Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie van Economische Zaken, begroting Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2018

34775 XIII 142 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vergaderjaar 2017-2018

Nr. 142

Vastgesteld 11 juni 2018

De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over de brief van 12 maart 2018 over het Strategisch Meerjarenprogramma 2019–2023 van het CBS (Kamerstuk 34 775 XIII, nr. 134).

De vragen en opmerkingen zijn op 26 april 2018 aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd. Bij brief van 30 mei 2018 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie,
Diks

De adjunct-griffier van de commissie,
Kruithof

Inhoudsopgave

blz.

     

I

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

2

II

Antwoord/Reactie van de Minister

4

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Strategisch Meerjarenprogramma 2019–2023 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en danken de Minister van Economische Zaken en Klimaat voor de toezending. Deze leden hebben een aantal vragen en opmerkingen.

De leden van de VVD-fractie lezen in het Strategisch Meerjarenprogramma dat het CBS niet alleen registraties van publieke instellingen gebruikt, maar ook van private partijen zoals bedrijven. Vervolgens lezen deze leden dat het gebruik van registraties van private partijen in principe gebeurt op basis van samenwerking. Kan de Minister toelichten wat een dergelijke samenwerking inhoudt? Kan de Minister vervolgens aangeven of er gevallen zijn waarin het CBS registraties van private partijen gebruikt die niet gebaseerd zijn op samenwerking? Op welke manier verkrijgt het CBS registraties van private partijen indien dit niet is gebaseerd op samenwerking? Is in de gevallen waarin er geen sprake is van samenwerking met private partijen toestemming van private partijen vereist om registraties te verkrijgen? Wordt deze toestemming ook aan private partijen gevraagd?

De leden van de VVD-fractie lezen in het Strategisch Meerjarenprogramma dat gebruikers, veelal departementen, in toenemende mate de statistieken bekostigen waar zij behoefte aan hebben. Dit is volgens het CBS noodzakelijk omdat hun basisbudget niet toereikend is om aan de totale vraag naar statistieken te voldoen. Kan de Minister toelichten hoe de prijs voor de door gebruikers bekostigde statistieken wordt bepaald? Kan de Minister ook aangeven door wie deze prijs wordt bepaald? Voldoet het CBS hierbij aan de vereisten die worden gesteld in (de gedragsregels van) de Wet Markt en Overheid?

De leden van de VVD-fractie lezen in het Strategisch Meerjarenprogramma over de uitbreiding van de rol van het CBS als dataknooppunt. Het belang van het CBS als open-dataknooppunt voor overheidsgegevens is iets waar deze leden al eerder in een debat over openbare, digitale overheidsgegevens voor hebben gepleit. Zij verwelkomen de uitbreiding van deze rol daarom ten zeerste. Deze leden vinden het in dat opzicht belangrijk dat er voldoende data als open data wordt aangeleverd aan het CBS zodat de samenleving gebruik kan maken van deze open data. Kan de Minister aangeven hoe het staat met het ter beschikking stellen van data door leveranciers, zoals overheden, aan het CBS?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben de volgende vragen over het Strategisch Meerjarenprogramma 2019–2023 van het CBS.

De leden van de CDA-fractie constateren dat in het Strategisch Meerjarenprogramma staat dat het CBS ook kan voorzien in «nieuwe behoeften» (pagina 11 en 28). Deze leden vragen wat de definitie is van zo’n «nieuwe behoefte»? Acht de Minister het een «nieuwe behoefte» als een dienst voor bijvoorbeeld een decentrale overheid al door een commerciële marktpartij wordt verricht? Hoe worden private partijen betrokken bij het beoordelen van nieuwe diensten van het CBS, om te voorkomen dat CBS diensten zal aanbieden die private partijen al aanbieden of in ontwikkeling hebben om te gaan aanbieden? Is de Minister bekend met klachten van private partijen dat concurrentieverstorende activiteiten worden verricht door het CBS? Zo ja, kan de Minister aangeven waar die klachten om draaien? Is er onderzoek gedaan naar deze klachten en naar de mate waarin private partijen eventuele concurrentieverstoring ondervinden als gevolg van marktgedrag van het CBS op de markten die de private partijen reeds bedienen? Zo nee, is de Minister bereid om dat onderzoek alsnog te doen?

De leden van de CDA-fractie lezen in het Strategisch Meerjarenprogramma over samenwerking met externen, eindgebruikers en private partijen. Deze leden hebben hier een aantal vragen over in relatie tot de mogelijke uitbreiding van haar diensten en het genereren van additionele inkomsten.

Hoe wordt voorkomen dat het CBS eerst uit hoofde van haar publieke rol kennis neemt van (nieuwe) producten en aanbod van andere private partijen (bijvoorbeeld door overleg of samenwerking met die partijen), om die kennis daarna in te zetten voor eigen, soortgelijke dienstverlening die CBS zelf aanbiedt, bijvoorbeeld aan overheden die ook de potentiële klanten zijn van dezelfde private partijen, of reeds door die private partijen bediend worden? Op welke wijze kunnen waarborgen worden opgenomen om dit te voorkomen en hoe wordt toegezien op de naleving daarvan? Welke waarborgen biedt de Wet Markt en Overheid hierbij? Kan de Minister tevens aangeven hoe wordt geborgd dat CBS geen gratis diensten kan aanbieden die marktpartijen ook leveren, waardoor zij moet concurreren tegen gratis producten van overheidsdiensten?

De leden van de CDA-fractie lezen op pagina 6 van het Strategisch Meerjarenprogramma dat steeds meer sensors beschikbaar raken voor dataverzameling, waarbij zend- en ontvangstinformatie die wordt vastgelegd bij het gebruik van mobiele telefoons wordt genoemd als voorbeeld. Deze leden vragen of de Minister bekend is met de markt voor statistische werkzaamheden op basis van data uit mobiele telefonie of datanetwerken. Klopt het dat deze markt aan de vraagzijde vooral bestaat uit decentrale overheden en dat deze overheden aan de aanbodzijde worden bediend door commerciële partijen die in de afgelopen jaren zich gericht hebben op de ontwikkeling van dat aanbod? Klopt het dat er ook andere aanbieders in deze markt zijn, die al langere tijd vergelijkbare diensten op het gebied van data-ontsluiting en datascience aanbieden aan telecomoperators in Nederland en daarbuiten? Kan de Minister aangeven of het CBS dezelfde of vergelijkbare diensten met verwerking van telecomdata aanbiedt, aan dezelfde of vergelijkbare afnemers, als die al door andere aanbieders in de markt werden aangeboden? Zo ja, hoe beoordeelt de Minister dat?

De leden van de CDA-fractie lezen in het Strategisch Meerjarenprogramma dat het CBS diverse betaalde diensten in verschillende vormen (zoals interactieve monitors of dashboards) wil gaan aanbieden, als «trusted third party» wil gaan optreden, informatie op basis van GSM-data wil ontsluiten en open data voor andere overheidsinstanties wil ontsluiten. Bovendien wordt op pagina 11 gesproken over data-extractie. Kan de Minister aangeven waarom hier steeds een taak ligt voor het CBS? Op pagina 24 van het Strategisch Meerjarenprogramma staat dat het CBS niet zelf alle investeringen zal kunnen bekostigen die nodig zijn voor de vernieuwing van de data-infrastructuur. Een deel zal gedragen moeten worden door externe partijen die profiteren van de verbeterde en nieuwe datadiensten, zo lezen deze leden. Treedt het risico hierdoor niet op dat CBS in concurrentie zal treden met private partijen omdat er additionele bijdragen van derden nodig zijn?

Tot slot zijn leden van de CDA-fractie benieuwd of als het Strategisch Meerjarenprogramma ongewijzigd wordt goedgekeurd, de in de gestelde vragen geschetste risico’s dan doorgang zullen vinden. Zo ja, hoe kijkt de Minister ertegenaan om de goedkeuring van het Strategisch Meerjarenprogramma aan te houden of in te stemmen onder voorwaarde dat extra waarborgen worden opgenomen, met het CBS te overleggen over aanpassing van het Strategisch Meerjarenprogramma en de Kamer over de uitkomst daarvan te informeren? Deze leden hebben verder begrepen dat het kabinet wettelijk verplicht is om het Strategisch Meerjarenprogramma binnen acht weken na aanbieding aan de Kamer goed te keuren. Klopt het dat dit uiterlijk 7 mei 2018 is? Zo ja, is de Minister, omdat deze datum al snel is en in het meireces valt, bereid de goedkeurig voorlopig aan te houden zodat de Kamer nog de mogelijkheid heeft zich er over uit te spreken indien zij dat wenst via een Verslag Schriftelijk Overleg (VSO) na beantwoording van dit schriftelijke overleg?

II Antwoord/Reactie van de Minister

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie vragen om een nadere toelichting op de samenwerking tussen het CBS en private partijen bij het gebruik van registraties. Vervolgens willen de leden van de VVD-fractie weten of er altijd sprake is van samenwerking en op welke manier het CBS de registraties verkrijgt wanneer er geen sprake is van samenwerking. Ook willen de leden van de VVD-fractie weten of bij het ontbreken van samenwerking toestemming van private partijen vereist is om de registraties te verkrijgen en of deze toestemming ook aan private partijen wordt gevraagd.

Om officiële statistiek, die volledig en betrouwbaar is, te kunnen maken dient het CBS te beschikken over relevante informatie en bronnen. Daartoe heeft het CBS op grond van de Wet op het CBS toegang tot overheidsregistraties en tot een aantal registraties van private partijen. Dat stelt het CBS in staat om tegen minimale administratieve lasten statistische informatie te maken. In het geval het CBS informatie nodig heeft voor de uitvoering van zijn wettelijke taak die niet kan worden verkregen uit overheidsregistraties, zijn bedrijven en instellingen op grond van de CBS-wet verplicht die aan het CBS te leveren. Dat kan door middel van het invullen van enquêtes, maar ook via de levering van een registratie. Overwegingen voor deze keuze zijn daarbij dat lastendruk en/of kosten kunnen worden bespaard. Voor gebruik van registraties van private partijen waarvoor geen leveringsverplichting geldt, is altijd de medewerking van de desbetreffende partij nodig en vindt gebruik dus plaats op basis van samenwerking. Maar ook bij een leveringsverplichting is het goed gebruik om afspraken te maken.

De leden van de VVD-fractie vragen om toelichting hoe de prijs voor de door gebruikers bekostigde statistieken wordt bepaald en of ik kan aangeven door wie deze prijs wordt bepaald. Vervolgens willen de leden van de VVD-fractie weten of het CBS hierbij voldoet aan de vereisten die worden gesteld in (de gedragsregels van) de Wet Markt en Overheid.

Het is de wettelijke taak van het CBS om van overheidswege statistisch onderzoek te verrichten ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap. Deze statistieken worden ofwel bekostigd uit het basisbudget ofwel direct via overheidsorganisaties die behoefte hebben aan een bepaalde statistiek. Het CBS brengt voor de werkzaamheden die niet worden bekostigd uit het basisbudget in principe de integrale kosten in rekening. De integrale kosten worden bepaald door de bestede uren te vermenigvuldigen met een uurtarief, gebaseerd op de integrale kostprijs per uur. Deze integrale kostprijs omvat de loonkosten van de medewerkers en opslagen voor onder meer IT, huisvesting en overhead. Het CBS berekent zowel het aantal bestede uren als de hoogte van de kostprijs. Hierop vindt accountantscontrole plaats. Aangezien het CBS door statistiekvoorziening aan overheden zijn wettelijke taak uitvoert, is de Wet Markt en Overheid (hoofdstuk 4B van de Mededingingswet) niet van toepassing.

Het CBS kan conform artikel 5 van de Wet op het CBS ook incidenteel werkzaamheden uitvoeren voor private partijen. Daarop is de Wet Markt en Overheid wel van toepassing. In dat geval worden de hiervoor toegelichte integrale kosten doorberekend conform (de gedragsregels van) de Wet Markt en Overheid.

De leden van de VVD-fractie verwelkomen de uitbreiding van de rol van het CBS als opendataknooppunt voor overheidsgegevens. De leden van de VVD-fractie vragen hoe het staat met het ter beschikking stellen van data door leveranciers, zoals overheden, aan het CBS.

Het CBS heeft volledige toegang tot alle overheidsregistraties conform artikel 33 van de Wet op het CBS. In het geval het CBS informatie nodig heeft voor de uitvoering van zijn wettelijke taak die niet kan worden verkregen uit overheidsregistraties, leveren bedrijven en instellingen op grond van de CBS-wet de informatie aan het CBS. Het CBS bewerkt deze data tot statistieken die vervolgens als open data voor hergebruik door derden beschikbaar komen. De open data worden via het CBS opendataportaal (StatLine) beschikbaar gesteld. Het CBS was één van de eerste partijen in Nederland die al zijn (eigen) statistische gegevens als open data beschikbaar stelde. Daarnaast helpt het CBS, op basis van kennis van het verwerken van (nieuwe vormen van) data en de ervaring rond het veilig beschikbaar stellen van open data andere overheidsorganisaties bij het beheer, het werken met en het beschikbaar stellen van hun datasets.

Het CBS is daarmee één van de organisaties die bijdraagt aan de beschikbaarstelling van hoogwaardige en betrouwbare open data en daarin als knooppunt functioneert. Overigens kunnen overheidsinstellingen ook zelf hun data als open data aanbieden via het overheidsportaal https://data.overheid.nl/ . Op deze website worden alle beschikbare en herbruikbare data van de Nederlandse overheid aangeboden.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie vragen wat de definitie is van zo’n «nieuwe behoefte» (pagina 11 en 28 van het Strategisch Meerjarenprogramma) en of ik het een «nieuwe behoefte» acht als een dienst voor bijvoorbeeld een decentrale overheid al door een commerciële marktpartij wordt verricht. De leden van de CDA-fractie vragen verder hoe private partijen worden betrokken bij het beoordelen van nieuwe diensten van het CBS, om te voorkomen dat CBS diensten zal aanbieden die private partijen al aanbieden of in ontwikkeling hebben om te gaan aanbieden. Ook willen de leden weten of ik bekend ben met klachten van private partijen dat concurrentieverstorende activiteiten worden verricht door het CBS en indien dat het geval is of ik kan aangeven waar die klachten om draaien. Tenslotte willen de leden van de CDA-fractie weten of er onderzoek is gedaan naar de mate waarin private partijen eventuele concurrentieverstoring ondervinden als gevolg van marktgedrag van het CBS op de markten die de private partijen reeds bedienen en indien dat niet het geval is of ik bereid ben dat onderzoek alsnog te doen?

De wetgever heeft de productie van officiële statistieken voor de overheid belegd bij een centrale onafhankelijke overheidsinstelling. De directeur-generaal van het CBS heeft ten behoeve van het Strategisch Meerjarenprogramma 2019–2023 de behoeften naar statistieken in de maatschappij en in het bijzonder bij departementen en decentrale overheden geïnventariseerd. Op basis hiervan heeft hij, in overleg met de Raad van Advies van het CBS, bepaald welke statistieken het CBS maakt om aan die behoeften tegemoet te komen. Veel overheidsorganisaties hebben naast de informatie uit het reguliere programma, behoefte aan specifiekere of aanvullende informatie (nieuwe behoeften). Bij decentrale overheden bijvoorbeeld gaat het onder meer om het verbijzonderen van landelijke statistieken naar regio’s en steden. Het valt onder de wettelijke taak van het CBS om daarin te voorzien.

Hoewel ik op dit moment geen aanleiding heb om te veronderstellen dat het CBS buiten de wettelijke kaders treedt, kan het bij het uitvoeren van zijn wettelijke taak gebeuren dat het CBS statistische activiteiten uitvoert die werkzaamheden van marktpartijen op één of andere wijze raken. Het is bekend dat incidenteel marktpartijen aangeven nadeel te ondervinden van de officiële statistiek die het CBS maakt. Dit heeft mijn aandacht. Ik vind dat het CBS altijd een afweging moet maken over zijn werkzaamheden die onder andere zou moeten afhangen van de inherente inhoudelijke samenhang van de overlappende activiteit met de overige activiteiten van het CBS, de kwaliteit en de toegankelijkheid van de privaat aangeboden informatie en het publieke karakter van het terrein waarop de informatie betrekking heeft. Omdat de toenemende beschikbaarheid van data in de toekomst vaker tot een dergelijke samenloop kan leiden, zal ik met het CBS een traject starten om te bezien in hoeverre de huidige wettelijke en beleidsmatige kaders aansluiten bij de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Overigens is het aan de rechter om in individuele gevallen te oordelen over klachten waarin wordt aangegeven dat de statistische informatievoorziening van het CBS aan praktijk, beleid en wetenschap als concurrentieverstorend wordt ervaren.

De leden van de CDA-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat het CBS eerst uit hoofde van haar publieke rol kennis neemt van (nieuwe) producten en aanbod van andere private partijen (bijvoorbeeld door overleg of samenwerking met die partijen), om die kennis daarna in te zetten voor eigen, soortgelijke dienstverlening die CBS zelf aanbiedt, bijvoorbeeld aan overheden die ook de potentiële klanten zijn van dezelfde private partijen, of reeds door die private partijen bediend worden? De leden willen ook weten op welke wijze waarborgen kunnen worden opgenomen om dit te voorkomen en hoe wordt toegezien op de naleving daarvan en welke waarborgen de Wet Markt en Overheid hierbij biedt? De leden van de CDA-fractie vragen tenslotte of ik kan aangeven hoe wordt geborgd dat CBS geen gratis diensten kan aanbieden die marktpartijen ook leveren, waardoor zij moet concurreren tegen gratis producten van overheidsdiensten.

Ik juich het toe dat het CBS open staat voor nieuwe innovatieve manieren om statistieken te maken waaraan maatschappelijke behoefte bestaat, zodat dit efficiënter kan en de statistieken kwalitatief beter worden. Kennis van private partijen wordt beschermd via octrooien en wetten ter bescherming van bedrijfsgeheimen. Controle op naleving vindt plaats via de rechter.

Voor statistiekvoorziening aan overheden is de Wet Markt en Overheid niet van toepassing. Het CBS brengt voor de werkzaamheden die het binnen zijn wettelijke taak uitvoert en die niet worden bekostigd uit het basisbudget de integrale kosten in rekening. Het CBS publiceert alle uitkomsten van statistische onderzoeken als open data. Private partijen kunnen deze gegevens weer gebruiken om eigen producten en diensten te ontwikkelen. Het CBS is conform artikel 5 van de Wet op het CBS ook gerechtigd incidenteel werkzaamheden uit te voeren voor private partijen. Daarop is de Wet Markt en Overheid wel van toepassing. In dat geval worden de integrale kosten doorberekend zodat het CBS voldoet aan de vereisten die worden gesteld in (de gedragsregels van) de Wet Markt en Overheid.

De leden van de CDA-fractie vragen of ik bekend ben met de markt voor statistische werkzaamheden op basis van data uit mobiele telefonie of datanetwerken en of het klopt dat deze markt aan de vraagzijde vooral bestaat uit decentrale overheden en dat deze overheden aan de aanbodzijde worden bediend door commerciële partijen die in de afgelopen jaren zich gericht hebben op de ontwikkeling van dat aanbod. Ook willen de leden weten of het klopt dat er ook andere aanbieders in deze markt zijn, die al langere tijd vergelijkbare diensten op het gebied van data-ontsluiting en datascience aanbieden aan telecomoperators in Nederland en daarbuiten. De leden van de CDA-fractie vragen mij aan te geven of het CBS dezelfde of vergelijkbare diensten met verwerking van telecomdata aanbiedt, aan dezelfde of vergelijkbare afnemers, als die al door andere aanbieders in de markt werden aangeboden. Indien dit het geval is willen de leden weten hoe ik dat beoordeel.

Om, conform zijn wettelijke taak, te voorzien in de behoeften van beleid, onderzoekt het CBS onder meer de toepassingsmogelijkheden van mobiele telefoniegegevens voor officiële statistieken. Hiermee verwacht het CBS onder andere bestaande statistieken kwalitatief en kwantitatief te verbeteren. Het onderzoek naar mobiele telefoniedata bevindt zich nog niet in een fase dat er al officiële statistieken mee worden gemaakt of gepubliceerd. Het is mij bekend dat commerciële partijen statistische werkzaamheden aanbieden op basis van data uit mobiele telefonie of datanetwerken die raken aan de officiële statistieken van het CBS. Zoals hiervoor toegelicht zal ik, omdat dergelijke situaties in de toekomst vaker kunnen voorkomen, met het CBS een traject starten om te bezien in hoeverre de huidige wettelijke en beleidsmatige kaders aansluiten bij de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen.

De leden van de CDA-fractie vragen mij aan te geven waarom er een taak ligt voor het CBS wanneer het CBS optreedt als «trusted third party», informatie op basis van GSM-data wil ontsluiten, open data voor andere overheidsinstanties ontsluit en spreekt over data-extractie in het Strategisch Meerjarenprogramma. De leden vragen of het risico optreedt dat het CBS in concurrentie zal treden met private partijen, omdat er additionele bijdragen van derden nodig zijn voor de vernieuwing van de data-infrastructuur.

Het CBS geeft zelf onafhankelijk invulling aan zijn publieke taak, binnen de daarvoor opgestelde wettelijke kaders. Het is uiteraard mogelijk dat commerciële partijen diensten aanbieden die raken aan de officiële statistieken van het CBS. Uit de inventarisatie van de behoeften van met name overheidsorganisaties, blijkt dat de behoefte aan kwalitatief hoogwaardige statistische informatie blijft toenemen. In de aangehaalde voorbeelden geeft het CBS aan hoe het aan deze behoeften tegemoet zal komen in de komende periode door middel van uitbreiding, verbetering, breder gebruik of beter begrip en daardoor beter gebruik van statistische informatie.

Tot slot zijn leden van de CDA-fractie benieuwd of als het Strategisch Meerjarenprogramma ongewijzigd wordt goedgekeurd, de in de gestelde vragen geschetste risico’s dan doorgang zullen vinden. Indien dit het geval is vragen de leden hoe ik ertegen aan kijk om de goedkeuring van het Strategisch Meerjarenprogramma aan te houden of in te stemmen onder voorwaarde dat extra waarborgen worden opgenomen, met het CBS te overleggen over aanpassing van het Strategisch Meerjarenprogramma en de Kamer over de uitkomst daarvan te informeren. Ook vragen de leden van de CDA-fractie of het klopt dat het Strategisch Meerjarenprogramma uiterlijk 7 mei 2018 goed moet keuren en of ik, omdat deze datum al snel is en in het meireces valt, bereid ben de goedkeurig voorlopig aan te houden zodat de Kamer nog de mogelijkheid heeft zich er over uit te spreken indien zij dat wenst via een Verslag Schriftelijk Overleg (VSO) na beantwoording van dit schriftelijke overleg.

In de CBS-wet is bepaald dat de directeur-generaal van het CBS onafhankelijk het Meerjarenprogramma vaststelt. Mijn rol en bevoegdheden in dezen zijn vastgelegd in de CBS-wet (artikel 14 lid 4, 5 en artikel 17 lid 1) en luiden als volgt:

«De Minister bepaalt, in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers zijn standpunt over de ter verwezenlijking van het meerjarenprogramma te vervullen financiële en organisatorische voorwaarden. De Minister geeft binnen acht weken na bepaling van het standpunt een beschikking omtrent de goedkeuring van het meerjarenprogramma. De goedkeuring wordt uitsluitend onthouden aan het meerjarenprogramma indien dat naar het oordeel van de Minister niet past binnen de financiële en organisatorische voorwaarden.»

Zoals ook blijkt uit bovenstaande antwoorden heeft het CBS naar mijn mening voldaan aan deze eisen. Tegelijk met het naar u versturen van mijn reactie op de schriftelijke vragen heb ik de goedkeurende beschikking voor het Strategisch Meerjarenprogramma 2019–2023 naar de directeur-generaal van het CBS gestuurd.