Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie van Buitenlandse Zaken 2019

35000 V I BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Vergaderjaar 2019-2020

I

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2019

In navolging van de toezegging van Minister president Rutte inzake de financiering van de Raad van Europa (34.775/TO2488) kan ik u het volgende berichten.

De Raad van Europa wordt gefinancierd uit de contributies die de 47 deelnemende landen betalen. Het budget voor de Raad van Europa voor 2019 bedraagt ruim euro 330 miljoen. Nederland betaalde in 2019 een netto bijdrage van euro 11.121.934.

Op 21 november jl. heeft het Comité van Ministers (CM) op niveau van permanente vertegenwoordigers in Straatsburg ingestemd met de begroting voor de Raad van Europa voor 2020 en 2021. De bijdragen van de lidstaten worden daarbij vastgesteld op basis van de jaarlijkse herberekening op grond van bevolkingsomvang en BNP, een verhoging met het inflatiepercentage en een extra bijdrage voor het Pensioenfonds van de Raad van Europa. De Nederlandse bijdrage zal in 2020 stijgen naar euro 11.577.902. Daarmee levert Nederland een substantiële financiële bijdrage aan de Raad. Nederland staat hiermee op de achtste plaats na VK, Duitsland, Frankrijk, Italië, Rusland, Spanje en Turkije.

Nederland geeft de Raad van Europa naast de verplichte bijdrage ook nog een vrijwillige bijdrage voor specifieke projecten. Daarbij gaat het onder meer om een bijdrage van euro 200.000 per jaar aan het Human Rights Trust Fund dat er op gericht is de toepassing van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens in lidstaten te verbeteren. Daarnaast draagt Nederland ook nog indirect bij via de vrijwillige bijdragen van de Europese Commissie.

Zoals aangegeven in de brief van 5 april 2019 is de Raad van Europa in zwaar financieel weer terecht gekomen, dat met name samenhing met het feit dat Rusland als lidstaat weigerde aan zijn contributiebetaling te voldoen.1

Zoals bekend volgde dit Russische besluit op twee resoluties van de Parlementaire Assemblée van de Raad van Europa (PACE) uit 2014 en 2015 waarmee de Russische delegatie in PACE hun stemrecht werd ontnomen als maatregel tegen de illegale annexatie van de Krim. Rusland besloot vervolgens zelf sinds 2016 geen delegatie meer af te vaardigen. Daarmee ontstond een impasse die het functioneren van de Raad van Europa in zijn geheel raakte. Deze impasse werd nog verdiept door de staking door Rusland van zijn contributiebetaling sinds medio 2017.

Nu Rusland sinds juni 2019 weer afgevaardigd is in PACE, heeft Rusland ook voldaan aan de achterstallige contributiebetaling over de jaren 2017, 2018 en 2019. Het bedrag dat nog resteert is de betaling van de rente over de verplichte bijdrage gedurende de periode dat de contributie niet betaald is. De verplichting om een dergelijke rente te betalen is vastgelegd in de financiële afspraken tussen de lidstaten.

Om in de toekomst een dergelijke impasse te voorkomen, wordt er gewerkt aan een gemeenschappelijke procedure van PACE, CM en de Secretaris-Generaal. Hiertoe werd besloten tijdens de ministeriële bijeenkomst van het CM in Helsinki op 16 en 17 mei 2019. Deze gemeenschappelijke procedure is bedoeld om te worden ingezet bij een ernstige schending van statutaire verplichtingen door een lidstaat. PACE zal naar verwachting de concept procedure tijdens de januari sessie behandelen.

Er zijn nog twee andere ontwikkelingen die een wissel hebben getrokken op de financiële situatie van de Raad van Europa. Ten eerste de Turkse stopzetting van de status van grootbetaler per 1 januari 2018 (van euro 33 miljoen naar euro 14 miljoen). Een tweede ontwikkeling is de jarenlange keuze voor de nominale nulgroei, waarbij de bijdrage van de lidstaten geen gelijke tred heeft gehouden met de inflatie. De Raad van Europa verliest hierdoor elk jaar een bedrag ter hoogte van de inflatie. Door een reële groei van het budget, waartoe op 21 november jl. door het CM is besloten, is de ontwikkeling van nominale nulgroei gestopt.

Ondanks dat de ergste financiële nood voorbij is nu Rusland de contributie heeft betaald, blijft een meer solide financiële situatie van belang. Dit impliceert onder meer dat er voortdurend gekeken moet worden naar mogelijkheden om de efficiency en de werkwijze van de organisatie te verbeteren. Nederland is derhalve voorstander van het treffen van een aantal maatregelen, en heeft het secretariaat van het CM gevraagd om voor de zomer van 2020 met een helder plan te komen. Nederland wil dit ook als voorwaarde stellen voor het continueren van de reële groei van het budget.

Zo is Nederland van mening dat er duidelijke keuzes moeten worden gemaakt als het gaat om de inzet van mensen en middelen, met focus op de kerntaken mensenrechten, democratie en rechtsstaat. Nederland zet zich voorts in voor een verdere versterking van de evaluatie van programma’s en een personeelsbeleid gericht op vernieuwing van de organisatie door herziening van de contracten en verdere stroomlijning van het secretariaat.

Nederland hecht – als één van de oprichters – veel waarde aan de Raad van Europa als een belangrijke hoeder van mensenrechten, democratie en rechtsstaat in heel Europa.

Nederland voelt dan ook een verantwoordelijkheid voor deze organisatie en in het bijzonder voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Nederland zal zich daarom blijven inzetten voor een goed functionerende Raad van Europa.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
S.A. Blok

Noot 1: Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, 20.043, nr. 119