Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. FINANCIEEL BEELD ZORG BEGROTING 2014

1. Inleiding

In het Financieel Beeld Zorg (FBZ) staat de ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg (BKZ) centraal.

Het FBZ bestaat uit de volgende onderdelen:

  • 1.  Inleiding
  • 2.  Zorguitgaven in vogelvlucht
  • 3.  Uitgaven Budgettair Kader Zorg
    • 3.1.  Zorgverzekeringswet (Zvw)
    • 3.2.  Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
    • 3.3.  Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven
  • 4.  Financiering van de zorguitgaven
  • 5.  Bijlage: Historische ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2004–2014
  • 6.  Bijlage: Verdieping Financieel Beeld Zorg

In de verdiepingsbijlage «Verdieping Financieel Beeld Zorg» wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de ontwikkelingen binnen het Budgettair Kader Zorg op het niveau van de deelsectoren binnen de Zvw en de AWBZ.

Wijzigingen in het Financieel Beeld Zorg

In lijn met de veranderingen die reeds zijn doorgevoerd in de ontwerpbegroting 2013 (TK vergaderjaar 2012–2013, 33605 XVI, nr. 1), is in de ontwerpbegroting 2014 een aantal verbeteringen doorgevoerd:

  • •  In paragraaf 3.1.5 en 3.2.5 «Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten» zijn de belangrijkste mee- en tegenvallers bij de zorguitgaven (zie tabel 7 en 10) toegelicht. Hiermee is tegemoetgekomen aan de wens van de Algemene Rekenkamer en de Tweede Kamer om meer aandacht te besteden aan de mee- en tegenvallers.
  • •  Paragraaf 2.3 «Horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten» is uitgebreid en per sector gepresenteerd. Hiermee is tegemoetgekomen aan het verzoek uit de Eerste Kamer van het lid De Grave om de jaar op jaar ontwikkeling van de zorguitgaven uit te splitsen in een AWBZ-, een Zvw- en een begrotingsgefinancierd deel. In deze paragraaf zijn in tabel 3A ook de groeipercentages van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector weergegeven.
  • •  Bij diverse Kamerleden is er behoefte aan meer informatie over de historische ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten. Naar aanleiding hiervan is een aantal veranderingen doorgevoerd:
    • –  In paragraaf 2.2 is in figuur 3 de historische ontwikkeling van het BKZ en van de netto-BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2004–2014 weergegeven. In bijlage 5 is een cijfermatig overzicht gegeven. In bijlage 5 is verder een tabel opgenomen met actuele cijfers voor de jaren 2009–2012 op sectorniveau.
  • •  Op pagina 7 van de VWS-begroting is een tabel met kerngegevens opgenomen van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2014. Hierin zijn in één oogopslag de totale BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2014 zichtbaar.

Verbetering financiële informatievoorziening

Zorgverzekeraars, zorgaanbieders, patiënten en de overheid hebben behoefte aan tijdige en volledige informatie over de zorg. De informatie, in het bijzonder de financiële informatie, komt echter pas na verloop van tijd beschikbaar. Daarnaast is sprake van een veelheid aan begrippen en bronnen waardoor het moeilijk is uit de informatie eenduidige conclusies te trekken.

Omdat informatievoorziening een zo belangrijke rol speelt in het stelsel en het beleidsproces, is de verbetering van de informatievoorziening als één van de prioriteiten van het VWS-beleid aangemerkt. Op dit gebied zijn al diverse verbetertrajecten in gang gezet.

Tijdige en accurate financiële informatie is nodig voor een goede uitgavenbeheersing. VWS heeft de verantwoordelijkheid om de zorguitgaven binnen het afgesproken Budgettair Kader Zorg te houden, om zo kwalitatief goede zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Het BKZ vormt de meetlat waartegen de ramingen (vooraf) en de werkelijke uitgaven (achteraf) worden gelegd. Als ongewenste ontwikkelingen dreigen of zich voordoen, moet er met gepaste maatregelen bijgestuurd kunnen worden.

Stuurgroep Verbetering Informatievoorziening Zorguitgaven

Om voldoende focus en draagkracht te creëren bij de verbeteringen op het gebied van de financiële informatievoorziening is, in het verlengde van de Taskforce beheersing zorguitgaven, eind vorig jaar een zware ambtelijke stuurgroep Verbetering Informatievoorziening Zorguitgaven ingesteld.

De opdracht aan de stuurgroep is:

  • 1.  Voorstellen ontwikkelen voor het versnellen van de financiële informatievoorziening en de implementatie van die voorstellen. Het doel is dat in maart t+1 voldoende betrouwbare informatie over t beschikbaar is.
  • 2.  Voorstellen ontwikkelen voor monitoring van de zorguitgaven gedurende het jaar (early warning, bijvoorbeeld door beter zicht op onderhanden werk) en de implementatie van die voorstellen.
  • 3.  Voorstellen ontwikkelen voor verbetering van de verklarende informatie (als eerste welke informatie is nodig, als tweede waar is die informatie beschikbaar en ten slotte hoe is de informatie te ontsluiten en op welke termijn) en de implementatie van die voorstellen.

Deze drie onderdelen kunnen niet los van elkaar worden gezien. Een sneller en vollediger beeld over de zorguitgaven aan het eind van een uitvoeringsjaar wint aan waarde wanneer die uitgaven ook in de loop van het jaar op eenduidige wijze kunnen worden gevolgd. Daarbij is het van belang dat de ontwikkelingen in de uitgaven ook kunnen worden verklaard, zeker als die afwijken van het beschikbare kader. Op die manier kunnen maatregelen ook beter aangrijpen bij de oorzaak van de afwijking. Over de te treffen maatregelen is de Kamer bij brief van 4 juli 2013 (127616–105951-FEZ) geïnformeerd.

Er is veel informatie over de zorg en de zorguitgaven beschikbaar. Hoewel deze informatie door het hanteren van verschillende definities, indelingen en/of perioden niet eenvoudig aan te sluiten is op de bedragen die zijn opgenomen in het Budgettair Kader Zorg, bieden deze bronnen een goed inzicht in diverse aspecten van de gezondheidszorg. Hieronder is als achtergrondinformatie een aantal links naar websites opgenomen die verwijzen naar publicaties van het RIVM, de NZa en het CVZ.

http://www.zorgatlas.nl/

http://www.nationaalkompas.nl/

http://www.kostenvanziekten.nl/

http://www.gezondheidszorgbalans.nl/

http://www.vtv2010.nl

http://www.nza.nl/

http://www.cvz.nl/

Het Budgettair Kader Zorg

Het BKZ bestaat uit alle uitgaven die op basis van een wettelijke aanspraak dan wel een subsidie op grond van de Zvw of de AWBZ worden gemaakt. Een deel van de begrotingsuitgaven van VWS wordt ook gerekend tot het BKZ. Het gaat daarbij om een deel van de uitgaven op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de uitgaven voor zorg, jeugd en welzijn in Caribisch Nederland en bepaalde uitgaven aan opleidingen. Deze uitgaven staan vermeld in de beleidsartikelen 4 en 8 van de VWS-begroting. Daarnaast omvat het BKZ uitgaven die via andere begrotingshoofdstukken beschikbaar worden gesteld. Het gaat hierbij om de middelen die via het gemeentefonds worden uitgekeerd aan gemeenten voor uitgaven voor huishoudelijke hulp in het kader van de Wmo. Ook zijn er bedragen gereserveerd op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën die toegerekend worden aan het BKZ.

Het BKZ is het kader voor de netto-BKZ-uitgaven. In Figuur 1 wordt het onderscheid tussen bruto- en netto-BKZ schematisch weergegeven. Voor meer informatie zie de leeswijzer op pagina 5.

Figuur 1 Bruto- en netto Zorguitgaven 2014

* «Overig» betreft de begrotingsgefinancierde uitgaven op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de uitgaven voor zorg, jeugd en welzijn in Caribisch Nederland en bepaalde uitgaven aan opleidingen.

2. Zorguitgaven in vogelvlucht

2.1 Ontwikkeling van de zorguitgaven

De zorguitgaven zijn de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Met de maatregelen uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher zijn voor zowel de curatieve zorg als de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg flinke stappen gezet om te kunnen komen tot een meer houdbare ontwikkeling van de zorguitgaven. In de in het voorjaar van 2013 gesloten «Zorgafspraken» zijn overeenkomsten gesloten met de werkgevers- en het gros van de werknemersorganisaties in de zorg over beheerste loonontwikkeling. Met de structurele middelen die daaruit beschikbaar komen, wordt in de curatieve zorg geïnvesteerd in verbetering van de arbeidsmarktpositie van zorgpersoneel. Ook wordt ingezet op kwaliteitsverbetering, door scholing en bijscholing. In de langdurige zorg is een aantal verzachtingen van regeerakkoordmaatregelen overeengekomen. Aanvullend hierop zijn in juli van 2013 met verschillende sectoren in de curatieve zorg afspraken gemaakt over nieuw te sluiten Hoofdlijnenakkoorden waarbij is overeengekomen de uitgavenstijging in de zorg verder te beheersen en hiermee een bijdrage te leveren aan houdbare overheidsfinanciën (TK, 29 248, nr. 257). Alle partijen hebben hiermee aangetoond verantwoordelijkheid te nemen om samen een duurzaam zorgstelsel te ontwikkelen. Verder zijn door een samenhangend geheel van maatregelen (onder andere door het afsluiten van convenanten met het veld, het geven van de bevoegdheid tot het voeren van preferentiebeleid en vrij onderhandelbare tarieven apotheekhoudenden) en het inkoopbeleid van zorgverzekeraars, de uitgaven voor geneesmiddelen beduidend lager uitgevallen.

Onderstaande figuur maakt inzichtelijk dat de maatregelen uit het regeerakkoord en de Hoofdlijnenakkoorden die gesloten gaan worden met de verschillende sectoren in de curatieve zorg leiden tot een verlaging van de groei van de reële bruto-BKZ-uitgaven. Ondanks deze verlaging van de reële groei, ligt deze groei nog altijd boven de reële groei van het bruto binnenlands product (BBP).

Figuur 2 Reële groei van de bruto-BKZ-uitgaven en reële groei BBP (%)

2.2 Ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg en de netto-BKZ-uitgaven

Tabel 1 laat de ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven zien in de periode 2013 tot en met 2017 vanaf de stand ontwerpbegroting 2013. Het Budgettair Kader Zorg is bij de start van het kabinet-Rutte-Asscher voor de periode 2013–2017 vastgesteld bij Startnota (TK 33 400, nr. 18) 16. De maatregelen uit het regeerakkooord hebben geleid tot een verlaging van het Budgettair Kader Zorg bij Startnota van ruim € 5 miljard in 2017. De actualisering van de zorguitgaven heeft geleid tot een onderschrijding van het BKZ vanaf 2013. In het voorjaar van 2013 zijn met diverse partijen uit het zorgveld Zorgafspraken gemaakt om een breed draagvlak voor de op handen zijnde hervormingen in de zorg te creëren. Onderdeel van dit akkoord is dat sectoren loonruimte inleveren (de incidentele loonontwikkeling wordt beperkt) en dat dit geld op een andere manier voor de sector beschikbaar komt. Daarnaast zijn in de Hoofdlijnenakkoorden die gesloten gaan worden met de sectoren in de curatieve zorg afspraken gemaakt over beperking van de groeiruimte. Deze ontwikkelingen leiden tot een forse onderschrijding van het BKZ.

De budgettaire effecten van het aanvullend beleidspakket worden verwerkt in de kaders zoals vastgesteld bij het regeerakkoord. Na verwerking van de maatregelen en de macro-economische doorwerking conform de MEV wroden de utigavenkaders herijkt.

Tabel 1 Ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven 2013–2017 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

Netto BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2013

65.801

69.276

72.548

77.215

82.272

Maatregelen regeerakkoord

145

– 463

– 2.975

– 3.891

– 5.222

Macro-economische doorwerking

236

838

383

– 1.001

– 2.537

Overig

0

17

17

43

43

BKZ Startnota Kabinet-Rutte-Asscher

66.181

69.667

69.973

72.366

74.556

Prijs nationale bestedingen (pNB)

– 368

– 729

– 732

– 757

– 780

IJklijnmutaties

– 40

– 72

– 69

– 91

– 101

Bijstelling BKZ

– 408

– 801

– 801

– 848

– 882

BKZ stand ontwerpbegroting 2014

65.774

68.866

69.172

71.518

73.674

Netto-BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2014

65.514

67.826

69.018

70.960

72.917

Over-/onderschrijding BKZ

– 260

– 1.040

– 154

– 558

– 757

Herijking kader

 

1.040

154

558

757

BKZ kader ontwerpbegroting 2014 na herijking

 

67.826

69.018

70.960

72.917

Nieuwe kadertoets

 

0

0

0

0

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ-gegevens over financieringslasten Zvw en AWBZ.

Startnota vergaderjaar 2012–2013 (33 400, nr. 18).

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

De genomen maatregelen en gemaakte afspraken hebben ertoe geleid dat er vooralsnog sprake is van een onderschrijding van het BKZ oplopend van € 260 miljoen in 2013 tot € 757 miljoen in 2017. Ondanks deze onderschrijding van het BKZ blijven de zorguitgaven de komende jaren stijgen.

Tabel 2 geeft een overzicht van de kadertoetsing van het BKZ 2013 tot met 2017 vanaf de stand Startnota. De zorgsector laat vooral dankzij de lagere uitgavengroei bij de geneesmiddelen en de met de veldpartijen overeengekomen hoofdlijnenakkoorden in alle jaren een substantiële onderschrijding van het kader zien.

Tabel 2 Kadertoets Budgettair Kader Zorg 2014 (bedragen x € 1 miljoen; –/– is saldoverbeterend)
 

2013

2014

2015

2016

2017

Kadertoets BKZ Startnota

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2013

– 129

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kadertoets BKZ 1e suppletoire begroting 2013

– 129

0

0

0

0

Mutatie begroting 2014

– 131

– 1.040

– 154

– 558

– 757

Kadertoets BKZ begroting 2014

– 260

– 1.040

– 154

– 558

– 757

herijking kader

 

1.040

154

558

757

Kadertoets BKZ begroting 2014 na herijking

 

0

0

0

0

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ-gegevens over voorlopige financieringslasten Zvw en AWBZ.

Realisatiecijfers in de zorg ijlen nog enige jaren na. Daardoor kunnen er ook na het verschijnen van VWS-jaarverslagen nog aanpassingen in de cijfers plaatsvinden. In figuur 3 is de historische ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg (stand jaarverslag), de netto-BKZ-uitgaven (stand jaarverslag) en de meest actuale stand weergegeven. Hieruit blijkt dat de uitgavenstand nog wijzigt na het verschijnen van het jaarverslag. Een cijfermatig overzicht wordt gegeven in bijlage 5.

Figuur 3 Historische ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg en de netto-BKZ-uitgaven 2004–2014* (bedragen x € 1 miljoen)

* De cijfers voor het jaar 2013 en 2014 zijn de standen ontwerpbegroting 2014

2.3 Horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector

De horizontale ontwikkeling geeft de jaar op jaar ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten weer. In tabel 3 is de horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector weergegeven. Hierbij wordt een toelichting gegeven op het verloop van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten vanaf 2012 tot en met 2014 volgens de huidige inzichten. De ontwikkeling van de sectoren is onderverdeeld naar de oorzaak van de ontwikkeling:

  • •  Nominaal (N);
  • •  Beleidsmatig (B), hieronder zijn opgenomen de intensiveringen en maatregelen;
  • •  Mee- en tegenvallers (M), waaronder de actualisering van de zorguitgaven op basis van cijfers CVZ en NZa;
  • •  Technisch (T), waaronder budgetnautrale verschuivingen.
Tabel 3 Horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector (bedragen x € 1 miljard) 1Door afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.
 

2012

N

B

M

T

2013

N

B

M

T

2014

Zorgverzekeringswet (Zvw)

36,2

1,0

1,3

0,0

2,0

40,6

1,2

0,7

– 0,1

0,1

42,6

Eerstelijnszorg

4,2

0,1

0,1

– 0,1

0,0

4,4

0,0

0,1

0,0

0,0

4,5

Medisch-specialistische zorg

20,2

0,5

0,5

0,0

1,1

22,2

0,0

0,3

– 0,1

0,0

22,5

Ziekenvervoer

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,6

Genees- en hulpmiddelen

6,1

0,2

0,4

0,0

– 0,2

6,6

0,0

0,3

0,0

0,0

6,8

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4,0

0,1

0,1

0,0

0,0

4,3

0,0

0,1

0,0

0,0

4,3

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw

0,0

0,0

0,0

0,0

1,0

1,0

0,0

0,0

0,0

0,2

1,2

Overige 2

1,1

0,0

0,0

0,0

0,0

1,2

0,0

0,0

0,0

0,0

1,2

Nominaal en onverdeeld

0,0

0,1

0,2

0,0

0,0

0,2

1,2

0,0

0,0

0,0

1,3

                       

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

27,9

0,5

– 0,3

0,3

– 1,0

27,3

1,1

– 0,4

0,2

– 0,1

28,1

Preventieve zorg

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,1

Zorg in natura

24,6

0,4

– 0,5

0,0

– 0,8

23,7

0,0

– 0,1

0,0

0,0

23,7

– wv. intramurale ggz

1,6

0,0

– 0,1

0,0

0,0

1,6

0,0

0,0

0,0

0,0

1,6

– wv. intramurale ghz

5,3

0,1

– 0,2

0,0

0,1

5,2

0,0

0,0

0,0

0,1

5,3

– wv. intramurale v&v

8,8

0,1

0,0

0,0

– 0,6

8,3

0,0

– 0,1

0,0

0,2

8,4

– wv. extramurale zorg

4,2

0,1

0,0

0,0

– 0,1

4,1

0,0

0,0

0,0

0,0

4,1

– wv. dagbesteding en vervoer

1,2

0,0

– 0,2

0,0

0,0

1,1

0,0

0,0

0,0

0,0

1,1

– wv. kapitaallasten

2,5

0,0

0,0

0,0

– 0,3

2,2

0,0

0,0

0,0

– 0,2

1,9

– wv. overige zorg in natura

1,1

0,0

0,0

0,0

0,1

1,3

0,0

0,0

0,0

0,0

1,3

                       

Persoonsgebonden budgetten

2,5

0,1

0,1

0,2

– 0,2

2,6

0,0

– 0,3

0,2

– 0,2

2,4

MEE-instellingen

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,2

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen AWBZ

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overige 3

0,4

0,0

0,0

0,0

– 0,1

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,3

Nominaal en onverdeeld

0,1

0,0

0,2

0,0

0,1

0,3

1,1

– 0,1

0,0

0,0

1,4

                       

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

3,4

0,0

– 0,2

0,0

– 0,9

2,3

0,0

0,1

0,0

– 0,2

2,2

Opleidingen (begrotingsdeel)

1,2

0,0

0,0

0,0

– 0,9

0,3

0,0

0,0

0,0

– 0,2

0,1

Caribisch Nederland

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,1

Wtcg

0,6

0,0

– 0,2

0,0

0,0

0,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,4

Wmo (gemeentefonds)

1,5

0,0

0,0

0,0

0,0

1,5

0,0

0,1

0,0

0,0

1,7

Loon- en prijsbijstelling

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

                       

Bruto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

67,5

1,5

0,9

0,3

0,1

70,2

2,3

0,4

0,2

– 0,2

72,9

BKZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

3,7

0,0

0,9

0,1

0,0

4,7

0,0

0,1

0,3

0,0

5,1

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

63,8

1,5

0,0

0,2

0,1

65,5

2,3

0,3

– 0,2

– 0,2

67,8

Noot 2: Bij de Zvw zijn onder de post overige opgenomen de deelsectoren; grensoverschrijdende zorg, beheerskosten uitvoeringsorganen Zvw en multidisciplinaire zorgverlening.

Noot 3: Bij de AWBZ zijn onder de post overige opgenomen de deelsectoren; bovenbudgettaire vergoedingen (tot 2013), beheerskosten, subsidie, tandheelkundige zorg AWBZ, instellingen voor medisch specialistische zorg AWBZ en overig curatieve zorg AWBZ.

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ-gegevens over de financieringslasten Zvw en AWBZ.

Nominaal

De nominale ontwikkeling bij de Zvw en de AWBZ in 2013 van in totaal € 1,5 miljard en in 2014 van € 2,3 miljard betreft de jaarlijkse aanpassing van de zorguitgaven aan de loon- en prijsontwikkeling op basis van de ramingen van het CPB. De vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling 2013 is toebedeeld aan de sectoren. De vergoedingen voor de loon- en prijsbijstelling 2014 is voor alle sectoren in eerste instantie gereserveerd op nominaal en onverdeeld 17. Daar staat de raming voor de rest van de kabinetsperiode gereserveerd. De tranche 2014 wordt later aan de sectoren toebedeeld.

Beleidsmatig

Onder beleidsmatig zijn opgenomen de intensiveringen en maatregelen die het gevolg zijn van politieke prioriteitstelling. De intensiveringen betreffen voornamelijk de groeiruimte die op basis van akkoorden, politieke prioriteitenstelling of op basis van de raming van de jaarlijkse autonome ontwikkeling van de zorguitgaven (volgend uit de CPB middellangetermijnraming) beschikbaar is. De uitgavenbeperkende maatregelen zijn veelal ter redressering van eerdere overschrijdingen. Groeiruimte of maatregelen kunnen zich zowel in volume als in prijseffecten manifesteren, of in een combinatie van beide.

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Bij de sector Zvw is voor 2013 een beleidsmatige groei te zien van € 1,3 miljard en voor 2014 een groei van € 0,7 miljard. Met de sectoren medisch-specialistische zorg, curatieve ggz en huisartsen zijn in 2011 en 2012 akkoorden gesloten waarin is afgesproken dat de uitgaven van de sectoren in 2013 2,5 % mogen stijgen. In de Hoofdlijnenakkoorden die in juli 2013 overeen zijn gekomen met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz en eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen) is afgesproken dat de uitgaven in deze sectoren in 2014 1,5% mogen stijgen. Hierdoor stijgen de Zvw-uitgaven minder snel. Verder neemt de groei van de geneesmiddelen af als gevolg van een samenhangend geheel van maatregelen en het inkoopbeleid van zorgverzekeraars.

Algemene Wet Bijzondere Ziekte kosten (AWBZ)

Bij de AWBZ is sprake van een beperkte negatieve ontwikkeling van de uitgaven van 2012 op 2013 en van 2013 op 2014 (€ 0,3 miljard en € 0,4 miljard). De daling van 2012 op 2013 hangt samen met de maatregelen die met ingang van 1 januari 2013 worden getroffen. Zo zijn vanaf 1 januari 2013 onder andere de bovenbudgettaire vergoedingen onder de contracteerruimte gebracht, de tariefverhoging van de ZZP’s in de ggz en gehandicaptenzorg ongedaan gemaakt, is de groeiruimte verlaagd tot het niveau van de demografie en zijn de normtarieven voor vervoer geharmoniseerd. Van 2013 op 2014 dalen de pgb-uitgaven als gevolg van eerder genomen maatregelen. De uitgaven intramurale verpleging en verzorging dalen als gevolg van compensatie van de Wmo in verband met het extramuraliseren van lichte ZZP’s.

Ontvangsten

De ontvangsten stijgen in 2013 en 2014. De toename van de ontvangsten in 2013 wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van het eigen risico met € 115 zoals afgesproken in het Begrotingsakkoord 2013. In 2014 stijgen de ontvangsten verder door als gevolg van het afschaffen van de inkomensondersteunende regelingen.

Mee- en tegenvallers

De mee- en tegenvallers kunnen het gevolg zijn van een volume en/of een prijseffect. De actualisering van de zorguitgaven vallen onder de mee- en tegenvallers. Mee- en tegenvallers blijken veelal uit realisatiecijfers (in deze begroting betreft het de voorlopige realisatiecijfers 2012). Mee- en tegenvallers werken meestal structureel door als constante reeks. Daarom staan bij de meeste sectoren geen bijstellingen.

De stijging van de AWBZ-uitgaven van 2012 op 2013 als gevolg van mee- en tegenvallers wordt grotendeels veroorzaakt door een volumetoename bij de persoonsgebonden budgetten. In het Begrotingsakkoord 2013 zijn maatregelen genomen om deze groei te beperken.

In 2014 dalen de Zvw-uitgaven als gevolg van mee- en tegenvallers bij de medisch-specialistische zorg. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de ramingsbijstellingen van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg en beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg.

Technisch

De technische mutaties betreffen voornamelijk budgetneutrale verschuivingen tussen onderdelen van de AWBZ, de Zvw en de begroting van VWS. Bij de ontwikkeling in 2013 gaat het om de overheveling van de geriatrische revalidatiezorg en de bruikleenregeling voor hulpmiddelen van de AWBZ naar de Zvw. Daarnaast zijn in 2013 middelen voor de opleidingen vanuit de VWS-begroting naar de AWBZ en Zvw overgeheveld. In 2014 wordt ook het Fonds ziekenhuisopleidingen overgeheveld van de VWS-begroting naar de Zvw.

In tabel 3A zijn de groeipercentages van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron weergegeven.

Tabel 3A Groeipercentages van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron (bedragen x € 1 miljard)
 

2012

Groei

Overhevelingen

Groei gecorr. voor overh.

2013

Groei

Overhevelingen

Groei gecorr. voor overh.

2014

 

(bedrag)

(%)

(%)

(%)

(bedrag)

(%)

(%)

(%)

(bedrag)

Zorgverzekeringswet

36,2

11,9

5,4

6,5

40,6

5,0

0,3

4,7

42,6

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

27,9

– 1,8

– 3,7

1,9

27,3

2,8

– 0,3

3,2

28,1

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

3,4

– 31,6

– 25,4

– 6,2

2,3

– 4,6

– 8,4

3,8

2,2

Bruto-BKZ-uitgaven OW 2014

67,5

4,0

0,1

4,0

70,2

3,8

– 0,2

4,1

72,9

BKZ-ontvangsten OW 2014

3,7

25,2

– 0,9

26,2

4,7

10,7

0,0

10,7

5,1

Netto-BKZ-uitgaven OW 2014

63,8

2,8

0,1

2,7

65,5

3,4

– 0,2

3,6

67,8

2.4 Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

Tabel 4 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2013 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten op hoofdlijnen zien. De verdere verdieping van de verticale ontwik.eling vindt plaats in paragraaf 3 en in de verdiepingsbijlage Financieel Beeld Zorg in bijlage 6.

Tabel 4 Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Bruto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2013

67.839,1

70.471,9

74.064,0

77.201,8

82.041,6

87.194,8

 
               

Mutaties Zvw-uitgaven

– 774,3

– 486,5

– 624,4

816,2

– 647,8

– 2.573,9

 

Mutaties AWBZ-uitgaven

420,1

45,2

– 626,5

– 3.509,8

-4.626,9

– 5.885,3

 

Mutaties begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

24,1

201,1

81,9

– 117,1

– 276,7

– 171,8

 

Totaal mutaties

– 330,1

– 240,2

– 1.169,0

– 2.810,6

– 5.551,3

– 8.631,0

 
               

Bruto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

67.509,0

70.231,6

72.895,0

74.391,2

76.490,3

78.563,8

81.825,9

BKZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2013

3.601,4

4.671,0

4.788,2

4.653,8

4.826,6

4.922,8

               

Mutaties Zvw-ontvangsten

0,0

– 145,0

184,0

478,0

462,0

483,0

Mutaties AWBZ-ontvangsten

39,4

39,4

96,4

241,4

241,4

241,4

Mutaties begrotingsgefinancierde BKZ-ontvangsten

20,9

152,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal mutaties

60,3

46,4

280,4

719,4

703,4

724,4

               

BKZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

3.661,8

4.717,4

5.068,6

5.373,2

5.530,0

5.647,2

5.794,2

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2013

64.237,7

65.800,8

69.275,8

72.548,0

77.215,0

82.271,9

 
               

Totaal mutaties

– 390,4

– 286,6

– 1.449,4

– 3.530,0

– 6.254,7

– 9.355,4

 
               

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

63.847,2

65.514,2

67.826,4

69.017,9

70.960,2

72.916,6

76.031,7

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ-gegevens over de financieringslasten Zvw en AWBZ.

Ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2013 nemen de BKZ-uitgaven in 2014 af met circa € 1.169 miljoen en de BKZ-ontvangsten stijgen met circa € 280 miljoen. De daling van de BKZ-uitgaven heeft voornamelijk betrekking op de AWBZ (€ 627 miljoen) en de Zvw (€ 624 miljoen). De AWBZ-uitgaven dalen ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2013 voornamelijk als gevolg van de korting van de contracteerruimte 2014. De daling van de Zvw-uitgaven wordt grotendeels verklaard door de akkoorden die gesloten gaan worden met de veldpartijen in de curatieve zorg (TK, 29 248, nr. 257). De daling van de uitgaven voor geneesmiddelen leidt ook tot een daling van de Zvw-uitgaven. Daarnaast stijgen de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven met circa € 82 miljoen. De stijging van de ontvangsten betreft de AWBZ (€ 96 miljoen) en de Zvw (€ 184 miljoen). In paragraaf 3 is de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

3. Uitgaven Budgettair Kader Zorg

3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

3.1.1 Algemene doelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

3.1.2 Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel voor curatieve zorg. De Minister is verantwoordelijk voor het opstellen en handhaven van de wettelijke kaders waarbinnen het zorgstelsel functioneert. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Zorgverzekeringswet, de Wet Bijzondere Medische Verrichtingen, de Wet Marktordening Gezondheidszorg, de Wet Geneesmiddelenprijzen en de Wet Toelating zorginstellingen.

De uitvoering van het zorgstelsel is in handen van private partijen. Verzekeraars sluiten contracten met een veelheid aan private, over het land verspreide zorgaanbieders: ziekenhuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en vrijgevestigde beroepsbeoefenaren, zoals huisartsen, apothekers, paramedici. Door middel van onderlinge concurrentie proberen verzekeraars een zo goed mogelijke prijs/kwaliteitverhouding en doelmatigheid in de zorg te bereiken. De zorg wordt gefinancierd uit collectieve middelen, maar de zorg die aanbieders verlenen en de uitgaven die daarmee gemoeid zijn vergen geen expliciete toestemming van de Minister van VWS. Deze vloeien voort uit de aanspraken die zijn vastgelegd in de Zorgverzekeringswet (Zvw). De diversiteit van de zorgsector op een speelveld met publieke en private elementen heeft consequenties voor de sturingsmogelijkheden voor de Minister van VWS.

De Minister is in het zorgstelsel verantwoordelijk voor macrokostenbeheersing en stelt eisen aan de kwaliteit van de zorg. De Minister heeft geen directe invloed op de hoeveelheid zorg die wordt geleverd en de prijsontwikkeling in die sectoren waar de prijsvorming door de partijen wordt bepaald. De Minister heeft wel invloed op de samenstelling van het verplicht verzekerde pakket (het basispakket) en de (maximale) hoogte van tarieven in sectoren waar de prijsvorming niet is vrijgegeven. Tevens kan de Minister doelmatigheid in de zorgsector bevorderen, bijvoorbeeld door het maken van afspraken met het veld en het stimuleren van gepast zorggebruik.

De Minister wordt ondersteund door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg in Nederland.

De NZa en het CVZ spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Het CVZ adviseert de Minister over de samenstelling van het verzekerde pakket en beheert het Zorgverzekeringsfonds (ZvF). De NZa behartigt het belang van de zorgconsument, onder andere door te adviseren over beleid en regelgeving. Daarnaast is de NZa onafhankelijk toezichthouder in de zorg die kijkt of zorgaanbieders en zorgverzekeraars de wet naleven. De NZa stelt op aanwijzing van de Minister regels, budgetten en tarieven vast voor dat deel van de zorg dat is gereguleerd en stelt condities voor concurrentie vast in zorgsectoren met vrije prijsvorming.

De NZa en het CVZ brengen de omvang van de gerealiseerde zorguitgaven in kaart. Zij baseren zich daarbij op informatie van zorgverzekeraars en instellingen, die na afloop van het jaar door een externe accountant worden beoordeeld. Op basis van de rapportages van de NZa en het CVZ legt de Minister verantwoording af aan de Tweede Kamer.

3.1.3 Kerncijfers

De kerncijfers in tabel 5 schetsen een beeld van de zorgverzekeringswet.

Tabel 5 Kerncijfers Zorgverzekeringswet (Zvw)
   

Eenheid

2010

2011

2012

2013

Algemeen

         

1

Bevolking naar leeftijd in % van totale bevolking 1 januari

%

       
 

Jonger dan 20 jaar

 

23,7

23,5

23,3

23,1

 

20 tot 65 jaar

 

61,0

60,9

60,5

60,1

 

65+

 

15,3

15,6

16,2

16,8

 

Totale bevolking

aantal miljoen

16,6

16,7

16,7

16,8

2

Levensverwachting bij 66 jaar op 31 december

jaren

       
 

– mannen

 

17,2

17,5

17,5

 
 

– vrouwen

 

20,4

20,5

20,4

 
             

Zorgverzekering

         

3

Gemiddelde nominale premie

euro

1.110

1.224

1.253

1.250

4

Percentage verzekerden met een collectieve verzekering

%

64

65

68

69

             

Eerstelijnszorg

         

5

Aantal werkzame huisartsen

aantal

8.976

8.884

8.879

 

6

Toegestane instroom huisartsenopleiding

aantal

588

629

720

 

7

Aantal werkzame tandartsen

aantal

8.881

8.827

8.775

 

8

Aantal werkzame verloskundigen

aantal

2.556

2.612

2.692

 

9

Aantal werkzame fysiotherapeuten

aantal

16.410

 

nnb

 

10

Gemiddeld aantal contacten per persoon met huisarts

aantal

4,2

4,3

   

11

% personen met contact in 1 jaar

%

72,3

72,0

   

12

Gemiddeld aantal contacten per persoon met tandarts

aantal

2,3

2,3

   

13

% personen met contact in 1 jaar

%

78,4

78,2

   

14

Gemiddeld aantal contacten per persoon met fysiotherapeut

aantal

3,7

3,9

   

15

% personen met contact in 1 jaar

%

22,0

22,8

   

16

Geregistreerde sociaal-geneeskundigen

aantal

5.402

5.331

5.265

 
             

Medisch-specialistische zorginstellingen

         

17

Aantal zorgaanbieders algemene ziekenhuizen, UMC en ZBC

aantal

       
 

– algemene ziekenhuizen

 

84

 

82

 

– categorale ziekenhuizen

2

 

2

 

– UMC

8

 

8

 

– evt. ZBC (actief in A- en/of B segment)

184

258

282

 

18

Aantal dagopnames

aantal

1.134.972

1.234.820

   

19

Aantal verpleegdagen

aantal

7.667.219

7.493.492

   

20

Aantal eerste polibezoeken

aantal

8.176.387

8.421.252

   

21

Gemiddeld aantal contacten per persoon met specialist

aantal

2,3

2,2

   

22

% personen met contacten in 1 jaar

%

37,8

39,0

   

23

Geregistreerde medisch specialisten (niet artsen voor verstandelijk gehandicapten en ouderengeneeskunde)

aantal

20.144

20.863

21.750

 

24

Top 5 dbc's personen jonger dan 65

personen *1.000

       
 

Poliklinisch consult door heelkunde

 

111

102

   
 

Brekings of refractie-afwijking| conservatieve behandeling poliklinisch

 

86

75

   
 

Acute middenooronststeking, lijmoor, functiestoornis van de buis van eustachius | Behandeling op polikliniek

 

74

77

   
 

Begeleiding geboorte met nazorg en nacontrole | Spontane bevalling met klinische opname

 

63

63

   
 

Verloskundig adviesconsult (max. 2 consulten) | Conservatieve behandeling poliklinisch

 

58

55

   

25

Top 5 dbc's personen ouder dan 65

personen *1.000

       
 

Staar | Behandeling in dagopname met ingreep

 

91

94

   
 

Suikerziekte zonder afwijking aan het netvlies | Conservatieve behandeling poliklinisch

 

61

50

   
 

Intercollegiaal consult door interne geneeskunde

 

57

56

   
 

Poliklinisch consult door oogheelkunde

 

54

57

   
 

Korte, onwillekeurige samentrekkingen van hartboezems | Normale behandeling / geen behandeling op de polikliniek

 

41

   
 

Poliklinisch onderzoek of behandeling keel-, neus- en oorheelkunde

   

41

   
             

Ziekenvervoer

         

26

Aantal ambulance-inzetten

aantal

463.913

478.331

   
             

Genees- en hulpmiddelen

         

27

Aantal openbare apotheken

aantal

 

1.980

1.981

 

28

Gemiddeld aantal voorschriften geneesmiddelen per persoon

aantal

 

12,5

13,1

 

29

Aandeel generieke verstrekkingen in de voorschriften

%

 

60,6

66,7

 

30

Aandeel generieke verstrekkingen in de kosten

%

 

10,9

12,0

 

31

Aantal personen dat vergoede hulpmiddelen gebruikt

aantal miljoen

 

2,3

2,3

 
             

Geestelijke gezondheidszorg

         

32

Geestelijke ongezondheid. Op basis van Somscore MHI-5 (Mental Health Inventory 5), internationale maat voor de psychische gezondheid. De maximale score is 100. Hoe lager de score hoe slechter de psychische gezondheid. Het cijfer geeft het percentage van personen van 12 jaar of ouder met een score van minder dan 60.

%

10,7

13,7

   

33

Aantal cliënten curatieve ggz

aantal * 1.000

1.186

   
 

Aantal cliënten eerstelijns curatieve ggz

aantal * 1.000

327

   
 

Aantal cliënten tweedelijns curatieve ggz

aantal * 1.000

924

   

34

Aantal en soort aanbieders curatieve ggz

aantal

7.438

nnb

   
 

Waarvan:

         
 

Eerste lijn psychologische zorgverlener

aantal

4.541

4.179

   
 

Eerste lijn overig (psychiaters, orthopedagogen, etc.)

aantal

180

107

   
 

Tweede lijn gebudgetteerde zorginstellingen

aantal

177

181

   
 

Tweede lijn niet gebudgetteerde zorginstellingen

aantal

89

nnb

   
 

Tweede lijn psychologische zorgverlener

aantal

1.929

nnb

   
 

Tweede lijn vrijgevestigde psychiater (medisch specialist)

aantal

522

nnb

   

Bronnen:

1–2: CBS

3: CPB

4: Vektis

5: Nivel, Cijfers uit de registratie van huisartsen peiling januari 2012

6: VWS, MEVA/NBO 3103294 Instroomplaatsen opleidingsfonds eerste tranche 2013

7: NZa, Markscan Mondzorg juni 2012 en NMT: http://www.staatvandemondzorg.nl/

8: Nivel, Cijfers uit de registratie van verloskundigen peiling januari 2012

9: Nivel, Cijfers uit de registratie van fysiotherapeuten peiling januari 2010

10–15: CBS, Statline

16: KNMG, Aantal geregistreerde specialisten/profielartsen op peildatum 31 december van het jaar (http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-Registratie/RGS-1/Aantallen/Overzicht-aantal-geregistreerde-specialistenprofielartsen.htm)

17–20: NZa, Marktscan Medisch-specialistische Zorg 2012

21, 22: CBS, Statline

23: KNMG, Aantal geregistreerde specialisten/profielartsen op peildatum 31 december van het jaar (http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-Registratie/RGS-1/Aantallen/Overzicht-aantal-geregistreerde-specialistenprofielartsen.htm)

24, 25: VEKTIS

26: Ambulancezorg Nederland, Ambulances in zicht 2011. (Betreft het aantal A1-inzetten. Het totale aantal inzetten – A1, A2 en B – bedroeg in 2010 1.061.268 en in 2011 1.084.426.)

27–30: Stichting Farmaceutische Kengetallen

31: College voor Zorgverzekeringen

32: CBS, Geestelijke ongezondheid in Nederland in kaart gebracht 2011

33, 34: NZa, Marktscan en beleidsbrief geestelijke gezondheidszorg 2013

3.1.4 Beleidswijzigingen en prioriteiten 2014

Op 16 juli 2013 zijn afspraken gemaakt met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz, eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen), zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties over te sluiten Hoofdlijnenakoorden. In deze akkoorden is vastgelegd dat de groei van de zorguitgaven wordt teruggebracht ten opzichte van de akkoorden die eerder gesloten zijn voor de periode 2012–2015 en ten opzichte van het groeipad uit het regeerakkoord Rutte-Asscher. Voor 2014 gaat het om een verlaging van het groeipad naar 1,5% en voor de jaren 2015 tot en met 2017 gaat het om een verlaging tot 1%-groei per jaar. Met betrekking tot de huisartsenzorg is daarenboven sprake van substitutieruimte.

In het te sluiten Hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg is de nadruk nog veel sterker gelegd op de afspraken uit het eerdere Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2011 over onder meer gepast gebruik, selectieve inkoop (aanpassing artikel 13 Zvw conform wetsvoorstel), substitutie van zorg van de tweede naar de eerste lijn en het terugdringen van ongewenste praktijkvariatie. Afgesproken is dat de betrokken partijen voor 1 november 2013 zullen komen tot een kwaliteits- en doelmatigheidsagenda waarin al deze onderwerpen worden uitgewerkt. Dat is noodzakelijk omdat met deze afspraken voor € 1,2 miljard aan pakketmaatregelen vervalt. Daarnaast bevat het Hoofdlijnenakkoord 2013 afspraken over de invoering van integrale bekostiging per 2015, de vergroting van de transparantie van de zorgrekening en de zorginkoop en een onderzoek naar een beheerste introductie van zorgvoorzieningen.

In het Hoofdlijnenakkoord 2013 ggz dat gesloten gaat worden, wordt voortgebouwd op de inhoudelijke afspraken uit het Bestuurlijk Akkoord Toekomst ggz 2012–2014 over ondermeer de verschuiving naar ambulante zorg, een ambitieus kwaliteitsprogramma, de versterking van de module POH-ggz en de invoering van de Generalistische Basis ggz. Afgesproken is dat er een versnelling en aanscherping plaatsvindt van de in 2012 gemaakte afspraken over zorg dicht bij de patiënt, kwaliteit en transparantie. Er wordt meer ingezet op gepast gebruik en doelmatigheid. Het bestaande kwaliteitsprogramma gericht op meer transparantie voor de patiënt, zorgaanbieder en verzekerde over behandeling en behandelingsresultaat wordt daartoe geïntensiveerd. Dat geldt ook voor de bestaande afspraken over ambulantiseren. Om een gelijk speelveld tussen ggz-aanbieders onderling en tussen aanbieders en verzekeraars te realiseren, zijn er duidelijke afspraken gemaakt over contractering (onder ander aanpassing van artikel 13 Zvw conform wetsvoorstel), informatievoorziening en een transparantere zorginkoop.

De eerste lijn wordt verder ontwikkeld en versterkt. Het nieuwe bekostigingsmodel dat deze versterking moet ondersteunen, werkt op basis van populatiekenmerken en ruimte voor het belonen van (gezondheids)uitkomsten, en zal in 2015 ingaan. Daarnaast komt er expliciet financiële ruimte voor substitutie: de eerste lijn neemt zorg over van andere sectoren en dragen daardoor bij aan de betaalbaarheid van de zorg. Het reguliere groeipercentage voor het budgettair kader huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg is in 2014 maximaal 1,5% ten opzichte van de begrotingsstand in 2013 (stand voorjaarsnota). Daarnaast mag het kader huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg ten behoeve van gewenste substitutie, vernieuwing en het belonen van uitkomsten additioneel 1% groeien. Vanaf 2015 tot en met 2017 is de jaarlijkse reguliere groei maximaal 1%, daarmee aansluitend bij de demografische ontwikkelingen. De additionele groeiruimte voor substitutie bedraagt vanaf 2015 tot en met 2017 jaarlijks 1,5%. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars maken nadere contractuele afspraken over hetgeen onder gewenste substitutie wordt verstaan. Daarnaast is afgesproken dat verzekeraars, bovenop de genoemde groeiruimte, aanvullende afspraken kunnen maken over substitutie van de tweede lijn naar de eerste lijn. De daarvoor benodigde financiële middelen moeten de zorg volgen en zichtbaar worden gemaakt in een te ontwikkelen monitor. Dat betekent dat de uitgaven elders zichtbaar moeten dalen. Verder is afgesproken dat huisartsen zich blijven toeleggen op het doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen. Overeenkomstig de aanbevelingen van de verkenners extramurale farmacie werken de betrokken partijen in de farmacie samen aan een toekomstbestendige, meer innovatieve en samenhangende farmaceutische zorg. De rol van de apotheker als zorgverlener staat hierin centraal. Door middel van een periodiek bestuurlijk overleg wordt een vinger aan de pols gehouden.

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher zijn verschillende afspraken gemaakt over de curatieve zorg voor 2015. Het rapport van de commissie-Meurs (TK 29 248 nr. 242) is de leidraad bij het inkomensbeleid gericht op medisch specialisten. Eén van de doelen hierbij is het invoeren van integrale tarieven per 2015.

De zorginkoop voor curatieve zorg is sterk in ontwikkeling. Met de bestuurlijk akkoorden komt er een flinke versnelling in het contracteerproces en zijn er nieuwe vormen van contracten tot stand gekomen, zoals aanneemsommen en plafonds, elk weer met hun eigen voor- en nadelen. Er is steeds meer verscheidenheid in de aanpak van de zorginkoop. Voor de komende jaren is het van belang dat het tempo van doelmatigheidsverbetering hoog blijft. Daartoe wordt vanuit de overheid het zorginkoopproces gestimuleerd met het verder risicodragend maken van verzekeraars en met een voorgenomen aanpassing van artikel 13 Zvw. Die aanpassing geeft verzekerden tijdig zicht op wie is gecontracteerd van de zorgaanbieders en wie niet en welke vergoeding er is geregeld in de polis als men naar niet gecontracteerde zorgaanbieders gaat. Dit geeft vanaf nu veel meer inzicht aan de verzekerde en geeft verzekeraars meer mogelijkheden om een lagere vergoeding, of geen vergoeding, te geven als de zorgaanbieder niet de gewenste kwaliteit levert of te duur is. Ook zet deze aanpassing aan tot een verdere vervroeging van het contracteerproces.

3.1.5 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2013. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de veranderingen wordt verwezen naar de verdiepingsbijlage.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • –  mee- en tegenvallers;
  • –  beleidsmatige mutaties;
  • –  technische- en macro-economische mutaties.

Tabel 6 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2013 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten zien. De mutaties volgend uit het regeerakkoord zijn hierin ook opgenomen.

Tabel 6 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2013

36.986,2

41.049,9

43.181,2

45.195,0

48.401,5

51.852,7

 

Mee- en tegenvallers

             

Actualisering Zvw-uitgaven

– 586,1

– 572,2

– 577,2

– 577,2

– 577,2

– 577,2

MLT ramingsbijstelling Zvw

0,0

0,0

0,0

0,0

– 136,8

– 341,3

               

Beleidsmatige mutaties

             

Hoofdlijnenakkoord 2013

0,0

0,0

– 250,0

– 500,0

– 750,0

– 1.000,0

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

0,0

0,0

– 150,0

– 300,0

– 300,0

– 300,0

Beperking groei medisch-specialistische zorg, ggz en huisartsen RA Rutte-Asscher

0,0

0,0

0,0

– 355,0

– 760,0

– 1.175,0

Lage ziektelast

0,0

0,0

0,0

1.200,0

1.200,0

1.200,0

Stringent pakketbeheer RA Rutte-Verhagen

0,0

0,0

10,0

30,0

30,0

30,0

Stringent pakketbeheer RA Rutte-Asscher

0,0

0,0

0,0

0,0

– 75,0

– 225,0

Verlaging ILO 2014–2017

0,0

0,0

– 88,0

– 261,0

– 340,0

– 485,0

Intensivering wijkverpleegkundige

0,0

0,0

0,0

50,0

100,0

250,0

Dekking intensivering wijkverpleegkundige

0,0

0,0

0,0

– 50,0

– 100,0

– 250,0

Honoraria medisch specialisten

0,0

0,0

0,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

Concentratie topreferente zorg

0,0

0,0

0,0

– 70,0

– 70,0

– 70,0

Harmoniseren pensioenen en verzachten korting Opleidingsfonds

0,0

0,0

37,0

51,0

60,0

67,0

Compensatie ggz-kader (m.n. jeugd-ggz)

0,0

0,0

10,0

40,0

40,0

45,0

Werelddekking

0,0

0,0

60,0

0,0

0,0

0,0

Tariefsaanpassing logopedie

8,4

19,9

34,2

34,2

34,2

34,2

Overheveling pensienfonds UMC's

0,0

0,0

0,0

17,0

17,0

17,0

Korting honoraria kaakchirurgie

0,0

0,0

0,0

– 17,6

– 17,6

– 17,6

               

Overige mutaties

– 127,4

88,9

-55,4

1.573,4

1.531,4

1.507,9

               

Technische en macro-economische mutaties

Macro-bijstellingen

0,0

48,6

269,6

– 33,3

– 500,2

– 1.249,6

Schuif tussen financieringsbronnen

– 51,1

– 71,7

– 71,5

– 65,5

– 84,1

– 84,9

Overheveling FZO

0,0

0,0

147,0

150,3

150,5

150,6

Financieringsmutatie

– 18,0

Totaal mutaties

– 774,3

– 486,5

– 624,4

816,2

– 647,8

– 2.573,9

               

Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2014

36.212,0

40.563,4

42.556,8

46.011,2

47.753,7

49.278,8

51.754,8

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2013

1.945,0

2.851,6

2.941,1

2.755,4

2.903,5

2.972,8

Mee- en tegenvallers

Ontvangsten eigen risico

0,0

0,0

129,0

423,0

407,0

428,0

               

Beleidsmatige mutaties

Afschaffen inkomensondersteunende regelingen

0,0

0,0

200,0

200,0

200,0

200,0

Eigen bijdrage ggz/verpleegdag

0,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

               

Totaal mutaties

0,0

– 145,0

184,0

478,0

462,0

483,0

               

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

1.945,0

2.706,6

3.125,1

3.233,4

3.365,5

3.455,8

3.575,5

Netto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2013

35.041,2

38.198,3

40.240,1

42.439,5

45.497,9

48.879,9

Mutatie in de netto-Zvw-uitgaven

– 774,3

– 341,5

– 808,4

338,2

– 1.109,8

– 3.056,9

Netto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2014

34.266,9

37.856,8

39.431,7

42.777,7

44.388,2

45.823,0

48.179,3

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ-gegevens over de financieringslasten Zvw en AWBZ.

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Actualisering Zvw-uitgaven

Tabel 7 Actualisering Zvw-uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Eerstelijnszorg

– 21,8

– 0,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

Medisch-specialistische zorg

27,6

17,4

17,4

17,4

17,4

17,4

17,4

Ziekenvervoer

– 12,8

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

Geneesmiddelen

– 627,5

– 632,5

– 637,5

– 637,5

– 637,5

– 637,5

– 637,5

Hulpmiddelen

– 74,7

– 74,7

– 74,7

– 74,7

– 74,7

– 74,7

– 74,7

Grensoverschrijdende zorg

106,3

106,3

106,3

106,3

106,3

106,3

106,3

Multidisciplinaire zorgverlening

16,8

16,8

16,8

16,8

16,8

16,8

16,8

Totaal

– 586,1

– 572,2

– 577,2

– 577,2

– 577,2

– 577,2

– 577,2

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ-gegevens over de financieringslasten Zvw en AWBZ.

Op basis van voorlopige realisatiegegevens van de NZa en het CVZ zijn de zorguitgaven 2012 geactualiseerd (zie tabel 7). Voor de curatieve ggz en de medisch-specialistische zorg zijn vooralsnog geen volledige en betrouwbare realisatiecijfers over 2012 beschikbaar; deze cijfers zijn derhalve niet meegenomen in de actualisatie. De belangrijkste mutaties worden hieronder nader toegelicht. In de verdiepingsbijlage is de actualisering van de Zvw-uitgaven verder per sector toegelicht.

  • • 

    Geneesmiddelen

    Uit cijfers van het CVZ over 2012 komt naar voren dat de uitgaven aan geneesmiddelen aanzienlijk lager waren dan waarvan is uitgegaan bij het opmaken van de ontwerpbegroting 2013. Het geneesmiddelenbeleid gaat uit van een eenduidige en consistente visie, die in lijn is met de uitgangspunten en verantwoordelijkheidsverdeling in het zorgstelsel. Door een samenhangend geheel van maatregelen (onder andere door het afsluiten van convenanten met het veld, het geven van de bevoegdheid tot het voeren van preferentiebeleid en vrij onderhandelbare tarieven apotheekhoudenden) en het inkoopbeleid van zorgverzekeraars, zijn de zorguitgaven beduidend lager dan geraamd.

    De onderschrijding over 2012 van ruim € 600 miljoen kan deels worden verklaard doordat verzekeraars lagere prijzen dan verwacht voor dienstverlening van de apothekers en geneesmiddelen die apothekers afleveren hebben afgesproken. Ook zijn de prijzen voor geneesmiddelen lager uitgevallen door intensivering en uitbreiding van het preferentiebeleid van zorgverzekeraars.

  • • 

    Hulpmiddelen

    Op basis van actuele cijfers van het CVZ over 2012 blijkt een onderschrijding bij de hulpmiddelen van circa € 75 miljoen. Deze onderschrijding wordt structureel verondersteld. De groei van de uitgaven was in de eerste helft van 2012 een stuk lager dan de gemiddelde jaarlijkse groei over de periode 2007 tot en met 2011. Deze lagere groei lijkt vooral te komen door een daling in het volume. De daling kan deels worden verklaard doordat zorgverzekeraars doelmatiger zijn gaan inkopen. Daarnaast hebben de zorgverzekeraars voor verbandmiddelen de regels voor vergoeding strenger gehandhaafd. Verder is incontinentiemateriaal doelmatiger ingekocht.

  • • 

    Grensoverschrijdende zorg

    Op basis van cijfers van het CVZ over 2012 blijkt een overschrijding bij de grensoverschrijdende zorg van circa € 106 miljoen. De overschrijding wordt structureel verondersteld. De overschrijding doet zich zowel bij de uitgaven binnen als buiten het macroprestatiebedrag voor. Om meer inzicht te krijgen in de patiëntenstromen is in 2013 een IBO grensoverschrijdende zorg gestart. Het IBO wordt in 2014 afgerond.

MLT ramingsbijstelling Zvw

De raming van het BKZ is bijgesteld naar aanleiding van de Middellange-termijnverkenningen (MLT) van het Centraal Planbureau (CPB).

Beleidsmatige mutaties

Hoofdlijnenakkoorden 2013

In de nieuw af te sluiten Hoofdlijnenakkoorden wordt afgesproken dat het groeipercentage van de zorguitgaven verder wordt teruggebracht: naar 1,5% in 2014 en 1% per jaar van 2015 tot en met 2017. Voor huisartsen geldt dat ze daarbovenop 1% in 2014 en 1,5% in 2015–2017 krijgen als zij aantoonbaar zorg uit de tweede lijn opvangen en voorkomen dat mensen naar de duurdere tweede lijn worden doorverwezen. Met de huisartsen is eveneens overeengekomen dat de bekostiging per 2015 wordt aangepast om ervoor te zorgen dat deze beter aansluit bij de gezamenlijke ambities, namelijk meer zorg in de buurt waarbij diverse partijen (ggz, wijkverpleegkundigen, huisartsen en gemeenten) samenwerken. Ook zal de bekostiging op basis van populatiekenmerken worden ingericht en komt er ruimte voor het belonen van (gezondheids)uitkomsten.

Om de verlaagde uitgavengroei te realiseren zet de zorgsector extra in op maatregelen die de doelmatigheid en de kwaliteit van de zorg verbeteren: meer zorg van de medisch specialist naar de huisarts, en van de huisarts naar zelfzorg. Complexe zorg wordt geconcentreerd. Medische richtlijnen en zorgstandaarden worden strakker toegepast, waardoor de behandelingen worden gegeven naar de maatstaven van de medische sector zelf.

De verlaging van de groei van de uitgaven die door middel van de gezamenlijke inspanningen wordt bereikt, leidt tot een extra besparing van € 250 miljoen in 2014 oplopend tot € 1 miljard vanaf 2017.

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

In de afgelopen jaren zijn de uitgaven voor extramurale geneesmiddelen gestabiliseerd. De volumestijging en nieuwe instroom zijn opgevangen door prijsdalingen. De verwachting is dat volumestijging de komende jaren zal doorzetten, maar op korte termijn nog zal kunnen worden gedempt door de ontwikkeling van de prijzen. In de huidige raming voor 2014 en 2015 wordt niettemin uitgegaan van een zodanige groei dat er aanleiding is voor een ramingsbijstelling. Het gaat om € 150 miljoen vanaf 2014 en € 300 miljoen vanaf 2015.

Beperking groei medisch-specialistische zorg, ggz en huisartsen regeerakkoord Rutte-Asscher

In het regeerakkoord Rutte-Asscher is afgesproken de groei van de medisch-specialistische zorg en curatieve ggz te beperken tot 2% per jaar vanaf 2015. De groei van de huisartsenzorg zou worden bijgesteld naar 2,5% per jaar. Deze bijstellingen leiden tot een besparing ten opzichte van de raming van de zorguitgaven op basis van het CPB-basispad. Op 16 juli 2013 zijn onderhandelingsresultaten bereikt met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz, eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen), zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties (zie hierboven) die resulteren in nieuwe Hoofdlijnenakkoorden. De ambitie uit het regeerakkoord ten aanzien van het beperken van de groei is in deze akkoorden verder aangescherpt.

Lage ziektelast

Dankzij de breed gedragen Hoofdlijnenakkoorden met partijen in de curatieve zorg en de gerealiseerde uitgavenverlagingen bij de geneesmiddelen wordt de eerder in het regeerakkoord Rutte-Verhagen voorgenomen beperking van het basispakket in verband met het schrappen van de behandeling van aandoeningen met een lage ziektelast (€ 1,2 miljard) vervangen door aanscherping van de toegang tot de aanspraken. Afgesproken is dat artsen kritischer omgaan met het aan patiënten toegang verlenen tot verzekerde zorg. Naast de arts speelt ook de patiënt zelf een belangrijke rol bij gepast zorggebruik. De concrete aanpak hiervan wordt in de komende maanden uitgewerkt. Daarmee wordt ervoor gezorgd dat de zorg zinnig en zuinig wordt geleverd en tegelijkertijd beschikbaar blijft voor de mensen die het medisch nodig hebben. Stringenter pakketbeheer voor het verzekerd basispakket blijft het uitgangspunt voor het kabinet. Dit moet leiden tot een aanscherping van het pakket (€ 300 miljoen). In de afgesproken akkoorden onderschrijven partijen, dat een continue, systematische doorlichting van het pakket aan verzekerde prestaties in de Zorgverzekeringswet noodzakelijk is. Hierbij zal het CVZ alle pakketcriteria (noodzakelijkheid, (kosten)effectiviteit en uitvoerbaarheid) betrekken. Mochten er in de reacties van veldpartijen en burgers op de Buitenhofoproep suggesties worden gedaan die zouden kunnen leiden tot een verantwoorde pakketverkleining, dan worden deze bij het stringent pakketbeheer betrokken.

Stringent pakketbeheer regeerakkoord Rutte-Verhagen

In het regeerakkoord van Rutte-Verhagen is een besparing opgenomen in verband met het stringenter beheren van het verzekerde basispakket. Deze besparing liep op van € 30 miljoen in 2012 naar € 70 miljoen vanaf 2015. In de begroting 2012 en 2013 is deze besparing voor € 40 miljoen ingevuld door middel van een pakketmaatregel met betrekking tot de chronische lijst fysiotherapie en het verwijderen van paracetamol-codeïne uit het verzekerd basispakket. Thans wordt invulling gegeven aan de verdere oploop van de besparing. Hierbij wordt dekking gevonden binnen een bijstelling van de raming van de geneesmiddelen.

Stringent pakketbeheer regeerakkoord Rutte-Asscher

In het regeerakkoord Rutte-Asscher is een (taakstellende) aanvullende besparing opgenomen in verband met het stringenter beheren van het verzekerde basispakket. Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) zal van start gaan met een systematische doorlichting van het basispakket, waarbij het jaarlijks een deel van het pakket onderzoekt. Deze doorlichting heeft tot doel om de beoogde besparing te realiseren. Het betreft hier de (bruto) te behalen besparing.

Daarnaast wordt bekeken op welke wijze de pakketcriteria noodzakelijkheid en kosteneffectiviteit een stevigere plek in het pakketbeheer kunnen krijgen. Het CVZ zal hierover adviezen uitbrengen. Bovendien wordt het instrument voorwaardelijke toelating verder doorontwikkeld, waarbij het ook breder kan worden ingezet en aan striktere en strenge voorwaarden kan worden gebonden.

Verlaging incidentele looncomponent (ILO) 2014–2017

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is de afspraak gemaakt om de incidentele looncomponent (ILO) te beperken tot nul in 2016 en 2017. In het zorgoverleg van eind april 2013 is afgesproken deze beperking van de ILO al te starten in 2014 en door te laten lopen tot en met 2017. Dit levert voor de curatieve zorg een besparing op die oploopt tot € 277 miljoen structureel. Deze besparing wordt grotendeels ingezet voor de verbetering van de kwaliteit van het ziekenhuispersoneel en de verzachting van besparingen bij de opleidingskosten.

Intensivering wijkverpleegkundige

Met deze intensivering wordt het mogelijk op grotere schaal wijkverpleegkundigen in te zetten. Met dit budget wordt de zorg en ondersteuning die wijkverpleegkundigen leveren bekostigd. De wijze van bekostigen wordt nog nader bezien. Bij deze maatregel wordt er vanuit gegaan dat eventuele in- en uitvoeringskosten uit de intensivering worden gedekt. Er is totaal een bedrag dat oploopt tot € 200 miljoen beschikbaar dat wordt ingezet voor opleidingen, infrastructuur (daar waar nodig) en ondersteuning om meer wijkverpleegkundigen in te kunnen zetten. Van de totale beschikbare € 250 miljoen vanaf 2017 zal € 50 miljoen worden ingezet ten behoeve van sociale wijkteams.

Dekking intensivering wijkverpleegkundige

In het licht van de substitutie van zorg worden, conform het regeerakkoord Rutte-Asscher, middelen beschikbaar gesteld waarmee kan worden geïntensiveerd in de wijkverpleegkundigen. Dekking hiervoor wordt gevonden binnen de medisch-specialistische zorg en curatieve ggz.

Honoraria medisch specialisten

VWS, Orde van medisch specialisten en Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) zijn in het convenant bekostiging vrijgevestigd medisch specialisten transitie 2012–2014 overeengekomen dat met ingang van 1 januari 2015 invoering van integrale tarieven voor medisch-specialistische zorg plaatsvindt. De invoering van integrale bekostiging per 2015 is bekrachtigd met de onderhandelingsresultaten die op 16 juli 2013 zijn bereikt. Door het integreren van het macrobudget voor de medisch specialisten met dat van de ziekenhuizen kunnen partijen de interne organisatie van de te leveren zorg beter afstemmen op de behoeften en wensen van patiënten. Dat komt de kwaliteit en doelmatigheid van de geleverde zorg ten goede. De invoering van integrale tarieven draagt eraan bij dat de (financiële) belangen van ziekenhuizen en medisch specialisten meer gelijkgericht worden. Om de transitie naar integrale bekostiging te faciliteren worden middelen beschikbaar gesteld. Over de inzet zal met veldpartijen in het voorjaar van 2014 nadere afspraken worden gemaakt. De in het regeerakkoord afgesproken maatregel om de honoraria voor medisch specialisten te verlagen (€ 100 miljoen) is verwerkt in het budgettair kader dat onderdeel is van de afspraken die met partijen in de medisch-specialistische zorg zijn gemaakt over beperking van de uitgavenontwikkeling in de periode 2014–2017.

Concentratie topreferente zorg

Doelmatigheidsverbeteringen op het vlak van topreferente zorg en onderzoek worden bereikt door verdere concentratie van zorg. Door het bereiken van hogere vaardigheid van ziekenhuizen kan met een hogere kwaliteit eenzelfde productie worden bereikt in een topreferent (deel)specialisme. Hiermee kan een doelmatigheidswinst op de beschikbaarheidbijdrage academische zorg worden gehaald. Deze wordt taakstellend verlaagd.

Compensatie ggz-kader (met name jeugd-ggz)

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is afgesproken dat de jeugd-ggz in 2015 wordt overgeheveld naar de gemeenten. Om een gelijkmatige transitie te bewerkstelligen en daarmee tevens de werkgelegenheidseffecten te beperken is besloten de voorgenomen korting op het jeugddossier (gerelateerd aan de jeugd-ggz) voor een belangrijk deel teniet te doen door het ggz-kader geoormerkt te verhogen voor de jeugd. In geval van overheveling zal het verhoogde budget uit het kader meegaan en zal worden bezien welke overgangsmaatregelen voor de jeugd-ggz nodig zijn om ongewenste effecten te voorkomen. De compensatie loopt op tot € 45 miljoen structureel.

Harmoniseren pensioenen en verzachten korting opleidingsfonds

De pensioenvoorziening voor personeel in de UMC’s wordt ondergebracht bij het PFZW. Daarnaast is in het Begrotingsakkoord 2013 een korting opgenomen voor het opleiden van medisch specialisten. Er is in de Hoofdlijnenakkoorden 2013 die gesloten gaan worden (TK 29 248, nr. 257), besloten de vergoeding per opleidingsplaats in de UMC’s op het huidige peil te houden en niet te korten.

Werelddekking

De invoering van de maatregel werelddekking zorg buiten de EU uit het basispakket uit het regeerakkoord kabinet-Rutte-Verhagen wordt niet gerealiseerd in 2014. In dat jaar is derhalve sprake van een besparingsverlies.

Tariefsaanpassing logopedie

De intensivering bij logopedie betreft een tariefsverhoging (totale meerkosten € 34,2 miljoen) die in drie stappen (2012–2014) wordt doorgevoerd. De verhoging over 2014 betreft de laatste stap van € 34,2 miljoen. Uit het kostenonderzoek van de NZa is naar voren gekomen dat de tarieven sinds 1984 niet meer zijn herijkt en dat de bestaande rekennorm te krap is voor de huidige logopedische praktijkvoering.

Korting honoraria kaakchirurgie

In het Begrotingsakkoord 2013 was een korting op honoraria van de kaakchirurgie van € 20 miljoen opgenomen. Deze korting wordt met € 17,6 miljoen verhoogd. Uit NZa-onderzoek is namelijk gebleken dat honoraria van kaakchirurgen ten opzichte van andere medisch specialisten zo hoog zijn dat een aanvullende korting noodzakelijk is om de honoraria vergelijkbaar te maken. De uitgaven aan kaakchirurgie zijn geen onderdeel van een van de huidige akkoorden. De korting heeft dus geen gevolgen voor de groeiruimte binnen deze akkoorden.

Overheveling pensioenfonds UMC's

Bij de vaststelling van de kaders is rekening gehouden met de voorgenomen overstap van de UMC’s van pensioenfonds ABP naar PfZW per 1 januari 2014.

Overige mutaties

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

Technische en macro-economische mutaties

Macro-bijstellingen

De raming van de loon- en prijsbijstelling is bijgesteld op basis van de meest recente macro-economische inzichten in de MEV van het Centraal Planbureau (CPB).

Schuif tussen financieringsbronnen

Dit is een schuif tussen financieringsbronnen.

Overheveling Fonds Ziekenhuisopleidingen

Een aantal zorgopleidingen worden met ingang van 2013 op basis van de Wmg gefinancierd via de beschikbaarheidbijdrage. Per 1 januari 2014 worden ook de tot het kalenderjaar 2014 via de subsidieregeling Ziekenhuisopleidingen gefinancierde opleidingen via de beschikbaarheidbijdrage gefinancierd. Daartoe wordt het bijbehorende budget overgeheveld van het begrotingsgefinancierde deel van het BKZ naar het premiegefinancierde deel.

Financieringsmutatie

Er is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. Deze verschillen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de feitelijke uitgaven.

Ontvangsten

Mee- en tegenvallers

Ontvangsten eigen risico

Betreft een aanpassing van de opbrengst van het eigen risico als gevolg van de herijking van het model voor het eigen risico, de verwerking van de regeerakkoordmaatregelen van het kabinet-Rutte-Asscher en de alternatieve invulling van de lage ziektelastmaatregel.

Beleidsmatige mutaties

Afschaffen inkomensondersteunende regelingen

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is afgesproken dat de bestaande regelingen voor financiële compensatie (Wtcg, CER en de regeling specifieke zorgkosten) worden afgeschaft. Een deel van het budget van de bestaande regelingen wordt vanaf 2014 overgeheveld naar het gemeentefonds. De mutatie betreft de opbrengst die samenhangt met het afschaffen van de CER.

Eigen bijdrage ggz/verpleegdag

De eigen bijdrage in de tweedelijns ggz is per 2013 geheel komen te vervallen, daarnaast wordt de eigen bijdrage van € 7,50 per verpleegdag in instellingen voor medisch-specialistische zorg niet ingevoerd. Dit leidt in totaal tot een neerwaartse bijstelling van de ontvangsten met € 145 miljoen. De € 145 miljoen is het saldo van het vervallen van eigen bijdragen van € 200 miljoen en het vervallen van de beoogde compensatieregeling (met betrekking tot de eigen bijdragen in de tweedelijns ggz) die € 55 miljoen zou kosten.

Figuur 4 Samenstelling Zvw-uitgaven 2014

3.2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

3.2.1 Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen, waarbij ondersteuning en zorg worden aangeboden op grond van de complexiteit van de zorgvraag én de kwetsbaarheid van de betreffende burger. Er wordt gestreefd naar welbevinden en daarmee naar een afname van de afhankelijkheid van professionele zorg en ondersteuning. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

3.2.2 Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is stelselverantwoordelijk voor de werking van het stelsel voor langdurige ondersteuning en zorg. De Minister is verantwoordelijk voor het opstellen en handhaven van de wettelijke kaders waarbinnen het zorgstelsel functioneert. Het wettelijk kader wordt gevormd door de AWBZ en de Wmo. Op grond van de AWBZ hebben de zorgverzekeraars de zorgplicht. Via de zorgkantoren contracteren zij zorgaanbieders voor het leveren van verantwoorde langdurige zorg. De zorgkantoren verstrekken ook de pgb’s aan cliënten. Het recht op zorg in de AWBZ wordt bepaald door middel van indicatiestelling die wordt uitgevoerd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het CIZ voert de indicatiestelling onafhankelijk, objectief en integraal uit op een manier die voor cliënten begrijpelijk en helder is. De Minister heeft geen directe invloed op de hoeveelheid zorg die wordt geleverd. De Minister ziet erop toe dat de langdurige zorg tegen voor de samenleving aanvaardbare maatschappelijke kosten wordt geleverd.

De Minister wordt voor de AWBZ ondersteund door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). De IGZ handhaaft normen voor een verantwoorde zorg zoals deze door de sectoren zelf zijn vastgesteld. De NZa handhaaft een doelmatige inrichting van het systeem van prikkels en verantwoordelijkheden en ziet toe op de invulling van de zorgplicht. Het CVZ adviseert over AWBZ-aanspraken en de toepassing daarvan.

Het CVZ verstrekt subsidie aan de MEE-organisaties. MEE-organisaties bieden cliëntondersteuning aan mensen met een lichamelijk, verstandelijke en/of zintuiglijke handicap.

Het RIVM verzorgt de landelijke coördinatie van het Rijksvaccinatieprogramma. Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is preventieve zorg en heeft tot doel de vaccinatie van alle kinderen in de leeftijdscategorie van 0–12 jaar die in Nederland wonen.

Aan de bruto-BKZ-uitgaven worden ook middelen toegerekend die via andere begrotingshoofdstukken beschikbaar komen. Het gaat hierbij onder andere om de middelen die via het gemeentefonds worden uitgekeerd aan gemeenten voor uitgaven voor huishoudelijke hulp in het kader van de Wmo.

De verantwoordelijkheid voor het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie ligt bij gemeenten. De Wmo biedt gemeenten hiervoor het wettelijk kader dat op lokaal niveau verder wordt ingevuld en waarover verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad. De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel dat optimaal bijdraagt aan het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie en legt over de resultaten van dit stelsel verantwoording af aan de Tweede Kamer.

3.2.3 Kerncijfers

Tabel 8 schetst een beeld van de AWBZ en de Wmo.

Tabel 8 kerncijfers Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en Wmo
 

eenheid

2008

2009

2010

2011

2012

Indicatie

           

Aantal personen met een indicatie via CIZ, ultimo verslagjaar

1.000

nvt

nvt

742

778

802

– waarvan met een indicatie voor zorg met verblijf

1.000

nvt

nvt

334

349

359

– waarvan indicatie voor zorg zonder verblijf

1.000

nvt

nvt

408

429

443

             

Gebruik

           

Persoonsgebonden budgetten (pgb)

           

Aantal personen met een pgb, ultimo verslagjaar (CVZ)

1.000

109

118

121

139

128

Zorg in natura (eigen-bijdrageplichtig CAK)

           

Aantal personen met eigen-bijdrageplichtige zorg in verslagjaar:

           

– waarvan zorg met verblijf

1.000

331

341

350

356

363

– waarvan zorg zonder verblijf 1

1.000

394

397

515

533

546

             

Volume (productie)

           

Zorg in natura met verblijf (nacalculatie, voor het jaar 2012 afspraken)

           

Aantal dagen ZZP geestelijke gezondheidszorg B

1 mln.

nvt

nvt

3

3

3,1

Aantal dagen ZZP geestelijke gezondheidszorg C

1 mln.

nvt

nvt

6,2

6,8

7,3

Aantal dagen ZZP verstandelijke handicap

1 mln.

nvt

nvt

21,7

22,6

23,3

Aantal dagen ZZP (sterk gedragsgestoord) licht verstandelijke handicap

1 mln.

nvt

nvt

1,3

1,4

1,5

Aantal dagen ZZP lichamelijke beperking

1 mln.

nvt

nvt

3,1

3,4

3,4

Aantal dagen ZZP zintuiglijke beperking

1 mln.

nvt

nvt

0,8

0,8

0,8

Aantal dagen ZZP verpleging en verzorging

1 mln.

nvt

nvt

57,7

57,5

57,8

Aantal dagdelen dagbesteding intramurale cliënten

1 mln.

nvt

nvt

8,3

8,5

8,9

             

Zorg in natura zonder verblijf (nacalculatie, voor het jaar 2012 afspraken)

     

Aantal uren persoonlijke verzorging

1 mln.

34,5

37,4

39,7

42,9

45,9

Aantal uren verpleging

1 mln.

8,9

7,7

6,9

7,2

7,4

Aantal uren begeleiding

1 mln.

19,8

17,5

17,1

17,5

17,9

Aantal uren behandeling

1 mln.

0,8

2,1

2

2,1

2,3

Aantal dagdelen dagactiviteiten extramurale cliënten

1 mln.

23,2

22

16,5

16,3

16,3

             

Volledig pakket thuis (nacalculatie, voor het jaar 2012 afspraken)

   

Aantal dagen vpt geestelijke gezondheidszorg

1 mln.

nvt

nvt

0

0,1

0,1

Aantal dagen vpt gehandicaptenzorg

1 mln.

nvt

nvt

0,1

0,2

0,3

Aantal dagen ZZP verpleging en verzorging

1 mln.

nvt

nvt

0,2

0,5

0,8

             

MEE-instellingen

           

Aantal cliënten MEE-organisaties

aantal

99.192

100.676

101.457

98.458

101.674

Aantal diensten MEE-organisaties

aantal

168.715

171.409

183.237

188.471

197.494

Totaal aantal MEE-organisaties

aantal

23

22

22

22

22

             

Rijksvaccinatieprogramma

           
Percentage deelname aan Rijksvaccinatieprogramma 2

%

94,5

95,2

95,0

95,4

95,4

             

Wet maatschappelijke ondersteuning

           

Uren hulp bij huishouden totaal gefactureerd

1 mln.

53,3

55,7

56,6

58,8

58,0

Klanten hulp bij huishouden personen

1.000

430,0

436,0

434,6

446,7

445,4

Groei uren

%

 

4,5

1,5

4,0

– 1,4

Groei personen

%

 

1,4

– 0,3

2,8

– 0,3

Noot 1: Met ingang van medio 2010 is de functie Begeleiding bijdrageplichtig. Daarom neemt het aantal personen toe.

Noot 2: Voor het verslagjaar 2013 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2012) is dit percentage 95,5%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2010 dat basisimmuun is voor DKTP vóór het bereiken van hun 2-jarige leeftijd.

Bronnen:

Indicatie: CIZ

Gebruik: CVZ respectievelijk CAK

Volume: NZa

MEE: MEE-Nederland

RVP: RIVM

Wmo: CAK

3.2.4 Beleidswijzigingen en prioriteiten 2014

De voorbereidingen voor de hervorming van de langdurige ondersteuning en zorg zijn in volle gang. In 2015 zal deze omwenteling zijn beslag krijgen met de herstructurering van de huidige AWBZ en de huidige Wmo. De invulling van de hervorming van de langdurige ondersteuning en zorg is neergelegd in de brief aan de Kamer van 25 april 2013 (TK 30 597, nr. 296).

Het kabinet schrapt de AWBZ-aanspraak extramurale zorg. Met name gemeenten worden in staat gesteld hun burgers passend te ondersteunen. Ook de zorg voor ggz-cliënten die zijn aangewezen op beschermd wonen zonder behandeling vallen vanaf 2015 onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. In de Zvw wordt een nieuwe functie thuisverpleging gecreëerd waarin de huidige functie extramurale verpleging en delen van de functie extramurale persoonlijke verzorging is opgenomen. Ook de intramurale ggz-zorg voor cliënten met behandeling zal verschuiven naar de Zvw. Er resteert dan een kern-AWBZ op grond waarvan cliënten zorg ontvangen met indicatie verblijf in de sector verpleging en verzorging en de gehandicpatensector. Dit zal worden vormgegeven in een tweetal nieuwe wetten: de herziene Wmo en de kern-AWBZ.

Omdat deze wetsvoorstellen nog niet zijn behandeld door het parlement is er in deze ontwerpbegroting voor gekozen om de uitgaven van de langdurige zorg vanaf 2015 nog in één AWBZ-uitgaventabel te presenteren. In de ontwerpbegroting 2015 zullen de verschuivingen van de uitgaven van AWBZ naar Jeugdwet, Wmo en Zvw wel afzonderlijk zichtbaar worden gemaakt.

In overleg met gemeenten, verzekeraars, aanbieders en cliëntenorganisaties is een gezamenlijk transitietraject in gang gezet om de hervorming van de langdurige zorg per 2015 zo goed mogelijk te laten verlopen. In 2014 staat daarom de transitie centraal. Tegen deze achtergrond is ervoor gekozen om geen grote mutaties aan te brengen in de aanspraken van de AWBZ-cliënten. Dit betekent dat de in het regeerakkoord aangekondigde wijzigingen in de aanspraken van cliënten met een recht op persoonlijke verzorging of dagbesteding niet worden doorgevoerd. Het kabinet heeft besloten de hiermee samenhangende ombuigingen in te vullen door middel van een beperking van de contracteerruimte in combinatie met een tariefverlaging voor onder meer pgb en intramurale zorgzwaartepakketten.

In 2014 wordt gewerkt aan een verdere structurering van de pgb-systematiek met als inzet om fraude en oneigenlijk gebruik van de pgb-regeling zoveel mogelijk te voorkomen. Fraude met het pgb’s of zorg in natura kan niet worden getolereerd. Het tast het rechtsgevoel van Nederlanders aan omdat middelen die zijn bedoeld voor kwetsbare mensen verdwijnen in de zakken van criminelen. Daarom wordt uitvoering gegeven aan het fraudeplan dat naar de Kamer zal worden gestuurd. De huidige pgb-budgethouders behouden hun pgb-uitkering en voor hen zal geen 10-uurscriterium worden toegepast.

3.2.5 Verticale ontwikkeling van de AWBZ-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2013. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de veranderingen wordt verwezen naar de verdiepingsbijlage.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • –  mee- en tegenvallers;
  • –  beleidsmatige mutaties;
  • –  technische- en macro-economische mutaties.

Tabel 9 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2013 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten zien. De mutaties volgend uit het regeerakkoord zijn hierin ook opgenomen.

Tabel 9 Verticale ontwikkeling van de AWBZ-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

AWBZ-uitgaven ontwerpbegroting 2013

27.472,4

27.295,6

28.743,2

29.828,4

31.392,5

33.058,4

 

Mee- en tegenvallers

             

Actualisering AWBZ-uitgaven

297,5

285,5

285,5

285,5

285,5

285,5

 

MLT ramingsbijstelling AWBZ

0,0

0,0

0,0

0,0

30,0

51,0

 
               

Beleidsmatige mutaties

             

Maatregel persoonlijke verzorging en decentralisatie begeleiding (RA)

0,0

0,0

0,0

– 1.607,0

– 1.607,0

– 1.622,0

 

Tariefskorting AWBZ (Korting contracteerruimte ZIN)

0,0

0,0

– 330,0

0,0

0,0

0,0

 

Landelijke invoering intramurale AWBZ (RA)

0,0

0,0

0,0

0,0

– 45,0

– 500,0

 

Verlaging ILO 2014–2017

0,0

0,0

– 60,0

– 215,0

– 314,0

– 425,0

 

Tariefmaatregel intramurale zorg

0,0

0,0

– 160,0

– 200,0

– 200,0

– 250,0

 

Beperken groeiruimte / contracteerruimte

0,0

0,0

– 21,0

– 21,0

– 169,0

– 260,0

 

Extramuraliseren ZZP 4 (RA)

0,0

0,0

0,0

0,0

– 35,0

– 70,0

 

Verzachten extramuraliseren

0,0

0,0

0,0

30,0

130,0

280,0

 

Ontschotten jeugdzorg (RA)

0,0

0,0

0,0

– 15,0

– 44,0

– 73,0

 

Nominaal beeld

0,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

 

Compensatie extramuraliseren zzp's

0,0

– 18,9

– 68,9

– 31,3

– 45,0

– 55,6

 

Volume indexering Wmo

0,0

– 29,7

– 59,9

– 29,7

– 29,7

– 29,7

 

Overige mutaties

– 1,8

– 134,4

– 203,4

– 1.724,6

– 1.733,8

– 1.733,1

 
               

Technische en macro-economische mutaties

             

Macro-bijstellingen

0,0

– 29,0

19,6

52,8

– 833,9

– 1.468,4

 

Schuif tussen financieringsbronnen AWBZ

51,1

71,7

71,5

65,5

84,1

84,9

 

Financieringsmutatie

73,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
               

Totaal mutaties

420,1

45,2

– 626,5

– 3.509,8

– 4.626,9

– 5.885,3

 
               

AWBZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

27.892,5

27.340,7

28.116,7

26.318,6

26.765,6

27.173,1

27.972,7

AWBZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2013

1.656,4

1.819,4

1.847,1

1.898,4

1.923,1

1.950,0

 

Mee- en tegenvallers

             

Eigen bijdrage AWBZ

39,4

39,4

39,4

39,4

39,4

39,4

 

Ramingbijstelling vermogensinkomensbijtelling

0,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

 

Meeropbrengst RA: intramurale eigen bijdrage

0,0

0,0

255,0

255,0

255,0

255,0

 
               

Beleidsmatige mutaties

             

Verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ

0,0

0,0

50,0

50,0

50,0

50,0

 

Schrappen eigen bijdrage jeugdzorg

0,0

0,0

0,0

– 35,0

– 35,0

– 35,0

 

Wtcg afschaffen/Korting extramurale eigen bijdrage AWBZ en Wmo

0,0

0,0

0,0

180,0

180,0

180,0

 

Verzachten vermogensinkomensbijtelling

0,0

– 17,0

– 17,0

– 17,0

– 17,0

– 17,0

 

Verzachten RA: intramurale eigen bijdrage

0,0

0,0

– 248,0

– 248,0

– 248,0

– 248,0

 
               

Totaal mutaties

39,4

39,4

96,4

241,4

241,4

241,4

 
               

AWBZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

1.695,8

1.858,8

1.943,5

2.139,8

2.164,5

2.191,4

2.218,7

Netto-AWBZ-uitgaven ontwerpbegroting 2013

25.816,0

25.476,2

26.896,1

27.930,0

29.469,4

31.108,4

 

Mutatie in de netto-AWBZ-uitgaven

380,6

5,8

– 722,9

– 3.751,2

– 4.868,3

– 6.126,7

 

Netto-AWBZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

26.196,6

25.481,9

26.173,2

24.178,8

24.601,1

24.981,7

25.754,0

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ-gegevens over de financieringslasten Zvw en AWBZ.

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Actualisering AWBZ-uitgaven

Tabel 10 Actualisering AWBZ-uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Zorg in natura

333,5

285,5

285,5

285,5

285,5

285,5

285,5

Persoonsgebonden budgetten

– 10,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overig

– 25,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal

297,5

285,5

285,5

285,5

285,5

285,5

285,5

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ-gegevens over de financieringslasten Zvw en AWBZ.

Op basis van voorlopige realisatiegegevens van de NZa en het CVZ zijn de zorguitgaven 2012 geactualiseerd (zie tabel 10). Uit de actualisering volgt per saldo een structurele overschrijding van € 286 miljoen ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2013. De achtergrond hiervan is een stijging van verleende zorg en toegenomen kapitaallasten vanwege eerder in gebruik genomen nieuwe capaciteit.

MLT ramingsbijstelling AWBZ

De raming van het BKZ is bijgesteld naar aanleiding van de Middenlange-termijnverkenningen (MLT) van het Centraal Planbureau (CPB).

Beleidsmatige mutaties

Maatregel persoonlijke verzorging en decentralisatie begeleiding (RA)

Gemeenten worden geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging. Deze mutatie betreft de besparing die hiervoor in het regeerakkoord is ingeboekt. De aanspraak op dagbesteding en persoonlijke verzorging wordt niet per 2014 beperkt, conform de motie-Samsom en Zijlstra (TK, vergaderjaar 2012–2013, 33 410, nr. 32), die verzoekt ook in 2014 voor nieuwe cliënten de aanspraak op dagbesteding te behouden.

Tariefskorting AWBZ (Korting contracteerruimte ZIN)

Ter dekking van de incidentele bijstelling ten aanzien van het in 2014 beschikbaar houden van dagbesteding en persoonlijke verzorging, zullen een korting op tarieven en/of de contracteerruimte voor zorg in natura en een pgb-tariefskorting worden doorgevoerd. Hiermee is een bedrag van € 330 miljoen gemoeid.

Landelijke invoering intramurale AWBZ (RA)

De AWBZ wordt omgevormd tot een nieuwe verzekering waarin alleen de zware (intramurale) ouderen- en gehandicaptenzorg wordt opgenomen. De wet krijgt daarbij een centraal beleidskader voor zowel zorg in natura als pgb’s Deze mutatie betreft de besparing die aan deze herziening is verbonden.

Verlaging ILO 2014–2017

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is de afspraak gemaakt om de incidentele looncomponent (ILO) op nul te stellen in 2016 en 2017. In de Zorgafspraken die het kabinet heeft gesloten met werkgevers en werknemers is afgesproken dit al te starten in 2014 en door te laten lopen tot en met 2017. Dit levert voor de care een bedrag op van € 429 miljoen structureel.

Tariefsmaatregel intramurale zorg

Ter dekking van de uitkomsten van de Zorgafspraken die het kabinet heeft gesloten met werkgevers en werknemers wordt een tariefmaatregel getroffen bij de extramurale verpleging en intramurale zorg die oploopt tot € 250 miljoen structureel.

Beperken groeiruimte / contracteerruimte

De beschikbare ruimte (contracteerruimte) voor de kern-AWBZ wordt gekort. Om de budgettaire beheersbaarheid te behouden wordt het regime van de contracteerruimte aangescherpt.

Extramuraliseren ZZP 4 (RA)

Deze mutatie betreft de maatregel uit het regeerakkoord voor het extramuraliseren van ZZP 4 in de ouderen- en gehandicaptenzorg. In de Zorgafspraken is deze maatregel gedeeltelijk verzacht.

Verzachten extramuraliseren

De taakstellingen extramuraliseren lage ZZP’s uit het Begrotingsakkoord 2013 en het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher worden verzacht. Doordat meer cliënten toegang houden tot instellingszorg ontstaat een besparingsverlies dat oploopt tot € 300 miljoen in 2018.

Ontschotten jeugdzorg (RA)

Het jeugdzorgbudget, dat per 2015 met een decentralisatie-uitkering naar gemeenten wordt overgeheveld, wordt additioneel verlaagd met € 150 miljoen met een ingroei in 2015 en 2016. Gemeenten kunnen deze taak veel doelmatiger uitvoeren door ontschotting, preventie/vroegtijdig signaleren, verschuiving van zwaardere naar lichtere zorg en eenvoudigere (indicatie-)procedures. Het «recht op zorg», de pgb «kan» bepaling en de gemeentelijke taak worden in de nieuwe wet zodanig beschreven dat dit voldoende beleidsvrijheid en ruimte voor maatwerk biedt. Daarnaast is scherpere tarifering van zorgaanbieders mogelijk en kunnen gemeenten efficiency behalen bij de gesloten jeugdzorg door de overcapaciteit in het aanbod niet langer te bekostigen en de gemiddelde verblijfsduur te verlagen.

Nominaal beeld

Dit betreft een meevaller in het nominaal beeld van de AWBZ. De beschikbare middelen ter compensatie van de nominale ontwikkeling blijken groter dan de benodigde middelen.

Compensatie extramuraliseren ZZP's

Gemeenten ontvangen (zoals aangekondigd in de decembercirculaire 2012 van het gemeentefonds) compensatie voor hogere kosten in de Wmo als gevolg van het extramuraliseren van lichte zorgzwaartepakketten in de AWBZ voor nieuwe cliënten. Daarnaast worden de extra uitgaven aan de huurtoeslag structureel gecompenseerd.

Volume indexering Wmo

Dit betreft de overheveling van de volume-indexatie Wmo naar het gemeentefonds.

Overige mutaties

Deze post is het saldo van verschillende mutaties waaronder de hervorming van de AWBZ-functie extramurale verpleging en de overheveling langdurige ggz die in het regeerakkoord zijn afgesproken. Activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging gaan – net als begeleiding – vallen onder de Wmo.

Technische en macro-economische mutaties

Macro bijstellingen

De raming van de loon- en prijsbijstelling is bijgesteld op basis van de meest recente macro-economische inzichten in de MEV van het Centraal Planbureau (CPB).

Schuif tussen financieringsbronnen AWBZ

Dit is een schuif tussen financieringsbronnen.

Financieringsmutatie

Er is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of-voorsprongen. Deze verschillen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de uitgaven.

Ontvangsten

Mee- en tegenvallers

Eigen bijdrage AWBZ

Op basis van de CVZ-jaarcijfers doet zich in 2012 een ontvangstenmeevaller voor bij de eigen bijdragen AWBZ. Deze meevaller wordt structureel verondersteld.

Ramingbijstelling vermogensinkomensbijtelling

De opbrengst van het verhogen van de vermogensinkomensbijtelling in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is hoger dan geraamd. Deze meeropbrengst wordt ingezet voor de verzachting van deze maatregel.

Meeropbrengst regeerakkoord: intramurale eigen bijdrage

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is de maatregel «verhogen intramurale eigen bijdrage» opgenomen die € 255 miljoen meer oplevert dan destijds werd aangenomen. Een deel van deze meeropbrengst wordt gebruikt om de maatregel verhogen eigen bijdrage te verzachten.

Beleidsmatige mutaties

Verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ

Met deze maatregel wordt de intramurale eigen bijdrage verhoogd tot de zak- en kleedgeldnorm. Bovendien wordt de huidige korting die cliënten ontvangen op de eigen bijdrage vanuit de Wtcg beperkt. De besparing bedraagt structureel € 50 miljoen.

Schrappen eigen bijdrage jeugdzorg

De introductie van een eigen bijdrage in de jeugdzorg, die per 2015 was voorzien en door gemeenten zou worden uitgevoerd, wordt ongedaan gemaakt.

Wtcg afschaffen/Korting extramurale eigen bijdrage AWBZ en Wmo

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is afgesproken dat de bestaande regelingen voor financiële compensatie (Wtcg, CER en de regeling specifieke zorgkosten) worden afgeschaft. Ook de Wtcg-korting op de eigen bijdrage AWBZ/Wmo voor extramurale gevallen vervalt. Dit leidt tot een extra opbrengst van € 180 miljoen aan eigen bijdragen.

Verzachten vermogensinkomensbijtelling

De vermogensinkomensbijtelling uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Verhagen en het Begrotingsakkoord 2013 wordt gericht verzacht.

Verzachten RA: intramurale eigen bijdrage

De verhoging van de intramurale eigen bijdrage uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher wordt verzacht en de systematiek vereenvoudigd.

Figuur 5 Samenstelling AWBZ-uitgaven 2014
Tabel 11 Verticale ontwikkeling van de Wmo-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Wmo-uitgaven ontwerpbegroting 2013

1.511,3

1.477,3

1.477,3

1.477,3

1.472,6

1.472,6

 

Beleidsmatige mutaties

 

Korting huishoudelijke verzorging

0,0

0,0

0,0

– 975,0

– 1.140,0

– 1.140,0

 

Verzachten korting huishoudelijke verzorging

0,0

0,0

0,0

510,0

530,0

530,0

 

Volume indexering Wmo

0,0

29,7

59,9

29,7

29,7

29,7

 

Middelen maatwerk

0,0

0,0

100,0

709,0

759,0

761,0

 

Uitkering maatwerk

0,0

0,0

– 55,1

– 55,1

– 55,1

– 55,1

 

Intensivering arbeidsmarkt zorg (RA)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

100,0

 

Compensatie Wmo extramuraliseren zzp's

0,0

15,0

53,7

0,0

0,0

0,0

 

Nominale tranche 2013 Wmo

0,0

25,5

25,5

25,5

25,5

25,5

 

Uitname t.b.v. beheerskosten CAK

0,0

0,0

– 1,9

– 1,9

– 1,9

– 1,9

 

Overige

0,0

0,0

0,2

1,2

1,3

1,4

 
               

Totaal mutaties

0,0

70,2

182,3

243,4

148,5

250,6

 

Wmo-uitgaven ontwerpbegroting 2014

1.511,3

1.547,5

1.659,6

1.720,7

1.621,1

1.723,3

1.723,3

Beleidsmatige mutaties

Korting huishoudelijke verzorging

De korting van € 89 miljoen in 2014 uit het regeerakkoord op het budget voor huishoudelijke verzorging is ongedaan gemaakt aangezien de regelgeving over aanspraak hierop in 2014 ongewijzigd blijft. In tegenstelling met het regeerakkoord kunnen ook nieuwe cliënten in de Wmo in 2014 een beroep blijven doen op huishoudelijke hulp.

Verzachten korting huishoudelijke verzorging

De korting uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher op huishoudelijke verzorging (Wmo) wordt structureel verlaagd met € 530 miljoen.

Volume indexering Wmo

Dit betreft de overheveling van de volume-indexatie Wmo naar het gemeentefonds.

Middelen maatwerk (AWBZ/Wmo)

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is afgesproken dat de bestaande regelingen voor financiële compensatie (Wtcg, Compensatie eigen risico en de regeling specifieke zorgkosten) worden afgeschaft. Een deel van het budget van de bestaande regelingen wordt vanaf 2014 (oplopend tot € 706 miljoen structureel vanaf 2017) overgeheveld naar het gemeentefonds. Gemeenten kunnen maatwerk bieden door het compenseren van beperkingen met voorzieningen via de Wmo of het geven van directe inkomenssteun via de individuele bijzondere bijstand. De middelen zijn niet geoormerkt. In 2014 wordt hiertoe de integratie-uitkering huishoudelijke hulp incidenteel met € 45 miljoen verhoogd en via de Wmo-verdeelsleutel verdeeld.

Uitname maatwerk

In de HLZ brief (TK, 30 597, nr. 296) is opgenomen dat de verhoging van de eigen bijdrage voor bewoners van een intramurale instelling wordt beperkt. Onderdeel van de dekking van deze verzachtende maatregel betreft een verlaging van het voor gemeenten beschikbaar gestelde budget voor de maatwerkwerkvoorziening (€ 55 miljoen).

Intensivering arbeidsmarkt zorg

Er wordt vanaf 2017 € 100 miljoen ingezet om het voor gemeenten financieel mogelijk te maken huishoudelijke dienstverlening aan te bieden waarbij voor de dienstverlener in beginsel dezelfde sociale rechten gaan gelden als voor een gewone werknemer. Dit in tegenstelling tot de sociale rechten onder de regeling dienstverlening aan huis.

Compensatie Wmo extramuraliseren ZZP's

Gemeenten ontvangen (zoals aangekondigd in de meicirculaire 2013 van het gemeentefonds) compensatie voor hogere kosten in de Wmo als gevolg van het extramuraliseren van lichte ZZP’s in de AWBZ voor nieuwe cliënten. Dit betreft een incidentele toevoeging.

Nominale tranche 2013 Wmo

Dit betreft de loon- en prijsonwikkeling tranche 2013

Uitname ten behoeve van beheerskosten CAK

Dit betreft een uitname uit het gemeentefonds voor de centrale financiering van het CAK voor de uitvoering van Wmo-taken.

Overige

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

3.3 Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

Naast de Wmo vallen enkele andere begrotingsgefinancieerde posten onder de bruto-BKZ-uitgaven. Tot deze categorie horen de uitgaven voor de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de uitgaven voor zorg, jeugd en welzijn in Caribisch Nederland en bepaalde uitgaven voor opleidingen. Deze uitgaven worden op de VWS-begroting verantwoord op de artikelen 8 en 4. Voor de doelstelling van dit beleid en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister wordt verwezen naar de betreffende passages op de artikelen in de begroting. Ten slotte zijn er bedragen gereserveerd op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën die onder het BKZ vallen. Dit betreft onder meer de loon- en prijsbijstelling voor de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven.

In tabel 12 wordt de ontwikkeling van de begrotingsgefinancieerde BKZ-uitgaven toegelicht. Voor de toelichting bij de verschillende mutaties wordt verwezen naar de verdiepingsbijlage.

Tabel 12 Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Begrotingsgefinancierde-uitgaven ontwerpbegroting 2013

3.380,4

2.126,4

2.139,6

2.178,5

2.247,6

2.283,6

 

Mutatie Zorgopleidingen (begroting VWS)

34,7

134,2

– 71,5

– 10,5

– 5,5

– 2,5

 

Mutatie Caribisch Nederland (begroting VWS)

20,9

13,4

5,4

8,6

3,8

0,2

 

Mutatie Wtcg (begroting VWS)

– 31,2

13,3

– 1,9

– 338,9

– 404,7

– 408,7

 

Mutatie Wmo (gemeentefonds)

0,0

70,2

182,3

243,4

148,5

250,6

 

Mutatie loon- en prijsbijstellingen (begroting VWS en Financien)

– 0,2

– 30,0

– 32,3

– 19,7

– 18,8

– 11,3

 
               

Totaal mutaties

24,1

201,1

81,9

– 117,1

– 276,7

– 171,8

 

Begrotingsgefinancierde-uitgaven ontwerpbegroting 2014

3.404,6

2.327,5

2.221,5

2.061,4

1.970,9

2.111,9

2.098,4

Begrotingsgefinancierde-ontvangsten ontwerpbegroting 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Mutaties

20,9

152,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Begrotingsgefinancierde-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

20,9

152,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Netto-begrotingsgefinancierde-uitgaven ontwerpbegroting 2013

3.380,4

2.126,4

2.139,6

2.178,5

2.247,6

2.283,6

 

Mutatie in de netto-begrotingsgefinancierde-uitgaven

3,2

49,1

81,9

– 117,1

– 276,7

– 171,8

 

Netto-begrotingsgefinancierde-uitgaven ontwerpbegroting 2014

3.383,7

2.175,5

2.221,5

2.061,4

1.970,9

2.111,9

2.098,4

Figuur 6 Begrotingsgefinancieerd BKZ

4. Financiering van de zorguitgaven

4.1 Totaalbeeld

Deze paragraaf gaat in op de financiering van de zorguitgaven die toegerekend worden aan het BKZ. Het grootste deel van de zorguitgaven betreft uitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Een beperkt deel van zorguitgaven verloopt via de rijksbegroting en wordt gefinancierd via belastinginkomsten. Een uitsplitsing voor het jaar 2014 staat in tabel 13. In het vervolg van deze paragraaf wordt dieper ingegaan op de financiering van de Zvw en van de AWBZ.

Tabel 13 Financiering bruto BKZ-uitgaven (bedragen x € 1 miljard)
 

2014

Zvw

42,6

w.v. eigen betalingen

(3,1)

AWBZ

28,1

w.v. eigen betalingen

(1,9)

Overheid (opleidingen/Wtcg/Caribisch Nederland)

0,6

Overheid (gemeentefonds)

1,7

Bruto BKZ-uitgaven stand VWS ontwerpbegroting 2014

72,9

Bron: VWS

4.2 De financieringssystematiek

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) loopt via zorgverzekeraars. Zij betalen zorgaanbieders voor de zorg die is geleverd aan hun verzekerden. Een beperkt deel van de zorguitgaven wordt rechtstreeks aan zorgaanbieders betaald vanuit het zorgverzekeringsfonds (ZVF). Dit betreft vooral de beschikbaarheidbijdrage. Het gaat daarbij om zorgprestaties waarvoor het niet mogelijk en/of wenselijk is de kosten aan individuele verzekerden toe te rekenen. De grootste onderdelen zijn de kosten van opleidingen en de zogenaamde beschikbaarheidbijdrage academische zorg. Daarnaast gaat het om enkele kleinere onderdelen zoals brandwondenzorg, traumazorg, spoedeisende zorg en een deel van de kapitaallasten. Naast de beschikbaarheidbijdrage wordt vanuit het zorgverzekeringsfonds ook een deel van de grensoverschrijdende zorg betaald.

Figuur 1: Financieringsstromen Zvw

Ter financiering van de uitgaven ontvangen zorgverzekeraars van hun verzekerden een nominale premie, het eigen risico en eigen bijdragen. Daarnaast ontvangt elke zorgverzekeraar een vereveningsbijdrage uit het zorgverzekeringsfonds. Dit bedrag houdt rekening met het risicoprofiel van de verzekerdenpopulatie van iedere zorgverzekeraar en met het eigen risico en de eigen bijdrage die hij ontvangt. Op deze manier komt een zorgverzekeraar per premiebetalende verzekerde naar verwachting een gelijk bedrag per volwassen verzekerde op zijn zorgkosten tekort. Dit bedrag is de zogenaamde nominale rekenpremie. Deze systematiek zorgt voor een gelijk speelveld voor alle zorgverzekeraars. Dat is nodig omdat verzekeraars zich moeten houden aan de wettelijke acceptatieplicht van verzekerden. Ook ontvangen zorgverzekeraars uit het zorgverzekeringsfonds een vergoeding voor de beheerskosten van verzekerde kinderen. Zorgverzekeraars moeten de rest van hun beheerskosten dekken uit de nominale premie. Verder moeten zij reserves opbouwen om zeker te stellen dat zij altijd aan hun verplichtingen kunnen voldoen. De Nederlandsche Bank (DNB) stelt minimumeisen aan deze reserves. Zorgverzekeraars kunnen de beheerskosten en de reserveopbouw financieren door middel van een opslag op de rekenpremie: de opslagpremie. In die opslag kunnen zorgverzekeraars ook winsten en verliezen uit het verleden, afwijkende inschattingen ten aanzien van de zorguitgaven of risico-opslagen verwerken. Door verschillen in de opslagpremie concurreren zorgverzekeraars met elkaar.

Het zorgverzekeringsfonds ontvangt ter financiering van zijn uitgaven de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) en een rijksbijdrage. Daarnaast ontvangt het zorgverzekeringsfonds de premievervangende bijdrage van verdragsgerechtigden en rente. Vanuit het fonds worden zorgverzekeraars gedeeltelijk gecompenseerd voor kosten van wanbetaling. Tot en met 2013 wordt vanuit het zorgverzekeringsfonds ook de compensatie eigen risico betaald. In de Zvw is geregeld dat het zorgverzekeringsfonds niet structureel mag werken met tekorten of overschotten. Daarom dient een gebleken negatief vermogen snel te worden weggewerkt via meer dan lastendekkende premies.

De overheid verstrekt een rijksbijdrage aan het zorgverzekeringsfonds. Deze bijdrage maakt het mogelijk dat bij kinderen geen nominale premie in rekening hoeft te worden gebracht. De overheid betaalt daarnaast zorgtoeslag aan huishoudens met lage en middeninkomens ter gedeeltelijke compensatie van de nominale premie. De rijksbijdrage en de zorgtoeslag worden gedekt uit belastinginkomsten.

De zorgtoeslag waarborgt dat geen enkel huishouden een groter deel van zijn inkomen aan ziektekostenpremie hoeft te betalen dan wat op grond van de Wet op de zorgtoeslag als aanvaardbaar wordt beschouwd. De lasten die daar boven uit stijgen komen in aanmerking voor compensatie via de zorgtoeslag. Het aanvaardbare deel van het inkomen is in de wet vastgelegd in percentages. Maatgevend voor de premielasten zijn in het kader van de zorgtoeslag niet de feitelijke, door de burger betaalde premies, maar de standaardpremie. De standaardpremie is bepaald als het gemiddelde van de premies die worden betaald in de markt, vermeerderd met het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt 18. De zorgtoeslag maakt geen onderdeel uit van het uitgavenkader, maar valt net als de zorgpremies onder het inkomstenkader. Dat betekent dat het kabinet een hogere zorgtoeslag beschouwt als een vorm van lastenverlichting.
Uiteindelijk worden alle zorguitgaven betaald door burgers en bedrijven via de nominale premie, de inkomensafhankelijke bijdrage, eigen betalingen en belastingen. In de Zvw is vastgelegd dat evenveel inkomsten worden gegenereerd via de inkomensafhankelijke bijdrage als via de nominale premie, de eigen betalingen en de rijksbijdrage samen (de 50/50-verdeling). De 50/50-verdeling impliceert dat uitgavenstijgingen bij verzekeraars voor 50% moeten worden gedekt uit de IAB. Dat wordt bereikt door de bijdrage uit het fonds aan verzekeraars te verhogen. Omgekeerd dient een stijging van de rechtstreekse uitgaven van het fonds voor de helft te worden opgevangen via nominale premies. Dat wordt bereikt door de bijdrage voor de zorgverzekeraars te verlagen 19.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de AWBZ loopt via zorgkantoren naar zorgaanbieders (of via het Centraal Administratiekantoor (CAK) in opdracht van zorgkantoren). De uitzondering hierop vormen persoonsgebonden budgetten (pgb’s). Daarbij wordt geld door zorgkantoren overgemaakt naar burgers die zelf zorg inkopen. Zorgkantoren ontvangen hun geld uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ).

Het AFBZ ontvangt ter financiering van zijn uitgaven (door toedoen van de Belastingdienst) de AWBZ-premie. De AWBZ-premie wordt geheven als percentage over het inkomen in de eerste en tweede belastingschijf, na aftrek van een deel van de heffingskortingen. Deze heffingskortingen (die bestaan sinds de belastingherziening 2001) beperken voor burgers de te betalen loon- en inkomstenheffing. Ze beperken dus zowel de te betalen inkomsten- en loonbelasting als de te betalen premies volksverzekeringen (AWBZ, AOW en ANW). Voor 2001 waren er aftrekposten die zwaarder drukten op de belastingen en minder op de premies volksverzekeringen. Het AFBZ ontvangt van de overheid een bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK). Via deze bijdrage wordt het AFBZ gecompenseerd voor het drukkend effect op de AWBZ-premies dat uitgaat van de belastingherziening 2001. Het AFBZ ontvangt van burgers (via het CAK) de eigen bijdrage AWBZ en betaalt rente aan de overheid.

In de AWBZ geldt – anders dan in de Zvw – niet de eis dat het fonds geen tekorten of overschotten mag hebben. Daartoe is ook geen noodzaak. Het saldo van het AFBZ telt mee in het saldo van de totale overheid (het EMU-saldo). Als het EMU-saldo zich acceptabel ontwikkelt, is het niet erg als het AFBZ een groot tekort heeft en de andere onderdelen van de overheid een overschot. Omdat de uitgaven sinds 2007 de inkomsten van het AFBZ steeds (fors) te boven gaan, is er al die jaren een negatief exploitatiesaldo in het fonds. Dat leidt tot een fors oplopend negatief vermogen in het AFBZ.

Figuur 2: Financieringsstromen AWBZ

4.3 De financiering in 2014

Zorgverzekeringswet

Tabel 14 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten uit hoofde van de Zorgverzekeringswet (Zvw). De zorguitgaven van zorgverzekeraars, de belangrijkste uitgavenpost op grond van de Zvw, stijgen met € 1,7 miljard van 2013 naar 2014. Vanwege de te sluiten Hoofdlijnenakkoorden is deze stijging neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de raming in de begroting 2013. De rechtstreekse betalingen vanuit het zorgverzekeringsfonds (beschikbaarheidbijdragen en uitgaven in het kader van internationale verdragen) groeien naar verwachting met ruim € 0,3 miljard.

Bij de beheerskosten en reserveopbouw van zorgverzekeraars wordt een daling van € 0,4 miljard verwacht ten opzichte van de raming voor 2013. Dit is het saldo van een stijging van de beheerskosten met € 0,05 miljard en een daling van de reserveopbouw met € 0,5 miljard. Die reserveopbouw was in 2013 al substantieel lager dan in 2012. Dit is onder andere omdat zorgverzekeraars hun premies in 2013 € 0,3 miljard lager hebben vastgesteld dan geraamd in de begroting 2013. Door de premie lager vast te stellen dan geraamd in de begroting 2013, hebben de zorgverzekeraars (een deel van) het resultaat dat ze vorig najaar voorzagen als gevolg van meevaller bij de uitgaven over 2012 en 2013 reeds teruggegeven aan de verzekerden.

Verondersteld wordt dat zorgverzekeraars in 2014 wederom een deel van het over 2012 en 2013 behaalde resultaat gaan teruggeven via een lagere premie. Daarbij is van belang dat zorgverzekeraars dienen te voldoen aan minimale solvabiliteitseisen van DNB. In verband met de continuïteit van de sector is het opportuun dat zorgverzekeraars meer reserves hebben dan die minimale eis. Het is echter niet wenselijk als zorgverzekeraars te grote reserves aanhouden (oversolvabiliteit). Met de zorgverzekeraars is afgesproken te komen tot een transparante premiestelling en dat zij evenwichtig zullen omgaan met hun reserveringenbeleid. Hiertoe zijn zij eveneens genoodzaakt door de concurrentie op de zorgverzekeringsmarkt. Bij de raming van de premie is er van uitgegaan dat de zorgverzekeraars een deel van hun oversolvabiliteit zullen inzetten om de premie lager te kunnen vaststellen. De solvabiliteitsratio, de verhouding tussen aanwezige solvabiliteit en minimaal vereiste solvabiliteit, zal hierdoor beperkt dalen. De overige baten van het zorgverzekeringsfonds (rentebaten, bijdragen van verdragsgerechtigden, kosten en opbrengsten wanbetalers en onverzekerden) zijn vrijwel constant.

Als gevolg van tegenvallers bij inkomsten en uitgaven in 2006 tot en met 2012 zijn er tekorten ontstaan in het zorgverzekeringsfonds. Om deze tekorten weg te werken zijn de premies zodanig vastgesteld dat de inkomsten van het fonds in 2012 en 2013 hoger zijn dan de uitgaven. Naar huidige inschatting is het tekort daarmee weggewerkt. Het is dus niet langer nodig om een positief exploitatiesaldo in het fonds te hebben, waardoor het saldo van het fonds van 2013 op 2014 met € 1,7 miljard kan dalen.

De hierboven beschreven ontwikkeling van lasten, saldo en overige baten leidt ertoe dat er in 2014 € 44,2 miljard aan premies, rijksbijdragen en eigen betalingen nodig zijn; dit is € 0,2 miljard minder dan in 2013. Dit resulteert in een beperkte daling van de inkomensafhankelijke bijdragen, de nominale premie en de rijksbijdrage van 2013 op 2014, terwijl de eigen betalingen toenemen. Deze ontwikkelingen worden later in deze paragraaf toegelicht.

Tabel 14 Financiering Zvw (bedragen x € 1 miljard)
 

2012

2013

2014

Uitgaven ten laste van de macropremielast

     

Zorguitgaven zorgverzekeraars

35,1

38,1

39,9

Rechtstreekse uitgaven zorgverzekeringsfonds

1,1

2,4

2,7

BKZ-relevante uitgaven

36,2

40,6

42,6

Beheerskosten/reserveopbouw zorgverzekeraars

3,5

2,0

1,6

Overige baten zorgverzekeringsfonds

0,1

0,1

0,0

Saldo zorgverzekeringsfonds

1,7

1,7

0,0

Totaal te financieren

41,6

44,4

44,2

       

Financiering

     

Inkomensafhankelijke bijdrage

20,6

22,5

22,1

Nominale premie

16,7

16,6

16,4

Rijksbijdrage kinderen

2,4

2,6

2,5

Eigen betalingen

1,9

2,7

3,1

Totaal

41,6

44,4

44,2

Bron: VWS. De meeste cijfers in de kolom 2012 zijn afkomstig van of afgeleid van informatie van het CVZ. De rechtstreekse uitgaven van het ZVF en het cijfer voor de zorguitgaven van zorgverzekeraars (voor alle sectoren behalve ziekenhuizen en ggz) zijn gebaseerd op CVZ-informatie van juni. Voor de ziekenhuizen en de ggz is het cijfer deels gebaseerd op CVZ- en deels op NZa-informatie. De nominale premie en de inkomensafhankelijke bijdrage zijn overgenomen van het CPB. De rijksbijdrage is gebaseerd op CVZ-informatie van maart. Dit geldt ook deels voor de post overige baten (rentebaten). Een ander deel van deze post (wanbetalers, onverzekerden, verdragsgerechtigden) is overgenomen uit het financieel verslag uitvoeringstaken 2012 van het CVZ. Bij de bijdrage uit het zorgverzekeringsfonds aan de zorgverzekeraars is de beoogde bijdrage uit de begroting 2012 verwerkt. Deze post is niet meer afhankelijk van de uitgaven van zorgverzekeraars, vanwege het afschaffen van de macronacalculatie. Bijstellingen zijn nog wel mogelijk op grond van de risicoverevening, maar het CVZ heeft daarover nog geen beeld. De post beheerskosten/reserveopbouw zorgverzekeraars is het saldo van de nominale premies en de bijdrage aan verzekeraars uit het fonds enerzijds en de geraamde zorguitgaven van zorgverzekeraars anderzijds.

Het zorgverzekeringsfonds (ZVF)

In tabel 15 staan de uitgaven en inkomsten van het zorgverzekeringsfonds en de individuele zorgverzekeraars 20. Hierin staan de posten uit tabel 14, maar daarnaast betalingen van het fonds aan de zorgverzekeraars.
Tabel 15 Exploitatie en premiestelling Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

ZORGVERZEKERINGSFONDS

     

Uitgaven

20.928,1

23.184,0

24.625,2

– Uitkering aan zorgverzekeraars voor zorg

19.689,8

20.587,0

21.758,0

– Uitkering voor beheerskosten kinderen

172,5

171,3

171,2

– Rechtstreeks uitgaven zorgverzekeringsfonds

1.065,8

2.425,7

2.696,0

       

Inkomsten

22.669,6

24.781,2

24.607,6

– Inkomensafhankelijke bijdrage

20.577,2

22.488,2

22.149,5

– Rijksbijdrage voor kinderen

2.379,0

2.565,5

2.498,5

– Compensatie eigen risico

– 169,8

– 186,8

0,0

– Overige baten

– 116,8

– 85,7

– 40,4

       

Exploitatiesaldo

1.741,5

1.597,2

– 17,5

       

Vermogen Zorgverzekeringsfonds

– 3.332,8

– 1.735,6

– 1.753,2

Vermogensnorm 1

– 1.636,5

– 1.763,2

– 1.763,2

Vermogenssaldo Zorgverzekeringsfonds

– 1.696,3

27,5

10,0

       

INDIVIDUELE ZORGVERZEKERAARS

     

Uitgaven

38.668,4

40.285,5

41.434,1

– Zorg

35.146,1

38.264,3

39.860,8

– Beheerskosten/exploitatiesaldi

3.522,3

2.021,2

1.573,3

       

Inkomsten

38.668,4

40.285,5

41.434,1

– Uitkering van zorgverzekeringsfonds voor zorg

19.689,8

20.587,0

21.758,0

– Uitkering van voor beheerskosten kinderen

172,5

171,3

171,2

– Nominale rekenpremie

13.975,5

15.356,3

14.977,7

– Nominale opslagpremie

2.715,7

1.277,5

1.402,2

– Eigen risico

1.968,7

2.866,4

3.098,1

– Overige baten

146,2

27,0

27,0

Noot 1: Het feitelijk vermogen van het ZVF wordt vanaf 2008 negatief beïnvloed door een boekhoudkundige verschuiving in verband met de introductie van dbc’s in de GGZ. Deze verschuiving is niet relevant voor het EMU-saldo en het BKZ. Via de vermogensnorm van – € 1,6 miljard wordt voorkomen dat deze boekhoudkundige verschuiving wel premieconsequenties heeft. Deze vermogensnorm is vanaf 2013 – € 1,8 miljard in verband met de hiervoor genoemde dbc-hobbel bij de geriatrische revalidatiezorg.

Bron: VWS

Uit tabel 15 blijkt dat de uitgaven van het zorgverzekeringsfonds van 2013 naar 2014 stijgen met € 1,4 miljard terwijl de inkomsten dalen met € 0,2 miljard. Dit is mogelijk omdat er in 2014 anders dan in 2013 geen positief exploitatiesaldo hoeft te zijn. Zoals hiervoor is toegelicht, is het vermogen van het fonds zodanig verbeterd dat dit niet nodig is. De inkomsten van het zorgverzekeringsfonds bestaan vooral uit de inkomensafhankelijke bijdrage en de rijksbijdrage ter dekking van de fictieve premielast van kinderen tot 18 jaar.

De inkomensafhankelijke bijdrage daalt van 2013 naar 2014 met € 0,3 miljard. Dit hangt voor € 0,1 miljard samen met de daling van de in tabel 14 gepresenteerde totale te financieren kosten van 2013 op 2014 van € 0,2 miljard (die voor 50% neerslaan in lagere IAB en voor 50% in lagere nominale inkomsten). De resterende daling van de IAB van € 0,2 miljard hangt samen met een verschuiving binnen de lasten op grond van de 50/50-regel 21. De rijksbijdrage volgt de ontwikkeling van het aantal kinderen en de ontwikkeling van de nominale premie plus eigen betalingen en daalt daardoor met € 0,1 miljard. Zorgverzekeraars ontvangen uit het zorgverzekeringsfonds een vergoeding voor de beheerskosten van verzekerde kinderen die louter afhankelijk is van het aantal verzekerde kinderen. De rechtstreekse betalingen uit het zorgverzekeringsfonds (beschikbaarheidsbijdragen en uitgaven internationale verdragen) stijgen vooral vanwege de overheveling van opleidingen uit de begroting naar de Zvw. De Compensatie Eigen Risico (CER) wordt beëindigd met ingang van 2014. Via het zorgverzekeringsfonds lopen ook de overige baten (rentebaten, premievervangende bijdragen verdragsgerechtigden en kosten en opbrengsten wanbetalers). Deze worden bij de inkomsten geboekt.
De grootste uitgavenpost van het zorgverzekeringsfonds is de bijdrage aan de zorgverzekeraars ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten. De bijdrage aan zorgverzekeraars stijgt op grond van de 50/50-regel. Die regel bepaalt – gegeven de totale lasten en gegeven de ontwikkeling van het eigen risico – hoe de inkomensafhankelijke bijdrage en de nominale premie zich moeten ontwikkelen. Daaruit volgt voor 2014 een daling van de nominale premie met € 0,3 miljard. De stijging van de bijdrage uit het zorgverzekeringsfonds aan de zorgverzekeraars met € 1,2 miljard maakt dat mogelijk 22. Er ontstaat binnen het zorgverzekeringsfonds ruimte voor de stijging van die bijdrage omdat er geen positief saldo van het zorgverzekeringsfonds meer nodig is, en de compensatie eigen risico komt te vervallen.

Het beoogde exploitatiesaldo van het zorgverzekeringsfonds in 2014 is nul. Het vermogenssaldo van het zorgverzekeringsfonds per ultimo 2013 wordt geschat op € 0,0 miljard. Het negatieve vermogen dat enige jaren heeft bestaan is daarmee geheel weggewerkt. Via de premiestelling wordt gepoogd het vermogenssaldo op nul te houden.

De zorgverzekeraars

De uitgaven van de zorgverzekeraars worden gevormd door de uitgaven aan zorg en de beheerskosten/reserveopbouw. De ontwikkeling hiervan is hierboven toegelicht. Dat geldt ook voor de bijdrage die zorgverzekeraars ontvangen uit het zorgverzekeringsfonds ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten die zij moeten betalen. Zorgverzekeraars ontvangen ook het eigen risico en de eigen bijdragen van hun verzekerden. De opbrengst daarvan stijgt van 2013 op 2014 met € 0,2 miljard in verband met de indexering van het eigen risico.

De totale nominale premie daalt van 2013 op 2014 met € 0,3 miljard. Deze daling wordt net als bij de inkomensafhankelijke bijdrage voor € 0,1 miljard verklaard door de daling van de in tabel 14 gepresenteerde totale te financieren kosten. De daling van de nominale premie wordt vergroot met € 0,2 miljard door de stijging van het eigen risico en met € 0,2 miljard door het vervallen van de compensatie eigen risico. Het rechttrekken van de 50/50-verdeling leidt, zoals hiervoor gemeld, tot een beperking van de daling met € 0,2 miljard.

De daling van de nominale premie betreft een daling van € 0,4 miljard bij de rekenpremie en een stijging van € 0,1 miljard bij de opslagpremie. De via de rekenpremie te financieren last daalt van € 43,4 miljard naar € 42,6 miljard. 23 Deze daling van € 0,8 miljard slaat voor de helft neer in nominale rekenpremie (€ 0,4 miljard). De daling van de rekenpremie wordt met € 0,2 miljard vergroot door de stijging van het eigen risico en voor eveneens € 0,2 miljard door het vervallen van de compensatie eigen risico en beperkt door het vervallen van eigen bijdragen (€ 0,2 miljard) en het rechttrekken van de 50/50-verdeling met € 0,2 miljard, waardoor de daling van € 0,4 miljard resulteert. De stijging van € 0,1 miljard bij de opslagpremie is het gevolg van de geraamde daling van de winst van zorgverzekeraars enerzijds en het niet langer ten gunste van de zorgverzekeraars komen van de meevaller bij de zorguitgaven 24.

De nominale premies en inkomensafhankelijke bijdragen

Hiervoor is toegelicht hoe de uitgaven en inkomsten zich op macroniveau naar huidig inzicht ontwikkelen tussen 2013 en 2014. Daarbij wordt rekening gehouden met de huidige inzichten voor 2013. Die waren nog niet bekend toen de premies 2013 werden vastgesteld. Bij het verklaren van de premiestijging van 2013 naar 2014 op microniveau moet het huidige beeld 2014 worden vergeleken met het beeld 2013 ten tijde van de premievaststelling. Dat is in de meeste gevallen de begroting 2013.

De inkomensafhankelijke bijdrage daalt van 7,75% in 2013 naar 7,5% in 2014. Bij de nominale premie wordt een daling geraamd van gemiddeld € 1.250 in 2013 naar gemiddeld € 1.226 in 2014.

In tabel 16 staan de oorzaken van de premieontwikkeling.

Tabel 16 Verklaring premieontwikkeling 1Door afronding tellen de onderdelen niet op tot het totaal.
 

Nom.premie

IAB

Premies 2013

1.250

7,75%

Exploitatiesaldo zorgverzekeringsfonds

– 75

– 0,35%

Ontwikkeling zorguitgaven

+45

+0,05%

Eigen betalingen

– 30

Rechtstreekse uitgaven ZVF

+15

+0,05%

Beperking reserveopbouw verzekeraars

– 5

– 0,05%

Rijksbijdrage

+5

Overige baten

– 10

– 0,05%

Grondslag inkomensafhankelijke premie

+0,10%

50/50

+30

– 0,05%

Totale mutatie

– 24

– 0,25%

Premie 2014

1.230

7,50%

De belangrijkste oorzaak van de premieontwikkeling is het wegvallen van het beoogde exploitatiesaldo in het zorgverzekeringsfonds van € 2 miljard uit de begroting 2013. Dit leidt tot een daling van de nominale premie met circa € 75 en een daling van de inkomensafhankelijke bijdrage met circa 0,35 procentpunt.

Een andere belangrijke oorzaak van de premieontwikkeling is de stijging van de zorguitgaven van zorgverzekeraars van 2013 op 2014. Die groei van de zorguitgaven is hoger dan de groei van het aantal premiebetalers. Dit leidt tot een stijging van de nominale premie van circa € 45 25. De groei van de zorguitgaven is ook hoger dan de groei van het premieplichtig inkomen. De uitgavenstijging leidt daarom tot een stijging van de inkomensafhankelijke bijdrage met circa 0,05 procentpunt. Zowel de stijging van de nominale premie als de stijging van de inkomensafhankelijke bijdrage is beperkt door de verwachting dat de uitgavenmeevallers bij de zorgverzekeraars in 2012, structureel zijn. Dit drukt de nominale premie circa € 15. Zonder dit effect zou de premie vanwege de stijging van de zorguitgaven € 60 zijn gestegen.

Een derde oorzaak van de premieontwikkeling is de verhoging van de eigen betalingen. Het eigen risico gaat in 2014 van € 350 naar € 360 vanwege indexering. Daarnaast wordt de compensatie eigen risico afgeschaft. Hierdoor stijgen de eigen betalingen met circa € 0,4 miljard. Deze bijstelling slaat – anders dan alle andere bijstellingen – volledig neer in de nominale premie, die hierdoor met € 0,4 miljard daalt, ofwel circa € 30.

Een vierde oorzaak van de premieontwikkeling is de groei van de rechtstreekse uitgaven van het zorgverzekeringsfonds met € 0,4 miljard, wat leidt tot een stijging van de nominale premie met circa € 15 en van de inkomensafhankelijke bijdrage met circa 0,05 procentpunt.

De beperking van de reserveopbouw door zorgverzekeraars met € 0,1 miljard leidt tot een daling van de nominale premie met circa € 5 (circa – € 10 bij de opslagpremie en circa + € 5 bij de rekenpremie) en een daling van de inkomensafhankelijke bijdrage van circa 0,05 procentpunt. Let wel, deze premiedaling als gevolg van minder reserveopbouw komt bovenop de premiedaling in 2013 ten opzichte van de begroting 2013, terwijl in die begroting al een forse premiedaling was voorzien in verband met lagere reserveopbouw.

De daling van de rijksbijdrage met € 0,1 miljard slaat volledig neer in hogere nominale premies. Die komen hierdoor circa € 5 hoger uit.

Bij de overige baten van het zorgverzekeringsfonds doet zich een daling van € 0,2 miljard voor wat leidt tot een daling van de nominale premie met € 10 en een daling van de inkomensafhankelijke bijdrage van circa 0,05 procentpunt.

Een verklaring voor de ontwikkeling van de inkomensafhankelijke bijdrage is de neerwaartse bijstelling van het bijdrageplichtig inkomen in verband met de lagere economische groei. Die bijstelling vergt dat de inkomensafhankelijke bijdragepercentage in 2014 hoger wordt vastgesteld om een gegeven te innen bedrag te innen. Dit leidt tot een stijging van de inkomensafhankelijke bijdrage van circa 0,05 procentpunt.

Een laatste verklaring is gelegen in de regels ten aanzien van de 50/50-verdeling. Per saldo brengt het nominale deel in de jaren 2006 tot en met 2013 naar huidige inschatting € 0,7 miljard meer op dan de inkomensafhankelijke bijdrage. Daarom dient de inkomensafhankelijke bijdrage in 2014 € 0,2 miljard meer op te leveren dan het nominale deel. In 2013 levert het inkomensafhankelijke deel € 0,6 miljard meer op. Daarom daalt het aandeel van de inkomensafhankelijke bijdrage in de totale premielast van 2013 naar 2014. Dit heeft een opwaarts effect op de nominale premie van circa € 30 en een neerwaarts effect op de inkomensafhankelijke bijdrage van circa 0,05%.

De nominale premie wordt overigens vastgesteld door de zorgverzekeraars en het gemiddelde kan dus ook anders uitkomen dan de nu geraamde bedragen.

Tabel 17 Premieoverzicht Zvw 1Afgezien van de inkomensafhankelijke bijdrage betreft dit jaarbedragen in euro.
 

2012

2013

2014

Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (in %)

7,10

7,75

7,50

Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (in %)

5,00

5,65

5,40

       
Nominale premie totaal (gemiddeld) 2

1.253

1.250

1.226

w.v. Nominale rekenpremie

1.050

1.154

1.121

w.v. Nominale opslagpremie (gemiddeld)

206

96

105

Nominale premie totaal 18–

0

0

0

Standaardpremie

1.426

1.478

1.461

Verplicht eigen risico

220

350

360

Compensatie eigen risico (CER)

85

99

0

Noot 2: Het cijfer 2014 betreft een raming.

Bron: VWS

De zorgtoeslag

De Wet op de zorgtoeslag bepaalt dat een huishouden maximaal een op basis van een formule bepaald percentage van het inkomen dient bij te dragen aan de nominale premie en voor de betalingen in verband met het verplicht eigen risico. De hoogte van de zorgtoeslag wordt bepaald door de standaardpremie (de geraamde gemiddelde nominale premie voor een zorgverzekering plus het geraamde gemiddelde te betalen bedrag vanwege het verplicht eigen risico) en het huishoudinkomen van de ontvanger.

De percentages die bepalen hoeveel een huishouden zelf moet betalen wijzigen in 2014. Dit komt enerzijds door een maatregel uit 2011 waarin is besloten deze percentages in vier stappen te verhogen (van 2012 tot en met 2015). Ook de wijze waarop de standaardpremie wordt bepaald, verandert. Met ingang van 2014 wordt deze gebaseerd op de gemiddelde premie inclusief collectieve contracten, terwijl tot en met 2013 de premie van collectieve contracten niet werd meegenomen. De raming voor deze standaardpremie 2014 bedraagt € 1.461. Dit komt overeen met de eerder genoemde raming van de nominale premie van € 1.226 plus het geraamde gemiddelde eigen risico. De Belastingdienst/Toeslagen ontvangt – voordat de zorgtoeslag feitelijk wordt uitgekeerd – een geactualiseerde inschatting van de hoogte van de nominale premie nadat de zorgverzekeraars hun premie bekend hebben gemaakt.

4.4 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

Tabel 18: Explotatie AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

ALGEMEEN FONDS

     

Uitgaven

27.892,5

27.340,7

28.116,7

– Zorgaanspraken en subsidies

27.721,1

27.158,0

27.923,8

– Beheerskosten

171,3

182,7

192,9

       

Inkomsten

23.343,5

23.254,2

25.117,4

– Procentuele premie

16.404,0

17.753,0

19.451,7

– Eigen betalingen

1.695,8

1.858,8

1.943,5

– Rijksbijdrage

13,2

13,2

13,3

– BIKK

5.275,7

3.679,2

3.758,8

– Overige baten

– 45,2

– 50,0

– 50,0

       

Exploitatiesaldo

– 4.549,0

– 4.086,5

– 2.999,3

       

Vermogen Algemeen Fonds

– 13.409,5

– 17.496,1

– 20.495,4

       

Procentuele premie (in %)

12,15

12,65

12,65

Bron: VWS. De meeste cijfers in de kolom 2012 zijn afkomstig of afgeleid van CVZ-informatie. Voor de premieopbrengsten is het CBS-cijfer in de EMU-definitie gebruikt en voor de eigen bijdragen het CAK-cijfer. Het vermogen van het Algemeen Fonds per ultimo 2012 is afgeleid van het cijfer voor 2011 uit het financieel jaarverslag fondsen 2011 van het CVZ.

De uitgaven in het kader van de AWBZ worden gefinancierd uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ). Tabel 18 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten van dit fonds.

De uitgaven in tabel 18 komen overeen met de AWBZ-uitgaven uit tabel 10. De zorguitgaven groeien van 2013 op 2014 met € 0,8 miljard.

De inkomsten van het fonds worden gedomineerd door de premie-inkomsten, de eigen bijdragen en de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK). De AWBZ-premie-inkomsten stijgen van 2013 op 2014 met € 1,7 miljard. Deze stijging hangt voor circa € 0,8 miljard samen met een hogere premiegrondslag; bij een gelijkblijvend premiepercentage zijn er dan meer ontvangsten. De premie-inkomsten stijgen daarnaast met circa € 1,0 miljard in verband met de verwerking van correcties uit oude jaren. De groei wordt daarentegen beperkt met € 0,3 miljard vanwege de ontwikkeling van heffingskortingen en afdrachtskortingen. Daar tegenover staat dat de BIKK € 0,1 mljard hoger uitkomt.

4.5 Wat betaalt de gemiddelde burger aan zorg

Figuur 3 laat zien dat de gemiddelde volwassene in Nederland circa € 5.200 betaalt aan collectief verzekerde zorg. Dat betreft niet alleen de nominale premie en de eigen betalingen. Een Nederlander betaalt gemiddeld ook een fors bedrag aan AWBZ-premie. De inkomensafhankelijke bijdrage wordt voor een beperkt deel rechtstreeks door burgers betaald (gepensioneerden en zelfstandigen) en voor het grootste deel door werkgevers. Dat laatste deel beïnvloedt wel de loonruimte en is daarom wel meegenomen. Via de zorgtoeslag ontvangt de gemiddelde burger een bedrag ter gedeeltelijke betaling van de nominale premie en het eigen risico. Als laatste is meegenomen het bedrag dat via belastingen wordt opgebracht ter dekking van de rijksbijdragen en de zorgtoeslag. De gemiddelde lasten voor de financiering van de zorg komen voor een volwassene daarmee uit op € 5.186 voor het jaar 2014.

Dit bedrag is het gemiddelde per volwassene. Sommige mensen betalen meer en anderen betalen minder. Hoeveel iemand precies betaalt is afhankelijk van zijn inkomen (en bij recht op zorgtoeslag ook van het inkomen van zijn partner). Huishoudens met een laag inkomen betalen duidelijk minder dan € 5.186 per persoon en huishoudens met een hoger inkomen duidelijk meer, omdat de meeste posten inkomensafhankelijk zijn. Dat is duidelijk bij de inkomensafhankelijke AWBZ-premies, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, de inkomensafhankelijke eigen bijdragen AWBZ en de belastingen. Omdat huishoudens met een laag of middeninkomen een inkomensafhankelijke zorgtoeslag ontvangen ter compensatie van de nominale premie en het eigen risico, geldt ook bij de nominale premies en het eigen risico dat ze in samenhang met de zorgtoeslag toenemen met het inkomen.

Figuur 3: Lasten per volwassene aan zorg in 2012, 2013 en 2014 (in euro’s per jaar)

5 Bijlage: Historische ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2004–2014

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten zoals gemeld in de diverse VWS-jaarverslagen en de naar huidige inzichten actuele VWS-stand. Voor de jaren 2013 en 2014 zijn de cijfers uit de ontwerpbegroting 2014 opgenomen.

Historische ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2004–2014 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010 1

2011

2012

2013 2

2014

BKZ-uigaven en -ontvangsten stand Jaarverslagen

                     

Bruto-BKZ-uitgaven

44.811

46.184

48.194

51.276

54.879

59.355

61.699

65.004

67.631

70.232

72.895

BKZ-ontvangsten

2.203

3.851

3.847

3.705

3.081

2.978

3.032

3.189

3.662

4.717

5.069

Netto-BKZ-uitgaven

42.608

42.333

44.347

47.571

51.798

56.377

58.667

61.815

63.969

65.514

67.826

                       

BKZ-uitgaven en -ontvangsten actuele VWS-stand

                     

Bruto-BKZ-uitgaven

44.875

46.505

48.323

50.977

55.529

59.335

62.535

64.521

67.509

70.232

72.895

BKZ-ontvangsten

2.204

3.835

3.847

3.665

2.968

3.022

3.032

3.185

3.662

4.717

5.069

Netto-BKZ-uitgaven

42.671

42.671

44.476

47.312

52.561

56.313

59.503

61.336

63.847

65.514

67.826

Noot 1: Exclusief de eenmalige stimuleringsimpuls voor de bouw uit het aanvullend coalitieakkoord Balkenende IV (€ 320 mln.) die niet aan het BKZ is toegerekend

Noot 2: De cijfers voor het jaar 2013 en 2014 zijn de standen ontwerpbegroting 2014

Bron: Financieel Beeld Zorg uit de Jaarverslagen VWS, diverse jaren en de actuele VWS stand

Onderstaande tabel laat de actuele stand zien van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector over 2009 tot en met 2012 stand ontwerpbegroting 2014.

Actuele stand van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector 2009 t/m 2012 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2009

2010 1

2011

2012

Zvw-uitgaven

       

Eerstelijnszorg

3.985,4

4.127,9

4.309,3

4.166,7

Medisch-specialistische zorg

18.329,8

19.323,2

19.334,3

20.213,2

Ziekenvervoer

563,5

589,7

568,7

581,2

Genees- en hulpmiddelen

6.394,8

6.578,4

6.597,2

6.124,7

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3.778,8

3.975,2

4.279,1

4.039,4

Overig 2

704,1

942,2

934,8

1.100,1

Nominaal en onverdeeld

0,0

0,0

0,0

– 13,3

Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2014

33.756,4

35.536,6

36.023,4

36.212,0

         

Zvw-ontvangsten

 

Eigen risico Zvw

1.364,0

1.480,7

1.514,5

1.798,8

Eigen bijdrage Zvw

0,0

0,0

0,0

146,2

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

1.364,0

1.480,7

1.514,5

1.945,0

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2014

32.392,4

34.055,9

34.508,9

34.266,9

AWBZ-uitgaven

       

Preventieve zorg (Rijksvaccinatieprogramma)

99,8

95,3

90,5

103,3

Zorg in natura

       

– waarvan intramurale ggz

1.594,6

1.245,5

1.361,2

1.587,0

– waarvan intramurale ghz

6.421,0

4.400,7

4.599,3

5.283,1

– waarvan intramurale v&v

12.534,8

7.379,4

7.657,3

8.793,2

– waarvan extramurale zorg

0,0

3.610,0

3.821,8

4.150,1

– waarvan dagbesteding en vervoer

0,0

1.138,7

1.131,9

1.238,6

– waarvan kapitaallasten

0,0

2.476,6

2.687,8

2.453,3

– waarvan overige zorg in natura

0,0

766,7

890,9

1.117,4

         

Persoonsgebonden budgetten

1.917,3

2.156,9

2.255,5

2.472,5

Mee-instellingen

176,6

180,1

183,1

190,3

Overig 3

477,0

474,7

537,3

435,3

Nominaal en onverdeeld

0,0

206,1

4,4

68,2

AWBZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

23.221,1

24.130,7

25.221,0

27.892,5

         

AWBZ-ontvangsten

       

Eigen bijdrage AWBZ

1.594,3

1.478,2

1.619,6

1.695,8

AWBZ-ontvangsten begroting 2014

1.594,3

1.478,2

1.619,6

1.695,8

Netto AWBZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

21.626,8

22.652,5

23.601,4

26.196,6

Begrotingsgefinancierde uitgaven

Zorgopleidingen (VWS-begroting)

824,0

839,3

1.073,4

1.171,2

Caribisch Nederland (VWS-begroting)

0,0

0,0

56,7

84,5

Wtcg (VWS-begroting)

0,0

487,5

690,3

637,6

Wmo (gemeentefonds)

1.533,2

1.541,0

1.456,0

1.511,3

Loon- en prijsbijstelling (Annvullende post Financién)

0,0

0,0

0,0

0,0

Begrotingsgefinancierde uitgaven ontwerpbegroting 2014

2.357,2

2.867,8

3.276,4

3.404,6

         

Begrotingsgefinancierde ontvangsten

Overige ontvangsten

63,3

73,4

50,9

20,9

Begrotingsgefinancierde ontvangsten ontwerpbegroting 2014

63,3

73,4

50,9

20,9

Netto- Begrotingsgefinancierde ontvangsten ontwerpbegroting 2014

2.293,9

2.794,4

3.225,5

3.383,7

Bruto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

59.334,7

62.535,2

64.520,8

67.509,1

BKZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

3.021,6

3.032,3

3.185,0

3.661,8

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

56.313,1

59.502,9

61.335,8

63.847,3

Noot 1: Exclusief de eenmalige stimuleringsimpuls voor de bouw uit het aanvullend coalitieakkoord Balkenende IV (Zvw- medisch-specialistische zorg € 160 miljoen en AWBZ-kapitaallasten € 160 miljoen) die niet aan het BKZ is toegerekend.

Noot 2: Bij de Zvw zijn onder de post overige gezondheidszorg opgenomen de deelsectoren; grensoverschrijdende zorg, beheerskosten uitvoeringsorganen Zvw en multidisciplinaire zorgverlening

Noot 3: Bij de AWBZ zijn onder de post overige langdurige zorg opgenomen de deelsectoren; subsidie langdurige zorg, beheerskosten/diversen AWBZ en langdurige zorg onverdeeld

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ-gegevens over de financieringslasten Zvw en AWBZ.

Na het verschijnen van het jaarverslag kunnen er nog aanpassingen in de cijfers voor de jaren 2009–2012 plaatsvinden. Deze aanpassingen zijn meegenomen in bovenstaand overzicht. Een aantal keren per jaar worden de zorguitgaven geactualiseerd. Dit gebeurt aan de hand van budgetgegevens van de NZa en financieringsgegevens van het CVZ.

6. Verdieping Financieel Beeld Zorg

6.1 Verdieping in de BKZ-deelsectoren

In deze verdiepingsbijlage wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de uitgaven onder het Budgettair Kader Zorg. Deze verdiepingsbijlage is opgedeeld in de Zvw en de AWBZ en sluit hiermee aan bij de presentatie van het BKZ (zie Financieel Beeld Zorg). De mutaties zijn niet per artikel toegelicht maar per deelsector binnen de Zvw dan wel AWBZ. Dit geeft een overzichtelijk en gedetailleerd beeld van de budgettaire ontwikkelingen binnen de afzonderlijke onderdelen van de zorg. De mutaties zijn weergegeven ten opzichte van de ontwerpbegroting 2013 en zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: nominaal, mee- en tegenvallers, intensiveringen, maatregelen en technisch.

Onder de nominale bijstelling wordt de loon- en prijsbijstelling verantwoord. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op de deelsectoren nominaal en onverdeeld. Daar staat de raming voor de jaren 2014 tot en met 2018.

De mee- en tegenvallers bevat onder meer de actualisatie van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van de NZa en het CVZ. Intensiveringen en maatregelen betreffen de mutaties die het gevolg zijn van politieke prioriteitstelling.

De technische mutaties betreffen voornamelijk herschikkingen en financieringsmutaties. Herschikkingen betreffen budgetneutrale verschuivingen tussen verschillende deelsectoren. Bij financieringsmutaties is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. Deze verschillen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de uitgaven.

6.1.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

In deze bijlage wordt verder ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Zvw in het afgelopen jaar. In tabel 1A wordt de totale mutatie tussen ontwerpbegroting 2013 en ontwerpbegroting 2014 voor de Zvw-uitgaven weergegeven. Tabel 1B gaat in op de ontvangsten. In tabel 2 wordt de opbouw van de Zvw op deelsector niveau weergegeven. De sector nominaal en onverdeeld bevat de onverdeelde maatregelen, de nog niet uitgedeelde groeiruimte en loon- en prijsbijstellingen. In deze paragraaf wordt verder per deelsector ingegaan op alle mutaties tussen ontwerpbegroting 2013 en ontwerpbegroting 2014.

Tabel 1A Ontwikkeling van de Zvw-uitgaven vanaf de ontwerpbegroting 2013 (bedragen x € 1 miljoen)

Uitgaven Zorgverzekeringswet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

36.986,2

41.049,9

43.181,2

45.195,0

48.401,5

51.852,7

51.852,7

Mutatie 1e suppletoire begroting 2013

– 652,4

– 388,5

– 276,3

541,2

– 720,9

– 2.542,7

– 1.790,8

Nieuwe mutaties

– 121,9

– 98,0

– 348,2

275,0

73,2

– 31,2

1.692,8

Stand ontwerpbegroting 2014

36.212,0

40.563,4

42.556,8

46.011,2

47.753,7

49.278,8

51.754,7

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

De mutatie eerste suppletoire begroting 2013 bestaat uit de maatregelen uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher en de actualisering van de zorguitgaven. In de eerste suppletoire begroting is gemeld dat de actualisering van de zorguitgaven leidt tot een daling van de Zvw-uitgaven van € 460 miljoen structureel. De verlaging van de Zvw-uitgaven wordt grotendeels veroorzaakt door de beperking van de groeiruimte medisch-specialistische zorg, ggz en huisartsen uit het regeerakkoord. Verder worden de Zvw-uitgaven verlaagd door de korting op de incidentele looncomponent. De nieuwe mutaties betreffen het verwerken van de Hoofdlijnenakkoorden 2013 en de extrapolatie 2018 (€ 1,7 miljard).

Tabel 1B Ontvangsten Zvw vanaf de ontwerpbegroting 2013 (bedragen x € 1 miljoen)

Ontvangsten Zorgverzekeringswet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

1.945,0

2.851,6

2.941,1

2.755,4

2.903,5

2.972,8

2.972,8

Mutatie 1e suppletoire begroting 2013

0,0

– 145,0

79,0

139,0

139,0

139,0

258,7

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

105,0

339,0

323,0

344,0

344,0

Stand ontwerpbegroting 2014

1.945,0

2.706,6

3.125,1

3.233,4

3.365,5

3.455,8

3.575,5

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

De mutatie eerste suppletoire begroting 2013 bestaat uit de maatregelen uit het regeerakkoord Rutte-Asscher. In het regeerakkoord is afgesproken dat de eigen bijdrage ggz en de eigen bijdrage per verpleegdag niet worden ingevoerd. De nieuwe mutaties worden grotendeels veroorzaakt door de ramingsbijstelling van het eigen risico.

Tabel 2 Opbouw van de Zvw-uitgaven per sector (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Eerstelijnszorg

             

Huisartsenzorg

2.335,6

2.448,6

2.528,1

2.600,4

2.663,9

2.729,8

2.729,8

Tandheelkundige zorg

712,7

750,9

750,9

750,9

750,9

750,9

750,9

Paramedische zorg

629,1

665,4

679,9

679,8

679,8

679,8

679,8

Dieetadvisering

0,0

45,9

46,9

46,9

46,9

46,9

46,9

Verloskunde

200,7

209,7

212,0

212,0

212,0

212,0

212,0

Kraamzorg

288,6

302,8

303,8

304,6

304,6

304,6

304,6

               

Totaal begroting 2014

4.166,7

4.423,3

4.521,5

4.594,5

4.658,1

4.724,0

4.724,0

               

Medisch specialistische zorg

             

Instellingen voor medisch-specialistische zorg

17.028,0

17.989,8

18.269,2

18.446,3

18.581,2

18.596,1

18.555,3

Vrijgevestigde medisch specialisten

2.042,0

2.144,5

2.172,8

2.109,7

2.098,5

2.084,9

2.049,9

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

701,5

686,3

693,2

630,1

636,4

642,8

649,2

Beschikbaarheidbijdrage overig medische-specialistische zorg

71,2

73,1

73,1

73,1

73,1

73,1

73,1

Beschikaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

0,0

40,5

43,5

46,5

48,6

51,6

51,7

Overig curatieve zorg

267,9

337,7

347,4

360,2

360,5

360,5

360,5

Geriatrische revalidatiezorg

0,0

829,2

802,6

753,1

752,3

752,3

752,3

Mondziekten en kaakchirurgie

102,5

105,8

85,8

67,8

67,8

67,8

67,8

Totaal begroting 2014

20.213,2

22.206,9

22.487,6

22.486,8

22.618,4

22.629,1

22.559,8

               

Ziekenvervoer

             

Ambulancevervoer

452,5

498,8

499,6

499,7

499,7

499,7

499,7

Overig ziekenvervoer

128,7

138,0

139,0

138,0

138,0

138,0

138,0

Totaal begroting 2014

581,2

636,7

638,6

637,7

637,7

637,7

637,7

               

Genees- en hulpmiddelen

             

Farmaceutische hulp

4.655,5

4.930,0

5.088,2

5.511,5

5.508,9

5.508,9

5.508,8

Hulpmiddelen

1.469,2

1.646,5

1.722,7

1.805,2

1.807,4

1.807,4

1.807,3

Totaal begroting 2014

6.124,7

6.576,5

6.810,9

7.316,7

7.316,3

7.316,3

7.316,2

               

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

             

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4.039,4

4.272,0

4.334,0

4.371,4

4.410,7

4.441,9

4.441,9

Totaal begroting 2014

4.039,4

4.272,0

4.334,0

4.371,4

4.410,7

4.441,9

4.441,9

               

Opleidingen

             

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw

0,0

1.023,1

1.189,8

1.208,5

1.228,4

1.261,8

1.240,1

Totaal begroting 2014

0,0

1.023,1

1.189,8

1.208,5

1.228,4

1.261,8

1.240,1

               

Overig

             

Grensoverschrijdende zorg

726,7

763,4

784,8

755,9

756,8

756,8

756,8

Multidisciplinaire zorgverlening

373,4

408,1

418,7

429,0

439,5

450,5

450,5

Totaal begroting 2014

1.100,1

1.171,4

1.203,5

1.184,9

1.196,3

1.207,4

1.207,4

               

Nominaal en onverdeeld

             

Nominaal en onverdeeld

– 13,3

253,5

1.371,0

4.210,7

5.687,8

7.060,9

9.627,8

Totaal begroting 2014

– 13,3

253,5

1.371,0

4.210,7

5.687,8

7.060,9

9.627,8

               

Totaal uitgaven begroting 2014

36.212,0

40.563,4

42.556,8

46.011,2

47.753,7

49.278,8

51.754,7

Bron: VWS, NZa productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens, CVZ (voorlopige) financieringslasten Zvw en AWBZ.

Ontvangsten Zorgverzekeringswet (Zvw)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Eigen risico Zvw

1.798,8

2.679,6

3.098,1

3.206,4

3.338,5

3.428,8

3.548,5

Eigen bijdrage Zvw

146,2

27,0

27,0

27,0

27,0

27,0

27,0

Totaal ontvangsten begroting 2014

1.945,0

2.706,6

3.125,1

3.233,4

3.365,5

3.455,8

3.575,5

Tabel 3 Huisartsenzorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

2.324,1

2.394,1

2.412,4

2.422,7

2.422,8

2.422,8

2.422,8

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

43,0

43,0

43,0

43,0

43,0

43,0

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

11,5

11,5

11,5

11,5

11,5

11,5

11,5

Intensiveringen

             

groeiruimte huisartsenzorg

0,0

0,0

36,7

61,6

87,0

113,4

113,4

substitutie huisartsenzorg

0,0

0,0

24,5

61,6

99,6

139,1

139,1

Stand ontwerpbegroting 2014

2.335,6

2.448,6

2.528,1

2.600,4

2.663,9

2.729,8

2.729,8

De deelsector huisartsen bevat de huisartsenzorg inclusief de verloskundige hulp verricht door huisartsen.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van cijfers van het CVZ over 2012 zijn de verwachte uitgaven aan huisartsenzorg in 2013 en verder naar boven bijgesteld met € 11,5 miljoen.

Intensiveringen

groei huisartsenzorg

Nieuwe Hoofdlijnenakkoorden worden gesloten met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz, eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen), zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties. In deze akkoorden is vastgelegd dat de groei van de zorguitgaven wordt teruggebracht ten opzichte van het huisartsenconvenant 2012–2013 en ten opzichte van het groeipad uit het regeerakkoord Rutte-Asscher. Voor 2014 gaat het om een regulier groeipad van 1,5%-groei en voor de jaren 2015 en verder gaat het om 1%- reguliere groei per jaar. De groeiruimte wordt conform het akkoord meerjarig verwerkt.

substitutie huisartsenzorg

In het op 16 juli 2013 bereikte Hoofdlijnenakkoord voor de huisartsen is er voor 2014 een additionele groei van 1% voor gewenste substitutie overeengekomen. Voor de jaren 2015 en verder zal deze additionele groei voor substitutie 1,5% zijn. Omdat in de begrotingstand 2013 nog geen substitutieruimte voor verdere jaren was verwerkt wordt die thans conform de uitgangspunten van het onderhandelaarakkoord verwerkt.

Tabel 4 Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

836,5

836,5

816,5

816,5

816,5

816,5

816,5

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

19,7

19,7

19,3

19,3

19,3

19,3

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 21,3

– 4,9

– 4,9

– 4,9

– 4,9

– 4,9

– 4,9

Intensiveringen

             

groeiruimte tandheelkundige zorg

0,0

5,4

5,4

5,4

5,4

5,4

5,4

Maatregelen

             

aanpassen tarieven kaakchirurgie

0,0

0,0

0,0

– 17,6

– 17,6

– 17,6

– 17,6

Stand ontwerpbegroting 2014

815,2

856,7

836,7

818,7

818,7

818,7

818,7

Deze deelsector bevat de tandheelkundige zorg en de medisch-specialistische zorg mondziekten en kaakchirurgie (tandheelkundige specialistische zorg). Het betreft zorg voor verzekerden tot en met 17 jaar en bijzondere tandheelkunde op basis van indicatie voor volwassenen. Verder bevat deze deelsector orthodontie door een specialist en kaakchirurgie.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

De uitgaven aan zowel tandheelkunde als medisch-specialistische zorg mondziekten en kaakchirurgie zijn volgens de actuele gegevens van het CVZ in 2012 minder gestegen dan was verwacht. De daling bij de tandheelkundige zorg wordt in verband gebracht met het gestopte experiment met vrije prijzen (dure behandelingen zijn uitgesteld naar 2013) en daarom wordt verondersteld dat de daling geen invloed heeft op 2013 en verder. De daling van € 4,9 miljoen ten opzichte van de vorige raming wordt verwacht bij de tandheelkundige specialistische zorg.

Intensiveringen

groeiruimte tandheelkundige zorg

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2013.

Maatregelen

aanpassen tarieven kaakchirurgie

Uit het onderzoek van de NZa naar de honoraria van kaakchirurgen is gekomen dat met de korting van € 20 miljoen (per 2014) de honoraria nog steeds te hoog zijn ten opzichte van de honoraria bij de medisch specialisten (gemiddeld € 270.000). Om bij dit gemiddelde aan te sluiten wordt nog een extra korting van € 17,6 miljoen doorgevoerd. Gezien de beperkte voorbereidingstijd wordt de extra korting per 2015 doorgevoerd.

Tabel 5 Paramedische hulp (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

617,2

614,2

614,2

614,2

614,2

614,2

614,2

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

13,0

13,1

13,0

13,0

13,0

13,0

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

Intensiveringen

             

groeiruimte paramedische zorg

0,0

14,8

14,8

14,8

14,8

14,8

14,8

tariefsaanpassing logopedie

8,4

19,9

34,2

34,2

34,2

34,2

34,2

Stand ontwerpbegroting 2014

629,1

665,4

679,9

679,8

679,8

679,8

679,8

De paramedische hulp omvat fysiotherapie, oefentherapie Caesar, oefentherapie Mensendieck, logopedie en ergotherapie. In het Financieel Beeld Zorg 2012 was dyslexie nog onderdeel van deze deelsector. Vanaf de ontwerpbegroting 2013 is dyslexie een onderdeel van de deelsector geneeskundige ggz.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van cijfers van het CVZ over 2012 is bij de fysiotherapie en oefentherapie sprake van een kleine meevaller van € 0,6 miljoen in 2012. Bij de ergotherapie en logopedie is in 2012 sprake van een overschrijding van € 4,1 miljoen. Beide mutaties worden structureel verondersteld.

Intensiveringen

groeiruimte paramedische zorg

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2013.

tariefsaanpassing logopedie

De intensivering bij logopedie betreft een tariefsverhoging (totale meerkosten € 34,2 miljoen) die in 3 stappen (2012–2014) wordt doorgevoerd. De verhoging over 2014 betreft de laatste stap van € 34,2 miljoen. Uit het kostenonderzoek van NZa is naar voren gekomen dat de tarieven sinds 1984 niet meer zijn herijkt en dat de bestaande rekennorm te krap is voor de huidige logopedische praktijkvoering.

Tabel 6 Dieetadvisering (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

0,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

0,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

Intensiveringen

             

groeiruimte dieetadvisering

0,0

1,9

1,9

1,9

1,9

1,9

1,9

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

45,9

46,9

46,9

46,9

46,9

46,9

De uitgaven betreffen zowel dieetadvisering als voedingsvoorlichting.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Intensiveringen

groeiruimte dieetadvisering

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2013.

Tabel 7 Verloskundige zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

204,8

208,5

210,7

210,7

210,7

210,7

210,7

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

3,7

3,8

3,8

3,8

3,8

3,8

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

Intensiveringen

             

groeiruimte verloskundige zorg

0,0

1,6

1,6

1,6

1,6

1,6

1,6

Stand ontwerpbegroting 2014

200,7

209,7

212,0

212,0

212,0

212,0

212,0

Deze deelsector bevat de extramuraal verstrekte verloskundige zorg. De verloskundige zorg verricht door huisartsen is bij de deelsector huisartsen opgenomen.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van cijfers van het CVZ over 2012 is bij de verloskundige zorg sprake van een onderschrijding van € 4,1 miljoen.

Intensiveringen

groeiruimte verloskundige zorg

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2013.

Tabel 8 Kraamzorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

300,0

303,9

304,8

305,6

305,6

305,6

305,6

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

5,9

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 11,4

– 11,4

– 11,4

– 11,4

– 11,4

– 11,4

– 11,4

Intensiveringen

             

groeiruimte kraamzorg

0,0

4,4

4,4

4,4

4,4

4,4

4,4

Stand ontwerpbegroting 2014

288,6

302,8

303,8

304,6

304,6

304,6

304,6

Op deze sector worden de uitgaven voor kraamzorg geraamd en verantwoord. De kraamzorg is tweeledig. Allereerst houdt deze de partusassistentie in: de hulp aan de verloskundige bij de bevalling. Daarnaast levert de kraamverzorgende hulp gedurende de eerste dagen na de bevalling en geeft zij advies met betrekking tot de verzorging van de pasgeborene en de kraamvrouw.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van cijfers van het CVZ over 2012 is bij de kraamzorg sprake van een onderschrijding van € 11,4 miljoen. De meevaller is ruim 3% ten opzichte van de vorige raming. Een belangrijke oorzaak is het lagere geboortecijfer dat in verband kan worden gezien de economische ontwikkeling.

Intensiveringen

groeiruimte kraamzorg

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2013.

Tabel 9 Instellingen voor medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

17.028,0

17.664,1

18.099,9

18.587,8

18.580,5

18.579,8

18.579,8

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

407,7

423,8

435,2

448,0

448,0

447,1

Intensiveringen

             

groeiruimte 2015 en 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

183,6

367,1

367,1

Maatregelen

             

oploop maatregel Rutte-Verhagen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

– 40,0

– 80,0

groeiruimte 2014 en 2015

0,0

0,0

– 180,0

– 456,0

– 468,0

– 468,0

– 468,0

dekking wijkverpleegkundigen

0,0

0,0

0,0

– 42,0

– 83,0

– 208,0

– 208,0

Technisch

             

overheveling beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

0,0

– 26,1

– 43,0

– 46,0

– 48,0

– 51,0

– 51,0

overheveling fertiliteitshormonen

0,0

0,0

21,1

21,9

22,6

22,6

22,6

overheveling injectiemateriaal groei- en fertiliteitshormonen

0,0

0,0

3,0

3,1

3,1

3,1

3,1

overheveling vacuümpompen

0,0

0,0

1,4

1,4

1,4

1,5

1,5

overheveling trombosediensten

0,0

– 56,0

– 57,0

– 59,0

– 59,0

– 59,0

– 59,0

Stand ontwerpbegroting 2014

17.028,0

17.989,8

18.269,2

18.446,3

18.581,2

18.596,1

18.555,3

Voor de medisch-specialistische zorg zijn vooralsnog nog geen volledige en betrouwbare realisatiecijfers over 2012 beschikbaar.

Mede naar aanleiding van het bestuurlijk akkoord met de ziekenhuissector is in de begroting vanaf 2012 een nieuw kader voor instellingen voor medisch-specialistische zorg opgenomen. Dit kader is samengesteld uit de voormalige onderdelen algemene en categorale ziekenhuizen, academische ziekenhuizen, ZBC’s en een groot deel van overige curatieve instellingen (bijvoorbeeld centra voor erfelijkheidsonderzoek en dialysecentra). Ook de medisch specialisten in loondienst maken onderdeel uit van deze nieuwe sector.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Intensiveringen

groeiruimte 2015 en 2016

Nieuwe akkoorden worden gesloten met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz, eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen), zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties. In deze akkoorden is vastgelegd dat de groei van de zorguitgaven wordt teruggebracht ten opzichte van de akkoorden die eerder gesloten zijn voor de periode 2012–2015 en ten opzichte van het groeipad uit het regeerakkoord Rutte-Asscher. Voor 2014 gaat het om een verlaging van het groeipad naar 1,5% en voor de jaren 2015 tot en met 2017 gaat het om een verlaging tot 1%-groei per jaar. Omdat in de begrotingstand 2013 nog geen groeiruimte voor de jaren 2016 en 2017 was verwerkt wordt die thans conform de uitgangspunten van de Hoofdlijnenakkoorden verwerkt.

Maatregelen

oploop besparing regeerakkoord Rutte-Verhagen

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Verhagen is een besparing opgenomen in verband met een pakket aan maatregelen dat samenhangt met de uitbreiding van concurrentie in de zorg (uitbreiden B-segment, invoering DOT, beperking ex-post verevening). Deze besparing bedroeg € 40 miljoen in 2014 en loopt uiteindelijk op tot € 330 miljoen. De oploop in de eerste jaren was reeds verwerkt binnen het budgettaire kader van het Hoofdlijnenakkoord 2011 en de begroting 2012. De oploop na 2016 wordt thans verwerkt.

groeiruimte 2014 en 2015

Nieuwe akkoorden worden gesloten met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz, eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen), zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties. In deze akkoorden is vastgelegd dat de groei van de zorguitgaven wordt teruggebracht ten opzichte van de akkoorden die eerder gesloten zijn voor de periode 2012–2015 en ten opzichte van het groeipad uit het regeerakkoord Rutte-Asscher. Voor 2014 gaat het om een verlaging van het groeipad naar 1,5% en voor de jaren 2015 tot en met 2017 gaat het om een verlaging tot 1%-groei per jaar. In de begroting 2013 was voor de jaren 2014 en 2015 een groei verwerkt van 2,5% per jaar. Thans vindt conform de Hoofdlijnenakkoorden een aanpassing van de groei plaats naar 1,5% in 2014 (-1%) en 1% in 2015 (-1,5%). Dit leidt tot een oplopende neerwaartse bijstelling van het beschikbare kader.

dekking wijkverpleegkundigen

In het regeerakkoord Rutte-Asscher is afgesproken op grotere schaal wijkverpleegkundigen in te zetten. Een deel van de budgettaire dekking voor deze intensivering wordt geleverd door de medisch-specialistische zorg.

Technisch

overheveling beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

In de begroting 2013 was de beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg onderdeel van de sector instellingen voor medisch-specialistische zorg en de daarvoor in de begroting opgenomen reeks. Deze beschikbaarheidbijdrage is bedoeld voor de kapitaallasten van de academische zorg. In de begroting 2014 is er voor gekozen om deze beschikbaarheidbijdrage apart op te nemen en geen onderdeel meer te laten zijn van het kader instellingen medisch-specialistische zorg waarop ook de uitgangspunten van de in juli 2013 overeengekomen Hoofdlijnenakkoorden van toepassing zijn.

overheveling fertiliteitshormonen

Met ingang van 1 januari 2014 worden de fertiliteitshormonen integraal en exclusief onder de bekostiging van instellingen voor medisch-specialistische zorg gebracht. Deze specialistische geneesmiddelen vallen voortaan uitsluitend onder de Zvw-aanspraak geneeskundige zorg en niet langer onder de aanspraak farmaceutische zorg en verdwijnen daarmee uit het geneesmiddelen vergoedingen systeem (GVS). Kort gezegd beoogt de overheveling te komen tot een eenduidige aanspraak op zorg met deze specialistische geneesmiddelen.

overheveling injectiemateriaal groei- en fertiliteitshormonen

Met ingang van 1 januari 2013 zijn de groeihormonen integraal en exclusief onder de bekostiging van instellingen voor medisch-specialistische zorg gebracht. Per 1 januari 2014 geldt dit ook voor de fertiliteitshormonen. Voorheen werden de hulpmiddelen, die benodigd zijn voor de toediening van deze geneesmiddelen, bekostigd vanuit het extramurale hulpmiddelenkader. Met de overheveling van deze geneesmiddelen naar de aanspraak op geneeskundige zorg dienen ook de hulpmiddelen, die daarbij horen, te worden overgeheveld. In afwijking van de overheveling van de fertiliteitshormonen is deze reeks geen onderdeel van de bedragen die zijn opgenomen in het Hoofdlijnenakkoord dat gesloten gaat worden.

overheveling vacuümpompen

Met ingang van 1 januari 2014 worden de toebehoren bij de vacuümpomp voor wondverzorging onder de bekostiging van instellingen voor medisch-specialistische zorg gebracht. Deze overheveling volgt uit het standpunt van het CVZ over duiding van de aanspraak en bekostiging van deze zorg (CVZ rapport 22 november 2012). Reden voor de overheveling is dat praktijkervaringen met de vacuümpomp leren dat een gescheiden aanspraak en bekostiging van hoofdunit en noodzakelijke toebehoren tot problemen leidt. In afwijking van de overheveling van de fertiliteitshormonen is deze reeks geen onderdeel van de bedragen die zijn opgenomen in de nieuwe Hoofdlijnenakkoorden.

overheveling trombosediensten

Trombosediensten waren onderdeel van het kader instellingen medisch-specialistische zorg dat ontleend is aan het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2011. De trombosediensten hebben evenwel later aangegeven geen onderdeel te willen uitmaken van het kader instellingen medisch-specialistische zorg. De meerjarenreeks wordt hiervoor gecorrigeerd en overgeheveld naar de sector overig curatief. Hierbij is uitgegaan van de reeks die destijds ook in de grondslag van het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2011 was opgenomen.

Tabel 10 Vrijgevestigde medisch specialisten (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

2.042,0

2.106,6

2.154,5

2.166,6

2.166,9

2.166,9

2.166,9

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

44,6

46,0

47,1

45,2

45,2

45,2

Intensiveringen

             

groeiruimte 2016 en 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

21,5

42,9

42,9

transitie integrale tarieven

0,0

0,0

0,0

50,0

50,0

50,0

50,0

Maatregelen

             

governance ziekenhuizen

0,0

0,0

0,0

0,0

– 30,0

– 65,0

– 100,0

doelmatig voorschrijven medisch specialisten

0,0

– 6,7

– 6,7

0,0

0,0

0,0

0,0

honoraria ms

0,0

0,0

0,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

groeiruimte 2014 en 2015

0,0

0,0

– 21,0

– 54,0

– 55,0

– 55,0

– 55,0

Stand ontwerpbegroting 2014

2.042,0

2.144,5

2.172,8

2.109,7

2.098,5

2.084,9

2.049,9

Voor de medisch-specialistische zorg zijn vooralsnog nog geen volledige en betrouwbare realisatiecijfers over 2012 beschikbaar.

Mede naar aanleiding van het bestuurlijk akkoord met de medisch specialisten is in de ontwerpbegroting 2012 een nieuw kader voor vrijgevestigde medisch specialisten opgenomen. In de ontwerpbegroting 2012 is hierover een nadere toelichting opgenomen. Het honorariumdeel van de ZBC's is onderdeel van dit kader.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Intensiveringen

groeiruimte 2015 en 2016

Met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz, eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen), zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties zijn afspraken gemaakt over nieuwe Hoofdlijnenakkoorden. In deze akkoorden is vastgelegd dat de groei van de zorguitgaven wordt teruggebracht ten opzichte van de akkoorden die eerder gesloten zijn voor de periode 2012–2015 en ten opzichte van het groeipad uit het regeerakkoord Rutte-Asscher. Voor 2014 gaat het om een verlaging van het groeipad naar 1,5% en voor de jaren 2015 tot en met 2017 gaat het om een verlaging tot 1%-groei per jaar. Omdat in de begrotingstand 2013 nog geen groeiruimte voor de jaren 2016 en 2017 was verwerkt wordt die thans conform de uitgangspunten van de Hoofdlijnenakkoorden verwerkt.

transitie integrale tarieven

Met de in juli 2013 overengekomen Hoofdlijnenakkoorden is bekrachtigd dat de invoering van integrale tarieven per 2015 onverkort wordt doorgezet. Door het integreren van het macrobudget voor de medisch specialisten met dat van de ziekenhuizen, kunnen deze partijen de interne organisatie van de te leveren zorg beter afstemmen op de behoeften en wensen van patiënten. Dat komt de kwaliteit en doelmatigheid van de geleverde zorg ten goede. De invoering van integrale tarieven zal er aan bijdragen dat de (financiële) belangen van ziekenhuizen en medisch specialisten meer gelijkgericht worden. Afgesproken is dat er (tot en met 2024) middelen beschikbaar worden gesteld om de transitie naar integrale bekostiging te faciliteren.

Maatregelen

governance ziekenhuizen

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Verhagen een besparing opgenomen van € 10 miljoen in 2012 en structureel € 110 miljoen in verband met verbetering van de governance. Achtergrond van deze besparing is dat de verantwoordelijkheid voor kwaliteit en de positie van de Raad van Bestuur van het ziekenhuis ten opzichte van de medisch specialisten versterkt wordt. Dit is gerealiseerd door het wetsvoorstel Wmg door te zetten, inclusief de implementatie van het beheersmodel medisch specialisten (ook met betrekking tot hen die werkzaam zijn in Zelfstandige Behandelcentra). Over goed bestuur in de zorg en de wettelijke verankering ervan zal de Tweede Kamer in het najaar van 2013 een brief ontvangen. Daarnaast wordt de inzet van physician assistants (PA) en verpleegkundig specialisten (VS) in het kader van taakherschikking geoptimaliseerd. Ook was de insteek van deze maatregel dat het beloningsbeleid van zorginstellingen zou veranderen wanneer de wet normering topinkomens (WNT) zou worden aangenomen. De hiermee samenhangende besparing van € 10 miljoen vanaf 2012 is reeds verwerkt in het kader Hoofdlijnenakkoord 2011. Dat geldt niet voor de besparing die als gevolg van governance en taakherschikking zou moeten optreden bij de honoraria medisch specialisten. Deze besparing begon pas op te lopen vanaf 2016. Dit lag buiten de termijn van de eerdere bestuurlijke akkoorden en ook van de meerjarenreeks zoals opgenomen in de begroting 2012. De verwerking van de oploop vindt daarom thans plaats.

doelmatig voorschrijven medisch specialisten

Het niet gerealiseerde deel (€ 6,7 miljoen) van de afgesproken besparing doelmatig voorschrijven 2012 is op het kader vrijgevestigd medisch specialisten in 2013 en 2014 in mindering gebracht.

honoraria medisch specialisten

De onder het huidige convenant afgesproken route van de invoering van integrale tarieven per 2015 blijft van kracht, in lijn met de zienswijze van de commissie-Meurs. De commissie concludeert dat er onder het beheersmodel ruimte voor inkomensmatiging resteert. Derhalve is bij het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher aanvullend op de akkoorden een besparing van € 100 miljoen doorgevoerd op het budgettair kader van medisch specialisten door deze na afloop van het lopende convenant taakstellend te verlagen in combinatie met de honorariumtarieven.

groeiruimte 2014 en 2015

Op 16 juli 2013 zijn Hoofdlijnenakkoorden gesloten met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz, eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen), zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties. In deze akkoorden is vastgelegd dat de groei van de zorguitgaven wordt teruggebracht ten opzichte van de akkoorden die eerder gesloten zijn voor de periode 2012–2015 en ten opzichte van het groeipad uit het regeerakkoord Rutte-Asscher. Voor 2014 gaat het om een verlaging van het groeipad naar 1,5% en voor de jaren 2015 tot en met 2017 gaat het om een verlaging tot 1%-groei per jaar. In de begroting 2013 was voor de jaren 2014 en 2015 een groei verwerkt van 2,5% per jaar. Thans vindt conform de Hoofdlijnenakkoorden een aanpassing van de groei plaats naar 1,5% in 2014 (– 1%) en 1% in 2015 (– 1,5%). Dit leidt tot een oplopende neerwaartse bijstelling van het beschikbare kader.

Tabel 11 Beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

696,3

708,5

711,5

724,7

725,0

724,6

724,6

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

18,9

19,2

19,3

17,1

17,1

17,1

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

5,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

ramingsbijstelling

0,0

– 41,0

– 37,5

– 43,9

– 35,7

– 29,0

– 22,5

Maatregelen

             

topreferente zorg

0,0

0,0

0,0

– 70,0

– 70,0

– 70,0

– 70,0

Stand ontwerpbegroting 2014

701,5

686,3

693,2

630,1

636,4

642,8

649,2

De Universitair Medische Centra krijgen in verband met hun publieke taken – het leveren van topreferente zorg en onderzoek en innovatie – een subsidie in de vorm van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg. Deze beschikbaarheidbijdrage vervangt de academische component.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

De bijstelling op de beschikbaarheidbijdrage academische zorg is het gevolg van enkele nabetalingen uit 2010 en 2012 die in 2012 tot een kaseffect hebben geleid.

ramingsbijstelling

Om aan te sluiten bij de beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2013, zoals vastgesteld door de NZa, wordt de raming bijgesteld. Meerjarig wordt uitgegaan van een groei van jaarlijks 1% per jaar conform de gebruikelijke systematiek.

Maatregelen

topreferente zorg

Doelmatigheidsverbeteringen op het vlak van topreferente zorg en onderzoek worden bereikt door verdere concentratie. Door het bereiken van hogere vaardigheid van ziekenhuizen kan met een hogere kwaliteit eenzelfde productie worden bereikt in een topreferent (deel)specialisme.

Hiermee kan een doelmatigheidswinst op de academische zorg gehaald worden. Deze wordt taakstellend verlaagd.

Tabel 12 Beschikbaarheidbijdrage overig medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

71,2

71,2

71,2

71,2

71,2

71,2

71,2

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

1,9

1,9

1,9

1,9

1,9

1,9

Stand ontwerpbegroting 2014

71,2

73,1

73,1

73,1

73,1

73,1

73,1

Op deze sector worden de uitgaven geraamd van de beschikbaarheidbijdragen ten behoeve van de spoedeisende hulp, Calamiteitenhospitaal, Traumahelikopters/Mobiel Medisch Team-voertuigen, Trauma- en brandwondenzorg, kenniscoördinatie, OTO (opleiden, trainen en oefenen) en acute verloskunde. De beschikbaarheidbijdrage academische zorg en beschikbaarheidbijdrage opleidingen worden apart gepresenteerd. De genoemde beschikbaarheidbijdragen maakten tot en met 2012 onderdeel uit van het kader instellingen voor medisch-specialistische zorg dat in de VWS-begroting 2012 is opgenomen en is ontleend aan het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2011. Vanaf de ontwerpbegroting 2013 wordt de raming voor deze beschikbaarheidbijdragen gepresenteerd als aparte sector.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Tabel 13 Beschikbaarheidsbijdrage kapitaallasten academische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

0,0

0,5

0,5

0,6

0,6

0,7

Mee- en tegenvallers

             

ramingsbijstelling

0,0

14,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Technisch

             

overheveling beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

0,0

26,1

43,0

46,0

48,0

51,0

51,0

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

40,5

43,5

46,5

48,6

51,6

51,7

De academische ziekenhuizen krijgen met de invoering van prestatiebekostiging de kapitaallasten die ze maken voor hun publieke functie niet meer vergoed. Per 2013 is een beschikbaarheidbijdrage in het leven geroepen ten behoeve van de kapitaallasten die samenhangen met de academische zorg.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

ramingsbijstelling

De acht UMC's krijgen met de invoering van prestatiebekostiging de kapitaallasten die ze maken voor hun publieke functie niet meer vergoed. Per 2013 is een beschikbaarheidbijdrage in het leven geroepen. Deze is gedekt binnen de begroting 2013 ten laste van het kader instellingen voor medisch-specialistische zorg. De raming voor deze bijdrage wordt bijgesteld.

Technisch

overheveling beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

In de begroting 2013 was de beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg onderdeel van de sector instellingen voor medisch-specialistische zorg en de daarvoor in de begroting opgenomen reeks. Deze beschikbaarheidbijdrage is bedoeld voor de kapitaallasten van de academische zorg. In de begroting 2014 is er voor gekozen om deze beschikbaarheidbijdrage apart op te nemen en geen onderdeel meer te laten zijn van het kader instellingen medisch-specialistische zorg waarop ook de uitgangspunten van de Hoofdlijnenakkoorden van 16 juli 2013 van toepassing zijn.

Tabel 14 Overig curatieve zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

243,6

251,0

259,5

270,1

270,4

270,4

270,4

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

6,4

6,6

6,8

6,8

6,8

6,8

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

22,3

22,3

22,3

22,3

22,3

22,3

22,3

Technisch

             

schuif tussen financieringsbronnen

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

overheveling trombosediensten

0,0

56,0

57,0

59,0

59,0

59,0

59,0

Stand ontwerpbegroting 2014

267,9

337,7

347,4

360,2

360,5

360,5

360,5

Mede naar aanleiding van het bestuurlijk akkoord met de ziekenhuissector omvat het kader overig curatief vanaf 2012 voornamelijk de huisartsenlaboratoria. De uitgaven van andere soorten instellingen zijn vanaf 2012 opgenomen in het kader instellingen voor medisch-specialistische zorg.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

De afgelopen jaren was de groei in deze sector fors. De groeitrend lag boven de beschikbare groeiruimte waardoor regelmatig opwaartse bijstellingen nodig waren. Deze groeitrend lijkt vooralsnog niet te zijn afgevlakt waardoor zich per saldo een tegenvaller voordoet. Mogelijk hangt de groei van deze sector samen met substitutie vanuit de tweedelijn.

Technisch

schuif tussen financieringsbronnen

Betreft een schuif tussen de financieringsbronnen.

overheveling trombosediensten

Trombosediensten waren onderdeel van het kader instellingen medisch-specialistische zorg dat ontleend is aan het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2011. De trombosediensten hebben evenwel later aangegeven geen onderdeel te willen uitmaken van het kader instellingen medisch-specialistische zorg. De meerjarenreeks wordt hiervoor gecorrigeerd en overgeheveld naar de sector overig curatief. Hierbij is uitgegaan van de reeks die destijds ook in de grondslag van het Bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord 2011 was opgenomen.

Tabel 15 Geriatrische revalidatiezorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontweprbegroting 2013

0,0

817,0

817,0

767,0

767,0

767,0

767,0

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

12,2

12,2

12,2

12,2

12,2

12,2

Intensiveringen

             

groei geriatrische revalidatiezorg

0,0

0,0

12,4

11,9

11,1

11,1

11,1

Technisch

             

correctie overheveling geriatrische revalidatiezorg van Awbz naar Zvw

0,0

0,0

– 38,0

– 38,0

– 38,0

– 38,0

– 38,0

overheveling ziekenvervoer

0,0

0,0

– 1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

829,2

802,6

753,1

752,3

752,3

752,3

Geriatrische revalidatiezorg richt zich op kwetsbare ouderen met meerdere aandoeningen, die in het ziekenhuis een medisch-specialistische behandeling hebben ondergaan. Deze oudere cliënten hebben behoefte aan een multidisciplinaire revalidatiebehandeling die aan hun individuele herstelmogelijkheden en trainingstempo is aangepast en rekening houdt met andere aandoeningen. Geriatrische revalidatie onderscheidt zich daarmee in zorginhoud en cliëntgroep van de medisch-specialistische revalidatie. Doel is hen te helpen terug te keren naar de oude woonsituatie en maatschappelijk te blijven participeren.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Intensiveringen

groeiruimte geriatrische revalidatiezorg

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte 2014 van de geriatrische revalidatiezorg. Hierbij wordt in lijn met de medisch-specialistische zorg en curatieve ggz uitgegaan van 1,5%.

Technisch

correctie overheveling geriatrische revalidatiezorg van AWBZ naar Zvw

Op basis van realisatiecijfers 2012 met betrekking tot de geriatrische revalidatiezorg is gebleken dat er vanaf 2013 € 38 miljoen te veel is overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw. Hiervoor vindt thans een correctie plaats.

overheveling ziekenvervoer

Er worden incidenteel middelen overgeheveld van de geriatrische revalidatiezorg naar het zittend ziekenvervoer (sector overig ziekenvervoer).

Tabel 16 Ambulancevervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

478,3

464,8

466,0

466,1

466,1

466,1

466,1

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

12,4

12,0

12,0

12,0

12,0

12,0

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 7,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Intensiveringen

             

groeiruimte ambulancevervoer

0,0

21,6

21,6

21,6

21,6

21,6

21,6

Technisch

             

financieringsmutatie

– 18,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2014

452,5

498,8

499,6

499,7

499,7

499,7

499,7

De ambulancezorg kent twee kerntaken: spoedvervoer en besteld vervoer. Daarnaast staan ambulances ook paraat voor geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen. Op deze sector worden tevens de uitgaven Centrale Posten Ambulancevervoer (CPA) verantwoord.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

De actualisering van de ambulance-uitgaven 2012 laat een beperkte meevaller zien.

Intensiveringen

groeiruimte ambulancevervoer

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2013.

Technisch

financieringsmutatie

Er is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. Deze verschillen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de uitgaven.

Tabel 17 Overig ziekenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

133,7

133,7

133,7

133,7

133,7

133,7

133,7

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

Intensiveringen

             

groeiruimte overige ziekenvervoer

0,0

5,8

5,8

5,8

5,8

5,8

5,8

Technisch

             

overheveling ziekenvervoer

0,0

0,0

1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2014

128,7

138,0

139,0

138,0

138,0

138,0

138,0

Het overig ziekenvervoer betreft het vervoer van patiënten van en naar zorgaanbieders. Hiervoor in aanmerking komen verzekerden die chemo- of radiotherapie ondergaan, nierdialyse ondergaan, zich uitsluitend in een rolstoel kunnen verplaatsen, zeer slechtziend zijn of van hun zorgverzekeraar hiervoor toestemming hebben gekregen. Het betreft zowel commercieel vervoer als vergoeding van de kosten van openbaar vervoer.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

De CVZ-gegevens laten voor het jaar 2012 een meevaller van € 5 miljoen zien. Deze meevaller wordt tevens voor jaren 2013 en verder verondersteld.

Intensiveringen

groeiruimte overig ziekenvervoer

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2013.

Technisch

overheveling ziekenvervoer

Er worden incidenteel middelen overgeheveld van de geriatrische revalidatiezorg naar het zittend ziekenvervoer (sector overig ziekenvervoer).

Tabel 18 Geneesmiddelen (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

5.283,0

5.410,6

5.741,2

6.095,9

6.092,7

6.092,5

6.092,5

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

151,9

155,5

165,0

166,4

166,5

166,5

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 627,5

– 632,5

– 637,5

– 637,5

– 637,5

– 637,5

– 637,5

ramingsbijstelling

0,0

0,0

– 150,0

– 32,1

– 32,1

– 32,1

– 32,1

Maatregelen

             

maagzuurremmers

0,0

0,0

0,0

– 58,0

– 58,0

– 58,0

– 58,0

Technisch

             

overheveling fertiliteitshormonen

0,0

0,0

– 21,1

– 21,9

– 22,6

– 22,6

– 22,6

Stand ontwerpbegroting 2014

4.655,5

4.930,0

5.088,2

5.511,5

5.508,9

5.508,9

5.508,9

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale geneesmiddelen geraamd en verantwoord.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

De onderschrijding over 2012 kan deels worden verklaard doordat verzekeraars lagere prijzen dan verwacht voor dienstverlening van de apothekers en geneesmiddelen die apothekers afleveren hebben afgesproken. Ook zijn de prijzen voor geneesmiddelen lager uitgevallen door intensivering en uitbreiding van het preferentiebeleid van zorgverzekeraars. Bij het opmaken van het VWS-jaarverslag 2012 en de eerste suppletoire begroting 2013 ging het om een structurele opbrengst van ruim € 600 miljoen. Op basis van actuele gegevens van het CVZ blijkt de opbrengst nog circa € 25 miljoen hoger uit te vallen.

ramingsbijstelling

In de afgelopen jaren zijn de uitgaven voor extramurale geneesmiddelen gestabiliseerd. De volumestijging en nieuwe instroom zijn opgevangen door prijsdalingen. De verwachting is dat de volumestijging de komende jaren zal doorzetten, maar op korte termijn nog zal kunnen worden gedempt door de ontwikkeling van de prijzen. In de huidige raming voor 2014 en 2015 wordt niettemin uitgegaan van een zodanige groei dat er aanleiding is voor een ramingsbijstelling. Het gaat om € 150 miljoen vanaf 2014 en € 320 miljoen vanaf 2015 (waarvan € 287,9 miljoen vanaf 2015 gereserveerde groeiruimte voor geneesmiddelen op nominaal en onverdeeld betreft).

Maatregelen

maagzuurremmers

Betreft structurele verwerking maatregel maagzuurremmers ter dekking van taakstelling lage ziektelast. Voor periode 2012–2014 is daarvoor eerder € 75 miljoen (voor 2012 en 2013) en € 58 miljoen (voor 2014) van het geneesmiddelenkader afgeboekt. Deze mutatie betreft de verwerking vanaf 2015.

Technisch

overheveling fertiliteitshormonen

Met ingang van 1 januari 2014 worden de fertiliteitshormonen integraal en exclusief onder de bekostiging van instellingen voor medisch-specialistische zorg gebracht. Deze specialistische geneesmiddelen vallen voortaan uitsluitend onder de Zvw-aanspraak geneeskundige zorg en niet langer onder de aanspraak farmaceutische zorg en verdwijnen daarmee uit het GVS. Kort gezegd beoogt de overheveling te komen tot een eenduidige aanspraak op zorg met deze specialistische geneesmiddelen.

Tabel 19 Hulpmiddelen (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

1.543,9

1.676,8

1.753,6

1.833,9

1.835,7

1.835,7

1.835,7

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

44,4

48,2

50,4

50,9

51,0

51,0

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 74,7

– 74,7

– 74,7

– 74,7

– 74,7

– 74,7

– 74,7

Technisch

             

overheveling injectiemateriaal groei- en fertiliteitshormonen

0,0

0,0

– 3,0

– 3,1

– 3,1

– 3,1

– 3,1

overheveling vacuümpompen

0,0

0,0

– 1,4

– 1,4

– 1,4

– 1,5

– 1,5

Stand ontwerpbegroting 2014

1.469,2

1.646,5

1.722,7

1.805,2

1.807,4

1.807,4

1.807,3

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale hulpmiddelen die verstrekt worden krachtens de Regeling hulpmiddelen geraamd en verantwoord.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van actuele cijfers van het CVZ over 2012 blijkt een onderschrijding bij de hulpmiddelen die met circa € 75 miljoen iets lager uitvalt dan het bedrag van circa € 90 miljoen waarmee bij het opmaken van het VWS-jaarverslag 2012 en de eerste suppletoire begroting 2013 rekening is gehouden. Deze onderschrijding wordt structureel verondersteld. De groei van de uitgaven was in de eerste helft van 2012 een stuk lager dan de gemiddelde jaarlijkse groei over de periode 2007 tot en met 2011. Deze lagere groei lijkt vooral te komen door een daling in het volume. De onderschrijding kan deels worden verklaard doordat zorgverzekeraars doelmatiger zijn gaan inkopen. Daarnaast hebben de zorgverzekeraars voor verbandmiddelen de regels voor vergoeding strenger gehandhaafd. Verder is incontinentiemateriaal doelmatiger ingekocht.

Technisch

overheveling injectiemateriaal groei- en fertiliteitshormonen

Met ingang van 1 januari 2013 zijn de groeihormonen integraal en exclusief onder de bekostiging van instellingen voor medisch-specialistische zorg gebracht. Per 1 januari 2014 geldt dit ook voor de fertiliteitshormonen. Voorheen werden de hulpmiddelen, die benodigd zijn voor de toediening van deze geneesmiddelen, bekostigd vanuit het extramurale hulpmiddelenkader. Met de overheveling van deze geneesmiddelen naar de aanspraak op geneeskundige zorg dienen ook de hulpmiddelen, die daarbij horen, te worden overgeheveld.

overheveling vacuümpompen

Met ingang van 1 januari 2014 worden de toebehoren bij de vacuümpomp voor wondverzorging onder de bekostiging van instellingen voor medisch-specialistische zorg gebracht. Deze overheveling volgt uit het standpunt van het CVZ over duiding van de aanspraak en bekostiging van deze zorg (CVZ rapport 22 november 2012). Reden voor de overheveling is dat praktijkervaringen met de vacuümpomp leren dat een gescheiden aanspraak en bekostiging van hoofdunit en noodzakelijke toebehoren tot problemen leidt.

Tabel 20 Geneeskundige ggz (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

4.037,6

4.153,2

4.241,5

4.241,5

4.241,5

4.241,5

4.241,5

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

107,3

107,3

107,3

107,3

107,3

107,3

Intensiveringen

             

groeiruimte 2015–2017

0,0

0,0

0,0

42,9

86,2

129,9

129,9

Maatregelen

             

beperking groeiruimte 2014 tot 1,5%

0,0

0,0

– 41,3

– 41,3

– 41,3

– 41,3

– 41,3

aandeel wijkverpleegkundigen

0,0

0,0

0,0

– 5,0

– 9,0

– 21,5

– 21,5

afschaffen eigen bijdrage eerstelijns ggz

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Hoofdlijnenkkoord 2014–2017

4.037,6

4.260,5

4.307,5

4.345,4

4.384,7

4.415,9

4.415,9

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling dyslexie

0,0

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

Technisch

             

schuif voormalige budgetcomponenten

0,0

0,0

0,0

– 0,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

overheveling AWBZ naar Zvw

1,8

10,7

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

Stand ontwerpbegroting 2014

4.039,4

4.272,0

4.334,0

4.371,4

4.410,7

4.441,9

4.441,9

Voor de curatieve ggz zijn vooralsnog nog geen volledige en betrouwbare realisatiecijfers over 2012 beschikbaar.

Deze sector omvat tot en met 2013 de geneeskundige ggz geleverd door zowel eerstelijns psychologen (ELP) als aanbieders tweedelijns ggz, vanaf 2014 omvat dit de basis en de gespecialiseerde ggz. Tweedelijns geneeskundige ggz wordt geleverd door instellingen (zowel gebudgetteerde als niet-gebudgetteerde instellingen) en vrijgevestigden.

Met ingang van de begroting 2013 worden op deze sector ook de uitgaven voor de diagnose en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie geraamd en verantwoord.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsbijstelling.

Intensiveringen

groeiruimte 2015–2017

Tegen de achtergrond van de verslechterde economische situatie en de negatieve impact daarvan op de overheidsfinanciën is in de Hoofdlijnenakkoorden van juli 2013 afgesproken dat in de jaren 2015 tot en met 2017 sprake mag zijn van 1% volumegroei. Deze volumegroei wordt nu meerjarig aan de sector toegevoegd.

Maatregelen

beperking groeiruimte 2014 tot 1,5%

In het Bestuurlijk Akkoord Toekomst ggz 2013–2014 was afgesproken dat de volumegroei in 2014 2,5% mocht bedragen. In de Hoofdlijnenakkoorden 2013 is echter afgesproken dat de toegestane groei in 2014 wordt beperkt tot 1,5%. De opgenomen reeks betreft de neerwaartse bijstelling van de volumegroei met 1%.

aandeel wijkverpleegkundigen

In het regeerakkoord Rutte-Asscher is afgesproken op grotere schaal wijkverpleegkundigen in te zetten. Een deel van de budgettaire dekking voor deze intensivering wordt geleverd door de curatieve ggz.

afschaffen eigen bijdrage eerstelijns ggz

In 2014 vervalt de eigen bijdrage in de eerstelijns ggz, de regering ziet af van het vervangen van deze eigen bijdrage door een procentuele eigen bijdrage. De hiermee gepaard gaande budgettaire derving zullen verzekeraars in hun onderhandelingen betrekken zodat dit per saldo wordt ingepast binnen de beschikbare uitgaven voor de curatieve ggz.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

In bovenstaande toedeling van de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsbijstelling was nog geen rekening gehouden met de toedeling van de loon- en prijsbijstelling voor de uitgaven voor dyslexie. Deze omissie wordt hierbij gecorrigeerd.

Technisch

schuif voormalige budgetcomponenten

In verband met de invoering van prestatiebekostiging zijn per 2013 de individuele budgetcomponenten «bestendig beleid» en «bijzonderheid organisatie» tijdelijk omgezet in een beschikbaarheidbijdrage, in afwachting van een definitief besluit. Besloten is om de raming en de verantwoording van deze toeslagen per 1 januari 2015 onder te brengen op de begrotingsgefinancierde uitgaven van artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog.

overheveling AWBZ naar Zvw

In het kader van de beleidsregel Overheveling ggz-budget AWBZ-Zvw is het voor ggz-instellingen mogelijk te schuiven tussen AWBZ- en Zvw-budgetten voor de ggz. In 2012 zijn door enkele tientallen instellingen gezamenlijk met zorgkantoren en representerende verzekeraars verzoeken ingediend, die per saldo hebben geleid tot een verschuiving van € 10,5 miljoen van AWBZ naar Zvw in 2012. In de begroting was reeds rekening gehouden met € 8,7 miljoen zodat het resterende deel nu wordt verwerkt. Voor 2013 leidt dit tot een aanvullende aanpassing van structureel € 8,9 miljoen.

Daarnaast is in de begroting 2013 € 15 miljoen incidenteel overgeheveld tussen AWBZ en Zvw als gevolg van de gewijzigde systematiek van de berekening van de toe te rekenen kapitaallasten door de NZa. Op basis van de huidige cijfers, is de schuif vanaf 2014 structureel € 15 miljoen.

Tabel 21 Grensoverschrijdende zorg (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

620,4

640,1

601,0

633,2

634,1

634,1

634,1

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

17,0

17,5

16,4

16,4

16,4

16,4

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

106,3

106,3

106,3

106,3

106,3

106,3

106,3

werelddekking

0,0

0,0

60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2014

726,7

763,4

784,8

755,9

756,8

756,8

756,8

Deze deelsector betreft de grensoverschrijdende zorg binnen en buiten het macroprestatiebedrag (mpb). Binnen het mpb betreft het de lasten die gemaakt zijn in het buitenland door in Nederland woonachtige Zvw-verzekerden of Zvw-verzekerden die in het buitenland zorg krijgen. Dit zijn bijvoorbeeld de medische lasten in een Oostenrijks ziekenhuis na een ski-ongeluk, lasten die samenhangen met een behandeling in een Belgisch ziekenhuis of lasten van grensarbeiders die in Nederland werken en in Duitsland wonen.

De grensoverschrijdende zorg buiten het mpb betreft de lasten van internationale verdragen. De lasten hebben betrekking op (Nederlandse) verdragsgerechtigden (via CVZ: verdragsgerechtigden wonend in het buitenland met een Nederlands pensioen en hun in het buitenland wonende gezinsleden, alsmede in het buitenland wonende gezinsleden van in Nederland werkende werknemers). De verdragsgerechtigden zijn mensen die buiten Nederland wonen en niet aan Nederlandse sociale verzekeringswetgeving zijn onderworpen, maar op grond van een EG-verordening of door een Nederland gesloten verdrag inzake sociale zekerheid in hun woonland toch recht hebben op geneeskundige zorg ten laste van het Zorgverzekeringsfonds. Tegenover het recht op zorg staat de verplichting voor (niet-Zvw en AWBZ-verzekerde) verdragsgerechtigden om een bijdrage aan het CVZ te betalen. De in het buitenland wonende Zvw/AWBZ-verzekerde (de in Nederland werkende grensarbeider) betaalt de reguliere Zvw- en AWBZ-premies.

Daarnaast worden baten ontvangen voor de internationale verdragen, die in mindering op de lasten gebracht mogen worden. Dit zijn kosten van medische zorg van personen die verzekerd zijn in het buitenland en langdurig (ingezetenen van Nederland) of kortdurend verblijven in Nederland (in Nederland wonende en in het buitenland voor een buitenlandse werkgever werkende werknemers en hun gezinsleden, in Nederland wonende rechthebbenden op een buitenlands pensioen en hun gezinsleden). Deze kosten worden doorberekend aan de internationale verdragspartners. Zij betalen premies en verdragsbijdragen in het buitenland. Om meer inzicht te krijgen in de patiëntenstromen start per 2014 een IBO grensoverschrijdende zorg.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van cijfers van het CVZ over 2012 blijkt een overschrijding van € 106,3 miljoen in 2013. De overschrijding wordt structureel verondersteld. De overschrijding doet zich zowel bij de uitgaven binnen als buiten het macroprestatiebedrag voor.

werelddekking

De invoering van de maatregel werelddekking zorg buiten de EU uit het basispakket uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Verhagen wordt niet gerealiseerd in 2014. In dit jaar is derhalve sprake van een besparingsverlies.

Tabel 22 Multidisciplinaire zorgverlening (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

355,2

375,3

375,3

375,3

375,3

375,3

375,3

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

6,6

6,9

6,9

6,9

6,9

6,9

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

18,2

18,2

18,2

18,2

18,2

18,2

18,2

Intensiveringen

             

groeiruimte multidisciplinaire zorgverlening 2013

0,0

8,0

8,0

8,0

8,0

8,0

8,0

groeiruimte multidisciplinaire zorgverlening 2014–2017

0,0

0,0

6,1

4,3

14,5

18,8

18,8

substitutie multidisciplinaire zorgverlening

0,0

0,0

4,1

10,3

16,6

23,2

23,2

Stand ontwerpbegroting 2014

373,4

408,1

418,7

429,0

439,5

450,5

450,5

De multidisciplinaire zorgverlening betreft de ketens Diabetes, COPD en Vasculair Risicomanagement, geïntegreerde eerstelijnszorg en Stoppen met roken. Binnen de ketens Diabetes, COPD en Vasculair Risicomanagement wordt zorg verleend waarbij zorgaanbieders van diverse disciplines de zorgonderdelen in samenhang en in samenwerking met de betreffende patiënt leveren.

De zorg bij het Stoppen-met-Rokenprogramma omvat geneeskundige zorg zoals huisartsen, medisch specialisten, verloskundigen en klinisch psychologen die plegen te bieden en farmacotherapeutische interventies ter ondersteuning van gedragsverandering met als doel te stoppen met roken.

Geïntegreerde eerstelijnszorg betreft multidisciplinaire eerstelijnszorg die door meerdere zorgaanbieders met verschillende disciplinaire achtergrond in samenhang geleverd wordt en waarbij regie noodzakelijk is om het zorgproces rondom de consument te leveren.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Bij de multidisciplinaire zorg laten de cijfers over 2012 een overschrijding zien bij de beleidsregel geïntegreerde eerstelijnszorg en de ketens CVRM en COPD. De contractering van de keten Diabetes lijkt te stabiliseren.

Intensiveringen

groeiruimte multidisciplinaire zorgverlening 2013

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2013.

groei multidisciplinaire zorgverlening 2014–2017

Op 16 juli 2013 zijn Hoofdlijnenakkoorden afgesproken met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz, eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen), zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties. In het akkoord met de huisartsen is vastgelegd dat de groei van de uitgaven wordt teruggebracht ten opzichte van het huisartsenconvenant 2012–2013 en ten opzichte van het groeipad uit het regeerakkoord Rutte-Asscher. Voor 2014 gaat het om een regulier groeipad van 1,5%-groei en voor de jaren 2015 tot en verder gaat het om 1% reguliere groei per jaar. Gezien de grote samenhang tussen huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg is in het nieuwe akkoord vastgelegd dat de groei-afspraken voor de huisartsenzorg ook gelden voor de multidisciplinaire zorg.

substitutie multidisciplinaire zorgverlening

In het op 16 juli 2013 bereikte Hoofdlijnenakkoord voor de huisartsen is er voor 2014 1% aan substitutieruimte overeengekomen. Voor de jaren 2015 en verder is voor substitutie 1,5% per jaar beschikbaar. Gezien de grote samenhang tussen huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg is in het nieuwe akkoord vastgelegd dat de groei-afspraken over substitutie ook gelden voor de multidisciplinaire zorg. Ook deze groeiruimte wordt conform het akkoord verwerkt.

Tabel 23 Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

0,0

997,6

1.027,0

1.036,5

1.008,5

1.051,9

1.051,9

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

25,5

26,9

27,7

28,0

27,2

28,4

Mee- en tegenvallers

             

gewijzigd kasritme

0,0

0,0

0,0

– 9,0

– 15,0

– 35,0

– 59,0

Intensiveringen

             

groeiruimte opleidingsfonds zvw

0,0

0,0

0,0

0,0

45,4

90,4

90,4

verzachten maatregel Begrotingsakkoord 2013

0,0

0,0

0,0

14,0

23,0

30,0

33,0

Maatregelen

             

harmoniseren duur opleiding ms

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

– 14,0

overheveling ivm experimenten topreferente zorg

0,0

0,0

– 6,0

– 8,0

– 8,0

– 8,0

0,0

Technisch

             

overheveling FZO

0,0

0,0

147,0

150,3

150,5

150,6

154,8

overheveling opleidingen

0,0

0,0

0,0

0,0

– 1,9

– 45,4

– 45,4

inzet tbv harmoniseren opleiding medisch specialisten

0,0

0,0

– 5,0

– 3,0

– 2,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

1.023,1

1.189,8

1.208,5

1.228,4

1.261,8

1.240,1

Met ingang van 2013 worden de specialistische vervolgopleidingen uit het zogenaamde opleidingsfonds (inclusief de opleiding tot huisarts) en een aantal ggz-opleidingen via een beschikbaarheidbijdrage op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) gefinancierd. De uitvoering geschiedt door de NZa. De betalingen lopen via het CVZ.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

gewijzigd kasritme

Teneinde de afspraken die met de sector in het kader van invulling van het regeerakkoord in april 2013 zijn gemaakt in budgettaire zin te verwerken, wordt het kasritme van de maatregelen in het kader van de medisch-specialistische vervolgopleidingen aangepast.

Intensiveringen

groeiruimte opleidingsfonds Zvw

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2016 en 2017.

verzachten maatregel Begrotingsakkoord 2013

In het Begrotingsakkoord 2013 is afgesproken te komen tot een gelijkschakeling van de vergoedingsbedragen bij de medisch-specialistische vervolgopleidingen. Deze korting loopt in 2016 op tot € 90 miljoen structureel. In de afgelopen voorjaar afgesloten Zorgafspraken is onder meer afgesproken dat deze maatregel wordt verzacht. Feitelijk wordt een deel van ingeleverde incidentele loonontwikkeling aangewend om de korting te verlagen.

Maatregelen

harmoniseren duur vervolgopleiding medisch specialisten

Voor de invulling van de taakstelling uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is met betrokken partijen overeengekomen de opleidingsduur van medisch-specialistische vervolgopleidingen te verkorten en de instroom in de medisch-specialistische vervolgopleidingen structureel met 100 plaatsen te verminderen ten opzichte van het niveau in 2013. Dit levert vanaf 2022 structureel € 128 miljoen op.

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is aangekondigd dat het aantal jaren van publieke bekostiging voor medisch-specialistische vervolgopleiding wordt geharmoniseerd tot de opleidingsduur zoals geformuleerd in de EU-richtlijn voor erkenning van beroepskwalificaties (2005/36/EU). Structureel levert deze maatregel vanaf 2020 een besparing op van € 180 miljoen.

overheveling in verband met experimenten topreferente zorg

Als er besloten wordt tot het instellen van experimenten rond de bekostiging van topreferente zorg door algemene ziekenhuizen, zoals verwoord in de IBO-rapportage Universitair Medische Centra van maart 2012, dan zullen de middelen hiervoor aan de desbetreffende ziekenhuizen ter beschikking worden gesteld en niet ten koste gaan van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg en het kader medisch-specialistische zorg. Eventuele experimenten vinden plaats in inhoudelijke samenhang met de werkzaamheden van de UMC’s en/of NKI-AVL (Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis). Hiervoor worden financiële middelen gereserveerd.

Technisch

overheveling FZO (Fonds Ziekenhuisopleidingen)

Een aantal zorgopleidingen worden met ingang van 2013 op basis van de Wmg gefinancierd via de beschikbaarheidbijdrage. Per 1 januari 2014 worden ook de tot het kalenderjaar 2014 via de subsidieregeling Ziekenhuisopleidingen gefinancierde opleidingen via de beschikbaarheidbijdrage gefinancierd. Daartoe wordt het bijbehorende budget, met uitzondering van een bedrag van € 20 miljoen dat in 2014 voor de afrekeningen over 2013 nodig is, overgeheveld van het begrotingsgefinancierde deel van het BKZ naar het premiegefinancierde deel.

overheveling opleidingen

Betreft een correctie op de overheveling van de middelen voor opleidingen.

inzet ten behoeve van harmoniseren opleiding medisch specialisten

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher zijn middelen gereserveerd ten behoeve van de kosten die gemaakt worden bij het aanpassen van de curricula van de medisch-specialistische vervolgopleidingen. De opleidingsduur wordt beperkt en de betrokken partijen worden zo in de gelegenheid gesteld zich hierop voor te bereiden.

Tabel 24 Ontvangsten Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

1.945,0

2.851,6

2.941,1

2.755,4

2.903,5

2.972,8

2.972,8

Mee- en tegenvallers

             

eigen risico

0,0

0,0

129,0

423,0

407,0

428,0

428,0

Intensiveringen

             

extrapolatie

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

119,7

eigen bijdrage ggz/ verpleegdag

0,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

Maatregelen

             

afschaffen inkomensondersteunende regelingen

0,0

0,0

200,0

200,0

200,0

200,0

200,0

Stand ontwerpbegroting 2014

1.945,0

2.706,6

3.125,1

3.233,4

3.365,3

3.455,8

3.575,5

Deze deelsector omvat onder andere het eigen risico en de eigen bijdragen binnen de Zvw.

Mee- en tegenvallers

eigen risico

Betreft een aanpassing van de opbrengst van het eigen risico als gevolg van de herijking van het model voor het eigen risico, de verwerking van de regeerakkoordmaatregelen van het kabinet-Rutte-Asscher en de alternatieve invulling van de lage ziektelastmaatregel.

Intensiveringen

extrapolatie

Dit betreft de geraamde groei van de ontvangsten Zvw tussen 2017 en 2018.

eigen bijdrage ggz/verpleegdag

De eigen bijdrage in de tweedelijns ggz komt per 2013 geheel te vervallen; daarnaast wordt de invoering van de eigen bijdrage van € 7,50 per verpleegdag in instellingen voor medisch-specialistische zorg teruggedraaid. Dit leidt in totaal tot een neerwaartse bijstelling van de ontvangsten met € 145 miljoen. Deze € 145 miljoen is het saldo van het vervallen van eigen bijdragen van € 200 miljoen en het vervallen van de beoogde compensatieregeling die € 55 miljoen zou kosten.

Maatregelen

afschaffen inkomensondersteunende regelingen

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is aangekondigd dat de Compensatie Eigen Risico (CER) wordt afgeschaft. Voor de CER geldt, net als voor de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), dat de regeling ongericht en ondoelmatig is. Van de besparing van € 200 miljoen wordt de helft aan gemeenten beschikbaar gesteld voor het gerichter ondersteunen van chronisch zieken en gehandicapten die door meerkosten in de problemen komen.

6.1.2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

In deze bijlage wordt verder ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de AWBZ in het afgelopen jaar. In tabel 1A wordt de totale mutatie tussen ontwerpbegroting 2013 en ontwerpbegroting 2014 voor de AWBZ-uitgaven weergegeven. Tabel 1B gaat in op de AWBZ-ontvangsten. In tabel 2 wordt de opbouw van de AWBZ op deelsector niveau weergegeven. De sector nominaal en onverdeeld bevat de onverdeelde maatregelen en de nog niet uitgedeelde groeiruimte en loon- en prijsbijstellingen. In deze paragraaf wordt verder per deelsector ingegaan op alle mutaties tussen ontwerpbegroting 2013 en ontwerpbegroting 2014.

Tabel 1A Ontwikkeling van de AWBZ-uitgaven per sector vanaf de ontwerpbegroting 2013 (bedragen x € 1 miljoen)

Uitgaven Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

27.472,4

27.295,6

28.743,2

29.828,4

31.392,5

33.058,4

33.058,4

Mutatie 1e suppletoire begroting 2013

420,1

119,6

– 287,2

– 3.198,4

– 4.122,6

– 5.456,6

– 5.462,3

Nieuwe mutaties

0,0

– 74,4

– 339,3

– 311,4

– 504,4

– 428,8

376,6

Stand ontwerpbegroting 2014

27.892,5

27.340,7

28.116,7

26.318,7

26.765,6

27.173,1

27.972,7

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

De mutatie eerste suppletoire begroting 2013 bestaat uit de maatregelen uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher en de actualisering van de zorguitgaven. In de eerste suppletoire begroting is gemeld dat de actualisering van de zorguitgaven leidt tot een stijging van de AWBZ-uitgaven van € 286 miljoen structureel. De verlaging van de AWBZ-uitgaven wordt grotendeels veroorzaakt door de maatregelen rond persoonlijke verzorging en begeleiding en de invoering van de kern-AWBZ. Daarnaast wordt de AWBZ verlaagd door de overhevelingen van de AWBZ-functie extramurale verpleging en de langdurige ggz die in het regeerakkoord Rutte-Asscher zijn afgesproken.

Omdat de wetsvoorstellen met betrekking tot de AWBZ en de Wmo nog niet zijn behandeld door het parlement is er in deze ontwerpbegroting voor gekozen de uitgaven van de langdurige zorg vanaf 2015 nog in één AWBZ-uitgaventabel te presenteren.

1B Ontvangsten AWBZ vanaf de ontwerpbegroting 2013 (bedragen x € 1 miljoen)

Ontvangsten Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

1.656,4

1.819,4

1.847,1

1.898,4

1.923,1

1.950,0

1.950,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2013

39,4

39,4

69,4

224,4

234,4

234,4

261,7

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

27,0

17,0

7,0

7,0

7,0

Stand ontwerpbegroting 2014

1.695,8

1.858,8

1.943,5

2.139,8

2.164,5

2.191,4

2.218,7

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

De mutatie eerste suppletoire begroting 2013 bestaat uit de maatregelen uit het regeerakkoord Rutte-Asscher (onder andere afschaffen Wtcg-korting op de eigen bijdrage) en de actualisering van de eigen bijdrage AWBZ.

Tabel 2 Opbouw van de AWBZ-uitgaven per sector (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Volksgezondheid

             

Preventieve zorg (Rijksvaccinatieprogramma)

103,3

137,6

137,9

137,9

137,9

137,9

137,9

Totaal begroting 2014

103,3

137,6

137,9

137,9

137,9

137,9

137,9

               

Zorg in natura

             

Intramurale ggz

1.587,0

1.550,2

1.568,6

1.617,4

1.643,6

1.671,5

1.671,2

Intramurale gehandicaptenzorg

5.283,1

5.200,7

5.275,6

5.437,9

5.584,8

5.685,9

5.686,8

Intramurale verpleging en verzorging

8.793,2

8.283,6

8.407,1

8.687,9

8.907,8

9.059,2

9.058,7

Extramurale zorg

4.150,1

4.132,7

4.131,7

4.131,7

4.122,7

4.122,7

4.122,7

Dagbesteding en vervoer

1.238,6

1.103,9

1.101,7

1.101,7

1.101,7

1.101,7

1.101,7

Kapitaallasten

2.453,3

2.210,7

1.949,7

1.464,5

976,7

624,2

470,9

Overige zorg in natura

1.117,4

1.267,5

1.270,6

1.270,6

1.270,6

1.270,6

1.270,6

Totaal begroting 2014

24.622,8

23.749,4

23.705,1

23.711,7

23.608,0

23.535,8

23.382,5

               

Persoonsgebonden budgetten

2.472,5

2.635,2

2.417,6

2.495,9

2.462,3

2.427,5

2.426,6

Totaal begroting 2014

2.472,5

2.635,2

2.417,6

2.495,9

2.462,3

2.427,5

2.426,6

               

Mee-instellingen

190,3

177,7

178,6

178,1

178,1

178,1

178,1

Totaal begroting 2014

190,3

177,7

178,6

178,1

178,1

178,1

178,1

               

Opleidingen

             

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen AWBZ

0,0

26,4

26,4

26,4

27,4

28,4

28,4

Totaal begroting 2014

0,0

26,4

26,4

26,4

27,4

28,4

28,4

               

Overig

             

Bovenbudgettaire vergoedingen

177,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Beheerskosten / diversen AWBZ

211,1

224,9

231,4

193,2

192,2

192,2

192,2

Tandheelkundige zorg

22,5

18,9

18,9

18,9

18,9

18,9

18,9

Medisch-specialistische zorg

24,1

25,1

25,1

25,1

25,1

25,1

25,1

Totaal begroting 2014

435,3

268,9

275,5

237,3

236,2

236,2

236,2

               

Nominaal en onverdeeld

             

Nominaal en onverdeeld

68,2

345,6

1.375,8

– 468,6

115,7

629,2

1.583,0

Totaal begroting 2014

68,2

345,6

1.375,8

– 468,6

115,7

629,2

1.583,0

               

Totaal uitgaven begroting 2014

27.892,5

27.340,7

28.116,7

26.318,6

26.765,6

27.173,1

27.972,7

Bron: VWS, NZa productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens, CVZ (voorlopige) financieringslasten Zvw en AWBZ.

Ontvangsten Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Eigen bijdrage AWBZ

1.695,8

1.858,8

1.943,5

2.139,8

2.164,5

2.191,4

2.218,7

Totaal ontvangsten begroting 2014

1.695,8

1.858,8

1.943,5

2.139,8

2.164,5

2.191,4

2.218,7

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Zorg in natura

In de AWBZ wordt bij zorg in natura gewerkt met een contracteerruimte als financieel kader voor de zorgkantoren. Naast de contracteerruimte is er een beperkt aantal geoormerkte middelen beschikbaar.

Jaarlijks worden in het voorjaar de mutaties van de contracteerruimte vermeld in een brief aan de NZa over de voorlopige contracteerruimte voor het komende jaar. Na Prinsjesdag wordt de definitieve aanwijzing contracteerruimte voor het komende jaar aan de NZa gestuurd, na voorhang bij het parlement. De NZa verdeelt de beschikbare middelen binnen de contracteerruimte over de regionale zorgkantoren. Bij de verdeling van de middelen door de zorgkantoren wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende deelsectoren binnen de zorg in natura. De verdeling van de middelen over de verschillende deelsectoren binnen de contracteerruimte vindt plaats op basis van het inkoopbeleid van de zorgkantoren. Dit inkoopbeleid houdt nadrukkelijk rekening met de geïndiceerde zorg. De verdeling tussen de verschillende deelsectoren zoals aangegeven in de tabel 2 is dus gebaseerd op de historische gegevens over de uitgaven.

De gehanteerde werkwijze ten aanzien van de contracteerruimte betekent, dat op voorhand niet alle extra middelen aan deelsectoren kunnen worden toegewezen. Dit betreft met name de beschikbare groeiruimte die in het FBZ is opgenomen onder de post «onverdeeld». Deze post wordt alsnog aan de deelsectoren toegevoegd op basis van de realisatiegegevens.

In het Financieel Beeld Zorg zijn de middelen onderverdeeld naar deelsectoren ten einde meer informatie te verschaffen over de zorg die binnen de contracteerruimte geleverd wordt.

De intramurale zorg wordt onderverdeeld naar verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg en langdurige geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast worden de extramurale zorg, dagbesteding en vervoer en overige zorg in natura onderscheiden. Onder overig vallen onder meer de geoormerkte middelen (onder andere de regeling Meerzorg) en diverse andere posten. Ten slotte is er de onverdeelde ruimte. Hieronder vallen de gereserveerde onverdeelde groeiruimte voor de zorg in natura, onverdeelde intensiveringen en maatregelen.

Het persoonsgebonden budget valt niet onder de zorg in natura en niet onder de contracteerruimte. Dit betreft een subsidieregeling waarvan het subsidieplafond jaarlijks door VWS wordt vastgesteld. Het CVZ voert de subsidieregeling uit.

De kapitaallasten worden geleidelijk in de contracteerruimte opgenomen door de gefaseerde invoering van integrale tarieven. De deelsector voor de kapitaallasten wordt hierdoor geleidelijk verlaagd en de sectoren voor intramurale zorg worden geleidelijk verhoogd.

Op basis van gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven van de deelsectoren zorg in natura over 2013 (en verder) geactualiseerd. De totale overschrijding bij de zorg in natura bedraagt € 286 miljoen 26. De achtergrond hiervan is een stijging van verleende zorg, toegenomen kapitaallasten vanwege eerder in gebruik genomen nieuwe capaciteit en versnelde afschrijving van immateriële vaste activa in verband met de invoering van de normatieve huisvestingscomponent. Daarnaast is er sprake van een meevaller van ruim € 39 miljoen bij de AWBZ-ontvangsten.
Tabel 3 Intramurale ggz (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

1.513,1

1.467,9

1.490,6

1.535,6

1.576,9

1.605,3

1.605,3

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

22,7

22,1

22,5

8,4

9,1

9,7

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

39,6

36,0

36,0

36,0

36,0

36,0

36,0

Intensiveringen

             

groeiruimte tranche 2012

35,1

35,1

35,1

35,1

35,1

35,1

35,1

Maatregelen

             

extramuraliseren

0,0

– 1,8

– 5,4

– 2,1

– 3,1

– 4,3

– 5,1

Technisch

             

overheveling AWBZ naar Zvw

– 1,8

– 10,7

– 10,7

– 10,7

– 10,7

– 10,7

– 10,7

overig

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

Stand ontwerpbegroting 2014

1.587,0

1.550,2

1.568,6

1.617,4

1.643,6

1.671,5

1.671,2

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de intramurale zorgzwaartepakketten in de langdurige geestelijke gezondheidszorg. De extramurale en intramurale geneeskundige geestelijke gezondheidszorg korter dan een jaar valt onder de Zorgverzekeringswet.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven van deze deelsector geactualiseerd. Deze mutatie betreft het aandeel van deze deelsector in de totale (structurele) overschrijding bij de zorg in natura van € 286 miljoen.

Intensiveringen

groeiruimte tranche 2012

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2012.

Maatregelen

extramuraliseren

Gemeenten ontvangen (zoals aangekondigd in de decembercirculaire 2012 van het gemeentefonds) compensatie voor hogere kosten in de Wmo als gevolg van het extramuraliseren van lichte zorgzwaartepakketten in de AWBZ voor nieuwe cliënten. Daarnaast worden de extra uitgaven aan de huurtoeslag structureel gecompenseerd.

Technisch

overheveling AWBZ naar Zvw

In het kader van de beleidsregel «Overheveling ggz-budget AWBZ-Zvw» is het voor ggz-instellingen mogelijk te schuiven tussen AWBZ- en Zvw-budgetten voor de ggz.

overig

Dit betreft het overhevelen van middelen van nominaal en onverdeeld AWBZ naar de beleidssectoren.

Tabel 4 Intramurale gehandicaptenzorg (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

5.125,9

4.980,0

5.059,4

5.216,9

5.361,6

5.460,8

5.460,8

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

76,8

74,9

76,3

79,2

81,9

83,7

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

37,8

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

Intensiveringen

             

groeiruimte tranche 2012

118,9

118,9

118,9

118,9

118,9

118,9

118,9

Maatregelen

             

extramuraliseren

0,0

– 1,2

– 3,8

– 1,5

– 2,2

– 2,9

– 3,9

Technisch

             

overig

0,6

0,6

0,6

1,6

1,6

1,6

1,6

Stand ontwerpbegroting 2014

5.283,1

5.200,7

5.275,6

5.437,9

5.584,8

5.685,9

5.686,8

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de zorgzwaartepakketten in de intramurale gehandicaptenzorg beschreven. Onder deze sector valt de zorg in instellingen voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten en voor visueel en/of auditief gehandicapten.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven van deze deelsector geactualiseerd. Deze mutatie betreft het aandeel van deze deelsector in de totale (structurele) overschrijding bij de zorg in natura van € 286 miljoen.

Intensiveringen

groeiruimte tranche 2012

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2012.

Maatregelen

extramuraliseren

Gemeenten ontvangen (zoals aangekondigd in de decembercirculaire 2012 van het gemeentefonds) compensatie voor hogere kosten in de Wmo als gevolg van het extramuraliseren van lichte zorgzwaartepakketten in de AWBZ voor nieuwe cliënten. Daarnaast worden de extra uitgaven aan de huurtoeslag structureel gecompenseerd.

Technisch

overig

Dit betreft het overhevelen van middelen van nominaal en onverdeeld AWBZ naar de beleidssectoren.

Tabel 5 Intramurale verpleging en verzorging (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

8.539,2

7.949,8

8.074,6

8.322,1

8.549,5

8.705,4

8.705,4

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

115,7

120,2

122,5

127,0

131,2

134,1

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

54,6

34,6

34,6

34,6

34,6

34,6

34,6

Intensiveringen

             

groeiruimte tranche 2012

198,0

198,0

198,0

198,0

198,0

198,0

198,0

Maatregelen

             

extramuraliseren

0,0

– 16,0

– 59,7

– 27,7

– 39,7

– 48,4

– 51,8

Technisch

             

overheveling Zvw naar AWBZ

0,0

0,0

38,0

38,0

38,0

38,0

38,0

overig

1,4

1,4

1,4

0,4

0,4

0,4

0,4

Stand ontwerpbegroting 2014

8.793,2

8.283,6

8.407,1

8.687,9

8.907,8

9.059,2

9.058,7

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de zorgzwaartepakketten in de verpleging en verzorging. Onder deze sector valt de zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven van deze deelsector geactualiseerd. Deze mutatie betreft het aandeel van deze deelsector in de totale (structurele) overschrijding bij de zorg in natura van € 286 miljoen.

Intensiveringen

groeiruimte tranche 2012

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2012.

Maatregelen

extramuraliseren

Gemeenten ontvangen (zoals aangekondigd in de decembercirculaire 2012 van het gemeentefonds) compensatie voor hogere kosten in de Wmo als gevolg van het extramuraliseren van lichte zorgzwaartepakketten in de AWBZ voor nieuwe cliënten. Daarnaast worden de extra uitgaven aan de huurtoeslag structureel gecompenseerd.

Technisch

overheveling Zvw naar AWBZ

Op basis van realisatiecijfers 2012 met betrekking tot de geriatrische revalidatiezorg is gebleken dat er vanaf 2013 € 38 miljoen te veel is overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw. Hiervoor vindt thans een correctie plaats.

overig

Dit betreft het overhevelen van middelen van nominaal en onverdeeld AWBZ naar de beleidssectoren.

Tabel 6 Extramurale zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

4.082,2

4.013,5

4.013,5

4.013,5

4.013,5

4.013,5

4.013,5

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

60,9

59,9

59,9

50,9

50,9

50,9

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

53,1

43,5

43,5

43,5

43,5

43,5

43,5

Intensiveringen

             

groeiruimte tranche 2012

94,7

94,7

94,7

94,7

94,7

94,7

94,7

Technisch

             

ADL

– 76,9

– 76,9

– 76,9

– 76,9

– 76,9

– 76,9

– 76,9

overig

– 3,0

– 3,0

– 3,0

– 3,0

– 3,0

– 3,0

– 3,0

Stand ontwerpbegroting 2014

4.150,1

4.132,7

4.131,7

4.131,7

4.122,7

4.122,7

4.122,7

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de extramurale zorg. Onder deze zorg valt persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding en behandeling die in de eigen woonomgeving wordt gegeven.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven van deze deelsector geactualiseerd. Deze mutatie betreft het aandeel van deze deelsector in de totale (structurele) overschrijding bij de zorg in natura van € 286 miljoen.

Intensiveringen

groeiruimte tranche 2012

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2012.

Technisch

ADL

Betreft de overheveling van ADL (Activiteiten van het Dagelijks Leven) van extramurale zorg naar overig zorg in natura.

overig

Dit betreft het overhevelen van middelen van nominaal en onverdeeld AWBZ naar de beleidssectoren.

Tabel 7 Dagbesteding en vervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

1.208,0

1.058,0

1.058,0

1.058,0

1.058,0

1.058,0

1.058,0

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

18,0

15,8

15,8

15,8

15,8

15,8

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 1,4

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

Intensiveringen

             

groeiruimte tranche 2012

28,0

28,0

28,0

28,0

28,0

28,0

28,0

Technisch

             

overig

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

Stand ontwerpbegroting 2014

1.238,6

1.103,9

1.101,7

1.101,7

1.101,7

1.101,7

1.101,7

Op deze deelsector worden de uitgaven verantwoord voor cliënten die thuis wonen en één of meer dagdelen per week voor dagbesteding naar een instelling gaan. Vanwege de geringe mobiliteit van deze cliënten is vervoer veelal noodzakelijk. Het betreft ook intramurale cliënten die dagbesteding genieten op een andere locatie.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven van deze deelsector geactualiseerd. Deze mutatie betreft het aandeel van deze deelsector in de totale (structurele) overschrijding bij de zorg in natura van € 286 miljoen.

Intensiveringen

groeiruimte tranche 2012

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2012.

Technisch

overig

Dit betreft het overhevelen van middelen van nominaal en onverdeeld AWBZ naar de beleidssectoren.

Tabel 8 Kapitaallasten (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

2.400,3

2.140,2

1.899,0

1.418,2

939,3

595,6

595,6

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

44,2

39,4

34,9

26,1

17,3

11,0

Mee- en tegenvallers

             

nhc's

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

– 94,0

IVA

53,0

53,0

53,0

53,0

53,0

53,0

0,0

Technisch

             

overheveling AWBZ naar Zvw

0,0

0,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

overheveling V&J

0,0

– 26,7

– 26,7

– 26,7

– 26,7

– 26,7

– 26,7

Stand ontwerpbegroting 2014

2.453,3

2.210,7

1.949,7

1.464,5

976,7

624,2

470,9

Deze deelsector betreft de na te calculeren kapitaallasten van de gebouwen waarin AWBZ-zorg met verblijf wordt geleverd.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

nhc’s

Dit betreft de extrapolatie 2018 van de effecten van de invoering van de normatieve huisvestingscomponent (nhc).

IVA

De compensatieregeling immateriële vaste activa (IVA) leidt tot een tegenvaller van circa € 53 miljoen in de jaren 2012 tot en met 2017. De regeling is bedoeld voor het versneld afschrijven op resterende boekwaarde van vaste activa in het kader van de invoering van de normatieve huisvestingscomponent (nhc).

Technisch

overheveling AWBZ naar Zvw

In de begroting 2013 is € 15 miljoen incidenteel overgeheveld tussen AWBZ en Zvw als gevolg van de gewijzigde systematiek van de berekening van de toe te rekenen kapitaallasten door de NZa. Op basis van de huidige cijfers, is de schuif vanaf 2014 structureel € 15 miljoen.

overheveling Veiligheid & Justitie

Met ingang van 2007 zijn de exploitatiemiddelen voor de strafrechtelijke forensische zorg overgeheveld van de AWBZ naar de begroting van Veiligheid en Justitie. De bijbehorende kapitaallasten zijn destijds nog niet overgeheveld in afwachting van de ontwikkeling van de normatieve huisvestingscomponent (nhc). De middelen worden nu overgeheveld naar de begroting van Veiligheid en Justitie.

Tabel 9 Overige Zorg in Natura (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

979,0

1.108,1

1.108,1

1.108,1

1.108,1

1.108,1

1.108,1

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

17,2

16,5

16,5

16,5

16,5

16,5

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

35,4

35,4

35,4

35,4

35,4

35,4

35,4

Intensiveringen

             

groeiruimte tranche 2012

26,1

29,9

33,7

35,8

35,8

35,8

35,8

Technisch

             

ADL

76,9

76,9

76,9

76,9

76,9

76,9

76,9

ijklijnmutatie

0,0

0,0

0,0

– 2,1

– 2,1

– 2,1

– 2,1

Stand ontwerpbegroting 2014

1.117,4

1.267,5

1.270,6

1.270,6

1.270,6

1.270,6

1.270,6

Op deze deelsector worden alle uitgaven verantwoord die niet – direct – toe te rekenen zijn aan één van de andere deelsectoren in de AWBZ of waarvoor specifiek middelen beschikbaar zijn gesteld. Het gaat bijvoorbeeld om geoormerkte middelen in de aanwijzing Contracteerruimte AWBZ (onder andere de regeling Meerzorg, kleinschalige experimenten, ketenzorg dementie), toeslagen, de kosten van kind- en jeugdpsychiatrie en de uitgaven voor het Volledig Pakket Thuis (VPT).

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven van deze deelsector geactualiseerd. Deze mutatie betreft het aandeel van deze deelsector in de totale (structurele) overschrijding bij de zorg in natura van € 286 miljoen.

Intensiveringen

groeiruimte tranche 2013

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2012.

Technisch

ADL

Betreft de overheveling van ADL (Activiteiten van het Dagelijks Leven) van extramurale zorg naar overig zorg in natura.

ijklijnmutatie

Overboeking naar de begrotingsgefinancierde uitgaven op artikel 7 ten behoeve van de extra kosten van Joodse en Indische instellingen.

Tabel 10 Nominaal en onverdeeld AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

353,1

1.422,5

3.285,3

4.308,8

5.967,1

7.727,4

7.727,4

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

– 63,3

– 578,6

– 556,4

– 552,0

– 1.420,2

– 2.074,2

– 1.743,9

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

61,4

61,4

61,4

61,4

61,4

61,4

61,4

Intensiveringen

             

hepatitis B

– 10,0

– 10,0

– 10,0

– 10,0

– 10,0

– 10,0

– 10,0

hpv-vaccinatie

– 6,0

– 6,0

– 6,0

– 6,0

– 6,0

– 6,0

– 6,0

extrapolatie groei AWBZ

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

683,5

uitdeling groei tranche 2012

– 503,3

– 509,8

– 513,6

– 515,7

– 515,7

– 515,7

– 515,7

Maatregelen

             

functies dagbesteding en begeleiding

0,0

0,0

0,0

– 1.565,0

– 1.565,0

– 1.580,0

– 1.590,0

extrapolatie extramuraliseren

           

– 100,0

verzachten maatregel extramuraliseren

0,0

0,0

0,0

30,0

130,0

280,0

300,0

korting contracteerruimte

0,0

0,0

– 330,0

0,0

0,0

0,0

0,0

besparing herziening AWBZ

0,0

0,0

0,0

0,0

– 45,0

– 500,0

– 500,0

tariefsaanpassing

0,0

0,0

– 160,0

– 200,0

– 200,0

– 250,0

– 250,0

extramuraliseren

0,0

0,0

0,0

0,0

– 35,0

– 70,0

– 75,0

beperken groeiruimte CR

0,0

0,0

– 21,0

– 21,0

– 169,0

– 260,0

– 274,0

loon- en prijsbijstelling

0,0

0,0

– 60,0

– 215,0

– 314,0

– 425,0

– 429,0

Technisch

             

financieringsmutatie

68,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

ramingsbijstelling groei zin

0,0

– 60,0

– 185,0

– 185,0

– 185,0

– 185,0

– 185,0

overige mutaties

168,1

26,1

61,1

– 1.409,1

– 1.387,9

– 1.373,7

– 1.320,7

groei pgb

0,0

0,0

– 190,0

– 190,0

– 190,0

– 190,0

– 190,0

Stand ontwerpbegroting 2014

68,2

345,6

1.375,8

– 468,6

115,7

629,2

1.583,0

Deze niet-beleidsmatige deelsector heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit deze deelsector vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige deelsectoren binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op deze deelsector geplaatst die nog niet aan de deelsectoren zijn toegedeeld.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

De tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsbijstelling is uitgedeeld aan de diverse deelsectoren.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven geactualiseerd. Deze mutatie is een onderdeel van de totale (structurele) overschrijding van € 286 miljoen.

Intensiveringen

hepatitis B

Met ingang van 2012 is voor alle kinderen de vaccinatie hepatitis B toegevoegd aan het Rijksvaccinatieprogramma. Deze middelen zijn overgeheveld van nominaal en onverdeeld AWBZ naar de deelsector voor het rijksvaccinatieprogramma.

hpv-vaccinatie

Vanaf 2013 worden er weer HPV-vaccins aangeschaft. Tot en met 2012 heeft het RIVM kunnen volstaan met de voorraad HPV-vaccins die in 2009 zijn aangeschaft voor de invoering en de inhaalcampagne HPV. Deze voorraad is ontstaan doordat de opkomst lager was dan verwacht. De middelen hiervoor zijn overgeheveld van nominaal en onverdeeld AWBZ naar de deelsector voor het rijksvaccinatieprogramma.

extrapolatie groei AWBZ

De raming van de groei van de zorguitgaven voor 2018 is toegevoegd.

uitdeling groei tranche 2012

Dit betreft het uitdelen van de groeiruimte 2012 aan de verschillende deelsectoren.

Maatregelen

functies dagbesteding en begeleiding

Gemeenten worden geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging. Deze mutatie betreft de besparing die hiervoor in het regeerakkoord Rutte-Asscher is ingeboekt.

extrapolatie extramuraliseren

Dit betreft het effect voor 2018 van de maatregel extramuraliseren uit het Begrotingsakkoord 2013. In de Zorgafspraken is deze maatregel gedeeltelijk verzacht.

verzachten maatregel extramuraliseren

De maatregel extramuraliseren lage ZZP’s wordt verzacht naar aanleiding van afspraken in de Zorgafspraken die gesloten zijn met werkgevers en werknemers. Doordat meer cliënten toegang houden tot instellingszorg ontstaat een besparingsverlies dat oploopt tot € 300 miljoen in 2018.

korting contracteerruimte/tarieven

Er wordt gekort op de zorg in natura en de pgb-tarieven, ter dekking van het besparingsverlies voor het beschikbaar houden van dagbesteding en persoonlijke verzorging in 2014. Hiermee is een bedrag van € 330 miljoen gemoeid.

besparing herziening AWBZ

De AWBZ wordt omgevormd tot een nieuwe verzekering waarin alleen de zware intramurale ouderen- en gehandicaptenzorg wordt opgenomen. De wet krijgt daarbij een centraal beleidskader voor zowel zorg in natura als pgb’s. Deze mutatie betreft de besparing die aan deze herziening is verbonden.

tariefsaanpassing

Ter dekking van de afspraken in de Zorgafspraken die het kabinet heeft gesloten met werkgevers en werknemers wordt een tariefmaatregel getroffen bij de extramurale verpleging en intramurale zorg die oploopt tot € 250 miljoen structureel.

extramuraliseren

Deze mutatie betreft de maatregel uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher voor het extramuraliseren van ZZP 4 in de ouderen- en gehandicaptenzorg. In de Zorgafspraken van dit voorjaar is deze maatregel gedeeltelijk verzacht.

beperken groei contracteerruimte

De beschikbare ruimte (contracteerruimte) voor de kern-AWBZ wordt gekort. Om de budgettaire beheersbaarheid te behouden wordt het regime van de contracteerruimte aangescherpt.

loon- en prijsbijstelling

In het regeerakkoord Rutte-Asscher is de afspraak gemaakt om de incidentele looncomponent (ILO) op nul te stellen in 2016 en 2017. In de Zorgafspraken van dit voorjaar is afgesproken dit al te starten in 2014 en door te laten lopen tot en met 2017. Dit levert voor de care een bedrag van € 429 miljoen structureel op.

Technisch

financieringsmutatie

Er is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. Deze verschillen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de uitgaven.

ramingsbijstelling groei zin

Deze mutatie betreft een ramingsbijstelling van de groei van zorg in natura.

overige mutaties

Deze post is het saldo van verschillende mutaties waaronder de overhevelingen van de AWBZ-functie extramurale verpleging en de langdurige ggz die in het regeerakkoord Rutte-Asscher zijn afgesproken. Activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging gaan – net als begeleiding – vallen onder de Wmo. Over de precieze verdeling van deze functies over Zvw en Wmo moet nog een besluit worden genomen waardoor de bedragen nog niet op de betreffende deelsectoren zijn afgeboekt.

groei pgb

Deze mutatie betreft een overboeking van gereserveerde groei voor het pgb van nominaal en onverdeeld naar het pgb.

Tabel 11 Pgb (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

2.526,8

2.567,9

2.159,2

2.248,4

2.219,6

2.185,6

2.185,6

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

67,3

68,4

57,5

52,7

51,9

51,0

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 10,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

besparingsverlies 10-uurscriterium

0,0

0,0

125,0

125,0

125,0

125,0

125,0

lager tarief niet-professionele zorg

0,0

0,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

aanpak pgb-fraude

0,0

0,0

– 40,0

– 40,0

– 40,0

– 40,0

– 40,0

pgb-tarieven

0,0

0,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

Technisch

             

groei pgb

0,0

0,0

190,0

190,0

190,0

190,0

190,0

overige mutaties

– 44,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2014

2.472,5

2.635,2

2.417,6

2.495,9

2.462,3

2.427,5

2.426,6

Deze deelsector betreft de kosten van de subsidieregeling pgb.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van het CVZ zijn de uitgaven van deze deelsector geactualiseerd. In 2012 is sprake van een beperkte en incidentele meevaller.

besparingsverlies 10-uurscriterium

In het Begrotingsakkoord 2013 is afgesproken om een gewijzigd 10-uurscriterium (alleen op basis van de functie Begeleiding) te hanteren om de pgb-uitgaven in lijn te brengen met de beschikbare pgb-middelen. Vanaf 2014 zou dit criterium ook gelden voor bestaande budgethouders met alleen begeleiding. Deze budgethouders houden echter ook in 2014 hun bestaande rechten wat leidt tot een besparingsverlies van € 125 miljoen.

lager tarief niet-professionele zorg

Als dekking voor het besparingsverlies van het 10-uurscriterium worden voor nieuwe budgethouders de tarieven voor niet-professionele zorg verlaagd. Dit levert € 25 miljoen op.

aanpak pgb-fraude

Het ingezette beleid om het pgb fraudebestendig te maken, levert een verwachte besparing op van € 40 miljoen.

pgb-tarieven

De pgb-tarieven worden niet geïndexeerd, wat € 60 miljoen opbrengt.

Technisch

groei pgb

Deze mutatie betreft een overboeking van gereserveerde groei voor het pgb van nominaal en onverdeeld naar het pgb.

overige mutaties

Deze mutatie betreft de doorwerking 2012 van de maatregel begeleiding uit 2008.

Tabel 12 Subsidies MEE (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

193,0

172,6

174,0

173,5

173,4

173,4

173,4

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

5,1

4,6

4,6

4,7

4,7

4,7

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 2,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2014

190,3

177,7

178,6

178,1

178,1

178,1

178,1

Op deze deelsector wordt de subsidie aan MEE-organisaties verantwoord. MEE-organisaties ontvangen een subsidie van het CVZ op grond van de AWBZ.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van de gegevens van het CVZ zijn de zorguitgaven 2012 geactualiseerd. Dit betreft echter nog een voorlopig beeld. Uit de huidige actualisering volgen lagere uitgaven van € 2,7 miljoen.

Tabel 13 Beschikbaarheidbijdrage opleidingen AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

0,0

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

Intensiveringen

             

groeiruimte opleidingsfonds AWBZ

0,0

0,0

0,0

0,0

1,0

2,0

2,0

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

26,4

26,4

26,4

27,4

28,4

28,4

Met ingang van 2013 wordt een aantal ggz-opleidingen, de opleiding arts verstandelijk gehandicapten en de opleiding specialist ouderengeneeskunde via een beschikbaarheidbijdrage op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) gefinancierd. De uitvoering geschiedt door de NZa. De betalingen lopen via het CVZ.

Intensiveringen

groeiruimte opleidingsfonds AWBZ

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2016 en 2017.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Tabel 14 Beheerskosten/ diversen AWBZ (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

213,9

219,1

225,5

229,1

229,5

229,5

229,5

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

5,8

5,9

6,1

4,9

4,9

4,9

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 2,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

overige mutaties

0,0

0,0

0,0

0,0

– 0,1

– 0,1

– 0,1

Maatregelen

             

beheerskosten

0,0

0,0

0,0

– 42,0

– 42,0

– 42,0

– 42,0

Stand ontwerpbegroting 2014

211,1

224,9

231,4

193,2

192,2

192,2

192,2

Op deze deelsector worden enkele sector overstijgende uitgaven verantwoord. Het betreft met name de uitvoeringskosten ten laste van de AWBZ van zorgkantoren en Sociale Verzekeringsbank (SVb). Ook de kosten van het College Sanering Zorginstellingen vallen onder deze deelsector.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van het CVZ zijn de uitgaven bijgesteld.

overige mutaties

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

Maatregelen

beheerskosten

De AWBZ wordt omgevormd tot een nieuwe verzekering waarin alleen de zware intramurale ouderen- en gehandicaptenzorg wordt opgenomen. Dit levert een besparing op in de uitvoeringskosten vanaf 2015 van € 42 miljoen.

Tabel 15 Overige AWBZ-zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

56,2

56,8

56,8

56,8

56,8

56,8

56,8

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

4,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Intensiveringen

             

groeiruimte tandheelkundige zorg (AWBZ)

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Technisch

             

overig

– 13,7

– 14,3

– 14,3

– 14,3

– 14,3

– 14,3

– 14,3

Stand ontwerpbegroting 2014

46,6

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

Op deze deelsector worden de kosten verantwoord van medisch-specialistische instellingen voor de zogenaamde «verkeerde bed» problematiek en de kosten van AWBZ-instellingen voor tandheelkundige zorg.

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van gegevens van het CVZ zijn de uitgaven bijgesteld. De mutatie betreft tandheelkundige zorg in AWBZ-instellingen.

Intensiveringen

groeiruimte tandheelkundige zorg (AWBZ)

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2012.

Technisch

overig

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

Tabel 16 Rijksvaccinatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

105,5

113,5

113,5

113,5

113,5

113,5

113,5

Nominaal

             

loon- en prijsbijstelling

0,0

3,0

3,3

3,3

3,3

3,3

3,3

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

– 25,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Intensiveringen

             

groeiruimte rijksvaccinatieprogramma

2,4

5,1

5,1

5,1

5,1

5,1

5,1

hepatitis B

10,0

10,0

10,0

10,0

10,0

10,0

10,0

hpv-vaccinatie

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

Technisch

             

financieringsmutatie

5,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2014

103,3

137,6

137,9

137,9

137,9

137,9

137,9

Deze sector omvat het Rijksvaccinatieprogramma (RVP).

Nominaal

loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2013 van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Van het CVZ/CAK is inmiddels de realisatie van de bevoorschotting 2012 ontvangen. Dit resulteert in een onderschrijding van € 25,6 miljoen bij het Rijksvaccinatieprogramma.

Intensiveringen

groeiruimte rijksvaccinatieprogramma

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2012 en 2013.

hepatitis B

Met ingang van 2012 is voor alle kinderen de vaccinatie hepatitis B toegevoegd aan het Rijksvaccinatieprogramma.

hpv-vaccinatie

Vanaf 2013 worden er weer HPV-vaccins aangeschaft. Tot en met 2012 heeft het RIVM kunnen volstaan met de voorraad HPV-vaccins die in 2009 zijn aangeschaft voor de invoering en de inhaalcampagne HPV. Deze voorraad is ontstaan doordat de opkomst lager was dan verwacht.

Technisch

financieringsmutatie

Er is een zekere tijdsverloop tussen het moment dat de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting van de instellingen. Als gevolg daarvan wijkt de financiering binnen een jaargrens af van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan er financieringsachterstanden of -voorsprongen. Financieringsmutaties hebben wel invloed op de hoogte van de zorguitgaven in enig jaar, maar over een langere periode bezien heffen financieringsvoorsprongen en -achterstanden elkaar op.

Tabel 17 Ontvangsten AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

1.656,4

1.819,4

1.847,1

1.898,4

1.923,1

1.950,0

1.950,0

Mee- en tegenvallers

             

actualisering

39,4

39,4

39,4

39,4

39,4

39,4

39,4

ramingsbijstelling vermogensinkomensbijtelling

0,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

ramingsbijstelling intramurale eigen bijdrage

0,0

0,0

255,0

255,0

255,0

255,0

255,0

Intensiveringen

             

groeiruimte

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

27,3

eigen bijdrage jeugdzorg

0,0

0,0

0,0

– 35,0

– 35,0

– 35,0

– 35,0

verzachten regeerakkoordmaatregel

0,0

0,0

– 248,0

– 248,0

– 248,0

– 248,0

– 248,0

vermogensinkomensbijtelling

0,0

– 17,0

– 17,0

– 17,0

– 17,0

– 17,0

– 17,0

Maatregelen

             

afschaffen Wtcg

0,0

0,0

0,0

180,0

180,0

180,0

180,0

verhogen intramurale eigen bijdrage

0,0

0,0

50,0

50,0

50,0

50,0

50,0

Stand ontwerpbegroting 2014

1.695,8

1.858,8

1.943,5

2.139,8

2.164,5

2.191,4

2.218,7

Betreft de eigen bijdragen die binnen de AWBZ verplicht zijn.

Mee- en tegenvallers

actualisering

Op basis van de CVZ-jaarcijfers doet zich in 2012 een ontvangstenmeevaller voor bij de eigen bijdragen AWBZ. Deze meevaller wordt structureel verondersteld.

ramingsbijstelling vermogensinkomensbijtelling

De opbrengst van het verhogen van de vermogensinkomensbijtelling in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is hoger dan geraamd. Deze meeropbrengst wordt ingezet voor de verzachting van deze maatregel.

ramingsbijstelling intramurale eigen bijdrage

De maatregel «verhogen intramurale eigen bijdrage» uit het regeerakkoord Rutte-Asscher levert meer op dan destijds werd aangenomen. Deze meeropbrengst wordt gebruikt om de maatregel gericht te verzachten.

Intensiveringen

groeiruimte

De raming van de groei van de ontvangsten eigen bijdragen 2018 is toegevoegd.

eigen bijdrage jeugdzorg

De introductie van een eigen bijdrage in de jeugdzorg, die per 2015 was voorzien en door gemeenten zou worden uitgevoerd, wordt ongedaan gemaakt.

verzachten regeerakkoordmaatregel

De verhoging van de intramurale eigen bijdrage uit het regeerakkoord Rutte-Asscher wordt verzacht en de systematiek vereenvoudigd.

vermogensinkomensbijtelling

De vermogensinkomensbijtelling uit het regeerakkoord Rutte-Asscher wordt gericht verzacht.

Maatregelen

afschaffen Wtcg

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher is afgesproken dat de bestaande regelingen voor financiële compensatie (Wtcg, CER en de regeling specifieke zorgkosten) worden afgeschaft. Ook de Wtcg-korting op de eigen bijdrage AWBZ/Wmo voor extramurale gevallen vervalt, dit leidt tot een extra opbrengst van € 180 miljoen aan eigen bijdragen.

verhogen intramurale eigen bijdrage

Deze mutatie betreft de maatregel uit het regeerakkoord om de intramurale eigen bijdrage te verhogen tot de zak- en kleedgeldnorm.

Noot 16: Het Budgettair Kader Zorg legt aan het begin van de kabinetsperiode de ontwikkeling van de uitgaven vast voor elk van de komende vier jaren. Gedurende de kabinetsperiode wordt het kader aangepast voor de jaarlijkse prijsstijging. Hiervoor wordt de CPB-raming van de prijsindex van de nationale bestedingen (pNB) gebruikt. Bij de raming van het BKZ is de stand netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2013 als uitgangspunt genomen. In deze stand is al uitgegaan van een autonome groei van de zorguitgaven conform de raming van het Centraal Plan Bureau (CPB). Hierin zijn vervolgens de maatregelen voortvloeiend uit het regeerakkoord en de macro-economische doorwerking verwerkt. De macro-economische doorwerking bestaat grotendeels uit een wijziging in de nominale ontwikkeling van de zorguitgaven als gevolg van de doorrekening van het regeerakkoord door het CPB.

Noot 17: De vergoeding voor de loon- en prijsbijstelling 2014 is nog niet definitief vastgesteld.

Noot 18: Er wordt gerekend met het gemiddeld eigen risico dat een verzekerde betaalt die geen compensatie eigen risico ontvangt.

Noot 19: In de wet is ook vastgelegd dat indien de gerealiseerde verhouding niet 1 op 1 is, er een correctie plaatsvindt in volgende jaren. Dit betekent dat als de verhouding van de gerealiseerde inkomsten in enig jaar anders uitvalt dan beoogd (bijvoorbeeld omdat de inkomensafhankelijke bijdrage € 200 miljoen tegenvalt), er in een volgend jaar allereerst weer wordt uitgegaan van een 50/50-verdeling (waardoor de inkomensafhankelijke bijdrage € 200 miljoen meer stijgt dan de nominale premie), maar daarnaast in vier jaar de «fout» van € 200 miljoen wordt weggewerkt door de inkomensafhankelijke bijdrage € 50 miljoen hoger vast te stellen dan het nominale deel.

Noot 20: In tabel 15 zijn de zorguitgaven van zorgverzekeraars, de uitkering aan de verzekeraars en het exploitatiesaldo van het ZVF in 2013, inclusief een incidentele bijstelling met € 0,1 miljard in verband met de dbc-hobbel bij de revalidatiezorg. In 2013 worden de zorgverzekeraars geconfronteerd met een incidentele opwaartse bijstelling van hun schadelast vanwege de introductie van dbc’s in de overgehevelde geriatrische revalidatiezorg. Zorgverzekeraars dienen in 2013 zowel alle geleverde zorg in 2013 te verantwoorden als geleverde zorg in 2014 op in 2013 geopende dbc’s. Deze schadestijging hangt dus niet samen met meer geleverde zorg. Daarom is deze stijging niet relevant voor het BKZ en het EMU-saldo. Om te voorkomen dat zorgverzekeraars ter dekking van deze louter boekhoudkundige hobbel hun premie verhogen worden zij hiervoor gecompenseerd via het ZVF. Deze incidentele uitgave van het ZVF hoeft niet te worden opgevangen via hogere premies, omdat het normvermogen van het ZVF in samenhang hiermee is aangepast. In tabel 14 is bij de uitgaven en het saldo van het ZVF geen rekening gehouden met deze incidentele hobbel.

Noot 21: Over de jaren 2006 tot en met 2012 heeft de IAB fors minder opgeleverd dan de nominale inkomsten. Omdat in de begroting 2013 een verschil van € 1,6 miljard werd voorzien, is de IAB 2013 zodanig vastgesteld dat de IAB in 2013 naar de inschatting in de begroting 2013 € 0,4 miljard meer zou opleveren dan de nominale inkomsten. De IAB 2013 levert naar huidig inzicht € 0,2 miljard minder op dan in de begroting geraamd vanwege tegenvallende economische groei. Omdat de zorgverzekeraars hun nominale premie 2013 lager hebben vastgesteld dan geraamd in de begroting 2013 en de eigen bijdrage GGZ geschrapt is, komt de IAB in 2013 op grond van de huidige raming € 0,6 miljard hoger uit dan de nominale component. Mede vanwege bijstellingen van de cijfers voor 2011 en 2012 heeft de IAB over de jaren 2006 tot en met 2013 € 0,7 miljard minder opgeleverd dan de nominale inkomsten. Dit verschil wordt in vier jaar weggewerkt. De IAB 2014 wordt daarom € 0,2 miljard hoger vastgesteld dan de nominale inkomsten. De daling van het verschil tussen de IAB en de nominale inkomsten met € 0,4 miljard leidt tot een daling van de IAB met € 0,2 miljard en tot een stijging van de nominale inkomsten met € 0,2 mld.

Noot 22: Zowel de ontwikkeling van de uitgaven van zorgverzekeraars als de bijdrage uit het ZVF aan zorgverzekeraars wordt in 2013 voor ruim € 0,1 miljard vertekend in verband met de (compensatie van de) dbc-hobbel bij revalidatie; zie voetnoot 20. Gecorrigeerd voor deze hobbel stijgt de bijdrage uit het ZVF met € 1,3 miljard.

Noot 23: Via de rekenpremies worden alle onderdelen van de totale te financieren last gedekt, met uitzondering van de beheerskosten/winst van zorgverzekeraars. De raming daarvan ten tijde van de begroting 2013, toen de rekenpremie 2013 werd bepaald, bedroeg € 43,4 mld. De raming 2014 in deze begroting bedraagt € 42,6 miljard.

Noot 24: In deze begroting worden voor 2013 lagere zorguitgaven door zorgverzekeraars geraamd dan in de begroting 2013, met name als gevolg van goedkoper inkopen van geneesmiddelen. Dit inkoopvoordeel mogen de zorgverzekeraars houden. De winst van zorgverzekeraars in 2014 wordt dus deels behaald via de opslagpremie en deels via goedkoper inkopen dan door VWS geraamd. In de uitgavenraming voor 2014 in deze begroting is de meevaller bij de geneesmiddelen structureel verwerkt. Als deze conform verwachting weer optreedt in 2014, dan is dat dus geen meevaller voor de zorgverzekeraars. De gehele geraamde winst moet daarom gedekt worden via de opslagpremie.

Noot 25: Hierbij is verondersteld dat de zorgverzekeraars ten tijde van de premiestelling een uitgavenmeevaller ten opzichte van de begroting voorzagen van € 0,2 mld.

Noot 26: De overschrijding is een optelsom van de actualiseringsmutaties op de zorg in natura sectoren.