Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

1. Algemene beleidsdoelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en waarbij ondersteuning en zorg worden aangeboden op grond van de complexiteit van de zorgvraag én de kwetsbaarheid van de betreffende burger. Er wordt gestreefd naar welbevinden en (daarmee naar) een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

In aanloop naar de invoering van de hervorming van de langdurige zorg en ondersteuning (in 2015) zal een nieuwe algemene indicator of kengetal worden ontwikkeld. Onderstaande gegevens hebben hoofdzakelijk betrekking op de ondersteuningskant van bijgaand artikel.

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2012 (percentages)

< 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel 65-plus als 65-min

Bron: Participatiemonitor 2013, NIVEL

Mensen met een lichamelijke beperking zijn conform de participatiemonitor van het NIVEL mensen met langdurige motorische en/of zintuiglijke beperkingen. De ernst van de beperking wordt vastgesteld aan de hand van de activiteiten die men (zelfstandig) kan doen. Het gaat om activiteiten op het gebied van algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en mobiliteit, huishoudelijke activiteiten en om het zien en horen. In het kengetal zijn de gegevens opgenomen over mensen met en lichte of matige verstandelijke beperking op basis van vragen aan naasten over de feitelijke participatie van hun met een verstandelijke beperking. Hiervoor is gekozen omdat de vraagstelling bij naasten beter aansluit bij die van de algemene bevolking.

Bovenstaand kengetal toont de participatie in 2012 op basis van de participatiemonitor van het NIVEL. Op basis hiervan kan worden gesteld dat mensen met een lichamelijke beperking minder vaak betaald werk hebben en ook minder relatief vaak vrijwilligerswerk doen. Ouderen boven de 65 jaar doen vaker vrijwilligerswerk dan jongeren. Het kengetal laat zien dat 46% van de mensen met een verstandelijke beperking volgens hun naasten gebruik maken van het openbaar vervoer. Een deel van de mensen maakt gebruik van andere vervoersvoorzieningen, bijvoorbeeld via een zorgaanbieder of familie. Het gebruik van het openbaar vervoer is de afgelopen jaren gelijk gebleven. Het beeld uit de literatuur dat het sociale netwerk van mensen met een verstandelijke beperking klein is en veelal bestaat uit zorgprofessionals en familie wordt bevestigd door de monitor: niet meer dan 16% van de mensen heeft (ook) regelmatig contact met vrienden zonder een beperking. Op basis van de meerjarige gegevens van de participatiemonitor van het NIVEL kan worden gesteld dat er enige beweging is in de participatie van mensen met beperkingen, ouderen en de algemene bevolking. Zo zijn meer mensen met een lichamelijke beperking en ouderen vrijwilligerswerk gaan doen, wat goed past in de beleidsdoelstellingen van de Wmo. Mensen vinden het belangrijk om te participeren en er is ook behoefte om meer te participeren. Tegelijkertijd is het zo dat de totale participatie van mensen met een lichamelijke beperking of een lichte of matige verstandelijke beperking niet is veranderd in de periode 2008–2012 en ook de totale participatie van ouderen is onveranderd (periode 2009–2012).

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg. De Minister stimuleert zelfredzaamheid en participatie om iedereen in staat te stellen zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen. Zo nodig wordt daarbij ondersteuning en/of zorg geboden, rekening houdend met het eigen sociale netwerk, de complexiteit van de zorgvraag en de kwetsbaarheid van de betreffende burger. Daarbij wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk welbevinden en daarmee een afnemend beroep op ondersteuning en zorg.

De Minister stimuleert de ontwikkeling en brede verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning en ondersteunt initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de zorg en de ondersteuning te versterken.

De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wmo en de AWBZ vast en stuurt voorts door het maken van bestuurlijke afspraken en het monitoren van de uitkomsten. De Minister is daarnaast verantwoordelijk voor de uitvoering van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer en het mantelzorgcompliment.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vormen de wettelijke basis voor dit stelsel. Voorts financiert de Minister de AWBZ en de decentralisatie-uitkeringen vrouwenopvang en maatschappelijke opvang, het verslavingsbeleid en de openbare geestelijke gezondheidszorg. In dit begrotingsartikel zijn de begrotingsuitgaven voor langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning opgenomen. De premie-uitgaven en ontvangsten op het terrein van langdurige zorg komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de AWBZ en door het verstrekken van subsidies aan partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

Rol en verantwoordelijkheid Minister

Beleidsterrein

Stimuleren

Financieren

Regisseren

(Doen) uitvoeren

Stimuleren participatie en zelfredzaamheid

Programma’s Welzijn Nieuwe Stijl en de Kanteling

Ondersteuningsprogramma zwerfjongeren

Project Aanpak geweld in huiselijke kring (tot en met 2014)

Wet Maatschappelijke Ondersteuning, decentralisatie-uitkering vrouwenopvang en decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid, openbare geestelijke gezondheidszorg

Subsidies en opdrachten voor kennis en advies (o.a. Movisie)

Bekostiging bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer.

Mantelzorgcomplimenten en ondersteuning en versterking van de kwaliteit van mantelzorg

Uitvoering acties uit de brief Geweld In Afhankelijkheidsrelaties en het Actieplan «Ouderen in veilige handen»

Aanpassing Wmo; wetsvoorstel Wmo 2015

Beheer wettelijk kader Wmo: versterking positie slachtoffers geweld in huiselijke kring

Voorbereiding ratificering VN Verdrag inzake de rechten van personen met een beperking

De Sociale Verzekeringsbank verzorgt de uitvoering van de Regeling maatschappelijke ondersteuning

De gemeenten voeren de Wmo uit

Zorgdragen voor goede en toegankelijke langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Programma’s In voor Zorg en Ambient assisted living

Programma actieplan onvrijwillige zorg

Implementatie kwaliteitskader verantwoorde zorg

Nationaal Programma Ouderenzorg en programma Meer tijd voor de cliënt

ZonMw-verbeterprogramma voor meer kwaliteit en een doelgerichte en efficiënte aanpak van palliatieve zorg

Subsidies aan Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), Centra voor Consultatie en Expertise (CCE) en op grond van de regeling Palliatief Terminale Zorg

Subsidies en opdrachten kennis en advies (o.a. Vilans)

Bekostiging bijdrage in kosten van kortingen

Aanpassing wettelijk kader AWBZ

Terugdringen administratieve lasten door programma Meer tijd voor de cliënt

Opstellen beleidsregels

indicatiestelling en kwaliteitseisen

Ontwikkeling regelgeving: Wet Zorg en Dwang

Het CIZ verzorgt de indicatiestelling voor de AWBZ

Het College voor zorgverzekeringen verzorgt de AWBZ-brede zorgregistratie

3. Prioriteiten 2014 en beleidswijzigingen

In 2014 zullen de prioriteiten in het teken staan van de hervorming van de langdurige zorg en ondersteuning (TK 30 597, nr. 296). Gemeenten krijgen vanaf 2015 een brede verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke ondersteuning van hun inwoners. Een aantal aanspraken op grond van de AWBZ komt te vervallen. Het gaat om begeleiding, het bijbehorende vervoer, persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf en de aanspraak van burgers die op grond van een indicatie voor verblijf in een beschermde woonvorm wonen. Er wordt veel geïnvesteerd in een zorgvuldige transitie. De transitie naar de nieuwe situatie is een gedeelde verantwoordelijkheid van meerdere partijen zoals de rijksoverheid, gemeenten en aanbieders. Zorg gericht op genezing of behoud van lichamelijke en geestelijke functies, zoals verpleging, wordt verleend vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Om de samenhangende zorg vanuit de Zvw te versterken, worden onderdelen van huidige AWBZ die gericht zijn op behandeling en verpleging onder de Zvw gebracht. Tegelijkertijd wordt de huidige AWBZ vervangen door een nieuwe wet die zich richt op al diegenen die (niet langer) in staat zijn de voor hen noodzakelijke zorg en ondersteuning te regisseren. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van integrale zorg die zij nodig hebben ligt bij de aanbieder en de verzekeraar. Voor meer informatie wordt verwezen naar het Financieel Beeld Zorg.

De prioriteiten voor 2014 en de beleidswijzigingen zijn:

  • –  De gemeenten, aanbieders, verzekeraars en cliënten- en patiëntenorganisaties zullen op basis van het transitieplan hervorming langdurige zorg worden ondersteund bij de voorbereidingen naar de nieuwe situatie. De Tweede Kamer zal voor oktober 2014 het transitieplan hervorming langdurige zorg ontvangen. Onderdelen daarvan zijn een transitieplan voor de Wmo, de Zvw en de kern-AWBZ, een spoorboekje en een algemeen deel waarin de samenhang tussen één en ander is aangegeven.
  • –  Gedurende de transitie wordt door een monitor zicht gehouden op de voortgang en mogelijke risico's/knelpunten, om tijdig signalen te ontvangen wanneer en welke partijen achter dreigen te raken. Hierdoor wordt ondersteuning op lokaal niveau en passend bij de knelpunten tijdig ingezet.
  • –  De balans tussen formele en informele zorg wordt in 2014 verder verbeterd door niet meer apart te kijken naar de vraag van een cliënt en de vraag van mantelzorgers, maar integraal te kijken naar de cliënt en zijn sociale netwerk. Centraal staat wat de cliënt en zijn omgeving zelf kunnen doen. Vervolgens moet worden bekeken wat aanvullend van professionals en gemeenten nodig is om het zo goed mogelijk zelf te kunnen blijven doen.

De noodzaak voor de hervorming van de langdurige zorg is allereerst ingegeven vanuit de veranderende eisen die mensen stellen aan de kwaliteit van het leven. Mensen willen zo lang mogelijk thuis in hun eigen omgeving wonen en niet eenzaam zijn. De hervorming is erop gericht de zorg en ondersteuning voor ouderen en mensen met een beperking aan te passen aan die wens. Dat vraagt een andere organisatie van zowel de zorg die door professionals wordt gegeven als de ondersteuning die hun naasten hierbij kunnen bieden: wanneer mensen langer in hun omgeving willen blijven wonen zal er ook meer van die omgeving worden gevraagd.

(TK 30 169, nr. 28 d.d. 20 juli 2013)

  • –  Organisaties in de langdurige zorg krijgen in de toekomst te maken met andere eisen van de samenleving, zoals een krapper wordende arbeidsmarkt, financiële en economische druk. Zorgaanbieders krijgen te maken met andere partijen die andere eisen stellen. Dit vraagt hen om meer vanuit ondersteuning en minder vanuit zorg te handelen. Door middel van het programma «In voor zorg» worden zij hierin ondersteund.
  • –  Fraude met het persoonsgebonden budget (pgb) of zorg in natura kan niet worden getolereerd. Het tast het rechtsgevoel van Nederlanders aan omdat middelen die zijn bedoeld voor kwetsbare mensen verdwijnen in de zakken van criminelen. Daarom wordt uitvoering gegeven aan het fraudeplan dat eind 2013 naar de Kamer zal worden gestuurd.
  • –  Van belang is dat cliënten binnen de Treeknorm de zorg krijgen die nodig is. Afgelopen halfjaar heeft VWS een taskforce ingesteld om de betrouwbaarheid van de wachtlijsten te verbeteren en de informatie beter te ontsluiten. Inmiddels is de omvang van de wachtlijst fors gedaald. Voortaan kunnen belanghebbenden via de site www.zorgregistratie.nl van het CVZ toegang krijgen tot de module wachtlijsten AWBZ.
  • –  In vervolg op de inzet in Nederland om de dementiezorg te verbeteren en om de internationale programma’s in ons land goed te verankeren, stelt het kabinet in de periode 2013–2016 in totaal € 32,5 miljoen beschikbaar (TK 25 424, nr. 203) voor de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek binnen het deltaplan Dementie en internationale samenwerkingsprojecten. Met deze samenwerking tussen overheid, wetenschap en bedrijfsleven sluit het deltaplan uitstekend aan bij de innovaties die het kabinet beoogt met het topsectorenbeleid.
  • –  In de Wmo-werkplaatsen, samenwerkingsverbanden van lectoren van hoge scholen, aanbieders, cliënten en gemeenten is veel relevante kennis voor diverse beroepsgroepen ontwikkeld. Deze kennis wordt ondergebracht in de diverse onderwijsprogramma's van de hoge scholen.
  • –  De horizontale verantwoording (art. 9 Wmo) zal in 2014 worden verbeterd door een standaard cliëntervaringsonderzoek te implementeren.
  • –  De positie van (potentiële) slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties zal door een brede ketenaanpak worden versterkt. Eind 2014 is een toekomstbestendig stelsel voor hulp en opvang van alle slachtoffers van geweld in huiselijke kring tot stand gebracht (brief «Aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties», TK 28 345, nr. 117, TK 33 400 XVI, nr. 14).
  • –  De ratificatie van het VN Verdrag Handicap wordt in 2015 een feit. Dit betekent dat de benodigde wetsvoorstellen voor ratificatie in 2014 door beide Kamers moeten zijn behandeld. Ter voorbereiding op de ratificatie zal structureel overleg worden gevoerd met alle relevante sectoren en veldpartijen, maar ook werkgevers- en werknemersorganisaties om zo met een gezamenlijke inzet te komen tot een continue verbetering van de inclusieve samenleving en zodoende vorm te geven aan de implementatie van het Verdrag. Dit zal in samenhang gebeuren met de programma’s «In voor Zorg» en «Aandacht Voor Iedereen».

4. Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

5.638.535

4.117.650

4.193.311

4.476.277

4.714.178

4.949.335

5.210.452

               

Uitgaven

5.633.963

4.117.754

4.193.291

4.476.277

4.714.178

4.949.335

5.210.452

waarvan juridisch verplicht (%)

   

98%

       
               

1. Stimuleren participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

 

208.778

206.394

200.490

193.954

192.849

192.843

               

Subsidies

 

43.320

42.555

41.032

34.523

33.420

33.416

waarvan onder andere:

             

Movisie

 

7.929

7.939

7.939

7.939

7.939

7.939

Geweld in afhankelijkheidsrelaties

 

12.400

12.400

12.400

12.400

12.400

12.400

Mezzo

 

3.490

3.107

3.107

3.107

3.107

3.107

               

Bekostiging

 

432

432

432

432

432

432

               

Inkomensoverdrachten

 

86.627

86.627

86.627

86.627

86.627

86.627

Mantelzorgcompliment

 

86.627

86.627

86.627

86.627

86.627

86.627

               

Opdrachten

 

72.399

70.780

69.399

69.372

69.370

69.368

waarvan onder andere:

             

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

 

60.510

60.510

60.513

60.513

60.511

60.509

Geweld in afhankelijkheidsrelaties

 

3.112

3.112

3.112

3.112

3.112

3.112

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

 

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

SVB: uitvoering Regeling maatschappelijke ondersteuning

 

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

 

3.000

3.000

0

0

0

0

VenJ: opvang minderjarige meisjes

 

1.800

1.800

0

0

0

0

Gemeentefonds: opvang speciale doelgroepen

 

1.200

1.200

0

0

0

0

               

2. Zorgdragen voor goede en toegankelijke langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

 

3.908.976

3.986.897

4.275.787

4.520.224

4.756.486

5.017.609

               

Subsidies

 

214.495

207.656

165.542

161.441

162.764

162.588

waarvan onder andere:

             

Centrum Indicatiestelling Zorg

 

111.000

106.745

87.272

86.807

86.807

86.807

Aanpak fraude persoonsgebonden budget

 

12.500

17.500

5.000

5.000

5.000

5.000

Subsidieregeling palliatieve zorg

 

18.810

18.943

18.945

18.944

18.944

18.942

Kwaliteitsverbetering palliatieve zorg

 

7.642

7.642

7.642

7.642

7.642

7.642

Programma «In voor zorg!»

 

16.535

18.400

15.400

15.000

15.000

15.000

Stichting Centrum Consultatie en expertise

 

10.890

9.873

9.797

9.797

9.797

9.797

Vilans

 

5.144

5.268

5.186

5.186

5.186

5.186

Integraal Kankercentrum Nederland

 

6.400

6.400

6.400

6.400

6.400

6.400

               

Bekostiging

 

3.679.200

3.758.800

4.085.600

4.330.600

4.566.400

4.827.700

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

 

3.679.200

3.758.800

4.085.600

4.330.600

4.566.400

4.827.700

               

Opdrachten

 

13.054

18.427

22.631

26.169

25.308

25.307

waarvan onder andere:

             

Aanpak fraude persoonsgebonden budget

 

2.500

2.500

0

0

0

0

Programma «Kwaliteit palliatieve zorg'

 

2.547

2.547

2.547

2.547

2.547

2.547

Programma «Informatievoorziening zorg en ondersteuning'

 

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Zorg en dwang

 

750

1.500

0

0

0

0

Deltaplan Dementie

 

1.200

1.750

1.750

1.750

1.750

1.500

Nationaal Programma Ouderenzorg

 

1.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

               

Bijdrage aan agentschappen

 

2.227

0

0

0

0

0

CIBG: Opdrachtgeverschap WTZi

 

2.227

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

 

0

2.014

2.014

2.014

2.014

2.014

CVZ: AWBZ-brede zorgregistratie

 

0

2.014

2.014

2.014

2.014

2.014

               

Ontvangsten

7.320

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget ad € 250,2 miljoen is 90% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn.

Bekostiging

Van het beschikbare budget ad circa € 3,8 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bekostiging van wachtgelden en de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK).

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget ad € 86,6 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van het mantelzorgcompliment.

Opdrachten

Van het beschikbare budget ad € 89,2 miljoen is 83% juridisch verplicht. Het betreft onder andere bovenregionaal gehandicaptenvervoer, geweld in afhankelijkheidsrelaties, programma «Meer tijd voor de cliënt», programma «Kwaliteit palliatieve zorg», programma «Informatievoorziening zorg en ondersteuning» en de ontwikkeling en evaluatie van het persoonsgebonden budget.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget ad € 5,0 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan de SVB inzake de uitvoering Regeling maatschappelijke ondersteuning en het CVZ inzake de AWBZ-brede zorgregistratie.

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget ad € 3,0 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de opvang van minderjarige meisjes en de financiering van de pilots opvang voor «specifieke groepen».

5. Instrumenten

Stimuleren participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Subsidie aan Movisie

Het kennisinstituut Movisie ontvangt in 2014 circa € 7,9 miljoen subsidie voor de ondersteuning van gemeenten en instellingen bij de adequate uitvoering van de Wmo en aanpalende terreinen door middel van het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis op het terrein van de Wmo.

Subsidie Mezzo (mantelzorgondersteuning)

De vereniging Mezzo ontvangt subsidie voor het versterken van de kwaliteit van de mantelzorgondersteuning (circa € 3,1 miljoen).

Inkomensoverdrachten en bijdrage aan ZBO/RWT Sociale verzekeringsbank ten behoeve van het mantelzorgcompliment

Als blijk van waardering kunnen zorgvragers hun mantelzorger voordragen voor een mantelzorgcompliment (Regeling maatschappelijke ondersteuning). In 2014 bedraagt het compliment € 200,– en het totaalbedrag aan versterkte mantelzorgcomplimenten is in 2014 begroot op € 86,6 miljoen.

Er wordt een bijdrage aan de Sociale Verzekeringsbank verleend voor uitvoering van de Regeling maatschappelijke ondersteuning op basis waarvan het mantelzorgcompliment wordt verstrekt (circa € 3,0 miljoen in 2014).

Dit kengetal geeft aan hoeveel mantelzorgcomplimenten door de Sociale Verzekeringsbank zijn verstrekt per boekjaar.

Kengetal: Aantal versterkte mantelzorgcomplimenten in een jaar

Bron: Sociale Verzekeringsbank. Het aantal verstrekte mantelzorgcomplimenten in 2013 betreft een raming.

Subsidies, opdrachten en bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken transitie en transformatie

De middelen (circa € 8,6 miljoen) worden ingezet voor de ondersteuning van gemeenten, aanbieders, verzekeraars en cliënten- en patiëntenorganisaties bij de voorbereidingen op de hervorming van de langdurige zorg. Hiernaast stelt het kabinet, in aanvulling op de middelen die in het kader van de decentralisatie begeleiding reeds beschikbaar zijn gesteld voor gemeenten (€ 47,6 miljoen in 2012; € 32 miljoen in 2013), in 2014 een bedrag van € 37 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Deze middelen zijn bedoeld om gemeenten te compenseren voor de (transitie)kosten die samenhangen met de inwerkingtreding van de nieuwe Wmo per 2015.

Subsidies en opdrachten aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties, inclusief ouderenmishandeling

De middelen (circa € 15,5 miljoen) worden ingezet voor het toekomstig stelsel van hulp en opvang aan alle slachtoffers van geweld in huiselijke kring (implementatie regiovisies «geweld in huiselijke kring», kwaliteitsborging, de samenvoeging van de Steunpunten huiselijk geweld en de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling). Het actieplan «Ouderen in veilige handen» wordt eind 2014 geëvalueerd.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken opvang specifieke groepen

Via de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie wordt ook in 2014 de opvang van minderjarige meisjes gefinancierd (circa € 1,8 miljoen). De financiering van de pilots opvang voor «specifieke groepen», waaronder ook de mannenopvang (€ 1,2 miljoen) via het gemeentefonds blijft gehandhaafd in 2014. Voor zowel van de opvang minderjarige meisjes als de overige specifieke groepen geldt dat vanaf 2015 een structurele oplossing binnen het gemeentelijk domein zal worden gerealiseerd.

Opdracht bovenregionaal gehandicaptenvervoer

Mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen gebruik maken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (BRV, voorheen bekend als Valys) per (deel)taxi (circa € 60,3 miljoen in 2014).

In 2012 was de klanttevredenheid over het BRV onverminderd hoog en stabiel (over het geheel genomen waarderen pashouders het reizen met het BRV met een 8,6), zie onderstaand kengetal.

Kengetal: Valys indexcijfers

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2012, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Zorgdragen voor goede en toegankelijke langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidie aan het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

Het CIZ verzorgt de onafhankelijke, objectieve en integrale indicatiestelling voor de AWBZ. In het huidige kader is hiervoor in 2014 een bedrag van € 106,7 miljoen beschikbaar. Uit onderstaand figuur valt af te lezen dat het percentage indicatieaanvragen dat door het CIZ binnen de wettelijke termijn wordt afgehandeld hoog is (99% in 2012).

Naar aanleiding van de transitie die het CIZ als gevolg van de herziening van de langdurige zorg dient door te voeren wordt een nieuw meerjarenkader opgesteld.

Het CIZ heeft in 2012 opnieuw het percentage aanvragen dat is afgedaan binnen de daarvoor wettelijk toegestane termijn (0 tot 6 weken) weten te verhogen ten opzichte van het jaar ervoor (zie onderstaand figuur). Bovendien is het aantal aanvragen dat binnen 0 tot 2 weken wordt afgedaan toegenomen van 70% in het eerste kwartaal 2011 naar 83,2% in het vierde kwartaal 2012. Het totale aantal aanvragen dat in behandeling werd genomen in 2012 lag weliswaar iets lager (952.000 ten opzichte van het jaar 2011 981.000), het aantal besluiten waarin enige vorm van zorg wordt geïndiceerd ligt met 857.000 tienduizend hoger dan het jaar ervoor.

De verwachting is dat het aantal aanvragen voor AWBZ zorg in 2014 vergelijkbaar zal zijn met het aantal over 2013. Tegelijkertijd worden de voorbereidingen voor de invoering van de nieuwe wetgeving per 2015 ter hand genomen en zal ook de organisatie van het CIZ zelf gedurende het jaar wijziging ondergaan. Het streven is er niettemin op gericht om het aantal op «op tijd» gerealiseerde besluiten daaronder niet te laten lijden.

Indicator: Percentage indicatieaanvragen dat is afgehandeld binnen de wettelijke termijn (0 tot 6 weken)

Bron: Jaarverslag CIZ 2012, pagina 10.

Subsidies en opdrachten aanpak fraude persoongebonden budget

Ten behoeve van de aanpak van fraude bij het persoongebonden budget (pgb) is in 2014 € 20,0 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt ingezet voor de invoering van trekkingsrechten, voor het vormgeven van een apart opsporingsunit voor pgb fraude bij de Inspectie SZW en voor het afleggen van huisbezoeken door de zorgkantoren aan circa 30.000 budgethouders.

Subsidies en opdrachten ten behoeve van (kwaliteitsverbetering) palliatieve zorg

Na besluitvorming over de positie van de palliatieve zorg in het nieuwe stelsel van zorg en ondersteuning vindt finale besluitvorming plaats over de stimuleringsmiddelen voor de kwaliteitsverbetering van de palliatieve zorg.

Kengetal: Totaal aantal personen dat door middel van de subsidieregeling palliatief terminale zorg is ondersteund in de laatste levensfase per 30 juni van een jaar

Bron: VWS, subsidieregeling Palliatief terminale zorg

Subsidie programma «In voor zorg»

Organisaties in de langdurige zorg krijgen in de toekomst te maken met andere eisen van de samenleving een krapper wordende arbeidsmarkt, financiële en economische druk en het daarmee samenhangende overheidsbeleid zoals onder andere de Herziening van de langdurige zorg. Zorgaanbieders zullen te maken krijgen met andere partijen die andere eisen stellen. Dit vraagt zorgaanbieders om nieuwe manieren van leveren van ondersteuning en zorg. Het programma «In voor zorg!» helpt zorgorganisaties hun werkprocessen in te richten met het oog op deze toekomst (circa € 18,4 miljoen in 2014).

Subsidie aan stichting Centrum Consultatie en Expertise

De stichting Centrum Consultatie en Expertise ontvangt een subsidie van € 9,9 miljoen voor het bieden van perspectief aan individuele cliënten met een bijzondere zorgvraag door inzet van expertise en (tijdelijke) extra ondersteuning.

Subsidie aan Vilans

Vilans is het kenniscentrum voor de langdurende zorg. Samen met professionals in het veld ontwikkelt Vilans vernieuwende en praktijkgerichte kennis en vinden nieuwe inzichten en goede voorbeelden snel en succesvol hun weg in de praktijk. Het betreft een basisbudget en een programmabudget voor kennisactiviteiten (€ 5,3 miljoen).

Subsidie Integraal Kankercentrum Nederland

Het Integraal Kankercentrum Nederland ontvangt een instellingssubsidie van € 6,4 miljoen om, als organisatie waarin deskundigheid over alle facetten van palliatieve zorg is samengebracht, de primaire zorgvraag te ondersteunen door middel van consultatie en ontwikkeling van na- en bijscholing.

Bekostiging Bijdrage in kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld om de lagere premieopbrengst van de AWBZ als gevolg van de grondslagverkleining van de AWBZ bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 te compenseren (€ 3,8 miljard in 2014).

Opdrachten programma Informatievoorziening Herziening Langdurige Zorg

Op het terrein van de informatievoorziening wordt een aantal projecten uitgevoerd in samenwerking met onder andere de VNG, Zorgverzekeraars Nederland en uitvoeringsorganisaties. Doel is onder meer het bevorderen van de standaardisering van gegevensuitwisseling Wmo en AWBZ, vereenvoudiging en modernisering van de AWBZ-brede zorgregistratie (AZR) en beheer en verdere optimalisatie van de webvoorziening Regelhulp (€ 4,0 miljoen).

Opdrachten in het kader van Deltaplan dementie

Sinds 2004 zijn in ons land programma’s uitgevoerd om de zorg voor mensen met dementie te verbeteren. In vervolg op de inzet in Nederland om de dementiezorg te verbeteren en om de internationale programma’s in ons land goed te verankeren, hebben Nederlandse wetenschappers met Alzheimer Nederland het initiatief genomen om het Deltapan Dementie te ontwikkelen. Het Deltaplan Dementie wil een bijdrage leveren aan oplossingen voor verschillende aspecten van deze aandoening en de vele consequenties die deze aandoening heeft voor zowel de mens met dementie, zijn omgeving als de samenleving als geheel (zie ook brief van 4 april 2013, TK 25 424, nr. 203). Het secretariaat van het deltaplan wordt gevoerd door ZonMw.

Eind 2013 ontvangt de Tweede Kamer een brief inzake dementie en het Deltaplan. Met deze samenwerking tussen overheid, wetenschap en bedrijfsleven sluit het Deltaplan uitstekend aan bij de innovaties die het kabinet beoogt met het topsectorenbeleid.

De VWS-bijdrage voor 2014 bedraagt € 8,2 miljoen, waarvan € 1,8 miljoen via artikel 3 ter beschikking wordt gesteld. Dit bedrag is bestemd voor de uitvoering van het onderzoeksvoorstel van het deltaplan.

Subsidies en opdrachten Nationaal Programma Ouderenzorg

Het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) levert een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe interventies gericht op de zorg voor en ondersteuning van kwetsbare ouderen. Vanaf 2008 zijn 73 projecten gestart. Eind 2013 zullen van 57 projecten de eindresultaten bekend zijn, van 16 projecten ligt de einddatum in 2014. De evaluatiegegevens van alle experimenten zijn in een landelijk bestand beschikbaar voor analyse, beoordeling en vergelijking. Het is uiteindelijk aan de beroepsgroepen en het kwaliteitsinstituut om de doelmatig gebleken interventies op te nemen in de professionele standaarden. De bij het NPO betrokken partijen werken in 2014 en 2015 aan de oogst van de resultaten en de overdracht van kennis en ervaring en instrumenten aan het veld. VWS biedt hen daarbij steun in de voorwaardenscheppende sfeer (€ 3,0 miljoen).

Bijdrage aan ZBO/RWT CVZ voor AWBZ-brede zorgregistratie

De AWBZ-brede zorgregistratie (AZR) is een uniforme systematiek waarmee indicatieorganen, zorgkantoren en zorgaanbieders elektronisch informatie over cliënten kunnen uitwisselen. Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) draagt zorg voor de specificaties van de AZR, de standaarden en de bedrijfsregels en begeleidt de implementatie van de AZR en ontvangt daarvoor een bijdrage van VWS. De bijdrage 2014 bedraagt € 2,0 miljoen.