Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie van Justitie en Veiligheid 2020

35300 VI L VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vergaderjaar 2019-2020

L2

Vastgesteld 10 januari 2020

De leden van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad3 hebben op 26 november 2019 kennisgenomen van de brief4 van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 29 oktober 2019, waarin de Minister van Justitie en Veiligheid mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de stand van zaken heeft gegeven op de (deels) openstaande toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan.

Naar aanleiding hiervan heeft de commissie de Staatssecretaris op 4 december 2019 een brief gestuurd.

De Staatssecretaris heeft op 19 december 2019 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad,
Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD

Aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Den Haag, 4 december 2019

De leden van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad hebben op 26 november 2019 kennisgenomen van uw brief5 d.d. 29 oktober 2019, waarin de Minister van Justitie en Veiligheid mede namens u de stand van zaken heeft gegeven op de (deels) openstaande toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan.
Met betrekking tot de toezeggingen T02544 en T027136 zouden deze leden u graag willen verzoeken de laatste stand van zaken te geven van de kosteloze rechtsbijstand in het kader van verkorte procedures. In de voortgangsinformatie lezen deze leden dat de Eerste Kamer zou worden geïnformeerd in het najaar van 2019 over de uitwerking van de maatregel rechtsbijstand in de asielprocedure. Deze informatie zou worden verstrekt in het kader van de voortgang van het programma flexibilisering asielketen, dan wel in de beleidsreactie op het rapport van de Onderzoekscommissie «Langdurig verblijvende vreemdelingen zonder bestendig verblijfsrecht.» De leden hebben kennisgenomen van uw beleidsreactie7 die op 26 november 2019 naar de Kamer is gestuurd, zij zijn echter van mening dat deze niet voldoende ingaat op de twee toezeggingen.
Daarnaast verzoeken deze leden u de in de Motie-Strik c.s. over een ex ante evaluatie toets8 gevraagde uitkomsten ook naar de Eerste Kamer te sturen, aangezien de Tweede Kamer deze tijdens het begrotingsdebat Justitie en Veiligheid 2020 op 21 november jl. heeft ontvangen. Zij verzoeken u tevens, zoals in de motie staat beschreven, deze uitkomsten te voorzien van een conclusie over de wenselijkheid om al dan niet over te gaan tot de afschaffing van de eerste twee fasen van rechtsbijstand.

De vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad ziet uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad,
M.H.M. Faber-van de Klashorst

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2019

In uw brief van 4 december9 jl. heeft u gevraagd om de laatste stand van zaken te geven ten aanzien van mijn toezeggingen10, welke betrekking hebben op de maatregel uit het regeerakkoord die ertoe strekt dat vanaf het voornemen tot afwijzing van een asielaanvraag rechtsbijstand zal worden vergoed. Tevens heeft u gevraagd om de uitkomsten van de uitvoeringstoetsen bij de IND en de rechterlijke macht te voorzien van een conclusie over de wenselijkheid om al dan niet over te gaan tot de vermindering van de rechtsbijstand in de voorfase. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van de uitvoeringstoetsen bij de IND en de rechterlijke macht, geef ik u mijn waardering daarvan en schets ik het vervolgtraject.

De motie Strik

De uitvoeringstoetsen zijn opgesteld naar aanleiding van de motie Strik c.s. die op 18 december 2018 is aangenomen in uw Kamer.11 In deze motie wordt de regering – kort gezegd – verzocht om uitvoeringstoetsen uit te (doen) voeren bij zowel de IND als bij de rechterlijke macht om vast te stellen of de gestelde doelen met de in het regeerakkoord voorgestelde maatregel daadwerkelijk worden gediend. Tevens wordt de regering in deze motie verzocht de Kamer te informeren over de uitkomsten van deze uitvoeringstoetsen en naar aanleiding hiervan tevens aan te geven of het wenselijk is om al dan niet over te gaan tot de voorgestelde maatregel. Bij brief van 3 december 2019 heb ik de uitvoeringstoetsen aan uw Kamer gestuurd.12

Toelichting op de maatregel uit het Regeerakkoord

Zoals aangegeven zal rechtsbijstand worden gefinancierd nadat een voornemen tot afwijzing van een asielaanvraag is uitgebracht. Deze wijziging wordt doorgevoerd door een aanpassing van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (hierna: Bvr 2000).

Europese regelgeving

Uit de Procedurerichtlijn volgt dat rechtsbijstand in de administratieve fase niet hoeft te worden gefinancierd, maar dat asielzoekers op verzoek kosteloze juridische en procedurele informatie dienen te krijgen, die ten minste inlichtingen over de procedure omvat die zijn toegesneden op de bijzondere omstandigheden van de asielzoeker.

Uit de Procedurerichtlijn vloeit verder de verplichting voort de verzoeker in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het gehoor. Daarom moeten lidstaten ervoor zorgen dat de verzoeker volledig wordt geïnformeerd over de inhoud van het verslag, zo nodig met bijstand van een tolk.

De Nederlandse regelgeving

Deze maatregel heeft vooral gevolgen voor zaken die worden afgedaan in spoor 4 (de standaard Algemene Asielprocedure, AA) en in mindere mate voor zaken die worden afgedaan in spoor 2 (o.a. veilig land van herkomst)13.

Bij afdoening in spoor 4 is rechtsbijstand momenteel betrokken bij verschillende onderdelen van de asielprocedure, namelijk:

  • 1)  bij de voorlichting van de asielzoeker over de asielprocedure en bij de voorbereiding op en nabespreking van het eerste en nader gehoor;
  • 2)  bij het indienen van correcties en aanvullingen op de gehoren; en
  • 3)  bij het indienen van de zienswijze op het voornemen tot afwijzen.

De eerste twee taken – verplichtingen waaraan dus op grond van het Europese recht moet worden voldaan – zullen na inwerkingtreding van de maatregel door de IND worden ingevuld. Vluchtelingenwerk Nederland blijft een rol houden in de (algemene) voorlichting op de asielprocedure. De IND zal hier nieuwe werkprocessen voor inrichten, medewerkers zullen (aanvullende) opleidingen krijgen en voorlichtingsmateriaal zal worden ontwikkeld.

Om te voldoen aan de verplichting om de asielzoeker in de gelegenheid te stellen correcties en aanvullingen in te dienen, zullen zogenaamde readbacks worden uitgevoerd of zullen de nader gehoren worden opgenomen. Indien een schriftelijk verslag van het nader gehoor wordt gemaakt én het gehoor wordt opgenomen, staat de Procedurerichtlijn namelijk toe dat de verzoeker niet ook nog in de gelegenheid wordt gesteld opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het gehoor.

Europees vergelijk en resultaten van de uitvoeringstoetsen

Om een goed vergelijk te maken met de werkwijze in andere lidstaten, is op verzoek van Nederland door EASO een schriftelijke questionnaire uitgezet, waar 18 lidstaten op hebben gereageerd. Ook zijn er verdiepende werkbezoeken afgelegd aan Noorwegen, Finland, Duitsland en de Nationale Politie.

Uit de antwoorden op de questionnaire en uit de werkbezoeken blijkt dat Nederland met de inzet van gesubsidieerde rechtsbijstand in de huidige vorm meer doet dan de ons omringende landen en dat met de thans voorgestelde maatregel meer richting het uitvoeringsbeeld van andere lidstaten wordt bewogen.

Waardering uitvoeringstoetsen

De IND heeft in de uitvoeringstoets de verwachte gevolgen, kansen en risico’s beschreven van de maatregel en de personele kosten in kaart gebracht. De Raad voor de Rechtspraak heeft voorts de uitvoeringsconsequenties en de kosten voor de rechtspraak in een brief uiteengezet.

De conclusie is dat het beoogde doel om de Nederlandse uitvoeringspraktijk meer in lijn te brengen met die van andere Europese lidstaten kan worden bereikt en dat er op dit moment geen indicaties zijn dat de maatregel niet kostendekkend kan worden doorgevoerd. Hierbij past wel de kanttekening dat de jaarlijkse baten onder andere afhankelijk zijn van de aard en omvang van de instroom in spoor 4.

Ik ben me ervan bewust dat in beide uitvoeringstoetsen aspecten worden genoemd die onder meer consequenties kunnen hebben voor het werk van de IND in de besluitvormingsfase, en daarna voor de doorlooptijden en zaakbelasting in beroep bij de rechtbanken. De IND zal onder meer extra medewerkers moeten aannemen om asielzoekers voor te lichten over de asielprocedure. Dit kan door een andere type medewerker plaatsvinden dan medewerkers die worden ingezet voor het horen en beslissen.

Uit de toetsen blijkt tevens dat een aantal kosten nog niet goed is te overzien of niet goed in kaart kunnen worden gebracht, omdat eerst meer duidelijk moet zijn over de precieze uitwerking van de maatregel.

De komende tijd zal ik daarom nader uitwerken hoe, met inachtneming van de in de uitvoeringstoetsen gesignaleerde risico’s, op verantwoorde wijze tot invoering van de maatregel kan worden overgegaan. Het uitgangspunt daarbij zal zijn dat geen afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van het huidig besluitvormingsproces en de waarborgen die daarin voor de vreemdeling zijn opgenomen.

Vervolg

Ik ben dan ook voornemens om de maatregel binnenkort aan uw Kamer toe te sturen. Gelet op art. 49 Wet op de rechtsbijstand geldt een zogeheten voorhangprocedure: het ontwerpbesluit zal worden toegezonden aan de Eerste en de Tweede Kamer en beide Kamers zullen dus nog in de gelegenheid zijn daarop te reageren. Ook wordt het ontwerpbesluit in de Staatscourant geplaatst en in (internet)consultatie gebracht zodat eenieder de gelegenheid heeft daarop te reageren.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A. Broekers-Knol

Noot 2: Letter L heeft alleen betrekking op wetsvoorstel 35 300 VI.

Noot 3: Samenstelling:Kox (SP), Faber-van de Klashorst (PVV) (voorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), Nooren (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Stienen (D66), Teunissen (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), Adriaansens (VVD), De Blécourt-Wouterse (VVD), Van der Burg (VVD), Cliteur (FVD), Doornhof (CDA), Gerbrandy (OSF), Huizinga-Heringa (CU), Karimi (GL), Van der Linden (FVD), Nanninga (FVD) (ondervoorzitter), Van Pareren (FVD), Veldhoen (GL), Vos (PvdA), De Vries (Fractie-Otten).

Noot 4: Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2019–2020, 35 300 VI, D.

Noot 5: Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2019–2020, 35 300 VI, D.

Noot 6: Toezeggingen zijn te raadplegen op www.eerstekamer.nl.

Noot 7: Kamerstukken I, 2019–2020, 35 300 VI / 34 964, E.

Noot 8: Kamerstukken I, 2019–2020, 35 300 VI, I.

Noot 9: Brief 165291.16U (https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20191204/brief_aan_de_staatssecretaris_van/info).

Noot 10: Toezeggingen T02544 (https://www.eerstekamer.nl/toezegging/kosteloze_rechtsbijstand_in_het) en T02713 (https://www.eerstekamer.nl/toezegging/de_uitwerking_van_de_voorstellen).

Noot 11: Kamerstukken I 2018/19, 35 000 VI, nr. I.

Noot 12: Kamerstukken I 2019/20, 35 300 VI, nr. F.

Noot 13: Door het vorige kabinet is een aanpassing van het Bvr 2000 in verband met het sporenbeleid in gang gezet. Deze aanpassing regelt dat in spoor 2 minder en in spoor 3 in het geheel geen punten te hoeven worden toegekend.