Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Incidentele suppletoire begroting BZK inzake Klimaat enveloppe regeerakkoord

34902 M VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vergaderjaar 2019-2020

M

Vastgesteld 18 november 2019

De leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 en voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning2 hebben kennisgenomen van de brief3 van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 2 juli 2019 over de verslagen van de vergaderingen van de klimaattafels en het Klimaatberaad die al dan niet openbaar zijn gemaakt. Naar aanleiding hiervan is op 20 september 2019 een brief gestuurd aan de Minister.

De Minister heeft op 9 oktober en 15 november 2019 gereageerd.

De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier voor dit verslag,
De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT/ LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT EN VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT/ALGEMENE ZAKEN EN HUIS VAN DE KONING

Aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat

Den Haag, 20 september 2019

De leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) en voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief4 van 2 juli 2019 over de verslagen van de vergaderingen van de klimaattafels en het Klimaatberaad die al dan niet openbaar zijn gemaakt. De leden van de fractie van PVV hebben naar aanleiding hiervan nog een aantal vragen en opmerkingen.

In het verslag van de Tafelvergadering Landbouw en landgebruik van 14 maart 2019 (kenmerk KA-KK/095) wordt op p. 50–51 naar aanleiding van de aangenomen EK-motie over het openbaar maken van de verslagen en over een WOB-verzoek van een journalist het volgende aangegeven:

  • «–  Het zijn verschillende verzoeken met een verschillende timing en verschillende gronden van openbaarheid. De verzoeken zijn van gelijke aard en het? Rijk is van plan deze in samenhang te beoordelen.
  • – 

    Er moet een besluit worden genomen hoeveel informatie openbaar wordt gemaakt en op welk moment (vóór of na afronding van de gesprekken over het Klimaatakkoord).

    (...)

  • –  U wordt hierbij om uw zienswijze gevraagd. Waarbij u via de SER kunt aangeven welke passages u graag gelakt zou zien, op basis van de uitzonderingsgronden uit de Wob (omdat het bijvoorbeeld een persoonlijke beleidsopvatting betreft). De rijksoverheid beslist vervolgens welke passages eventueel worden gelakt.»

De leden van de PVV-fractie vragen u of u kunt aangeven in hoeverre de uitvoering van de motie is afgehandeld in samenhang met het WOB-verzoek. Kunt u aangeven in hoeverre ten aanzien van de beoordeling van de te verstrekken verslagen artikel 68 Grondwet als uitgangspunt is genomen, dan wel de kaders van Wob? Kunt u aangeven of door deelnemers aan de Klimaattafels/Klimaatberaad is verzocht om bepaalde passages te lakken? Zo ja, door welke deelnemende organisaties is dit verzocht en welke passages betreft dit? Zijn op basis van eventuele verzoeken passages gelakt en op welke gronden is dit ingewilligd? Zijn er zienswijzen ingediend door deelnemers? Zo ja, welke en door wie?

In het verslag van de sectortafel Gebouwde Omgeving van 7 mei 2019 wordt op p. 3 over de EK-motie gesteld: «De bedoeling is alleen dingen weg te lakken indien daar wettelijke gronden toe zijn.»

Kunt u aangeven op welke wettelijke gronden passages zijn weggelakt en hoe deze zich verhouden tot de uitvoering van de motie gelet op artikel 68 Grondwet?

Tevens wordt gesteld: «[weggelakt] herinnert eraan dat het overleg onder andere condities is begonnen. De voorzitter beaamt dat. Middels zienswijzen kan hopelijk tegemoet worden gekomen aan dit bezwaar.» Kunt u aangeven in hoeverre zienswijzen zijn gebruikt voor dit doel en hoe deze insteek zich verhoudt tot de in de motie gevraagde openbaarmaking?

Het verslag van de sectortafel Elektriciteit van 7 juni 2019 (kenmerk KA-E 251) stelt:

«EZK heeft voorgesteld alle namen in de verslagen weg te lakken zodat uitspraken niet tot personen herleidbaar zijn. [weggelakt] vindt dat een uitstekend idee. Dat scheelt werk in nalezen. De voorzitter stelt vast dat de aanwezigen akkoord gaan met deze ingreep waardoor de verslagen sterk geanonimiseerd worden. Zo wordt duidelijk dat de uitspraken niet op persoonlijke titel zijn gedaan, maar namens een organisatie.»

Kunt u aangeven in hoeverre de deelnemers aan de klimaattafels zelf invloed hebben gehad op de mate van verstrekking van informatie? In de verslagen zijn namen weggelakt, maar zijn passages evenwel niet te herleiden tot organisaties. Hierdoor is de context van veel passages volstrekt onduidelijk, wat volgens de leden van de PVV-fractie ten koste gaat van parlementaire controle. Niet voor niets is in de aangenomen Eerste Kamer-motie als overweging aangegeven: «dat het parlement vanuit haar controlerende taak moet kunnen toetsen welke belangen zijn ingebracht en afgewogen bij de klimaattafels». Bent u – mede gelet op de overweging in de aangenomen motie – bereid om bij passages waar de individuele personen zijn weggelakt, maar de organisaties ook niet zichtbaar zijn om alsnog de organisaties te benoemen? Zo nee, waarom niet?

In de verslagen van de sectortafel Gebouwde Omgeving wordt in sommige verslagen wél de naam van de organisatie in passages weergegeven, zoals de verslagen van 16 oktober, 27 november en 11 december 2018. De leden van de PVV-fractie constateren dat dit echter niet consequent gebeurt en ook niet in alle verslagen. Acht u het wenselijk dat de vermelding van de organisaties in de passages wél consequent moet gebeuren en dit gelet op de vanwege artikel 68 GW te verstrekken informatie aan het parlement zo volledig mogelijk dient te gebeuren? Bent u – zoals ook verzocht onder vraag 3c – bereid dit alsnog te doen?

Het kort verslag van de Industrietafel (breed) van 14 maart 2019 stelt op p. 61:

«de aangenomen motie van de Eerste Kamer die impliceert dat de verslagen van de tafelvergaderingen (niet de werkgroepen) openbaar worden gemaakt».

Kunt u aangeven waarom eventuele verslagen van onder de klimaattafels opererende werkgroepen niet onder de strekking van de motie zouden vallen? Kunt u aangeven of er verslagen van deze werkgroepen aanwezig zijn? Bent u bereid de verslagen van deze werkgroepen alsnog openbaar te maken? Zo nee, waarom niet?

Het verslag van de sectortafel Elektriciteit van 15 maart 2019 (kenmerk KA-E 221) stelt op p. 225:

«Geldt de openbaarmaking ook de subtafels? (...) De subtafels hebben een actiepuntenlijst waarvoor in principe eveneens openbaarheid geldt. Er is z.i. niets te verbergen, maar het gaat over de uitspraken van de deelnemers en de weergave.»

Kunt u bevestigen dat voor de actiepuntenlijsten en eventuele verslagen van de subtafels openbaarheid geldt? Bent u bereid betreffende documenten van de subtafels alsnog openbaar te maken? Zo nee, waarom niet?

Het verslag van het Klimaatberaad van 24 mei 2018 (kenmerk KA-KB/05) is vrijwel geheel weggelakt. Kunt u aangeven waarom de inhoud van dit verslag bijna volledig is weggelakt en op welke formele gronden? Kunt u aangeven hoe deze afscherming zich verhoudt tot de uitvoering van de motie en artikel 68 Grondwet? Bent u bereid om de inhoud van dit verslag alsnog openbaar te maken? Zo nee, waarom niet, zo vragen de leden van de PVV-fractie.

De leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) en voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 11 oktober 2019.

Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat/ Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
N.J.J. van Kesteren

Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat,
B.O. Dittrich

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 oktober 2019

Hierbij meld ik u dat vanwege de benodigde interdepartementale afstemming de vragen van uw fractie over de verslagen van de vergaderingen van de klimaattafels en het klimaat die al dan niet openbaar zijn gemaakt, niet binnen de daarvoor geldende termijn van zes weken aan uw Kamer kan worden verzonden.

Uw Kamer zal de beantwoording van de vragen zo spoedig mogelijk ontvangen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
E.D. Wiebes

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 november 2019

In reactie op mijn brief van 2 juli 2019 over de openbaarmaking van de verslagen van de vergaderingen van de klimaattafels en het overkoepelende Klimaatberaad hebben leden van de fractie van PVV van uw Kamer op 20 september jl. een aantal vragen gesteld.5 Deze vragen komen voort uit de motie Van Hattem c.s.6. In de brief geef ik hier antwoord op.
De motie Van Hattem c.s. ziet op het openbaar maken van alle verslagen van de vergaderingen van de klimaattafels en het Klimaatberaad; enerzijds ter uitoefening van haar controlerende taak door het parlement, anderzijds om transparant te zijn naar de Nederlandse burgers. Het uitgangspunt bij het uitvoeren van de motie is dan ook geweest het inlichten van uw Kamer en het algemeen belang van openbaarheid. Bij het openbaar maken van de verslagen is artikel 68 Grondwet in acht genomen evenals de uitleg die daaraan is gegeven in eerdere Kamerbrieven.7

Naast de motie is er in dezelfde periode een Wet openbaarheid bestuur (Wob)-verzoek ingediend over het Klimaatakkoord. Een deel van het Wob-verzoek had ook betrekking op de documenten waar de motie van uw Kamer op zag. Dit deel van het Wob-verzoek is afgedaan door te verwijzen naar de openbaar gemaakte verslagen in reactie op uw motie.

Zoals eerder aangegeven in reactie op de motie Van Hattem c.s. acht het kabinet het in algemene zin niet wenselijk om verslagen van onderhandelingen openbaar te maken. Echter, gezien de grote maatschappelijke impact van het klimaatbeleid heeft het kabinet bereidheid uitgesproken zoveel als mogelijk transparant te zijn over het verloop van de gesprekken die hebben geleid tot het Klimaatakkoord. Daarom is er ook gehoor gegeven aan de motie Van Hattem c.s. door het openbaar maken van alle verslagen van de klimaattafels en het Klimaatberaad op www.klimaatakkoord.nl. Dit uiteraard in afstemming met de partijen die betrokken zijn het Klimaatakkoord.

De deelname aan de klimaattafels was in de veronderstelling van vertrouwelijkheid.8 Dit is mede de reden dat er bij het openbaar maken een zorgvuldig proces is gehanteerd, waarbij de betrokken partijen hun zienswijze hebben kunnen geven. Op basis van de zienswijzen van partijen is door het kabinet een zelfstandige afweging gemaakt over het al dan niet weglaten van bepaalde gegevens, waarbij zoals hiervoor aangegeven, zo veel mogelijk openbaarheid het uitgangspunt is geweest.

Ik zie geen aanleiding om meer informatie openbaar te maken in aanvulling op wat het kabinet al openbaar gemaakt heeft. Ook zie ik geen reden om reeds openbaar gemaakte stukken te herzien. Zo wordt gevraagd om openbaarmaking van de conclusies van onderliggende werkgroepen en subtafels. Deze conclusies zijn echter besproken aan de klimaattafels en komen terug in de verslagen van deze tafels en zijn daarmee te vinden in de reeds openbaar gemaakte documenten.

In de vragen van uw Kamer wordt gewezen op het verschil in verslaglegging per tafel. Zo heeft de ene tafel de organisatie genoemd in het verslag terwijl een andere tafel de naam van de vertegenwoordiger van een organisatie noemt. De verslagen verschillen om deze reden en het is daardoor moeilijker om sommige uitspraken te herleiden tot een organisatie. Dit is het gevolg van een verschillende manier van notuleren. Ik kan niet voldoen aan het verzoek om alsnog de organisaties waar relevant te benoemen, omdat ik dan de SER zou moeten verzoeken de verslagen, zoals deze tijdens het proces zijn gemaakt, te herschrijven.

Het Klimaatakkoord is inmiddels vastgesteld.9 Samen met de partijen gaat dit kabinet nu aan de slag met het uitvoeren van de afspraken uit het Klimaatakkoord, om zo de doelstelling van 49% emissiereductie in 2030 te behalen. Ik zie er naar uit in de toekomst met uw Kamer in gesprek te gaan over de weg naar het behalen van dit doel.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
E.D. Wiebes

Noot 1: Samenstelling Economische Zaken en Klimaat/Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:Koffeman (PvdD), Faber-van de Klashorst (PVV), Van Strien (PVV), Gerkens (SP), Atsma (CDA), N.J.J. van Kesteren (CDA) (voorzitter), Pijlman (D66), Schalk (SGP), Klip-Martin (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), De Blécourt-Wouterse (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Gerbrandy (OSF), Van Gurp (GL), Van Huffelen (D66), Huizinga-Heringa (CU), Kluit (GL), van der Linden (FVD) (ondervoorzitter), Meijer (VVD), Otten (Fractie-Otten), Van Pareren (FVD), Prins-Modderaar (CDA), Recourt (PvdA), Vendrik (GL)

Noot 2: Samenstelling Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis van de Koning:Kox (SP), Koffeman (PvdD), Ganzevoort (GL), De Boer (GL), Van Hattem (PVV), Pijlman (D66), Rombouts (CDA), Schalk (SGP), Koole (PvdA). Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), Wever (VVD), Bezaan (VVD), Van der Burg (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Frentrop (FVD), Gerbrandy (OSF), Van der Linden (FvD), Meijer (VVD), Nanninga (FVD), Nicolaï (PvdD) (ondervoorzitter), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten)

Noot 3: Kamerstukken I, 2018–2019, 34 902, K.

Noot 4: Kamerstukken I, 2018–2019, 34 902, K.

Noot 5: Kenmerk 193913.06u.

Noot 6: Kamerstuk 34 902, F.

Noot 7: Kamerstuk 28 362, nr. 2 en Kamerstuk 28 362, nr. 8

Noot 8: Kamerstukken I, 2018/19, 34 902, I.

Noot 9: Kamerstukken I, 2018/10, 32 813, H.