Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. ZORGUITGAVEN IN VOGELVLUCHT

2.1. Actualisering van de maatregelen uit de begroting 2014

In de onderstaande tabel zijn de maatregelen opgenomen (exclusief overhevelingen) die zijn aangekondigd in de begroting 2014. In de toelichting onder de tabel wordt per maatregel de stand van zaken geschetst. Het is niet altijd mogelijk om van elke maatregel in de zorg een exacte opbrengstrealisatie te geven. De reden daarvoor is dat tal van ontwikkelingen van invloed zijn op de hoogte van de zorguitgaven, waaronder vraagfactoren (toe- of afname van het zorggebruik), aanbodfactoren (zoals substitutie-effecten) en prijsontwikkelingen 2. Deze ontwikkelingen zijn op macroniveau niet nauwkeurig van elkaar te onderscheiden en te kwantificeren.
Tabel 2 Maatregelen die zijn aangekondigd in de begroting 2014 (bedragen x € 1 miljoen)
   

2014

Ontwerpbegroting

 

Zorgverzekeringswet (Zvw)

 
 

Algemeen

– 250,0

1

Aanvulling Hoofdlijnenakkoorden 2013

– 250,0

     
 

Eerstelijnszorg

34,2

2

Tariefsaanpassing logopedie

34,2

     
 

Tweedelijnszorg

37,0

3

Harmoniseren pensioenen en verzachten korting Opleidingsfonds

37,0

     
 

Overige gezondheidszorg

– 8,0

4

Stringent pakketbeheer RA Rutte-Verhagen

10,0

5

Compensatie ggz-kader (m.n. jeugd-ggz)

10,0

6

Verlaging incidentele looncomponent (ILO)

– 88,0

7

Werelddekking

60,0

 

Totaal uitgaven

– 186,8

8

Intrekken CER

200,0

 

Totaal ontvangsten

200,0

 

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

 
 

Zorg in natura

– 558,9

9

Tariefskorting AWBZ (korting contracteerruimte ZIN en pgb)

– 330,0

10

Tariefmaatregel intramurale zorg

– 160,0

11

Compensatie extramuraliseren ZZP's

– 68,9

     
 

Overige langdurige zorg

– 81,0

12

Verlaging ILO 2014–2017

– 60,0

13

Beperken groeiruimte / contracteerruimte

– 21,0

 

Totaal uitgaven

– 639,9

14

Verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ

50,0

15

Verzachten vermogensinkomensbijtelling

– 17,0

16

Verzachten RA: intramurale eigen bijdrage

– 248,0

 

Totaal ontvangsten

– 215,0

Bron: VWS, NZa-gegevens over productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens ZiNL over de (voorlopige) financieringslasten Zvw en AWBZ.

Toelichting:

ZORGVERZEKERINGSWET (Zvw)

Uitgaven

Algemeen

1. Aanvulling Hoofdlijnenakkoorden 2013

In aanvullingen op de eerder afgesloten Hoofdlijnenakkoorden is in de zomer van 2013 afgesproken dat het groeipercentage van de zorguitgaven verder wordt teruggebracht: naar 1,5% in 2014 en 1% per jaar van 2015 tot en met 2017. Voor huisartsen geldt dat ze daarbovenop 1% in 2014 en 1,5% in 2015 tot en met 2017 krijgen ten behoeve van gewenste substitutie (van zorg in de tweede lijn), vernieuwing en het belonen van uitkomsten. Om de verlaagde uitgavengroei te realiseren zet de zorgsector sinds 2014 extra in op maatregelen die de doelmatigheid en de kwaliteit van de zorg verbeteren: meer zorg van de medisch specialist naar de huisarts, en van de huisarts naar zelfzorg. Complexe zorg wordt geconcentreerd. Medische richtlijnen en zorgstandaarden worden strakker toegepast, waardoor de behandelingen worden gegeven naar de maatstaven van de medische sector zelf. De verlaging van de groei van de uitgaven die door middel van de gezamenlijke inspanningen wordt bereikt, leidt tot een extra besparing oplopend tot € 1 miljard vanaf 2017. In 2014 gaat het om een bedrag van € 250 miljoen. Op basis van de ingezette maatregelen wordt ervan uitgegaan dat de sector deze taakstellende besparingen realiseert. De onzekerheid in de cijfers over 2014 is nu echter nog te groot om hier conclusies over te trekken.

Eerstelijnszorg

2. Tariefsaanpassing logopedie

De intensivering bij logopedie betreft een tariefsverhoging die in drie stappen (2012–2014) is doorgevoerd. De verhoging over 2014 betrof de laatste stap met een budgettair effect van € 34,2 miljoen. Uit het kostenonderzoek van de NZa was naar voren gekomen dat de tarieven sinds 1984 niet meer waren herijkt en dat de bestaande rekennorm te krap was voor de huidige logopedische praktijkvoering. De uitgaven voor logopedie blijven achter bij de herijkte raming. Een verklaring voor de achterblijvende uitgaven is dat de zorgverzekeraars lagere tarieven contracteren dan de nieuwe maximumtarieven.

Tweedelijnszorg

3. Harmoniseren pensioenen en verzachten korting opleidingsfonds

In het zorgoverleg van april 2013 zijn middelen gereserveerd voor het onderbrengen van de pensioenvoorziening voor personeel in de UMC’s bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) en het op peil houden van de vergoeding per opleidingsplaats voor medisch specialisten in de UMC’s. De pensioenvoorziening voor personeel was ook in 2014 ondergebracht bij het ABP, zodat de hiervoor gereserveerde middelen in 2014 niet tot besteding zijn gekomen.

Overige gezondheidszorg

4. Stringent pakketbeheer RA Rutte-Verhagen

De oploop in 2014 van de taakstelling stringent pakketbeheer uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Verhagen (€ 10 miljoen) is gedekt binnen een bijstelling van de raming van de geneesmiddelen.

5. Compensatie ggz-kader (onderdeel jeugd-ggz)

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is afgesproken dat de jeugd-ggz per 2015 wordt overgeheveld naar de gemeenten. Om een gelijkmatige transitie te bewerkstelligen en daarmee tevens de werkgelegenheidseffecten te beperken, is besloten de voorgenomen korting op het jeugddossier (gerelateerd aan de jeugd-ggz) voor een belangrijk deel teniet te doen door het ggz-kader voor de jeugd te verhogen. Bij de overheveling is het verhoogde budget uit het kader meegegaan. De compensatie is € 10 miljoen in 2014 en loopt op tot € 45 miljoen structureel.

6. Verlaging incidentele looncomponent (ILO) 2014–2017

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is de afspraak gemaakt om de incidentele looncomponent (ILO) in 2016 en 2017 op nul te stellen. Met het zorgveld is afgesproken deze beperking van de ILO al te starten in 2014 en door te laten lopen tot en met 2017. Dit levert voor de cure een bedrag oplopend tot € 277 miljoen structureel op. In 2014 ging het om € 88 miljoen.

7. Werelddekking

De invoering van de maatregel «werelddekking zorg buiten de EU uit het basispakket» uit het regeerakkoord kabinet-Rutte-Verhagen, is niet gerealiseerd in 2014. De maatregel loopt vertraging op vanwege de uitgelopen onderhandelingen met de betrokken landen.

Ontvangsten

8. Intrekken CER

Met het intrekken van de Wtcg en CER hebben gemeenten naast de landelijke fiscale regeling een aanvullend budget gehad voor ondersteuning op maat. Deze mutatie betreft het intrekken van de CER.

ALGEMENE WET BIJZONDERE ZIEKTEKOSTEN (AWBZ)

Uitgaven

Zorg in natura

9. Tariefskorting AWBZ (korting contracteerruimte ZIN en pgb)

In 2014 is besloten tot het tijdelijk beschikbaar houden van dagbesteding en persoonlijke verzorging. De benodigde dekking hiervoor is gevonden in een korting op de tarieven en/of de contracteerruimte voor zorg in natura (€ 265 miljoen) en een pgb-tariefskorting (€ 65 miljoen).

10. Tariefmaatregel intramurale zorg

Ter dekking van de uitkomsten van de Zorgafspraken die het kabinet heeft gesloten met werkgevers en werknemers is een tariefmaatregel getroffen bij de extramurale verpleging en intramurale zorg die oploopt tot € 250 miljoen structureel. Voor 2014 bedroeg de korting € 160 miljoen.

11. Compensatie extramuraliseren ZZP's

Zoals aangekondigd in de decembercirculaire 2012 van het Gemeentefonds ontvangen gemeenten compensatie voor hogere kosten in de Wmo als gevolg van het extramuraliseren van lichte zorgzwaartepakketten in de AWBZ. Daarnaast worden de extra uitgaven aan de huurtoeslag structureel gecompenseerd. Hiervoor is de contracteerruimte 2014 verlaagd met € 68,9 miljoen.

Overige langdurige zorg

12. Verlaging ILO 2014–2017

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is de afspraak gemaakt om de incidentele looncomponent (ILO) op nul te stellen in 2016 en 2017. In de Zorgafspraken die het kabinet heeft gesloten met werkgevers en werknemers is afgesproken dit al te starten in 2014 en door te laten lopen tot en met 2017. Dit levert voor de care een bedrag op van € 60 miljoen in 2014, oplopend naar € 429 miljoen structureel.

13. Beperken groeiruimte / contracteerruimte

Om de budgettaire beheersbaarheid te vergroten is het regime van de contracteerruimte in de AWBZ aangescherpt en is er een korting op de contracteerruimte doorgevoerd.

Ontvangsten

14. Verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ

Met deze maatregel is de intramurale eigen bijdrage verhoogd tot de zak- en kleedgeldnorm. Bovendien is de huidige korting die cliënten ontvangen op de eigen bijdrage vanuit de Wtcg beperkt. De opbrengst bedraagt € 50 miljoen.

15. Verzachten vermogensinkomensbijtelling

De vermogensinkomensbijtelling uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Verhagen en het Begrotingsakkoord 2013 is gericht verzacht. Dekking hiervoor is gevonden in de meeropbrengst van de oorspronkelijke maatregel, het verhogen van de vermogensinkomensbijtelling, uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher.

16. Verzachten RA: intramurale eigen bijdrage

De verhoging van de intramurale eigen bijdrage uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is verzacht en de systematiek is vereenvoudigd. Dekking hiervoor is gevonden in de meeropbrengst van de oorspronkelijke maatregel, «verhogen intramurale eigen bijdrage» uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher.

2.2. Ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg en de netto-BKZ-uitgaven 2014.

Het Budgettair Kader Zorg legt aan het begin van de kabinetsperiode de genormeerde ontwikkeling van de collectieve zorguitgaven vast voor elk van de komende vier jaren. Gedurende de kabinetsperiode wordt het kader aangepast voor de jaarlijkse prijsstijging. Hiervoor wordt de CPB-raming van de prijsindex van de nationale bestedingen (pNB) gebruikt.

Het BKZ is bij de start van het kabinet-Rutte-Asscher voor de periode 2013–2017 vastgesteld bij Startnota (TK 33 400, nr. 18). Op deze stand zijn de maatregelen uit het aanvullend beleidspakket en de macro-economische doorwerking conform de laatste inzichten van het CPB verwerkt. De stand netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014 (TK 33 750 XVI, nr. 1 en 33 750 XVI, nr. 2) vormt het (herijkte) uitgavenkader voor de kabinetsperiode van het kabinet-Rutte-Asscher. Bij deze herijking van de stand netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014 is het kader neerwaarts aangepast met € 1.040 miljoen.

Tabel 3 laat de ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven zien voor het jaar 2014 vanaf de stand ontwerpbegroting 2014 (na herijking).

Tabel 3 Ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven 2014 (bedragen x € 1 miljoen)1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.
 

2014

BKZ stand ontwerpbegroting 2014 (na herijking)

67.826

Prijs nationale bestedingen (pNB)

– 346

IJklijnmutaties

– 53

Technische correctie kader jeugd

– 346

Bijstelling BKZ

– 745

BKZ stand jaarverslag 2014

67.081

Netto-BKZ-uitgaven stand jaarverslag 2014

65.092

Onderschrijding BKZ

– 1.990

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens ZiNL over de (voorlopige) financieringslasten Zvw en AWBZ.

Het BKZ is ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2014 met € 346 miljoen verlaagd als gevolg van de nominale ontwikkelingen. Als gevolg van overhevelingen van het BKZ naar de begroting (ijklijnmutaties) is het BKZ met € 53 miljoen verlaagd. Tot slot is het kader in 2014 verlaagd met € 346 miljoen als gevolg van de technische correctie in verband met de overheveling van de jeugd-ggz. Omdat ook de netto-BKZ-uitgaven fors lager zijn uitgekomen is het BKZ in 2014 met circa € 2 miljard onderschreden. In de paragrafen 3.1.1, 3.2.1 en 3.3 is de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

Tabel 4 geeft een overzicht van de kadertoetsing van het BKZ in 2014 vanaf de stand ontwerpbegroting 2014 (na herijking).

Tabel 4 Kadertoets Budgettair Kader Zorg 2014 (bedragen x € 1 miljoen; -/- is saldoverbeterend)
 

2014

Kadertoets BKZ ontwerpbegroting 2014 (na herijking)

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

– 622

Kadertoets BKZ 1e suppletoire begroting 2014

– 622

Mutatie ontwerpbegroting 2015

– 88

Kadertoets BKZ ontwerpbegroting 2015

– 709

Mutatie 2e suppletoire begroting 2014

– 165

Kadertoets BKZ 2e suppletoire begroting 2014

– 875

Mutatie jaarverslag 2014

– 1.115

Kadertoets BKZ jaarverslag 2014

– 1.990

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens ZiNL over de (voorlopige) financieringslasten Zvw en AWBZ.

Sinds de stand ontwerpbegroting 2014 (na herijking) is het kader onderschreden met circa € 2 miljard. Van deze € 2 miljard is een deel (€ 875 miljoen) reeds in eerdere budgettaire nota’s gemeld. In de eerste suppletoire wet 2014 is reeds een onderschrijding gemeld van € 622 miljoen, in de ontwerpbegroting 2015 van € 88 miljoen en in de tweede suppletoire wet 2014 van € 165 miljoen. Ten opzichte van de stand tweede suppletoire wet 2014 is er sprake van een forse toename van de onderschrijding met ruim € 1,1 miljard.

2.3. Horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector

De horizontale ontwikkeling geeft de jaar op jaar ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten weer. Tabel 5 geeft de horizontale ontwikkeling weer van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector. Hierbij wordt een toelichting gegeven op het verloop van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten vanaf 2012 tot en met 2014 volgens de huidige inzichten. De ontwikkeling van de sectoren is onderverdeeld naar de oorzaak van de ontwikkeling:

  • –  Nominaal (N);
  • –  Beleidsmatig (B), zijnde intensiveringen en maatregelen;
  • –  Mee- en tegenvallers (M), waaronder de actualisering van de zorguitgaven op basis van de cijfers van het ZiNL en de NZa;
  • –  Technisch (T), waaronder budgetneutrale verschuivingen.
Tabel 5 Horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector (bedragen x € 1 miljard) 1Door afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.
 

2012

N

B

M

T

2013

N

B

M

T

2014

Zorgverzekeringswet (Zvw)

36,6

1,0

1,3

– 1,2

1,9

39,6

0,7

0,9

– 1,0

– 0,2

40,1

Eerstelijnszorg

4,2

0,1

0,2

– 0,2

0,0

4,2

0,1

0,1

0,1

0,0

4,5

Tweedelijnszorg

20,7

0,5

0,6

– 0,1

1,0

22,6

0,4

0,3

– 0,5

0,1

22,9

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4,1

0,1

0,1

– 0,1

0,0

4,2

0,1

0,1

0,0

– 0,3

4,1

Genees- en hulpmiddelen

6,1

0,2

0,4

– 0,8

– 0,2

5,8

0,1

0,3

– 0,3

– 0,1

5,8

Ziekenvervoer

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,6

Overige2

1,1

0,0

0,0

0,0

1,0

2,1

0,0

0,1

– 0,3

0,2

2,2

                       

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

27,9

0,5

– 0,5

0,4

– 0,8

27,5

0,9

– 0,4

0,4

– 0,6

27,8

Zorg in natura

24,6

0,4

– 0,5

0,4

– 0,6

24,2

0,9

– 0,1

– 0,1

0,0

24,9

– wv. intramurale ggz

1,6

0,0

– 0,1

0,0

0,0

1,6

0,1

0,0

0,0

0,0

1,6

– wv. intramurale ghz

5,3

0,1

– 0,2

0,1

0,1

5,3

0,2

0,0

– 0,1

0,1

5,5

– wv. intramurale v&v

8,7

0,1

0,0

0,2

– 0,6

8,4

0,3

– 0,1

– 0,2

0,1

8,7

– wv. extramurale zorg

4,1

0,1

0,0

0,0

0,0

4,2

0,2

0,0

0,1

0,0

4,5

– wv. dagbesteding en vervoer

1,2

0,0

– 0,2

0,0

0,0

1,1

0,0

0,0

0,0

0,0

1,2

– wv. kapitaallasten

2,6

0,0

0,0

0,1

– 0,3

2,4

0,0

0,0

0,0

– 0,2

2,2

– wv. overige zorg in natura

1,0

0,0

0,0

0,0

0,1

1,2

0,0

0,0

0,2

0,0

1,4

                       

Persoonsgebonden budgetten

2,5

0,1

0,0

0,0

– 0,2

2,4

0,0

– 0,3

0,4

– 0,1

2,4

Overige3

0,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,8

0,1

0,0

0,1

– 0,5

0,5

                       

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

3,4

0,0

– 0,3

0,0

– 1,0

2,2

0,0

0,2

0,0

– 0,1

2,3

Begroting (VWS)

1,9

0,0

– 0,3

0,0

– 1,0

0,6

0,0

0,1

0,0

– 0,1

0,6

Wmo (Gemeentefonds)

1,5

0,0

0,0

0,0

0,0

1,6

0,0

0,2

0,0

0,0

1,7

                       

Bruto-BKZ-uitgaven jaarverslag 2014

67,9

1,4

0,5

– 0,8

0,2

69,2

1,7

0,7

– 0,5

– 0,9

70,2

BKZ-ontvangsten jaarverslag 2014

3,6

0,0

0,9

0,2

0,0

4,6

0,0

0,1

0,4

0,0

5,1

Netto-BKZ-uitgaven jaarverslag 2014

64,3

1,4

– 0,4

– 1,0

0,2

64,6

1,7

0,6

– 0,9

– 0,9

65,1

Noot 2: Bij de Zvw zijn onder de post overige opgenomen de deelsectoren; grensoverschrijdende zorg, beheerskosten uitvoeringsorganen Zvw, multidisciplinaire zorgverlening, beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw en nominaal en onverdeeld.

Noot 3: Bij de AWBZ zijn onder de post overige opgenomen de deelsectoren; bovenbudgettaire vergoedingen (tot 2013), beheerskosten, subsidie, tandheelkundige zorg AWBZ, instellingen voor medisch-specialistische zorg AWBZ, overig curatieve zorg AWBZ, preventieve zorg, MEE-instellingen, beschikbaarheidbijdrage opleidingen AWBZ en nominaal en onverdeeld.

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens ZiNL over de (voorlopige) financieringslasten Zvw en AWBZ.

Nominaal

De nominale ontwikkeling bij de Zvw en de AWBZ in 2013 van in totaal € 1,4 miljard en in 2014 van € 1,7 miljard betreft de jaarlijkse aanpassing van de zorguitgaven aan de loon- en prijsontwikkeling op basis van de ramingen van het CPB. De loon- en prijsbijstelling in 2014 is hoger dan die in 2013. Dit komt doordat de indexen voor lonen en prijzen in 2014 hoger waren dan in 2013.

Beleidsmatig

Onder beleidsmatig zijn opgenomen de intensiveringen en maatregelen die het gevolg zijn van politieke prioriteitstelling. De intensiveringen betreffen voornamelijk de groeiruimte die op basis van (bestuurlijke) akkoorden, politieke prioriteitenstelling of op basis van de raming van de jaarlijkse autonome ontwikkeling van de zorguitgaven (volgend uit de CPB-middellangetermijnraming) beschikbaar is. De uitgavenbeperkende maatregelen zijn veelal ter redressering van eerdere overschrijdingen. Groeiruimte of maatregelen kunnen zich zowel in volume als in prijseffecten manifesteren, of in een combinatie van beide.

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Bij de sector Zvw is voor 2013 een beleidsmatige groei te zien van € 1,3 miljard en voor 2014 van € 0,9 miljard. Met de sectoren medisch-specialistische zorg, curatieve ggz en huisartsen zijn in 2011 akkoorden gesloten waarin is afgesproken dat de uitgaven van deze sectoren in 2013 maximaal 2,5% mogen stijgen. Met de in 2013 afgesloten akkoorden is de maximale groei voor 2014 gematigd tot 1,5% voor de medisch-specialistische zorg en curatieve ggz en 2,5% voor de huisartsen. Dat verklaart de gematigde groei bij deze sectoren. Verder neemt de groei van de uitgaven voor geneesmiddelen af als gevolg van het gevoerde preferentiebeleid.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

Bij de AWBZ is sprake van een daling van de uitgaven in 2013 van € 0,5 miljard en een daling in 2014 van € 0,4 miljard. De daling in 2013 hangt samen met de maatregelen die met ingang van 1 januari 2013 zijn getroffen. Zo zijn vanaf 1 januari 2013 onder andere de bovenbudgettaire vergoedingen onder de contracteerruimte gebracht, de tariefverhoging van de ZZP’s in de ggz en gehandicaptenzorg ongedaan gemaakt, is de groeiruimte verlaagd tot het niveau van de demografische ontwikkeling en zijn de normtarieven voor vervoer geharmoniseerd. In 2014 dalen de pgb-uitgaven als gevolg van eerder genomen maatregelen. De uitgaven aan ouderenzorg dalen als gevolg van het extramuraliseren van lichte ZZP’s.

Ontvangsten

De toename van de ontvangsten in 2013 van € 0,9 miljard wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van het eigen risico met € 115 (van € 235 naar € 350) zoals afgesproken in het Begrotingsakkoord 2013.

Mee- en tegenvallers

De mee- en tegenvallers kunnen het gevolg zijn van een volume- en/of een prijseffect. De actualisering van de zorguitgaven vallen onder de mee- en tegenvallers. Mee- en tegenvallers blijken veelal uit realisatiecijfers (in dit jaarverslag betreft het de voorlopige realisatiecijfers 2014).

Zorgverzekeringswet (Zvw)

In 2013 dalen de Zvw-uitgaven voornamelijk als gevolg van lagere uitgaven voor genees- en hulpmiddelen (€ 0,8 miljard). De vergoedingen voor geneesmiddelen vielen in 2013 lager uit door een lager dan verwachte groei van het aantal uitgiftes in combinatie met een verdere daling van de gemiddelde geneesmiddelenprijzen onder druk van patentverlies en het door zorgverzekeraars gevoerde preferentiebeleid. De daling bij de hulpmiddelen lijkt vooral te komen doordat het beleid van zorgverzekeraars met betrekking tot hulpmiddelen vanuit financieel oogpunt succesvoller is dan werd verwacht, bijvoorbeeld met betrekking tot de uitgaven aan verbandmiddelen.

De daling van de Zvw-uitgaven in 2014 van € 1,0 miljard heeft betrekking op de tweedelijnszorg (€ 0,5 miljard), de genees- en hulpmiddelen (€ 0,3 miljard) en de grensoverschrijdende zorg (€ 0,2 miljard). De daling in 2014 bij de tweedelijnszorg van € 0,5 miljard is het gevolg van incidenteel hogere uitgaven in 2013. De incidentele daling bij de grensoverschrijdende zorg in 2014 wordt veroorzaakt door een grote verrekening van meerdere oudere jaren en door het grillige karakter van de uitgaven (declaraties worden onregelmatig ontvangen).

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

De stijging van de AWBZ-uitgaven in 2013 als gevolg van mee- en tegenvallers wordt grotendeels veroorzaakt door een volumetoename bij de zorg in natura budgetten (€ 0,4 miljard).

De stijging van de AWBZ-uitgaven in 2014 (€ 0,4 miljard) wordt grotendeels veroorzaakt door een volumetoename bij de persoonsgebonden budgetten.

Technisch

De technische mutaties betreffen voornamelijk overhevelingen tussen onderdelen van de Zvw, de AWBZ en de begroting van VWS. In 2013 gaat het om de overheveling van de geriatrische revalidatiezorg en de bruikleenregeling voor hulpmiddelen van de AWBZ naar de Zvw. Daarnaast zijn in 2013 middelen voor de opleidingen vanuit de VWS-begroting naar de Zvw en AWBZ overgeheveld.

In 2014 is sprake van beperkte technische mutaties bij zowel de Zvw als de AWBZ. De technische mutatie in 2014 bij de Zvw van in totaal – € 0,2 miljard betreft voornamelijk een technische correctie op de uitgaven voor de jeugd-ggz als gevolg van de overheveling van de jeugd-ggz per 1 januari 2015. Doordat alle openstaande DBC’s in de jeugd-ggz per 31 december 2014 worden afgesloten, neemt de schadelast van de jeugd-ggz die betrekking heeft op 2014 af. De technische mutatie in 2014 bij de AWBZ van in totaal – € 0,6 miljard betreft voornamelijk de kapitaallasten en financieringsmutaties.

In tabel 5A zijn de groeipercentages van de BKZ-uitgaven per financieringsbron weergegeven.

Tabel 5A Groeipercentages van de BKZ-uitgaven per financieringsbron (bedragen x € 1 miljard) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.
 

2012

Groei2

Overhevelingen

Groei gecorr. voor overh.

2013

Groei2

Overhevelingen

Groei gecorr. voor overh.

2014

 

(bedrag)

(%)

(%)

(%)

(bedrag)

(%)

(%)

(%)

(bedrag)

Zorgverzekeringswet

36,6

7,9

5,3

2,7

39,6

1,3

– 0,4

1,7

40,1

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

27,9

– 1,5

– 2,8

1,3

27,5

1,2

– 2,2

3,4

27,8

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

3,4

– 36,7

– 29,1

– 7,6

2,2

7,1

– 4,0

11,0

2,3

Bruto-BKZ-uitgaven jaarverslag 2014

67,9

1,8

0,2

1,6

69,2

1,4

– 1,2

2,7

70,2

Netto-BKZ-uitgaven jaarverslag 2014

64,3

0,4

0,3

0,1

64,6

0,8

– 1,3

2,1

65,1

Noot 2: Dit is inclusief de loon- en prijsbijstelling

Toelichting:

Het groeipercentage bij de Zvw in 2013 van circa 8% heeft voor circa 5% betrekking op overhevelingen. Dit betreft de overheveling van de geriatrische revalidatiezorg en de bruikleenregeling voor hulpmiddelen van de AWBZ naar de Zvw en van de opleidingen vanuit de VWS-begroting naar de Zvw en AWBZ. In 2014 zijn er beperkte overhevelingen geweest.

2.4. Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

Tabel 6 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2014 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten op hoofdlijnen zien. De verdere verdieping van de verticale ontwikkeling vindt plaats in paragraaf 3 en paragraaf 6.

Tabel 6 Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2014

Bruto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

72.895,0

Mutaties Zvw-uitgaven

– 2.476,9

Mutaties AWBZ-uitgaven

– 276,5

Mutaties begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

69,7

Totaal mutaties

– 2.683,8

Bruto-BKZ-uitgaven jaarverslag 2014

70.211,2

BKZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

5.068,6

Mutaties Zvw-ontvangsten

0,0

Mutaties AWBZ-ontvangsten

51,1

Mutaties begrotingsgefinancierde BKZ-ontvangsten

0,0

Totaal mutaties

51,1

BKZ-ontvangsten jaarverslag 2014

5.119,7

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

67.826,4

Totaal mutaties

– 2.734,8

Netto-BKZ-uitgaven jaarverslag 2014

65.091,5

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens ZiNL over de (voorlopige) financieringslasten Zvw en AWBZ.

Ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2014 nemen de BKZ-uitgaven in 2014 af met circa € 2,7 miljard en de BKZ-ontvangsten stijgen met € 51 miljoen. De daling van de BKZ-uitgaven wordt veroorzaakt door de daling van de Zvw-uitgaven met circa € 2,5 miljard, een daling van de AWBZ-uitgaven met circa € 0,3 miljard en een stijging van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven met circa € 70 miljoen. De daling van de Zvw-uitgaven wordt grotendeels verklaard door lagere uitgaven voor genees- en hulpmiddelen. De stijging van de ontvangsten betreft de eigen bijdrage AWBZ. In paragraaf 3 is de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

Noot 2: Bijvoorbeeld: Een tariefmaatregel (effect op de prijs) kan door toenemend zorgvolume (hogere q) meer opbrengen dan geraamd, terwijl de totale zorguitgaven toch toenemen (omdat het effect op de prijs meer dan gecompenseerd wordt door het volume-effect). Een pakketmaatregel kan mogelijk minder opleveren dan geraamd wanneer er substitutie plaatsvindt naar andere vormen van zorg die nog wel worden vergoed.