Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

18 Natuur en regio

Algemene doelstelling

Een concurrerende ruimtelijke economische structuur, een veelzijdige natuur en een wederzijdse versterking van ecologie en economie.

Een concurrerende economie met een veelzijdige natuur is van wezenlijk belang voor een duurzame samenleving, op korte en lange termijn. De economie is de motor van onze welvaart.

Natuur, de biodiversiteit14 in het bijzonder, is de basis van onze primaire levensbehoeften: (drink)water, voedsel en zuurstof. Natuur heeft een grote economische waarde; het levert grondstoffen en ecosysteemdiensten en is een van de aspecten van het vestigingsklimaat voor (internationale) bedrijven. Een duurzame verbinding tussen economie en ecologie is essentieel om het niveau van welvaart en welzijn ook in de toekomst veilig te stellen.

De rijksoverheid werkt aan een versterking van de ruimtelijk-economische condities voor bedrijven.

Het Rijk wil samen met bedrijfsleven, kennisinstellingen en andere stakeholders sterktes uitbouwen gericht op een goede concurrentiepositie. Daarbij richt het beleid zich in het bijzonder op mainports, brainports, greenports en andere clusters gerelateerd aan topsectoren, waarin Nederland tot de wereldtop behoort alsmede de samenwerking daartussen. De uitgangspunten voor de versterking van de ruimtelijk-economische structuur zijn reeds neergelegd in de concept structuurvisie Infrastructuur en ruimte.

De biodiversiteit – de verscheidenheid aan planten, dieren en ecosystemen – staat in Nederland en mondiaal sterk onder de druk. De vitaliteit en het functioneren van natuurlijke systemen wordt bedreigd. De zorg voor de leefomgeving is een zaak van iedereen: overheden, ondernemers, burgers en bestuurders. Daarom wil het Rijk in haar beleid voor natuur en groen meer ruimte en ondersteuning bieden aan ondernemerschap en initiatieven van burgers en andere private partijen.

Het Rijk blijft ook na de voorgenomen decentralisatie verantwoordelijk voor internationale afspraken over het behoud van de (inter)nationale biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen. Dat gebeurt onder meer door het Europese netwerk van Natura2000-gebieden en de Ecologische Hoofdstructuur.

De in de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet geïmplementeerde Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn hierbij belangrijke instrumenten.

Voor de uitvoering van het ruimtelijk-economisch beleid, de wederzijdse versterking van economie en ecologie, gebiedsgerichte projecten en programma’s, gebiedsagenda’s Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) en het Deltaprogramma wordt ook de regionale functie van EL&I ingezet.

Rol en Verantwoordelijkheid

De Minister van EL&I is stelselverantwoordelijk voor het behoud en duurzaam gebruik van de (inter)nationale biodiversiteit, mede als natuurlijke hulpbron nationaal en internationaal en zekerstelling van natuur op lange termijn. Op grond daarvan is de Minister van EL&I verantwoordelijk voor het stellen van kaders voor de natuurkwaliteit van gebieden, voor soortbescherming en voor het faciliteren van gewenste ontwikkelingen; op het land, in de zee en ook overzees in Caribisch Nederland.

De Minister van EL&I is verantwoordelijk voor een gezonde economische structuur en daarbinnen het versterken van ports en clusters gerelateerd aan topsectoren. Daarvoor is het van belang om agenda’s van verschillende overheden te verbinden ten einde schaalvoordelen te benutten, overheidsinspanningen te versterken en versnippering tegen te gaan.

Consequenties Regeerakkoord «Vrijheid en verantwoordelijkheid»

De stappen die in het Regeerakkoord zijn aangekondigd voor de decentralisatie van het regionaal-economisch beleid zijn doorgevoerd. Over de decentralisatie van het natuurbeleid zijn rijk en provincies nog in gesprek.

De instrumenten voor regionaal-economisch beleid zijn afgebouwd. De regeling «Pieken in de Delta» die liep van 2006 tot en met 2010 is niet verlengd. In het «Convenant bedrijventerreinen 2010/2020» tussen Rijk, IPO en VNG uit 2009 zijn de rijksmiddelen tot en met 2013 gedecentraliseerd naar provincies. Na 2013 zet het Rijk geen nieuwe middelen meer in voor herstructurering van bedrijventerreinen, waarmee de nationale doelstellingen komen te vervallen.

In het verlengde van de kerntaak voor regionaal economisch beleid op decentraal niveau worden hieraan gerelateerde lopende projecten in het kader van Nota Ruimte en Sterke regio’s daar waar mogelijk gedecentraliseerd. Het rijk is voornemens de Greenportprojecten West Nederland en Venlo in 2012 te decentraliseren. De Nota Ruimte projecten Mooi en Vitaal Delfland, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Veenweidegebieden en Haarlemmermeer worden gefaseerd gedecentraliseerd.

De Ecologische Hoofdstructuur wordt herijkt en opgenomen in het ruimtelijk beleid; het beheer en de afronding ervan wordt gedecentraliseerd naar de provincies. De rol van het Rijk beperkt zich voor de natuurkwaliteit van gebieden tot het stellen van kaders op grond van internationale en Europese verplichtingen en tot de strategische nationale ruimtelijke planning. EL&I is verantwoordelijk voor de samenhang van instrumenten, algemene nationale beleidskaders voor biodiversiteit en natuur, wet- en regelgeving, aansturing van uitvoerende diensten, de standpuntbepaling en verantwoording van Nederland in Europese en internationale context en onderzoek en kennisverspreiding voor deze activiteiten.

Outcome-indicator

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Streefwaarde

Planning

Bron

Stand van duurzame condities van alle in 1982 voorkomende soorten

106

2002

100

2020

(Basisrapporten) rode lijsten EL&I, CBS

Toelichting

De soorten indicator (peiljaar 1982; gebaseerd op het Bern-verdrag en het Biodiversiteitsverdrag), geeft via een indexcijfer het verloop aan van het aantal bedreigde soorten in ons land. Dat is het totaal aantal soorten dat op de officiële Nederlandse rode lijsten is aangemerkt als verdwenen, ernstig bedreigd, bedreigd, kwetsbaar of gevoelig. Hoe hoger het getal, hoe meer soorten zijn bedreigd. De streefwaarde is 100; dit betekent een verbetering ten opzichte van 1994–2002. De indicator is gebaseerd op een voorlopige selectie van rodelijstsoortgroepen. In dit begrotingsjaar worden de meetgegevens bijgewerkt om de actuele waarde te bepalen.

Kengetallen

Ruimtelijk-economische dynamiek en Nederlandse clusterontwikkeling

Kengetal

2009–2010

Ambitie 2015

Niveau clusterontwikkeling

4.7

5

NL positie

19

15

Bron: The World Competitiveness report 2010–2011, World Economic Forum

Toelichting

Het beleid richt zich op het faciliteren van clusters om de concurrentiepositie te versterken. In internationale vergelijking is de mate van clustervorming (specialisatie en samenhang tussen bedrijven, kennisinstellingen, diensten, infrastructuur) in Nederland relatief hoog: 4.7 op een schaal van 1–7. Nederland bekleedt een 19e positie wereldwijd. Van de Europese lidstaten is de clustervorming in Italië, Zweden en Finland het hoogst (respectievelijk 5.5, 5.1 en 5.1). Nederland bekleedt in deze vergelijking de zevende positie.

De beleidstheorie voor het beleidsonderwerp ecosysteemdiensten is in ontwikkeling. EL&I heeft de ambitie om voor de Begroting 2013 een indicator te ontwikkelen die de economische betekenis van natuur/biodiversiteit weergeeft voor maatschappelijke functies in de vorm van het aandeel van ecosysteemdiensten dat is opgenomen in het BBP. Daarbij wordt aangesloten bij initiatieven van onder andere OECD, Sarkozy en TEEB.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

VERPLICHTINGEN

753

638

409

451

497

372

384

UITGAVEN

1 029

1 211

838

741

526

384

340

               

Programma-uitgaven

862

1 060

718

634

439

304

262

18.1 Versterken mainports, brainports, greenports en andere clusters gerelateerd aan topsectoren

184

258

175

134

108

78

37

18.2 Wederzijds versterken van ecologie en economie

92

125

194

192

100

22

22

18.3 Behouden van de intern-/nationale biodiversiteit en versterken van onze natuur

85

82

69

58

47

53

61

18.4 Te decentraliseren

501

596

280

250

184

151

142

               

Bijdragen baten-lastendiensten

167

150

121

107

87

80

78

Dienst Landelijk Gebied

107

100

83

69

57

50

48

Dienst Regelingen

54

43

30

30

23

23

23

nVWA

6

7

7

7

7

7

7

               

ONTVANGSTEN

121

135

112

126

86

91

76

Landinrichtingsrente

40

42

42

42

42

42

42

Bijdragen van derden

43

54

30

32

0

0

0

EU-bijdragen

1

2

2

2

2

2

2

Jachtakten

1

1

1

1

1

1

1

Synergiegelden

17

18

16

13

0

0

0

Verkoop gronden

17

17

20

35

40

45

30

Overige

2

1

1

1

1

1

1

Budgettair belang fiscale maatregelen

Naast onderstaande regelingen neemt ook de Natuurschoonwet een belangrijke plaats in. Deze Nederlandse wet biedt aan eigenaars van landgoederen fiscale voordelen.

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Vrijstelling landinrichting

1

1

1

1

1

1

1

Vrijstelling BBL

15

11

11

11

11

11

11

Vrijstelling cultuurgrond

91

91

93

95

97

99

101

Bosbouwvrijstelling

1

1

1

1

1

1

1

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

8

8

8

8

8

8

8

Vrijstelling bos- en natuurterreinen en landgoederen forfaitaire rendement

6

6

6

6

7

7

7

Vrijstelling natuurgrond

3

4

4

5

5

5

5

Budgetflexibiliteit

Met het oog op de aanstaande decentralisatie van het natuurbeleid zal een aantal huidige rijkstaken vervallen; zie hiervoor operationele doelstelling 18.4. Een deel van de middelen zal worden uitgefinancierd. De stelselverantwoordelijkheid voor het natuurbeleid blijft bij de rijksoverheid.

De verantwoordelijkheid van het Rijk voor het binnen bereik brengen van internationale doelen voor biodiversiteit brengt onder andere een blijvende inzet op het terrein van monitoring met zich mee. Daarnaast is een programma in voorbereiding dat gericht is op het stimuleren van investeringen in natuur en biodiversiteit die tegelijkertijd bijdragen aan het vestigingsklimaat en de concurrentiepositie van Nederland. De Tweede Kamer zal nader worden geïnformeerd over de aanpak en de inzet van beschikbare middelen ten behoeve van de blijvende stelselverantwoordelijkheid.

Operationele doelstelling 18.1

  • •  Circa 94% van de middelen op operationele doelstelling 18.1 is juridisch verplicht. Dit betreffen onder andere de middelen voor Bedrijventerreinen (€ 14,8 mln), Pieken in de Delta (€ 39,7 mln), sterke regio’s (€ 18,1 mln), deel van cofinanciering EFRO & ETS (96% van € 41,2 mln) en deel van de Zuiderzeelijn (82% van € 18,3 mln).
  • •  Van de € 5,5 mln voor de verschillende Regionale ontwikkelmaatschappijen is circa 74% bestuurlijk gebonden. Het restant is juridisch verplicht.

Operationele doelstelling 18.2

  • •  Voor ca. 90% van de beschikbare middelen in operationele doelstelling 18.2 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt (nationaal ruimtelijke opgaven (circa € 128 mln), nieuwe natuurwetgeving (circa € 2,2 mln) dan wel is het budget juridisch verplicht. Circa 10% van het budget is niet-juridisch verplicht noch bestuurlijk gebonden maar noodzakelijk voor uitfasering van bestaand, aflopend beleid en rijkstaken die voortvloeien uit de stelselverantwoordelijkheid voor natuur.

Operationele doelstelling 18.3

  • •  Een groot deel van de middelen in operationele doelstelling 18.3 zijn bestuurlijk gebonden (60%); dit betreft doelen op het terrein van internationale (circa € 1,4 mln) en nationale biodiversiteit (circa € 37 mln) – waaronder de exploitatie van gronden in eigendom van Staatsbosbeheer – en mariene biodiversiteit (circa € 2 mln).
  • •  Circa 35% van de middelen is juridisch verplicht; dit betreft onder andere € 2 mln voor nationale biodiversiteit, circa € 9 mln voor wet- en regelgeving en circa € 4,4 mln voor monitoring en rapportage.
  • •  Ongeveer 5% van de middelen is «flexibel» doch noodzakelijk voor de opbouw van een monitoringssysteem voortkomend uit de decentalisatie-afspraken met de provincies.

Operationele doelstelling 18.1

Versterken van mainports, brainports, greenports en andere clusters gerelateerd aan topsectoren

Motivering

Een goed vestigingsklimaat is een belangrijke voorwaarde voor een concurrerende economie. Onderdeel van het vestigingsklimaat zijn ruimtelijk-economische condities voor bedrijven om zich te vestigen en te ontwikkelen. EL&I zet zich in voor het versterken van de ruimtelijk-economische hoofdstructuur en het gericht faciliteren van mainports, brainports, greenports en andere clusters, inclusief grensoverschrijdende. Het gaat daarbij om het gericht versterken van fysieke aspecten als infrastructuur, vestigingsruimte, waterveiligheid, woon- en leefklimaat, – die onder eerstverantwoordelijkheid van het Ministerie van I&M vallen – alsmede campussen (waaronder onderzoeksinfrastructuur) en niet fysieke aspecten als (grensoverschrijdende) samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen in een cluster gericht op innovatie, valorisatie en voldoende gekwalificeerd personeel. Daar wordt vorm aan gegeven door gezamenlijk met bedrijven, kennisinstellingen en andere overheden middellange termijnagenda’s op te stellen zoals de Mainportvisie, de Amsterdambrief en de Brainport 2020-visie, door het verbinden van economisch beleid op regionaal, nationaal en internationaal niveau met name in relatie tot topsectoren en door het gericht versterken van clusters.

De Minister van EL&I is verantwoordelijk voor het versterken van ports en andere clusters gerelateerd aan topsectoren. Hiertoe kent EL&I eigen instrumenten en wordt er samengewerkt met andere departementen onder meer in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport en met andere overheden vanuit hun verantwoordelijkheid voor regionaal economisch beleid.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

18.1 Versterken mainports, brainports, greenports en andere clusters gerelateerd aan topsectoren

183,7

257,9

174,8

133,5

108,0

78,3

37,1

               

Clusters en ruimtelijke randvoorwaarden

             

Bedrijventerreinen

24,3

29,1

14,8

8,0

13,8

14,7

8,4

Zuiderzeelijn

1,4

5,1

18,3

17,7

17,7

5,1

15,2

Pieken In de Delta

68,9

49,0

39,7

41,9

17,7

6,0

0,0

Sterke regio's

10,0

40,7

15,1

13,1

4,5

3,2

1,1

Nota Ruimte

21,6

65,0

23,4

6,6

2,7

6,5

8,0

Andere gebiedsgerichte bijdragen

1,6

12,6

11,4

2,0

2,0

3,4

0,0

Bijdrage aan ROM's

7,8

7,4

5,5

3,7

1,9

1,5

0,0

Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit

0,0

2,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mooi Vitaal Delfland

14,7

4,3

5,3

3,3

7,3

   
               

Europese structuurfondsen

             

Cofinanciering EZ in EFRO

33,3

42,6

41,2

37,1

40,5

37,9

4,4

Instrumenten en activiteiten

Clusters en ruimtelijke randvoorwaarden

Doel en beschrijving:

Het doel is mainports, brainports, greenports en andere clusters maximaal te faciliteren. Deze clusters staan in samenhang met de topsectoren; veel van de topsectoren zijn geografisch geconcentreerd. Bedrijven kunnen daar profiteren van gedeelde faciliteiten en samenwerking op korte afstand met andere bedrijven en kennisinstellingen.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  In 2012 zullen, op basis van de actieagenda’s van de topsectoren, Rijk en decentrale overheden de clusters ondersteunen. De verantwoordelijkheid van decentrale overheden ligt bij hun kerntaak op het gebied van regionaal-economisch beleid. EL&I verbindt agenda’s van regio’s met die op nationaal en Europees niveau.
  • •  Voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport maken Rijk en regio concrete afspraken over gebiedsprojecten om (ruimtelijke) knelpunten op het vlak van vestigingsklimaat op te lossen vanuit een integrale benadering.

Europese structuurfondsen

Doel en beschrijving:

De Europese Structuurfondsen hebben tot doel bij te dragen aan versterking van de economische structuur en de concurrentiekracht van clusters, onder meer door ondersteuning van innovatie en valorisatie en door samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen te stimuleren. EL&I is het coördinerend ministerie voor structuurfondsen (Europees Cohesiebeleid) en lidstaatverantwoordelijk voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Met het EFRO, publieke financiering van Rijk en decentrale overheden en private financiering, worden in Nederland in de periode 2007–2013 vier landsdelige en vier grensoverschrijdende programma’s gefinancierd.

Voorbeelden structuurfondsprojecten

Topsectoren kennen verschillende geografische concentraties die ook met de structuurfondsprogramma’s versterkt worden. Bijvoorbeeld in het programma Oost Nederland waar binnen life sciences UltraSence NMR is ondersteund: het ontwikkelen van ultragevoelige NMR-apparatuur voor het analyseren, detecteren en screenen van biomoleculen in lichaamsvloeistoffen en cellulaire assays. Deze technologie is op een groot aantal gebieden inzetbaar: vroegtijdige signalering van kanker, waterkwaliteitsanalyse of analyse van voedselopname en spijvertering of afwijkingen hiervan (obesitas). Een ander voorbeeld op het vlak van HTSM is ondersteuning van het Thermoplastic Composites Research Centre, een initiatief van Boeing, Stork, TenCate en de Universiteit Twente. Dit is gericht op het opzetten van een kenniscluster, is marktgedreven met een aanzienlijke private inbreng en komt ook ten gunste van starters en bestaande MKB-ers.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  De nadruk in 2012 verschuift van ontwikkeling naar beheer en toezicht door de voorspoedige voortgang van de programma’s. In 2012 zijn de inspanningen in het bijzonder gericht op de voorbereiding van de volgende programmeringsronde (vanaf 2014). De bijdrage aan de «Europa 2020 strategie» zal een belangrijke plaats innemen, met een scherpe focus op een beperkt aantal thema’s. In de uitwerking wordt aansluiting gezocht bij de agenda’s op nationaal, provinciaal en stedelijk niveau.

Indicator

Nieuwe samenwerkingsverbanden tussen bedrijven en kennisinstellingen en grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden in kader van Europese structuurfondsen.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Nieuwe samenwerkingsverbanden tussen bedrijven en kennisinstellingen

310

(cumulatief)

2010

67

(absoluut aantal)

469

(cumulatief)

2015

Jaarverslagen MA’s D2-programma’s

Grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden

207

(cumulatief)

2010

200

(absoluut aantal)

770 (cumulatief)

2015

Projectenlijst D3 programma’s

Toelichting

De indicator «Nieuwe samenwerkingsverbanden tussen bedrijven en kennisinstellingen» heeft betrekking op de landsdelige structuurfondsprogramma’s Noord, Oost, Zuid en West. Gemeten wordt het aantal samenwerkingsverbanden dat wordt geïnitieerd, gericht op valorisatie en kennisontwikkeling van de vier programma’s tesamen.

De grensoverschrijdende programma’s Duitsland-Nederland, Euregio Maas-Rijn, Vlaanderen-Nederland en Twee Zeeën, zijn gericht op initiatieven om over de landsgrens samen te werken. Ook hier is de indicator opgebouwd uit de resultaten van vier programma’s.

Kennis

Strategische kennisontwikkeling en verspreiding van de resultaten ervan zijn van belang voor de beleidsontwikkeling voor ruimtelijk economische structuur en clusters. Bij de uitwerking wordt een relatie gelegd met de andere twee operationele doelstellingen en andere relevante beleidsartikelen. Voor een effectieve strategische kennisfunctie is gevraagde en ongevraagde inbreng van onafhankelijke instituten op het ruimtelijk economisch domein, zoals PBL, RLI, de CPB-kennisunit ruimtelijke economie, van belang. Het budget voor het benodigde onderzoek en kennisontwikkeling is ondergebracht bij beleidsartikel 13 (Een excellentondernemingsklimaat).

Operationele doelstelling 18.2

Wederzijds versterken van ecologie en economie

Motivering

Het duurzaam verbinden van economie en natuur (in brede zin) is een van de hoofduitdagingen in het domein van natuur en regio. Zonder economie geen brood op de plank en zonder voldoende oog voor ecologie ondermijnen we een van de bronnen onder onze welvaart en veronachtzamen we ons eigen leefmilieu en vestigingsklimaat. Ook bij bedrijven groeit het besef dat een echt duurzame ontwikkeling de enige weg vooruit is die perspectief biedt op voortbestaan over 10 of 20 jaar. Steeds duidelijker wordt ook dat de grote opgaven van deze tijd, zoals voedselzekerheid, armoedebestrijding, energie, water, klimaat in ruimtelijke, economische en institutionele zin verbonden zijn met elkaar en met biodiversiteit. Juist op het snijvlak van economie en ecologie kan een dichtbevolkt en gecultiveerd land als Nederland excelleren. Ook neemt het inzicht toe dat biodiversiteit een substantiële economische betekenis heeft en dat een gezonde Nederlandse economie alleen toekomst heeft als de daarvoor benodigde mondiale grondstoffen duurzaam worden benut en beheerd. Een lijn die wordt voortgezet: regelgeving zal worden aangepast, zodat ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven of activiteiten van mensen beter kunnen worden benut en hoge administratieve lasten kunnen worden vermeden. Natuurregelgeving (Natura2000, Nb-wet, Flora en Faunawet) zal daarop worden afgestemd. Het kabinet wil minder regels en minder lasten en een multifunctioneel gebruik van natuur mogelijk maken door «natuurondernemerschap» te stimuleren.

We zoeken naar toepassing van economische mores of prikkels op het natuurbeleid en stimuleren dat natuur in de kern van de economie en in het hart van mensen komt en daarmee dus automatisch een rol speelt bij afwegingen die in het economisch en maatschappelijk proces worden gemaakt. EL&I wil zich daarbij richten op koplopers en best practices.

In het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) wordt de achteruitgang van de biodiversiteit in N2000 gebieden teruggedrongen door de stikstofbelasting te verlagen en tegelijkertijd ervoor te zorgen dat de economische ontwikkeling in deze gebieden doorgang kan blijven vinden. Maar ook in het kader van de nationale ruimtelijke opgaven die dit kabinet zich stelt in: Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Greenports, programma naar een Rijke Waddenzee en het Nationaal Deltaprogramma wordt vanuit EL&I ingezet op een duurzaam samengaan van economie en ecologie en het mogelijk maken van economische ontwikkelingen binnen de kaders van de natuurwetgeving. Van belang is ook verdere verduurzaming van bedrijfsprocessen binnen economische ketens. Het gaat hier om sectoren met een directe relatie met de natuur als kapitaal zoals de landbouw-, recreatie- en bouwsector.

Het kabinet wil de impact van Nederlandse bedrijven op internationale biodiversiteit verder terugdringen door innovaties uit te lokken, die via export kunnen bijdragen aan oplossingen elders in de wereld en tevens aan de concurrentiepositie en groei van de Nederlandse economie versterken met speciale aandacht voor de topsectoren. Daarnaast wil het kabinet de komende jaren inzetten op het creëren van markten voor de zogenoemde ecosysteemdiensten zoals CO2 opslag, waterberging, recreatie en gezondheid die de natuur momenteel vaak nog gratis ter beschikking stelt aan de maatschappij.

Tenslotte wil het kabinet in samenwerking met bedrijfsleven, NGO’s, burgers, consumenten en kennisinstellingen de versterking tussen economie en ecologie vormgeven. De rijksoverheid zal zich richten op het faciliteren van vernieuwende ontwikkelingen en initiatieven in de samenleving.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

18.2 Wederzijds versterken van ecologie en economie

91,9

125,2

193,8

191,8

99,8

21,7

21,5

               

Nationaal ruimtelijke opgaven

             

NURG/Maaswerken

5,2

0,7

3,2

8,0

9,5

9,5

9,5

Mainport Rotterdam

6,6

6,7

6,8

7,0

6,4

6,4

6,4

Waddenzee

0,0

1,5

1,0

1,0

1,0

0,0

0,0

Delta programma

0,0

0,7

0,7

0,5

0,5

0,0

0,0

Participatie beheersgebieden

4,0

2,5

3,0

7,0

0,0

0,0

0,0

Landschapsplanning

3,7

4,1

5,0

5,6

0,0

0,0

0,0

Grondgebonden Landbouw

0,0

0,0

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

Regiekosten regionale functie

0,0

0,0

2,1

1,8

1,4

1,3

1,3

               

Nationaal ruimtelijke opgaven FES

             

Westerschelde

12,1

5,1

43,7

45,0

6,0

0,0

0,0

Veenweidegebieden

19,7

24,7

27,6

30,9

31,2

0,0

0,0

Nieuwe Hollandse Waterlinie

4,0

9,7

12,8

7,1

1,8

0,0

0,0

Recreatie Haarlemmermeer

7,5

15,2

15,2

9,1

0,0

0,0

0,0

Waterkwaliteit

1,1

17,6

8,8

8,8

0,0

0,0

0,0

Synergiegelden water

16,8

18,0

16,1

12,7

0,0

0,0

0,0

               

Programmatische Aanpak Stikstof

0,0

5,1

39,5

39,5

37,4

0,0

0,0

               

Nieuwe natuurwetgeving

             

MER

0,0

2,0

2,3

2,3

2,3

0,0

0,0

               

Regelingen Natuur

0,4

0,4

0,5

0,2

0,2

0,2

0,2

               

Overig

11,0

11,2

3,9

3,6

0,3

2,5

2,4

Toelichting

  • •  Om de realisatie van internationale doelen voor biodiversiteit binnen bereik te houden is het programma Natuurlijk! Ondernemen in voorbereiding dat gericht is op het stimuleren van investeringen in natuur en biodiversiteit die tegelijkertijd bijdragen aan het vestigingsklimaat en de concurrentiepositie van Nederland. De Tweede Kamer zal nader worden geïnformeerd over de aanpak en de inzet van beschikbare middelen ten behoeve van de blijvende stelselverantwoordelijkheid.
  • •  Het budget voor onderzoek en kennisontwikkeling voor het domein natuur is ondergebracht bij begrotingsartikel 16.

Instrumenten en activiteiten

Nationale ruimtelijke opgaven

Doel en beschrijving:

Het Programma naar een Rijke Waddenzee brengt complexe processen in beweging en initieert nieuwe projecten voor natuurherstel in combinatie met een duurzaam gebruik van de Waddenzee (onder andere mosseltransitie en duurzame garnalenvisserij). Binnen het Nationaal Deltaprogramma is EL&I verantwoordelijk voor de deelprogramma's Waddengebied en Zuidwestelijke Delta. De inzet is onder andere gericht op het benutten van natuur als oplossing van vraagstukken van waterveiligheid. Daarnaast is EL&I betrokken bij de projecten Nadere Uitwerking Rivierengebied en de Maaswerken; voor de komende jaren blijft EL&I betrokken bij de Nota Ruimte projecten Mooi en Vitaal Delfland, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Veenweidegebieden en Haarlemmermeer. EL&I is voornemens deze projecten gefaseerd te decentraliseren. Voor Westerschelde is € 13 mln extra beschikbaar gesteld ten behoeve van uitvoering van fase 1 en 2 van het alternatief natuurherstel Westerschelde.

Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

Doel en beschrijving:

Het programma richt zich op het maken van bindende afspraken tussen Rijk, provincies en gemeenten om het stikstofprobleem aan te pakken op verschillende niveaus (landelijk, provinciaal en per Natura 2000-gebied) en vanuit verschillende sectoren (landbouw, industrie, verkeer en vervoer). Daarbij moet de achteruitgang van de biodiversiteit worden gestopt, dus de stikstofbelasting teruggebracht, zonder de economische ontwikkeling in gevaar te brengen.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  In het kader van de PAS worden 3 instrumenten ontwikkeld waarmee kan worden bepaald hoeveel ruimte er is rondom N2000-gebieden om vergunningen te verlenen voor nieuwe economische activiteiten.

Indicator

Percentage van N2000-gebieden (die nu vanwege te hoge stikstof depositie geen economische ontwikkelingsruimte kennen), waar economische ontwikkelingsruimte wordt gecreëerd met behulp van PAS instrumentarium.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Streefwaarde

Planning

Bron

% stikstofgevoelige N2000 gebieden waar PAS ontwikkelingsruimte creëert

0

2012

toename

2012

Aerius (PBL)

Toelichting

Met Aerius kan worden bepaald welke gebieden nu «op slot zitten», vanwege stikstofproblematiek. Deze gebieden vormen samen de populatie van gebieden (100%) waarvan het percentage wordt bepaald van gebieden die ontwikkelingsruimte krijgen via PAS. Deze indicator is nog in ontwikkeling. Verdere invulling volgt uit afspraken over de definitieve PAS in het najaar van 2011.

Nieuwe natuurwetgeving

Doel en beschrijving:

De natuurwetgeving wordt geïntegreerd, gemoderniseerd en vereenvoudigd ter voldoening aan de doelstellingen van het regeerakkoord (in 2013 in werking). Belangrijk onderdeel is het zoveel mogelijk opschonen van regelgeving, waardoor een reële vermindering van lastendruk voor ondernemers kan worden gerealiseerd. Tegelijkertijd wordt gezorgd voor een adequate implementatie van internationale verplichtingen op het vlak van natuur en wordt een bijdrage geleverd aan de totstandkoming en wijziging van internationaal rechtelijke kaders op het vlak van natuur ter realisatie van de doelstellingen van het regeerakkoord.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Indiening wetsvoorstel Tweede Kamer

Indicator

Wijziging administratieve lastennatuurwetgeving (NB-wet, flora- en faunawet) in % ten opzichte van basisjaar 2010 (€ 2,046 mln =100)

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Vermindering Administratieve lasten (in %) door vereenvoudiging natuurwetgeving

100

2010

Nvt

75

2013

Conform de systematiek van Actal

Toelichting

Administratieve lasten zijn de kosten voor het bedrijfsleven om te voldoen aan informatieverplichtingen voortvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid. De indicator geeft de administratieve lasten weer van regelgeving voor natuur, specifiek NB-wet en Flora- en Faunawet in euro’s per jaar (berekend met een standaard kostenmodel). Door de nieuwe natuurwetgeving zullen de administratieve lasten afnemen.

De reductie van administratieve lasten zal worden gerealiseerd als de wet natuur samen met de uitvoeringsregelgeving in 2013 in werking treedt. Er wordt gestreefd naar een reductie van 25% ten opzichte van het basisjaar 2010; dit komt neer op een reductie van € 511 500 in 2013.

Natuurlijk! Ondernemen

Het Programma «Natuurlijk! Ondernemen» is in voorbereiding. De Tweede Kamer zal nader worden geïnformeerd over de aanpak en de inzet van beschikbare middelen ten behoeve van dit onderdeel van de blijvende stelselverantwoordelijkheid.

Dit innovatieprogramma richt zich op het stimuleren van renderende investeringen in natuur en biodiversiteit die tegelijk bijdragen aan het vestigingsklimaat en de concurrentiepositie van Nederland. Bestaande voorbeelden laten zien dat dergelijke investeringen kunnen renderen door kostenreductie, opbrengsten uit nieuwe producten en diensten en – op wat langere termijn – sterkere concurrentiepositie. Het type investeringen is divers: van verduurzaming van bedrijfsprocessen op een wijze die het beslag op natuurlijke hulpbronnen, natuur en biodiversiteit verminderen, tot fysieke investeringen in natuur op een bedrijfsterrein om de aantrekkelijkheid voor kenniswerkers te vergroten.

In samenwerking met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en andere overheden wil het kabinet een impuls geven aan vernieuwende «dubbeldoel» initiatieven door de kansen en belemmeringen voor navolging in kaart te brengen. Het kabinet wil daarbij nauw aansluiten en voortbouwen op bestaande initiatieven en netwerken, bijvoorbeeld rondom de topsectorenagenda’s, de recente intentieverklaring tussen IUCN en VNO/NCW over bedrijfsleven en biodiversiteit, het netwerk rond het Initiatief Duurzame Handel en het Interdepartementale programma Biobased Economy of tde Nederlandse uitwerking van het VN-rapport The Economics of Ecosystems and Biodiversity (TEEB) en het Interdepartementale Programma Biobased Economy. De TEEB studie kent economische waarde toe aan biodiversiteit en laat de impact en afhankelijkheden hiervan zien voor het bedrijfsleven.

In lijn met de werkwijze bij de green deals kan de bijdrage vanuit het rijk bij het aanjagen van deze initiatieven, naast het wijzen op de generieke ondernemers- en innovatiefaciliteiten, bestaan uit:

  • •  Creëren van experimenteerruimte.
  • •  Ondersteunen en exposeren van inspirerende icoonprojecten.
  • •  Wegnemen van onnodige (wettelijke) belemmeringen.
  • •  Waar nodig stimulerende wet- en regelgeving voorstellen, bijvoorbeeld om innovaties en marktwerking voor ecosysteemdiensten mogelijk te maken.
  • •  Kennisontwikkeling en -verspreiding.

Voornaamste acties in 2012:

Daadwerkelijke start van het innovatieprogramma met een aantal activiteiten, waaronder:

  • •  Uitwerking van een green deal voor ondersteuning van icoonproject per topsector, door inzet van netwerken, kennis, procesgeld en communicatiemiddelen.
  • •  Uitwerking van een green deal voor ondersteuning van icoonprojecten in rijksprioritaire gebieden (main- en brainports) en het Deltaprogramma.
  • •  Uitvoeren van Impact Assessments voor inzicht in de afhankelijkheid van natuurlijke hulpbronnen, natuur en biodiversiteit door de topsectoren.
  • •  Kennisuitwisseling van best practices, door middel van een conferentie met gerenommeerde sprekers, ambtelijke uitwisselingsprogramma’s en gebruik van sociale netwerken.
  • •  Haalbaarheidsonderzoek naar kansen voor marktwerking voor ecosysteemdiensten in Nederland.

De activiteiten in het kader van het programma in 2012 zullen mede afhangen van de (implementatie van) de kabinetsreactie op «TEEB voor Nederland» en het advies van de Task Force Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen (eind 2011).

Indicator:

Voor operationele doelstelling 18.2 – het wederzijds versterken van ecologie en economie – zijn twee nieuwe beleidsindicatoren in ontwikkeling; de een gericht op het aantal ondersteunde icoonprojecten, de ander op het aantal groene handelsmissies. Deze indicatoren zullen worden opgenomen in de begroting 2013.

Toelichting

Het innovatieprogramma «Natuurlijk! Ondernemen» zal in 2012 worden gestart. In 2013 zal over de voortgang worden gerapporteerd.

Overige instrumenten

  • •  Met het fiscale instrumentarium zoals de faciliteiten voor groen lenen en de Natuurschoonwet (zie paragraaf fiscaal onder de algemene doelstelling) worden private investeringen in natuur en landschap gestimuleerd.
  • •  Met de inzet op het gebruik van restmateriaal van natuur en landschap (biomassa) en het concept van energielandschappen wordt bijgedragen aan de vergroening van de Nederlandse energievoorziening(green deal).
  • •  Van belang is ook het stimuleren van verdere verduurzaming van sectoren en handelsketens, onder andere van sectoren die een directe relatie of afhankelijkheid hebben van de natuur als hulpbron, zoals de landbouw-, recreatie- en bouwsector. Bedrijven kunnen hun concurrentiekracht en winstgevendheid vergroten en tegelijkertijd een positieve rol spelen bij het terugdringen van de druk op ecosystemen wereldwijd. Op die manier wordt de duurzame beschikbaarheid van hulpbronnen veiliggesteld, zonder economische, ecologische en sociale risico’s. Het Rijk kan deze verduurzaming stimuleren, onder andere door het sluiten van kringlopen.
  • •  Met de inzet van de Rijksadviseur voor het landschap worden overheden en bedrijven gefaciliteerd om in het ontwerp van gebouwen en gebieden economie en ecologie te verbinden.

Operationele doelstelling 18.3

Behouden van de inter-/nationale biodiversiteit en versterken van onze natuur

Motivering

Biodiversiteit vormt de ruggegraat van onze natuur. Maar natuur is meer. In natuur komen mens en biodiversiteit samen, om van te genieten en te ontspannen. Natuurlijke elementen zijn voor een belangrijk deel bepalend voor de identiteit van een gebied.

De biodiversiteit – de verscheidenheid aan planten, dieren en ecosystemen – staat in Nederland en mondiaal sterk onder druk. De vitaliteit en het functioneren van natuurlijke systemen worden bedreigd. En daarmee ook de basis voor vele natuurlijke hulpbronnen die noodzakelijk zijn voor onze primaire levensbehoeften (voedsel, drinkwater, brandstof) en welvaart, welzijn en economie (geneesmiddelen, papier, kleding, toerisme). Behoud van de biodiversiteit is nodig om de verscheidenheid aan leven en onze eigen toekomst te beschermen. Daartoe zijn EU – en internationale afspraken gemaakt die leidend zijn voor dit Kabinet. Het gaat daarbij ondermeer om het aanwijzen van gebieden, op land en op zee, waar natuur de belangrijkste functie is en die dienen als schatkamer van de biodiversiteit. En aanvullend daarop het nemen van maatregelen, gericht op de bescherming van kwetsbare soorten waarvoor Nederland een specifieke (internationale) verantwoordelijkheid heeft, inclusief maatregelen om invasieve soorten te weren.

Sinds 10 oktober 2010 is Nederland (EL&I) eindverantwoordelijk voor het behoud van de biodiversiteit en de versterking van de natuur in Caribisch Nederland (Bonaire, St Eustatius en Saba). De Nederlandse biodiversiteit is hiermee weliswaar enorm toegenomen met 10 000 soorten maar deze biodiversiteit is ook kwetsbaar en vraagt bescherming.

In Nederland wonen, werken en recreëren veel mensen op een klein oppervlak. De Nederlandse natuur moet daarom toegankelijk en veerkrachtig zijn, moet tegen een stootje kunnen. Ook klimatologische veranderingen vereisen een sterke en dynamische natuur. Dat vereist tevens aandacht voor milieucondities (bodem, water, lucht) waarbinnen natuur zich duurzaam en klimaatbestendig kan ontwikkelen. Het is belangrijk dat de Nederlandse natuur wordt versterkt door de nadruk te leggen op toegankelijke natuurgebieden die weinig beheer vergen, waar mensen optimaal van kunnen genieten en die geïntegreerd zijn met het omringende (agrarische) cultuurlandschap. Nederlanders moeten ervaren dat het hun natuur is.

De opgave voor biodiversiteit en natuur is groot en betreft een publiek belang waar iedereen baat bij heeft. Het vergt de gezamenlijke inzet van de bewoners, ondernemers en alle overheidslagen van Nederland en waarbij goed rekening wordt gehouden met elkaars belangen. Dat wil de overheid ook bevorderen door het stimuleren van private financiële arrangementen gericht op beheer en ontwikkeling van natuur/biodiversiteit. Tenslotte draagt ook onderzoek en communicatie bij aan de uitwerking, de wetenschappelijke onderbouwing en evaluatie en betrokkenheid bij natuur- en biodiversiteitsbeleid.

Prestatie-indicator bij operationele doelstelling

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Aantal definitief aangewezen Natura 2000 gebieden

34

2010

161

166

2013

EL&I

Aantal definitief vastgestelde EL&I- beheerplannen

0

2010

25

41

2013

EL&I

Monitoringsrapportages voor EU en internationale verdragsorganisaties

100

2010

100

100

2013

EL&I

Toelichting

  • •  Nederland heeft 166 N2000 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie in het kader van de VHR-richtlijnen. De gebieden dienen door EL&I definitief te worden aangewezen.
  • •  Voor elk N2000 gebied dient een beheerplan te worden vastgesteld. EL&I is zelf verantwoordelijk voor het vaststellen van 41 beheerplannen.
  • •  In het kader van de VHR richtlijnen en internationale biodiversiteitsverdragen dient Nederland als lidstaat/verdragspartij (inclusief Caribisch Nederland) jaarlijks of twee-jaarlijks te rapporteren. De referentiewaarde hiervoor is in ontwikkeling.
Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

18.3 Behouden van de internationale/nationale biodiversiteit en versterken van onze natuur

84,9

82,0

68,7

58,4

47,0

52,6

61,3

               

Internationale Biodiversiteit

             

Internationaal Biodiversiteitsbeleid

0,0

0,6

0,5

4,8

6,9

7,9

7,9

Programma Biodiversiteit

2,0

0,0

1,2

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Nationale Biodiversiteit

             

Invasieve soorten

0,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

Caribisch Nederland

0,0

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

Beheer Kroondomeinen

0,5

0,4

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

Burgereducatie

1,9

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

SBB, beheer buiten EHS

12,1

11,9

11,5

11,4

0,0

0,0

0,0

SBB/Publieksvoorlichting en organisatiekosten

24,6

24,7

24,8

24,6

24,6

24,6

24,6

               

Mariene Biodiversiteit

             

Kaderrichtlijn Mariene strategie/Noordzee

1,0

2,0

2,0

1,5

1,0

1,0

1,0

               

Wet- en regelgeving

             

Natura 2000

6,7

10,5

9,2

1,7

1,0

5,6

5,6

CITES + IBG

0,8

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

               

Monitoring en rapportage

             

Monitoring (Internationaal, Netwerk ecologische monitoring, monitoringssysteem Rijk en Provincies

7,0

7,6

5,7

5,9

3,9

3,9

3,9

Gegevensautoriteit Natuur

9,0

5,1

1,8

0,0

0,0

0,0

0,0

               

BTW-compensatie

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

8,6

Regelingen Natuur

9,0

7,1

5,3

3,2

1,5

1,5

1,5

Overig

10,2

7,7

1,7

0,3

3,1

3,1

3,1

Toelichting

Met het oog op de aanstaande decentralisatie van het natuurbeleid zullen een aantal huidige rijkstaken vervallen; zie hiervoor operationele doelstelling 18.4. Een deel van de middelen zal worden uitgefinancierd. De stelselverantwoordelijkheid voor het natuurbeleid blijft bij de rijksoverheid.

De verantwoordelijkheid van het rijk voor de internationale doelen voor biodiversiteit brengt onder andere een blijvende inzet op het terrein van monitoring met zich mee.

Instrumenten en activiteiten

Om de biodiversiteit te behouden en onze natuur te versterken, zetten we in op een aantal activiteiten (zoals monitoring, R&D, verduurzaming van internationale handelsketens) dat voortkomt uit Europese en internationale afspraken, zoals de aanbevelingen van de CoP10 van de Convention of Biodiversity, en de EuropeseBiodiversiteitstrategie. Dit doet het ministerie van EL&I niet alleen. De provincies spelen als gevolg van de door dit Kabinet doorgevoerde decentralisatie een belangrijke rol in de uitvoering van het natuurbeleid. Ook andere ministeries, zoals I&M, BuZa, OCW en Defensie dragen bij aan de biodiversiteitsdoelen. Het ministerie van EL&I concentreert zich op de volgende vijf clusters van instrumenten en activiteiten.

Internationale biodiversiteit

Doel en beschrijving:

Internationale afspraken zijn nodig om de nationale en internationale biodiversiteit veilig te stellen. Immers soorten houden zich niet aan landsgrenzen en Nederlandse economische activiteiten kunnen een impact hebben op de biodiversiteit elders en vice versa. Nederland is actief betrokken geweest bij de totstandkoming van verschillende internationale afspraken op het gebied van biodiversiteit, natuur en landschap. Internationale verdragen zoals het verdrag van Bern (197915) en het Biodiversiteitsverdrag (CBD, 199216), hebben ondermeer geleid tot Europese regelgeving (zie VHR/Natura2000) en EU doelstellingen. Op het gebied van wetlands neemt Nederland met zijn waterrijke gebieden in Noord-Europa een unieke positie in. In het kader het UNESCO Werelderfgoedverdrag is de Waddenzee als natuurlijk erfgoed aangewezen en wil Nederland het koraalrif bij Saba voordragen als nieuw werelderfgoed. In aanvulling is er voor Caribisch Nederland een aantal specifieke internationale verdragen van toepassing: Cartagena conventie en het protocol voor Specially Protected Areas and Wildlife (SPAW) en de Inter American Convention for the Protection and Conservation of Seaturtles.

Het Beleidsprogramma Biodiversiteit 2008–2011 wordt geëvalueerd. De Tweede Kamer wordt nader geïnformeerd over eventuele voortzetting van dit programma en de inzet van beschikbare middelen.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Actieve betrokkenheid blijft belangrijk voor een mondiaal opererend land als Nederland. Voor de bijeenkomsten in 2012 in het kader van Rio+20 bijeenkomst (Rio de Janeiro) en een Conference of Parties van Convention on Biological Diversity (CBD), zal EL&I bijdragen aan de door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gecoördineerde Nederlandse inbreng en politieke besluitvorming.
  • •  Tevens wordt met de ministeries van Buitenlandse Zaken en I&M gewerkt aan bilaterale afspraken en convenanten om de internationale houtketen verder te verduurzamen.
  • •  Verder zal worden gewerkt aan de implementatie van de 20 aanbevelingen van de COP10 van het Biodiversiteitsverdrag.

Nationale (EU) biodiversiteit (waaronder N2000, Staatsbosbeheer, soortbescherming, invasieve exoten).

Doel en beschrijving:

Het Natura 2000 beleid vormt het hart van het Europese en nationale gebiedenbeleid voor natuur. De aanwijzing van Natura 2000 gebieden is een taak van EL&I. De beheerplannen worden opgesteld onder verantwoordelijkheid van EL&I, I&M, Defensie en provincies. In het kader van de decentralisatie zal de verantwoordelijkheid voor de beheerplannen verschuiven naar de provincies. I&M en Defensie blijven zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van hun beheerplannen.

In het operationeel doel 18.2 (wederzijds versterken van ecologie en economie) wordt nader ingegaan op de mogelijkheden van economische ontwikkelingen in en om de gebieden door middel van de Programmatische Aanpak Stikstof.

Staatsbosbeheer beheert een groot aantal gebieden die onderdeel uitmaken van de EHS en Natura 2000. Tevens draagt SBB zorg voor de toegankelijkheid van die gebieden voor recreatief medegebruik en voorlichting en educatie over natuur en biodiversiteit. SBB is een zelfstandig bestuursorgaan en valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van EL&I. Het budget voor het beheer van de SBB-gebieden wordt gedecentraliseerd. Het budget voor de eigenaarslasten blijft op de rijksbegroting.

In internationaal en Europees verband wordt meer en meer aandacht gevraagd voor de tijdige signalering en bestrijding van invasieve exoten vanwege de risico’s voor biodiversiteit, economie en volksgezondheid.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  In 2012 zal vooral verder invulling worden gegeven aan de decentralisatie van het natuurbeleid en de herijkte EHS.
  • •  Ten aanzien van Natura 2000 staat het aanwijzen van gebieden en vaststellen van beheerplannen centraal.
  • •  In 2012 zullen in Europa de onderhandelingen over financiering van biodiversiteit en Natura 2000 worden gevoerd in het kader van de EU-biodiversiteitsstrategie. LIFE+ is een instrument dat door de Europese Commissie wordt ingezet; in 2012 zijn de inspanningen gericht op het vervolg van het programma na 2014.

Mariene biodiversiteit

Doel en beschrijving:

Voor twee terreinen houdt het rijk een eigen verantwoordelijkheid. Het betreft hier de verantwoordelijkheid voor de beleidskaders én uitvoering van mariene biodiversiteit en de biodiversiteit in Caribisch Nederland. De mariene biodiversiteit heeft ondermeer betrekking op soortbeschermende maatregelen in de Noordzee (de Exclusieve Economische Zone) en de implementatie van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. EL&I heeft voor Caribisch Nederland (incl EEZ) een natuurbeleidsplan opgesteld. Het beleid richt zich op bescherming van kwetsbare soorten en gebieden (koraalriffen), afspraken met landen in de regio en de balans tussen biodiversiteit, recreatief gebruik en toerisme.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  In 2012 zal de nadruk liggen op de implementatie van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Ook ecologisch onderzoek naar de neveneffecten van windenergie op zee krijgt voorrang.
  • •  Voor Caribisch Nederland ligt de nadruk op de implementatie van het natuurbeleidsplan en de bescherming van de Sababank.

Wet- en regelgeving (waaronder CITES en de nieuwe wet Natuur)

Doel en beschrijving:

  • •  Internationaal: Het CITES-verdrag reguleert de internationale handel in bedreigde soorten en draagt daarmee bij aan het behoud van de biodiversiteit en verduurzaming van de handel. Toezicht op naleving van dit verdrag vindt plaats door samenwerking van de dienstenDR, nVWA, KLPD, OM en douane. Dit is van toepassing voor zowel Nederland als Caribisch Nederland.
  • •  EU regelgeving: Internationale afspraken en verdragen voor het behoud van biodiversiteit hebben geleid tot twee belangrijke Europese richtlijnen de Vogel- en Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen zijn in de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet geïmplementeerd. In Europees verband wordt ook gewerkt aan regelgeving om de opmars van invasieve exoten een halt toe te roepen. Verder is de implementatie van de Kaderrichtlijn Water en Kaderrichtlijn Mariene Strategie van belang. De uitwerking van deze kaderrichtlijnen heeft ook een belangrijk positief effect op de mariene biodiversiteit.
  • •  Nationale natuurwetgeving: In nationale natuurwetgeving zijn Europese richtlijnen geïmplementeerd en is de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de verschillende overheidsorganen (zoals Rijk, provincies) voor natuur vastgelegd. Het streven is er op gericht om in 2012 het wetsvoorstel natuur bij de Tweede Kamer in de dienen. Hierin zal de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet zijn geïntegreerd. Voor Caribisch Nederland geldt de Wet grondslagen natuurbeheer en bescherming BES (2010. Deze wet voorziet in de implementatie van internationale verdragen en regelt de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk en de openbare lichamen Bonaire, St Eustatius en Saba.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  In het Regeerakkoord staat dat de illegale handel in exotische dieren effectiever zal worden bestreden. In het kader van CITES zal hier meer aandacht aan worden besteed.
  • •  Verder is de integratie van natuurwetgeving van belang. In 2012 is de parlementaire behandeling van de nieuwe geïntegreerde wet gepland.
  • •  Ook is het de verwachting dat in EU-verband wordt gewerkt aan nieuwe regelgeving voor invasieve exoten.

Monitoring en rapportage (waaronder het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)).

Doel en beschrijving:

Monitoring is noodzakelijk om de voortgang van de doelrealisatie te volgen en het beleid te wijzigen indien die realisatie afwijkt van de planning. De Nederlandse rijksoverheid is het aanspreekpunt voor Europese Commissie voor de monitoring en rapportage over Europese verplichtingen op het gebied van natuur en biodiversiteit. Ook in het kader van internationale verdragen (zoals de CBD) vinden rapportages plaats.

Voornaamste acties in 2012:

  • •  Als onderdeel van de decentralisatie van het natuurbeleid worden bestuurlijke afspraken voorbereid en geïmplementeerd over rapportages en monitoring. Dit zowel in het kader van EU-afspraken als het verantwoorden aan de Tweede Kamer.

Operationele doelstelling 18.4

Te decentraliseren

Motivering

Rijk en provincies spreken momenteel over een nieuw bestuursakkoord om invulling te geven aan de in het regeerakkoord voorgenomen herijking van de EHS en verdere decentralisatie van het natuurbeleid. De afronding van de thans geldende ILG bestuursovereenkomst en afrekening op basis van gerealiseerde prestaties maken daar onderdeel vanuit. Verplichtingen aangegaan na 20 oktober 2010 zijn niet van financiering verzekerd (TK, 30 825, nr. 61).

Op het ILG is in de periode tot en met 2013 een bezuiniging in het regeerakkoord opgenomen van € 600 mln. Deze is middels de Nota van Wijzigingen (TK, 32 500 XIV, nr. 10) in de begrotingsstaten van het voormalig Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verwerkt.

Om de bevoorschotting niet boven de verminderde budgettaire ruimte op de begroting te laten uitkomen, zal de wettelijke betalingstermijn van het ILG overeenkomstig artikel 8 lid 3 van de WILG met drie jaar worden verlengd. Deze aanpassing wordt reeds in 2011 geëffectueerd. In de tabel «financieel overzicht instrumentarium» zijn de voorgenomen te decentraliseren middelen per 1 januari 2012 weergegeven. In de gewijzigde WILG zal de voorgenomen bezuiniging zijn geëffectueerd.

Het gevolg van het verlengen van de betalingstermijn is dat er voldoende financiële ruimte is in de jaren tot en met 2013 voor bevoorschotting. Voor de jaren 2014–2016 betekent het dat, als gevolg van de verlenging van de betalingstermijn, er geen middelen voor lopende verplichtingen in deze jaren gereserveerd zijn. Afronding van het ILG in het nieuwe bestuursakkoord en de wetswijziging zullen er toe moeten leiden dat deze middelen niet meer nodig zijn voor bevoorschotting en dus weer beschikbaar komen.

Financieel overzicht instrumentarium

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

18.4 Te decentraliseren

500,9

596,3

279,9

249,7

184,0

150,8

141,8

               

waarvan ILG

396,5

493,2

200,2

167,0

106,8

77,7

69,1

waarvan niet ILG

104,4

103,1

79,7

82,7

77,2

73,1

72,7

Noot 14: Biodiversiteit: de verscheidenheid aan planten, dieren en ecosystemen

Noot 15: Convention on the Conservation of European Wildlife and Natural Habitats

Noot 16: Convention on Biological Diversity