Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

BELEIDSPRIORITEITEN

1. Inleiding

De zorg is maatschappelijk van groot belang. Iedere Nederlander moet kunnen rekenen op kwalitatief goede zorg tegen een betaalbare prijs. In dat licht is het goed dat ons land opnieuw de eerste plaats inneemt in de afgelopen najaar gepubliceerde Euro Health Consumer Index. Nederland wordt met name geroemd om de goede toegankelijkheid van zorg. Daar kunnen we trots op zijn. Maar de kwaliteit van onze zorg is niet vanzelfsprekend en ook geen statisch gegeven. Maatschappelijke en demografische ontwikkelingen, net als nieuwe technologische mogelijkheden en behandelmethoden vragen om een duurzame hervorming van de zorg.

Het kabinet heeft met het regeerakkoord Bruggen slaan de verantwoordelijkheid genomen door op een aantal sleuteldossiers door te pakken en de noodzakelijke hervormingen ook daadwerkelijk mogelijk te maken. Wij, de Minister en Staatssecretaris van VWS, hebben in onze gezamenlijke strategische beleidsagenda Van systemen naar mensen van begin 2013 (TK 32 620, nr. 78) verder richting gegeven aan de contouren uit het regeerakkoord. In de agenda werken we aan hervormingen in de zorg waarmee de omslag gemaakt kan worden van het denken in systemen naar het denken vanuit mensen. Er zijn niet alleen grote verschillen tussen mensen in termen van gezondheid, maar ook in hun sociale omgeving en in de mate waarin zij in staat zijn zelf hun leven in te richten. Hoewel mensen van elkaar verschillen en behoefte hebben aan verschillende zorg, krijgen mensen in ongelijke situaties nog te vaak een uniforme behandeling. Door meer in te zetten op wat iemand nodig heeft, ontstaat zorg op maat.

Daarnaast bevat de strategische beleidsagenda maatregelen die ingrijpen in de groei van de zorguitgaven. In de afgelopen periode is de groei van deze uitgaven al aanzienlijk afgeremd. Het jaar 2013 was in dat opzicht een bijzonder jaar: voor het eerst in lange tijd bleven de zorguitgaven binnen de bestaande budgettaire kaders en liet de Miljoenennota 2014 een meerjarige onderschrijding zien. De aanhoudende financiële crisis heeft er echter voor gezorgd dat het kabinet genoodzaakt was de schatkist verder op orde te brengen. De zorg heeft hieraan een forse bijdrage geleverd; met partijen in de zorg zijn het afgelopen jaar akkoorden gesloten en nieuwe meerjarenafspraken gemaakt die de groei van de uitgaven verder beperken. In het voorjaar van 2013 zijn met verschillende werkgevers- en werknemersorganisaties afspraken gemaakt over loonmatiging in ruil voor investeringen in kwaliteit en werkgelegenheid. In de zomer van 2013 is in de curatieve zorg met ziekenhuizen, medisch specialisten, de ggz, huisartsen, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties overeengekomen de reeds bestaande hoofdlijnenakkoorden verder uit te diepen en te verlengen. Alle betrokken partijen hebben daarmee getoond verantwoordelijkheid te nemen om samen een duurzamer zorgstelsel te ontwikkelen.

Binnen het stelsel van de curatieve zorg krijgen de actoren ook steeds meer mogelijkheden om hun rol goed in te vullen en bij te dragen aan de betaalbaarheid en kwaliteit. De combinatie van meerjarenafspraken over uitgavenbeheersing, kwaliteit en doelmatigheid en de vergroting van risicodragendheid van zorgverzekeraars heeft geleid tot een daling van de groei van de uitgaven voor de curatieve zorg. De betere beheersing en beperking van de groei van de zorguitgaven hebben mede mogelijk gemaakt dat de nominale premie in 2013 is gestabiliseerd en in 2014 fors is gedaald.

De afspraken uit het regeerakkoord in het kader van de langdurige zorg en ondersteuning zijn het afgelopen jaar verder uitgewerkt. Na intensieve consultatie met het zorgveld, gemeenten, werkgevers en werknemers en deskundigen ligt er een verantwoord pakket aan maatregelen. Hiermee faciliteren we de overgang naar het nieuwe stelsel optimaal. Door de meer evenwichtige spreiding van maatregelen is het maatschappelijk draagvlak toegenomen en is de basis gelegd voor een verantwoorde hervorming richting de nabije toekomst. Kern daarin blijft een langdurige zorg die dicht bij mensen is georganiseerd en meer rekening houdt met wat mensen zelf willen en kunnen.

Wij werken intensief samen om de strategische agenda vorm te geven en de aansluiting tussen curatieve en langdurige zorg en ondersteuning te versterken. Hierbij is een aantal zorgbrede thema’s geformuleerd. In 2013 zijn vanuit een sectoroverstijgende aanpak slagvaardige taskforces ingesteld voor de thema’s fraude, verspilling en patiëntveiligheid. Deze moeten niet alleen bijdragen aan kwaliteitsverbetering, maar zeker ook aan betaalbaarheid.

In de regel is het beleidsverslag een spiegel van de beleidsagenda voor datzelfde jaar. Gelet op de demissionaire status van het kabinet dat de begroting voor 2013 opstelde en het beleidsarme karakter van de agenda van het afgelopen jaar, is er in dit verslag voor gekozen de opzet van de strategische agenda zo veel mogelijk te volgen. Daarnaast wordt een toelichting gegeven op de akkoorden die het afgelopen jaar zijn gesloten. In het kader van de verbetering van de verantwoording is afgesproken om focusonderwerpen te benoemen. Om die reden krijgen in dit verslag fraude en decentralisatie extra aandacht (TK 31 865, nr. 55).

2. Gezamenlijke projecten

a. Geld voor zorg besteden aan zorg

Fraude in de zorg is onacceptabel en moet hard worden aangepakt. In maart 2013 heeft het Ministerie van VWS een convenant gesloten met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD), de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Met het convenant is ook de Taskforce Integriteit Zorgsector een feit. Het doel van het samenwerkingsverband is het versterken van de integriteit van de zorgsector door samenwerking tussen de convenantpartners te stimuleren, te coördineren en te vergroten door het uitwisselen van informatie en het uitwisselen van kennis, inzicht en vaardigheden (TK 28 828, nr. 50).

De NZa heeft in 2013 onderzoek gedaan naar de fraudegevoelige aspecten in ons zorgsysteem. Het gaat daarbij om het aanpakken van oneigenlijk gebruik en het voorkomen en herstellen van fouten, met name bij declaraties. In haar eerste tussenrapportage van het najaar van 2013, heeft zij per zorgonderdeel de risico’s voor fraude in kaart gebracht (TK 28 828, nr. 54). De NZa adviseert zorgverzekeraars hun controlesystemen te verbeteren en meer aandacht te besteden aan opsporing van fraude. Medio 2014 zal de NZa de definitieve resultaten van het onderzoek naar de omvang van fraude aanleveren.

In de VWS-begroting zijn extra middelen uitgetrokken om het toezicht en de opsporing van zorgfraude te versterken. Deze middelen zullen onder andere gebruikt worden om het toezicht van de NZa te intensiveren en de opsporingstaak van de Inspectie SZW in de zorg uit te breiden. In 2013 en 2014 worden 30.000 huisbezoeken bij pgb-houders afgelegd. Ook is een Expertisecentrum Zorgfraude Bestrijding (EZB) opgericht en wordt er bij nieuwe wetgeving en aanpassing van bekostigingssystemen vooraf een fraudetoets uitgevoerd. Voor de Wet langdurige zorg (Wlz) en de invoering van de Generalistische Basis GGZ heeft al een fraudetoets plaatsgevonden.

Een inzichtelijke zorgnota stelt verzekerden/patiënten in staat declaraties te controleren op mogelijke onjuistheden en hen inzicht te bieden in de gemaakte zorgkosten. Het is één van de maatregelen die wordt ingezet om fraude en oneigenlijk gebruik van zorg aan te pakken.

In de curatieve zorg maken ziekenhuizen duidelijke afspraken over de kaders waarbinnen de externe adviesbureaus kunnen ondersteunen bij het realiseren van een correct declaratieproces, kijken zorgverzekeraars naar financiële prikkels die de juistheid van declaraties kunnen bevorderen en zal er in de opleiding van medisch specialisten meer aandacht komen voor kostenbewustzijn. Ook zal een flinke slag worden gemaakt in het eenduidig maken van declaratienormen. In de ggz zijn op de factuur gegevens opgenomen over o.a. hoofdbehandelaarschap, verwijzer en bestede tijd waardoor zorgverzekeraars beter in staat zijn de juistheid van de factuur te controleren. Om upcoding in de langdurige zorg tegen te gaan zal het CIZ alle aangekondigde maatregelen per 1 januari 2014 laten ingaan: het CIZ zal meer indicaties toetsen die afgegeven zijn door instellingen en verkregen informatie controleren bij cliënten of hun wettelijke vertegenwoordiger. Na vaststelling van upcoding mogen deze instellingen niet meer zelf indiceren (TK 17 050, nr. 450).

Met het Programma Aanpak Verspilling in de Zorg pakt de overheid samen met de zorgsector de verspilling aan (TK 33 654, nr. 1 en TK 33 654, nr. 2). Belangrijk onderdeel is het Meldpunt Verspilling. De meldingen maken inzichtelijk waar actie mogelijk en nodig is. Sinds de start van het Meldpunt op 25 mei 2013 zijn circa 19.000 meldingen binnengekomen. De rapportage over het Meldpunt geeft een goed beeld van de meldingen (TK 33 654, nr. 4). Tweederde van alle meldingen gaat over verspilling in de vorm van hoeveelheid zorg, over het gebruik van zorgmiddelen en de betaling van de zorg. Met drie themaprojecten gaan we – samen met partijen uit het veld – de komende jaren op zoek naar concrete oplossingen. De projectteams gebruiken reeds verzamelde en nieuwe meldingen en beoordelen aangedragen oplossingen om een actieplan te maken. De themaprojecten zijn: genees- en hulpmiddelen, langdurige en curatieve zorg. Begin 2014 wordt de Tweede Kamer over de actieplannen geïnformeerd.

Conform het regeerakkoord waarin meer nadruk op samenwerking ligt, is aangekondigd dat VWS samen met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de NZa een rondgang zal maken door Nederland. Het doel hiervan is te inventariseren welke belemmeringen van samenwerking worden ervaren en suggesties voor oplossingen te horen. Ook zal in de rondgang informatie en uitleg worden gegeven over de toepassing van de Mededingingswet. Aanleiding hiervoor zijn de klachten uit de zorgbranche dat goede samenwerking wordt gehinderd door mededingingsregels. Het is belangrijk dat zorgverleners goed met elkaar samenwerken zodat de patiënt de juiste zorg ontvangt. Voor de zomer van 2014 wordt de Tweede Kamer hierover nader geïnformeerd (TK 32 620, nr. 106).

Om een goede werking van het zorgstelsel te garanderen is accurate informatie van groot belang. De stuurgroep Verbetering Informatievoorziening Zorguitgaven die eind 2012 van start is gegaan, doet periodiek voorstellen voor het versnellen van de informatievoorziening, voor het monitoren ervan en voor het verbeteren van de verklarende informatie. Eind 2014 moeten de eerste maatregelen van kracht zijn. In 2013 zijn twee tussenrapportages opgesteld en zijn al de nodige stappen gezet (TK 29 248, nr. 254 en TK 29 248, nr. 256). Zo is afgesproken de doorlooptijd van diagnosebehandelingcombinaties (DBC’s) in de medisch-specialistische zorg van maximaal één jaar naar maximaal vier maanden terug te brengen per 2015. Met Vektis is de afgelopen periode gewerkt aan een aansluiting op het datawarehouse Zorgprisma, ingericht op basis van de door zorgverzekeraars betaalde declaraties. Zorgprisma ontsluit op een gebruiksvriendelijke manier de gegevens die gekoppeld zijn aan de declaraties die bij de zorgverzekeraars binnenkomen. De NZa heeft de opdracht gekregen om instellingen te verplichten per 2015 te werken via de internationale classificatiestandaard van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) bij het vastleggen van zorgproducten.

Naast bovengenoemde voorbeelden is het terugdringen van regeldruk een thema dat meegenomen wordt bij de ontwikkeling van beleid. In 2013 is verder vorm gegeven aan het verminderen van regeldruk binnen het Experiment Regelarme Instellingen (ERAI) waarbij instellingen in de gelegenheid worden gesteld om te experimenteren met het buiten werking stellen van regels (TK 31 765, nr. 75). Ook zal het signaal van de partijen verenigd in de Agenda voor de Zorg in 2014 leiden tot een gezamenlijke programmatische aanpak van regeldruk.

b. Patiëntveiligheid en kwaliteit

Het verbeteren van patiëntveiligheid heeft het afgelopen jaar prominent op de agenda gestaan. In het najaar van 2013 bleek aan de hand van het EMGO/NIVEL rapport dat de landelijke programmatische aanpak van patiëntveiligheid in de ziekenhuissector zeer succesvol is geweest. Er zijn forse verbeteringen bereikt en de doelstelling van het programma om 50% van de potentieel vermijdbare sterfte te reduceren in 2012 is ruimschoots gehaald (TK 31 016, nr. 59).

De komende tijd ligt de nadruk op betere toepassing van procedures, protocollen en richtlijnen. Naar aanleiding van twee onderzoeksrapporten naar de organisatie van de IGZ van de heer Van der Steenhoven en mevrouw Sorgdrager is in 2013 een complex en omvangrijk verbetertraject van start gegaan. De IGZ ziet scherper toe en treedt handhavend op wanneer het nodig is. Als een zorgaanbieder onvoldoende aantoont geleerd te hebben van een onverantwoord risico of een calamiteit, ziet de IGZ scherper toe op het verbeterproces en handhaaft de IGZ waar nodig (TK 33 149, nr. 17). Tevens is besloten een Landelijk Meldpunt Zorg op te richten dat uiterlijk 1 juli 2014 van start gaat. Dit meldpunt wordt organisatorisch ondergebracht bij het CIBG, met een zekere afstand tot en tegelijk in verbinding met de IGZ. Burgers met klachten over de zorg kunnen bij het Landelijk Meldpunt Zorg terecht voor advies en begeleiding. Zorgaanbieders en fabrikanten moeten er hun wettelijk verplichte meldingen doen (bijvoorbeeld over (vermeende) calamiteiten). Het doel van het meldpunt is een bijdrage te leveren aan een professionelere klachtafhandeling en meer transparantie over klachten en meldingen in de zorg en de afhandeling daarvan.

In EU-verband is in 2013 afgesproken dat lidstaten elkaar per 2016 actief waarschuwen wanneer een zorgverlener een beroepsverbod of bevoegdheidsbeperkende maatregel opgelegd heeft gekregen in de lidstaat waar hij werkzaam is. Nederland heeft vooruitlopend daarop met een aantal landen bilaterale afspraken gemaakt om elkaar actief te informeren over disfunctionerende artsen en andere zorgverleners.

Beide Kamers hebben afgelopen jaar ingestemd met het wetsvoorstel dat de taken en bevoegdheden op het gebied van de kwaliteit van de zorg regelt. Hiermee is de weg vrijgemaakt voor de start van het Kwaliteitsinstituut. Met het Kwaliteitsinstituut wordt een belangrijke stap gezet om de kwaliteit van zorg transparant te krijgen. Het wordt voor zorgverzekeraars gemakkelijker om niet alleen op prijs, maar ook op kwaliteit zorg in te kopen. Voor patiënten wordt het gemakkelijker om inzicht te krijgen in wat goede zorg is en om op basis van kwaliteit een keuze te maken voor een zorgaanbieder (EK 33 243, nr. A).

Het Kwaliteitsinstituut haalt zijn expertise zoveel mogelijk uit het veld. Het instituut wordt een slank en flexibel onderdeel van het huidige College van Zorgverzekeringen, dat een nieuwe naam krijgt: Zorginstituut Nederland. Vijf organisaties en programma’s die zich nu met kwaliteit in de zorg bezighouden, worden opgeheven. Het Kwaliteitinstituut zal bij het uitvoeren van werkzaamheden bijzondere aandacht besteden aan het tegengaan van regeldruk.

c. Gezond opgroeien en ouder worden

Alcohol en tabak schaden de ontwikkeling en gezondheid van jongeren en zijn voor deze groep extra schadelijk. In 2013 is besloten de Drank- en Horecawet (een initiatiefwet van de TK-leden Voordewind, Van der Staaij, Bouwmeester en Bruins Slot) aan te passen. Vanaf 1 januari 2014 mag aan jongeren onder de 18 jaar geen alcohol worden verkocht. Jongeren onder de 18 jaar zijn bovendien strafbaar als ze alcohol bij zich hebben (TK 33 341, nr. 19). In 2013 hebben beide Kamers ingestemd met het wetsvoorstel om de leeftijdsgrens voor de verkoop van tabak met ingang van 1 januari 2014 te verhogen van 16 naar 18 jaar. Met deze wetswijziging wil het kabinet het aantal jonge rokers terugdringen (TK 33 590, nr. 3).

Op 11 oktober 2013 is het Nationaal Programma Preventie(NPP) officieel begonnen. Het programma is een toezegging van dit kabinet naar aanleiding van de behandeling van de VWS-begroting in 2012. Het programma is het afgelopen jaar samen met verschillende partners ontwikkeld en beslaat een breed terrein van preventie en gezondheid. Het focust op drie terreinen: preventie een prominente plek geven in de gezondheidszorg, de gezondheid van mensen bevorderen en chronische ziekten voorkomen, en de gezondheidsbescherming op peil houden en nieuwe bedreigingen het hoofd bieden. Daarbij wordt vastgehouden aan de eerder vastgestelde speerpunten: diabetes, depressie, roken, alcohol, overgewicht en bewegen. Uitgangspunt is daarbij dat private en publieke partijen samenwerken en de verschillende activiteiten zoveel mogelijk met elkaar verbonden worden. In het tweede deel van het programma is een groot aantal activiteiten op bovenstaande onderdelen opgenomen, met waar mogelijk concrete resultaatafspraken (TK 32 793, nr. 102).

In het najaar van 2013 zijn we officieel van start gegaan met het Deltaplan Dementie. Dit is een achtjarenplan met als doel de zorg voor patiënten met dementie te optimaliseren. Het Deltaplan Dementie is een samenwerking tussen publieke en private partijen en richt zich zowel op zorg en ondersteuning in de hele zorgketen als op preventie en genezing door middel van het uitvoeren van onderzoek, de ontwikkeling van het Zorgportaal Dementie en het realiseren van het Nationaal Register Dementie. VWS heeft voor de komende vier jaar een bedrag van € 32,5 miljoen voor het plan beschikbaar gesteld (TK 32 793, nr. 70).

Het programma Sport en Bewegen in de Buurt is in februari 2012 van start gegaan en biedt lokaal kansen om meer mensen te laten sporten en bewegen (TK 30 234, nr. 91). Met het programma wordt bijgedragen aan een gezonde en actieve leefstijl door lokaal meer verbindingen tot stand te brengen tussen de sportsector en andere sectoren zoals onderwijs, zorg, welzijn, buitenschoolse opvang en het bedrijfsleven. Vanuit de Rijksoverheid is vanaf 2013 financiering beschikbaar voor 2.900 buurtsportcoaches. In 2013 is het aantal gemeenten dat buurtsportcoaches aanstelt gegroeid naar 377. Gemeenten hebben daarnaast gezamenlijk ingetekend voor 2.761 fte. In september zijn 166 nieuwe projecten vanuit de Sportimpuls gehonoreerd, waarvan 20 projecten speciaal gericht zijn op «Kinderen sportief op gewicht» (TK 30 234, nr. 91). Ook is in 2013 samen met het Ministerie van OCW de Onderwijsagenda Sport, Bewegen en een Gezonde Leefstijl in uitvoering genomen.

Naar aanleiding van enkele tragische voorvallen is een brede maatschappelijke discussie ontstaan over veiligheid op de sportvelden. In maart 2013 is een tweede overleg gevoerd tussen de sportsector, verschillende ministeries (zoals V&J en OCW), politie, het OM en gemeenten. Dit heeft geleid tot afspraken om geweld op het sportveld intensiever aan te pakken. Het actieplan «Naar een veiliger sportklimaat» wordt uitgevoerd en versterkt. Denk aan: sportspecifieke maatregelen, sport en veiligheid op lokaal niveau, de aanpak van excessen, de rol van ouders, sportiviteit en respectvol gedrag op school en de inzet van rolmodellen (TK 30 234, nr. 83).

Het afgelopen jaar is een nieuw beleidskader voor sportevenementen gepresenteerd. De focus ligt op toonaangevende internationale sportevenementen en het realiseren van maatschappelijke en economische spin-off rondom het evenement (TK 30 234, nr. 94). De ambitie van de sport is om bij de beste tien topsportlanden van de wereld te horen. Vanwege de toenemende internationale concurrentie richten we ons vooral op (potentieel) succesvolle takken van sport en topsporters. VWS investeert in topsport, in 2013 voor het eerst via een instellingssubsidie aan NOC*NSF. De middelen van Lotto, Partners in Sport en VWS worden hiermee samengevoegd en gericht ingezet voor o.a. de financiering van wedstrijd- en trainingsprogramma’s, talentontwikkeling en Centra voor Topsport en Onderwijs.

d. Arbeidsmarkt

In april 2013 heeft het kabinet naast een Sociaal Akkoord ook een Zorgakkoord gesloten met werkgevers en werknemers. Het akkoord is een combinatie van een verantwoorde uitwerking van het regeerakkoord, een verantwoorde loonontwikkeling en gerichte maatregelen ten behoeve van de werkgelegenheid en de kwaliteit van arbeid in de zorg. De komende jaren wordt blijvend geïnvesteerd in goed opgeleid zorgpersoneel, met name verpleegkundigen. Verder wordt geïnvesteerd in opleiding en ontwikkeling van medewerkers (bijvoorbeeld wijkverpleegkundigen) en zijn extra middelen voor stageplaatsen vrijgemaakt (TK 33 566, nr. 29).

In het najaar van 2013 hebben wij onze visie op de gevolgen van de hervormingen in de langdurige zorg op de arbeidsmarkt aan de Tweede Kamer voorgelegd. Daaruit blijkt dat de werkgelegenheid in de langdurige zorg en jeugdzorg weliswaar in 2015 eerst afneemt, maar dat de werkgelegenheid zich in 2017 weer herstelt. De branche kan de gevolgen gedeeltelijk zelf opvangen. Tegelijkertijd treft het kabinet ook maatregelen om de overgang te begeleiden. De continuïteit en kwaliteit van de zorg moet worden gewaarborgd door afspraken te maken over overname van personeel en het zo veel mogelijk in stand houden van de relatie cliënt-zorgverlener. Het kabinet stelt extra geld beschikbaar voor het begeleiden van mensen «van werk naar werk» en voor om- her- en bijscholing (TK 29 282, nr. 181). In de komende jaren zal bovendien een verschuiving van werkzaamheden plaatsvinden, waarbij bijvoorbeeld het aantal wijkverpleegkundigen zal toenemen. De wijkverpleegkundige gaat een essentiële rol spelen bij de gewenste transities in de zorg en bij het geven van de meest passende zorg en ondersteuning. In 2013 hebben wij de belemmeringen van de bekostiging voor de taakherschikking opgeheven. Zo mogen vanaf 2015 ook de verpleegkundig specialist en de physician assistant een DBC openen.

3. Maatregelen op het terrein van de curatieve zorg

a. Slimmer organiseren van de curatieve zorg

De curatieve zorg wordt steeds sterker om patiënten heen georganiseerd. In juli zijn de bestaande hoofdlijnenakkoorden verder verdiept. Goede en doelmatige zorg voor de patiënt, daar draait het om. We willen duurzame afspraken maken die de groei van de zorguitgaven vertragen, zodat we budgettair gedreven ingrepen in het basispakket kunnen voorkomen. Uiteraard blijft een systematische doorlichting van het pakket door het CVZ nodig met het oog op stringent pakketbeheer. De volumegroei bij de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg, instellingen voor medisch-specialistische zorg en de curatieve ggz wordt de komende jaren verder teruggebracht: voor 2014 tot 1,5 procent. En tussen 2015 en 2017 tot 1 procent. Omdat zorgaanbieders in de eerste lijn -met name huisartsen – taken overnemen vanuit de duurdere tweedelijn, is er meer groeiruimte in de eerste lijn afgesproken (maximaal 2,5 procent).

Dat wordt mede gerealiseerd door het tegengaan van verspilling, fraude, onnodige bureaucratie en door het scherper toepassen van aanspraken in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Gepast gebruik en het verminderen van praktijkvariatie (TK 33 654, nr. 4) zijn daarvoor cruciaal. Ook bevatten de akkoorden afspraken over het vergroten van de transparantie over de kwaliteit van zorg. Het aantal praktijkvoorbeelden daarvan neemt toe, bijvoorbeeld de door Zorgverzekeraars Nederland (ZN) in kaart gebrachte minimumkwaliteitsnormen voor complexe behandelingen. En doordat een aantal ziekenhuizen de resultaten van hun behandelingen van hartaandoeningen vrijgeven (TK 29 248, nr. 255).

Ook zijn verschillende voorstellen voor het beter functioneren van het zorgstelsel – die ook nodig zijn voor een betere beheersing van de zorguitgaven – verder uitgewerkt. Een aantal van deze voorstellen ligt nu voor ter behandeling in zowel de Eerste als Tweede Kamer. De wetten ten aanzien van de continuïteit van cruciale zorg en het Kwaliteitsinstituut zijn inmiddels goedgekeurd.

In de zorg ontstaan veel initiatieven met het doel de kwaliteit van de zorg te verbeteren, de kosten te verlagen en de zorg in de buurt beter te organiseren. Deze initiatieven zijn onder meer gericht op uitkomstbekostiging, waarbij de nadruk ligt op het zo gezond mogelijk houden van mensen. Daarnaast is substitutie cruciaal: van tweedelijnszorg naar eerstelijnszorg, van professionele zorg naar zelfzorg en eHealth (TK 32 620, nr. 85 en TK 32 620, nr. 92)

In het regeerakkoord staat dat de verbreding van investeringsmogelijkheden in de medisch-specialistische zorg alleen interessant moet zijn voor investeerders met een langetermijnperspectief. Hiertoe is in februari 2013 een wetsvoorstel aan de Kamer aangeboden (TK 33 168, nr. 7). Nieuwe inzichten om dit principe nog zwaarder te verankeren – zonder de werking van dit wetsvoorstel te belemmeren – vragen nadere bestudering (TK 33 168, nr. 15). Dit strekt zich ook uit tot verticale integratie. Het wetsvoorstel wordt aangepast en zo spoedig mogelijk ter behandeling aan de Tweede Kamer aangeboden.

Tegen de achtergrond van de veranderende zorg moeten we tegelijkertijd blijven werken aan een toekomstbestendige, meer innovatieve en samenhangende farmaceutische zorg. Daarbij staat centraal dat de apotheker zich verder ontwikkelt tot zorgverlener van de toekomst die nauw samenwerkt met huisartsen en voorschrijvers in de tweedelijn, en vooral chronische patiënten informeert, begeleidt en ondersteunt bij het beter gebruiken van geneesmiddelen. De apotheker moet onlosmakelijk verbonden zijn met de andere spelers in de eerstelijnszorg. De komende periode zullen we benutten om deze ambitie met betrokken partijen verder vorm te geven. Dit is overeenkomstig de aanbevelingen van de verkenners extramurale farmacie (TK 29 477, nr. 243). Het beleid op het terrein van farmacie in de afgelopen jaren heeft mede geleid tot een forse budgettaire onderschrijding in 2013.

b. Versterken zelfredzaamheid en positie burger

Wij zetten in op de toepassing van eHealth zodat patiënten zelf actiever worden betrokken bij en zo mogelijk de regie kunnen nemen over hun zorg en om te bevorderen dat ouderen langer thuis kunnen wonen. Hiertoe zijn verschillende landelijke en regionale initiatieven ondersteund, waaronder de Nationale Implementatie Agenda eHealth van koepels van patiënten, zorgprofessionals en zorgverzekeraars. Daarnaast is de eerste eHealth-monitor 2013 verschenen. Versterking eerstelijnszorg en ketenzorgondersteuning (TK 27 529, nr. 108) en het mogelijk maken van bepaalde e-mental health toepassingen (TK 33 675, nr. 3) zijn voorbeelden die aan de doelstellingen bijdragen. De eHealth-agenda zal blijvende aandacht vergen.

Door onzorgvuldig en overmatig gebruik van antibiotica worden steeds meer bacteriesoorten resistent voor de werking van antibiotica. Om het gebruik van antibiotica in de melkveehouderij in 2015 met 70% ten opzichte van 2009 te verminderen heeft VWS in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken in 2013 fors ingezet op de ontwikkeling en toepassing van alternatieve middelen en methoden. Om antibioticagebruik te reduceren lopen nu twee projecten waarbij ondernemers gezamenlijk werken aan deze doelstelling (TK 29 683, nr. 172). Nederland heeft de Europese Commissie gevraagd initiatieven te nemen om terughoudend en zorgvuldig gebruik van antibiotica verder te concretiseren en te versnellen. Een meerderheid van de lidstaten heeft enthousiast steun toegezegd (TK 29 683, nr. 172). Ook zijn door ons in 2013 samenwerkingsovereenkomsten met de World Health Organization (WHO) gesloten om antibioticaresistentie aan te pakken. Zo willen wij onder andere inzetten op infectiepreventie en zorgvuldig gebruik van antibiotica in ziekenhuizen. Nederland wil op dit terrein een actieve rol spelen en zal zijn expertise en ervaring op dit terrein beschikbaar stellen.

Incidenten met medische hulpmiddelen, zoals de PIP-borstimplantaten, hebben geleid tot een actieplan van de Europese Commissie. Men wil – binnen de bestaande wetgeving – maatregelen nemen om zulke incidenten zo veel mogelijk te voorkomen. Wij steunen de voorgestelde maatregelen. In Brussel wordt onderhandeld over de voorstellen van de Europese Commissie voor de verordeningen voor medische hulpmiddelen. Nederland heeft onder meer een voorstel ingediend om de eisen aan post-market surveillance door fabrikanten aan te scherpen. Incidenten hebben laten zien dat het juist in deze fase na de markttoelating van belang is om snel en adequaat te handelen. Ook heeft Nederland een implantaatkaart en bijsluiter voorgesteld, zodat de patiënt adequaat is geïnformeerd en meer weet over het implantaat. Deze worden gekoppeld aan de voorziene Europese databank en zijn actueel en beschikbaar voor patiënten (TK 33 758, nr. 17). Op deze voorstellen is positief gereageerd.

In het najaar van 2013 heeft VWS de cosmetische sector onder de loep genomen. Naar aanleiding daarvan zijn maatregelen aangekondigd om mensen beter te beschermen tegen onverantwoorde risico’s. Een deel van de geconstateerde knelpunten zal worden ondervangen door de invoering van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), die ter behandeling in de Eerste Kamer ligt. Daarnaast moet de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) worden aangepast. Dit moet de IGZ uiteindelijk meer handvatten bieden om effectief toezicht te houden op risicovolle handelingen in de cosmetische sector (TK 31 765, nr. 79).

Het afgelopen jaar zijn stappen gezet om de transparantie over financiële belangen van zorgprofessionals voor consumenten en patiënten verder te vergroten. Zo vallen artsenorganisaties KNMG en de Orde van Medisch Specialisten en ziekenhuiskoepels NVZ en NFU per 1 januari 2014 ook onder de gedragscode medische hulpmiddelen (GMH). Voorheen gold deze code alleen voor leveranciers en fabrikanten. Ook is afgesproken dat de financiële relaties tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals met ingang van 2015 inzichtelijk gemaakt worden.

4. Maatregelen op het terrein van de care en jeugdzorg

a. Langdurige zorg en ondersteuning

Het afgelopen jaar is voortvarend begonnen met de ambities uit het regeerakkoord om de langdurige zorg en ondersteuning beter en toekomstbestendig te maken. Het kabinet wil bij deze hervorming op een zo groot mogelijk draagvlak in de samenleving kunnen rekenen. Daarom is intensief gesproken met het zorgveld, gemeenten, werkgevers en werknemers en deskundigen. Dit heeft geleid tot enkele aanpassingen van verschillende maatregelen uit het regeerakkoord (TK 30 597, nr. 296).

Zo zijn de eerder afgesproken bezuinigingen op de extramuralisering en de korting op de huishoudelijke hulp verzacht. Ook zullen persoonlijke verzorging en verpleging per 2015 grotendeels ondergebracht worden in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Tot slot is de verhoging van de eigen bijdrage verzacht voor mensen die in een instelling verblijven.

In november 2013 is de Wet langdurige zorg (Wlz) naar de Raad van State gestuurd. Deze wet zal per 1 januari 2015 de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vervangen. Doel is dat ouderen en mensen met verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperkingen recht op passende zorg krijgen met aandacht voor hun individuele welzijn.

Bij Begrotingsakkoord 2012 is een 10-uurscriterium ingevoerd voor het pgb. Dit criterium geldt sinds 2013 alleen voor de functie begeleiding. Alleen mensen met een indicatie voor meer dan 10 uur per week komen in aanmerking voor een pgb. Het kabinet heeft in juli 2013 besloten deze maatregel alternatief in te vullen. Zo worden onder andere pgb-tarieven in 2014 niet verhoogd ten opzichte van 2013 en worden de tarieven voor niet-professionele zorg voor nieuwe cliënten verlaagd (TK 30 597, nr. 367).

De rol van mantelzorgers en vrijwilligers wordt belangrijker. Het afgelopen jaar heeft het kabinet zijn visie op informele zorg in diverse Kamerbrieven beschreven, vergezeld van diverse maatregelen (TK 30 169, nr. 28 en TK 30 169, nr. 29). De kernwoorden zijn daarbij versterken, verlichten en verbinden. In het kader van de Begrotingsafspraken 2014 is vanaf 2014 € 11 miljoen extra beschikbaar voor de mantelzorgondersteuning (TK 33 750, nr. 19).

In de Begrotingsafspraken 2014 is besloten om de landelijke fiscale regeling voor de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten, inclusief de Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten, per 2014 in aangepaste vorm te handhaven. Gemeenten ontvangen daarnaast aanvullende financiële middelen (structureel 268 miljoen euro vanaf 2017) om gericht maatwerk te bieden aan mensen met een chronische ziekte en/of beperking via de Wmo en/of bijzondere bijstand.

In september 2013 is het wetsvoorstel zorg en dwang door de Tweede Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel heeft betrekking op de zorg voor cliënten met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking en waarborgt door middel van een stappenplan dat deze zorg zoveel als mogelijk vrij van dwang is. Tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van ernstig nadeel voor de cliënt. De Eerste Kamer heeft inmiddels besloten het wetsvoorstel te willen behandelen in samenhang met het wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), dat op dit moment ter behandeling bij de Tweede Kamer ligt. Inmiddels zijn er in het kader van het actieprogramma Onvrijwillige zorg al stappen gezet om het toepassen van vrijheidsbeperking terug te dringen.

In 2013 zijn de experimenten regelarme instellingen van start gegaan. Een groot aantal experimenten is verlengd tot 31 december 2014. In 2013 zijn met betrokkenen gesprekken gevoerd om de experimenten tussentijds te evalueren. De uitkomsten worden meegenomen in de Hervorming Langdurige Zorg.

In 2013 is het wetsvoorstel Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voorbereid dat begin januari 2014 aan de Tweede Kamer is aangeboden (TK 30 597, nr. 368). Gemeenten worden op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronisch psychische of psychosociale problemen. Die ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Voor mensen met psychische of psychosociale problemen of voor mensen die al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, de thuissituatie hebben verlaten, voorzien gemeenten in de behoefte aan beschermd wonen en opvang. Het beleid om langer zelfstandig te wonen sluit aan bij een trend die in de ouderenzorg al lang zichtbaar is. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw daalt het aantal ouderen in een verpleeg- of verzorgingshuis, terwijl sindsdien het aantal ouderen is verdubbeld.

Uit de AWBZ wordt een aantal taken geschrapt en een aantal verantwoordelijkheden gedecentraliseerd naar gemeenten. In het afgelopen jaar zijn afspraken gemaakt over enkele aanpassingen van voornemens uit het regeerakkoord. Zo blijft dagbesteding en persoonlijke verzorging beschikbaar in het overgangsjaar 2014. Daarnaast is de korting op de huishoudelijke verzorging structureel verzacht ten opzichte van het regeerakkoord. Ook is ten behoeve van een zorgvuldige overgang van cliënten en een zorgvuldige transitie door aanbieders 200 miljoen euro extra beschikbaar gesteld in 2015 (TK 29 538, nr. 151).

Ook is afgesproken dat gemeenten vanaf 2016 structureel een extra bedrag van € 200 miljoen ontvangen, zodat zij vernieuwende ondersteuningsarrangementen kunnen ontwikkelen op het snijvlak van maatschappelijke ondersteuning, welzijn, werk en inkomen, wonen, jeugdzorg en onderwijs, met slimme verbindingen tussen formele en informele zorg. Eén van die vernieuwingen is de samenhang tussen het sociale en het medische domein, met de wijkverpleegkundige als spil. Innovatieve werkwijzen, zoals sociale wijkteams en buurtgericht werken, kunnen verder worden ontwikkeld en breder worden ingezet en zo worden ingericht dat het samenwerking tussen zorgverzekeraars, zorgaanbieders en gemeenten stimuleert. Substitutie van zwaardere vormen van zorg door lichtere vormen van zorg en ondersteuning kunnen plaatsvinden. In december heeft de NZa haar advies uitgebracht over de bekostiging van de wijkverpleging in de Zvw.

b. Nieuw jeugdstelsel

De Eerste Kamer heeft in februari 2014 ingestemd met de nieuwe Jeugdwet, die de decentralisatie van de jeugdhulp naar gemeenten per 1 januari 2015 regelt. Hiermee stimuleren we preventie, inzet van eigen kracht en het sociaal netwerk, maatwerk en integrale hulp aan gezinnen (1-gezin, 1-plan, 1-regisseur). Het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben in het voorjaar van 2013 een overzicht opgesteld van taken die op gemeentelijk, regionaal of landelijke niveau kunnen worden vormgegeven. Gemeenten zijn hard aan de slag gegaan met het opstellen van de regionale transitiearrangementen in het kader van de jeugdhulp. Alle 41 regio’s hadden uiterlijk 31 oktober 2013 een regionaal transitiearrangement (RTA) ingediend bij de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd (TSJ) (TK 31 839, nr. 323).

De TSJ heeft in november 2013 en februari 2014 gerapporteerd over de afspraken van de jeugdhulpregio’s over continuïteit van jeugdhulp en beperking van frictiekosten. De commissie heeft wel gewezen op het belang van duidelijkheid over de gemeentelijke budgetten, de noodzaak voor goede afspraken over betere samenwerking met zorgverzekeraars en de wens om bestuurlijk afspraken te maken over frictiekosten. In mei 2014 wordt het definitief over te hevelen bedrag vastgesteld. Bij de vaststelling van het bedrag zullen in elk geval extra middelen (150 miljoen euro) worden vrijgemaakt voor het over te hevelen budget voor de jeugd ggz. Bij de oorspronkelijke uitwerking van de plannen was geen rekening gehouden dat soms niet alleen een kind wordt behandeld maar ook de ouders (TK 31 839, nr. 323). Ook zijn eind december 2013 bestuurlijke afspraken gemaakt over het waarborgen van de continuïteit van de taken van de huidige bureaus jeugdzorg en zijn aanvullende maatregelen aangekondigd voor Jeugdzorgplus. De inzet is erop gericht dat de samenwerkende regio’s op het niveau van vijf zorggebieden uiterlijk in mei 2014 afspraken maken met instellingen voor gesloten jeugdhulp over capaciteit, inkoop en plaatsing van jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdhulp.

In april 2013 heeft het kabinet het wetsvoorstel professionalisering Jeugdzorg naar de Tweede Kamer gestuurd. In het wetsvoorstel staat dat jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers in jeugdzorginstellingen zich moeten inschrijven in een beroepsregister. Een voorwaarde voor registratie is bijvoorbeeld dat jeugdzorgprofessionals bijscholing en nascholing volgen. Verder moeten zij zich houden aan een beroepscode. In 2013 is er ook extern onderzoek geweest naar de kwaliteitssystemen in de verschillende sectoren van zorg die op 1 januari 2015 in de Jeugdwet worden samengevoegd. Naar aanleiding van dit onderzoek is met de VNG en veldpartijen afgesproken een gezamenlijk kwaliteitskader te ontwikkelen. In 2013 zijn de acties uitgevoerd uit het actieplan Kinderen Veilig en de acties naar aanleiding van het advies van de Commissie Samson om seksueel misbruik in de jeugdzorg tegen te gaan.

5. Financieel beeld op hoofdlijnen

Voor het jaar 2013 is sprake van een forse onderschrijding van het Budgettair Kader Zorg (BKZ) van € 1,1 miljard ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2013. Bij de start van het kabinet-Rutte-Asscher is het BKZ herijkt. Op dat moment was reeds sprake van een onderschrijding op het kader van circa € 1,1 miljard. Bij de start van het kabinet-Rutte-Asscher zijn de uitgavenkaders herijkt. Voor het BKZ betekende dit een neerwaartse aanpassing met € 953 miljoen. Zonder deze herijking zou de onderschrijding van het BKZ € 2,1 miljard bedragen.

De forse onderschrijding kan met name worden verklaard door een meevallend beeld bij de Zvw (€ 1,5 miljard). In de langdurige zorg is sprake van een beperkte tegenvaller van per saldo circa € 0,2 miljard. Deze mutatie wordt grotendeels verklaard tegenvallers bij de zorg in natura. De daling van de Zvw-uitgaven wordt grotendeels verklaard door de lager dan geraamde uitgaven voor de geneesmiddelen (€ 1,1 miljard). Per saldo is in het jaarverslag 2012 en 2013 een totale bijstelling van de geneesmiddelen verwerkt van € 1,8 miljard. Deze mutaties tonen aan dat het beleid op het terrein van farmacie in de afgelopen jaren zeer succesvol is en in belangrijke mate bijdraagt aan beheerste zorguitgaven. Een overzicht van alle mutaties is opgenomen in het Financieel Beeld Zorg (FBZ).

Tabel Realisatie beleidsdoorlichtingen

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Artikel

Realisatie

Toelichting

 

2011

2012

2013

 
         

1 Volksgezondheid

       

Letselpreventie

   

TK 32 772, nr. 2

Screeningsbeleid

     

Uitgesteld, ondergebracht in beleidsdoorlichting Ziektepreventie. Start 2014, afronding 2015.

Euthanasiewet

 

 

TK 31 036, nr. 6

Wet medisch -wetenschappelijk onderzoek

 

 

TK 30 486, nr. 5

         

2 Curatieve zorg

       

IBO Universitair Medische Centra

 

 

TK 33 278, nr. 1

Taskforce beheersing zorguitgaven

 

 

TK 29 689, nr. 395

         

3 Maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg

       

Indicatiestelling

   

TK 30 597, nr. 186

Subsidiesystematiek PGO-organisaties

   

TK 29 214, nr. 59

Stagefonds

   

TK 29 282, nr. 111

IBO gehandicaptenzorg

     

Dit IBO is door het kabinet gestaakt vanwege een substantiële samenhang met voorgenomen maatregelen uit het regeerakkoord.

         

4 Zorgbreed beleid

       
         

5 Jeugd

       
         

6 Sport en bewegen

       

Uitvoering Sportbeleid

   

TK 32 772, nr. 1

         

7 Oorlogsgetroffenen en Herinneringen WO II

       
         

8 Tegemoetkoming specifieke kosten

       
Tabel Garantie en achterborgstellingen

Artikel

Omschrijving

uitstaand 2012

verleend

vervallen

uitstaand 2013

plafond 2013

totaal plafond

2

Voorzieningen t.b.v. De Hoogstraat

13.114

   

13.114

 

13.114

2

Voorzieningen t.b.v. ziekenhuizen

969.230

13.567

45.997

936.800

 

936.800

3

Voorzieningen t.b.v. verpleeghuizen

69.359

480

6.117

63.721

 

63.721

3

Voorzieningen t.b.v. psychiatrische instellingen

78.874

 

78.874

 

78.874

3

Voorzieningen t.b.v. zwakzinnigeninrichtingen

67.943

 

2.579

65.364

 

65.364

3

Voorzieningen t.b.v. overige instellingen

3.979

   

3.979

 

3.979

3

Voorzieningen t.b.v. instellingen gehandicapten

60.776

853

1.515

60.114

 

60.114

3

Voorzieningen t.b.v. zwakzinnigeninrichtingen

23.248

 

990

22.258

 

22.258

3

Voorzieningen t.b.v. instellingen gehandicapten

273.406

1.701

21.088

254.019

 

254.019

2

Voorzieningen t.b.v. ziekenhuizen

727

   

727

 

727

3

Niet sedentaire personen

3.396

   

3.396

 

3.396

 

TOTAAL

1.564.052

16.601

78.285

1.502.367

0

1.502.367

De «Rijksgarantieregeling» is de verzamelnaam voor drie aparte regelingen: de «garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958», de «Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiering, verlening van garanties en toezicht» uit 1971 en de «Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten» ook uit 1971. Deze Rijksgarantieregeling is gesloten voor nieuwe gevallen, de laatste rijksgegarandeerde lening loopt evenwel pas af in 2043. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen (bijv. renteherziening), is door VWS via een contract van 17 december 2003 overgedragen aan het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Op basis van dat contract brengt het WFZ jaarlijks een door de accountant goedgekeurde verantwoordingsrapportage uit aan VWS.

De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete (plannings) verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen. De financiering via institutionele beleggers, en in latere jaren door banken, van investeringen in vastgoed werd vanzelfsprekend vergemakkelijkt door de afgegeven garanties.

Reguliere en vervroegde aflossing zorgen voor een jaarlijkse vermindering van de uitstaande garanties. Tegelijkertijd is er ook sprake van herfinanciering van lopende garanties (opgenomen onder verleend). Het oorspronkelijke met de leningen gemoeide garantiebedrag is eind 2013 € 1.502,4 miljoen. Het feitelijke risico van de uitstaande garanties is gedaald tot € 672,2 miljoen, dat is een afname van € 77,4 miljoen ten opzichte van 2012 (zie ook de toelichting op de garantieverplichtingen in het onderdeel Saldibalans van dit jaarverslag). Gegevens over resterende garantie en nog resterende looptijd zijn op individueel instellingsniveau beschikbaar en zijn aan de Tweede Kamer beschikbaar gesteld in het kader van de beantwoording van schriftelijke vragen bij de tweede suppletoire wet 2013 (TK 33 805 XVI, nr. 3 en bijlage bij TK 33 805 XVI, nr. 3).

overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (x € 1.000)

Artikel

omschrijving

uitgaven 2012

ontvangsten 2012

saldo 2012

uitgaven 2013

ontvangsten 2013

saldo 2013

3

Voorzieningen t.b.v. instellingen gehandicapten

1.723

10.998

 

TOTAAL

1.723

10.998

overzicht achterborgstellingen (x € 1.000)

omschrijving

saldo 2012

saldo 2013

achterborginstellingen

8.915

8.947

bufferkapitaal

   

obligo

512,7

529,4