met een netto handelsoverschot voor agrarische producten zoals sierteeltproducten, groenten, vlees, zuivel en graanbereidingen weergegeven. Brazilië is vanaf 2004 telkens het land met het grootste handelsoverschot en die positie is alleen maar sterker geworden. Vanaf 2004 bezet Nederland de tweede plaats, uitgezonderd 2008 (derde plaats).

Bron: United Nations Commodity Trade Statistics Database (Comtrade)

Prestatie-indicatoren

Indicator

Referentie-waarde

Peil

datum

Raming 2012

Streef-waarde

Planning

Bron

1. Verhouding duurzame investeringen ten opzichte van totale Investeringen

           

– Totaal investeringen

€ 4 mld

2007

€ 4 mld

€ 4 mld

2012

LEI

– Totaal duurzame investeringen

€ 2 mld

2007

€ 2,5 mld

€ 2,5 mld

2012

LEI

– Verhouding duurzaam – totale investeringen

0,50

2007

0,63

0,63

2012

LEI

2. Maatschappelijke appreciatiescore

7,7

2009

8,0

8,0

2012

TNS/NIPO

3. Mate van vertrouwen van consumenten in voedsel

3,3

2008

3,4

3,5

2015

nVWA monitor

4. EU-OIE vrije status

7

2009

7

7

Jaarlijkse vaststelling

EU en OIE

  • 1.  Verhouding duurzame investeringen ten opzichte van totale investeringen: deze indicator bevat twee investeringsniveaus. Dit geeft inzicht in de verhouding tussen de absolute investeringsomvang en duurzame investeringen.
  • 2.  Maatschappelijke appreciatiescore: de maatschappelijke appreciatiescore is een rapportcijfer voor de waardering van de Nederlandse samenleving voor de agrarische sector, productiewijzen en de verwerking van agrofood producten. Basis is jaarlijks TNS/NIPO uitgevoerd onderzoek.
  • 3.  Mate van vertrouwen van consumenten in voedsel: de nVWA meet op een schaal van 1–5 het vertrouwen van de consument in de veiligheid van voedsel.
  • 4.  Dierziektenvrije status: deze indicator geeft de aantallen ziekten weer, waarvoor Nederland een dierziektenvrije status heeft.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

VERPLICHTINGEN

816

778

539

483

422

410

408

UITGAVEN

676

773

556

496

443

429

428

               

Programma-uitgaven

442

564

368

324

282

274

274

16.1 Versterken concurrentiekracht en verduurzaming agroketens en visserij

75

129

97

73

50

47

48

16.2 Borgen voedselveiligheid en -kwaliteit

17

14

14

11

9

9

9

16.3 Plant- en diergezondheid

72

27

27

28

29

29

29

16.4 Kennisontwikkeling en innovatie ten behoeve van het groene domein

225

200

184

189

177

172

171

16.5 Borgen voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

53

194

46

23

17

17

17

               

Bijdragen baten-lastendiensten

234

209

188

172

161

155

154

Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit

118

99

93

81

74

71

71

Dienst Regelingen

104

98

84

80

76

73

72

Agentschap NL

 

4

4

4

4

4

4

Dienst Landelijk Gebied

3

           

Rijksrederij

9

8

7

7

7

7

7

               

ONTVANGSTEN

308

357

337

337

332

330

330

Douanerechten op landbouwproducten

246

303

303

303

303

303

303

EU-ontvangsten

8

5

5

5

5

5

5

Bijdragen derogatie

5

5

5

5

     

Ontvangsten visserij

13

6

5

5

5

5

5

Ontvangsten leges

 

4

4

4

4

4

4

Interne begrotingsreserve

5

15

         

Sectorbijdrage I&R, art. 68

1

3

3

3

2

   

Overige ontvangsten

30

16

12

12

13

13

13

Budgetflexibiliteit

  • 1.  Van het totale programmabudget 2012 van circa € 368 mln (exclusief bijdragen aan baten-lastendiensten) is naar verwachting ultimo 2011 circa € 320 mln juridisch verplicht. Het resterende budget dat niet juridisch verplicht is bedraagt in 2012 circa € 48 mln en is bestemd voor projecten die met name gericht zijn op ontwikkeling, monitoring en evaluatie van beleid. Deze projecten betreffen veelal incidentele opdrachtverleningen aan derden en zijn daarmee in beginsel flexibel.
  • 2.  Een bepaald deel van de verplichtingen wordt jaarlijks vastgelegd omdat er meerjarenprogramma’s aan ten grondslag liggen. Het gaat om circa € 115 mln en het betreft onder andere:
    • •  Afspraken met de EU over nationale cofinanciering van meerjarige EU- programma’s (2007 tot en met 2013) in het kader van Plattelands Ontwikkelings Programma (POP), uitvoering Operationeel Programma van het Europees Visserij Fonds en artikel 68 van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;
    • •  Kosten van jaarlijks verplichte monitoring van EU-richtlijnen (onder andere Nitraatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water);
    • •  Convenanten met het bedrijfsleven over jaarlijkse financiering tot en met 2014 van monitoringsmaatregelen dierziekten;
    • •  Meerjarige DLO-programma’s;
    • •  Projecten Technologische Top Instituten zoals groene genetica en Biosolar;
    • •  Subsidies Planbureau voor de Leefomgeving;
    • •  Meerjarenprogramma Voedingscentrum Nederland;
    • •  Jaarlijkse bijdragen aan derden om de crisisorganisatie voor dierziekten in stand te houden.
  • 3. 

    Een ander deel van de verplichtingen (circa € 85 mln) heeft een meerjarig karakter omdat deze uitgaven jaarlijks bestemd zijn voor organisaties die wettelijke taken voor het Rijk uitvoeren. Deze verplichtingen komen in principe jaarlijks terug tenzij wetswijzigingen worden doorgevoerd.

    Het betreft onder andere:

  • •  Wettelijke onderzoekstaken (WOT) van DLO (€ 50 mln);
  • •  Kosten van productschappen die in medebewind EU-regelingen uitvoeren in het kader van markt- en prijsbeleid (€ 25 mln);
  • •  Contracten met organisaties die wettelijke taken uitvoeren en die uit oogpunt van continuïteit een meerjarig karakter hebben. Het betreft onder andere taken op het terrein van monitoring dierziekten, toezicht dierenwelzijn, toelating diergeneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen.

Budgettair belang fiscale maatregelen

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Landbouwvrijstelling

352

312

306

301

298

301

304

Verlaagd tarief glastuinbouw

83

91

91

92

93

93

94

Verlaagd tarief sierteelt

206

207

209

211

213

215

218

Landbouwregeling

33

27

28

29

29

30

31

Rode diesel

91

91

91

91

91

91

91

Operationele doelstelling 16.1

Versterken concurrentiekracht en verduurzaming agroketens en visserij

Motivering

EL&I wil de concurrentiekracht van het agrofoodcomplex versterken, waarbij de betrokken sectoren zich zodanig aanpassen, dat zij voldoen aan eisen op het gebied van milieu, voedselveiligheid, markt en samenleving.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

16.1 Versterken concurrentiekracht en verduurzaming agroketens en visserij

75,4

129,3

97,2

72,5

49,6

47,0

47,9

               

Agrarisch ondernemerschap en ondernemersklimaat

27,7

25,4

12,4

11,9

9,8

9,8

9,8

Duurzame veehouderij

11,0

37,6

27,2

6,5

6,4

6,4

6,5

Mestbeleid

3,6

8,7

8,9

9,4

2,8

1,8

1,8

Visserij

11,1

11,2

7,7

8,4

1,3

1,3

1,3

Plantaardige productie (Glastuinbouw en open teelten)

14,0

19,3

29,7

24,1

23,0

22,2

19,9

Agrarische innovatie en overig

8,0

27,1

11,3

12,2

6,3

5,5

8,6

Interne Begrotingsreserves

101,1

           

Prestatie-indicatoren bij operationele doelstelling

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

1. Realisatie normen fosfaat

78 mln. kg.

2002

15 mln. kg.

evenwicht

2015

CBS

2. Realisatie normen stikstof

420 mln. kg.

2002

345 mln. kg.

360 mln. kg.

2013

CBS

3. % integraal duurzame stallen

0-meting

2008

6%

1

2015

WUR

4. Voorzorgsniveau Schol

205 000 ton

2005

518 000 ton

230 000 ton

Geen eindtijd

ACOM

5. Voorzorgsniveau Tong

41 000 ton

2005

36 900 ton

35 000 ton

Geen eindtijd

ACOM

6. Hoeveelheid alternatief gewonnen mosselzaad

2 000 ton

2006

10 000 ton

12 000 ton

2015

IMARES

7. Aandeel duurzame energie in glastuinbouw

0,5%

2003

1,4%

20%

2020

LEI

8. Energie-efficiency index glastuinbouw

100%

1990

45%

43%

2020

LEI

9. Energie-efficiency index voedings- en genotmiddelen-industrie (VGI)

100%

2005

88%

70%

2020

Agentschap NL

10. % innoverende agrarische bedrijven

11,6%

2006

15%

15%

2012

LEI

  • 1 + 2.  Nationaal fosfaat- en stikstofoverschot: de indicatoren nationaal fosfaatoverschot en nationaal stikstofoverschot geven het totaal verlies aan van mineralen op landbouwgrond (door toepassen van meststoffen in de NL-landbouw als gevolg van neerslag na opname door het gewas). Het nationaal stikstofoverschot omvat ook verliezen door vervluchtiging.
  • 3.  % integraal duurzame stallen: integraal duurzame stallen zijn stal- en houderijsystemen waarin verschillende duurzaamheidsaspecten in onderlinge samenhang zijn verbeterd ten opzichte van de reguliere systemen. De streefwaarde 2015 wordt niet ingevuld. Vanaf 2013 wordt een nieuwe indicator gehanteerd, te weten % integraal duurzame nieuw gebouwde stallen met een streefwaarde van 100% in 2015.
  • 4 + 5.  Voorzorgsniveau schol en tong: het voorzorgsniveau betreft de omvang van een visbestand nodig om de soort duurzaam in stand te houden. Aangezien de omvang van een visbestand mede afhankelijk is van natuurlijke fluctuaties, is in Europees verband geen einddatum vastgelegd.
  • 6.  Hoeveelheid alternatief gewonnen mosselzaad: deze indicator geeft de resultaten en het succes weer van het beleid om de alternatieve winning van mosselzaad te stimuleren.
  • 7, 8 + 9.  Via Kas als energiebron en de Meerjarenafspraken-3 VGI zet EL&I in op verregaande (fossiele) energiebesparing (efficiencyverbetering) en productie van duurzame energie. De indicatoren geven inzicht in de voortgang van de verduurzaming op energie en klimaatgebied van deze twee sectoren.
  • 10.  Percentage innoverende agrarische bedrijven: het percentage innoverende agrarische bedrijven geeft het percentage van de bedrijven weer dat product- of procesinnovaties heeft doorgevoerd. Het gaat hierbij zowel om bedrijven die als eerste bedrijf iets nieuws hebben doorgevoerd als om innovatieve volgers die bij de eerste groep behoren die vernieuwingen hebben doorgevoerd, die al eerder door anderen zijn ingevoerd.

Instrumenten en activiteiten

Agrarisch ondernemerschap en ondernemersklimaat

Doel en beschrijving:

EL&I versterkt het concurrentievermogen van het agro-complex door het stimuleren van goed ondernemerschap en het creëren van een goed (internationaal) ondernemersklimaat voor de agri-business. Het beleid moet leiden tot goed en duurzaam presterende agrarische ondernemers, levenskrachtige agrarische bedrijven voor jonge agrariërs en behoud en ontwikkeling van het platteland.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Investeringsregeling jonge agrariërs: deze regeling ondersteunt jonge landbouwers bij investeringen kort na bedrijfsovername, zodat hiermee hun concurrentiepositie wordt versterkt.
  • •  Garantstelling landbouw: maakt financiering van investeringen mogelijk in de land- en tuinbouw met name gericht op het realiseren van de verduurzamingsopgave, die in de markt vanwege een tekort aan zekerheden moeilijk tot stand komen.
  • •  Premiesubsidie bij risicoverzekeringen: de landbouwsector wordt regelmatig geconfronteerd met weersgerelateerde risico’s en risico’s van plant en dierziektes die grote impact kunnen hebben op de bedrijfsvoering. Daarom wordt de premie voor brede weersverzekeringen gesubsidieerd.
  • •  Bilateraal economische samenwerking: beleidsmatige en technisch-inhoudelijk dialoog met partnerlanden op het terrein van landbouw en voedsel gericht op het bevorderen van duurzaamheid en kwaliteit. Er wordt zo veel mogelijk ingezet op publiek-private samenwerking in de gouden driehoek overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen.
  • •  Client: ICT-projecten in- en export met belangrijke handelspartners Nederland (China, Ethiopië, Kenia).

Duurzame veehouderij

Doel en beschrijving:

Voor de veehouderij wil EL&I integraal duurzame productiemethoden stimuleren en faciliteren en inzetten. In de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij zijn deze speerpunten en uitdagingen tot 2023 beschreven.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Onderzoek naar en innovaties in integraal duurzame en diervriendelijke stallen. Een tweede SBIR-tender integraal duurzame stallen wordt opengesteld.
  • •  Regeling praktijknetwerken: kennisverspreiding over innovaties op het gebied van energiebesparing, emissie-reductie, dierenwelzijn en integraal duurzame stallen.
  • •  Investeringsregeling integraal duurzame en diervriendelijke stallen.
  • •  Fiscale regelingen (MIA, Vamil) op basis van de Maatlat duurzame veehouderij.
  • •  Innovatie programma emissie arm veevoer gericht op het ontwikkelen van kennis met de sector over krachtvoeders en ruwvoerrantsoenen die een lage methaan-emissie hebben (Convenant Schone en Zuinige agrosectoren).
  • •  Fijnstofmaatregelen: onderzoek naar nieuwe mogelijkheden om fijnstofemissie te beperken, investeringsregeling fijnstofmaatregelen om toepassing hiervan te realiseren.
  • •  Biologische landbouw: bijdrage aan diverse projecten biologische sector en uitfinanciering Convenant Biologische landbouw 2008–2011.

Mestbeleid

Doel en beschrijving:

Met gebruiksnormen en gebruiksvoorschriften voor meststoffen streeft EL&I ernaar om de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren, zodanig dat in heel Nederland het grondwater maximaal 50 mg nitraat per liter bevat en eutrofiëring van oppervlaktewater voorkomen of verminderd wordt. Om dit te bereiken worden de gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat geleidelijk verlaagd zodat de nitraatbelasting van het water afneemt en er voor fosfaat evenwichtsbemesting wordt toegepast, rekening houdend met de fosfaattoestand van de bodem.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Visie lange termijn mestbeleid: de beleidsinzet van het kabinet voor het mestbeleid in de toekomst wordt in september 2011 aangeboden aan de Tweede Kamer. De uitkomsten van het debat hierover zullen vanaf 2012 waar nodig en mogelijk in beleidsmaatregelen worden omgezet (inclusief benodigde wet- en regelgeving om dit te realiseren);
  • •  Vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn 2014–2017: bevat de beleidsmaatregelen nodig ter implementatie van de Nitraatrichtlijn in 2014 tot en met 2017. Gestreefd wordt naar inhoudelijke overeenstemming met de Europese Commissie over dit programma uiterlijk begin 2013, zodat de voorbereidingen voor de implementatie vanaf 2014 tijdig kunnen worden gestart. De Nederlandse inzet zal mede worden gebaseerd op de resultaten van de evaluatie van de Meststoffenwet die begin 2012 zal worden opgeleverd;
  • •  Onderzoek en monitoring ter verantwoording van het gevoerde mestbeleid en ter onderbouwing van toekomstig mestbeleid.

Visserij

Doel en beschrijving:

EL&I streeft naar een concurrerende visserijketen, die de natuur ontziet en gezonde producten levert. De overheid wil helpen de structuur in de visserij te versterken en verlaging van de productiekosten van de vloot en het verhogen van de marktwaarde van vis en visproducten in de keten stimuleren.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Uitvoering van het Operationele Programma bij het Europees Visserij Fonds, waarbij financiële ondersteuning wordt verleend aan maatregelen die:
    • –  de duurzame ontwikkeling van de visserij in de binnenwateren en aquacultuur bevorderen (As 2 EVF);
    • –  van gemeenschappelijk belang zijn bijdragen aan een duurzame visketen en maatschappelijk verantwoord ondernemen (As 3 EVF);
    • –  de duurzame ontwikkeling aanmoedigen en de levensomstandigheden verbeteren in de gebieden met activiteiten in de visserijsector (As 4 EVF);
    • –  bedoeld zijn om duurzame investeringen aan boord van vissersvaartuigen te stimuleren (Garantstellingsregeling). Ook investeringen door de eigenaar van een vissersvaartuig om de afzet van visserijproducten te bevorderen kunnen in aanmerking komen.
  • •  Herziening Gemeenschappelijk Visserij Beleid, dat in 2013 van kracht moet worden.

Plantaardige productie (glastuinbouw en open teelten)

Doel en beschrijving:

In de glastuinbouw is het energieverbruik nog niet duurzaam genoeg. Ten eerste vanwege de niet-duurzame energiebronnen die worden gebruikt, ten tweede vanwege de ruimtelijke spreiding van de bedrijven, waardoor mogelijkheden voor een gezamenlijke energie-infrastructuur beperkt zijn. Verder maken de afnemende voorzieningszekerheid van gas, de te verwachten structureel hogere gasprijs, het milieu- en klimaatbeleid het noodzakelijk de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

Vanaf 2020 moet in nieuw te bouwen kassen klimaatneutraal geteeld worden. De doelen voor 2020 zijn 20% duurzame energie en 2% energie-efficiëntieverbetering per jaar. De inzet is uitgewekt in het Programma Kas als Energiebron. In het Platform Duurzame Glastuinbouw werken Rijk en bedrijfsleven aan gewasbescherming en mineralen, met de bloembollen en paddenstoelensector zijn meerjarenafspraken-energie afgesloten. Voor de open teelten wil de overheid een stimulerende rol vervullen in samenwerking met het bedrijfsleven bij de transitie naar een duurzame bedrijfsvoering via het uitvoeren van de innovatie-agenda precisielandbouw.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Uitvoeren van het programma «Kas als energiebron» in samenwerking met het bedrijfsleven via stimuleringsregelingen met als doel minder gebruik van fossiele brandstoffen en efficiënt energiegebruik in de glastuinbouw. Instrumenten zijn onder andere de regelingen martkintroductie energie-innovatie (MEI) en de investeringsregeling energiebesparing (IRE);
  • •  Onderzoek en kennisverspreiding over energiebesparende maatregelen en duurzaam energieverbruik onder de glastuinbouw-, bloembollen- en paddenstoelenondernemers;
  • •  Aardwarmtegarantieregeling: deze regeling dekt het geologisch risico op misboren bij aardwarmteprojecten af;
  • •  CO2-sectorsysteem glastuinbouw: hiermee wordt de CO2-emissie van de glastuinbouw gemaximeerd;
  • •  Financiering projecten en onderzoek in het kader van de Innovatieagenda precisielandbouw 2009–2014 ten behoeve van projecten die rechtstreeks werken aan verbeterd rendement van de productie of aan kostenreductie in de teelt door het besparen op bemesting en/of gewasbeschermingsmiddelen per eenheid product.

Interne begrotingsreserves

Er zijn drie interne begrotingsreserves:

  • •  De interne begrotingsreserve borgstellingsfaciliteit is bedoeld om garantstellingen aan banken te kunnen verlenen waarmee innovatieve en duurzame investeringen in de landbouw worden gefaciliteerd. Daarnaast wordt voorzien in een eerste bijdrage ten behoeve van flankerend beleid in verband met een eventueel verbod op de pelsdierhouderij naar aanleiding van het amendement Van Gerven/Dijsselbloem (TK, 32 609 XIII, nr. 4).
  • •  Met de interne begrotingsreserve Landbouw wordt het bestaande financiële instrumentarium voor ontwikkeling en sanering in de landbouwsector behouden. Hiermee wordt stabiliteit en zekerheid gecreëerd voor de uitfinanciering van omvangrijke en sterk fluctuerende transitie-uitgaven. Uit deze interne begrotingsreserve worden onder andere uitgaven gedaan voor energietransitie in de tuinbouwsector.
  • •  Met de interne begrotingsreserve visserij wordt het bestaande financiële instrumentarium voor ontwikkeling en sanering in de visserij behouden. Deze interne begrotingsreserve is bestemd voor de meerjarige bestedingen van budgetten die onder het Europees Visserij Fonds (programma 2007–2013) worden uitgevoerd. Ook is de reserve bedoeld voor de uitfasering en eindafrekening van het FIOV-programma.

Stand interne begrotingsreserve per 31 december 2010 (in € 1 000)

101 137

Waarvan:

 

Interne begrotingsreserve landbouw

18 586

Interne begrotingsreserve visserij

27 676

Interne begrotingsreserve borgstellingsfaciliteit

54 875

Agrarische innovatie en overig

  • •  Innovatieve projecten gericht op verdergaande verduurzaming van land- en tuinbouw in het kader van de nieuwe uitdagingen van het GLB en innovatieve projecten van het bedrijfsleven die aansluiten bij innovatieagenda’s worden financieel ondersteund via de subsidieregeling Samenwerking bij innovatieprojecten.
  • •  Kennisontwikkeling, kennistoetsing in de praktijk en kennisverspreiding inzake functionele agrobiodiversiteit over zowel bovengrondse als ondergrondse aspecten.
  • •  VAMIL (regeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen). Ondernemers die kunnen aantonen dat zij in 2007 of 2008 hebben geïnvesteerd in duurzame kassen of stallen en schade hebben geleden, omdat ze de verruiming in de willekeurige afschrijving milieu-investering (Vamil) niet hebben kunnen toepassen, komen in aanmerking voor vergoeding van het geleden (rente)nadeel.

Operationele doelstelling 16.2

Borgen voedselveiligheid en -kwaliteit

Motivering

Voedsel moet op een veilige en duurzame wijze geproduceerd en verhandeld worden en tegemoet komen aan de wensen van de samenleving en handelspartners. Adequate regelgeving, informatievoorziening en verduurzaming van het mondiale voedselsysteem zijn hiervoor belangrijke bouwstenen. We zien dat het bedrijfsleven zelf duurzaamheid in toenemende mate integreert in hun bedrijfsvoering. Na de afgelopen jaren het beleid duurzaam voedsel een flinke zet te hebben gegeven, zal de overheid zich op dit domein in belangrijke mate terugtrekken.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

16.2 Borgen voedselveiligheid en -kwaliteit

16,8

13,9

14,3

11,0

9,0

9,0

9,0

               

Risicomanagement voedselproductie

5,6

4,1

4,2

3,9

4,0

4,0

4,0

Voedselkwaliteit en transparantie in de keten

8,0

9,1

9,2

6,2

4,1

4,1

4,1

Nieuwe technologieën

0,3

0,3

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Destructie

2,6

           

Overig

0,3

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

Instrumenten en activiteiten

Risicomanagement voedselproductie

Doel en beschrijving:

Anticiperen op mogelijke risico’s alsook adequaat kunnen reageren op uitbraken van ziekten, zijn bouwstenen om veilig voedsel te kunnen borgen. EL&I geeft derhalve mede vorm aan, implementeert en handhaaft Europese regelgeving voor de veiligheid van diervoeders en voedingsmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong, diergeneesmiddelen en dierlijke bijproducten o.a. vermindering van het gebruik van antibiotica in de dierhouderij. EL&I vervult een actieve rol in de EU, Codex en OIE bij het ontwikkelen van adequaat voedselveiligheid- en diervoeder regelgeving (in samenwerking met VWS).

Voornaamste acties in 2012

  • •  Het terugdringen van antibioticagebruik in de veehouderij, uitwerking van het convenant inzake antibioticumresistentie;
  • •  Inbreng in herziening Europese diergeneesmiddelenwetgeving;
  • •  Ontwikkeling publiek-private samenwerking in de veterinaire en humane zorg in het Topgebied Lifescience & Health. Vaccinontwikkeling met focus op zoönoses;
  • •  De uitwerking van het beleid beschreven in de Nota diergeneesmiddelen; overdragen beslissingsbevoegdheid toelating diergeneesmiddelen aan ZBO CBG;
  • •  Herziening van Europese regels voor vleeskeuring en toezicht in het slachthuis. Meer risicogebaseerde inzet van toezicht in lijn met de verantwoordelijkheid van producenten voor voedselveiligheid;
  • •  Onderzoek en monitoring voedselgerelateerde zoönosen;
  • •  Implementatie van de Europese verordening inzake dierlijke bijproducten en diervoeders;
  • •  Vervolgacties in het kader van de evaluatie van de Europese regels voor voedselveiligheid (zogenaamde hygiënepakket);
  • •  Uitwerking van de TSE roadmap 2; versoepeling van bestaande beheersingsmaatregelen met gelijktijdige handhaving van hoge beschermingsniveau. Efficiëntieverbetering door vermindering BSE-testen en benutting van dierlijke eiwitten in diervoeders.

Voedselkwaliteit en transparantie in de keten

Doel en beschrijving:

Om samenleving en handelspartners de zekerheid te geven dat zij voedsel van goede kwaliteit aangeboden krijgen, is transparantie over de diverse kwaliteitsaspecten van groot belang. Inzicht in en het voorkomen van voedselverspilling alsook het benutten van reststromen zijn belangrijke kwaliteitsaspecten waaraan EL&I aandacht geeft. Het Voedingscentrum Nederland geeft eenduidige en objectieve informatievoorziening over voedselveiligheid en voedselkwaliteit. EL&I heeft, samen met VWS, een wettelijke verplichting tot etikettering van voedingsmiddelen: de EU-context speelt in deze een belangrijke rol.

Voornaamste acties in 2012

  • •  Informatievoorziening aan consumenten over voedselveiligheid, voedselkwaliteit en voedselverspilling via Voedingscentrum Nederland.
  • •  Integrale aanpak van voedselverspilling in de keten door het benutten van economische kansen voor bedrijven resp. door hergebruik van grondstoffen en door daar waar mogelijk wegnemen van belemmerende regelgeving rond handelsnormen, voedselinformatieverschaffing, hygiënevoorschriften, verontreiniging in levensmiddelen, etc. Met de tweede fase van de SBIR Voedselverspilling wil EL&I de economische kansen faciliteren.
  • •  Implementeren van Verordening Voedselinformatie aan consumenten.
  • •  EU-overleg om op nieuw beleid en richtlijnen te kunnen anticiperen met betrekking tot voedselveiligheid, voedselkwaliteit en voedselverspilling.
  • •  Consumentenplatform: door middel van een interactieve dialoog via het Consumentenplatform wordt een bijdrage aan de beleidsontwikkeling van EL&I geleverd.
  • •  Platform Verduurzaming Voedsel: de samenwerkingsverbanden met ketenpartners om duurzame voedselinnovaties op de markt te brengen worden gebundeld, de overheid trekt zich vergaand terug uit deze samenwerkingsverbanden.
  • •  Mondiale en Europese samenwerking op het gebied van verduurzaming van het voedselssyteem, onder andere level playing field en duurzaamheid/transparantie van de Europese markt.
  • •  Jeugd, schoolfruit en smaaklessen: EL&I heeft in medebewind het Productschap Tuinbouw de opdracht gegeven om de EU-schoolfruitregeling uit te voeren – gefinancierd door de EU en het bedrijfsleven. EL&I draagt de uitvoeringskosten nog in 2012. De overheidsbijdrage voor de smaaklessen loopt met het schooljaar 2012/2013 af. EL&I trekt zich dan terug. Smaaklessen moeten verzelfstandigen door (private) partners te vinden.
  • •  Actualisering en operationeel houden (bewustzijn) van het beleidsdraaiboek Nationale Crisisbeheersing Voedselvoorziening.

Nieuwe technologieën

Doel en beschrijving:

Het toepassen van nieuwe technologieën vormt een belangrijke voedingsbodem voor veilig en goed voedsel maar pas nadat de mogelijke consequenties voor ons leefsysteem in samenhang met maatschappelijke acceptatie in beeld zijn gebracht.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Biotechnologie: financiële bijdragen aan het Netherlands Genomics Initiative (NGI) en de ontwikkeling van een genetisch gemodificeerde aardappel met resistentie tegen de aardappelziekte.
  • •  Onderzoeksprogrammering nanotechnologie: regie voeren (via een interdepartementale stuurgroep) op de inzet van middelen voor onderzoek, het opzetten van risico-onderzoeksprogramma’s bij het RIVM, RIKILT en TNO en het bevorderen van de maatschappelijke dialoog, uitvoeren van studies rond de beleving en gevoelens rondom nanotechnologieën en de productie van voedsel.

Indicator

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

1. Mate van afname van antibiotica-gebruik in de dierhouderij

Antibiotica-gebruik in 2009

2009

20% reductie (t.o.v. 2009)

50% reductie (t.o.v. 2009)

2013

SDa/LEI

2. Nalevingsniveau HACCP-verplichting

80%

April 2009

80%

90%

Jaarlijks

VWA

3. Aantal basisscholen met smaaklessen

Beperkt aantal

2005

3 000

3 000

2012

EL&I

4. Vermindering voedselverspilling

2009

2009

– 20%

2015

Alterra

Toelichting

  • 1.  Mate van afname van antibioticagebruik in de dierhouderij: de uitgewerkte voorstellen van de Taskforce antibioticaresistentie dierhouderij zullen moeten leiden tot een vermindering van het antibioticumgebruik in de veehouderij in 2011 van 20% (en in 2013 van 50%) ten opzichte van 2009.
  • 2.  Nalevingsniveau HACCP-verplichting: betreft de gemiddelde naleving van slachterijen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen van de wettelijke plicht om een zogenaamde Hazard Analysis and Critical Control Points system (HACCP) toe te passen, teneinde de veiligheid van productieprocessen van levensmiddelen te borgen.
  • 3.  Aantal basisscholen met smaaklessen: EL&I wil dat in 2012, 3 000 basisscholen hun medewerking verlenen aan de Smaaklessen. Er zijn smaaklessen gestart voor kinderen van 4 tot 12 jaar.
  • 4.  Vermindering voedselverspilling: deze indicator geeft het percentage afname van voedselverspilling weer, dat in 2015 moet zijn bereikt (20% ten opzichte van het startjaar 2009). In 2012 vindt een midterm review plaats.

Operationele doelstelling 16.3

Plant- en diergezondheid

Motivering

De samenleving en internationale handelspartners verwachten dat alle producten in de agrofoodketen gezond zijn en dat de productiewijze de gezondheid van mens en omgeving niet belast. Gezonde, welzijnsvriendelijk gehouden dieren, gezonde planten en gezond plantmateriaal zijn van groot belang om internationale handelsbelemmeringen te voorkomen en de Nederlandse concurrentiekracht te versterken. EL&I zet zich in voor wereldwijde harmonisatie en wederzijdse erkenning van technische voorschriften, evaluatie- en conformiteitsnormen en -procedures.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

16.3 Plant- en diergezondheid

72,4

26,6

26,8

28,3

28,6

28,7

28,7

               

Verminderen milieulast gewasbeschermingsmiddelen

2,3

2,3

2,7

3,2

3,2

3,2

3,2

Borgen plantgezondheid

5,2

3,9

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

Verbeteren dierenwelzijn van productiedieren en gezelschapsdieren

5,7

6,6

6,1

5,9

5,9

5,9

5,9

Preventieve diergezondheid

0,4

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

Bewaken, monitoren en early warning veterinaire veiligheid

5,9

7,6

9,0

9,2

9,3

9,3

9,3

Crisisorganisatie en -management

4,4

5,3

6,9

7,9

8,2

8,3

8,3

Overig (incl. Q-koorts in 2011)

48,5

0

0

0

0

0

0

Instrumenten en activiteiten

Verminderen milieulast gewasbeschermingsmiddelen

Doel en beschrijving:

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is een integraal onderdeel van de huidige bedrijfsvoering. Het gewasbeschermingsbeleid heeft tot doel het verduurzamen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De nieuwe Europese richtlijn verplicht lidstaten tot het opstellen van een vierjarig Nationaal Actieplan Duurzame Gewasbeschermingsmiddelen. Dit actieplan zal gezamenlijk met het Ministerie van I&M worden opgesteld.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Opstellen nieuw Nationaal Actieplan Duurzame Gewasbeschermingsmiddelen.
  • •  Kennisontwikkeling en -verspreiding over verduurzaming van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waaronder geïntegreerde gewasbescherming.
  • •  Monitoring en verantwoording van gebruik gewasbeschermingsmiddelen.
  • •  Fonds kleine toepassingen: stimuleren middelenpakket kleine toepassingen.

Borgen plantgezondheid

Doel en beschrijving:

Plantaardig uitgangsmateriaal van hoogwaardige kwaliteit en plantaardige producten met een hoog plantgezondheidsniveau zijn voor de Nederlandse concurrentiekracht van groot belang. Het Nederlandse fytosanitaire beleid en de inzet van EL&I daarbij spelen hierop in door de voordelen van wereldwijde harmonisatie te benutten ten behoeve van het bedrijfsleven, onnodige handelsbelemmeringen te voorkomen en de Nederlandse concurrentiekracht te versterken.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Realiseren van fytosanitaire doelen zoals bescherming van de groene ruimte en teelten tegen plantenziekten en in dat kader bevorderen van een gunstige Nederlandse handelspositie;
  • •  Internationaal bevorderen dat de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven vast onderdeel wordt in internationale regelgeving en verdragen;
  • •  Vereenvoudiging en harmonisatie van regelgeving en het terugdringen van de administratieve lasten op de thema’s plantgezondheid en uitgangsmateriaal (inclusief nieuwe veredelingstechnieken). Dit wordt mede de inzet bij de beoordeling van de Commissievoorstellen voor de herziening van de EU Fytorichtlijn en de Verkeersrichtlijnen die in 2012 worden verwacht;
  • •  Versterken van een stimulerende kennisinfrastructuur, en praktische kennisbenutting; in het bijzonder de benutting van nieuwe veredelingstechnieken en – detectietechnologieën. Dit mede in het licht van het advies van de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen;
  • •  Bevorderen van een evenwichtig stelsel van intellectueel eigendom onder andere de introductie van een beperkte kwekersvrijstelling in de Rijksoctrooiwet, en heldere internationale afspraken over een zo onbelemmerd mogelijke toegang tot genetisch plantaardig materiaal;
  • •  Bevorderen en behouden van markttoegang Nederlands uitgangsmateriaal en plantaardige producten door internationale harmonisatie van standaarden en gerichte inzet in prioritaire landen.

Verbeteren dierenwelzijn van productiedieren en gezelschapsdieren

Doel en beschrijving:

Aandacht voor dierenwelzijn en -gezondheid is van belang voor een sterke duurzame veehouderij en komt tegemoet aan de toenemende belangstelling vanuit de samenleving voor de veehouderij (licence tot produce). Tevens neemt de aandacht voor gezondheid en welzijn van gezelschapsdieren toe.

Voornaamste activiteiten in 2012:

  • •  In 2012 ontvangt de Tweede Kamer een Nota Dierbeleid. Dit is een actualisatie van de Nota Dierenwelzijn en de Nationale Agenda Diergezondheid. De nota zal ingaan op een aantal speerpunten zoals transport, doden, misstanden in de fokkerij, verwaarlozing en mishandeling en het verhogen van de naleving van dierenwelzijnsregelgeving;
  • •  De Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren wordt in 2012 vervangen door de Wet Dieren. Met onder andere een AMvB met algemene verzorgingsnormen en een verduidelijking voor het verbod op dierenmishandeling. Ook worden welzijnsregels vastgesteld voor de handel in gezelschapsdieren (AMvB gezelschapsdieren);
  • •  Op het terrein van misstanden in de fokkerij is het project verwantschapsbeheer bij honden gestart. De pilotstudie van dit project onder drie hondenrassen wordt in 2012 afgerond;
  • •  In 2012 is voor de positieflijst een transparant systeem ontwikkeld voor een zorgvuldige afweging van de consequenties voor mens en dier, verbonden aan het houden van (zoog)dieren in Nederland als gezelschapsdier;
  • •  Implementatie van verbetering van dierenwelzijn van productiedieren vindt mede plaats met inzet van het instrumentarium voor de duurzame veehouderij. Dat heeft met name betrekking op verbetering van huisvesting;
  • •  In de periode 2012–2015 wordt Welfare Quality (WFQ) via een pilot op ongeveer 75 bedrijven per sector uitgetest (varkens, pluimvee, paarden, kalveren, melkvee), inclusief communicatie met en voorlichting aan de houders van landbouwhuisdieren;
  • •  Op basis van de uitgevoerde publieksparticipatie over ongeriefanalyse gezelschapsdieren zal er een herijking van het welzijnbeleid voor gezelschapsdieren plaatsvinden.

Preventieve diergezondheid

Doel en beschrijving:

Voorkomen is beter dan genezen, daarom zet EL&I in op preventie van dierziekten. Een uitbraak van een bestrijdingsplichtige dierziekte heeft grote maatschappelijke en economische gevolgen. Bestrijding van dierziekten vraagt ethische afwegingen en raakt aan dierenwelzijn. EL&I wil de risico’s zoveel mogelijk beperken.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Voorlichting en communicatie zijn belangrijke aandachtspunten bij de bestrijding en preventie van dierziekten en diergezondheid, inclusief voor de hobbydierhouderij;
  • •  Het identificeren, agenderen en aanpakken van risico’s op dierziekteuitbraken, waar nodig via ketenbenadering;
  • •  EL&I initieert (innovatief) onderzoek over de gevolgen van klimaatswijziging in relatie tot opkomende dierziekten, met name die dierziekten die ook gevolgen voor de mens kunnen hebben.

Bewaken, monitoren en early warning fytosanitaire en veterinaire veiligheid

Doel en beschrijving:

Snel en adequaat kunnen reageren op plant- en dierziekten draagt in belangrijke mate bij aan het minimaliseren van de consequenties ervan.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Diverse onderzoeken en monitoring op het gebied van plantgezondheid;
  • •  Financiële ondersteuning aan de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) voor uitvoeren van basismonitoring op dierziekten;
  • •  Tijdige signalering van een besmetting door onderzoek en monitoring/bewaking van onder andere dierziekten als scrapie, bluetongue, brucella melitensis, KVP, MKZ, AI en BSE. Financiering vindt met name plaats via een EL&I bijdrage aan het Diergezondheidsfonds (DGF);
  • •  Extra reizigerscontroles laten uitvoeren door de Douane ter voorkoming van de insleep van dierziekten zoals Aviaire Influenza (AI);
  • •  Risicogebaseerd preventiebeleid door de sector en regelgeving voor de verwerking van bijproducten. De overheid neemt maatregelen dáár waar hygiënemaatregelen niet automatisch tot de dagelijkse bedrijfsvoering van bedrijven behoren.

Crisisorganisatie en -management

Doel en beschrijving:

EL&I wil direct kunnen inspelen op crises. Het beschikbaar hebben van draaiboeken en een goede crisismanagementstructuur vormt hiervoor een belangrijk uitgangspunt.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Bestuurlijke Crisis – Oefening Afrikaanse Paardenpest met de paardensector in voorjaar 2012;
  • •  Nederland bereidt aanpak opkomende zoönosen voor. Samen met het Ministerie van VWS treft EL&I maatregelen om de samenwerking tussen betrokken veterinaire en humane beleidsinstanties bij de aanpak van zoönosen te versterken en de risico’s voor de volksgezondheid van (opkomende) zoönosen te minimaliseren;
  • •  EL&I stimuleert het ontwikkelen van vaccins voor opkomende dierziekten;
  • •  Financiering via bijdrage in DGF van een calamiteitenreserve bij destructiebedrijf Rendac om bij een uitbraak van een besmettelijke dierziekte direct voldoende verwerkingscapaciteit beschikbaar te hebben;
  • •  Financiering van een crisisorganisatie bij de GD waardoor direct gekwalificeerd personeel en infrastructuur beschikbaar is om de nVWA te assisteren bij een bestrijding.

Indicator

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Aantal beleidsdraaiboeken voor bestrijdingsplichtige ziekten en voedselkwaliteit (1)

5

2005

12

12

2012

EL&I

Toelichting

Door de inspanningen van de afgelopen jaren is inmiddels een groot aantal beleidsdraaiboeken op het gebied van de bestrijdingsplichtige dierziekten (onder andere Aviaire Influenza (AI), MKZ, en Klassieke Varkenspest (KVP)) en voedselveiligheid (onder andere diervoeders) opgesteld. Na het opstellen van de beleidsdraaiboeken zal vooral sprake zijn van onderhoud teneinde de draaiboeken up-to-date te houden. Overigens zal EL&I zich blijven voorbereiden op nieuw opkomende dier- en infectieziekten, waarvoor zo nodig nieuwe draaiboeken worden ontwikkeld.

Operationele doelstelling 16.4

Kennisontwikkeling en innovatie ten behoeve van het groene domein

Motivering

EL&I wil een goed functionerend, hoogwaardig en internationaal kenniscentrum en kennissysteem voor het agrofoodcomplex en de groene ruimte waarborgen. Wageningen Universiteit en Researchcentrum is een internationaal hoogwaardig kenniscentrum met een groot netwerk van nationale en internationale partners. De minister waarborgt een goede werking van het kennissysteem door financiering van funderend onderzoek en stimulering van inzet van kennis.

EL&I investeert ook in kennisontwikkeling voor actuele maatschappelijke vraagstukken (dierenwelzijn, groene economie, klimaat), kennis voor toekomstige vraagstukken op terrein van vernieuwingen en innovaties (kennisbasisonderzoek) en onderzoek in het kader van wettelijke taken.

Tot slot financiert EL&I opdrachten voor kennisontwikkeling in de precompetitieve fase en via publiek-private samenwerking. Hiermee wordt het innovatievermogen bij bedrijven en in producten, processen en systemen ten behoeve van duurzame ontwikkeling vergroot.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

16.4 Kennisontwikkeling en innovatie ten behoeve van het groene domein

225,4

200,6

183,9

188,7

177,1

171,8

171,0

               

Kennisbasis

44,0

43,3

43,1

43,3

43,1

43,1

43,3

Onderzoeksprogrammering

91,3

72,1

60,8

63,2

56,0

53,3

52,4

Onderzoeksprojecten

2,9

3,1

7,2

7,4

7,4

7,4

7,4

Wettelijke onderzoekstaken

51,5

51,2

51,9

52,5

52,7

52,7

52,6

Basisfinanciering overige kennisinstellingen

0.6

2,0

2,0

2,1

2,1

2,1

2,1

Vernieuwen onderzoeksinfrastructuur

11,9

15,5

8,4

8,9

4,6

1,9

1,9

Ontwikkelen kennisbeleid

13,7

5,8

5,7

6,3

6,4

6,4

6,4

Innovatieprojecten

5,9

3,3

1,0

1,1

1,0

1,0

1,0

InnovatieNetwerk

3,6

4,3

3,8

3,9

3,9

3,9

3,9

Prestatie-indicator bij operationele doelstelling

Indicator

Referentie-waarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Mate van vraagsturing van groen onderzoek door maatschappelijke actoren (beleid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties)

70%

2010

75%

80%

2015

PROSU

Toelichting

De hoofdgrondslag voor de start betrof voor 58 % van de projecten nationaal beleid en voor 12 % maatschappelijke organisaties. In andere gevallen was er geen sprake van vraagsturing maar bijvoorbeeld een initiatief ingegeven door voorafgaand onderzoek.

Instrumenten en activiteiten

Kennisbasis

Doel en beschrijving:

De bekostiging van de kennisbasis betreft funderend onderzoek. Kaderstellend voor het onderzoek is het Meerjarenkader 2011–2014. In het kader van het Strategisch Plan WUR zijn voor de middellange en lange termijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de ontwikkelingsrichting van expertises, die van belang zijn voor de verdere ontwikkeling van de Nederlandse samenleving in een nationaal en een internationaal perspectief. De middelen worden deels ingezet voor co-financiering van EU onderzoeksmiddelen. Voor het onderzoek zet EL&I er op in dat voor Nederland belangrijke thema’s op de EU-onderzoeksagenda (7e en 8e Kaderprogramma) komen. EL&I werkt mee aan de ontwikkeling van gezamenlijke onderzoeksagenda's met andere landen. De verzelfstandigingsafspraken maken onderdeel uit van de opgenomen bedragen.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Positief oordeel visitatiecommissies

100%

2010

100%

100%

2015

Visitaties

Onderzoeksprogrammering

Doel en beschrijving:

Het gaat om opdrachten toepassingsgericht onderzoek voor de agenda’s van de topsectoren agro&food en tuinbouw&uitgangsmaterialen en voor ondersteuning van politieke besluitvorming. Accenten die in 2012 worden gelegd zijn onder andere internationale markt en handeltoegang in relatie tot veterinaire en fytosanitaire problematiek, integrale ketenbenadering duurzame veeteelt en plantaardige sectoren, waarborgen voedselveiligheid en diergezondheid, biodiversiteit, de economische kracht van natuur, het Deltaprogramma en de follow-up van de conferentie voedselzekerheid.

Voornaamste acties in 2012:

Het verder doorvertalen van de agenda’s van de topsectoren agro&food en tuinbouw&uitgangsmaterialen in onderzoeksprogramma’s DLO en PPS-constructies.

Onderzoeksprojecten

Doel en beschrijving:

Hierbij gaat het om opdrachten kortlopend strategisch en toegepast onderzoek binnen het groene domein. Het projectinstrument wordt ingezet om specifieke deskundigheid uit het nationale en internationale (universitaire) kennisveld te benutten in kennisontwikkeling voor actuele maatschappelijke vraagstukken. Voorbeelden van projecten in 2012 zijn projecten op het gebied van duurzamer consumeren en alternatieven voor antibiotica.

Indicator

Referentie-waarde

Peil

datum

Raming 2012

Streef-waarde

Planning

Bron

Kennisbenutting door beleid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties

85

2010

85

85

2015

PROSU

Wettelijke onderzoekstaken

Doel en beschrijving:

De wettelijke taken vloeien voort uit nationale dan wel EU verplichtingen, zoals het paraat hebben van een adequate infrastructuur, kennis en equipement ter bestrijding van besmettelijke dierziekten. Daarnaast betreft het verplichtingen op het terrein van visserij (onder andere visbestanden), natuur (onder andere Milieu- en Natuur Planbureau), economie (landbouwtelling), genenbanken (plantenrassen) en voedselveiligheid (infrastructuur, kennis ten aanzien van voedselveiligheidsrisico’s en analyses ten behoeve van de nVWA). Het betreft taken die van essentieel belang geacht worden voor natuurbescherming, diergezondheid, voedselveiligheid en economische ontwikkeling.

Basisfinanciering overige kennisinstellingen

Doel en beschrijving:

Het betreft inputfinanciering voor onderzoek binnen het groene domein uitgevoerd door o.a. het Planbureau voor de leefomgeving en KNAW Academie Hoogleraren.

Vernieuwen onderzoeksinfrastructuur

Doel en beschrijving:

Het betreft subsidie voor het stimuleren van samenwerkingsverbanden en strategische speerpuntprogramma’s bij onderzoeksinstellingen gericht op verbeteren kennisinfrastructuur en het innovatief vermogen van het bedrijfsleven (Transitie duurzame landbouw, TTI Groene Genetica, Aviaire Influenza, Biosolar).

Ontwikkelen kennisbeleid

Doel en beschrijving:

Deze middelen worden ingezet om innovaties in het kennisbeleid zelf (methoden en infrastructuur) te ondersteunen. Anders gezegd, het is de «kraamkamer» voor initiatieven die potentieel kunnen leiden tot structurele veranderingen in het kennisinstrumentarium voor de groene sector en de inzet daarvan.

Voornaamste acties in 2012:

Het ontwikkelen van een nieuwe visie op agro kennisarrangementen.

Innovatieprojecten

Doel en beschrijving:

EL&I verstrekt innovatiesubsidies aan ondernemers en andere doelgroepen in het groene domein, onder andere binnen het kader van SBIR (Small Business Innovation Research). Via het SBIR-programma besteedt de overheid een deel van haar O&O budget rechtstreeks aan bij het midden- en kleinbedrijf (MKB). Andere projecten zijn Innovatieve educatie biodiversiteit en Vervanging van dierlijke eiwitten.

Voornaamste acties in 2012:

Het ontwikkelen van een nieuwe aanpak agro-innovatie. Beleidsinspanningen richten zich in de eerste plaats op programma’s en projecten die voortkomen uit de agenda’s van de topsectoren agro&food en tuinbouw&uitgangsmaterialen.

De impact van innovatiebeleid kan slechts zeer beperkt weergegeven worden. Onderstaande tabel bevat enkele indicatoren.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Plant Breeders Index1

32%

2010

> 32%

> 32%

2015

CPVO

Aantal octrooiaanvragen in de agrarische sector en verwerkende industrie2

7,3%

2008

7,3%

7,5%

2015

NL Octrooi-centrum

Aantal innovatienetwerken en bedrijfsprojecten groene sector gestart met bijdrage uit publieke middelen3

115

2010

120

120

2015

Dienst Regelingen

Noot 1: Betreft het percentage Nederlandse aanvragen Kwekersrecht van het Totaal aantal aanvragen voor de EU.

Noot 2: Betreft het percentage Nederlandse octrooiaanvragen van het totaal aantal internationale aanvragen (bij de WIPO en bij het Europees Octrooibureau ingediend) voor de agrarische sector en verwerkende industrie.

Noot 3: Toelichting bij referentiewaarde 2010: Samenwerking bij innovatie 34, Nieuwe uitdagingen GLB 23, Innovatienetwerken 58.

InnovatieNetwerk

Doel en beschrijving:

InnovatieNetwerk is een vanuit een onafhankelijke positie functionerend onderdeel van EL&I. Met een veelheid aan partijen ontwikkelt InnovatieNetwerk concepten voor grensverleggende innovaties op het vlak van landbouw, agribusiness, groene ruimte en voeding én brengt deze naar de praktijk. Voorbeelden van projecten zijn: Fotonenboer (veehouders worden energieleverancier), Antibioticavrije ketens (verbeteren weerstand van dieren zonder gebruik antibiotica), Innofisk (duurzame viskweek), Panorama Natuur (nieuwe visie op natuur, bos en landschap in Nederland) en Samen goed eten (gezamenlijke lunch op school). InnovatieNetwerk heeft publiek-private allianties met het bedrijfsleven in de akkerbouw (Kiemkracht), melkveehouderij (Courage) en de glastuinbouw (SIGN).

Operationele doelstelling 16.5

Borgen voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

Motivering

Voedsel is een basale behoefte van de mens. Hoewel de productie en het verkrijgen van voedsel in het algemeen een activiteit is, die plaats vindt in een (vrije) markt van vraag en aanbod, is er tevens een groot publiek belang mee gemoeid. EL&I streeft er naar om met de topsectoren agro&food en tuinbouw&uitgangsmaterialen een belangrijke bijdrage te leveren aan de mondiale uitdagingen op het terrein van duurzame landbouw, voedselzekerheid en de bestrijding van honger.

In het kader van de herziening van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) zet EL&I in op meer doelgerichte betalingen.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

16.5 Borgen voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

52,6

193,6

45,6

23,2

17,5

17,3

17,3

               

Borgen voedselzekerheid en duurzame voedselsystemen

0,0

3,0

2,2

0,5

0,5

0,5

0,5

Medebewind productschappen

26,0

28,2

26,0

10,2

9,6

9,4

9,4

Apurement

26,4

102,2

17,2

12,3

7,2

7,2

7,2

Interne begrotingsreserve

 

60,0

         

Overig

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Borgen voedselzekerheid en duurzame voedselsystemen

Doel en beschrijving:

Versterking van de Nederlandse positie tot world centre of excellence behoort tot de mogelijkheden voor met name agrostrategie-ontwikkeling, hoogwaardige tuinbouw en integrale versketens. De topsectoren hebben op dat terrein voorstellen gedaan. De ontwikkeling van integrale versketens kan zich in het bijzonder richten op het verbeteren van de behandeling van producten na de oogst, agrologistiek en effectieve koeling. Een dergelijke aanpak biedt kansen in een groot aantal derde landen waar het Nederlandse bedrijfsleven opereert.

Voornaamste acties in 2012

  • •  Implementatie van het actieprogramma van de Internationale conferentie Agriculture, Food Security and Climate Change in Den Haag in 2010 (waaronder internationaal clearing house-mechanisme om landen te ondersteunen bij het opzetten van programma’s omtrent climate smart agriculture en voedselzekerheid) en organisatie van de follow-up conferentie in Vietnam in 2012;
  • •  In 2012 zal Nederland in relevante multilaterale organisaties, in het bijzonder FAO, WFP, WB en OECD, prioriteit vragen voor verdere ontwikkeling en realisatie van beleid en maatregelen, die ontwikkelingslanden ondersteunen in een aanpak die is gericht op het uitbannen van honger, in de context van armoedebestrijding en verduurzaming van de landbouw, als één van de belangrijke productieve economische sectoren. Daarbij zullen deze organisaties gevraagd worden expliciet aandacht te besteden aan de noodzaak van kansen voor de ontwikkeling van systemen van climate smart agriculture in lijn met het actieprogramma van de conferentie Agriculture, Food Security and Climate Change;
  • •  Landbouw en ontwikkeling van agrokennis en innovatie zal (net als de inzet op andere topsectoren) een belangrijke pijler zijn in de programma's van samenwerking met transitielanden en uitvoeringsprogramma’s voor voedselzekerheid in een aantal ontwikkelingslanden;
  • •  In 2012 hebben de topsectoren tuinbouw&uitgangsmaterialen en agro&food hun internationale speerpunten uitgewerkt in operationele samenwerkingsprogramma's, inclusief plannen van aanpak in derde landen, waarmee zij een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van duurzame agroketens en voedselzekerheid;
  • •  Deelname aan het interdepartementale Programma Duurzame Voedselsystemen. Uitgangspunt van het programma is dat duurzaamheid en voedselzekerheid elkaar dienen te versterken. Het programma stimuleert onder meer innovaties in de keten. Met name duurzame eiwitinnovaties voor humane voeding, diervoer en andere biobased toepassingen die internationale marktkansen opleveren.

Europees landbouwbeleid

Doel en beschrijving:

Ten aanzien van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) zet EL&I in op een beleid dat na 2013 sterker gericht wordt op de versterking van concurrentiekracht in combinatie met verduurzaming en innovatie en de beloning voor (bovenwettelijke) maatschappelijke prestaties. Het betreft prestaties op het terrein van bijvoorbeeld natuur, milieu, waterbeheer, landschap, dierenwelzijn en diergezondheid.

Voornaamste acties in 2012

Vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de Nederlandse positie inzake het GLB werkt EL&I, met het oog op de hervormingen na 2013 (herziening GLB in relatie tot nieuwe Financiële Perpectieven 2014–2020), aan:

  • •  Het zetten van stappen richting meer doelgerichte betalingen in het markt- en prijsbeleid;
  • •  De verdere omvorming van het markt en prijsbeleid in de richting van een financieel vangnet voor agrarische producenten;
  • •  Het treffen van voorbereidingen in de richting van meer doelgerichte en vereenvoudigd plattelandsbeleid;
  • •  Verdere coherentie met het beleid ten aanzien van ontwikkelingslanden.

Vooruitlopend op de hervormingen van het GLB na 2013 zal EL&I de toepassing van het huidige artikel 68 aanpassen en verder uitbouwen (dit artikel maakt het mogelijk inkomenssteun deels doelgericht in te zetten). EL&I zet hiermee een stap richting een nieuw GLB na 2013 waarin Nederland inzet op vervanging van de huidige directe GLB-betalingen door doelgerichte betalingen (zie ook bijlage 4.2: Europese geldstromen).

Medebewind

In deze operationele doelstelling worden de uitvoeringskosten geraamd die samenhangen met de uitvoering van het markt- en prijsbeleid van de Europese Unie. Het gaat hierbij voornamelijk om de medebewindskosten van de productschappen. Dit betreft in hoofdzaak het verlenen van exportrestituties en productiesteun.

Apurement en interne begrotingsreserve

Het kabinet heeft besloten tot de instelling van een interne begrotingsreserve ten behoeve van de EU-apurement-procedure.

Voor de zogenaamde apurementprocedure wordt deze begrotingsreserve ingesteld omdat Nederland de afgelopen periode is geconfronteerd met besluiten van de Europese Commissie over ingediende declaraties bij Europese Fondsen waarbij aanzienlijke bedragen moeten worden terugbetaald. Omdat de hoogte van deze correcties en het jaar waarin de betaling moet plaatsvinden vooraf moeilijk kunnen worden ingeschat, is besloten tot de instelling van een begrotingsreserve.

Het Ministerie van EL&I heeft maatregelen genomen om de risico’s op toekomstige financiële correcties te verkleinen door interpretaties van EU-regelgeving zoveel mogelijk vooraf voor te leggen voor verduidelijking aan de Commissie.