Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

4 Financiering van de zorguitgaven

4.1 Totaal beeld

Deze paragraaf gaat in op de financiering van de zorguitgaven die vallen onder het BKZ. Het grootste deel van de zorguitgaven betreft uitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Een beperkt deel betreft uitgaven die verlopen via de rijksbegroting. Een uitsplitsing voor het jaar 2013 staat in tabel 14. In het vervolg van deze paragraaf wordt dieper ingegaan op de financiering van de ZVW en de AWBZ afzonderlijk. De overheidsuitgaven die vallen onder het BKZ worden gefinancierd via belastinginkomsten.

Tabel 14 Financiering bruto BKZ- uitgaven (bedragen x € 1 miljard)
 

 

2013

Zorgverzekeringswet

41,1

w.v. eigen betalingen

(2,9)

AWBZ

27,3

w.v. eigen betalingen

(1,8)

Overheid (opleidingen/Wtcg/Caribisch Nederland)

0,7

Overheid (gemeentefonds)

1,5

Bruto BKZ-uitgaven stand VWS ontwerpbegroting 2013

70,5

Bron: VWS

4.2 De financieringssystematiek

De Zorgverzekeringswet

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de zorgverzekeringswet (Zvw) loopt via zorgverzekeraars. Zij betalen zorgaanbieders voor de zorg die gebruikt is door hun verzekerden. Een beperkt deel van de zorguitgaven wordt aan zorgaanbieders betaald door het zorgverzekeringsfonds (ZVF). Dit betreft vooral de beschikbaarheidsbijdrage. Het gaat daarbij om zorgprestaties waarvoor het niet mogelijk en/of wenselijk is de kosten aan verzekerden toe te rekenen. De grootste onderdelen zijn de kosten van opleidingen en de zogenaamde academische component. Daarnaast betreft het enkele kleinere onderdelen zoals brandwondenzorg, traumazorg, spoedeisende zorg en een deel van de kapitaallasten. Naast de beschikbaarheidsbijdrage betaalt het zorgverzekeringsfonds ook een deel van de grensoverschrijdende zorg.

Figuur 3 Financieringsstromen Zorgverzekeringswet

Ter financiering van de uitgaven ontvangen verzekeraars een nominale premie, het eigen risico en eigen bijdragen. Daarnaast ontvangen zij een vereveningsbijdrage uit het zorgverzekeringsfonds (ZVF). Elke verzekeraar ontvangt zo’n bijdrage ter gedeeltelijke dekking van de zorguitgaven. Dit bedrag is zodanig dat een verzekeraar – rekeninghoudend met het risicoprofiel van zijn verzekerdenpopulatie en met het eigen risico en de eigen bijdrage die hij ontvangt – per premiebetalende verzekerde naar verwachting een gelijk bedrag per volwassen verzekerde op zijn zorgkosten tekort komt. Dit bedrag is de zogenaamde nominale rekenpremie. Deze systematiek zorgt voor een gelijk speelveld voor alle verzekeraars. Ook ontvangen verzekeraars uit het ZVF een vergoeding voor de beheerskosten van verzekerde kinderen. Uit de hiervoor genoemde inkomsten moeten verzekeraars ook hun beheerskosten dekken. Verder dienen zij reserves op te bouwen om zeker te stellen dat zij altijd aan hun verplichtingen kunnen voldoen. De Nederlandsche Bank (DNB) stelt minimumeisen aan deze reserves. Verzekeraars kunnen de beheerskosten en de reserveopbouw financieren door een opslag te leggen op de rekenpremie: de opslagpremie. In die opslag kunnen verzekeraars ook winsten en verliezen uit het verleden, afwijkende inschattingen ten aanzien van de zorguitgaven of risico-opslagen verwerken.

Het ZVF ontvangt ter financiering van zijn uitgaven de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) en een rijksbijdrage. Daarnaast ontvangt het ZVF de premievervangende bijdrage van verdragsgerechtigden en rente. Vanuit het fonds worden verzekeraars gedeeltelijk gecompenseerd voor kosten van wanbetaling. Vanuit het ZVF worden ook twee compensatieregelingen betaalt: de compensatie eigen risico en de compensatie eigen bijdrage ggz. In de Zvw is geregeld dat het ZVF niet structureel mag werken met tekorten of overschotten. Daarom dient een gebleken negatief vermogen snel te worden weggewerkt via meer dan lastendekkende premies.

De overheid verstrekt een rijksbijdrage aan het ZVF. Deze bijdrage maakt het mogelijk dat bij kinderen geen nominale premie in rekening hoeft te worden gebracht. De overheid betaalt daarnaast zorgtoeslag aan huishoudens met lage- en middeninkomens ter gedeeltelijke compensatie van de nominale premie en het eigen risico. De rijksbijdrage en de zorgtoeslag worden gedekt uit belastinginkomsten.

De zorgtoeslag waarborgt dat geen enkel huishouden een groter deel van zijn inkomen aan ziektekostenpremie hoeft te betalen dan wat aan de hand van deze wet als aanvaardbaar wordt berekend. De lasten die daar boven uit stijgen komen in aanmerking voor compensatie via de zorgtoeslag. Het aanvaardbare deel van het inkomen is in de wet vastgelegd in percentages. Maatgevend voor de premielasten zijn in het kader van de zorgtoeslag niet de feitelijke, door de burger betaalde premies, maar de standaardpremie. Deze is bepaald als het gemiddelde van de premies die worden betaald in de markt, vermeerderd met het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt1. De zorgtoeslag maakt geen onderdeel uit van het uitgavenkader, maar telt net als de zorgpremies mee in de inkomstenindicator. Dat betekent dat het kabinet een hogere zorgtoeslag beschouwt als een vorm van lastenverlichting.
Uiteindelijk worden alle zorguitgaven betaald door burgers en bedrijven via de nominale premie, de inkomensafhankelijke bijdrage, eigen betalingen en belastingen. In de Zvw is vastgelegd dat evenveel inkomsten worden gegenereerd via de inkomensafhankelijke bijdrage als via de nominale premie, de eigen betalingen en de rijksbijdrage samen (de 50/50 verdeling). De 50/50 verdeling impliceert dat uitgavenstijgingen bij verzekeraars voor 50% moeten worden gedekt uit de IAB. Dat wordt bereikt door de bijdrage uit het fonds aan verzekeraars te verhogen. Omgekeerd dient een stijging van de rechtstreekse uitgaven van het fonds voor de helft te worden opgevangen via nominale premies. Dat wordt bereikt door de bijdrage aan de verzekeraars te verlagen.1

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van AWBZ loopt via zorgkantoren naar zorgaanbieders (of via het Centraal Administratiekantoor (CAK) in opdracht van zorgkantoren). De uitzondering hierop vormen persoonsgebonden budgetten (PGB’s). Daarbij wordt geld door zorgkantoren overgemaakt naar burgers die zelf zorg inkopen. Zorgkantoren ontvangen hun geld uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ).

Het AFBZ ontvangt ter financiering van zijn uitgaven (door toedoen van de belastingdienst) de AWBZ-premie. De AWBZ-premie wordt geheven als percentage over het inkomen in de eerste en tweede belastingschijf, na aftrek van een deel van de heffingskortingen. Deze heffingskortingen (die bestaan sinds de belastingherziening 2001) beperken voor burgers de te betalen loon- en inkomstenheffing. Ze beperken dus zowel de te betalen inkomsten- en loonbelasting als de te betalen premies volksverzekeringen (AWBZ, AOW en ANW). Voor 2001 waren er aftrekposten die zwaarder drukten op de belastingen en minder op de premies volksverzekeringen. Het AFBZ ontvangt van de overheid een bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK). Via deze bijdrage wordt het fonds gecompenseerd voor het drukkend effect op de AWBZ-premies dat uitgaat van de belastingherziening 2001. Het AFBZ ontvangt van burgers (via het CAK) de eigen bijdrage AWBZ en betaalt rente aan de overheid.

In de AWBZ geldt – anders dan in de Zvw – niet de eis dat het fonds geen tekorten of overschotten mag hebben. Daartoe is ook geen noodzaak. Het saldo van het AFBZ telt mee in het saldo van de totale overheid (het EMU-saldo). Als dat saldo zich acceptabel ontwikkelt, is het niet erg als het AFBZ een groot tekort heeft en andere onderdelen van de overheid een overschot. Omdat de uitgaven sinds 2007 de inkomsten van het AFBZ (fors) te boven gaan, is er al die jaren een negatief exploitatiesaldo in het fonds. Dat leidt tot een fors oplopend negatief vermogen in het AFBZ.

Figuur 4 Financieringsstromen AWBZ

4.3 De financiering in 2013

De Zorgverzekeringswet

Tabel 15 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten uit hoofde van de Zorgverzekeringswet (Zvw). De zorguitgaven van verzekeraars, de belangrijkste uitgavenpost op grond van de Zvw, stijgen met € 2,8 miljard van 2012 naar 2013. Voor € 0,8 miljard hangt dit samen met de overheveling van geriatrische revalidatiezorg uit de AWBZ. De rechtstreekse betalingen van het zorgverzekeringsfonds (beschikbaarheidsbijdragen en uitgaven in het kader van internationale verdragen) groeien met € 1,3 miljard. Dit komt vooral door de overheveling van de opleidingskosten uit de begroting. Bij de beheerskosten en de winst van verzekeraars wordt een terugkeer naar het niveau van 2011 verondersteld. Verondersteld is dat verzekeraars in 2012 hun reserves eenmalig hebben verhoogd in verband met het hogere risico dat zij lopen in samenhang met de afschaffing van de macro-nacalculatie.

Als gevolg van tegenvallers bij inkomsten en uitgaven in 2006 tot en met 2012 zijn er tekorten ontstaan in het zorgverzekeringsfonds (ZVF). Om deze tekorten weg te werken dienen de inkomsten van het fonds in 2013 € 2,0 miljard hoger te zijn dan de uitgaven; het saldo is € 0,8 miljard meer dan thans voorzien voor 2012. De overige baten van het zorgverzekeringsfonds zijn vrijwel constant.

De hierboven beschreven ontwikkeling van lasten, saldo en overige baten leidt ertoe dat er in 2013 € 45,1 miljard aan premies, rijksbijdragen en eigen betalingen nodig zijn; dit is een groei van € 4,0 miljard ten opzichte van 2012.1

Zowel de inkomensafhankelijke bijdragen als de nominale premie, de eigen betalingen en de rijksbijdrage kennen van 2012 naar 2013 een groei. Die groei wordt later in deze paragraaf toegelicht.

De meeste cijfers in de kolom 2011 zijn afkomstig van of afgeleid van CVZ-cijfers. De rechtstreeks uitgaven van het ZVF en het cijfer voor de zorguitgaven van verzekeraars (voor alle sectoren behalve ziekenhuizen en ggz) zijn opgenomen uit de junilevering van het CVZ. Voor de ziekenhuizen en de ggz is het cijfer deels gebaseerd op CVZ- en deels op NZa-cijfers. De uitkering van het Zvf aan verzekeraars is afgeleid van de raming van de zorguitgaven van verzekeraars. De beheerskosten/reserveopbouw bij verzekeraars en de nominale premie zijn overgenomen van het CPB. De cijfers voor de inkomensafhankelijke bijdrage en de rijksbijdrage zijn overgenomen uit de maartlevering van het CVZ. Dit geldt ook deels voor de post overige baten (rentebaten). Een ander deel van deze post (wanbetalers, onverzekerden, verdragsgerechtigden) is overgenomen uit het financieel verslag uitvoeringstaken 2011 van het CVZ.

Tabel 15 Te financieren bedragen Zvw (bedragen x € 1 miljard)
 

2011

2012

2013

Uitgaven ten laste van de macropremielast

     

Zorguitgaven verzekeraars

35,6

35,9

38,7

Rechtstreekse uitgaven zorgverzekeringsfonds

0,9

1,0

2,3

BZK-relevante uitgaven

36,5

37,0

41,0

Beheerskosten/reserveopbouw verzekeraars

1,8

2,7

1,8

Overige baten zorgverzekeringsfonds

0,1

0,2

0,2

Saldo zorgverzekeringsfonds

1,1

1,2

2,0

Totaal te financieren

39,4

41,1

45,1

       

Financiering

     

Inkomensafhankelijke bijdrage

19,7

20,1

22,7

Nominale premie

15,9

16,7

16,9

Rijksbijdrage kinderen

2,3

2,4

2,6

Eigen betalingen

1,5

1,9

2,9

Totaal

39,4

41,1

45,1

Bron: VWS

Het zorgverzekeringsfonds (ZVF)

In tabel 16 staan de uitgaven en inkomsten van het zorgverzekeringsfonds en de individuele verzekeraars.1 Hierin staan de posten uit tabel 15, maar daarnaast betalingen van het ZVF aan de verzekeraars.
Tabel 16 Exploitatie en premiestelling Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

ZORGVERZEKERINGSFONDS

     

Uitgaven

20 750,0

20 899,8

22 896,8

– Uitkering aan verzekeraars voor zorg

19 649,4

19 679,8

20 384,7

– Uitkering voor beheerskosten kinderen

173,1

173,6

172,3

– Rechtstreekse uitgaven ZVF

927,5

1 045,4

2 339,8

       

Inkomsten

21 809,1

22 128,7

24 806,5

– Inkomensafhankelijke bijdrage

19 665,9

20 094,7

22 722,6

– Rijksbijdrage kinderen

2 318,5

2 379,0

2 565,5

– Compensatie Eigen Risico

– 106,4

– 169,8

– 241,8

– Overige baten

– 68,9

– 175,2

– 239,8

       

Exploitatiesaldo

1 059,0

1 229,9

1 909,7

       

Vermogen Zorgverzekeringsfonds

– 5009,7

– 3 779,9

– 1870,2

Vermogensnorm1

– 1636,5

– 1636,5

– 1763,2

Vermogenssaldo Zorgverzekeringsfonds

– 3373,2

– 2 143,3

– 107,0

       

INDIVIDUELE VERZEKERAARS

     

Uitgaven

37 339,3

38 659,5

40 594,9

– Zorg

35 558,0

35 940,9

38 836,7

– Beheerskosten/exploitatiesaldi

1 781,3

2 718,7

1 758,2

       

Inkomsten

37 339,9

38 659,5

40 594,9

– Uitkering van ZVF voor zorg

19 649,4

19 679,8

20 384,7

– Uitkering voor beheerskosten kinderen

173,1

173,6

172,3

– Nominale rekenpremie

14 291,8

13 987,1

15 358,6

– Nominale opslagpremie

1 608,2

2 704,2

1 585,9

– Eigen risico

1 616,8

1 968,6

2 865,3

– Overige baten

0.0

146,2

228,2

Noot 1: Het feitelijk vermogen van het zorgverzekeringsfonds wordt vanaf 2008 negatief beïnvloed door een zuiver boekhoudkundige verschuiving in verband met de introductie van dbc’s in de ggz. Deze verschuiving is niet relevant voor het EMU-saldo en het BKZ. Via de vermogensnorm van – € 1,6 miljard wordt voorkomen dat deze boekhoudkundige verschuiving wel premieconsequenties heeft. Deze vermogensnorm is vanaf 2013 –  € 1,8 in verband met de hiervoor genoemde dbc-hobbel bij de geriatrische revalidatiezorg.

Bron: VWS

Uit tabel 16 blijkt dat de uitgaven van het ZVF van 2012 naar 2013 stijgen met € 2,0 miljard en de inkomsten met € 2,7 miljard. De inkomsten moeten harder stijgen dan de uitgaven om te komen tot een groter exploitatiesaldo. Zoals hiervoor is toegelicht dient dit saldo (gecorrigeerd voor de effecten van de dbc-hobbel bij de revalidatie)2 uit te komen op € 2,0 miljard; € 0,8 miljard hoger dan in 2012.

De inkomsten van het ZVF bestaan vooral uit de inkomensafhankelijke bijdrage en de rijksbijdrage ter dekking van de fictieve premielast van kinderen tot 18 jaar.

De inkomensafhankelijke bijdrage groeit van 2012 naar 2013 met € 2,6 miljard. Deze groei wordt vooral verklaard door de groei van de in tabel 15 gepresenteerde stijging van de totale te financieren last met € 4,0 miljard. De helft hiervan (€ 2,0 miljard) wordt gedekt door een stijging van de inkomensafhankelijke bijdrage. Door tegenvallers bij de inkomensafhankelijke bijdrage en hoger dan geraamd vastgestelde nominale premies, ligt het aandeel van de inkomensafhankelijke bijdragen in 2012 duidelijk onder de 50%. Het weer toepassen van de 50/50-verdeling in 2013 leidt tot een € 0,5 miljard hogere inkomensafhankelijke bijdrage. Het corrigeren van de scheve verhouding uit het verleden leidt nog tot een extra stijging van € 0,1 miljard.

De rijksbijdrage volgt de ontwikkeling van het aantal kinderen en de ontwikkeling van de nominale premie plus eigen betalingen.

Verzekeraars ontvangen uit het ZVF een vergoeding voor de beheerskosten van verzekerde kinderen. Deze volgt de ontwikkeling van het aantal verzekerde kinderen. De rechtstreekse betalingen uit het ZVF (beschikbaarheidsbijdragen en uitgaven internationale verdragen) stijgen vooral vanwege de overheveling van de opleidingen. Via het ZVF lopen ook de compensatie eigen risico en de overige baten (rentelasten, premievervangende bijdragen verdragsgerechtigden en kosten wanbetalers). Deze worden bij de inkomsten geboekt.

De grootste uitgavenpost van het zorgverzekeringsfonds is de bijdrage aan de verzekeraars ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten. De stijging hierin van € 0,7 miljard resulteert uit de groei van de inkomensafhankelijke bijdrage (die groeit met € 2,6 miljard) en de groei van de rijksbijdrage (die groeit met € 0,2 miljard). Deze hogere inkomsten (van € 2,8 miljard) worden doorgegeven aan de verzekeraars, voor zover zij niet nodig zijn in het fonds. Dat laatste is het geval met de stijging van de rechtstreeks uitgaven van het fonds (die met € 1,3 miljard stijgen), met het hogere saldo van het zorgverzekeringsfonds (dat met € 0,7 miljard stijgt1) en met de overige baten en de twee compensatieregelingen (deze stijgen samen € 0,1 miljard).

Het vermogenssaldo van het ZVF per ultimo 2012 wordt geschat op – € 2,1 miljard. Dit is circa € 1 miljard lager dan werd geraamd in de begroting 2012. Dit is vooral het gevolg van hogere uitgaven van verzekeraars in 2010 tot en met 2012 die daarvoor macro via een uitkering uit het ZVF gecompenseerd worden (per saldo € 0,8 miljard). Daarnaast wordt thans gerekend met lagere rente-inkomsten in 2006 tot en met 2012, lagere kosten in verband met wanbetaling, hogere inkomensafhankelijke bijdragen 2010 en met lagere inkomensafhankelijke bijdragen in 2012 (gesaldeerd een tegenvaller van € 0,3 miljard).

Het tekort van € 2,1 miljard wordt in 2013 naar huidig inzicht vrijwel volledig weggewerkt door de premies hoger vast te stellen dan louter ter dekking van de uitgaven.

De verzekeraars

De uitgaven van de verzekeraars worden gevormd door de uitgaven aan zorg en de beheerskosten/reserveopbouw. De ontwikkeling hiervan is hierboven toegelicht. Dat geldt ook voor de bijdrage die verzekeraars ontvangen uit het ZVF ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten die zij moeten betalen.

Verzekeraars ontvangen ook het eigen risico en de eigen bijdragen van hun verzekerden. De opbrengst daarvan stijgt met € 1,0 miljard in verband met de verhoging van het eigen risico en de introductie van eigen bijdragen waartoe in het Begrotingsakkoord 2013 besloten is.

De totale nominale premie stijgt in 2013 met € 0,3 miljard. Deze groei wordt net als bij de inkomensafhankelijke bijdrage voor € 2 miljard verklaard door de groei van de in tabel 15 gepresenteerde stijging van de totale te financieren lasten. De groei van de nominale premie wordt beperkt met € 1,0 miljard door de stijging van de eigen betalingen en met € 0,2 miljard door de groei van de rijksbijdrage. De groei bij de compensatie eigen risico en de compensatie eigen bijdrage ggz vergroot de stijging echter met € 0,1 miljard. Het rechttrekken van de hiervoor genoemde ongelijke verdeling in 2012 beperkt de stijging van de nominale premie met € 0,5 miljard. Het corrigeren van de «foute verhouding» uit het verleden leidt nog tot een extra daling van € 0,1 miljard.

De stijging van de nominale premie betreft een stijging van € 1,4 miljard bij de rekenpremie en een daling van € 1,1 miljard bij de opslagpremie. Alle hiervoor genoemde ontwikkelingen slaan neer in de rekenpremie, afgezien van de daling van € 0,9 miljard van de beheerskosten/reserveopbouw bij verzekeraars en een deel van de bijstelling in verband met het «rechttrekken» van de 50/50 verdeling. Die twee effecten slaan neer in de opslagpremie.

De nominale premies en inkomensafhankelijke bijdragen

Hiervoor is toegelicht hoe de uitgaven en inkomsten zich op macroniveau naar huidig inzicht ontwikkelen tussen 2012 en 2013. Daarbij wordt rekening gehouden met de huidige inzichten voor 2012. Die waren nog niet bekend toen de premies 2012 werden vastgesteld. Bij het verklaren van de premiestijging van 2012 naar 2013 op microniveau moet het huidige beeld 2013 worden vergeleken met het beeld 2012 ten tijde van de premievaststelling. Dat is in de meeste gevallen de begroting 2012.

De inkomensafhankelijke bijdrage stijgt van 7,10% in 2012 naar 7,75% in 2013. Bij de nominale premie wordt een stijging geraamd van gemiddeld € 1 253 in 2012 naar gemiddeld € 1 273 in 2013. Voor deze bijstellingen is een aantal oorzaken te benoemen.

De belangrijkste oorzaak van de premiestijging is de stijging van de zorguitgaven van verzekeraars van de in de begroting 2012 beoogde stand voor 2012 naar de huidige inzichten voor 2013 met € 3,1 miljard. Die groei van de zorguitgaven is duidelijk hoger dan de groei van het aantal premiebetalers. Dit leidt tot een stijging van de nominale premie van circa € 115. De groei van de zorguitgaven is ook hoger dan de groei van het premieplichtig inkomen. De uitgavenstijging leidt daarom tot een stijging van de inkomensafhankelijke bijdrage met 0,3 procentpunt.

Een tweede oorzaak is de verhoging van de eigen betalingen. Het eigen risico gaat in 2013 van € 220 naar € 350. Daarnaast worden enkele eigen bijdragen geïntroduceerd. Daar tegenover staat dat de compensatie eigen risico beperkt stijgt en dat er een compensatieregeling voor de eigen bijdrage GGZ komt. Per saldo stijgen de eigen betalingen hierdoor met circa € 1,0 miljard. Deze bijstelling slaat – anders dan alle andere bijstellingen – volledig neer in de nominale premie, die hierdoor met € 1,0 miljard daalt, ofwel circa € 80.

Een derde oorzaak van de premiestijging is de groei van de rechtstreekse uitgaven van het zorgverzekeringsfonds (vooral door de overheveling van de opleidingskosten) met € 1,3 miljard, wat leidt tot een stijging van de nominale premie met circa € 45 en van de inkomensafhankelijke bijdrage met circa 0,2 procentpunt.

Een vierde oorzaak is de ontwikkeling van het beoogde saldo van het zorgverzekeringsfonds. In de begroting 2012 werd ingezet op een fondssaldo van € 1,8 miljard in 2012. Thans wordt voor 2013 gerekend met een fondssaldo van € 2,0 miljard. De toename met € 0,2 miljard leidt tot een stijging van de nominale premie met circa € 10 en een stijging van circa 0,05 procentpunt voor de inkomensafhankelijke bijdrage.

De beperking van de reserveopbouw door verzekeraars met € 0,9 miljard leidt tot een daling van de nominale premie met € 40 (- € 80 bij de opslagpremie en + € 40 bij de rekenpremie) en een daling van de inkomensafhankelijke bijdrage van 0,15 procentpunt.

De groei van de rijksbijdrage met € 0,2 miljard slaat volledig neer in lagere nominale premies. Die komen hierdoor € 15 lager uit.

Bij de overige baten van het fonds doet zich een groei van € 0,1 miljard voor wat leidt tot een stijging van de nominale premie met € 5 en een marginaal effect op de inkomensafhankelijke bijdrage.

Een laatste verklaring is gelegen in de regels ten aanzien van de 50/50-verdeling. Per saldo wordt er in de jaren 2006 tot en met 2011 meer opgehaald via het nominale deel dan met de inkomensafhankelijke bijdrage (onder andere door tegenvallers bij de inkomensafhankelijke bijdragen in 2012 en hoger vastgestelde nominale premies 2012 dan in de begroting 2012 geraamd). Hierdoor dient de premieverhouding in 2012 te worden gecorrigeerd (meer inkomensafhankelijk dan nominaal). Omdat de inkomensafhankelijke bijdrage in 2012 minder dan de helft van de totale premielast opleverde, stijgt het aandeel van de inkomensafhankelijke bijdrage in de totale premielast van 2012 naar 2013. Dit heeft een neerwaarts effect op de nominale premie van circa € 20 en een opwaarts effect op de inkomensafhankelijke bijdrage van 0,25%.

De nominale premie wordt overigens vastgesteld door de verzekeraars en het gemiddelde kan dus ook anders uitkomen dan de nu geraamde bedragen.

Tabel 17 Premieoverzicht Zvw1 Afgezien van de inkomensafhankelijke bijdrage betreft dit jaarbedragen in Euro
 

2011

2012

2013

Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (in %)

7,75

7,10

7,75

Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (in %)

5,65

5,00

5,65

Nominale rekenpremie

1 088

1 050

1 154

Nominale opslagpremie (gemiddeld)2

136

203

119

Nominale premie totaal (gemiddeld)

1 224

1 253

1 273

Nominale premie totaal 18-

0

0

0

Standaard premie

1 374

1 426

1 513

Eigen risico (gemiddeld)

123

148

215

Verplicht eigen risico (maximaal)

170

220

350

Compensatie eigen risico (CER)

56

85

94

Noot 2: Het cijfer 2013 betreft een raming.

De zorgtoeslag

De percentages die de hoogte van de zorgtoeslag bepalen wijzigen met ingang van 2013 fors. Dit komt enerzijds door een maatregel uit 2011 waarin is besloten deze percentages in vier stappen te verhogen (van 2012 tot en met 2015). Anderzijds komt dit door een tweede bijstelling van de percentages die gedaan is om effecten op de zorgtoeslag te voorkomen van de Wet Uniformering Loonbegrip. Tot slot gaan er effecten uit van twee maatregelen uit het Begrotingsakkoord 2013. Dit betreft de compensatie van het eigen risico voor de laagste inkomens en de compensatie van de verhoging van de BTW voor de laagste inkomens. Deze laatste twee maatregelen zorgen voor een hogere zorgtoeslag voor lagere inkomens en minder zorgtoeslag voor middeninkomens.

Voor de zorgtoeslag 2013 wordt in deze begroting uitgegaan van de raming van de standaardpremie die hoort bij de nominale premie uit deze begroting. De raming voor deze standaardpremie 2013 bedraagt € 1 513. Dit komt overeen met de eerder genoemde raming van de nominale premie van € 1 273 plus het geraamde gemiddelde eigen risico van personen die geen CER ontvangen plus een correctie voor de premiekorting in collectieve polissen. De Belastingdienst/toeslagen ontvangt – voordat de zorgtoeslag feitelijk wordt uitgekeerd – een geactualiseerde inschatting van de hoogte van de nominale premie nadat de verzekeraars hun premie bekend hebben gemaakt.

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Tabel 18 Exploitatie en premiestelling AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

ALGEMEEN FONDS

     

Uitgaven

25 224,0

27 472,4

27 295,6

– Zorgaanspraken en subsidies

25 012,9

27 298,3

27 112,8

– Beheerskosten

211,1

174,1

182,8

       

Inkomsten

21 845,0

22 426,8

22 832,5

– Procentuele premie

15 099,0

15 698,0

17 729,5

– Eigen bijdragen

1 623,2

1 656,4

1 819,4

– Rijksbijdrage

12,1

12,5

13,4

– BIKK

5 248,3

5 275,7

3 719,4

– Overige baten

– 137,6

– 215,8

– 449,2

       

Exploitatiesaldo

– 3379,0

– 5 045,6

– 4463,0

       

Vermogen Algemeen Fonds

– 10 422,4

– 15 468,0

– 19 931,1

       

Procentuele premie (in %)

12,15

12,15

12,65

Bron: VWS

De uitgaven in het kader van de AWBZ worden gefinancierd uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ). Tabel 18 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten van dit fonds.

De uitgaven in tabel 18 komen overeen met de AWBZ-uitgaven uit tabel 10. De zorguitgaven kennen van 2012 op 2013 een beperkte daling vanwege de overheveling van de geriatrische revalidatiezorg naar de Zvw en vanwege de maatregelen uit het Begrotingsakkoord 2013.

De inkomsten van het fonds worden gedomineerd door de premie-inkomsten, de eigen bijdragen en de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK). De AWBZ-premie-inkomsten stijgen van 2012 op 2013 met € 2 miljard. Voor circa € 0,8 miljard is dit het gevolg van de stijging van de AWBZ-premie van 12,15% in 2012 naar 12,65% in 2013 in samenhang met een even grote daling van de ANW-premie. Een andere belangrijke oorzaak is de verminderde toerekening van heffingskortingen aan de AWBZ-premies door de aanpassing van de belasting- en premiepercentages in de eerste schijf. Naast het AWBZ- en ANW-percentage verandert ook het belastingpercentage in de eerste schijf; dat stijgt van 1,95% naar 5,85%. Daardoor wordt een groter deel van de heffingskortingen toegerekend aan de belastingen en een kleiner deel aan de AWBZ, AOW en ANW. Als gevolg hiervan stijgen de AWBZ-premie-inkomsten. Daar tegenover staat dat de BIKK € 1,6 miljard lager uitkomt. Daarnaast dalen de AWBZ-premie-inkomsten, omdat in het kader van de Wet uniformering loonbegrip geen AWBZ-premie meer hoeft te worden betaald over de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw die de werkgever afdraagt.

De meeste cijfers in de kolom 2011 zijn afkomstig of afgeleid van CVZ-cijfers. De cijfers zijn overgenomen uit de kwartaalrapportage van het CVZ. Voor de premieopbrengsten is het CBS-cijfer in de EMU-definitie gebruikt en voor de eigen bijdragen het CAK-cijfer. Het vermogen van het AFBZ per ultimo 2011 is afgeleid van het cijfer voor 2010 uit het financieel jaarverslag fondsen 2010 van het CVZ.

4.4 Wat betaalt de gemiddelde burger aan zorg

Figuur 3 laat zien dat de gemiddelde volwassene in Nederland ruim € 5 000 betaalt aan collectieve zorg. Dat betreft niet alleen de nominale premie en de eigen betalingen. Een Nederlander betaalt gemiddeld ook een fors bedrag aan AWBZ premie. De inkomensafhankelijke bijdrage wordt voor een beperkt deel rechtstreeks door burgers betaald (gepensioneerden en zelfstandigen) en voor het grootste deel door werkgevers. Dat laatste deel beïnvloedt wel de loonruimte en is daarom wel meegenomen. Via de zorgtoeslag ontvangt de gemiddelde burger een bedrag ter gedeeltelijke betaling van de nominale premie en het eigen risico. Als laatste is meegenomen het bedrag dat via belastingen wordt opgebracht ter dekking van de rijksbijdragen en de zorgtoeslag. De gemiddelde lasten voor de financiering van de zorg komen voor een volwassene daarmee uit op € 5 137 voor het jaar 2013.

Dit bedrag is het gemiddelde per volwassene. Sommige mensen betalen meer en anderen betalen minder. Hoeveel iemand precies betaalt is afhankelijk van zijn inkomen (en bij recht op zorgtoeslag ook het inkomen van zijn partner). Huishoudens met een laag inkomen betalen duidelijk minder dan € 5 137 per jaar en huishoudens met een hoger inkomen duidelijk meer, omdat de meeste posten inkomensafhankelijk zijn. Dat is duidelijk bij de inkomensafhankelijke AWBZ-premies, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, de inkomensafhankelijke eigen bijdrage AWBZ en de belastingen. Omdat huishoudens met een laag- of middeninkomen een inkomensafhankeljike zorgtoeslag ontvangen ter compensatie van de nominale premie en het eigen risico, geldt ook daarbij dat ze in samenhang met de zorgtoeslag toenemen met het inkomen.

Figuur 5: Lasten per volwassene aan zorg in 2011, 2012, 2013 (in euro’s per jaar)

In de grafiek zijn de betalingen opgenomen die gerelateerd zijn aan de Zvw en de AWBZ. Daarnaast zijn er ook andere zorggerelateerde regelingen die niet (of niet expliciet) zichtbaar zijn in de grafiek.

De grootste post is de aftrekpost voor specifieke zorgkosten in de fiscaliteit. Via deze regeling ontvangen burgers € 0,5 miljard terug (circa € 40 per volwassene). Dit bedrag zit impliciet in de post belastingen. De kosten van deze regeling worden immers opgebracht door de gezamenlijke belastingbetalers. In de post belastingen is dus zowel de aftrekpost als de dekking daarvan meegenomen.

Een andere grote post is de Wtcg. Deze bedraagt € 0,4 miljard (€ 31 per volwassene). Deze is niet meegenomen. Dat geld ook voor de belastinginkomsten waaruit de regeling wordt betaald.

De compensatie eigen risico en de compensatie eigen bijdrage ggz bedragen samen € 0,24 miljard. Deze regelingen zitten gesaldeerd in de post eigen betalingen. Deze post bevat dus het netto eigen risico (eigen risico minus compensatie eigen risico) en de netto eigen bijdrage ggz. Daarnaast zit hier ook de eigen bijdrage AWBZ in.

5. Financiële informatievoorziening

De financiële informatie voor de bepaling van de uitgaven onder het Budgettair Kader Zorg komt tot stand door een getrapte levering. Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verzamelen de informatie bij verzekeraars en instellingen en leveren deze geaggregeerd bij VWS aan. De definitieve resultaten (mee- en tegenvallers) van de zorguitgaven worden vaak in een laat stadium geconstateerd. Om de zorguitgaven beter te kunnen beheersen zet het Ministerie van VWS in op een betere aansluiting tussen de budgettaire cyclus en de informatievoorziening. Specifiek ten aanzien van de informatievoorziening betekent dit dat gezocht wordt naar betere aanwending van- en eventueel andere dan de tot nu toe gebruikte informatiebronnen, waaruit geput kan worden om de ontwikkeling van de zorguitgaven lopende het jaar te monitoren.

Verbetering van de informatievoorziening

Voor een goede werking van het zorgsysteem is een adequate informatievoorziening noodzakelijk, zowel in de langdurige als de curatieve zorg. Informatie is nodig voor cliënten om te kiezen, voor zorgaanbieders om zich te spiegelen, voor inkopers om te contracteren, voor ZBO’s om toezicht te houden, voor wetenschappelijk onderzoek en voor de overheid om beleid te maken. Adequate informatie is cruciaal gegeven de omvang van de informatieasymmetrie die kenmerkend is voor de zorgsector.

Informatie ligt deels bij publieke en deels bij private organisaties. Het verkrijgen van betrouwbare informatie is door versnippering en gebrek aan afstemming tot nu toe een moeizaam proces. Alle cruciale informatie voor de sturing en de werking van het stelsel moet belangeloos en kosteloos beschikbaar worden gesteld en openbaar en om niet toegankelijk zijn.

VWS neemt hierbij de regie door eisen te stellen aan de basisregistratie zodat relevante data actueel en uitwisselbaar zijn, waarbij de administratieve lasten worden beperkt door niet meer uit te vragen dan strikt noodzakelijk.

De afgelopen jaren heeft VWS een aantal stappen gezet om de financiële informatievoorziening te verbeteren. Daarnaast is in het rapport van de Taskforce Beheersing Zorguitgaven dat op 15 juni 2012 aan het parlement is gestuurd (TK 29 689, nr. 395) een aantal voorstellen gedaan om de informatievoorziening over de zorguitgaven verder te verbeteren en te versnellen. Kortheidshalve wordt verwezen naar de bijlage bij dat rapport. Ook in de Tweede Kamer is de financiële informatievoorziening een punt van aandacht en zorg. In de motie Van der Veen is in dit kader aangedrongen om uiterlijk 1 december 2012 een plan van aanpak naar de Tweede Kamer te sturen om de financiële informatie over de zorguitgaven te verbeteren en te versnellen (TK 33 240-XVI, nr. 8). In dat plan van aanpak zal worden aangesloten bij de voorstellen van de Taskforce.

Ten slotte is in het kader van het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord tussen VWS, ZN, NFU, ZKN en de NVZ overeengekomen dat instellingen aan VWS via zorgverzekeraars hun onderhanden werk zullen gaan rapporteren ( Dit betreft dbc’s die op het moment van rapporteren al zijn geopend, maar nog niet zijn gesloten). Daarmee ontstaat er veel sneller dan nu inzicht in de ontwikkeling van de uitgaven binnen die sector.

6 Verdieping Financieel Beeld Zorg

6.1 Overige bronnen

Er is veel informatie over de zorg en de zorguitgaven beschikbaar. Probleem is dat deze informatie door het hanteren van verschillende definities, indelingen en/of perioden niet eenvoudig aan te sluiten is op de bedragen die zijn opgenomen in het Budgettair Kader Zorg. Toch bieden deze bronnen een goed inzicht in diverse aspecten van de gezondheidszorg. Hieronder is als achtergrondinformatie een aantal links naar websites opgenomen die verwijzen naar publicaties van het RIVM, de NZa en het CVZ.

http://www.zorgatlas.nl/

http://www.nationaalkompas.nl/

http://www.kostenvanziekten.nl/

http://www.gezondheidszorgbalans.nl/

http://www.vtv2010.nl

http://www.nza.nl

http://www.cvz.nl/

6.2 Verdieping in de BKZ-deelsectoren

In deze verdiepingsbijlage wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de uitgaven onder het Budgettair Kader Zorg. Deze verdiepingsbijlage is opgedeeld in de Zorgverzekeringswet en de AWBZ en sluit hiermee aan bij de nieuwe presentatie van het BKZ (zie Financieel Beeld Zorg). De verdiepingsbijlage heeft ten opzichte van vorig jaar een flinke verandering ondergaan. De mutaties worden vanaf dit jaar niet meer per artikel toegelicht maar per deelsector binnen de Zvw dan wel AWBZ. Dit geeft een overzichtelijker en gedetailleerder beeld van de budgettaire ontwikkelingen binnen de afzonderlijke onderdelen van de zorg. De mutaties zijn weergegeven ten opzichte van de ontwerpbegroting 2012 en zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: nominaal, mee- en tegenvallers, intensiveringen, maatregelen en technisch.

Onder de nominale bijstelling wordt de loon- en prijsbijstelling verantwoord. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op de deelsectoren nominaal en onverdeeld. Daar staat de raming voor de jaren 2012 tot en met 2017. De tranche 2012 wordt in deze begroting toegedeeld aan de deelsectoren (onder gelijktijdige verlaging van de deelsector nominaal en onverdeeld).

De mee- en tegenvallers bevat onder meer de actualisatie van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van de NZa en het CVZ. Intensiveringen en maatregelen betreffen de mutaties die het gevolg zijn van politieke prioriteitstelling.

De technische mutaties betreffen voornamelijk herschikkingen en financieringsmutaties. Herschikkingen betreffen budgetneutrale verschuivingen tussen verschillende deelsectoren. Bij financieringsmutaties is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. Deze verschillen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de uitgaven.

6.2.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

In deze bijlage wordt verder ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Zvw in het afgelopen jaar. In onderstaande tabel wordt het totaal van de mutaties tussen ontwerpbegroting 2012 en ontwerpbegroting 2013 voor de Zvw weergegeven. In totaal in 2013 is sprake van € 2 297,3 miljoen nieuwe mutaties. Dit betreft voornamelijk de overheveling van de geriatrische revalidatiezorg vanuit de AWBZ naar de Zvw en de overheveling van de beschikbaarheidsbijdrage opleidingen Zvw vanuit de begroting van VWS. In deze paragraaf wordt verder per deelsector ingegaan op alle mutaties tussen ontwerpbegroting 2012 en ontwerpbegroting 2013.

Tabel 1 Opbouw uitgaven Zvw vanaf ontwerpbegroting 2012 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2012

36 129,6

36 840,5

39 083,2

41 507,1

43 583,3

46 195,6

46 195,6

mutatie nota van wijziging 2012

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

mutatie amendement 2012

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

mutatie jaarverslag 2011/1e suppletoire begroting 2012

373,9

204,8

– 276,2

– 550,3

– 597,6

– 663,6

– 663,9

nieuwe mutaties

– 18,0

– 59,1

2 242,9

2 224,4

2 209,3

2 869,4

6 321,0

Stand ontwerpbegroting 2013

36 485,5

36 986,2

41 049,9

43 181,2

45 195,0

48 401,5

51 852,7

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Tabel 2 Ontwikkeling van de Zvw-uitgaven per sector (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Eerstelijnszorg

             

Huisartsenzorg

2 382,5

2 324,1

2 394,1

2 412,4

2 422,7

2 422,8

2 422,8

Tandheelkundige zorg

708,9

729,1

729,1

729,1

729,1

729,1

729,1

Paramedische zorg

717,3

617,2

614,2

614,2

614,2

614,2

614,2

Dieetadvisering

57,0

0,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

Verloskunde

186,1

204,8

208,5

210,7

210,7

210,7

210,7

Kraamzorg

288,5

300,0

303,9

304,8

305,6

305,6

305,6

               

Totaal begroting 2013

4 340,3

4 175,2

4 293,8

4 315,2

4 326,3

4 326,4

4 326,4

               

Medisch-specialistische zorg

             

Algemene en categorale ziekenhuizen

12 494,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Academische ziekenhuizen

3 047,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Medisch specialisten

2 095,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

ZBC's

614,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Instellingen voor medisch-specialistische zorg

0,0

17 028,0

17 664,1

18 099,9

18 587,8

18 580,5

18 579,8

Vrijgevestigde medisch specialisten

0,0

2 042,0

2 106,6

2 154,5

2 166,6

2 166,9

2 166,9

Beschikbaarheidsbijdrage overig medisch-specialistische zorg

0,0

71,2

71,2

71,2

71,2

71,2

71,2

Academische component

659,7

696,3

708,5

711,5

724,7

725,0

724,6

Overig curatieve zorg

650,7

243,6

251,0

259,5

270,1

270,4

270,4

Geriatrische revalidatiezorg

0,0

0,0

817,0

817,0

767,0

767,0

767,0

Mondziekten en kaakchirurgie

104,0

107,4

107,4

87,4

87,4

87,4

87,4

Totaal begroting 2013

19 665,2

20 188,5

21 725,8

22 201,0

22 674,8

22 668,3

22 667,2

               

Ziekenvervoer

             

Ambulancevervoer

476,3

478,3

464,8

466,0

466,1

466,1

466,1

Overig ziekenvervoer

125,6

133,7

133,7

133,7

133,7

133,7

133,7

Totaal begroting 2013

601,9

612,0

598,5

599,7

599,8

599,8

599,8

               

Genees- en hulpmiddelen

             

Farmaceutische hulp

5 235,2

5 283,0

5 410,6

5 741,2

6 095,9

6 092,7

6 092,5

Hulpmiddelen

1 446,2

1 543,9

1 676,8

1 753,6

1 833,9

1 835,7

1 835,7

Totaal begroting 2013

6 681,4

6 826,9

7 087,4

7 494,8

7 929,8

7 928,4

7 928,2

               

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

             

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4 258,3

4 037,6

4 153,2

4 241,5

4 241,5

4 241,5

4 241,5

Totaal begroting 2013

4 258,3

4 037,6

4 153,2

4 241,5

4 241,5

4 241,5

4 241,5

               

Opleidingen

             

Beschikbaarheidsbijdrage opleidingen Zvw

0,0

0,0

997,6

1 027,0

1 036,5

1 008,5

1 051,9

Totaal begroting 2013

0,0

0,0

997,6

1 027,0

1 036,5

1 008,5

1 051,9

               

Overig

             

Grensoverschrijdende zorg

585,6

620,4

640,1

601,0

633,2

634,1

634,1

Beheerskosten uitvoeringsorganen Zvw

5,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Multidisciplinaire zorgverlening

347,0

355,2

375,3

375,3

375,3

375,3

375,3

Totaal begroting 2013

938,4

975,6

1 015,4

976,3

1 008,5

1 009,4

1 009,4

               

Nominaal en onverdeeld

             

Nominaal en onverdeeld

0,0

170,4

1 178,3

2 325,8

3 377,7

6 619,3

10 028,3

Totaal begroting 2013

0,0

170,4

1 178,3

2 325,8

3 377,7

6 619,3

10 028,3

               

Totaal uitgaven begroting 2013

36 485,5

36 986,2

41 049,9

43 181,2

45 195,0

48 401,5

51 852,7

*Nominaal en onverdeeld bevat extramurale zorg onverdeeld, ziekenhuizen, medisch specialisten en overig curatief onverdeeld, ziekenvervoer onverdeeld, geneeskundige ggz onverdeeld en nominaal en onvoorzien Zvw.

Ontvangsten Zorgverzekeringswet (Zvw) (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Eigen risico Zvw

1 514,5

1 798,8

2 623,4

2 712,9

2 527,2

2 675,3

2 744,6

Eigen bijdrage Zvw

0,0

146,2

228,2

228,2

228,2

228,2

228,2

Totaal ontvangsten begroting 2013

1 514,5

1 945,0

2 851,6

2 941,1

2 755,4

2 903,5

2 972,8

Tabel 3 Huisartsenzorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

2 310,4

2 104,6

2 103,6

2 103,6

2 103,6

2 103,6

2 103,6

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

54,1

49,3

49,3

49,3

49,3

49,3

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

72,1

72,1

72,1

72,1

72,1

72,1

72,1

INTENSIVERINGEN

             

darmkankerscreening

0,0

0,0

0,2

0,5

0,8

0,9

0,9

flexibilisering POH

0,0

0,0

7,0

25,0

35,0

35,0

35,0

groeiruimte 2012

0,0

59,0

59,0

59,0

59,0

59,0

59,0

groeiruimte 2013

0,0

0,0

68,6

68,6

68,6

68,6

68,6

aanpassing tariefskorting

0,0

34,3

34,3

34,3

34,3

34,3

34,3

Stand 2013

2 382,5

2 324,1

2 394,1

2 412,4

2 422,7

2 422,8

2 422,8

De deelsector huisartsen bevat de huisartsenzorg inclusief de verloskunde verricht door huisartsen.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

De overschrijding 2011 (stand juni 2012) is uitgekomen op € 72,1 miljoen. Deze overschrijding bestaat uit enerzijds de bij het jaarverslag gemelde overschrijding van € 99 miljoen en anderzijds de neerwaartse bijstelling van de overschrijding 2010. De in de eerste suppletoire wet 2012 gemelde overschrijding van € 77,0 miljoen is naar aanleiding van de actualisatie in juni 2012 met € 4,9 miljoen naar beneden bijgesteld.

INTENSIVERINGEN

darmkankerscreening

In verband met de invoering van darmkankerscreening zijn er meerkosten bij de medisch specialistische zorg en huisartsenzorg. Naar aanleiding van de screening zullen patiënten zich sneller bij de zorgaanbieder melden.

flexibilisering POH (Praktijk Ondersteuner Huisartsenpraktijk)

Zoals afgesproken in het bestuurlijk akkoord met de ggz zal de module POH-ggz worden geflexibiliseerd. Dit stelt de huisarts beter in staat de toeloop van mensen met psychische klachten te organiseren en te begeleiden. Als de patiënt niet kan worden geholpen binnen de huisartsenfunctie, dan wordt deze doorverwezen naar de eerstelijns ggz (voor patiënten met lichte en matige problematiek) of de specialistische tweedelijns ggz (voor patiënten met (zeer) complexe aandoeningen). Waar geen sprake is van psychische klachten wordt verwezen naar andere hulpverleners, zoals algemeen maatschappelijk werk.

groeiruimte 2012

Betreft de uitdeling van de gereserveerde groeiruimte die voor 2012 beschikbaar is.

groeiruimte 2013

In juni 2012 is een convenant met de huisartsensector afgesproken. Er is voor 2013 een groeipercentage van 2,5% (exclusief loon- en prijsbijstelling) afgesproken ten opzichte van de begrotingsstand 2012 (stand eerste suppletoire begroting 2012). Daarnaast is voor substitutie een additionele groei van 0,5% beschikbaar gesteld.

aanpassing tariefskorting

De eerder opgelegde tariefskorting van € 132 miljoen is bijgesteld naar € 98 miljoen.

Tabel 4 Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

771,0

769,9

769,9

769,9

769,9

769,9

769,9

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

19,7

19,7

19,7

19,7

19,7

19,7

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

41,9

41,9

41,9

41,9

41,9

41,9

41,9

INTENSIVERINGEN

             

groeiruimte 2012

0,0

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

MAATREGELEN

             

aanpassen tarieven kaakchirurgie

0,0

0,0

0,0

– 20,0

– 20,0

– 20,0

– 20,0

Stand 2013

812,9

836,5

836,5

816,5

816,5

816,5

816,5

Deze deelsector bevat de tandheelkundige zorg en de medisch-specialistische zorg mondziekten en kaakchirurgie. Het betreft zorg voor verzekerden tot en met 17 jaar en bijzondere tandheelkunde op basis van indicatie voor volwassenen. Verder bevat deze deelsector orthodontie door een specialist en kaakchirurgie.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van de meest recente CVZ-cijfers (juni 2012) is bij de tandheelkundige en tandheelkundige specialistische zorg over 2011 een overschrijding te zien van € 41,9 miljoen. Dit is een neerwaartse bijstelling van € 5,1 miljoen ten opzichte van de overschrijding die is gemeld bij de eerste suppletoire begroting 2012. Ten aanzien van de eerstelijns tandheelkunde is sprake van een stijging van de uitgaven in de groep jeugdigen bij consultatie en diagnostiek, preventie en mondhygiëne en in de groep volwassenen bij de bijzondere tandheelkundige zorg en in de categorie gebitsprothesen bij volledige prothesen (voor onder- en bovenkaak).

INTENSIVERINGEN

groeiruimte 2012

Betreft de uitdeling van de gereserveerde groeiruimte die voor 2012 beschikbaar is.

MAATREGELEN

aanpassen tarieven kaakchirurgie

Ten aanzien van de tandheelkundige specialistische zorg is in het Begrotingsakkoord 2013 besloten om het honorariumdeel van de te declareren maximumtarieven door de Nederlandse Zorgautoriteit te laten herijken. Hiervoor is per 2014 een taakstellende besparing van € 20 miljoen verwerkt.

Tabel 5 Paramedische hulp (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

692,8

606,0

605,1

605,1

605,1

605,1

605,1

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

16,9

14,8

14,8

14,8

14,8

14,8

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

24,5

24,5

24,5

24,5

24,5

24,5

24,5

INTENSIVERINGEN

             

aanpassen tariefskorting logopedie

0,0

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

groeiruimte 2012

0,0

12,7

12,7

12,7

12,7

12,7

12,7

MAATREGELEN

             

pakketaanpassing fysiotherapie

0,0

– 44,0

– 44,0

– 44,0

– 44,0

– 44,0

– 44,0

Stand 2013

717,3

617,2

614,2

614,2

614,2

614,2

614,2

De paramedische hulp omvat fysiotherapie, oefentherapie Caesar, oefentherapie Mensendieck, logopedie en ergotherapie. In het Financieel Beeld Zorg 2012 was dyslexie nog onderdeel van deze deelsector. Vanaf de ontwerpbegroting 2013 is dyslexie een onderdeel van de deelsector geneeskundige ggz.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van de meest recente CVZ-cijfers (juni 2012) is over 2011 bij fysiotherapie en oefentherapie een overschrijding geconstateerd van € 16,9 miljoen. Dit is € 2 miljoen lager dan de overschrijding die is gemeld bij de eerste suppletoire begroting 2012. Bij de logopedie is de overschrijding over 2011 € 4,9 miljoen. Mede als gevolg van de toegenomen autonome vraag door meer bewustzijn en onderkenning van spraak- en taalstoornissen binnen de samenleving stijgen de kosten voor logopedie. Bij ergotherapie is de overschrijding structureel € 2,7 miljoen.

INTENSIVERINGEN

aanpassen tariefskorting logopedie

Naar aanleiding van geactualiseerde inzichten over 2010 is de tariefskorting verlaagd. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van het kader.

groeiruimte 2012

Betreft de uitdeling van de gereserveerde groeiruimte die voor 2012 beschikbaar is.

MAATREGELEN

pakketaanpassing fysiotherapie

In navolging van het pakketadvies van het CVZ over fysiotherapie zijn 11 aandoeningen van de chronische lijst geschrapt. Dit leidt tot een besparing die reeds in de begroting 2012 is meegenomen, maar thans is verwerkt op de relevante sector.

Tabel 6 Dieetadvisering (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

54,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

2,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

INTENSIVERINGEN

             

pakketaanpassing

0,0

0,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

Stand 2013

57,0

0,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

De uitgaven betreffen zowel dieetadvisering als voedingsvoorlichting.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van de meest actuele cijfers van het CVZ (juni 2012) is de bij de eerste suppletoire begroting 2012 geconstateerde overschrijding over 2011 bij dieetadvisering toegenomen van € 1,5 miljoen naar € 2,1 miljoen.

INTENSIVERINGEN

pakketaanpassing

Als gevolg van het Begrotingsakkoord 2013 maakt dieetadvisering vanaf 2013 weer onderdeel uit van het verzekerd pakket. Het aantal verzekerde behandeluren is bepaald op drie.

Tabel 7 Verloskundige zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

190,7

200,8

202,0

202,0

202,0

202,0

202,0

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

4,0

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

– 4,6

– 4,6

– 4,6

– 4,6

– 4,6

– 4,6

– 4,6

INTENSIVERINGEN

             

aanpassen tariefskorting

0,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

integraal tarief geboortecentra

0,0

1,1

3,4

5,6

5,6

5,6

5,6

groeiruimte 2012

0,0

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

Stand 2013

186,1

204,8

208,5

210,7

210,7

210,7

210,7

Deze deelsector bevat de extramuraal verstrekte verloskundige zorg. De verloskundige zorg verricht door huisartsen is bij de deelsector huisartsen opgenomen.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van de junicijfers van het CVZ is de onderschrijding in 2011 bij de verloskundige zorg € 4,6 miljoen.

INTENSIVERINGEN

aanpassen tariefskorting

De tariefskorting van oorspronkelijk € 4 miljoen is eind 2011 met ruim € 2 miljoen neerwaarts bijgesteld. De neerwaartse bijstelling was het gevolg van geactualiseerde inzichten met betrekking tot de overschrijding 2010.

integraal tarief geboortecentra

De innovatieregeling voor geboortecentra is per 2012 beëindigd. Om de geboortecentra in stand te houden zijn middelen beschikbaar gekomen.

groeiruimte 2012

Betreft de uitdeling van de gereserveerde groeiruimte die voor 2012 beschikbaar is.

Tabel 8 Kraamzorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

301,0

300,9

304,8

305,6

306,3

306,3

306,3

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

7,6

7,6

7,7

7,8

7,8

7,8

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

– 12,5

– 12,5

– 12,5

– 12,5

– 12,5

– 12,5

– 12,5

INTENSIVERINGEN

             

groeiruimte 2012

0,0

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

Stand 2013

288,5

300,0

303,9

304,8

305,6

305,6

305,6

Op deze sector worden de uitgaven voor kraamzorg geraamd en verantwoord. De kraamzorg is tweeledig. Allereerst houdt deze de partusassistentie in: de hulp aan de verloskundige bij de bevalling. Daarnaast levert de kraamverzorgende hulp gedurende de eerste dagen na de bevalling en geeft zij advies met betrekking tot de verzorging van de pasgeborene en de kraamvrouw.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van de junicijfers van het CVZ is de onderschrijding in 2011 bij de kraamzorg € 12,5 miljoen.

INTENSIVERINGEN

groeiruimte 2012

Betreft de uitdeling van de gereserveerde groeiruimte die voor 2012 beschikbaar is.

Tabel 9 Instellingen voor medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

0,0

16 704,0

17 122,0

17 550,0

17 989,0

17 961,0

17 961,0

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

390,2

391,4

402,2

413,2

424,5

423,8

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

0,0

333,0

333,0

333,0

333,0

333,0

333,0

hoofdlijnenakkoord ziekenhuizen

0,0

– 333,0

– 333,0

– 333,0

– 333,0

– 333,0

– 333,0

darmkankerscreening

0,0

0,0

14,7

35,3

54,2

63,6

63,6

MAATREGELEN

             

IVF

0,0

0,0

– 12,5

– 12,5

– 12,5

– 12,5

– 12,5

toetsing rechtmatigheid Zvw

0,0

0,0

0,0

– 47,0

– 47,0

– 47,0

– 47,0

TECHNISCH

             

beschikbaarheidsbijdragen

0,0

– 71,2

– 71,2

– 71,2

– 71,2

– 71,2

– 71,2

overheveling dure geneesmiddelen

0,0

0,0

214,7

238,1

257,1

257,1

257,1

nieuw middel tegen melanoom

0,0

5,0

25,0

25,0

25,0

25,0

25,0

overheveling FZO

0,0

0,0

– 20,0

– 20,0

– 20,0

– 20,0

– 20,0

Stand 2013

0,0

17 028,0

17 664,1

18 099,9

18 587,8

18 580,5

18 579,8

Mede naar aanleiding van het bestuurlijk akkoord met de ziekenhuissector is in de begroting vanaf 2012 een nieuw kader voor instellingen voor medisch-specialistische zorg opgenomen. Dit kader is samengesteld uit de voormalige onderdelen algemene en categorale ziekenhuizen, academische ziekenhuizen, ZBC’s en een groot deel van overige curatieve instellingen (bijvoorbeeld centra voor erfelijkheidsonderzoek en dialysecentra). Ook de medisch specialisten in loondienst maken onderdeel uit van deze nieuwe sector. De groeiruimte voor de instellingen voor medisch-specialistische zorg is reeds in de reeks stand 2012 tot en met 2015 toegedeeld (conform het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord).

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

De totale ingeschatte overschrijding bij de instellingen voor medisch-specialistische zorg op basis van cijfers 2011 bedraagt € 333 miljoen (op basis van de nieuwe toedeling zoals die vanaf 2012 in de VWS-begroting is opgenomen en ontleend is aan het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord). Deze overschrijding is gemeld en toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2012 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 280 XVI, nr. 229).

hoofdlijnenakkoord ziekenhuizen

In 2011 is een Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord met instellingen voor medisch-specialistische zorg gesloten. Een beheerste kostenontwikkeling is daarbij uitgangspunt. In dat akkoord is een financieel kader voor 2012 tot en met 2014 overeengekomen met verzekeraars en zorgaanbieders. Uitgaande van het overeengekomen budgettair kader 2012–2014 uit het Hoofdlijnenakkoord werkt de overschrijding zoals geconstateerd op basis van 2011 niet structureel door en wordt daarom gedesaldeerd.

darmkankerscreening

In verband met de invoering van darmkankerscreening zijn er meerkosten bij de medisch specialistische zorg en huisartsenzorg. Naar aanleiding van de screening zullen patiënten zich sneller bij de zorgaanbieder melden. Deze extra middelen worden toegevoegd.

MAATREGELEN

IVF

De in het Regeerakkoord van het Kabinet-Rutte-Verhagen opgenomen pakketmaatregel om de collectieve vergoeding van in-vitrofertilisatie behandelingen (IVF) per 2013 te beperken tot de eerste behandeling is op een alternatieve wijze ingevuld. Deze invulling ontziet de patiënt meer en is gericht op het vergroten van de doelmatigheid en kwaliteit van IVF-behandelingen. Onderdelen hierbij zijn het inzetten op afwachtend beleid voordat met een behandeling gestart wordt, het beperken van de vergoeding voor het terugplaatsen van meer embryo’s ter voorkoming van meerlingen, het invoeren van een leeftijdsgrens van 43 jaar voor alle vruchtbaarheidsbehandelingen en het doelmatig voorschrijven van fertiliteitshormonen. De kostenbesparingen treden zowel op bij de geneesmiddelen als de ziekenhuizen.

toetsing rechtmatigheid conform Zvw

De besparing als gevolg van de Regeerakkoordmaatregel «vergoeding rechtmatigheid conform Zvw» wordt in 2012 en 2013 nog niet gerealiseerd. De invulling van deze ombuiging wordt uitgewerkt in het Project Intensivering Controle en Toezicht op de rechtmatige uitvoering van de Zvw (Pincet). Dit traject richt zich met name op besparingen die bij de behandeling van een aantal aandoeningen mogelijk zijn. Het gaat hier om ziekenhuiszorg. Omdat het traject nog niet is afgerond is sprake van een besparingsverlies. Het besparingsverlies in 2012 is reeds verwerkt in de eerste suppletoire wet 2012. Vanaf 2014 zullen er wel besparingen dienen op te treden als gevolg van de implementatie van het traject.

TECHNISCH

beschikbaarheidsbijdragen

Beschikbaarheidsbijdragen ten behoeve van onder andere de Spoedeisende Hulp (SEH), calamiteitenhospitaal, traumahelikopters, brandwondenzorg (niet zijnde de academische component) maakten tot en met 2012 onderdeel uit van het kader dat in de VWS-begroting 2012 is opgenomen en is ontleend aan het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2012–2015. In de begroting 2013 wordt de raming voor deze beschikbaarheidsbijdragen gepresenteerd als aparte sector. Door middel van deze technische correctie worden de hiervoor geraamde middelen (exclusief groeiruimte) overgeheveld naar de aparte sector beschikbaarheidsbijdrage overig medisch-specialistische zorg. Wanneer de sector beschikbaarheidsbijdrage overig medisch-specialistische zorg en instellingen voor medisch specialistische zorg worden opgeteld wordt weer aansluiting gemaakt met de aan het Hoofdlijnenakkoord ontleende reeks uit de VWS-begroting 2012.

overheveling dure geneesmiddelen

Met ingang van 1 januari 2013 wordt een aantal dure oncolytica en groeihormonen integraal en exclusief onder de bekostiging van instellingen voor medisch-specialistische zorg gebracht. Deze specialistische geneesmiddelen vallen voortaan uitsluitend onder de Zvw-aanspraak geneeskundige zorg en niet langer onder de aanspraak farmaceutische zorg en verdwijnen daarmee uit het Geneesmiddelen Vergoeding Systeem (GVS). Kort gezegd beoogt de overheveling te komen tot een eenduidige aanspraak op zorg met deze specialistische geneesmiddelen. Na de overheveling van TNF-alfaremmers per 1 januari 2012 gaat het om de tweede fase van de overheveling.

nieuw middel tegen melanoom

Met het oog op de overheveling van een aantal dure oncolytica met ingang van 1 januari 2013 is het nieuwe geneesmiddel vemurafenib voor de behandeling van melanoom per 1 juli 2012 direct in de ziekenhuisbekostiging opgenomen. De macro beschikbare middelen voor instellingen voor medisch-specialistische zorg zoals vastgelegd in het Hoofdlijnenakkoord ziekenhuiszorg worden opgehoogd met € 5 miljoen in 2012 en € 25 miljoen vanaf 2013 ten laste van het geneesmiddelenkader.

overheveling FZO

Betreft een overheveling van het kader instellingen voor medisch-specialistische zorg naar het Fonds Ziekenhuisopleidingen (FZO) ten behoeve van het opleiden van gespecialiseerd verpleegkundigen en ondersteunend medisch personeel.

Tabel 10 Vrijgevestigde medisch specialisten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

0,0

1 979,0

2 028,0

2 079,0

2 131,0

2 131,0

2 131,0

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

26,2

26,2

26,8

27,5

27,6

27,6

INTENSIVERINGEN

             

correctie overgangsbeleid prestatiebekostiging

0,0

37,0

37,0

37,0

0,0

0,0

0,0

kwaliteitsgelden SKMS

0,0

6,1

6,1

6,1

0,0

0,0

0,0

groeiruimte 2,5% over toevoeging

0,0

0,0

1,7

1,7

1,7

0,7

0,7

darmkankerscreening

0,0

0,0

1,7

4,2

6,4

7,6

7,6

TECHNISCH

             

correctie kader medisch specialisten

0,0

– 5,8

5,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand 2013

0,0

2 042,0

2 106,6

2 154,5

2 166,6

2 166,9

2 166,9

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Mede naar aanleiding van het bestuurlijk akkoord met de medisch specialisten is in de begroting 2012 een nieuw kader voor vrijgevestigde medisch specialisten opgenomen. In de begroting 2012 is hierover een nadere toelichting opgenomen. Het honorariumdeel van de ZBC's is onderdeel van dit kader. De groeiruimte voor de vrijgevestigde medisch specialisten is reeds in de reeks stand 2012 tot en met 2015 toegedeeld (conform het convenant met de medisch specialisten).

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

INTENSIVERINGEN

correctie overgangsbeleid prestatiebekostiging

Als onderdeel van het voortzetten van het overgangsbeleid naar volledige prestatiebekostiging in de medisch-specialistische zorg is tijdens de convenantperiode een bedrag van € 37 miljoen toegevoegd aan het kader (vrijgevestigde) medisch specialisten.

kwaliteitsgelden SKMS

Een vast bedrag per gewerkt uur van de medisch specialist wordt gereserveerd om de kwaliteit van de medisch-specialistische zorg te verbeteren. Hiertoe is de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS) opgericht door de Orde van Medisch Specialisten (OMS) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Deze stichting beheert de kwaliteitsgelden. In overleg met de Orde van Medisch Specialisten is afgesproken om voor 2012 tot en met 2014 de kosten voor deze stichting gezamenlijk te financieren waarbij VWS € 6,1 miljoen zal toevoegen aan het kader voor de vrijgevestigde medisch specialisten.

groeiruimte 2,5% over toevoeging

De in het convenant met medisch specialisten afgesproken groeiruimte van 2,5% zit in de reeks stand begroting 2012. Over de later toegevoegde middelen voor SKMS, correctie ZBC’s en de loon en prijs 2012 is ook 2,5% groeiruimte meegenomen.

darmkankerscreening

In verband met de invoering van darmkankerscreening zijn er meerkosten bij de medisch-specialistische zorg. Naar aanleiding van de screening zullen patiënten zich sneller bij de zorgaanbieder melden. Deze extra middelen worden toegevoegd.

TECHNISCH

correctie kader medisch specialisten

Om een betere aansluiting te maken tussen de door de NZa gehanteerde systematiek voor vaststelling van het beheersmodel wordt een technische correctie doorgevoerd.

Tabel 11 Beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

681,2

689,9

702,4

715,8

739,4

739,4

739,4

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

19,0

19,3

19,6

20,0

20,6

20,6

MEE- EN TEGENVALLERS

             

ramingsbijstelling

– 21,5

– 12,6

– 13,3

– 23,9

– 34,7

– 35,1

– 35,4

Stand 2013

659,7

696,3

708,5

711,5

724,7

725,0

724,6

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

De Universitair Medisch Centra krijgen in verband met hun publieke taken – het leveren van topreferente zorg en onderzoek en innovatie – een subsidie in de vorm van de beschikbaarheidsbijdrage academische zorg. Deze beschikbaarheidsbijdrage vervangt de academische component. De opgelegde efficiencykorting die oploopt van € 10 miljoen in 2012 tot € 40 miljoen vanaf 2015 is in de stand 2012 reeds verwerkt. De groeiruimte voor beschikbaarheidsbijdrage academische zorg is reeds in de reeks stand 2012 tot en met 2015 toegedeeld.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

ramingsbijstelling

Er heeft een neerwaartse bijstelling plaatsgevonden op de raming van de academische component.

Tabel 12 Beschikbaarheidsbijdrage overig medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

TECHNISCH

             

beschikbaarheidsbijdragen

0,0

71,2

71,2

71,2

71,2

71,2

71,2

Stand 2013

0,0

71,2

71,2

71,2

71,2

71,2

71,2

Op deze sector worden de uitgaven geraamd van de beschikbaarheidsbijdrage ten behoeve van de spoedeisende hulp, Calamiteitenhospitaal, Traumahelikopters/MMT-voertuigen, Trauma- en brandwondenzorg, kennis coördinatie, PMO, OTO en acute verloskunde. De academische component en beschikbaarheidsbijdrage opleidingen worden apart gepresenteerd. De genoemde beschikbaarheidsbijdragen maakten tot en met 2012 onderdeel uit van het kader instellingen voor medisch-specialistische zorg dat in de VWS-begroting 2012 is opgenomen en is ontleend aan het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2012–2015. In de begroting 2013 wordt de raming voor deze beschikbaarheidsbijdragen gepresenteerd als aparte sector.

TECHNISCH

beschikbaarheidsbijdragen

Beschikbaarheidsbijdragen ten behoeve van onder andere de Spoedeisende Hulp (SEH), calamiteitenhospitaal, traumahelikopters, brandwondenzorg (niet zijnde de academische component) maakten tot en met 2012 onderdeel uit van het kader dat in de VWS-begroting 2012 is opgenomen en is ontleend aan het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2012–2015. In de begroting 2013 wordt de raming voor deze beschikbaarheidsbijdragen gepresenteerd als aparte deelsector. Door middel van deze technische correctie worden de hiervoor geraamde middelen overgeheveld naar de aparte deelsector beschikbaarheidsbijdrage overig medisch-specialistische zorg. Wanneer de sector beschikbaarheidsbijdrage overig medisch specialistische zorg en instellingen voor medisch-specialistische zorg worden opgeteld, wordt aangesloten bij de aan het Hoofdlijnenakkoord ontleende reeks uit de VWS-begroting 2012.

Tabel 13 Overig curatief Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

635,9

233,2

240,1

248,4

258,8

258,8

258,8

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

5,5

6,0

6,2

6,4

6,7

6,7

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

14,8

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

Stand 2013

650,7

243,6

251,0

259,5

270,1

270,4

270,4

Mede naar aanleiding van het bestuurlijk akkoord met de ziekenhuissector omvat het kader overig curatief vanaf 2012 voornamelijk de huisartsenlaboratoria. De uitgaven van andere soorten instellingen zijn vanaf 2012 opgenomen in het kader instellingen voor medisch-specialistische zorg.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van de meest recente NZa-cijfers (juni 2012) over 2011 wordt een meerjarige overschrijding van € 4,9 miljoen verwacht.

Tabel 14 Geriatrische revalidatiezorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

MAATREGELEN

             

doelmatigheidskorting

0,0

0,0

0,0

0,0

-50,0

-50,0

-50,0

TECHNISCH

             

overheveling AWBZ naar Zvw

0,0

0,0

817,0

817,0

817,0

817,0

817,0

Stand 2013

0,0

0,0

817,0

817,0

767,0

767,0

767,0

Geriatrische revalidatiezorg richt zich op kwetsbare ouderen met meerdere aandoeningen, die in het ziekenhuis een medisch-specialistische behandeling hebben ondergaan. Deze oudere cliënten hebben behoefte aan een multidisciplinaire revalidatiebehandeling die aan hun individuele herstelmogelijkheden en trainingstempo is aangepast en rekening houdt met andere aandoeningen. Geriatrische revalidatie onderscheidt zich daarmee in zorginhoud en cliëntgroep van de medisch-specialistische revalidatie. Doel is hen te helpen terug te keren naar de oude woonsituatie en maatschappelijk te blijven participeren.

MAATREGELEN

doelmatigheidskorting

Deze mutatie betreft een taakstelling uit het Regeerakkoord Kabinet-Rutte-Verhagen. De overheveling van de geriatrische revalidatiezorg van de AWBZ levert vanaf 2015 structureel een doelmatigheidswinst op van € 50 miljoen. Dit wordt bereikt door doelmatiger zorglevering en -inkoop.

TECHNISCH

Overheveling AWBZ naar Zvw

Het kabinet heeft besloten om de overheveling van de geriatrische revalidatiezorg naar de Zvw per 1 januari 2013 te doen plaatsvinden. In totaal wordt € 817 miljoen overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw. In het overgehevelde bedrag is reeds de groeiruimte tot en met 2013 verwerkt.

Tabel 15 Ambulancevervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

450,0

438,5

425,3

426,9

426,9

426,9

426,9

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

12,1

11,8

11,4

11,5

11,5

11,5

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

9,5

9,5

9,5

9,5

9,5

9,5

9,5

INTENSIVERINGEN

             

groeiruimte 2012

0,0

18,2

18,2

18,2

18,2

18,2

18,2

TECHNISCH

             

financieringsmutatie

16,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand 2013

476,3

478,3

464,8

466,0

466,1

466,1

466,1

De ambulancezorg kent twee kerntaken: spoedvervoer en besteld vervoer. Daarnaast zijn ambulances ook paraat voor geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen. Op deze sector worden tevens de uitgaven Centrale Posten Ambulancevervoer (CPA) verantwoord.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van de meest recente NZa-cijfers over 2011 (juni 2012) wordt een structurele overschrijding van € 9,5 miljoen verwacht.

INTENSIVERINGEN

groeiruimte 2012

Betreft de uitdeling van de gereserveerde groeiruimte die voor 2012 beschikbaar is.

TECHNISCH

financieringsmutatie

Er is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. Deze verschillen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de uitgaven.

Tabel 16 Overig ziekenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

121,0

121,0

121,0

121,0

121,0

121,0

121,0

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

3,3

3,3

3,3

3,3

3,3

3,3

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

4,6

4,6

4,6

4,6

4,6

4,6

4,6

INTENSIVERINGEN

             

groeiruimte 2012

0,0

4,8

4,8

4,8

4,8

4,8

4,8

Stand 2013

125,6

133,7

133,7

133,7

133,7

133,7

133,7

Het overig ziekenvervoer betreft het vervoer van patiënten van en naar zorgaanbieders. Hiervoor in aanmerking komen verzekerden die chemo- of radiotherapie ondergaan, nierdialyse ondergaan, zich uitsluitend in een rolstoel kunnen verplaatsen, zeer slechtziend zijn of van hun zorgverzekeraar hiervoor toestemming hebben gekregen. Het betreft zowel commercieel vervoer als vergoeding van de kosten van openbaar vervoer.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van recente CVZ-cijfers (juni 2012) met betrekking tot het overig ziekenvervoer over 2011 wordt een structurele overschrijding van € 4,6 miljoen verwacht.

INTENSIVERINGEN

groeiruimte 2012

Betreft de uitdeling van de gereserveerde groeiruimte die voor 2012 beschikbaar is.

Tabel 17 Geneesmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

5 459,8

5 391,4

5 772,3

6 117,1

6 482,5

6 470,5

6 470,5

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

121,2

130,1

139,3

147,6

156,4

156,2

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

– 224,6

– 224,6

– 224,6

– 224,6

– 224,6

– 224,6

– 224,6

MAATREGELEN

             

stringent pakketbeheer

0,0

0,0

– 10,0

– 10,0

– 10,0

– 10,0

– 10,0

IVF

0,0

0,0

– 17,5

– 17,5

– 17,5

– 17,5

– 17,5

TECHNISCH

             

overheveling dure geneesmiddelen

0,0

0,0

– 214,7

– 238,1

– 257,1

– 257,1

– 257,1

nieuw middel tegen melanoom

0,0

– 5,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

Stand 2013

5 235,2

5 283,0

5 410,6

5 741,2

6 095,9

6 092,7

6 092,5

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale geneesmiddelen geraamd en verantwoord. De groeiruimte voor de geneesmiddelen is reeds tot en met 2015 toegedeeld.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Uit de actualisering van de zorguitgaven voor het VWS-jaarverslag 2011 en de eerste suppletoire wet 2012 volgt een structurele meevaller bij de farmaceutische hulp van € 222,2 miljoen. De meest actuele CVZ-cijfers (juni 2012) laten zien dat deze meevaller € 2,4 miljoen hoger is. De vervanging door middelen met lagere prijzen en prijsverlagingen onder invloed van het preferentiebeleid van zorgverzekeraars leveren meer op dan eerder was geraamd.

MAATREGELEN

stringent pakketbeheer

In het Regeerakkoord van het Kabinet-Rutte-Verhagen was een besparing opgenomen in verband met de invoering van stringenter pakketbeheer van € 30 miljoen in 2012 oplopend naar € 70 miljoen vanaf 2014. Dit betreft de tranche 2012 die ingevuld wordt binnen de geneesmiddelen. De tranche 2013 is ingevuld door middel van een beperking van de chronische lijst bij fysiotherapie.

IVF

De in het Regeerakkoord van het Kabinet-Rutte-Verhagen opgenomen pakketmaatregel om de collectieve vergoeding van in-vitrofertilisatie behandelingen (IVF) per 2013 te beperken tot de eerste behandeling is op een alternatieve wijze ingevuld. Deze invulling ontziet de patiënt meer en is gericht op het vergroten van de doelmatigheid en kwaliteit van IVF-behandelingen. Onderdelen hierbij zijn het inzetten op afwachtend beleid voordat met een behandeling gestart wordt, het beperken van de vergoeding voor het terugplaatsen van meer embryo’s ter voorkoming van meerlingen, het invoeren van een leeftijdsgrens van 43 jaar voor alle vruchtbaarheidsbehandelingen en het doelmatig voorschrijven van fertiliteitshormonen. De kostenbesparingen treden zowel op bij de geneesmiddelen als de ziekenhuizen.

TECHNISCH

overheveling dure geneesmiddelen

Met ingang van 1 januari 2013 wordt een aantal dure oncolytica en groeihormonen integraal en exclusief onder de bekostiging van instellingen voor medisch-specialistische zorg gebracht. Deze specialistische geneesmiddelen vallen voortaan uitsluitend onder de Zvw-aanspraak geneeskundige zorg en niet langer onder de aanspraak farmaceutische zorg en verdwijnen daarmee uit het GVS. Kort gezegd beoogt de overheveling te komen tot een eenduidige aanspraak op zorg met deze specialistische geneesmiddelen. Na de overheveling van TNF-alfaremmers per 1 januari 2012 gaat het om de tweede fase van de overheveling.

nieuw middel tegen melanoom

Met het oog op de overheveling van een aantal dure oncolytica met ingang van 1 januari 2013 is het nieuw geneesmiddel vemurafenib voor de behandeling van melanoom per 1 juli 2012 direct in de ziekenhuisbekostiging opgenomen. De macro beschikbare middelen voor instellingen voor medisch-specialistische zorg zoals vastgelegd in het Hoofdlijnenakkoord ziekenhuiszorg worden opgehoogd met € 5 miljoen in 2012 en € 25 miljoen vanaf 2013 ten laste van het geneesmiddelenkader.

Tabel 18 Hulpmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

1 475,2

1 535,1

1 603,5

1 676,5

1 752,8

1 752,8

1 752,8

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

35,6

37,0

38,7

40,5

42,3

42,3

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

– 29,0

– 26,8

– 26,8

– 26,8

– 26,8

– 26,8

– 26,8

MAATREGELEN

             

eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen

0,0

0,0

– 20,0

– 20,0

– 20,0

– 20,0

– 20,0

TECHNISCH

             

bruikleenhulpmiddelen

0,0

0,0

79,1

81,2

83,4

83,4

83,4

hoortoestellen

0,0

0,0

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

Stand 2013

1 446,2

1 543,9

1 676,8

1 753,6

1 833,9

1 835,7

1 835,7

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale hulpmiddelen die verstrekt worden krachtens de Regeling hulpmiddelen geraamd en verantwoord. De groeiruimte voor de hulpmiddelen is reeds tot en met 2015 toegedeeld.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Uit de actualisering van de zorguitgaven voor het VWS-jaarverslag 2011 kwam een meevaller bij de hulpmiddelen naar voren, die voor € 22 miljoen als structureel is aangemerkt. De meest actuele cijfers (juni 2012) laten zien dat deze meevaller € 4,8 miljoen hoger is. Waarschijnlijke oorzaken zijn een lager dan geraamde groei van de uitgaven voor hulpmiddelen bij ademhalingsproblemen en wondzorg en afnemende na-ijleffecten van de pakketuitname van de sta-op-stoel.

MAATREGELEN

eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen

Eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen zoals krukken, looprekjes, loophulpen, rollators en serveerwagens worden met ingang van 1 januari 2013 niet langer uit het basispakket vergoed.

TECHNISCH

bruikleenhulpmiddelen

Betreft de overheveling bruikleenhulpmiddelen van de AWBZ naar de Zvw. In de brief «Hulpmiddelen beter geregeld» van 1 juni 2011 (32 805, nr. 1) is het voornemen om per 2013 het aantal loketten voor hulpmiddelen van drie (AWBZ, Wmo en Zvw) naar twee (Zvw en Wmo) terug te brengen toegelicht. Conform de motie Gerbrands c.s. (33 000 XVI, nr. 52) is bij de behandeling van de begroting 2012 besloten om de AWBZ-regeling voor uitleen van hulpmiddelen (bijvoorbeeld krukken) naar de Zvw over te hevelen, maar geen Zvw-hulpmiddelen in de Wmo onder te brengen.

hoortoestellen

In 2013 worden de aanspraken ten aanzien van hoortoestellen functioneel omschreven en ontstaat er voor de zorgverzekeraar een zorgplicht voor een adequaat hoortoestel dat ook geschikt is in de werksituatie van de verzekerde. Een aanvullende vergoeding vanuit de Wet Werk en inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) is dan niet meer nodig. De middelen die binnen het voorzieningenbudget van de WIA beschikbaar zijn voor hoortoestellen, worden overgeheveld naar de Zvw.

Tabel 19 Geneeskundige ggz (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

4 044,7

3 625,4

3 639,4

3 640,5

3 640,5

3 640,5

3 640,5

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

110,9

110,9

110,9

110,9

110,9

110,9

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

113,8

115,0

115,0

115,0

115,0

115,0

115,0

MAATREGELEN

             

afspraak BA ggz

 

– 75,0

– 75,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

INTENSIVERINGEN

             

overheveling AWBZ naar Zvw

17,1

17,1

17,1

17,1

17,1

17,1

17,1

groeiruimte

82,7

235,5

322,1

449,3

449,3

449,3

449,3

Stand BA ggz

4 258,3

4 028,9

4 129,5

4 232,8

4 232,8

4 232,8

4 232,8

               

INTENSIVERINGEN

             

overheveling AWBZ naar Zvw na ondertekening BA ggz

 

8,7

23,7

8,7

8,7

8,7

8,7

Stand 2013

4 258,3

4 037,6

4 153,2

4 241,5

4 241,5

4 241,5

4 241,5

Deze deelsector omvat de geneeskundige ggz geleverd door zowel eerstelijns psychologen (ELP) als aanbieders tweedelijns ggz. Tweedelijns geneeskundige ggz wordt geleverd door instellingen (zowel gebudgetteerde als niet-gebudgetteerde instellingen) en vrijgevestigden. Met ingang van deze begroting worden op deze deelsector ook de uitgaven voor de diagnose en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie geraamd en verantwoord.

In juli 2012 is het Bestuurlijk Akkoord ggz door betrokken partijen ondertekend. Daarin zijn ook afspraken gemaakt over het beschikbaar budgettair kader voor geneeskundige ggz in de jaren 2013 en 2014, waarbij een volumegroei van 2,5% voor die jaren is afgesproken. Deze afspraken zijn in de begrotingsstand 2013 verwerkt.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van een geactualiseerde opgave van Vektis inzake de door vrijgevestigden en niet-gebudgetteerde instellingen gedeclareerde dbc’s (geopend in 2010), geactualiseerde cijfers van de NZa inzake de budgetten 2011 van gebudgetteerde ggz-instellingen, een geactualiseerde opgave van het CVZ inzake de uitgaven voor eerstelijns ggz in 2011 en rekening houdend met trends uit het verleden, wordt voor de gehele geneeskundige ggz een overschrijding geraamd van structureel € 115 miljoen.

MAATREGELEN

afspraak Bestuurlijk Akkoord ggz

In het kader van het Bestuurlijk Akkoord ggz is afgesproken dat de geraamde overschrijding 2011 voor een bedrag van € 40 miljoen mag doorwerken in 2012 en volgende jaren. Verondersteld wordt dat dit mogelijk is door de maatregelen die met ingang van 2012 in de ggz zijn genomen. Deze € 40 miljoen is opgenomen in de in het Bestuurlijk Akkoord opgenomen grondslag 2012, waarover de groeiafspraken voor 2013 en 2014 (van 2,5%) zijn gemaakt.

Dit leidt tot een structurele neerwaartse bijstelling van € 75 miljoen. Daarnaast maakt de afspraak rond de 2,5% groei in 2013 en 2014 het mogelijk om vanaf 2014 € 25 miljoen extra neerwaarts bij te stellen.

INTENSIVERINGEN

overheveling AWBZ naar Zvw

In het kader van de beleidsregel «Overheveling ggz-budget AWBZ-Zvw» is het voor ggz-instellingen mogelijk te schuiven tussen AWBZ- en Zvw-budgetten voor de ggz. In 2011 zijn door enkele tientallen instellingen gezamenlijk met zorgkantoren en representerende verzekeraars verzoeken ingediend, die per saldo hebben geleid tot een verschuiving van € 17,1 miljoen van AWBZ naar Zvw in 2011.

toedeling groeiruimte

In het kader van het Bestuurlijk Akkoord ggz is afgesproken dat in de jaren 2013 en 2014 sprake mag zijn van 2,5% volumegroei. Daarnaast is de onverdeelde groeiruimte 2011 en 2012 aan deze sector toegevoegd.

INTENSIVERINGEN

overheveling AWBZ naar Zvw na ondertekening BA ggz

Nadat het Bestuurlijk Akkoord is afgesloten, is op basis van de bovengenoemde beleidsregel «Overheveling ggz-budget AWBZ-Zvw» sprake van een additionele schuif van structureel € 8,7 miljoen vanaf 2012 tussen AWBZ- en Zvw-budgetten voor de ggz. Daarnaast wordt in 2013 € 15 miljoen overgeheveld in verband met de schuif kapitaallasten AWBZ naar Zvw als gevolg van de gewijzigde systematiek van de berekening van de toe te rekenen kapitaallasten door de NZa. Dit betreft een voorlopige raming. In de VWS-begroting 2014 zal op basis van meer definitieve cijfers de structurele reeks worden opgenomen.

Tabel 20 Grensoverschrijdende zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

568,6

557,9

547,9

569,0

600,7

600,7

600,7

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

15,5

15,2

15,0

15,5

16,4

16,4

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

werelddekking

0,0

30,0

60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand 2013

585,6

620,4

640,1

601,0

633,2

634,1

634,1

Deze deelsector betreft de grensoverschrijdende zorg binnen en buiten het macroprestatiebedrag (mpb). Binnen het mpb betreft het de lasten die gemaakt zijn in het buitenland door in Nederland woonachtige Zvw-verzekerden of Zvw-verzekerden die in het buitenland zorg krijgen. Dit zijn bijvoorbeeld de medische lasten in een Oostenrijks ziekenhuis na een ski-ongeluk, lasten die samenhangen met een behandeling in een Belgisch ziekenhuis of lasten van grensarbeiders die in Nederland werken en in Duitsland wonen.

De grensoverschrijdende zorg buiten het mpb betreft de lasten van internationale verdragen. De lasten zijn te verdelen naar verdragsgerechtigden (via CVZ) en ingezetenen in Nederland die in het buitenland verzekerd zijn. De verdragsgerechtigden zijn mensen die buiten Nederland wonen en niet aan Nederlandse sociale verzekeringswetgeving zijn onderworpen, maar op grond van een EG-verordening of door een Nederland gesloten verdrag inzake sociale zekerheid in hun woonland toch recht hebben op geneeskundige zorg ten laste van het Zorgverzekeringsfonds. Voorbeelden van gedragsgerechtigden zijn gezinsleden van verzekerden die buiten Nederland wonen en buiten Nederland wonende personen die een Nederlands pensioen of uitkering ontvangen en hun gezinsleden. Tegenover het recht op zorg staat de verplichting voor verdragsgerechtigden om een bijdrage aan het CVZ te betalen. Daarnaast worden baten ontvangen voor de internationale verdragen, die in mindering op de lasten gebracht mogen worden. Dit zijn kosten van medische zorg van personen die verzekerd zijn in het buitenland en langdurig (ingezetenen van Nederland) of kortdurend verblijven in Nederland. Deze worden doorberekend aan de internationale verdragspartners.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van actuele cijfers van het CVZ (juni 2012) is sprake van een tegenvaller van € 15,4 miljoen bij de uitgaven zorgkosten in het buitenland gemaakt door Zvw-verzekerden op basis van de Zvw-polis. Daarnaast wordt op basis van CVZ-cijfers over 2011 een structurele overschrijding van € 1,6 miljoen verwacht voor de zorg buiten het mpb. De verwerking van de gemaakte zorgkosten kent een doorlooptijd van meerdere jaren, afhankelijk van de snelheid bij de verdragspartners.

werelddekking

Er is sprake van een besparingsverlies in 2012 en 2013 op de Regeerakkoord-maatregel werelddekking. Het ingezette traject van het aanpassen van de verdragen verloopt moeizaam. Verwacht wordt dat deze aanpassingen niet eerder dan 1 januari 2014 doorgevoerd zijn.

Tabel 21 Multidisciplinaire zorgverlening (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

347,8

329,1

329,1

329,1

329,1

329,1

329,1

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

7,6

7,7

7,7

7,7

7,7

7,7

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

-0,8

12,2

12,2

12,2

12,2

12,2

12,2

INTENSIVERINGEN

             

pakketaanpassing

0,0

0,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

toedeling groeiruimte

0,0

6,3

6,3

6,3

6,3

6,3

6,3

Stand 2013

347,0

355,2

375,3

375,3

375,3

375,3

375,3

De multidisciplinaire zorgverlening betreft de ketens Diabetes, COPD en Vasculair Risicomanagement, geïntegreerde eerstelijnszorg en Stoppen met roken. Binnen de ketens Diabetes, COPD en Vasculair Risicomanagement wordt zorg verleend waarbij zorgaanbieders van diverse disciplines de zorgonderdelen in samenhang en in samenwerking met de betreffende patiënt aan de patiënt leveren.

De zorg bij het Stoppen-met-Rokenprogramma omvat geneeskundige zorg zoals huisartsen, medisch specialisten, verloskundigen en klinisch psychologen die plegen te bieden en farmacotherapeutische interventies ter ondersteuning van gedragsverandering met als doel te stoppen met roken.

Geïntegreerde eerstelijnszorg betreft multidisciplinaire eerstelijnszorg die door meerdere zorgaanbieders met verschillende disciplinaire achtergrond in samenhang geleverd wordt en waarbij regie noodzakelijk is om het zorgproces rondom de consument te leveren.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van de gegevens van het CVZ (juni 2012) is de overschrijding bij de multidisciplinaire zorgverlening structureel € 12,2 miljoen.

INTENSIVERINGEN

pakketaanpassing

In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten farmacologische ondersteuning bij stoppen met roken met ingang van 2013 weer in het pakket op te nemen.

toedeling groeiruimte

Betreft de uitdeling van de gereserveerde groeiruimte die voor 2012 beschikbaar is.

Tabel 22 Beschikbaarheidsbijdrage opleidingen Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

TECHNISCH

             

overheveling opleidingen

0,0

0,0

997,6

1 027,0

1 036,5

1 008,5

1 051,9

Stand 2013

0,0

0,0

997,6

1 027,0

1 036,5

1 008,5

1 051,9

Met ingang van 2013 worden de specialistische vervolgopleidingen uit het zogenaamde opleidingsfonds (inclusief de opleiding tot huisarts) en een aantal ggz-opleidingen via een beschikbaarheidbijdrage op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) gefinancierd. De uitvoering geschiedt door de NZa. De betalingen lopen via het CVZ.

TECHNISCH

overheveling opleidingen

In het kader van bovenstaande verandering is het bij de opleidingen horende budget overgeheveld van het begrotingsgefinancierd BKZ naar het premiegefinancierd BKZ. In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten vanaf 2013 toe te werken naar gelijkschakeling van de vergoeding voor medisch-specialistische vervolgopleidingen. Dit betekent een structurele korting op het Opleidingsfonds van € 15 miljoen in 2013 oplopend tot € 90 miljoen in 2016. Gezien de omvang van deze maatregel is besloten tot een stapsgewijze implementatie. In 2013 zal een doelmatigheidskorting van 2% op het vergoedingsbedrag worden opgelegd voor alle medisch-specialistische vervolgopleidingen. De structurele invulling zal – met inachtneming van het aspect van toewerken naar gelijkschakeling – in een bestuurlijk overleg met betrokken partijen in het najaar nader worden uitgewerkt.

Tabel 23 Ontvangsten Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

1 514,5

1 945,0

2 106,6

2 236,1

2 088,4

2 236,5

2 236,5

INTENSIVERINGEN

             

extrapolatie

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

69,3

verzachten eigen bijdrage GGZ

0,0

0,0

– 55,0

– 55,0

– 55,0

– 55,0

– 55,0

MAATREGELEN

             

nieuwe bekostiging hoortoestellen

0,0

0,0

27,0

27,0

27,0

27,0

27,0

eigen bijdrage verpleegdag

0,0

0,0

55,0

55,0

55,0

55,0

55,0

ramingsbijstelling eigen risico

   

– 82,0

– 122,0

– 160,0

– 160,0

– 160,0

verhogen eigen risico

0,0

0,0

800,0

800,0

800,0

800,0

800,0

Stand 2013

1 514,5

1 945,0

2 851,6

2 941,1

2 755,4

2 903,5

2 972,8

Deze deelsector omvat onder andere het eigen risico en de eigen bijdragen binnen de Zvw.

INTENSIVERINGEN

extrapolatie

Dit betreft de geraamde groei van de ontvangsten Zvw tussen 2016 en 2017.

verzachten eigen bijdrage ggz

De eigen bijdrage in de curatieve ggz wordt conform Begrotingsakkoord 2013 verzacht om zo toegang tot deze zorg voor kwetsbare groepen te garanderen.

MAATREGELEN

nieuwe bekostiging hoortoestellen

Dit is een maatregel uit het Begrotingsakkoord 2013. In 2013 worden de aanspraken ten aanzien van gehoortoestellen functioneel omschreven en vervalt de huidige maximum vergoeding. Dit leidt naar verwachting tot een fors lagere gemiddelde prijs voor hoortoestellen. Daarbij wordt een eigen bijdrage van 25% voor gehoortoestellen geïntroduceerd. Door de functionele omschrijving en het vervallen van de maximum vergoeding is de verwachting dat de eigen bijdrage straks veel lager is dan onder de huidige regeling. De totale kosten per toestel liggen nu vaak tussen de € 1 000 en € 2000 met als gevolg een eigen bijdrage van € 500 tot € 1500.

eigen bijdrage verpleegdag

Dit is een maatregel uit het Begrotingsakkoord 2013. Cliënten die in een instelling voor medisch-specialistische zorg (ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra) verblijven gaan een eigen bijdrage voor verblijfskosten van € 7,50 per dag betalen als gedeeltelijke compensatie voor niet-zorgkosten (voeding en verblijf).

ramingsbijstelling eigen risico

Dit betreft een ramingsbijstelling voor de opbrengsten uit het eigen risico. Deze bijstelling wordt grotendeels verklaard door een lagere nominale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven.

verhogen eigen risico

Zoals besloten in het Begrotingsakkoord 2013 wordt het eigen risico met € 115 verhoogd van € 235 tot € 350. Volledige compensatie voor personen met de laagste inkomens wordt gegeven via de zorgtoeslag. Deze gaat voor de laagste inkomens ook met € 115 omhoog.

6.2.2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

In deze bijlage wordt verder ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de AWBZ afgelopen jaar. In onderstaande tabel wordt het totaal van de mutaties tussen ontwerpbegroting 2012 en ontwerpbegroting 2013 voor de AWBZ weergegeven. In totaal in 2013 is de AWBZ met € 1364,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft voornamelijk de overheveling van de geriatrische revalidatiezorg naar de Zvw en de overheveling van de bruikleenhulpmiddelen naar de Zvw. In deze paragraaf wordt verder ingegaan op alle mutaties tussen ontwerpbegroting 2012 en 2013 per deelsector. Eerst wordt ingegaan op de zorg in natura. Vervolgens worden de overige deelsectoren binnen de AWBZ toegelicht.

Tabel 1 Opbouw uitgaven AWBZ vanaf ontwerpbegroting 2012 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2012

25 040,4

27 076,4

28 463,8

29 813,9

30 848,0

32 418,9

32 418,9

Mutatie nota van wijziging 2012

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie amendement 2012

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie jaarverslagen 2011/1e suppletoire begroting 2012

183,6

470,6

196,2

– 73,9

– 6,3

86,6

74,6

Nieuwe mutaties

0,0

– 74,7

– 1 364,4

– 996,9

– 1 013,3

– 1 113,0

564,9

Stand ontwerpbegroting 2013

25 224,0

27 472,4

27 295,6

28 743,2

29 828,4

31 392,5

33 058,4

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Tabel 2 Ontwikkeling van de AWBZ-uitgaven per sector (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Volksgezondheid

             

Preventieve zorg (Rijksvaccinatieprogramma)

105,6

105,5

113,5

113,5

113,5

113,5

113,5

Totaal begroting 2013

105,6

105,5

113,5

113,5

113,5

113,5

113,5

               

Zorg in natura

             

Intramurale ggz

1 371,1

1 513,1

1 467,9

1 490,6

1 535,6

1 576,9

1 605,3

Intramurale ghz

4 613,0

5 125,9

4 980,0

5 059,4

5 216,9

5 361,6

5 460,8

Intramurale v&v

7 685,0

8 539,2

7 949,8

8 074,6

8 322,1

8 549,5

8 705,4

Extramurale zorg

3 839,1

4 082,2

4 013,5

4 013,5

4 013,5

4 013,5

4 013,5

Dagbesteding en vervoer

1 154,3

1 208,0

1 058,0

1 058,0

1 058,0

1 058,0

1 058,0

Kapitaallasten

2 594,3

2 400,3

2 140,2

1 899,0

1 418,2

939,3

595,6

Overige zorg in natura

931,0

979,0

1 108,1

1 108,1

1 108,1

1 108,1

1 108,1

Totaal begroting 2013

22 187,8

23 847,7

22 717,4

22 703,1

22 672,4

22 606,8

22 546,5

               

Persoonsgebonden budgetten

2 243,7

2 526,8

2 567,9

2 159,2

2 248,4

2 219,6

2 185,6

Totaal begroting 2013

2 243,7

2 526,8

2 567,9

2 159,2

2 248,4

2 219,6

2 185,6

               

Mee-instellingen

183,1

193,0

172,6

174,0

173,5

173,4

173,4

Totaal begroting 2013

183,1

193,0

172,6

174,0

173,5

173,4

173,4

               

Opleidingen

             

Beschikbaarheidsbijdrage opleidingen AWBZ

0,0

0,0

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

Totaal begroting 2013

0,0

0,0

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

               

Overig

             

Bovenbudgettaire vergoedingen

173,6

176,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Subsidies

77,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Beheerskosten / diversen AWBZ

231,5

213,9

219,1

225,5

229,1

229,5

229,5

Tandheelkundige zorg

18,0

18,4

18,4

18,4

18,4

18,4

18,4

Medisch-specialistische zorg

40,3

37,8

38,4

38,4

38,4

38,4

38,4

Totaal begroting 2013

540,4

446,3

275,9

282,3

285,9

286,3

286,3

               

Nominaal en onverdeeld

             

Nominaal en onverdeeld

– 36,7

353,1

1 422,5

3 285,3

4 308,8

5 967,1

7 727,4

Totaal begroting 2013

– 36,7

353,1

1 422,5

3 285,3

4 308,8

5 967,1

7 727,4

               

Totaal uitgaven begroting 2013

25 224,0

27 472,4

27 295,6

28 743,2

29 828,4

31 392,5

33 058,4

Ontvangsten Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Eigen bijdrage AWBZ

1 623,2

1 656,4

1 819,4

1 847,1

1 898,4

1 923,1

1 950,0

Totaal ontvangsten begroting 2013

1 623,2

1 656,4

1 819,4

1 847,1

1 898,4

1 923,1

1 950,0

Zorg in natura

In de AWBZ wordt bij zorg in natura gewerkt met een contracteerruimte als financieel kader voor de zorgkantoren. De zorgkantoren kopen binnen hun regionale kader bij instellingen de zorg in op basis van de geïndiceerde zorgvraag. Naast de contracteerruimte is er een beperkt aantal geoormerkte middelen.

Jaarlijks worden in het voorjaar de mutaties van de contracteerruimte vermeld in een brief aan de NZa over de voorlopige contracteerruimte voor het komende jaar. Na Prinsjesdag wordt de definitieve aanwijzing contracteerruimte voor het komende jaar aan de NZa gestuurd, na voorhang bij het parlement. Een bijzondere categorie betreft de post «onverdeeld», die in de begroting nog niet aan de verschillende deelsectoren is toebedeeld. Dit betreft met name de beschikbare groeiruimte. Nadat de realisatiegegevens bekend zijn, wordt deze post alsnog aan de deelsectoren toegevoegd. In het FBZ zijn de middelen nader onderverdeeld naar deelsectoren ten einde meer informatie te verschaffen over de zorg die binnen de contracteerruimte geleverd wordt. De NZa verdeelt de beschikbare middelen binnen de contracteerruimte over de regionale zorgkantoren. Bij de verdeling van de middelen door de zorgkantoren wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende deelsectoren binnen de zorg in natura. De verdeling van de middelen over de verschillende deelsectoren binnen de contracteerruimte vindt plaats op basis van het inkoopbeleid van de zorgkantoren. Dit inkoopbeleid houdt nadrukkelijk rekening met de geïndiceerde zorg. De verdeling tussen de verschillende deelsectoren zoals aangegeven in de tabel 2 is dus gebaseerd op de historische gegevens over de uitgaven.

De gehanteerde werkwijze ten aanzien van de contracteerruimte betekent, dat op voorhand niet alle extra middelen aan deelsectoren kunnen worden toegewezen. Indien dit toch wordt gewenst, dient een gerichte beleidsmaatregel te worden getroffen. Dit kan bijvoorbeeld door de aanspraken of tarieven per deelsector op voorhand te wijzigen.

De intramurale zorg wordt onderverdeeld naar verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg en langdurige geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast worden de extramurale zorg, dagbesteding en vervoer en overig zorg in natura onderscheiden. Onder overig vallen onder meer de geoormerkte middelen (onder andere extreme zorgzwaarte) en diverse andere posten. Tenslotte is er de onverdeelde ruimte. Hieronder vallen de gereserveerde groeiruimte voor de zorg in natura, onverdeelde intensiveringen en maatregelen.

De middelen voor het persoonsgebonden budget (pgb) vallen niet onder de contracteerruimte. VWS stelt een subsidieregeling persoonsgebonden budget vast ter uitvoering door het CVZ en stelt jaarlijks een subsidie plafond vast. In de discussie over de toekomst van het pgb is het voorstel gedaan om de pgb-regeling wettelijk te verankeren en de pgb-uitgaven ook op te nemen als onderdeel van de contracteerruimte. Een volgend kabinet zal hierover een definitieve beslissing nemen.

De kapitaallasten worden geleidelijk in de contracteerruimte opgenomen door de gefaseerde invoering van integrale tarieven. De deelsector voor de kapitaallasten wordt hierdoor geleidelijk verlaagd en de intramurale zorg wordt geleidelijk verhoogd.

Voor het bepalen van mee- en tegenvallers wordt gekeken naar het totale beschikbare kader. Daarbij dient ook de post onverdeeld te worden betrokken. De groei voor 2011 is daarbij over de deelsectoren verdeeld. Bij de actualisatie van de zorguitgaven in het voorjaar 2012 is gebleken dat zich een structurele tegenvaller heeft voorgedaan van € 260 miljoen, die voornamelijk het gevolg was van nog niet verwerkte exploitatielasten nieuwe capaciteit uit 2010 buiten de contracteerruimte. Vanaf 2011 zitten de exploitatielasten van nieuwe capaciteit in de contracteerruimte en kan een dergelijke tegenvaller zich niet meer voordoen. Deze tegenvaller is gemeld in de eerste suppletoire begroting 2012.

Tabel 3 Intramurale ggz (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

1 281,3

1 281,3

1 281,3

1 281,3

1 281,3

1 281,3

1 281,3

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

58,3

58,3

58,3

58,3

58,3

58,3

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

106,9

106,9

106,9

106,9

106,9

106,9

106,9

INTENSIVERINGEN

             

ZZP-tarieven

0,0

65,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

TECHNISCH

             

overheveling AWBZ naar Zvw

– 17,1

– 25,8

– 25,8

– 25,8

– 25,8

– 25,8

– 25,8

nhc's

0,0

27,4

47,1

69,8

114,8

156,2

184,5

Stand 2013

1 371,1

1 513,1

1 467,9

1 490,6

1 535,6

1 576,9

1 605,3

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de intramurale zorgzwaartepakketten in de langdurige geestelijke gezondheidszorg. De extramurale en intramurale geneeskundige geestelijke gezondheidszorg korter dan een jaar valt onder de Zorgverzekeringswet.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

De mutatie, inclusief de toedeling van de groei vanuit de post onverdeeld, wordt vooral veroorzaakt door de structurele doorwerking van nieuwe capaciteit die in 2010 in gebruik is genomen.

INTENSIVERINGEN

ZZP-tarieven

In het Regeerakkoord van het Kabinet-Rutte-Verhagen is aangekondigd dat de tarieven van de zorgzwaartepakketten vanaf 2012 worden verhoogd. Voor de intramurale ggz betekent dit een intensivering van € 65 miljoen. In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten de verhoging van de intramurale tarieven in de ggz per 2013 terug te draaien.

TECHNISCH

overheveling AWBZ naar Zvw

In het kader van de beleidsregel «Overheveling ggz-budget AWBZ-Zvw» is het voor ggz-instellingen mogelijk te schuiven tussen AWBZ- en Zvw-budgetten voor de ggz.

normatieve huisvestingscomponent (nhc’s)

De invoering van de integrale tarieven gebeurt geleidelijk. Pas in 2018 is sprake van 100% normatieve huisvestingscomponenten.

Tabel 4 Intramurale gehandicaptenzorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

4 436,7

4 436,7

4 436,7

4 436,7

4 436,7

4 436,7

4 436,7

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

202,0

202,0

202,0

202,0

202,0

202,0

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

176,3

176,3

176,3

176,3

176,3

176,3

176,3

INTENSIVERINGEN

             

ZZP-tarieven

0,0

215,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

TECHNISCH

             

nhc's

0,0

95,9

165,0

244,4

401,9

546,6

645,8

Stand 2013

4 613,0

5 125,9

4 980,0

5 059,4

5 216,9

5 361,6

5 460,8

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de zorgzwaartepakketten in de intramurale gehandicaptenzorg beschreven. Onder deze sector valt de zorg in instellingen voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten en voor visueel en/of auditief gehandicapten.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

De mutatie, inclusief de toedeling van de groei vanuit de post onverdeeld, wordt vooral veroorzaakt door de structurele doorwerking van nieuwe capaciteit die in 2010 in gebruik is genomen.

INTENSIVERINGEN

ZZP-tarieven

In het Regeerakkoord van het Kabinet-Rutte-Verhagen is aangekondigd dat de tarieven van de zorgzwaartepakketten vanaf 2012 worden verhoogd. Voor de intramurale gehandicaptenzorg betekent dit een intensivering van € 215 miljoen. In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten de verhoging van de intramurale tarieven in de gehandicaptenzorg per 2013 terug te draaien.

TECHNISCH

nhc's

De invoering van de integrale tarieven gebeurt geleidelijk. Pas in 2018 is sprake van 100% normatieve huisvestingscomponenten.

Tabel 5 Intramurale verpleging en verzorging (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

7 636,7

7 636,7

7 636,7

7 636,7

7 636,7

7 636,7

7 636,7

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

347,6

347,6

347,6

347,6

347,6

347,6

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

48,3

48,3

48,3

48,3

48,3

48,3

48,3

INTENSIVERINGEN

             

ZZP-tarieven

0,0

356,0

356,0

356,0

356,0

356,0

356,0

TECHNISCH

             

nhc's

0,0

150,6

259,2

384,0

631,5

858,9

1 014,8

overheveling geriatrische revalidatiezorg

0,0

0,0

– 698,0

– 698,0

– 698,0

– 698,0

– 698,0

Stand 2013

7 685,0

8 539,2

7 949,8

8 074,6

8 322,1

8 549,5

8 705,4

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de zorgzwaartepakketten in de verpleging en verzorging. Onder deze sector valt de zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

De mutatie, inclusief de toedeling van de groei vanuit de post onverdeeld, wordt vooral veroorzaakt door de structurele doorwerking van nieuwe capaciteit die in 2010 in gebruik is genomen.

INTENSIVERINGEN

ZZP-tarieven

In het Regeerakkoord van het Kabinet-Rutte-Verhagen is aangekondigd dat de tarieven van de zorgzwaartepakketten vanaf 2012 worden verhoogd. Voor de intramurale verpleging en verzorging betekent dit een intensivering van € 356 miljoen structureel.

TECHNISCH

nhc's

De invoering van de integrale tarieven gebeurt geleidelijk. Pas in 2018 is sprake van 100% normatieve huisvestingscomponenten.

overheveling geriatrische revalidatiezorg

Het kabinet heeft besloten om de overheveling van de geriatrische revalidatiezorg naar de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2013 te doen plaatsvinden. In totaal wordt € 817 miljoen overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw (inclusief groei en kapitaallasten).

Tabel 6 Extramurale zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

3 603,0

3 679,9

3 679,9

3 679,9

3 679,9

3 679,9

3 679,9

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

166,2

167,5

167,5

167,5

167,5

167,5

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

236,1

236,1

236,1

236,1

236,1

236,1

236,1

TECHNISCH

             

overheveling bruikleenhulpmiddelen

0,0

0,0

– 70,0

– 70,0

– 70,0

– 70,0

– 70,0

Stand 2013

3 839,1

4 082,2

4 013,5

4 013,5

4 013,5

4 013,5

4 013,5

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de extramurale zorg. Onder deze zorg valt persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding en behandeling die in de eigen woonomgeving wordt gegeven.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

De mutatie is inclusief de toedeling van de groei vanuit de post onverdeeld.

TECHNISCH

overheveling bruikleenhulpmiddelen

Het betreft hier de overheveling bruikleenhulpmiddelen van de AWBZ naar de Zvw. In de brief «Hulpmiddelen beter geregeld» van 1 juni 2011 (32 805, nr. 1) is het voornemen om per 2013 het aantal loketten voor hulpmiddelen van drie (AWBZ, Wmo en Zvw) naar twee (Zvw en Wmo) terug te brengen toegelicht. Conform de motie-Gerbrands c.s. (33 000-XVI, nr. 52) is bij de behandeling van de begroting 2012 besloten om de AWBZ-regeling voor uitleen van hulpmiddelen (bijv. krukken) naar de Zvw over te hevelen, maar geen Zvw-hulpmiddelen in de Wmo onder te brengen, zodat er op het gebied van de hulpmiddelen niets verandert in de Wmo.

Tabel 7 Dagbesteding en vervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

1 180,7

1 180,7

1 180,7

1 180,7

1 180,7

1 180,7

1 180,7

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

53,7

53,7

53,7

53,7

53,7

53,7

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

– 26,4

– 26,4

– 26,4

– 26,4

– 26,4

– 26,4

– 26,4

MAATREGELEN

             

verlaging vervoerskosten

0,0

0,0

– 150,0

– 150,0

– 150,0

– 150,0

– 150,0

Stand 2013

1 154,3

1 208,0

1 058,0

1 058,0

1 058,0

1 058,0

1 058,0

Op deze deelsector worden de uitgaven verantwoord voor cliënten die thuis wonen en één of meer dagdelen per week voor dagbesteding naar een instelling gaan. Vanwege de geringe mobiliteit van deze cliënten is vervoer veelal noodzakelijk.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Dit betreft met name een ramingsbijstelling op grond van de zorgcijfers van de Nza.

MAATREGELEN

verlaging vervoerskosten

In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten dat de normtarieven voor vervoer van en naar instellingen voor dagbesteding en behandeling in groepsverband worden geharmoniseerd. Daarnaast wordt de nacalculatie afgeschaft. Hiermee wordt een besparing gerealiseerd van € 150 miljoen.

Tabel 8 Kapitaallasten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

2 593,4

2 627,4

2 645,4

2 623,9

2 609,4

2 576,9

2 576,9

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

22,0

22,3

22,5

22,3

22,2

21,9

MEE- EN TEGENVALLERS

             

kapitaallasten

0,9

32,8

80,8

80,9

80,9

80,8

80,8

ramingsbijstelling nhc’s

0,0

– 8,0

– 16,0

– 24,0

– 40,0

– 73,0

– 133,0

overheveling AWBZ naar Zvw

0,0

0,0

– 15,0

0,0

0,0

0,0

0,0

TECHNISCH

             

invoering nhc's

0,0

– 273,9

– 471,3

– 698,2

– 1 148,3

– 1 561,6

– 1 845,0

overheveling geriatrische revalidatiezorg

0,0

0,0

– 106,0

– 106,0

– 106,0

– 106,0

– 106,0

Stand 2013

2 594,3

2 400,3

2 140,2

1 899,0

1 418,2

939,3

595,6

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Deze deelsector betreft de na te calculeren kapitaallasten van de gebouwen waarin AWBZ-zorg met verblijf wordt geleverd.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

kapitaallasten

Deze post bestaat voornamelijk uit een ramingsbijstelling.

ramingsbijstelling nhc’s

De invoering van de normatieve huisvestingscomponent (nhc) in de AWBZ leidt tot een aanvullende besparing.

overheveling AWBZ naar Zvw

Door de andere grondslag voor de verdeling van kapitaallasten tussen AWBZ en Zvw is een overheveling noodzakelijk.

TECHNISCH

invoering nhc's

De invoering van de integrale tarieven gebeurt geleidelijk. Pas in 2018 is er sprake van 100% normatieve huisvestingscomponenten.

overheveling geriatrische revalidatiezorg

Het Kabinet-Rutte-Verhagen heeft besloten om de overheveling van de geriatrische revalidatiezorg naar de Zvw per 1 januari 2013 te doen plaatsvinden. Dit betreft het deel kapitaallasten dat is overgeheveld naar de Zvw.

Tabel 9 Overig Zorg in Natura (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

703,7

679,7

679,7

679,7

679,7

679,7

679,7

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

32,0

30,9

30,9

30,9

30,9

30,9

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

227,3

267,3

267,3

267,3

267,3

267,3

267,3

TECHNISCH

             

bovenbudgettaire vergoedingen

0,0

0,0

130,2

130,2

130,2

130,2

130,2

Stand 2013

931,0

979,0

1 108,1

1 108,1

1 108,1

1 108,1

1 108,1

Op deze deelsector worden alle uitgaven verantwoord die niet – direct – toe te rekenen zijn aan één van de andere deelsectoren in de AWBZ of waarvoor specifiek middelen beschikbaar zijn gesteld. Het gaat dan bijvoorbeeld om geoormerkte middelen in de aanwijzing Contracteerruimte AWBZ (onder andere extreme zorgzwaarte, kleinschalige experimenten, ketenzorg dementie), toeslagen, de kosten van kind- en jeugdpsychiatrie en de uitgaven voor het Volledig Pakket Thuis (VPT).

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

De mutatie is inclusief de toedeling van de groei vanuit de post onverdeeld. De actualisering is het gevolg van een forse stijging van het VPT. In 2011 is ook de kindtoeslag in de gehandicaptenzorg geïntroduceerd. Tot 2010 waren de kosten hiervoor onderdeel van de zzp’s gehandicaptenzorg. Vanaf 2011 worden de kosten verantwoord op de deelsector overige zorg in natura.

TECHNISCH

bovenbudgettaire vergoedingen

Om doelmatigheid te bevorderen wordt de bekostiging van bovenbudgettaire vergoedingen (persoongebonden hulpmiddelen) vanaf 2013 bij de contracteerruimte AWBZ betrokken. Dit betreft de overheveling van de middelen van de deelsector bovenbudgettaire vergoedingen.

Tabel 10 Nominaal en onverdeeld AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

501,4

2 401,0

3 704,1

5 405,5

6 203,2

7 806,6

7 806,6

NOMINAAL

             

uitdelen loon- en prijsbijstelling tranche 2012

0,0

– 1 032,0

– 1 079,5

– 1 101,6

– 1 117,1

– 1 126,4

– 1 146,7

extrapolatie loon- en prijsbijstelling

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

1 048,3

aanpassing loon- en prijsbijstelling CPB

0,0

168,4

– 81,6

49,1

– 274,0

– 114,9

– 31,7

INTENSIVERINGEN

             

scheiden wonen en zorg

0,0

0,0

0,0

0,0

100,0

140,0

180,0

terugdraaien IQ-maatregel

0,0

0,0

60,0

120,0

210,0

250,0

250,0

terugdraaien overheveling begeleiding

0,0

0,0

20,0

140,0

140,0

140,0

140,0

extrapolatie groei AWBZ

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

– 111,2

634,7

MAATREGELEN

             

verlagen groeiruimte AWBZ tot demografie

0,0

0,0

– 150,0

– 150,0

– 150,0

– 150,0

– 150,0

extramuraliseren lage zzp's

0,0

0,0

– 20,0

– 50,0

– 100,0

– 200,0

– 300,0

overheveling doelmatigheidskorting revalidatiezorg

0,0

0,0

0,0

0,0

50,0

50,0

50,0

TECHNISCH

             

overige mutaties

136,2

26,0

29,8

– 226,4

– 88,0

– 87,7

– 158,5

technische correctie begrotingstand pgb's

0,0

0,0

0,0

– 201,0

0,0

0,0

0,0

toedelen intensivering zzp

0,0

– 636,0

– 636,0

– 636,0

– 636,0

– 636,0

– 636,0

toedelen groeiruimte 2011

– 674,3

– 674,3

– 674,3

– 674,3

– 674,3

– 674,3

– 674,3

herschikking zorg in natura en vergoedingsregeling

0,0

100,0

250,0

610,0

645,0

681,0

715,0

Stand 2013

– 36,7

353,1

1 422,5

3 285,3

4 308,8

5 967,1

7 727,4

Deze niet-beleidsmatige deelsector heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit deze deelsector vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige deelsectoren binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op deze deelsector geplaatst die nog niet aan de deelsectoren zijn toegedeeld.

NOMINAAL

uitdeling loon- en prijsbijstelling tranche 2012

De tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt uitgedeeld aan de diverse deelsectoren.

extrapolatie loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de extrapolatie loon- en prijsbijstelling 2017.

aanpassing loon- en prijsbijstelling CPB

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische inzichten in de Macro Economische Verkenningen 2012 van het Centraal Planbureau (CPB).

INTENSIVERINGEN

scheiden wonen en zorg

In het Regeerakkoord van het Kabinet-Rutte-Verhagen is de taakstelling «Scheiden wonen en zorg» opgenomen. In het Begrotingsakkoord 2013 is op dat beleidsveld besloten over te gaan tot het extramuraliseren van de lage zzp’s. De aparte taakstelling uit het Regeerakkoord is vervolgens in het meerjarenbeeld van de begroting geïntegreerd.

terugdraaien IQ-maatregel

In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten om de IQ-maatregel (beperken doelgroep AWBZ) uit het Regeerakkoord niet door te voeren.

terugdraaien overheveling begeleiding

In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten de geplande overheveling van begeleiding naar de Wmo vanaf 1 januari 2013 vooralsnog niet uit te voeren.

extrapolatie groei AWBZ

De raming van de zorguitgaven 2016 is aangepast en de raming van de zorguitgaven 2017 is toegevoegd.

MAATREGELEN

verlagen groeiruimte AWBZ tot demografie

Dit is een maatregel uit het Begrotingsakkoord 2013. Het betreft het beperken van de uitgavenstijging in de AWBZ in 2013 tot de geraamde demografische groei van het zorggebruik.

extramuralisering lage zzp’s

In het Begrotingsakkoord 2013 is opgenomen dat lichte intramurale zorgzwaartepakketten voor ouderenzorg, verstandelijk gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg worden geschrapt. Nieuwe cliënten kunnen voortaan geen aanspraak meer maken op deze zorg, maar behouden het recht op vergelijkbare zorg vanuit de eigen omgeving (extramuraal).

overheveling doelmatigheidskorting revalidatiezorg

Deze taakstelling wordt overgeheveld van de AWBZ naar Zvw.

TECHNISCH

overige mutaties

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

technische correctie begrotingstand pgb’s

Voor 2014 heeft een kaderbijstelling plaatsgevonden bij de pgb’s. Deze middelen worden overgeheveld naar de deelsector pgb’s.

toedelen intensivering zzp

In het Regeerakkoord van het Kabinet-Rutte-Verhagen is aangekondigd dat de tarieven van de zorgzwaartepakketten vanaf 2012 worden verhoogd. De middelen hiervoor stonden nog op onverdeeld en worden met deze mutatie naar de betreffende deelsectoren verdeeld (intramurale geestelijke gezondheidszorg, intramurale gehandicaptenzorg en intramurale verpleging en verzorging). In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten de verhoging van de intramurale tarieven in de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicaptenzorg per 2013 terug te draaien.

toedelen groeiruimte 2011

Betreft het uitdelen van de groeiruimte naar de verschillende deelsectoren binnen de zorg in natura.

herschikking zorg in natura en vergoedingsregeling

Als gevolg van de maatregelen om het beroep op de pgb-regeling te beperken, ontstaat naar verwachting een groter beroep op zorg in natura. Deze bijstelling betreft een overboeking van de middelen pgb naar de deelsector onverdeeld.

Overige AWBZ-zorg

Naast de zorg in natura vallen onder de AWBZ-zorg nog een aantal andere deelsectoren. Deze worden in de volgende tabellen toegelicht.

Tabel 11 Pgb (bedragen x € 1 miljoen)

bedragen x € 1 miljoen

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

2 278,8

2 464,7

2 532,5

2 194,8

2 442,8

2 442,8

2 442,8

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

66,0

71,0

73,0

63,0

70,0

70,0

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering/uitvoerings-mutaties

– 35,0

14,0

22,4

24,4

12,6

12,8

12,8

uitvoeringskosten pgb's

0,0

0,0

– 30,0

– 30,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

INTENSIVERINGEN

             

groeiruimte

0,0

82,0

102,0

186,0

270,0

270,0

270,0

verzachting maatregelen begrotingsakkoord

0,0

0,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

MAATREGELEN

             

ongedaan maken tariefsverhoging verblijfsgeïndiceerden

0,0

0,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

TECHNISCH

             

technische correctie begrotingstand 2012

0,0

0,0

0,0

201,0

0,0

0,0

0,0

herschikking zorg in natura en vergoedingsregeling

0,0

– 100,0

– 250,0

– 610,0

– 645,0

– 681,0

– 715,0

Stand 2013

2 243,7

2 526,8

2 567,9

2 159,2

2 248,4

2 219,6

2 185,6

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Deze deelsector betreft de kosten van de subsidieregeling pgb.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering/uitvoeringsmutaties

De actualisering van de pgb-uitgaven wordt veroorzaakt door een aantal factoren. Het gaat hierbij onder andere om de meevaller die zich voordoet door een sterk lagere instroom van budgethouders dan verwacht in 2011 (gemeld bij 2e suppletoire wet 2011) en een nadere aanscherping van de ontwikkeling van de pgb-uitgaven.

uitvoeringskosten pgb's

Dit betreft een overboeking van het Budgettair Kader Zorg (BKZ) naar de begroting van VWS voor de verbetering en uitvoering van de pgb-maatregelen. Daarnaast zijn in 2013 en 2014 extra middelen beschikbaar voor intensivering van de fraudeaanpak.

INTENSIVERINGEN

groeiruimte

Toedeling van de beschikbare groei aan het pgb-kader.

verzachting maatregelen begrotingsakkoord

In het begrotingsakkoord 2013 is afgesproken dat er vanaf 2013 extra middelen beschikbaar worden gesteld om het pgb toekomstbestendiger te maken.

MAATREGELEN

ongedaan maken 5% tariefsverhoging verblijfsgeïndiceerden

Dit betreft het ongedaan maken van de tariefsverhoging van pgb-tarieven voor verblijfsgeïndiceerden conform Begrotingsakkoord 2013.

TECHNISCH

technische correctie begrotingstand 2012

Voor 2014 heeft een kaderbijstelling plaatsgevonden (€ 201 miljoen).

herschikking zorg in natura en vergoedingsregeling

Als gevolg van de maatregelen om het beroep op de pgb-regeling te beperken, ontstaat naar verwachting een groter beroep op zorg in natura. Deze bijstelling betreft een overboeking van de middelen naar de deelsector onverdeeld. Vanaf 2014 laat de reeks een sterke stijging zien omdat dan de overgangsregeling voor zittende pgb-houders afloopt. Daarnaast betreft deze mutatie een overboeking ten behoeve van de vergoedingsregeling voor zorg die niet via een instelling geleverd kan worden.

Tabel 12 Subsidies MEE (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

186,2

187,6

180,0

181,6

181,0

181,0

181,0

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

5,4

5,4

5,2

5,3

5,2

5,2

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

– 3,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

MAATREGELEN

             

subsidietaakstelling

0,0

0,0

– 12,8

– 12,8

– 12,8

– 12,8

– 12,8

Stand 2013

183,1

193,0

172,6

174,0

173,5

173,4

173,4

Op deze deelsector wordt de subsidie aan MEE-organisaties verantwoord. MEE-organisaties ontvangen een subsidie van het CVZ op grond van de AWBZ.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Het kader is bijgesteld naar de hoogte van het subsidieplafond.

MAATREGELEN

subsidietaakstelling

Deze subsidietaakstelling maakt onderdeel uit van de taakstelling van € 41 miljoen op de VWS-begroting uit het Begrotingsakkoord 2013 en wordt ingevuld bij de MEE-organisaties.

Tabel 13 Opleidingsfonds AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

TECHNISCH

             

herschikking

0,0

0,0

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

Stand 2013

0,0

0,0

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

Met ingang van 2013 wordt een aantal ggz-opleidingen, de opleiding arts verstandelijk gehandicapten en de opleiding specialist ouderengeneeskunde via een beschikbaarheidbijdrage op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (WMG) gefinancierd. De uitvoering geschiedt door de NZa. De betalingen lopen via het CVZ.

TECHNISCH

herschikking

In het kader van bovenstaande wijziging is het betreffende budget overgeheveld van begrotingsgefinancierd Budgettair Kader Zorg (BKZ) naar premiegefinancierd BKZ.

Tabel 14 Bovenbudgettair (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

144,4

129,6

129,3

129,3

129,3

129,3

129,3

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

6,6

5,9

5,9

5,9

5,9

5,9

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

29,2

40,0

40,0

40,0

40,0

40,0

40,0

MAATREGELEN

             

bij contracteerruimte betrekken

0,0

0,0

– 40,0

– 40,0

– 40,0

– 40,0

– 40,0

TECHNISCH

             

herschikking

0,0

0,0

– 135,2

– 135,2

– 135,2

– 135,2

– 135,2

Stand 2013

173,6

176,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Op deze deelsector worden de bovenbudgettaire vergoedingen verantwoord. Dit betreft vergoedingen voor persoonsgebonden hulpmiddelen die noodzakelijk zijn in verband met een behandeling in een AWBZ-instelling.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

De kosten van de bovenbudgettaire vergoedingen laten de laatste jaren een sterke stijging zien. Vanaf 2012 wordt een financiële tegenvaller verwacht van circa € 40 miljoen.

MAATREGELEN

bij contracteerruimte betrekken

Om doelmatig gebruik te stimuleren worden deze middelen vanaf 2013 bij de contracteerruimte betrokken en is het kader met € 40 miljoen verlaagd.

TECHNISCH

herschikking

Betreft de overheveling van de bovenbudgettaire vergoedingen naar zorg in natura. Het gaat hier om € 130,2 miljoen. Daarnaast zijn vanaf 2013 de bruikleenartikelen overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw. Deze middelen worden voor een klein deel vanuit de bovenbudgettaire vergoedingen bekostigd. De overheveling leidt tot een neerwaartse bijstelling van € 5 miljoen.

Tabel 15 Beheerskosten/ diversen AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

250,8

206,9

213,3

219,6

223,0

223,2

223,2

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

7,0

5,8

5,9

6,1

6,3

6,3

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

– 19,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand 2013

231,5

213,9

219,1

225,5

229,1

229,5

229,5

Op deze deelsector worden enkele sectoroverstijgende uitgaven verantwoord. Het betreft met name de uitvoeringskosten ten laste van de AWBZ van zorgkantoren, CAK en SVb. Ook de kosten van het College Sanering Zorginstellingen vallen onder deze deelsector.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van de realisatiecijfers over 2011 is het kader bijgesteld.

Tabel 16 Overige AWBZ-zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

54,8

54,8

54,8

54,8

54,8

54,8

54,8

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

0,7

1,3

1,3

1,3

1,3

1,3

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

TECHNISCH

             

financieringsmutatie

2,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand 2013

58,3

56,2

56,8

56,8

56,8

56,8

56,8

Op deze deelsector worden de kosten verantwoord van medisch-specialistische instellingen voor de zogenaamde «verkeerde bed»-problematiek en de kosten van AWBZ-instelling voor tandheelkundige zorg.

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Op basis van gegevens van het CVZ zijn de uitgaven bijgesteld.

TECHNISCH

financieringsmutatie

Er is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. Deze verschillen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de uitgaven.

Tabel 17 Rijksvaccinatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

109,3

109,4

109,4

109,4

109,4

109,4

109,4

NOMINAAL

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

2,7

2,7

2,7

2,7

2,7

2,7

MEE- EN TEGENVALLERS

             

actualisering

– 4,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

overheveling RVP voor NVI

0,0

– 8,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

INTENSIVERINGEN

             

Cystic Fibrosis

0,9

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

Stand 2013

105,6

105,5

113,5

113,5

113,5

113,5

113,5

Deze sector omvat het Rijksvaccinatieprogramma (RVP).

NOMINAAL

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2012 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

MEE- EN TEGENVALLERS

actualisering

Teruglopende geboorteaantallen en dalende vaccinprijzen hebben geleid tot onderbesteding van het rijksvaccinatieprogramma.

overheveling RVP voor NVI

Afgelopen najaar zijn naar aanleiding van de gewijzigde inkoopprijzen voor vaccins de tarieven van het Rijksvaccinatieprogramma herijkt. VWS heeft ervan afgezien om in de tarieven ook het bezettingsresultaat van de vaccinproductie bij het Nederlands Vaccininstituut (NVI) te verwerken. De productie is weliswaar ten dienste van het Rijksvaccinatieprogramma, maar het is de verwachting dat de productie dit jaar verkocht wordt. Om deze reden wordt eenmalig via een ijklijnmutatie het bezettingsresultaat gedekt in plaats van de tarieven hiervoor structureel op te hogen.

INTENSIVERINGEN

Cystic Fibrosis

Pasgeborenen worden met ingang van 1 mei 2011 op CF (Cystic Fibrosis, ook wel taaislijmziekte genoemd) gescreend. Het is onderdeel van het bestaande programma neonatale hielprikscreening, dat vanuit het Rijksvaccinatieprogramma bekostigd wordt. Hiervoor beschikbare dekking op de VWS-begroting vanaf 2012 wordt overgeheveld naar het BKZ.

Tabel 18 Ontvangsten AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Stand 2012

1 681,2

1 696,4

1 688,4

1 716,1

1 767,4

1 792,1

1 792,1

MEE- EN TEGENVALLERS

             

eigen bijdragen

– 58,0

– 40,0

45,0

45,0

45,0

45,0

45,0

INTENSIVERINGEN

             

extrapolatie

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

26,9

MAATREGELEN

             

vermogensinkomensbijtelling

0,0

0,0

86,0

86,0

86,0

86,0

86,0

Stand 2013

1 623,2

1 656,4

1 819,4

1 847,1

1 898,4

1 923,1

1 950,0

Betreft de eigen bijdragen die binnen de AWBZ verplicht zijn.

MEE- EN TEGENVALLERS

eigen bijdragen

Bij de eigen bijdragen AWBZ wordt vanaf 2013 een structurele meevaller van € 45 miljoen verwacht. In de begroting werd voor 2012 nog uitgegaan van een hogere, zij het incidentele meevaller van € 85 miljoen.

INTENSIVERINGEN

extrapolatie

Dit betreft de geraamde groei van de eigen bijdragen AWBZ tussen 2016 en 2017.

MAATREGELEN

vermogensinkomensbijtelling

Dit is een maatregel uit het Begrotingsakkoord 2013. De vermogensinkomensbijtelling in de AWBZ en Wmo wordt verhoogd. Dit betreft het deel van de maatregel dat leidt tot hogere eigen bijdagen in de AWBZ.

Noot 1: Er wordt gerekend met het gemiddeld eigen risico dat een verzekerde betaalt die geen compensatie eigen risico ontvangt.

Noot 1: In de wet is ook vastgelegd dat indien de gerealiseerde verhouding niet 1 op 1 is, er een correctie plaatsvindt in volgende jaren. Dit betekent dat als de verhouding van de gerealiseerde inkomsten in enig jaar anders uitvalt dan beoogd (bijvoorbeeld omdat de inkomensafhankelijke bijdrage € 200 miljoen tegenvalt), er in een volgend jaar allereerst weer wordt uitgegaan van een 50/50 verdeling (waardoor de inkomensafhankelijke bijdrage € 200 miljoen meer stijgt dan de nominale premie), maar daarnaast in vier jaar de «fout» van € 200 miljoen wordt weggewerkt door de inkomensafhankelijke bijdrage € 50 miljoen hoger vast te stellen dan het nominale deel.

Noot 1: In 2013 worden de zorgverzekeraars geconfronteerd met een incidentele opwaartse bijstelling van hun schadelast van € 0,1 miljard in verband met de introductie van dbc's in de overgehevelde revalidatiezorg. Verzekeraars dienen in 2013 zowel alle gelverde zorg in 2013 te verantwoorden als geleverde zorg in 2014 op in 2013 geopende dbc's. Deze schadestijging hangt dus niet samen met meer geleverde zorg. Daarom is deze schadestijging niet relevant voor het BKZ en het EMU-saldo. Om te voorkomen dat verzekeraars ter dekking van deze louter boekhoudkundige hobbel hun premie verhogen, worden zij hiervoor gecompenseerd via het ZVF. Deze incidentele uitgave van het ZVF hoeft niet te worden opgevangen via hogere premies, omdat het normvermogen van het ZVF in samenhang hiermee is aangepast. In tabel 15 is bij de zorguitgaven van verzekeraars en het saldo van het ZVF geen rekening gehouden met deze incidentele hobbel.

Noot 1: In tabel 16 zijn de zorguitgaven van verzekeraars, de uitkering aan de verzekeraars en het exploitatiesaldo van het ZVF inclusief de bijstelling met € 0,1 miljard in verband met de dbc-hobbel bij de revalidatiezorg die toegelicht is in voetnoot 1.

Noot 2: Zie voetnoot 1 onder tabel 16.

Noot 1: Deze stijging van € 0,7 miljard bestaat uit de stijging van € 0,8 miljard uit tabel 15 in verband met het wegwerken van tekorten uit het verleden minus ruim € 0,1 miljard in verband met de compensatie van de dbc-hobbel bij revalidatie die is toegelicht in voetnoot 1 op pagina 171.