Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

40 Apparaat

Apparaat van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) exclusief de baten-lastendiensten. Het omvat de verplichtingen en uitgaven voor het personeel en materieel voor het kerndepartement (Directoraten-Generaal en stafdirecties)17 en de buitendiensten18. Conform de nieuwe richtlijn Verantwoord Begroten, worden deze verplichtingen en uitgaven op het centrale apparaatsartikel gepresenteerd. Met ingang van 2013 zal een nadere uitsplitsing van de personele en materiële uitgaven worden gegeven.

Rol en Verantwoordelijkheid

De Minister van EL&I is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitgaven op dit artikel.

Tabel 1 Budgettaire gevolgen: verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Artikel 40: Apparaat (in € mln)

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen (totaal)

484

443

465

446

409

381

378

Uitgaven (totaal)

484

451

448

425

399

373

368

               

Personeel kerndepartement

245

231

259

254

237

220

216

Materieel kerndepartement

157

148

122

106

103

95

95

Personeel buitendiensten

57

52

48

45

41

40

39

Materieel buitendiensten

25

20

20

19

18

18

18

               

Ontvangsten (totaal)

28

16

16

15

15

15

15

Ontvangsten kerndepartement

22

7

9

9

9

9

9

Ontvangsten buitendiensten

6

9

7

6

6

6

6

Toelichting

Personeel en Materieel kerndepartement en buitendiensten

Personeel Kerndepartement kerndepartement en buitendiensten

Betreft alle personeelsuitgaven voor het kerndepartement en de buitendiensten. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften, onderdeel Verantwoord Begroten in een Compacte Rijksdienst, worden met ingang van de begroting 2012 ook de personele budgetten van de Directoraten-Generaal op dit apparaatsartikel opgenomen. Deze posten zijn tot op heden op de betreffende beleidsartikelen vermeld. Dit geldt ook voor de diensten NMa, CA, CPB, SodM en PIANOo van EL&I.

Materieel Kerndepartement kerndepartement en buitendiensten

Dit betreft de materiële uitgaven van de ondersteunende processen. Dit omvat onder andere huisvesting, opleidingen, communicatie, ICT en dergelijke. ICT bevat zowel de uitgaven voor projecten als structurele uitgaven (onderhoud, licenties en vervanging). Ook zijn de bijdragen aan Shared Service Organisaties aan onder andere P-direkt, de RGD en DICTU hierbij inbegrepen.

Totaal overzicht Apparaatsuitgaven en -kosten EL&I

EL&I is verantwoordelijk voor zes baten-lastendiensten: Agentschap NL, Agentschap Telecom, de Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA), Dienst Landelijk Gebied (DLG), Dienst Regelingen (DR) en Dienst ICT Uitvoering (DICTU). In lijn met de richtlijn Verantwoord Begroten van Financiën, staan in de onderstaande tabel de totale apparaatskosten (de personele- en materiële kosten) van de baten-lastendiensten weergegeven. In de betreffende baten-lastendienstparagrafen worden deze apparaatskosten, als onderdeel van de totale begrotingen van deze diensten, nader toegelicht en uitgesplitst.

De onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor EL&I weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kernministerie en de buitendiensten alsmede de apparaatskosten van de baten-lastendiensten en de ZBO’s en RWT’s19 (voor zover deze (gedeeltelijk) via de Rijksbegroting gefinancieerd worden) weergegeven.
Tabel 2 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten van EL&I-organisatie (in € mln)
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Totaal apparaat EL&I

             
               

1. Departement

             

– Kerndepartement (beleid + staf)

402

379

380

361

340

315

312

Buitendiensten:

             

– Centraal Planbureau (CPB)

15

14

13

13

12

12

12

– Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)

50

44

41

39

36

35

35

– Consumentenautoriteit (CA)

7

7

7

6

5

4

4

– Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)

6

6

6

6

5

5

5

– PIANOo (exclusief Programma)

5

2

1

1

1

1

1

2. Baten-lastendiensten

             

– Agentschap NL

275,8

263,1

243,6

227,5

200,9

190,8

190,0

– Agentschap Telecom

28,4

29,5

29,6

29,4

28,8

28,5

28,5

– nVWA

279,8

226,6

216,2

202,3

190,9

187,1

186,3

– Dienst Landelijk Gebied

127,2

119,8

106,3

93,8

83,3

77,9

77,7

– Dienst Regelingen

159,7

112,9

123,0

115,8

107,2

104,3

104,2

– DICTU

113,8

89,5

101,7

101,3

99,8

99,2

99,2

3. ZBO’s en RWT’s1
             

– Centraal Bureau voor de Statistiek

 

183,5

         

– Stichting COVA

   

2,2

       
– VSL2 incl. Verispect3

14,7

           

– Raad voor de Accreditatie

 

10,1

         

– Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA)

 

16,5

         

– Raad van Bestuur Nederlandse Mededingingsautoriteit

   

0,5

       

– TNO

   

180,4

       

– SBB (Staatsbosbeheer)

 

69,4

         

– Raad voor de Plantenrassen

0,9

           

– CTB (College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen)

9

           

– Faunafonds

   

7,9

       

– Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO)

265,0

           

Noot 1: Van de ZBO’s en RWT’s staan in deze tabel, cf richtlijn Verantwoord Begroten, waar mogelijk de totale begrote apparaatskosten/-uitgaven 2012 vermeld (ongeacht de mate waarin dit uit de Rijksbegroting wordt gefinancierd). Indien voor een organistie de vastgestelde begrotingsgegevens nog niet beschikbaar zijn, zijn de vastgestelde begrotingscijfers 2011 weergegeven. Indien die niet beschikbaar zijn, zijn de cijfers op basis van de vastgestelde jaarrekeningen 2010 weergegeven.

Noot 2: Voorheen: NMi Van Swinden Laboratorium.

Noot 3: Vastgestelde gegevens uit jaarverslag 2009. Begrotingscijfers 2012 nog niet beschikbaar.

De cijfers in bovenstaande tabel van de baten-lastendiensten en de ZBO’s en RWT’s zijn niet te consolideren met de cijfers van het moederdepartement, omdat de cijfers niet vergelijkbaar zijn (kosten versus uitgaven) en omdat de betreffende organisaties ook bijdragen van andere opdrachtgevende ministeries en derden ontvangen.

Taakstelling uit hoofde van Regeerakkoord 2012–2015

Apparaattaakstelling

De omvang van de apparaattaakstelling bedraagt voor 2012 € 44 mln en loopt op naar € 288 mln in 2015 en € 332 mln in 2018. De taakstelling bestaat uit een generieke korting van vier keer 1,5% en uit een additionele korting die zowel voormalig EZ als voormalig LNV is opgelegd voor 17%, respectievelijk 10%. Deze additionele kortingen hangen samen met de beleidsextensiveringen (met name ombuigingen natuur en de subsidies) en verschuivingen in verantwoordelijkheden (met name decentralisatie natuur- en ruimtelijk economisch beleid) op het terrein van EL&I.

Tevens is op de begrotingen van zowel voormalig EZ als voormalig LNV nog een taakstelling Versobering bedrijfsvoering Rijksdienst (uit kabinet Balkenende IV) in te vullen op de apparaatbudgetten, oplopende naar € 15 mln structureel vanaf 2015.

Tot slot dienen departementen, conform kabinetsafspraak, de kosten die gemaakt worden om de apparaattaakstelling te realiseren, zelf op te vangen door extra om te buigen op de apparaatuitgaven. De oploop van de taakstelling naar de € 288 mln in 2015 is verhoogd als gevolg van deze kosten («omstelkosten»).

Gezien de omvang van de apparaattaakstelling is de taakstelling specifiek en gericht ingevuld in lijn met het Regeerakkoord. Op basis van een aantal redeneerlijnen (zie «Invulling») is gekomen tot een specifiek invulling van de apparaattaakstelling. Omgerekend betekent dit een formatieve krimp die oploopt naar 2015 van in totaal circa 2 300 fte aan ambtelijk personeel op de directies en diensten van het Ministerie van EL&I. De uit deze redeneerlijnen voortvloeiende krimpopgave wordt budgettair taakstellend opgelegd aan directies, diensten, ZBO’s, RWT’s en productschappen.

Invulling

De taakstelling is op basis van onderstaande redeneerlijnen ingevuld:

  • •  In het Regeerakkoord wordt omgebogen op de «beleidsuitgaven voor natuur» en op «subsidies voor innovatie en ondernemerschap». Tevens vindt er «decentralisatie en taakwijziging plaats op natuur en regionaal/ruimtelijk economisch beleid naar provincies en gemeenten». Dit leidt tot kleinere beleidsdirecties (opdrachtgevers) en uitvoerende diensten (DLG, AgNL, nVWA, DR).
  • •  Een verkleining van de omvang van beleid en uitvoering (primair proces) leidt tot een verkleining van de staf (secundair proces).
  • •  Door de fusie van EZ en LNV is een besparing mogelijk op de apparaatsuitgaven van alle stafdirecties en waar mogelijk bij beleidsdirecties, door het wegnemen van dubbeling in werkzaamheden.
  • •  Door samenwerking tussen Dienst Regelingen (DR) en Agentschap NL (AgNL) kunnen besparingen gerealiseerd worden.
  • •  Een deel van de taakstelling wordt belegd bij ZBO’s, RWT’s en productschappen. Aan deze organisaties wordt een apparaattaakstelling van 16% (voorheen LNV) en 23% (voorheen EZ) opgelegd. Het betreft de grote ZBO’s, zoals CBS, OPTA, Staatsbosbeheer en een aantal kleine ZBO’s. Dit geldt ook voor RWT’s en andere organisaties die voor EL&I werkzaam zijn en daartoe vanuit EL&I bijdragen ontvangen, zoals de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) en productschappen.
  • •  Het samenvoegen van toezichthouders (onder andere NMa, CA en OPTA) en de voorgestane intensivering in samenwerking tussen Rijksinspecties (onder andere nVWA) leidt tot besparingen op de apparaatuitgaven.
  • •  Binnen de Rijksoverheid is de norm voor externe inhuur rechtstreeks verbonden met de omvang van het ministerie. Verkleining van de omvang leidt ook tot een reductie externe inhuur.
  • •  Het deel van de totale EL&I-taakstelling dat niet specifiek kan worden ingevuld, wordt ingevuld door aan alle directies en diensten EL&I een minimum taakstelling van 10% op te leggen.

Onderdeel van kabinetsprogramma Compacte Rijksdienst vormt het project 15 «Toezicht niet-financiële markten». Hieraan is een taakstelling van € 7,4 mln gekoppeld, als onderdeel van de taakstelling EL&I. Voor de overige projecten zijn bij de invulling van de taakstelling EL&I vooralsnog geen concrete besparingen ingeboekt. Er wordt echter wel vanuit gegaan dat de besparingen te zijner tijd ondersteunend zullen zijn aan de invulling van de specifieke EL&I apparaattaakstelling.

Budgettaire verwerking van de taakstelling

Op basis van hierboven toegelichte redeneerlijnen is de apparaattaakstelling EL&I ingevuld. Dit leidt tot de onderstaande verdeling en oploop van de taakstelling over DG’s, stafdirecties en diensten (beleid, staf en uitvoering) en ZBO’s, RWT’s en overige organisaties die voor EL&I werkzaam zijn en daartoe (gedeeltelijk) bijdragen ontvangen.

Tabel 3 Invulling apparaattaakstelling EL&I (in € mln)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Totaal Beleid en staf

8,9

21,2

41,9

50,7

53,2

55,7

58,4

Totaal Uitvoering

27,5

69,2

139,5

166,8

175,1

183,4

192,2

Totaal ZBO’s, RWT’s, overig

11,7

27,8

55,1

64,8

68,0

71,2

74,6

Waarvan:

             

CBS

6,7

16,0

31,7

37,3

39,1

40,9

42,9

SBB

1,5

3,5

6,9

8,1

8,5

8,9

9,3

DLO

2,9

6,8

13,5

15,9

16,7

17,5

18,3

Produktschappen

0,3

0,6

1,3

1,5

1,6

1,6

1,7

OPTA

0,1

0,3

0,7

0,8

0,8

0,9

0,9

NMi

0,2

0,4

0,8

0,9

0,9

1,0

1,0

Raad voor de Plantenrassen

0,03

0,1

0,1

0,1

0,2

0,2

0,2

College Toelating Bestrijdingsmiddelen

0,02

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Faunafonds

0,01

0,03

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Apparaat (materiële kosten)

1,0

2,5

4,9

5,8

6,1

6,4

6,7

Totaal krimptaakstelling

49,1

120,7

241,4

288,1

302,4

316,7

331,9

Opgemerkt wordt dat op termijn nog wordt bezien of er aanleiding is om voor de jaren 2016–2018 zonodig af te wijken van de nu gepresenteerde verdeling over dienstonderdelen.

De totale krimpopgave voor EL&I uit bovengenoemde tabel, strekt enerzijds tot invulling van de apparaattaakstelling uit het Regeerakkoord Rutte-Verhagen (inclusief de bij Miljoenennota 2011 opgelegde taakstelling van 1,5%) en de eerder opgelegde taakstelling Versobering bedrijfsvoering Rijksdienst en anderzijds tot dekking van de te maken omstelkosten voor het realiseren van de taakstellingen.

Tabel 4 Apparaatsuitgaven kerndepartement onderverdeeld naar beleid (in € mln)
 

2012 (P&M totaal)

Beleidsartikel(en) waarop het DG werkzaam is

1. Kerndepartement1
   

– DG ETM

18,6

11 en 14

– DG O&I

19,4

12 en 13

– DG IB

12,0

15

– DG Agro

25,4

16 en 17

– DG N&R

20,2

18

TOTAAL

95,6

 

Noot 1: Alleen voor DG Agro (€ 2,3 mln) en DG N&R (€ 0,3 mln) bestaan aparte artikelonderdelen en zijn ook de materiële kosten opgenomen. Voor de andere dg’s is dit niet het geval. Hun materiële kosten worden verantwoord op het onderdeel materieel kernministerie.

Noot 17: Betreft de Directoraten-Generaal ETM, B&I, IB, Agro en N&R en de stafdirecties DBV, AD, WJZ, FEZ, DC, BBR en AEP.

Noot 18: Betreft het CPB, de NMa, de Consumentenautoriteit, SodM en PIANOo.

Noot 19: In de tabel zijn de personele en materiële apparaatskosten van de baten-lastendiensten, ZBO’s en RWT’s vermeld. Echter deze apparaatskosten worden niet alleen door EL&I gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de betreffende baten-lastendienst paragrafen en de bijlage ZBO’s en RWT’s wordt dit nader toegelicht. Conform de begroting van OCW zijn de onderwijsinstellingen niet meegenomen (AOC’s, HAS en WU).