Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

10. Tegemoetkoming ouders

Algemene doelstelling

De overheid biedt een financiële tegemoetkoming aan ouders of verzorgers voor de kosten van kinderen.

De overheid biedt ouders of verzorgers een financiële tegemoetkoming voor de kosten voor verzorging en opvoeding van kinderen op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW). Gezinnen met een laag of middeninkomen komen daarnaast in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van de Wet op het kindgebonden budget (WKB). Ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen kunnen tot 2015 extra financiële steun ontvangen op grond van de regeling Tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG) en daar bovenop, het TOG-kopje. Vanaf 2015 wordt de TOG geïntegreerd in de AKW.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister financiert de tegemoetkoming met uitkeringsregelingen. Hij is in deze rol verantwoordelijk voor:

  • •  De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;
  • •  De vaststelling van het niveau van de tegemoetkoming op grond van de AKW, de WKB en de TOG;
  • •  De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de AKW en de TOG door de SVB.

De Minister van Financiën is verantwoordelijk voor de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de WKB door de Belastingdienst.

Beleidswijzigingen

Belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein zijn het gevolg van de Wet hervorming kindregelingen35. Op 1 januari 2015 treden verschillende onderdelen van deze wet in werking.
  • •  AKW: de kinderbijslag wordt gedurende het gehele jaar 2015 niet geïndexeerd. Daarnaast worden de voorwaarden voor het verkrijgen van dubbele kinderbijslag om onderwijsredenen aangescherpt;
  • •  WKB: er komt een alleenstaande ouderkop in het kindgebonden budget ter vervanging van de 20% minimumloonaanvulling voor alleenstaande ouders in de minimumregelingen. De afbouwgrens van de WKB wordt verlaagd naar circa € 19.600. Het eerste en tweede kindbedrag word verhoogd met respectievelijk € 15 en € 255. Verder wordt het leeftijdsafhankelijke kopje op het kindgebonden budget voor 16- en 17-jarigen vanaf augustus 2015 verhoogd met € 116 in verband met het overhevelen van de WTOS 17-;
  • •  TOG: de TOG en het TOG-kopje worden geïntegreerd in de kinderbijslag. Vanaf 2015 krijgen ook alleenstaande ouders recht op de extra tegemoetkoming in de AKW (het voormalige TOG-kopje), mits zij aan de voorwaarden voldoen.

Naast de Wet hervorming kindregelingen is besloten tot het verhogen van de alleenstaande ouderkop naar € 3.050 en het verlagen van het WKB-afbouwpercentage naar 6,75%, allebei per 1 januari 2015.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 10.1 Begrotingsuitgaven en ontvangsten artikel 10 (x € 1.000)

artikelonderdeel

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

4.335.531

4.501.508

5.389.722

5.348.967

5.307.978

5.286.704

5.263.602

Uitgaven

4.335.531

4.501.508

5.389.722

5.348.967

5.307.978

5.286.704

5.263.602

waarvan juridisch verplicht (%)

 

100%

               

Inkomensoverdrachten

4.335.531

4.501.508

5.389.722

5.348.967

5.307.978

5.286.704

5.263.602

AKW

3.236.910

3.198.846

3.215.604

3.209.194

3.188.871

3.167.941

3.144.873

WKB

1.071.121

1.276.744

2.164.612

2.139.773

2.119.107

2.118.763

2.118.729

TOG

23.000

21.858

5.464

0

0

0

0

TOG-kopje

4.500

4.060

4.042

0

0

0

0

               

Ontvangsten

185.843

240.813

237.589

241.563

242.870

241.600

240.568

Budgetflexibiliteit

Inkomensoverdrachten:

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AKW, WKB, TOG en TOG-kopje.

Toelichting financiële instrumenten

A. Inkomensoverdrachten

A1. Algemene Kinderbijslag Wet (AKW)

De AKW biedt ouders een tegemoetkoming in de kosten die het opvoeden en verzorgen van kinderen met zich mee brengt. De AKW wordt uitgevoerd door de SVB.

Wie komt ervoor in aanmerking?

Ouders van kinderen tot 18 jaar hebben recht op kinderbijslag.

Hoe hoog is de kinderbijslag?

De hoogte van de kinderbijslag hangt af van de leeftijd van het kind. De kinderbijslagbedragen worden normaal gesproken op 1 januari en 1 juli aangepast met hetzelfde percentage als de mutatie van de consumentenprijsindex. De kinderbijslagbedragen zijn echter de laatste jaren niet geïndexeerd en zullen ook in 2015 niet geïndexeerd worden.

Tabel 10.2 AKW tegemoetkoming, bedragen per kwartaal per 1 juli 2014

Voor kinderen van:

 

0 t/m 5 jaar

€ 191,65

6 t/m 11 jaar

€ 232,71

12 t/m 17 jaar

€ 273,78

Budgettaire ontwikkelingen

De kinderbijslag wordt in 2015 niet geïndexeerd. De integratie van de TOG en het TOG-kopje in de (dubbele) kinderbijslag zorgt in 2015 voor een stijging van het budgettair beslag van de kinderbijslag en het aantal telkinderen. Door demografische ontwikkelingen neemt het aantal (werkelijke) kinderen met recht op kinderbijslag in de komende jaren verder af. Het totale budgettair beslag van de kinderbijslag daalt hierdoor na 2015 licht.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 10.3 Kerncijfers AKW1SVB, kwartaalbericht.
 

Realisatie

2013

Raming

2014

Raming

2015

Aantal gezinnen AKW, jaargemiddelden (x 1.000)

1.929

1.916

1.907

Aantal telkinderen2 AKW, jaargemiddelden (x 1.000)

3.436

3.416

3.424

Noot 2: Aantal keer kinderbijslag dat wordt uitbetaald. Kinderen met dubbele kinderbijslag tellen twee keer mee.

Handhaving

De afname van het aantal geconstateerde overtredingen is het gevolg van het gebruik maken van de beschikbare gegevens door onder meer het koppelen van bestanden. Het aantal fraudegevallen door het niet voldoen aan de inlichtingenplicht voor het doorgeven van inkomen neemt hierdoor af. De incassoratio is 53%. Dat wil zeggen dat van de in 2013 ontstane fraudevorderingen op AKW-gerechtigden vanwege opgelegde boeten en benadelingsbedragen, in hetzelfde jaar 53% is geïncasseerd.

Tabel 10.4 Kerncijfers AKW (fraude en handhaving)
 

Realisatie

2011

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Preventie1
     

Gepercipieerde detectiekans (%)

682

Kennis van de verplichtingen (%)

76

Opsporing3
     

Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)

3,5

4,3

2,1

Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln)

3,2

2,7

1,7

Terugvordering

     

Incassoratio (%)

53

Noot 1: Cijfers 2013 niet beschikbaar. Voor 2014 en verder komen deze cijfers wel beschikbaar.

Noot 2: Ipsos Synovate, onderzoek kennis verplichtingen en pakkans; negen wetten onder de loep.

Noot 3: SVB, jaarverslag.

A2. Wet op het Kindgebonden Budget (WKB)

Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming van de overheid in de kosten van kinderen voor gezinnen tot een bepaald inkomen en vermogen. De WKB wordt uitgevoerd door Belastingdienst/Toeslagen. De SVB is verantwoordelijk voor een gedeelte van de uitvoering van de WKB in het buitenland.

Wie komt ervoor in aanmerking?

Ouders van kinderen tot 18 jaar kunnen het kindgebonden budget krijgen, afhankelijk van de hoogte van het inkomen en vermogen.

Hoe hoog is het kindgebonden budget?

De hoogte van het kindgebonden budget hangt af van het aantal kinderen, de leeftijd van de kinderen, het (gezamenlijke) inkomen en vermogen van de ouders en, vanaf 1 januari 2015, de leefvorm van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Per 1 juli 2014 ontvangt een gezin het maximale kindgebonden budget bij een toetsingsinkomen tot € 26.147. Als het gezinsinkomen hoger is, dan wordt het kindgebonden budget verminderd met 7,6% van het verschil tussen het gezinsinkomen en € 26.147.

Tabel 10.5 WKB tegemoetkoming, maximum bedragen per jaar per 1 januari 2015

Een gezin met:

 

1 kind

€ 1.032

2 kinderen

€ 1.823

3 kinderen

€ 2.006

4 kinderen

€ 2.112

5 kinderen

€ 2.218

Voor ieder volgend kind (extra bedrag per jaar)

€ 106

Verhoging 12–15 jarigen

€ 231

Verhoging 16–17 jarigen1

€ 296

Alleenstaande ouderkop

€ 3.050

Noot 1: Door integratie WTOS 17- wordt dit bedrag per augustus 2015 met € 116 op jaarbasis verhoogd naar € 412.

Budgettaire ontwikkelingen

Het budgettair beslag van het kindgebonden budget verdubbelt in de periode 2013–2015. Dit komt voornamelijk door de invoering van de alleenstaande ouderkop per 1 januari 2015. Tegelijkertijd worden ook de bedragen voor het eerste en het tweede kind verhoogd. Daarnaast wordt het kopje voor 16- en 17-jarigen vanaf augustus 2015 verhoogd vanwege de overheveling van een deel van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, de WTOS. Naast de extra uitgaven door de invoering van de Wet hervorming kindregelingen stijgen de uitgaven WKB verder met circa € 160 miljoen door de verdere verhoging van de alleenstaande ouderkop naar maximaal € 3.050 en het verlagen van het afbouwpercentage naar 6,75%.

De stijging van de uitkeringslasten WKB wordt enigszins getemperd doordat vanaf 2015 de inkomensgrens van de WKB wordt geharmoniseerd met die van de zorgtoeslag. De inkomensgrens waaronder recht bestaat op een volledig kindgebonden budget daalt hierdoor naar circa € 19.600.

Vanwege de betalingssystematiek van de WKB (maand vooraf) slaat een deel van de extra uitgaven al in 2014 neer.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 10.6 Kerncijfers WKB1Ministerie van Financiën, Belastingdienst.
 

Realisatie

2013

Raming

2014

Raming

2015

Aantal huishoudens WKB (x 1.000, jaargemiddelde)

832

826

828

Aantal kinderen WKB (x 1.000, jaargemiddelde)

1.528

1.514

1.542

Aantal alleenstaande ouders WKB (x 1.000)2

352

Noot 2: Het aantal alleenstaande ouders wordt voor 2013 en 2014 niet vermeld omdat de alleenstaande ouderkop pas in 2015 geïntroduceerd wordt.

A3. Tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG)

De TOG geeft extra financiële steun aan ouders met een thuiswonend kind met een handicap. Het TOG-kopje maakt onderdeel uit van de TOG-regeling en is specifiek gericht op alleenverdienerhuishoudens. Vanaf 2015 wordt de TOG geïntegreerd met de (dubbele) kinderbijslag en wordt het TOG-kopje vervangen door een extra tegemoetkoming in de kinderbijslag. Vanaf 2015 krijgen ook alleenstaande ouders recht op deze extra tegemoetkoming, mits zij aan de voorwaarden voldoen.

Wie komt ervoor in aanmerking?

De TOG is bedoeld voor ouders met thuiswonende ernstig gehandicapte kinderen die zeer veel zorg van de ouders vragen. Om aanspraak te kunnen maken op de TOG-uitkering is nu een indicatiebesluit voor recht op AWBZ-zorg van ten minste tien uur per week nodig. De invoering van de Wet langdurige zorg (Wlz) ter vervanging van de AWBZ vanaf 2015 leidt tot een versmalling van de doelgroep van de TOG. Om dit te voorkomen zal er, conform de conclusie van het verkennend onderzoek TOG beoordelingskader36, een apart beoordelingskader voor de TOG komen naast de Wlz-indicatie.

TOG-gerechtigden waarvan de minstverdienende partner een inkomen heeft van maximaal € 4.814 per jaar (in 2014), en die ook het hele voorgaande jaar de volledige TOG hebben ontvangen, komen in aanmerking voor het TOG-kopje. Vanaf 2015 krijgen ook alleenstaande ouders recht op het TOG-kopje (dan extra tegemoetkoming in de kinderbijslag).

Hoe hoog is de TOG?

In 2014 bedraagt de tegemoetkoming € 215,80 per kwartaal. Alleenverdieners met recht op TOG ontvangen een extra tegemoetkoming van € 1.460 per jaar.

Budgettaire ontwikkelingen

Vanaf 2015 wordt de TOG geïntegreerd met de (dubbele) kinderbijslag en wordt het TOG-kopje vervangen door een extra tegemoetkoming in de kinderbijslag. Vanwege de betalingsystematiek van de TOG, waarbij betaald wordt na afloop van het kwartaal waarin recht op TOG bestaat, zijn er nog uitgaven in 2015. Hetzelfde geldt voor het TOG-kopje dat volledig na afloop van het jaar betaald wordt.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 10.7 Kerncijfers TOG1SVB, kwartaalbericht.
 

Realisatie

2013

Raming

2014

Raming

2015

Aantal telkinderen TOG (x 1.000, jaargemiddelde)

26

25

B. Ontvangsten

De ontvangsten betreffen grotendeels de terugontvangsten ten gevolge van terugvorderingen van het kindgebonden budget. Nadat de toeslagen definitief zijn toegekend worden er terugvorderingen ingesteld bij de huishoudens die meer hebben ontvangen dan waar ze recht op hadden op basis van hun vastgestelde inkomen. De daadwerkelijke terugontvangsten vinden met vertraging plaats.

Artikel

Noot 35: Stb. 2014, nr. 227.

Noot 36: Tweede Kamer, bijlage bij 24 170, nr. 146.