Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3. DE BATEN-LASTEN DIENSTEN

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

Profiel

De Dienst ICT Uitvoering (DICTU) wordt binnen het Ministerie van EL&I verantwoordelijk voor het leveren van ICT services en ondersteuning aan alle onderdelen van het ministerie. Daarnaast levert de DICTU ondersteuning aan enkele aan het ministerie aanverwante PBO’s en ZBO’s.

De missie van DICTU luidt: «De Dienst ICT Uitvoering draagt bij aan het succes van EL&I door te zorgen voor betrouwbare, gestandaardiseerde en kostenefficiënte ICT services die de bedrijfsprocessen van EL&I optimaal ondersteunen».

DICTU levert aan haar opdrachtgevers de volgende ICT services:

  • •  Applicatiebeheer en ontwikkeling;
  • •  Inrichting en beheer van werkplekken;
  • •  Beheer van de technische infrastructuur.

Bij het opstellen van de begroting 2012 en verder zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • •  Taakstelling kabinet Rutte-Verhagen: de efficiencytaakstelling DICTU is verwerkt in de begroting.
  • •  Er liggen plannen om het beheer en onderhoud van de departementsbrede ICT eind 2011 onder te brengen bij DICTU. Ook ligt er een opgave om de ICT-systemen van voormalig EZ en LNV te integreren, zoals het financieel systeem en de ICT-werkplekfaciliteiten. Dit alles heeft impact op het werkpakket DICTU. Het budgettair effect van deze ontwikkelingen kon nog niet worden meegenomen in deze begroting.

Begroting van baten en lasten

Bedragen x € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting1

2012

2013

2014

2015

2016

Baten

             

Opbrengst moederdepartement

122 372

99 276

110 920

110 485

108 985

108 385

108 385

Opbrengst overige departementen

281

812

376

376

376

376

376

Opbrengst derden

4 817

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

451

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

127 921

100 088

111 296

110 861

109 361

108 761

108 761

               

Lasten

             

Apparaatskosten

             

– Ambtelijk personeel

20 439

18 150

17 997

17 997

17 997

17 997

17 997

– Overig personeel

45 156

21 391

26 062

26 093

24 593

23 993

23 993

– Diensten derden

18 649

34 767

38 123

38 123

38 123

38 123

38 123

– Exploitatiekosten

21 611

6 341

9 940

9 474

9 474

9 474

9 474

– Kosten bijzondere dienstverlening

4 216

5 075

6 135

6 135

6 135

6 135

6 135

– Huisvesting

3 719

3 806

3 451

3 451

3 451

3 451

3 451

Rentelasten regulier

1 120

945

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

Afschrijvingskosten

             

– materieel

4 661

3 268

3 146

3 146

3 146

3 146

3 146

– immaterieel

4 607

6 162

5 442

5 442

5 442

5 442

5 442

Overige kosten

             

– dotaties voorzieningen

2 246

0

0

0

0

0

0

– bijzondere lasten

1 592

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

128 016

99 905

111 296

110 861

109 361

108 761

108 761

               

Saldo van baten en lasten

95 –

183

0

0

0

0

0

Noot 1: Conform voorschrift is hier de vastgestelde begroting 2011 opgenomen. In het najaar 2010 heeft het moederdepartement voor € 120 miljoen opdracht aan DICTU verstrekt. Dit betekent o.a. dat meer inzet van (extern) personeel nodig is. De werkelijke opdracht 2011 is de referentie voor de toelichting.

Baten

Opbrengst moederdepartement

DICTU levert ICT gerelateerde diensten aan de EL&I organisatie. Deze diensten variëren van hardware ten behoeve van de werkplek tot projectleiding voor een ontwikkelingstraject

De verdeling per productgroep wordt in onderstaande tabel weergegeven.

Bedragen (in € 1 000)
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Applicatieservices

54 497

53 274

57 235

56 800

55 300

54 700

54 700

Werkplekservices

21 793

19 191

21 792

21 792

21 792

21 792

21 792

Infra

24 696

17 142

20 946

20 946

20 946

20 946

20 946

Bijzondere dienstverlening

26 935

10 481

11 323

11 323

11 323

11 323

11 323

TOTAAL

127 921

100 088

111 296

110 861

109 361

108 761

108 761

Opbrengsten worden gegenereerd door de producten en/of uren die DICTU levert te vermenigvuldigen met de vigerende tarieven of worden op basis van fixed price afgegeven. In de paragraaf prestaties zijn de begrote aantallen producten en/of uren vermeld. Naast opbrengsten voor standaard dienstverlening biedt DICTU ook specifieke diensten aan onder de noemer «Bijzondere dienstverlening». Dit betreft onder andere specifieke inhuur of hardware.

De taakstelling kabinet Rutte-Verhagen heeft zijn weerslag in afname van de omzet applicatieservices in de jaren vanaf 2012–2015.

Lasten

Ambtelijk Personeel en Overig personeel

DICTU zal op haar weg naar een regie-organisatie, een steeds groter deel van haar dienstverlening outsourcen. Door dit alles zal het personeelsbestand van DICTU verder gaan krimpen. Gezien het omvangrijke aandeel van het extern personeel in het huidige personeelsbestand zal deze krimp met name worden gerealiseerd door gericht te sturen op uitstroom van extern personeel.

Ambtelijk Personeel en Overig personeel
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Gem. loonsom (x € 1 000)

73

76

80

80

80

80

80

Interne fte (gemiddeld)

284

239

225

225

225

225

225

Gem. loonsom (x € 1 000)

155

132

144

144

144

144

144

Extern fte (gemiddeld)

292

162

184

181

170

166

166

De taakstelling kabinet Rutte-Verhagen heeft zijn weerslag in de afbouw van het aantal externe FTE’s in de jaren 2012–2015.

Exploitatiekosten

De post exploitatiekosten bestaat voornamelijk uit onderhoudscontracten ten behoeve van infrabeheercomponenten. Er heeft een herschikking plaatsgevonden van zowel overig personeel als exploitatiekosten naar diensten derden.

Huisvestingskosten

De huisvestingskosten van DICTU bestaan uit:

  • •  huurkosten hoofdkantoor Den Haag;
  • •  huurkosten rekencentrum Assen.

Rentelasten

De rentelasten hebben betrekking op de financiering van de vaste activa door middel van leningen en de financiering van het werkkapitaal door middel van de rekening courant.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten worden begroot op € 8,6 mln, onderverdeeld in € 5,4 mln voor immateriële vaste activa en € 3,2 mln voor materiële vaste activa. De afschrijvingen vinden lineair plaats en zijn gebaseerd op de historische aanschafwaarde. Afschrijvingstermijnen variëren tussen de 4 en 5 jaar afhankelijk van de activa categorie.

Kasstroomoverzicht

Bedragen in € 1 000
   

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

1.

Rekening-courant RHB op 1 januari

4 863

1 119

0

0

0

0

0

2a.

Saldo van baten en lasten

– 95

183

0

0

0

0

0

2b.

Gecorrigeerd voor afschrijvingen

9 268

9 430

8 588

8 588

8 588

8 588

8 588

2c.

Bijzondere waardeverminderingen

1 592

3 000

         

2d.

Gecorrigeerd voor mutaties in het werkkapitaal

– 3 180

– 4 069

         

2.

Totaal operationele kasstroom

7 585

8 544

8 588

8 588

8 588

8 588

8 588

3a.

Totaal investeringen (-/-)

– 10 304

– 10 000

– 8 588

– 8 588

– 8 588

– 8 588

– 8 588

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investerings-kasstroom

– 10 304

– 10 000

– 8 588

– 8 588

– 8 588

– 8 588

– 8 588

4a.

Uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

0

0

0

0

4b.

Storting door moederdepartement (+)

0

0

0

0

0

0

0

4c.

Aflossing op leningen (-/-)

– 10 455

– 9 663

– 8 588

– 8 588

– 8 588

– 8 588

– 8 588

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

9 430

10 000

8 588

8 588

8 588

8 588

8 588

4.

Totaal financierings-kasstroom

– 1 025

337

0

0

0

0

0

                 

5.

Rekening-courant RHB op 31 december

1 119

0

0

0

0

0

0

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen.

Investeringskasstroom

De voor 2012 geraamde investeringen (€ 8,6 mln) hebben voornamelijk betrekking op verbetering en onderhoud van de departementsbrede infrasystemen.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom is geraamd op 0. De aflossingen op de leningen zijn gelijk aan de nieuwe leningen als ook het afschrijvingsniveau.

Overzicht Prestatie- en kwaliteitsindicatoren

Prestatie-indicatoren

Omschrijving

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Generieke deel

             

1. Kostprijzen per product (groep)

             

a. Basistarief werkplek

(gemiddeld per stuk x €)

2 225

2 200

2 337

2 337

2 337

2 337

2 337

b. Aantal werkplekken 1)

9 500

9 000

9 325

9 325

9 325

9 325

9 325

c. Infrastructuur (x € 1 000)

23 844

17 142

20 884

20 418

20 418

20 418

20 418

d. Productieve uren applicatiebeheer en ontw.

n b

254 000

190 500

180 500

165 000

158 000

158 000

d. Totaal Productieve uren

54 000

n b

654 000

644 000

630 000

623 000

623 000

2. Tarieven/uur

             

a. Senior medewerker (Ontwikkeling)

132

133

133

133

133

133

133

b. Medior medew. (bouw)

107

108

108

108

108

108

108

c. Junior medew. (Test en Beheer)

97

98

98

98

98

98

98

3. Omzet per prod.groep (pxq)

             

A. Werkplekservices

21 793

19 191

21 792

21 792

21 792

21 792

21 792

B. Infrastructuur

23 844

17 142

20 884

20 418

20 418

20 418

20 418

C. Applicatieservices incl. outsourcing

17 396

20 255

21 680

21 680

21 680

21 680

21 680

D. Ontwikkeling incl. detachering

36 423

33 019

35 555

35 120

33 620

33 020

33 020

E. Overige omzet incl. directe doorbelastingen en vanaf 2010 incl. WPO Migratie. 2)

27 613

10 481

11 323

11 323

11 323

11 323

11 323

Totaal

127 921

100 088

111 296

110 861

109 361

108 761

108 761

4. gem. bezetting FTE-totaal (excl. externe inhuur) 3)

284

239

225

225

225

225

225

5. Saldo baten en lasten (%)

-/- 0,1 %

0,02 %

0,0 %

0,0 %

0,0 %

0,0 %

0,0 %

Toelichting

  • 1)  De stijging in 2012 komt voort uit een veranderde definitie; van fysieke locaties naar aantal accounts.
  • 2)  De overige omzet loopt in 2012 sterk terug, doordat in 2011 nog sprake is van een incidentele bijdrage vanuit het moederdepartement ten behoeve van de outsourcing kantoorautomatisering oud LNV-diensten.
  • 3)  De taakstelling kabinet Rutte-Verhagen gaat DICTU realiseren door minder gebruik te maken van externe inhuur.

Kwaliteitsindicatoren

In onderstaande tabel is het overzicht van de kwaliteitsindicatoren opgenomen.

Omschrijving

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

6. Kwaliteitsindicatoren

             

A. Beschikbaarheid

   

98%

98%

98%

98%

98%

B. Betrouwbaarheid

   

85%

85%

85%

85%

85%

Toelichting

Beschikbaarheid

Bij de opdrachtverlening zijn met de verschillende opdrachtgevers van DICTU afspraken gemaakt over het beschikbaarheidsniveau. Het beschikbaarheidspercentage is het percentage van de tijd dat een applicatie voor de klant benaderbaar is.

Betrouwbaarheid

Het streven is dat 85% van de meldingen door de gebruikers binnen de geldende normtijden worden opgelost. Hoewel 100% afhandeling binnen de normtijd het ideaal is, blijkt dit in praktijk niet haalbaar. Wel gaat DICTU de komende jaren werken aan het verder verbeteren van de betrouwbaarheid (>85%).

Dienst Regelingen (DR)

Profiel

Dienst Regelingen (DR) is uitvoerder van met name landbouw- en natuurregelingen. Het moederdepartement EL&I is de belangrijkste opdrachtgever van DR. Daarnaast streeft DR er actief naar om met haar expertise op het gebied van de uitvoering van «Europese regelingen» en als facilitair bedrijf bij crises, ook andere (overheids)opdrachten te verwerven. DR wil daarbij partner zijn voor opdrachtgevers vanuit een transparante en zakelijke verhouding. De opdrachten van DR betreffen met name:

  • •  De uitvoering van EU-regelingen, verordeningen en verplichtingen;
  • •  Identificatie en Registratie van dieren, percelen en bedrijven;
  • •  Vergunningen en ontheffingen;
  • •  Subsidieregelingen en financieringsregelingen;
  • •  Het plattelandsontwikkelingsbeleid;
  • •  Het mestbeleid;
  • •  De crisisbestrijding.

Enerzijds gaat het om het uitvoeren van subsidieregelingen (bijvoorbeeld de Bedrijfstoeslagregeling), waarbij de subsidieverkrijger «direct voordeel» heeft bij de uitvoering. Anderzijds betreft het de uitvoering van «regulerende regelingen» (bijvoorbeeld in het mestbeleid, dat gericht is op het bereiken van milieudoelstellingen). Doelgroepen zijn met name agrarische ondernemers, maar ook natuurbeschermingsorganisaties.

Begroting van baten en lasten

Bedragen in € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting1

2012

2013

2014

2015

2016

Baten

             

Opbrengst moederdepartement

160 111

107 690

111 771

106 382

96 309

94 401

94 356

Opbrengst overige departementen

2 307

5 300

3 798

3 623

3 329

3 224

3 224

Opbrengst derden

17 088

16 000

19 882

19 882

19 882

19 882

19 882

Rentebaten

40

200

50

50

50

50

50

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

179 546

129 190

135 501

129 937

119 570

117 557

117 512

               

Lasten

             

Apparaatskosten

             

– personele kosten

95 291

65 803

65 449

59 838

53 075

50 792

50 715

– materiële kosten

64 364

47 087

57 535

55 947

54 079

53 521

53 502

Rentelasten

1 669

1 000

562

491

490

466

285

Afschrijvingskosten

             

– materieel

415

600

492

602

626

528

510

– immaterieel

16 994

14 700

11 463

13 059

11 300

12 250

12 500

Overige kosten

             

– dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

– bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

178 733

129 190

135 501

129 937

119 570

117 557

117 512

               

Saldo van baten en lasten

813

0

0

0

0

0

0

Noot 1: Conform voorschrift is hier de vastgestelde begroting 2011 opgenomen. In het najaar 2010 is door het moederdepartement voor € 140 mln opdracht verleend aan Dienst Regelingen. De bijdrage-artikelen Dienst Regelingen zijn in de loop van 2011 in overeenstemming gebracht met de verleende opdracht.

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement is gebaseerd op het beschikbaar budget voor de uitvoering. De feitelijke bijdrage zal afhangen van de opdracht die EL&I in het najaar 2011 verstrekt aan DR.

De drie grootste clusters van regelingen die DR in opdracht van het moederdepartement uitvoert zijn het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), het Nieuw Mestbeleid (NMB) en het Programma Beheer. In de paragraaf over de doelmatigheid DR worden de uitvoeringskosten hiervan nader toegelicht.

Opbrengst overige departementen

De opbrengst overige departementen heeft betrekking op de uitvoering van regelingen in opdracht van onder meer de ministeries van BZK en SZW.

Opbrengst derden

De opbrengst derden betreft de heffingen, leges, registratievergoedingen en andere bijdragen voor uitvoeringskosten van DR alsmede de opdrachten die worden uitgevoerd voor lagere overheden.

Bedragen in € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Leges I&R

7 532

7 120

7 300

7 054

7 981

7 551

7 551

Overige opbrengsten

9 556

8 880

12 582

12 828

11 901

12 331

12 331

Totaal Opbrengst derden

17 088

16 000

19 882

19 882

19 882

19 882

19 882

Rentebaten

Gelet op de huidige en verwachte rentepercentages voor deposito’s en de beperkte overtollige liquiditeiten zullen de rentebaten beperkt blijven tot € 50 000.

Lasten

Personele kosten

Bij de berekening van de personele kosten 2012 is uitgegaan van 986 fte aan ambtelijk personeel en een beperkte flexibele schil (uitzendkrachten). De mate waarin DR een beroep doet op uitzendkrachten is afhankelijk van opdracht die DR jaarlijks verstrekt krijgt.

De gemiddelde loonkosten per fte bedragen voor 2012 € 62 170 voor ambtelijk personeel en € 72 470 voor niet-ambtelijk personeel (uitzendkrachten).

Materiële kosten

Belangrijkste kostenposten binnen de post materiële kosten zijn kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van regelingen 25%), huisvesting 15%) en automatisering 50%). De post automatisering betreft het beheer en onderhoud aan bestaande ICT en werkplekkosten.

Rentelasten

De rentelasten, ad € 0,6 mln, vloeien voort uit het beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën voor de financiering van investeringen in vaste activa.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten worden begroot op € 12 mln, onderverdeeld in € 11,5 mln voor immateriële vaste activa en € 0,5 mln voor materiële vaste activa. Verbouwingen, kantoorinventaris, (kantoor)machines en installaties vallen onder de materiële vaste activa. De immateriële vaste activa betreffen met name de ICT-systemen die voor de uitvoering van regelingen benodigd zijn.

De afschrijvingen vinden lineair plaats en zijn gebaseerd op de historische aanschafwaarde.

Voor de toekomstige afschrijvingskosten is aangesloten op de investeringen zoals deze bij de aanvraag leenfaciliteit is aangegeven.

Kasstroomoverzicht

Bedragen in € 1 000
   

2010 slotwet

2011

2012

2013

2014

2015

2016

1.

Rekening-courant RHB op 1 januari + stand depositorekeningen

23 181

15 726

16 712

14 682

16 375

17 871

16 094

                 

2.

Totaal operationele kasstroom

25 044

15 300

11 955

13 661

11 926

12 778

12 829

                 

3a.

Totaal investeringen (-/-)

– 17 581

– 6 500

– 12 500

– 11 500

– 9 500

– 7 500

– 7 500

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

2 743

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 14 838

– 6 500

– 12 500

– 11 500

– 9 500

– 7 500

– 7 500

                 

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

0

0

0

0

4b.

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

0

0

0

0

4c.

Aflossingen op leningen (-/-)

– 17 661

– 14 314

– 9 985

– 8 968

– 5 930

– 7 055

– 5 484

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

6 500

8 500

8 500

5 000

0

0

4e.

Eenmalige uitkering aan vergunninghouders (-/-)

0

           

4.

Totaal financieringskasstroom

– 17 661

– 7 814

– 1 485

– 468

– 930

– 7 055

– 5 484

                 

5.

Rekening-courant RHB op 31 december + stand depositorekeningen

15 726

16 712

14 682

16 375

17 871

16 094

15 939

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal. Er is in dit kasstroomoverzicht rekening gehouden met een meerjarig sluitende begroting.

Investeringskasstroom

De investeringen voor 2012 betreffen voor € 12 mln investeringen in ICT-systemen en voor € 0,5 mln aan investeringen in installaties/inventaris. De verwachting is dat de investeringen de komende jaren zullen dalen. In het kasstroomoverzicht zijn geen desinvesteringen tegen boekwaarde begroot.

Financieringskasstroom

In 2012 is er sprake van een negatieve financieringskasstroom. Er wordt circa € 1,5 mln meer afgelost aan leningen dan er wordt opgenomen ter financiering van investeringen. Gelet op de liquiditeitontwikkeling kan het beroep op de leenfaciliteit beperkt blijven. In de actuele raming ligt deze zelfs onder het eerder aangevraagde leenplafond. De rekening-courantstand ultimo jaar zal zich de komende jaren rond de stand 31 december 2011 bevinden.

Doelmatigheid Dienst Regelingen

 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Tarieven1
             

Index in reële termen ten opzichte van 2011 (2011 = 100)

97

100

101

101

101

101

101

Omzet per productgroep (x € mln)2
             

GLB

46

48

38

36

35

34

34

Programmabeheer/SNL

30

30

32

24

23

21

21

Nieuw Mestbeleid

17

20

17

16

18

18

18

Omzet Europese: Nationale regelingen

 

75:25

75:25

75:25

75:25

75:25

75:25

Omzet subsidieregelingen: Overige regelingen

 

70:30

70:30

70:30

70:30

70:30

70:30

FTE

             
Aantal FTE (excl. externe inhuur)3

1 064

1 115

986

960

945

935

935

Verhouding direct/indirect (in fte)

83:17

84:16

84:16

85:15

85:15

85:15

85:15

Personeelskosten per fte (€)

 

59 016

62 170

62 170

62 170

62 170

62 170

Saldo van baten en lasten

             

Saldo van baten en lasten als % van de totale baten

0,5%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Productiviteit4
             

Declarabele/productieve uren

76,8%

78%

78%

78%

78%

78%

78%

Kwaliteit

             
Gegrond verklaarde bezwaarschriften (aantal en in %)5

1 979 (22%)

2 500 (25%)

2 000 (25%)

2 000 (25%)

2 000 (25%)

2 000 (25%)

2 000 (25%)

Aantal klachten

46

< 50

< 50

< 50

< 50

< 50

< 50

Klanttevredenheid begunstigden DR6

6,8

7

7

7

7

7

7

Doorlooptijd van de aanvraag DR7

n.g.

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Betaaltermijn8

79%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Aandeel digitaal verwerkte aanvragen9

85%

80%

90%

90%

90%

90%

90%

Betaalschema BTR (voor 31 dec.)10

43%

80%

80%

85%

85%

85%

85%

Noot 1: De tariefontwikkeling wordt weergegeven met behulp van een indexcijfer. Het jaar 2011 wordt daarbij op 100 gesteld, de cijfers voor de overige jaren geven de reële ontwikkeling van het tarief weer ten opzichte van het basisjaar 2011. De reële tariefontwikkeling is de absolute tariefontwikkeling, gecorrigeerd voor autonome loon- en prijsontwikkeling (o.b.v. CPB-indexcijfers voor prijs (IMOC) en loonvoet sector overheid).

Noot 2: In het meerjarige beeld is nog geen rekening gehouden met de wijzigingen in het GLB per 2013.De hogere uitvoeringskosten in 2012 voor Programma Beheer/SNL zijn een gevolg van de omvorming van Programmabeheer tot het nieuwe Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL).

Noot 3: De ontwikkeling van het aantal ambtelijke fte is sterk afhankelijk van de ontwikkeling in het opdrachtenpakket DR. Dit betreft een eerst raming.

Noot 4: Dit betreft de verhouding tussen declarabele uren en beschikbare bruto productieve uren. Hoe hoger de facturabiliteit van de uren, hoe gunstiger dit is voor het tarief.

Noot 5: Deze indicator betreft de gegrond verklaarde bezwaarschriften afgezet tegen het totaal aantal bezwaarschriften.

Noot 6: DR hecht veel waarde aan de tevredenheid van de doelgroep. Deze indicator is het resultaat van een klanttevredenheidsonderzoek dat 1x per 2 jaar wordt gehouden.

Noot 7: Onder doorlooptijd wordt de vastgestelde (wettelijke) termijn verstaan tussen het indienen van een aanvraag en ontvangen van een beschikking.

Noot 8: Dit betreft het percentage betalingen dat binnen de 30-dagen termijn wordt gedaan. De 90%-streefwaarde DR sluit aan bij de kabinetsdoelstelling «sneller betalen».

Noot 9: DR wil de dienstverlening naar de doelgroep optimaliseren door zoveel mogelijk informatie digitaal uit te wisselen. Dit zorgt voor lagere administratieve lasten en minder fouten. De indicator heeft betrekking op de aanvragen die binnen GDI worden ingewonnen.

Noot 10: Uitbetaling van de BTR vindt plaats binnen de vastgestelde EU-regelgeving. Betaling van de BTR vindt uiterlijk 1 juni van het opvolgende jaar plaats. Deze indicator geeft het uitbetalingspercentage weer op 31 december van het begrotingsjaar.

Dienst Landelijk Gebied (DLG)

Profiel

Dienst Landelijk Gebied (DLG) werkt vandaag aan het landschap van morgen. Dienst Landelijk Gebied is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en draagt bij aan het realiseren van samenhang en ontwikkeling in het landelijk gebied. DLG zet zich samen met bewoners, overheden en belanghebbenden in voor een mooi en duurzaam ingericht Nederland. Met waardevolle natuur, ruimte voor water en gezonde landbouw. Dat gebeurt in projecten voor bestuurlijke opdrachtgevers van alle overheden: provincies, Rijk, waterschappen en gemeenten.

Begroting van baten en lasten

Bedragen in € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Baten

             

Opbrengst moederdepartement

110 252

94 977

85 900

69 400

56 300

50 000

50 000

Opbrengst overige departementen

7 515

5 806

5 791

7 737

8 484

8 710

8 653

Opbrengst derden

18 433

25 532

14 205

18 978

20 811

21 364

21 225

Rentebaten

0

50

50

50

50

50

50

Vrijval uit voorzieningen

165

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

136 365

126 365

105 946

96 165

85 646

80 123

79 928

               

Lasten

             

Apparaatskosten

             

* personeel

87 501

82 663

73 232

61 671

54 900

51 500

51 500

* materieel

39 738

37 152

33 094

32 084

28 446

26 403

26 228

Rentelasten

541

500

420

260

200

170

150

Afschrijvingskosten

             

* materieel

1 353

1 650

1 200

1 150

1 100

1 050

1 050

* immaterieel

8 867

4 300

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

Overige lasten

             

* dotaties aan voorzieningen

1 460

100

0

0

0

0

0

* bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

139 460

126 365

108 946

96 165

85 646

80 123

79 928

               

Saldo van baten en lasten

– 3 095

0

– 3 000

0

0

0

0

Toelichting

De opbrengsten nemen in 2012 met € 18 mln af. Het negatieve saldo in 2012 is het gevolg van de orderportefeuille die sneller afneemt, dan DLG de kosten kan verlagen.

Baten

De opbrengsten van het moederdepartement zijn gebaseerd op de door EL&I gestelde kaders die voor DLG – na invulling van de taakstelling van het kabinet Rutte-Verhagen – resteren.

De begrote opbrengsten overige departementen bestaat uit een bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De bijdrage derden betreffen met name bijdragen provincies, gemeenten en waterschappen en ZBO’s. De opbrengsten zijn gebaseerd op de prognose van uren die DLG de komende jaren verwacht te kunnen maken voor overige departementen en derden.

Rentebaten

DLG ontvangt rente op het saldo rekening-courant gelijk aan de Euribor minus 1%. Momenteel schommelt de stand van de Euribor nog steeds om en rond de 1%. DLG verwacht € 50 000 aan rentebaten te realiseren.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten voor 2012 zijn gebaseerd op een gemiddelde bezetting van 1 120 FTE. De gemiddelde loonsom per FTE bedraagt € 68 000. In de begroting is uitgegaan van een loonstijging van 0%.

DLG heeft de afgelopen jaren de kosten op externe inhuur fors weten te verlagen. Voor 2012 wordt uitgegaan van € 0,5 mln aan kosten ten behoeve van inhuur. De inhuur bedraagt 1% van de totale begrote salariskosten.

Materiële kosten

De materiële kosten nemen ten opzichte van de begroting van 2011 af als gevolg van de afstoot van huisvesting en lagere fte gerelateerde kosten, waaronder bureaukosten, werkplekken (ICT) en opleidingskosten. De materiële kosten bestaan voor ruim € 14 mln uit huisvestingskosten en huisvestingsgerelateerde kosten, zoals servicekosten en beveiliging. Andere grote posten betreffen de kosten voor het beheer van ICT en het personeelservice center van € 9 mln en personeelsgerelateerde kosten als reiskosten (€ 4 mln) en kantoor- en opleidingskosten (€ 4 mln).

Rentelasten

De rentelasten zijn gebaseerd op de uitstaande en nog af te roepen leningen ter financiering van investeringen in materiële en immateriële vaste activa. DLG heeft de afgelopen jaren de investeringen teruggebracht waardoor minder leningen nodig zijn en de rentelasten vanaf 2012 afnemen.

Afschrijvingskosten

De investeringen in inventaris en verbouwingen nemen af waardoor ook de afschrijvingskosten op materiële vaste activa afnemen tot € 1,1 mln per jaar.

De afgelopen jaren zijn een aantal afwaarderingen op de immateriële vaste activa doorgevoerd waardoor de afschrijvingskosten neerwaarts kunnen worden bijgesteld naar € 1 mln per jaar.

De (im)materiële vaste activa worden als volgt afgeschreven:

  • •  Computer software 4 jaar;
  • •  Overige immateriële vaste activa 4 jaar;
  • •  Installaties en verbouwingen 10 jaar;
  • •  Inventaris 7 jaar;
  • •  Vervoermiddelen 5 jaar;
  • •  Overige materiële vaste activa 3 jaar.

Kasstroomoverzicht

Bedragen in € 1 000
   

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

1.

Rekening-courant RHB 1 januari

3 320

5 392

10 299

10 383

11 794

13 377

14 969

2.

Totaal operationele kasstroom

9 783

5 950

2 200

2 150

2 100

2 050

2 050

3a.

Totaal investeringen (-/-)

– 3 197

– 9 010

– 2 315

– 2 315

– 2 315

– 2 315

– 2 315

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

4 255

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

1 059

– 9 010

– 2 315

– 2 315

– 2 315

– 2 315

– 2 315

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

0

0

0

0

4b.

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

0

0

0

0

4c.

Aflossingen op leningen (-/-)

– 5 648

– 4 938

– 2 116

– 739

– 517

– 459

– 391

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

840

9 010

2 315

2 315

2 315

2 315

2 315

4.

Totaal financieringskasstroom

– 4 808

4 072

199

1 576

1 798

1 856

1 924

5.

Rekening-courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

8 824

6 404

10 383

11 794

13 377

14 969

16 628

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

Vanaf 2012 nemen de investeringen in zowel materiële als immateriële vaste activa af. De komende jaren investeert DLG hoofdzakelijk nog in de vervanging en verbetering van bestaande bedrijfssystemen, kantoorlocaties en vervoersmiddelen.

Financieringskasstroom

De aflossing op de leenfaciliteit neemt als gevolg van de lagere investeringen snel af. Het beroep op de leenfaciliteit is gelijk gesteld aan de investeringsbegroting en conform het toegestane leenplafond.

Doelmatigheid

Omschrijving

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Tarieven

             

Index in reële termen t.o.v. 2011 (2011 = 100)

99

100

100

99

99

99

99

Omzet per produktgroep (€ x mln)

             

Verwerving en vervreemding grond

21

22

16

15

13

12

12

Exploitatie grond

2

2

1

1

1

1

1

Plan vorming

22

22

18

16

14

13

13

Plan uitvoering

4

38

36

32

29

27

27

Adviezen aanvragen

4

6

3

3

3

2

2

Uitvoeren subsidie regelingen

11

9

9

8

7

7

7

Adviezen algemeen en beleid

26

23

21

19

17

16

16

Informatieverstrekking

1

1

1

1

1

1

1

Totaal

129

122

106

96

86

80

80

FTE

             

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

1 278

1 162

1 115

945

795

745

745

Personeelskosten per fte

66 000

68 000

68 000

68 000

68 000

68 000

Verhouding direct/ indirect (excl. externe inhuur)

69,5/30,5

70,5/29,5

71,5/28,5

72,5/27,5

73,5/26,5

73,5/26,5

Saldo van baten en lasten

             

Saldo van baten en lasten (% van totale baten)

– 2,3%

0%

– 3%

0%

0%

0%

0%

Kwaliteit

             

Klanttevredenheid

7,3

7,3

7,3

7,3

7,3

7,3

Toelichting

  • •  Tarieven: de referentie voor de index is het uurtarief 2011 (€ 107,80). De reële tariefontwikkeling is de absolute tariefontwikkeling, gecorrigeerd voor autonome loon- en prijsontwikkeling (op basis van CPB-indexcijfers voor prijs (IMOC) en loonvoet sector overheid).
  • •  Omzet per productgroep: De omzet per productgroep is de omzet (excl. additionele opbrengsten) toegerekend naar het aandeel facturabele uren per product.
  • •  FTE-totaal (excl. externe inhuur): Geeft het aantal fte weer dat DLG ultimo boekjaar (t) in dienst heeft.
  • •  Personeelskosten per fte: De salariskosten per fte;
  • •  Verhouding direct/indirect (excl. Externe inhuur): Dit geeft de verhouding aan tussen facturabele en niet facturabele uren per fte (overhead) bij DLG.
  • •  Saldo van baten en lasten (%): Geeft de verhouding (in %) weer van de totale lasten gedeeld door de totale baten per boekjaar (t).
  • •  Klanttevredenheid: De klanttevredenheid wordt eenmaal per twee jaar door een onafhankelijk bureau gemeten onder opdrachtgevers en stakeholders van DLG. DLG heeft in 2010 het cijfer 6,9 gekregen van de stakeholders. Voor 2012 streeft het naar een 7,3.

DLG werkt aan de ontwikkeling van een tweede kwaliteitsindicator. In de begroting van 2013 wordt deze indicator opgenomen.

Agentschap NL

Profiel

De missie van Agentschap NL (AgNL) is het excellent uitvoeren van internationaal, innovatie- en duurzaamheidsbeleid. Bij het uitvoeren van de missie gaat Agentschap NL uit van de kernwaarden: betrokken, betrouwbaar en ambitieus. Als het gaat om duurzaamheid, innovatie, internationaal ondernemen en samenwerken is AgNL hét aanspreekpunt voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Zij kunnen bij AgNL terecht voor informatie en advies, maar ook voor financiering, netwerken en uitvoering van wet- en regelgeving.

In deze begroting van AgNL is rekening gehouden met de opgelegde taakstellingen uit het Regeerakkoord. In 2012 zal daarnaast verdere invulling worden gegeven aan de samenwerking met Dienst Regelingen.

Begroting van baten en lasten

Bedragen in € 1 000
 

2010

slotwet1

2011

begroting2

2012

2013

2014

2015

2016

Baten

             

Opbrengst moederdepartement

179 864

176 343

173 084

161 214

141 088

133 858

133 958

Opbrengst overige departementen

93 404

84 354

66 415

62 195

55 635

52 715

51 875

Opbrengst derden

7 481

6 900

7 090

7 160

7 290

7 360

7 360

Rentebaten

Vrijval uit voorzieningen

0

61

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

500

0

0

0

0

0

Totaal baten

280 810

268 097

246 589

230 569

204 013

193 933

193 193

               

Lasten

             

Apparaatskosten

             

– personele kosten

195 116

180 390

163 160

150 270

129 050

121 050

120 400

– materiële kosten

80 725

82 697

80 469

77 259

71 823

69 743

69 643

Rentelasten

21

160

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

             

– materieel

3 412

4 800

2 960

3 030

3 130

3 130

3 130

– immaterieel

872

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

             

– dotaties voorzieningen

2 259

0

0

0

0

0

0

– bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

282 405

268 047

246 589

230 559

204 003

193 923

193 173

               

Saldo van baten en lasten

– 1 595

50

0

10

10

10

20

Noot 1: EZ-Jaarverslag 2010. Cijfers geven derhalve de situatie weer vóór de departementale beleidsherverkavelingen.

Noot 2: Oorspronkelijke vastgestelde EZ-begroting 2011. Cijfers geven derhalve de situatie weer van vóór de departementale beleidsherverkavelingen.

Toelichting

Algemeen

De totale baten in 2012 dalen met € 21,5 mln ten opzichte van de begroting van 2011 tot € 246,6 mln als gevolg van de taakstelling zoals die aan AgNL is opgelegd.

Baten

Daling van het opdrachtenpakket en taakstelling

Het opdrachtenvolume van AgNL neemt in 2012 af met € 22,5 mln ten opzichte van de vastgestelde begroting voor 2011. Dit wordt volledig veroorzaakt door de invulling van de Rijksbrede taakstellingen voor AgNL. Deze taakstellingen zijn tevens verwerkt in het opdrachtenvolume voor de jaren 2013 tot en met 2015. Hierbij is uitgegaan van het binnen EL&I voorgestelde krimpritme en prijseffecten. Voor 2016 is rekening gehouden met een ongeveer gelijkblijvende omzet als in 2015.

Opbrengst moederdepartement

Het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft een aandeel in de omzet voor 2012 van 70%.

Opbrengst overige departementen

Bedragen in € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

OCW

2 173

1 849

1 189

1 073

874

802

803

VROM

57 337

48 960

         

I&M

   

37 686

34 261

28 412

26 294

26 324

V&W

11 610

13 070

         

LNV

6 661

5 265

         

VWS

1 712

1 718

1 326

1 318

1 306

1 302

1 304

BUZA

12 242

12 818

14 128

14 243

14 473

14 574

14 585

BZK

447

449

11 709

10 964

10 304

9 503

8 619

SZW

383

120

139

107

51

30

30

Financiën

839

105

238

229

215

210

210

TOTAAL

93 404

84 354

66 415

62 195

55 635

52 715

51 875

De omzet overige departementen daalt met 21% ten opzichte van de vastgestelde begroting over 2011. De opbrengst overige departementen bedraagt in 2012 circa 26,9% van de totale omzet in 2012.

Opbrengst derden

Bedragen in € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Provincie

177

337

295

298

304

307

307

EU

1 364

1 635

1 239

1 252

1 277

1 288

1 290

Overig

5 940

4 927

5 556

5 610

5 709

5 765

5 763

TOTAAL

7 481

6 900

7 090

7 160

7 290

7 360

7 360

Dit betreft de omzet die buiten de Rijksoverheid wordt gerealiseerd. De opbrengst derden stijgt met 4% ten opzichte van 2011.

Rentebaten

Rentebaten hebben betrekking op de afgesloten deposito’s gedurende het jaar en de rentevergoeding over het positieve saldo op de rekening-courant. Voor 2012 zijn geen rentebaten voorzien.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten dalen in 2012 ten opzichte van 2011 met € 8,7 mln. Voor 2012 wordt het gemiddelde aantal fte’s geraamd op 1 959 (1 443 ambtenaren en 516 inhuur). Dit betekent een daling van 276 fte ten opzichte van 2011. Dit hangt samen met een afname van het opdrachtenpakket ten gevolge van de invulling van taakstellingen en met de uitbesteding van ICT werkzaamheden (zie onder materiële kosten). Bij de personele kostenontwikkeling voor 2012 is uitgegaan van 0% voor CAO-ontwikkelingen.

De gemiddelde loonkosten per fte over 2012 worden geraamd op € 78 400 voor ambtenaren (2011 € 76 100) en € 85 200 voor inhuurkrachten (2011 € 82 700).

Materiële kosten

Bij de materiële kostenontwikkeling voor 2012 is uitgegaan van de CPB-index voor de «prijs overheidsconsumptie, netto materieel» van 2,25%. De materiële kosten zijn voor 2012 geraamd op € 80,5 mln. De huur- en exploitatiekosten in 2012 van de huisvesting bedragen circa € 20 mln per jaar.

Binnen EL&I is het streven om alle ICT activiteiten onder te brengen bij een centrale organisatie. Voor AgNL betekent dit dat de generieke ICT van AgNL wordt overgedragen naar het ICT-dienstencentrum / DICTU. Hierdoor valt voor € 2,3 mln aan afschrijvingskosten en € 3,2 mln aan personele kosten met ingang van 2012 onder de materiële kosten. De feitelijke realisatie en financiële omvang van de overdracht moet nog worden bepaald.

Afschrijvingskosten

In 2012 bedragen de afschrijvingskosten € 2,96 mln. Als gevolg van overname van activa door DICTU dalen de afschrijvingen in 2012 fors ten opzichte van 2011.

De afschrijvingstermijnen bedragen vijftien jaar voor bouwkundige zaken en installaties, vijf jaar voor inventaris/overig en drie jaar voor hardware/software. De afschrijvingstermijnen van de materiële en immateriële vaste activa zijn gelijk aan de geschatte economische levensduur.

Dotaties voorzieningen

De post dotaties voorzieningen betreft de toevoeging aan de voorzieningen voor personele kosten zoals arbeidsongeschiktheid en aan de voorziening dubieuze debiteuren. In 2010 heeft een opschoning dubieuze debiteuren plaatsgevonden. Voor 2012 en verder wordt geen dotatie voorzieningen verwacht omdat de omvang van de voorzieningen reserve voldoende omvang heeft om verplichtingen te kunnen opvangen.

Bijzondere lasten

Voor 2012 worden geen bijzondere lasten verwacht.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten laat vanaf 2011 een beperkt positief resultaat zien. Dit is in overeenstemming met de beleidslijn om kostendekkende tarieven in rekening te brengen bij de opdrachtgevers.

Kasstroomoverzicht

Bedragen in € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

1. Rekening-courant RHB op 1 januari + stand depositorekeningen

47 588

36 595

58 707

60 134

60 779

61 848

62 705

               

2. Totaal operationele kasstroom

15 585

4 910

2 717

3 085

3 509

3 297

3 207

               

3a. Totaal investeringen (-/-)

– 6 479

– 9 400

– 2 440

– 2 440

– 2 440

– 2 440

– 2 440

3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

29

0

0

0

0

0

0

3. Totaal investeringskasstroom

– 6 450

– 9 400

– 2 440

– 2 440

– 2 440

– 2 440

– 2 440

               

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

0

0

0

– 821

4b. Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

4 250

1 150

0

0

0

0

4c. Aflossingen op leningen (-/-)

0

– 240

0

0

0

0

0

4d. Beroep op leenfaciliteit (+)

0

4 800

0

0

0

0

0

4. Totaal financieringskasstroom

0

8 550

1 150

0

0

0

– 821

               

5. Rekening-courant RHB op 31 december + stand depositorekeningen

56 723

40 656

60 134

60 779

61 848

62 705

62 651

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal. Voor 2012 wordt geen grote mutatie in het werkkapitaal verwacht.

Investeringskasstroom

De voor 2012 geraamde investeringen (€ 2,4 mln) hebben betrekking op vervangingsinvesteringen in overige activa.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom is geraamd op € 1,15 mln en heeft betrekking op een eenmalige bijdrage van het moederdepartement in verband met herhuisvesting van de divisie NL EVD Internationaal.

Doelmatigheid

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Tarieven

             

Index in reële termen ten opzichte van 2011 (2011 = 100)

 

100

103,8

104,9

107,0

108,0

108,0

FTE 1

Aantal FTE (excl. externe inhuur

2 451

2 235

1 959

1 450

Verhouding direct/indirect

83,1/16,9

83,4/16,6

85,6/14,4

84,9/15,1

83,7/16,3

83,1/16,9

83,0/17,0

Personeelskosten per fte

€ 78 149

€ 77 709

€ 80 180

€ 79 772

€ 78 936

€ 78 550

€ 78 516

Saldo van baten en lasten

             

Saldo van baten en lasten als % van de totale baten

– 0,6%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Productiviteit

             

Declarabele/productieve uren

87,9%

86,2%

91,7%

91,7%

91,7%

91,7%

91,7%

Kwaliteit

             

Gegrond verklaarde bezwaarschriften

36,3%

Divisie NL Octrooicentrum: ≤0,1%

Overige divisies: ≤25%

DivisieNL

OC: ≤0,1%

Overige divisies: ≤25%

DivisieNL

OC: ≤0,1%

Overige divisies: ≤25%

DivisieNL OC: ≤0,1%

Overige divisies: ≤25%

DivisieNL OC: ≤0,1%

Overige divisies: ≤25%

DivisieNL OC: ≤0,1%

Overige divisies: ≤25%

Aantal klachten

53

<25

<25

<25

<25

<25

<25

Klanttevredenheid

7,3

≥7,5

≥7,5

≥7,5

≥7,5

≥7,5

≥7,5

Doorlooptijd

Verleningen: 81,1

Declaraties: 92%

Octrooien: 100%

Verl.: ≥95%

Declaraties: ≥95%

Octrooien: 100%

Verl.: ≥95%

Declaraties: ≥95%

Octrooien: 100%

Verl.: ≥95%

Declaraties: ≥95%

Octrooien: 100%

Verl.: ≥95%

Declaraties: ≥95%

Octrooien: 100%

Verl.: ≥95%

Declaraties: ≥95%

Octrooien: 100%

Verl.: ≥95%

Declaraties: ≥95%

Octrooien: 100%

Betaaltermijn

 

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Noot 1: Het aantal fte's neemt in de komende jaren af van 2 451 fte in 2011 naar 1 450 fte in 2016. Deze schatting is gebaseerd op de door AgentschapNL verwachte veranderingen in de omvang van het opdrachtenpakket in de komende jaren. Nadere invulling van de taakstelling door opdrachtgevers kan leiden tot aanpassingen van de vermelde schattingen.

Voor Agentschap NL geldt een sterke focus op kostenbeheersing, optimale benutting van schaaleffecten en zal daar waar mogelijk Rijksbreed of binnen EL&I verband meeliften met aanbestedingen die leiden tot een grotere doelmatigheid. Desondanks gaat het reële tarief komende jaren naar verwachting stijgen. Een aantal kostencomponenten zoals ondersteunend/indirect personeel en huisvesting nemen niet evenredig af bij de forse daling van het opdrachtenpakket.

De ontwikkeling van het aantal ambtelijke fte is sterk afhankelijk van de ontwikkeling in het opdrachtenpakket AgNL. Dit betreft een eerste raming.

De tariefontwikkeling wordt weergegeven met behulp van een indexcijfer. Het jaar 2011 wordt daarbij op 100 gesteld, de cijfers voor de overige jaren geven de reële ontwikkeling van het tarief weer ten opzichte van het basisjaar 2011. De reële tariefontwikkeling is de absolute tariefontwikkeling, gecorrigeerd voor autonome loon- en prijsontwikkeling (op basis van CPB-indexcijfers voor prijs (IMOC) en loonvoet sector overheid).

De verhouding tussen declarabele uren en beschikbare bruto productieve uren geeft de mate van overhead aan. Hoe hoger de facturabiliteit van de uren, hoe gunstiger dit is voor het tarief.

De kwaliteitscriteria geven aan hoe AgNL functioneert. AgNL wil zo efficiënt mogelijk werken met behoud van een zo hoog mogelijk klanttevredenheidscijfer. AgNL heeft als streefwaarde een 7,5 voor zowel doelgroep als opdrachtgevers.

Agentschap Telecom (AT)

Profiel

De missie van Agentschap Telecom is het verruimen en optimaliseren van het elektronische communicatiedomein. Vanuit zijn technische expertise draagt het agentschap bij aan de ontwikkeling van het elektronische communicatiedomein. De hoofdprocessen bestaan uit het verwerven, toewijzen en beschermen van frequentieruimte.

Begroting van baten en lasten

Bedragen in € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Baten

             

Opbrengst moederdepartement

12 395

11 783

12 493

11 837

11 279

11 079

11 079

Opbrengst overige departementen

470

0

86

86

86

0

0

Opbrengst derden

21 245

20 154

19 256

19 702

19 639

19 639

19 639

Rentebaten

63

7

20

20

20

20

20

Vrijval voorzieningen

31

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

164

305

100

100

100

100

100

               

Totaal baten

34 368

32 249

31 955

31 745

31 124

30 838

30 838

               

Lasten

             

Apparaatskosten

             

* personele kosten

19 728

20 434

19 650

19 369

18 897

18 727

18 727

* materiële kosten

8 649

9 112

9 903

9 989

9 853

9 745

9 751

Rentelasten

140

108

57

42

29

21

15

Afschrijvingskosten

             

* materieel

2 060

2 295

2 295

2 295

2 295

2 295

2 295

* immaterieel

7

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

             

* dotaties voorzieningen

1 909

300

50

50

50

50

50

* bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal lasten

32 493

32 249

31 955

31 745

31 124

30 838

30 838

               

Saldo van baten en lasten

1 875

0

0

0

0

0

0

Toelichting

De effecten van de taakstelling kabinet Balkenende IV zijn verwerkt in de begroting.

De gevolgen van de taakstelling kabinet Rutte-Verhagen zijn eveneens in deze begroting verwerkt. De gedetailleerde invulling daarvan zal in een later stadium plaatsvinden.

Baten

Opbrengst moederdepartement

Opbrengst per productgroep

Bedragen in € 1 000

 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Structurele bijdrage moederdepartement

             

DGETM: Juridische procedures

895

826

769

748

713

700

700

DGETM: Antennebeleid

804

765

803

780

744

730

730

DGETM: Beleidsvoorbereiding en -evaluatie

1 451

1 269

1 054

1 024

976

959

959

DGETM: Aanpak interferentie

2

0

37

36

35

34

34

SG: Repressieve handhaving

1 237

1 299

1 231

1 197

1 141

1 120

1 120

SG: Bevoegd aftappen

379

550

556

541

515

506

506

SG: Dataretentie

506

857

855

831

792

778

778

SG: Wet informatie-uitwisseling Ondergrondse netten

1 173

1 200

1 214

1 180

1 124

1 104

1 104

SG/DGO&I: Ruimtevaart

66

79

96

93

89

87

87

SG: New Regulatory Framework

0

0

764

743

708

696

696

SG/DGETM: Compensatie vergunningvrij

3 954

4 150

3 321

3 230

3 076

3 023

3 023

Subtotaal structurele bijdrage

10 467

10 995

10 700

10 403

9 913

9 737

9 737

Incidentele bijdragen

             

DGETM: Projecten

1 928

787

1 793

1 434

1 366

1 342

1 342

Subtotaal projecten DGETM

1 928

787

1 793

1 434

1 366

1 342

1 342

               

Totaal opbrengst moederdepartement

12 395

11 783

12 493

11 837

11 279

11 079

11 079

Structurele bijdragen

De opbrengst van het moederdepartement bestaat voor een groot deel uit een bijdrage in de kosten die volgens het vigerende tarievenbeleid niet aan derden mogen worden doorberekend, namelijk de kosten van juridische procedures en van repressieve handhaving. Verder bestaat de structurele bijdrage uit een bijdrage voor de kosten die verband houden met de uitvoering van het antennebeleid en beleidsvoorbereiding en -evaluatie, bevoegd aftappen, toezicht op de Ruimtevaartwetgeving, New Regulatory Framework (NRF), de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten en de bewaarplicht voor telecommunicatiegegevens (dataretentie). Tenslotte is er een bijdrage ter compensatie van opbrengstenderving als gevolg van vergunningvrije toepassingen.

Agentschap Telecom ontvangt incidentele bijdragen voor kosten die worden gemaakt voor verdelingsprojecten in opdracht van het Directoraat-Generaal Energie, Telecom en Markten (DGETM).

Opbrengst overige departementen per departement

Bedragen in € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Voormalig VWS/RIVM: kennisplatform EMV&G

90

0

86

86

86

0

0

Voormalig VWS: ZonMw

15

0

0

0

0

0

0

Voormalig VROM: Hoogspanningslijnen

240

0

0

0

0

0

0

Voormalig V&W: Anders betalen voor Mobiliteit

125

0

0

0

0

0

0

               

Totaal opbrengst overige departementen

470

0

86

86

86

0

0

Voor 2012 worden opbrengsten overige departementen verwacht voor de deelname van Agentschap Telecom aan de fora wetenschap en communicatie van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden & Gezondheid (EMV&G).

Opbrengst derden

Bedragen in € 1 000
 

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Productcategorie

             

Vaste verbindingen

4 881

3 145

3 489

3 489

3 489

3 489

3 489

Mobiele communicatie

5 011

4 728

4 674

4 674

4 674

4 674

4 674

Mobiele openbare telecommunicatienetwerken

1 371

1 941

1 593

1 919

1 977

1 977

1 977

Radiodeterminatie

36

28

37

37

37

37

37

Radiozendamateurs

12

4

5

12

5

5

5

Omroep

5 789

6 166

5 352

5 352

5 352

5 352

5 352

Overige/Verlengingen

0

77

37

150

36

36

36

Examens

149

156

149

149

149

149

149

Afgifte verklaringen, keuringen en erkenningen

6

6

6

6

6

6

6

Randapparatuur

2 019

2 099

2 000

2 000

2 000

2 000

2 000

Afnemerscategorie

             

Defensie

1 272

1 335

1 284

1 284

1 284

1 284

1 284

Korps Landelijke Politiediensten

138

145

139

139

139

139

139

BZK (C 2000)

45

47

46

46

46

46

46

Satellite Operators

516

276

445

445

445

445

445

               

Totaal opbrengst derden

21 245

20 154

19 256

19 702

19 639

19 639

19 639

Voor 2012 is de totale opbrengst derden lager dan 2010 en 2011, omdat er in die jaren sprake was van een tijdelijke toename van het aantal verleningen voor vaste verbindingen doordat de providers, met name T-Mobile en Vodafone, hun netwerken aan het upgraden zijn door capaciteitsuitbreiding in verband met onder andere smartphones. Daarnaast gaan de opbrengsten voor Omroep naar beneden naar aanleiding van de aanpassing van de omroepbeleidsregel waarin nu is bepaald dat het reële zendvermogen in rekening mag worden gebracht in plaats van het vergunde maximaal zendvermogen.

Rentebaten

Over het saldo op de rekening courant en deposito’s bij het Ministerie van Financiën ontvangt Agentschap Telecom rente. Deze begroting gaat uit van een rentepercentage op deposito’s van 1% op € 2 mln gedurende het jaar. Voor een saldo op de rekening courant is de rente 0%.

Bijzondere baten

Voor 2012 is rekening gehouden met een bedrag van € 0,1 mln voor de baten die volgen uit het uitlenen van personeel, door te belasten huisvestingskosten en het afstoten van materieel zoals dienstauto’s.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten zijn hoger begroot dan in 2011, omdat in 2012 meer capaciteit nodig is voor het uitvoeren van het toezicht op New Regulatory Framework (Nieuw regelgevend kader).

Bij de berekening van de personele kosten voor 2012 is rekening gehouden met een loonstijging van 0% in 2012. De verwachte gemiddelde bezetting voor 2012 is 273,6 fte (2011: 275 fte), waarvan 254,7 fte ambtelijk personeel (2011: 249,7 fte). De gemiddelde totale personeelskosten zijn € 69 446 per fte in 2012 (2011: € 71 215). De loonkosten per ambtelijke fte in 2012 worden geraamd op € 67 129 (2011: € 68 066). De gemiddelde kosten voor niet-ambtelijk personeel zijn begroot op € 100 738 per fte (2011: € 102 292).

Materiële kosten

Bij de berekening van de materiële kosten voor 2012 is uitgegaan van de CPB-index «prijs overheidsconsumptie, netto materieel» van 2,25%. De huisvestingskosten bedragen in 2012 circa € 2,5 mln.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten worden gelijk aan 2011 ingeschat.

Rentelasten

De rente betreft de vergoeding die Agentschap Telecom betaalt voor leningen bij het Ministerie van Financiën om investeringen in vaste activa te financieren. Uitgangspunt is een rentepercentage van gemiddeld 3,2% voor de toekomstige langlopende leningen.

Dotaties voorzieningen

Vanaf 2012 is de dotatie voorzieningen € 50 000 voor kosten wachtgeld en ambtsjubilea.

Saldo van baten lasten

Het streven van het agentschap is om resultaatneutraal in 2012 te zijn.

Kasstroomoverzicht

Bedragen in € 1 000
   

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

1.

Rekening-courant RHB op 1 januari

5 844

3 132

6 986

5 739

4 648

3 722

2 869

 

+ stand depositorekeningen

             

2.

Totaal operationele kasstroom

10 029

2 453

2 345

2 345

2 345

2 345

2 345

3a.

Totaal investeringen (-/-)

– 2 002

– 3 053

– 3 000

– 3 000

– 3 000

– 3 000

– 3 000

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 2 002

– 3 053

– 3 000

– 3 000

– 3 000

– 3 000

– 3 000

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

– 292

 

– 62

0

– 0

– 0

0

4b.

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

425

0

0

0

0

0

4c.

Aflossingen op leningen (-/-)

– 1 451

– 845

– 530

– 436

– 271

– 198

– 198

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

– 1 743

– 420

– 592

– 436

– 271

– 198

– 198

5.

Rekening-courant RHB op 31 december + stand depositorekeningen

12 128

2 112

5 739

4 648

3 722

2 869

2 016

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

In 2012 verwacht Agentschap Telecom circa € 3,0 mln te investeren in materiële vaste activa. De investeringen betreffen voornamelijk elektronische apparatuur, vervoermiddelen en kantoorinventaris.

Agentschap Telecom heeft uit voorzorg een leenfaciliteit aangevraagd met een plafond dat overeenkomt met het verwachte investeringsniveau. Indien noodzakelijk wordt met behulp van een cashflow model bepaald of de lening wordt aangesproken of dat de investering uit de liquiditeit wordt betaald. Vooralsnog is de verwachting dat ook in de komende jaren de investeringen uit de liquiditeiten kunnen worden betaald.

Financieringskasstroom

De aflossing van de leningen, variërend van 4 tot 10 jaar, zal circa € 0,5 mln bedragen in 2012.

Doelmatigheid

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

2010 slotwet

2011 begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Tarieven

             

Index in reële termen t.o.v. 2011

– 0,01%

≤3,21

100

100

100

100

100

Omzet per productgroep (x € mln)

             

Dienstspecifieke omzetcategorieën

 

zie tabel 1a-c

zie tabel 1a-c

zie tabel 1a-c

zie tabel 1a-c

zie tabel 1a-c

zie tabel 1a-c

FTE

             

Aantal FTE (excl. externe inhuur)

276,6

275

242

239

235

233

233

Verhouding direct/indirect (in fte)

 

190/85

200/73,6

200/73,6

200/73,6

200/73,6

200/73,6

Personeelskosten per fte

€ 71 323

€ 74 305

€ 69 446

€ 69 446

€ 69 446

€ 69 446

€ 69 446

Saldo baten en lasten

             

Saldo van baten en lasten als % van de totale baten

0%

0,5%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Productiviteit

             

Declarabele / productieve uren

86%

86%

75%

75%

75%

75%

75%

Kwaliteit

             

Klanttevredenheid:

             

• opdrachtgevers

3,9

niet in 2011

niet in 2012

≥ 7

niet in 2014

niet in 2015

≥ 7

• bedrijven

 

niet in 2011

niet in 2012

≥ 7

niet in 2014

niet in 2015

≥ 7

               

Doorlooptijd primaire processen:

             

Vergunningaanvragen 95% binnen 8 weken

93%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

6 weken

89%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

4 weken

83%

60%

60%

60%

60%

60%

60%

2 weken

63%

35%

35%

35%

35%

35%

35%

Elektronische aanvraag binnen 10 dagen

95%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Reactietijd storingsklachten:

             

Klachten van levensbelang ≤ 4 uur

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Klachten van maatschappelijk belang ≤ 12 uur

98%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Klachten van individueel belang ≤ 3 werkdagen

97%

97%

98%

98%

98%

98%

98%

Gegrond verklaarde bezwaarschriften aantal

14,3%

5%

5%

5%

5%

5%

5%

Aantal klachten

7,6

≤ 7

≤ 7

≤ 7

≤ 7

≤ 7

≤ 7

Betaaltermijn: % betaalbaar gesteld binnen 30 dagen

≥ 90

≥ 90

≥ 90

≥ 90

≥ 90

≥ 90

De tariefontwikkeling wordt weergegeven met behulp van een indexcijfer. Het jaar 2011 wordt daarbij op 100 gesteld, de cijfers voor de overige jaren geven de reële ontwikkeling van het tarief weer ten opzichte van het basisjaar 2011. De reële tariefontwikkeling is de absolute tariefontwikkeling, gecorrigeerd voor autonome loon- en prijsontwikkeling (op basis van CPB-indexcijfers voor prijs (IMOC) en loonvoet sector overheid).

De verhouding tussen declarabele uren en beschikbare bruto productieve uren geeft de mate van overhead aan. Hoe hoger de declarabiliteit van de uren, hoe gunstiger dit is voor het tarief.

De ontwikkeling van het aantal ambtelijke fte is sterk afhankelijk van de ontwikkeling in het opdrachtenpakket van Agentschap Telecom. Dit betreft een eerste raming.

De kwaliteitscriteria geven aan hoe Agentschap Telecom functioneert. Agentschap Telecom wil zo efficiënt mogelijk werken met behoud van een zo hoog mogelijk klanttevredenheidscijfer. Agentschap Telecom heeft in 2010 het cijfer 3,9 gehaald op een 5-puntschaal. Vanaf 2013 zal de 10-puntschaal gehanteerd worden.

nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA)

Profiel

De Algemene Inspectiedienst (AID), de Plantenziektekundige Dienst (PD) en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) fuseren. De AID, PD en VWA hebben hiertoe hun organisaties bijeengebracht tot de tijdelijke werkorganisatie van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA)

Als onderdeel van dit proces heeft de nVWA vanaf 1 januari 2011 de status van tijdelijke baten-lastendienst verkregen. De PD, AID en VWA zijn daarbij de status van baten-lastendienst ontnomen. Zij blijven echter als juridische entiteiten gehandhaafd tot het eindpunt van de fusie op 1 januari 2012.

Met de fusie vindt een integratie van de werkprocessen plaats waarbij het toezicht wordt vernieuwd en tegelijkertijd efficiënter en effectiever wordt gehandhaafd.

De missie van de nVWA is het bewaken van de gezondheid van dieren en planten, het dierenwelzijn en de veiligheid van voedsel en consumentenproducten, en het handhaven van de natuurwetgeving.

De handhavingsstrategie gaat er van uit dat bedrijven, instellingen en consumenten eigen verantwoordelijkheid nemen in het naleven van wet- en regelgeving. De houding van de nVWA ten opzichte van bedrijven en consumenten kenmerkt zich door het principe «vertrouwen, tenzij...». De nVWA werkt met een risicogerichte aanpak, gebaseerd op kennis van en samenwerking met de sector en op gedragsbeïnvloeding. De kerntaken zijn handhaving, risicobeoordeling en risicocommunicatie.

Begroting van baten en lasten

Bedragen in € 1 000
 
20101 slotwet
20112

begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Baten

             

Opbrengst moederdepartement

132 195

99 823

94 314

81 274

74 731

71 391

71 391

Opbrengst overige departementen

86 657

72 537

71 831

71 321

66 311

63 428

62 690

Opbrengst DGF

 

500

500

500

500

500

500

Opbrengst derden

66 091

65 951

62 800

61 700

61 700

61 700

61 700

Rentebaten

46

0

100

100

100

100

100

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten

0

2 000

3 000

3 000

3 000

3 000

3 000

Totaal baten

284 989

240 811

232 545

217 895

206 342

200 119

199 381

               

Lasten

             

Apparaatskosten

             

– personele kosten

207 774

153 117

149 339

140 023

132 042

131 125

131 079

– materiële kosten

71 980

73 445

66 854

62 252

58 865

55 941

55 249

Rentelasten

1 099

1 312

1 343

1 217

1 131

1 065

1 065

Afschrijvingskosten

             

– materieel

6 384

6 540

6 821

6 507

5 901

5 627

5 627

– immaterieel

3 251

5 547

7 688

7 396

6 903

5 861

5 861

Overige kosten

             

– dotaties voorzieningen

88

500

500

500

500

500

500

– bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

290 576

240 811

232 545

217 895

206 342

200 119

199 381

               

Saldo van baten en lasten

– 5 587

0

0

0

0

0

0

Noot 1: Geconsolideerd jaarverslag over de drie dienstenAID, PD en VWA

Noot 2: Bij Voorjaarsnota 2011 heeft de nVWA de tijdelijke baten-lasten dienst status gekregen. De hier gepresenteerde begroting 2011 is gebaseerd op de bij de Voorjaarsnota opgenomen openingsbalans en baten-lasten paragraaf nVWA, conform de Regeling baten-lastendienst.

Toelichting

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement is gebaseerd op het beschikbaar budget voor de uitvoering. De feitelijke bijdrage in 2012 zal afhangen van de pxq-onderbouwde opdracht die EL&I in het najaar 2011 verstrekt aan nVWA.

In de paragraaf over de doelmatigheid worden de totale uitvoeringskosten van nVWA nader toegelicht op productniveau.

De meerjarenbegroting laat een daling zien als gevolg van de invulling van de taakstelling. De taakstelling moet worden gerealiseerd door een forse inzet op innovatie van (Europese) regelgeving en toezicht.

Opbrengst overige departementen

De opbrengst overige departementen bestaat uit de bijdrage van het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS). De meerjarenbegroting laat een daling zien als gevolg van de invulling van de taakstellingen. De taakstelling moet worden gerealiseerd door een forse inzet op innovatie van (Europese) regelgeving en toezicht.

Opbrengst DGF

De opbrengt DGF ad € 0,5 mln heeft betrekking op de inkomsten voor dierziektebestrijding. De nVWA zet zich in voor het afhandelen van verdenkingen en bestrijdingen van uitbraken.

Opbrengst derden

De opbrengst derden bestaat vooral uit retributie-inkomsten die bij het bedrijfsleven in rekening worden gebracht voor toezicht.

Rentebaten

De rentebaten zijn geraamd op 0,1 mln. De rentestand voor een 1-maandsdeposito per 1 april 2011 bedraagt 1%.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten bestaan uit salarissen, sociale lasten, opleidingskosten en overige direct aan het personeel gerelateerde kosten. De kosten zijn inclusief inhuur derden, practitioners en uitzendkrachten. Voor 2012 wordt uitgegaan van een gemiddelde ambtelijke personele bezetting van 2 146,5 fte. Het voor 2012 te hanteren percentage voor loonstijging is 0%. De kosten voor inhuur derden en uitzendkrachten is begroot op € 0,5 mln. De kosten voor practitioners bedragen € 5 mln, overeenkomstig met 50 fte.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan onder andere uit ICT-, huisvestingskosten. Verder zijn in de materiële kosten de bureaukosten, specifieke kosten voor kleding en laboratoriumbenodigdheden en overige algemene kosten opgenomen.

Rentelasten

De rentelasten zijn gebaseerd op de uitstaande leningen die de nVWA afsluit voor investeringen.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn de afschrijvingen van investeringen van de nVWA.

De afschrijvingstermijnen voor immateriële vaste activa:

  • –  Computer software 3–5 jaar;
  • –  Overige immateriële vaste activa 2–5 jaar.

De afschrijvingstermijnen voor materiële vaste activa:

  • –  Grond en gebouwen, Verbouwingen 5–10 jaar;
  • –  Inventaris en installaties 5–10 jaar;
  • –  Vervoermiddelen 4–5 jaar;
  • –  Computer hardware 3–5 jaar;
  • –  Overige materiële vaste activa 2–5 jaar.

Dotaties voorzieningen

De dotaties voorzieningen zijn ten behoeve van dubieuze debiteuren en schadeclaims met betrekking tot bedrijfsrisico.

Saldo van baten en lasten

Voor de jaren 2012 tot en met 2016 zijn de begrote baten gelijk aan de begrote lasten.

Kasstroomoverzicht

Bedragen in € 1 000
   

2009 slotwet

2010 begroting

2011

2012

2013

2014

2015

2016

1.

Rekening-courant RHB + stand deposito's 1 januari

53 840

49 532

34 419

3 057

4 574

5 625

5 424

4 673

2.

Totaal operationele kasstroom

14 571

– 4 724

– 21 400

11 943

12 604

11 460

11 271

11 082

3a.

Totaal investeringen (-/-)

– 13 393

– 14 630

– 15 055

– 11 681

– 10 681

– 10 681

– 10 681

– 10 681

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

484

4 345

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 12 909

– 10 285

– 15 055

– 11 681

– 10 681

– 10 681

– 10 681

– 10 681

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

– 1 641

0

0

0

0

0

0

4b.

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

0

0

0

0

0

4c.

Aflossingen op leningen (-/-)

– 9 774

– 8 713

– 9 962

– 10 426

– 11 553

– 11 661

– 12 022

– 12 022

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

3 804

10 250

15 055

11 681

10 681

10 681

10 681

10 681

4.

Totaal financieringskasstroom

– 5 970

– 104

5 093

1 255

– 872

– 980

– 1 341

– 1 341

5.

Rekening-courant RHB + stand deposito's 31 december (=1+2+3+4)

49 532

34 419

3 057

4 574

5 625

5 424

4 673

3 733

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen. Voor 2012 wordt naar verwachting circa € 1 mln uit de voorziening leegstand onttrokken.

Investeringskasstroom

De voor 2012 geraamde investeringen (circa € 11,7 mln) hebben betrekking op ICT, huisvesting, laboratoriumapparatuur en dienstauto’s.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom is geraamd op circa € 1,3 mln en wordt veroorzaakt doordat de aflossingen op de leningen lager zijn dan de nieuwe leningen.

Doelmatigheid

In onderstaande tabel zijn de doelmatigheidsindicatoren van de nVWA opgenomen.

Overzicht doelmatigheids indicatoren

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Tarieven

           

Index in reële termen t.o.v. 2011 (2011 = 100)

100

99

97

97

97

97

Omzet per productgroep

(x € mln.)

           

Toezicht

154

149

139

132

127

126

Advies en Vertegenwoordiging

8

9

9

9

7

7

Klantinteractie en dienstverlening

14

17

15

14

12

12

Inlichtingen en opsporing

13

13

13

13

13

13

Incident en crisismanagement

4

4

4

4

4

4

Laboratoriumonderzoek

20

20

19

19

19

19

Kennis en expertise

11

10

9

8

8

8

Communicatie

2

2

2

2

2

2

FTE

           

Aantal FTE (excl. externe inhuur)

2 250

2 155

2 027

1 911

1 870

1 870

Verhouding FTE direct/indirect (excl externe inhuur)

1800/450

1739/416

1635/393

1542/371

1509/363

1509/363

Personeelskosten per fte

70 000

70 000

70 000

70 000

70 000

70 000

Saldo van baten en lasten

           

Saldo van baten en lasten als % van de totale baten

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Productiviteit

           
Declarabele / productieve uren1

70%

70%

70%

70%

70%

70%

Kwaliteit

           

Gegrond verklaarde bezwaarschriften (aantal en in %)

100 (5%)

100 (5%)

100 (5%)

100 (5%)

100 (5%)

100 (5%)

Aantal klachten over handelen nVWA

110

110

110

110

110

110

Aantal verzoeken, klachten en meldingen

40 000

40 000

40 000

40 000

40 000

40 000

Afhandelsnelheid informatieverzoeken, klachten en meldingen2

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Naamsbekendheid

– spontaan

20%

20%

20%

20%

20%

20%

– geholpen

80%

80%

80%

80%

80%

80%

Noot 1: Hoe hoger de declarabiliteit van de uren, hoe gunstiger dit is voor het tarief. Directe uren / totaal beschikbare uren (=werkbare uren minus vakantie, adv, feestdagen) van directe FTE.

Noot 2: Percentage verzoeken, klachten en meldingen dat binnen de nagestreefde behandeltermijn van 6 weken wordt afgehandeld.

Toelichting

De productgroepen van de nVWA zijn vernieuwd ten opzichte van de productgroepen van de AID, PD en VWA. De belangrijkste productgroep is toezicht die circa twee derde van de omzet genereert. Verder sluiten de doelmatigheidsindicatoren zoveel mogelijk aan op die van de AID, PD en VWA. Daarbij is een consolidatieslag gemaakt. Bij het jaarverslag kunnen de prestaties van de nVWA over het eerste jaar waarin zij functioneert als één geïntegreerde baten lasten dienst aan de hand van deze geconsolideerde indicatoren worden beoordeeld.

De ontwikkeling van het aantal ambtelijke fte is sterk afhankelijk van de ontwikkeling in het opdrachtenpakket. Dit betreft een eerste raming.

Met de fusie vindt een integratie van de werkprocessen plaats waarbij het toezicht wordt vernieuwd en er tegelijkertijd efficiënter en effectiever wordt gehandhaafd.