Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

FINANCIEEL BEELD ZORG BEGROTING 2015

1. Inleiding

In het Financieel Beeld Zorg (FBZ) staat de ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg (BKZ) centraal. Het FBZ ondergaat in 2015 een flinke verandering met de invoering van de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wlz vervangt per 1 januari 2015 de huidige AWBZ. Alleen de zwaarste, langdurige zorg wordt dan nog vergoed vanuit de Wlz. Met deze wet moet de kwaliteit van leven voor ouderen en gehandicapten die veel zorg nodig hebben gegarandeerd blijven. De wet maakt deel uit van een samenhangend systeem van nieuwe en vernieuwde wetten, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet. Vanaf 1 januari 2015 vallen de langdurige geestelijke gezondheidszorg tot drie jaar verblijf en de extramurale verpleging onder de Zorgverzekeringswet (Zvw).

Het FBZ bestaat uit de volgende onderdelen:

  • 1.  Inleiding
  • 2. 

    Zorguitgaven in vogelvlucht

    2.1. Ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg en de netto-BKZ-uitgaven

    2.2. Horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector

    2.3. Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

  • 3. 

    Uitgaven Budgettair Kader Zorg

    3.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

    3.1.1. Algemene doelstelling

    3.1.2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

    3.1.3. Kerncijfers

    3.1.4. Beleidswijzigingen en prioriteiten 2015

    3.1.5. Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

    3.2. Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet

    3.2.1. Algemene doelstelling

    3.2.2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

    3.2.3. Kerncijfers

    3.2.4. Beleidswijzigingen en prioriteiten 2015

    3.2.5. Verticale ontwikkeling van de Wlz, Wmo en Jeugdwet-uitgaven en -ontvangsten

    3.3. Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

  • 4. 

    Financiering van de zorguitgaven

    4.1. Totaalbeeld

    4.2. De financieringssystematiek

    4.3. De financiering in 2015

    4.3.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

    4.3.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

    4.3.3. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

    4.4. Wat betaalt de gemiddelde burger aan zorg

  • 5. 

    Meerjarige ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

    5.1. Actuele stand van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector 2010–2013

    5.2. Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2005–2015

  • 6. 

    Verdieping Financieel Beeld Zorg

    6.1. Verdieping in de BKZ-deelsectoren

    6.1.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

    6.1.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

    In de verdiepingshoofdstuk «Verdieping Financieel Beeld Zorg» wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de ontwikkelingen binnen het Budgettair Kader Zorg op het niveau van de deelsectoren binnen de Zvw en de Wlz.

Wijzigingen in het Financieel Beeld Zorg

In de ontwerpbegroting 2014 (TK 33 750 XVI, nr. 1 en 33 750 XVI, nr. 2) is reeds een aantal veranderingen doorgevoerd. De belangrijkste verandering in de ontwerpbegroting 2015 is de invoering van de Wet langdurige zorg (Wlz) in combinatie met de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Het Budgettair Kader Zorg

De BKZ-uitgaven bestaan uit de zorguitgaven op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en – indien de Staten-Generaal daarmee instemmen met ingang van 2015 – de Wet langdurige zorg (Wlz). Een deel van de begrotingsuitgaven wordt ook toegerekend aan het BKZ. Tot deze categorie hoort een deel van de uitgaven aan de zorgopleidingen, de uitgaven van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland en de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialische zorg. Deze uitgaven worden op de VWS-begroting verantwoord. Tot slot zijn er BKZ-uitgaven die via andere begrotingshoofdstukken beschikbaar komen. Het gaat hierbij om de middelen die via het Gemeentefonds worden uitgekeerd aan gemeenten voor uitgaven in het kader van de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Figuur 1 geeft inzicht in de bruto-BKZ-uitgaven onderverdeeld naar financieringsbron

Figuur 1: Bruto-BKZ-uitgaven 2015 naar Financieringsbron

Tabel 1: toont de bruto-BKZ-uitgaven en -ontvangsten, inclusief de vindplaats in de begroting.

Tabel 1 Samenstelling van de bruto-BKZ-uitgaven en -ontvangsten naar financieringsbron (bedragen x € 1 miljard) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Omschrijving

2015

Vindplaats

Bruto-BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2015

71,3

 

Premiegefinancierd

63,8

 

waarvan Zvw

44,4

FBZ

waarvan Wlz

19,5

FBZ

Begrotingsgefinancierd

7,5

 

waarvan Wmo en Jeugdwet

7,1

Gemeentefonds/BZK

waarvan overig begrotingsgefinancierd 2

0,5

Begroting VWS en aanvullende post

BKZ-ontvangsten standontwerpbegroting 2015

5,0

 

waarvan eigen bijdrage Zvw

3,2

FBZ

waarvan eigen bijdrage Wlz

1,7

FBZ

Netto-BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2015

66,4

 

Noot 2: Onder de post «overig begrotingsgefinancierd» zijn opgenomen de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialische zorg, Zorgopleidingen, Wtcg, zorg Caribisch Nederland, subsidieregeling abortusklinieken en loon- en prijsbijstelling.

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz.

Figuur 2 toont de bruto-BKZ uitgaven per sector als aandeel in de totale BKZ-uitgaven.

Figuur 2: Bruto-BKZ-uitgaven 2015 per sector

2. Zorguitgaven in vogelvlucht

De zorguitgaven zijn tot het begin van deze kabinetsperiode aanzienlijk toegenomen. Met de maatregelen uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte-Asscher zijn voor zowel de curatieve zorg als de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg flinke stappen gezet om te komen tot een meer houdbare ontwikkeling van de zorguitgaven. In 2013 en 2014 zijn afspraken gemaakt met zorgaanbieders en met zorgverzekeraars, met de werkgeversorganisaties en met het gros van de werknemersorganisaties in de zorg om de uitgavenbeheersing in de zorg verder vorm te geven. Tegelijkertijd wordt in de curatieve zorg geïnvesteerd in kwaliteit van het zorgpersoneel door scholing en bijscholing. In de langdurige zorg is een aantal verzachtingen van regeerakkoordmaatregelen overeengekomen. De parlementaire behandeling van de hervorming van de langdurige zorg is inmiddels voor een belangrijk deel afgerond. Het komende jaar staat dan ook vooral in het teken van de uitvoering.

2.1 Ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg en de netto-BKZ-uitgaven

Het Budgettair Kader Zorg legt aan het begin van de kabinetsperiode de genormeerde ontwikkeling van de collectieve zorguitgaven vast voor elk van de komende vier jaren. Gedurende de kabinetsperiode wordt het kader aangepast voor de jaarlijkse prijsstijging. Hiervoor wordt de CPB-raming van de prijsindex van de nationale bestedingen (pNB) gebruikt.

Het BKZ is bij de start van het kabinet-Rutte-Asscher voor de periode 2013–2017 vastgesteld bij Startnota (TK 33 400, nr. 18). Op deze stand zijn de maatregelen uit het aanvullend beleidspakket en de macro-economische doorwerking conform de laatste inzichten van het CPB verwerkt. Deze wijzigingen hebben geleid tot de nieuwe stand ontwerpbegroting 2014. De stand netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014 (TK 33 750 XVI, nr. 1 en 33 750 XVI, nr. 2) vormde het herijkte uitgavenkader voor de kabinetsperiode van het kabinet-Rutte-Asscher. Het BKZ is na verwerking van de begrotingsafspraken 2014 opnieuw herijkt (TK 33 750, nr. 19).

Tabel 2 laat de ontwikkeling zien van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven in de periode 2014 tot en met 2017 vanaf de stand ontwerpbegroting 2014 (na herijking).

Tabel 2 Ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven 2014–2017 (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.
 

2014

2015

2016

2017

BKZ stand ontwerpbegroting 2014 (na herijking)

67.826

69.018

70.960

72.917

Maatregelen begrotingsafspraken 2014

0

– 824

– 855

– 888

BKZ stand begrotingsafspraken 2014

67.826

68.194

70.105

72.029

Prijs nationale bestedingen (pNB)

– 346

– 784

– 806

– 828

IJklijnmutaties

– 53

– 275

– 197

– 189

Technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd

 

– 685

   

Technische correctie kader jeugd

– 346

     

Bijstelling BKZ

– 745

– 1.744

– 1.003

– 1.017

BKZ stand ontwerpbegroting 2015

67.081

66.450

69.102

71.011

Netto-BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2015

66.372

66.391

68.510

69.930

Onderschrijding BKZ

– 709

– 58

– 591

– 1.081

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz.

De maatregelen uit de begrotingsafspraken hebben geleid tot een verlaging van het BKZ met circa € 0,8 miljard in 2015 oplopend tot circa € 0,9 miljard in 2017 (zie tabel 3). Verder is het BKZ als gevolg van een neerwaartse bijstelling van de prijs Nationale Bestedingen (pNB) naar aanleiding van de laatste inzichten van het CPB en verschuivingen tussen de uitgavenkaders (ijklijnmutaties) ten opzichte van de stand begrotingsafspraken 2014 verlaagd met circa € 0,4 miljard in 2014 oplopend tot circa € 1 miljard in 2017. In het jaar 2014 is het kader verlaagd met € 0,3 miljard als gevolg van de technische correctie van het kader jeugd en in het jaar 2015 met circa € 0,7 miljard als gevolg van de technische correctie in verband met de verkorting van de DBC-doorlooptijd.

Ondanks de neerwaartse bijstellingen van het BKZ is sprake van een onderschrijding van circa € 0,7 miljard in 2014 oplopend tot circa € 1 miljard in 2017. Dit komt vooral door de lagere uitgavengroei voor geneesmiddelen. Het jaar 2015 laat incidenteel een afwijkend beeld zien door een aantal verzachtingen bij de te decentraliseren budgetten, waardoor er een beperktere onderschrijding van € 0,1 miljard is.

In de paragrafen 3.1.5, 3.2.5 en 3.3 is de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

Tabel 3 geeft een overzicht van de maatregelen uit de begrotingsafspraken 2014, die onder het BKZ zijn verwerkt. Voor een toelichting op de verschillende maatregelen wordt verwezen naar de Begrotingsafspraken 2014 (TK 33 750, nr.19).

Tabel 3 Maatregelen begrotingsafspraken (bedragen x € 1 miljoen)
 

2014

2015

2016

2017

Handhaven landelijke fiscale regeling aftrek specifieke zorgkosten

0

– 438

– 438

– 438

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

0

– 75

– 75

– 75

Plafond academische component

0

– 36

– 57

– 80

Tariefstelling hulpmiddelen

0

– 145

– 145

– 145

Transitie hervorming Langdurige Zorg

0

– 100

– 110

– 120

Doelmatiger zorginkoop AWBZ

0

– 30

– 30

– 30

Totaal

0

– 824

– 855

– 888

2.2 Horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector

De horizontale ontwikkeling geeft de jaar op jaar ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten weer. Tabel 4 geeft de horizontale ontwikkeling weer van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector. Hierbij wordt een toelichting gegeven op het verloop van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten vanaf 2013 tot en met 2015 volgens de huidige inzichten. Bij de Wet langdurige zorg betreft het voor het jaar 2013 en 2014 de AWBZ-standen en voor het jaar 2015 de Wlz-stand. De ontwikkeling van de sectoren is onderverdeeld naar de oorzaak van de ontwikkeling:

  • –  Nominaal (N);
  • –  Beleidsmatig (B), zijnde intensiveringen en maatregelen;
  • –  Mee- en tegenvallers (M), waaronder de actualisering van de zorguitgaven op basis van de cijfers van het Zorginstituut Nederland en de NZa;
  • –  Technisch (T), waaronder budgetneutrale verschuivingen.
Tabel 4 Horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector (bedragen x € 1 miljard) 1Door afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.
 

2013

N

B

M

T

2014

N

B

M

T

2015

Zorgverzekeringswet (Zvw)

39,6

1,0

0,8

– 0,2

– 0,2

41,1

0,9

0,7

– 0,2

2,1

44,4

Eerstelijnszorg

4,2

0,1

0,1

0,1

0,0

4,5

0,0

0,1

0,0

0,3

4,9

Tweedelijnszorg

22,5

0,4

0,2

– 0,3

0,0

22,9

0,0

0,2

– 0,2

– 0,7

22,2

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4,3

0,1

0,1

0,0

– 0,3

4,1

0,0

0,0

0,0

– 0,5

3,6

Genees- en hulpmiddelen

5,8

0,1

0,3

0,0

– 0,1

6,1

0,0

0,3

0,0

– 0,1

6,4

Wijkverpleging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

3,0

3,1

Ziekenvervoer

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,7

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw

1,0

0,0

0,0

0,0

0,2

1,2

0,0

0,0

0,0

0,0

1,2

Overige 2

1,1

0,0

0,0

0,0

0,0

1,2

0,0

0,0

0,0

0,0

1,3

Nominaal en onverdeeld

0,0

0,2

0,1

0,0

0,0

0,4

0,8

0,0

0,0

0,0

1,0

                       

Wet langdurige zorg (Wlz)

27,5

0,9

– 0,4

0,4

– 0,3

28,1

0,1

– 2,3

0,3

– 6,8

19,5

Binnen contracteerruimte

                     

Ouderenzorg

8,4

0,3

– 0,1

0,0

0,1

8,8

0,0

– 0,1

0,0

0,1

8,9

Gehandicaptenzorg

5,3

0,2

0,0

0,0

0,1

5,5

0,0

0,0

0,0

0,5

6,0

Langdurige ggz

1,6

0,1

0,0

0,0

0,0

1,6

0,0

0,0

0,0

– 1,1

0,5

Extramurale zorg

4,3

0,2

0,0

0,0

0,0

4,4

0,0

0,0

0,0

– 3,8

0,7

Volledig pakket thuis

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,2

0,2

Persoonsgebonden budgetten

2,5

0,0

– 0,3

0,3

– 0,1

2,4

0,0

– 0,2

0,3

– 1,7

0,8

Overige binnen contracteerruimte

1,3

0,0

0,0

0,0

0,0

1,3

0,0

0,0

0,0

– 1,2

0,1

                       

Buiten contracteerruimte

                     

Kapitaallasten (nacalculatie)

2,4

0,0

0,0

0,0

– 0,2

2,1

0,0

0,0

– 0,1

– 0,7

1,4

Beheerskosten

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,2

Overig buiten contracteerruimte 3

1,5

0,0

0,0

0,0

0,0

1,6

0,0

0,0

0,0

– 1,1

0,5

Nominaal en onverdeeld

0,2

0,1

– 0,1

0,0

– 0,2

0,0

0,2

– 1,9

0,0

1,9

0,2

                       

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

2,2

0,1

0,1

0,0

– 0,1

2,3

0,0

– 0,2

0,0

5,4

7,5

Wmo en Jeugdwet (Gemeentefonds)

1,6

0,0

0,2

0,0

0,0

1,7

0,0

0,0

0,0

5,3

7,1

Overig begrotingsgefinancierd 4

0,6

0,1

0,0

0,0

– 0,1

0,6

0,0

– 0,3

0,0

0,1

0,5

                       

Bruto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2015

69,3

2,0

0,6

0,2

– 0,6

71,5

1,0

– 1,9

0,1

0,7

71,3

BKZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2015

4,6

0,0

0,1

0,4

0,0

5,1

0,0

0,1

0,2

– 0,5

5,0

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2015

64,7

2,0

0,4

– 0,2

– 0,6

66,4

1,0

– 2,0

– 0,1

1,1

66,4

Noot 2: Bij de Zvw zijn onder de post «overige» opgenomen de deelsectoren grensoverschrijdende zorg, beheerskosten uitvoeringsorganen Zvw en multidisciplinaire zorgverlening.

Noot 3: Bij de Wlz zijn onder de post «overige buiten contracteerruimte» opgenomen de deelsectoren: bovenbudgettaire vergoedingen, tandheelkunde Wlz, instellingen voor medisch-specialistische zorg Wlz, overig curatieve zorg Wlz, zorginfrastructuur en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

Noot 4: Onder de post «overig begrotingsgefinancierd» zijn opgenomen de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch- specialistische zorg, Zorgopleidingen, Wtcg, zorg Caribisch Nederland, subsidieregeling abortusklinieken en loon- en prijsbijstelling.

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en AWBZ/Wlz.

Nominaal

De nominale ontwikkeling bij de Zvw en de Wlz in 2014 van in totaal € 2,0 miljard en in 2015 van € 1 miljard betreft de jaarlijkse aanpassing van de zorguitgaven aan de loon- en prijsontwikkeling op basis van de ramingen van het CPB. De vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling 2014 is toebedeeld aan de sectoren. De vergoedingen voor de loon- en prijsbijstelling 2015 is voor alle sectoren in eerste instantie gereserveerd op nominaal en onverdeeld 5. De tranche 2015 wordt later aan de sectoren toebedeeld.

Beleidsmatig

Onder de categorie beleidsmatig zijn opgenomen de intensiveringen en maatregelen die het gevolg zijn van politieke prioriteitstelling. De intensiveringen betreffen voornamelijk de groeiruimte die op basis van (bestuurlijke) akkoorden, politieke prioriteitenstelling of op basis van de raming van de jaarlijkse autonome ontwikkeling van de zorguitgaven (volgend uit de CPB-middellangetermijnraming) beschikbaar is. De uitgavenbeperkende maatregelen zijn veelal ter redressering van eerdere overschrijdingen. Groeiruimte of maatregelen kunnen zich zowel in volume- als in prijseffecten manifesteren, of in een combinatie van beide.

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Bij de sector Zvw is voor 2014 een beleidsmatige groei te zien van € 0,8 miljard en voor 2015 een groei van € 0,7 miljard. In de Hoofdlijnenakkoorden die in juli 2013 overeen zijn gekomen met ziekenhuizen, medisch specialisten, zelfstandige behandelcentra, curatieve ggz- en eerstelijnszorgaanbieders (huisartsen, zorggroepen) is afgesproken dat de uitgaven in deze sectoren in 2014 met 1,5% en in 2015 met 1% mogen stijgen. Daarnaast is in de sector huisartsen in de jaren 2014 (1%) en 2015 (1,5%) extra ruimte beschikbaar ten behoeve van gewenste substitutie, vernieuwing en het belonen van uitkomsten. Hierdoor stijgen de Zvw-uitgaven in 2014 en 2015 minder snel dan in voorgaande jaren. Verder neemt de groei van de uitgaven voor geneesmiddelen af als gevolg van een beheerste ontwikkeling van volume en kosten, terwijl eerder rekening werd gehouden met een behoorlijke groei.

Wet langdurige zorg (Wlz)

Bij de Wlz is sprake van een beperkte negatieve ontwikkeling van de uitgaven van 2013 op 2014 (van € 0,4 miljard). Van 2013 op 2014 dalen de pgb-uitgaven als gevolg van eerder genomen maatregelen. De uitgaven aan ouderenzorg dalen als gevolg van compensatie van de Wmo in verband met het extramuraliseren van lichte ZZP’s.

De daling van 2014 op 2015 van € 2,3 miljard betreft voornamelijk de maatregelen uit het Regeerakkoord die met ingang van 2015 tot lagere uitgaven leiden. Dit betreft vooral de overheveling van persoonlijke verzorging en extramurale verpleging naar de Zvw en de overhevelingen van verantwoordelijkheden naar de Wmo 2015. Daarnaast worden middelen overgeheveld naar het jeugddomein.

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

De beleidsmatige daling bij de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven in 2015 van € 0,2 miljard is voornamelijk het gevolg van het intrekken van de Wtcg en de CER.

Gemeenten ontvangen aanvullende financiële middelen (structureel vanaf 2017 € 268 miljoen) om mensen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problematiek die daarmee samenhangende aannemelijke meerkosten hebben een tegemoetkoming te kunnen verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. In 2015 gaat het om een bedrag van € 216 miljoen dat wordt toegevoegd aan het deelfonds sociaal domein.

Mee- en tegenvallers

De mee- en tegenvallers kunnen het gevolg zijn van een volume- en/of een prijseffect. De actualisering van de zorguitgaven vallen onder de mee- en tegenvallers. Mee- en tegenvallers blijken uit realisatiecijfers (in deze begroting betreft het de voorlopige realisatiecijfers 2013). Mee- en tegenvallers werken meestal structureel door als constante reeks. Zowel bij de Zvw als bij de Wlz is sprake van beperkte mee- en tegenvalllers.

Zorgverzekeringswet (Zvw)

De daling van de Zvw-uitgaven in 2014 en 2015 wordt voornamelijk veroorzaakt door mutaties van mee- en tegenvallers bij de medisch-specialistische zorg.

De daling van 2013 op 2014 (€ 0,2 miljard) is het gevolg van incidenteel hogere uitgaven voor medisch-specialistische zorg in 2013. De daling van 2014 op 2015 (€ 0,2 miljard) wordt grotendeels veroorzaakt door de ramingsbijstellingen van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg en de beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg.

Wet langdurige zorg (Wlz)

De stijging van de Wlz-uitgaven van 2013 op 2014 (€ 0,4 miljard) en van 2014 op 2015 (€ 0,3 miljard) wordt grotendeels veroorzaakt door een volumetoename bij de persoonsgebonden budgetten. In het Begrotingsakkoord 2013 zijn maatregelen genomen om deze groei te beperken.

Technisch

De technische mutaties betreffen voornamelijk budgetneutrale verschuivingen tussen onderdelen vanuit de AWBZ, Zvw en de begroting van VWS. In 2014 is er sprake van beperkte technische mutaties bij zowel de AWBZ als de Zvw. De mutaties in 2015 hebben voornamelijk betrekking op overhevelingen vanuit de AWBZ in verband met de invoering van de Wlz.

Zorgverzekeringswet (Zvw)

De technische mutatie in 2014 van in totaal – € 0,2 miljard betreft voornamelijk een correctie op de uitgaven voor de jeugd-ggz als gevolg van de overheveling van de uitgaven voor jeugd-ggz per 1 januari 2015. Doordat alle openstaande DBC’s per 31 december 2014 worden afgesloten, neemt de schadelast 2014 van zorgverzekeraars af.

De technische mutatie in 2015 van € 2,1 miljard heeft voornamelijk betrekking op de overheveling vanuit de AWBZ voor de wijkverpleging (circa € 3 miljard), de zintuiglijk gehandicapten en eerstelijns kortdurend verblijf (circa € 0,3 miljard). Verder zijn er technische bijstellingen als gevolg van de overheveling van de jeugd-ggz naar gemeenten (circa – € 0,5 miljard) en de technische correctie als gevolg van de verkorting DBC-doorlooptijd bij de medisch-specialistische zorg (circa – € 0,7 miljard).

Wet langdurige zorg (Wlz)

De technische mutatie bij de Wlz in 2015 van – € 6,8 miljard heeft betrekking op de overheveling vanuit de AWBZ naar de Zvw, Wmo 2015 en Jeugdwet.

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

De technische mutatie bij de begrotingsgefinancierde uitgaven in 2015 van € 5,4 miljard heeft voornamelijk betrekking op de overheveling vanuit de AWBZ naar de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Verder zijn er middelen voor de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg overgeheveld vanuit de Zvw.

In tabel 4A zijn de groeipercentages van de BKZ-uitgaven en ontvangsten per financieringsbron weergegeven. Bij de Wlz betreft het voor het jaar 2013 en 2014 de AWBZ-standen en voor het jaar 2015 de Wlz-stand.

Tabel 4A Groeipercentages van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron (bedragen x € 1 miljard)
 

2013

Groei

Overhevelingen

Groei gecorr. voor overh.

2014

Groei

Overhevelingen

Groei gecorr. voor overh.

2015

 

(bedrag)

(%)

(%)

(%)

(bedrag)

(%)

(%)

(%)

(bedrag)

Zorgverzekeringswet

39,6

3,7

– 0,5

4,2

41,1

8,2

5,1

3,2

44,4

Wet langdurige zorg

27,5

2,2

– 1,0

3,2

28,1

– 30,8

– 24,1

– 6,7

19,5

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

2,2

7,8

– 3,3

11,1

2,3

221,3

231,2

– 9,8

7,5

Bruto-BKZ-uitgaven OW 2015

69,3

3,2

– 0,8

4,0

71,5

– 0,2

0,9

– 1,1

71,3

Netto-BKZ-uitgaven OW 2015

64,7

2,6

– 0,9

3,5

66,4

0,0

1,7

– 1,7

66,4

Toelichting:

De positieve mutatie bij de Zvw in 2015 van circa 8% betreft voor 5% de overhevelingen vanuit de AWBZ naar de Zvw (onder andere de wijkverpleging).

In 2015 is bij de Wet langdurige zorg een negatieve mutatie te zien van circa 31%. Dit betreft voor circa 24% de overhevelingen vanuit de AWBZ naar de Zvw, Wmo 2015 en de Jeugdwet.

De positieve groei bij de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven in 2015 van circa 231% betreft voornamelijk de overhevelingen vanuit de AWBZ naar de Wmo 2015 en Jeugdwet. De negatieve groei gecorrigeerd voor overhevelingen bij de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven van circa 10% heeft betrekking op de beleidsmatige daling van circa € 0,4 miljard en is voornamelijk het gevolg van het intrekken van de Wtcg en de CER.

2.3 Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

Tabel 5 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2014 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten op hoofdlijnen zien. De verdere verdieping van de verticale ontwikkeling vindt plaats in paragraaf 3 en 6. Bij de Wlz betreft het voor het jaar 2014 de AWBZ-stand en vanaf het jaar 2015 de Wlz-standen.

Tabel 5 Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2014

67.826

69.018

70.960

72.917

76.032

76.032

             

Mutatie in de netto-Zvw-uitgaven

– 1.505

– 1.631

– 606

– 650

– 561

1.889

Mutatie in de netto-Wlz-uitgaven

– 51

– 6.460

– 7.130

– 7.323

– 7.509

– 6.631

Mutatie in de netto-begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

101

5.465

5.286

4.987

5.048

5.063

Totaal mutaties

– 1.454

– 2.627

– 2.450

– 2.986

– 3.021

321

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2015

66.372

66.391

68.510

69.930

73.011

76.353

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz.

Toelichting

Ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2014 nemen de netto-BKZ-uitgaven in 2015 af met circa € 2,6 miljard. De daling van de netto-BKZ-uitgaven wordt veroorzaakt door de daling van de netto-Zvw-uitgaven met circa € 1,6 miljard, een daling van de netto-Wlz-uitgaven met circa € 6,5 miljard en een stijging van de netto-begrotingsgefinancierde-uitgaven met circa € 5,5 miljard.

De daling van de netto-Zvw-uitgaven wordt grotendeels verklaard door de daling van de uitgaven voor geneesmiddelen en de eerstelijnszorg (circa € 0,7 miljard), technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd (circa € 0,7 miljard), ramingsbijstelling geneesmiddelen en tariefstelling hulpmiddelen (circa € 0,3 miljard), overheveling jeugd ggz naar de Jeugdwet (circa € 1 miljard), overheveling van middelen voor de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg naar de VWS-begroting (circa € 0,1 miljard) en macrobijstellingen circa (€ 0,5 miljard). Daarnaast zijn er overhevelingen vanuit de AWBZ naar de Zvw van circa € 1,8 miljard.

De netto-Wlz-uitgaven dalen ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2014 voornamelijk als gevolg van de overhevelingen vanuit de AWBZ naar de Zvw, Wmo 2015 en de Jeugdwet.

De stijging van de netto-begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven betreft voornamelijk de overhevelingen vanuit de AWBZ naar de Wmo 2015 en Jeugdwet en de overheveling van middelen voor de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg vanuit de Zvw.

In paragraaf 3 wordt de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

3. Uitgaven Budgettair Kader Zorg

3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

3.1.1 Algemene doelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijke curatieve zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

3.1.2 Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel voor curatieve zorg. De Minister is verantwoordelijk voor het opstellen en handhaven van de wettelijke kaders waarbinnen het zorgstelsel functioneert. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Zorgverzekeringswet, de Wet Bijzondere Medische Verrichtingen, de Wet Marktordening Gezondheidszorg, de Wet Geneesmiddelenprijzen en de Wet Toelating zorginstellingen.

De uitvoering van het zorgstelsel is in handen van private partijen. Private Zorgverzekeraars sluiten contracten met een veelheid aan private, over het land verspreide zorgaanbieders: ziekenhuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en vrijgevestigde beroepsbeoefenaren, zoals huisartsen, apothekers, paramedici. Door middel van onderlinge concurrentie proberen verzekeraars een zo goed mogelijke prijs/kwaliteitverhouding en doelmatigheid in de zorg te bereiken. De zorg wordt gefinancierd door verplicht op te brengen premies. De zorg die aanbieders verlenen en de uitgaven die daarmee gemoeid zijn vergen geen expliciete toestemming van de Minister van VWS. Deze vloeien voort uit de aanspraken die zijn vastgelegd in de Zorgverzekeringswet (Zvw). De zorgsector is privaat binnen publieke randvoorwaarden, dat consequenties heeft voor de sturingsmogelijkheden voor de Minister van VWS.

De Minister is in het zorgstelsel verantwoordelijk voor beheersing van de collectieve zorguitgaven en stelt eisen aan de kwaliteit van de zorg. De Minister heeft geen directe invloed op de hoeveelheid zorg die wordt geleverd en de prijsontwikkeling in die sectoren waar de prijsvorming door de partijen wordt bepaald. De Minister heeft wel invloed op de samenstelling van het verplicht verzekerde pakket (het basispakket) en de (maximale) hoogte van tarieven in sectoren waar de prijsvorming niet is vrijgegeven. Tevens kan de Minister doelmatigheid in de zorgsector bevorderen, bijvoorbeeld door het maken van afspraken met het veld en het stimuleren van gepast zorggebruik.

De Minister wordt ondersteund door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), het Zorginstituut Nederland (voorheen het College voor Zorgverzekeringen) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit van de zorg in Nederland.

De NZa en het Zorginstituut Nederland spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Het Zorginstituut Nederland adviseert de Minister over de samenstelling van het verzekerde pakket en beheert het Zorgverzekeringsfonds (ZvF). De NZa behartigt het belang van de zorgconsument, onder andere door te adviseren over beleid en regelgeving. Daarnaast is de NZa onafhankelijk toezichthouder in de zorg die kijkt of zorgaanbieders en zorgverzekeraars de wet naleven. De NZa stelt op aanwijzing van de Minister regels, budgetten en tarieven vast voor dat deel van de zorg dat is gereguleerd en stelt condities voor concurrentie vast in zorgsectoren met vrije prijsvorming.

De NZa en het Zorginstituut Nederland brengen de omvang van de gerealiseerde zorguitgaven in kaart. Zij baseren zich daarbij op informatie van zorgverzekeraars en instellingen, die na afloop van het jaar door een externe accountant wordt beoordeeld. Op basis van de rapportages van de NZa en het Zorginstituut Nederland legt de Minister verantwoording af aan de Tweede Kamer.

3.1.3 Kerncijfers

De kerncijfers in tabel 6 schetsen een beeld van de Zorgverzekeringswet.

Tabel 6 Kerncijfers Zorgverzekeringswet (Zvw)
 

Eenheid

2010

2011

2012

2013 1

2014

 

Algemeen

           

1

Bevolking naar leeftijd op 1 januari

           
 

Jonger dan 20 jaar

%

23,7

23,5

23,3

23,1

22,9

 

20 tot 65 jaar

%

61

60,9

60,5

60,1

59,8

 

65+

%

15,3

15,6

16,2

16,8

17,3

 

Totale bevolking

1 mln.

16,6

16,7

16,7

16,8

16,8

2

Levensverwachting bij 66 jaar op 31 december

           
 

– mannen

jaren

17,2

17,5

17,5

17,7

 
 

– vrouwen

jaren

20,4

20,5

20,4

20,6

 
               
 

Zorgverzekering

           

3

Gemiddelde nominale premie

euro

1.095

1.199

1.226

1.213

1.101

4

Verzekerden met een collectieve verzekering

%

64

65

68

69

70

               
 

Eerstelijnszorg

           

5

Werkzame huisartsen

aantal

8.981

8.906

8.889

8.865

 

6

Toegestane instroom huisartsenopleiding

aantal

600

618

720

720

720

7

Werkzame tandartsen

aantal

8.881

8.827

8.775

   

8

Werkzame verloskundigen

aantal

2.581

2.672

2.746

2.852

 

9

Werkzame fysiotherapeuten

aantal

16.743

 

17.802

   

10

Gemiddeld aantal contacten per persoon met huisarts

aantal

4,2

4,3

4,1

4,1

 

11

Personen met contact met huisarts in 1 jaar

%

72,3

72

71,3

71,5

 

12

Gemiddeld aantal contacten per persoon met tandarts

aantal

2,3

2,3

2,1

2,2

 

13

Personen met contact met tandarts in 1 jaar

%

78,4

78,2

78,5

78,7

 

14

Gemiddeld aantal contacten per persoon met fysio-/oefentherapeut

aantal

3,7

3,7

3,5

3,5

 

15

Personen met contact met fysio-/oefentherapeut in 1 jaar

%

22

22,8

21,2

22

 

16

Geregistreerde sociaal-geneeskundigen

aantal

5.402

5.331

5.265

5.220

 
               
 

Medisch specialistische zorginstellingen

           

17

Zorgaanbieders algemene ziekenhuizen, UMC en ZBC

           
 

– algemene ziekenhuizen

aantal

84

84

82

82

 
 

– categorale ziekenhuizen

aantal

2

2

2

2

 
 

– UMC

aantal

8

8

8

8

 
 

– evt. ZBC (actief in A- en/of B segment)

aantal

241

258

288

268

 

18

Dagopnames

1 mln.

1,1

1,2

1,2

   

19

Verpleegdagen

1 mln.

7,7

7,5

7,2

   

20

Eerste polibezoeken

1 mln.

8,2

8,4

8,1

   

21

Gemiddeld aantal contacten per persoon met specialist

aantal

2,3

2,2

2,1

2,2

 

22

Personen met contact met specialist in 1 jaar

%

37,8

39

37,9

37,8

 

23

Geregistreerde medisch specialisten (niet artsen voor verstandelijk gehandicapten en ouderengeneeskunde)

aantal

20.144

20.863

21.750

22.585

 
               

24

Top 5 DBC- Zorgproducten 2
           
 

1) 199299012 – Letsel (excl heupfractuur) | Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht | Letsel overig

1.000

   

439

324

 
 

2) 199299028 – Letsel (excl heupfractuur) | Licht ambulant | Letsel overig

1.000

   

350

213

 
 

3) 140301007 – Nierinsufficientie | Chronisch | Hemodialyse in centrum/ zkhs | Niet klin | Dialyse 1–3 | Urogenitaal nierinsufficientie

1.000

   

240

214

 
 

4) 131999228 – Ov diagnosen | Licht ambulant | Botspierstelsel ziekte/laat gev trauma

1.000

   

226

125

 
 

5) 029499039 – Licht ambulant | Nieuwv maligne huid/premaligne dermatose

1.000

   

198

81

 
 

6) 070401008 – Standaard cataract operatie | Zonder VPLD | Oog lens

1.000

   

159

120

 
               
 

Ziekenvervoer

           

25

Aantal spoedeisende ambulance-inzetten

1.000

463,9

478,3

500,8

   
               
 

Genees- en hulpmiddelen

           

26

Aantal openbare apotheken

aantal

1.980

1.997

1.981

1.974

 

27

Gemiddeld aantal voorschriften geneesmiddelen per persoon

aantal

12,5

13,6

14,1

14,5

 

28

Aandeel generieke verstrekkingen in de voorschriften

%

60,6

63,3

66,7

69,7

 

29

Aandeel generieke verstrekkingen in de kosten

%

10,9

10,3

12

15,2

 

30

Aantal personen dat vergoede hulpmiddelen gebruikt

1 mln.

2,4

2,2

2,1

2,2

 
               
 

Geestelijke gezondheidszorg

           

31

Geestelijke ongezond. Op basis van Somscore MHI-5 (Mental Health Inventory 5), internationale maat voor de psychische gezondheid. De maximale score is 100. Hoe lager de score hoe slechter de psychische gezondheid. Het cijfer geeft het percentage van personen van 12 jaar of ouder met een score van minder dan 60.

%

10,7

11

10,8

10,9

 

32

Aantal cliënten curatieve ggz

1.000

1.186

1.228

     
 

Aantal cliënten eerstelijns curatieve ggz

1.000

305

328

312

   
 

Aantal cliënten tweedelijns curatieve ggz

1.000

929

952

     

33

Aantal en soort aanbieders curatieve ggz

aantal

6.687

7.132

     
 

Waarvan:

           
 

Eerstelijns psychologische zorg verlener

aantal

3.232

3.280

3.835

   
 

Eerstelijn overig (psychiaters, orthopedagogen etcetera)

aantal

133

197

219

   
 

Tweede lijn (voorheen) gebudgetteerde zorgaanbieder

aantal

177

181

178

175

 
 

Tweede lijn niet gebudgetteerde instellingen

aantal

121

179

     
 

Tweede lijn vrijgevestigde zorgaanbieder

aantal

3.024

3.295

     

Noot 1: Voor met name 2013 is een aantal cijfers nog niet beschikbaar.

Noot 2: DBC Zorgproducten zijn vanaf 2012 in gebruik. Daarvoor werd gebruikt gemaakt van Diagnose Behandelingcombinaties. 2013 betreft een tussenstand.

1–2: CBS

3: CPB

4: Vektis

5: Nivel, Cijfers uit de registratie van huisartsen peiling januari 2013

6: VWS

7: NZa Marktscan mondzorg december 2012

8: Nivel, Cijfers uit de registratie van verloskundigen peiling januari 2013

9: Nivel, Cijfers uit de registratie van fysiotherapeuten peiling januari 2012

10. t/m 15: CBS, Statline (http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=81027NED&D1=a&D2=0–2&D3=0&D4=a&HDR=G3,G2,G1&STB=T&VW=T )

16: KNMG, Aantal geregistreerde specialisten/profielartsen op peildatum 31 december van het jaar ( http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-Registratie/RGS-1/Aantallen/Overzicht-aantal-geregistreerde-specialistenprofielartsen.htm )

17: NZa, Marktscan Medisch-specialistische Zorg 2013

18 t/m 20: NZa, A-segment

21 en 22 Statline (http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=81027ned&D1=0–45&D2=0–13,32–37,68–74&D3=0&D4=0–2&VW=T)

23: KNMG, Aantal geregistreerde specialisten/profielartsen op peildatum 31 december van het jaar ( http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-Registratie/RGS-1/Aantallen/Overzicht-aantal-geregistreerde-specialistenprofielartsen.htm )

24: Vektis

25: Ambulancezorg Nederland, Ambulances in zicht 2012. (Betreft het aantal A1-inzetten. Het totale aantal inzetten – A1, A2 en B – bedroeg in 2011 1.084.426 en in 2012 1.100.419.)

26 – 29: Stichting Farmaceutische Kengetallen

30: Zorginstituut Nederland

31: CBS Statline (http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=81174NED&D1=41&D2=a&D3=a&D4=0&D5=a&HDR=T&STB=G1,G2,G3,G4&VW=T)

32 en 33: NZa, Marktscan en beleidsbrief GGZ april 2014

3.1.4 Beleidswijzigingen en prioriteiten 2015

In de hoofdlijnenakkoorden over de medisch-specialistische zorg, de geestelijke gezondheidszorg en de eerstelijnszorg zijn financiële afspraken gemaakt over de beperking van de groei van de zorguitgaven tot maximaal 1% vanaf 2015. In het eerstelijnsakkoord is bovendien 1,5% additionele groei afgesproken om de toenemende zorgvraag als gevolg van vergrijzing en beleid naar eerstelijnszorg op te kunnen vangen. In de hoofdlijnenakkoorden zijn afspraken gemaakt over substitutie van zorg van de tweede naar de eerste lijn en van de eerste lijn naar zelfzorg.

Een van de doelen die voortvloeit uit het Regeerakkoord en het met de sector overeengekomen hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg is het invoeren van integrale tarieven per 2015. Concreet betekent het dat met ingang van 2015 het honorarium van vrijgevestigde medisch specialisten integraal onderdeel is van het tarief dat het ziekenhuis voor een prestatie in rekening mag brengen. Instellingen krijgen daarmee steviger de regie over kwaliteit en doelmatigheid in de contracten met zorgverzekeraars. Daarmee wordt de gelijkgerichtheid van belangen tussen ziekenhuizen en medisch specialisten versterkt, wat de kwaliteit van zorg aan patiënten ten goede komt. Met de introductie van integrale tarieven vervallen de verschillende deelkaders die tot op heden bestaan voor aan de ene kant instellingen en aan de andere kant honoraria van vrijgevestigd medisch specialisten: vanaf 2015 is er één macrokader voor de instellingen van medisch-specialistische zorg en de honoraria van medisch specialisten.

De eerste lijn wordt verder ontwikkeld en versterkt. Het afgelopen jaar is hard gewerkt aan de invoering van het nieuwe bekostigingsmodel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg dat in 2015 wordt ingevoerd. Komend jaar zal dit bekostigingsmodel verder worden ontwikkeld. Partijen hebben hiertoe een agenda opgesteld waarvan de verdere ontwikkeling van programmatische zorg voor kwetsbare ouderen en GGZ, de integratie van farmaceutische zorg in de ketenprogramma’s en het uitbreiden van het belonen van (gezondheids) uitkomsten deel uitmaken.

Verder zal ter uitvoering van het bestuurlijk akkoord eerste lijn komende jaren een aantal inhoudelijke onderwerpen worden opgepakt, waaronder versterking van de verbinding tussen cure en care, de verdere ontwikkeling van de multidisciplinaire zorg, het versterken van de organisatiegraad in de eerste lijn, medicatie-overdracht, therapietrouw en e-health.

In juni 2012 en juli 2013 zijn akkoorden gesloten met partijen in de GGZ over de ontwikkeling van de GGZ. Er zijn afspraken gemaakt over de uitgavengroei en over de hervorming van de GGZ opdat de zorg die nodig is op de juiste plek, door de juiste persoon, doelmatig en in goede samenhang wordt verleend. In 2015 wordt verder gewerkt aan de uitvoering van deze akkoorden. Zo worden in het kader van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ zorgstandaarden opgesteld. Er is een commissie die begin 2015 gaat adviseren over het hoofdbehandelaarschap in de GGZ. Partijen werken samen aan de vermindering van de regeldruk in de GGZ. De ontwikkelingen in de generalistische basis GGZ, het hoofdbehandelaarschap en de ambulantisering worden gemonitord.

Vanaf 2015 zal de extramurale verpleging en verzorging worden overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw en deel uitmaken van de aanspraak wijkverpleging. Met het onderbrengen van verpleging en verzorging onder de aanspraak wijkverpleging in de Zvw, wordt de eerste lijn versterkt. De wijkverpleegkundige en de huisarts vervullen een belangrijke rol om mensen zo lang mogelijk thuis te helpen. De wijkverpleegkundige stelt zelf vast welke (wijkverpleegkundige) zorg nodig is en bevordert de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de cliënt en vermindert het beroep op zwaardere vormen van zorg. De wijkverpleegkundige beziet ook welke overige ondersteuning uit het gemeentelijke domein aan de orde kan zijn. Om de afstemming met het gemeentelijk domein goed te borgen, participeert de verpleegkundige in het sociaal wijkteam of een vergelijkbaar verband. Om een zorgvuldige overgang te realiseren wordt wat betreft de bekostiging in 2015 gewerkt met een overgangsmodel. In dit model worden de bestaande prestaties in de AWBZ zoveel mogelijk gebundeld. De NZa zal in overleg met partijen de toekomstige bekostiging verder uitwerken.

In het Regeerakkoord is afgesproken dat de langdurige geestelijke gezondheidszorg wordt overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. Dit betreft de langdurige op behandeling gerichte intramurale ggz. Beschermd wonen wordt ondergebracht in het gemeentelijk domein. Het uitgangspunt hierbij is dat mensen met psychische problemen de juiste zorg en ondersteuning kunnen krijgen in zowel de Zvw, de Wmo 2015, als de Wet langdurige zorg (Wlz). Gezien de aard van psychische stoornissen houden ook ggz-patiënten die toegang krijgen tot de Wlz perspectief op verbetering. Het gaat om een groep patiënten waarbij het perspectief op (spoedig) herstel en/of een overgang naar ambulante zorg en ondersteuning vrij groot is. Door deze zorg naar de Zvw over te hevelen worden aanbieders en zorgverzekeraars gestimuleerd om ook voor deze groep mensen in te blijven zetten op herstel, participatie en ambulantisering. Zorgverzekeraars worden vanaf 2015 op grond van de Zvw verantwoordelijk voor de eerste drie jaar op behandeling gerichte intramurale ggz voor volwassenen. Dit geldt voor nieuwe cliënten. Huidige cliënten gaan rechtstreeks over naar de Wlz.

De zorginkoop voor de curatieve zorg is sterk in ontwikkeling. Met de bestuurlijke akkoorden zijn een versnelling van het contracteerproces en nieuwe vormen van contracten tot stand gekomen. Er is steeds meer verscheidenheid in de aanpak van de zorginkoop. Voor de komende jaren blijft het van belang dat het tempo van doelmatigheidsverbetering hoog blijft en dat de aandacht voor inkoop op kwaliteit wordt geïntensiveerd. Inmiddels is het wetsvoorstel voor de aanpassing van artikel 13 Zvw door de Tweede Kamer aangenomen. Dit geeft verzekeraars meer mogelijkheden om een lagere vergoeding of geen vergoeding te geven, als de zorgaanbieder niet de gewenste kwaliteit levert of te duur is. Zorgverzekeraars kunnen hun rol beter oppakken doordat zij beter in staat zijn hun verzekerden te sturen naar zorgaanbieders die een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit leveren. Daarnaast beoogt de wijziging dat zorgverzekeraars uiterlijk zes weken voorafgaand aan het nieuwe polisjaar bekend maken welke zorgaanbieders zij gecontracteerd hebben. Dit versnelt het contracteerproces en verhoogt de transparantie voor verzekerden.

3.1.5 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2014. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de veranderingen wordt verwezen naar de verdiepingsparagraaf.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • –  mee- en tegenvallers;
  • –  beleidsmatige mutaties;
  • –  technische- en macro-economische mutaties.

Tabel 7 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2014 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten zien.

Tabel 7 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2014

42.556,8

46.011,2

47.753,7

49.278,8

51.754,8

 

Mee- en tegenvallers

           

Actualisering Zvw-uitgaven

– 886,7

– 741,7

– 741,7

– 741,7

– 741,7

 
             

Beleidsmatige mutaties

           

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg (intramuraal)

12,5

37,5

62,5

75,0

75,0

 

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

– 15,1

– 193,3

– 243,9

– 313,0

– 313,0

 

Dekking plan van aanpak NVWA

0,0

– 10,3

– 10,3

– 10,3

– 10,3

 

Kasschuif middelen subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

0,0

75,0

0,0

– 25,0

– 25,0

 

Werelddekking

0,0

60,0

60,0

0,0

0,0

 

Plafond beschikbaarheidbijdrage academische zorg

0,0

– 36,0

– 57,0

– 80,0

– 73,0

 

Tariefstelling hulpmiddelen

0,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

– 145,0

 

Overheveling bovenbudgettaire vergoedingen

0,0

15,0

15,0

15,0

15,0

 

Sociale wijkteams

0,0

– 10,0

– 20,0

– 50,0

– 50,0

 
             

Overige

24,1

– 39,1

– 29,1

– 72,1

– 64,1

 
             

Technische en macro-economische mutaties

           

Macro-bijstellingen

– 221,5

– 525,4

– 535,8

– 552,7

– 567,3

 

Technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd

0,0

– 684,5

0,0

0,0

0,0

 

Overheveling jeugd ggz

– 346,0

– 989,0

– 989,0

– 994,0

– 994,0

 

Overboeking middelen subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

0,0

– 125,0

0,0

0,0

– 25,0

 

Omsleuteling Hlz (zie tabel 7A)

0,0

1.791,9

2.150,2

2.367,4

2.485,4

 

Nominaal en groeiruimte

– 72,0

– 90,2

– 91,6

– 93,6

– 97,3

 

Financieringsschuif

0,0

– 37,0

0,0

0,0

0,0

 
             

Totaal mutaties

– 1.504,8

– 1.647,1

– 575,7

– 620,0

– 530,3

 
             

Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2015

41.052,0

44.364,1

47.178,0

48.658,9

51.224,4

53.816,2

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

3.125,1

3.233,4

3.365,5

3.455,8

3.575,5

 
             

Technische en macro-economische mutaties

           

Extra opbrengst overhevelingen Hlz

0,0

114,0

114,0

114,0

114,0

 

Ramingsbijstelling eigen risico

0,0

– 129,7

– 83,7

– 83,7

– 83,7

 
             

Totaal mutaties

0,0

– 15,7

30,3

30,3

30,3

 
             

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2015

3.125,1

3.217,7

3.395,8

3.486,1

3.605,8

3.747,8

Netto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2014

39.431,7

42.777,7

44.388,2

45.823,0

48.179,3

 

Mutatie in de netto-Zvw-uitgaven

– 1.504,8

– 1.631,4

– 606,0

– 650,3

– 560,6

 

Netto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2015

37.926,9

41.146,3

43.782,1

45.172,7

47.618,6

50.068,4

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz.

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Actualisering Zvw-uitgaven

Tabel 8 Actualisering Zvw-uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Eerstelijnszorg

– 128,5

– 128,5

– 128,5

– 128,5

– 128,5

– 128,5

Tweedelijnszorg

10,1

10,1

10,1

10,1

10,1

10,1

Ziekenvervoer

– 12,6

– 12,6

– 12,6

– 12,6

– 12,6

– 12,6

Geneesmiddelen- en hulpmiddelen

– 755,7

– 610,7

– 610,7

– 610,7

– 610,7

– 610,7

Totaal

– 886,7

– 741,7

– 741,7

– 741,7

– 741,7

– 741,7

Zoals aangegeven in tabel 7 bevat deze post alle mutaties vanaf de stand ontwerpbegroting 2014. Onderdeel hiervan is de actualisering van de zorguitgaven op basis van voorlopige realisatiegegevens 2013 van de NZa en het Zorginstituut Nederland (zie tabel 8). Voor de curatieve ggz en de medisch-specialistische zorg zijn vooralsnog geen volledige en betrouwbare realisatiecijfers over 2013 beschikbaar. Deze sectoren zijn derhalve niet meegenomen in de actualisering. De belangrijkste mutaties worden hieronder nader toegelicht. In het verdiepingshoofdstuk is de actualisering van de Zvw-uitgaven per sector verder toegelicht.

Eerstelijnszorg

De onderschrijding bij de eerstelijnszorg van € 128,5 miljoen op basis van realisatiecijfers 2013 doet zich voor bij de tandheelkundige zorg Zvw, de paramedische zorg, de verloskunde en de kraamzorg.

Tandheelkundige zorg Zvw

Over 2013 is een onderschrijding te zien van € 46 miljoen; deze onderschrijding wordt structureel verondersteld vanaf 2014. In 2012 was in deze sector sprake van vrije prijzen. De uitgaven in dit jaar zijn fors gestegen. In 2013 is de oude systematiek met maximumprijzen weer van kracht. Ten opzichte van 2011 is er in 2013 sprake van een beperkte stijging.

Paramedische zorg

Bij de paramedische zorg is op basis van realisatiecijfers 2013 een onderschrijding van € 53 miljoen te zien; deze onderschrijding wordt structureel verondersteld. Deze onderschrijding doet zich in belangrijke mate voor bij de fysiotherapie en de logopedie.

Bij de fysiotherapie is over 2014 een onderschrijding van € 38 miljoen te zien; deze onderschrijding wordt structureel verondersteld. Het achterblijvende niveau hangt vermoedelijk samen met de doorwerking van de beleidsmaatregelen 2012: het aantal zittingen voor eigen rekening is verhoogd van 12 naar 20 en er zijn aandoeningen geschrapt van de chronische lijst. Het Zorginstituut Nederland heeft als mogelijke aanvullende verklaringen aangegeven dat voor de gehele paramedische zorg een scherpere beoordeling van aanvragen geldt en wellicht ook een verminderde vraag als gevolg van het in 2013 verhoogde eigen risico.

Bij de logopedie is er over 2014 sprake van een onderschrijding van € 15 miljoen; deze onderschrijding wordt structureel verondersteld. Na het kostenonderzoek van de NZa in 2011 zijn de tarieven, en daarmee ook het beschikbare budget, over 2012–2014 stapsgewijs verhoogd. Een verklaring van de achterblijvende uitgaven kan zijn dat de zorgverzekeraars tegen lagere tarieven contracteren dan de nieuwe maximumtarieven.

Verloskunde en kraamzorg

De belangrijkste oorzaak voor de structureel veronderstelde onderschrijdingen bij verloskunde en kraamzorg (circa € 30 miljoen) is het dalende geboortecijfer.

Geneesmiddelen (€ 611 miljoen)

Het geneesmiddelenbeleid gaat uit van een eenduidige en consistente visie, die in lijn is met de uitgangspunten en verantwoordelijkheidsverdeling in het zorgstelsel. Door een samenhangend geheel van eerdere maatregelen (waaronder het afsluiten van convenanten met het veld, het geven van ruimte tot het voeren van preferentiebeleid en vrij onderhandelbare tarieven voor apotheekhoudende), het uit patent lopen van geneesmiddelen en het inkoopbeleid van zorgverzekeraars zijn de zorguitgaven beduidend lager dan geraamd. Voor 2013 zijn de voorlopige uitgaven € 611 miljoen lager dan bij de ontwerpbegroting 2014 geraamd. Gedeeltelijk komt dat doordat de eerder gerapporteerde onderschrijding uit 2012 een structureel karakter heeft, terwijl de VWS-raming nog rekening hield met enige groei en nominale bijstelling ten opzichte van 2012. Bovendien vielen de uitgaven in 2013 lager uit dan in 2012. Dit kwam omdat de vergoedingen voor geneesmiddelen lager waren door een lagere volumegroei in combinatie met een nog verdere daling van de gemiddelde geneesmiddelenprijzen onder druk van patentverlies en het door zorgverzekeraars gevoerde preferentiebeleid. Daarnaast groeide het aantal uitgiftes minder dan verwacht. De onderschrijding 2013 wordt structureel verondersteld.

Hulpmiddelen

Voor 2014 worden, op basis van realisatiecijfers 2013, € 145 miljoen lagere uitgaven verwacht. Hoewel voor de onderschrijding in 2013 nog geen eenduidige verklaring kan worden gegeven, zijn de volgende oorzaken aannemelijk. De wijziging in de vergoedingssystematiek voor hoorhulpmiddelen heeft geleid tot een piek in het gebruik in het laatste kwartaal van 2012. In 2013 is in het eerste kwartaal een enorme daling zichtbaar en ook in de twee kwartalen daarna zijn de uitgaven 25% lager dan in 2012. Verder zet de daling in het gebruik van verbandmiddelen door. Overigens zijn de gevolgen van de overheveling van bruikleenhulpmiddelen vanuit de AWBZ nog niet volledig zichtbaar in de cijfers over 2013, omdat in het eerste halfjaar ook nog ten laste van de AWBZ kon worden gedeclareerd. Aangezien de lagere uitgaven voor hoorhulpmiddelen en bruikleenhulpmiddelen ten dele incidenteel worden verondersteld, wordt voor 2014 van € 145 miljoen lagere uitgaven uitgegaan. Dat is in lijn met de bijstelling van € 145 miljoen vanaf 2015 die al op basis van de Begrotingsafspraken 2014 is verwerkt.

Beleidsmatige mutaties

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg (intramuraal)

Zoals aangegeven in het regeerakkoord wordt het instrument voorwaardelijke toelating ingezet. Daarmee wordt bewerkstelligd dat een (beperkt) aantal potentieel waardevolle interventies, waarvan de effectiviteit nog niet vaststaat, via voorwaardelijke toelating de patiënt bereikt. Dekking hiervoor is beschikbaar vanuit de ramingsbijstelling geneesmiddelen. De Tweede Kamer is hierover op 10 juni 2014 nader geïnformeerd (TK 32 620, nr. 122).

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

De geneesmiddelenraming van VWS laat ten opzichte van de meest actuele raming van het Zorginstituut Nederland in 2014 beperkte ruimte (circa € 15 miljoen) zien. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een beheerste ontwikkeling van volume en kosten, terwijl eerder rekening werd gehouden met een behoorlijke groei. Daardoor is sprake van ruimte van bijna € 200 miljoen in 2015, oplopend tot ruim € 300 miljoen in 2019. Voor een deel (€ 75 miljoen vanaf 2015) gaat het om een ramingsbijstelling die al in de Begrotingsafspraken 2014 (najaar 2013) was verwerkt. Een deel van de ruimte wordt ingezet voor de dekking van onder andere extra uitgaven in verband met voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg (zie de toelichting op de betreffende mutatie).

Dekking plan van aanpak NVWA

Het plan van aanpak NVWA (TK 33 835, nr. 1) bevat ingrijpende maatregelen om het toezicht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) te versterken en te verbeteren. VWS stelt daarvoor vanuit het budgettair kader zorg vanaf 2015 een bedrag van ruim € 10 miljoen beschikbaar.

Kasschuif middelen subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

In het Hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg zijn afspraken gemaakt over de facilitering van de overgang naar integrale tarieven. Deze kasschuif maakt het mogelijk in 2015 een regeling te financieren die de financiële belemmeringen vermindert voor vrijgevestigde medisch specialisten om voor een dienstverband met het ziekenhuis te kiezen.

Werelddekking

De indiening van het wetsvoorstel is aangehouden totdat de Eerste Kamer een besluit heeft genomen over het wetsvoorstel van SZW over stopzetting kinderbijslag buiten de EU. Om die reden is de beoogde opbrengst van deze maatregel voor zowel 2015 als 2016 niet haalbaar.

Plafond beschikbaarheidbijdrage academische zorg

Het plafond van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg wordt verlaagd. Dit is onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014.

Tariefstelling hulpmiddelen

Deze mutatie is onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014. Met zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties worden afspraken gemaakt om door scherpe inkoop van hulpmiddelen in 2015 een besparing te realiseren. Het tariefinstrument kan ingezet worden.

Overheveling bovenbudgettaire vergoedingen

De bovenbudgettaire vergoedingen die samenhangen met de geriatrische revalidatiezorg worden overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw.

Sociale wijkteams

Omdat het kabinet veel waarde hecht aan adequate ondersteuning van gemeenten ten behoeve van een verantwoorde invoering van de Wmo 2015, worden extra middelen beschikbaar worden gesteld voor integrale (sociale) wijkteams.

Overig

Deze post is het saldo van verschillende beleidsmatige mutaties.

Technische en macro-economische mutaties

Macro-bijstellingen

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de laatste macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd

In 2015 wordt de maximale doorlooptijd van zorgproducten verkort naar 120 dagen. Hierdoor wordt een deel van de schade die voorheen onderdeel was van de geopende DBC en volgens het schadelastbegrip werd toegerekend aan het jaar van opening voortaan toegerekend aan het volgende jaar. Hierdoor ontstaat een eenmalig lagere schadelast in 2015. Deze aanpassing van de definitie heeft geen gevolgen voor de omzetten van zorgaanbieders, maar wel voor het voor de medisch-specialistische zorg relevante BKZ.

Overheveling jeugd ggz

In het kader van de Jeugdwet worden de middelen voor de curatieve ggz aan jeugdigen overgeheveld naar het sociaal domein jeugd.

Overboeking middelen subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

Aangezien de regeling die de financiële belemmeringen vermindert voor vrijgevestigde medisch specialisten om voor een dienstverband met het ziekenhuis te kiezen (op basis van afspraken in het akkoord over de medisch-specialistische zorg van juli 2013) wordt gefinancierd vanuit de VWS-begroting, worden de hiervoor geraamde middelen overgeheveld naar de VWS-begroting. Ze blijven behoren tot het BKZ (begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven.

Omsleuteling hervorming langdurige zorg

Tabel 7A Omsleuteling Hlz (bedragen x € 1 miljoen)
 

2015

2016

2017

2018

Langdurige ggz-B

81,5

248,8

330,0

337,0

Wijkverpleging

3.039,0

3.255,0

3.387,0

3.493,0

Zintuigelijk gehandicapten

171,0

173,0

173,0

173,0

Kortdurend eerstelijns verblijf

96,0

96,0

97,0

98,0

Overig

4,4

4,4

7,4

11,4

Totaal

3.391,9

3.777,2

3.994,4

4.112,4

Reeds overgeheveld bij OW 2014

1.600,0

1.627,0

1.627,0

1.627,0

Omsleuteling Hlz

1.791,9

2.150,2

2.367,4

2.485,4

Tabel 7A laat de uitgaven zien die vanuit de AWBZ worden overgeheveld naar de Zvw. Vorig was jaar al een bedrag van circa € 1,6 miljard overgeheveld.

Nominaal en groeiruimte

Dit betreffen vrijvallende middelen door een lagere uitkering voor loonontwikkeling dan eerder geraamd, en lagere groei bij de eerstelijnszorg en ziekenvervoer.

Financieringsschuif

Deze mutatie betreft een boekhoudkundige verschuiving tussen premiegefinancierde zorguitgaven en begrotingsgefinancierde zorguitgaven.

Ontvangsten

Technische en macro-economische mutaties

Extra opbrengst overheveling Hlz

De overheveling van zorguitgaven van AWBZ naar Zvw in 2015 is hoger dan in het Regeerakkoord Rutte-Asscher was voorzien. De grotere Zvw-grondslag leidt vanwege de indexatie tot een extra stijging van de geraamde opbrengsten van het eigen risico met € 114 miljoen.

Ramingsbijstelling eigen risico

Dit betreft het saldo van een aantal ramingsbijstellingen, onder andere als gevolg de overheveling van de jeugd-ggz naar gemeenten, de erkorting van de maximale doorlooptijd van DOT-zorgprodukten en de actualisering van het ramingsmodel.

Figuur 3 Samenstelling Zvw-uitgaven 2015

3.2 Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet

3.2.1 Algemene doelstelling

Een stelsel voor langdurige zorg, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp dat ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen, waarbij ondersteuning en zorg worden aangeboden op grond van de complexiteit van de zorgvraag én de kwetsbaarheid van de betreffende burger. Er wordt gestreefd naar welbevinden en daarmee naar een afname van de afhankelijkheid van professionele zorg en ondersteuning. Dit beleid dient tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten plaats te vinden.

3.2.2 Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is stelselverantwoordelijk voor de werking van het stelsel voor maatschappelijke ondersteuning, langdurige zorg en jeugdhulp. De Minister is verantwoordelijk voor het opstellen en handhaven van de wettelijke kaders waarbinnen het zorgstelsel functioneert. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Wlz, Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Op grond van de Wlz contracteren de zorgkantoren de zorgaanbieders voor het leveren van verantwoorde langdurige zorg. De zorgkantoren verstrekken ook de pgb’s aan cliënten. Het recht op zorg in de Wlz wordt bepaald door middel van indicatiestelling die wordt uitgevoerd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het CIZ voert de indicatiestelling onafhankelijk, objectief en integraal uit op een manier die voor cliënten begrijpelijk en helder is. De Minister heeft geen directe invloed op de hoeveelheid zorg die wordt geleverd. De Minister ziet erop toe dat de langdurige zorg tegen voor de samenleving aanvaardbare maatschappelijke kosten wordt geleverd.

De Minister wordt voor de Wlz ondersteund door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut Nederland. De IGZ handhaaft normen voor een verantwoorde zorg zoals deze door de sectoren zelf zijn vastgesteld. De NZa handhaaft een doelmatige inrichting van het systeem van prikkels en verantwoordelijkheden en ziet toe op de invulling van de zorgplicht. Het Zorginstituut Nederland adviseert over Wlz-aanspraken en de toepassing daarvan.

Aan de bruto-BKZ-uitgaven worden ook middelen toegerekend die via andere begrotingshoofdstukken beschikbaar komen. Het gaat hierbij onder andere om de middelen die via het Gemeentefonds worden uitgekeerd aan gemeenten voor uitgaven in het kader van de Wmo en de Jeugwet.

De verantwoordelijkheid voor het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie ligt bij gemeenten. De Wmo biedt gemeenten hiervoor het wettelijk kader dat op lokaal niveau verder wordt ingevuld en waarover verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad. De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel dat optimaal bijdraagt aan het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie en legt over de resultaten van dit stelsel verantwoording af aan de Tweede Kamer.

De verantwoordelijkheid voor het bieden van passende jeugdhulp aan kinderen ligt vanaf 1 januari 2015 bij gemeenten. De Jeugdwet biedt hiertoe het wettelijk kader. Gemeenten vullen hun verantwoordelijkheden op basis van de Jeugdwet en passend bij de lokale en regionale situatie in. Hiertoe wordt verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad. De Jeugdwet kent verschillende waarborgen om te garanderen dat kinderen passende jeugdhulp wordt geboden.

3.2.3 Kerncijfers

Tabel 9 schetst een beeld van ontwikkeling van de langdurige zorg (AWBZ, Wmo en Jeugd)

Tabel 9 kerncijfers Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), Wmo en Jeugd
 

eenheid

2009

2010

2011

2012

2013

Indicatie

           

Aantal personen met een indicatie via CIZ, ultimo verslagjaar

1.000

664

734

768

793

797

– waarvan met een indicatie voor zorg met verblijf

1.000

302

325

342

354

334

– waarvan indicatie voor zorg zonder verblijf

1.000

362

408

426

439

462

             

Gebruik

           

Persoonsgebonden budgetten (pgb)

           

Aantal personen met een pgb, ultimo verslagjaar (ZiNL)

1.000

118

121

139

129

122

Zorg in natura (eigen-bijdrageplichtig CAK)

           

Aantal personen met eigen-bijdrageplichtige zorg in verslagjaar:

           

– waarvan zorg met verblijf

1.000

344

355

363

372

352

– waarvan zorg zonder verblijf 1

1.000

381

388

508

521

520

             

Volume (productie)

           

Zorg in natura met verblijf (nacalculatie, voor het jaar 2013 afspraken)

           

aantal dagen ZZP geestelijke gezondheidszorg B

1 mln.

nvt

3,0

3,0

2,9

2,8

aantal dagen ZZP geestelijke gezondheidszorg C

1 mln.

nvt

6,2

6,8

7,3

7,2

aantal dagen ZZP verstandelijke handicap

1 mln.

nvt

21,7

22,5

23,2

23,2

aantal dagen ZZP (sterk gedragsgestoord) licht verstandelijke handicap

1 mln.

nvt

1,3

1,5

1,5

1,6

aantal dagen ZZP lichamelijke beperking

1 mln.

nvt

3,1

3,4

3,4

3,2

aantal dagen ZZP zintuiglijke beperking

1 mln.

nvt

0,8

0,8

0,8

0,9

aantal dagen ZZP verpleging en verzorging 2

1 mln.

nvt

57,7

57,4

57,5

53,7

             

Zorg in natura zonder verblijf (nacalculatie, voor het jaar 2013 afspraken)

           
aantal uren persoonlijke verzorging 3

1 mln.

37,4

39,7

42,7

45,7

43,3

aantal uren verpleging

1 mln.

7,7

6,9

7,1

7,3

6,4

aantal uren begeleiding

1 mln.

17,5

17,1

17,4

17,6

17,6

aantal uren behandeling

1 mln.

2,1

2,0

2,1

2,3

2,4

aantal dagdelen dagactiviteiten extramurale cliënten

1 mln.

22

16,5

16,3

16,0

15,9

             

Volledig pakket thuis (nacalculatie, voor het jaar 2013 afspraken)

           

aantal dagen vpt geestelijke gezondheidszorg

1 mln.

nvt

0,0

0,1

0,1

0,2

aantal dagen vpt gehandicaptenzorg

1 mln.

nvt

0,1

0,2

0,3

0,6

aantal dagen vpt verpleging en verzorging

1 mln.

nvt

0,2

0,5

0,8

1,2

             

MEE-instellingen

           

aantal cliënten MEE-organisaties

aantal

100.676

101.457

98.458

101.674

97.002

totaal aantal MEE-organisaties

aantal

22

22

22

22

22

             

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

         

Uren hulp bij huishouden totaal gefactureerd

1 mln.

56

56,5

58,9

58,1

51,3

Klanten hulp bij huishouden personen

1.000

434,4

431,3

444,5

443,2

416,1

             

Jeugd

           

Aantal clienten jeugdzorg

aantal

   

104.090

103.450

n.b.

Aantal personen jonger dan 18 jaar met een indicatie jeugd-AWBZ

1.000

   

97

88

n.b.

Aantal personen jonger dan 18 jaar met een indicatie jeugd-Ggz

1.000

 

248

267

n.b.

n.b.

Noot 1: Met ingang van medio 2010 is de functie Begeleiding bijdrageplichtig. Met ingang van 2011 is dit in het bovenstaande cijfer verwerkt.

Noot 2: Met ingang van 2013 is de geriatrische revalidatiezorg (zzpVV 9a) overgegaan naar de Zvw.

Noot 3: Dit is in 2013 exclusief de zorg die wordt geleverd via het ERAI-programma.

Bronnen:

Indicatie, Gebruik: www.monitorlangdurigezorg.nl; Indicatie 2013: CIZ;

Volume: met ingang 2010 www.monitorlangdurigezorg.nl; daarvoor NZa

MEE-instellingen: MEE-Nederland

Wmo: www.monitorlangdurigezorg.nl

Jeugd: clienten: CBS Jeugdmonitor; indicatie: PM

3.2.4 Beleidswijzigingen en prioriteiten 2015

Voor de hervorming van de langdurige zorg is 2015 een cruciaal jaar. De Wmo 2015 treedt in werking op 1 januari 2015 en op dat moment is eveneens de invoering voorzien van de Wlz, de nieuwe Jeugdwet en de opname van de functie wijkverpleging in de Zvw.

Hoewel nog niet alle besluitvorming door het parlement is afgerond, is er in deze ontwerpbegroting voor gekozen om de uitgaven van de langdurige zorg vanaf 2015 in een Wlz-uitgaventabel te presenteren. In de begroting 2015 zijn de verschuivingen van de uitgaven van AWBZ naar Jeugdwet, Wmo 2015 en Zvw afzonderlijk zichtbaar.

In overleg met gemeenten, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en cliëntenorganisaties is een gezamenlijk transitietraject in gang gezet om de hervorming van de langdurige zorg in 2015 zo goed mogelijk te laten verlopen.

In 2015 wordt verder gewerkt aan een verdere structurering van de pgb-systematiek met als inzet om fraude en oneigenlijk gebruik van de pgb-regeling zoveel mogelijk te voorkomen. In dit kader worden per 2015 trekkingsrechten ingevoerd. Dat betekent dat een cliënt met een pgb wel de zeggenschap heeft over zijn budget, maar dit budget niet meer op de eigen rekening gestort krijgt. De SVB zal in opdracht van de cliënt de betalingen aan zorgverleners verrichten.

In 2015 staat de implementatie van de Jeugdwet door gemeenten en jeugdhulpaanbieders centraal. Rijk en VNG ondersteunen gemeenten en jeugdhulpaanbieders ook in 2015 bij de implementatie en transformatie. Met het oog op de continuïteit van zorg en beperking frictiekosten zet de in april 2014 gestarte Transitieautoriteit Jeugd (TAJ) haar bemiddelende en adviserende werkzaamheden ten aanzien van gemeenten en jeugdhulpaanbieders in 2015 voort.

3.2.5 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2014. Voor het jaar 2014 betreft het de AWBZ-stand en vanaf het jaar 2015 de Wlz-stand. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de veranderingen wordt verwezen naar de verdiepingsparagraaf.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • –  mee- en tegenvallers;
  • –  beleidsmatige mutaties;
  • –  technische- en macro-economische mutaties.

Tabel 10 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2014 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten zien.

Tabel 10 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2014

28.116,7

26.318,6

26.765,6

27.173,1

27.972,7

 

Mee- en tegenvallers

           

Actualisering AWBZ/Wlz-uitgaven

100,6

64,4

40,7

40,7

40,7

 
             

Beleidsmatige mutaties

           

Begrotingsafspraken 2014

           

Doelmatiger Zorginkoop AWBZ

0,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

 

Transitie hervorming langdurige zorg

0,0

– 100,0

– 110,0

– 120,0

– 120,0

 
             

Zorgakkoord december

 

Overgangsrecht Wlz

0,0

125,0

73,0

70,0

65,0

 

Overgangsrecht Wmo

0,0

200,0

0,0

0,0

0,0

 

Overgangsproblematiek Zvw

0,0

100,0

0,0

0,0

0,0

 

Verzachting taakstelling Hlz

0,0

0,0

200,0

200,0

200,0

 

Beperken groeiruimte tot demo

0,0

– 103,0

– 409,0

– 409,0

– 409,0

 
             

Zorgakkoord april 2014

           

Verzachting Wmo

0,0

195,0

165,0

50,0

40,0

 

Verzachting jeugd sociaal domein

0,0

20,0

0,0

0,0

0,0

 

Middelen instelling extra plaatsen

0,0

5,0

35,0

50,0

60,0

 

Extra middelen intramurale begeleiding

0,0

100,0

100,0

100,0

100,0

 

Ramingsbijstelling groeiruimte care

0,0

0,0

0,0

0,0

– 113,0

 

Overheveling Wmo HV

– 0,2

– 142,3

– 142,3

– 142,3

– 142,3

 

Overheveling bovenbudgettaire vergoedingen

0,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

 

Pgb-trekkingsrechten

– 12,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Overige

– 8,5

9,5

13,9

11,5

52,3

 
             

Technische en macro-economische mutaties

           

Macro-bijstellingen

– 12,3

– 241,9

– 253,2

– 297,7

– 329,3

 

Nominaal beeld

0,0

– 194,0

8,0

– 7,0

37,0

 

Nominaal Wmo

– 48,4

– 49,5

– 37,3

– 34,0

– 34,0

 

Nominaal AWBZ

– 11,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
             

Hervorming langdurige zorg (Hlz)

           

Naar begroting VWS en V&J

– 16,6

– 179,1

– 177,3

– 172,2

– 172,2

 
             

Omsleuteling Hlz

0,0

– 6.626,3

– 7.079,6

– 7.157,5

– 7.302,6

 

waarvan overheveling naar Zvw

0,0

-1.791,9

-2.150,2

-2.367,4

-2.485,4

 

waarvan overheveling naar sociaal domein Wmo

0,0

-3.510,0

-3.589,1

-3.453,5

-3.443,6

 

waarvan overheveling naar sociaal domein Jeugd

0,0

-1.157,4

-1.087,4

-1.030,4

-1.045,4

 

waarvan desaldering eigen bijdrage

0,0

-169,0

-255,0

-306,0

-330,0

 

waarvan overige

0,0

2,0

2,1

-0,2

1,8

 
             

Totaal mutaties

-9,2

-6.862,4

-7.618,3

-7.862,6

-8.072,5

 
             

Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2015

28.107,5

19.456,2

19.147,3

19.310,5

19.900,2

20.838,4

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

1.943,5

2.139,8

2.164,5

2.191,4

2.218,7

 

Mee- en tegenvallers

           

Actualisering AWBZ/Wlz-ontvangsten

41,5

41,5

41,5

41,5

41,5

 
             

Technische en macro-economische mutaties

           

Extramuralisering

0,0

– 169,0

– 255,0

– 306,0

– 330,0

 

Naar sociaal domein Wmo

0,0

– 179,0

– 179,0

– 179,0

– 179,0

 

Naar Zvw

0,0

– 96,0

– 96,0

– 96,0

– 96,0

 
             

Totaal mutaties

41,5

-402,5

-488,5

-539,5

-563,5

 
             

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2015

1.985,0

1.737,3

1.676,0

1.651,9

1.655,2

1.715,0

Netto-Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2014

26.173,2

24.178,8

24.601,1

24.981,7

25.754,0

 

Mutatie in de netto-Wlz-uitgaven

– 50,7

– 6.459,9

– 7.129,8

– 7.323,1

– 7.509,0

 

Netto-Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2015

26.122,5

17.718,9

17.471,4

17.658,6

18.245,0

19.123,3

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz.

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Actualisering AWBZ/Wlz-uitgaven

Tabel 11 Actualisering AWBZ/Wlz-uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Zorg in natura

98,6

59,8

36,1

36,1

36,1

36,1

Overig

2,0

4,6

4,6

4,6

4,6

4,6

Totaal

100,6

64,4

40,7

40,7

40,7

40,7

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz

Op basis van gegevens van de NZa en het Zorginstituut Nederland zijn de zorguitgaven 2013 van deze deelsectoren geactualiseerd. Uit deze actualisering volgt per saldo een overschrijding van circa € 64 miljoen in 2015. Deze overschrijding neemt in latere jaren af. In het verdiepingshoofdstuk worden deze sectoren verder toegelicht.

Beleidsmatige mutaties

Begrotingsafspraken 2014

Doelmatiger Zorginkoop AWBZ

Deze mutatie is onderdeel van de Begrotingsafspraken 2014. De groeiruimte AWBZ wordt vanaf 2015 beperkt met € 30 miljoen door doelmatiger zorginkoop. De contracteerruimte zal hierop worden aangepast.

Transitie hervorming langdurige zorg

Deze mutatie betreft de inzet van middelen voor de dekking van de Begrotingsafspraken 2014. Het gaat daarbij om vrijvallende middelen voor inventariskosten door het extramuraliseren van lage zzp’s, infrastructuur en uitvoeringskosten en een verlaging van het budget voor cliëntondersteuning.

Zorgakkoord december

Overgangsrecht Wlz

Voor het mogelijk maken van een zorgvuldige overgang van cliënten vanuit de huidige AWBZ naar de Wet langdurige zorg blijven meerjarig extra middelen beschikbaar.

Overgangsrecht Wmo

Voor het mogelijk maken van een zorgvuldige overgang van cliënten en een zorgvuldige transitie door aanbieders naar de Wmo 2015, ontvangen gemeenten € 200 miljoen aanvullend budget in 2015.

Overgangsproblematiek Zvw

Voor het mogelijk maken van een zorgvuldige overgang van cliënten vanuit de huidige AWBZ naar de Zvw worden in 2015 middelen vrij gemaakt.

Verzachting taakstelling Hlz

Vanaf 2016 wordt structureel € 200 miljoen extra aan het macrobudget toegevoegd, zodat gemeenten vernieuwende ondersteuningsarrangementen kunnen ontwikkelen.

Beperken groeiruimte tot demo

Deze mutatie betreft de inzet van de resterende volumegroei boven het niveau van de demografische ontwikkeling.

Zorgakkoord april 2014

Verzachting Wmo

Met het Begrotingsakkoord medio april dit jaar is voor 2015 een bedrag van € 195 miljoen extra beschikbaar gesteld, zodat mensen die nu AWBZ-zorg ontvangen en vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van gemeenten komen te vallen, erop kunnen rekenen dat ze in het overgangsjaar ondersteuning kunnen blijven ontvangen waar men in het kader van het overgangsrecht recht op heeft. Er is ook structureel meer budget beschikbaar gesteld: € 165 miljoen in 2016, € 50 miljoen in 2017, € 40 miljoen in 2018 en € 30 miljoen structureel in de jaren daarna.

Verzachting jeugd sociaal domein

Voor de Jeugdwet komt in 2015 aanvullend € 60 miljoen beschikbaar. Hiervan zal € 20 miljoen worden toegevoegd aan het macrobudget Jeugdwet 2015 dat aan gemeenten wordt uitgekeerd. De overige € 40 miljoen is bestemd ter voorkoming van transitieproblemen bij bovenregionale en landelijke werkende instellingen met een grote geografische spreiding van de omzet.

Middelen instelling extra plaatsen

Uit nader onderzoek is gebleken dat in de huidige praktijk ongeveer 23% van de cliënten die zorg in natura genieten met een ZZP VV 4 indicatie niet in een instelling verblijft. Ook voor cliënten met VG 3 die zorg in natura genieten geldt dat 22% van de cliënten met een dergelijke indicatie dit niet binnen de instelling verzilvert. Door vanaf 2015 extra middelen beschikbaar te stellen (oplopend tot € 70 miljoen) wordt bij deze praktijk aangesloten en kunnen meer plaatsen in instellingen behouden blijven.

Extra middelen intramurale begeleiding

Omdat meer mensen gebruik zullen maken van intramurale begeleiding dan oorspronkelijk geraamd komt er structureel € 100 miljoen meer beschikbaar voor begeleiding en dagbesteding via zorginstellingen.

Ramingsbijstelling groeiruimte care

Voor de dekking van het zorgakkoord april 2014 is in 2018 een bedrag aan groeimiddelen ingezet van 113 miljoen.

Overheveling Wmo HV

Voor de huishoudelijke verzorging worden middelen overgeheveld naar de integratie-uitkering Wmo. Dit betreft de volume index 2015, de correctie op de index van 2014 en het effect van de extramuralisering op de huishoudelijk verzorging. Deze mutaties worden afzonderlijk toegelicht bij tabel 12.

Overheveling bovenbudgettaire vergoedingen

De bovenbudgettaire vergoedingen die samenhangen met de geriatrische revalidatiezorg worden overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw.

Pgb-trekkingsrechten

De overboeking is bedoeld voor de initiële aanloop- en uitvoeringskosten van de SVB voor de trekkingsrechten van het pgb. De structurele uitvoeringskosten zullen vanaf 2015 worden gefinancierd uit het beschikbare beheerskostenbudget binnen het BKZ.

Overige

Deze post is het saldo van verschillende beleidsmatige mutaties.

Technische en macro-economische mutaties

Macro-bijstellingen

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de laatste macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Nominaal beeld

Als gevolg van de aangepaste methodiek voor de compensatie loon/prijs Wlz ontstaat intertemporeel ruimte die bij het decemberakkoord is betrokken.

Nominaal Wmo

Dit betreft een aanpassing alsgevolg van de definitieve vaststelling van de nominale index tranche 2013 en de structurele toekenning van de nominale index tranche 2014. Deze mutaties worden afzonderlijk toegelicht bij tabel 12.

Nominaal AWBZ

Dit betreffen vrijvallenden middelen door een lagere uitkering voor loonontwikkeling dan eerder geraamd.

Hervorming langdurige zorg (Hlz)

Naar begroting VWS en V&J

De middelen voor het Rijksvaccinatieprogramma (artikel 1), het Nationaal programma ouderen (artikel 4), de behandeling van zintuiglijk gehandicapten (artikel 2) en de Transitieprojecten Hlz. (artikel 3) worden overgeheveld naar de begroting van VWS. Deze worden toegelicht op de betreffende artikelen. Daarnaast worden middelen overgeheveld naar V&J voor jeugdigen in detentie met een zorgvraag, aangezien deze groep niet naar de gemeente wordt overgeheveld per 2015.

Overheveling naar Zvw

In het kader van de hervorming langdurige zorg zijn middelen overgeheveld naar de Zvw voor onder andere de wijkverpleging, zintuiglijk gehandicapten, kortdurend eerstelijns verblijf en langdurige intramurale op behandeling gerichte ggz.

Overheveling naar Wmo 2015

Het budget dat samenhangt met de huidige AWBZ-functies begeleiding, kortdurend verblijf en het bijbehorende vervoer, persoonlijke verzorging die in het verlengde wordt geboden van begeleiding (5% van het totale budget in de AWBZ), beschermd wonen (GGZ-C), de inloopfunctie GGZ en cliëntondersteuning worden overgeheveld naar het Gemeentefonds.

Overheveling naar Jeugdwet

In het kader van de hervorming langdurige zorg zijn middelen overgeheveld naar het sociaal domein Jeugd voor de zorg aan minderjarigen die voorheen onder de AWBZ viel.

Ontvangsten

Mee- en tegenvallers

Actualisering zorgontvangsten

Op basis van jaarcijfers van het Zorginstituut Nederland doet zich in 2014 een structurele ontvangstenmeevaller voor bij de eigen bijdragen Wlz.

Technische en macro-economische mutaties

Extramuralisering

Als gevolg van de extramuralisering van lage zzp’s worden minder eigen bijdragen opgehaald.

Naar Wmo 2015

De eigen bijdragen die samenhangen met het budget dat wordt toegevoegd aan de Wmo 2015, worden in mindering gebracht op de geraamde eigen bijdragen in de Wlz.

Naar Zvw

De eigen bijdragen die samenhangen met de transitie naar de Zvw worden in mindering gebracht op de geraamde eigen bijdragen in de Wlz.

Figuur 4 Samenstelling Wlz-uitgaven 2015
Tabel 12 Verticale ontwikkeling van de Wmo en Jeugdwet-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen) 1Alleen de middelen die behoren tot het Budgettair Kader Zorg worden hier verantwoord
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Uitgaven ontwerpbegroting 2014

1.659,6

1.720,7

1.621,1

1.723,3

1.723,3

 

Beleidsmatige mutaties

           

Budget na afschaffing Wtcg en CER

0,0

– 438,0

– 438,0

– 438,0

– 438,0

 

Volume-index 2014

0,2

30,4

30,4

30,4

30,4

 

Volume-index 2015

0,0

34,1

34,1

34,1

34,1

 

Effect extramuralisatie

0,0

77,8

77,8

77,8

77,8

 

Kasschuif middelen arbeidsmarkt intensivering

0,0

75,0

75,0

– 50,0

– 50,0

 

Bijdrage VNG Wmo

0,0

– 14,7

0,0

0,0

0,0

 

Bijdrage VNG Jeugd

0,0

– 14,9

0,0

0,0

0,0

 

Wmo

0,0

40,0

0,0

0,0

0,0

 
             

Technische en macro-economische mutaties

           

Mutatie nominale index 2013

13,7

13,7

13,7

13,7

13,7

 

Nominale index 2014

34,7

35,9

23,7

20,3

20,3

 

Overige

– 0,4

2,6

3,7

5,7

5,6

 
             

Wmo nieuw

           

AWBZ-deel Wmo (netto)

0,0

3.331,2

3.409,7

3.274,7

3.264,7

 

waarvan bruto-uitgaven

0,0

3.510,0

3.589,1

3.453,5

3.443,6

 

waarvan ontvangsten

0,0

– 179,0

– 179,0

– 179,0

– 179,0

 
             

Sociale wijkteams

6,0

10,0

20,0

50,0

50,0

 
             

Jeugdwet

           

Zvw-deel Jeugdwet

0,0

989,0

989,0

994,0

994,0

 

AWBZ-deel Jeugdwet

0,0

1.157,4

1.087,4

1.030,4

1.045,4

 
             

Totaal mutaties

54,1

5.329,5

5.326,4

5.043,1

5.048,0

 
             

Uitgaven ontwerpbegroting 2015

1.713,7

7.050,2

6.947,5

6.766,4

6.771,3

6.770,3

Beleidsmatige mutaties

Budget na afschaffing Wtcg en CER

Per 2014 wordt de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Compensatie Eigen Risico (CER) afgeschaft. In de Begrotingsafspraken 2014 is besloten om de huidige landelijke fiscale regeling voor aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten, inclusief de Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten in aangepaste vorm te handhaven. Als gevolg hiervan wordt het extra budget voor gemeenten om gericht maatwerk te bieden aan mensen met een chronische ziekte en/of beperking via de Wmo beperkt. Het resterende budget betreft in 2015 € 216 miljoen. Dit budget maakt vanaf 2015 onderdeel uit van het deelfonds sociaal domein.

Volume-index 2014

Dit betreft de doorwerking van de volume-index 2014 (2,38%) voor de jaren 2015 en verder van de integratie-uitkering Wmo.

Volume-index 2015

Bij het bestuurlijk overleg met de VNG in het voorjaar van 2014 is besloten om de volume-index voor 2015 voor de integratie-uitkering Wmo op 2,38% te houden, conform de bestuursafspraken tussen Rijk en VNG uit 2011.

Effect extramuralisatie

Als gevolg van het extramuraliseren van lichte zorgzwaartepakketten (ZZP’s) voor nieuwe gevallen blijven mensen langer thuis wonen waardoor het beroep op de Wmo zal toenemen. Voor 2015 wordt ter compensatie van deze kosten totaal € 78 miljoen beschikbaar gesteld. De omvang van de compensatie voor latere jaren staat nog niet vast.

Kasschuif middelen arbeidsmarkt intensivering

Het kabinet stelt in zowel 2015 als in 2016 € 75 miljoen per jaar extra beschikbaar voor een huishoudelijke hulp toelage. Deze middelen komen beschikbaar via een kasschuif van de middelen voor arbeidsmarkt intensivering die het kabinet beschikbaar heeft gesteld vanaf 2017. De middelen worden verstrekt via een decentralisatie uitkering.

Bijdrage VNG Wmo

Dit betreft de uitname uit het Gemeentefonds deel Wmo 2015 ten behoeve van centrale regeling doventolkvoorziening leefdomein, 24 uur telefonisch of elektronisch luisterend oor en advies, en standaardiseren declaratie en facturatie Wmo 2015.

Bijdrage VNG Jeugd

Een aantal specialistische en/of landelijk georganiseerde taken op het gebied van Jeugdhulp zullen vanaf 1-1-2015 door (of in opdracht van) de VNG worden ondersteund dan wel uitgevoerd. Het gaat om de taken vertrouwenswerk en de Kindertelefoon. Ook zal de VNG het opdrachtgeverschap van de Stichting Adoptievoorzieningen en Stichting Opvoeden op zich nemen en krijgt de VNG budget voor het standaardiseren van declaraties en facturatie.

Wmo

Er wordt voor 2015 incidenteel € 40 miljoen vrijgemaakt om de transitie naar de nieuwe Wmo te ondersteunen.

Technische en macro-economische mutaties

Mutatie nominale index 2013

Dit betreft een aanpassing als gevolg van de definitieve vaststelling van de nominale index tranche 2013 van de integratie-uitkering Wmo.

Nominale index 2014

Dit betreft de structurele toekenning van de nominale index tranche 2014 van de integratie uitkering Wmo.

Overige

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

Wmo nieuw

AWBZ-deel Wmo

Dit betreft de middelen die vanuit de AWBZ worden overgeboekt naar het deelfonds sociaal domein binnen het Gemeentefonds ten behoeve van de uitvoering van de Wmo 2015.

Sociale wijkteams

Omdat het kabinet veel waarde hecht aan adequate ondersteuning van gemeenten ten behoeve van een verantwoorde invoering van de Wmo 2015, worden extra middelen beschikbaar gesteld voor integrale (sociale) wijkteams.

Jeugdwet

Zvw-deel Jeugdwet

In het kader van de Jeugdwet worden de middelen voor curatieve ggz aan jeugdigen overgeheveld naar het sociaal domein Jeugd.

AWBZ-deel Jeugdwet

In het kader van de hervorming langdurige zorg zijn middelen overgeheveld naar het sociaal domein Jeugd voor de zorg aan minderjarigen die voorheen onder de AWBZ viel.

3.3 Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

Naast de Wmo en de Jeugdwet vallen enkele andere begrotingsgefinancieerde posten onder de bruto-BKZ-uitgaven. Tot deze categorie horen de uitgaven voor de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de uitgaven voor zorg, jeugd en welzijn in Caribisch Nederland, bepaalde uitgaven voor opleidingen, de subsidieregeling abortusklinieken en de middelen voor de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg. Deze uitgaven worden op de VWS-begroting verantwoord op de artikelen 8, 4 en 2. Voor de doelstelling van dit beleid en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister wordt verwezen naar de betreffende passages op de artikelen in de begroting. Ten slotte zijn er bedragen gereserveerd op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën die onder het BKZ vallen. Dit betreft onder meer de loon- en prijsbijstelling voor de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven.

In tabel 13 wordt de ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven weergegeven.

Tabel 13 Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Begrotingsgefinancierde-uitgaven ontwerpbegroting 2014

2.221,5

2.061,4

1.970,9

2.111,9

2.098,4

 
             

Mutatie Wmo en Jeugdwet (Gemeentefonds)

54,1

5.329,5

5.326,4

5.043,1

5.048,0

 

Mutatie subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

0,0

125,0

0,0

0,0

25,0

 

Mutatie Wtcg

65,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Mutatie zorgopleidingen

-2,5

0,7

1,7

0,0

0,0

 

Mutatie Caribisch nederland

-6,2

-5,4

-5,4

-5,4

-5,4

 

Mutatie subsidieregeling abortusklinieken

0,0

12,8

12,6

12,6

12,6

 

Mutatie loon- en prijs

– 9,9

– 34,9

– 49,4

– 63,5

– 31,8

 

Mutatie financieringsschuif

0,0

37,0

0,0

0,0

0,0

 
             

Totaal mutaties

101,1

5.464,7

5.286,0

4.986,9

5.048,5

 
             

Begrotingsgefinancierde-uitgaven ontwerpbegroting 2015

2.322,6

7.526,1

7.256,9

7.098,7

7.146,9

7.161,0

Begrotingsgefinancierde-ontvangsten ontwerpbegroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
             

Totaal mutaties

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
             

Begrotingsgefinancierde-ontvangsten ontwerpbegroting 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Netto-begrotingsgefinancierde-uitgaven ontwerpbegroting 2014

2.221,5

2.061,4

1.970,9

2.111,9

2.098,4

 

Mutatie in de netto-begrotingsgefinancierde-uitgaven

101,1

5.464,7

5.286,0

4.986,9

5.048,5

 

Netto-begrotingsgefinancierde-uitgaven ontwerpbegroting 2015

2.322,6

7.526,1

7.256,9

7.098,7

7.146,9

7.161,0

In tabel 13A wordt de opbouw van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven weergegeven.

Tabel 13A Opbouw van de begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Wmo en Jeugdwet (Gemeentefonds)

1.561,2

1.713,7

7.050,2

6.947,5

6.766,4

6.771,3

6.770,3

Wmo overige

1.561,2

1.713,7

1.258,3

1.097,1

1.146,0

1.145,9

1.145,9

Wmo 2015

0,0

0,0

3.660,3

3.774,0

3.596,0

3.586,0

3.585,0

Jeugdwet

0,0

0,0

2.131,5

2.076,4

2.024,4

2.039,4

2.039,4

               

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting)

593,8

609,0

475,9

309,4

332,4

375,6

390,7

Subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

0,0

0,0

125,0

0,0

0,0

25,0

25,0

Opleidingsfonds (begrotingsdeel)

179,7

109,3

181,6

190,2

194,2

200,2

202,2

Caribisch Nederland

88,0

78,0

85,6

88,6

91,6

94,6

97,7

Wtcg

326,1

420,7

25,8

0,7

0,7

0,7

0,0

Subsidieregeling abortusklinieken

0,0

0,0

12,8

12,6

12,6

12,6

12,6

Loon- en prijsbijstelling

0,0

1,1

8,1

17,3

33,2

42,4

53,1

Overige

0,0

0,0

37,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bruto-uitgaven

2.155,0

2.322,6

7.526,1

7.256,9

7.098,7

7.146,9

7.161,0

Overige ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Netto-uitgaven

2.155,0

2.322,6

7.526,1

7.256,9

7.098,7

7.146,9

7.161,0

Figuur 5 Begrotingsgefinancieerde BKZ-uitgaven

4 Financiering van de zorguitgaven

4.1 Totaalbeeld

Deze paragraaf gaat in op de financiering van de zorguitgaven die toegerekend worden aan het BKZ. Het grootste deel van de zorguitgaven betreft uitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet Langdurige Zorg (Wlz). Een substantieel deel van de zorguitgaven verloopt via de rijksbegroting en wordt gefinancierd via belastinginkomsten. Een uitsplitsing voor het jaar 2015 staat in tabel 14. In het vervolg van deze paragraaf wordt dieper ingegaan op de financiering van de Zvw en de Wlz afzonderlijk.

Tabel 14 Financiering bruto BKZ- uitgaven (bedragen x € 1 miljard)
 

2015

Zvw

44,4

w.v. eigen betalingen

(3,2)

Wlz

19,5

w.v. eigen betalingen

(1,7)

Overheid (opleidingen/Wtcg/Caribisch Nederland)

0,5

Overheid (gemeentefonds)

7,0

Bruto BKZ-uitgaven stand VWS ontwerpbegroting 2015

71,3

Bron: VWS

4.2 De financieringssystematiek

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) loopt via zorgverzekeraars. Zij betalen zorgaanbieders voor de zorg die is geleverd aan hun verzekerden. Een beperkt deel van de zorguitgaven wordt rechtstreeks aan zorgaanbieders betaald vanuit het zorgverzekeringsfonds (ZVF). Dit betreft vooral de beschikbaarheidsbijdrage. Het gaat daarbij om zorgprestaties waarvoor het niet mogelijk en/of wenselijk is de kosten aan individuele verzekerden toe te rekenen. De grootste onderdelen zijn de kosten van opleidingen en de zogenaamde academische component. Daarnaast gaat het om enkele kleinere onderdelen zoals brandwondenzorg, traumazorg, spoedeisende zorg en een deel van de kapitaallasten. Naast de beschikbaarheidsbijdrage wordt vanuit het zorgverzekeringsfonds ook een deel van de grensoverschrijdende zorg betaald.

Figuur 6: Financieringsstromen Zvw

Ter financiering van de uitgaven ontvangen zorgverzekeraars van hun verzekerden een nominale premie, het eigen risico en eigen bijdragen. Daarnaast ontvangt elke zorgverzekeraar een vereveningsbijdrage uit het ZVF. Dit bedrag houdt rekening met het risicoprofiel van de verzekerdenpopulatie van iedere zorgverzekeraar en met het eigen risico en de eigen bijdrage die hij ontvangt en zorgt zodoende voor een gelijk speelveld. Dat is nodig omdat verzekeraars zich moeten houden aan de wettelijke acceptatieplicht van verzekerden. Ook ontvangen zorgverzekeraars uit het ZVF een vergoeding voor de beheerskosten van verzekerde kinderen. Zorgverzekeraars moeten uit hun inkomsten ook hun beheerskosten dekken. Verder moeten zij reserves opbouwen om zeker te stellen dat zij altijd aan hun verplichtingen kunnen voldoen. De Nederlandsche Bank (DNB) stelt minimumeisen aan deze reserves. De nominale premie bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een door VWS vastgestelde rekenpremie die voor alle verzekeraars hetzelfde is. Samen met de opbrengsten uit eigen betalingen en de bijdrage die zorgverzekeraars uit het fonds krijgen, kunnen zij hier in de optiek van VWS hun zorguitgaven mee betalen. Daarnaast bevat de nominale premie een opslagpremie, die verzekeraars zelf vaststellen en dus per verzekeraar verschilt. Zorgverzekeraars kunnen de beheerskosten en de reserveopbouw financieren door middel van die opslagpremie. In de opslagpremie kunnen zorgverzekeraars ook winsten en verliezen uit het verleden, afwijkende inschattingen ten aanzien van de zorguitgaven of risico-opslagen verwerken. Door verschillen in de opslagpremie concurreren verzekeraars met elkaar.

Het ZVF ontvangt ter financiering van zijn uitgaven de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) en een rijksbijdrage kinderen. In verband met de overhevelingen van AWBZ naar Zvw is besloten tot een tijdelijke rijksbijdrage HLZ, die voorkomt dat zowel de nominale premie als de IAB in 2015 fors moeten stijgen. Deze tijdelijke rijksbijdrage loopt geleidelijk af naar nul in vier jaar. Het ZVF ontvangt verder de premievervangende bijdrage van verdragsgerechtigden en rente. Vanuit het fonds worden zorgverzekeraars gedeeltelijk gecompenseerd voor derving van inkomsten als gevolg van wanbetaling bij de nominale premie. Ook worden uit het fonds kosten gemaakt in het kader van de regeling onverzekerden. Tot en met 2013 werd vanuit het ZVF ook de compensatie eigen risico betaald. In de Zvw is geregeld dat het ZVF niet structureel mag werken met tekorten of overschotten. Daarom dient een gebleken negatief vermogen snel te worden weggewerkt via meer dan lastendekkende premies.

De overheid verstrekt een rijksbijdrage kinderen aan het ZVF. Deze bijdrage maakt het mogelijk dat bij kinderen tot 18 jaar geen nominale premie in rekening hoeft te worden gebracht. De overheid betaalt daarnaast zorgtoeslag aan huishoudens met lage en middeninkomens ter gedeeltelijke compensatie van de nominale premie. De rijksbijdrage kinderen en de zorgtoeslag worden betaald uit belastinginkomsten.

De zorgtoeslag waarborgt dat geen enkel huishouden een groter deel van zijn inkomen aan ziektekostenpremie hoeft te betalen dan wat op grond van de wet als aanvaardbaar wordt beschouwd. De lasten die daar boven uit stijgen komen in aanmerking voor compensatie via de zorgtoeslag. Daarbij is de zogenaamde standaardpremie maatgevend en niet de feitelijke, door de individuele burger betaalde premies. De standaardpremie is bepaald als het gemiddelde van de premies die worden betaald in de markt, vermeerderd met het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt. De zorgtoeslag maakt geen onderdeel uit van het uitgavenkader, maar telt net als de zorgpremies mee in de inkomstenindicator. Dat betekent dat het kabinet een hogere zorgtoeslag beschouwt als een vorm van lastenverlichting.

Uiteindelijk worden alle zorguitgaven betaald door burgers en bedrijven via de nominale premie, de inkomensafhankelijke bijdrage, eigen betalingen en belastingen. In de Zvw is vastgelegd dat evenveel inkomsten worden gegenereerd via de inkomensafhankelijke bijdrage als via de nominale premie, de eigen betalingen en de rijksbijdrage kinderen samen (de 50/50-verdeling). De 50/50-verdeling impliceert dat uitgavenstijgingen bij verzekeraars voor 50% moeten worden gedekt uit de IAB. Dat wordt bereikt door de bijdrage uit het fonds aan verzekeraars te verhogen. Omgekeerd dient een stijging van de rechtstreekse uitgaven van het fonds voor de helft te worden opgevangen via nominale premies. Dat wordt bereikt door de bijdrage voor de zorgverzekeraars te verlagen. 6

De Wet Langdurige Zorg (Wlz)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de Wlz loopt in opdracht van zorgkantoren via het CAK naar zorgaanbieders. De uitzondering hierop vormen persoonsgebonden budgetten (pgb’s). Daarbij wordt geld door de SVB overgemaakt naar zorgverleners in opdracht van burgers die zelf zorg inkopen (trekkingsrechten). De benodigde middelen komen uit het Fonds Langdurige Zorg (FLZ).

Het FLZ ontvangt ter financiering van zijn uitgaven (via de belastingdienst) de Wlz-premie. De Wlz-premie wordt geheven als percentage over het inkomen in de eerste en tweede belastingschijf, na aftrek van een deel van de heffingskortingen. Deze heffingskortingen (die bestaan sinds de belastingherziening 2001) beperken voor burgers de te betalen loon- en inkomstenheffing. Ze beperken dus zowel de te betalen inkomsten- en loonbelasting als de te betalen premies volksverzekeringen (Wlz, AOW en ANW). Voor 2001 waren er aftrekposten die zwaarder drukten op de belastingen en minder op de premies volksverzekeringen. Het FLZ ontvangt van de overheid een bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK). Via deze bijdrage wordt het FLZ gecompenseerd voor het drukkend effect op de AWBZ-premies dat uitgaat van de belastingherziening 2001. Het FLZ ontvangt van burgers (via het CAK) de eigen bijdrage Wlz en betaalt rente aan de overheid.

In de Wlz wordt gestreefd naar een binnen een kabinetsperiode constante lastendekkende premie. Op basis van de huidige raming van de uitgaven en overige inkomsten (eigen bijdragen en BIKK) en de grondslag van de Wlz-premie resulteert er over de periode 2015 tot en met 2017 naar huidige inschatting een vermogen van circa nul in 2017 bij een premie van 9,65%.

Figuur 7: Financieringsstromen Wlz

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

Tot en met 2014 werd de langdurige zorg gefinancierd via de AWBZ. De uitgaven en inkomsten verliepen via het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ). Het AFBZ zal nog de nodige jaren bestaan omdat het lang duurt voordat alle inkomsten en uitgaven die ten gunste en ten laste van het AFBZ komen ook feitelijk ontvangen en betaald zijn.

Het AFBZ kent al een aantal jaren een fors negatief vermogen. Dit vermogen kan de komende jaren nog veranderen door mee- of tegenvallende inkomsten en uitgaven, maar zal naar alle waarschijnlijkheid fors negatief blijven. In de Wlz is opgenomen dat het negatieve vermogen van het AFBZ bij de liquidatie van dit fonds via een rijksbijdrage zal worden aangezuiverd. Deze rijksbijdrage zal te zijner tijd geen invloed hebben op de EMU-schuld, omdat het negatieve vermogen van het AFBZ al in de EMU-schuld verdisconteerd is.

4.3 De financiering in 2015

4.3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

Tabel 15 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten uit hoofde van de Zorgverzekeringswet (Zvw) 7.

De ontwikkelingen bij de financiering van de Zvw worden gedomineerd door drie zaken:

  • –  De afvlakking van de groei van de zorguitgaven (en voor het eerst ook forse meevallers in realisatiejaren). Dit leidt tot een beperking van de premiestijging.
  • –  De overheveling van zorg uit de AWBZ naar de Zvw en van de Zvw naar de gemeenten. Dit leidt per saldo tot hogere lasten die tijdelijk worden beperkt via een rijksbijdrage HLZ.
  • –  Een zeer forse opwaartse bijstelling van de nominale premie om de 50/50-verhouding tussen IAB en de nominale component te herstellen. Dit komt doordat de nominale premieopbrengst lager uitvalt in 2014 en eerdere jaren en de IAB-inkomsten hoger uitvallen in 2013 en 2014. Om deze verstoring van de 50/50-verhouding te compenseren daalt de IAB en stijgt de nominale premie in 2015.

De zorguitgaven van zorgverzekeraars, de belangrijkste uitgavenpost op grond van de Zvw, stijgen met € 3,4 miljard van 2014 naar 2015. Hiervan hangt € 2,4 miljard samen met overhevelingen (€ 3,4 miljard met de overheveling van AWBZ naar Zvw en € – 1,0 miljard met de overheveling van de jeugd-ggz van Zvw naar gemeenten). De reguliere zorguitgaven stijgen met slechts € 1,0 miljard van 2014 naar 2015 (2,6%). De rechtstreekse betalingen vanuit het zorgverzekeringsfonds (beschikbaarheidsbijdragen en uitgaven in het kader van internationale verdragen) groeien naar verwachting met € 0,2 miljard.

Bij de beheerskosten en reserveopbouw van zorgverzekeraars wordt een daling van € 0,9 miljard verwacht ten opzichte van de raming voor 2014. Deze daling wordt veroorzaakt doordat zorgverzekeraars naar verwachting zullen interen op hun reserves. Deze reserves zijn opgebouwd in 2012 en 2013 en in mindere mate ook in 2014. De zorgverzekeraars hebben hun zorgpremies in 2014 weliswaar lager vastgesteld dan geraamd in de begroting van 2014, maar omdat ook de zorguitgaven naar verwachting lager uitvallen worden er naar huidig inzicht ook in 2014 nog extra reserves opgebouwd. Die reserves zijn deels noodzakelijk omdat zorgverzekeraars moeten voldoen aan minimale solvabiliteitseisen van DNB en vanaf 2016 aan de eisen die Solvency II (een internationale norm). In verband met de continuïteit van de sector is het van belang dat zorgverzekeraars meer reserves hebben dan die minimale eis. Het is echter niet wenselijk als zorgverzekeraars te grote reserves aanhouden. Daarom is met de zorgverzekeraars afgesproken dat zij evenwichtig zullen omgaan met hun reserveringenbeleid. De concurrentie op de zorgverzekeringsmarkt dwingt hen hier ook toe. Verondersteld wordt dat zorgverzekeraars in 2015 een significant deel van de overreserves gaan teruggeven (€ 0,8 miljard). Bij de raming van de premie is er van uitgegaan dat de zorgverzekeraars hun solvabiliteitsratio, de verhouding tussen aanwezige solvabiliteit en minimaal vereiste solvabiliteit, weliswaar laten dalen, maar wel boven de minimale eis zullen blijven.

De overige baten van het ZVF (rentebaten, bijdragen van verdragsgerechtigden, kosten en opbrengsten wanbetalers en onverzekerden) zijn vrijwel constant.

Als gevolg van per saldo meevallers bij inkomsten en uitgaven in 2006 tot en met 2014 zal er naar huidig inzicht per ultimo 2014 een overschot in het ZVF ontstaan. Dit is voor het eerst sinds de invoering van de Zvw. Om dit overschot van € 0,5 miljard weg te werken zullen de inkomensafhankelijke bijdrage en de bijdrage aan verzekeraars zodanig vastgesteld worden dat de inkomsten van het fonds in 2015 lager zijn dan de uitgaven, waardoor het overschot per ultimo 2015 is weggewerkt.

De hierboven beschreven ontwikkeling van lasten, saldo en overige baten leidt ertoe dat er in 2015 € 44,9 miljard aan premies, rijksbijdragen en eigen betalingen nodig zijn; dit is € 2,1 meer dan in 2014. Van dit bedrag wordt € 1,8 miljard opgevangen door de rijksbijdrage HLZ. De resterende € 43,1 miljard wordt door de inkomensafhankelijke bijdragen, de nominale premie, de rijksbijdrage kinderen en de eigen betalingen gefinancierd zoals weergegeven in tabel 15. De ontwikkelingen daarbij worden later in deze paragraaf toegelicht.

Tabel 15 Financiering Zvw (bedragen x € 1 miljard)
 

2013

2014

2015

Uitgaven ten laste van de macropremielast

     

Zorguitgaven zorgverzekeraars

37,4

38,7

42,1

Rechtstreekse uitgaven zorgverzekeringsfonds

2,2

2,7

2,9

BKZ-relevante uitgaven

39,6

41,4

45,0

Beheerskosten/reserveopbouw zorgverzekeraars

2,5

1,3

0,4

Overige baten zorgverzekeringsfonds

0,0

0,0

0,0

Saldo zorgverzekeringsfonds

2,1

0,1

– 0,5

Totaal te financieren

44,3

42,8

44,9

Rijksbijdrage HLZ

1,8

Te financieren uit premies cs

44,3

42,8

43,1

       

Financiering

     

Inkomensafhankelijke bijdrage

22,8

22,5

21,2

Nominale premie

16,1

14,7

16,3

Rijksbijdrage kinderen

2,6

2,5

2,5

Eigen betalingen

2,7

3,1

3,2

Totaal

44,3

42,8

43,1

Bron: VWS. De meeste cijfers in de kolom 2013 zijn afkomstig van of afgeleid van informatie van het Zorginstituut Nederland (ZiNL). De rechtstreekse uitgaven van het ZVF en het cijfer voor de zorguitgaven van zorgverzekeraars (voor alle sectoren behalve ziekenhuizen) zijn gebaseerd op ZiNL-informatie van juni. Voor de ziekenhuizen is het cijfer deels gebaseerd op ZiNL- en deels op NZa-informatie. De nominale premie en de inkomensafhankelijke bijdrage zijn overgenomen van het CPB. De rijksbijdrage is gebaseerd op het VWS-jaarverslag en komt overeen met ZiNL-informatie van maart. Dit laatste geldt ook deels voor de post overige baten (rentebaten, wanbetalers, onverzekerden, verdragsgerechtigden). Bij de bijdrage uit het zorgverzekeringsfonds aan de zorgverzekeraars is rekening gehouden met de compensatie voor het afschaffen van de eigen bijdragen ggz en met informatie van het ZiNL met betrekking tot de jeugd-ggz (daarover lopen verzekeraars geen risico). De post beheerskosten/reserveopbouw zorgverzekeraars is het saldo van de nominale premies, eigen betalingen en de bijdrage aan verzekeraars uit het fonds enerzijds en de geraamde zorguitgaven van zorgverzekeraars anderzijds.

Het zorgverzekeringsfonds (ZVF)

In tabel 16 staan de uitgaven en inkomsten van het ZVF en de individuele zorgverzekeraars. Hierin staan de posten uit tabel 15, maar daarnaast betalingen van het fonds aan de zorgverzekeraars.

Tabel 16 Exploitatie en premiestelling Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

ZVF

     

Uitgaven

23.104,8

24.860,2

25.926,6

– Uitkering aan zorgverzekeraars voor zorg

20.687,7

21.987,6

22.824,3

– Uitkering voor beheerskosten kinderen

172,3

171,2

153,3

– Rechtstreekse uitgaven ZVF

2.244,8

2.701,4

2.949,1

       

Inkomsten

25.168,8

24.937,7

25.434,3

– Inkomensafhankelijke bijdrage

22.837,3

22.467,4

21.172,1

– Rijksbijdrage kinderen

2.565,5

2.498,5

2.470,8

– Rijksbijdrage HLZ

1.804,0

– Compensatie Eigen Risico

– 186,8

– Overige baten

– 47,2

– 28,2

– 12,6

       

Exploitatiesaldo

2.064,0

77,5

– 492,3

Idem, niet gecorrigeerd voor DBC-hobbels

1.937,4

423,3

192,2

       

Vermogen ZVF

– 1.343,8

– 920,4

– 728,1

Vermogensnorm

– 1.763,2

– 1.417,2

– 732,7

Vermogenssaldo ZVF

419,3

496,8

4,6

       

INDIVIDUELE VERZEKERAARS

     

Uitgaven

39.897,2

39.994,3

42.456,3

– Zorg

37.358,4

38.696,5

42.099,5

– Beheerskosten/exploitatiesaldi

2.538,9

1.297,8

356,8

       

Inkomsten

39.897,2

39.994,3

42.456,3

– Uitkering van ZVF voor zorg

20.687,7

21.987,6

22.824,3

– Uitkering voor beheerskosten kinderen

172,3

171,2

153,3

– Nominale rekenpremie

15.358,6

14.977,7

16.057,5

– Nominale opslagpremie

785,2

– 267,2

203,5

– Eigen risico

2.866,4

3.098,1

3.190,7

– Overige baten

27,0

27,0

27,0

Bron: VWS

De grootste uitgavenpost van het zorgverzekeringsfonds is de bijdrage aan de verzekeraars ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten. De bijdrage aan zorgverzekeraars stijgt op grond van de 50/50-regel. Die regel bepaalt – gegeven de totale lasten en gegeven de ontwikkeling van het eigen risico en de rijksbijdrage – hoe de inkomensafhankelijke bijdrage en de nominale premie zich moeten ontwikkelen. Daaruit volgt voor 2015 een stijging van de nominale premie met € 1,6 miljard 8. Gegeven de geraamde ontwikkeling van de zorguitgaven van verzekeraars, eigen betalingen, beheerskosten en reserveafbouw van verzekeraars, wordt dit mogelijk via de stijging van de bijdrage uit het ZVF aan de zorgverzekeraars met € 0,8 miljard.
De inkomsten van het ZVF bestaan vooral uit de inkomensafhankelijke bijdrage en de rijksbijdrage ter dekking van de fictieve premielast van kinderen tot 18 jaar. In 2015 wordt er daarnaast een tijdelijke rijksbijdrage HLZ geïntroduceerd. Via deze rijksbijdrage worden de per saldo resulterende gevolgen van de overheveling van AWBZ naar Zvw en de overheveling van de jeugd-ggz van de Zvw naar de gemeenten op de premies voor 80% gecompenseerd. In 2016 wordt de compensatie 60%, in 2017 40% en in 2018 20%. 9
De inkomensafhankelijke bijdrage daalt van 2014 naar 2015 met € 1,3 miljard. Dit is het saldo van twee ontwikkelingen. De IAB stijgt met € 0,2 miljard vanwege de stijging van de in tabel 15 gepresenteerde totale uit premies te financieren kosten van 2014 op 2015 van € 0,3 miljard. Daar tegenover staat een daling van € 1,5 miljard als gevolg van een verschuiving binnen de lasten op grond van de 50/50-regel 10. De rijksbijdrage voor kinderen blijft vrijwel constant. Deze volgt de ontwikkeling van het aantal kinderen en de ontwikkeling van de nominale premie plus eigen betalingen 11. Zorgverzekeraars ontvangen uit het ZVF een vergoeding voor de beheerskosten van verzekerde kinderen die afhankelijk is van het aantal verzekerde kinderen en in 2015 iets daalt in samenhang met overhevelingen. Via het ZVF lopen ook de overige baten (rentebaten, premievervangende bijdragen verdragsgerechtigden, kosten en opbrengsten wanbetalers en kosten en opbrengsten onverzekerden). Deze worden bij de inkomsten geboekt omdat ze niet relevant zijn voor het BKZ.

De zorgverzekeraars

De uitgaven van de zorgverzekeraars bestaan uit de uitgaven aan zorg en de beheerskosten/reserveopbouw. De ontwikkeling hiervan is hiervoor toegelicht. Dat geldt ook voor de bijdrage die zorgverzekeraars ontvangen uit het ZVF ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten die zij moeten betalen. Zorgverzekeraars ontvangen ook het eigen risico en de eigen bijdragen van hun verzekerden. De opbrengst daarvan stijgt van 2014 op 2015 met € 0,1 miljard in verband met de indexering van het eigen risico.

De totale geraamde nominale premie stijgt van 2014 op 2015 met € 1,6 miljard 12. Deze stijging betreft een stijging van € 1,1 miljard 13 bij de rekenpremie en een stijging van € 0,5 miljard bij de opslagpremie 14.

De nominale premies en inkomensafhankelijke bijdragen

Hiervoor is toegelicht hoe de uitgaven en inkomsten zich op macroniveau naar huidig inzicht ontwikkelen tussen 2014 en 2015. Daarbij wordt rekening gehouden met de huidige inzichten voor 2014. Die waren nog niet bekend toen de premies 2014 werden vastgesteld. Bij het verklaren van de premiestijging van 2014 naar 2015 op microniveau moet het huidige beeld 2015 worden vergeleken met het beeld 2014 ten tijde van de premievaststelling. Dat is bij de rekenpremie en de IAB de begroting 2014 en bij de opslagpremie de premiestelling door verzekeraars in het najaar van 2013.

De inkomensafhankelijke bijdrage daalt van 7,5% in 2014 naar 6,95% in 2015. Bij de nominale premie wordt een stijging geraamd van gemiddeld € 1.101 in 2014 naar gemiddeld € 1.211 in 2015. Voor deze bijstellingen is een aantal oorzaken te benoemen.

Tabel 17 Oorzaken premieontwikkeling 2015 (in euro’s (nominale premie) en procentpunten (IAB))
 

Reken-premie

Opslag-premie

Nominale premie

IAB

Premies in 2014

1.121

-20

1.101

7,50

a. Uitgavenmeevaller 2014

– 45

+105

+60

– 0,20

b. Correctie 50/50

+35

+35

– 0,15

c. Overhevelingen

+20

+20

+0,10

d. Groei zorguitgaven (anders dan via overhevelingen)

+35

+35

– 0,10

e. Saldo zorgverzekeringsfonds

– 20

– 20

– 0,10

f. Reserveontwikkeling verzekeraars

+40

– 70

– 30

– 0,15

g. Rechtstreekse uitgaven zorgverzekeringsfonds

+10

+10

+0,05

h. Ontwikkeling eigen risico

– 5

– 5

i. Overig en afronding

+ 5

0

+ 5

0,00

Totaal

+75

+ 35

+110

– 0,55

Premies in 2015

1.196

15

1.211

6,95

a. Uitgavenmeevaller 2014

De belangrijkste oorzaak van de premieontwikkeling in 2015 is de meevaller bij de zorguitgaven van verzekeraars in 2014. De verzekeraars hebben in 2014 naar huidige inschatting € 1,4 miljard 15 minder aan zorguitgaven hoeven te dekken dan geraamd in de begroting 2014. Dit verhoogt het resultaat van verzekeraars. Aangenomen wordt dat de verzekeraars deze meevaller ten tijde van hun premiestelling al voorzagen 16. Zij konden daardoor de nominale premie € 1,4 miljard lager vaststellen dan in de begroting 2014. De opslagpremie 2014 kon hierdoor circa € 105 lager vastgesteld worden dan geraamd in de begroting 2014.

In de begroting 2015 is bovengenoemde uitgavenmeevaller structureel verwerkt en verwerkt in een lagere nominale rekenpremie (€ 45), een lagere IAB (0,2 procentpunt), een lagere rijksbijdrage en een lager maximaal verplicht eigen risico. Daarom is er in de begroting 2015 geen ruimte om de opslagpremie lager vast te stellen op basis van uitgavenmeevallers. De opslagpremie stijgt hierdoor ten opzichte van 2014 met € 105. Per saldo stijgt de totale nominale premie dus met circa € 60.

In 2014 en 2015 samen leidt de uitgavenmeevaller tot circa € 150 lagere premies dan zonder de uitgavenmeevaller, ofwel gemiddeld € 75 per jaar.

Tabel 18 Gevolgen uitgavenmeevaller 2014 (bedragen x € 1 miljard)
 

Ten opzichte van begroting 2014

Mutatie

 

2014

2015

2014–2015

Zorguitgaven verzekeraars

– 1,4

– 1,4

0,0

w.v. gedekt uit zorgverzekeringsfonds

– 0,7

– 0,7

w.v. gedekt uit eigen risico

– 0,1

– 0,1

w.v. gedekt uit nominale premie

– 1,4

– 0,6

+0,8

       

Effect op rekenpremie

– € 45

– € 45

Effect op opslagpremie

– € 105

+ € 105

Effect op nominale premie

– € 105

– € 45

+ € 60

Effect op IAB (in procentpunten)

– 0,2

– 0,2

b. Correctie 50/50

In de begroting 2014 werd voorzien dat de IAB in de jaren daarvoor € 0,7 miljard minder had opgeleverd dan de nominale inkomsten. Daarom is de IAB in de begroting 2014 € 0,2 miljard hoger vastgesteld dan de nominale inkomsten. Hierdoor kwam de nominale premie € 5 lager uit. Sinds de begroting 2014 is het beeld flink aangepast. De nominale premie 2014 is € 1,7 miljard lager vastgesteld dan geraamd in die begroting. Daarnaast blijkt uit ramingen van het CPB dat de IAB in 2014 meer opbrengt dan geraamd in de begroting 2014. De IAB levert daarom in 2014 naar huidige inschatting € 2,1 miljard meer op dan de nominale inkomsten. Verder blijkt uit voorlopige realisaties van het Zorginstituut Nederland en cijfers van het CPB dat de nominale premie in de jaren voor 2014 te hoog en de IAB in eerdere jaren juist te laag was ingeschat in de begroting 2014. De IAB komt daardoor over de jaren 2006 tot en met 2014 € 3,3 miljard hoger uit dan de nominale inkomsten. Dit dient te worden gecorrigeerd, door de IAB de komende vier jaar € 0,8 miljard lager vast te stellen dan de nominale inkomsten. De nominale premie komt daardoor circa € 30 hoger uit. Omdat in 2014 werd gerekend met – € 5 zorgt de 50/50 systematiek voor een stijging van de nominale premie met € 35 van 2014 op 2015.

Tabel 19 Bijstellingen op grond van de 50/50 systematiek (bedragen x € 1 miljard)
 

t/m 2013

2014

cumulatief

Verschil IAB – nominaal in Begroting 2014

– 0,7

+0,2

– 0,5

       

Bijstelling IAB

+0,4

+0,3

+0,7

Bijstelling nominale premie

– 1,4

– 1,7

– 3,1

Bijstelling verschil IAB – nominaal

+1,9

+2,0

+3,8

       

Verschil IAB – nominaal in Begroting 2015

+1,2

+2,1

+3,3

       
 

2014

2015

mutatie

Effect op nominale premie

– € 5

+ € 30

+ € 35

Effect op IAB (in procentpunten)

+0,05

– 0,15

– 0,20

c. Overhevelingen

De overhevelingen van AWBZ naar Zvw en van Zvw naar gemeenten leiden per saldo tot € 2,4 miljard hogere Zvw-uitgaven. Daarvan wordt in 2015 € 1,8 miljard gedekt via de tijdelijke rijksbijdrage HLZ. De resterende € 0,6 miljard leidt tot een stijging van de nominale premie met circa € 20 en tot een stijging van de IAB met 0,1 procentpunt.

d. Groei zorguitgaven (anders dan door overhevelingen)

De zorguitgaven van zorgverzekeraars kennen gecorrigeerd voor overhevelingen van 2014 op 2015 een groei van € 1,0 miljard. Deze uitgavenstijging leidt – als ook rekening wordt gehouden met de stijging van het aantal verzekerden – tot een stijging van de nominale premie met € 35. De uitgavenstijging is zo beperkt dat het IAB-percentage, mede vanwege de stijging van de grondslag waarover de IAB wordt geheven, kan dalen met 0,1 procentpunt.

e. Saldo zorgverzekeringsfonds

De daling van het beoogde exploitatiesaldo in het ZVF van € 0 miljard in 2014 in de begroting 2014 naar – € 0,5 miljard in 2015 in de begroting 2015 leidt tot een daling van de nominale premie met circa € 20 en een daling van de inkomensafhankelijke bijdrage met 0,1 procentpunt.

f. Reserveontwikkeling verzekeraars

In de begroting 2014 werd voor 2014 uitgegaan van een reserveopbouw van verzekeraars van € 0,2 miljard. Naar huidig inzicht zijn er in 2014 in beperkte mate reserves opgebouwd. Voor 2015 wordt in de begroting 2015 uitgegaan van een afbouw van € 0,8 miljard. De grotere reserveafbouw dan in 2014 werkt volledig door in lagere opslagpremies, die daardoor kunnen dalen met circa € 70.

Omdat de reserveopbouw deel uit maakt van de totale uit premies te financieren last, dient de lagere reserveopbouw voor de helft neer te slaan in een lagere IAB en voor de helft in een lagere nominale premie. Dat gebeurt door de rekenpremie te verhogen, waardoor de bijdrage aan verzekeraars daalt. Voor zowel de IAB als de rekenpremie is de daling van de reserveopbouw relevant ten opzichte van hetgeen voor 2014 verwerkt was in de begroting 2014. Die daling is € 1,1 miljard, wat leidt tot een daling van de IAB met 0,15 procentpunt en een stijging van de rekenpremie met circa € 40. De totale nominale premie daalt daarom met € 25 als gevolg van de reserveontwikkeling (€ 40 – € 65).

g. Rechtstreekse uitgaven zorgverzekeringsfonds

De rechtstreekse uitgaven van het zorgverzekeringsfonds (de beschikbaarheidsbijdragen en de grensoverschrijdende zorg) laten in 2015 een stijging zien van € 0,2 miljard. Hierdoor moet de nominale premie € 10 stijgen en de IAB 0,05 procentpunt.

h. Ontwikkeling eigen risico

Het maximale verplichte eigen risico is gekoppeld aan de ontwikkeling van de Zvw-uitgaven. Het eigen risico stijgt daardoor in 2015 van € 360 naar € 375. Deze bijstelling hangt deels samen met de overhevelingen en is beperkt vanwege de doorwerking van de meevaller 2014 (als die meevaller bekend zou zijn geweest ten tijde van het opstellen van de begroting 2014 dan zou het eigen risico 2014 lager en de nominale premie hoger zijn vastgesteld). De eigen betalingen stijgen met circa € 0,1 miljard. Deze bijstelling slaat volledig neer in de nominale premie, die hierdoor met € 0,1 miljard daalt, ofwel circa € 5.

i. Overige posten en afronding

De ontwikkelingen bij de overige baten van het fonds en de rijksbijdrage voor kinderen leiden tot kleine bijstellingen. Deze effecten plus afrondingsverschillen leiden tot een stijging van de nominale premie met circa € 5 en van de inkomensafhankelijke bijdrage met circa 0,00 procentpunt.

De nominale premie wordt overigens vastgesteld door de zorgverzekeraars en het gemiddelde kan dus ook anders uitkomen dan de nu geraamde bedragen.

Tabel 20 Premieoverzicht Zvw 1Afgezien van de inkomensafhankelijke bijdrage betreft dit jaarbedragen in euro.
 

2013

2014

2015

Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (in %)

7,75

7,50

6,95

Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (in %) 2

5,65

5,40

4,85

Nominale rekenpremie

1.154

1.121

1.196

Nominale opslagpremie (gemiddeld) 3

59

– 20

15

Nominale premie totaal (gemiddeld)

1.213

1.101

1.211

Nominale premie totaal 18-

0

0

0

Verplicht eigen risico

350

360

375

Compensatie eigen risico (CER)

99

Standaardpremie

1.478

1.329

1.449

Maximale zorgtoeslag eenpersoonshuishouden

1.060

865

982

Maximale zorgtoeslag meerpersoonshuishouden

2.062

1.655

1.871

Noot 2: De zelfstandigen en gepensioneerden betalen de verlaagde inkomensafhankelijke bijdrage

Noot 3: Het cijfer 2015 betreft een raming.

Bron: VWS

De zorgtoeslag

De Wet op de zorgtoeslag bepaalt dat een huishouden maximaal een op basis van een formule bepaald percentage van het inkomen dient bij te dragen aan de nominale premie en voor de betalingen in verband met het verplicht eigen risico. De hoogte van de zorgtoeslag wordt bepaald door de standaardpremie (de geraamde gemiddelde nominale premie voor een zorgverzekering plus het geraamde gemiddelde te betalen bedrag vanwege het verplicht eigen risico) en het huishoudinkomen van de ontvanger.

De percentages die bepalen hoeveel een huishouden zelf moet betalen wijzigen in 2015. Dit komt enerzijds door een maatregel uit 2011 waarin is besloten deze percentages in vier stappen te verhogen (van 2012 tot en met 2015). Daarnaast is besloten tot een aanvullende maatregel bij de zorgtoeslag ter vervanging van de opbrengsten die zouden resulteren uit de introductie van de huishoudentoeslag. Per saldo zijn de bijstellingen in de percentages zodanig dat de zorgtoeslag van huishoudens met een inkomen op of onder het wettelijk minimumloon daardoor vrijwel niet verandert. Voor huishoudens met een bovenminimaal inkomen zal de zorgtoeslag door de aanpassing van de percentages dalen.

De raming voor deze standaardpremie 2015 bedraagt € 1.449. Dit komt overeen met de eerder genoemde raming van de nominale premie van € 1.211 plus het geraamde gemiddelde eigen risico. Gegeven de hiervoor beschreven effecten van de bijstelling van de percentages zal de zorgtoeslag voor huishoudens met een inkomen op of onder het minimumloon ongeveer evenveel stijgen als de standaardpremie (circa € 120 per persoon). Voor huishoudens met een hoger inkomen zal er sprake zijn van een kleinere stijging of van een daling (afhankelijk van het inkomen).

De Belastingdienst/toeslagen ontvangt – voordat de zorgtoeslag feitelijk wordt uitgekeerd – een geactualiseerde inschatting van de hoogte van de nominale premie nadat de zorgverzekeraars hun premie bekend hebben gemaakt.

4.3.2. Wet Langdurige Zorg (Wlz)

Tabel 21 Exploitatie en premiestelling Wlz (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

FONDS LANGDURIGE ZORG

     

Uitgaven

19.456,2

– Zorguitgaven

19.302,5

– Beheerskosten

153,7

       

Inkomsten

18.803,8

– Procentuele premie

13.816,5

– Eigen bijdragen

1.737,3

– BIKK

3.250,0

– Overige baten

0,0

       

Exploitatiesaldo

– 652,5

       

Vermogen Algemeen Fonds

– 652,5

       

Procentuele premie (in %)

9,65

Bron: VWS

De uitgaven in het kader van de Wlz worden gefinancierd uit het Fonds Langdurige Zorg (FLZ). Tabel 21 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten van dit fonds.

De uitgaven in tabel 21 komen overeen met de Wlz-uitgaven uit tabel 10.

De inkomsten van het fonds worden gedomineerd door de premie-inkomsten, de eigen bijdragen en de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK). De Wlz-premie is vastgesteld op 9,65% omdat met dit percentage naar huidige verwachting ultimo 2017 een vermogen van circa nul in het FLZ ontstaat. Dat is het geval ondanks het negatieve saldo in 2015, omdat de Wlz uitgaven onder andere vanwege extramuralisering tussen 2015 en 2017 minder groeien dan de grondslag van de Wlz-premie. De Wlz-premie kan lager worden vastgesteld dan de AWBZ-premie in 2014 (12,65%) omdat de overhevelingen uit de AWBZ groter zijn dan het tekort dat in 2014 in het AFBZ bestond.

4.3.3. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

Tabel 22 Exploitatie en premiestelling AWBZ (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

ALGEMEEN FONDS

     

Uitgaven

27.512,2

28.107,5

0,0

– Zorgaanspraken en subsidies

27.345,7

27.916,4

0,0

– Beheerskosten

166,5

191,2

0,0

       

Inkomsten

24.245,6

25.179,1

– 25,0

– Procentuele premie

18.677,1

19.069,8

0,0

– Eigen bijdragen

1.900,3

1.985,0

0,0

– Rijksbijdrage

13,2

13,0

0,0

– BIKK

3.679,2

4.136,3

0,0

– Overige baten

– 24,2

– 25,0

– 25,0

       

Exploitatiesaldo

– 3.266,6

– 2.928,4

– 25,0

       

Vermogen Algemeen Fonds

– 16.082,3

– 19.010,7

– 19.035,7

       

Procentuele premie (in %)

12,65

12,65

0,00

Bron: VWS

Met ingang van 2015 verlopen de uitgaven in het kader van de langdurige zorg via de Wlz. Daarom komen er met ingang van 2015 geen uitgaven en inkomsten ten gunste of ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ). De uitzondering betreft de rente die het fonds moet betalen aan de schatkist. In de Wlz is opgenomen dat het AFBZ in 2020 wordt geliquideerd, nadat het op dat moment bestaande negatieve vermogen is aangezuiverd via een rijksbijdrage.

4.4 Wat betaalt de gemiddelde burger aan zorg

Figuur 8 laat zien dat de gemiddelde volwassene in Nederland circa € 5.075 betaalt aan collectief verzekerde zorg. Dat betreft niet alleen de nominale premie en de eigen betalingen. Een Nederlander betaalt gemiddeld ook een fors bedrag aan AWBZ-premies (in 2014) en Wlz-premie (in 2015). De inkomensafhankelijke bijdrage wordt voor een beperkt deel rechtstreeks door burgers betaald (gepensioneerden en zelfstandigen) en voor het grootste deel door werkgevers. Dat laatste deel beïnvloedt de loonruimte en is daarom wel meegenomen. Via de zorgtoeslag ontvangt de gemiddelde burger een bedrag ter gedeeltelijke compensatie van de nominale premie en het eigen risico. Als laatste is meegenomen het bedrag dat via belastingen wordt opgebracht ter dekking van de rijksbijdragen en de zorgtoeslag. De gemiddelde lasten voor de financiering van de zorg komen voor een volwassene daarmee uit op € 5.075 voor het jaar 2015.

De stijging van de nominale premie en de daling van de IAB zijn hiervoor reeds toegelicht. Ook is gemeld dat de Wlz-premie in 2015 op een lager niveau kan worden vastgesteld dan de AWBZ-premie in 2014. Dat het bedrag dat de gemiddelde burger bijdraagt aan de zorg via belastingen toeneemt, is het gevolg van de introductie van de rijksbijdrage HLZ en de verschuiving van AWBZ-premie naar belastingen in samenhang met de overheveling van AWBZ naar gemeenten. De eigen bijdragen dalen in verband met de overhevelingen en extramuralisering.

De bedragen in de figuur zijn een gemiddelde per volwassene. Sommige mensen betalen meer en anderen betalen minder. Hoeveel iemand precies betaalt is afhankelijk van zijn inkomen (en bij recht op zorgtoeslag ook van het inkomen van zijn partner). Huishoudens met een laag inkomen betalen minder dan € 5.075 per persoon en huishoudens met een hoger inkomen meer, omdat de meeste posten inkomensafhankelijk zijn. Dat is het geval bij de inkomensafhankelijke AWBZ/Wlz-premies, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, de inkomensafhankelijke eigen bijdrage AWBZ en de belastingen. Omdat huishoudens met een laag of middeninkomen een inkomensafhankelijke zorgtoeslag ontvangen ter compensatie van de nominale premie en het eigen risico, geldt ook bij de nominale premies en het eigen risico dat de netto-last hiervan in samenhang met de zorgtoeslag toeneemt met het inkomen.

Figuur 8: Lasten per volwassene aan zorg in 2014 en 2015 (in euro’s per jaar)

5. Meerjarige ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

5.1. Actuele stand van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector 2010–2013

Tabel 23 laat de actuele stand zien van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector over 2010–2013 (stand ontwerpbegroting 2015). Een aantal keren per jaar worden de zorguitgaven geactualiseerd. Dit gebeurt aan de hand van budgetgegevens van de NZa en financieringsgegevens van het Zorginstituut Nederland. Na het verschijnen van een jaarverslag kunnen nog aanpassingen in de cijfers plaatsvinden. Deze zijn meegenomen in onderstaande tabel.

Tabel 23 Actuele stand van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector 2010 t/m 2013 (bedragen x €1 miljoen)
 
2010 1

2011

2012

2013

Zvw-uitgaven

       

Eerstelijnszorg

4.127,9

4.293,7

4.155,4

4.222,9

Medisch-specialistische zorg

19.252,6

19.299,5

20.785,7

22.540,5

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3.982,9

4.284,6

4.118,1

4.270,9

Genees- en hulpmiddelen

6.578,4

6.595,0

6.083,4

5.780,3

Ziekenvervoer

589,7

566,4

565,1

627,4

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw

0,0

0,0

0,0

1.020,8

Overig 2

942,2

930,2

1.057,4

1.140,4

Nominaal en onverdeeld

0,0

0,0

0,0

0,0

Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2015

35.473,7

35.969,4

36.765,1

39.603,2

Zvw-ontvangsten

       

Eigen risico Zvw

1.480,7

1.499,0

1.786,0

2.679,6

Eigen bijdrage Zvw

0,0

0,0

146,2

27,0

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2015

1.480,7

1.499,0

1.932,2

2.706,6

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2015

33.993,0

34.470,4

34.832,8

36.896,5

         

AWBZ-uitgaven

       

Preventieve zorg (Rijksvaccinatieprogramma)

95,3

90,5

103,3

93,9

Zorg in natura

       

– waarvan intramurale ggz

1.245,5

1.359,0

1.584,5

1.566,9

– waarvan intramurale ghz

4.400,7

4.598,6

5.265,1

5.251,7

– waarvan intramurale v&v

7.379,4

7.652,2

8.742,6

8.445,8

– waarvan extramurale zorg

3.610,0

3.814,2

4.139,4

4.259,5

– waarvan dagbesteding en vervoer

1.138,7

1.145,4

1.217,8

1.150,5

– waarvan kapitaallasten

2.476,6

2.725,8

2.585,2

2.365,8

– waarvan overige zorg in natura

766,7

906,8

1.032,5

1.290,7

         

Persoonsgebonden budgetten

2.159,9

2.255,5

2.458,7

2.477,3

Mee-instellingen

178,6

183,1

190,3

173,8

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen AWBZ

0,0

0,0

0,0

22,1

Overig 3

477,2

535,3

417,1

231,6

Nominaal en onverdeeld

206,1

– 47,3

127,7

182,5

AWBZ-uitgaven ontwerpbegroting 2015

24.134,7

25.219,1

27.864,4

27.512,2

AWBZ-ontvangsten

       

Eigen bijdrage AWBZ

1.478,2

1.619,6

1.696,6

1.900,3

AWBZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2015

1.478,2

1.619,6

1.696,6

1.900,3

Netto-AWBZ-uitgaven ontwerpbegroting 2015

22.656,5

23.599,5

26.167,7

25.611,9

Begrotingsgefinancierde uitgaven

       

Zorgopleidingen (VWS-begroting)

839,3

1.073,4

1.171,2

179,7

Caribisch Nederland (VWS-begroting)

0,0

56,7

84,5

88,0

Wtcg (VWS-begroting)

487,5

690,3

637,6

326,1

Wmo (Gemeentefonds)

1.541,0

1.456,0

1.511,3

1.561,2

Loon- en prijsbijstelling (aanvullende post Financién)

0,0

0,0

0,0

0,0

Begrotingsgefinancierde uitgaven ontwerpbegroting 2015

2.867,8

3.276,4

3.404,6

2.155,0

Begrotingsgefinancierde ontvangsten

       

Overige ontvangsten

73,4

50,9

20,9

0,0

Begrotingsgefinancierde ontvangsten ontwerpbegroting 2015

73,4

50,9

20,9

0,0

Netto- Begrotingsgefinancierde ontvangsten ontwerpbegroting 2015

2.794,4

3.225,5

3.383,7

2.155,0

Bruto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2015

62.476,3

64.464,9

68.034,0

69.270,3

BKZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2015

3.032,3

3.169,5

3.649,8

4.606,9

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2015

59.444,0

61.295,4

64.384,3

64.663,4

Noot 1: Exclusief de eenmalige stimuleringsimpuls voor de bouw uit het aanvullend coalitieakkoord Balkenende IV (Zvw- Medisch-specialistische zorg € 160 mln. en AWBZ-kapitaallasten € 160 mln.) die niet aan het BKZ is toegerekend

Noot 2: Bij de Zvw zijn onder de post «overige gezondheidszorg» opgenomen de deelsectoren; grensoverschrijdende zorg, beheerskosten uitvoeringsorganen Zvw en multidisciplinaire zorgverlening

Noot 3: Bij de AWBZ zijn onder de post «overige langdurige zorg» opgenomen de deelsectoren; subsidie langdurige zorg, beheerskosten/diversen AWBZ en langdurige zorg onverdeeld

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en AWBZ.

5.2. Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2005–2015

Realisatiecijfers in de zorg ijlen nog enige jaren na. Daardoor kunnen er ook na het verschijnen van VWS-jaarverslagen nog aanpassingen in de cijfers plaatsvinden. In tabel 24 wordt de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten voor de jaren 2005–2015 weergegeven zoals gemeld in de diverse VWS-jaarverslagen en de naar huidige inzichten actuele VWS-stand. De jaren 2010 en daarvoor zijn definitief. Voor de AWBZ betreft het vanaf het jaar 2005–2014 de AWBZ-standen en voor het jaar 2015 de Wlz-stand.

Tabel 24 Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2005–2015 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2005

2006

2007

2008

2009

2010 1

2011

2012

2013

2014

2015 2

BKZ-uitgaven en -ontvangsten stand Jaarverslagen

                     

Zorgverzekeringswet (Zvw)

                     

Bruto-uitgaven

24.061

25.184

26.218

30.626

33.562

34.538

36.509

36.332

39.574

41.052

44.364

Ontvangsten

2.046

2.053

2.029

1.311

1.364

1.481

1.515

1.945

2.707

3.125

3.218

Netto-uitgaven

22.015

23.132

24.189

29.315

32.198

33.058

34.995

34.387

36.867

37.927

41.146

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

                     

Bruto-uitgaven

22.123

22.976

23.011

21.996

23.436

24.293

25.218

27.894

27.511

28.108

19.456

Ontvangsten

1.804

1.794

1.676

1.732

1.550

1.478

1.623

1.696

1.900

1.985

1.737

Netto-uitgaven

20.319

21.182

21.336

20.264

21.886

22.815

23.595

26.198

25.611

26.123

17.719

Begrotingsgefinancierde uitgaven

                     

Bruto-uitgaven

0

35

2.047

2.258

2.357

2.868

3.276

3.405

2.155

2.323

7.526

Ontvangsten

0

0

0

39

63

73

51

21

0

0

0

Netto-uitgaven

0

35

2.047

2.219

2.294

2.794

3.226

3.384

2.155

2.323

7.526

Bruto-BKZ-uitgaven

46.184

48.194

51.276

54.879

59.355

61.699

65.004

67.631

69.240

71.482

71.346

BKZ-ontvangsten

3.851

3.847

3.705

3.081

2.978

3.032

3.189

3.662

4.607

5.110

4.955

Netto-BKZ-uitgaven

42.334

44.348

47.571

51.798

56.378

58.667

61.815

63.969

64.633

66.372

66.391

BKZ-uitgaven en -ontvangsten actuele VWS-stand

                     

Zorgverzekeringswet (Zvw)

                     

Bruto-uitgaven

24.299

25.293

26.077

31.465

33.756

35.474

35.969

36.765

39.603

41.052

44.364

Ontvangsten

2.047

2.053

2.047

1.311

1.364

1.481

1.499

1.932

2.707

3.125

3.218

Netto-uitgaven

22.253

23.240

24.030

30.155

32.392

33.993

34.470

34.833

36.897

37.927

41.146

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

                     

Bruto-uitgaven

22.206

22.996

22.852

21.806

23.221

24.135

25.219

27.864

27.512

28.108

19.456

Ontvangsten

1.788

1.795

1.618

1.618

1.594

1.478

1.620

1.697

1.900

1.985

1.737

Netto-uitgaven

20.418

21.201

21.235

20.188

21.627

22.657

23.600

26.168

25.612

26.123

17.719

Begrotingsgefinancierde uitgaven

                     

Bruto-uitgaven

0

35

2.047

2.258

2.357

2.868

3.276

3.405

2.155

2.323

7.526

Ontvangsten

0

0

0

39

63

73

51

21

0

0

0

Netto-uitgaven

0

35

2.047

2.219

2.294

2.794

3.225

3.384

2.155

2.323

7.526

Bruto-BKZ-uitgaven

46.506

48.323

50.977

55.530

59.335

62.476

64.465

68.034

69.270

71.482

71.346

BKZ-ontvangsten

3.835

3.847

3.665

2.968

3.022

3.032

3.170

3.650

4.607

5.110

4.955

Netto-BKZ-uitgaven

42.671

44.476

47.312

52.562

56.313

59.444

61.295

64.384

64.663

66.372

66.391

Noot 1: Exclusief de eenmalige stimuleringsimpuls voor de bouw uit het aanvullend coalitieakkoord Balkenende IV (€ 320 mln) die niet aan het BKZ is toegerekend

Noot 2: Ingaande 2015 is de Wet langdurige zorg in werking getreden

Bron: Financieel Beeld Zorg uit de Jaarverslagen VWS, diverse jaren en de actuele VWS stand

Figuur 9 Bijstellingen van de netto-BKZ-uitgaven Zvw en Awbz na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen 2003–2013

In figuur 9 zijn de bijstellingen van de netto-BKZ-uitgaven van de Zvw en de AWBZ na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen grafisch weergegeven voor de jaren 2003–2013. Uit de grafiek blijkt dat de bijstellingen na publicatie van het jaarverslag een grillig patroon kennen. Er zijn zowel jaren waarin de zorguitgaven hoger zijn uitgekomen dan vermeld in het jaarverslag als jaren waarin de zorguitgaven neerwaarts zijn bijgesteld. De omvang van de bijstelling blijft in de meeste jaren binnen een bandbreedte van 1%, met een maximale uitschieter van 1,3% in 2008. Voor 2013 is vooralsnog sprake van een zeer beperkte bijstelling. De bijstelling voor het jaar 2013 wordt in het verdiepingshoofdstuk nader toegelicht.

6. Verdieping Financieel Beeld Zorg

6.1. Verdieping in de BKZ-deelsectoren

In deze verdiepingsparagraaf wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de uitgaven onder het BKZ. Deze verdiepingsparagraaf is opgedeeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). De mutaties zijn per deelsector toegelicht. Dit geeft een overzichtelijker en gedetailleerder beeld van de budgettaire ontwikkelingen binnen de afzonderlijke onderdelen van de zorg. De mutaties zijn weergegeven ten opzichte van de ontwerpbegroting 2014. De toelichtingen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: nominaal, mee- en tegenvallers, intensiveringen, maatregelen en technisch.

Onder de nominale bijstelling wordt de loon- en prijsbijstelling verantwoord. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op de deelsectoren nominaal en onverdeeld. Daar staat de raming voor de jaren 2015 tot en met 2019. De tranche 2014 is toegedeeld aan de sectoren.

De mee- en tegenvallers bevatten onder meer de actualisering van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van de NZa en het Zorginstituut Nederland.

Intensiveringen en maatregelen betreffen de mutaties die het gevolg zijn van politieke prioriteitstelling.

De technische mutaties betreffen voornamelijk herschikkingen en financieringsmutaties. Herschikkingen betreffen budgetneutrale verschuivingen tussen verschillende deelsectoren. Bij financieringsmutaties is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. Deze verschillen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de uitgaven.

6.1.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Zvw in het afgelopen jaar en de doorwerking hiervan in de periode tot en met 2019. In tabel 25 wordt weergegeven het totaal van de reeds verwerkte mutaties en het totaal van de nieuwe mutaties tussen de ontwerpbegroting 2014 en de ontwerpbegroting 2015 voor de Zvw-uitgaven. Tabel 26 gaat in op de ontvangsten. In tabel 27 wordt de opbouw van de Zvw uitgaven en ontvangsten op deelsector niveau weergegeven. De sector nominaal en onverdeeld bevat de nog niet toebedeelde maatregelen, de nog niet uitgedeelde groeiruimte en loon- en prijsbijstellingen. In deze paragraaf wordt na tabel 27 verder per deelsector ingegaan op de nieuwe mutaties tussen ontwerpbegroting 2014 en ontwerpbegroting 2015 en de meerjarige doorwerking.

Tabel 25 Ontwikkeling van de Zvw-uitgaven vanaf de ontwerpbegroting 2014 (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Uitgaven Zorgverzekeringswet

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

40.563,4

42.556,7

46.011,1

47.753,7

49.278,8

51.754,7

51.754,7

Mutatie jaarverslag 2013 / 1e suppletoire begroting 2014

– 989,5

– 1.093,5

– 1.315,8

– 1.328,8

– 1.417,7

– 1.431,5

– 1.433,7

Nieuwe mutaties

29,3

– 411,2

– 331,3

753,1

797,8

901,2

3.495,2

Stand ontwerpbegroting 2015

39.603,2

41.052,0

44.364,1

47.178,0

48.658,9

51.224,4

53.816,2

Tabel 26 Ontvangsten Zvw vanaf de ontwerpbegroting 2014 (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Ontvangsten Zorgverzekeringswet

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

2.706,6

3.125,1

3.233,4

3.365,5

3.455,8

3.575,5

3.575,5

Mutatie jaarverslag 2013 / 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

– 15,7

30,3

30,3

30,3

172,3

Stand ontwerpbegroting 2015

2.706,6

3.125,1

3.217,7

3.395,8

3.486,1

3.605,8

3.747,8

Tabel 27 Opbouw van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten per sector (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Eerstelijnszorg

4.222,9

4.522,0

4.900,7

4.968,3

5.037,0

5.039,8

5.039,8

Huisartsenzorg

2.394,7

2.596,7

2.671,2

2.736,8

2.804,5

2.806,3

2.806,3

Tandheelkundige zorg Zvw

705,4

720,0

724,4

724,4

724,4

724,4

724,4

Paramedische zorg

612,7

653,2

672,4

672,4

672,4

672,4

672,4

Dieetadvisering

27,9

48,5

49,5

49,5

49,5

49,5

49,5

Verloskunde

200,1

211,0

217,6

217,6

217,6

217,6

217,6

Kraamzorg

282,1

292,5

298,7

298,7

298,7

298,7

298,7

Zintuiglijk gehandicapten

0,0

0,0

171,0

173,0

173,0

173,0

173,0

Eerstelijns kortdurend verblijf

0,0

0,0

96,0

96,0

97,0

98,0

98,0

Tweedelijnszorg

22.540,5

22.903,8

22.239,7

23.071,3

23.073,3

23.001,0

22.959,3

Instellingen voor medisch-specialistische zorg

18.289,8

18.574,3

Vrijgevestigde medisch specialisten

2.144,5

2.238,5

Mondziekten en kaakchirurgie

106,4

87,9

Medisch-specialistische zorg

20.315,9

21.112,5

21.116,6

21.037,6

20.995,8

Geriatrische revalidatiezorg

798,7

823,0

780,4

795,3

795,3

795,3

795,3

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

686,3

704,7

641,7

659,0

653,4

660,0

660,1

Beschikaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

41,2

44,1

47,2

49,3

52,4

52,5

52,5

Beschikbaarheidbijdrage overig medische-specialistische zorg

58,9

74,3

74,3

74,3

74,3

74,3

74,3

Garantieregeling kapitaallasten

75,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overig curatieve zorg

339,7

357,1

380,4

381,1

381,4

381,4

381,4

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4.270,9

4.076,2

3.592,1

3.797,0

3.908,9

3.916,5

3.916,5

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4.270,9

4.076,2

3.510,6

3.548,2

3.578,9

3.579,5

3.579,5

Intramurale langdurige ggz

0,0

0,0

81,5

248,8

330,0

337,0

337,0

Genees- en hulpmiddelen

5.780,3

6.099,8

6.393,3

6.499,7

6.478,7

6.479,1

6.479,1

Geneesmiddelen

4.319,3

4.506,3

4.716,5

4.749,4

4.680,7

4.680,7

4.680,7

Hulpmiddelen

1.461,0

1.593,5

1.676,8

1.750,2

1.798,0

1.798,4

1.798,4

Wijkverpleging

0,0

0,0

3.079,5

3.336,0

3.589,4

3.695,4

3.695,4

Extramurale verpleging

0,0

0,0

2.676,5

2.922,0

3.165,4

3.257,4

3.257,4

Extramurale verpleging en verzorging pgb

0,0

0,0

403,0

414,0

424,0

438,0

438,0

Ziekenvervoer

627,4

665,8

693,4

692,4

690,1

690,1

687,9

Ambulancevervoer

502,1

531,0

551,3

551,3

549,1

549,1

546,8

Overig ziekenvervoer

125,4

134,7

142,1

141,0

141,0

141,0

141,0

Opleidingen

1.020,8

1.207,4

1.228,9

1.249,2

1.282,8

1.261,7

1.176,3

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw

1.020,8

1.207,4

1.228,9

1.249,2

1.282,8

1.261,7

1.176,3

Overig

1.140,4

1.227,0

1.258,8

1.269,8

1.220,9

1.221,2

1.221,2

Grensoverschrijdende zorg

736,0

796,9

828,4

828,8

768,8

768,8

768,8

Multidisciplinaire zorgverlening

404,4

430,1

430,4

441,1

452,0

452,4

452,4

Nominaal en onverdeeld

0,0

350,1

977,7

2.294,4

3.377,8

5.919,7

8.640,8

Nominaal en onverdeeld

0,0

350,1

977,7

2.294,4

3.377,8

5.919,7

8.640,8

Bruto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2015

39.603,2

41.052,0

44.364,1

47.178,0

48.658,9

51.224,4

53.816,2

Eigen risico Zvw

2.679,6

3.098,1

3.190,7

3.368,8

3.459,1

3.578,8

3.720,8

Eigen bijdrage Zvw

27,0

27,0

27,0

27,0

27,0

27,0

27,0

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2015

2.706,6

3.125,1

3.217,7

3.395,8

3.486,1

3.605,8

3.747,8

Netto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2015

36.896,5

37.926,9

41.146,3

43.782,1

45.172,7

47.618,6

50.068,4

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz.

Huisartsen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

2.448,6

2.528,1

2.600,4

2.663,9

2.729,8

2.729,8

2.729,8

Mutaties jaarverslag 2013

– 51,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

– 2,5

68,6

70,8

72,9

74,7

76,5

76,5

Stand ontwerpbegroting 2015

2.394,7

2.596,7

2.671,2

2.736,8

2.804,5

2.806,3

2.806,3

De deelsector huisartsen bevat de huisartsenzorg inclusief de verloskundige hulp verricht door huisartsen.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

68,6

70,9

72,9

74,7

76,5

76,5

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

– 2,5

           

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013. Als gevolg daarvan vindt in 2013 een bijstelling plaats van – € 2,5 miljoen. Met het oog op de afspraken in het Bestuurlijk akkoord eerste lijn wordt deze meevaller incidenteel verwerkt.

             
Tandheelkundige zorg Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

750,9

750,9

750,9

750,9

750,9

750,9

750,9

Mutaties jaarverslag 2013

– 38,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 38,1

– 38,1

– 38,1

– 38,1

– 38,1

– 38,1

Nieuwe mutaties

– 7,4

7,1

11,5

11,5

11,5

11,5

11,5

Stand ontwerpbegroting 2015

705,4

720,0

724,4

724,4

724,4

724,4

724,4

Deze deelsector bevat de tandheelkundige zorg.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

10,1

10,1

10,1

10,1

10,1

10,1

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

– 7,4

– 7,4

– 7,4

– 7,4

– 7,4

– 7,4

– 7,4

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013. Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van – € 7,4 miljoen.

             
               

Intensiveringen

             
               

Uitdeling groeiruimte 2014 en 2015

 

4,4

8,8

8,8

8,8

8,8

8,8

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2014 en 2015.

             
Paramedische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

665,4

679,9

679,8

679,8

679,8

679,8

679,8

Mutaties jaarverslag 2013

– 53,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 53,2

– 53,2

– 53,2

– 53,2

– 53,2

– 53,2

Nieuwe mutaties

0,5

26,6

45,8

45,8

45,8

45,8

45,8

Stand ontwerpbegroting 2015

612,7

653,2

672,4

672,4

672,4

672,4

672,4

De paramedische hulp omvat fysiotherapie, oefentherapie Caesar, oefentherapie Mensendieck, logopedie en ergotherapie.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

10,7

11,1

11,1

11,1

11,1

11,1

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013. Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van € 0,5 miljoen.

             
               

Intensiveringen

             
               

Tariefsverhoging logopedie

   

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

De NZa heeft de maximumtarieven voor verloskunde en logopedie met ingang van 2015 verhoogd. Gegeven de onderschrijdingen op beide sectoren in 2013 en het feit dat verzekeraars contracteren beneden de maximumtarieven wordt het budgettaire beslag dat hiermee is gemoeid voor 50% toegevoegd aan beide sectoren.

             
               

Uitdeling groeiruimte 2014 en 2015

 

15,4

30,8

30,8

30,8

30,8

30,8

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2014 en 2015.

             
Dieetadvisering (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

45,9

46,9

46,9

46,9

46,9

46,9

46,9

Mutaties jaarverslag 2013

– 17,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

– 0,6

1,6

2,6

2,6

2,6

2,6

2,6

Stand ontwerpbegroting 2015

27,9

48,5

49,5

49,5

49,5

49,5

49,5

De uitgaven betreffen zowel dieetadvisering als voedingsvoorlichting.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

– 0,6

           

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013. Als gevolg daarvan vindt een incidentele bijstelling plaats van – € 0,6 miljoen.

             
               

Intensiveringen

             
               

Uitdeling groeiruimte 2014 en 2015

 

1,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2014 en 2015.

             
Verloskunde (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

209,7

212,0

212,0

212,0

212,0

212,0

212,0

Mutaties jaarverslag 2013

– 8,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 8,3

– 8,3

– 8,3

– 8,3

– 8,3

– 8,3

Nieuwe mutaties

– 1,3

7,4

13,9

13,9

13,9

13,9

13,9

Stand ontwerpbegroting 2015

200,1

211,0

217,6

217,6

217,6

217,6

217,6

Deze deelsector bevat de extramuraal verstrekte verloskundige zorg. De verloskundige zorg verricht door huisartsen is bij de deelsector huisartsen opgenomen.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

5,5

5,5

5,5

5,5

5,5

5,5

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

– 1,3

– 1,3

– 1,3

– 1,3

– 1,3

– 1,3

– 1,3

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013. Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van – € 1,3 miljoen.

             
               

Intensiveringen

             
               

Tariefsverhoging verloskunde

   

3,3

3,3

3,3

3,3

3,3

De NZa heeft de maximumtarieven voor verloskunde en logopedie met ingang van 2015 verhoogd. Gegeven de onderschrijdingen op beide sectoren in 2013 en het feit dat verzekeraars contracteren beneden de maximumtarieven wordt het budgettaire beslag dat hiermee is gemoeid voor 50% toegevoegd aan beide sectoren.

             
               

Uitdeling groeiruimte 2014 en 2015

 

3,2

6,4

6,4

6,4

6,4

6,4

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2014 en 2015.

             
Kraamzorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

302,8

303,8

304,6

304,6

304,6

304,6

304,6

Mutaties jaarverslag 2013

– 19,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 19,2

– 19,2

– 19,2

– 19,2

– 19,2

– 19,2

Nieuwe mutaties

– 1,5

8,0

13,3

13,3

13,3

13,3

13,3

Stand ontwerpbegroting 2015

282,1

292,5

298,7

298,7

298,7

298,7

298,7

Op deze sector worden de uitgaven voor kraamzorg geraamd en verantwoord. De kraamzorg is tweeledig. Allereerst houdt deze de partusassistentie in: de hulp aan de verloskundige bij de bevalling. Daarnaast levert de kraamverzorgende hulp gedurende de eerste dagen na de bevalling en geeft zij advies met betrekking tot de verzorging van de pasgeborene en de kraamvrouw.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

– 1,5

– 1,5

– 1,5

– 1,5

– 1,5

– 1,5

– 1,5

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013. Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van – € 1,5 miljoen.

             
               

Intensiveringen

             
               

Uitdeling groeiruimte 2014 en 2015

 

5,3

10,6

10,6

10,6

10,6

10,6

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2014 en 2015.

             
Zintuiglijk gehandicapten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties jaarverslag 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

171,0

173,0

173,0

173,0

173,0

Stand ontwerpbegroting 2015

0,0

0,0

171,0

173,0

173,0

173,0

173,0

De zorg aan zintuiglijk beperkten (auditief en/of communicatief beperkten, visueel beperkten en doofblinden) valt nu voor een deel onder de AWBZ en voor een deel onder de Zvw. Een groot deel van deze zorg is momenteel expliciet in de AWBZ geregeld en wordt geleverd door AWBZ-instellingen. Het Ministerie van VWS heeft aan het Zorginstituut Nederland gevraagd na te gaan of deze zorg ook onder de Zvw kan vallen.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Technisch

             
               

Omsleuteling Hlz

   

171,0

173,0

173,0

173,0

173,0

Vanaf 2015 wordt de extramurale behandeling voor zintuiglijk gehandicapten als nieuwe prestatie opgenomen op grond van de Zorgverzekeringswet. Voor de zintuiglijk gehandicaptenzorg is een apart kader. Tot 2017 is de jaarlijkse toegestane groei maximaal 1%.

             
Eerstelijns kortdurend verblijf (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties jaarverslag 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

96,0

96,0

97,0

98,0

98,0

Stand ontwerpbegroting 2015

0,0

0,0

96,0

96,0

97,0

98,0

98,0

Verblijf onder de Zorgverzekeringswet omvat verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg. Verblijf in verband met «zorg zoals huisartsen die plegen te bieden – het zogenoemde eerstelijns verblijf – is onder deze aanspraak mogelijk.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Technisch

             
               

Omsleuteling Hlz

   

96,0

96,0

97,0

98,0

98,0

Voor de aanspraak op en bekostiging van kortdurend verblijf in de eerste lijn werd tot op heden de AWBZ-prestatie gebruikt, omdat de AWBZ voorliggend is aan de Zvw. Vanaf 2015 is kortdurend verblijf geen aanspraak meer op grond van de Wet langdurige zorg. Vanaf 2015 zal eerstelijns verblijf vanuit de Zorgverzekeringswet worden aangeboden, volgens de aanspraak op verblijf in artikel 2.12 Bzv. Verblijf onder de Zorgverzekeringswet omvat verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg. Voor kortdurend eerstelijns verblijf is vanaf 2015 € 96 miljoen beschikbaar. Dit bedrag is bepaald op basis van de kosten voor een verblijfdag en de aantallen indicaties die momenteel omgaan in de AWBZ voor kortdurende opnames en wordt in een apart budgettair kader «eerstelijns kortdurend verblijf» geplaatst (Kamerstuk 30 597, nr. 459).

             
Instellingen voor medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

17.989,8

18.269,2

18.446,3

18.581,2

18.596,1

18.555,3

18.555,3

Mutaties jaarverslag 2013

300,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

7,3

7,4

7,5

7,5

7,5

7,5

Nieuwe mutaties

– 0,0

297,8

– 327,6

336,7

339,2

336,5

295,8

Nieuwe sectorindeling msz

0,0

0,0

– 18.126,1

– 18.925,4

– 18.942,8

– 18.899,3

– 18.858,6

Stand ontwerpbegroting 2015

18.289,8

18.574,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Deze sector is samengesteld uit de voormalige onderdelen algemene en categorale ziekenhuizen, academische ziekenhuizen, ZBC’s en een groot deel van overige curatieve instellingen (bijvoorbeeld centra voor erfelijkheidsonderzoek en dialyse-centra). Ook de medisch specialisten in loondienst maken onderdeel uit van deze sector. Met ingang van de begroting 2015 maakt deze sector deel uit van (integraal) kader medisch-specialistische zorg (zie toelichting nieuwe sectorindeling).

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

292,9

297,5

300,4

302,6

302,8

302,1

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Technisch

             
               

Overheveling Lucrin

 

3,5

6,9

6,9

7,0

7,0

7,0

Vanaf 2014 zijn de fertiliteitshormonen overgeheveld van het geneesmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg. Dit betreft de aanvullende overheveling van het geneesmiddel Lucrin voor zover het wordt ingezet als fertiliteitshormoon per 1 juli 2014.

             
               

Overheveling oncolytica

   

25,3

25,5

25,8

25,8

25,8

Vanaf 2013 zijn de meeste oncolytica overgeheveld van het geneesmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg. Dit betreft de overheveling van de overige oncolytica.

             
               

Overheveling Ruxolitinib

   

7,9

       

Dit betreft de overheveling van het geneesmiddel Ruxolitnib van het geneesmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg. De middelen zijn incidenteel overgeheveld, aangezien er nog onvoldoende bekend is over de structurele kosten van dit medicijn.

             
               

Overheveling stemprothesen

 

1,4

1,4

1,4

1,5

1,5

1,5

Dit betreft de overheveling van de stemprothesen van het hulpmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg conform een advies van het Zorginstituut Nederland

             
               

Technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd

   

– 669,0

       

In 2015 wordt de maximale doorlooptijd van DOT-zorgproducten verkort van 365 naar 120 dagen. Hierdoor wordt een deel van de schade die voorheen onderdeel was van de geopende DBC en volgens het schadelastbegrip werd toegerekend aan het jaar van opening voortaan toegerekend aan het volgende jaar. In het invoeringsjaar 2015 zal aan het begin van het jaar nog een groot deel van de schade worden toegerekend aan de DBC’s die in 2014 zijn geopend en die nog 365 dagen kunnen doorlopen, maar de schade van de DBC’s die geopend zijn in 2015 en doorlopen in 2016 zal door de verkorting van de doorlooptijd kleiner zijn dan de «staart» in eerdere jaren. Hierdoor ontstaat een eenmalig lagere schadelast in 2015. Deze aanpassing van de definitie heeft geen gevolgen voor de omzetten van zorgaanbieders, maar wel voor het voor de medisch-specialistische zorg relevante BKZ.

             
               

Oploop besparing regeerakkoord Rutte-Verhagen

           

– 40,0

In het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Verhagen is een besparing opgenomen in verband met een pakket aan maatregelen dat samenhangt met de uitbreiding van concurrentie in de zorg (uitbreiden B-segment, invoering DOT, beperking ex-post verevening). Deze besparing bedroeg € 40 miljoen in 2014 en loopt uiteindelijk op tot € 330 miljoen. De oploop in de eerste jaren is reeds verwerkt in het budgettaire kader van het Hoofdlijnenakkoord 2011 en de begrotingen 2012 en 2014. De oploop in 2019 wordt thans verwerkt.

             
               

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg

   

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

De voor voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg benodigde middelen in 2014 worden structureel toegevoegd aan het kader medisch-specialistische zorg. Op basis van besluitvorming over voorwaardelijke toelating van interventies zullen gefaseerd middelen worden overgeheveld naar deze sector.

             
               

Correctie overheveling patientenparticipatie

         

– 3,0

– 3,0

Dit betreft een correctieboeking van de in het voorjaar structureel toegedeelde bedrag aan de sector MSZ. In verband met de looptijd van het hoofdlijnenakkoord ziekenhuizen tot en met 2017 had de boeking alleen tot en met 2017 gemoeten. Het bedrag 2018 en 2019 worden nu overgeheveld naar onverdeeld.

             

Nieuwe sectorindeling

   

– 18.126,1

– 18.925,4

– 18.942,8

– 18.899,3

– 18.858,6

In lijn met de brief van 18 december 2013 over de invoering van integrale tarieven voor de medisch-specialistische zorg met ingang van 1 januari 2015 (TK 32 620, nr. 105) worden de uitgavenkaders voor ziekenhuiskosten, honoraria medisch specialisten en honoraria kaakchirurgen vanaf 2015 onderdeel van een (integraal) kader medisch-specialistische zorg.

             
Vrijgevestigde medisch specialisten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

2.144,5

2.172,8

2.109,7

2.098,5

2.084,9

2.049,9

2.049,9

Mutaties jaarverslag 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

65,7

9,9

17,8

17,5

17,0

15,9

Nieuwe sectorindeling msz

   

– 2.119,6

– 2.116,4

– 2.102,4

– 2.067,0

– 2.065,8

Stand ontwerpbegroting 2015

2.144,5

2.238,5

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Deze sector betreft de vrijgevestigde medisch specialisten. Het honorariumdeel van de ZBC’s is onderdeel van deze sector. Met ingang van de begroting 2015 maakt deze sector deel uit van (integraal) kader medisch-specialistische zorg (zie toelichting nieuwe sectorindeling).

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

69,0

69,9

67,8

67,5

67,0

65,9

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Maatregelen

             
               

Niet-gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

 

– 3,3

– 10,0

       

Korting in verband met de niet gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven. In de begroting 2014 is in verband met het besparingsverlies in 2013 voor het jaar 2014 een korting van € 6,7 miljoen verwerkt; uiteindelijk is de korting uitgekomen op € 10,0 miljoen. Ook in 2014 blijft de besparing vooralsnog achter bij de in het akkoord afgesproken opbrengst. Vooralsnog gaan we daarbij uit van eenzelfde bedrag als de korting in 2014.

             
               

Technisch

             
               

Overheveling reservering transitie integrale tarieven

   

– 50,0

– 50,0

– 50,0

– 50,0

– 50,0

In het Hoofdlijnenakkoord van 16 juli 2013 is binnen het beschikbare kader voor de periode 2015–2025 jaarlijks € 50 miljoen gereserveerd voor de transitie naar integrale tarieven. De regeling die hiertoe is opgesteld wordt uitgevoerd via de VWS-begroting. De middelen die voor de transitie zijn toegezegd ten tijde van het sluiten van het akkoord worden afgeboekt van het kader medisch-specialistische zorg. Verder vindt een kasschuif plaats omdat de voorziene regeling budgettair voornamelijk haar beslag krijgt in 2015. De voor de regeling benodigde middelen worden overgeheveld naar de VWS-begroting.

             

Nieuwe sectorindeling

   

– 2.119,6

– 2.116,4

– 2.102,4

– 2.067,0

– 2.065,8

In lijn met de brief van 18 december 2013 over de invoering van integrale tarieven voor de medisch-specialistische zorg met ingang van 1 januari 2015 (TK 32 620, nr. 105) worden de uitgavenkaders voor ziekenhuiskosten, honoraria medisch specialisten en honoraria kaakchirurgen vanaf 2015 onderdeel van een (integraal) kader medisch-specialistische zorg.

             
Mondziekten en kaakchirurgie (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

105,8

85,8

67,8

67,8

67,8

67,8

67,8

Mutaties jaarverslag 2013

– 1,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 1,9

– 1,9

– 1,9

– 1,9

– 1,9

– 1,9

Nieuwe mutaties

2,5

3,9

4,4

4,8

5,5

5,5

5,5

Nieuwe sectorindeling msz

0,0

0,0

– 70,2

– 70,7

– 71,4

– 71,4

– 71,4

Stand ontwerpbegroting 2015

106,4

87,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Deze sector omvat de medisch-specialistische zorg mondziekten en kaakchirurgie (tandheelkundige specialistische zorg). Het betreft zorg voor verzekerden tot en met 17 jaar en bijzondere tandheelkunde op basis van indicatie voor volwassenen. Verder bevat deze deelsector orthodontie door een specialist en kaakchirurgie. Met ingang van de begroting 2015 maakt deze sector deel uit van (integraal) kader medisch-specialistische zorg (zie toelichting nieuwe sectorindeling).

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

1,4

1,2

0,9

0,9

0,9

0,9

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013.

Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van € 2,5 miljoen.

             
               

Intensiveringen

             
     

0,7

1,4

2,1

2,1

2,1

Groeiruimte 2015 – 2017

             

De tandheelkundige specialistische zorg maakt vanaf 2015 onderdeel uit van het kader medisch-specialistische zorg. Op basis van het in juli 2013 gesloten hoofdlijnenakkoord voor de medisch-specialistische zorg bedraagt de toegestane groei voor de jaren 2015 tot en met 2017 1% per jaar. Met deze mutatie wordt de groeiruimte voor die jaren in de begrotingsstand verwerkt.

             

Nieuwe sectorindeling

   

– 70,2

– 70,7

– 71,4

– 71,4

– 71,4

In lijn met de brief van 18 december 2013 over de invoering van integrale tarieven voor de medisch-specialistische zorg met ingang van 1 januari 2015 (TK 32 620, nr. 105) worden de uitgavenkaders voor ziekenhuiskosten, honoraria medisch specialisten en honoraria kaakchirurgen vanaf 2015 onderdeel van een (integraal) kader medisch-specialistische zorg.

             
Medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties jaarverslag 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe sectorindeling msz

   

20.315,9

21.112,5

21.116,6

21.037,6

20.995,8

Stand ontwerpbegroting 2015

0,0

0,0

20.315,9

21.112,5

21.116,6

21.037,6

20.995,8

In deze sector vallen de instellingen voor medisch-specialistische zorg inclusief mondziekten en kaakchirurgie en de honoraria voor de vrijgevestigde medisch specialisten.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nieuwe sectorindeling

   

20.315,9

21.112,5

21.116,6

21.037,6

20.995,8

In lijn met de brief van 18 december 2013 over de invoering van integrale tarieven voor de medisch-specialistische zorg met ingang van 1 januari 2015 (TK 32 620, nr. 105) worden de uitgavenkaders voor ziekenhuiskosten, honoraria medisch specialisten en honoraria kaakchirurgen vanaf 2015 onderdeel van een (integraal) kader medisch-specialistische zorg.

             
Geriatrische revalidatiezorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

829,2

802,6

753,1

752,3

752,3

752,3

752,3

Mutaties jaarverslag 2013

– 38,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

7,5

20,4

27,3

43,0

43,0

43,0

43,0

Stand ontwerpbegroting 2015

798,7

823,0

780,4

795,3

795,3

795,3

795,3

Geriatrische revalidatiezorg richt zich op kwetsbare ouderen met meerdere aandoeningen, die in het ziekenhuis een medisch-specialistische behandeling hebben ondergaan. Deze oudere cliënten hebben behoefte aan een multidisciplinaire revalidatiebehandeling die aan hun individuele herstelmogelijkheden en trainingstempo is aangepast en rekening houdt met andere aandoeningen. Geriatrische revalidatie onderscheidt zich daarmee in zorginhoud en cliëntgroep van de medisch-specialistische revalidatie. Doel is hen te helpen terug te keren naar de oude woonsituatie en maatschappelijk te blijven participeren.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

12,9

13,1

12,2

12,2

12,2

12,2

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

7,5

7,5

7,5

7,5

7,5

7,5

7,5

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013.

Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van € 7,5 miljoen.

             
               

Intensiveringen

             
               

Overheveling bovenbudgettaire vergoedingen

   

15,0

15,0

15,0

15,0

15,0

De bovenbudgettaire vergoedingen die samenhangen met de geriatrische revalidatiezorg worden overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw.

             
               

Uitdeling groeiruimte 2015

   

8,2

8,2

8,2

8,2

8,2

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2015. Hierbij wordt in lijn met de medisch-specialistische zorg en de curatieve ggz uitgegaan van 1%.

             
               

Technisch

             
               

Technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd

   

– 15,5

       

In 2015 wordt de maximale doorlooptijd van zorgproducten verkort van een half jaar naar 120 dagen. Hierdoor wordt een deel van de schade die voorheen onderdeel was van de geopende DBC en volgens het schadelastbegrip werd toegerekend aan het jaar van opening voortaan toegerekend aan het volgende jaar. In het invoeringsjaar 2015 zal aan het begin van het jaar nog een groot deel van de schade worden toegerekend aan de DBC’s die in 2014 zijn geopend en die nog een half jaar kunnen doorlopen, maar de schade van de DBC’s die geopend zijn in 2015 en doorlopen in 2016 zal door de verkorting van de doorlooptijd kleiner zijn dan de «staart» in eerdere jaren. Hierdoor ontstaat een eenmalig lagere schadelast in 2015. Deze aanpassing van de definitie heeft geen gevolgen voor de omzetten van zorgaanbieders, maar wel voor het BKZ.

             
               

Overheveling vervoer van GRZ naar overig ziekenvervoer

   

– 1,0

       

Er worden incidenteel middelen overgeheveld van de geriatrische revalidatiezorg naar het zittend ziekenvervoer (sector overig ziekenvervoer).

             
Beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

686,3

693,2

630,1

636,4

642,8

649,2

649,2

Mutaties jaarverslag 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

11,5

11,6

22,5

10,7

10,8

10,9

Stand ontwerpbegroting 2015

686,3

704,7

641,7

659,0

653,4

660,0

660,1

De Universitair Medische Centra krijgen in verband met hun publieke taken – het leveren van topreferente zorg en onderzoek en innovatie – een subsidie in de vorm van de beschikbaarheidsbijdrage academische zorg. Deze beschikbaarheidsbijdrage vervangt de academische component.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

11,5

11,6

10,5

10,7

10,8

10,9

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Technisch

             
               

Overig

     

12,0

     

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

             
Beschikaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

40,5

43,5

46,5

48,6

51,6

51,7

51,7

Mutaties jaarverslag 2013

0,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

0,6

0,7

0,7

0,7

0,8

0,8

Stand ontwerpbegroting 2015

41,2

44,1

47,2

49,3

52,4

52,5

52,5

De academische ziekenhuizen krijgen met de invoering van prestatiebekostiging de kapitaallasten die ze maken voor hun publieke functie niet meer vergoed. Per 2013 is een beschikbaarheidbijdrage in het leven geroepen ten behoeve van de kapitaallasten die samenhangen met de academische zorg.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

0,6

0,7

0,7

0,7

0,8

0,8

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
Beschikbaarheidbijdrage overig medische-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

73,1

73,1

73,1

73,1

73,1

73,1

73,1

Mutaties jaarverslag 2013

– 14,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

– 0,0

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

Stand ontwerpbegroting 2015

58,9

74,3

74,3

74,3

74,3

74,3

74,3

Op deze sector worden de uitgaven geraamd van de beschikbaarheidbijdragen ten behoeve van de spoedeisende hulp, Calamiteitenhospitaal, Traumahelikopters/Mobiel Medisch Team-voertuigen, Trauma- en brandwondenzorg, kenniscoördinatie, OTO (opleiden, trainen en oefenen) en acute verloskunde. De beschikbaarheidbijdragen academische zorg, kapitaallasten academische zorg en opleidingen worden apart gepresenteerd.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
Garantieregeling kapitaallasten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties jaarverslag 2013

75,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2015

75,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

In verband met de afschaffing van de functiegerichte budgettering in de ziekenhuiszorg in 2012 is er een garantieregeling kapitaallasten in het leven geroepen voor de periode tot en met 2016. Op basis van de afwikkeling door de NZa kan worden bezien in welke mate een beroep is gedaan op deze regeling.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             

             

N.v.t.

             
Overig curatieve zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

337,7

347,4

360,2

360,5

360,5

360,5

360,5

Mutaties jaarverslag 2013

2,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Nieuwe mutaties

0,0

5,5

16,0

16,4

16,7

16,7

16,7

Stand ontwerpbegroting 2015

339,7

357,1

380,4

381,1

381,4

381,4

381,4

Mede naar aanleiding van het bestuurlijk akkoord met de ziekenhuissector omvat de sector overig curatief vanaf 2012 voornamelijk de huisartsenlaboratoria. De uitgaven van andere soorten instellingen zijn vanaf 2012 opgenomen in de sector instellingen voor medisch-specialistische zorg.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

5,5

5,7

5,9

5,9

5,9

5,9

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Technisch

             
               

Schuif multidisciplinaire zorg

   

10,3

10,5

10,8

10,8

10,8

De beleidsregel innovatie is overgeheveld van de multidisciplinaire zorg naar de overig curatieve zorg. De reden is dat bij projecten onder deze beleidsregel vaak geen huisartsen zijn betrokken en dit is bij de multidisciplinaire zorg juist wel het geval.

             
Geneeskundige ggz (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

4.272,0

4.334,0

4.371,4

4.410,7

4.441,9

4.441,9

4.441,9

Mutaties jaarverslag 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

– 1,1

– 257,7

– 779,3

– 613,7

– 533,0

– 525,4

– 525,4

Stand ontwerpbegroting 2015

4.270,9

4.076,2

3.592,1

3.797,0

3.908,9

3.916,5

3.916,5

Deze sector omvat tot en met 2013 de geneeskundige ggz geleverd door zowel eerstelijns psychologen (ELP) als aanbieders tweedelijns ggz, vanaf 2014 omvat dit de basis en de gespecialiseerde ggz. Tweedelijns geneeskundige ggz wordt geleverd door instellingen (zowel gebudgetteerde als niet-gebudgetteerde instellingen) en vrijgevestigden. Met ingang van de begroting 2013 worden op deze sector ook de uitgaven voor de diagnose en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie geraamd en verantwoord.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             

             

Loon- en prijsbijstelling

 

77,0

78,1

78,8

79,5

80,1

80,1

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Technisch

             
               

Overheveling AWBZ naar Zvw

-1,1

11,3

10,1

7,7

6,5

6,5

6,5

In het kader van de beleidsregel overheveling ggz-budget AWBZ-Zvw is het voor ggz-instellingen mogelijk te schuiven tussen AWBZ- en Zvw-budgetten voor de ggz. In 2013 zijn door enkele tientallen instellingen gezamenlijk met zorgkantoren en verzekeraars verzoeken ingediend, die per saldo hebben geleid tot een verschuiving van € 7,8 miljoen van AWBZ naar Zvw in 2013. In de begroting was reeds rekening gehouden met € 8,9 miljoen zodat het resterende deel nu wordt verwerkt. Voor 2014 leidt dit tot een aanvullende aanpassing van € 12,3 miljoen, waarbij voor de jaren 2015 en verder rekening wordt gehouden met de overheveling van de intramurale langdurige ggz.

             
               

Overheveling jeugd ggz

-346,0

-949,0

-949,0

-949,0

-949,0

-949,0

In verband met de decentralisatie Jeugd per 1 januari 2015 wordt het GGZ-kader gekort voor het aandeel jeugd-ggz. De korting van het kader in 2014 hangt samen met de middelen die gemoeid zijn met behandelingen die in 2014 zijn gestart en over de jaargrens van 1 januari 2015 lopen (het zogeheten schadelast-begrip). Het gedeelte van de in 2014 gestarte zorgtrajecten waarvan de zorg in 2015 wordt geleverd komt ten laste van de Jeugdwet en niet meer ten laste van de Zorgverzekeringswet. Om deze reden worden de toegestane uitgaven van de curatieve GGZ 2014 met in totaal € 346 miljoen neerwaarts aangepast.

             
               

Overheveling intramurale langdurige ggz

   

81,5

248,8

330,0

337,0

337,0

In het Regeerakkoord is afgesproken dat de langdurige geestelijke gezondheidszorg wordt overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. Dit betreft de langdurige op behandeling gerichte intramurale ggz. Beschermd wonen wordt ondergebracht in het gemeentelijk domein.

             
Geneesmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

4.930,0

5.088,2

5.511,5

5.508,9

5.508,9

5.508,8

5.508,8

Mutaties jaarverslag 2013

– 606,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 626,0

– 729,3

– 682,0

– 696,0

– 698,1

– 700,1

Nieuwe mutaties

– 4,1

44,1

– 65,8

– 77,5

– 132,1

– 130,1

– 128,1

Stand ontwerpbegroting 2015

4.319,3

4.506,3

4.716,5

4.749,4

4.680,7

4.680,7

4.680,7

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale geneesmiddelen geraamd en verantwoord.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

51,7

53,4

57,0

57,8

57,8

57,8

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

– 4,1

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013.

Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van – € 4,1 miljoen.

             
               

Intensiveringen

             
               

Goed gebruik geneesmiddelen

   

1,8

4,4

7,8

10,0

12,0

Deze mutatie betreft het structureel mogelijk maken van het bestaande programma GGG en uitbreiding daarvan met gerandomiseerde multicenter trials. Het programma heeft als doel geregistreerde geneesmiddelen effectiever, efficiënter en veiliger in te zetten en loopt via ZonMw. Multicenter trials zijn experimentele onderzoeken die in meerdere ziekenhuizen tegelijk worden uitgevoerd om de werkzaamheid van zorginterventies aan te tonen.

             
               

Maatregelen

             
               

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

   

– 75,0

– 98,0

– 153,0

– 151,0

– 149,0

Vanaf 2015 is sprake van ruimte van circa € 75 miljoen oplopend tot circa € 150 miljoen vanaf 2017.

             
               

Technisch

             
               

Goed gebruik geneesmiddelen

   

– 1,8

– 4,4

– 7,8

– 10,0

– 12,0

Zie onder Intensiveringen. Aangezien het programma GGG loopt via ZonMw worden de hiervoor bestemde middelen overgeheveld naar de VWS-begroting.

             
               

Overheveling Lucrin

 

– 3,5

– 6,9

– 6,9

– 7,0

– 7,0

– 7,0

Vanaf 2014 zijn de fertiliteitshormonen overgeheveld van het geneesmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg. Dit betreft de aanvullende overheveling van het geneesmiddel Lucrin voor zover het wordt ingezet als fertiliteitshormoon per 1 juli 2014.

             
               

Overheveling oncolytica

   

– 25,3

– 25,5

– 25,8

– 25,8

– 25,8

Vanaf 2013 zijn de meeste oncolytica overgeheveld van het geneesmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg. Dit betreft de overheveling van de overige oncolytica.

             
               

Overheveling Ruxolitinib

   

– 7,9

       

Dit betreft de overheveling van het geneesmiddel Ruxolitinib van het geneesmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg. De middelen zijn incidenteel overgeheveld, aangezien er nog onvoldoende bekend is over de structurele kosten van dit medicijn.

             
Hulpmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

1.646,5

1.722,7

1.805,2

1.807,4

1.807,4

1.807,3

1.807,3

Mutaties jaarverslag 2013

– 194,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 145,0

– 118,6

– 47,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

8,8

15,8

– 9,8

– 10,2

– 9,4

– 8,9

– 8,9

Stand ontwerpbegroting 2015

1.461,0

1.593,5

1.676,8

1.750,2

1.798,0

1.798,4

1.798,4

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale hulpmiddelen die verstrekt worden krachtens de Regeling hulpmiddelen geraamd en verantwoord.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

17,3

18,1

17,7

18,5

19,0

19,0

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

8,8

           

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013. Gelet op het deels incidentele karakter van de actualisering ten behoeve van de eerste suppletoire begroting 2014 en de structurele ramingsbijstelling die op basis van het herfstakkoord 2013 (over begroting 2014) is verwerkt, vindt een incidentele bijstelling plaats van € 8,8 miljoen.

             
               

Maatregelen

             
               

Technische correctie maatregel hulpmiddelen

   

– 26,4

– 26,4

– 26,4

– 26,4

– 26,4

De eerdere maatregel hulpmiddelen uit de Begrotingsafspraken 2014 à € 145 miljoen vanaf 2015 is eerder grotendeels verwerkt op nominaal en onverdeeld, waar de groeiruimte hulpmiddelen van 2015 en verder op toegedeeld staat. De correctie is nodig omdat daarbij abusievelijk in eerste instantie meer groeiruimte was ingezet dan beoogd.

             
               

Technisch

             
               

Overheveling stemprothesen

 

– 1,4

– 1,4

– 1,4

– 1,5

– 1,5

– 1,5

Dit betreft de overheveling van de stemprothesen van het hulpmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg conform een advies van het Zorginstituut Nederland.

             
Wijkverpleging (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties jaarverslag 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

3.079,5

3.336,0

3.589,4

3.695,4

3.695,4

Stand ontwerpbegroting 2015

0,0

0,0

3.079,5

3.336,0

3.589,4

3.695,4

3.695,4

Binnen de aanspraak wijkverpleging is sprake van zowel verpleging als verzorging. Hierbij gaat het om verpleegkundige handelingen zoals wondverzorging, injecties en catheterisaties en verzorgende handelingen zoals wassen en aankleden. De wijkverpleegkundige is in de eerste plaats een zorgverlener. Daarin vormt de (wijk)verpleegkundige tevens de schakel tussen de cliënt, zijn of haar sociale omgeving en de verschillende professionals. Binnen de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is voor deze laatste coördinerende, regisserende en signalerende taken geen bekostigingstitel. De ruimte die de wijkverpleegkundige nodig heeft om breder te kijken dan de oorspronkelijke zorgvraag was door de indeling in functies en klassen verdwenen. Binnen de aanspraak wijkverpleging zullen naast de (wijk)verpleegkundige ook verzorgenden en gespecialiseerde verpleegkundigen werkzaam zijn.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Technisch

             
               

Omsleuteling

   

3.039,0

3.255,0

3.387,0

3.493,0

3.493,0

Vanaf 2015 zal de extramurale verpleging en verzorging worden overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw en deel uitmaken van de aanspraak wijkverpleging.

             
               

Intensivering wijkverpleegkundige

   

40,5

81,0

202,4

202,4

202,4

De middelen die bij ontwerpbegroting 2014 zijn vrijgemaakt voor de wijkverpleegkundige worden toegevoegd aan de sector wijkverpleging.

             
Ambulancevervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

498,8

499,6

499,7

499,7

499,7

499,7

499,7

Mutaties jaarverslag 2013

3,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

31,4

51,6

51,6

49,3

49,3

47,1

Stand ontwerpbegroting 2015

502,1

531,0

551,3

551,3

549,1

549,1

546,8

De ambulancezorg kent twee kerntaken: spoedvervoer en besteld vervoer. Daarnaast staan ambulances ook paraat voor geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen. Op deze sector worden tevens de uitgaven Centrale Posten Ambulancevervoer (CPA) verantwoord.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Intensiveringen

             
               

Uitdeling groeiruimte 2014 en 2015

 

22,4

44,8

44,8

44,8

44,8

44,8

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2014 en 2015.

             
               

Maatregelen

             
               

Aandeel VWS taakstelling akkoord meldkamers

   

– 2,3

– 2,3

– 4,5

– 4,5

– 6,8

In oktober 2013 hebben de ministers van VWS en VenJ samen met de betrokken partijen het transitieakkoord Meldkamer van de Toekomst ondertekend. De huidige 25 regionale meldkamers worden vervangen door 1 landelijke meldkamer. Deze mutatie betreft de overheveling van het aandeel van VWS in de taakstelling naar VenJ.

             
Overige ziekenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

138,0

139,0

138,0

138,0

138,0

138,0

138,0

Mutaties jaarverslag 2013

– 11,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 11,8

– 11,8

– 11,8

– 11,8

– 11,8

– 11,8

Nieuwe mutaties

– 0,8

7,6

15,9

14,9

14,9

14,9

14,9

Stand ontwerpbegroting 2015

125,4

134,7

142,1

141,0

141,0

141,0

141,0

Het overig ziekenvervoer betreft het vervoer van patiënten van en naar zorgaanbieders. Hiervoor in aanmerking komen verzekerden die chemo- of radiotherapie ondergaan, nierdialyse ondergaan, zich uitsluitend in een rolstoel kunnen verplaatsen, zeer slechtziend zijn of van hun zorgverzekeraar hiervoor toestemming hebben gekregen. Het betreft zowel commercieel vervoer als vergoeding van de kosten van openbaar vervoer.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

– 0,8

Van het Zorginstituut Nederlandzijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013.

Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van – € 0,8 miljoen.

             
               

Intensiveringen

             
               

Uitdeling groeiruimte 2014 en 2015

 

5,9

11,8

11,8

11,8

11,8

11,8

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2014 en 2015.

             
               

Technisch

             
               

Omsleuteling Hlz

   

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

               

Overheveling vervoer van GRZ naar overig ziekenvervoer

   

1,0

       

Er worden incidenteel middelen overgeheveld van de geriatrische revalidatiezorg naar het zittend ziekenvervoer (sector overig ziekenvervoer).

             
Beschikbaarheidsbijdrage opleidingen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

1.023,1

1.189,8

1.208,5

1.228,4

1.261,8

1.240,1

1.240,1

Mutaties jaarverslag 2013

– 2,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 2,4

0,7

1,7

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

19,9

19,7

19,0

21,1

21,6

– 63,7

Stand ontwerpbegroting 2015

1.020,8

1.207,4

1.228,9

1.249,2

1.282,8

1.261,7

1.176,3

Met ingang van 2013 worden de specialistische vervolgopleidingen uit het zogenaamde opleidingsfonds (inclusief de opleiding tot huisarts) en een aantal ggz-opleidingen via een beschikbaarheidbijdrage op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) gefinancierd. De uitvoering geschiedt door de NZa. De betalingen lopen via het Zorginstituut Nederland.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

17,5

20,4

20,7

21,1

21,6

21,3

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Technisch

             
               

Aanpassen kasritme middelen verkorten opleidingsduur

 

2,4

– 0,7

– 1,7

0,0

0,0

0,0

In het najaar van 2013 is met veldpartijen een aantal afspraken gemaakt over de invulling van de taakstelling op de opleidingsduur van de opleiding tot medisch specialist. Deze mutatie betreft een wijziging van het kasritme voor de beschikbare middelen voor verkorting van de opleidingsduur. Om deze taakstelling te kunnen realiseren is budget beschikbaar gesteld om onder andere curricula aan te passen opdat de taakstelling ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Dit betreft de tegenboeking van de in de 1e suppletoire wet 2014 per abuis op H41 in plaats van H16 kader Z verwerkte mutatie.

             
               

Extrapolatie

           

– 85,0

Grensoverschrijdende zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

763,4

784,8

755,9

756,8

756,8

756,8

756,8

Mutaties jaarverslag 2013

– 59,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

32,5

12,1

72,4

72,0

12,0

12,0

12,0

Stand ontwerpbegroting 2015

736,0

796,9

828,4

828,8

768,8

768,8

768,8

Deze deelsector betreft de grensoverschrijdende zorg binnen en buiten het macroprestatiebedrag (mpb). Binnen het mpb betreft het de lasten die gemaakt zijn in het buitenland door in Nederland woonachtige Zvw-verzekerden of Zvw-verzekerden die in het buitenland zorg krijgen. Dit zijn bijvoorbeeld de medische lasten in een Oostenrijks ziekenhuis na een ski-ongeluk, lasten die samenhangen met een behandeling in een Belgisch ziekenhuis of lasten van grensarbeiders die in Nederland werken en in Duitsland wonen.De grensoverschrijdende zorg buiten het mpb betreft de lasten van internationale verdragen. De lasten hebben betrekking op (Nederlandse) verdragsgerechtigden (via het Zorginstituut Nederland: verdragsgerechtigden wonend in het buitenland met een Nederlands pensioen en hun in het buitenland wonende gezinsleden, alsmede in het buitenland wonende gezinsleden van in Nederland werkende werknemers). De verdragsgerechtigden zijn mensen die buiten Nederland wonen en niet aan Nederlandse sociale verzekeringswetgeving zijn onderworpen, maar op grond van een EG-verordening of door een Nederland gesloten verdrag inzake sociale zekerheid in hun woonland toch recht hebben op geneeskundige zorg ten laste van het Zorgverzekeringsfonds. Tegenover het recht op zorg staat de verplichting voor (niet-Zvw en AWBZ-verzekerde) verdragsgerechtigden om een bijdrage aan het Zorginstituut Nederland te betalen. De in het buitenland wonende Zvw/AWBZ-verzekerde (de in Nederland werkende grensarbeider) betaalt de reguliere Zvw- en AWBZ-premies.Daarnaast worden baten ontvangen voor de internationale verdragen, die in mindering op de lasten gebracht mogen worden. Dit zijn kosten van medische zorg van personen die verzekerd zijn in het buitenland en langdurig (ingezetenen van Nederland) of kortdurend verblijven in Nederland (in Nederland wonende en in het buitenland voor een buitenlandse werkgever werkende werknemers en hun gezinsleden, in Nederland wonende rechthebbenden op een buitenlands pensioen en hun gezinsleden). Deze kosten worden doorberekend aan de internationale verdragspartners. Zij betalen premies en verdragsbijdragen in het buitenland.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

12,1

12,4

12,0

12,0

12,0

12,0

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Werelddekking

   

60,0

60,0

     

De indiening van het wetsvoorstel is aangehouden totdat de Eerste Kamer een besluit heeft genomen over het wetsvoorstel van SZW over stopzetting kinderbijslag buiten de EU. Om die reden is de beoogde opbrengst voor zowel 2015 als 2016 niet realistisch.

             
               

Actualisering

32,5

           

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013.

Als gevolg daarvan vindt een incidentele bijstelling plaats van € 32,5 miljoen.

             
Multidisciplinaire zorgverlening (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

408,1

418,7

429,0

439,5

450,5

450,5

450,5

Mutaties jaarverslag 2013

– 0,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

– 3,3

11,4

1,4

1,5

1,5

1,8

1,8

Stand ontwerpbegroting 2015

404,4

430,1

430,4

441,1

452,0

452,4

452,4

De multidisciplinaire zorgverlening betreft de ketens Diabetes, COPD en Vasculair Risicomanagement, geïntegreerde eerstelijnszorg en Stoppen met roken. Binnen de ketens Diabetes, COPD en Vasculair Risicomanagement wordt zorg verleend waarbij zorgaanbieders van diverse disciplines de zorgonderdelen in samenhang en in samenwerking met de betreffende patiënt leveren.De zorg bij het Stoppen-met-Rokenprogramma omvat geneeskundige zorg zoals huisartsen, medisch specialisten, verloskundigen en klinisch psychologen die plegen te bieden en farmacotherapeutische interventies ter ondersteuning van gedragsverandering met als doel te stoppen met roken.Geïntegreerde eerstelijnszorg betreft multidisciplinaire eerstelijnszorg die door meerdere zorgaanbieders met verschillende disciplinaire achtergrond in samenhang geleverd wordt en waarbij regie noodzakelijk is om het zorgproces rondom de consument te leveren.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

11,4

11,7

12,0

12,3

12,6

12,6

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Mee- en tegenvallers

             
               

Actualisering

– 3,3

           

Van het Zorginstituut Nederland zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2013. Als gevolg daarvan vindt een incidentele bijstelling plaats van € 3,3 miljoen.

             
               

Technisch

             
               

Schuif multidisciplinaire zorg

   

– 10,3

– 10,5

– 10,8

– 10,8

– 10,8

De beleidsregel innovatie is overgeheveld van de multidisciplinaire zorg naar de overig curatieve zorg. De reden is dat bij projecten onder deze beleidsregel vaak geen huisartsen zijn betrokken en dit is bij de multidisciplinaire zorg juist wel het geval.

             
Nominaal en onverdeeld (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

253,5

1.371,0

4.210,7

5.687,8

7.060,9

9.627,8

9.627,8

Mutaties jaarverslag 2013

– 253,5

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 199,0

– 347,7

– 480,7

– 600,9

– 612,6

– 612,8

Nieuwe mutaties

0,0

– 821,9

– 2.885,3

– 2.912,8

– 3.082,2

– 3.095,5

– 374,2

Stand ontwerpbegroting 2015

0,0

350,1

977,7

2.294,4

3.377,8

5.919,7

8.640,8

De sector nominaal en onverdeeld bevat de nog niet toebedeelde maatregelen, de nog niet uitgedeelde groeiruimte en loon- en prijsbijstellingen.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

-765,2

-769,7

-776,2

-784,8

-792,3

-790,31

Dit betreft de uitdeling van de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Macro-bijstellingen

   

-252,6

-282,9

-269,6

-257,4

563,8

De raming van de loon- enprijsbijstelling is bijgesteld op basis van de laatste macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

             
               

Intensiveringen

             
               

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg (intramuraal)

   

12,5

25,0

25,0

25,0

Zoals aangegeven in het regeerakkoord wordt het instrument voorwaardelijke toelating ingezet. Daarmee wordt bewerkstelligd dat een (beperkt) aantal potentieel waardevolle interventies, waarvan de effectiviteit nog niet helemaal vaststaat, via voorwaardelijke toelating de patiënt bereikt. De Tweede Kamer is hierover op 10 juni 2014 nader geïnformeerd (TK 32 620, nr. 122). Dekking hiervoor is beschikbaar vanuit de ramingsbijstelling geneesmiddelen. Bij eerste suppletoire begroting 2014 zijn reeds middelen beschikbaar gesteld voor voorwaardelijke toelating. Met deze mutatie wordt de verdere oploop vanaf 2016 tot het totale beschikbare bedrag van € 75 miljoen vanaf 2017 verwerkt. In totaal is voor voorwaardelijke toelating beschikbaar € 12,5 miljoen in 2014, € 37,5 miljoen in 2015, € 62,5 miljoen in 2016 en € 75 miljoen vanaf 2017.

             
               

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg

   

-2,5

-2,5

-2,5

-2,5

-2,5

De voor voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg benodigde middelen in 2014 worden structureel toegevoegd aan het kader medisch-specialistische zorg. Op basis van besluitvorming over voorwaardelijke toelating van interventies zullen gefaseerd middelen worden overgeheveld naar deze sector.

             
               

Uitdeling groeiruimte dieetadvisering

 

-1,0

-2,0

-2,0

-2,0

-2,0

-2,0

Uitdeling groeiruimte ergotherapie

 

-0,3

-0,6

-0,6

-0,6

-0,6

-0,6

Uitdeling groeiruimte fysiotherapie

 

-12,8

-25,6

-25,6

-25,6

-25,6

-25,6

Uitdeling groeiruimte kraamzorg

 

-5,3

-10,6

-10,6

-10,6

-10,6

-10,6

Uitdeling groeiruimte logopedie

 

-2,3

-4,6

-4,6

-4,6

-4,6

-4,6

Uitdeling groeiruimte tandheelkundige zorg (Zvw)

 

-4,4

-8,8

-8,8

-8,8

-8,8

-8,8

Uitdeling groeiruimte verloskundige zorg

 

-3,2

-6,4

-6,4

-6,4

-6,4

-6,4

Uitdeling groeiruimte tandheelkundige specialistische zorg

   

-0,7

-1,4

-2,1

-2,1

-2,1

Uitdeling groeiruimte ambulancevervoer

 

-22,4

-44,8

-44,8

-44,8

-44,8

-44,8

Uitdeling groeiruimte overige ziekenvervoer

 

-5,9

-11,8

-11,8

-11,8

-11,8

-11,8

Uitdeling groei geriatrische revalidatiezorg

   

-8,2

-8,2

-8,2

-8,2

-8,2

               

Groeiruimte eertselijns en ziekenvervoer

   

-29,2

-29,2

-29,2

-29,2

-29,2

Dit betreffen vrijvallende middelen door een lagere groei bij de eerstelijnszorg en ziekenvervoer.

             
               

Maatregelen

             
               

Technische correctie maatregel hulpmiddelen

   

26,4

26,4

26,4

26,4

26,4

De eerdere maatregel hulpmiddelen uit de Begrotingsafspraken 2014 van € 145 miljoen vanaf 2015 is eerder grotendeels verwerkt op nominaal en onverdeeld, waar de groeiruimte hulpmiddelen van 2015 en verder op toegedeeld staat. De correctie is nodig omdat daarbij abusievelijk in eerste instantie meer groeiruimte was ingezet dan beoogd.

             
               

Dekking plan van aanpak NVWA

   

-10,3

-10,3

-10,3

-10,3

-10,3

Het plan van aanpak NVWA (TK 33 835, nr. 1 d.d. 19 december 2013) bevat ingrijpende maatregelen om het toezicht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te versterken en te verbeteren. VWS stelt daarvoor vanuit het budgettair kader zorg vanaf 2015 een bedrag van ruim € 10 miljoen beschikbaar.

             
               

Niet-gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

 

3,3

10,0

       

Korting in verband met de niet gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven medisch specialisten. In de begroting 2014 is in verband met het besparingsverlies in 2013 voor het jaar 2014 een korting van € 6,7 miljoen verwerkt; uiteindelijk is de korting voor 2014 uitgekomen op € 10,0 miljoen. Ook in 2014 blijft de besparing vooralsnog achter bij de in het akkoord afgesproken opbrengst. Vooralsnog gaan we daarbij uit van eenzelfde bedrag als de korting in 2014.

             
               

Technisch

             
               

Overheveling reservering transitie integrale tarieven

   

50,0

50,0

50,0

50,0

50,0

In het Hoofdlijnenakkoord van 16 juli 2013 is binnen het beschikbare kader voor de periode 2015–2024 jaarlijks € 50 miljoen gereserveerd voor de transitie naar integrale tarieven. De regeling die hiertoe is opgesteld wordt uitgevoerd via de VWS-begroting. De middelen die voor de transitie zijn toegezegd ten tijde van het sluiten van het akkoord worden afgeboekt van het kader medisch-specialistische zorg. Verder vindt een kasschuif plaats omdat de voorziene regeling budgettair voornamelijk haar beslag krijgt in 2015. De voor de regeling benodigde middelen worden overgeheveld naar de VWS-begroting.

             
               

Kasschuif middelen subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

   

75,0

0,0

-25,0

-25,0

-25,0

In het Hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg zijn afspraken gemaakt over de facilitering van de overgang naar integrale tarieven. Deze kasschuif maakt het mogelijk in 2015 een subsidieregeling te financieren die de financiële belemmeringen vermindert voor vrijgevestigde medisch specialisten om voor een dienstverband met het ziekenhuis te kiezen.

             
               

Overboeking middelen subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

   

-125,0

   

-25,0

-25,0

Aangezien de subsidieregeling die de financiële belemmeringen vermindert voor vrijgevestigde medisch specialisten om voor een dienstverband met het ziekenhuis te kiezen wordt gefinancierd vanuit de VWS-begroting, worden de hiervoor geraamde middelen overgeheveld naar de VWS-begroting. Ze blijven behoren tot het BKZ (begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven).

             
               

Overheveling jeugd ggz

   

-40,0

-40,0

-45,0

-45,0

-45,0

De GGZ-sector heeft afstand gedaan van de Incidentele Looncomponent om grotendeels de bezuiniging teniet te doen op het macrobudget jeugd-ggz dat wordt overgeheveld naar gemeenten in het kader van de decentralisatie Jeugd.

             

             

Overheveling Pij

   

-0,8

-0,8

-0,8

-0,8

-0,8

Middelen worden overgeheveld naar V&J voor jeugdigen in detentie met een zorgvraag, aangezien deze groep niet naar de gemeente wordt overgeheveld per 2015.

             

             

Overboeking middelen anonieme e-mental health naar VWS-begroting

   

-2,0

       
               

Omsleuteling Hlz (overig)

   

-1.650,5

-1.728,0

-1.879,4

-1.873,4

-1.873,4

Bij ontwerpbegroting 2014 zijn reeds middelen overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw. Deze middelen worden overgeheveld van de onverdeeld naar de nieuwe sectoren binnen de Zvw.

             
               

Correctie overheveling patientenparticipatie

         

-3,0

-3,0

Dit betreft een correctieboeking van de in het voorjaar structureel toegedeelde bedrag aan de sector MSZ. In verband met de looptijd van het hoofdlijnenakkoord ziekenhuizen tot en met 2017 had de boeking alleen tot en met 2017 gemoeten. Het bedrag 2018 en 2019 worden nu overgeheveld naar onverdeeld.

             
               

Overig

 

-2,4

-3,1

-7,0

-11,5

-7,5

-7,5

Deze post is het saldo van diverse overige mutaties.

             
               

Financieringsschuif

   

-37,0

       

Deze mutatie betreft een boekhoudkundige verschuiving tussen premiegefinancierde zorguitgaven en begrotingsgefinancierde zorguitgaven.

             
               

Extrapolatie

           

1.898,1

Ontvangsten Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

2.706,6

3.125,1

3.233,4

3.365,5

3.455,8

3.575,5

3.575,5

Mutaties jaarverslag 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

-15,7

30,3

30,3

30,3

172,3

Stand ontwerpbegroting 2015

2.706,6

3.125,1

3.217,7

3.395,8

3.486,1

3.605,8

3.747,8

Deze deelsector omvat onder andere het eigen risico en de eigen bijdragen binnen de Zvw.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Technisch

             
               

Extra opbrengst overheveling Hlz

   

114,0

114,0

114,0

114,0

114,0

De overheveling van zorguitgaven van AWBZ naar Zvw in 2015 is hoger dan in het Regeerakkoord Rutte-Asscher was voorzien. Dit leidt tot een extra stijging van de geraamde opbrengsten van het eigen risico met € 114 miljoen.

             
               

Ramingsbijstelling eigen risico

   

-129,7

-83,7

-83,7

-83,7

-83,7

Dit betreft een saldering van een aantal ramingsbijstellingen bij het eigen risico, onder andere als gevolg van de overheveling van de jeugd-GGZ naar gemeenten, de verkorting van de maximale doorlooptijd van DOT-zorgproducten, de gefaseerde overheveling van de GGZ-b en de actualisering van het ramingsmodel.

             
               

Extrapolatie

           

142,0

6.1.2 Wet langdurige zorg (Wlz)

In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Wlz in het afgelopen jaar. In tabel 28 wordt de totale mutatie tussen de ontwerpbegroting 2014 en de ontwerpbegroting 2015 voor de Wlz-uitgaven weergegeven. Tabel 29 gaat in op de ontvangsten. In tabel 30 wordt de opbouw van de Wlz-uitgaven en ontvangsten op deelsector niveau weergegeven. De sector nominaal en onverdeeld bevat de nog niet toebedeelde maatregelen, de nog niet uitgedeelde groeiruimte en loon- en prijsbijstellingen. In deze paragraaf wordt verder per deelsector ingegaan op de nieuwe mutaties tussen ontwerpbegroting 2014 en ontwerpbegroting 2015. Voor het jaar 2013 en 2014 betreffen het de AWBZ-standen en vanaf het jaar 2015 de Wlz-stand.

Tabel 28 Ontwikkeling van de Wlz-uitgaven per sector vanaf de ontwerpbegroting 2014 (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Uitgaven Wet langdurige zorg

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

27.340,7

28.116,7

26.318,7

26.765,6

27.173,2

27.972,8

27.972,8

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

170,3

75,5

-131,6

-176,2

-208,3

-216,7

-216,3

Nieuwe mutaties

1,2

-84,7

-6.730,8

-7.442,0

-7.654,3

-7.855,8

-6.918,1

Stand ontwerpbegroting 2015

27.512,2

28.107,5

19.456,2

19.147,3

19.310,5

19.900,2

20.838,4

Tabel 29 Ontvangsten Wlz vanaf de ontwerpbegroting 2014 (bedragen x € 1 miljoen) 1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Ontvangsten Wet langdurige zorg

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

1.858,8

1.943,5

2.139,8

2.164,5

2.191,4

2.218,7

2.218,7

Mutatie 1esuppletoire begroting 2014

41,5

41,5

41,5

41,5

41,5

41,5

41,5

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

-444,0

-530,0

-581,0

-605,0

-545,2

Stand ontwerpbegroting 2015

1.900,3

1.985,0

1.737,3

1.676,0

1.651,9

1.655,2

1.715,0

Tabel 30 Opbouw van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten per sector (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Nieuwe indeling

             
               

Binnen contracteerruimte

23.291,9

24.180,1

16.401,3

16.712,3

16.532,3

16.912,3

16.912,3

Ouderenzorg

8.445,8

8.847,0

8.857,0

9.273,0

9.210,0

9.445,0

9.445,0

Gehandicaptenzorg

5.251,7

5.524,3

6.032,0

6.285,0

6.230,0

6.358,0

6.358,0

Langdurige ggz

1.566,9

1.634,1

523,7

397,7

341,7

360,7

360,7

Volledig pakket thuis

-

-

186,0

189,0

189,0

189,0

189,0

Extramurale zorg

4.259,5

4.419,1

669,0

428,0

422,0

420,0

420,0

Overige binnen contracteerruimte

1.290,7

1.334,1

133,6

139,6

139,6

139,6

139,6

               

Persoonsgebonden budgetten

             

Persoonsgebonden budgetten

2.477,3

2.421,4

810,0

825,0

826,0

826,0

826,0

               

Buiten contracteerruimte

2.802,0

2.442,7

2.244,9

1.610,1

1.952,2

2.161,9

3.100,1

Kapitaallasten (nacalculatie)

2.365,8

2.118,6

1.355,0

772,0

372,0

0,0

0,0

Beheerskosten

182,9

222,4

197,1

195,4

195,4

195,4

195,4

Overig buiten contracteerruimte 1

70,8

76,3

480,3

477,3

478,3

478,3

478,3

Nominaal en onverdeeld

182,5

25,4

212,6

165,3

906,5

1.488,2

2.426,3

               

Oude indeling

             

             

Preventieve zorg (Rijksvaccinatieprogramma)

93,9

139,3

-

-

-

-

-

Dagbesteding en vervoer

1.150,5

1.166,2

-

-

-

-

-

Mee-instellingen

173,8

179,3

-

-

-

-

-

Bruto-Wlz-uitgaven begroting 2015

27.512,2

28.107,5

19.456,2

19.147,3

19.310,5

19.900,2

20.838,4

Eigen bijdrage Wlz

1.900,3

1.985,0

1.737,3

1.676,0

1.651,9

1.655,2

1.715,0

Netto-Wlz-ontvangsten begroting 2015

25.611,9

26.122,5

17.718,9

17.471,4

17.658,6

18.245,0

19.123,3

Noot 1: Bij de Wlz zijn onder de post overige buiten contracteerruimte opgenomen de sectoren; bovenbudgettaire vergoedingen, tandheelkunde Wlz, instellingen voor medisch-specialistische zorg Wlz, overig curatieve zorg Wlz, ADL, Extramurale behandeling, zorginfrastructuur en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz.

Nieuwe indeling

De sectorindeling binnen de care is veranderd als gevolg van de per 1 januari 2015 beoogde invoering van de Wet langdurige zorg. De Wlz-uitgaven worden vanaf de ontwerpbegroting 2015 gesplitst in uitgaven die vallen onder de contracteerruimte voor zorg in natura, de persoonsgebonden budgetten respectievelijk uitgaven die buiten deze twee posten vallen. De sectoren «ouderenzorg», «gehandicaptenzorg» en «langdurige ggz» zijn opnieuw gedefinierd. Onder deze sectoren worden per sector respectievelijk verantwoord de zzp’s, toeslagen, dagbesteding en vervoer en de nhc’s (inclusief ingroei-pad).

Als gevolg van de hervorming langdurige zorg worden middelen vanuit de AWBZ overgeheveld naar de Zvw, Wmo en de Jeugdwet. Zowel de nieuwe sectorindeling als de overhevelingen naar andere domeinen worden in de verdiepingsbijlage verantwoord onder de «omsleutelingsmutaties». De nieuwe sectorindeling leidt tot neutrale verschuivingen binnen de Wlz. Het totaal van de omsleutelingsmutaties is gelijk aan de overhevelingen naar de andere domeinen.

Totaal omsleuteling (bedragen x € 1 miljoen)
 

2015

2016

2017

2018

2019

Ouderenzorg

– 499

– 438

– 656

– 422

– 422

Gehandicaptenzorg

127

139

– 19

106

106

Langdurige ggz

– 1.209

– 1.377

– 1.462

– 1.443

– 1.443

Volledig Pakket Thuis

186

189

189

189

189

Persoonsgebonden budget

– 1.678

– 1.646

– 1.610

– 1.608

– 1.608

Extramurale zorg Wlz

– 3.731

– 3.963

– 3.969

– 3.971

– 3.971

Overig binnen contracteerruimte

– 1.044

– 1.039

– 1.039

– 1.039

– 1.039

Kapitaallasten

– 252

– 299

– 319

– 546

– 487

Overig buiten contracteerruimte

– 1.036

– 1.040

– 1.040

– 1.040

– 1.040

Nominaal en onverdeeld

2.511

2.397

2.766

2.472

2.415

Totaal omsleuteling

– 6625

– 7.077

– 7.158

– 7.301

– 7.300

waarvan overheveling naar Zvw

– 1.792

– 2.150

– 2.367

– 2.485

– 2.485

waarvan overheveling naar sociaal domein Wmo

– 3.510

– 3.589

– 3.453

– 3.444

– 3.444

waarvan overheveling naar sociaal domein Jeugd

– 1.157

– 1.087

– 1.030

– 1.045

– 1.045

waarvan desaldering eigen bijdragen

– 169

– 255

– 306

– 330

– 330

waarvan overig

3

5

– 1

3

4

Omsleuteling Hlz

– 6.625

– 7.077

– 7.158

– 7.301

– 7.300

Contracteerruimte

In de Wlz worden de contracteerruimte voor zorg in natura en de middelen voor de persoonsgebonden budgetten onder één financieel totaalkader voor de zorgkantoren geplaatst. De NZa verdeelt dit totaalkader over de regionale zorgkantoren. Afhankelijk van het beroep dat op beide leveringsvormen wordt gedaan, kan gedurende het jaar tussen deze twee kaders worden geschoven. Hierbij is het zowel mogelijk om van de contracteerruimte voor zorg in natura te schuiven naar het budgetplafond voor pgb als andersom. De schuif tussen pgb en contracteerruimte zorg in natura is alleen mogelijk als het binnen het totale beschikbare kader past. Daarnaast is nog een beperkt bedrag aan geoormerkte middelen buiten de contracteerruimte beschikbaar.

Anders dan in de AWBZ stelt de Minister van VWS jaarlijks het bedrag voor de de contracteerruimte zorg in natura vast. Dit gebeurt in een brief aan de NZa in het voorjaar waarin de voorlopige contracteerruimte voor het komende jaar wordt gemeld. Hierbij worden de mutaties ten opzichte van het voorgaande jaar toegelicht. Na Prinsjesdag wordt de definitieve aanwijzing contracteerruimte voor het komende jaar aan de NZa gestuurd, na voorhang bij het parlement. De NZa verdeelt de beschikbare middelen binnen de contracteerruimte over de regionale zorgkantoren. Bij de verdeling van de middelen door de zorgkantoren wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende sectoren binnen de zorg in natura. De verdeling van de middelen over de verschillende sectoren binnen de contracteerruimte vindt plaats op basis van het inkoopbeleid van de zorgkantoren. Dit inkoopbeleid houdt nadrukkelijk rekening met de geïndiceerde zorg.

In het Financieel Beeld Zorg zijn de middelen onderverdeeld naar sectoren ten einde meer informatie te verschaffen over de zorg die binnen de contracteerruimte wordt geleverd.

De intramurale zorg wordt onderverdeeld naar ouderenzorg, gehandicaptenzorg en langdurige geestelijke gezondheidszorg. Onder overig vallen onder meer de geoormerkte middelen (onder andere de regeling Meerzorg) en diverse andere posten. De kapitaallasten worden geleidelijk in de contracteerruimte opgenomen door de gefaseerde invoering van integrale tarieven. De sector voor de kapitaallasten wordt hierdoor geleidelijk verlaagd en de sectoren voor intramurale zorg worden geleidelijk verhoogd.

Het persoonsgebonden budget is eveneens een budget binnen het Wlz-kader, maar valt niet onder de contracteerruimte. Het uitgavenplafond wordt jaarlijks door VWS vastgesteld, als onderdeel van het kader Wlz. De zorgkantoren voeren met ingang van 2015 de regeling uit en de NZa monitort de uitgavenontwikkeling en ziet toe op een doelmatige en rechtmatige uitvoering

Ouderenzorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

8.283,6

8.407,1

8.687,9

8.907,8

9.059,2

9.058,7

9.058,7

Mutaties jaarverslag 2013

162,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

124,2

124,2

124,2

124,2

124,2

124,2

Nieuwe mutaties

0,0

315,8

44,9

241,0

26,6

262,1

262,1

Stand ontwerpbegroting 2015

8.445,8

8.847,0

8.857,0

9.273,0

9.210,0

9.445,0

9.445,0

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling in de ouderenzorg van de zorgzwaartepakketten, de normatieve huisvestingscomponent, de toeslagen en vergoedingen voor dagbestedingen en vervoer.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

315,7

316,5

321,4

324,4

326,5

326,4

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Intensiveringen

             
               

Groei 2014 – 2016

   

304,8

435,7

435,7

435,7

435,7

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranches 2014 tot en met 2016.

             
               

Technisch

             
               

Omsleuteling Wlz

   

– 498,6

– 438,3

– 655,7

– 422,2

– 422,1

De omsleutelingsmutatie Wlz betreft het toerekenen van het effect van extramuralisering en diverse kortingen aan de sector ouderenzorg. Daarnaast betreft de omsleuteling een definitiewijziging van de sector waardoor de toeslagen, dagbesteding en vervoer die behoren tot de ouderenzorg ook onder deze sector worden verantwoord. Voorheen behoorden deze middelen tot de sectoren dagbesteding en vervoer en overig zorg in natura.

             
               

Overheveling Wmo HV

   

– 77,8

– 77,8

– 77,8

– 77,8

– 77,8

Als gevolg van het extramuraliseren van lichte zorgzwaartepakketten (ZZP’s) voor nieuwe gevallen blijven mensen langer thuis wonen waardoor het beroep op de Wmo mogelijk zal toenemen. Voor 2015 wordt ter compensatie van deze kosten circa € 78 miljoen beschikbaar gesteld. De effecten van extramuralisering worden gemonitord wat gevolgen kan hebben voor de compensatie.

             
Gehandicaptenzorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

5.200,7

5.275,6

5.437,9

5.584,8

5.685,9

5.686,8

5.686,8

Mutaties jaarverslag 2013

51,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

0,0

51,0

51,0

51,0

51,0

51,0

51,0

Nieuwe mutaties

0,0

197,7

543,1

649,2

493,1

620,2

620,2

Stand ontwerpbegroting 2015

5.251,7

5.524,3

6.032,0

6.285,0

6.230,0

6.358,0

6.358,0

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling in de gehandicaptenzorg van de zorgzwaartepakketten, de normatieve huisvestingscomponent, de toeslagen en vergoedingen voor dagbestedingen en vervoer.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

197,7

199,0

201,5

203,7

205,2

205,2

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Intensiveringen

             
               

Groei 2014 – 2016

   

217,2

308,7

308,7

308,7

308,7

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranches 2014 tot en met 2016.

             
               

Technisch

             
               

Omsleuteling Wlz

   

126,9

139,0

– 19,3

106,4

106,4

De omsleutelingsmutatie Wlz betreft het toerekenen van het effect van extramuralisering en diverse kortingen aan de sectorgehandicaptenzorg. Daarnaast betreft de omsleuteling een definitiewijziging van de sector waardoor de toeslagen, dagbesteding en vervoer die behoren tot de gehandicaptenzorg ook onder deze sector worden verantwoord. Voorheen behoorden deze middelen tot de sectoren dagbesteding en vervoer en overig zorg in natura.

             
Langdurige ggz (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

1.550,2

1.568,6

1.617,4

1.643,6

1.671,5

1.671,2

1.671,2

Mutaties jaarverslag 2013

15,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

0,0

15,6

15,6

15,6

15,6

15,6

15,6

Nieuwe mutaties

1,1

49,9

-1.109,3

-1.261,5

-1.345,4

-1.326,1

-1.326,1

Stand ontwerpbegroting 2015

1.566,9

1.634,1

523,7

397,7

341,7

360,7

360,7

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling in de langdurige geestelijke gezondheidszorg van de intramurale zorgzwaartepakketten, de normatieve huisvestingscomponent, de toeslagen en vergoedingen voor dagbestedingen en vervoer. De intramurale geneeskundige geestelijke gezondheidszorg korter dan een jaar valt onder de Zorgverzekeringswet. Voor nieuwe instroom vanaf 1-1-2015 geldt dat intramurale geneeskundige geestelijke gezondheidszorg korter dan drie jaar onder de Zvw valt.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

58,8

59,1

59,9

59,9

60,3

60,3

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Intensiveringen

             
               

Groei 2014 – 2016

   

53,4

67,1

67,1

67,1

67,1

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranches 2014 tot en met 2016.

             
               

Technisch

             
               

Overheveling AWBZ naar Zvw

1,1

-8,9

-9,0

-7,7

-6,5

-6,5

-6,5

In het kader van de beleidsregel overheveling ggz-budget AWBZ-Zvw is het voor ggz-instellingen mogelijk te schuiven tussen AWBZ- en Zvw-budgetten voor de ggz. In 2013 zijn door enkele tientallen instellingen gezamenlijk met zorgkantoren en verzekeraars verzoeken ingediend, die per saldo hebben geleid tot een verschuiving van € 7,8 miljoen van AWBZ naar Zvw in 2013. In de begroting was reeds rekening gehouden met € 8,9 miljoen zodat het resterende deel nu wordt verwerkt. Voor 2014 leidt dit tot een aanvullende aanpassing van € 12,3 miljoen, waarbij voor de jaren 2015 en verder rekening wordt gehouden met de overheveling van de intramurale langdurige ggz.

             
               

Pij

   

-3,8

-3,8

-3,8

-3,8

-3,8

Middelen worden overgeheveld naar V&J voor jeugdigen in detentie met een zorgvraag, aangezien deze groep niet naar de gemeente wordt overgeheveld per 2015.

             
               

Omsleuteling Wlz

   

-1.208,9

-1.377,0

-1.462,1

-1.443,2

-1.443,2

Betreft de overheveling van middelen in het kader van de hervorming langdurige zorg.

             
Volledig pakket thuis (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutaties jaarverslag 2013

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

0,0

186,0

189,0

189,0

189,0

189,0

Stand ontwerpbegroting 2015

0,0

0,0

186,0

189,0

189,0

189,0

189,0

Het Volledig Pakket Thuis (VPT) is een budget waarmee cliënten met een indicatie voor een intramuraal zorgpakket (ZZP) de benodigde zorg- en dienstverlening in de thuissituatie ontvangen, waarbij de huisvestingscomponent niet wordt verzilverd.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Technisch

             
               

Omsleuteling Wlz

   

186,0

189,0

189,0

189,0

189,0

Het volledig pakket thuis wordt vanaf ontwerpbegroting 2015 apart verantwoord. Voorheen was het volledig pakket thuis onderdeel van de sector overige zorg in natura. Dit betreft het volledig pakket thuis voor de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de langdurige ggz.

             
Persoonsgebonden budgetten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

2.635,2

2.417,6

2.495,9

2.462,3

2.427,5

2.426,6

2.426,6

Mutaties jaarverslag 2013

– 157,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 65,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

– 0,0

68,8

– 1.685,9

– 1.637,3

– 1.601,5

– 1.600,6

– 1.600,6

Stand ontwerpbegroting 2015

2.477,3

2.421,4

810,0

825,0

826,0

826,0

826,0

Deze deelsector betreft de uitgaven in het kader van de persoonsgebonden budgetten.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

48,8

44,8

46,2

45,6

45,0

44,9

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Intensivering

             
               

Ophoging pgb

 

20,0

         

Deze mutatie betreft een ophoging van het PGB-plafond 2014. Deze ophoging was nodig vanwege de sterker dan verwachte toename van het gebruik en wordt gedekt door een overeenkomstige verlaging van de post nominaal en onverdeeld.

             
               

Groei 2014 – 2016

   

31,4

46,6

46,6

46,6

46,6

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranches 2014 tot en met 2016.

             
               

Technisch

             
               

Omsleuteling Wlz

   

– 1.678,1

– 1.646,1

– 1.609,7

– 1.608,1

– 1.608,1

De omsleutelingsmutatie Wlz betreft voornamelijk de overheveling van pgb-budgetten naar de Zvw (verzorging en verpleging) en de Wmo.

             
               

Groei tranche 2015

   

– 84,0

– 84,0

– 84,0

– 84,0

– 84,0

In verband met Hlz wordt reeds aan pgb uitgedeelde groeiruimte tranche 2015 van de sector teruggezet naar nominaal en onverdeeld.

             
Extramurale zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

4.132,7

4.131,7

4.131,7

4.122,7

4.122,7

4.122,7

4.122,7

Mutaties jaarverslag 2013

126,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

0,0

126,8

126,8

126,8

126,8

126,8

126,8

Nieuwe mutaties

0,0

160,7

– 3.589,5

– 3.821,5

– 3.827,5

– 3.829,5

– 3.829,5

Stand ontwerpbegroting 2015

4.259,5

4.419,1

669,0

428,0

422,0

420,0

420,0

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de extramurale zorg, die in de eigen woonomgeving wordt gegeven. Onder deze zorg valt persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding en behandeling.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

160,7

160,6

160,6

160,3

160,3

160,3

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Intensivering

             
               

Groei 2014 – 2016

   

1,8

2,6

2,6

2,6

2,6

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranches 2014 tot en met 2016.

             
               

Technisch

             
               

Zintuiglijk gehandicapten

   

– 21,3

– 21,3

– 21,3

– 21,3

– 21,3

Deze mutatie betreft de overheveling van de zorg aan zintuiglijk gehandicapten naar de begroting van VWS.

             
               

Omsleuteling Wlz

   

– 3.730,7

– 3.963,4

– 3.969,1

– 3.971,1

– 3.971,1

De omsleutelingsmutatie Wlz betreft voornamelijk de overheveling van extramurale zorg naar de Zvw en de Wmo.

             
Overige binnen contracteerruimte (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

1.267,5

1.270,6

1.270,6

1.270,6

1.270,6

1.270,6

1.270,6

Mutaties jaarverslag 2013

23,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

0,0

14,3

– 10,7

– 10,7

– 10,7

– 10,7

– 10,7

Nieuwe mutaties

0,0

49,2

– 1.126,3

– 1.120,3

– 1.120,3

– 1.120,3

– 1.120,3

Stand ontwerpbegroting 2015

1.290,7

1.334,1

133,6

139,6

139,6

139,6

139,6

Op deze deelsector worden alle uitgaven binnen de contracteerruimte verantwoord die niet – direct – toe te rekenen zijn aan één van de andere deelsectoren in de Wlz of waarvoor specifiek middelen beschikbaar zijn gesteld. Het gaat bijvoorbeeld om geoormerkte middelen in de aanwijzing contracteerruimte Wlz (onder andere de regeling regelvrije zorg).

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling

 

49,2

49,3

48,3

48,3

48,3

48,3

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling

             
               

Intensivering

             
               

Groei 2014 – 2016

             

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranches 2014 tot en met 2016.

   

4,7

6,6

6,6

6,6

6,6

               

Technisch

             
               

Overheveling bovenbudgettair

   

– 136,0

– 136,0

– 136,0

– 136,0

– 136,0

De bovenbudgettaire vergoedingen worden verantwoord onder overig buiten de contracteerruimte. Verder wordt € 15 miljoen overgeheveld naar de Zvw voor de bovenbudgettaire vergoedingen in de geriatrische revalidatiezorg.

             
               

Omsleuteling Wlz

   

– 1.044,3

– 1.039,2

– 1.039,2

– 1.039,2

– 1.039,2

Dit betreft voornamelijk de verplaatsing van de uitgaven voor het volledig pakket thuis (VPT) naar een eigen sector en de verplaatsing van de uitgaven aan toeslagen naar de sectoren ouderenzorg, gehandicapten zorg en langdurige ggz.

             
Kapitaallasten (nacalculatie) (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

2.210,7

1.949,7

1.464,5

976,7

624,2

470,9

470,9

Mutaties jaarverslag 2013

155,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

0,0

135,7

71,9

38,2

28,2

28,2

28,2

Nieuwe mutaties

– 0,0

33,2

– 181,4

– 242,9

– 280,4

– 499,1

– 499,1

Stand ontwerpbegroting 2015

2.365,8

2.118,6

1.355,0

772,0

372,0

0,0

0,0

Deze deelsector betreft de na te calculeren kapitaallasten van de gebouwen waarin Wlz-zorg met verblijf wordt geleverd.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal

             
               

Loon- en prijsbijstelling.

 

33,2

29,3

21,6

14,1

8,7

6,4

Dit betreft de tranche 2014 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

             
               

Intensivering

             
               

Groei 2014 – 2016

             

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranches 2014 tot en met 2016.

   

41,5

34,5

24,3

   
               

Technisch

             
               

Omsleuteling Wlz

   

– 252,2

– 299,0

– 318,9

– 545,8

– 487,5

Dit betreft de nacalculeerbare kapitaallasten behorende bij de zorg die in het kader van de hervorming langdurige zorg is overgeheveld naar de Zvw en de Wmo 2015.

             
               

Extrapolatie invoering nhc’s

         

38,0

– 18,0

Dit betreft (de aanpassing van) de extrapolatie van de effecten van de invoering van de normatieve huisvestingscomponent (nhc).

             
Beheerskosten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

224,9

231,4

193,2

192,2

192,2

192,2

192,2

Mutaties jaarverslag 2013

– 42,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

0,0

– 12,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nieuwe mutaties

0,0

3,8

3,9

3,2

3,2

3,2

3,2

Stand ontwerpbegroting 2015

182,9

222,4

197,1

195,4

195,4

195,4

195,4

Op deze deelsector worden de uitvoeringskosten ten laste van de Wlz van zorgkantoren en Sociale Verzekeringsbank (SVB). Ook de kosten van het College Sanering Zorginstellingen vallen onder deze deelsector.

               

Toelichting nieuwe mutaties

             
               

Nominaal