Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2017
  • Begrotingsstaat
  • Download PDF

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

A Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een goed functionerend openbaar bestuur en democratie.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het functioneren van het stelsel van het openbaar bestuur. Die verantwoordelijkheid richt zich op de bestuurlijke verhoudingen, het medebeheer van het Gemeentefonds en het Provinciefonds, en interbestuurlijk toezicht. De Minister is verantwoordelijk voor de bestuurlijke organisatie (de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële verhoudingswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen). In het regeerakkoord zijn op dit vlak ambitieuze beleidsvoornemens geformuleerd. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de decentralisaties in het sociaal domein die door de Minister van BZK in hun onderlinge samenhang worden gecoördineerd en onder de verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Veiligheid en Justitie (VenJ) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) worden uitgevoerd. In het verlengde hiervan voert de Minister van BZK een krachtig beleid gericht op het bewerkstelligen van voldoende uitvoeringskracht bij met name de gemeenten. Een tweede pijler van de legitimatie van het Nederlandse openbaar bestuur betreft het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de publieke besluitvorming en beleidsvoering. In dat kader waarborgt de Minister van BZK het functioneren van het constitutionele bestel, waaronder het stelsel van de representatieve democratie. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkiezingen (de Kieswet) voor vertegenwoordigende lichamen op de verschillende bestuurlijke niveaus. De Minister van BZK zorgt er tevens voor dat de Kiesraad zijn wettelijke taken adequaat kan vervullen. Daarnaast voert de Minister van BZK de op 1 mei 2013 in werking getreden Wet financiering politieke partijen (Wfpp) uit en is hij sinds 1 april 2012 verantwoordelijk voor de procesvoering met betrekking tot het Europees Burgerinitiatief. Sinds 1 juli 2015 is de Wet raadgevend referendum van kracht; voor de uitvoering van deze wet is de Minister van BZK verantwoordelijk.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van de interbestuurlijke Agenda Stad. Deze agenda is gericht op (het bevorderen van) groei, leefbaarheid en innovatie in Nederlandse steden. Daartoe wordt in 2017 via City Deals, samen met mede-overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en vakdepartementen, op een innovatieve en resultaatgerichte manier samengewerkt aan complexe stedelijke transitievraagstukken.

De Minister van BZK was als voorzitter van de EU mede verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van (de Nederlandse bijdrage aan) de Europese Agenda Stad. Deze agenda geeft Europese steden een stevige vinger in de pap bij EU-regelgeving, toegang tot fondsen en kennisuitwisseling. Nederlandse steden en Nederland als lidstaat participeren in 2017 in enkele thematische partnerschappen die in dit kader verbetervoorstellen voor EU-beleid ontwikkelen.

C Beleidswijzigingen

Politieke ambtsdragers

De aanpak van het gebruik van geweld en de intimidatie en bedreiging van politieke ambtsdragers wordt in de komende jaren steviger verbonden aan de beleidsinzet op het terrein van integriteit en ondermijning. Daarmee wordt de aanpak verder versterkt, gericht en geborgd (Kamerstukken II, 2015–2016, 28 684 nr. 455).

Toekomst financiële verhoudingen

Herziening financiële verhoudingen Gemeentefonds

Op 28 april 2016 is in het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) de taakopdracht vastgesteld die aan de basis ligt van de beoogde herziening. De herziening richt zich op de financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten en specifiek op de verdeling van het gemeentefonds. Het traject heeft tot doel een probleemanalyse te maken van de toekomstbestendigheid van het stelsel van financiële verhoudingen en het verkennen van mogelijke oplossingsrichtingen in verschillende varianten. De focus ligt op verkenning van aanpassingen van de uitgangspunten en verdeelsystematiek, zoals deze nu gelden volgens de Financiële-verhoudingswet (Fvw).

De herziening start met het in kaart brengen van varianten voor verdeelsystematieken van het gemeentefonds. Het streven is om te komen tot realistische varianten met verschillende uitgangspunten die inzicht geven in de consequenties van keuzes. De voor- en nadelen van deze varianten worden in kaart gebracht (zowel kwalitatief als kwantitatief) zonder hieraan een politiek waardeoordeel te koppelen. In het voorjaar van 2017 worden de voorlopige bevindingen in het BOFv gerapporteerd, gevolgd door de oplevering van de rapportage.

Commissie Jansen/ herziening provinciefonds

Begin 2015 heeft het IPO een externe commissie ingesteld die zich heeft gebogen over verdeelvraagstukken binnen het provinciefonds. In december 2015 is het eindrapport «Redelijk Verdeeld» van de commissie Jansen aangeboden aan de Minister van BZK. Om het nieuwe verdeelmodel, zoals opgenomen in het eindrapport, formeel te kunnen doorvoeren, is het nodig de Financiële-verhoudingswet (Fvw) te wijzigen. Het wetswijzigingtraject is gestart.

Het streven is om het nieuwe verdeelmodel voor het uitkeringsjaar 2017 in te voeren.

Precariobelasting

Er is in 2016 een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat er toe moet leiden dat decentrale overheden geen precariobelasting meer heffen over nutsnetwerken. In dit wetsvoorstel zit een overgangsregeling die mogelijk maakt dat decentrale overheden die reeds in 2015 precariobelasting hieven tot 1 januari 2027 nog mogen doorheffen, om geleidelijke afbouw mogelijk te maken.

Sociaal domein

Het jaar 2017 is het derde jaar van de decentralisaties in het sociaal domein. Na de transitie, de fase van overdracht van taken, zitten we nu in de transformatiefase, de fase waarin de gemeenten vorm geven aan een nieuwe manier van werken met aandacht voor integraliteit, innovatie en burgerbetrokkenheid. Ook in deze fase is veel aandacht en inzet nodig om van deze nieuwe manier van werken een succes te maken. De Minister van BZK blijft de ontwikkelingen volgen, stimuleert vernieuwing en zoekt waar nodig in partnerschap met andere departementen, gemeenten en de VNG naar passende oplossingen voor knelpunten die in de praktijk ervaren worden.

Voor de Minister van BZK gaat het daarbij om de verantwoordelijkheid voor goed openbaar bestuur en het creëren van de voorwaarden waarbinnen de gemeenten de transformatieopdracht effectief kunnen vervullen. Voorts heeft de Minister van BZK vanuit zijn coördinerende functie een rol te vervullen in het bewaken van de samenhang van het optreden van de rijksoverheid in deze fase.

In 2018 zullen de budgetten ten behoeve van het sociaal domein, die nu nog in een integratie-uitkering binnen het gemeentefonds zijn ondergebracht, worden overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, tenzij verdeeltechnische redenen dat beletten (Kamerstukken II 2013–2014 33 935, nr. 7).

De jaarlijkse «overall rapportage sociaal domein» geeft inzicht in de stand van zaken in het gedecentraliseerde sociaal domein. In 2017 zal de tweede rapportage naar de Tweede Kamer worden gestuurd. In deze rapportage zullen ook beleidsterreinen als passend onderwijs en schuldhulpverlening worden opgenomen.

De informatievoorziening wordt doorontwikkeld waarbij deze stapsgewijs verder wordt geïntegreerd, aangescherpt en waar mogelijk vereenvoudigd. In 2017 is blijvend aandacht voor het terugdringen van de monitorlasten van gemeenten door «enkelvoudige uitvraag en meervoudig gebruik van informatie».

Aanpak en instrumentarium regionale governance

Economische opgaven spelen zich steeds meer af op regionaal niveau. De administratieve grenzen van gemeenten en provincies sluiten daar vaak niet op aan. Om opgaven toch effectief aan te kunnen pakken werken publieke en – in toenemende mate ook – private partijen regionaal met elkaar samen. In het rapport «Maak verschil» doet de Studiegroep Openbaar Bestuur aanbevelingen om regionale samenwerking te versterken en vooral ruimte te bieden voor maatwerk (verschillende oplossingen) per regio. Samen met gemeenten en provincies start het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2017 in drie tot vier regio’s met pilots. Deze werkwijze sluit aan op de aanbevelingen van de Studiegroep Openbaar Bestuur.

Door met concrete situaties aan de slag te gaan, ontstaat meer inzicht in bijvoorbeeld het belang van aanpassing van (organieke) wetgeving, herziening van de financiële verhoudingen alsook de competentieontwikkeling van bestuurders en andere professionals in het openbaar bestuur.

Evaluatie revitalisering interbestuurlijk toezicht

Op 1 januari 2012 is de Wet revitalisering generiek toezicht (RGT) in werking getreden. Afgesproken is dat de wet vijf jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd. In 2017 wordt deze evaluatie opgeleverd. Doel van de evaluatie is onderzoeken of de RGT voorziet in een toereikend en effectief stelsel van interbestuurlijk toezicht. De evaluatie wordt samen met VNG en IPO uitgevoerd. Ook wordt gekeken naar de kaders waarbinnen het financieel toezicht wordt uitgevoerd.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Art.nr.

Verplichtingen:

49.536

39.799

30.567

25.331

25.334

25.369

25.369

                 
 

Uitgaven:

33.112

39.799

30.567

25.331

25.334

25.369

25.369

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

84%

       
                 

1.1

Bestuurlijke en financiële verhouding

11.426

11.220

10.328

7.711

7.714

7.749

7.749

 

Subsidies

5.323

4.987

4.042

3.761

3.761

3.761

3.761

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

1.630

0

0

0

0

0

0

 

Diverse subsidies

518

1.776

832

551

551

551

551

 

Oorlogsgravenstichting (OGS)

3.175

3.211

3.210

3.210

3.210

3.210

3.210

 

Opdrachten

5.997

6.168

6.221

3.885

3.888

3.923

3.923

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

5.997

6.168

6.221

3.885

3.888

3.923

3.923

 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

106

65

65

65

65

65

65

 

Bijdragen internationaal

106

65

65

65

65

65

65

                 

1.2

Participatie

21.686

28.579

20.239

17.620

17.620

17.620

17.620

 

Subsidies

16.653

18.417

17.267

14.667

14.667

14.667

14.667

 

Politieke partijen

16.653

18.417

17.267

14.667

14.667

14.667

14.667

 

Opdrachten

4.047

7.714

2.972

2.953

2.953

2.953

2.953

 

Kiesraad

2.558

764

622

603

603

603

603

 

Raadgevend referendum

147

2.800

0

0

0

0

0

 

Verkiezingen

1.342

4.150

2.350

2.350

2.350

2.350

2.350

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

2.000

0

0

0

0

0

 

Raadgevend referendum

0

2.000

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan medeoverheden

943

0

0

0

0

0

0

 

Experiment centrale stemopneming

943

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

43

448

0

0

0

0

0

 

Kiesraad

43

448

0

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten:

25.768

25.665

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

D2 Budgetflexibiliteit

Subsidies

De subsidies zijn voor 98% juridisch verplicht. Het betreft financiering van de politieke partijen en oorlogsgravenstichting.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten is 49% juridisch verplicht. Het betreft hier middelen onder andere voor de verkiezingen, kenniscentra en onderzoeken door derden.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De bijdrage aan (inter)nationale organisaties is voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft financiële ondersteuning aan organisaties die actief Europees burgerschap bevorderen.

E Toelichting op de instrumenten

1.1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen

Subsidies

Diverse subsidies

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) ontvangt een subsidie voor informatieverstrekking over lokale lasten aan burgers.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. De Oorlogsgravenstichting ontvangt een subsidie voor de uitvoering hiervan op basis van de Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013.

De Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013 vervalt per 01-01-2017 en daarom is de subsidieregeling geëvalueerd. Bij deze evaluatie is ingegaan op de positie van de Oorlogsgravenstichting, de wijze van besteding van de ontvangen middelen, de bereikte resultaten en de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette subsidie. Daar waar nodig worden de resultaten van deze evaluatie verwerkt in de nieuw op te stellen subsidieregeling over de periode 2017 t/m 2020.

Opdrachten

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zet zich in voor kennisdeling en kennisvermeerdering. Verschillende publicaties, congressen en onderzoeken op het terrein van het functioneren van het openbaar bestuur worden gefinancierd. Ook financiert het Ministerie onderzoeken door derden.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

Het programma «Europa voor de burger» biedt financiële ondersteuning aan burgers en organisaties die een actief Europees burgerschap bevorderen om zo het proces van Europese integratie te stimuleren en de kloof tussen de burger en de Europese Unie te verkleinen. Om het programma bekendheid te geven en belangstellenden bij te staan bij het indienen van subsidieaanvragen, faciliteert de Europese Commissie in samenwerking met de lidstaten Europe for Citizens Points (ECP). In Nederland is het ECP belegd bij Dutch Culture, waarvoor een jaarlijkse bijdrage wordt verstrekt.

1.2 Participatie

Subsidies

Politieke partijen

Politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen. Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan de in deze wet genoemde voorwaarden. De voor 15 maart 2017 voorziene Tweede Kamerverkiezingen hebben derhalve invloed op de verdeling van de subsidies tussen de politieke partijen en mogelijk op de totale hoogte van de subsidies aan de politieke partijen.

Partij

Waarde 2013 (in €)

Waarde 2014 (in €)

Waarde 2015 (in €)1

Waarde 2016 (in €)

VVD

3.712.977

3.754.370

3.686.713

3.606.842

PvdA

3.592.723

3.614.965

3.570.609

3.400.247

SP

1.632.647

1.619.794

1.595.392

1.600.936

CDA

1.744.143

1.675.014

1.659.175

1.652.742

D66

1.528.924

1.566.367

1.570.742

1.586.014

CU

950.877

943.888

924.943

932.776

GL

867.114

823.649

804.193

810.649

SGP

903.878

908.918

891.067

903.874

PvdD

626.276

620.441

618.780

623.345

DENK

0

0

0

159.695

VNL

0

0

0

428.421

50PLUS

444.674

392.531

456.749

395.916

OSF

371.848

370.360

365.097

366.050

Totaal

16.376.082

16.290.297

16.143.461

16.467.508

Noot 1: Het betreft hier voorlopige bedragen. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd.

Wijziging fractiekostenregeling

Het amendement van het Tweede Kamerlid Arib (Kamerstukken II 2015–2016 34 485 VII, nr. 3) beoogt te voorkomen dat een noodzakelijke structurele ramingsbijstelling bij de fractiekostenregeling ten kosten zou gaan van de controlerende en wetgevende taak van de Staten-Generaal. De geraamde kosten van € 2,6 mln. zijn met ingang van 2018 ten laste gebracht van de uitgaven op artikel 1.

Opdrachten

Kiesraad

De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europese parlement. De Kiesraad registreert partijaanduidingen, nummert kandidatenlijsten en stelt de officiële verkiezingsuitslagen voor deze verkiezingen vast. Daarnaast is de Kiesraad het adviesorgaan voor het kabinet en parlement op het terrein van het kiesrecht en de organisatie en uitvoering van verkiezingen. Verder verschaft de Kiesraad informatie aan gemeenten, provincies, politieke partijen, burgers en media over kiesrecht en verkiezingen.

De Kiesraad heeft sinds de inwerkingtreding van de Wet raadgevend referendum in 2015 een aanvullende taak voor het verzamelen, tellen en controleren van inleidende verzoeken en ondersteuningsverklaringen voor het raadgevend referendum, en het vaststellen van de uitslag ervan.

Verkiezingen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de inrichting van het verkiezingsproces, waaronder het raadgevend referendum en voor de daarbij behorende wet- en regelgeving. Dit heeft betrekking op de verkiezingen die in Nederland worden gehouden (dit is inclusief de verkiezingen in Caribisch Nederland). In maart 2017 worden Tweede Kamerverkiezingen gehouden. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de uitvoering van de landelijke informerende campagne en het faciliteren van de gemeenten bij de uitvoering van de verkiezingen.

Tevens moet er vanwege de Wet raadgevend referendum, rekening mee worden gehouden dat er in 2017 referendumverkiezingen kunnen plaatsvinden. Indien dat het geval is, heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dezelfde verantwoordelijkheden als bij een «reguliere» verkiezing.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen de bijdragen van de waterschappen ten behoeve van de Waarderingskamer.