Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

13 Een excellent ondernemingsklimaat

Algemene doelstelling

Randvoorwaarden scheppen voor een excellent ondernemingsklimaat.

Rol en Verantwoordelijkheid

De Minister van EL&I is vanuit een faciliterende rol verantwoordelijk voor het scheppen van randvoorwaarden voor een excellent ondernemingsklimaat door:

  • •  Het ondersteunen van de toegang tot (risico)kapitaal voor bedrijven;
  • •  De coördinatie en facilitering van het kabinetsprogramma «vermindering regeldruk voor bedrijven»;
  • •  Het stimuleren van een ambitieuze en duurzame ondernemerschapscultuur;
  • •  Het stimuleren van een veilige bedrijfsomgeving;
  • •  Het waarborgen van een internationaal level playing field;
  • •  Het stimuleren van de juiste voorwaarden voor de benutting van ICT voor en door bedrijven.

Uitgangspunt is ondernemers en de markt zelf zo veel mogelijk hun werk te laten doen door te zorgen dat de randvoorwaarden op orde zijn. Daarom worden in dialoog met bedrijven knelpunten en kansen in kaart gebracht en worden deze samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties waar mogelijk ter hand genomen. De Minister van EL&I is daarbij de gesprekspartner van het bedrijfsleven en het aanspreekpunt voor sectoren, branches en individuele bedrijven. Oplossen van knelpunten door de overheid is economisch gelegitimeerd indien er bijvoorbeeld sprake is van externe effecten, informatie asymmetrie of verstorend gedrag van (internationale) overheden. Hiervoor zet de minister onder andere financiële instrumenten in zoals garanties en subsidies aan bedrijven en instellingen.

Beleidsrelevante kengetallen

Kengetallen

Het Nederlandse ondernemingsklimaat behoort sinds 2007 tot de top-10 volgens de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum. De ambitie is om een top-5 positie te realiseren. Hiervoor werken wij samen met andere ministeries en het bedrijfsleven, aangezien een groot deel van de onderliggende factoren buiten de directe invloedssfeer van de Minister van EL&I ligt.

De ondernemersquote (het aantal ondernemers in Nederland) is gestegen van 10,7% in 2004 naar 12,3% in 2010. Het aantal personen dat zelfstandig ondernemer is, is sterker toegenomen dan in andere EU-landen en Nederland heeft zelfs relatief meer ondernemers dan de Verenigde Staten. Dit laat zien dat Nederland veel ondernemers heeft.

De investeringsquote en het aandeel snelle groeiers geven een indicatie van de kwaliteit van ondernemerschap, want juist ondernemingen die investeren en groeien hebben een positief effect op economische groei en werkgelegenheid. De investeringsquote is sinds de crisis teruggevallen van 15,3 in 2008 naar 12,6 in 2010. Het CPB raamt dat de investeringsquote licht zal stijgen in 2011 en 2012, het niveau van 2008 zal echter nog niet gehaald worden. Het aantal snelle groeiers is bijna verdubbeld ten opzichte van 4 jaar geleden. Internationaal gezien scoren we echter nog steeds middelmatig.

Nederland bekleedt in 2010 de 5e positie op de wereldwijde ranglijst van internationale concurrentieposities op ICT-gebied. De lijst wordt jaarlijks gepubliceerd door de Economist Intelligence Unit en IBM. Nederland stond in 2009 jaar op positie 3 en zakt dus twee plaatsen. Dit komt ondermeer omdat Nederland een uitstekend breedbandnetwerk heeft, maar niet het modernste glasvezelnet of 4G mobiele netwerk. Zweden is met een 8,5 de nummer 1 in 2010. Hekkensluiter met een 3,0 is Azerbeidzjan.

Ondernemingsklimaat van Nederland; kengetallen

Global Competitiveness Index

2007

2008

2009

2010

Ambitie

Positie van Nederland

10e

8e

10e

8e

Top-5

Bron: World Economic Forum (Global Competitiveness Report, 2010)

         

Ondernemersquote

2007

2008

2009

2010

 

Nederland

12,3%

12,3%

12,3%

12,3%

 

EU15-gemiddelde

12,2%

12,1%

     

Bron: EIM (2008 en 2009 zijn voorlopige cijfers, 2010 betreft een inschatting)

         

Investeringsquote van bedrijven

2007

2008

2009

2010

 

Nederland

14,7%

15,3%

13,2%

12,6%

 

Bron: CPB (CEP, 2011)

         

Positie in de ranglijst voor digitale economieën

2008

2009

2010

2011

Ambitie

Nederland

7

3

5

n.n.b.

Top 5

Bron: Economist Intelligence Unit

         

Aandeel snelle groeiers

2002–2005

2003–2006

2004–2007

2005–2008

 

Nederland

7,5%

7,2%

11,0%

12,8%

 

Bron: EIM (Quick scan (snel) groeiende bedrijven, 2011)

         

Beleidswijziging

De wijzigingen in het beleid zijn opgenomen in de beleidsbrief «Naar de top»11. Het vervolg op deze brief waarin gedetailleerder het beleid voor de komende jaren wordt uiteengezet verschijnt ook op Prinsjesdag.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 mln
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

1 683

3 164

1 975

2 084

2 071

2 066

2 124

Waarvan garantieverplichtingen

1 460

2 995

1 876

1 876

1 876

1 876

1 935

Uitgaven

267

359

242

339

282

271

262

               

Subsidies

             

– BMKB (garantie)

65

56

33

38

34

34

34

– Groeifinancieringsfacilitieit (garantie)

1

20

20

20

20

20

20

– Garantie Ondernemingsfinanciering (garantie)

8

51

51

46

14

11

 

– Borgstelling Scheepsnieuwbouw (garantie)

 

9

10

10

10

10

10

– Valorisatie/SKE1

5

22

21

6

6

10

5

– Bevorderen ondernemerschap

11

12

4

2

3

3

11

– Onderwijs en ondernemerschap

8

4

8

       

– Microfinanciering

5

5

2

3

3

 

3

– Programma Biobased Economy

5

18

10

3

1

   

– Actieplan veilig ondernemen

17

7

3

       

– Beroepsonderwijs in bedrijf

13

14

6

4

     

– Innovatieregeling scheepsbouw

6

11

1

1

     

– BSRI

14

19

14

5

2

2

2

– Codema

0,1

           
               

Opdrachten

             

– Onderzoek & ontwikkeling

6

3

2

2

2

2

2

– ICT & MKB

1

1

1

1

1

1

1

– PRIMA

17

27

18

15

13

10

10

– ICT flankerend beleid

24

16

8

13

13

14

14

– Beleidsvoorbereiding en evaluaties

13

17

3

2

2

3

3

– Opdrachten Logius

11

8

2

2

2

2

2

– Regiegroep Regeldruk/ACTAL

1

6

3

3

3

3

 
               

Bijdragen aan batenlastendiensten

             

– Bijdrage aan Agentschap NL

13

10

3

1

     
               

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

             

– Bijdrage NBTC

17

18

15

13

10

6

4

– Bijdrage UNWTO

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

– Bijdragen aan instituten

6

6

4

2

2

2

2

– Bijdrage aan ondernemerspleinen

     

147

142

138

138

               

Ontvangsten

108

134

106

102

76

74

62

– Borgstelling Scheepsnieuwbouw

 

10

10

10

10

10

10

– BMKB

27

32

25

25

25

25

25

– Groeifinancieringsfacilitieit

1

16

16

16

16

16

16

– Garantie Ondernemingsfinanciering

8

52

51

46

14

11

 

– Joint Strike Fighter

 

1

2

3

9

11

10

– Ruimtelijk economisch beleid

13

21

         

– Ontvangsten uit het FES

54

           

– Diverse ontvangsten

5

2

2

2

2

1

1

Noot 1: Post betreft alleen uitfinanciering van oude verplichtingen

Budgettair belang fiscale maatregelen

Bedragen x € 1 mln

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Zelfstandigenaftrek

1 469

1 467

1 572

1 599

1 627

1 655

1 685

Extra zelfstandigenaftrek starters

95

99

103

108

112

116

121

FOR, niet omgezet in lijfrente

75

85

79

81

82

84

86

Meewerkaftrek

8

8

7

7

6

6

6

Stakingsaftrek

14

14

14

14

14

14

14

Doorschuiving stakingswinst

196

204

216

228

241

256

270

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in successiewet

185

189

193

196

200

204

209

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

343

346

356

366

377

387

398

Willekeurige afschrijving starters ¹

8

8

8

8

8

8

8

Vrijstelling durfkapitaal forfaitair rendement

8

8

8

8

8

8

8

Heffingskorting durfkapitaal

9

7

4

2

0

0

0

Willekeurige afschrijving investeringen bedrijfsmiddelen ¹

221

219

         

Heffingskorting durfkapitaal

9

7

4

2

0

0

0

Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal

4

3

3

2

2

1

1

Logiesverstrekking (incl. kamperen)

223

230

239

247

256

265

275

Voedingsmiddelen horeca

1 134

1 275

1 306

1 339

1 372

1 405

1 440

Kleine ondernemersregeling

100

101

105

109

113

117

121

Verlaagd tarief kleine brouwerijen

1

1

1

1

1

1

1

Vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in familiesfeer

16

19

19

19

20

20

21

Budgetflexibiliteit

  • •  Van de totale kasuitgaven in 2012 is er gemiddeld gezien circa 45% van het instrumentarium juridisch verplicht, dit is zo’n € 105 mln. in 2012. Het gaat dan om een deel van Valorisatie (61%); een deel van Bevorderen ondernemerschap (84%); een deel van Onderzoek en Ontwikkeling (63%) een deel van Onderwijs en ondernemerschap (47%). Voor het niet jurisdische gedeelte liggen er bij deze instrumenten bestuurlijke afspraken/toezeggingen ten grondslag. Garantie Ondernemingsfinanciering; Actieplan veilig ondernemen; Subsidieregeling Kennis Exploitatie (SKE); Beroepsonderwijs in bedrijf; Innovatieregeling scheepsbouw en de BSRI zijn 100% verplicht.
  • •  Voor het Programma Biobased Economy, de ICT-middelen en de bijdrage aan instituten zijn bestuurlijke afspraken gemaakt, die kunnen gewijzigd worden als de betrokken partijen tijdig daarvan op de hoogte worden gesteld.
  • •  Bij de posten die te maken hebben met garanties geldt dat het benodigde kasbudget niet juridisch verplicht is maar dat dit budget wel nodig is voor de garanties die in voorgaande jaren zijn aangegaan. Dit is zo’n € 61 mln. in 2012 en dat is 30% van het kasbudget 2012 op bovenstaand instrumentarium.
  • •  Voor de garantieuitgaven geldt tot slot dat als gevolg van in rekening te brengen provisies, ontvangsten worden gegenereerd. Het netto kas beslag van dit deel van het beleidsinstrument is daardoor beperkt.

Instrumenten

Subsidies

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

Toegang tot financiering is een belangrijke randvoorwaarde om te kunnen ondernemen. De BMKB vergroot de toegang van het in de kern gezonde MKB tot bankkrediet, indien de bank de financiële risico’s, gelet op een tekort aan zekerheden, zonder overheidsgarantie te groot acht. De regeling verstrekt een gedeeltelijke borgstelling tot een maximum omvang van € 1 mln aan banken voor aan het MKB verstrekte kredieten. De feitelijke benutting hangt af van de kredietbehoefte van het bedrijfsleven en is daarmee sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de conjunctuur. De mate van benutting wordt in het oog gehouden om te bezien of de regeling nog aansluit bij de behoefte van de markt. Deze informatie wordt half jaarlijks in een rapportage verstrekt aan de Tweede Kamer. Verder loopt er een aanvraagprocedure bij het European Investment Fund (EIF) om budget beschikbaar te stellen voor een verhoging van het BMKB-plafond van 2011–2013. In verband met de doorlooptijd van de aanvraag en de grote vraag naar borgstellingskrediet in 2011 is het budget voor de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) voor 2011 inmiddels verhoogd van € 765 mln naar € 1 mld. Daarvoor is verplichtingenruimte uit de jaren 2012 – 2015 naar voren gehaald door het beschikbare garantieplafond in die jaren te verlagen van € 765 mln naar € 705 mln. Indien de aanvraag bij het EIF tot extra budget leidt, dan zal het garantiebudget voor de jaren na 2011 verhoogd kunnen worden. In 2012 wordt de BMKB beleidsmatig versoberd om tot een betere kostenbeheersing te komen.

Groeifaciliteit

De Groeifaciliteit richt zich op buffervermogen – eigen vermogen van participatiemaatschappijen en achtergestelde leningen door banken – wat vooral nodig is in de start-, groei- en expansiefase van een bedrijf. Versterking van het buffervermogen wint aan belang doordat bij bancaire financiering van bedrijven grotere buffers worden gevraagd. De overheid staat voor maximaal € 2,5 mln per bedrijf aan risicodragend vermogen garant. Bij risicodragend vermogen is het risico en het rendementsperspectief hoger dan bij bancair krediet. De gevraagde vergoeding voor de overheidsgarantie ligt daarom voor dit type financiering op een hoger, marktconform niveau.

De feitelijke benutting van de regeling hangt onder meer af van investerings- en overnameplannen van het bedrijfsleven, en is nauw verbonden met de ontwikkeling van de conjunctuur en met de mate waarin voldoende financiering beschikbaar is in de markt. De mate van gebruik van deze regeling wordt half jaarlijks in een rapportage verstrekt aan de Tweede Kamer. Er wordt onderzocht of en zo ja op welke wijze als gevolg van de veranderingen op de kapitaalmarkt de modaliteiten van de Groeifaciliteit aangepast zouden moeten worden om binnen het bestaande garantiebudget het MKB en de iets grotere bedrijven (MKB+) beter te faciliteren bij het aantrekken van buffervermogen. Het kabinet is hierbij wel voornemens het huidige individuele garantieplafond neerwaarts bij te stellen.

Garantie Ondernemingsfinanciering

De Garantie Ondernemersfinanciering is in maart 2009 gepubliceerd als tijdelijke maatregel in het kader van de financiële crisis. De doelgroep betreft alle in de kern gezonde ondernemingen (uitgezonderd financiële instellingen, speculatief vastgoed en primaire landbouw) die financiering nodig hebben van ten hoogste € 150 mln (garantie maximaal € 75 mln) en de banken niet bereid zijn die zonder garantie van de overheid te verlenen. In tegenstelling tot de Groeifaciliteit vallen ook niet-achtergestelde leningen en leningen met zekerheden onder de regeling maar vallen aandelen er niet onder. De overheid deelt mee in de opbrengsten uit zekerheden.

In 2012 wordt de nog onbenutte ruimte onder de oorspronkelijk geraamde € 1,5 mld opnieuw beschikbaar gesteld. Het risico voor het Rijk wordt verlaagd door de maximale garantie per individuele lening van € 75 mln te verlagen naar € 25 mln.

De Regeling Garantie Ondernemingsfinanciering is in 2009 uitgebreid voor zorginstellingen in de cure (GO cure). De regeling is ingesteld als tijdelijke maatregel in het kader van de financiële crisis. Het kabinet overweegt om in 2012 een deel van de nog onbenutte ruimte van het oorspronkelijk beschikbare garantieplafond (€ 250 mln) opnieuw beschikbaar te stellen. Binnen de GO Cure kunnen banken per zorginstelling 50% staatsgarantie krijgen voor het verstrekken van leningen vanaf € 1,5 mln tot maximaal € 50 mln.

Borgstelling scheepsnieuwbouw

In navolging van andere EU-landen is een garantieregeling geïntroduceerd waarmee het bankkrediet aan de scheepsbouwer wordt gegarandeerd gedurende de periode van de bouw van het schip. Gelet op de jaarlijkse productiewaarde van de sector is een jaarlijks garantieplafond van € 1 mld ingesteld. Daarmee wordt een wezenlijke bijdrage geleverd aan de oplossing van de financieringsproblematiek van de scheepsbouwsector.

Programma Valorisatie, Actieprogramma Onderwijs & Ondernemen

Actieprogramma Onderwijs & Ondernemen (O&O) en programma Valorisatie richten zich op een snellere overdracht van kennis en de versterking van het klimaat voor innovatief en kennisintensief ondernemerschap. Met het actieprogramma Onderwijs & Ondernemen wordt ondernemerschap en een ondernemende houding in het onderwijs gestimuleerd van de basisschool tot en met de universiteiten. In het kader van het programma werkt het SLO (stichting leerplan ontwikkeling) met inmiddels 40 trainers en 400 docenten aan een scholingsaanbod voor ondernemende docenten. In 2012 wordt ondernemerschap in het reguliere onderwijs verankerd onder meer door invoering van een certificeerbare eenheid ondernemerschap in het MBO en een bijzonder kenmerk ondernemerschap in het hoger onderwijs

Met het programma Valorisatie worden publiek-private samenwerkingsverbanden (bedrijven, kennis- en onderzoeksinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden) ondersteund om valorisatie-infrastructuur op te zetten die helpt om bestaande kennis en kunde te vertalen naar commerciële producten.

Vanuit het Valorisatieprogramma is in 2012 € 25 mln beschikbaar, per project wordt maximaal € 5 mln subsidie verleend. Het betreft een tijdelijke regeling die het mogelijk maakt om een valorisatie-infrastructuur op te zetten waarvan de exploitatie kostendekkend is. 2012 is het laatste jaar dat de regeling openstaat voor nieuwe aanvragen.

Bevorderen ondernemerschap

Dit budget wordt gebruikt voor diverse instrumenten die als doel hebben het ondernemingsklimaatbeleid te verbeteren. Zo is het budget bijvoorbeeld gebruikt voor (uitvoerings)bekostiging van programma’s voor regeldruk, kapitaalmarkt, zelfstandigenregeling, de programmakosten voor corporate governance en het Talent naar de top programma. Daarnaast wordt dit gebruikt voor het realiseren van de nieuwe beleidsambities zoals de ondernemerspleinen of onderwijs en ondernemerschap.

Microfinanciering

Voor kleine bedrijven en startende ondernemers is het zogenaamde microfinancieringsbeleid ontwikkeld. Vanaf begin 2011 biedt Qredits (stichting Microkrediet Nederland) microkredieten aan in heel Nederland tot maximaal € 35 000. Voor het jaar 2012 wordt deze grens, als pilot, verhoogd tot € 50 000. Naast het krediet neemt coaching een belangrijke plaats in. Stichting Eigenbaas.nl zorgt voor de landelijke promotie van microfinanciering, en werkt aan professionalisering en behoud/uitbreiding van het netwerk van Microfinancieringsondernemerpunten. EL&I draagt hier financieel aan bij door het verstrekken van een (achtergestelde) lening aan Qredits en een garantstelling op de lening van de BNG aan Qredits.

Doel in 2012 is om 1 500 kredieten te verstrekken. Een microkrediet bedraagt in 2010 gemiddeld circa € 17 800.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Aantal verstrekte microkredieten

610

2009

1 500

2 500

2016

Qredits

Interdepartementaal Programma Biobased Economy (IPBBE)

Om wereldwijd een koppositie te verkrijgen binnen de biobased economy moet worden ingezet op het ontwikkelen en benutten van kennis. Met het innemen van een koppositie wil Nederland een significant aandeel hiervan naar zich toe trekken en wereldwijd in % BNP tot de top 3 behoren qua optimale en duurzame productie en toepassing van biomassa. Om die reden wordt geïnvesteerd in pilot- en demonstratieprojecten en het ontwikkelen van marktrijpe producten (via bijvoorbeeld SBIR-tenders, regeling specifiek gericht op MKB). In 2012 draagt de NL-overheid in totaal circa € 60 mln bij (bron: Agentschap NL), EL&I draagt hier circa € 10 mln aan bij. In 2010 is een start gemaakt met 13 projecten bij bedrijven, welke in 2011–2012 verder ontwikkeld worden. In 2012 wordt, mits de Europese Commissie de staatssteun goedkeurt, een start gemaakt met de bouw van een open bioraffinage pilotfaciliteit. Hiervoor is in 2012 € 6,5 mln beschikbaar. Deze faciliteit kan gebruikt worden door MKB en industrie om projecten op te schalen naar commercieel niveau. Vanaf 2011 zal het «Transitiehuis biobased economy» en daarbinnen het Biorenewables Business Platform, businesscases ontwikkelen; voor de totale looptijd van 4 jaar zullen dit ongeveer 30 businesscases zijn. Vanuit SBIR zijn inmiddels enkele producten op de markt gebracht. Voorbeelden zijn bioplastics en biobased composieten.

Actieplan veilig ondernemen

EL&I stimuleert een veilige bedrijfsomgeving met het Actieplan Veilig Ondernemen en met de experimentenwet Bedrijven Investerings Zones (BIZ). Ondernemers worden gestimuleerd om samen te werken en gezamenlijk te investeren in een aantrekkelijker en veiliger bedrijfsomgeving.

EL&I heeft tot doel om in 2012 een convenant transportcriminaliteit tot stand te brengen. Met dit convenant wordt transportcriminaliteit beter in kaart gebracht en maatregelen ontwikkeld om deze te beperken en terug te dringen.

Opdrachten

Onderzoek & ontwikkeling

Uit dit budget worden onder meer beleidsonderzoek en verplichte evaluaties van beleidsinstrumenten gefinancierd. Ook is vanuit dit budget het instrument Groeiversneller gefinancierd. Met de Groeiversneller worden tachtig tot honderd bedrijven met een jaaromzet van enkele miljoenen ondersteund om in vijf jaar tijd te groeien naar een jaaromzet van € 20 mln. Dit gebeurt door in dit programma ambitieuze ondernemers intensief te begeleiden op gebieden als strategieontwikkeling, financiering, marktbenadering, innovatie en internationalisering.

Deelnemers krijgen kennis en expertise aangeboden op cruciale groei-issues zoals strategie, financiering, marktbenadering, innovatie en internationalisering. Het programma hanteert daarbij het principe «Je collega-groeier is de beste adviseur». Alleen directeuren zelf, mogen als deelnemer meedoen.

In 2012 zullen in het programma Groeiversneller, dat zijn vierde jaar ingaat, meer dan 120 bedrijven meedoen.

Samen met het CBS is een controlegroep samengesteld van niet-deelnemende bedrijven die op andere kenmerken vergelijkbaar zijn met de deelnemers. Medio 2011 heeft er een mid-term review van het programma plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat deelnemende bedrijven 22%-punt meer in omzet groeiden dan bedrijven in een relevante controlegroep. Om door te groeien tot een omzet van € 20 mln is een verschil in omzetontwikkeling van circa 30%-punt nodig. In de eerste meting is dit nog niet gehaald, maar de verwachting is dat het verschil zal toenemen naarmate de deelnemers langer in het programma zitten.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Verschil in omzet-ontwikkeling deelnemers en referentiegroep

22%-punt

2011

25%-punt

30%-punt

2015

CBS

Merkbaar en substantieel verminderen van regeldruk voor bedrijven

EL&I werkt samen met verschillende departementen aan het verminderen van regeldruk voor bedrijven en het verbeteren van haar dienstverlening, mede met het oog op versterking van de economische topsectoren. EL&I faciliteert en monitort het kabinetsprogramma onder andere door de ontwikkeling en onderhoud van meetmethodieken en instrumenten om regeldruk te verminderen (bijvoorbeeld de vertrouwensbenadering), en de instelling van het onafhankelijk adviescollege ACTAL.

BZK coördineert het programma vermindering regeldruk voor burgers, professionals in de publieke sector en medeoverheden.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Netto verlaging van administratieve lasten (cumulatief in procenten).

0% (nulmeting)

2011

10%

25%

2015

EL&I

Dit is de rijksbrede indicator voor de verlaging van de administratieve lasten.

ICT flankerend beleid

De inzet van ICT vraagt aanzienlijke investeringen in en aanpassingen van werkgevers, werknemers, bedrijven en overheden. Hierbij gaan de kosten voor de baten uit en dikwijls vallen de baten bij een andere partij dan de kosten. Gezien de collectieve baten treedt EL&I hier faciliterend op. Dit doet zij door samen met het bedrijfsleven en andere overheidsorganisaties de randvoorwaarden voor ICT-gebruik in te vullen, het slim ICT gebruik voor en door bedrijven te faciliteren en de regeldruk door middel van de inzet van ICT te verlagen. In 2012 zullen de basisvoorzieningen en standaarden van de digitale overheid verder worden doorontwikkeld en geïmplementeerd. Het gaat hier om: toegang (eHerkenning), informatie en communicatie (berichtenbox) en de basisregistratie Nieuw Handelsregister (NHR) waarop alle gemeenten voor 1 juli 2014 moeten zijn aangesloten. Om ondernemers het recht te geven hun zaken met de overheid langs elektronische weg af te handelen wordt het traject Recht op Elektronisch Zakendoen gestart. Antwoord voor Bedrijven blijft ook in 2012 het platform waarmee overheidsinformatie en -transacties worden ontsloten voor ondernemers.

PRIMA en Beleidsvoorbereiding en evaluaties

Eind 2011 wordt de Digitale Implementatie Agenda.nl naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze agenda staan de acties uit de Digitale Agenda.nl uitgewerkt. Door middel van PRIMA en de middelen uit beleidsvoorbereiding en evaluatie worden programma’s als cloud computing, open data en digitale vaardigheden beroepsbevolking uit de Digitale Implementatie Agenda.nl uitgevoerd.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Bijdrage aan Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) en de United Nations World Tourism Organization (UNWTO)

EL&I sluit voor de periode 2012–2015 een nieuw, meerjarig contract met het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) af om het inkomend toerisme te bevorderen. In de periode 2008–2010 heeft EL&I ruim € 50 mln geïnvesteerd voor de internationale marketing van Nederland en internationale congreswerving. In de periode 2012–2015 zal het budget steviger worden ingezet op de belangrijkste toeristische herkomstmarkten en doelgroepen.

Daarnaast wordt bijgedragen in de overheadkosten van het secretariaat van de UNWTO.

Bijdrage aan Ondernemerspleinen

De bijdrage uit de begroting van EL&I vervangt per 2013 de heffingen van de Kamers van Koophandel. Deze maatregel leidt tot lastenverlichting bij ondernemers en faciliteert de integratie van de Kamers tot een nieuwe organisatie waar ondernemers voor hun overheidsdienstverlening terecht kunnen («Ondernemerspleinen»). Hiermee wordt invulling gegeven aan de afspraak uit het Regeerakkoord dat ondernemers voor al hun overheidszaken terecht zullen kunnen bij 1 loket.

Bijdragen aan diverse instituten

Betreft een verzamelpost van verschillende kleine bijdragen aan diverse instituten, ten behoeve van het programmaonderzoek op het terrein van mkb en ondernemerschap, het kenniscentrum Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, de Koning-Willem I prijs en het Nederlandse Centrum voor Sociale Innovatie.

Compensatiebeleid

Het compensatiebeleid betreft een niet financieel instrument dat erop gericht is om de internationale positie van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie te verbeteren bij een gebrek aan een gelijk speelveld in deze markt. Zolang deze markt nog onvoldoende gelijke kansen biedt, voert EL&I compensatiebeleid. De rol van EL&I richt zich op het in een vroeg stadium van het aanbestedingstraject de voorwaarde te scheppen voor het invullen van de compensatie. EL&I eist dat de aanschaf van buitenlands defensiematerieel boven de € 5 mln, dat niet Europees wordt aanbesteed, voor 100 procent wordt gecompenseerd met orders in Nederland. EL&I streeft naar een zo hoog mogelijk percentage opdrachten voor de Nederlandse defensiegerelateerde industrie, hiervoor legt EL&I de contacten tussen de betrokken partijen. Jaarlijks profiteren zo’n 200–250 Nederlandse bedrijven en instituten van het compensatiebeleid. Binnen het compensatiebeleid ligt de nadruk op projecten in één van de zes prioritaire technologiegebieden die in de Defensie Industrie Strategie (DIS) zijn geïdentificeerd.

De indicator gerealiseerde invulling compensatieverplichtingen geeft het bedrag weer dat door buitenlandse partijen bij Nederlandse bedrijven wordt besteed ter compensatie van bestedingen van het Ministerie van Defensie in buitenlands materieel. De streefwaarde voor het vijfjaars gemiddelde bedraagt € 450 mln per jaar en deze waarde is de afgelopen jaren ruimschoots gehaald.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Gerealiseerde invulling compensatieverplichtingen

€ 547 mln

2010

Minimaal € 450 mln

Minimaal € 450 mln

2015

EL&I

Noot 11: TK, 2010–2011, 32 637, nr. 1