Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

9. Nabestaanden

Algemene doelstelling

De overheid beschermt nabestaande partners en wezen voor zover nodig tegen de financiële gevolgen van het verlies van partner of ouders.

De overheid vindt dat mensen die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s) en die vanwege de zorg voor een kind of arbeidsongeschiktheid niet (volledig) in een eigen inkomen kunnen voorzien, verzekerd moeten zijn van financiële ondersteuning. Daarom regelt zij in deze gevallen op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) een nabestaandenuitkering voor de overblijvende partner en een wezenuitkering voor kinderen die beide ouders hebben verloren.

Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) recht op een uitkering.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinancierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:

  • •  De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;
  • •  De vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen;
  • •  De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door de SVB;
  • •  De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

Beleidswijzigingen

Verhoging uitkeringen Caribisch Nederland

In reactie op het onderzoek naar een ijkpunt voor de bestaanszekerheid voor Caribisch Nederland (Tweede Kamer, 2017–2018, 34 775 IV, nr. 45) heeft het kabinet besloten de AWW per 1-1-2019 met 5% te verhogen om de leefomstandigheden in Caribisch Nederland te verbeteren.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.9.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 9 (x € 1.000)

Artikelonderdeel

Realisatie 2017

Raming 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Verplichtingen

1.111

1.188

1.197

1.218

1.239

1.260

1.282

Uitgaven

1.111

1.188

1.197

1.218

1.239

1.260

1.282

waarvan juridisch verplicht (%)

   

100%

       
               

Inkomensoverdrachten

1.111

1.188

1.197

1.218

1.239

1.260

1.282

AWW (Caribisch Nederland)

1.111

1.188

1.197

1.218

1.239

1.260

1.282

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Inkomensoverdrachten:

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AWW Caribisch Nederland.

Tabel 3.9.2 Premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 9 (x € 1.000)

Artikelonderdeel

Realisatie 2017

Raming 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Uitgaven

398.729

376.650

365.107

361.564

359.205

355.714

344.045

               

Inkomensoverdrachten

398.729

376.650

356.882

345.839

336.979

327.859

311.425

Anw

391.797

370.239

350.721

339.872

331.168

322.210

306.061

Tegemoetkoming Anw

6.932

6.411

6.161

5.967

5.811

5.649

5.364

               

Nominaal

0

0

8.225

15.725

22.226

27.855

32.620

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de financiële instrumenten

A. Inkomensoverdrachten

A1. Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) (Caribisch Nederland)

Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de AWW recht op een uitkering. De SZW-unit bij de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regeling in Caribisch Nederland.

Budgettaire ontwikkelingen

Door de verhoging van de gerechtigde leeftijd van de Algemene Ouderdomsverzekering (zie ook beleidsartikel 8) lopen de uitkeringen van de AWW langer door. Hierdoor en door de verhoging van de uitkering met 5% nemen de uitkeringslasten voor de AWW in de komende jaren in enige mate toe.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 3.9.3 Kerncijfers AWW Caribisch Nederland
 
Realisatie 20171

Raming 2018

Raming 2019

Volume AWW (x 1.000 personen, ultimo)

0,3

0,3

0,3

Noot 1: SZW-unit RCN.

A2. Algemene nabestaandenwet (Anw)

De Anw is een volksverzekering en regelt, onder voorwaarden, bij overlijden een uitkering voor de partner en een wezenuitkering voor kinderen die beide ouders hebben verloren. Daarnaast ontvangt iedere Anw-gerechtigde maandelijks de Anw-tegemoetkoming. De Anw wordt door de SVB uitgevoerd.

Wie komt er voor in aanmerking?

  • •  Nabestaande partners komen in aanmerking voor een nabestaandenuitkering als zij jonger zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd, de partner op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw en de nabestaande:
    • ○  één of meer kinderen onder de 18 jaar verzorgt, of;
    • ○  voor minstens 45% arbeidsongeschikt is.

Een kind heeft recht op een wezenuitkering indien beide ouders zijn overleden. Wezen tot 16 jaar hebben altijd recht op een uitkering. De uitkering kan worden verlengd tot 18 jaar wanneer het kind bezig is een startkwalificatie te behalen of daarvan is vrijgesteld of volledig dagonderwijs volgt na het behalen van een startkwalifcatie. De wezenuitkering kan eventueel tot 21 jaar worden verstrekt wanneer de wees volledig dagonderwijs volgt of wanneer een ongehuwde wees de tijd grotendeels besteedt aan een gezamenlijke huishouding met een andere wees of voor een hulpbehoevende zorgt.

De Anw maakt geen onderscheid tussen gehuwden en mensen die ongehuwd zijn en samen een huishouden vormen. Daarom wordt gesproken van «partner». Nabestaanden die vóór 1 juli 1996 recht hadden op de voorganger van de Anw, de Algemene Weduwen- en Wezenwet, vallen onder een overgangsregeling.

Hoe hoog is de Anw?

De nabestaandenuitkering bedraagt 70% van het referentieminimumloon. Op de nabestaandenuitkering vindt inkomstenverrekening plaats. Daarbij kent de nabestaandenuitkering een vrijlating voor inkomen uit arbeid. Deze bedraagt 50% van het wettelijk minimumloon, plus een derde deel van het meerdere inkomen. Inkomen in verband met arbeid (bijvoorbeeld WIA- of WW-uitkering) wordt geheel verrekend. Eigen vermogen, de inkomsten uit dit vermogen en particuliere aanvullende nabestaandenpensioenen worden niet in mindering gebracht op op de nabestaandenuitkering.

Per 1 juli 2015 is voor de nabestaandenuitkering de kostendelersnorm ingevoerd. De hoogte van de uitkering wordt in jaarlijkse stappen verlaagd van 70% naar 50% van het referentieminimumloon als nabestaanden kosten delen met een of meer meerderjarige personen. Per 1 januari 2019 bedraagt het normbedrag voor kostendelers 50% van het minimumloon.

De wezenuitkering bedraagt een percentage van het referentieminimumloon, afhankelijk van de leeftijd van de wees. De hoogte van de wezenuitkering is niet afhankelijk van het inkomen. Nabestaanden of wezen ontvangen naast hun Anw-uitkering ook een tegemoetkoming Anw.

Tabel 3.9.4 Anw bruto maandbedragen (maxima), exclusief vakantietoeslag en exclusief tegemoetkoming Anw (in €)
 

1 juli 2018

Nabestaandenuitkering

1.186,73

Nabestaandenuitkering met een of meer meerderjarige medebewoners (kostendelersnorm; 55% referentieminimumloon)1

867,92

Wezenuitkering (wezen tot 10 jaar)

379,75

Wezenuitkering (wezen van 10 tot 16 jaar)

569,63

Wezenuitkering (wezen van 16 tot 21 jaar)

759,51

Tegemoetkoming Anw

16,92

Noot 1: In 2019 bedraagt het normbedrag voor kostendelers 50% van het referentieminimumloon (€ 762,73 in prijspeil 1 juli 2018).

Budgettaire ontwikkelingen

De uitkeringslasten van de Anw nemen de komende jaren af, omdat het aantal nabestaanden dat aanspraak maakt op een Anw-uitkering afneemt.

Beleidsrelevante kerncijfers

Het aantal nabestaande partners met een Anw-uitkering neemt de komende jaren af. De uitstroom uit de regeling is de komende jaren groter dan de instroom, omdat een groot deel van de nabestaanden die sinds 1996 een uitkering ontvangen op basis van de rechtsvoorganger van de Anw, de Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW) in de komende jaren aanspraak kunnen maken op een AOW-uitkering. Het aantal wezen dat aanspraak maakt op een nabestaandenuitkering is de komende jaren naar verwachting stabiel.

Tabel 3.9.5 Kerncijfers Anw1Vanaf deze begroting rapporteert deze tabel over het aantal personen en niet over het aantal uitkeringsjaren.
 
Realisatie 20172

Raming 2018

Raming 2019

Volume Anw (x 1.000 personen, ultimo)

31

29

28

       

Volume nabestaandenuitkering (x 1.000 personen, ultimo), ingang recht voor 1 juli 1996

8,6

7,4

6,4

       

Volume nabestaandenuitkering (x 1.000 personen, ultimo), ingang recht na 1 juli 1996

22

21

21

 

waarvan met kind

8,9

8,7

8,6

 

waarvan op grond van arbeidsongeschiktheid

13

12

13

       

Volume wezenuitkering (x 1.000 personen, ultimo)

1,2

1,3

1,3

Noot 2: SVB, jaarverslag.

Handhaving

De kerncijfers op het gebied van preventie tonen een stabiel beeld vergeleken met voorgaande jaren. De kerncijfers op het gebied van opsporing tonen een lager benadelingsbedrag, terwijl het aantal geconstateerde overtredingen vergelijkbaar is met voorgaande jaren. De incassoratio’s vertonen een wisselend beeld. Vanwege het beperkte aantal vorderingen kan de incasso van een aantal relatief grote vorderingen van grote invloed zijn op de incassoratio.

Tabel 3.9.6 Kerncijfers Anw, fraude en handhaving
 

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Preventie1
     

Gepercipieerde detectiekans (%)

83

80

86

Kennis van de verplichtingen (%)

84

83

85

       
Opsporing2
     
Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)3

0,2

0,1

0,1

Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln)

2,2

2,6

1,2

       

Terugvordering

     

Incassoratio cohort 2013 (%)

33

37

39

Incassoratio cohort 2014 (%)

32

33

34

Incassoratio cohort 2015 (%)

11

30

33

Incassoratio cohort 2016 (%)

4

22

35

Incassoratio cohort 2017 (%)

7,7

Noot 1: Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2017».

Noot 2: SVB, jaarverslag.

Noot 3: Cijfers betreffen alle verwijtbare overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling. In voorgaande verantwoordingsstukken werd alleen gerapporteerd over het aantal overtredingen van de inlichtingenplicht dat tot een boete of aangifte leidde.

Noot 4: Deze cijfers komen logischerwijs niet voor.

Artikel