Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Incidentele suppletoire begroting BZK inzake Klimaat enveloppe regeerakkoord

34902 L VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vergaderjaar 2019-2020

L

Vastgesteld 15 oktober 2019

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning1 heeft kennisgenomen van de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 juni 2019 inzake de verduurzaming van basisscholen.2 Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de PVV-fractie de Minister op 5 juli 2019 vragen gesteld.

De Minister heeft bij brieven van 10 september en 14 oktober 2019 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning,
Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT/ALGEMENE ZAKEN EN HUIS VAN DE KONING

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Den Haag, 5 juli 2019

De commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning heeft kennisgenomen van uw brief van 6 juni 2019 inzake de verduurzaming van basisscholen.3 Met deze brief gaf u invulling aan toezegging T02693, die inhield dat u de constructie in Brabant die wordt gebruikt voor de verduurzaming van basisscholen zou onderzoeken en de Kamer daarover zou informeren. De commissie beschouwt deze toezegging als voldaan. Wel wensen de leden van de PVV-fractie u nog enkele vragen voor te leggen.

In de beantwoording wordt ten aanzien van de erfpachtleningen gesteld:

«Deze stichting koopt en verduurzaamt vervolgens (een deel van) het maatschappelijk vastgoed in de betreffende gemeente.»

Op deze manier wordt het vastgoed van de schoolbesturen vervreemd aan een stichting onder beheer van investeerders. Kan de Minister aangeven welke consequenties deze constructie heeft voor het juridisch eigendom van het vastgoed van schoolgebouwen gedurende de gehele duur van de constructie? Kan de Minister daarbij tevens aangeven welke gevolgen een eventueel faillissement van deze constructie en/of onderliggende stichtingen betekent voor het juridische eigendom van het vastgoed van de schoolgebouwen? Kan de Minister aangeven of zij risico’s ziet in het op een dergelijke wijze vervreemden van maatschappelijk vastgoed aan (commerciële) investeerders? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? Kan de Minister aangeven in hoeverre zij het verantwoord acht dat de BNG Bank als overheidsbank investeert in deze commerciële vastgoedconstructie en hoe deze overheidsbank omgaat met eventuele risico’s ten aanzien van het maatschappelijk vastgoed?

De commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag vóór het einde van het zomerreces van de Kamer.

De voorzitter van de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning,
B.O. Dittrich

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 september 2019

Hierbij bericht ik u, dat de aan mij gestelde schriftelijke vragen van de leden van de PVV-fractie over de toezegging «Constructie verduurzaming basisscholen» (ingezonden op 5 juli 2019, met kenmerk 165076.01u) niet, zoals u in uw brief heeft verzocht, vóór het einde van zomerreces van de Kamer kunnen worden beantwoord.

Voor de beantwoording blijkt meer tijd nodig vanwege de zomerperiode en interbestuurlijke en ambtelijke afstemming. De beantwoording zal naar verwachting begin oktober 2019 plaatsvinden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 oktober 2019

Hierbij zend ik u mijn reactie op de vragen vanuit de commissie BiZa over de toezegging «Constructie verduurzaming basisscholen» (uw kenmerk 165076.01u).

Vraag: Op deze manier wordt het vastgoed van de schoolbesturen vervreemd aan een stichting onder beheer van investeerders. Kan de Minister aangeven welke consequenties deze constructie heeft voor het juridisch eigendom van het vastgoed van schoolgebouwen gedurende de gehele duur van de constructie?

Antwoord:

Uit contact met de bij de constructie betrokken partijen valt af te leiden dat de schoolgebouwen aan een op te richten stichting worden verkocht, waarbij het juridische eigendom overgaat op de stichting. Tegelijkertijd wordt een recht van erfpacht gevestigd ten behoeve van de gemeente, die het schoolgebouw ter beschikking stelt aan het schoolbestuur. De gemeente en het schoolbestuur blijven gerechtigd tot gebruik van het vastgoed als schoolgebouw. De gemeente heeft het recht om na afloop van de erfpachtovereenkomst het schoolgebouw weer in eigendom te verkrijgen.

Vraag: Kan de Minister daarbij tevens aangeven welke gevolgen een eventueel faillissement van deze constructie en/of onderliggende stichtingen betekent voor het juridische eigendom van het vastgoed van de schoolgebouwen?

Antwoord:

Gelet op de specifieke vormgeving van de constructie wordt een faillissement van de op te richten stichting niet snel mogelijk geacht. Mocht toch het als theoretisch ingeschatte risico zich verwezenlijken, dan bevindt zich het blote eigendomsrecht (de juridische eigendom bezwaard met het recht van erfpacht) in de boedel van de stichting. Het faillissement tast het recht van erfpacht ten behoeve van de gemeente niet aan. Ook het terugkooprecht van de gemeente na afloop van de erfpachtovereenkomst blijft in beginsel in stand. In een voorkomend individueel geval zal het uiteindelijk aan de curator zijn om te beoordelen in hoeverre het terugkooprecht moet worden geduid.

Vraag: Kan de Minister aangeven of zij risico's ziet in het op een dergelijke wijze vervreemden van maatschappelijk vastgoed aan (commerciële) investeerders? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Deze projecten vinden onder de verantwoordelijkheid van gemeenten plaats. Risico’s kunnen van project tot project verschillen, de betreffende gemeenten hebben daarop het beste zicht. De risicoafweging van dergelijke projecten ligt derhalve ook bij de gemeenten.

Vraag: Kan de Minister aangeven in hoeverre zij het verantwoord acht dat de BNG Bank als overheidsbank investeert in deze commerciële vastgoedconstructie en hoe deze overheidsbank omgaat met eventuele risico's ten aanzien van het maatschappelijk vastgoed?

Antwoord:

Deze financiering is bedoeld voor verduurzaming van scholen, gemeentehuizen en andere openbare gebouwen. Dit past goed in het type beleggingen die BNG Bank doet ten dienste van de overheden om hen te helpen om te verduurzamen. Het feit dat BNG Bank hierbij geen hoge risicoposities inneemt blijkt onder meer uit de hoge ratings die de bank krijgt van de grote kredietbeoordelaars.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren

Noot 1: Samenstelling:Kox (SP), Koffeman (PvdD), Ganzevoort (GL), De Boer (GL), Van Hattem (PVV), Pijlman (D66), Rombouts (CDA), Schalk (SGP), Koole (PvdA). Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), Wever (VVD), Bezaan (VVD), Van der Burg (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Frentrop (FVD), Gerbrandy (OSF), Van der Linden (FvD), Meijer (VVD), Nanninga (FVD), Nicolaï (PvdD) (ondervoorzitter), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten).

Noot 2: Kamerstukken I 2018/19, 34 902, J.

Noot 3: Kamerstukken I 2018/19, 34 902, J.