Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

Algemene doelstelling

Voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting en daarmee bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity. De taken worden namens de minister uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De NCTV heeft de volgende hoofdopdrachten:

  • –  identificeren en duiden van dreigingen en risico’s;
  • –  bewaken en beveiligen van personen, objecten, diensten en evenementen;
  • –  verhogen van cyber security;
  • –  verhogen van de weerbaarheid van overheden (waaronder veiligheidsregio’s), burgers en bedrijfsleven;
  • –  realiseren van optimale crisisbeheersing en crisiscommunicatie.

De verantwoordelijkheid van de minister is gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s (verantwoordelijkheid voor het stelsel van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening in de regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing), de Politiewet 2012 (voor bewaken en beveiligen), de Luchtvaartwet (beveiliging burgerluchtvaart) en het Koninklijk Besluit van 14 december 2005 (terrorismebestrijding). Daarnaast is bij Koninklijk Besluit vastgelegd dat de Minister van Veiligheid en Justitie doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.

Vanwege de regisserende rol van de Minister van Veiligheid en Justitie op de genoemde domeinen zijn er samenwerkingsverbanden en relaties met verschillende andere betrokken ministeries, medeoverheden en organisaties.

Meetbare gegevens

De maatschappelijke effecten in het kader van het crisisbeleid en de terrorismebestrijding laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten en de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen niet (altijd) in prestatie-indicatoren uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de Voortgangsrapportage Terrorismebestrijding en de Voortgangsrapportage Nationale Veiligheid die beide jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden 9.

Beleidswijzigingen

Nuclear Security Summit

In 2014 vindt de Nuclear Security Summit (NSS) in Den Haag plaats, die in opdracht van de regering wordt georganiseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zal worden bezocht door tientallen staatshoofden en regeringsleiders, vergezeld door grote delegaties. Het Ministerie van VenJ (NCTV) is betrokken bij de inhoudelijk voorbereiding van de top. Daarnaast worden ten behoeve van een veilig en ongestoord verloop van deze top onder coördinatie van het Ministerie van VenJ voorbereidingen getroffen. De NCTV zorgt daarbij voor de veiligheid van, in het bijzonder, de aanwezige regeringsleiders. Voorts is de NCTV verantwoordelijk voor de coördinatie van de crisisbeheersing op nationaal niveau. Naast de top vinden drie side events gerelateerd aan de NSS plaats, waaronder de door de NCTV in samenwerking met Buitenlandse Zaken georganiseerde internationale CBRN/E-oefening @tomic 2014.

Evaluatie Wet Veiligheidsregio’s

In 2013 is het functioneren van de Wet Veiligheidsregio’s en het brede stelsel van rampenbestrijding en crisisbeheersing geëvalueerd. De daaruit voortvloeiende maatregelen ter verbetering van het stelsel van rampenbestrijding en crisisbeheersing worden in 2014 ontwikkeld en zo mogelijk ingevoerd. Deze maatregelen zullen zoveel mogelijk aansluiten bij de afspraken die met de veiligheidsregio’s zijn gemaakt in het project Bovenregionale samenwerking, waarin is vastgelegd dat voor 2013 en 2014 de NCTV bijdraagt aan de professionalisering van de crisiscommunicatie van de regio’s.

Nationale Cyber Security Strategie

Het verhogen van de digitale weerbaarheid van Nederland is van groot belang. In dit licht wordt in 2014 de recent geactualiseerde Nationale Cyber Security Strategie (NCSS) geïmplementeerd. Tevens wordt het Nationaal Detectie Netwerk opgebouwd om dreigingen in het digitale domein zo snel mogelijk te detecteren. Om hierop adequate respons te leveren wordt in 2014 onder andere ook het Nationale Responsenetwerk verder vorm gegeven. Voor deze intensiveringen wordt in 2014 € 4 mln. geherprioriteerd binnen de kaders van het Ministerie van VenJ.

Tabel 36.1 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

202.800

253.413

251.155

249.917

248.092

246.636

               

Programma-uitgaven

202.800

253.413

251.155

249.917

248.092

246.636

Waarvan juridisch verplicht

 

91,03%

       

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

Overige bijdragen agentschappen

0

320

320

320

320

320

 

Bijdrage ZBO/RWT's

           
 

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

31.036

30.236

30.239

29.432

28.397

27.962

 

Bijdrage aan medeoverheden

           
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

128.379

176.770

175.040

175.042

175.042

174.918

 

Overig nationale veiligheid en terrorismebestrijding

3.319

2.999

3.000

2.894

2.758

2.702

 

Subsidies

           
 

Nederlands Rode Kruis

1.850

1.685

1.685

1.685

1.685

1.683

 

Nationaal Veiligheidsinstituut

1.305

1.305

1.305

1.305

1.305

1.304

 

Onderwijs Veiligheidsregio's

1.930

1.930

1.930

1.930

1.930

1.928

 

Overig nationale veiligheid en terrorismebestrijding

508

4.950

5.613

5.554

5.478

5.441

 

Opdrachten

           
 

Project NL-Alert

2.900

2.900

2.900

2.900

2.900

2.897

 

Opdrachten NCSC

4.463

8.343

8.337

8.336

8.331

8.326

 

Overig terrorismebestrijding

4.745

2.257

377

440

407

388

 

Overig nationale veiligheid en terrorismebestrijding

11.202

8.578

9.269

9.310

9.245

8.720

               

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

           
 

Bijdrage ZBO/RWT's

           
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

11.163

11.140

11.140

10.769

10.294

10.047

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

Juridisch verplicht is de bijdrage aan de ZBO’s en RWT’s IFV op basis van het Besluit Rijksbijdrage IFV. De bijdrage aan medeoverheden is voor zo'n 98% verplicht op basis van de Wet Veiligheidsregio’s door middel van de brede doeluitkering. De subsidiebudgetten zijn voor zo'n 50% juridisch verplicht. Het gaat hierbij om de bijdragen aan het Nederlandse Rode Kruis, het Nationaal veiligheidsinstituut en aan onderwijsveiligheidsregio’s. Daarnaast is zo'n 37% van de opdrachtenbudgetten verplicht. Dit betreft o.a. een meerjarig contract met telecom providers voor beheer van NL-Alert, overige opdrachten die zijn verplicht op basis van meerjarige contracten ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van terrorismebestrijding en opdrachten in het kader van de Nuclear Security Summit 2014 en meerjarige vastgelegde overeenkomsten op het gebied van terrorismebestrijding en nationale veiligheid.

Het niet-juridische verplichte deel van het budget op dit beleidsartikel is gereserveerd voor onder andere een effectieve nationale crisisreponsorganisatie. Verder zijn middelen voor het identificeren en beoordelen van mogelijke dreigingen op de nationale veiligheid en terrorismebestrijding onder het verplichte deel inbegrepen.

In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in regel «Nederlands Rode Kruis» een bedrag van € 1,685 mln. aan subsidieuitgaven voor het jaar 2014 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de verlening van een subsidie aan het Nederlandse Rode Kruis voor de inzet bij crisis en rampen. In de regel «Nationaal Veiligheidsinstituut» is een bedrag van € 1,305 mln. aan subsidieuitgaven voor het jaar 2014 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de verlening van subsidie aan het Nationaal Veiligheidsinstituut voor het opzetten en beheersen van een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid. Daarnaast zijn in de regel «Onderwijs Veiligheidsregio’s» subsidieuitgaven opgenomen van € 1,93 mln. voor subsidieverlening aan de veiligheidsregio’s voor verbetering van brandweeronderwijs. Deze begrotingsvermeldingen vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening(en) als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Toelichting op de instrumenten

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdrage ZBO’S en RWT’S

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De taken betreffen onder meer het verzorgen van officiersopleidingen, het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Tevens verricht het IFV op commerciële basis werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als: wettelijk toegestane werkzaamheden). Daarnaast maakt ook USAR.NL, de Nederlandse bijstandseenheid voor het zoeken en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland, deel uit van het IFV.

Bijdrage aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de veiligheidsregio’s, een regionaal samenwerkingsverband van brandweer en GHOR, voor de uitvoering van wettelijke taken. Het betreft hier de taken genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. Naast de rijksbijdrage ontvangen de regio’s ook een bijdrage van de gemeenten. De BDuR wordt toegekend op basis van verdeelmaatstaven die zoveel mogelijk de aanwezigheid van risico’s in de regio weerspiegelen. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van een aantal verdeelmaatstaven van het Gemeentefonds.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Met meer dan honderd miljoen vrijwilligers wereldwijd is het Rode Kruis altijd ter plaatse bij een ramp of een conflict. De organisatie start levensreddende activiteiten op en biedt onderdak, voedsel, drinkwater en medische voorzieningen. Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van het Ministerie van VenJ voor de inzet bij rampen en crises in Nederland.

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Brandweermuseum en het Nederlandse Politiemuseum zijn op 16 december 2011 samengegaan in het Nationaal Veiligheidsinstituut. Dit instituut in Almere is eind 2013 geopend. Het ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid op te zetten en te beheren.

Onderwijs Veiligheidsregio's

De Veiligheidsregio’s ontvangen subsidie voor verbetering van brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen). In 2013 en 2014 zal het accent liggen op eenduidig organiseren van brandweeronderwijs. In 2015 zal er bekeken worden hoe deze incidentiele subsidie wordt voortgezet.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

(Beleids)implicaties Nationale Risicobeoordeling:

De NCTV draagt zorg voor het laten uitvoeren van te intensiveren capaciteiten volgend uit de jaarlijkse Nationale Risicobeoordeling (NRB) en capaciteitenanalyse.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem voor rampen- en crisisinformatie per mobiele telefoon, dat eind 2012 is uitgerold. Nederland is internationaal gezien het eerste land dat dit middel inzet om in crisistijd mensen in de omgeving van een bepaalde zendmast op grote schaal via een bericht op hun mobiele telefoon te kunnen alarmeren en informeren over een acute crisis. Hierbij kunnen aan burgers verschillende handelingsperspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van VenJ financiert de jaarlijkse beheer- en exploitatiekosten van onder andere de telecomproviders. Daarnaast investeert het Ministerie van VenJ in de publiekscampagne om het bereik van NL-Alert zo hoog mogelijk te maken.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is het centrum in Nederland waar publieke (onder andere het Ministerie van Defensie) en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie bijeen brengen rondom cyber security. Deze informatie wordt met elkaar gedeeld en geanalyseerd om tot duiding en impact van die informatie te komen. Daarnaast treedt het NCSC op als Computer Emergency Response Team (CERT) namens de Nederlandse overheid en fungeert in deze hoedanigheid als Nationaal Contactpunt voor cyber security die meldingen verwerkt en trends en ontwikkelingen op internet waarneemt. Periodiek wordt het Cyber Security Beeld Nederland opgesteld op basis waarvan beleidsvorming plaatsvindt op het gebied van cyber security 10.

Overig terrorismebestrijding

Het Ministerie van VenJ voert de centrale coördinatie op het gebied van terrorisme- en extremismebestrijding en geeft richting aan de structurele samenwerking van partijen op specifieke terreinen van terrorisme- en extremismebestrijding. Om de dreiging van concrete aanslagen tegen te gaan wordt onverminderd ingezet op het bijtijds signaleren van (mogelijke) voorbereidingshandelingen voor terroristische aanslagen, in samenwerking met nationale en internationale partners. Daartoe wordt periodiek het Dreigingsbeeld Terrorismebestrijding Nederland (DTN) uitgebracht.

Om reisbewegingen naar jihadistische strijdgebieden tegen te gaan en om de risico’s die mogelijk uitgaan van terugkeerders in te dammen, wordt verder ingezet op preventie, signalering en interventie. Het Ministerie van VenJ voert de regie over de gezamenlijke aanpak en werkt daarbij nauw samen met name de inlichtingendiensten en met het lokale bestuur. Intensiveringen hebben onder andere betrekking op het robuuster maken van de bestuurlijke aanpak (maatwerk op lokaal niveau), toenemende aandacht voor rol internet en social media en het gebruik van «travel information» voor detectie van reisbewegingen. Onder andere worden specifieke opleidingen en verdiepingstrainingen over jihadisme ontwikkeld en in relevante gebieden aangeboden ten behoeve van de uitvoering van maatwerktrajecten.

Om gerichter de weerbaarheid van vitale sectoren te kunnen verhogen, worden «roadmaps» ontwikkeld. Hierin worden de vitale belangen en dreigingen daarop geïdentificeerd en gekeken welke maatregelen nodig zijn, binnen welke termijn en door wie. Dit wordt in publiek-private samenwerking opgepakt.

Voor de aanpak van potentieel gewelddadige eenlingen wordt een operationeel advies- en expertisepunt opgezet en worden gerichte trainingen en opleidingen gegeven.

Daarnaast richt het Ministerie van VenJ zich met name op de landelijke coördinatie van het stelsel bewaken en beveiligen en vindt in opdracht van de NCTV, de beveiliging plaats van een gelimiteerd aantal personen, objecten en diensten. De uitkomsten van de in 2013 uitgevoerde evaluatie van het stelsel bewaken en beveiligen worden in 2014 geïmplementeerd.

De ontwikkelde Security Awareness instrumenten, waaronder die ontwikkeld in het in 2013 afgeronde programma ter voorkoming misbruik chemische, biologische, radiologische en nucleaire materialen (CBRN), worden geborgd binnen de Nederlandse hoog risico (vitale) sectoren, relevante operationele diensten en kennisinstellingen en in internationale projecten.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

– Voorkomen en beperken van maatschappij ontwrichtende incidenten:

Het Ministerie van VenJ heeft een belangrijke faciliterende en richtinggevende rol als het gaat om het identificeren van mogelijke maatschappij ontwrichtende risico’s en dreigingen en het verhogen van de weerbaarheid hiertegen. Dit betekent dat er nauw samengewerkt wordt met publieke en private partijen om de vitale belangen van onze samenleving te beschermen, door dreigingen zoveel mogelijk weg te nemen en door voorbereid te zijn op eventuele calamiteiten. Zo wordt er geïnvesteerd in een effectieve nationale crisisorganisatie die aansluit op de regionale crisisorganisaties. Eenduidigheid in crisiscoördinatie en -communicatie staan daarbij centraal, evenals een intensief traject van Opleiden, Trainen en Oefenen. Om nog sneller te kunnen anticiperen op mogelijke grootschalige verstoringen van de maatschappelijke stabiliteit, voor optimalisering van de nationale crisisbeheersing en ten behoeve van interactieve beleidsvorming wordt de inzet van sociale media verder geïntensiveerd. Ook wordt in 2014 bijgedragen aan het verhogen van de weerbaarheid van vitale sectoren. Voor de aanpak van potentieel gewelddadige eenlingen wordt een operationeel advies- en expertisepunt opgezet.

– Innovatie:

Met het innovatiebeleid van de NCTV wordt vernieuwingen en verbeteringen nagestreefd die ertoe leiden dat operationele diensten in het veiligheidsdomein effectiever en efficiënter gaan functioneren. De NCTV innoveert binnen haar eigen organisatie, en heeft voor anderen een stimulerende en coördinerende functie. De NCTV financiert kansrijke innovatieprojecten via het programma Veilig door Innovatie en behartigt het belang voor veiligheid in onderzoeksprogramma’s van derden zoals het Europese R&D programma (KP7 en vanaf 2014 Horizon 2020). Ook geeft de NCTV sturing aan het «Vraaggestuurd Programma Veilige Maatschappij» van TNO en adviseert en coördineert de NCTV activiteiten op het terrein van veiligheid binnen het Topsectorenbeleid van EZ (specifiek binnen de Topsector «High Tech Systemen en Materialen» in de Roadmap Security).

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV)

De OvV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op grond daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid en het wegnemen van structurele veiligheidstekorten. De OvV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OvV worden verricht (waaronder naar lucht- en scheepvaart).

Noot 9: Voortgangsrapportage Terrorismebestrijding, Kamerstukken TK, 29 754, nr. 213; Voortgangsrapportage Nationale Veiligheid, Kamerstukken TK, 30 821, nr. 16.

Noot 10: Meest recent is Het Cyber Security Beeld Nederland 2 d.d. juni 2012, Kamerstukken TK, 26 643, nr. 245.