Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds 2019

35000 XIV L VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vergaderjaar 2019-2020

L

Vastgesteld 27 januari 2020

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 hebben kennisgenomen van de brief2 van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 17 juni 2019 inzake het realisatieplan «Op weg met nieuw perspectief» van de LNV-visie «Waardevol en Verbonden». De commissie heeft op 16 december 2019 hierover enkele vragen gesteld.

De Minister heeft op 27 januari 2020 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT/LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Den Haag, 16 december 2019

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief3 van 17 juni 2019 inzake het realisatieplan «Op weg met nieuw perspectief» van de LNV-visie «Waardevol en Verbonden». De commissie besloot op 19 november 2019, na het informele kennismakingsgesprek dat zij met u heeft gehouden op 12 november 2019, nog een aantal vragen hierover te stellen. De leden van de fracties van GroenLinks, PvdA en Partij voor de Dieren hebben de volgende vragen en opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks

De leden van de fractie van GroenLinks kijken positief aan tegen de landbouwvisie en het concept van kringlooplandbouw dat daar geschetst is. Deze leden waarderen de richting waarin u wenst te gaan. Tegelijkertijd constateren zij dat het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met enige regelmaat geconfronteerd wordt met misstanden in de sector. En dat het ministerie daardoor telkens wordt afgeleid van de lange termijn. Kunt u een appreciatie geven van hoe de landbouwvisie bijdraagt aan een grotere weerbaarheid in de sector tegen misstanden/crises en kunt u tevens aangeven welke instrumenten uit de landbouwvisie kunnen helpen om deze misstanden te voorkomen of versneld tegen te gaan? Welke middelen zijn hiervoor nodig en zijn deze beschikbaar?

Afgelopen jaren, wellicht zelfs decennia, wordt de landbouwsector met enige regelmaat geconfronteerd met crises. Hoewel de oorzaken van de verschillende crises uiteenlopend zijn, wisselend van gezondheid, dierziekten tot milieuaspecten, lijken er steeds twee rode draden te zijn: a) De onderliggende oorzaak was vaak al langer bekend en erkend als problematisch, maar de regering slaagde er niet in om op tijd regels te stellen zodat spoedingrepen werden voorkomen, en b) de hieruit voortkomende spoedmaatregelen werden met grote urgentie (grotendeels) op het bord van individuele boeren belegd. Het is naar de mening van de leden van de GroenLinks-fractie dan ook niet gek dat de frustraties daar groot zijn.

Ook op dit moment is het Ministerie van LNV zwaar belast met urgente problemen, dit keer met de stikstofcrisis. Terwijl het onomstreden is dat de landbouwvisie een zeer belangrijk instrument is om de vele problemen in de landbouwsector het hoofd te bieden en boeren een betrouwbaar toekomstperspectief te bieden, en dus juist versnelde uitrol belangrijk is, gaat weer veel tijd verloren. Daarom hebben de leden van de GroenLinks-fractie de volgende vragen. Wat kunt u doen om ervoor te zorgen dat het verder uitwerken van de landbouwvisie naar beleid en maatregelen komende jaren niet strandt in capaciteitsverlies door het oplossen van de stikstofcrisis? Kunt u een overzicht geven van de mogelijke oplossingen om de capaciteit en aandacht op uw ministerie evenwichtig te verdelen tussen het oplossen van de korte termijn-problemen en de voortgang van de realisatie van de landbouwvisie?

Hoe kijkt u aan tegen de samenhang van verschillende opgaven die op uw bordje zijn gekomen en de realisatie van de landbouwvisie? Denk hierbij aan stikstof, het klimaatplan, EU-landbouwbeleid etc. De leden van de GroenLinks-fractie zijn van mening dat zowel financieel als inhoudelijk er veel voordelen te behalen zijn als deze opgaven integraal en samenhangend worden opgepakt. Kunt u een overzicht geven van welke maatregelen van de stikstofaanpak ook kunnen bijdragen aan de realisatie van klimaatopgaven, de landbouwvisie en daarnaast ook versterkt kunnen worden door de inrichting van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van PvdA

De leden van de fractie van de PvdA hebben met instemming kennisgenomen van het realisatieplan, en dan met name de hierin opgenomen visie. In de notitie staan vele goede aanzetten en voornemens. Deze leden realiseren zich dat de uitwerking deze Kamer nog in vele wetten en regelingen zal passeren. Toch missen zij urgentie in de plannen die dit kabinet nog zal nemen. Voortvarende realisatie van de voorgenomen maatregelen is noodzakelijk en dit wint iedere dag aan urgentie. Juist deze urgentie missen deze leden in de notitie. Noodzakelijke en moeilijke keuzes over verdelingsvragen worden (nog) niet gemaakt. De leden van de PvdA-fractie vragen u daarom in aanvulling op het realisatieplan, waarin voor de periode tot 2021 vooral voorbereidende en procedurele maatregelen zijn opgenomen, een overzicht te geven, inclusief tijdspad van de concrete maatregelen, waarin inhoudelijke keuzes en meetbare doelstellingen zijn vervat, die zullen volgen nog binnen deze kabinetsperiode.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennisgenomen van het realisatieplan «Op weg met nieuw perspectief» van de LNV-visie «Waardevol en Verbonden», waarin u de ambitie uitspreekt dat Nederland in 2030 koploper is in kringlooplandbouw. Zij hebben daar nog enkele vragen over.

Kringlooplandbouw is een systeem waar niemand op tegen kan zijn, ook de leden van de Partij voor de Dieren-fractie niet. Deze leden zijn echter van mening dat u in dit realisatieplan te weinig principiële keuzes maakt en teveel leunt op losse projecten en pilots. Een duidelijke visie met samenhangend beleid ontbreekt. Terwijl de biodiversiteit de afgelopen decennia met 85% is verminderd en de natuur wordt bedekt met een dikke laag stikstof, leidt dit niet tot de acties die volgens deze leden zo nodig zijn. Het plan is een samenraapsel van voornemens, pilots, taskforces en een bloemlezing van initiatieven die reeds lopen. De ecologische crisis waarin Nederland zich bevindt wordt grotendeels veroorzaakt door de intensieve landbouw en veeteelt. Die crisis kan alleen worden aangepakt door krimp van de veestapel, maar daarover wordt in het plan met geen woord gerept. Hoe ziet u dit? Kringlooplandbouw zonder krimp is volgens deze leden slechts symptoombestrijding, zonder de oorzaak aan te pakken.

In het realisatieplan worden geen concrete maatregelen voor het afbouwen of verbieden van landbouwgif genoemd. Nederland is in Europa koploper bij het gebruik van landbouwgif. Wat zijn uw plannen als het gaat om het uitbannen van glyfosaat en het stoppen met het gebruik van neonicotinoïden?

In het realisatieplan wordt niet gesproken over dierenwelzijn. Is dat een bewuste keuze van u? Zo ja, kunt u toelichten waarom u dat onderwerp niet betrekt bij de ambities voor kringlooplandbouw?

Nederland is achterblijver op het gebied van biologische landbouw: slechts 3,3% van de landbouwgrond wordt biologisch bewerkt. Biologische boeren zijn de pioniers op het gebied van kringlooplandbouw, dragen niet bij aan het mestoverschot en werken samen aan de natuur. Hoewel bioboeren wel onder de noemer «innovatie» worden geschaard, wordt in het plan geen ambitie uitgesproken om het biologisch landbouwareaal te vergroten, zo constateren de leden van de Partij voor de Dieren-fractie. Kunt u dit toelichten?

Tot slot, in het realisatieplan benoemt u de consequenties van circulaire landbouw voor de internationale handel. Over de import schrijft u: «Nederland importeert veel agrarische producten en ook in 2030 zal een deel van de producten in de Nederlandse schappen nog uit of via het buitenland komen. Toewerken naar een circulaire land- en tuinbouw in Nederland betekent daarom ook toewerken naar verdere verduurzaming van de import, oftewel de herkomst van deze agrarische producten» (blz. 33). Hoe verhoudt het realisatieplan zich tot het sluiten van vrijhandelsverdragen met de Mercosur-landen en Canada? De positieve impact van kringlooplandbouw wordt volgens de leden van de Partij voor de Dieren-fractie teniet gedaan wanneer u de deuren open zet voor goedkoop pluimvee en rundvlees uit landen waar de regelgeving op het gebied van voedselproductie en dierenwelzijn minder streng is dan de Nederlandse en Europese. Kringlooplandbouw, de Mercosur-deal en CETA zijn niet verenigbaar met elkaar, zo menen deze leden. Zij verzoeken u om een reactie.

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 10 januari 2020.

Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
N.J.J. van Kesteren

BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 januari 2020

Hierbij stuur ik uw Kamer de antwoorden op de vragen die zijn gesteld door de leden van de fracties van GroenLinks, PvdA en Partij voor de Dieren over het realisatieplan visie Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden (uw kenmerk: 163826.05u).

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.J. Schouten

GroenLinks

Kunt u een appreciatie geven van hoe de landbouwvisie bijdraagt aan een grotere weerbaarheid in de sector tegen misstanden/crises en kunt u tevens aangeven welke instrumenten uit de landbouwvisie kunnen helpen om deze misstanden te voorkomen of versneld tegen te gaan? Welke middelen zijn hiervoor nodig en zijn deze beschikbaar?

Antwoord

In de LNV-visie staat de systeembenadering centraal: de productie en consumptie van voedsel is alleen houdbaar op langere termijn bij een samenhangend gebruik van bodem, planten, dieren, water en andere cruciale variabelen in de natuurlijke leefomgeving. Een samenhangend gebruik wil zeggen dat de wederkerige relatie tussen al deze variabelen erkend en benut wordt: dat de variabelen niet zonder elkaar kunnen, dat het een niet ten koste mag gaan van de ander, en dat er geen sprake kan zijn van onherstelbare uitputting van een of meer van die variabelen. Dit maakt het tot een inherent weerbare landbouw. Met de vele beleidsinspanningen die in het realisatieplan zijn beschreven, wil het kabinet dit meer samenhangend gebruik uiteindelijk tot het nieuwe normaal maken. De in het realisatieplan beschreven maatregelen moeten eraan bijdragen dat het verdienvermogen van boeren in een meer circulaire economie verbetert (zie hoofdstukken 3 en 4 van het realisatieplan), dat er een grote diversiteit ontstaat van concrete invullingen van kringlooplandbouw (hoofdstuk 2 van het realisatieplan), dat kennisontwikkeling en innovatiekracht hierop gericht worden (hoofdstuk 4van het realisatieplan), en dat de Nederlandse landbouw zijn internationale voorbeeldfunctie hier volop voor gaat benutten (hoofdstukken 4 en 5 van het realisatieplan).

GroenLinks

Wat kunt u doen om ervoor te zorgen dat het verder uitwerken van de landbouwvisie naar beleid en maatregelen komende jaren niet strandt in capaciteitsverlies door het oplossen van de stikstofcrisis? Kunt u een overzicht geven van de mogelijke oplossingen om de capaciteit en aandacht op uw ministerie evenwichtig te verdelen tussen het oplossen van de kortetermijnproblemen en de voortgang van de realisatie van de landbouwvisie?

Antwoord

Voor het oplossen van de stikstofproblematiek is op mijn ministerie een apart DG ingericht en is er bij de bestaande DG’s opgeschaald, waarmee capaciteit is vrijgemaakt voor zowel de korte- als de langetermijnmaatregelen. In de laatste categorie is sprake van synergie met de inzet op de realisatie van de LNV-visie.

GroenLinks

Hoe kijkt u aan tegen de samenhang van verschillende opgaven die op uw bordje zijn gekomen en de realisatie van de landbouwvisie? Denk hierbij aan stikstof, het klimaatplan, EU-landbouwbeleid, etc. De leden van de GroenLinks-fractie zijn van mening dat zowel financieel als inhoudelijk er veel voordelen te behalen zijn als deze opgaven integraal en samenhangend worden opgepakt. Kunt u een overzicht geven van welke maatregelen van de stikstofaanpak ook kunnen bijdragen aan de realisatie van klimaatopgaven, de landbouwvisie en daarnaast ook versterkt kunnen worden door de inrichting van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid?

Antwoord

Uitgangspunt van de LNV-visie is een volhoudbare en toekomst vaste landbouw door een samenhangende benadering van de opgaven op het gebied van klimaat, bodem, biodiversiteit, grondstoffen en emissies. In lijn daarmee heeft het kabinet in de brief van 16 december jl. over de Voortgang Aanpak Stikstof (Kamerstuk 35 334, nr. 25) geschetst dat gekozen wordt voor een structurele aanpak vanuit een integrale benadering van het vraagstuk. Maatregelen in het kader van het stikstofvraagstuk worden genomen in samenhang met andere grote opgaven, zoals onder andere het Klimaatakkoord en kringlooplandbouw. Kern van deze aanpak is om samen met provincies en andere overheden te werken aan herstel en versterking van natuur en terugdringen van de stikstofemissie. Daarvoor neemt het Rijk blijvende maatregelen die de stikstofuitstoot bij de bron aanpakken. De landbouw kan een belangrijke bijdrage leveren aan een oplossing voor de stikstofproblematiek door het sluiten van kringlopen en het emissiearm maken van de landbouw. Begin 2020 zal het kabinet een maatregelenpakket voor de landbouw vaststellen. Zoals het realisatieplan aangeeft streef ook ik naar integraal, samenhangend beleid.

PvdA

De leden van de PvdA-fractie vragen u daarom in aanvulling op het realisatieplan, waarin voor de periode tot 2021 vooral voorbereidende en procedurele maatregelen zijn opgenomen, een overzicht te geven, inclusief tijdspad van de concrete maatregelen, waarin inhoudelijke keuzes en meetbare doelstellingen zijn vervat, die zullen volgen nog binnen deze kabinetsperiode.

Antwoord

Tijdens het kennismakingsgesprek dat ik op 12 november jl. met uw Commissie had, heb ik toegezegd om uw Kamer periodiek op de hoogte te houden van de voortgang van het realisatieplan van de LNV-visie. Dit is in lijn met de wijze waarop ik de Tweede Kamer hierover zal informeren. Daarin zal ik ingaan op hetgeen de PvdA-fractie vraagt, zoals op het concreet maken van doelen, het bieden van handelingsperspectief aan boeren en het benoemen van concrete instrumenten.

Partij voor de Dieren

De ecologische crisis waarin Nederland zich bevindt wordt grotendeels veroorzaakt door de intensieve landbouw en veeteelt. Die crisis kan alleen worden aangepakt door krimp van de veestapel, maar daarover wordt in het plan met geen woord gerept. Hoe ziet u dit? Kringlooplandbouw zonder krimp is volgens deze leden slechts symptoombestrijding, zonder de oorzaak aan te pakken.

Antwoord

De opvatting dat kringlooplandbouw zonder krimp van de veestapel «slechts symptoombestrijding» is, deel ik niet. Kringlooplandbouw betekent een andere oriëntatie van de gehele land- en tuinbouw en de context waarin deze werkt. Deze omslag is nodig om schadelijke emissies terug te dringen en zorgvuldiger met grondstoffen en hulpbronnen om te gaan. Krimp van de veestapel is daarbinnen geen doel op zich, maar kan een gevolg zijn. Het is belangrijk te voorkomen dat de noodzakelijke beweging naar verduurzaming stokt doordat de discussie zich eenzijdig toespitst op de omvang van de veestapel.

Partij voor de dieren

In het realisatieplan worden geen concrete maatregelen voor het afbouwen en verbieden van landbouwgif genoemd. (...) Wat zijn uw plannen als het gaat om het uitbannen van glyfosaat en het stoppen met het gebruik van neonicotinoïden?

Antwoord

In april jl. is de «Toekomstvisie gewasbescherming 2030; naar weerbare planten en teeltsystemen» naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstuk 27 858, nr. 449). Deze visie is opgesteld door de betrokken partijen4 onder regie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en is een onderdeel van mijn visie «Landbouw, Natuur en Voedsel: waardenvol verbonden». We zijn nu bezig met het opstellen van het uitvoeringsprogramma van de «Toekomstvisie gewasbescherming 2030». Dit uitvoeringsprogramma zal ik in het eerste kwartaal van 2020 naar de Tweede Kamer sturen.

De goedkeuring van de werkzame stof glyfosaat is eind 2017 voor een periode van 5 jaar hernieuwd, omdat uit de Europees geharmoniseerde wetenschappelijke beoordeling bleek dat veilig gebruik voor mens, dier en milieu mogelijk is. In het hierboven genoemde uitvoeringsprogramma zullen maatregelen worden opgenomen om het gebruik van glyfosaathoudende middelen drastisch terug te dringen.

Er gelden sinds 2018 restricties voor het gebruik van drie neonicotinoïden (clothianidine, imidacloprid en thiamethoxam). Deze werkzame stoffen mogen niet meer buiten gebruikt worden. Daarnaast is de goedkeuring van thiacloprid in oktober 2019 niet hernieuwd.

Partij voor de Dieren

In het realisatieplan wordt niet gesproken over dierenwelzijn. Is dat een bewuste keuze van u? Zo ja, kunt u toelichten waarom u dat onderwerp niet betrekt bij de ambities voor kringlooplandbouw?

Antwoord

In het realisatieplan is aangegeven dat dierenwelzijn onderdeel uitmaakt van de aanpak van de verduurzaming van de veehouderij (blz. 37 van het realisatieplan). Dat is een bewuste keuze omdat het welzijn van dieren een integraal onderdeel is van een toekomstvaste landbouw. Het is daarom ook een van de onderdelen van de meetlat die zowel in de visie als in het realisatieplan staat. Meer aandacht voor het sluiten van voer-mestkringlopen én voor het verdienvermogen in een meer circulair werkend landbouwsysteem bieden in combinatie met goed diermanagement een duurzame basis voor een hoog niveau van dierenwelzijn. Daarmee werk ik aan wat de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) in het jaarboek «De staat van het dier» zo treffend een «dierwaardige kringlooplandbouw» noemt.

Partij voor de Dieren

Hoewel bioboeren wel onder de noemer «innovatie» worden geschaard, wordt in het plan geen ambitie uitgesproken om het biologisch landbouwareaal te vergroten, zo constateren de leden van de Partij voor de Dieren-fractie. Kunt u dit toelichten?

Antwoord

De biologische landbouw is één van de vormen van een volhoudbare landbouw. Er zijn echter verschillende bedrijfsvormen waarmee de doelen uit de kabinetsvisie «waardevol en verbonden» via kringlooplandbouw kunnen worden gerealiseerd. We hebben ervoor gekozen om daar niet één vorm speciaal uit te lichten.

Partij voor de Dieren

Toewerken naar een circulaire land- en tuinbouw in Nederland betekent daarom ook toewerken naar verdere verduurzaming van de import, oftewel de herkomst van deze agrarische producten» (blz. 33). Hoe verhoudt het realisatieplan zich tot het sluiten van vrijhandelsverdragen met de Mercosur-landen en Canada? De positieve impact van kringlooplandbouw wordt volgens de leden van de Partij voor de Dieren-fractie teniet gedaan wanneer u de deuren open zet voor goedkoop pluimvee en rundvlees uit landen waar de regelgeving op het gebied van voedselproductie en dierenwelzijn minder streng is dan de Nederlandse en Europese.

Antwoord

De gewenste ontwikkeling naar duurzame landbouw en circulaire landbouwsystemen is kabinetsbreed beleid en vormt een integraal onderdeel van de Nederlandse inzet bij handelsakkoorden. Landbouwmarkten zijn internationaal en kringloopsystemen kunnen zich over nationale grenzen heen uitstrekken. Het kabinet streeft er dan ook naar om binnen het handels- en landbouwbeleid een goede balans te creëren.

Noot 1: Samenstelling:Koffeman (PvdD), Faber-van de Klashorst (PVV), Van Strien (PVV), Gerkens (SP), Atsma (CDA), N.J.J. van Kesteren (CDA) (voorzitter), Pijlman (D66), Schalk (SGP), Klip-Martin (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), De Blécourt-Wouterse (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Gerbrandy (OSF), Van Gurp (GL), Van Huffelen (D66), Huizinga-Heringa (CU), Kluit (GL), van der Linden (FVD) (ondervoorzitter), Meijer (VVD), Otten (Fractie-Otten), Van Pareren (FVD), Prins-Modderaar (CDA), Recourt (PvdA), Vendrik (GL)

Noot 2: Kamerstukken I, 2018–2019, 35 000 XIV, J.

Noot 3: Kamerstukken I, 2018–2019, 35 000 XIV, J.

Noot 4: Agrodis, Artemis, Ctgb, Cumela, Fedecom, LTO Nederland, Natuur en Milieu, Nefyto, NVWA, Plantum, Unie van Waterschappen, VEWIN en Ministerie van I&W