Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Voorjaarsnota 2014

33940 1 Brief van de minister van financiën

Vergaderjaar 2013-2014

Nr. 1

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 mei 2014

1. Inleiding

De Voorjaarsnota 2014 is de eerste rapportage van het kabinet over de uitvoering van de begroting 2014. Hierin geeft het kabinet een overzicht van de wijzigingen voor het begrotingsjaar 2014 ten opzichte van Miljoenennota 2014 en Begrotingsafspraken 2014. Deze bijstellingen zijn gebaseerd op nieuwe macro-economische ramingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2014 van het Centraal Planbureau (CPB) en inzichten over de begrotingsuitvoering.

De uitvoering van de begroting 2014 kent mee- en tegenvallers. De meevallers zijn met name het gevolg van lager dan verwachte werkloosheids- en zorguitgaven. Tegelijkertijd is sprake van budgettaire problematiek, mede als gevolg van de ontwikkeling van ruilvoet onder de kaders. Per saldo is het gelukt het uitgavenkader voor dit jaar te sluiten. Er is sprake van een verbetering van het EMU-saldo ten opzichte van de Miljoenennota.

Het EMU-saldo 2014 komt naar verwachting uit op een tekort van 2,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De EMU-schuld 2014 komt naar verwachting uit op 73,9 procent bbp. Op 2 juni komt de Europese Commissie met een aanbeveling voor Nederland ten aanzien van de buitensporigtekortprocedure. De Tweede Kamer zal hier nader over worden geïnformeerd.

Deze Voorjaarsnota is als volgt opgebouwd: paragraaf 2 gaat in op het economisch beeld voor dit jaar. Vervolgens gaat paragraaf 3 in op de uitgavenzijde van de begroting en kijkt paragraaf 4 naar de inkomstenkant. Dit resulteert in paragraaf 5 in het EMU-saldo en de EMU-schuld voor 2014. Tot slot worden het EMU-saldo en de EMU-schuld vergeleken ten opzichte van de Eurozone.

Bijlage 1 presenteert de budgettaire kerngegevens. Bijlage 2 geeft een overzicht van interventies in de financiële sector. Bijlage 3 bevat de verticale toelichtingen op de individuele begrotingshoofdstukken.

2. Economisch beeld

De economische groeiverwachting voor 2013 en 2014 is opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2014. Het CPB schetst een positiever economisch beeld met een verwachte groei van ¾ procent bbp in 2014 tegen ½ procent bij Miljoenennota. De uitvoer, bedrijfsinvesteringen en overheidsinvesteringen leveren een positieve bedrage aan deze groei. De consumptie krimpt minder dan in voorgaande jaren. De Nederlandse economie herstelt langzaam van de crisis. De groei is echter pril, de werkloosheid hoog en de recente onrust in Oekraïne benadrukt negatieve risico’s.

Deze verbetering van het macro-economisch beeld ten opzichte van de Miljoenennota werkt door in de inkomsten en de uitgaven van het Rijk.

In tabel 1 worden de belangrijkste macro-economische variabelen gepresenteerd. Deze cijfers zijn afkomstig uit de macro-economische ramingen van het CPB.

Tabel 1: Macro-economische veronderstellingen
 

MN 2014

VJN 2014

Verschil

Volumegroei bbp (economische groei, in procenten bbp)

1/2

3/4

1/4

Inflatie (consumentenprijsindex)

2

1 1/2

– 1/2

Contractloon marktsector

1 1/2

1 1/2

0

Werkloze beroepsbevolking (in duizenden personen, nationale definitie)

748

685

– 63

Consumptie huishoudens

– 1

– 1/4

3/4

Consumptie overheid

1/2

1/2

0

Bedrijfsinvesteringen

1 3/4

4 3/4

3

Uitvoer (excl. energie)

4 1/4

3 1/2

– 3/4

Lange rente

2,5

2,3

– 0,2

Eurokoers ($)

1,32

1,36

0,04

Olieprijs ($ per vat)

103

108

5

3. Uitgaven

Totaalkader

Tabel 2 laat zien dat het totaalkader sluit in 2014 waarbij compensatie over de deelkaders heeft plaatsgevonden. Op het kader Rijksbegroting in enge zin (RBG-eng) is sprake van een overschrijding. Dit wordt gecompenseerd door onderschrijdingen van het kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA) en het Budgettair Kader Zorg (BKZ).

De mutaties per deelkader worden in deze paragraaf verder toegelicht. In bijlage 3 en in de suppletoire begrotingen worden de mutaties in meer detail toegelicht ten opzichte van Miljoenennota 2014.

Tabel 2: Toetsing totaalkader
(+ = tegenvaller in miljarden euro)1

2014

Begrotingsafspraken 2014

0,0

Voorjaarsnota 2014

0,0

   

Kader RBG-eng Begrotingsafspraken 2014

0,0

Besluitvorming Voorjaarsnota

1,5

Kader RBG-eng Voorjaarsnota 2014

1,5

   

Kader SZA Begrotingsafspraken 2014

0,0

Besluitvorming Voorjaarsnota

– 1,0

Kader SZA Voorjaarsnota 2014

– 1,0

   

Kader zorg Begrotingsafspraken 2014

0,0

Besluitvorming Voorjaarsnota

– 0,6

Kader zorg Voorjaarsnota 2014

– 0,6

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal.

Kader Rijksbegroting in enge zin

Onder het kader RBG-eng hebben zich ten opzichte van Begrotingsafspraken diverse mutaties voorgedaan, hetgeen resulteert in onderstaande kadertoetsing.

Tabel 3: Kadertoets RBG-eng
(+ = tegenvaller in miljarden euro)1

2014

Begrotingsafspraken 2014

0,0

Macro-economische mutaties

 

Ruilvoet

0,1

EU-afdrachten

– 0,3

GF/PF

– 0,2

Dividenden staatsbedrijven

– 0,2

Beleidsmutaties

 

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

– 0,1

Huurtoeslag

0,1

Reservering

0,6

Invullen in=uit

0,3

Overig

0,0

Kasschuiven

 

EU-afdrachten (vertraging ratificatie Eigen Middelenbesluit)

0,9

Kasschuiven

0,3

Voorjaarsnota 2014

1,5

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal.

Macromutaties

Ten opzichte van de verwachting ten tijde van Begrotingsafspraken daalt de nominale ontwikkeling van de uitgaven onder het kader in 2014. Tegelijkertijd daalt het kader zelf ook doordat het wordt aangepast met de prijs nationale bestedingen (pNB). Per saldo treedt hierdoor een ruilvoetverlies op.

Er is sprake van een meevaller inzake EU-afdrachten. Dit is enerzijds toe te dichten aan de herfstraming van de Europese Commissie, waarin de Nederlandse economie relatief minder snel groeit dan andere Europese economieën en de afdracht dus lager uitvalt. Verder is het definitieve resultaat van de onderhandelingen over Meerjarig Financieel Kader ingeboekt. Ook dit zorgt voor een additionele meevaller.

Bij het gemeente- en provinciefonds ontstaat een meevaller van 0,2 miljard euro, doordat de accressen afnemen door lager dan verwachte netto gecorrigeerde rijksuitgaven. De dividenden van de staatsdeelnemingen vallen mee (0,2 miljard euro). Dit is onder andere toe te schrijven aan de hoger dan geraamde winstafdracht van DNB.

Beleidsmatige en overige mutaties

De begroting van OCW laat per saldo een meevaller van 0,1 miljard euro zien in 2014. Een tegenvaller in de referentieraming als gevolg van hogere leerlingen- en studentenaantallen wordt meer dan gecompenseerd door een meevaller in de raming voor studiefinanciering. Verder is bij de huurtoeslag sprake van een tegenvaller van 0,1 miljard euro.

Het kabinet heeft besloten onder het uitgavenplafond 0,6 miljard euro te reserveren, mede in het licht van de gevolgen voor het bbp van de implementatie van de ESA2010-boekhoudregels.1 De in=uittaakstelling – de tegenhanger van de uitgekeerde eindejaarsmarges – is voor 0,3 miljard euro ingevuld.

Voordat de afspraken met betrekking tot de financiering van de EU-begroting in de periode 2014–2020 van kracht worden, dient het Eigen Middelenbesluit in alle EU-lidstaten geratificeerd te zijn. Het ratificatieproces gaat van start zodra de Raad van de Europese Unie de finale goedkeuring geeft en zal ter goedkeuring aan beide Kamers worden voorgelegd. Afronding van het ratificatieproces in alle 28 EU-lidstaten wordt niet meer voorzien in 2014. Hierdoor wordt de Nederlandse korting van ruim 1 miljard euro met betrekking tot 2014 die onderdeel vormt van het Eigen Middelenbesluit met terugwerkende kracht in 2015 gerealiseerd. Hetzelfde geldt voor de kortingen voor andere lidstaten (die Nederland mede betaalt) en de verlaging van de perceptiekosten van 25 naar 20 procent.

Verder leidt een aantal additionele kasschuiven ertoe dat er een tegenvaller ontstaat van 0,3 miljard euro in 2014. Hierbij gaat het onder andere om de kasschuiven uit de Najaarsnota 2013 en een kasschuif bij de OV-studentenkaart.

Kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt

In het kader SZA hebben zich ten opzichte van Begrotingsafspraken diverse mutaties voorgedaan, hetgeen resulteert in onderstaande kadertoetsing.

Tabel 4: Kadertoets SZA

(+ = tegenvaller in miljarden euro)

20141

Begrotingsafspraken 2014

0,0

Macromutaties

 

Ruilvoet

0,4

WW

– 0,3

WWB

– 0,5

Uitvoeringsmutaties

 

Kinderopvangtoeslag

– 0,1

Beleidsmatige mutaties

 

Kasschuiven

– 0,4

Voorjaarsnota 2014

– 1,0

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal.

Het kader SZA kent een onderschrijding van 1,0 miljard euro. De raming van de werkloosheidsuitgaven (WW en WWB) wordt neerwaarts bijgesteld, dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere werkloosheidscijfers ten opzichte van de MEV. Tegenover deze meevaller staat een ruilvoettegenvaller. De prijs Nationale Bestedingen is neerwaarts bijgesteld terwijl de indexatie van de uitgaven onder het SZA-kader omhoog wordt bijgesteld.

Bij de uitvoeringsmutaties doet zich een meevaller voor van per saldo 0,1 miljard euro. Onderliggend is sprake van verscheidene mee- en tegenvallers. Op basis van uitvoeringsinformatie van de belastingdienst zijn de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag naar beneden bijgesteld. Dit komt voornamelijk doordat het aantal kinderen in de kinderopvang afneemt.

Binnen het kader SZA wordt een aantal kasschuiven gedaan ten behoeve van het ritme van de financiering. De grootste hiervan betreft een kasschuif van 2014 naar 2015 in verband met het besluit om de huishoudentoeslag niet per 2015 in te voeren.

Budgettair Kader Zorg (BKZ)

In het BKZ hebben zich ten opzichte van Begrotingsafspraken diverse mutaties voorgedaan, hetgeen resulteert in onderstaande kadertoetsing.

Tabel 5: Kadertoets BKZ

(+ = tegenvaller in miljarden euro)

2014

Begrotingsafspraken 2014

0,0

Ruilvoet

0,1

Preferentiebeleid geneesmiddelen

– 0,6

Incidentele meevaller hulpmiddelen

– 0,1

Meevaller eerstelijnszorg

– 0,1

Tegenvaller langdurige zorg (AWBZ/ZIN)

0,1

Voorjaarsnota 2014

– 0,6

Ten opzichte van de Miljoenennota 2014 kent het BKZ een onderschrijding van 0,6 miljard euro. Deze onderschrijding is het saldo van een ruilvoettegenvaller en diverse mee- en tegenvallers. Deze zijn met name gebaseerd op de uitvoeringsinformatie van CVZ en NZa. Zo is bij de curatieve zorg sprake van per saldo een forse uitvoeringsmeevaller van bijna 0,9 miljard euro. Deze wordt hoofdzakelijk gevormd door succesvol preferentiebeleid op het terrein van de geneesmiddelen (0,6 miljard euro). Daarnaast is sprake van een meevaller van ruim 0,1 miljard euro bij de eerstelijnszorg en een meevaller bij de hulpmiddelen van eveneens ruim 0,1 miljard euro. Bij de langdurige zorg is sprake van een netto tegenvaller van 0,1 miljard euro (met name bij de AWBZ/zorg in natura).

4. Inkomsten

De totale ontvangsten

In 2014 komen de belasting- en premieontvangsten op EMU-basis volgens de huidige inzichten per saldo 0,2 miljard euro hoger uit dan verwacht bij de Miljoenennota 2014.

Tabel 6: Belasting- en premieontvangsten 2014 op EMU-basis (in miljarden euro’s)
 

Stand Miljoenennota 2014

Stand VJN 2014

Mutatie

Belastingen en premies volksverzekeringen

181,7

182,7

1,0

 

wv. belastingen

136,9

138,6

1,6

 

wv. premies volksverzekeringen

44,7

44,1

– 0,6

Premies werknemersverzekeringen

55,6

54,8

– 0,8

Totaal

237,2

237,4

0,2

Tabel 7 geeft een uitsplitsing van de mutatie in de raming van de ontvangsten 2014 ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2014. De endogene ontwikkeling is met 1,4 miljard euro opwaarts bijgesteld. Dit volgt uit de doorwerking van de gerealiseerde ontvangsten over 2013 ten opzichte van wat bij Miljoenennotaraming 2014 nog werd verwacht en het economisch beeld op basis van het CEP 2014. De meevaller van 1,4 miljard euro betreft een saldo van mee- en tegenvallers.

Meevallende realisaties over 2013 ten opzichte van wat bij de Miljoenennotaraming 2014 nog werd verwacht betreffen met name de loon- en inkomensheffing en de premies werknemersverzekeringen en kunnen worden doorgetrokken naar 2014. Uit het CEP-beeld volgt daarnaast een hogere loonontwikkeling en een lagere pensioenpremieontwikkeling in 2014 dan eerder verwacht. Dat zorgt eveneens voor hogere ontvangsten in 2014.

Tegenvallende realisaties over 2013 betreffen met name de btw-ontvangsten. Ook deze kunnen worden doorgetrokken naar 2014. Verder wijzigt de ontwikkeling in de btw-ontvangsten in 2014 ten opzichte van 2013 nauwelijks ten opzichte van de Miljoenennota 2014. Dit correspondeert met de waardeontwikkeling van de particuliere consumptie die in het CEP 2014 nauwelijks is gewijzigd ten opzichte van de MEV 2014.

Tabel 7: Overzicht mutaties van de inkomsten sinds Miljoenennota
 

Ontvangsten

Stand Miljoenennota 2014

237,2

Mutatie

0,2

 

  wv. endogene groei

1,4

 

  wv. beleidsmaatregelen

– 1,2

Stand Voorjaarsnota 2014

237,4

Beleidsmaatregelen zorgen per saldo voor 1,2 miljard euro lagere ontvangsten. Deze mutatie betreft vrijwel geheel lagere ontvangsten uit de zorgpremies vanwege een lagere gemiddelde nominale zorgpremie dan bij Miljoenennota 2014 nog werd verwacht. De maatregelen uit de Begrotingsafspraken 2014 (oktober 2013) hebben per saldo nauwelijks effect op de inkomsten in 2014 ten opzichte van het effect van het 6 miljard-pakket zoals verwerkt in de Miljoenennota 2014.

5. EMU-saldo en EMU-schuld

EMU-saldo

Tabel 8 geeft de ontwikkeling van het EMU-saldo weer ten opzichte van de raming in Miljoenennota 2014.

Tabel 8: Verticale toelichting EMU-saldo

(in percentage bbp)

20141

EMU-saldo Miljoenennota 2014

– 3,3

Zorg

0,4

Sociale zekerheid

0,2

Uitgaven RBG-eng

– 0,1

Rentelasten

0,1

Aardgasbaten

– 0,1

Overig

0,1

EMU-saldo Voorjaarsnota 2014

– 2,7

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal.

Het EMU-saldo laat een verbetering zien van 0,6 procent bbp ten opzichte van de raming bij Miljoenennota 2014 en komt daarmee naar huidige inzichten uit op – 2,7 procent bbp in 2014. De verbetering van het saldo komt voort uit lagere uitgaven aan zorg (zowel kaderrelevante uitgaven en niet-kaderrelevante uitgaven (o.a. zorgtoeslag)), sociale zekerheid en de rente. De post overig bestaat onder andere uit een meevaller aan de inkomstenkant. Tegenover deze meevallers staan hogere uitgaven onder het kader RBG-eng en een tegenvaller bij de gasbaten.

EMU-schuld

De EMU-schuld komt dit jaar naar verwachting uit op 73,9 procent bbp. Dit is 2,2 procentpunt lager dan de raming in Miljoenennota 2014. Tabel 9 geeft de ontwikkeling van de EMU-schuld weer ten opzichte van de raming in Miljoenennota 2014.

Tabel 9: Verticale toelichting EMU-schuld

(in percentage bbp)

2014

EMU-schuld Miljoenennota 2014

76,1

Doorwerking schuld 2013

– 1,3

Noemereffect

– 0,3

Mutatie EMU-saldo

– 0,6

Mutatie ING back-up faciliteit

– 0,5

Kastransverschillen

0,1

Studieleningen

0,1

Overig

0,2

EMU-schuld Voorjaarsnota 2014

73,9

Ten eerste is de schuld in miljarden euro in 2013 lager uitgekomen dan waar in Miljoenennota 2014 rekening mee werd gehouden, waardoor de startpositie in 2014 is verbeterd. De EMU-schuld komt daarmee 1,3 procentpunt bbp lager uit dan werd geraamd.

Daarnaast is sprake van een positief noemereffect als gevolg van een hoger bbp ten opzichte van de raming bij Miljoenennota. Hierdoor neemt de schuld als percentage van het bbp af. Verder heeft de verbetering van het EMU-saldo een verlagend effect op de schuld.

De ING Illiquid Assets Back-up Faciliteit (IABF) is beëindigd door de verkoop van Alt-A portefeuille en de aflossing van de lening van ING, hetgeen resulteert in een netto ontvangst van 1,4 miljard euro in 2014. Dit is ook gemeld in de brief naar de Tweede Kamer van 6 februari jl. (zie ook Kamerstukken, 2013–2014, 31 371, nr. 380).

De hoogte van de kastransverschillen is gewijzigd ten opzichte van Miljoenennota 2014. Dit betreft onder andere de belastingen en de gasbaten.

De niet-kaderrelevante raming studiefinanciering is 0,4 miljard euro opwaarts bijgesteld ten opzichte van de raming bij Miljoenennota. Dit komt met name omdat er minder omzettingen naar een gift worden verwacht, een flinke toename van het aantal studenten is geraamd en dat studenten naar verwachting meer gaan lenen.

Figuur 1 plaatst het Nederlandse EMU-saldo en de EMU-schuld in Europees perspectief.

Figuur 1: EMU-saldo en EMU-schuld 2014 (eurozone, in percentage bbp)

Bron: European Economic Forecast – Spring 2014 (Europese Commissie), met uitzondering van Nederland, waarvoor de ramingen uit de Voorjaarsnota zijn gebruikt.

Het Nederlandse EMU-tekort is hoger dan het gemiddelde van de eurozone; de schuldpositie van Nederland is beter dan het gemiddelde van de eurozone.

De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem

Bijlage 1 Budgettaire kerngegevens

(in miljarden euro)

2014

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

237,5

   

Netto uitgaven onder het uitgavenkader

249,5

Rijksbegroting in enge zin

106,1

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

76,6

Budgettair Kader Zorg

66,8

Overige netto uitgaven

2,0

Gasbaten

– 11,3

Rentelasten

8,3

Zorgtoeslag

3,6

Overig

1,5

Totale netto uitgaven

251,5

   

EMU-saldo centrale overheid

– 14,1

   

EMU-saldo lokale overheden

– 2,3

   

Feitelijk EMU-saldo

– 16,4

Feitelijk EMU-saldo (in percentage bbp)

– 2,7

   

EMU-schuld (miljarden euro)

455

EMU-schuld (in percentage bbp)

73,9

   

Bruto binnenlands product (bbp)

615

Bijlage 2 Budgettair overzicht interventies

Tabel 1. Budgettair overzicht interventies kredietcrisis en europa (in miljoenen euro)

Sinds het najaar van 2008 heeft het kabinet interventies gepleegd om het financiële stelsel gezond te houden en de rust te helpen herstellen in de financiële wereld. Vanaf 2010 heeft de overheid ook aan Europese faciliteiten bijgedragen, in het bijzonder door het verstrekken van garanties. Deze gebruikelijke bijlage geeft middels een aantal tabellen een overzicht van de verschillende interventies.

Tabel 1 geeft de kasstromen en de garanties die met de interventies gepaard gaan en de vindplaatsen ervan in de begroting IX integraal weer. Daarnaast zijn de effecten van de maatregelen op achtereenvolgens: het EMU saldo, de EMU schuld en de staatsschuld per thema becijferd. De kolom «telling» geeft hierbij aan welke posten bij elkaar moeten worden opgeteld. Onderaan de tabel worden de totalen van alle maatregelen geconsolideerd.

#

Stand: VJN 2014

Telling

2008–2012

2013

2014

∆ MJN

Bron

 

A. Fortis/RFS/AA

               

1

Aanschaf ABN AMRO Group – ASR Verzekeringen – RFS Holdings (incl. Z-share en residual N-share)

 

27.955

0

0

0

IX art.3

2

waarvan relevant voor het EMU saldo

 

– 3.100

     

CBS

Eurostat

3

Overbruggingskrediet (voormalig) Fortis

 

3.750

0

– 200

0

IX art. 11

4

Renteontvangsten overbruggingskredieten (voormalig) Fortis

 

– 1.695

– 103

– 99

0

IX art. 11

5

Dividend ABN Amro Group

 

– 250

– 400

   

IX art.3

6

Dividend ASR Verzekeringen

 

– 71

– 88

 

IX art.3

7

Dividend RFS Holdings

 

– 6

0

   

IX art.3

8

Dividend financiële instellingen

 

0

0

– 400

0

IX art.3

9

Premieontvangsten capital relief instrument

 

– 193

0

0

0

IX art.3

10

Premieontvangsten counter indemnity

 

– 78

– 26

– 26

0

IX art.3

               
 

Verleende garanties

           

11

Capital Relief Instrument ABN-AMRO (CRI)

 

32.611

     

IX art.3

12

waarvan vervallen

 

– 32.611

     

IX art.3

13

Counter Indemnity ABN-AMRO

 

950

     

IX art.3

               
 

Totale uitgaven minus ontvangsten

1, 3 t/m 10

29.412

– 617

– 725

   
 

Effect op EMU saldo

2, 4 t/m 10

– 807

617

525

   
 

Effect op EMU schuld

1, 3 t/m 10

29.309

– 617

– 725

   
 

Effect op staatsschuld

1, 3 t/m 10*

29.309

– 617

– 725

   
               
 

B. SNS Reaal

               

14

Kapitalisatie holding en bank

 

0

2.200

0

0

IX art.3

15

Overbruggingskrediet

 

0

1.100

0

0

IX art.3

16

Kapitalisatie Propertize

 

0

500

0

0

IX art.3

               

17

Renteontvangsten overbruggingskrediet

 

0

– 7

– 7

0

IX art.3

18

Dividend SNS Reaal N.V.

 

0

0

0

0

IX art.3

19

Premieontvangsten garantie

 

0

0

0

0

IX art.3

20

Resolutieheffing

 

0

0

– 1.000

0

IX art.1

               
 

Verleende garanties

           

21

Garantieverlening VBO

 

0

4.166

0

0

IX art.3

               
 

Totale uitgaven minus ontvangsten

14 t/m 20

0

3.793

– 1.007

   
 

Effect op EMU saldo

16 t/m 20

0

7

1.007

   
 

Effect op EMU schuld

14, 15, 17 t/m 21

0

7.848

– 1.007

   
 

Effect op staatsschuld

14 t/m 20

0

3.793

– 1.007

   
               
 

C. Kapitaalverstrekkingsfaciliteit (€ 20 mld.)

               

22

Verstrekt kapitaal ING

 

2.250

– 750

– 817

– 67

IX art.3

23

Verstrekt kapitaal Aegon

 

0

0

0

0

IX art.3

24

Verstrekt kapitaal SNS Reaal

 

565

0

0

0

IX art.3

 

waarvan afgeboekt

 

– 565

     

IX art.3

     

0

       

25

Couponrente ING

 

– 718

– 31

– 61

– 61

IX art.3

26

Couponrente Aegon

 

– 177

0

0

0

IX art.3

27

Couponrente SNS Reaal

 

– 38

0

0

0

IX art.3

28

Repurchase fee ING

 

– 1.688

– 344

– 347

28

IX art.3

29

Repurchase fee Aegon

 

– 910

0

0

0

IX art.3

30

Repurchase fee SNS Reaal

 

0

0

0

0

IX art.3

               
 

Totale uitgaven minus ontvangsten

22 t/m 30

– 716

– 1.125

– 1.225

   
 

Effect op EMU saldo

25 t/m 27

933

31

61

   
 

Effect op EMU schuld

22 t/m 30

– 716

– 1.125

– 1.225

   
 

Effect op staatsschuld

22 t/m 30

– 716

– 1.125

– 1.225

   
               
 

D. Back-up faciliteit ING

               

31

Meerjarenverplichting aan ING

 

7.655

– 4.933

– 2.722

– 1.373

IX art.3

32

Alt-A portefeuille

 

11.140

– 6.454

– 4.686

– 3.009

IX art.3

33

relevant voor de EMU schuld

 

7.501

– 4.779

– 2.722

– 1.373

CBS/Eurostat

               

34

Back-up faciliteit ING totaal:

         

IX art.3

a

waarvan funding fee (rente + aflossing)

 

14.134

4.808

2.778

1.164

IX art.3

b

waarvan management fee

 

178

26

0

– 24

IX art.3

c

waarvan portefeuille ontvangsten (rente + aflossing)

– 13.323

– 4.275

– 4.231

– 2.772

IX art.3

d

waarvan garantiefee

 

– 390

– 58

0

52

IX art.3

e

waarvan additionele garantiefee

 

– 392

– 87

0

79

IX art.3

f

waarvan additionele fee

 

– 192

– 35

– 1

33

IX art.3

g

waarvan verhandelbaarheidsfee

 

– 15

– 18

– 1

14

IX art.3

h

waarvan eenmalige uitkering

 

0

– 379

 

IX art.4

i

waarvan incidentele uitgave

 

0

19

-

 

IX art.3

               
 

Totale uitgaven minus ontvangsten

34

1

0

– 1.455

   
 

Effect op EMU saldo

34b, f, g

29

27

2

   
 

Effect op EMU saldo inclusief afwikkeling

 

0

– 86

     
 

Effect op EMU schuld

33

7.501

– 4.779

– 4.177

   
 

Effect op staatsschuld

34

1

0

– 1.455

   
               
 

E. Garantiefaciliteit bancaire leningen

               

35

Premieontvangsten garanties bancaire leningen

 

– 1.114

– 165

– 100

56

IX art.2

36

Schade-uitkeringen

 

0

0

0

0

IX art.2

               

37

Garanties bancaire leningen

 

50.275

     

IX art.2

38

waarvan vervallen

 

– 33.033

– 7.349

0

0

IX art.2

               
 

Totale uitgaven minus ontvangsten

35, 36

– 1.114

– 165

– 100

   
 

Effect op EMU saldo

35, 36

1.114

165

100

   
 

Effect op EMU schuld

35, 36

– 1.114

– 165

– 100

   
 

Effect op staatsschuld

35, 36

– 1.114

– 165

– 100

   
               
 

F. IJsland

39

Vordering op IJsland

 

769

– 48

23

– 1

IX art.2

40

Tussenrekening «recovery oude topping up»

 

54

6

0

0

IX art.2

               

41

Uitkeringen depositogarantiestelsel Icesave

 

1.428

0

0

0

IX art.2

42

Uitvoeringskosten IJslandse DGS door DNB

 

7

0

0

0

IX art.2

43

Renteontvangsten lening IJsland

 

0

0

0

0

IX art.2

44

Aflossing hoofdsom lening IJsland

 

– 734

– 77

0

0

IX art.3

               
 

Totale uitgaven minus ontvangsten

41, 42, 43, 44

701

– 77

0

   
 

Effect op EMU saldo

42, 43

– 7

0

0

   
 

Effect op EMU schuld

41, 42, 43, 44

701

– 77

0

   
 

Effect op staatsschuld

41, 42, 43, 44

701

– 77

0

   
               
 

Totaal maatregelen «kredietcrisis»:

           
 

Toerekenbare rentelasten

 

6.213

759

777

   
 

Effect op EMU saldo

 

– 3.638

315

918

   
 

Effect op EMU schuld

 

35.681

1.085

– 7.234

   
 

Effect op staatsschuld

 

28.181

1.809

– 4.512

   
               
 

G. Griekenland

               

45

Lening aan Griekenland

 

3.199

0

0

0

IX art.4

               

46

Rente lening Griekenland

 

– 186

– 26

– 21

5

IX art.4

47

Rentevergoeding Griekenland (ANFA)

 

13

13

13

0

IX art.4

48

Teruggave winsten SMP

 

0

126

112

0

IX art.4

     

0

       

49

Verstrekt kapitaal EFSF

 

2

     

IX art.4

50

Verstrekt kapitaal ESM

 

1.829

1.829

915

0

IX art.4

     

0

       

51

Crisisgerelateerde winst DNB

 

0

– 905

– 834

0

IX art.3

52

waarvan relevant voor het EMU saldo

 

0

807

728

0

IX art.3

     

0

       
 

Garanties

           

53

Garantieplafond Nederland EFSF

 

97.782

– 48.142

   

IX art.4

54

effect verstrekte garantie op EMU schuld:

 

8.593

2.351

700

54

CBS

Eurostat

 

voor Ierland

 

774

347

0

0

CBS

Eurostat

 

voor Portugal

 

1.193

405

74

– 45

CBS

Eurostat

 

voor Griekenland

 

6.627

1.599

626

99

CBS

Eurostat

               

54

Garantieverlening Nl-aandeel ESM

 

35.445

     

IX art.4

55

Garantieverlening DNB i.v.m. ophoging middelen IMF

 

13.610

     

IX art.4

56

Garantieverlening DNB i.v.m. SMP

 

0

5.700

   

IX art.3

57

Garantieverlening NL-aandeel EU-begroting

 

2.832

     

IX art.4

               
 

Totaal maatregelen europa:

           
 

Toerekenbare rentelasten (saldorelevant)

 

206

140

168

   
 

Effect op EMU saldo

 

– 33

554

456

   
 

Effect op EMU schuld

 

13.450

3.388

885

   
 

Effect op staatsschuld

 

4.857

1.037

185

   

Toelichting:

Ten opzichte van stand Miljoenennota 2014 zijn er drie omvangrijke mutaties.

Ten eerste is verwerkt de beëindiging van de ING IABF (onderdeel D); hetgeen resulteert in een netto ontvangst van 1,4 miljard in 2014. Ten tweede lost ING versneld af op de kapitaalverstrekkingsfaciliteit (onderdeel C). Tot slot worden de premieontvangsten op de garantiefaciliteit bancaire leningen (onderdeel E.) met 56 miljoen neerwaarts bijgesteld aangezien partijen in 2013 gebruik maakten van vervroegde beëindiging, waarvoor zij in dat boekjaar een «closing out fee» betaalden.

Tabel 2. Balans interventies (in miljoenen euro)

In de onderstaande tabel staan de bezittingen en schulden die vanwege de interventies (kredietcrisis en europa) zijn ontstaan. Balansonderdelen zijn hierbij opgenomen tegen historische aankoopprijs, conform de bepalingen van de RBV die van toepassing zijn op het onderliggende departementale jaarverslag IX. De bezittingen zijn grotendeels gefinancierd met staatsschuld (zichtbaar in tabel 1). Verder is er het cumulatief saldo van kosten en opbrengsten («het resultaat») dat een deel van de bezittingen financiert (vanuit tabel 3.)

Bezittingen

ultimo 2014

Bron:

Schulden

ultimo 2014

Bron:

Fortis/RFS/AA

         
           
 

aanschaf ABN AMRO Group – ASR Verzekeringen – RFSHoldings (incl. Z-share en residual N-share)

27.955

art. 3

 

staatsschuld

31.557

 
 

overbruggingskrediet (voormalig) Fortis

3.550

art. 11

 

cumulatief resultaat

4.536

tabel 3

           

SNS Reaal en Propertize

         
       

cumulatieve rente

8.263

tabel 3

 

kapitalisatie holding en bank

2.200

art. 3

 

cumulatieve uitvoeringskosten

49

 
 

overbruggingskrediet

1.100

art. 3

     
 

kapitalisatie Propertize

500

art. 3

     
           

ING

         
           
 

core-tier-1 securities

683

art. 3

     
           

IJsland

         
           
 

lening (incl rente)

744

art. 2

     
           

Griekenland

         
           
 

lening

3.199

art. 4

     
           

EFSF

         
           
 

deelneming

2

art. 4

     
           

ESM

         
           
 

deelneming

4.573

art. 4

 

technische aansluiting

101

 
           

Totaal:

44.506

 

Totaal:

44.506

 

In totaal staat per ultimo 2014 vermoedelijk nog voor circa 44,5 miljard aan vorderingen uit.

Tabel 3. Overzicht toerekenbare kosten en opbrengsten (in miljoenen euro)

Deze tabel geeft een overzicht van de kosten en opbrengsten van interventies. Het resultaat betreft het jaarlijkse saldo die op kasbasis gerealiseerd worden. Eventuele afwaarderingen van activa (tabel 2.) worden eveneens in het resultaat meegenomen maar dan pas op het moment dat deze daadwerkelijk gerealiseerd zijn. Deze behandeling wijkt af van de systematiek van het EMU saldo.

Kosten en opbrengsten

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Fortis/RFS/AA

             
               
 

dividend

0

0

6

200

121

488

0

 

premie counter indemnity

0

0

26

26

26

26

26

 

rente overbruggingskrediet (voormalig) Fortis

502

705

167

169

152

103

99

 

premieontvangsten CRI

0

28

165

0

0

0

0

 

dividend financiële instellingen

0

0

0

0

0

0

400

               

SNS Reaal

             
               
 

couponrente SNS Reaal

0

38

0

0

0

0

0

 

repurchase fee SNS Reaal

0

0

0

0

0

0

0

 

afboeking core-tier-1 securities

       

– 565

   
 

dividend

0

0

0

0

0

0

0

 

rente overbruggingskrediet

0

0

0

0

0

7

7

 

bankenheffing in het kader van de nationalisatie

0

0

0

0

0

0

1.000

               

Aegon

             
               
 

couponrente Aegon

0

166

11

0

0

0

0

 

repurchase fee Aegon

0

108

52

750

0

0

0

               

ING

             
               
 

couponrente ING

0

645

39

0

34

31

61

 

repurchase fee ING

0

295

52

1.000

341

344

347

 

back up faciliteit

 

0

0

0

0

0

1.455

               

Griekenland

             
               
 

rente en servicefee

0

0

30

115

41

26

21

 

rentevergoeding Griekenland (ANFA)

0

0

0

0

– 13

– 13

– 13

 

teruggave winsten SMP

0

0

0

0

0

– 126

– 112

               

IJsland

             
               
 

topping up

 

– 106

         
 

recovery topping up

 

0

0

33

21

6

0

 

aangegroeide rente

 

74

– 23

42

27

23

24

               

Europese instrumenten

             
               
 

crisisgerelateerde winst DNB

0

0

0

0

0

905

834

               

Overige

             
               
 

premieontvangsten garanties bancaire leningen

0

116

407

361

230

165

100

 

uitvoeringskosten crisismaatregelen

– 9

– 31

– 3

2

– 1

– 12

5

 

toerekenbare rentelasten op staatsschuld

– 450

– 2.036

– 1.493

– 1.280

– 1.160

– 899

– 945

Resultaat

43

2

– 564

1.418

– 746

1.074

3.309

Toelichting:

Het resultaat op interventies in de financiële sector en europa (op kasbasis) bedraagt in 2014 ca. 3,3 miljard positief. Meegnomen hierin zijn het vrijvallen van de ING IABF opbrengst (van circa. 1,4 miljard) en de resolutieheffing die in het kader van de nationalisatie van SNS REAAL is ingesteld (van circa. 1 miljard).

Tabel 4. Garantieoverzicht (in miljoenen euro)

In onderstaand overzicht staan de uitstaande garanties die in het kader van de kredietcrisis en europa verstrekt zijn. Het cumulatief saldo geeft de stand van de uitstaande garanties per einde 2014 weer.

Garanties «kredietcrisis en europa»

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

A. Fortis/RFS/AA

             
               

Capital Relief Instrument ABN-AMRO (CRI)

0

32.611

0

0

0

0

0

waarvan vervallen

0

0

– 32.611

0

0

0

0

               

Counter Indemnity ABN-AMRO

0

0

950

0

0

0

0

               

B. SNS Reaal

             
               

Garantieverlening VBO

0

0

0

0

0

4.166

0

               

E. Garantiefaciliteit bancaire leningen

             
               

Garanties bancaire leningen

2.740

47.535

0

0

0

0

0

waarvan vervallen

0

– 3.424

– 7.853

– 5.823

– 15.933

– 7.349

0

               

H. Europese instrumenten

             
               

Garantieplafond Nederland EFSF

0

0

25.872

71.910

0

– 48.142

0

 

effect garantie op EMU schuld:

     

993

7.600

2.351

700

 

– voor Ierland

     

495

279

347

0

 

– voor Portugal

     

498

695

405

74

 

– voor Griekenland

     

0

6.627

1.599

626

               

Garantieverlening Nl-aandeel ESM

0

0

0

0

35.445

0

0

Garantieverlening DNB i.v.m. ophoging middelen IMF

0

0

0

13.610

0

0

0

Garantieverlening DNB i.v.m. SMP

0

0

0

0

0

5.700

0

Garantieverlening NL-aandeel EU-begroting

0

0

2.946

– 120

6

0

0

Totaal

2.740

76.722

– 10.696

79.577

19.518

– 45.625

0

Cumulatief

2.740

79.462

68.766

148.343

167.861

122.236

122.236

Bijlage 3: Verticale toelichting

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht voor alle begrotingen van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en niet-belastingontvangsten sinds de Ontwerpbegroting 2014. Alle mutaties die hebben plaatsgevonden naar aanleiding van de Begrotingsafspraken 2014 zijn hierin ook meegenomen.

Onderstaande tabel geeft inzicht in het totaal van mutaties per begroting. Verder wordt per begroting een cijfermatig overzicht gepresenteerd van de voornaamste mutaties, gevolgd door een toelichting hierop. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de afzonderlijke suppletoire begrotingen.

De verticale toelichting per begrotingshoofdstuk onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1.  mee- en tegenvallers;
  • 2.  beleidsmatige mutaties;
  • 3.  technische mutaties.

Alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet tot een ijklijn behoren, zijn in de laatste categorie technische mutaties geclusterd. Ingeval samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden deze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder HGIS valt, zichtbaar gemaakt. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS aan. De veranderingen die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de verticale toelichting van alle HGIS-uitgaven.

De ondergrens is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in principe alleen toegelicht, indien zich bijzonderheden voordoen.

Samenvattend overzicht mutaties voor 2014 bij Voorjaarsnota
 

Bedragen in miljoenen euro’s

Mutaties uitgaven

Mutaties ontvangsten

Departementale begrotingen

I

De koning

0,1

0,2

IIA

Staten Generaal

5,6

0,0

IIB

Hoge Colleges van Staat

4,4

0,2

III

Algemene Zaken

0,4

0,0

IV

Koninkrijksrelaties

5,4

4,4

V

Buitenlandse Zaken

418,4

– 184,8

VI

Veiligheid en Justitie

373,9

46,2

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

154,4

10,5

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.209,7

2,8

IXA

Nationale Schuld

– 1.935,9

275,7

IXB

Financiën

1.245,2

2.815,7

X

Defensie

– 18,7

– 5,3

XII

Infrastructuur en Milieu

– 226,6

– 32,8

XIII

Economische Zaken

75,5

– 389,7

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

– 394,5

– 0,7

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

34,5

47,9

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0,0

0,0

XVIII

Wonen en Rijksdienst

137,4

31,0

Overig

 

Sociale Zekerheid

– 1.244,5

– 25,1

 

Budgettair kader Zorg

– 955,7

41,5

 

Gemeentefonds

104,2

0,0

 

Provinciefonds

75,4

0,0

 

Infrastructuurfonds

– 327,6

– 327,6

 

Diergezondheidsfonds

9,3

9,3

 

Accres Gemeentefonds

0,0

0,0

 

Accres Provinciefonds

0,0

0,0

 

BES fonds

– 0,8

0,0

 

Deltafonds

– 13,5

– 13,5

 

Prijsbijstelling

– 688,6

0,0

 

Arbeidsvoorwaarden

– 446,0

0,0

 

Koppeling Uitkeringen

7,7

0,0

 

Wet Indexering Studiefinanciering

– 97,9

0,0

 

Aanvullende Post Algemeen

– 222,9

0,0

 

Homogene Groep Internationale Samenwerking

148,8

– 5,9

Bij VJN is er een aantal specifieke overboekingen gedaan. Per 1 januari 2016 treedt het nieuwe Rijkshuisvestingstelsel in werking. Dit leidt ertoe dat uiterlijk 31 december 2015 de egalisatieschuld van departementen op de Rgd afgelost moet zijn. Het Kabinet heeft besloten dat departementen de egalisatieschuld door middel van een overboeking aan het Ministerie van BZK mogen voldoen vanaf VJN 2014 maar uiterlijk bij NJN 2015. Een vijftal departementen (Financiën, IenM, SZW, VenJ en VWS) hebben aangegeven dit reeds bij VJN 2014 te willen aflossen. De overboekingen vinden plaats binnen het kader RBG-eng en zijn per saldo nul. Daar waar de overboekingen boven de ondergrens uitkomen zijn ze toegelicht.

I De Koning

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

40,0

40,0

40,0

40,0

40,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

40,1

40,0

40,0

40,0

40,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

40,1

40,0

40,0

40,0

40,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

IIA Staten-Generaal

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

138,1

136,1

134,8

138,2

134,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

4,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 

4,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

 

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

5,6

0,8

0,8

0,8

0,8

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

143,7

136,9

135,6

139,0

135,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

143,7

136,9

135,6

139,0

135,7

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

IIB Overige Hoge Colleges van Staat

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

115,7

111,5

109,3

107,3

107,0

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

2,2

1,6

0,1

0,1

0,1

 

2,2

1,6

0,1

0,1

0,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

2,0

0,5

0,5

0,5

0,5

 

2,0

0,5

0,5

0,5

0,5

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

4,4

2,1

0,7

0,7

0,7

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

120,1

113,7

109,9

108,0

107,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

120,1

113,7

109,9

108,0

107,7

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

5,9

5,7

5,7

5,7

5,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

5,9

5,7

5,7

5,7

5,7

III Algemene Zaken

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

60,5

63,1

62,8

62,4

61,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 0,2

– 0,1

– 0,1

– 0,1

– 0,1

 

– 0,2

– 0,1

– 0,1

– 0,1

– 0,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,4

– 0,1

– 0,1

– 0,1

– 0,1

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

60,9

63,0

62,7

62,3

61,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

60,9

63,0

62,7

62,3

61,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

6,5

6,5

6,5

6,5

6,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

6,6

6,5

6,5

6,5

6,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

6,6

6,5

6,5

6,5

6,5

IV Koninkrijksrelaties

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

256,8

256,2

240,1

275,7

257,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

1,6

1,3

0,0

0,0

0,0

 

1,6

1,3

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

3,8

0,8

0,7

0,7

0,7

 

3,8

0,8

0,7

0,7

0,7

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

5,4

2,0

0,7

0,7

0,7

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

262,1

258,2

240,8

276,4

258,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

262,1

258,2

240,8

276,4

258,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

32,2

31,8

31,8

31,8

31,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

 

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

3,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

3,7

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

4,4

0,7

0,7

0,7

0,7

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

36,7

32,5

32,5

32,5

32,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

36,7

32,5

32,5

32,5

32,5

V Buitenlandse Zaken

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

7.644,9

7.942,3

8.195,2

8.389,9

8.604,2

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Eu-afdrachten

418,4

– 1.369,3

– 561,1

– 807,2

– 744,6

 

418,4

– 1.369,3

– 561,1

– 807,2

– 744,6

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

418,4

– 1.369,3

– 561,1

– 807,2

– 744,6

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

8.063,2

6.573,0

7.634,2

7.582,7

7.859,6

Totaal Internationale samenwerking

1.383,0

1.398,1

1.337,4

1.366,6

1.376,7

Stand Voorjaarsnota 2014

9.446,2

7.971,1

8.971,6

8.949,3

9.236,3

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

693,7

706,3

719,2

732,3

758,2

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Perceptiekostenvergoedingen

– 184,8

– 187,0

– 189,3

– 191,6

– 206,5

 

– 184,8

– 187,0

– 189,3

– 191,6

– 206,5

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 184,8

– 187,0

– 189,3

– 191,6

– 206,5

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

508,9

519,3

529,9

540,7

551,7

Totaal Internationale samenwerking

64,9

62,9

62,9

62,9

62,9

Stand Voorjaarsnota 2014

573,8

582,1

592,7

603,5

614,5

EU-afdrachten

De stijging van de EU-afdrachten in 2014 wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat de BNP afdracht aan de EU stijgt. De financiering hiervan geschiedt op basis van het Eigen Middelen Besluit (EMB). Het EMB, waarin onder meer verlenging van de Nederlandse korting op de EU-afdrachten is geregeld, treedt in werking na ratificatie door alle lidstaten. Het lijkt op dit moment niet waarschijnlijk dat dit wordt afgerond voor het einde van 2014, waardoor ook de korting voor Nederland van ruim 1 mld. voor 2014 pas in 2015 zal worden gerealiseerd. Hier staat een verlaging van de invoerrechten- en BTW afdracht tegenover. Dit wordt veroorzaakt doordat de Nederlandse economie nog altijd minder sterk groeit dan het gemiddelde in Europa waardoor de afdrachten voor BTW en invoerrechten lager zijn.

Perceptiekostenvergoedingen

De daling van de ontvangsten hangt samen met de mutatie op de BTW afdracht en invoerrechten aan de uitgavenkant. Nederland ontvangt een deel van de afgedragen invoerrechten terug als perceptiekostenvergoeding.

VI Veiligheid en Justitie

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

11.759,3

11.517,7

11.300,4

11.006,3

10.894,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Volumeontwikkeling rechtspraak

– 22,5

– 51,2

– 63,8

– 102,3

– 103,2

 

Kasschuif dji

1,4

23,7

– 2,0

– 12,9

– 10,2

 

Zo spoedig, slim, simpel, selectief en samen mogelijk

12,4

13,8

14,9

15,0

14,9

 

Eindejaarsmarge

75,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Egalisatievordering rijkshuisvestingsstelsel

39,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Inzet loon- en prijsbijstelling

– 17,1

– 37,5

– 0,8

0,0

0,0

 

Kasschuif asielreserve

– 50,0

25,0

25,0

0,0

0,0

 

Oda toerekening eerstejaars asielopvang (van buza)

88,4

78,9

78,6

78,6

78,5

 

Outputfinanciering dji 2013

16,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

40,9

38,9

48,2

40,1

36,9

 

184,4

91,6

100,1

18,5

16,9

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Egalisatievordering rijkshuisvestingsstelsel

– 39,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Frictiekosten huisvesting (van algemeen)

159,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Reorganisatie nationale politie (van algemeen)

30,8

30,8

41,0

0,0

0,0

 

Diversen

39,4

14,7

15,0

14,5

13,6

 

189,5

45,5

56,0

14,5

13,6

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

373,9

137,1

156,2

32,9

30,5

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

12.133,2

11.654,8

11.456,6

11.039,2

10.925,1

Totaal Internationale samenwerking

51,7

43,9

44,7

32,8

32,3

Stand Voorjaarsnota 2014

12.184,8

11.698,7

11.501,2

11.072,0

10.957,4

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

1.353,3

1.427,5

1.456,7

1.492,7

1.499,9

 

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Griffierechten

– 41,4

– 54,9

– 68,4

– 82,4

– 84,7

 

Vertraging verhoging griffierechten

– 19,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Boeten en transacties

69,0

28,9

19,8

21,0

23,4

 

Outputfinanciering dji 2013

16,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

11,5

8,7

10,9

10,9

10,9

 

36,3

– 17,3

– 37,7

– 50,5

– 50,4

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

9,9

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

 

9,9

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

46,2

– 21,4

– 41,8

– 54,6

– 54,5

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

1.399,5

1.406,1

1.414,8

1.438,0

1.445,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

1.399,5

1.406,1

1.414,8

1.438,0

1.445,4

Volumeontwikkeling rechtspraak

Op basis van de meest recente uitkomsten van het prognose model justitiële ketens (PMJ), worden de geraamde uitgaven aan de rechtspraak bijgesteld. Met name bij civiele rechtspraak en de vreemdelingenkamers is de geraamde instroom lager dan eerder werd ingeschat.

Kasschuif DJI

Binnen de VenJ-begroting zullen diverse maatregelen genomen worden om de meerjarige budgettaire problematiek bij DJI op te lossen. De Kamer zal voor de zomer geïnformeerd worden over de concrete uitwerking van maatregelen. Door het nemen van deze maatregelen sluit de begroting van VenJ per saldo over de jaren heen. Een en ander is door middel van een kasschuif ingepast.

Zo Spoedig, Slim, Simpel, Selectief en Samen Mogelijk

ZSM is een snelrechtprocedure, ter afdoening van veelvoorkomende criminaliteitszaken door het OM in samenwerking met de ketenpartners. Dit programma leidt tot een efficiëntere strafrechtsketen. Hier worden structureel middelen voor vrijgemaakt.

Eindejaarsmarge

In 2013 is het budget van VenJ niet volledig tot besteding gekomen. Bij Voorjaarsnota 2014 wordt de eindejaarsmarge van 2013 aan de begroting van VenJ toegevoegd.

Egalisatievordering Rijkshuisvestingsstelsel (uitgaven; beleidsmatige en technische mutaties)

Het kabinet heeft besloten tot een nieuwe vormgeving van het Rijkshuisvestingsstelsel per 1-1-2016 (2011–2012 TK 31 490, nr. 75). Een van de gevolgen hiervan is dat de huidige huurcontracten voortijdig worden opengebroken. Gedurende de looptijd van het huurcontract heeft de Rijksgebouwendienst (RGD) een vordering op de balans (zogenaamde egalisatievordering), dit werd in de loop der tijd afgelost door het departement als gebruiker van een pand. Doordat de huurcontracten voortijdig moeten worden opengebroken vanwege de overgang naar het nieuwe huisvestingsstelsel, dienen departementen deze egalisatievordering voortijdig af te lossen. Afgesproken is dat dit vanaf VJN 2014 tot en met NJN 2015 mag. VenJ lost bij 1e suppletoire begroting 2014 de egalisatievordering af. De technische uitgavenmutatie betreft de overboeking naar het Ministerie van BZK. De egalisatievordering wordt gedekt door diverse meevallers zoals gemeld in de 1e suppletoire begroting 2014.

Inzet loon- en prijsbijstelling

Loon- en prijsbijstelling die eerder aan de VenJ begroting is toegevoegd, stond gedeeltelijk gereserveerd op het artikel Nominaal en Onvoorzien. Een deel van deze prijsbijstelling wordt thans ingezet ter dekking van de VenJ-problematiek.

Kasschuif asielreserve

VenJ verschuift eenmalig budget – via de begrotingsreserve asiel – om zodoende het budget voor ontwikkelingssamenwerking (ODA) 2014 te ontlasten.

Oda toerekening eerstejaars asielopvang

Door hogere asielinstroom komen de uitgaven aan de eerstejaars asielopvang hoger uit. Hierdoor worden er meer uitgaven toegerekend aan ontwikkelingssamenwerking (ODA). Hierbij is nog geen rekening gehouden met de recent sterk opgelopen instroom van asielzoekers uit Eritrea.

Outputfinanciering DJI 2013 (uitgaven en niet-belasting ontvangsten)

In 2013 was sprake van een lagere bezetting bij de Dienst Justitiële Inrichtingen dan eerder geraamd, waardoor budget terugvloeit naar VenJ. Deze middelen worden weer ter beschikking gesteld aan DJI om de financiële positie van DJI te versterken.

Frictiekosten huisvesting

De uitvoering van het Masterplan DJI (TK 24 587, nr. 535) heeft tot gevolg dat een aanzienlijk aantal justitiële inrichtingen wordt gesloten. Dit brengt onder andere frictiekosten ten aanzien van het vastgoed met zich mee. Voor het inpassen van de frictiekosten huisvesting Masterplan DJI is vorig jaar door Financiën een kasschuif toegepast. De in 2014 benodigde middelen worden nu via de Aanvullende Post bij Financiën aan de begroting van VenJ beschikbaar gesteld.

Reorganisatie nationale politie

De vorming van de nationale politie gaat gepaard met een personele reorganisatie, waar alle medewerkers van de voormalige 25 regionale korpsen, het KLPD en de VtSPN bij betrokken zijn. In het Regeerakkoord van het kabinet Rutte I is voor de kosten van deze reorganisatie voor de jaren 2013 tot en met 2016 in totaal een bedrag van 130 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post bij Financiën. Van dit bedrag is voor het jaar 2013 30 mln. overgeheveld naar de begroting van VenJ ter dekking van de in 2013 verwachte uitgaven. Het restant wordt nu aan de begroting van VenJ toegevoegd.

Griffierechten

Bij de griffierechten wordt op basis van de meest recente uitkomsten van het prognose model justitiële ketens (PMJ) een tegenvaller verwacht.

Vertraging verhoging griffierechten

Als gevolg van een vertraging van de invoering van de aanpassing van de griffierechten wordt een tegenvaller in 2014 verwacht. Er wordt uitgegaan van een invoering per 1 juli 2014.

Boeten en transacties

De raming voor de ontvangsten uit boetes en transacties is herijkt. Daarnaast is de raming opgehoogd vanwege de investeringen om de zogenaamde cross-border richtlijn uit te voeren. Dit maakt het mogelijk eenvoudiger kentekengegevens tussen EU-lidstaten uit te wisselen en daardoor meer boetes te innen. In 2014 wordt er tenslotte een meevaller verwacht in verband met de schikking met de Rabobank in de Libor-fraudezaak.

VII Binnenlandse Zaken

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

630,7

528,9

489,4

449,0

436,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Aivd begrotingsafspraken 2014

3,5

6,0

14,0

25,0

27,0

 

Ejm w&r

– 85,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

7,8

7,1

3,8

0,2

0,2

 

– 74,2

13,1

17,8

25,2

27,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Dienstverlening agentschappen

50,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Egalisatievordering rijkshuisvesting

107,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Ejm w&r

96,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

44,8

5,5

5,3

5,2

5,2

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Vut-fonds

– 70,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

228,8

5,5

5,3

5,2

5,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

154,4

18,6

23,1

30,5

32,4

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

785,2

547,5

512,5

479,4

468,8

Totaal Internationale samenwerking

0,7

0,2

0,2

0,1

0,1

Stand Voorjaarsnota 2014

785,8

547,6

512,7

479,6

469,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

383,5

807,2

93,7

42,7

42,7

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 2,4

1,3

0,0

0,0

0,0

 

– 2,4

1,3

0,0

0,0

0,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Dienstverlening agentschappen

50,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

22,3

– 3,1

– 3,1

– 3,1

– 3,1

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Vut-fonds

– 60,0

– 50,0

0,0

0,0

0,0

 

12,3

– 53,1

– 3,1

– 3,1

– 3,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

10,5

– 51,8

– 3,1

– 3,1

– 3,1

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

394,0

755,5

90,7

39,7

39,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

394,0

755,5

90,7

39,7

39,7

AIVD begrotingsafspraken 2014

Bij Begrotingsafspraken 2014 is besloten de taakstelling op de AIVD te halveren (zie KST II, 33 750 VII, nr. 16), waarbij de tranche 2014 van 10 mln. binnen de begroting van BZK is opgelost.

EJM W&R (beleidsmatige- en technische mutaties – uitgaven)

De begrotingstechnische verwerking van de eindejaarsmarge van de begroting voor Wonen en Rijksdienst (XVIII) loopt via de begroting van Binnenlandse Zaken (VII). De overschrijding bij de Huurtoeslag in 2013 (96,9 mln.) leidt per saldo tot een negatieve Eindejaarsmarge voor Wonen en Rijksdienst op de begroting van BZK (85,5 mln.). Het tekort 2013 wordt opgevangen binnen het instrument van de Huurtoeslag. Hiervoor worden de betreffende middelen overgeheveld van de begroting van Wonen en Rijksdienst naar de begroting van BZK.

Dienstverlening agentschappen

Het betreft de ramingen voor 2014 voor de uitgaven en de ontvangsten voor de dienstverlening van het kerndepartement aan de baten-lastenagentschappen (dienstverleningsafspraken 2014).

Egalisatievordering Rijkshuisvestingsstelsel

Het kabinet heeft besloten tot een nieuwe vormgeving van het Rijkshuisvestingsstelsel per 1-1-2016 (2011–2012 TK 31 490 nr. 75). Een van de gevolgen hiervan is dat de huidige huurcontracten voortijdig worden opengebroken. Gedurende de looptijd van het huurcontract heeft de Rijksgebouwendienst (RGD) een vordering op de balans (zogenaamde egalisatievordering), dit werd in de loop der tijd afgelost door het departement als gebruiker van een pand. Doordat de huurcontracten voortijdig moeten worden opengebroken vanwege de overgang naar het nieuwe huisvestingsstelsel, dienen departementen deze egalisatievordering voortijdig af te lossen. Afgesproken is dat dit vanaf VJN 2014 tot en met NJN 2015 mag. De departementen VenJ, Financiën, IenM, SZW en VWS lossen bij 1ste suppletoire begroting 2014 hun aandeel in de egalisatievordering af. Dit budget heeft betrekking op het apparaat van het Rijk, maar niet op het apparaat van het departement Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In de 1e suppletoire van de BZK begroting is inzichtelijk gemaakt welk departement welk bedrag heeft afgelost.

Diversen – uitgaven en niet-belasting ontvangsten

De hoogte van de post diversen, zowel aan uitgaven- als ontvangstenkant, wordt mede veroorzaakt door een desaldering van 18,9 mln. bij Doc-Direkt. Doc-Direkt levert diensten aan departementen en notarissen voor archiefbewerking, -beheer, opslag en digitale documenthuishouding. Daarvoor ontvangt Doc-Direkt middelen ter dekking van de kosten (personeel en materieel).

VUT-fonds

Op grond van nadere analyses blijkt dat steeds meer mensen besluiten later gebruik te maken van de Flexibel Pensioen en Uittreding (FPU) regeling. Hierdoor wijzigt de leenbehoefte van het VUT-fonds. In 2016 is het volledige leenbedrag van het VUT-fonds terugbetaald aan het Rijk.

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

34.736,0

34.173,5

33.603,1

33.587,9

33.401,4

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Autonome raming studiefinanciering

– 222,6

– 244,5

– 249,9

– 252,0

– 259,4

 

Leerlingenvolume referentieraming 2014

169,9

235,3

202,2

223,4

235,1

 

Diversen

– 1,2

– 2,5

– 3,1

– 4,1

– 4,9

 

– 53,9

– 11,7

– 50,8

– 32,7

– 29,2

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Begrotingsafspraken 2014 behoud gratis schoolboeken

0,0

277,0

277,0

277,0

277,0

 

Begrotingsafspraken 2014 passend onderwijs

0,0

15,0

50,0

50,0

50,0

 

Begrotingsafspraken 2014 publieke omroep

0,0

0,0

50,0

50,0

50,0

 

Eindejaarsmarge: inzet (noa incidentele middelen)

34,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Eindejaarsmarge: inzet (overlopende verplichtingen)

– 48,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Eindejaarsmarge: inzet (restant dekking problematiek)

– 149,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Eindejaarsmarge: toevoeging

237,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Intertemporele compensatie ov-studentenkaart

450,0

– 450,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

34,2

43,0

48,7

74,7

67,1

 

557,4

– 115,0

425,7

451,7

444,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Investering kwaliteit onderwijs (van aanvullende post)

204,0

204,0

204,0

204,0

204,0

 

Overheveling buitenonderhoud scholen po (van gemeentefonds)

0,0

158,8

158,8

158,8

158,8

 

Diversen

108,8

102,5

79,7

69,6

67,6

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Autonome raming studiefinanciering

244,3

234,2

219,2

211,7

260,2

 

Prijsbijstelling tranche 2014

78,9

79,4

83,4

83,2

82,9

 

Referentieraming 2014

65,3

91,1

78,6

42,5

9,6

 

Diversen

5,0

10,0

– 5,0

– 25,0

– 15,0

 

706,3

880,0

818,7

744,8

768,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

1.209,7

753,2

1.193,7

1.163,8

1.182,8

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

35.945,7

34.926,6

34.796,8

34.751,7

34.584,2

Totaal Internationale samenwerking

63,9

62,9

62,9

57,9

57,9

Stand Voorjaarsnota 2014

36.009,6

34.989,5

34.859,6

34.809,6

34.642,1

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

1.232,1

1.263,1

1.330,8

1.388,4

1.461,6

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Autonome raming studiefinanciering

25,3

38,5

39,1

38,6

38,3

 

Renteontvangsten

– 38,8

– 54,0

– 63,2

– 65,2

– 66,5

 

Diversen

1,3

– 0,5

0,9

10,4

15,6

 

– 12,2

– 16,0

– 23,2

– 16,2

– 12,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

6,7

0,0

3,3

0,0

0,0

 

6,7

0,0

3,3

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Diversen

9,3

9,5

9,6

9,7

9,7

 

8,3

9,5

9,6

9,7

9,7

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

2,8

– 6,4

– 10,2

– 6,5

– 2,8

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

1.234,9

1.256,7

1.320,5

1.381,9

1.458,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

1.234,9

1.256,7

1.320,5

1.381,9

1.458,8

Autonome raming studiefinanciering (mee- en tegenvallers – uitgaven)

De raming voor studiefinanciering laat lagere kaderrelevante uitgaven zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2014 verwerkte raming uit het voorjaar 2013. Dit is het gevolg van de verwerking van nieuwe uitvoeringsgegevens van DUO. Hieruit blijkt onder andere dat er minder omzettingen waren van lening naar gift bij de studiefinanciering. Daarnaast is de omvang van het contract voor de OV-studentenkaart neerwaarts bijgesteld vanwege een daling van het aantal reizigerskilometers door studenten.

Leerlingenvolume referentieraming

Dit betreft de budgettaire verwerking van de referentieraming 2014. In het primair en voortgezet onderwijs is er een daling van leerlingenaantallen ten opzichte van de referentieraming 2013, terwijl het hoger onderwijs een grote toename in studentaantallen laat zien.

Begrotingsafspraken 2014 behoud gratis schoolboeken

De maatregel «afschaffen gratis schoolboeken» uit het regeerakkoord is teruggedraaid. Onderdeel van deze maatregel was een compensatieregeling voor ouders/verzorgers met een laag inkomen van 90 mln. Het bedrag dat is toegevoegd aan de OCW-begroting is inclusief het terugdraaien van deze compensatie.

Begrotingsafspraken 2014 passend onderwijs

Er is in totaal 50 mln. structureel beschikbaar voor het passend onderwijs, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de motie Voordewind/Ypma. De bezuiniging op de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs van 21 mln. vanaf 2016 wordt ongedaan gemaakt. Daarnaast wordt er 29 mln. euro toegevoegd aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden in het primair- en voortgezet onderwijs.

Begrotingsafspraken 2014 publieke omroep

Er komt 50 mln. beschikbaar voor de publieke omroep vanaf 2016. Hiermee wordt de ombuiging uit het regeerakkoord met een jaar vertraagd en gehalveerd.

Eindejaarsmarge: inzet

De eindejaarsmarge wordt ingezet voor diverse kasschuiven uit de Najaarsnota 2013 naar dit jaar (26,8 mln.) en na Najaarsnota ontstane overlopende verplichtingen uit 2013 naar 2014 (28,8 mln.). Verder wordt de eindejaarsmarge ingezet om een deel van de ingehouden prijsbijstelling alsnog uit te keren aan instellingen en ter dekking van het programma vernieuwing studiefinanciering (PVS). Tot slot wordt 34 mln. van de eindejaarsmarge gereserveerd om de incidentele middelen voortvloeiend uit het Nationaal Onderwijs Akkoord te financieren. Deze middelen zijn beschikbaar voor de sectoren primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroeps- en volwasseneneducatie wanneer de afspraken uit het NOA voor 1 juni 2014 in de nieuwe cao’s zijn opgenomen.

Eindejaarsmarge: toevoeging

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2013 aan de begroting van OCW.

Intertemporele compensatie ov-studentenkaart

Ter optimalisatie van het kasritme van de staat wordt een deel van de verplichtingen aan de vervoersbedrijven voor de OV-studentenkaart vooruitbetaald.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Deze post bestaat onder andere uit de inzet van de eindejaarsmarge ter dekking van het alsnog uitkeren van een deel van de ingehouden prijsbijstelling tranche 2013 en tranche 2014 (zie Eindejaarsmarge: inzet). Verder is vanuit de middelen uit de Begrotingsafspraken 2014 20 mln. bestemd ter ondersteuning van de Nederlandse filmindustrie.

Investering kwaliteit onderwijs (van aanvullende post)

Dit betreft de overheveling van middelen uit de Nota van Wijziging naar de begroting van OCW voortvloeiend uit het Nationaal Onderwijs Akkoord (33750 VIII 4).

Overheveling buitenonderhoud naar scholen po (van gemeentefonds)

Schoolbesturen in het primair onderwijs nemen vanaf 2015 de verantwoordelijkheid voor buitenonderhoud van scholen over van gemeenten en ontvangen daarvoor ruim 158 mln.

Diversen (technische mutaties)

Dit betreft met name de overboeking van de tranches 2014 voor de loonbijstelling en het overgebleven restant van de prijsbijstelling.

Autonome raming studiefinanciering (niet kader relevant – uitgaven)

De niet-kaderrelevante raming studiefinanciering is opwaarts bijgesteld ten opzichte van de in de OCW-begroting 2014 verwerkte raming uit het voorjaar 2013. Dit komt met name omdat er minder omzettingen naar een gift worden verwacht, een flinke toename van het aantal studenten is geraamd en dat studenten naar verwachting meer gaan lenen.

Prijsbijstelling tranche 2014

Dit betreft de uitkering van het niet-relevante deel van de prijsbijstelling tranche 2014.

Referentieraming 2014

Dit betreft de budgettaire verwerking van het niet-kaderrelevante deel van de referentieraming 2014.

Autonome raming studiefinanciering (mee- en tegenvallers – niet-belastingontvangsten)

De raming voor studiefinanciering laat hogere ontvangsten zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2014 verwerkte raming uit het voorjaar 2013. Dit komt met name door hogere kortlopende vorderingen, zoals o.a. de ontvangsten voor onterecht kaartbezit.

Renteontvangsten

De raming voor studiefinanciering laat lagere renteontvangsten zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2014 verwerkte raming uit het voorjaar 2013. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de neerwaarts bijgestelde rentevoet. Conform de begrotingsregels worden mutaties in de renteontvangsten generaal verwerkt.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Dit betreft met name de budgettaire verwerking van de referentieraming 2014. De toename van het aantal lesgeldplichtigen leidt tot hogere lesgeldontvangsten in 2017 en 2018.

Diversen (technische mutaties, niet kaderrelevant)

De raming voor ontvangsten op de hoofdsom van de studieleningen is licht opwaarts bijgesteld.

IXA Nationale Schuld

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

16.558,9

17.104,1

21.886,7

25.737,2

27.698,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 3,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 3,5

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Mutatie in rekening-courant en deposito

– 2.502,1

– 4.318,7

– 5.174,1

– 5.673,6

– 5.780,8

 

Rente vaste schuld

– 307,2

– 595,8

– 653,6

– 471,4

– 367,8

 

Rente vlottende schuld

– 53,8

– 610,0

– 253,5

– 338,1

– 338,1

 

Rentelasten

16,5

– 36,2

99,1

156,1

180,9

 

Verstrekte leningen

912,2

232,8

232,8

232,8

232,8

 

Diversen

2,0

– 30,0

0,0

0,0

0,0

 

– 1.932,4

– 5.357,9

– 5.749,3

– 6.094,2

– 6.073,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 1.935,9

– 5.358,0

– 5.749,4

– 6.094,2

– 6.073,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

14.622,9

11.746,1

16.137,2

19.643,0

21.625,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

14.622,9

11.746,1

16.137,2

19.643,0

21.625,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

3.336,6

2.995,8

3.875,2

4.149,5

4.179,0

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Aflossingen op leningen

153,8

54,8

556,7

165,7

318,9

 

Rente vaste schuld

116,4

– 52,0

149,1

269,0

294,9

 

Rentebaten

– 25,2

– 219,0

– 311,3

– 504,1

– 641,0

 

Diversen

30,7

13,3

16,2

2,6

1,0

 

275,7

– 202,9

410,7

– 66,8

– 26,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

275,7

– 202,9

410,8

– 66,7

– 26,3

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

3.612,3

2.792,9

4.286,0

4.082,8

4.152,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

3.612,3

2.792,9

4.286,0

4.082,8

4.152,8

Mutatie in rekening-courant en deposito

De inleg van de sociale fondsen is gewijzigd als gevolg van mutaties in de premieontvangsten en de premiegefinancierde uitgaven.

Rente vaste schuld (uitgaven)

De raming van de rentelasten vaste schuld wijzigt als gevolg van bijstellingen van de rentetarieven en de financieringsbehoefte.

Rente vlottende schuld

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt als gevolg van bijstellingen van de rentetarieven en de financieringsbehoefte.

Rentelasten

De raming van rentelasten kasbeheer is aangepast, als gevolg van een wijziging van de rekenrente en veranderingen bij de aangehouden middelen.

Verstrekte leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) leiden tot een aanpassing van de voorziene uitgaven.

Aflossingen op leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) leiden tot een aanpassing van de voorziene ontvangsten.

Rente vaste schuld (niet-belastingontvangsten)

De rentebaten op de vaste schuld bestaan (nagenoeg volledig) uit baten op afgesloten swaps. Nieuw afgesloten swaps leiden tot mutaties op de baten.

Rentebaten

De raming van de rentebaten kasbeheer is aangepast als gevolg van een wijziging van de rekenrente.

IXB Financiën

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

9.179,4

8.060,1

7.725,2

7.406,9

7.124,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Egalisatiereserve rgd

41,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Ict capaciteit

35,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

21,5

9,3

11,5

8,8

8,8

 

97,9

9,3

11,5

8,8

8,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Egalisatievordering rijkshuisvesting

– 41,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

47,3

36,7

34,6

34,0

33,7

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Iabf

1.140,5

– 1.575,0

– 1.342,0

– 1.153,0

– 929,0

 

Diversen

1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

1.147,4

– 1.538,3

– 1.307,4

– 1.119,0

– 895,3

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

1.245,2

– 1.529,0

– 1.295,9

– 1.110,2

– 886,5

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

10.424,6

6.531,1

6.429,3

6.296,7

6.237,5

Totaal Internationale samenwerking

83,4

343,0

317,5

209,7

273,8

Stand Voorjaarsnota 2014

10.508,0

6.874,0

6.746,8

6.506,5

6.511,3

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

6.063,2

5.607,0

4.111,7

3.857,3

3.566,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Dividend staatsdeelnemingen

137,5

65,1

119,7

144,7

169,7

 

Vrijval senogom en ekv

41,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Winstafdracht dnb

78,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

19,3

8,6

8,6

8,6

8,6

 

276,9

73,7

128,3

153,3

178,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

31,6

17,8

16,1

15,6

15,6

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Fee garantie bancaire leningen

– 55,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Iabf

2.593,9

– 1.576,0

– 1.342,0

– 1.152,0

– 928,0

 

Ing

100,0

– 100,0

0,0

0,0

0,0

 

Winstafdracht dnb

– 126,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

– 4,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

2.538,6

– 1.658,2

– 1.325,9

– 1.136,4

– 912,4

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

2.815,7

– 1.584,5

– 1.197,6

– 983,1

– 734,1

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

8.878,9

4.022,6

2.914,1

2.874,2

2.832,4

Totaal Internationale samenwerking

3,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

8.882,6

4.022,6

2.914,1

2.874,2

2.832,4

Egalisatievordering Rijkshuisvestingsstelsel (uitgaven; beleidsmatige en technische mutaties) & vrijval senogom en EKV (ontvangsten)

Het kabinet heeft besloten tot een nieuwe vormgeving van het Rijkshuisvestingsstelsel per 1-1-2016 (2011–2012 TK 31 490, nr. 75). Een van de gevolgen hiervan is dat de huidige huurcontracten voortijdig worden opengebroken. Gedurende de looptijd van het huurcontract heeft de Rijksgebouwendienst (RGD) een vordering op de balans (zogenaamde egalisatievordering), dit werd in de loop der tijd afgelost door het departement als gebruiker van een pand. Doordat de huurcontracten voortijdig moeten worden opengebroken vanwege de overgang naar het nieuwe huisvestingsstelsel, dienen departementen deze egalisatievordering voortijdig af te lossen. Afgesproken is dat dit vanaf VJN 2014 tot en met NJN 2015 mag. Financiën lost bij 1ste suppletoire begroting 2014 de egalisatievordering af. De technische uitgavenmutatie betreft de overboeking naar het Ministerie van BZK. De egalisatievordering wordt gedekt door vrijval van de senogomreserve en een ramingsbijstelling van de premies bij de exportkredietverzekeringen.

ICT capaciteit

In 2014 wordt 35 mln. beschikbaar gesteld aan de Belastingdienst voor ICT uitgaven om systemen en processen robuuster te maken. Het huidige ICT-landschap is verouderd, waardoor de mogelijkheid veranderingen door te voeren begrensd is.

IABF (uitgaven en ontvangsten)

De ontvangsten in 2014 zijn lager dan geraamd omdat in december 2013 een deel van de Alt-A portefeuille is verkocht. Het restant van de portefeuille is begin 2014 verkocht (vanaf 2015 zijn de ontvangsten en uitgaven daarom naar nul bijgesteld).

Dividend staatsdeelnemingen

Deze meevaller wordt voornamelijk veroorzaakt dan een hoger dan geraamd dividend bij de staatsdeelnemingen. Op basis van nieuwe businessplannen valt het geraamde dividend voor onder andere Urenco, Gasunie en Schiphol hoger uit.

Winstafdracht DNB (beleidsmatige en technische mutaties)

De winstafdracht DNB voor 2014 (DNB boekjaar 2013) is lager dan geraamd. Dit leidt tot een bijstelling. De winst valt lager uit door minder opbrengsten uit de open market operations (OMO) van de ECB en lagere vermogenswinsten.

Fee garantie bancaire leningen

Als onderdeel van de exit-strategie wordt sinds 1 januari 2011 aan banken die onder de garantieregeling leningen hadden uitgegeven de mogelijkheid geboden gegarandeerde leningen terug te kopen. ABN AMRO, NIBC, Achmea, leaseplan en ING hebben vervroegd een deel van hun lening afgelost. Door het vervroegd aflossen van de garantie interbancaire leningen wordt in 2014 minder fee ontvangen dan geraamd. Voor deze transactie is in eerdere jaren een closing out fee betaald aan de Staat ter compensatie van de naar beneden bijgestelde meerjarige premie-inkomsten.

ING

Op 31 maart 2014 heeft ING weer een tranche terugbetaald van de kapitaalinjectie. Het gaat om een betaling van 1,225 mld., 100 mln. meer dan geraamd, omdat dit deel van de geraamde betaling in 2015 een jaar is vervroegd. In 2015 is er juist sprake van een tegenvaller van 100 mln.

X Defensie

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

7.583,6

7.444,9

7.475,8

7.474,8

7.426,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Behoud 45 pantserinfanteriebataljon

5,6

24,7

37,6

38,9

43,4

 

Bijstelling investeringen (incl chinook simulator)

1,3

37,0

16,2

8,0

– 0,1

 

Doorwerking eindejaarsmarge defensie

– 31,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Doorwerking ontvangsten

– 30,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Doorwerking ontvangsten wia premie & sociale lasten belastingdienst

15,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Doorwerking verkoopopbrengst jss

0,0

0,0

– 56,0

– 44,8

– 44,8

 

Intensivering defensie

– 50,0

– 90,0

– 90,0

– 90,0

– 90,0

 

Inzet regionale werkgelegenheid

0,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

 

Kasschuif sociaal beleidskader (sbk)

– 35,0

35,0

0,0

0,0

0,0

 

Omvorming 13e gemechaniseerde brigade naar gemotoriseerd

– 8,5

– 18,7

– 23,3

– 23,7

– 25,0

 

Reservering prijsbijstelling 2014

49,0

49,0

49,0

49,0

49,0

 

Uitdelen allocatie gelden

– 16,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Vliegbasis leeuwarden

0,4

9,2

13,8

14,5

16,7

 

Diversen

28,5

28,5

34,7

36,0

35,0

 

– 71,2

59,7

– 33,0

– 27,1

– 30,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Intensivering defensie (begrotingsakkoord 2013)

50,0

90,0

90,0

90,0

90,0

 

Diversen

2,4

0,9

– 4,2

– 4,1

– 4,9

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Diversen

0,2

0,2

0,1

0,2

0,1

 

52,6

91,1

85,9

86,1

85,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 18,7

150,8

53,0

59,0

54,5

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

7.565,0

7.595,6

7.528,7

7.533,8

7.480,4

Totaal Internationale samenwerking

322,1

16,9

15,5

14,2

14,2

Stand Voorjaarsnota 2014

7.887,1

7.612,5

7.544,3

7.548,0

7.494,6

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

325,4

287,3

310,4

299,9

314,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Aanpassing verkoopopbrengst jss

0,0

0,0

– 56,0

– 44,8

– 44,8

 

Bijstellen ontvangsten

– 30,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Bijstelling ontvangsten wia premie & sociale lasten belastingdienst

15,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

9,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 5,2

0,0

– 56,0

– 44,8

– 44,8

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 5,3

0,0

– 56,0

– 44,8

– 44,8

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

320,1

287,3

254,4

255,1

270,1

Totaal Internationale samenwerking

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

Stand Voorjaarsnota 2014

321,5

288,7

255,8

256,5

271,5

Behoud 45 pantserinfanteriebataljon

Dit is de toevoeging van budget voor het behoud van het 45ePantserinfanteriebataljon zoals is afgesproken in de begrotingsafspraken.

Bijstelling investeringen (incl chinook simulator)

Dit betreft voornamelijk de extra investering in een simulator voor de Chinook-helikopter.

Doorwerking eindejaarsmarge defensie

Door een overschrijding van de uitgaven over 2013 wordt de uitgavenruimte voor 2014 met 31,2 mln. verlaagd.

Doorwerking ontvangsten

De lagere ontvangsten worden veroorzaakt door het verschuiven van de verkoopontvangsten (30 mln.) van materieel naar latere jaren als gevolg van afnemende mogelijkheden op de markt. Hierdoor worden ook de uitgavenruimte voor 2014 met 30 mln. verlaagd.

Doorwerking ontvangsten wia premie & sociale lasten belastingdienst

Dit betreft de doorwerking aan de uitgavenkant van hogere ontvangsten als gevolg van restitutie van de belastingdienst van eerder betaalde WIA-premies en sociale lasten.

Doorwerking verkoopopbrengst JSS

Doordat als gevolg van de begrotingsafspraken het Joint Support Schip (JSS) niet wordt verkocht, nemen de verkoopopbrengsten af. Hierdoor wordt aan de uitgavenkant ook de investeringsruimte met hetzelfde bedrag verlaagd.

Intensivering defensie

Dit betreft de doorverdeling van de intensivering voor Defensie uit de begrotingsafspraken, deze bedraagt 50mln. voor 2014, oplopend tot 90mln. vanaf 2015.

Inzet regionale werkgelegenheid

Dit bedrag wordt conform de begrotingsafspraken ingezet om de Johan Willem Frisokazerne in Assen open te houden.

Kasschuif Sociaal Beleidskader (SBK)

Door vertraging in het personele reorganisatietraject wordt een deel van de budgetten voor de SBK-regelingen doorgeschoven naar 2015 omdat dan naar verwachting een hogere instroom is in de desbetreffende regelingen.

Omvorming 13e gemechaniseerde brigade naar gemotoriseerd

Deze reeks betreft de aanpassing van de budgetten voor het omvormen van de 13eGemechaniseerde Brigade in Oirschot naar een gemotoriseerde brigade. Deze maatregel vloeit voort uit de begrotingsafspraken van eind 2013.

Reservering prijsbijstelling 2014

Een deel van de extra middelen die defensie ontvangt naar aanleiding van de begrotingsafspraken, dient om het niet volledig uitkeren van de prijscompensatie in 2014 op te vangen. Hiervoor wordt 49 mln. gereserveerd.

Uitdelen allocatie gelden

Vanuit het artikel nominaal zijn tekorten bij de budgetten voor het Nationaal Militair Museum (4,6 mln.), de Patriots (3,8 mln.), de personeelsbudgetten van de CLAS (3 mln.) en het Marinemuseum (1,6 mln.) aangevuld.

Vliegbasis Leeuwarden

Deze reeks betreft het terugdraaien van de maatregel om de vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 al om te vormen van Main Operating Base (MOB) naar een kleinere Deployable Operating Base (DOB).

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Dit betreft verschillende maatregelen uit de nota «in het belang van Nederland» die naar aanleiding van het extra geld uit de begrotingsafspraken zijn teruggedraaid. Al deze keuzes zijn opgenomen in de Nota van wijziging bij de begroting 2014. Onder dit kopje vallen voornamelijk; het behoud van de marinierscompagnie op Aruba (8,4 mln.), het aanhouden van het JSS (7 mln.) en de gebruiksvergoeding voor de infrastructuur van Assen (5,5 mln.). Daarnaast is er bij CZSK, CLAS, Kmar en CDC voor in totaal 10 mln. aan budget toegevoegd aan de exploitatiebudgetten om de operationele capaciteiten te versterken.

Intensivering defensie (begrotingsakkoord 2013)

Dit betreft de intensiveringsreeks voor Defensie uit de begrotingsafspraken, deze bedraagt 50mln. voor 2014, oplopend tot 90mln. vanaf 2015.

Aanpassen verkoopopbrengst JSS

Doordat als gevolg van de begrotingsafspraken het Joint Support Schip (JSS) niet wordt verkocht, nemen de verkoopopbrengsten af.

Bijstelling ontvangsten

De lagere ontvangsten worden veroorzaakt door het verschuiven van de verkoopontvangsten (30 mln.) van materieel naar latere jaren als gevolg van afnemende mogelijkheden op de markt.

Bijstelling ontvangsten wia premie & sociale lasten belastingdienst

Dit betreft hogere ontvangsten als gevolg van restitutie van de belastingdienst van eerder betaalde WIA-premies en sociale lasten.

XII Infrastructuur en Milieu

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

10.229,8

9.193,8

9.238,9

9.639,7

9.153,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Eindejaarsmarge

29,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Kasschuif if

– 250,0

0,0

150,0

100,0

0,0

 

Diversen

20,1

– 0,5

– 2,5

– 2,5

– 2,5

 

– 200,9

– 0,5

147,5

97,5

– 2,5

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 25,7

9,7

10,1

10,0

8,1

 

– 25,7

9,7

10,1

10,0

8,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 226,6

9,2

157,6

107,5

5,6

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

10.003,1

9.203,0

9.396,5

9.747,2

9.159,0

Totaal Internationale samenwerking

24,1

19,7

20,5

18,3

18,3

Stand Voorjaarsnota 2014

10.027,2

9.222,6

9.417,0

9.765,4

9.177,3

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

261,3

244,0

220,7

213,5

213,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Raming ontvangsten emissiehandel

0,0

0,0

0,0

0,0

– 200,0

 

Diversen

14,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 

14,8

0,0

0,0

0,0

– 200,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

5,4

0,4

0,3

0,3

0,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Nieuwe raming ontvangsten emissiehandel

– 53,0

– 32,0

– 11,0

24,0

24,0

 

Raming ontvangsten emissiehandel

0,0

0,0

0,0

0,0

200,0

 

– 47,6

– 31,6

– 10,7

24,3

224,3

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 32,8

– 31,7

– 10,7

24,3

24,3

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

228,5

212,4

210,0

237,8

237,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

228,5

212,4

210,0

237,8

237,8

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge van 2013 is toegevoegd aan de begroting 2014 van IenM.

Kasschuif IF

Er is een kasschuif binnen het Infrastructuurfonds van 2014 naar 2016 en 2017 om de schommelingen binnen het budget te egaliseren.

Diversen – beleidsmatige mutaties

Dit betreft het saldo van o.a. de volgende mutaties: de uitgaven voor de internationale uitvoering van de Interreg programma’s, de invulling van de taakstelling voor het topsectorenbeleid uit het Regeerakkoord, een verhoging van de uitgaven ten behoeve van BRIKS-vergunningverlening en meer uitgaven voor het Planbureau voor de Leefomgeving ten behoeve van onderzoek.

Diversen – Technische mutaties

Dit betreft overboekingen van en naar andere departementen, de loon- en prijsbijstelling en de decentralisatie van de Nota Ruimte (het project «IJsselsprong» wordt gedecentraliseerd naar het Provinciefonds).

Raming ontvangsten emissiehandel (beleidsmatige mutaties & technische mutaties)

De ontvangsten uit de emissiehandel in 2018 waren abusievelijk kaderrelevant geboekt, terwijl deze niet- kaderrelevant behoren te zijn. Deze mutatie betreft de technische correctie daarvan.

Diversen – technische mutaties

In verband met het grotere aantal BRIKS- vergunningen dat moet worden verleend is er sprake van hogere ontvangsten van het Ministerie van Defensie voor de kosten van de BRIKS-vergunningen. Daarnaast ontvangt het Planbureau voor de Leefomgeving meer inkomsten voor de uitvoering van onderzoek.

Nieuwe raming ontvangsten emissiehandel

In Europees verband is besloten het aantal te veilen rechten in 2014, 2015 en 2016 met in totaal 900 mln. te beperken en deze in 2019 en 2020 alsnog op de markt te brengen («backloaden»). Het Nederlandse aandeel in de te veilen rechten bedraagt 3,23%. Dit betekent dat ook in Nederland het aantal te veilen rechten zal wijzigen. De mutatie heeft consequenties voor de in de begroting opgenomen ontvangstenreeks (art.19). Met deze mutatie wordt die reeks aangepast.

XIII Economische Zaken

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

4.977,6

4.792,0

4.923,2

4.913,9

5.015,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Begrotingsafspraken 2014/herschikking subsidies

0,0

– 47,5

– 95,0

– 95,0

– 95,0

 

Bmkb

26,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Groen onderwijs

17,9

17,8

17,7

22,1

19,6

 

If ejm

95,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Mep

– 17,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Rom's

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Sde

– 15,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Tki toeslag

– 32,7

– 12,0

– 5,8

0,0

0,0

 

Veilingen

18,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

– 23,3

13,0

4,8

0,1

0,1

 

89,5

– 28,7

– 78,3

– 72,8

– 75,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Begrotingsafspraken 2014/herschikking subsidies

0,0

0,0

43,9

43,9

43,9

 

Onttrekkingen uit interne begrotingsreserve landbouw

31,4

8,5

6,6

4,0

1,9

 

Provinciefonds/natuurmiddelen

– 100,0

– 100,0

– 300,0

– 300,0

– 200,0

 

Diversen

54,4

36,0

31,0

36,4

32,9

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Diversen

0,2

8,1

0,0

0,0

0,0

 

– 14,0

– 47,4

– 218,5

– 215,7

– 121,3

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

75,5

– 76,1

– 296,8

– 288,5

– 196,7

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

5.053,0

4.715,9

4.626,4

4.625,4

4.819,2

Totaal Internationale samenwerking

58,5

53,4

45,7

43,6

43,6

Stand Voorjaarsnota 2014

5.111,6

4.769,3

4.672,0

4.669,1

4.862,8

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

12.733,8

11.742,0

11.512,0

10.754,1

10.538,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 5,3

0,0

0,0

0,1

0,1

 

– 5,3

0,0

0,0

0,1

0,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Onttrekkingen uit interne begrotingsreserve landbouw

31,4

8,5

6,6

4,0

1,9

Diversen

68,2

38,7

33,2

28,6

25,9

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Aardgasbaten

– 504,0

– 751,0

– 1.366,0

– 546,0

– 454,0

 

Diversen

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 384,4

– 703,8

– 1.326,2

– 513,4

– 426,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 389,7

– 703,8

– 1.326,2

– 513,3

– 426,1

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

12.344,1

11.038,1

10.185,7

10.240,8

10.112,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

12.344,1

11.038,1

10.185,7

10.240,8

10.112,2

Begrotingsafspraken 2014/herschikking subsidies

Dit betreft de verwerking van het EZ-deel van de taakstelling op het bedrijfslevenbeleid uit de begrotingsafspraken 2014.

BMKB

Als gevolg van de conjunctuur van de afgelopen jaren worden er ook voor 2014 hoger dan in de begroting geraamde schades BMKB verwacht. Op basis van de aangepaste verwachtingen wordt de uitgavenraming van de BMKB in de begroting opgehoogd met 26,5 mln.

Groen Onderwijs

Door stijgende leerlingen- en studentenaantallen nemen de kosten van het Groen onderwijs toe.

IF ejm

De onderuitputting 2013 van het Innovatiefonds (IF) wordt aan de begroting 2014 toegevoegd.

MEP en SDE

In de MEP- en SDE raming 2014 is sprake van lagere uitgaven (door prijsmeevallers). Deze lagere uitgaven hebben geen consequenties voor het doelbereik duurzame energie in 2020 (14%) of 2023 (16%).

ROM’s

Er vindt een herschikking van kapitaal plaats tussen de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). Hetvrijkomende kapitaal zal wordenbestemd voor herinvestering in ROM's die behoefte hebben aan additioneel participatiekapitaal.

TKI toeslag

Doordat de uitfinanciering van de aangegane verplichtingen voor de Toeslag Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI-toeslag) plaatsvindt op basis van liquiditeitsbehoefte verspreid over de duur van de onderzoekstrajecten, zijn er in 2014 minder kasmiddelen benodigd.

Veilingen

Er is 18,5 mln. beschikbaar op de begroting EZ samenhangend met kosten van veilingen.

Onttrekkingen uit interne begrotingsreserve landbouw (uitgaven en niet-belasting ontvangsten)

Vanuit de begrotingsreserve landbouw worden onder meer middelen onttrokken voor de Programmatische Aanpak Stikstof (13 mln. in 2014) en het oplossen van budgettaire tekorten op de diverse regelingen op het Agro-terrein.

Provinciefonds/natuurmiddelen

Dit betreft een structurele overheveling naar het Provinciefonds van de middelen van het «Natuurpact ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland» (TK, 33 576, nr. 6).

Aardgasbaten

De verlaging van de aardgasbaten is het gevolg van het kabinetsbesluit van 17 januari jl. Dit besluit behelst ten eerste een reductie van het volume van het uit het Groningengasveld gewonnen gas tot 42,5 mld kubieke meter in 2014/2015 en in tot 40 mld kubieke meter in 2016. De raming van de aardgasbaten wordt voor 2017 en 2018 gebaseerd op 40 mld. m3 (hetzelfde niveau als in 2016 waartoe het kabinet eerder reeds besloten heeft). Na 2018 wordt het productieverlies weer goedgemaakt. Dit is een technische aanpassing van de raming. Besluitvorming over de maximale productie na 2016 vindt plaats in 2016. Daarnaast is rekening gehouden de aardgasbatenderving als gevolg van het compensatiepakket voor Groningen samenhangend met de aardbevingen.

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

33.755,4

36.831,2

36.616,8

36.693,7

36.928,4

 

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Bijstand

– 456,0

– 576,0

– 609,0

– 460,0

– 344,0

 

Kinderopvangtoeslag

– 73,0

– 49,0

– 44,0

– 39,0

– 17,0

 

Kindgebonden budget

– 22,7

– 39,8

– 53,3

– 50,1

– 53,6

 

Wajong

42,7

43,4

45,8

50,1

54,4

 

Diversen

22,4

0,7

– 1,2

0,1

– 4,3

 

– 486,6

– 620,7

– 661,7

– 498,9

– 364,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Eindejaarsmarge rbg-eng

17,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Kasschuiven rbg-eng

– 40,9

41,3

– 0,6

– 1,3

0,7

 

Diversen

– 3,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Sociale zekerheid

         
 

Begrotingsafspraken 2014 arbeidsmarkt

0,0

14,0

15,0

0,0

0,0

 

Behoud gratis schoolboeken

0,0

– 30,0

– 90,0

– 90,0

– 90,0

 

Eindejaarsmarge sza

46,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Hervorming kindregelingen

28,7

85,0

262,1

395,3

395,3

 

Inhouden loon/prijsbijstelling 2014 uwv/svb

0,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

 

Inhouden lpo uwv+svb

7,3

18,5

18,2

16,3

16,2

 

Intensivering kinderopvangtoeslag

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

 

Inzet reservering kinderopvangtoeslag

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

 

Inzet restant eindejaarsmarge sza

– 46,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Kasschuiven sza

– 122,4

5,5

54,6

31,1

36,1

 

Mkob verlaging

– 15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Prikkelwerking/alimentatie wwb

0,0

– 140,0

– 180,0

– 180,0

– 180,0

 

Terugdraaien versobering anw

0,0

– 17,0

– 47,0

– 72,0

– 92,0

 

Terugdraaien versobering zelfstandigenaftrek

0,0

16,0

16,0

16,0

16,0

 

Wwb/p-wet overige aanpassingen

41,9

– 23,3

– 98,5

– 135,8

– 109,0

 

Wwb/p-wet zittend bestand wajong

– 40,0

21,7

95,0

126,0

91,0

 

Wwz uitvoeringskosten

0,9

– 2,1

– 26,1

7,3

– 7,7

 

Diversen

27,5

25,5

33,6

23,3

27,2

 

– 98,1

– 14,9

22,3

106,2

73,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Intensivering armoede- en schuldenbeleid

– 70,0

– 90,0

– 90,0

– 90,0

– 90,0

 

Diversen

7,9

11,2

11,0

6,0

4,6

 

Sociale zekerheid

         
 

Diversen

16,8

28,3

26,9

25,8

25,1

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Bikk aow

306,1

332,7

352,7

371,9

393,2

 

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderdomsfonds

– 67,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

– 2,6

– 3,1

– 3,9

– 4,9

– 5,7

 

190,3

279,1

296,7

308,8

327,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 394,5

– 356,5

– 342,7

– 83,8

36,4

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

33.360,9

36.474,8

36.274,1

36.609,8

36.964,8

Totaal Internationale samenwerking

0,5

0,5

0,5

0,4

0,4

Stand Voorjaarsnota 2014

33.361,4

36.475,3

36.274,6

36.610,3

36.965,2

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

1.766,2

1.728,2

1.736,5

1.715,3

1.724,5

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Diversen

– 0,8

– 4,3

– 5,0

– 8,5

– 12,0

 

– 0,8

– 4,3

– 5,0

– 8,5

– 12,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Hervorming kindregelingen

0,0

– 1,7

– 10,3

– 15,9

– 17,2

 

0,0

– 1,7

– 10,3

– 15,9

– 17,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 0,7

– 6,0

– 15,3

– 24,4

– 29,2

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

1.765,5

1.722,2

1.721,2

1.690,8

1.695,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

1.765,5

1.722,2

1.721,2

1.690,8

1.695,3

Bijstand

De uitgaven aan de bijstand worden neerwaarts bijgesteld als gevolg van lagere verwachte werkloosheidscijfers dan waar eerder mee gerekend werd.

Kinderopvangtoeslag

Op basis van uitvoeringsinformatie van de belastingdienst is de raming van de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag naar beneden bijgesteld. Dit komt voornamelijk doordat het aantal kinderen in de kinderopvang is afgenomen ten opzichte van de raming in de begroting 2014.

Kindgebonden budget

De raming van uitgaven aan het kindgebonden budget is neerwaarts bijgesteld op basis van nieuwe inkomensgegeven van het CPB. Door de hogere economische groei en hogere inkomens hebben minder mensen recht op een (hoger) kindgebonden budget.

Wajong

Uit uitvoeringsinformatie van het UWV blijkt dat het aantal mensen in de Wajong hoger is dan verwacht. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van de geraamde uitgaven aan de Wajong voor latere jaren.

Eindejaarsmarge rbg-eng

Dit betreft de overheveling van de eindejaarsmarge naar de begroting van SZW.

Kasschuiven rbg-eng

Om het kasritme van de uitgaven te ondersteunen worden diverse kasschuiven gedaan. De grootste hiervan betreft een kasschuif om de Rijksgebouwendienst te compenseren in 2015 in plaats van 2014 voor het mislopen van een gebruikersvergoeding.

Begrotingsafspraken 2014 arbeidsmarkt

Dit betreft een deel van de maatregelen uit bijlage 2 van de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19) ten behoeve van de werkgelegenheid. Tegenover deze hogere begrotingsgefinancierde uitgaven staat een gelijke daling van de premiegefinancierde uitgaven.

Behoud gratis schoolboeken

Dit betreft het aandeel van SZW in de maatregel behoud gratis schoolboeken uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Eindejaarsmarge sza en Ramingtechnische veronderstelling in=uit

Dit betreft de overheveling van de eindejaarsmarge naar de begroting van SZW. Gelijktijdig is de ramingstechnische veronderstelling in=uit geboekt op de Aanvullende Post. De combinatie van beide bewerkstelligt dat het totale uitgavenbeeld niet wijzigt.

Hervorming kindregelingen (uitgaven en ontvangsten)

Dit betreft het aandeel van SZW in de bijstelling van de hervorming kindregelingen uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Inhouden loon/prijsbijstelling 2014 uwv/svb

Dit betreft de maatregel inhouden loon/prijsbijstelling 2014 uwv/svb (premiedeel) uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Inhouden lpo uwv+svb

De maatregel inhouden loon/prijsbijstelling 2014 uwv/svb (premiedeel) stond taakstellend op nominaal en onvoorzien. Dit betreft een gedeelte van de invulling van de premiegefinancierde kant.

Intensivering kinderopvangtoeslag

Dit betreft de maatregel intensivering kinderopvangtoeslag uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Inzet reservering kinderopvangtoeslag

Dit betreft de inzet van de reservering kinderopvangtoeslag ter dekking van de maatregel intensivering kinderopvangtoeslag uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Inzet restant eindejaarsmarge sza

Ter dekking van het budgettaire beeld SZA zet SZW het restant van de eindejaarsmarge in.

Kasschuiven sza

Om het kasritme van de uitgaven binnen het kader SZA te ondersteunen worden diverse kasschuiven gedaan. De grootste hiervan betreft een schuif van 2014 naar 2015 in verband met het besluit om de huishoudentoeslag niet per 2015 in te voeren.

Mkob verlaging

Ter dekking van de vervroegde inwerkingtreding van de twee-woningenregel in de AOW wordt de koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichten (MKOB) per 1 maart 2014 extra verlaagd.

Prikkelwerking/alimentatie wwb

Dit betreft de maatregel prikkelwerking inkomensdeel WWB/aanscherpen alimentatie uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Terugdraaien versobering anw

Dit betreft het begrotingsgefinancierde deel van de maatregel terugdraaien versobering ANW uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Terugdraaien versobering zelfstandigenaftrek

Dit betreft het aandeel van SZW in de maatregel terugdraaien versobering zelfstandigenaftrek uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Wwb/p-wet overige aanpassingen

De aanpassingen WWB/P-wet (TK 33 161, nr. 154) bestaan uit meerdere begrotingsmutaties. Deze zijn per saldo budgettair neutraal (gedeeltelijk op koppeling uitkeringen). De overige aanpassingen betreffen onder andere de invoering van een studieregeling, het behouden van de ontheffing van de sollicitatieplicht alleenstaande ouders en het uitstel van de WWB-maatregelen naar 1 januari 2015. Ook de dekking vanuit de middelen ten behoeve van de verzachting van de kostendelersnorm zijn hierin meegenomen.

Wwb/p-wet zittend bestand wajong

De aanpassingen WWB/P-wet (TK 33 161, nr. 154) bestaan uit meerdere begrotingsmutaties. Deze zijn per saldo budgettair neutraal (gedeeltelijk op koppeling uitkeringen). De belangrijkste wijziging betreft het niet overgaan van het zittend bestand Wajong naar gemeenten.

Wwz uitvoeringkosten

Dit betreft de inzet van de reservering op nominaal en onvoorzien ten behoeve van de uitvoeringskosten Wet Werk en Zekerheid. Tegenover de lagere begrotingsgefinancierde uitgaven staat een gelijke stijging van de premiegefinancierde uitvoeringskosten.

Intensivering armoede- en schuldenbeleid

Voor de intensivering van het armoede- en schuldenbeleid worden middelen aan het Gemeentefonds toegevoegd.

Bikk aow

Op basis van het Centraal Economisch Plan van het CPB is de raming voor de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen (BIKK) aan het ouderdomsfonds voor 2014 en verder naar boven bijgesteld.

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderdomsfonds

De rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds voor 2014 is op basis van het Centraal Economisch Plan vastgesteld. Met deze mutatie wordt ook het vermogensoverschot (2013) van het ouderdomsfonds verrekend in de rijksbijdrage 2014.

Sociale Zekerheid

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014

78.957,7

84.380,7

85.401,5

85.723,3

86.315,9

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Aow

14,9

– 27,9

34,5

– 48,7

– 71,3

 

Bijstand

– 456,0

– 576,0

– 609,0

– 460,0

– 344,0

 

Iva

5,3

8,4

8,6

11,1

25,8

 

Kinderopvangtoeslag

– 73,0

– 49,0

– 44,0

– 39,0

– 17,0

 

Kindgebonden budget

– 22,7

– 39,8

– 53,3

– 50,1

– 53,6

 

Nominale ontwikkeling

– 0,2

104,4

79,7

46,0

32,2

 

Uwv uitvoeringskosten

0,0

– 94,3

– 93,3

– 71,2

– 58,3

 

Wajong

42,7

43,4

45,8

50,1

54,4

 

Wao

30,7

38,1

61,0

62,0

46,0

 

Wazo

– 25,3

– 16,1

– 11,1

– 6,1

– 1,1

 

Wga

– 79,4

– 96,2

– 125,4

– 164,9

– 193,5

 

Ww

– 358,8

– 897,5

– 1.042,4

– 912,7

– 677,3

 

Diversen

13,5

– 32,5

– 24,7

– 14,9

– 17,7

 

– 908,3

– 1.635,0

– 1.773,6

– 1.598,4

– 1.275,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Behoud gratis schoolboeken

0,0

– 30,0

– 90,0

– 90,0

– 90,0

 

Business cases intensivering toezicht

– 37,5

– 41,6

– 45,0

– 46,6

– 11,4

 

Eindejaarsmarge sza

46,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Hervorming kindregelingen

28,7

85,0

262,1

395,3

395,3

 

Inhouden loon/prijsbijstelling 2014 uwv/svb

0,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

 

Intensivering kinderopvangtoeslag

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

 

Inzet reservering kinderopvangtoeslag

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

 

Inzet restant eindejaarsmarge sza

– 46,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Kasschuiven sza

– 429,6

260,4

64,6

23,1

28,2

 

Prikkelwerking/alimentatie wwb

0,0

– 140,0

– 180,0

– 180,0

– 180,0

 

Ramingstechnische veronderstelling in=uit

– 46,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Steiler afbouwen huishoudentoeslag

0,0

– 45,0

– 48,0

– 50,0

– 50,0

 

Terugdraaien versobering anw

0,0

8,0

23,0

35,0

42,0

 

Wwb/p-wet overige aanpassingen

40,0

– 22,0

– 99,0

– 136,0

– 111,0

 

Wwb/p-wet zittend bestand wajong

– 40,0

22,0

99,0

136,0

111,0

 

Diversen

45,9

66,4

54,3

27,3

27,3

 

– 439,0

133,2

11,0

84,1

131,4

Technische mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Brutering

102,7

– 303,4

– 320,4

– 338,3

– 384,9

 

Diversen

0,1

13,7

13,2

12,2

13,5

 

102,8

– 289,7

– 307,2

– 326,1

– 371,4

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 1.244,5

– 1.791,6

– 2.069,9

– 1.840,3

– 1.515,6

Stand Voorjaarsnota 2014

77.713,1

82.589,1

83.331,6

83.883,0

84.800,3

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014

1.116,1

1.102,4

1.120,8

1.109,0

1.128,0

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Ww

– 26,1

– 26,1

– 26,1

– 26,1

– 26,1

 

Diversen

1,0

– 1,6

– 4,0

– 9,1

– 14,2

 

– 25,1

– 27,7

– 30,1

– 35,2

– 40,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Diversen

0,0

– 1,7

– 10,3

– 15,9

– 17,2

 

0,0

– 1,7

– 10,3

– 15,9

– 17,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 25,1

– 29,4

– 40,4

– 51,1

– 57,5

Stand Voorjaarsnota 2014

1.091,1

1.073,0

1.080,4

1.057,9

1.070,5

AOW

De raming van de uitgaven aan de AOW is bijgesteld op basis van de volumeprognose 2014 van de SVB. Daarnaast wordt nu voor het eerst de raming van de AOW-leeftijdverhoging gemaakt op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB.

Bijstand

De uitgaven aan de bijstand worden neerwaarts bijgesteld als gevolg van lagere verwachte werkloosheidscijfers dan waar eerder mee gerekend werd.

Iva

Het verwachte aantal mensen met een IVA-uitkering is naar boven bijgesteld op basis van uitvoeringsinformatie en een nieuwe lange termijn raming. Daartegenover staat dat de verwachte gemiddelde uitkering lager is dan eerder werd gedacht. Per saldo wordt de raming van de IVA-uitgaven opwaarts bijgesteld.

Kinderopvangtoeslag

Op basis van uitvoeringsinformatie van de belastingdienst zijn de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag naar beneden bijgesteld. Dit komt voornamelijk doordat het aantal kinderen in de kinderopvang is afgenomen ten opzichte van de raming in de begroting 2014.

Kindgebonden budget

De raming van uitgaven aan het kindgebonden budget is neerwaarts bijgesteld op basis van nieuwe inkomensgegeven van het CPB. Door de hogere economische groei en hogere inkomens hebben minder mensen recht op een (hoger) kindgebonden budget.

Nominale ontwikkeling

De mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van CPB-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid.

Uwv uitvoeringskosten

De raming van de uitvoeringskosten van UWV wordt voor 2015 en verder naar beneden bijgesteld. Dit wordt met name veroorzaakt door een lager aantal WW-uitkeringen waardoor het UWV minder kosten heeft voor het uitvoeren van de WW.

Wajong

Uit uitvoeringsinformatie van het UWV blijkt dat het aantal mensen in de Wajong hoger is dan verwacht. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van de geraamde uitgaven aan de Wajong voor latere jaren.

Wao

De opwaartse bijstelling van de geraamde uitgaven aan de WAO wordt met name veroorzaakt door een hogere gemiddelde uitkering op basis van een nieuwe lange termijn raming.

Wazo

De raming van de WAZO-uitgaven wordt naar beneden bijgesteld. Het totaal aantal geboorten ligt lager, daarmee is het verwachte aantal uitkeringen voor zwangerschaps- en bevallingsverlof ook lager.

Wga

Het verwachte aantal mensen dat de WGA instroomt neemt meerjarig af. Daarnaast wordt de verwachte gemiddelde uitkering naar beneden bijgesteld op basis van een nieuwe lange termijn raming. Hierdoor worden de geraamde uitgaven aan de WGA neerwaarts bijgesteld.

Ww (uitgaven en ontvangsten)

De raming van de WW-uitgaven wordt neerwaarts bijgesteld. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de lagere verwachte werkloosheid dan bij MEV.

Behoud gratis schoolboeken

Dit betreft het aandeel van SZW in de maatregel behoud gratis schoolboeken uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Business cases intensivering toezicht

Dit betreft het saldo van de besparing op uitkeringslasten en de intensivering op uitvoeringskosten door versterking van het toezicht van UWV en SVB.

Eindejaarsmarge sza en Ramingtechnische veronderstelling in=uit

Dit betreft de overheveling van de eindejaarsmarge naar de begroting van SZW. Gelijktijdig is de ramingstechnische veronderstelling in=uit geboekt op de Aanvullende Post. De combinatie van beide bewerkstelligt dat het totale uitgavenbeeld niet wijzigt.

Hervorming kindregelingen

Dit betreft het aandeel van SZW in de bijstelling van de hervorming kindregelingen uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Inhouden loon/prijsbijstelling 2014 uwv/svb

Dit betreft de maatregel inhouden loon/prijsbijstelling 2014 uwv/svb (premiedeel) uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Intensivering kinderopvangtoeslag

Dit betreft de maatregel intensivering kinderopvangtoeslag uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Inzet reservering kinderopvangtoeslag

Dit betreft de inzet van de reservering kinderopvangtoeslag ter dekking van de maatregel intensivering kinderopvangtoeslag uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Inzet restant eindejaarsmarge sza

Ter dekking van het budgettaire beeld SZA zet SZW het restant van de eindejaarsmarge in.

Kasschuiven sza

Om het kasritme van de uitgaven binnen het kader SZA te ondersteunen worden diverse kasschuiven gedaan. De grootste hiervan betreft een schuif van 2014 naar 2015 in verband met het besluit om de huishoudentoeslag niet per 2015 in te voeren.

Prikkelwerking/alimentatie wwb

Dit betreft de maatregel prikkelwerking inkomensdeel WWB/aanscherpen alimentatie uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Steiler afbouwen huishoudentoeslag

Dit betreft de maatregel steiler afbouwen huishoudentoeslag uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Terugdraaien versobering anw

Dit betreft de maatregel terugdraaien versobering ANW uit de begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr. 19).

Wwb/p-wet overige aanpassingen

De aanpassingen WWB/P-wet (TK 33 161, nr. 154) bestaan uit meerdere begrotingsmutaties. Deze zijn per saldo budgettair neutraal. De overige aanpassingen betreffen onder andere de invoering van een studieregeling, het behouden van de ontheffing van de sollicitatieplicht alleenstaande ouders en het uitstel van de WWB-maatregelen naar 1 januari 2015. Ook de dekking vanuit de middelen ten behoeve van de verzachting van de kostendelersnorm zijn hierin meegenomen.

Wwb/p-wet zittend bestand wajong

De aanpassingen WWB/P-wet (TK 33 161, nr. 154) bestaan uit meerdere begrotingsmutaties. Deze zijn per saldo budgettair neutraal. De belangrijkste wijziging betreft het niet overgaan van het zittend bestand Wajong naar gemeenten.

Brutering

Diverse uitkeringen zijn netto gekoppeld aan het netto minimumloon, maar kennen een ander bruto-netto traject dan het minimumloon. Wijzigingen in het bruto-netto traject van het minimumloon leiden tot aanpassing van het netto minimumloon. De uitkeringen die netto zijn gekoppeld, worden evenredig aangepast maar door het andere bruto-netto traject kan de bruto uitkering een afwijkende ontwikkeling vertonen dan die van het bruto mimimumloon. Het effect hiervan op de uitkeringslasten wordt het bruteringseffect genoemd. Het uitgavenkader SZA is voor dit effect gecorrigeerd.

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

14.811,7

15.307,7

15.346,3

15.899,9

17.056,9

Mee- en tegenvallers

         
 

Zorg

         
 

Tegemoetkomingen wtcg

65,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

65,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Beleidmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Middelen jeugdhulp

– 2,0

– 34,0

– 34,0

– 34,0

– 34,0

 

Kasschuif CIZ transitie

15,0

0,0

– 15,0

0,0

0,0

 

OVA jeugd

7,9

16,2

2,4

2,4

2,4

 

Fiscale ondersteuning chronisch zieken en gehandicapten

0,0

38,0

38,0

38,0

38,0

 

Transitie jeugdzorgplus-instellingen

17,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Taakstellende onderuitputting

10,0

– 25,0

25,0

10,0

10,0

 

Diversen

30,9

7,7

– 1,6

0,7

0,8

 

78,8

2,9

14,8

17,1

17,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Invoeringskosten decentralisatie jeugdhulp

– 30,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Kaderwijziging TSZ

– 42,3

– 52,3

– 41,3

– 38,3

– 38,3

 

Diversen

40,5

28,4

27,4

25,4

22,1

 

Zorg

         

Diversen

0,9

1,3

1,4

1,4

1,5

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Bijstelling BIKK

382,5

415,8

440,8

464,8

491,4

 

Bijstelling Zorgtoeslag

– 504,7

282,5

111,0

106,3

0,0

 

Kaderwijziging TSZ

42,3

52,3

41,3

38,3

38,3

 

Diversen

1,0

0,1

0,1

0,1

0,1

 

– 110,1

728,1

580,7

598,0

515,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

34,5

731,0

595,5

615,2

532,2

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

14.846,2

16.038,7

15.941,8

16.515,1

17.589,1

Totaal Internationale samenwerking

5,5

5,0

4,9

4,8

4,8

Stand Voorjaarsnota 2014

14.851,6

16.043,7

15.946,8

16.519,9

17.594,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

72,7

72,7

72,7

72,7

72,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Ontvangsten wanbetalers

20,0

10,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

5,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

25,9

10,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

22,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

22,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

47,9

10,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

120,5

82,7

72,7

72,7

72,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

120,5

82,7

72,7

72,7

72,7

Tegemoetkomingen Wtcg

De voor december 2013 voorziene uitbetaling van tegemoetkomingen Wtcg is deels over de jaargrens heengegaan als gevolg van het inkomensafhankelijk maken van de Wtcg.

Middelen Jeugdhulp

Dit gaat om de bij aanvang van de stelselherziening jeugd gereserveerde middelen voor uitvoeringsrisico’s. De middelen vallen vrij en worden aangewend voor de transitiekosten die bij de decentralisatie van de jeugdhulp mogelijk optreden.

Kasschuif CIZ transitie

Tegen de achtergrond van de hervorming langdurige zorg heeft het CIZ in 2014 aanzienlijke meerkosten. In 2016 zijn de exploitatiekosten fors lager dan de beschikbare middelen. Via een kasschuif wordt de ruimte uit 2016 in 2014 beschikbaar gesteld.

OVA Jeugd

Als gevolg van de afgesproken rijksbrede nullijn voor 2014, is sprake van een OVA-knelpunt bij de begrotingsgefinancierde sectoren die onder het OVA-convenant vallen.

Fiscale ondersteuning chronisch zieken en gehandicapten

Onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014. De fiscale regeling voor aftrek van specifieke zorgkosten wordt in aangepaste vorm gecontinueerd. De met deze fiscale regeling samenhangende Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten (TSZ) wordt ook voortgezet om verzilveringsproblematiek bij de fiscale regeling te voorkomen.

Transitie jeugdzorgplus-instellingen

De voorgenomen privatisering van de instellingen Almata en de Lindenhorst heeft, als gevolg van opgeschorte onderhandelingen met de bonden, vertraging opgelopen. De privatisering zal in 2014 tot stand komen. De middelen zijn via een kasschuif vanuit 2013 in 2014 beschikbaar gesteld.

Taakstellende onderuitputting

Om de VWS-begroting meerjarig sluitend te maken wordt de taakstellende onderuitputting vanaf 2016 structureel verlaagd. In 2015 wordt de taakstellende onderuitputting incidenteel opgehoogd. De intertemporele dekking bedraagt 40 mln.

Diversen – Beleidsmatige mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Dit is de optelsom van diverse mutaties. Dit betreft een aantal kleine intensiveringen, waaronder 6 miljoen voor sociale wijkteams en middelen die op verschillende posten vrijvallen, waaronder 9,4 miljoen bij de aanschaf van antivirale middelen.

Invoeringskosten decentralisatie jeugdhulp

Dit betreft invoeringskosten die samenhangen met de overheveling van de jeugdhulp naar gemeenten. De middelen worden gestort in het gemeentefonds.

Kaderwijziging TSZ

Het betreft een technische mutatie waarmee een andere behandeling van de regeling Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten (TSZ) binnen de begroting van VWS wordt geaccommodeerd.

Diversen – Technische mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Dit is een optelsom van de loon- en prijsbijstelling tranche 2014 voor het kader RBG-eng en verschillende technische mutaties en desalderingen, waaronder een ijklijnmutatie van 12,8 miljoen voor de werkzaamheden omtrent de PGB-trekkingsrechten en een ijklijnmutatie van 8,1 miljoen voor het plan van aanpak verbetering NVWA.

Diversen – Technische mutaties – Zorg

Dit betreft o.a. de loon- en prijsbijstelling tranche 2014 voor het begrotingsgefinancierde deel van het BKZ.

Bijstelling BIKK

Dit is de bijstelling Bijdrage in Kosten van Kortingen (BIKK) naar aanleiding van actuele ramingen van het Centraal Planbureau.

Bijstelling Zorgtoeslag

Dit is de bijstelling van de uitgavenraming zorgtoeslag naar aanleiding van actuele ramingen van het Centraal Planbureau.

Diversen – Technische mutaties – Niet tot de ijklijn behorend

Dit betreft de de eindafrekening van de Rijksbijdrage aan abortusklinieken en de loon- en prijsbijstelling tranche 2014 voor het kader N.

Ontvangsten wanbetalers

Het betreft het bijstellen van de ontvangstenraming in het kader van de wanbetalersregeling. In 2014 en 2015 worden extra opbrengsten bij deze regeling verwacht.

Diversen – Beleidsmatige mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Dit is een optelsom van verschillende mutaties en desalderingen.

Diversen – Technische mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Dit is een optelsom van verschillende mutaties en desalderingen.

Budgettair Kader Zorg

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014

72.895,0

74.391,2

76.490,3

78.563,8

81.825,9

Mee- en tegenvallers

         
 

Zorg

         
 

Eerstelijnszorg

– 118,8

– 118,8

– 118,8

– 118,8

– 118,8

 

Genees- en hulpmiddelen

– 751,6

– 606,6

– 606,6

– 606,6

– 606,6

 

Zorg in natura

54,6

15,8

– 7,9

– 7,9

– 7,9

 

Nominale ontwikkeling

– 242,7

– 560,8

– 362,4

– 440,8

– 400,2

 

Tegemoetkomingen wtcg

65,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

34,3

36,9

36,9

36,9

36,9

 

– 958,5

– 1.233,5

– 1.058,8

– 1.137,2

– 1.096,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Zorg

         
 

Beperken maatwerkvoorziening

0,0

– 438,0

– 438,0

– 438,0

– 438,0

 

Doelmatiger zorginkoop awbz

0,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

 

Extra ruimte geneesmiddelen

– 15,1

– 43,3

– 70,9

– 85,0

– 87,0

 

Inzet deel nominaal tbv zachte landing HLZ (Decemberdeal)

0,0

194,0

– 8,0

7,0

– 37,0

 

Mee-budget

0,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

 

Ramingbijstelling academische component

0,0

– 36,0

– 57,0

– 80,0

– 73,0

 

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

0,0

– 75,0

– 75,0

– 75,0

– 75,0

 

Tariefstelling hulpmiddelen

0,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

 

Transitie hervorming langdurige zorg

0,0

– 75,0

– 85,0

– 95,0

– 95,0

 

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg (intramuraal)

12,5

37,5

50,0

50,0

50,0

 

Diversen

35,1

– 19,1

– 15,8

– 39,3

– 39,5

 

32,5

– 654,9

– 899,7

– 955,3

– 994,5

Technische mutaties

         
 

Zorg

         
 

Diversen

– 29,8

– 25,7

– 25,7

– 23,9

– 15,8

 

– 29,8

– 25,7

– 25,7

– 23,9

– 15,8

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 955,7

– 1.914,0

– 1.984,3

– 2.116,4

– 2.106,9

Stand Voorjaarsnota 2014

71.939,3

72.477,1

74.506,0

76.447,4

79.719,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014

5.068,6

5.373,2

5.530,0

5.647,2

5.794,2

Mee- en tegenvallers

         
 

Zorg

         
 

Eigen bijdrage AWBZ

41,5

41,5

41,5

41,5

41,5

 

41,5

41,5

41,5

41,5

41,5

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

41,5

41,5

41,5

41,5

41,5

Stand Voorjaarsnota 2014

5.110,1

5.414,7

5.571,5

5.688,7

5.835,7

Eerstelijnszorg

De meevaller bij de eerstelijnssectoren doet zich voornamelijk voor bij de fysiotherapie (37 mln.) en de tandheelkundige specialistische zorg (38 mln.).

Genees- en hulpmiddelen

Uit cijfers van het CVZ over 2013 blijkt dat de vergoedingen voor geneesmiddelen in 2013 fors lager uitvielen ten opzichte van 2012 door een lagere volumegroei in combinatie met een nog verdere daling van de gemiddelde geneesmiddelenprijzen onder druk van patentverlies en het door zorgverzekeraars gevoerde preferentiebeleid. Daarnaast waren de uitgaven lager omdat het aantal uitgiftes door de apothekers minder groeide dan verwacht. Dit effect bedraagt 607 mln. en wordt structureel verondersteld. Bij de hulpmiddelen was bij de Begrotingsafspraken 2014 reeds een ramingbijstelling van 145 mln. vanaf 2015 verwerkt (zie «Tariefstelling hulpmiddelen»). Voor 2014 wordt nu ook incidenteel uitgegaan van 145 mln. lagere uitgaven. Daarmee komt de totale nog te boeken meevaller bij de genees- en hulpmiddelen op 752 mln. in 2014 en 607 mln. vanaf 2015.

Zorg in natura

Op basis van gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven geactualiseerd. Uit deze actualisering volgt per saldo een overschrijding van 55 mln. De achtergrond hiervan zijn de toegenomen kapitaallasten. Vanwege de geleidelijke invoering van de normatieve huisvestingscomponent en gelijktijdige afbouw van de nacalculatie kapitaallasten wordt deze tegenvaller (grotendeels) incidenteel verondersteld.

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB.

Tegemoetkomingen wtcg

De voor december 2013 voorziene uitbetaling van tegemoetkomingen Wtcg is deels over de jaargrens heengegaan als gevolg van het inkomensafhankelijk maken van de Wtcg.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Deze post is het saldo van diverse mee- en tegenvallers, waaronder de structurele meevaller ziekenvervoer (12 mln.) en diverse mee- en tegenvallers bij de AWBZ.

Beperken maatwerkvoorziening

Onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014. Als gevolg van het handhaven van een fiscale regeling voor chronisch zieken en gehandicapten wordt de maatwerkvoorziening beperkt. Het resterende budget voor de maatwerkvoorziening blijft beschikbaar voor gemeenten.

Doelmatiger zorginkoop awbz

Onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014. De groeiruimte AWBZ wordt vanaf 2015 beperkt met 30 mln. door doelmatiger zorginkoop. De contracteerruimte zal hierop worden aangepast.

Extra ruimte geneesmiddelen

In de geneesmiddelenraming is additionele ruimte vrijgevallen vanwege onder andere een aantal risico’s waarvoor geld gereserveerd was en die zich niet hebben voorgedaan.

Inzet deel nominaal tbv zachte landing HLZ (Decemberdeal)

Een deel van de nominale ontwikkeling (als gevolg van het afschaffen van de incidentele nacalculatie) is gebruikt als dekking bij de in december 2013 gemaakte afspraken met betrekking tot de zachte landing van de Hervorming Langdurige Zorg (Decemberdeal). De Decemberdeal (verzachtingen HLZ + de dekking) wordt volledig gepresenteerd in de Miljoenennota 2015.

MEE-budget

Als onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014 wordt het takenpakket van de MEE-organisaties versoberd.

Ramingsbijstelling academische component

De ramingsbijstelling van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg die reeds in de begroting 2014 verwerkt was bij deze beschikbaarheidsbijdrage is ingezet als onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

Mede als gevolg van het succes van preferentiebeleid door zorgverzekeraars is als onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014 de raming voor de uitgaven aan geneesmiddelen neerwaarts bijgesteld.

Tariefstelling hulpmiddelen

Onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014. Met zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties worden afspraken gemaakt om door scherpe inkoop van hulpmiddelen in 2015 een besparing te realiseren. Het tariefinstrument kan ingezet worden.

Transitie hervorming langdurige zorg

Onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014. Het betreft hier middelen die vrijvallen als gevolg van het vervallen van de regeling infrastructuur in het kader van de AWBZ (25 mln.), in- en uitvoeringskosten (25 mln.) en de vergoeding voor inventariskosten voor zorginstellingen (oplopend tot 45 mln.).

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg (intramuraal)

Het betreft middelen voor reeds ingezet beleid waarvan de financiering tot nu toe ad hoc was. Voorwaardelijke Toelating geneeskundige zorg (intramuraal) is in lijn met het regeerakkoord en effectueert dat een (beperkt) aantal potentieel waardevolle interventies, waarvan de effectiviteit nog niet helemaal vaststaat, via voorwaardelijke toelating de patiënt bereikt.

Eigen bijdrage AWBZ

Op basis van de CVZ-jaarcijfers doet zich in 2013 een ontvangstenmeevaller. De meevaller kan verklaard worden door een stijging van de eigen bijdrage bij zorg zonder verblijf en een hogere opbrengst door de vermogensinkomensbijtelling. Deze meevaller wordt structureel verondersteld.

XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

2.672,9

2.731,5

2.725,5

2.709,1

2.565,0

Stand Voorjaarsnota 2014

2.672,9

2.731,5

2.725,5

2.709,1

2.565,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

27,5

20,9

16,4

18,1

15,7

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

27,5

20,9

16,4

18,1

15,7

Totaal Internationale samenwerking

68,6

66,5

98,2

89,6

61,1

Stand Voorjaarsnota 2014

96,0

87,4

114,6

107,7

76,8

Relatie begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en de Homogene groep internationale samenwerking (HGIS)

De begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking bestaat enkel uit HGIS uitgaven. De mutaties op de HGIS uitgaven worden elders toegelicht.

XVIII Wonen & Rijksdienst

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

3.370,8

3.448,6

3.657,5

3.864,1

4.263,7

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Huurtoeslag ramingen

116,4

82,0

54,2

14,6

2,6

 

Diversen

1,9

1,5

1,5

1,5

1,5

 

118,3

83,5

55,7

16,1

4,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Dekking tekort huurtoeslag

0,0

– 31,0

– 31,0

– 31,0

– 31,0

 

Huurtoeslag (tekort 2013)

96,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Nationaal energiebespaarfonds

0,0

50,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

0,7

10,7

11,4

11,7

10,0

 

97,6

29,7

– 19,6

– 19,3

– 21,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Huurtoeslag (tekort 2013)

– 96,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

18,4

3,7

3,1

3,2

3,1

 

– 78,5

3,7

3,1

3,2

3,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

137,4

116,8

39,2

– 0,1

– 13,8

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

3.508,2

3.565,3

3.696,7

3.864,0

4.249,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

3.508,2

3.565,3

3.696,7

3.864,0

4.249,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

588,4

594,5

595,6

615,8

616,3

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Huurtoeslag ramingen

19,1

25,0

29,8

31,3

31,3

 

Diversen

1,9

1,5

1,5

1,5

1,5

 

21,0

26,5

31,3

32,8

32,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

10,1

– 0,3

– 0,3

– 0,3

– 0,3

 

10,1

– 0,3

– 0,3

– 0,3

– 0,3

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

31,0

26,3

31,1

32,6

32,6

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

619,5

620,7

626,6

648,3

648,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

619,5

620,7

626,6

648,3

648,8

Huurtoeslag (ramingen, dekking en problematiek 2013)

Bij de huurtoeslag is voor de jaren 2014 – 2016 sprake van tekorten die vanaf 2017 omslaan in meevallers. De tekorten worden vooral veroorzaakt door de effecten van het – in het begrotingsakkoord 2014 opgenomen – terugdraaien van de afschaffing van de fiscale aftrek voor specifieke zorgkosten (vanwege de doorwerking hiervan op het belastbare inkomen) en de doorwerking van de economische ontwikkeling. Belangrijkste oorzaak van de meevallers in latere jaren zijn de huurprijzen die minder snel zullen stijgen, door een bijgestelde inflatie, dan eerder werd verwacht. Per saldo is er over de beschouwde periode echter nog sprake van een tekort van gemiddeld 11 mln. per jaar. Daarnaast is sprake van een overschrijding van 96,9 mln. op de huurtoeslag in 2013.

De tekorten worden binnen de huurtoeslag gedekt. Dit resulteert vanaf 2015 in een aanpassing van de huurtoeslag van 31,0 mln. per jaar.

Nationaal Energiebespaarfonds

De start van het Nationaal Energiebespaarfonds is in 2013 vertraagd. De eerste betaling aan het fonds heeft begin 2014 plaatsgevonden. De in 2013 gereserveerde 50 mln. schuift door naar 2015.

Gemeentefonds

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

18.381,2

16.812,8

16.689,4

16.603,1

16.543,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Wijz. betalingsverloop 2013 au

29,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

6,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

35,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Accres tranche 2013

118,9

99,2

99,2

99,2

99,2

 

Accres tranche 2014

– 209,2

– 209,2

– 209,2

– 209,2

– 209,2

 

Armoedebeleid

70,0

90,0

90,0

90,0

90,0

 

Buitenonderhoud scholen

0,0

– 158,8

– 158,8

– 158,8

– 158,8

 

Invoeringskosten jeugdzorg

32,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Vth-taken

40,8

40,8

40,8

40,8

46,7

 

Diversen

9,9

1,0

5,3

5,0

0,0

 

Zorg

         
 

Diversen

6,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

68,4

– 137,0

– 132,7

– 133,0

– 132,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

104,2

– 137,0

– 132,7

– 133,0

– 132,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

18.485,4

16.675,8

16.556,7

16.470,1

16.411,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

18.485,4

16.675,8

16.556,7

16.470,1

16.411,3

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Wijziging betalingsverloop 2013 algemene uitkering

In 2013 is een gedeelte van het gemeentefonds niet uitbetaald aan gemeenten. Dit is veroorzaakt doordat de verdeelmaatstaven niet allemaal in 2013 definitief konden worden vastgesteld, waardoor niet kon worden overgegaan tot betaling aan gemeenten. Het resterende bedrag wordt in 2014 uitbetaald. Hiertoe wordt de begroting van het gemeentefonds verhoogd.

Accres tranche 2013

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten, Voorjaarsnota en Miljoenennota, en één vaststellingsmoment bij het FJR. Het definitieve accrespercentage over 2013 is – 0,33 procent op basis van de stand FJR 2013. Op basis van dit vastgestelde accrespercentage vindt afrekening plaats.

Accres tranche 2014

De accressen voor het jaar 2014 zijn aangepast aan de uitkomsten van de normeringssystematiek.

Armoedebeleid

Voor de intensivering van het armoede- en schuldenbeleid wordt in 2014 70 mln. en in 2015 en verder 90 mln. aan de algemene uitkering toegevoegd.

Buitenonderhoud scholen

Schoolbesturen in het primair onderwijs nemen vanaf 2015 de verantwoordelijkheid voor buitenonderhoud van scholen over van gemeenten en ontvangen daarvoor ruim 158 mln.

Invoeringskosten jeugdzorg

Dit betreft de overheveling van de invoeringskosten in 2014 voor de jeugdzorg naar het gemeentefonds.

VTH-taken

Dit betreft de overheveling van taken van provincies aan gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Provinciefonds

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

1.172,0

908,5

879,8

883,2

873,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Accres tranche 2013

14,5

12,5

12,5

12,5

12,5

 

Accres tranche 2014

– 19,3

– 19,3

– 19,3

– 19,3

– 19,3

 

Nationale gebiedsontwikkeling ijsselsprong

18,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Natuur

100,0

100,0

300,0

300,0

200,0

 

Vth-taken

– 40,8

– 40,8

– 40,8

– 40,8

– 46,7

 

Diversen

3,1

– 0,2

– 0,2

– 0,2

– 0,2

 

75,5

52,2

252,2

252,2

146,3

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

75,4

52,3

252,3

252,3

146,3

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

1.247,4

960,8

1.132,1

1.135,5

1.019,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

1.247,4

960,8

1.132,1

1.135,5

1.019,7

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Accres tranche 2013

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten, Voorjaarsnota en Miljoenennota, en één vaststellingsmoment bij het FJR. Het definitieve accrespercentage over 2013 is – 0,33 procent op basis van de stand FJR 2013. Op basis van dit vastgestelde accrespercentage vindt afrekening plaats.

Accres tranche 2014

De accressen voor het jaar 2014 zijn aangepast aan de uitkomsten van de normeringssystematiek.

Nationale gebiedsontwikkeling IJsselsprong

Dit betreft de overheveling van middelen voor het Nota Ruimte project IJsselsprong.

VTH-taken

Dit betreft de overheveling van taken van provincies aan gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Natuur

Het kabinet heeft besloten over de extra middelen voor het decentralisatieakkoord Natuur en de afspraak uit het Regeerakkoord om te komen tot een robuust natuurnetwerk. Dit is in de hoofdlijnennotitie voor ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland verder uitgewerkt. Deze middelen worden structureel toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering natuur, waarvan 100 miljoen in 2014.

Infrastructuurfonds

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

6.594,6

5.888,5

5.621,5

6.262,1

5.875,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Saldo 2013

26,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

26,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Boekingen ontvangsten

27,3

67,7

– 76,9

4,8

5,2

 

Kasschuif if

– 250,0

0,0

150,0

100,0

0,0

 

Kasschuif if-df

0,0

0,0

150,0

0,0

– 50,0

 

Subsidie prorail

45,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Wegen: overboekingen met hxii

– 159,0

0,0

– 18,0

0,0

0,0

 

Diversen

– 17,7

– 11,6

– 5,7

– 16,5

– 16,5

 

– 354,2

56,1

199,4

88,3

– 61,3

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 327,6

56,0

199,4

88,3

– 61,3

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

6.267,0

5.944,6

5.820,9

6.350,4

5.813,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

6.267,0

5.944,6

5.820,9

6.350,4

5.813,7

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

6.594,6

5.888,5

5.621,5

6.262,1

5.875,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Saldo 2013

38,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

38,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Boekingen ontvangsten

27,3

67,7

– 76,9

4,8

5,2

 

Kasschuif if

– 250,0

0,0

150,0

100,0

0,0

 

Kasschuif if-df

0,0

0,0

150,0

0,0

– 50,0

 

Subsidie prorail

45,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Wegen: overboekingen met hxii

– 159,0

0,0

– 18,0

0,0

0,0

 

Diversen

– 17,7

– 11,6

– 5,7

– 16,5

– 16,5

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Diversen

– 12,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 366,5

56,1

199,4

88,3

– 61,3

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 327,6

56,0

199,4

88,3

– 61,3

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

6.267,0

5.944,6

5.820,9

6.350,4

5.813,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

6.267,0

5.944,6

5.820,9

6.350,4

5.813,7

Saldo 2013

Het nadelig saldo van 2013 (uitgaven – ontvangsten: -12,2 mln.) leidt tot een verlaging van de begroting 2014 van het Infrastructuurfonds.

Boekingen ontvangsten

Het betreft de bijdragen van derden in diverse projecten met name voor de N18 Varsseveld alsmede een aanpassing van het kasritme (2014–2016) van de bijdrage aan de A12/15. De gewijzigde bijdragen leiden tot een mutatie aan zowel de uitgaven als aan de ontvangstenkant.

Kasschuif IF

Er vindt een kasschuif plaats binnen het Infrastructuurfonds van 2014 naar 2016 en 2017 om de schommelingen binnen het budget te egaliseren.

Kasschuif IF-DF

Er vindt een kasschuif plaats tussen het Infrastructuurfonds en het Deltafonds om voor beide fondsen een evenwichtiger kasbeeld over de jaren te realiseren. Voor deze mutatie wordt een desaldering met de ontvangsten aangebracht.

Subsidie Prorail

Dit betreft de vaststelling van de subsidie over 2012 (44,2 mln.). Deze vaststelling leidt tot een terugbetaling van ProRail aan IenM die bij de subsidieverlening 2014 weer wordt opgevraagd. Het restant heeft betrekking op de afrekening van een aantal aanlegprojecten.

Wegen: overboekingen met HXII

Deze mutatie betreft overboekingen artikel 12 van het Infrastructuurfonds naar de begroting van I&M voor Beter Benutten (129 mln.), Zuidas (13 mln.) en N23 (35 mln.).

Diversen – technische mutaties

Het betreft voornamelijk overboekingen vanuit het Infrastructuurfonds (artikel 13) naar de begroting van I&M voor actieplan spoor (4,2 mln.), Beter Benutten (2,7 mln.), Zuidas (4,4 mln.), ERTMS pilot (2,1 mln.) alsmede een overboeking vanuit EZ voor GSMR (4 mln.). Ook is er een mutatie op het artikel vaarwegen, dit een bijdrage van IenM naar Defensie voor de noodsleephulp en de betonningstaken.

Diversen – Niet tot een ijklijn behorend

Deze mutatie betreft de technische verwerking van het saldo 2013.

Diergezondheidsfonds

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

10,9

10,9

10,9

10,9

10,9

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Diversen

9,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

9,3

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

9,3

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

20,2

10,9

10,9

10,9

10,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

20,2

10,9

10,9

10,9

10,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

10,9

10,9

10,9

10,9

10,9

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Diversen

9,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

9,3

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

9,3

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

20,2

10,9

10,9

10,9

10,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

20,2

10,9

10,9

10,9

10,9

Accres Gemeentefonds

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

5,3

62,7

207,6

218,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Accres tranche 2013

118,9

99,2

99,2

99,2

99,2

 

Accres tranche 2014

– 209,2

– 209,2

– 209,2

– 209,2

– 209,2

 

Accres tranche 2015

0,0

262,5

262,5

262,5

262,5

 

Accres tranche 2016

0,0

0,0

135,1

135,1

135,1

 

Mutatie plafond bcf agv accresontwikkeling

0,0

43,6

67,3

71,8

75,7

 

Diversen

0,0

0,0

0,0

23,0

45,7

 

– 90,3

196,1

354,9

382,4

409,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Accres tranche 2013

– 118,9

– 99,2

– 99,2

– 99,2

– 99,2

 

Accres tranche 2014

209,2

209,2

209,2

209,2

209,2

 

90,3

110,0

110,0

110,0

110,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

306,1

465,0

492,4

519,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

311,4

527,7

700,0

737,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

311,4

527,7

700,0

737,4

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Accres tranche 2013–2018

Het accres kent jaarlijks 2 bijstellingsmomenten, Voorjaarsnota en Miljoenennota, en 1 vaststellingsmoment, bij het FJR. Het definitieve accrespercentage over 2013 is, na afloop van dat jaar, op basis van de stand van het FJR 2013, – 33 procent. Op basis van dit vastgestelde accrespercentage vindt afrekening plaats. De accressen voor de jaren 2014 e.v. zijn aangepast aan de uitkomsten van de normeringssystematiek.

Mutatie plafond bcf agv accresontwikkeling

Met ingang van 2015 wordt de ontwikkeling van het BCF gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze voortvloeien uit de normeringssystematiek. Het BTW-compensatiefonds is een openeinderegeling. Alle declaraties van gemeenten en provincies bij het BCF worden, wanneer voldaan aan de declaratievoorwaarden, vergoedt uit het BCF. Met de afspraak uit het financieel akkoord met VNG, IPO en UvW van 18 januari 2013 blijft dit het geval. De budgettering wordt vormgegeven via het GF/PF. Overschrijdingen op het vastgestelde BCF-plafond worden verhaald op het GF/PF. Onderschrijdingen van het plafond worden gestort in het GF/PF. Op basis van de accresraming op stand Voorjaarsnota is het plafond aangepast. Dit leidt tot een grotere verwachte een onderschrijding van het afgesproken plafond.

Accres Provinciefonds

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

10,3

14,2

23,9

24,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 4,9

15,7

26,7

30,6

32,9

 

– 4,9

15,7

26,7

30,6

32,9

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

4,9

6,8

6,8

6,8

6,8

 

4,9

6,8

6,8

6,8

6,8

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

22,5

33,5

37,4

39,7

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

32,8

47,8

61,3

64,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

32,8

47,8

61,3

64,3

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

BES fonds

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

32,7

32,7

32,7

32,7

32,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

 

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

31,9

31,9

31,9

31,9

32,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

31,9

31,9

31,9

31,9

32,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Deltafonds

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

1.230,8

1.304,6

1.357,5

1.116,9

971,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Saldo 2013

16,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

16,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Kasschuif if-df

0,0

0,0

– 150,0

0,0

50,0

 

Diversen

– 29,7

– 2,4

– 2,4

– 2,4

– 2,4

 

– 29,7

– 2,4

– 152,4

– 2,4

47,6

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 13,5

– 2,4

– 152,4

– 2,4

47,6

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

1.217,3

1.302,2

1.205,1

1.114,5

1.018,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

1.217,3

1.302,2

1.205,1

1.114,5

1.018,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

1.230,8

1.304,6

1.357,5

1.116,9

971,3

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting in enge zin

         

Diversen

14,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

14,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting in enge zin

         

Kasschuif if-df

0,0

0,0

– 150,0

0,0

50,0

Diversen

– 29,7

– 2,4

– 2,4

– 2,4

– 2,4

Niet tot een ijklijn behorend

         

Diversen

2,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 27,6

– 2,4

– 152,4

– 2,4

47,6

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 13,5

– 2,4

– 152,4

– 2,4

47,6

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

1.217,3

1.302,2

1.205,1

1.114,5

1.018,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

1.217,3

1.302,2

1.205,1

1.114,5

1.018,9

Saldo 2013

Het voordelig saldo van het Deltafonds over 2013 (uitgaven – ontvangsten: 2,1 mln.) wordt aan de begroting 2014 van het Deltafonds toegevoegd.

Kasschuif IF-DF

Er vindt een kasschuif plaats tussen het Infrastructuurfonds en het Deltafonds om voor beide fondsen een evenwichtiger kasbeeld te realiseren. Voor deze mutatie wordt een desaldering met de ontvangsten aangebracht.

Diversen (technische mutaties – uitgaven & niet-belastingontvangsten)

Dit betreft de technische verwerking van het aandeel van IenM (2 mln.) in de collectieve bezuiniging van het 6 mld. pakket en een desaldering (9,5 mln.) met betrekking tot werken voor derden in het Hoogheemraadschap Delfland. Bovendien wordt in het kader van het decentralisatiebeleid het budget voor het Nota Ruimte project IJsselsprong (18 mln.) vanuit het Deltafonds gedecentraliseerd naar het Provinciefonds. Voor deze mutaties wordt een desaldering met de ontvangsten aangebracht.

Diversen (beleidsmatige mutaties – niet-belastingontvangsten)

Dit betreft het voordelig saldo van het Deltafonds over 2013 (uitgaven – ontvangsten: 2,1 mln.) en wordt aan de begroting 2014 van het Deltafonds toegevoegd.

Diversen (Niet tot een ijklijn behorend – niet-belastingontvangsten)

Deze mutatie betreft de technische verwerking van het saldo van 2013.

Prijsbijstelling

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

688,6

1.325,0

1.903,1

2.315,3

2.651,2

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Nominale ontwikkeling

– 123,5

– 213,8

– 283,7

– 298,8

– 297,7

 

Sociale zekerheid

         
 

Nominale ontwikkeling

– 12,1

– 25,9

– 35,9

– 44,7

– 54,7

 

Zorg

         
 

Nominale ontwikkeling

– 8,4

– 27,9

– 38,9

– 48,5

– 14,8

 

– 144,0

– 267,6

– 358,5

– 392,0

– 367,2

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Korting prijsbijstelling 2014

– 477,0

– 477,0

– 477,0

– 477,0

– 477,0

 

– 477,0

– 477,0

– 477,0

– 477,0

– 477,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Overboeking h84

18,9

33,8

48,0

60,3

72,3

 

Uitkeren tranche 2014

– 77,5

– 56,9

– 44,7

– 45,9

– 39,8

 

Sociale zekerheid

         
 

Diversen

– 7,2

– 6,8

– 6,3

– 6,2

– 6,0

 

Zorg

         
 

Diversen

– 1,1

– 3,4

– 4,1

– 5,7

– 5,7

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Nominale ontwikkeling

– 0,7

– 12,4

– 31,4

– 30,7

– 30,6

 

Overboeking h84

79,0

136,0

212,3

265,8

315,5

 

Uitkeren tranche 2014

– 79,1

– 79,4

– 83,4

– 83,3

– 82,9

 

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 67,7

10,9

90,4

154,3

222,8

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 688,6

– 733,7

– 745,1

– 714,6

– 621,3

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

591,3

1.157,9

1.600,7

2.029,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

591,3

1.157,9

1.600,7

2.029,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominale ontwikkeling (mee- en tegenvallers, alle kaders)

De prijsbijstelling tranche 2014 is neerwaarts bijgesteld als gevolg van de lagere prijsontwikkeling in het CEP.

Korting prijsbijstelling 2014

In de Begrotingsafspraken 2014 is een deel van de prijsbijstelling tranche 2014 ingehouden.

Overboeking H84

De indexatie van studiefinanciering en WTOS wordt voortaan geraamd op H80: Prijsbijstelling. De middelen van H84: Wet indexering studiefinanciering zijn daarom overgeheveld naar H80: Prijsbijstelling.

Uitkeren tranche 2014

De resterende prijsbijstelling tranche 2014 is uitgekeerd aan de departementen.

Arbeidsvoorwaarden

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

446,0

861,8

1.474,3

2.099,1

2.698,6

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Nominale ontwikkeling

– 290,9

165,8

170,9

162,7

155,0

 

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Sociale zekerheid

         
 

Nominale ontwikkeling

– 31,0

– 14,5

– 40,8

– 72,7

– 105,7

 

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Zorg

         
 

Diversen

– 0,5

0,0

– 1,7

– 3,0

– 5,1

 

– 322,4

151,3

128,4

87,0

44,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Loonbijstelling tranche 2014

– 106,2

– 104,5

– 103,6

– 102,7

– 101,6

 

Sociale zekerheid

         
 

Diversen

– 16,5

– 15,8

– 14,8

– 14,0

– 13,3

 

Zorg

         
 

Diversen

– 0,8

– 1,5

– 1,7

– 2,1

– 2,1

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Diversen

– 0,1

1,5

1,8

2,7

2,8

 

– 123,6

– 120,3

– 118,3

– 116,1

– 114,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 446,0

31,0

10,1

– 29,0

– 70,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

892,8

1.484,5

2.070,2

2.628,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

892,8

1.484,5

2.070,2

2.628,6

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominale ontwikkeling (kader rbg-eng & SZA)

Ten opzichte van de vorige Miljoenennota wordt de loonontwikkeling voor 2014 nu lager geraamd en voor 2015 en verder hoger geraamd. Deze ontwikkeling volgt uit de macro-bijstellingen van het CPB.

Loonbijstelling tranche 2014

De loonbijstelling tranche 2014 bestaat uit een vergoeding voor de sociale lasten voor de werkgever en is overgeboekt naar de departementale begrotingen.

Koppeling uitkeringen

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

102,5

412,0

606,3

788,4

939,8

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Nominale ontwikkeling

8,7

34,6

37,4

58,2

80,6

 

8,7

34,6

37,4

58,2

80,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Wwb/p-wet zittend bestand wajong

0,0

0,3

4,0

10,0

20,0

 

Diversen

0,0

– 7,0

– 11,1

– 12,5

– 13,2

 

0,0

– 6,7

– 7,1

– 2,5

6,8

Technische mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Brutering

– 1,0

– 24,9

– 26,5

– 31,4

– 35,0

 

– 1,0

– 24,9

– 26,5

– 31,4

– 35,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

7,7

3,0

3,9

24,3

52,3

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

110,3

415,0

610,1

812,8

992,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

110,3

415,0

610,1

812,8

992,1

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

4,9

9,5

14,2

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
 

Diversen

0,0

0,0

– 1,5

– 2,8

– 4,2

 

0,0

0,0

– 1,5

– 2,8

– 4,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

– 1,5

– 2,8

– 4,2

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

3,4

6,7

10,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

3,4

6,7

10,0

Nominale ontwikkeling

De mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van CPB-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid.

Wwb/p-wet zittend bestand wajong

De aanpassingen WWB/P-wet (TK 33 161, nr.154) bestaan uit meerdere begrotingsmutaties. Deze zijn per saldo budgettair neutraal. De belangrijkste wijziging betreft het niet overgaan van het zittend bestand Wajong naar gemeenten.

Brutering

Diverse uitkeringen zijn netto gekoppeld aan het netto minimumloon, maar kennen een ander bruto-netto traject dan het minimumloon. Wijzigingen in het bruto-netto traject van het minimumloon leiden tot aanpassing van het netto minimumloon. De uitkeringen die netto zijn gekoppeld, worden evenredig aangepast maar door het andere bruto-netto traject kan de bruto uitkering een afwijkende ontwikkeling vertonen dan die van het bruto mimimumloon. Het effect hiervan op de uitkeringslasten wordt het bruteringseffect genoemd. Het uitgavenkader SZA is voor dit effect gecorrigeerd.

Wet indexering studiefinanciering

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

97,9

169,8

260,3

326,1

387,9

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Overboeken h84 naar h80

– 18,9

– 33,8

– 48,0

– 60,3

– 72,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
 

Overboeken h84 naar h80

– 79,0

– 136,0

– 212,3

– 265,8

– 315,5

 

– 97,9

– 169,8

– 260,3

– 326,1

– 387,8

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 97,9

– 169,8

– 260,3

– 326,1

– 387,9

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overboeken H84 naar H80

De indexatie van studiefinanciering en WTOS wordt voortaan geraamd op H80: Prijsbijstelling. De middelen van H84: Wet indexering studiefinanciering zijn daarom overgeheveld naar H80: Prijsbijstelling.

Aanvullende Post

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

378,0

1.600,1

2.174,3

2.515,8

2.564,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Defensie

50,0

90,0

90,0

90,0

90,0

 

Invulling in=uit-taakstelling

324,5

42,1

1,5

0,0

0,0

 

Onderwijskwaliteit en innovatie

0,0

635,0

550,0

550,0

550,0

 

Ramingstechnische veronderstelling in=uit

– 692,7

– 42,1

– 1,5

0,0

0,0

 

Regionale werkgelegenheid

0,0

35,0

35,0

35,0

35,0

 

Reservering augustus

600,0

600,0

600,0

600,0

600,0

 

Diversen

– 3,0

– 5,8

– 8,0

– 8,0

– 12,0

 

Sociale zekerheid

         
 

Ramingstechnische veronderstelling in=uit

– 46,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Zorg

         
 

Beperken maatwerkvoorziening

0,0

– 438,0

– 438,0

– 438,0

– 438,0

 

Transitie hervorming langdurige zorg

0,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

 

232,2

891,2

804,0

804,0

800,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Uitkering intensivering kwaliteit onderwijs

– 204,0

– 204,0

– 204,0

– 204,0

– 204,0

 

Uitkering middelen defensie

– 50,0

– 90,0

– 90,0

– 90,0

– 90,0

 

Uitkering middelen nationale politie

– 30,8

– 30,8

– 41,0

0,0

0,0

 

Uitkering middelen vastgoed dji

– 159,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Diversen

– 10,5

– 9,6

– 8,3

– 7,0

– 7,0

 

Sociale zekerheid

         
 

Diversen

– 1,0

– 1,0

– 1,0

– 0,9

– 0,9

 

Zorg

         
 

Diversen

0,3

2,9

3,7

5,7

5,6

 

– 455,0

– 332,5

– 340,6

– 296,2

– 296,3

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 222,9

558,7

463,3

507,7

503,6

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

155,1

2.158,8

2.637,6

3.023,5

3.068,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

155,1

2.158,8

2.637,6

3.023,5

3.068,4

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2014 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Defensie & Uitkering middelen defensie

De intensivering «Defensie» uit de Begrotingsafspraken 2014 is toegevoegd aan de aanvullende post. Bij Voorjaarsnota zijn de middelen overgemaakt naar de begroting van Defensie.

Ramingstechnische veronderstelling in=uit (Rijksbegroting in enge zin & Sociale zekerheid) & Invulling in=uit-taakstelling

Bij Voorjaarsnota is de eindejaarsmarge uitgekeerd aan de departementale begrotingen. Als tegenhanger hiervan is de ramingstechnische veronderstelling in=uit op de Aanvullende Post verwerkt (in=uit-taakstelling). Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de onderuitputting die zich in 2013 heeft voortgedaan ook in 2014 zal optreden. De eindejaarsmarge voor de HGIS-middelen en de daarmee corresponderende in=uit-taakstelling is over drie jaren verspreid. Bij Voorjaarsnota is een deel van de in=uit-taakstelling ingevuld.

Onderwijskwaliteit en innovatie

De intensivering «Onderwijskwaliteit en innovatie» uit de Begrotingsafspraken 2014 is toegevoegd aan de aanvullende post.

Regionale werkgelegenheid

Een deel van de intensivering «Regionale werkgelegenheid» uit de Begrotingsafspraken 2014 is toegevoegd aan de aanvullende post. De overige middelen (15 mln.) zijn direct toegevoegd aan de begroting van Defensie.

Reservering augustus

Het kabinet heeft besloten 600 mln. te reserveren, mede in het licht van de gevolgen voor het bbp van de implementatie van de ESA2010-boekhoudregels (zie ook Kamerstukken, 2013–2014, 33 750 IX, nr. 22).

Beperken maatwerkvoorziening

Deze mutaties is onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014. Als gevolg van het handhaven van een fiscale regeling voor chronisch zieken en gehandicapten wordt de maatwerkvoorziening beperkt. Het resterende budget voor de maatwerkvoorziening blijft beschikbaar voor gemeenten.

Transitie hervorming langdurige zorg

Deze mutaties is onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014. Het betreft middelen die vrijvallen als gevolg van het vervallen van de regeling infrastructuur in het kader van de AWBZ.

Uitkering intensivering kwaliteit onderwijs

Dit betreft de overheveling van middelen uit de Nota van Wijziging naar de begroting van OCW voortvloeiend uit het Nationaal Onderwijs Akkoord (33750 VIII 4).

Uitkering middelen nationale politie

De vorming van de nationale politie gaat gepaard met een personele reorganisatie, waar alle medewerkers van de voormalige 25 regionale korpsen, het KLPD en de VtSPN bij betrokken zijn. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte I is voor de kosten van deze reorganisatie voor de jaren 2013 tot en met 2016 in totaal een bedrag van 130 mln. gereserveerd op de aanvullende post bij Financiën. Van dit bedrag is voor het jaar 2013 30 mln. overgeheveld naar de begroting van Veiligheid en Justitie ter dekking van de in 2013 verwachte uitgaven. Het restant wordt nu aan de begroting van VenJ toegevoegd.

Uitkering middelen vastgoed dji

De uitvoering van het Masterplan DJI (TK 24 587, nr. 535) heeft tot gevolg dat een aanzienlijk aantal justitiële inrichtingen wordt gesloten. Dit brengt onder andere frictiekosten ten aanzien van het vastgoed met zich mee. Voor het inpassen van de frictiekosten huisvesting Masterplan DJI is vorig jaar door Financiën een kasschuif toegepast. De in 2014 benodigde middelen worden nu via de Aanvullende Post bij Financiën aan de begroting van VenJ beschikbaar gesteld.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

UITGAVEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014

4.517,4

4.703,9

4.811,9

4.516,3

4.479,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Asielzoekers

– 88,4

– 78,9

– 78,6

– 78,6

– 78,5

 

Asielzoekers – kasschuif v&j

50,0

– 25,0

– 25,0

0,0

0,0

 

Biv naar defensie begroting

– 303,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Bnp aanpassing oda

16,8

5,5

5,5

5,7

– 13,7

 

Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen & klimaatbeleid

– 13,4

– 25,1

– 6,8

– 38,4

– 38,4

 

Eindejaarsmarge hgis

124,5

42,1

1,5

0,0

0,0

 

Eof

– 8,2

6,3

22,5

22,5

22,5

 

Hgis besluitvorming biv

269,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Kasschuif asielzoekers

38,4

0,0

– 38,4

0,0

0,0

 

Kasschuif dggf

50,0

50,0

– 100,0

0,0

0,0

 

Korting hgis non-oda

– 27,4

– 7,5

– 15,3

0,0

0,0

 

Ophoging minusma helikopters en containers 2014 vanuit biv

33,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Overig armoedebeleid

15,9

19,5

– 34,6

77,9

51,8

 

Private sector en investeringsklimaat

– 5,0

0,0

20,0

– 20,0

0,0

 

Van/naar hoofdstuk 5

7,5

– 2,4

– 18,7

– 18,8

– 18,8

 

Diversen

– 5,9

– 7,6

8,5

– 26,8

– 9,4

 

154,8

– 23,1

– 259,4

– 76,5

– 84,5

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 5,9

– 5,8

22,7

17,7

– 7,9

 

– 5,9

– 5,8

22,7

17,7

– 7,9

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

148,8

– 28,9

– 236,7

– 58,8

– 92,3

Stand Voorjaarsnota 2014

4.666,3

4.675,0

4.575,2

4.457,5

4.387,2

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

bedragen in miljoenen euro's

 

2014

2015

2016

2017

2018

Stand Miljoenennota 2014

144,4

136,5

139,8

136,2

133,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
 

Diversen

– 5,9

– 5,8

22,7

17,7

– 7,9

 

– 5,9

– 5,8

22,7

17,7

– 7,9

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2014

– 5,9

– 5,8

22,7

17,7

– 7,9

Stand Voorjaarsnota 2014

138,5

130,8

162,5

153,8

125,3

Asielzoekers

De raming voor de asielinstroom is voor de komende jaren naar boven bijgesteld. Dit leidt tot hogere asielopvangkosten bij het COA. De kosten voor eerstejaars asielopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan ODA. Bij Voorjaarsnota (meerjarig) wordt de toerekening altijd herijkt. Door de verhoogde raming van de asielinstroom neemt de toerekening aan ODA de komende jaren ook toe.

Asielzoekers – kasschuif V&J

VenJ schuift eenmalig budget om zodoende het ODA-budget 2014 te ontlasten.

BIV naar Defensie begroting

Het betreft de overheveling van het BIV naar de Defensie begroting van middelen voor crisisbeheersingsoperaties, beveiliging civielen in fragiele staten, training en capaciteitsopbouw, internationale criminaliteitsbestrijding en enablers. Deze mutatie is inclusief de ophoging van het budget voor de MINUSMA missie (inzet containers en helikopters).

BNP aanpassing ODA

Het ODA budget wordt opwaarts bijgesteld als gevolg van de meest recente BNP ramingen van het CPB.

Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen en klimaatbeleid

Vanwege de BNP-korting op het ODA-budget worden de uitgaven voor milieu en klimaat verlaagd. Er wordt o.a. bezuinigd op de landenprogramma’s van Indonesië en Rwanda.

Eindejaarsmarge HGIS

Aan de HGIS wordt de eindejaarsmarge toegevoegd, welke deels wordt doorverdeeld naar de HGIS departementen.

EOF

De mutatie is het gevolg van de nieuwe ramingen voor het Europees Ontwikkelingsfonds.

HGIS besluitvorming BIV

Het betreft de overheveling van het BIV naar de Defensie begroting van middelen voor crisisbeheersingsoperaties, beveiliging civielen in fragiele staten, training en capaciteitsopbouw, internationale criminaliteitsbestrijding en enablers. Deze mutatie is exclusief de ophoging van het budget voor de MINUSMA missie voor de inzet van containers en helikopters.

Kasschuif asielzoekers

Om de stijgende kosten voor de opvang van eerstejaars asielzoekers te kunnen inpassen in 2014, wordt een kasschuif toegepast op de begroting van BHOS.

Kasschuif DGGF

Het kasritme van het Dutch Good Growth Fund wordt aangepast, waardoor een deel van de beschikbare middelen in eerdere jaren beschikbaar komt.

Korting HGIS non-ODA

Het HGIS non-ODA budget wordt 50,2 mln. gekort.

Ophoging MINUSMA helikopters en containers 2014 vanuit BIV

Het budget voor MINUSMA, gefinancierd vanuit het BIV, wordt opgehoogd voor de kosten van het inzetten van helikopters en containers. Deze mutatie betreft de ophoging van de Defensie begroting vanuit het BIV voor deze additionele kosten.

Overig armoedebeleid

De mutatie betreft het doorverdelen van de nog resterende BNP-korting op het ODA-budget.

Private sector investeringsklimaat

Om de kasschuif DGGF mogelijk te maken, wordt in 2016 en 2017 een kasschuif toegepast op het budget voor private sector investeringsklimaat. De verlaging in 2014 betreft een herschikking tussen de begroting voor BHOS en de begroting van BZ, als gevolg van het amendement Voordewind. Het bedrag van 5 mln. komt ten goede aan het budget voor bescherming en bevordering van mensenrechten ten behoeve van de bestrijding van kinderarbeid.

Van/naar hoofdstuk 5

Het betreft overboekingen tussen de begroting van BZ en de begroting voor BHOS.

Noot 1: Zie ook Kamerstukken, 2013–2014, 33 750 IX, 22.