Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 3 Beheer, Onderhoud en Vervanging

Omschrijving van de samenhang in beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van beheer en onderhoud verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem zodat aan de wettelijke normen wordt voldaan.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikelen 11 Waterkwantiteit en 12 Waterkwaliteit op de Begroting hoofdstuk XII. De doelstelling van dit artikel is het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft en de zoetwatervoorziening op orde is met schoon en ecologisch gezond water.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 3 Beheer, onderhoud en vervanging (in € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

0

201.458

232.622

191.322

203.251

152.939

152.749

Uitgaven

0

193.136

176.257

205.602

212.041

162.807

152.620

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

3.01 Watermanagement

0

12.484

11.142

11.478

10.713

10.713

10.713

3.01.01 Watermanagement

 

12.484

11.142

11.478

10.713

10.713

10.713

               

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

0

180.652

165.115

194.124

201.328

152.094

141.907

3.02.01 Waterveiligheid

 

148.829

132.295

130.016

120.759

112.317

112.287

3.02.02 Zoetwatervoorziening

 

23.776

19.027

19.114

19.245

19.414

19.409

3.02.03 Vervanging

 

8.047

13.793

44.994

61.324

20.363

10.211

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

 

185.089

162.464

160.608

150.717

142.444

142.409

– Restant

 

8.047

13.793

44.994

61.324

20.363

10.211

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

3.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

3.09.01 Ontvangsten

             

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2028 jaar op jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op dit zelfde detailniveau tot en met 2028 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

3 Beheer, onderhoud en vervanging

uitgaven

176.257

205.602

212.041

162.807

152.620

144.211

140.368

3.01 Watermanagement

 

11.142

11.478

10.713

10.713

10.713

10.713

10.713

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

 

165.115

194.124

201.328

152.094

141.907

133.498

129.655

3.09 Ontvangsten

Ontvangsten

             

Bijdragen van hfdst XII (art 26)

 

176.257

205.602

212.041

162.807

152.620

144.211

140.368

Bedragen x € 1.000
   

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

3 Beheer, onderhoud en vervanging

uitgaven

135.232

200.940

242.811

276.496

315.019

242.966

247.042

245.606

3.01 Watermanagement

 

10.723

10.723

10.723

10.723

10.723

10.723

10.898

10.548

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

 

124.509

190.217

232.088

265.773

304.296

232.243

236.144

235.058

3.09 Ontvangsten

Ontvangsten

               

Bijdragen van hfdst XII (art 26)

 

135.232

200.940

242.811

276.496

315.019

242.966

247.042

245.606

3.01 Watermanagement

Motivering

Met Watermanagement streeft IenM naar:

  • •  Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening.
  • •  Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoog- als laagwater (peilbeheer).
  • •  Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.

Producten

Binnen het watermanagement worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • •  Monitoring en informatievoorziening;
  • •  Crisisbeheersing en -preventie;
  • •  Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;
  • •  Nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere uit waterakkoorden);
  • •  Regulering waterverdeling (operationele modellen en bediening stuwen, spuien).

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de rijkswateren zijn:

  • •  Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;
  • •  Het kunnen beschikken over voldoende water in de rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties. Om dat te realiseren worden peilbesluiten nageleefd en de waterakkoorden geactualiseerd en nageleefd. Het waterpeil is zoveel mogelijk afgestemd op de gebruiksfuncties.

Daarnaast wordt zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne- en externe informatie over het watersysteem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.

Meetbare gegevens

Omvang areaal

Basispakket

Areaaleenheid

Omvang

   

Beschikbaar bedrag 2014

x € 1.000

   

2012

2013

2014

 

Watermanagement

Km2 water

90.042

90.278

90.192

11.142

Toelichting:

De afspraken met betrekking tot areaaloverdracht in het kader van het Bestuursakkoord Water zijn meegenomen onder de aanname dat deze overdrachten voor eind 2014 zijn gerealiseerd. Dit geeft een lichte daling in de omvang van het areaal.

Indicatoren
   

Eenheid

realisatie

streefwaarde

streefwaarde

Basispakket

Indicator

 

2012

2013

2014

 

RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen.

%

91%

95%

95%

 

Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/ Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet

%

n.v.t.

90%

90%

 

De spuiende kunstwerken en stuwen kunnen te allen tijde worden geopend

%

100%

100%

100%

Toelichting:

De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen.

  • •  De eerste indicator betreft de informatievoorziening voor maatschappelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, laagwater, ijsgang of calamiteuze lozingen. RWS verstrekt dan informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit over ijsberichtgeving, berichtgeving over hoogwater, laagwater, stormvloed en berichten over verontreinigingen. De indicator is met ingang van 2013 verhoogd naar 95 procent.
  • •  De tweede indicator «beschikbaarheid streefpeilen» geeft aan of de streefpeilen van drie belangrijke watersystemen (het IJsselmeer, Amsterdam-Rijnkanaal/ Noordzeekanaal en het Haringvliet) op het afgesproken niveau worden gehouden, wat het beleidsdoel is. Stuwen en spuien/gemalen zijn nodig om dit peil te sturen.
  • •  De derde indicator heeft betrekking op altijd werkende spuiende kunstwerken, stuwen en gemalen die een absolute voorwaarde zijn om de water af- en aanvoer goed te kunnen reguleren en een adequaat peilbeheer uit te voeren.

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functies voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening (inclusief waterkwaliteit) worden vervuld.

Producten

Het beheer en onderhoud omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening.

Voor de volledigheid wordt ook verwezen naar artikel 18.12 van het Infrastructuurfonds, waaronder ondermeer middelen voor Beheer en Onderhoud zijn bestemd, die nog niet aan netwerken kunnen worden toebedeeld.

In bijlage E is een nadere toelichting opgenomen op de wijze van aansturing van Beheer en Onderhoud, IBO, de voortgang implementatie versoberingen en efficiency, de budgettaire aspecten tot en met 2028, DBFM, areaalgroei, Vervanging en Renovaties en overige ontwikkelingen.

3.02.01 Waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • 1.  Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2001).
  • 2.  Beheer en onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet).
  • 3.  Beheer en Onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de stormvloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn (nota Kustlijnzorg 1990 en Nationaal Waterplan). De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats (economie). Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Het weergegeven areaal betreft alleen het areaal dat in beheer is bij RWS.

ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu verlies aan zand dat jaarlijks moet worden gecompenseerd. Vanaf 2001 wordt ook zand gesuppleerd om de zandverliezen op dieper water (kustfundament) te compenseren. Daarmee wordt de zandhoeveelheid in het kustfundament op peil gehouden en wordt het effect van de zeespiegelstijging (deels) tenietgedaan. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.

ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen

• Rijkswaterkeringen

RWS beheert en onderhoudt 193 kilometer primaire waterkeringen. Deze lengte is lager dan in 2013 omdat de in 2014 te verwachten overdracht van areaal in het kader van het Bestuursakkoord Water is meegenomen. Vast onderhoud wordt gepleegd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen.

Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Waterwet vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater3. Het gaat met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. Keringen die bij deze inspectie zijn afgekeurd worden meegenomen in het kader van het nHWBP. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 435 kilometer niet-primaire waterkeringen (dijken en duinen) meestal aangeduid als regionale keringen. Ook deze lengte is lager dan in 2013 vanwege de te verwachten overdrachten in 2014 van areaal in het kader van het Bestuursakkoord Water. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk worden door de Minister van IenM vastgesteld na afstemming met de provincies. Deze hoeven geen bescherming te bieden tegen het buitenwater.

• Stormvloedkeringen

Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn ook primaire waterkeringen (welke vallen onder de Waterwet). Het Rijk heeft vier stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering en de Hollandse IJsselkering. In het kader van het Bestuursakkoord Water wordt in 2014 de Ramspolkering van het Waterschap Groot-Salland aan RWS overgedragen.

Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van de schuiven en de overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties uitgevoerd.

Ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 5.387 ha aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren. Dit betreft een reguliere Beheer en Onderhoud taak die losstaat van de inhaalslag Stroomlijn die verantwoord wordt onder onderdeel 3.02.03 Vervanging. In 2014 komt een zogenoemde vegetatielegger gereed welke normerend is voor het onderhoud van de vegetatie in de uiterwaarden om onnodige stuwing door vegetatie te voorkomen.

3.02.02 Zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. Dit betreft ondermeer het beheer en onderhoud voor:

  • •  Waterverdeling en peilbeheer;
  • •  Stuwende en spuiende kunstwerken;
  • •  Natuurvriendelijke oevers, implementatie Kader Richtlijn Water (KRW), implementatie Waterwet en Natura 2000.

Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk Waterbeheer 21e Eeuw (WB21) en de implementatie van de KRW, alsmede de maatregelen in het kader van Natura 2000. Zowel de KRW als Natura 2000 streven naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken. Voor de KRW zijn stroomgebiedbeheersplannen in uitvoering, die bepalen welke maatregelen op het terrein van beheer en onderhoud genomen worden om aan de KRW te blijven voldoen.

Meetbare gegevens

Beheer en Onderhoud

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken, dijken, dammen, duinen, stormvloedkeringen, kustfundament en oevers. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Waterveiligheid

Areaal

Eenheid

Omvang 2014

Budget 2014 x € 1 mln.

Kustlijn

km

293

66,4

Stormvloedkeringen

aantal

5

40,1

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

   

25,8

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

193

 

– Niet primaire waterkeringen/duinen

km

435

 

– uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.387

 

Totaal

   

132,3

Toelichting:

In deze begroting is het aantal kilometers voor dammen, dijken, duinen en uiterwaarden weergegeven zoals bepaald bij het opstellen van de leggergegevens. Deze lengte is lager dan in 2013 doordat de overdrachten zijn meegenomen, die in het kader van het Bestuursakkoord Water in 2014 worden gerealiseerd. Door de verwachte overdracht van de Ramspolkering van het Waterschap Groot-Salland naar RWS neemt het aantal stormvloedkeringen met 1 toe naar 5 stuks. De financiële omvang is exclusief gecentraliseerde taken voor waterveiligheid, omdat deze niet specifiek aan de areaalopdeling zijn toe te wijzen.

Indicatoren
 

Indicator

Eenheid

Realisatie 2012

Streefwaarde 2013

Streefwaarde 2014

BenO

Waterveiligheid

De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de afgesproken kustlijn).

%

92%

90%

90%

 

De 4 stormvloedkeringen zijn steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. Indicator is het percentage van de stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis.

%

n.v.t.

100%

100%

Toelichting:

  • •  De eerste indicator geeft aan of de basiskustlijn niet verder landinwaarts is verschoven dan in 1990 is afgesproken (en in 2001 is herijkt). Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan, en worden door middel van het kustsuppletieprogramma gecorrigeerd. De mogelijke kleine verschuivingen komen tot uitdrukking in de streefwaarde dat 90 procent van de basiskustlijn op zijn plaats blijft.
  • •  De tweede indicator is gericht op dat de 5 stormvloedkeringen te allen tijde (in het stormseizoen) voldoen aan de afgesproken faalkanseis.
Tabel met faalkans van de vijf stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat

stormvloedkeringen:

faalkans /overschrijdingskans

Streefwaarde 2013

Streefwaarde 2014

Maeslantkering

faalkans bij sluiten

1:100

1:100

Hartelkering

faalkans bij sluiten

1:19

1:19

Hollandse IJsselkering

faalkans bij sluiten

1:47

1:47

Oosterscheldekering

overschrijdingskans in jaar

1:4000

1:4000

Ramspolkering

faalkans bij sluiten

(1:286)

1:286

Toelichting:

  • • 

    De Maeslantkering, Hartelkering, Hollandse IJsselkering en Ramspolkering kennen afspraken over faalkanseisen (de kans dat de kering bij een sluitvraag niet gesloten kan worden). De kansen worden uitgedrukt in aantal sluitvragen:

    bij 100 sluitvragen mag de Maeslantkering 1 keer falen.

  • •  Voor de Oosterscheldekering geldt het wettelijk beschermingsniveau van 1: 4000 voor de dijkring (overschrijdingskans; dit is de kans dat bij falen van de Oosterscheldekering de toetspeilen in het Oosterschelde bekken worden overschreden). De kans wordt uitgedrukt in jaar (1: 4000 jaar)
  • •  De Ramspolkering wordt in 2014 overgedragen van het Waterschap Groot-Salland naar RWS.
Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien1 waarin de basiskustlijn is overschreden. 1 Jaarlijks worden kustmetingen uitgevoerd om de actuele ligging van de basiskustlijn te bepalen. Deze metingen voor het bepalen van de ligging van de kustlijn worden uitgevoerd langs lijnen, die loodrecht staan op de kust (raaien). Deze raaien (totaal 1.465) hebben een onderlinge afstand van 200 à 250 meter.

Toelichting

Het aantal raaien waarin de basiskustlijn wordt overschreden mag maximaal 15 procent zijn; het streven is om het aantal overschrijdingen onder de 10 procent te houden.

Suppleren voor kustlijnzorg

Om de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven wordt jaarlijks gemiddeld 12 mln m3 zand gesuppleerd. Hiertoe wordt een suppletieprogramma opgesteld en meerjarige contracten afgesloten, waarbij voor een deel van de suppleties een jaarlijkse bijstelling mogelijk is. Inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Bij de aanbesteding van de suppletieprogramma’s hebben de aannemers de vrijheid om de suppletiewerkzaamheden over meerdere jaren te spreiden. Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd is vanaf 2012 een nieuwe marktbenadering gekozen met contracten voor een periode van 4 jaar.

Realisatie en prognose kustsuppleties

Realisatie en prognose kustsuppleties

in mln m3

realisatie

realisatie

prognose

Jaar

2011

2012

2012–2015

Handhaven basiskustlijn en kustfundament

11.437

8.060

48.000

Toelichting

In bovenstaande tabel zijn de uitgevoerde suppleties opgenomen van de programma’s 2011 en 2012. Door het afsluiten van meerjarige contracten in 2012 wordt een deel van de suppleties van 2012 later uitgevoerd. Het suppletievolume over de periode 2012–2015 zal echter wel ca. 48 mln m3 bedragen (vierjarige contractperiode met gemiddeld 12 mln m3 per jaar met één jaar uitloop); uitloop van een klein deel van de suppleties in 2016 is vanwege de gekozen contractvorm toegestaan.

Zoetwatervoorziening

Zoetwatervoorziening

Areaal

Eenheid

Omvang 2014

Omvang 2014 in € 1 mln

Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui-, uitwateringskolken, stuwen en gemalen)

km2

3.032

 

Aantal kunstwerken

stuks

120

 

Totaal

   

19

Toelichting

Het areaal binnenwateren omvat alle door RWS beheerde wateren (ondermeer rivieren, kanalen en IJsselmeer) maar is exclusief Noordzee, water in Caribisch Nederland, Waddenzee en Westerschelde. Het aantal km2 binnenwateren neemt met 24 km2 af vanwege overdrachten in het kader van het Bestuursakkoord Water.

Het aantal kunstwerken is lager dan in 2013 door overdrachten in het kader van het Bestuursakkoord Water. De spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen zijn middelen om het streefpeil en de waterverdeling in Nederland te kunnen realiseren. De beschikbaarheid van streefpeilen is een indicator bij watermanagement, het onderhoud aan de spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen draagt hier aan bij.

3.02.03 Vervanging

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.

Producten

De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en met name ook vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk zal toenemen.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. De projecten in het Programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige begrotingsperiode is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de stuwen Nederrijn Lek en Inhaalslag stroomlijn (2)

Water.

project

Gereed

 

Nederrijn/Lek

Renovatie stuwensemble in Nederrijn en Lek

2019

1

Diversen

Stroomlijn

2016

2

Meetbare gegevens

Toelichting

  • 1.  Na de afgebroken aanbesteding bij het project Stuwen Nederrijn Lek, vanwege het feit dat de biedingen hoger waren dan het beschikbare budget, zie de begroting van het Infrastructuurfonds over 2010, pag. 33, is dit project in 2009 doorgestart. De renovatie wordt nu in twee fases uitgevoerd. In 2010 is met de uitvoering van de urgente maatregelen en de voorbereiding van fase twee (levensduur verlengend onderhoud) gestart. Het project loopt uiterlijk door tot en met 2019.
  • 2.  Begroeiing langs de rivier heeft op sommige plekken een negatief effect op de maatregelen die worden genomen voor de waterveiligheid. Het project Stroomlijn brengt in kaart waar de vegetatie moet worden aangepast en zorgt ervoor dat de vegetatie in de uiterwaarden waar nodig en mogelijk verwijderd wordt. Uitvoering van het programma gebeurt in samenwerking met de eigenaren van de gebieden en in afstemming met de lopende waterveiligheidsprogramma’s.

Noot 3: Onder Buitenwater valt volgens de waterwet: water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van een van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer, dan wel bij een combinatie daarvan.