Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2017

34550 V 54 Verslag van een schriftelijk overleg

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 54

Vastgesteld 9 december 2016

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 24 november 2016 over de geannoteerde agenda OVSE Ministeriële Raad 8-9 december 2016 (Kamerstuk 34 550 V, nr. 51).

De vragen en opmerkingen zijn op 1 december 2016 aan de Minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 6 december 2016 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie,
Eijsink

De griffier van de commissie,
Van Toor

Algemeen

De leden van de PvdA-fractie danken de Minister voor de toegezonden geannoteerde agenda. Zij hebben over een aantal van de agendeerde onderwerpen enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de PVV-fractie hebben kennis genomen van de geannoteerde agenda OVSE Ministeriële Raad van 8-9 december 2016. De leden van de PVV-fractie hebben hierbij nog enkele vragen.

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van de inzet van het kabinet tijdens de OVSE-top op 8 en 9 december.

Inleiding en rol OVSE

De leden van de VVD-fractie danken de Minister voor zijn overzicht in de gepolariseerde verhoudingen binnen de OVSE. Welke mogelijkheden ziet de Minister om het functioneren van de organisatie te verbeteren, alsmede een einde te maken aan de «shrinking space» waarbinnen dialoog kan plaatsvinden? De leden van de VVD-fractie achten het positief dat binnen de OVSE nog (enige) dialoog is tussen het Westen en de Russische Federatie. De leden willen graag van de Minister horen wat hij op de korte termijn wil doen om deze dialoog te verbeteren en te intensiveren.

In de geannoteerde agenda (Kamerstuk 34 550 V, nr. 51) spreekt de Minister zijn zorg uit over de gepolariseerde verhoudingen binnen de OVSE. De leden van de PvdA-fractie delen deze zorgen, met name ten aanzien van de Russische Federatie. De gepolariseerde dynamiek schaadt het functioneren van de OVSE en maakt de organisatie om die reden steeds minder effectief.

In de brief over de Nederlandse inzet voor de bijeenkomst van de OVSE-Ministers van Buitenlandse Zaken later deze maand in Hamburg schrijft de Minister dat de sterke politieke onenigheid tussen de deelnemende staten over de veiligheidssituatie in het OVSE-gebied en de daaraan ten grondslag liggende oorzaken geleid heeft tot gepolariseerde verhoudingen binnen de OVSE. De leden van de SP-fractie delen de zorgen over deze gepolitiseerde verhoudingen en vernemen van de Minister graag wat de krachtverhoudingen zijn. Hoeveel landen steunen de kritiek die veelal van de kant van de Rusland komt? De Minister schrijft dat het vanwege deze verdeeldheid een uitdaging zal worden om in Hamburg tot besluiten te komen. Daarom zal Nederland zich proactief opstellen. De leden van de SP-fractie vragen de Minister toe te lichten op welke wijze deze proactieve houding vormgegeven gaat worden.

De leden van de PVV-fractie lezen dat tijdens de Ministeriële Raad «rebuilding trust» als kernthema centraal zal staan. Wat zal Nederland doen om aan dit herstel van vertrouwen bij te dragen?

Antwoord van het Kabinet:

De krimpende mogelijkheden voor samenwerking en dialoog binnen de OVSE zijn een afgeleide van de huidige gepolariseerde internationale verhoudingen. Het blijkt in de praktijk vooral Rusland dat weinig bijval krijgt voor zijn wereldbeeld. Omdat de OVSE uitsluitend besluiten kan nemen bij consensus heeft Rusland geen steun nodig om op welk vlak dan ook besluitvorming te blokkeren.

Voor het Kabinet is dat evenwel geen reden hierin te berusten. Het Kabinet blijft zich inspannen om de neiging tot wederzijdse monologen in de OVSE terug te buigen naar werkelijke dialoog. Zo heeft onder Nederlands voorzitterschap van OVSE’s Veiligheidsforum begin dit jaar een succesvol High Level Military Doctrine Seminar plaatsgevonden, waar de hoogste militairen van de deelnemende Staten, inclusief onze Commandant der Strijdkrachten, met elkaar in constructieve discussie gingen – met inbegrip van Russische deelnemers. Juist wanneer de inzichten zo verschillen als thans, is het onontbeerlijk een forum te hebben waarin alle deelnemende Staten in gelijkwaardigheid over die inzichten kunnen spreken. Deze mening draagt Nederland consequent uit – dat zal tijdens de Ministeriële Raad in Hamburg niet anders zijn – ook al vanuit de overtuiging dat dialoog uiteindelijk zal bijdragen aan herstel van vertrouwen en aan de politieke wil tot samenwerking.

Oekraïne en de Speciale Monitoring Missie

De leden van de PvdA-fractie hebben enkele vragen over de situatie in Oekraïne en specifiek over de Speciale Monitoring Missie (SMM) van de OVSE die plaatsvindt in dat land. Zij zagen eerder deze week dat een poging van de Ministers van Buitenlandse Zaken van Rusland, Oekraïne, Duitsland en Frankrijk om het vredesoverleg over het conflict in het oosten van Oekraïne nieuw leven in te blazen op een mislukking uitliep. De besprekingen over een oplossing van het conflict lijken momenteel muurvast te zitten en Oekraïne en Rusland zijn eerder geneigd om hun hakken in het zand te zetten dan nader tot elkaar te komen. De leden van de PvdA-fractie vragen aan de Minister hoe hij deze situatie ziet en hoe hij verwacht dat het mislukte vredesoverleg van eerder deze week aan bod zal komen tijdens de bijeenkomst van de OVSE-Ministers van Buitenlandse Zaken op 8 en 9 december.

Antwoord van het Kabinet:

De situatie in, en de (recente) ontwikkelingen met betrekking tot, Oekraïne zullen ongetwijfeld aan bod komen tijdens de bijeenkomst van de OVSE-Ministers van Buitenlandse Zaken op 8 en 9 december a.s. Tijdens de bijeenkomst van de Ministers van Buitenlandse Zaken van Rusland, Oekraïne, Frankrijk en Duitsland op 29 november jl. in Minsk, in het zogenaamde Normandië-formaat, is gebleken dat het voornaamste obstakel voor implementatie van de afspraken een verschil van inzicht tussen Rusland en Oekraïne is over de volgtijdelijkheid van de-escalatie-processen. Oekraïne wil een verbetering in de veiligheidssituatie zien alvorens stappen te zetten op het gebied van decentralisatie en aanpassing van de Kieswet, terwijl Rusland weigert de situatie in het oosten van Oekraïne te de-escaleren voordat het dergelijke stappen van Oekraïne ziet. Daarbij lijkt zowel Rusland als Oekraïne momenteel een afwachtende houding aan te nemen als gevolg van de veranderende internationale politieke constellatie, onder meer in de VS. Het Kabinet verwacht dan ook in Hamburg vooralsnog geen doorbraak. De besprekingen worden wel voortgezet. Het is dus nog te vroeg om te spreken van een mislukt vredesoverleg.

Ten aanzien van de SMM horen de leden van de PvdA-fractie graag een actuele stand van zaken. Zij lezen in de geannoteerde agenda dat de missie moeite heeft om haar taken uit te voeren, met name door het gebrek aan medewerking van de strijdende partijen. Dat is een zorgelijke situatie, zeker omdat de OVSE de enige partij is die überhaupt op onafhankelijke wijze kan opereren in het gebied. De genoemde leden horen graag van de Minister hoe effectief de missie is en of er initiatieven op tafel liggen die de missie kunnen helpen bij de moeilijkheden waar elke dag tegenaan wordt gelopen.

De OVSE heeft een betrokkenheid bij het conflict in het oosten van Oekraïne. De leden van de SP-fractie vragen de Minister aan te geven welke resultaten dit opgeleverd heeft en welke mogelijkheden er zijn deze betrokkenheid verder uit te bouwen. Wat zijn de obstakels waar de OVSE-missie in Oekraïne tegenaan loopt?

Antwoord van het Kabinet:

De OVSE SMM ondervindt moeilijkheden bij haar werkzaamheden door de nog steeds sterk volatiele veiligheidssituatie, de door de strijdende partijen beperkte toegang tot de conflictgebieden, en het gebrek aan door de partijen te verschaffen informatie welke noodzakelijk is voor bijvoorbeeld het verifiëren van de terugtrekking van (zware) wapens. Het is belangrijk dat de OVSE SMM haar werk goed kan doen en hiervoor is het essentieel dat de missie volledige en veilige toegang evenals de benodigde informatie verkrijgt. Nederland roept regelmatig alle partijen op om verantwoordelijkheid te nemen voor het ongehinderd functioneren van de missie. Ondanks de beperkingen verricht de OVSE SMM goed werk. Zo rapporteert de missie dagelijks over de ontwikkelingen in het oosten van Oekraïne.

De SMM telt op dit moment ongeveer 700 waarnemers, waarvan ongeveer 585 in het oosten van Oekraïne. Gezien het belang dat het Kabinet aan de OVSE SMM hecht, levert Nederland een belangrijke bijdrage aan de OVSE SMM. Nederland is een belangrijke financiële donor met een bijdrage van ruim EUR 13 mln. Daarnaast heeft Nederland sinds het begin van de missie een aanzienlijke hoeveelheid waarnemers geleverd. Het precieze aantal fluctueert in verband met behoeftestelling van de OVSE, beschikbaarheid, en in- en uitdiensttreding op rotatiebasis. Het streven is gemiddeld tenminste tien Nederlandse waarnemers in de missie te hebben. Naast de waarnemers, is onlangs een Nederlander aangesteld als gender adviseur binnen de OVSE SMM.

De leden van de PVV-fractie zagen dat een poging van de Ministers van Buitenlandse Zaken van Rusland, Oekraïne, Duitsland en Frankrijk om het vredesoverleg over het conflict in het oosten van Oekraïne nieuw leven in te blazen op een mislukking is uitgelopen. Hoe moet dit worden gezien in het licht van de oproep van Duitsland (waarbij Nederland zich met vijftien andere landen heeft aangesloten) om snel een nieuwe deal te sluiten met Rusland over wapenbeheersing. Blijft deze oproep onverkort in stand staan ondanks het mislukken van het vredesoverleg? Welke andere landen hebben zich naast Nederland bij die Duitse oproep aangesloten? En wat zal de strategie/inzet zijn mocht het sluiten van een nieuwe deal niet lukken? De leden van de PVV-fractie willen daarnaast graag van de Minister weten hoeveel OVSE-waarnemers er op dit moment in het rebellengebied zijn? Zitten hier ook Nederlanders bij?

Antwoord van het Kabinet:

De bovenstaande vragen zijn beantwoord onder de hoofdstukken «Veiligheid en wapenbeheersing» en onder «Oekraïne en de Speciale Monitoring Missie».

Onafhankelijke instellingen

De leden van de VVD-fractie achten het zeer twijfelachtig of de Hoge Commissaris voor Nationale Minderheden (HCNM), het bureau van de Vertegenwoordiger voor de Vrijheid van de Media (RFoM) en het Bureau voor de Democratische Instellingen en de Mensenrechten (ODIHR) ooit in staat kunnen worden geacht om de hun toebedeelde rol te blijven spelen. De OVSE is op dit punt naar het oordeel van de leden van de VVD-fractie zo gepolitiseerd dat vooringenomen standpunten van de leden, de organisaties en hun vertegenwoordigers een blijvende obstructie zullen vormen voor het functioneren van de organisaties. Graag een reflectie van de Minister.

De leden van de PvdA-fractie gaan in op de problemen rondom benoemingen binnen de OVSE. Eerder dit jaar zagen zij dat Rusland (en enkele gelijkgezinde landen) Dunja Mijatovic, de RFoM, geen nieuwe termijn gunden. In augustus van dit jaar kwam het nieuws dat Astrid Thors, de HCNM, afziet van haar kandidatuur voor herverkiezing omdat Rusland dit dreigde te blokkeren. Politieke motieven lijken hierbij een rol te spelen, gezien de kritische uitlatingen die Thors in het verleden deed over de annexatie van de Krim. De leden van de PvdA-fractie spreken hier hun oprechte zorgen over uit en horen graag van de Minister wat zijn verwachtingen zijn aangaande het lopende proces van de verkiezing van een nieuwe HCNM. De genoemde leden zijn benieuwd naar de inzet van het kabinet op dit punt.

De OVSE heeft een aantal onafhankelijke instellingen die onder vuur liggen. De leden van de SP-fractie vragen de Minister de kritiek die op deze instellingen wordt geuit toe te lichten.

Antwoord van het Kabinet:

De gepolariseerde verhoudingen binnen de organisatie hebben zeker hun uitwerking op de onafhankelijke instellingen. Deze komen steeds meer onder druk te staan door met name kritiek van landen ten oosten van Wenen die zich richt op het als te eigengereid beschouwde autonome optreden van de instellingen. Het Kabinet deelt de zorg die in uw Kamer leeft en

zet zich ervoor in dat de instellingen hun werkzaamheden goed en onafhankelijk kunnen vervullen. Goede en krachtige leiding van de instituten is belangrijk voor het functioneren. De procedures voor de opvolging van de OVSE High Commissioner on National Minorities (HCNM) en voor de Representative for the Freedom of the Media (RFoM) lopen momenteel. Nederland zet zich in voor een correcte en vlotte procedure als lid van de zogenoemde «group of friends» van de Chairman-in-Office voor de opvolging.

Veiligheid en wapenbeheersing

De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of hij kan aangeven of hij het nog steeds mogelijk acht voor de OVSE om te kunnen bijdragen aan stabiliteit en veiligheid voor alle burgers in de OVSE-regio, wanneer deelnemende landen gedurende de OVSE-ministeriële niet tot consensus kunnen komen over een gedeelde visie op dit onderwerp?

De leden van de PvdA-fractie wijzen op de Russische blokkade van de geplande heruitgave van het Weens Document. De genoemde leden lezen dat het kabinet zich zeer actief inzet – in nauwe coördinatie met de NAVO Bondgenoten – om Rusland in een dialoog over het Weens Document te betrekken, mede door het indienen van nieuwe voorstellen. Kan de Minister een update geven van hoe het proces rondom de heruitgave van het Weens Document nu verder zal verlopen en ook ingaan op de nieuwe voorstellen die het kabinet in dit kader van plan is om te in te dienen?

In de brief (Kamerstuk 34 550 V, nr. 51) schrijft de Minister dat Rusland onlangs de voorziene heruitgave van het Weens Document heeft geblokkeerd. De leden van de SP-fractie vernemen graag waarom dit geblokkeerd is. Hebben andere landen de heruitgave ook geblokkeerd?

De leden van de PVV-fractie lezen dat Nederland zich actief zal inzetten, in nauwe coördinatie met de NAVO Bondgenoten, om Rusland in een dialoog over het Weens Document te betrekken. Wat zal specifiek, naast het indienen van nieuwe voorstellen die de militaire transparantie moeten bevorderen, de Nederlandse inbreng hierin zijn?

Een positieve ontwikkeling is het voorstel van de Duitse Minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier om de besprekingen over conventionele wapenbeheersing in Europa een impuls te geven en overeenstemming te bereiken over de opzet van een nieuwe inhoudelijke dialoog op dat vlak. Vijftien Europese landen, waaronder Nederland, hebben zich inmiddels tot tevredenheid van de leden van de PvdA-fractie aangesloten bij Duitsland. De genoemde leden hopen dat dit initiatief kan leiden tot het voorkomen van een nieuwe wapenwedloop op het Europese continent. Graag horen de leden van de PvdA-fractie meer van de Minister over het voorstel van Steinmeier. Zijn er al concrete stappen uitgedacht? Hebben de Russische autoriteiten al gereageerd op het genoemde voorstel?

Nederland zal tijdens de OVSE-bijeenkomst in Hamburg stellen dat, juist in tijden van spanning, het essentieel is om wapenbeheersing op de agenda te houden. De leden van de SP-fractie vragen de Minister concrete voorstellen te noemen die op dit terrein gedaan zullen worden. Kan ook ingegaan worden op het vorige week door de Duitse Minister van Buitenlandse Zaken, de heer Steinmeier, genoemde plan om te komen tot wapenbeheersing met Rusland? Wat behelst dit precies? Klopt het dat Nederland en 14 andere EU-landen dit Duitse plan steunen?

Antwoord van het Kabinet:

Het feit dat er verschil van inzicht bestaat over het borgen van de veiligheid in de OVSE-regio is zorgelijk. Daarom onderstreept Nederland steeds het belang van het gaande houden van de dialoog, om te blijven proberen op punten vooruitgang te boeken. De inzet van de OVSE in de crisis rond Oekraïne toont aan dat er gelukkig ook gelegenheden zijn waarop ad hoc overeenstemming kan worden bereikt over concrete gevallen – zie de rol van de OVSE in het Minsk-proces en de inzet van de Speciale Monitor Missie.

Hoewel er een specifieke afspraak bestaat om het Weens Document eens in de vijf jaar te actualiseren, verzet zich niets tegen het buiten die termijn om indienen, bespreken en zo mogelijk in het Document opnemen van nieuwe voorstellen. Ook de in eerdere instantie door landen ingediende aanpassingsvoorstellen blijven op de agenda staan. Dat betekent dat Nederland, net als vele andere deelnemende Staten, zal blijven aandringen op ieders inzet – ook en vooral van Rusland – tot medewerking aan actualisering/modernisering van het Weens Document. Op dit moment liggen er twee Nederlandse voorstellen op tafel: één over het beteugelen van zogenoemde snap-exercises en één over het houden van bijzondere inspectiemissies bij zorgwekkende militaire activiteiten. Deze voorstellen blijven actueel. Ook steunt Nederland actief een aantal voorstellen van andere landen. Het onderhandelingsproces over alle voorstellen gaat door, met actieve inzet van Nederland, steeds in nauw overleg met gelijkgezinde landen.

Rusland geeft uiteenlopende redenen voor het blokkeren van een geactualiseerde heruitgave van het Weens Document. Enerzijds stelt het tevreden te zijn met de huidige versie; door westerse landen voorgestelde aanpassingen noemt het «uitsluitend in het belang van die landen». Bovendien stelt Rusland niet in onderhandeling te willen treden met landen die Rusland aan sancties onderwerpen.

Geen enkel ander land heeft categorisch geweigerd mee te werken aan heruitgave van het Weens Document. Wel is het zo dat ieders instemmen met individuele voorstellen uiteraard afhankelijk is van een onderhandelingsproces over de inhoud van die voorstellen. Dat onderhandelingsproces gaat door, maar ligt onder het beslag van de wetenschap dat Rusland er niet aan deelneemt of meewerkt.

De oproep waartoe Duitsland het initiatief heeft genomen om de conventionele wapenbeheersing in Europa een nieuw impuls te geven, staat los van de situatie in Oekraïne, en blijft onverkort van kracht. De oproep betreft vooral de situatie die is ontstaan doordat Rusland sinds een aantal jaren geen uitvoering meer geeft aan zijn verplichtingen onder het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa (CSE-Verdrag). Dat resulteert in verminderde militaire transparantie. Vanwege de verschillen van inzicht over het oplossen van de impasse bestaat niet de verwachting dat het initiatief op korte termijn tot grote resultaten leidt. Doelstelling is in eerste instantie de discussie – die lange tijd stil lag – weer aan te gaan. De volgende landen hebben de ministeriële verklaring inzake het belang van wapenbeheersing1 van 25 november jl. onderschreven: België, Bulgarije, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Zweden en Zwitserland. Het is denkbaar dat zich bij de Ministeriele Raad van Hamburg nog andere landen bij de oproep zullen aansluiten.

Na het aanjagen van de discussie door middel van de aangehaalde oproep, zullen de gelijkgestemde landen die zich achter het initiatief van Minister Steinmeier scharen zich buigen over de wenselijke inhoud van een discussie over conventionele wapenbeheersing in Europa. Het streven is om de daadwerkelijke dialoog over die inhoud uiteindelijk «inclusief» te laten zijn, dat wil zeggen dat die dialoog open moet staan voor alle geïnteresseerde deelnemende Staten van de OVSE. Niet alle OVSE-staten zijn vooralsnog overtuigd van de kansen op succes van het proces. Rusland stelde zich tot dusverre afwachtend op – het ziet met belangstelling eventuele voorstellen tegemoet. Dat sluit vooralsnog geen wegen af.

Definitie antisemitisme

De Minister schrijft: «Nederland zal er actief voor waken dat aan internationale normstelling, zoals waar het de definitie van antisemitisme betreft, wordt afgedaan.» De leden van de SP-fractie vernemen graag meer informatie over de achtergrond van deze discussie. Welke landen bepleiten een aanpassing van deze definitie? Wat zou er aangepast moeten worden? Waarom bepleiten zij dat?

Antwoord van het Kabinet:

In het kader van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) is er in mei dit jaar een definitie voor antisemitisme aangenomen die Nederland actief heeft ondersteund.- Als Chairperson-in-Office (CiO) van de OVSE stelt Duitsland nu voor deze IHRA-werkdefinitie ook door de OVSE aan te laten nemen (op de Ministeriële Raad in Hamburg). Een aantal landen dat geen lid is van IHRA is niet gecommitteerd aan deze definitie. Zij hebben daarom aangegeven de tekst eerst met alle betrokken nationale stakeholders te willen bespreken.

Met een internationale werkdefinitie van «antisemitisme» kunnen Europese landen, de politiek en de gerechtelijke instanties werken om antisemitisme tegen te gaan. Is de Minister dit met de leden van de PVV-fractie eens? Zo nee, waarom niet?

Antwoord van het Kabinet:

Ja.

De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of het klopt dat tijdens de OVSE Ministeriële Raad de lidstaten van de EU over de werkdefinitie van «antisemitisme» zullen stemmen?

Antwoord van het Kabinet:

Nee, dat klopt niet: er wordt niet gestemd. Binnen de OVSE worden alle beslissingen met consensus aangenomen.

Klopt het dat Nederland als enige van de 28 landen van de Europese Unie bezwaar maakt tegen de aanname van de werkdefinitie antisemitisme? En waarom heeft de Nederlandse regering geen bezwaar gemaakt toen de definitie mei jl. in de internationale alliantie ter herinnering van de Holocaust (International Holocaust Remembrance Alliance, IHRA) werd aangenomen? De leden van de PVV-fractie roepen de Minister op deze werkdefinitie te steunen.

Antwoord van het Kabinet:

Nee, dat klopt niet. Nederland zet zich in internationale fora (zoals de OVSE) zeer actief in voor bestrijding van antisemitisme. Zoals ook gemeld tijdens het notaoverleg op 16 november jl. (Kamerstuk 32 735, nr. 168 ), heeft Nederland de aanname van de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme in mei dit jaar actief gesteund. Nederland en de andere EU-lidstaten steunen het voorstel om de IHRA-definitie door de OVSE aan te laten nemen.

De leden van de SGP-fractie hebben een vraag in het kader van het gespreksonderwerp mensenrechten. Kan het kabinet toelichten wat precies bedoeld wordt met de inzet op een «inclusieve benadering van discriminatie op basis van geloofsovertuiging»?

Antwoord van het Kabinet:

OVSE-besluiten over Tolerance and Non-Discrimination gaan uit van een inclusieve benadering. Dat wil zeggen dat àlle discriminatie bestreden moet worden, ongeacht welke godsdienst of levensovertuiging het betreft.

De leden van de SGP-fractie constateren dat het kabinet aangeeft dat Nederland er actief voor zal waken dat aan internationale normstelling, zoals waar het de definitie van antisemitisme betreft, wordt afgedaan. Houdt dit concreet in dat het kabinet, conform de toezegging van de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens het notaoverleg mensenrechtenbeleid van 16 november jl. (Kamerstuk 32 735, nr. 168), zal instemmen met het binnen de OVSE overnemen van de werkdefinitie voor antisemitisme zoals opgesteld door de IHRA? Zal het kabinet in lijn met deze definitie al het mogelijke in het werk stellen om antisemitisme in Nederland en in internationaal verband effectief tegen te gaan?

Antwoord van het Kabinet:

Ja.

Algemene politieke verklaring

Het is vooralsnog onduidelijk of een algemene politieke verklaring overeengekomen kan worden, waarin een gedeelde visie van de OVSE-staten wordt neergelegd op (verdere) ontwikkeling van stabiliteit en veiligheid in Europa. De leden van de SP-fractie vragen de Minister toe te lichten op welke punten er onenigheid bestaat?

Antwoord van het Kabinet:

Het is in OVSE-verband al een flink aantal jaren onmogelijk gebleken overeenstemming te bereiken over een dergelijke brede ministeriële verklaring. Gezien de op dit moment sterk gepolariseerde verhoudingen binnen de organisatie is de kans dat dit in Hamburg wel het geval is, uiterst gering. Het Duitse voorzitterschap heeft een algemene, overwegend beschrijvende ontwerptekst opgesteld maar de verwachting is dat tekstvoorstellen van bij de diverse conflicten in de OVSE-regio betrokken landen consensus in de weg zullen staan. In eerste instantie zal het hierbij gaan om voorstellen inzake de schending van fundamentele OVSE-principes ten aanzien van het conflict in en rondom Oekraïne.

Terrorismebestrijding

Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie of de Minister nader kan uitleggen wat hij bedoelt met de «politieke tweespalt» met betrekking tot het onderwerp terrorismebestrijding?

(ter herinnering in de GA staat: «Tegelijkertijd zal er worden gesproken over andere belangrijke onderwerpen van gedeeld belang, zoals mensenrechten, migratie en terrorismebestrijding. De hoop is dat de discussie over deze onderwerpen zich grotendeels kan onttrekken aan de politieke tweespalt, zodat besluitvorming op deze gebieden mogelijk is. Nederland spant zich daarbij krachtig in voor besluiten die recht doen aan internationale standaarden en niets weggeven van het bevochten acquis van de OVSE.)

Antwoord van het Kabinet:

Wanneer wordt gesproken over politieke tweespalt wordt gedoeld op de algemene gepolitiseerde verhoudingen binnen de organisatie. Er bestaat enige hoop dat sommige onderwerpen – zoals terrorismebestrijding – door alle deelnemende staten van dusdanig gedeeld belang worden beschouwd, dat zij bereid zijn de discussie over besluitvorming terzake op merites aan te gaan, en niet vanuit een vooropgesteld antagonisme.

Migratie

De leden van de VVD-fractie willen de Minister danken voor zijn inzet voor een strategische aanpak van migratie tijdens de informele bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zaken van de deelnemende Staten van de OVSE op 1 september jl. Kan de Minister aangeven welke concrete afspraken er tot nu toe gemaakt zijn? Welke concrete streefresultaten staan hierbij centraal? Anders geformuleerd: wanneer acht het kabinet dergelijke compacts succesvol?

Antwoord van het Kabinet:

Het is de bedoeling dat de Ministeriële Raad een besluit neemt over de rol van de OVSE in de aanpak van migratie. Er wordt thans onderhandeld over een tekst waarin de deelnemende Staten worden opgeroepen bestaande afspraken op dit terrein volledig na te leven en de OVSE als organisatie nauwer te laten samenwerken met andere internationale organisaties, in het bijzonder de Verenigde Naties. De OVSE kan met betrekking tot migratie een nuttige maar bescheiden rol spelen op basis van kennis en ervaring, zoals training op het gebied van grensbewaking, training van politie, het voorkomen van mensenhandel, en het tegengaan van haat-misdrijven richting vluchtelingen.

Nederland steunt, mede in EU-verband, de totstandkoming van een dergelijk besluit dat realistisch is en recht doet aan de toegevoegde waarde die de OVSE kan bieden op dit terrein. Het is echter niet zeker of hier overeenstemming over zal worden bereikt. Sommige landen willen expliciete aandacht voor de problematiek van intern ontheemden, terwijl anderen het besluit willen beperken tot de Mediterrane regio. Ook het al dan niet vermelden van mogelijke oorzaken («root causes») van migratiestromen is een twistpunt.

Noot 1: https://www.government.nl/ministries/ministry-of-foreign-affairs/documents/media-articles/2016/11/25/ministerial-declaration-by-the-foreign-ministers-of-the-like-minded-group-supporting-a-relaunch-of-conventional-arms-control-in-europe.