Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2.4 Uitgaven- en inkomstenontwikkeling

In deze paragraaf komt de ontwikkeling van de uitgaven en de belastingen en premies aan de orde.

2.4.1 Uitgavenontwikkeling

De zorguitgaven laten de grootste groei zien

Figuur 2.6 laat de horizontale uitgavenontwikkeling zien van de zorg, de sociale zekerheid, de rente en de overige uitgaven.55 De zorguitgaven laten hierbij de grootste groei zien. Daarnaast is sprake van groei binnen de sociale zekerheid. De stijging van de zorguitgaven en de uitgaven aan sociale zekerheid worden gedeeltelijk gecompenseerd door de daling in de overige uitgaven.
Figuur 2.6 Reële ontwikkeling uitgaven periode 2011–2015 (indexcijfers, 2011 = 100)

Zorg

Zoals figuur 2.6 laat zien, zullen de zorguitgaven de komende jaren snel blijven stijgen. De uitgavenstijging doet zich zowel voor bij de Zorgverzekeringswet als bij de AWBZ. De iets lagere groei in 2013 komt onder andere door de maatregelen die getroffen zijn in het Begrotingsakkoord. Bij ongewijzigd beleid zet de stijging van de zorguitgaven naar verwachting ook na 2015 door.

Sociale Zekerheid

Ook de uitgaven aan de sociale zekerheid stijgen

De sociale zekerheid laat in de jaren tot 2015 een relatief gematigde reële groei van de uitgaven zien. De stijging van de uitgaven aan sociale zekerheid komt vooral door de vergrijzing en de daaraan gekoppelde stijging van de AOW-uitgaven. Ook de oplopende werkloosheid speelt een rol in de stijging van de uitgaven aan sociale zekerheid. De in het Begrotingsakkoord afgesproken verhoging van de AOW-leeftijd heeft een dempende werking op de uitgaven.

Rente

Hoewel de schuld ieder jaar toeneemt zijn de rentelasten maar beperkt toegenomen

Het rentepercentage dat Nederland betaalt over de overheidsschuld is momenteel historisch laag. Hoewel de schuld ieder jaar toeneemt, zijn de rentelasten die Nederland betaalt over de overheidsschuld hierdoor maar beperkt gestegen.

Overige uitgaven van de Rijksbegroting

De overige uitgaven dalen de komende jaren

De overige uitgaven dalen de komende jaren, zoals bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De daling komt vooral door de maatregelen uit het Regeerakkoord en het Begrotingsakkoord. Het gaat in het bijzonder om taakstellingen op het gebied van subsidies en het aantal ambtenaren. Ook het Gemeente- en Provinciefonds laten een daling zien. Dit hangt samen met de normeringssystematiek («gelijk trap op, gelijk trap af»), waarbij ook de financiën van gemeenten en provincies afnemen als het Rijk besparingsmaatregelen treft (zie ook paragraaf 2.6). Een toelichting bij de ontwikkeling van de begrotingstanden per departement staat in de horizontale toelichting (zie internetbijlage 1).56

2.4.2 Inkomstenontwikkeling

Tabel 2.10 toont de ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten over de periode 2011–2013. In 2012 stijgen de belasting- en premieontvangsten met 4,5 miljard euro. Dit betreft het saldo van beleidsmaatregelen en groei van de belasting- en premieontvangsten door de economische ontwikkeling (endogene groei). Beleidsmaatregelen zorgen voor 3,9 miljard euro aan hogere ontvangsten in 2012. Hiervan betreft 2,9 miljard euro beleid waartoe in de Miljoenennota 2012 en eerder is besloten. Het Begrotingsakkoord en de hoger dan verwachte zorgpremies zorgen per saldo voor 1,0 miljard euro aan hogere ontvangsten in 2012. Maatregelen uit het Begrotingsakkoord die de ontvangsten in 2012 beïnvloeden, zijn onder andere de structurele verlaging van het tarief van de overdrachtsbelasting naar 2 procent vanaf 1 juli 2012, de verhoging van het algemene btw-tarief met 2 procent per 1 oktober 2012 en de verdubbeling van de bankenbelasting.

De verwachte endogene groei van de ontvangsten in 2012 bedraagt 0,6 miljard euro, dat is een groei van 0,3 procent. De (beleidsarme) ontwikkeling van de inkomsten is daarmee lager dan de nominale groei van het bbp (0,9 procent van het bbp). Vrijwel alle belastingsoorten dragen daar aan bij. Belangrijke oorzaken hiervan zijn de negatieve winstontwikkeling, de aanhoudend zwakke woningmarkt, minder consumptie van duurzame goederen en lage autoverkopen. Een lager aandeel van duurzame goederen in de particuliere consumptie zorgt voor een achterblijvende ontwikkeling van de btw-ontvangsten in 2012. Een negatieve winstontwikkeling zorgt voor lagere ontvangsten uit de winstbelastingen (de vennootschapsbelasting en het winstdeel van de inkomstenbelasting). De stand van zaken op de woningmarkt – zowel een daling van de prijzen als een lager volume verkochte woningen – ligt aan de basis van een negatieve ontwikkeling van de overdrachtsbelasting. Minder autoverkopen leiden ten slotte tot een daling van de ontvangsten uit de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (bpm).

Tabel 2.10 Belasting- en premieontvangsten 2011–2013 op EMU-basis (in miljarden euro’s)
 

2011

2012

2013

Belastingen en premies volksverzekeringen op EMU-basis

169,0

171,0

181,6

waarvan belastingen op EMU-basis

132,0

133,2

139,8

waarvan premies volksverzekeringen op EMU-basis

37,1

37,8

41,8

Premies Werknemersverzekeringen

49,5

52,1

53,8

Totaal

218,6

223,1

235,4

Mutatie

2,5

4,5

12,4

waarvan endogene groei

0,5

0,6

2,7

waarvan beleidsmaatregelen

2,0

3,9

9,6

       

Endogene mutatie (in %)

0,2%

0,3%

1,2%

Nominale groei BBP (in %)

2,2%

0,9%

2,5%

Belasting- en premieontvangsten nemen in 2013 met 12,4 miljard euro toe, voor een groot deel als gevolg van de maatregelen uit het Begrotingsakkoord

De belasting- en premieontvangsten nemen in 2013 met 12,4 miljard euro toe, waarvan 9,6 miljard euro als gevolg van beleidsmaatregelen. Het grootste gedeelte hiervan – 8,3 miljard euro – is het gevolg van het Begrotingsakkoord. De maatregelen genomen tot en met de Miljoenennota 2012 leiden tot 1,4 miljard euro hogere ontvangsten. Dit betreft het saldo van een groot aantal maatregelen van zowel vorige kabinetten als het huidige kabinet. Zo zorgt het aflopen van de liquiditeitsverruimende crisismaatregelen voor bedrijven voor fors hogere ontvangsten in 2013.57 Daar staan onder andere lagere ontvangsten tegenover door de introductie van de vitaliteitspaarregeling en het afschaffen van de verpakkingenbelasting per 1 januari 2013. Zoals gemeld leiden de maatregelen uit het Begrotingsakkoord tot 8,3 miljard euro hogere belasting- en premieontvangsten in 2013. Daartoe behoren onder andere de verhoging van het algemene btw-tarief met 2 procent, de verhoging van de tabaks- en alcoholaccijnzen, de verhoging van de energiebelasting, het eenmalig bevriezen van belastingschijven en heffingskortingen, de tijdelijke werkgeversheffing voor hoge inkomens, de introductie van de verhuurderheffing, het afschaffen van de vrijstelling voor woon-werkverkeer en het versoberen van het vitaliteitspakket.58 De overige maatregelen genomen na de Miljoenennota 2012 hebben per saldo geen effect op de ontvangsten. De beleidsmatige lastenontwikkeling in 2013 komt uitgebreider aan de orde in paragraaf 2.5.2.

De verwachte endogene groei van de belasting- en premieontvangsten bedraagt 1,2 procent (2,7 miljard) in 2013. De ontwikkeling van de inkomsten blijft daarmee ook in 2013 achter bij de nominale groei van het bbp, die naar verwachting uitkomt op 2,5 procent. Door een afnemende werkgelegenheid en een gematigde loonontwikkeling blijven de ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing achter bij de economische groei. Hetzelfde geldt voor de btw-ontvangsten. Voor de btw relevante economische indicatoren als de (duurzame) particuliere consumptie, investeringen in woningen en overheidsinvesteringen blijven ofwel achter bij de nominale economische groei of laten zelfs een negatieve ontwikkeling zien. De vennootschapsbelasting groeit naar verwachting wel wat harder dan het nominale bbp.